CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Omgevingskwaliteit 25 juni 2026, gemeente Aalten17.765 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bundel - Commissie Omgevingskwaliteit van 25 juni 2026 Agenda bijlagen Agpunt 3 Inspreken Raad Aalten 2026-02-03 beleid begraafplaatsen Agpunt 5 Slingelaan 28 Aalten redengevende beschijving voormalige Chr. HBS CONCEPT 3 september 2025 Agpunt 8 Subsidieverordening gemeentelijke monumenten en molens 2019 Agpunt 9 toelichting op Visie Vestingwerken Agpunt 9 Visie Vestingwerken Agpunt 10 Beeld Ad Arma Agpunt 10a Kunstwerk SABA Dinxperlo Agpunt 11 nformatie Rivermaid Agpunt 11 afbeelding Rivermaid 1

Opening

2

Vaststelling agenda Mogelijkheid tot toevoegen agendapunten

3

Mededelingen - Nieuw beleid voor begraafplaatsen

4

Ingekomen stukken/stukken ter kennisname

5

Concept redengevende beschrijving voormalig Chr. HBS definitief maken

6

Erfgoedprijs 2026

7

Stand van zaken vervolg selectie transformatiehuisjes tot karakteristieke bouwwerken

8

Subsidieverordening gemeentelijke monumenten en molens 2019

9

Visiedocument Versluierd erfgoed - visie op de vesting Brede-voorde

10

Beeld van Ad Arma op het Prins Clausplein

11

Informatie Rivermaid

12

Terugkoppeling nieuwe structuur

13

Terugkoppeling mandaatcommissie omgevingskwaliteit

14

Agendapunten volgende vergadering d.d. 17 september 2026

15

Rondvraag / WVTTK

16

Sluiting

Pagina 1 van 2 Geachte leden van de raad, In het raadsvoorstel toekomstbestendig begraafplaatsenbeleid is weinig aandacht voor de bestendigheid van de monumentale dodenakkers en de monumenten daarop. De focus ligt op de in te richten natuurbegraafplaats aan de Kloosterdijk te Bredevoort en op de begraafplaatsen aan de Varsseveldsestraatweg te Aalten en het Kerkhofpad te Dinxperlo. Belangrijke motieven: kosten, andere visies op een plek na de dood en de inrichting. In de Beleidsnota Begraafplaatsen (bijlage 1) wordt vermeld dat de gemeente als historische begraafplaatsen o.a. aangewezen heeft de gehele oude algemene begraafplaats aan de Prins Mauritsstraat te Bredevoort; de gehele oude r.-k. begraafplaats aan de Bolwerkweg te Bredevoort en de gehele oude r.-k. begraafplaats aan de Piet Heinstraat te Aalten, hier ook met het baarhuisje én met het calvariekruis als cultuurhistorisch waardevol. Door de bovengenoemde aanwijzingen kennen deze begraafplaatsen al een beschermde status. In de Beheerverordening (Bijlage 2) worden onder het begrip ‘Begraafplaatsen ‘de Piet Heinstraat en de Bolwerkweg Bredevoort niet genoemd en de Prins Mauritsstraat Bredevoort wel. Op deze laatste plaats kan dus blijkbaar nog bijgezet worden. In bijlage 3 ‘Beheerplan begraafplaatsen’.

Hierin staat vemeld: Begraafplaats aan de Piet Heinstraat in Aalten ‘De begraafplaats aan de Piet Heinstraat in Aalten blijft onder beheer van vrijwilligers die het onderhoud verzorgen en de cultuurhistorische waarden borgen. Nieuwe begravingen zijn niet meer mogelijk, bijzettingen in bestaande graven blijven toegestaan. Door extensief beheer worden biodiversiteitswaarden versterkt. De gemeente faciliteert de vrijwilligers. Dit in de vorm van gereedschap’. Dit klinkt mooier dan het feitelijk is. Vrijwilligers kunnen niet alleen ‘borgen’. Dat doen ze samen met de gemeente. Voor de begraafplaats aan de aan de Bolwerkweg in Bredevoort staat hetzelfde vermeld. Ook dat heeft een gemeentelijke monumentenstatus. ‘Het beschermen van funerair erfgoed staat hier centraal. Een vrijwilligersgroep verzorgt het onderhoud van het oude Katholieke gedeelte en de gemeente faciliteert. Dit in de vorm van gereedschap’. Ook dit klinkt mooier dan het is. Vrijwilligers en een actieve gemeente t.a.v. van dit erfgoed doen het samen. De algemene begraafplaats aan de Prins Mauritsstraat te Bredevoort ontbreekt. Hoe het ook zij, met deze voor mij niet steeds duidelijke passages: pleit ik namens de vrijwilligers in Aalten en Bredevoort ook voor een actief gemeentelijk beleid voor de monumentale begraafplaatsen. Ook hiervoor geldt ‘een toekomstbestendig begraafplaatsenbeleid’.

Het genoemde gereedschap als facilitair beschikbaar gesteld door de gemeente vraagt om aanvulling anders dan die van schoffels, spaden en scharen. De groene en diverse aankleding van deze drie begraafplaatsen behoeft echt aandacht. Trouwens op de Algemene Oude Begraafplaats aan de Mauriststraat in Bredevoort zijn geen vrijwilligers actief. De historische plek ziet er slecht uit met gaten in de groene afscheiding en een verzamelplaats voor groen afval vooraan in het zicht van de bezoeker. Het is een plek met enkele bijzondere historische graven. Onwaardig voor plek van historische waarde. Ik las in Trouw een pagina groot artikel (5 dec. 2025) onder de titel: ‘Op oude Britse kerkhoven krijgt de natuur alle ruimte’. Ruimte in flora en fauna, maar geen onbelemmerde

Pagina 2 van 2 wildgroei zo bleek al lezende. Het zijn daar gedenkparken geworden waarop de natuur, de vergankelijkheid en de zin van het bestaan te beleven is. De cyclus van de voortdurende wisseling der seizoenen en hoe na de winter het wonder van het nieuwe groen zich ontvouwt. Zoals ook de oud christelijke wijsheid luidt: ‘Vita mutatur non tollitur’. (Het leven wordt veranderd, niet weggenomen). De eeuwigheid, het nadenken daarover, de verwondering om te mogen leven, het kan op een groene long, die dan een historische begraafplaats is, beleefd worden. Ook door een paar pakkende teksten op de baarhuisjes. Niet schreeuwerig maar sereen en tot overpeinzingen uitnodigend, voor gelovigen, twijfelaars en ongelovigen. Ik pleit voor een andere inrichting van de monumentale begraafplaatsen. Daarbij kan ook dat wat al is opgeschoten deels blijven staan, maar wel aangevuld met diversiteit, ook deels op de nu aanwezige kale gazons. Daarop kunnen best bomen worden geplant. Planmatig aangepakt in overleg met organisaties en de vrijwilligers op dit gebied is vereist. Begin met twee begraafplaatsen: De Piet Heinstraat en die aan de Mauristraat te Bredevoort. Dat kan tegen vrij lage kosten. In het Besprekingsverslag van de bijeenkomst 18 april 2024 werd ook aangedrongen op behoud van erfgoed en natuur en betrek organisaties erbij.

Alleen het aanwijzen van deze plekken als erfgoed en dat deze van historische waarde zijn, is maar een begin. Respect voor dat erfgoed vraagt aandacht. Wildgroei is afbraak. Het maar laten liggen van grafstenen, die tot puin zijn vervallen, en gevaarlijk hellende zerken doen afbreuk aan de titel ‘van historische waarde’. Op naar zingevingsparken, waarin natuur, diversiteit aan flora, aan vogels van de hemel en het overdenken en beleven elkaar versterken. Het kunnen plekken worden die niet afschrikken, maar uitnodigen voor een bezoek. Kortom: Roep een werkgroep bijeen. Laat een hovenier een ontwerp maken voor een van de twee oude begraafplaatsen als pilot, met als richting diversiteit in groen, gemakkelijk te onderhouden door vrijwilligers. Uitnodigend ook voor vogels en insecten. Kortom: naar een groene long waar zingeving en stilte te beleven is. Hans de Graaf 3 februari 2026

CONCEPT Redengevende beschrijving

Aalten, Slingelaan 28

Gemeente Postcode en plaats Straat en huisnummer Naam object

AALTEN 7122 AW Aalten Slingelaan 28 voormalige Christelijke HBS

Bescherming Kadastrale gegevens

gemeentelijk monument Aalten, sectie K, nummer 367

Oorspronkelijke functie Huidige functie Bouwjaar Architect Bouwstijl

onderwijs onderwijs 1959-1960 Hendrik Geels en Willem Hebly Shake Hands

Beschrijver Datum beschrijving Datum foto’s Bronnen

Mathilde Waalders MA / Roy Oostendorp 20 augustus 2025 Mei/juni 2025 - Oostendorp, R.J. e.a., Waardestellend Cultuurhistorisch onderzoek voormalige Chr. HBS, Gelders Genootschap, 2025

1

CONCEPT Redengevende beschrijving

Aalten, Slingelaan 28

Typering Voormalige Christelijke HBS (Hogere Burger School), gebouwd in 1959-1960 als SCHOOLGEBOUW met CONGIËRGEWONING en FIETSENSTALLING naar een ontwerp van de architecten Hendrik Geels en Willem Hebly in de typerende Shake Handsstijl. Deze redengevende beschrijving focust zich alleen op het oorspronkelijke complex van hoofdgebouw, conciërgewoning en fietsenstalling uit 1959. De later (aan)gebouwde delen uit 1971, 1995 en 2001 vormen geen onderdeel van de beschrijving. De beschrijving vloeit voort uit het uitgevoerde ‘Waardestellend Cultuurhistorisch onderzoek Voormalige Chr. HBS’ van het Gelders Genootschap (juli 2025)

Historie en ligging De voormalige Christelijke HBS, tegenwoordig Scholengemeenschap Schaersvoorde, is gelegen op een terrein aan de Slingelaan en de hoek met de Beeklaan en is gebouwd op het daarvoor geschikt gemaakte terrein in de uitbreidingswijk ’t Dal. De bouw van de HBS in 1959 is in lijn met de bloeiperiode in scholengebouw in de naoorlogse jaren. In de dorpen Aalten en Dinxperlo was sprake van een spectaculaire bevolkingsgroei, waardoor behoefte ontstond voor een groter schoolgebouw na de start van de HBS in 1955. Na de Tweede Wereldoorlog was de noodzaak om het aantal scholen uit te breiden erg groot geworden. In de eerste naoorlogse jaren werden op grote schaal nood- en semipermanente scholen gebouwd. Door een andere financiering en het stimuleren van systeembouw nam de scholenbouwproductie vanaf 1958 fors toe. Belangrijk in de naoorlogse onderwijsvernieuwing was de overgang van een passief klassikaal en kennisgericht onderwijs naar een meer actieve vorm met een losser klassenverband. Verdere individualisatie en de differentiatie in het onderwijs zorgden voor een grotere bewegingsvrijheid in het lokaal en meer zelfwerkzaamheid. Het type scholenbouw veranderde in deze periode ook naar gebouwen met een meer zakelijke benadering waarbij het schoolgaande kind meer centraal kwam te staan.

Een veelvoorkomend type schoolgebouw was het H-type (met H-vormige structuur), waarbij leslokalen en ruimten voor algemeen gebruik zijn samengebracht in één of meerdere evenwijdige vleugels, verbonden door haaks daarop staande verbindingen met traphuizen. De voormalige HBS in Aalten is ook volgens dit principe ontworpen en is passend in lijn met bredere ontwikkelingen uit de wederopbouwperiode. In de gemeente Aalten zijn weinig schoolgebouwen uit de wederopbouwperiode bewaard gebleven en vaak ingeruild voor nieuwe woningbouw.

Beschrijving Plattegrond en opbouw Oorspronkelijk is de school opgezet op een ongelijke plattegrond van drie geschakelde vleugels van verschillende hoogten en verdiepingen in een H-vormige plattegrond, met zeer flauw hellende daken, De vleugels onderscheiden zich in functie door een middenvleugel bestaande uit drie bouwlagen met theorielokalen, een bijna haaks hierop staande lange tweelaagse zijvleugel met vaklokalen en aan de andere zijde onder een kleine hoek gekoppelde zijvleugel met een gymnastieklokaal, annex theaterzaal. Op de overgang tussen hoofdvolume en gymnastieklokaal is een zeshoekige (hexagon-vormige) half verdiepte kantine aangebouwd. De formele hoofdingang bevond zich op de overgang tussen het hoofdvolume en de praktijkvleugel. Ten noorden van de perceelsgrens zijn fietsoverkappingen gesitueerd. Ten westen van de school is een conciërgewoning bijgebouwd in de vorm van een bungalow, maar verwant aan de bouwstijl van de school. Het scholencomplex is vrij in de ruimte gepositioneerd en was niet specifiek gericht op de bestaande bebouwing, de Slingelaan of de later aangelegde Beeklaan. De linkervleugel ligt als het ware haaks op de Slingelaan. De conciërgewoning daarentegen is wel duidelijk in de rooilijn van de Slingelaan geplaatst om aan te sluiten op de ontwikkeling van woonbebouwing in deze laan.

De aanleg van de buitenruimte is een integraal onderdeel geweest van de bouw. Ter accentuering van de toegangen 2

CONCEPT Redengevende beschrijving

Aalten, Slingelaan 28

van het complex werden achthoekige stenen pijlers ontworpen. Bijzonder en opvallend is dat alle gebouwen en bouwdelen voor het overgrote deel nog aanwezig en herkenbaar zijn. Dit geldt zowel voor het interieur als het exterieur.

Exterieur De school is gebouwd in de zogenaamde Shake Hands architectuur, een van de drie grote architectuurstromingen van de wederopbouwperiode. Kenmerkend voor deze stijl is de combinatie van traditionele baksteenarchitectuur met een functionalistische invulling van gevels en deels zichtbare betonstructuren. Bijzonder en opvallend is dat alle gebouwen en bouwdelen van het complex voor het overgrote deel nog aanwezig en herkenbaar zijn. Dit geldt zowel voor het interieur als het exterieur. De gevels van de drie vleugels bestaan uit schoon metselwerk van gele baksteen in Vlaams verband, waarachter een betonskelet schuilgaat. Daar waar de gevels eindigen is het betonskelet zichtbaar als dakrand zonder overstek. Over het algemeen bestaan alle gevelopeningen uit houten kozijnen en deuren, met stalen ramen. Het overgrote deel van de ramen van de klaslokalen bestaat uit een rechthoekig vlak met horizontale tweedeling waarbij het grote bovenraam kan kantelen. Bij de verticale raampartijen van de gymzaal is het betonskelet ook zichtbaar als accentuering/begeleiding. Linkervleugel Oostgevel: deze gevel bestaat uit 21 traveeën en bestaat voor het overgrote deel uit een dertigtal raampartijen over twee bouwlagen. Ter plaatse van de koppeling met de middenvleugel wordt de gevel onderbroken.

Westgevel: deze gevel bestaat voornamelijk uit raamopeningen met 21 traveeën, waarvan 19 gelijke geledingen met raampartijen over twee bouwlagen. Ter plaatse van de onderbreking takt de aanbouw uit 2001. Zuidgevel: deze volledig blinde bakstenen gevel is gelijktijdig met de bouw verrijkt met een in het metselwerk opgenomen gevelmozaïek naar ontwerp van Jan Goeting (1918-1991). Deze Haagse kunstenaar werd uit een selectie van meerdere kunstenaars gekozen. Op suggestie van dominee L.J. Goede werd het onderwerp van de mozaïek ‘Zoek God in je jeugd’. Het hoofdmotief van de mozaïek bestaat uit een duiventil met vogels. Daarboven bevindt zich het alziend oog, eronder een verwijzing naar goed en kwaad, gesymboliseerd door lelieachtige bloemvormen tegenover doorntakken. Het onderste deel bestaat uit een ineengedoken zwarte vogel en twee gesloten deuren. Het illustreert de tekst: ‘De mens gaat naar zijn eeuwig huis en de rouwklagers gaan rond in de straat’. Noordgevel: met uitzondering van een asymmetrisch geplaatst raam op de begane grond is deze bakstenen gevel ook blind uitgevoerd. Middenvleugel Zuidgevel: de ‘voorgevel’ van de school bestaat uit een volledig symmetrisch opgezet gevelvlak van drie bouwlagen met 18 traveeën waarin zich raamopeningen bevinden. Alleen op de begane grond wordt deze ritmiek onderbroken door de aansluiting met de kantine.

In 1995 en 1996 werd de hoofdentree verplaatst naar rechts en de oude entree verbouwd tot docentenkamer. Beide kopgevels van de middenvleugel zijn blind en tegen de linker kopgevel is een hoge, markant vormgegeven hexagonale gemetselde schoorsteen aangebouwd met een bijzonder vormgegeven kop van geprefabriceerd beton. Noordgevel: Deze symmetrisch opgezette gevel wordt grotendeels aan het zicht onttrokken door de in 1995 gebouwde uitbreiding. Kenmerkend zijn de twee prominente traphallen met afgeschuinde hoeken, die verwijzen naar de veelvuldig toegepaste hexagonale vormen. Deze traphallen zijn voorzien van verticale glaspuien die vanaf het maaiveld tot de dakrand doorlopen, waarbij zich onder aan de linker traphal op de begane grond een entreepartij met tochtportaal, bordestrap en leuning bevindt. Beide traphallen zijn gehandhaafd bij de nieuwe aanbouw in 1995. Van de 20 oorspronkelijke gangramen op de eerste en tweede verdieping bleven er met de verbouwing 12 gehandhaafd. Ook de kleine raampjes van de gangtoiletten bleven na de verbouwing in het interieur gehandhaafd en zichtbaar. Op het dak van de rechter traphal wordt een (zeshoekige) technische ruimte gebouwd, ter vervanging van de cv-installaties in de kelder. De bordestrap van de voormalige achteringang aan de 3

CONCEPT Redengevende beschrijving

Aalten, Slingelaan 28

rechterzijde is gehandhaafd. De ingang aan de linkerzijde bevat een oorspronkelijk tochtportaal met bordes en reling. Rechtervleugel Zuidgevel: deze gevel wordt gekenmerkt door een wisselend, maar helder horizontaal karakter en is op te delen in drie vlakken over twee bouwlagen. De zes linker traveeën zijn op de verdieping uitgewerkt in zes raamopeningen. Op de begane grond zijn, door een latere aanpassing (2001), nu nog twee openingen aanwezig. Ter hoogte van de gymzaal/theaterzaal is de gevel van maaiveld tot daklijst met glasvlakken ingevuld, geaccentueerd door de zichtbaar gemaakte gewapende betonconstructie. De gevel wordt aan de rechterzijde afgesloten met een smalle raampartij, in eenzelfde hoogteverdeling als voorgaande langgerekte glaspartijen. Tussen deze vlakken bevinden zich gemetselde muurdammen van gele bakstenen. Noordgevel: deze aan de achterzijde liggende gevel heeft grotendeels een gesloten karakter vanwege de functie als gym- en theaterzaal. Links in de gevel bevindt zich een enkele deur met daar recht boven een venster. In het midden van de gevel zijn onder de betonnen gootlijst zes gelijke vensters geplaatst. De rechterzijde van de gevel ligt iets terug, met op de verdieping weer vier gelijke vensters als in het midden. Het geveldeel op de begane grond is gewijzigd.

Oostgevel: deze kopgevel, nog volledig in oorspronkelijke staat, heeft een centrale glaspartij, strekkend van maaiveld tot de nok van het flauwe zadeldak. De glaspartij is opgedeeld in zes evenredige vlakken, aan weerszijde geaccentueerd door de zichtbaar gemaakt betonconstructie. Aan de onderzijde van de glaspartij bevindt zich een geïntegreerde koekoek van de onderliggende kelder. De gevel wordt aan de bovenzijde afgesloten met een betonnen dakrand. Kantine/overblijflokaal Westgevel: de gevel kenmerkt zicht door een glazen pui aan de rechterzijde, als onderdeel van een omlopende glaswand. De pui is verticaal geleed en heeft een tussenkalf ter hoogte van de achterliggende galerij. De rest van de gevel is opgenomen in de uitbreiding van 1995. De plint onder de rondlopende glas pui is afgewerkt met ruwe stukken natuursteen (flagstones). Zuidgevel: Deze ‘kopgevel’ van de kantine bestaat uit een bijna volledig glazen invulling als onderdeel van de rondlopende glaswand en uit een iets verdiepte centraal geplaatste nooduitgang met beglaasde dubbele deuren. De pui en de plint is opgedeeld en afgewerkt als gevel J en L. Aan de buitenzijde van de nooduitgang is aan weerszijden een gemetselde trap gemaakt. Oostgevel: de linkerzijde van de gevel bestaat wederom uit glas, opgedeeld in dertien verticaal evenredige vlakken.

Een horizontaal profiel markeert ook waar aan de binnenzijde een vide is bevestigt. In het meest rechtervlak boven het doorlopende horizontale profiel is een glazen deur, met toegang tot een flauw naar buiten draaiende betonnen trap met een dun geprofileerde stalen railing.

Interieur In het gehele gebouw is de oorspronkelijke interieurafwerking van hoge technische kwaliteit en op meerdere plaatsen, voornamelijk in de verkeersruimten, nog aanwezig en waarneembaar. Oorspronkelijke binnenkozijnen en -deuren, vitrines met onderkasten zijn in een aantal gevallen nog aanwezig. De vloeren zijn gedeeltelijk nog afgewerkt met leisteen, terwijl de wanden bestaan uit schoonmetselwerk van gele baksteen in Vlaams verband. Het betonskelet is binnen ook zichtbaar en is geschilderd. De oorspronkelijke plafonds bestaan uit zachtboardplaten met een akoestische profilering. Onder de ramen bevinden zich natuurstenen vensterbanken. Vrijwel alle lokalen zijn voorzien van oorspronkelijke tuimelramen in houten kozijnen met meerpuntssluitingen, waarbij het grote bovenraam kan draaien en het onderraam vast is. Ter plaatse van de aanbouwen uit 1995 en 2001 zijn een aantal gevelopeningen vergroot tot doorgang. De gymzaal annex theaterzaal is nog integraal aanwezig en, met uitzondering van de vloer, nog in de oorspronkelijke afwerking. Het podium is voorzien van gordijnen, coulissen en eenvoudige toneelverlichting. Onder het podium van het gymnastieklokaal bevinden zich in het souterrain bergruimten, twee kleedkamers en een souffleursruimte. De galerij is nog voorzien van de oorspronkelijke tribunebanken. 4

CONCEPT Redengevende beschrijving

Aalten, Slingelaan 28

De vormgeving van de multifunctionele kantine/overblijflokaal is opvallend, uniek en licht futuristisch in de vormgeving. Compleet met podium, balkongalerij, trappartij en symmetrische benedenzaal is deze ruimte aan drie zijden omgeven door glaspuien. Toegepaste wandkunst in het interieur In de oorspronkelijke entreehal van het gebouw kon rondom een met antracietkleurig glasmozaïek beklede, rechthoekige kolom worden gelopen. Hierop is aan beide zijden een iconografisch reliëf aangebracht. Door de verbouwing 1995-1996 is de kolom opgenomen in een wand, maar waarbij de kunstwerken nog wel zichtbaar zijn gebleven (één zijde vanuit de huidige docentenkamer). De wandkunstwerken zijn gemaakt door de Haagse ontwerper Henk Krijger in opdracht van het schoolbestuur en zijn vervaardigd in grove chamotteklei met witte glazuur. De kunstwerken verbeelden de Bijbelvers ‘Nu zien wij nog door een spiegel in raadselen’ (gang) en ‘doch straks van aangezicht tot aangezicht’ (docentenkamer). In de traphallen zijn op een aantal plaatsen kleinere geglazuurde kleitabletten opgenomen in de schoonmetselwanden. De maker(s) zijn onbekend, alsmede de (religieuze) afbeeldingen. De kunstwerken van Henk Krijger, maar ook van Jan Goeting (mozaïek aan de buitengevel) zijn een duidelijke weerspiegeling van de christelijke (protestantse) identiteit van de school.

Bijgebouwen, terrein en fietsenstalling De school is gesitueerd op een ruim perceel dat destijds vooral is ingericht met grasweiden aan de zij- en voorkant en een verhard schoolplein aan de achterzijde. Met de bouw van de school is tevens een bijhorende CONCIËRGEWONING gebouwd in de vorm van een eenlaagse bungalow in eenzelfde baksteen met een flauw hellend zadeldak en brede betonranden, waarop een prominente schoorsteen prijkt. Dit gebouw maakt nog steeds onderdeel uit van het scholencomplex, maar is aan de rechterzijde- en achtergevel gedeeltelijk ingebouwd tijdens uitbreiding van 2001. De asymmetrisch ingedeelde gevel bevat vierkante raamopeningen, verschillende deuropeningen en een in de voorgevel terug liggende pui. Het oorspronkelijke interieur is niet meer aanwezig. Langs de perceelgrens is tegelijk met de bouw van de oorspronkelijke school een grote FIETSENSTALLING gerealiseerd. Ook de hoofdvorm van deze fietsenstalling lijkt te refereren aan de terugkerende hexagonale/hoekige opzet. Deze is nog in zijn geheel aanwezig. De fietsenstalling bestaat uit drie bouwdelen in een flauw overhoekse opstelling, zoals ook de gebouwdelen van de school op elkaar aansluiten. Het bouwwerk is opgezet als een scheidingsmuur met een dak van houten liggers met planken die draagt aan de achterzijde op de scheidingsmuur en aan de voorzijde op een stalen H-balk op ronde stalen kolommen.

Vanaf de stalen liggers verjongen de liggers als een overstek.

5

CONCEPT Redengevende beschrijving

Aalten, Slingelaan 28

Reden van plaatsing Het schoolcomplex van de voormalige Chr. HBS is van belang voor de gemeente Aalten en in het bijzonder het dorp Aalten vanwege de hoge architectuurhistorische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden. Het pand is authentiek en herbergt tal van oorspronkelijke details. Deze zijn zowel in het interieur als exterieur goed bewaard gebleven. Daarnaast wint het gebouw in toenemende mate aan zeldzaamheid. Veel schoolgebouwen uit de wederopbouwperiode zijn al gesloopt. Dat maakt het gebouw des te meer bijzonder en de moeite waard om te beschermen. Ook is er sprake van een zekere collectieve belevingswaarde die door inwoners van de gemeente Aalten wordt toegekend aan dit gebouw. Op basis van al deze punten wordt hap geadviseerd om de voormalige Chr. HBS in Aalten te plaatsen op de gemeentelijke monumentenlijst.

Architectuurhistorische waarde De school kent een hoge architectuurhistorische waarde. De school is namelijk een goed voorbeeld van de zogenaamde Shake Handsstijl, een van de drie grote architectuurstromingen uit de wederopbouw, waarbij sprake is van een combinatie van traditionele baksteenarchitectuur met een functionalistische invulling van gevels en deels zichtbare betonstructuren. Opvallend zijn de gave verhoudingen in de verschillende langgerekte volumes, gevelindelingen en dakvormen. Ook kent het exterieur veel bijzondere detailleringen, zoals het gebruik van de hexagonale vorm in de gebouwdelen en – elementen, het eerlijke baksteengebruik en de verticaliteit in de gevelbeelden. Bijzonder en opvallend is tevens de futuristische vorm van de kantine, met gevels van glaspuien die ruimte geven aan een verdiepte benedenruimte, een galerij en podium en die in de oorspronkelijke bouw in verbinding stond met het muzieklokaal. Naast de architectonische kracht die het gebouw door zijn vormgeving uitstraalt, zijn ook de wandkunstwerken in zowel interieur als exterieur van waarde. De wandkunst aan bijvoorbeeld de zuidelijke kopgevel van de linkervleugel representeert duidelijk de oorspronkelijke protestants-christelijke identiteit van de school.

Met betrekking tot de onderwijsontwikkelingen in Nederland aan het eind van de jaren vijftig, begin jaren zestig van de twintigste eeuw, past de voormalige Chr. HBS in zijn opbouw en plattegrond (Htype) duidelijk binnen de daar bijhorende ontwikkelingen. Dat het gebouw nog steeds de oorspronkelijke functie vervult, daarbij in hoofdvorm hetzelfde is gebleven en veel oorspronkelijke detailleringen aan interieur en exterieur herbergt, maakt het gebouw zeer waardevol. Het complex is onderdeel van het oeuvre van de lokaal bekende architect Willem Hebly in samenwerking met de landelijk opererende Hendrik Geels uit Arnhem,. Het waren twee belangrijke architecten uit het Interbellum en de wederopbouwperiode.

Stedenbouwkundige waarde Het schoolgebouw van de voormalige Chr. HBS is van stedenbouwkundige waarde omdat het deel uitmaakt van een historisch gegroeid gebied dat na de Tweede Wereldoorlog een ingrijpende stedenbouwkundige ontwikkeling heeft ondergaan. Dit betreft het stedenbouwkundige uitbreidingsplan van Aalten – uitbreidingsgebied ’t Dal – dat gekenmerkt werd door het pragmatisch invullen van de gebieden tussen de uitvalswegen. Aan het eind van de doorgetrokken Dalweg is de school gesitueerd, langs de gekanaliseerde Boven-Slinge en de hiervoor aangelegde Slingelaan. Het schoolgebouw speelt nog steeds een bepalende rol in het behouden van de zichtbaarheid van deze ontwikkeling.

Algemeen-/cultuurhistorische waarde Naast een hoge architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde, is de cultuurhistorische waarde van de voormalige Chr. HBS hoog. De school is niet alleen van belang vanwege een nog sterk zichtbaar stuk geschiedenis van het bijzonder voortgezet onderwijs in de gemeente Aalten en dat als zodanig nog in gebruik is, maar vertegenwoordigt ook een belangrijk aspect van de onderwijskundige en religieuze geschiedenis van Aalten. Vanwege zijn verschijningsvorm is de school nog steeds van groot belang als uitdrukking van een cultuur- en sociaalhistorische ontwikkeling. Schoolgebouwen uit de wederopbouwperiode worden ze steeds zeldzamer, ook in de gemeente Aalten. Ondanks dat er aanpassingen aan het gebouw zijn gedaan – steeds met grote mate van 6

CONCEPT Redengevende beschrijving

Aalten, Slingelaan 28

respect voor de oorspronkelijk opzet en indeling – is de opzet, verschijningsvorm, materiaalgebruik en afwerking van de oorspronkelijke hoofdvorm nog vrijwel authentiek.

Intrinsieke belevingswaarde Een laatste punt dat niet onbenoemd mag blijven, is de gezamenlijke belevingswaarde die Aaltenaren toedichten aan het gebouw. Vanaf de opening van de Chr. HBS in 1960 zijn verschillende generaties naar deze school gegaan, waardoor velen persoonlijke herinneringen aan het gebouw en de schoolperiode die ze er doorgebracht hebben, koesteren. Dat blijkt uit verschillende onlinebronnen en social-mediaplatforms. Mensen delen daar persoonlijke herinneringen en hun waardering over de architectuur van het gebouw.

Het object voldoet daarmee aan artikel 3, lid 1 van de Erfgoedverordening gemeente Aalten 2017

Afbeeldingen

fietsenstalling

conciërgewoning

linkervleugel

middenvleugel

rechtervleugel

overblijflokaal

Situatie Slingelaan 28. Met aanduiding totale perceel en omvang monumentcomplex.

7

CONCEPT Redengevende beschrijving

Aalten, Slingelaan 28

Luchtfoto van het scholencomplex, kort na de gereedkoming. Geheel links de conciërgewoning. (bron: oudaalten.nl)

Luchtfoto van het scholencomplex in de huidige situatie, mei 2025.

8

CONCEPT Redengevende beschrijving

Aalten, Slingelaan 28

Foto impressie van het exterieur van het scholencomplex

9

CONCEPT Redengevende beschrijving

Aalten, Slingelaan 28

Foto impressie van het interieur van het scholencomplex

10

CONCEPT Redengevende beschrijving

Aalten, Slingelaan 28

Foto impressie van wandkunstwerken interieur en exterieur

11

07-06-2026, 20:53

Agendapunt Commissie Omgevings Kwaliteit Aalten - Lammers, Simone - Outlook

Outlook Agendapunt Commissie Omgevings Kwaliteit Aalten Van

Daan Migchelbrink <daan.mig@gmail.com>

Datum Vr 5-6-2026 12:27 Aan

Willem Doodeheever <willemdoodeheefver@gmail.com>; Gerrit Lebbink <glebbink@freeler.nl>; Harry Esselink <essel15@outlook.com>; Nicole Senteur <nicolesenteur@outlook.com>; Remco Neerhof <remco@neerhof.nl>; Theo Diepenbroek <atdiepenbroek1992@kpnmail.nl>; r.oostendorp@geldersgenootschap.nl <r.oostendorp@geldersgenootschap.nl>; n.huibrechtse <n.huibrechtse@geldersgenootschap.nl>; Lammers, Simone <S.Lammers@aalten.nl>

Beste leden van de Commissie Omgevings Kwaliteit, Op 25 juni 2026 is de volgende vergadering. Alvorens ik een agendapunt inbreng, wil ik doormiddel van dit schrijven, jullie mening en eventuele zienswijze ook aanhoren. Betreft: Subsidieverordening gemeentelijke monumenten en molens 2019 Te vinden via: Subsidieverordening gemeentelijke monumenten en molens 2019 | Lokale wet- en regelgeving Intro Afgelopen jaar, van maart 2025 t/m december 2025, heb ik de functie bekleed bij de gemeente Aalten waarbij ik subsidiebesluiten nam voor het onderhoud en de restauratie van gemeentelijke monumenten. Deze verordening is er voor zowel particulieren als bedrijven. Iederéén kan hiervan gebruikmaken, elk jaar weer. En daar zit voor mij een onjuistheid. Casus In 2023 hebben wij als commissie, op verzoek van de pandeigenaar (Heijnen Bouwgroep te Aalten), het pand Landstraat 5 als gemeentelijk monument aangewezen. De initiatiefnemer had het voornemen om het pand te verbouwen en het uiterlijk te herstellen. Sinds (en ook al vóór) de vergunning definitief rond is, is de initiatiefnemer mondjesmaat bezig met de verbouwing. In het eerste jaar, 2024, heeft de initiatiefnemer op basis van de verordening (artikel 6) een restauratiesubsidie ontvangen van € 20.000,00. In 2025 heeft de initiatiefnemer dit wederom aangevraagd.

Deze aanvraag heb ik afgewezen omdat deze niet voldeed aan de verordening (het wettelijk kader). Hier speelt echter ook mijn onderbuikgevoel mee, van de gemeente die hiermee de verbouwingskosten van een bouwbedrijf faciliteert. Het totaalbudget voor monumentensubsidie is volgens mij rond de € 60.000,00 (het exacte bedrag voor dit jaar weet ik niet). Mijns inziens is het met deze subsidieverordening van de gemeente Aalten nooit de bedoeling geweest om verbouwingen te faciliteren. Door dit soort bedragen (a €20.000) slinkt het subsidiebudget aanzienlijk, wat kan betekenen dat initiatiefnemers in de tweede helft van het jaar achter het net vissen. De pot kan dan gewoonweg op zijn. De regeling zou juist bedoeld moeten zijn voor particulieren, als tegemoetkoming in de extra kosten die een monument met zich meebrengt. Niet voor verbouwingen. Mijn voorstel Daarom zou ik het college van B&W willen opdragen de subsidieverordening aan te passen voor 2027, door aan artikel 6 van de verordening toe te voegen dat restauratiesubsidie maar één keer per vijf jaar per perceel kan worden aangevraagd. Dit om de stimulierinssubsidie zo breed mogelijk voor iedereen mogelijk te houden.

Graag hoor ik van jullie hoe jullie hier tegenaan kijken en of jullie juist andere zienswijze hierop hebben. Met vriendelijke groeten Daan Migchelbrink about:blank?windowId=SecondaryReadingPane13

1/2

07-06-2026, 20:53

Agendapunt Commissie Omgevings Kwaliteit Aalten - Lammers, Simone - Outlook

--

Met vriendelijke groeten, Daan Migchelbrink

about:blank?windowId=SecondaryReadingPane13

2/2

Agendapunt 9

Het visie document wat Bredevoorts Belang gepresenteerd heeft aan het college: Versluierd erfgoed - visie op de vesting Brede-voorde Hierin wordt bestaand beleid met bestaande ontwikkelingen samengevoegd tot 1 helder document. Daarnaast worden hierin kansen aangegeven waarin nog mogelijkheden zijn om de vestingen zichtbaar te maken. Aan de hand van het document wil Daan Migchelbrink toelichting geven. Zie in de bijlage het document.

Versluierd erfgoed VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE

Colofon Samenstelling Hans de Graaf en Bert Stronks

Vormgeving en lay-out Thijs Nieuwenhuis Fotografie Marco Geurink, tenzij anders aangegeven Opdrachtgever Bestuur Vereniging Bredevoorts Belang

December 2025

Voorstellen voor het herstel en beleefbaar maken van de vestingwerken.

‘Wat sluimert moet ontwaken: verborgen vestingwerken en verdwenen water’

Mede ter gedachtenis aan ds. H.A. Hauer, die in 1957 als eerste de geschiedenis van Bredevoort laagdrempelig beschreef en velen inspireerde.

Versluierd erfgoed VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE

Inhoud 1

Inleiding

6

2

Kaders

7

3

Doel van deze visie

8

4

Het historische verhaal van Bredevoort

9

4.1

Een nieuwe vesting

9

4.2

Na 1800

10

5

Bre-voort als een haast symmetrische vesting

11

6

De verwevenheid tussen burgers, het regiment en de vestingwerken

16

6.1

Bredevoort heeft een verhaal

17

6.2

Archiefonderzoek

17

6.3

Oude verhalen

18

6.4

Waterbeheer

18

7

Inzet tot herstel, accentuering en beleefbaar maken van de vestingwerken

19

8

Voorstellen om enkele versluierde vestingwerken te herstellen of te accentueren en beleefbaar te maken

21

8.1

Kaarten en foto’s

21

8.2

A

De Aalterpoort, brug, grachten, ravelijn en volkstuinen

30

8.3

B

Schootsveld ‘de Koppele’

34

8.4

C

Plan Slingeplas-’t Broock Bredevoort

37

8.5

D

Bastion Welgemoed, gracht en Munsterbrug

38

8.6

E

Het centrale plein ’t Zand

39

8.7

F

De Kroezenboom

40

8.8

G

Silhouetten van historische figuren

43

9

Tussen droom en daad

44

10

Samenvatting

45

11

Geraadpleegde publicaties en archieven

46

12

Bijlagen

47 VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025

5

1 Inleiding Een groot gedeelte van de voormalige vestingwerken van het stadje Bredevoort is verdwenen of ligt versluierd in de historische gronden. Wij spreken dan over de vestingwerken zoals die na het jaar 1606 tot stand kwamen.1 De oorzaken van het verdwijnen en de versluiering zijn gelegen in: 1. Het niet langer relevant zijn van de werken in de tweede helft van de 18e en in de 19e eeuw. De vestingwerken waren door de landelijke overheid overgedragen aan het burgerlijk bestuur van de Heerlijkheid Bredevoort. Het onderhoud van de vestingwerken met twee poorten en twee ravelijnen was kostbaar. De al deels dichtgegroeide grachten werden door de burgers gedempt en de wallen geslecht. Aan de N.O.-zijde van het stadje pas in de jaren 20 van de vorige eeuw. 2. Een onontwikkeld besef in die dagen van het belang van historisch erfgoed zowel bij de overheid als bij de bevolking. 3. De behoefte om uit te breken uit het nauwe korset van grachten en wallen voor bouwkavels en de uitbreiding van het stadje. Onder de versluiering van de vestingwerken verstaan wij het deels nog herkenbare patroon van vestingwerken, die door onvoldoende aandacht voor een ongeoefend oog niet herkenbaar zijn, maar met maatregelen weer in ere hersteld, geaccentueerd en beleefbaar gemaakt kunnen worden. 1

Uit: Bredevoort, CULTUURHISTORISCHE ANALYSE, CULTUURHISTORISCHE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDERING VAN DE BEBOUWING EN STRUCTUREN, BESTEMMINGSPLANGEBIED BREDEVOORT. Onderzoek i.o.v. de gemeente Aalten, door Monumenten Advies Bureau, oktober 2011. ‘In en rond Bredevoort bevinden zich nog allerlei locaties, waar de bovengrondse cultuurhistorie door ingrepen uit verleden en heden minder zichtbaar is geworden en waar jongere tijdslagen zo nadrukkelijk aanwezig zijn, dat de oudere (onderliggende) lagen niet meer goed leesbaar zijn’. 6

VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025

Plattegrond van de vestingwerken van Bredevoort na 1628 (na aanleg van de bedekte weg rond de vesting) en vóór 1646 (explosie van de kruittoren). Detail uit de Stedenatlas van Blaeu. Het noorden links boven. In de bedekte weg rond de vesting zijn hier 4 wapenplaatsen getekend. Deze komen op latere plattegronden niet voor.

2 Kaders Deze visie op de vestingwerken van Bredevoort past binnen de Erfgoednota Oost In de uitwerking van onze visie zullen wij refereren aan deze 10 focuspunAchterhoek 2025, uitgebracht door de drie samenwerkende gemeenten Aal- ten. Maar bovenal past deze visie op een ontwikkeling aan de basis: ten, Oost Gelre en Winterswijk. Deze nota gaat indringend in op het belang van a. op het door de inwoners opgestelde ‘Toekomst maak je samen; ons erfgoed, dat het DNA van onze samenleving is. ‘Bij erfgoed gaat het om dinontwikkelingsplan Bredevoort 2025-2035’;2 gen uit het verleden, die bewaard zijn gebleven. Het zijn dingen die we zo waarb. op de zogenaamde Dorpendeal3 Bredevoort, waarin diverse deeldevol of betekenisvol vinden dat we ze willen houden. Het is onze missie om ons projecten als bouwstenen. Daarin ook de bouwsteen ‘Ontmoeting: cultureel erfgoed door te geven aan volgende generaties’. Erfgoed geeft beteketheater, historie en bewegen in het groen’.4 nis aan onze leefomgeving, zorgt voor karakter en verbondenheid en geeft kleur aan onze omgeving. Nadruk in de Erfgoednota Oost Achterhoek wordt ge- Deze kaders geven richting. Echter: het is tijd om ook te onderkennen dat een legd op tien belangrijke focuspunten (aandachtspunten). Deze focuspunten hel- veelheid aan rapporten en visies vraagt om eindelijk ook concreet te worden.

Dat pen om erfgoed sterk te verankeren in de praktijk. Want ze geven richting aan willen wij in deze visie dan ook zijn. Reeds ingang gezette ontwikkelingen worden (zijn een leidraad voor) de acties binnen het uitvoeringsprogramma en het zijn in deze visie meegenomen, anders gezegd: deze worden met onze voorstellen kaders voor (ruimtelijke) ontwikkelingen. verbonden. Deze punten zijn: 1. Erfgoed en ruimte (het verhaal van de plek); 2. Erfgoed beleven; 3. Toekomstbestendig erfgoed; 4. Erfgoedbewustzijn; 5. Deskundigheid; 6. Erfgoed als middel. Erfgoed kan ook een hulpmiddel zijn om maatschappelijke doelen te bereiken. Het kan een belangrijke rol spelen bij bijvoorbeeld sociale cohesie (samenhang) en identiteit, economie en duurzaamheid; 7. Erfgoededucatie; Uitreiking Dorpendeal aan Bredevoort in september 2025. Foto: Gemeente Aalten 8. Erfgoedvrijwilligers; 2 9. Jongeren en erfgoed; Zie hoofdstuk 3.7 Kunst, cultuur en historie; blz. 34 3 10. De kracht van samenwerken, lokaal en tussen de drie samenwerken Dorpendeal in de Achterhoek is een subsidieregeling van de provincie Gelderland om dorpen te helpen versterken. Het is een samenwerking tussen inwoners, de gemeente en de gemeenten. de provincie om projecten te financieren die de sociale verbondenheid en leefbaarheid in een dorp verbeteren. 4 Aanvraag Bredevoort; ‘Toekomst maak je samen’ versie 07-07- ’25; blz. 22 en verder.

VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025

7

3 Doel van deze visie Vereniging Bredevoorts Belang wil: a. aan de hand van archeologische gegevens; b. door archiefonderzoek naar de vormgeving en het onderhoud van de vesting Bredevoort,5 c. door het in kaart brengen van de versluierde vestingwerken of onderdelen daarvan; een totaal overzicht geven van die onderdelen, die ontsluierd, d.w.z. hersteld, geaccentueerd en beleefbaar gemaakt kunnen worden. Zij vormen een belangrijk onderdeel van het erfgoed van Bredevoort en dragen bij aan de identiteit van het stadje als centrum van de voormalige Heerlijkheid Bredevoort.

6.

7.

Door nieuwe inzichten over duurzaamheid en waterhuishouding in het van oorsprong natte gebied van Bredevoort en dit, daar waar mogelijk, te koppelen aan het herstel van dat wat versluierd is; Door Vestingstadje Bredevoort te zien als sociale onderneming.

Deze plekken willen wij opgenomen zien in een meerjarenplan, waarin een fasegewijze aanpak, waarbij ook de oude waterhuishouding in en om de doorwaadbare plaats (die de stad in het lage landschap was en waaraan het zijn naam ontleende) meegenomen wordt, tegen het licht van de zich veranderende klimatologische omstandigheden. Dat willen wij doen: 1. uit respect voor wat vorige generaties tot stand hebben gebracht; 2. Om naar voren te laten komen wat door gebrek aan historisch besef is verdwenen en/of versluierd is geraakt; 3. Om een stimulans te geven aan de historiciteit van Bredevoort met zijn karakter als oude vestingstad; 4. Door het in balans brengen van de historische en hedendaagse waarden; 5. Om mede het toerisme en de economie in het stadje te bevorderen, waarbij een relatie met de stad Grolle (2014) en het Duitse Anholt6 ook van belang is;

8

VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025

5

Zie bijlage A: Bert Stronks; Archiefonderzoek naar de vestingwerken en het onderhoud tussen 1603-1756. Nationaal Archief: Archief van de Raad van State en Erfgoed Centrum Achterhoek en Liemers (ECAL): Drost en geërfden van Bredevoort 0098-390. Indicatieve onderdelen daaruit hertaald door Hans de Graaf. 6 De geschiedenis van de vesting Bredevoort hangt samen met die van Groenlo en ook met het Duitse Anholt. Koning Philips II van Spanje, als hertog van Gelre, gaf de heerlijkheid Bredevoort voor 50.000 Vlaamse schilden in pand aan zijn vazal Dietrich van Bronckhorst-Batenburg, heer van Anholt. Hij bezat al veel goederen en rechten in de heerlijkheid Bredevoort bezat. Opvolger was zijn schoondochter Gertrud van Millendonck. Het Anholter pandschap was van 1562 tot 1612. Een turbulente periode, waarin begonnen werd met de nieuwe vestingwerken Bredevoort.

4 Het historische verhaal van Bredevoort Het stadje ligt in het oostelijke deel van de Gelderse Achterhoek, op de zuidwestrand van het Oost-Nederlands Plateau. Het stadje is onderdeel van de gemeente Aalten, dat verder nog bestaat uit de dorpen en buurtschappen Aalten, Dinxperlo, De Heurne, Heurne, Barlo, Dale, Haart, IJzerlo, ’t Klooster en Lintelo. Bredevoort is ontstaan op een zandrug in een moerassig gebied. De naam verwijst naar de ‘brede voorde’ ofwel een doorwaadbare plaats door laaggelegen natte gronden. Deze doorgang vormde een onderdeel van een route, die zich ontwikkelde als een belangrijke verbindingsweg naar Bocholt en Zutphen. De doorgangen en heelwegen in het gebied maakten op den duur deel uit van belangrijke handelsroutes, die onder meer over Aalten liepen. De oudste vermelding van Bredevoort dateert uit 1188, toen de Bredevoortse burcht werd genoemd in een bezittingenlijst van de bisschop van Keulen. Dit aan de Slinge ofwel Slingerbeek gelegen ‘Castrum de Bredefurt’ lag ter hoogte van het huidige plein ’t Zand. In 1238 kwam de burcht in handen van de graven van Lohn, die er tol hieven. Bij de burcht groeide, waarschijnlijk vanuit de voorburcht, een bescheiden nederzetting waaruit zich later een kleine versterkte stad ontwikkelde. Dit laatste was een direct gevolg van de strijd om Bredevoort tussen de graaf van Gelre en de bisschop van Münster.

De graaf van Gelre, die als overwinnaar uit deze strijd tevoorschijn kwam, versterkte de nederzetting met een muur. Vanaf 1326 kwam Bredevoort definitief onder Gelders bestuur en in 1388 werden stadsrechten verleend. De stad bleef onder de Gelderse hertogen tot 1543, toen keizer Karel V na de Vrede van Venlo de nieuwe machthebber werd. 4.1 Een nieuwe vesting Tijdens de 80-jarige Oorlog kwam de stad afwisselend in handen van Spaanse en Staatse troepen. In de belangrijke periode van het Anholter pandschap van Bredevoort (1562-1612), een tijdsgewricht vol tegenstellingen, nam in 1597 prins Maurits de stad zeer gewelddadig in.

Toen de Spanjaarden Bredevoort in 1606 opnieuw trachtten in te nemen werd de stad ontzet door Frederik Hendrik. Daarna werden de middeleeuwse stadsmuren vervangen door vestingwerken volgens het Oud-Nederlandse stelsel. Als heerlijkheid kwam het in 1612 in handen van het Huis Oranje-Nassau. Zeer ingrijpend was de ‘Kruittorenramp’ op 12 juli 1646. De bliksem trof de Kruittoren van het kasteel, waardoor deze ontplofte. Dit leidde niet alleen tot zware schade aan het kasteel, maar trof ook een groot deel van het stadje. Veel huizen gingen verloren, waaronder het Ambthuis. Veertig mensen verloren het leven. Het kasteel verdween hiermee van de kaart en pas in de 18de eeuw werd het voormalige burchtterrein gedeeltelijk bebouwd. In die periode ontstonden de VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025

9

huidige Hozenstraat en de Gasthuisstraat. Na 1755, toen de vestingfunctie werd opgeheven, zijn de verdedigingswerken ontmanteld. De vestingwerken verdwenen grotendeels ten behoeve van agrarische doeleinden en woningen, waarbij de borstweringen en onderwallen allereerst verdwenen. Uit een verslag uit 1784 blijkt dat de stadspoorten inmiddels gesloopt en de bastions en wallen vrijwel niet meer te herkennen waren. Slechts van één bastion (Welgemoed met walkorenmolen) bleef het zogeheten terreplein behouden. Tegenwoordig resteren van de 17de-eeuwse vesting nog een deel van de gracht, twee tot park vergraven resten van bastions en het bastion Welgemoed met de molen. Elders rond de oude kern zijn in de structuren van percelen sporen van de imposante vesting traceerbaar. 4.2 Na 1800 In 1818 werden Aalten en Bredevoort samengevoegd tot de nieuwe toenmalige gemeente Aalten. De burgemeesters bleven evenwel nog vrij lang woonachtig in Bredevoort. In de kern vond nog verdichting plaats op onbebouwde percelen in de oude straatwanden en op het voormalige burchtterrein. De huidige Koppelstraat werd na 1870 opgewaardeerd tot een belangrijke verbinding naar de nieuwe uitvalsweg in zuidelijke richting. Vanuit het noorden werd het stadje ontsloten door de nieuwe Kruittorenstraat. Na de Tweede Wereldoorlog vond in de kern en op de voormalige wallen en grachten nieuwbouw plaats.

In latere jaren ontstonden buiten de oude kern nieuwe straten en wijken. Toch ontkwam Bredevoort niet aan het karakter van een ingeslapen stadje. Een kwijnende middenstand en panden verloren hun functie en kwamen leeg te staan. Impulsen kwamen er door ‘Bredevoort Boekenstad’ en een herbestemming van panden. Uitdagingen bleven er echter. Die uitdagingen zijn door Vereniging Bredevoorts Belang aangegaan, ook wat het behoud van erfgoed betreft, maar ook door particuliere initiatieven. De ontwikkelingen in de vestingwerken, wat aanleg, aanpassingen en onderhoud betreft, lieten zeer herkenbare en versluierde sporen na. Deze vragen om herstel. Hoe ontwikkelde zich de vesting als vorm, ontstaan na het jaar 1606. Deze vorm is immers ons object. Dat wordt in het volgende hoofdstuk toegelicht. 10

VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025

5 Bre-voort als een haast symmetrische vesting Frederik Hendrik had de stad in het jaar 1606 weer ingenomen. In 1609 werd in de 80-jarige oorlog een algehele wapenstilstand overeengekomen, die tot het jaar 1621 stand hield. Dit genoemde ‘Twaalfjarig Bestand’ was een periode in de 80-jarige oorlog waarin niet met de Spanjaarden werd gevochten. ‘Bereid je voor op oorlog’ was het devies. In de betrekkelijke rust werd besloten tot versterking van de vesting Bredevoort over te gaan. Vooral ook door toedoen van Prins Maurits. De vesting moest worden ingericht volgens het zgn. Oud-Nederlands model. Een vesting met grachten, die op hun smalst ca. 50 à 60 meter breed waren,7 brede wallen en zes bolwerken met de toch wel aan dapperheid en standvastigheid refererende namen: Vreesniet, Treurniet, Onversaegt, Stoltenborg of Stolzenborg, Welgemoed (met molen) en Ossenkop. Er waren twee poorten: de Aalterpoort en de Misterpoort, soms ook de Munsterpoort genoemd. Vóór elke poort was een ravelijn, een soort eilandje waarover de uitgaande weg liep. De veste was een schakel in de verdediging van het oostelijk deel van de republiek. De totstandkoming ging niet vanzelf. Naast de kosten, te betalen door de Generale Staten en Gelderland, dienden boeren, burgers en buitenlui aan te treden met spaden, kruiwagens en paardenkrachten.

Het zal de inwoners wel werkgelegenheid hebben opgeleverd, maar de betaling was slecht geregeld.8 Na ongeveer 20 jaar was alles gereed zoals het hoorde. De Slingebeek, die in die tijd een bedding volgde langs het ravelijn voor de Misterpoort, zorgde via een sluisje voor de waterstand in de grachten. Hoewel niet direct van grote invloed op de vestingwerken, was de Kruittorenramp op zondag 12 juli 1646, twee jaar voor de Vrede van Münster in 1648. Het was een grote morele tegenslag voor de bevolking en ook voor het gelegerde garnizoen. ’s Middags tussen 3 en 4 uur brak een hevig onweer los. De bliksem trof de kruittoren op het kasteel. De ontploffing was hevig, het kasteel lag in puin en een groot deel van de huizen leed grote schade. In totaal vonden 40 mensen, waaronder minstens acht kinderen en enige leden van het regiment, de dood.9 De onderkomens van het garnizoen waren verwoest en de kosten voor herstel

werden geschat op bijna 6.000,- gulden, een enorm kapitaal in die dagen. Een probleem was het onderbrengen van het buskruit, dat elders in Bredevoort lag. Uit het archief: ‘Er zijn twee kelders op het kasteel die men gemakkelijk kan inrichten om het kruit op te slaan, omdat er geen andere geschikte plaats is dan deze kelders. Het ligt nu in een ‘mijn’ en zal binnen een periode van twee maand vochtig worden. Het is daar altijd nat. Als het hard regent staat het water in die ‘mijn’ wel twee voet hoog. Er loopt daaronder een goot waardoor iedereen water loost, zodat de afvoer het niet aan kan. De ‘mijn’ is van buiten afgesloten. Om te voorkomen dat al het kruit bederft, heb ik daarvan een bestek laten maken met enige marge. De kosten komen op 1.000,- gulden, terwijl er 1.500,-voor gevraagd werd’.10

7

Janssen, G.B.: Van Langhe Griet en het bolwerk Treurniet in ‘Bredevoort een heerlijkheid‘ onder redactie van het Staring Instituut 1988. 8 Voor de aanleg van de vestingwerken en voor de uitbreiding van de stad was het dempen van een gedeelte van het moeras noodzakelijk. Ook voor het bouwen van hoge aarden wallen was buitengewoon veel grond nodig. Het buiten de stad gelegen land zal daarvoor zijn afgegraven. De boeren moesten zonder vergoeding deze grondtransporten uitvoeren. Op 22 juni 1624 vroeg de drost van Bredevoort aan de Staten Generaal om het voor fortificatie afgegraven land aan de armen te vergoeden. Dit opmerkelijke verzoek van de drost is een ondersteuning voor de aanname dat de verbouwing en uitbreiding van de stad Bredevoort tijdens het Twaalfjarig Bestand na 1612 en vóór 1624 heeft plaats gevonden. In een advies op 1 juli 1624 aan de Staten Generaal meent de Raad van State dat het onmogelijk is om aan de ingezetenen van Bredevoort vergoeding van schade te geven voor de aanleg van fortificaties. Bij gelegenheid zullen enkele gecommitteerden van de Raad van State ook naar Bredevoort zijn gegaan in verband met de bouw van een nodige kruittoren. 9 Zie het verhaal van de Kruittorenramp op de luisterpaal, hoek ’t Zand/Kruittorenstraat. 10 Bijlage A: Bert Stronks; Archiefonderzoek naar de vestingwerken en het onderhoud tussen 1603-1756.

Nationaal Archief: Archief van de Raad van State en Erfgoed Centrum Achterhoek en Liemers (ECAL): Drost en geërfden van Bredevoort 0098-390. Indicatieve onderdelen daaruit hertaald door Hans de Graaf. VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025

11

De vestingwerken vroegen om behoud. Het onderhoud werd door de landelijke overheid gecontroleerd door inspecteurs en aanbesteed. In een bestek stonden gedetailleerd de werkzaamheden voor de komende drie jaren.11 Het resultaat was soms onder de maat gebleven. In 1672, het zgn. Rampjaar door de inval van Christoffel Bernhard van Galen uit Münster (Bisschop Bommen Berend genoemd), waren er voorafgaande daaraan allerlei klachten. Er waren afgedamde grachten en op sommige bolwerken waren moestuinen aangelegd. De magazijnen waren verwaarloosd, de affuiten, waarop de 20 schier onbruikbare kanonnen stonden, vergaan. Minder aandacht voor vestingen had ook te maken met de grotere aandacht van de Republiek voor de militaire kracht van de vloot onder aanvoering van Holland en Zeeland. De Bredevoortse gebeurtenissen in 1672 zijn in 1742 beschreven door P. Valckenier.12 In 1704 werden de vestingwerken verbeterd volgens de inzichten van vestingbouwer Menno van Coehoorn. De waterhuishouding kreeg daarbij om strategische redenen ook de aandacht. In de gronden rond Bredevoort konden belegeraars zich ingraven om van daaruit de vesting te bestoken. Het onder water laten lopen van het lage land was bij gevaar een bijkomend voordeel.

Daarom werd opdracht gegeven om het maaiveld 240 meter rond de vesting, ondanks de protesten van de boeren, af te graven tot op een hoogte van 4 voet boven de grondwaterstand in de zomer. Bredevoort, in al die natheid, werd een haast onneembare vesting. Tussen 1727 en 1729 kwamen er twee nieuwe fronten en voor beide poorten nieuwe contrescarpen.13 Daarbij werden de toegangswegen verlegd over lagere gronden. Dat betekende echter ook, dat in het natte seizoen het verlaten en ingaan van Bredevoort moeilijk was en dat er klachten kwamen.14 Een eind ten zuiden van Bredevoort werd de watervoorziening voor de grachten verbeterd door de aanleg van fort Oranje aan de Slinge, later ’t Vonder genoemd en in 20e eeuw genaamd de Stuwe. In 1734 tekende J.L. de Lane du Thay, een familielid van de drost van Bredevoort, de zeer sterke vesting, waarbij hij wel de namen en posities van de bolwerken verwisselde. 12

VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025

De bovengenoemde P. Valckenier, met de wetenschap van dat moment, onderstreepte in zijn werk uit 1742 de sterkte van de vesting Bredevoort: ‘De stad Brevoort sorteerende onder het Graafschap Zutphen is om haare goede situatie, als bijna geheel omcingelt zijnde van Moerassen en Wateren, van sulken sterkte, dat het sijne buyten-Vyanden seer licht kan beletten allen acces en aannaderinge, hebbende tussen de moerassen door maar twee Advenuwen op de Poorten, te weten de Alter- en Mister Poort en was op ’t aankomen der voorschreven Bisschoppelijke Volkeren omtrokken met 6 bolwerken en 2 ravelijnen’. De tijden waren veranderd. De Raad van State nam in 1755 een resolutie aan waarin het besluit om de fortificaties buiten gebruik te stellen en over te dragen aan de burgerlijke overheden. Dat betekende dat men naar eigen goeddunken ermee kon doen wat met wilde. Voor de wallen en ravelijnen daarop en daarvóór ook allerlei defensieve onderdelen betekende dit het begin van het einde. Het onderhoud van de bruggen en de poorten bleef echter wel de aandacht vragen en bracht kosten met zich mee. Het vertrek van het regiment met zijn compagnieën en leidinggevenden was aanstaande. Ook het leven van die Bredevoortse inwoners, die bijdroegen aan het levensonderhoud, veranderde. In 1759 was het regiment vertrokken en bleek er weinig toezicht op de veiligheid achter de poorten en grachten.

Er kwam een reglement op het sluiten en openen van de poorten. 11

Zie bijlage A: Bert Stronks; Archiefonderzoek naar de vestingwerken en het onderhoud tussen 1603-1756. Nationaal Archief: Archief van de Raad van State en Erfgoed Centrum Achterhoek en Liemers (ECAL): Drost en geërfden van Bredevoort 0098-390. Indicatieve onderdelen daaruit hertaald door Hans de Graaf. 12 ’t Verwerd Europa ofte Politijke en Historische Beschrijvinge sedert 1664, pag. 441-445. 13 Een contrescarpe is in de vestingbouwkunde de buitenste talud of helling van een gracht, aan de kant tegenover de vestingwal. Soms wordt de term ook gebruikt om de hele buitenoever van de gracht, inclusief de gedekte weg en het glacis, aan te duiden. Een glacis is een schuin aflopend talud. Als bijlage (B) is een aantal termen voor onderdelen van een vestingwerk kort uiteengezet. 14 Zie archiefonderzoek door B. Stronks, bijlage A.

In 1734 tekende J.L. de Lane du Thay, een familielid van de drost van Bredevoort, de zeer sterke vesting, waarbij hij wel de namen en posities van de bolwerken verwisselde. VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025

13

In 1784 waren de poorten al gesloopt. De twee bruggen waren verwijderd en vervangen door brede dammen door de grachten. Het zand daarvoor kwam van de wallen. Oók werkgelegenheid, maar wel met een aantasting van wat eens was. Behoud van erfgoed speelde toentertijd nauwelijks tot geen rol. Het hoofd van boeren en burgers boven water houden was het devies, letterlijk en figuurlijk. Luitenant-kolonel en ingenieur J.G. Stahlschmidt tekende op 10 november van dat jaar de situatie. Van de vestingwerken was weinig meer over. Bolwerk Vreesniet (ter hoogte van de huidige theekoepel) was veranderd in vlakke moestuinen, de ravelijnen en de magazijnen onbruikbaar. Aan de andere bolwerken hadden schop en kruiwagen ook hun werk gedaan en de onderwallen waren grotendeels niet meer aanwezig. Alleen bolwerk Treurniet (waarvan de huidige Kruittoren een restant is) en bolwerk Stoltenborg (aan de huidige Ambthuiswal) waren nog herkenbaar als verdedigingswerken.

ploffing van een oud kanon, gevonden in de afgegraven wallen. Het deed dienst voor de opluistering van festiviteiten door het afvuren van saluutschoten. Op 24 juli 1890 tijdens een bezoek van de Aartsbisschop van Utrecht, die het Heilig Vormsel had toegediend, ontplofte het. Twee kinderen vonden de dood.

Nieuwe heren, toen alléén ‘heren’, dachten na over nieuwe plannen en deelwijzigingen van de vestingen. Ook voor Bredevoort. Het was mosterd na de maaltijd. Zij werden niet uitgevoerd, mede door de definitieve veranderingen in het politieke klimaat en de sterk veranderde strategieën in de ‘krijgskunst’. In 1799 bevond Nederland zich in de Bataafs-Franse Tijd (1795-1813), een periode waarin het land onder Frans gezag stond en zich de Bataafse Republiek mocht noemen. In Frankrijk greep generaal Napoleon Bonaparte in 1799 de macht met een staatsgreep, wat het begin markeerde van het Napoleontische tijdperk. Nederland werd bestuurd als een vazalstaat, maar hield nog een eigen bestuur met een grondwet. De erfprins van Oranje genoot asiel in Engeland, maar zijn aanhangers, de orangisten, ontketenden in 1799 o.l.v. August Robert van Heeckeren van Suideras in de Achterhoek een opstand. Ook in Bredevoort. Het enige wapenfeit hier was een oranje vlag aan de St.-Joriskerk en het omhakken van de zgn. vrijheidsboom op ’t Zand (het plein waar in de glorietijd het kasteel had gestaan). In 1840 blijken de wallen en de twee ravelijnen tuinen en weiden te zijn. Ook in de jaren daarna werden de lage gronden door het graven van sloten ontwaterd en beken werden verlegd.15 Het laatste maar droevige wapenfeit was de ont14

VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025

15

Zo werd de Slingebeek verlegd. Die stroomde aan de oostzijde van Bredevoort rond het voormalige ravelijn van de vroegere Misterpoort. Vanaf de Bekendijk groef men een nieuwe bedding en verderop met een scherpe bocht richting bastion Welgemoed (met de molen). Het is de huidige bedding, waarover de Munsterbrug.

De situatie van de vestingwerken rondom Bredevoort in 1784. VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025

15

6 De verwevenheid tussen de burgers, het regiment en de vestingwerken Over elke plek in Nederland is een verhaal te vertellen. Hoe en waarom is die plek zo geworden zoals zij nu is? Verhalen refereren ook aan de hieronder genoemde focuspunten: 1. Erfgoed en ruimte (het verhaal van Bredevoort). 2. Erfgoed beleven, door zichtbaar te maken wat mogelijk is. 3. Toekomstbestendig erfgoed, waarbij de duurzaamheid en het onderhoud van belang zijn. 4. Erfgoedbewustzijn, een belangrijke focus omdat er ook tijden zijn aan te wijzen van geen interesse, nonchalance en leven bij de waan van de dag, zonder besef van geworteld te zijn in het verleden. 5. Deskundigheid. Vereniging Bredevoorts Belang heeft bewezen niet alleen begaan te zijn met aandacht voor het erfgoed, behorend bij de identiteit van Bredevoort, maar ook te beschikken over deskundigheid. Daarbij was ook expertise van elders welkom, maar wel steeds de extra kosten daarbij afwegend. 6. Erfgoed als middel. Erfgoed kan ook een hulpmiddel zijn om maatschappelijke doelen te bereiken. Het kan een belangrijke rol spelen bij bijvoorbeeld sociale cohesie (samenhang) en identiteit, economie en duurzaamheid. In deze tijden van fragmentatie en sociale versnipperingen in de maatschappij, is er behoefte aan verbinding en oog hebben voor waarden en sociale binding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=b250cf93-e86a-4999-bff6-05b3d87b4dd9