Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Commissie Omgevingskwaliteit van 12 februari 2026 Agenda bijlagen Verslag openbaar COK 18 dec 2025_concept Agpunt 5 Inspreken Raad Aalten 2026-02-03 Nagekomen stuk Visie Vestingwerken 1 Opening 2 Vaststelling agenda Mogelijkheid tot toevoegen agendapunten 3 Besprekingsverslag vorige vergadering d.d. 18 december 2025 4 Ingekomen stukken/stukken ter kennisname 5 Mededeling 6 Stand van zaken vervolg selectie transformatiehuisjes tot karakteristieke bouwwerken 7 Actualisering monumentenlijst - Post 65 8 Verduurzaming monumenten 9 Terugkoppeling nieuwe structuur 10 Terugkoppeling mandaatcommissie omgevingskwaliteit 11 Agendapunten volgende vergadering d.d. 9 april 2026 12 Rondvraag 13 Sluiting
Openbaar besprekingsverslag Commissie Omgevingskwaliteit Datum Aanwezig
: :
Afwezig Notulist
: :
18 december 2025 Dhr. Doodeheefver, dhr. Migchelbrink, dhr. Esselink, dhr. Neerhof, dhr. Diepenbroek, dhr. Lebbink, mw. Senteur, dhr. Oostendorp (Gelders Genootschap), Mw. Huibrechtse (Gelders Genootschap), Dhr. Grievink (met kennisgeving), mw. Lettink (gemeente Aalten) Mw. Lammers
1. Opening De voorzitter opent de vergadering. * Mw. Lettink met kennisgeving. * Dhr. Grievink is afwezig met kennisgeving. 2. Vaststelling agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 3. Bespreking verslag vorige vergadering d.d. 18 september 2025 Naar aanleiding van: De heer De Graaf is geïnformeerd over het advies aangaande het Jozefbeeld. 4. Ingekomen stukken / ter kennisname - Uitnodiging kennisdag ‘Zicht op het verleden, blik op de toekomst’ De uitnodiging van het Gelders Genootschap in Harderwijk resulteerde in een geslaagde dag. Deelnemers werden verdeeld in drie groepen: een stadswandeling door de binnenstad, een fietstocht en een bezoek aan het havenfront waar lopende ontwikkelingen zijn. De dag werd afgesloten bij een strandtent aan het strandje van Harderwijk. Dankzij het goede weer en de diverse samenstelling van ambtenaren, bestuurders en commissieleden was het een succesvolle bijeenkomst. De hoop is dat bij een volgende gelegenheid meer commissieleden uit de gemeente Aalten deelnemen. - Kopieën uit boek De Heurne Dinxperlo m.b.t. diepvrieshuisjes De kopieën zijn onder de leden verspreid per mail. - Uitnodiging Erfgoed Oost Achterhoek 10 jaar Erfgoed Oost Achterhoek op 17 november 2025: Mw. Senteur was hierbij aanwezig en deelt haar ervaring. Ze vond de presentatie over erfgoed en de betekenis daarvan in het verleden en toekomst inspirerend.
Ze merkte echter op dat er veel technische problemen waren, wat storend was. De eerste presentatie duurde ook veel langer dan gepland. Een ander punt van kritiek was dat er alleen staplaatsen waren, wat als bijzonder ongemakkelijk werd ervaren, vooral voor een bijeenkomst met toespraken. Weth. Kok vult aan dat hij beide sprekers zeer heeft kunnen waarderen. Het verhaal over de transformatie van een boerderij werd op een leuke manier gepresenteerd, in het dialect. Erg leuk om op deze manier de 10-jarige samenwerking te vieren. 5.Mededeling (informerend) - Aftreding burgerlid (dhr. Migchelbrink) Na de vorige vergadering heeft dhr. Grievink aangegeven te willen stoppen als burgerlid van de commissie vanwege de combinatie van werk en ouderschap. De commissie heeft hem bedankt voor zijn inzet en ziet, mede door de aanwezigheid van Nicole die ook als burgerlid is aangesteld, geen noodzaak om een nieuw burgerlid aan te stellen.
Mevrouw Lettink was de vorige vergadering ook afwezig en zal voorlopig niet aanwezig kunnen zijn; hoe dit wordt opgelost, wordt nog onderzocht en krijgt een vervolg. - Vaststelling uitvoeringsprogramma Erfgoed Oost Achterhoek 2026-2027 Het uitvoeringsprogramma Erfgoed Oost Achterhoek 2026 – 2027 is vastgesteld. 6. Stand van zaken Erfgoednota (informerend) - (dhr. Migchelbrink) Dhr. Migchelbrink licht toe dat de drie samenwerkende gemeenten hebben ieder tien focuspunten benoemd en hier een budgetindicatie aan gekoppeld. Dit document is naar de colleges gestuurd en begin december door alle drie vastgesteld. De focuspunten komen overeen met wat eerder is besproken. Er zijn vragen over de verdere uitvoering: wie wat doet, wanneer en of dit is opgenomen in de begroting. Het vervolg m.b.t. de uitvoering en de borging zijn nog niet concreet uitgewerkt; dit vraagt blijvende aandacht. 7. Terugkoppeling nieuwe structuur (informerend) Dhr. Migchelbrink geeft toelichting. In de gemeente Winterswijk is gewerkt met een startnotitie waarin is vastgelegd wat de commissie bespreekt, met focus op grote ruimtelijke en landschappelijke ontwikkelingen en de samenhang met de Omgevingswet.
In Winterswijk zijn meerdere kleinere commissies samengevoegd tot één brede commissie, met daarnaast een mandaatcommissie voor reguliere plannen en een flexibele schil van deskundigen die afhankelijk van het onderwerp aansluiten. Deze werkwijze wordt als positief ervaren. Belangrijk uitgangspunt is dat de commissie zo vroeg mogelijk wordt betrokken bij grootschalige ontwikkelingen om invloed te kunnen uitoefenen. Deze werkwijze in Winterswijk kan als voorbeeld dienen voor een nieuwe commissiestructuur van de gemeente Aalten. Voor Aalten is echter een één-op-één vertaling niet mogelijk; dit vraagt interne afstemming en bewustwording binnen het ambtelijk apparaat. De huidige verordening biedt hierbij een leidraad. Verder wordt het belang benadrukt van lokale kennis en betrokkenheid van inwoners bij erfgoed en omgevingskwaliteit. Burgerparticipatie en overheidsparticipatie vragen om duidelijke keuzes: ondersteunt de gemeente initiatieven van burgers, of neemt zij zelf het initiatief met betrokkenheid van burgers? De erfgoednota biedt aanknopingspunten om dit concreter vorm te geven. Er wordt geconstateerd dat de commissie tot nu toe vaak pas laat bij ontwikkelingen wordt betrokken, terwijl vroegtijdige betrokkenheid meer invloed mogelijk maakt. Intern is hiervoor nog een omslag nodig.
Het besproken document wordt als helder en inhoudelijk sterk ervaren, met goede uitgangspunten voor de overgang van een erfgoedcommissie naar een commissie omgevingskwaliteit. Er ontstaat discussie over mogelijke samenwerking of zelfs één gezamenlijke commissie voor drie gemeenten. Voorstanders zien kansen voor kennisdeling en integraliteit, terwijl anderen twijfelen aan de toegevoegde waarde vanwege verminderde lokale betrokkenheid, grotere commissies en praktische beperkingen zoals tijd en capaciteit. Wel wordt het model van een compacte commissie met een flexibele schil als kansrijk gezien. Er is geen concrete planning voor verdere uitwerking; door beperkte capaciteit en afwezigheid van enkele ambtenaren wordt er op korte termijn geen grote veranderingen verwacht. De commissie overweegt daarom zelf een voorstel te formuleren als advies richting het college. Tegelijk wordt aangegeven dat de herinrichting van de commissie momenteel geen onderdeel is van het vastgestelde uitvoeringsprogramma. Mogelijk biedt de start van een nieuwe bestuursperiode na de verkiezingen in maart een natuurlijk moment om dit onderwerp opnieuw op te pakken.
Over het geheel wordt het document als helder en ambitieus ervaren, met goede uitgangspunten voor een toekomstige commissie omgevingskwaliteit en de samenwerking tussen de drie gemeenten. 8.
Stand van zaak volgens selectie transformatiehuisjes tot karakteristieke gebouwen (informerend) Dhr. Migchelbrink deelt een blauwdruk uit van een transformatorhuisje uit 1925. Hierin zijn de materiaal- en kleurgebruik duidelijk vastgelegd. Dit oorspronkelijke gebouw is later vervangen, wat als verlies wordt gezien. De commissie heeft eerder dertien transformatorhuisjes aangewezen waaraan waarde zou moeten worden toegekend; dit voorstel moet nog verder worden uitgewerkt. Besproken is dat per object kenmerken vastgelegd moeten worden. Het Gelders Genootschap is gevraagd hierbij te ondersteunen. Zij hebben voorgesteld om per transformatorhuisje een korte beschrijving te maken (maximaal één A4 met foto), met aandacht voor uiterlijk, architect en karakteristieke kenmerken. Er is voldoende kennis en archiefmateriaal beschikbaar om dit uit te werken. Het voorstel is aan de gemeente gestuurd; bij akkoord zal het Gelders Genootschap hiermee aan de slag gaan. Actiepunt: Opdracht verstrekken aan het Gelders Genootschap. 9. Vergaderdata nieuw jaar (informerend) De voorgestelde vergaderdata voor het nieuwe jaar, allemaal op donderdagen, zijn door de commissie goedgekeurd. 10. Terugkoppeling mandaatcommissie omgevingskwaliteit (informerend) Mw. Huibrechtse geeft een terugkoppeling over de werkzaamheden van de mandaatcommissie omgevingskwaliteit.
Deze commissie heeft als doel de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente te waarborgen en vergadert tweewekelijks vanwege het grote aantal aanvragen. De commissie behandelt een brede variatie aan plannen, zoals uitbreidingen van monumenten, dakkapellen, functieveranderingen in het buitengebied, VAB-locaties, bedrijventerreinen en woninguitbreidingen. Aan de hand van voorbeelden is toegelicht hoe afwegingen worden gemaakt op basis van welstandscriteria, kadernota’s en beeldkwaliteit plannen. Daarbij is ruimte voor maatwerk, vooral wanneer plannen uitblinken in architectonische kwaliteit of bijdragen aan landschappelijke en ecologische waarden. Ook wordt steeds vaker gekeken naar actuele thema’s zoals optoppen, hergebruik van bebouwing en veranderende functies in het buitengebied. Verder is ingegaan op grotere gebiedsontwikkelingen, zoals woningbouwlocaties. In deze complexe en grootschalige ontwikkelingen wordt een belangrijke rol gezien voor de commissie, vooral wanneer zij in een vroeg stadium wordt betrokken. Vroege betrokkenheid biedt kansen om lokale kennis in te brengen, kritisch mee te denken en richting te geven aan ruimtelijke kwaliteit, nog vóórdat plannen vergevorderd zijn. Er wordt positief gesproken over het plan ’t Beggelder, dat in een vroeg stadium landschappelijk is ingestoken met aandacht voor groenstructuren, dorpse schaal en een gevarieerd woningaanbod.
Dit wordt gezien als een professioneel en zorgvuldig aangepakt voorbeeld van dorpsuitbreiding met hoge beeldkwaliteit. Vervolgens geeft dhr. Oostendorp namens het Gelders Genootschap een toelichting op verschillende monumentenplannen die in de mandaatcommissie zijn behandeld:
•
•
•
•
Landstraat (Aalten): restauratie en reconstructie van een historische winkelpui wordt gezien als een grote winst voor het straatbeeld; de uitvoerder krijgt complimenten voor de ambitie en zorgvuldigheid. Barlo: een rijksmonumentencomplex met boerderij en schuren wordt herontwikkeld naar vier woningen. De nadruk ligt op eerst het wegwerken van de restauratieachterstand vóór herbestemming. Er is discussie over grote dakopeningen versus behoud van monumentale kenmerken. Het project wordt in gezamenlijk overleg met Rijk, provincie en gemeente begeleid. Markt 1 (Bredevoort): aanvankelijk voorstel voor splitsing en een grote loggia werd afgewezen vanwege aantasting van de historische kap en het waardevolle interieur. Een aangepast plan met behoud van het interieur is positief ontvangen. Markt 10 (Bredevoort): plan om de monumentale winkelpui te reconstrueren en een moderne toevoeging toe te staan die zich voegt in het straatbeeld; verdere uitwerking is nodig.
Een belangrijk thema is de Omgevingswet en de bescherming van de omgeving rondom het monument. Bredevoort wordt gebruikt als casus om te onderzoeken hoe verschillende beschermingslagen (monumenten, beschermd stadsgezicht, archeologie, molenbiotoop) juridisch en beleidsmatig goed kunnen worden vertaald naar het nieuwe omgevingsplan. De conclusie is dat Bredevoort al sterk beschermd is, maar dat sommige regels aangescherpt of verduidelijkt moeten worden. Deze aanpak kan als voorbeeld dienen voor andere gemeenten. Tot slot wordt stilgestaan bij actuele ontwikkelingen zoals zonnepanelen en airco’s in beschermde gebieden. De trend is om hier onder voorwaarden meer ruimte voor te bieden, passend bij maatschappelijke ontwikkelingen, mits het reversibel is en de beeldkwaliteit bewaakt blijft. 11. Agendapunten volgende vergadering d.d. 12 februari 2026 Stand van zaken transformatiebeschrijvingen. 12. Rondvraag / WVVTK Er zijn geen opmerkingen voor de rondvraag. 13. Sluiting De voorzitter dankt de aanwezigen en sluit de vergadering. De volgende vergadering vindt plaats op 12 februari 2026.
Pagina 1 van 2 Geachte leden van de raad, In het raadsvoorstel toekomstbestendig begraafplaatsenbeleid is weinig aandacht voor de bestendigheid van de monumentale dodenakkers en de monumenten daarop. De focus ligt op de in te richten natuurbegraafplaats aan de Kloosterdijk te Bredevoort en op de begraafplaatsen aan de Varsseveldsestraatweg te Aalten en het Kerkhofpad te Dinxperlo. Belangrijke motieven: kosten, andere visies op een plek na de dood en de inrichting. In de Beleidsnota Begraafplaatsen (bijlage 1) wordt vermeld dat de gemeente als historische begraafplaatsen o.a. aangewezen heeft de gehele oude algemene begraafplaats aan de Prins Mauritsstraat te Bredevoort; de gehele oude r.-k. begraafplaats aan de Bolwerkweg te Bredevoort en de gehele oude r.-k. begraafplaats aan de Piet Heinstraat te Aalten, hier ook met het baarhuisje én met het calvariekruis als cultuurhistorisch waardevol. Door de bovengenoemde aanwijzingen kennen deze begraafplaatsen al een beschermde status. In de Beheerverordening (Bijlage 2) worden onder het begrip ‘Begraafplaatsen ‘de Piet Heinstraat en de Bolwerkweg Bredevoort niet genoemd en de Prins Mauritsstraat Bredevoort wel. Op deze laatste plaats kan dus blijkbaar nog bijgezet worden. In bijlage 3 ‘Beheerplan begraafplaatsen’.
Hierin staat vemeld: Begraafplaats aan de Piet Heinstraat in Aalten ‘De begraafplaats aan de Piet Heinstraat in Aalten blijft onder beheer van vrijwilligers die het onderhoud verzorgen en de cultuurhistorische waarden borgen. Nieuwe begravingen zijn niet meer mogelijk, bijzettingen in bestaande graven blijven toegestaan. Door extensief beheer worden biodiversiteitswaarden versterkt. De gemeente faciliteert de vrijwilligers. Dit in de vorm van gereedschap’. Dit klinkt mooier dan het feitelijk is. Vrijwilligers kunnen niet alleen ‘borgen’. Dat doen ze samen met de gemeente. Voor de begraafplaats aan de aan de Bolwerkweg in Bredevoort staat hetzelfde vermeld. Ook dat heeft een gemeentelijke monumentenstatus. ‘Het beschermen van funerair erfgoed staat hier centraal. Een vrijwilligersgroep verzorgt het onderhoud van het oude Katholieke gedeelte en de gemeente faciliteert. Dit in de vorm van gereedschap’. Ook dit klinkt mooier dan het is. Vrijwilligers en een actieve gemeente t.a.v. van dit erfgoed doen het samen. De algemene begraafplaats aan de Prins Mauritsstraat te Bredevoort ontbreekt. Hoe het ook zij, met deze voor mij niet steeds duidelijke passages: pleit ik namens de vrijwilligers in Aalten en Bredevoort ook voor een actief gemeentelijk beleid voor de monumentale begraafplaatsen. Ook hiervoor geldt ‘een toekomstbestendig begraafplaatsenbeleid’.
Het genoemde gereedschap als facilitair beschikbaar gesteld door de gemeente vraagt om aanvulling anders dan die van schoffels, spaden en scharen. De groene en diverse aankleding van deze drie begraafplaatsen behoeft echt aandacht. Trouwens op de Algemene Oude Begraafplaats aan de Mauriststraat in Bredevoort zijn geen vrijwilligers actief. De historische plek ziet er slecht uit met gaten in de groene afscheiding en een verzamelplaats voor groen afval vooraan in het zicht van de bezoeker. Het is een plek met enkele bijzondere historische graven. Onwaardig voor plek van historische waarde. Ik las in Trouw een pagina groot artikel (5 dec. 2025) onder de titel: ‘Op oude Britse kerkhoven krijgt de natuur alle ruimte’. Ruimte in flora en fauna, maar geen onbelemmerde
Pagina 2 van 2 wildgroei zo bleek al lezende. Het zijn daar gedenkparken geworden waarop de natuur, de vergankelijkheid en de zin van het bestaan te beleven is. De cyclus van de voortdurende wisseling der seizoenen en hoe na de winter het wonder van het nieuwe groen zich ontvouwt. Zoals ook de oud christelijke wijsheid luidt: ‘Vita mutatur non tollitur’. (Het leven wordt veranderd, niet weggenomen). De eeuwigheid, het nadenken daarover, de verwondering om te mogen leven, het kan op een groene long, die dan een historische begraafplaats is, beleefd worden. Ook door een paar pakkende teksten op de baarhuisjes. Niet schreeuwerig maar sereen en tot overpeinzingen uitnodigend, voor gelovigen, twijfelaars en ongelovigen. Ik pleit voor een andere inrichting van de monumentale begraafplaatsen. Daarbij kan ook dat wat al is opgeschoten deels blijven staan, maar wel aangevuld met diversiteit, ook deels op de nu aanwezige kale gazons. Daarop kunnen best bomen worden geplant. Planmatig aangepakt in overleg met organisaties en de vrijwilligers op dit gebied is vereist. Begin met twee begraafplaatsen: De Piet Heinstraat en die aan de Mauristraat te Bredevoort. Dat kan tegen vrij lage kosten. In het Besprekingsverslag van de bijeenkomst 18 april 2024 werd ook aangedrongen op behoud van erfgoed en natuur en betrek organisaties erbij.
Alleen het aanwijzen van deze plekken als erfgoed en dat deze van historische waarde zijn, is maar een begin. Respect voor dat erfgoed vraagt aandacht. Wildgroei is afbraak. Het maar laten liggen van grafstenen, die tot puin zijn vervallen, en gevaarlijk hellende zerken doen afbreuk aan de titel ‘van historische waarde’. Op naar zingevingsparken, waarin natuur, diversiteit aan flora, aan vogels van de hemel en het overdenken en beleven elkaar versterken. Het kunnen plekken worden die niet afschrikken, maar uitnodigen voor een bezoek. Kortom: Roep een werkgroep bijeen. Laat een hovenier een ontwerp maken voor een van de twee oude begraafplaatsen als pilot, met als richting diversiteit in groen, gemakkelijk te onderhouden door vrijwilligers. Uitnodigend ook voor vogels en insecten. Kortom: naar een groene long waar zingeving en stilte te beleven is. Hans de Graaf 3 februari 2026
Versluierd erfgoed VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE
Colofon Samenstelling Hans de Graaf en Bert Stronks
Vormgeving en lay-out Thijs Nieuwenhuis Fotografie Marco Geurink, tenzij anders aangegeven Opdrachtgever Bestuur Vereniging Bredevoorts Belang
December 2025
Voorstellen voor het herstel en beleefbaar maken van de vestingwerken.
‘Wat sluimert moet ontwaken: verborgen vestingwerken en verdwenen water’
Mede ter gedachtenis aan ds. H.A. Hauer, die in 1957 als eerste de geschiedenis van Bredevoort laagdrempelig beschreef en velen inspireerde.
Versluierd erfgoed VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE
Inhoud 1
Inleiding
6
2
Kaders
7
3
Doel van deze visie
8
4
Het historische verhaal van Bredevoort
9
4.1
Een nieuwe vesting
9
4.2
Na 1800
10
5
Bre-voort als een haast symmetrische vesting
11
6
De verwevenheid tussen burgers, het regiment en de vestingwerken
16
6.1
Bredevoort heeft een verhaal
17
6.2
Archiefonderzoek
17
6.3
Oude verhalen
18
6.4
Waterbeheer
18
7
Inzet tot herstel, accentuering en beleefbaar maken van de vestingwerken
19
8
Voorstellen om enkele versluierde vestingwerken te herstellen of te accentueren en beleefbaar te maken
21
8.1
Kaarten en foto’s
21
8.2
A
De Aalterpoort, brug, grachten, ravelijn en volkstuinen
30
8.3
B
Schootsveld ‘de Koppele’
34
8.4
C
Plan Slingeplas-’t Broock Bredevoort
37
8.5
D
Bastion Welgemoed, gracht en Munsterbrug
38
8.6
E
Het centrale plein ’t Zand
39
8.7
F
De Kroezenboom
40
8.8
G
Silhouetten van historische figuren
43
9
Tussen droom en daad
44
10
Samenvatting
45
11
Geraadpleegde publicaties en archieven
46
12
Bijlagen
47 VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025
5
1 Inleiding Een groot gedeelte van de voormalige vestingwerken van het stadje Bredevoort is verdwenen of ligt versluierd in de historische gronden. Wij spreken dan over de vestingwerken zoals die na het jaar 1606 tot stand kwamen.1 De oorzaken van het verdwijnen en de versluiering zijn gelegen in: 1. Het niet langer relevant zijn van de werken in de tweede helft van de 18e en in de 19e eeuw. De vestingwerken waren door de landelijke overheid overgedragen aan het burgerlijk bestuur van de Heerlijkheid Bredevoort. Het onderhoud van de vestingwerken met twee poorten en twee ravelijnen was kostbaar. De al deels dichtgegroeide grachten werden door de burgers gedempt en de wallen geslecht. Aan de N.O.-zijde van het stadje pas in de jaren 20 van de vorige eeuw. 2. Een onontwikkeld besef in die dagen van het belang van historisch erfgoed zowel bij de overheid als bij de bevolking. 3. De behoefte om uit te breken uit het nauwe korset van grachten en wallen voor bouwkavels en de uitbreiding van het stadje. Onder de versluiering van de vestingwerken verstaan wij het deels nog herkenbare patroon van vestingwerken, die door onvoldoende aandacht voor een ongeoefend oog niet herkenbaar zijn, maar met maatregelen weer in ere hersteld, geaccentueerd en beleefbaar gemaakt kunnen worden. 1
Uit: Bredevoort, CULTUURHISTORISCHE ANALYSE, CULTUURHISTORISCHE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDERING VAN DE BEBOUWING EN STRUCTUREN, BESTEMMINGSPLANGEBIED BREDEVOORT. Onderzoek i.o.v. de gemeente Aalten, door Monumenten Advies Bureau, oktober 2011. ‘In en rond Bredevoort bevinden zich nog allerlei locaties, waar de bovengrondse cultuurhistorie door ingrepen uit verleden en heden minder zichtbaar is geworden en waar jongere tijdslagen zo nadrukkelijk aanwezig zijn, dat de oudere (onderliggende) lagen niet meer goed leesbaar zijn’. 6
VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025
Plattegrond van de vestingwerken van Bredevoort na 1628 (na aanleg van de bedekte weg rond de vesting) en vóór 1646 (explosie van de kruittoren). Detail uit de Stedenatlas van Blaeu. Het noorden links boven. In de bedekte weg rond de vesting zijn hier 4 wapenplaatsen getekend. Deze komen op latere plattegronden niet voor.
2 Kaders Deze visie op de vestingwerken van Bredevoort past binnen de Erfgoednota Oost In de uitwerking van onze visie zullen wij refereren aan deze 10 focuspunAchterhoek 2025, uitgebracht door de drie samenwerkende gemeenten Aal- ten. Maar bovenal past deze visie op een ontwikkeling aan de basis: ten, Oost Gelre en Winterswijk. Deze nota gaat indringend in op het belang van a. op het door de inwoners opgestelde ‘Toekomst maak je samen; ons erfgoed, dat het DNA van onze samenleving is. ‘Bij erfgoed gaat het om dinontwikkelingsplan Bredevoort 2025-2035’;2 gen uit het verleden, die bewaard zijn gebleven. Het zijn dingen die we zo waarb. op de zogenaamde Dorpendeal3 Bredevoort, waarin diverse deeldevol of betekenisvol vinden dat we ze willen houden. Het is onze missie om ons projecten als bouwstenen. Daarin ook de bouwsteen ‘Ontmoeting: cultureel erfgoed door te geven aan volgende generaties’. Erfgoed geeft beteketheater, historie en bewegen in het groen’.4 nis aan onze leefomgeving, zorgt voor karakter en verbondenheid en geeft kleur aan onze omgeving. Nadruk in de Erfgoednota Oost Achterhoek wordt ge- Deze kaders geven richting. Echter: het is tijd om ook te onderkennen dat een legd op tien belangrijke focuspunten (aandachtspunten). Deze focuspunten hel- veelheid aan rapporten en visies vraagt om eindelijk ook concreet te worden.
Dat pen om erfgoed sterk te verankeren in de praktijk. Want ze geven richting aan willen wij in deze visie dan ook zijn. Reeds ingang gezette ontwikkelingen worden (zijn een leidraad voor) de acties binnen het uitvoeringsprogramma en het zijn in deze visie meegenomen, anders gezegd: deze worden met onze voorstellen kaders voor (ruimtelijke) ontwikkelingen. verbonden. Deze punten zijn: 1. Erfgoed en ruimte (het verhaal van de plek); 2. Erfgoed beleven; 3. Toekomstbestendig erfgoed; 4. Erfgoedbewustzijn; 5. Deskundigheid; 6. Erfgoed als middel. Erfgoed kan ook een hulpmiddel zijn om maatschappelijke doelen te bereiken. Het kan een belangrijke rol spelen bij bijvoorbeeld sociale cohesie (samenhang) en identiteit, economie en duurzaamheid; 7. Erfgoededucatie; Uitreiking Dorpendeal aan Bredevoort in september 2025. Foto: Gemeente Aalten 8. Erfgoedvrijwilligers; 2 9. Jongeren en erfgoed; Zie hoofdstuk 3.7 Kunst, cultuur en historie; blz. 34 3 10. De kracht van samenwerken, lokaal en tussen de drie samenwerken Dorpendeal in de Achterhoek is een subsidieregeling van de provincie Gelderland om dorpen te helpen versterken. Het is een samenwerking tussen inwoners, de gemeente en de gemeenten. de provincie om projecten te financieren die de sociale verbondenheid en leefbaarheid in een dorp verbeteren. 4 Aanvraag Bredevoort; ‘Toekomst maak je samen’ versie 07-07- ’25; blz. 22 en verder.
VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025
7
3 Doel van deze visie Vereniging Bredevoorts Belang wil: a. aan de hand van archeologische gegevens; b. door archiefonderzoek naar de vormgeving en het onderhoud van de vesting Bredevoort,5 c. door het in kaart brengen van de versluierde vestingwerken of onderdelen daarvan; een totaal overzicht geven van die onderdelen, die ontsluierd, d.w.z. hersteld, geaccentueerd en beleefbaar gemaakt kunnen worden. Zij vormen een belangrijk onderdeel van het erfgoed van Bredevoort en dragen bij aan de identiteit van het stadje als centrum van de voormalige Heerlijkheid Bredevoort.
6.
7.
Door nieuwe inzichten over duurzaamheid en waterhuishouding in het van oorsprong natte gebied van Bredevoort en dit, daar waar mogelijk, te koppelen aan het herstel van dat wat versluierd is; Door Vestingstadje Bredevoort te zien als sociale onderneming.
Deze plekken willen wij opgenomen zien in een meerjarenplan, waarin een fasegewijze aanpak, waarbij ook de oude waterhuishouding in en om de doorwaadbare plaats (die de stad in het lage landschap was en waaraan het zijn naam ontleende) meegenomen wordt, tegen het licht van de zich veranderende klimatologische omstandigheden. Dat willen wij doen: 1. uit respect voor wat vorige generaties tot stand hebben gebracht; 2. Om naar voren te laten komen wat door gebrek aan historisch besef is verdwenen en/of versluierd is geraakt; 3. Om een stimulans te geven aan de historiciteit van Bredevoort met zijn karakter als oude vestingstad; 4. Door het in balans brengen van de historische en hedendaagse waarden; 5. Om mede het toerisme en de economie in het stadje te bevorderen, waarbij een relatie met de stad Grolle (2014) en het Duitse Anholt6 ook van belang is;
8
VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025
5
Zie bijlage A: Bert Stronks; Archiefonderzoek naar de vestingwerken en het onderhoud tussen 1603-1756. Nationaal Archief: Archief van de Raad van State en Erfgoed Centrum Achterhoek en Liemers (ECAL): Drost en geërfden van Bredevoort 0098-390. Indicatieve onderdelen daaruit hertaald door Hans de Graaf. 6 De geschiedenis van de vesting Bredevoort hangt samen met die van Groenlo en ook met het Duitse Anholt. Koning Philips II van Spanje, als hertog van Gelre, gaf de heerlijkheid Bredevoort voor 50.000 Vlaamse schilden in pand aan zijn vazal Dietrich van Bronckhorst-Batenburg, heer van Anholt. Hij bezat al veel goederen en rechten in de heerlijkheid Bredevoort bezat. Opvolger was zijn schoondochter Gertrud van Millendonck. Het Anholter pandschap was van 1562 tot 1612. Een turbulente periode, waarin begonnen werd met de nieuwe vestingwerken Bredevoort.
4 Het historische verhaal van Bredevoort Het stadje ligt in het oostelijke deel van de Gelderse Achterhoek, op de zuidwestrand van het Oost-Nederlands Plateau. Het stadje is onderdeel van de gemeente Aalten, dat verder nog bestaat uit de dorpen en buurtschappen Aalten, Dinxperlo, De Heurne, Heurne, Barlo, Dale, Haart, IJzerlo, ’t Klooster en Lintelo. Bredevoort is ontstaan op een zandrug in een moerassig gebied. De naam verwijst naar de ‘brede voorde’ ofwel een doorwaadbare plaats door laaggelegen natte gronden. Deze doorgang vormde een onderdeel van een route, die zich ontwikkelde als een belangrijke verbindingsweg naar Bocholt en Zutphen. De doorgangen en heelwegen in het gebied maakten op den duur deel uit van belangrijke handelsroutes, die onder meer over Aalten liepen. De oudste vermelding van Bredevoort dateert uit 1188, toen de Bredevoortse burcht werd genoemd in een bezittingenlijst van de bisschop van Keulen. Dit aan de Slinge ofwel Slingerbeek gelegen ‘Castrum de Bredefurt’ lag ter hoogte van het huidige plein ’t Zand. In 1238 kwam de burcht in handen van de graven van Lohn, die er tol hieven. Bij de burcht groeide, waarschijnlijk vanuit de voorburcht, een bescheiden nederzetting waaruit zich later een kleine versterkte stad ontwikkelde. Dit laatste was een direct gevolg van de strijd om Bredevoort tussen de graaf van Gelre en de bisschop van Münster.
De graaf van Gelre, die als overwinnaar uit deze strijd tevoorschijn kwam, versterkte de nederzetting met een muur. Vanaf 1326 kwam Bredevoort definitief onder Gelders bestuur en in 1388 werden stadsrechten verleend. De stad bleef onder de Gelderse hertogen tot 1543, toen keizer Karel V na de Vrede van Venlo de nieuwe machthebber werd. 4.1 Een nieuwe vesting Tijdens de 80-jarige Oorlog kwam de stad afwisselend in handen van Spaanse en Staatse troepen. In de belangrijke periode van het Anholter pandschap van Bredevoort (1562-1612), een tijdsgewricht vol tegenstellingen, nam in 1597 prins Maurits de stad zeer gewelddadig in.
Toen de Spanjaarden Bredevoort in 1606 opnieuw trachtten in te nemen werd de stad ontzet door Frederik Hendrik. Daarna werden de middeleeuwse stadsmuren vervangen door vestingwerken volgens het Oud-Nederlandse stelsel. Als heerlijkheid kwam het in 1612 in handen van het Huis Oranje-Nassau. Zeer ingrijpend was de ‘Kruittorenramp’ op 12 juli 1646. De bliksem trof de Kruittoren van het kasteel, waardoor deze ontplofte. Dit leidde niet alleen tot zware schade aan het kasteel, maar trof ook een groot deel van het stadje. Veel huizen gingen verloren, waaronder het Ambthuis. Veertig mensen verloren het leven. Het kasteel verdween hiermee van de kaart en pas in de 18de eeuw werd het voormalige burchtterrein gedeeltelijk bebouwd. In die periode ontstonden de VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025
9
huidige Hozenstraat en de Gasthuisstraat. Na 1755, toen de vestingfunctie werd opgeheven, zijn de verdedigingswerken ontmanteld. De vestingwerken verdwenen grotendeels ten behoeve van agrarische doeleinden en woningen, waarbij de borstweringen en onderwallen allereerst verdwenen. Uit een verslag uit 1784 blijkt dat de stadspoorten inmiddels gesloopt en de bastions en wallen vrijwel niet meer te herkennen waren. Slechts van één bastion (Welgemoed met walkorenmolen) bleef het zogeheten terreplein behouden. Tegenwoordig resteren van de 17de-eeuwse vesting nog een deel van de gracht, twee tot park vergraven resten van bastions en het bastion Welgemoed met de molen. Elders rond de oude kern zijn in de structuren van percelen sporen van de imposante vesting traceerbaar. 4.2 Na 1800 In 1818 werden Aalten en Bredevoort samengevoegd tot de nieuwe toenmalige gemeente Aalten. De burgemeesters bleven evenwel nog vrij lang woonachtig in Bredevoort. In de kern vond nog verdichting plaats op onbebouwde percelen in de oude straatwanden en op het voormalige burchtterrein. De huidige Koppelstraat werd na 1870 opgewaardeerd tot een belangrijke verbinding naar de nieuwe uitvalsweg in zuidelijke richting. Vanuit het noorden werd het stadje ontsloten door de nieuwe Kruittorenstraat. Na de Tweede Wereldoorlog vond in de kern en op de voormalige wallen en grachten nieuwbouw plaats.
In latere jaren ontstonden buiten de oude kern nieuwe straten en wijken. Toch ontkwam Bredevoort niet aan het karakter van een ingeslapen stadje. Een kwijnende middenstand en panden verloren hun functie en kwamen leeg te staan. Impulsen kwamen er door ‘Bredevoort Boekenstad’ en een herbestemming van panden. Uitdagingen bleven er echter. Die uitdagingen zijn door Vereniging Bredevoorts Belang aangegaan, ook wat het behoud van erfgoed betreft, maar ook door particuliere initiatieven. De ontwikkelingen in de vestingwerken, wat aanleg, aanpassingen en onderhoud betreft, lieten zeer herkenbare en versluierde sporen na. Deze vragen om herstel. Hoe ontwikkelde zich de vesting als vorm, ontstaan na het jaar 1606. Deze vorm is immers ons object. Dat wordt in het volgende hoofdstuk toegelicht. 10
VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025
5 Bre-voort als een haast symmetrische vesting Frederik Hendrik had de stad in het jaar 1606 weer ingenomen. In 1609 werd in de 80-jarige oorlog een algehele wapenstilstand overeengekomen, die tot het jaar 1621 stand hield. Dit genoemde ‘Twaalfjarig Bestand’ was een periode in de 80-jarige oorlog waarin niet met de Spanjaarden werd gevochten. ‘Bereid je voor op oorlog’ was het devies. In de betrekkelijke rust werd besloten tot versterking van de vesting Bredevoort over te gaan. Vooral ook door toedoen van Prins Maurits. De vesting moest worden ingericht volgens het zgn. Oud-Nederlands model. Een vesting met grachten, die op hun smalst ca. 50 à 60 meter breed waren,7 brede wallen en zes bolwerken met de toch wel aan dapperheid en standvastigheid refererende namen: Vreesniet, Treurniet, Onversaegt, Stoltenborg of Stolzenborg, Welgemoed (met molen) en Ossenkop. Er waren twee poorten: de Aalterpoort en de Misterpoort, soms ook de Munsterpoort genoemd. Vóór elke poort was een ravelijn, een soort eilandje waarover de uitgaande weg liep. De veste was een schakel in de verdediging van het oostelijk deel van de republiek. De totstandkoming ging niet vanzelf. Naast de kosten, te betalen door de Generale Staten en Gelderland, dienden boeren, burgers en buitenlui aan te treden met spaden, kruiwagens en paardenkrachten.
Het zal de inwoners wel werkgelegenheid hebben opgeleverd, maar de betaling was slecht geregeld.8 Na ongeveer 20 jaar was alles gereed zoals het hoorde. De Slingebeek, die in die tijd een bedding volgde langs het ravelijn voor de Misterpoort, zorgde via een sluisje voor de waterstand in de grachten. Hoewel niet direct van grote invloed op de vestingwerken, was de Kruittorenramp op zondag 12 juli 1646, twee jaar voor de Vrede van Münster in 1648. Het was een grote morele tegenslag voor de bevolking en ook voor het gelegerde garnizoen. ’s Middags tussen 3 en 4 uur brak een hevig onweer los. De bliksem trof de kruittoren op het kasteel. De ontploffing was hevig, het kasteel lag in puin en een groot deel van de huizen leed grote schade. In totaal vonden 40 mensen, waaronder minstens acht kinderen en enige leden van het regiment, de dood.9 De onderkomens van het garnizoen waren verwoest en de kosten voor herstel
werden geschat op bijna 6.000,- gulden, een enorm kapitaal in die dagen. Een probleem was het onderbrengen van het buskruit, dat elders in Bredevoort lag. Uit het archief: ‘Er zijn twee kelders op het kasteel die men gemakkelijk kan inrichten om het kruit op te slaan, omdat er geen andere geschikte plaats is dan deze kelders. Het ligt nu in een ‘mijn’ en zal binnen een periode van twee maand vochtig worden. Het is daar altijd nat. Als het hard regent staat het water in die ‘mijn’ wel twee voet hoog. Er loopt daaronder een goot waardoor iedereen water loost, zodat de afvoer het niet aan kan. De ‘mijn’ is van buiten afgesloten. Om te voorkomen dat al het kruit bederft, heb ik daarvan een bestek laten maken met enige marge. De kosten komen op 1.000,- gulden, terwijl er 1.500,-voor gevraagd werd’.10
7
Janssen, G.B.: Van Langhe Griet en het bolwerk Treurniet in ‘Bredevoort een heerlijkheid‘ onder redactie van het Staring Instituut 1988. 8 Voor de aanleg van de vestingwerken en voor de uitbreiding van de stad was het dempen van een gedeelte van het moeras noodzakelijk. Ook voor het bouwen van hoge aarden wallen was buitengewoon veel grond nodig. Het buiten de stad gelegen land zal daarvoor zijn afgegraven. De boeren moesten zonder vergoeding deze grondtransporten uitvoeren. Op 22 juni 1624 vroeg de drost van Bredevoort aan de Staten Generaal om het voor fortificatie afgegraven land aan de armen te vergoeden. Dit opmerkelijke verzoek van de drost is een ondersteuning voor de aanname dat de verbouwing en uitbreiding van de stad Bredevoort tijdens het Twaalfjarig Bestand na 1612 en vóór 1624 heeft plaats gevonden. In een advies op 1 juli 1624 aan de Staten Generaal meent de Raad van State dat het onmogelijk is om aan de ingezetenen van Bredevoort vergoeding van schade te geven voor de aanleg van fortificaties. Bij gelegenheid zullen enkele gecommitteerden van de Raad van State ook naar Bredevoort zijn gegaan in verband met de bouw van een nodige kruittoren. 9 Zie het verhaal van de Kruittorenramp op de luisterpaal, hoek ’t Zand/Kruittorenstraat. 10 Bijlage A: Bert Stronks; Archiefonderzoek naar de vestingwerken en het onderhoud tussen 1603-1756.
Nationaal Archief: Archief van de Raad van State en Erfgoed Centrum Achterhoek en Liemers (ECAL): Drost en geërfden van Bredevoort 0098-390. Indicatieve onderdelen daaruit hertaald door Hans de Graaf. VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025
11
De vestingwerken vroegen om behoud. Het onderhoud werd door de landelijke overheid gecontroleerd door inspecteurs en aanbesteed. In een bestek stonden gedetailleerd de werkzaamheden voor de komende drie jaren.11 Het resultaat was soms onder de maat gebleven. In 1672, het zgn. Rampjaar door de inval van Christoffel Bernhard van Galen uit Münster (Bisschop Bommen Berend genoemd), waren er voorafgaande daaraan allerlei klachten. Er waren afgedamde grachten en op sommige bolwerken waren moestuinen aangelegd. De magazijnen waren verwaarloosd, de affuiten, waarop de 20 schier onbruikbare kanonnen stonden, vergaan. Minder aandacht voor vestingen had ook te maken met de grotere aandacht van de Republiek voor de militaire kracht van de vloot onder aanvoering van Holland en Zeeland. De Bredevoortse gebeurtenissen in 1672 zijn in 1742 beschreven door P. Valckenier.12 In 1704 werden de vestingwerken verbeterd volgens de inzichten van vestingbouwer Menno van Coehoorn. De waterhuishouding kreeg daarbij om strategische redenen ook de aandacht. In de gronden rond Bredevoort konden belegeraars zich ingraven om van daaruit de vesting te bestoken. Het onder water laten lopen van het lage land was bij gevaar een bijkomend voordeel.
Daarom werd opdracht gegeven om het maaiveld 240 meter rond de vesting, ondanks de protesten van de boeren, af te graven tot op een hoogte van 4 voet boven de grondwaterstand in de zomer. Bredevoort, in al die natheid, werd een haast onneembare vesting. Tussen 1727 en 1729 kwamen er twee nieuwe fronten en voor beide poorten nieuwe contrescarpen.13 Daarbij werden de toegangswegen verlegd over lagere gronden. Dat betekende echter ook, dat in het natte seizoen het verlaten en ingaan van Bredevoort moeilijk was en dat er klachten kwamen.14 Een eind ten zuiden van Bredevoort werd de watervoorziening voor de grachten verbeterd door de aanleg van fort Oranje aan de Slinge, later ’t Vonder genoemd en in 20e eeuw genaamd de Stuwe. In 1734 tekende J.L. de Lane du Thay, een familielid van de drost van Bredevoort, de zeer sterke vesting, waarbij hij wel de namen en posities van de bolwerken verwisselde. 12
VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025
De bovengenoemde P. Valckenier, met de wetenschap van dat moment, onderstreepte in zijn werk uit 1742 de sterkte van de vesting Bredevoort: ‘De stad Brevoort sorteerende onder het Graafschap Zutphen is om haare goede situatie, als bijna geheel omcingelt zijnde van Moerassen en Wateren, van sulken sterkte, dat het sijne buyten-Vyanden seer licht kan beletten allen acces en aannaderinge, hebbende tussen de moerassen door maar twee Advenuwen op de Poorten, te weten de Alter- en Mister Poort en was op ’t aankomen der voorschreven Bisschoppelijke Volkeren omtrokken met 6 bolwerken en 2 ravelijnen’. De tijden waren veranderd. De Raad van State nam in 1755 een resolutie aan waarin het besluit om de fortificaties buiten gebruik te stellen en over te dragen aan de burgerlijke overheden. Dat betekende dat men naar eigen goeddunken ermee kon doen wat met wilde. Voor de wallen en ravelijnen daarop en daarvóór ook allerlei defensieve onderdelen betekende dit het begin van het einde. Het onderhoud van de bruggen en de poorten bleef echter wel de aandacht vragen en bracht kosten met zich mee. Het vertrek van het regiment met zijn compagnieën en leidinggevenden was aanstaande. Ook het leven van die Bredevoortse inwoners, die bijdroegen aan het levensonderhoud, veranderde. In 1759 was het regiment vertrokken en bleek er weinig toezicht op de veiligheid achter de poorten en grachten.
Er kwam een reglement op het sluiten en openen van de poorten. 11
Zie bijlage A: Bert Stronks; Archiefonderzoek naar de vestingwerken en het onderhoud tussen 1603-1756. Nationaal Archief: Archief van de Raad van State en Erfgoed Centrum Achterhoek en Liemers (ECAL): Drost en geërfden van Bredevoort 0098-390. Indicatieve onderdelen daaruit hertaald door Hans de Graaf. 12 ’t Verwerd Europa ofte Politijke en Historische Beschrijvinge sedert 1664, pag. 441-445. 13 Een contrescarpe is in de vestingbouwkunde de buitenste talud of helling van een gracht, aan de kant tegenover de vestingwal. Soms wordt de term ook gebruikt om de hele buitenoever van de gracht, inclusief de gedekte weg en het glacis, aan te duiden. Een glacis is een schuin aflopend talud. Als bijlage (B) is een aantal termen voor onderdelen van een vestingwerk kort uiteengezet. 14 Zie archiefonderzoek door B. Stronks, bijlage A.
In 1734 tekende J.L. de Lane du Thay, een familielid van de drost van Bredevoort, de zeer sterke vesting, waarbij hij wel de namen en posities van de bolwerken verwisselde. VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025
13
In 1784 waren de poorten al gesloopt. De twee bruggen waren verwijderd en vervangen door brede dammen door de grachten. Het zand daarvoor kwam van de wallen. Oók werkgelegenheid, maar wel met een aantasting van wat eens was. Behoud van erfgoed speelde toentertijd nauwelijks tot geen rol. Het hoofd van boeren en burgers boven water houden was het devies, letterlijk en figuurlijk. Luitenant-kolonel en ingenieur J.G. Stahlschmidt tekende op 10 november van dat jaar de situatie. Van de vestingwerken was weinig meer over. Bolwerk Vreesniet (ter hoogte van de huidige theekoepel) was veranderd in vlakke moestuinen, de ravelijnen en de magazijnen onbruikbaar. Aan de andere bolwerken hadden schop en kruiwagen ook hun werk gedaan en de onderwallen waren grotendeels niet meer aanwezig. Alleen bolwerk Treurniet (waarvan de huidige Kruittoren een restant is) en bolwerk Stoltenborg (aan de huidige Ambthuiswal) waren nog herkenbaar als verdedigingswerken.
ploffing van een oud kanon, gevonden in de afgegraven wallen. Het deed dienst voor de opluistering van festiviteiten door het afvuren van saluutschoten. Op 24 juli 1890 tijdens een bezoek van de Aartsbisschop van Utrecht, die het Heilig Vormsel had toegediend, ontplofte het. Twee kinderen vonden de dood.
Nieuwe heren, toen alléén ‘heren’, dachten na over nieuwe plannen en deelwijzigingen van de vestingen. Ook voor Bredevoort. Het was mosterd na de maaltijd. Zij werden niet uitgevoerd, mede door de definitieve veranderingen in het politieke klimaat en de sterk veranderde strategieën in de ‘krijgskunst’. In 1799 bevond Nederland zich in de Bataafs-Franse Tijd (1795-1813), een periode waarin het land onder Frans gezag stond en zich de Bataafse Republiek mocht noemen. In Frankrijk greep generaal Napoleon Bonaparte in 1799 de macht met een staatsgreep, wat het begin markeerde van het Napoleontische tijdperk. Nederland werd bestuurd als een vazalstaat, maar hield nog een eigen bestuur met een grondwet. De erfprins van Oranje genoot asiel in Engeland, maar zijn aanhangers, de orangisten, ontketenden in 1799 o.l.v. August Robert van Heeckeren van Suideras in de Achterhoek een opstand. Ook in Bredevoort. Het enige wapenfeit hier was een oranje vlag aan de St.-Joriskerk en het omhakken van de zgn. vrijheidsboom op ’t Zand (het plein waar in de glorietijd het kasteel had gestaan). In 1840 blijken de wallen en de twee ravelijnen tuinen en weiden te zijn. Ook in de jaren daarna werden de lage gronden door het graven van sloten ontwaterd en beken werden verlegd.15 Het laatste maar droevige wapenfeit was de ont14
VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025
15
Zo werd de Slingebeek verlegd. Die stroomde aan de oostzijde van Bredevoort rond het voormalige ravelijn van de vroegere Misterpoort. Vanaf de Bekendijk groef men een nieuwe bedding en verderop met een scherpe bocht richting bastion Welgemoed (met de molen). Het is de huidige bedding, waarover de Munsterbrug.
De situatie van de vestingwerken rondom Bredevoort in 1784. VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025
15
6 De verwevenheid tussen de burgers, het regiment en de vestingwerken Over elke plek in Nederland is een verhaal te vertellen. Hoe en waarom is die plek zo geworden zoals zij nu is? Verhalen refereren ook aan de hieronder genoemde focuspunten: 1. Erfgoed en ruimte (het verhaal van Bredevoort). 2. Erfgoed beleven, door zichtbaar te maken wat mogelijk is. 3. Toekomstbestendig erfgoed, waarbij de duurzaamheid en het onderhoud van belang zijn. 4. Erfgoedbewustzijn, een belangrijke focus omdat er ook tijden zijn aan te wijzen van geen interesse, nonchalance en leven bij de waan van de dag, zonder besef van geworteld te zijn in het verleden. 5. Deskundigheid. Vereniging Bredevoorts Belang heeft bewezen niet alleen begaan te zijn met aandacht voor het erfgoed, behorend bij de identiteit van Bredevoort, maar ook te beschikken over deskundigheid. Daarbij was ook expertise van elders welkom, maar wel steeds de extra kosten daarbij afwegend. 6. Erfgoed als middel. Erfgoed kan ook een hulpmiddel zijn om maatschappelijke doelen te bereiken. Het kan een belangrijke rol spelen bij bijvoorbeeld sociale cohesie (samenhang) en identiteit, economie en duurzaamheid. In deze tijden van fragmentatie en sociale versnipperingen in de maatschappij, is er behoefte aan verbinding en oog hebben voor waarden en sociale binding.
Ook in tijden van het groeiend bewustzijn over de koers van ons klimaat is het zinvol, om binnen de ontwikkeling van het erfgoed, de aandacht in een van oorsprong laag en nat gebied, waaraan de Brede-voorde zijn naam dankt, te richten op waterbeheer.16 Dan is het mogelijk, waar het kan, de oorspronkelijke gesteldheid verantwoord te herstellen. 7. Erfgoededucatie. Deze visie is ook opgedragen aan Ds. Hauer, predikant te Bredevoort. Hij was in de jaren 50 van de vorige eeuw de eerste die besefte hoe belangrijk de geschiedenis van je eigen plek 16
VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025
8.
9.
10.
16
is. Je weet je geworteld en verkrijgt, door educatie ervan, respect voor de plek waar je leeft en adem haalt.17 Erfgoedvrijwilligers. Zeker, alles afschuiven naar de overheden is gemakkelijk. Ook de Vereniging Bredevoorts Belang als vrijwilligersorganisatie beseft dat de betrokkenheid van inwoners bij het erfgoed een voorwaarde is. Daarbij hoort echter ook een volwaardige en slagvaardige belangstelling van de overheid, gezien ook de maatschappelijke impact van de overige focuspunten. Jongeren en erfgoed. Het is vast te stellen dat het aandeel van jongeren bij het vrijwilligerswerk in de activiteiten van de Vereniging Bredevoorts Belang voor verbetering vatbaar is. Onder enkele bovenstaande focuspunten is af te leiden dat het ook een maatschappelijke opgave is. De kracht van samenwerken, lokaal en tussen de drie samenwerken de gemeenten. Wij richten ons op de samenwerking van de drie gemeenten, waarbij de knowhow betreffende de ontwikkeling van ons erfgoed in Oost Gelre ons kan inspireren en verrijken.
Zie ook: Notitie van de Provincie Gelderland ‘Kader voor leefbare verstedelijking in Gelderland’, met thema’s droogte, hittestress, wateroverlast, bodemdaling en biodiversiteit maart 2024. Voorts is als leidraad te nemen ‘Het biodiversiteitsplan van de gemeente Aalten’, 3 juli 2023. En Provincie Gelderland; Kadernota vernieuwing omgevingsvisie:’ Er vindt een klimaatverandering plaats, waardoor we te maken hebben met onder andere droogte, hitte en andere weersextremen, zoals veel neerslag in korte tijd. 17 Een van de samenstellers, schoolgaand in Bredevoort op de fundamenten van de Aalterpoort medio jaren 50 van de vorige eeuw, ontving nooit een les waarin de geschiedenis van de vesting of heemkunde aan bod kwam.
6.1 Bredevoort heeft een verhaal Belangrijke en inspirerende bronnen om het verhaal te vertellen zijn de archieven. Uit ons onderzoek daaruit komt een sterke verwevenheid naar voren tussen Bredevoort als een brede doorwaadbare plaats, de defensieve militaire instandhouding van de vestingwerken met water als bondgenoot, de aanwezigheid van een regiment met de economische stimulansen daarvan en de burgers. De inwoners leefden binnen het nauwe korset van de grachten, wallen en bolwerken, dat beperkingen inhield, maar ook werkgelegenheid gaf voor de instandhouding van de vesting en het bedrijf van de gelegerde militairen. De bewoonbare ruimte binnen de zes bolwerken, wallen en grachten was een kleine 5 hectare, te vergelijken met de oppervlakte van ca. 10 voetbalvelden. Daarop woonden de bestuurders (de 1e laag bewoners), het garnizoen met en zonder gezinnen (de 2e laag), die voor de inwoners een belangrijk economische factor betekende en de 3e laag, de burgers, waaronder ook kleine boeren, herbergiers, bierbrouwers en ambachtsleden. Op 30 mei 1635 werd, waarschijnlijk voor het innen van belasting, een lijst opgesteld van o.a. haarden, brouwketels en bakovens. Maar liefst 16 bakovens, aannemelijk deels voor de magen van het garnizoen, werden geteld. Het totaal aantal huizen en hutten komt op 190 stuks,18 uitgezonderd de behuizingen van de leden van het regiment.
Als we aannemen dat er voor drie regimenten in totaal 120 manschappen waren en gemiddeld per huishouden 5 personen, dan komt het aantal inwoners van de vesting op ca 1.070 personen. Een spiegel van het aantal inwoners van de kleine vesting biedt ook de kadastrale opmeting met bijlagen van de bewoners uit 1828. De grachten waren toen nog volledig aanwezig. Er waren 113 hoofdbewoners waaronder allerlei handwerklieden.19 Het garnizoen is dan al lang vertrokken. Het aantal bewoners van de al grotendeels ontmantelde vesting ging de 1000 niet te boven. Eigenlijk stagneerde het leven in het stadje, ondanks de diversiteit aan ambachten, die ook hun nering haalde uit de omliggende dunbevolkte gebieden van de voormalige heerlijkheid. Ook rond de wisseling van de 19e en 20e eeuw huisden ruim 90019 inwoners in het wat slapende stadje. Die slapende realiteit vergeleken met de perioden als echte vestingstad, werd veroorzaakt door de afwezigheid van een garnizoen. Dat verleden heeft in belangrijke mate de identiteit van de Bredevoort gevormd.
6.2 Archiefonderzoek Uit onderzoeken in het Nationaal Archief en in het Erfgoed Centrum Achterhoek en Liemers blijkt de nauwe verwevenheid tussen het zijn van een belangrijke vesting, het onderhoud daarvan, de aanwezigheid van een garnizoen en de burgers, die ook werden ingezet voor dat onderhoud, en het voorzien in de levensbehoeften van de ingekwartierde manschappen. Een keuze uit de daarin verwoorde wederwaardigheden tussen 1603 en 1756 is als bijlage opgenomen.20 De conclusies daaruit zijn: 1. Voor de vesting Bredevoort was het onderhoud van de vestingwerken, wallen, grachten, bruggen en ravelijnen met alle daarop en daartussen aangebrachte voorzieningen van levensbelang. Er was sprake van voortdurende aandacht door inspecties en maatregelen. 2. Opmerkelijk is dan ook de grote aandacht voor het behoud van de vestingwerken. Dat is in die actieve periode van Bredevoort als een belangrijke vesting ook begrijpelijk. Het moet een fraai gezicht zijn geweest om vanuit de verte over de lage natte vlakten vóór de Brede-voorde de stad en de strakke omwalling te zien. Wat een tegenstelling met de in de 19e eeuw ingezette teloorgang en de toch wel onverschillige opstelling tegenover het erfgoed door de overheden. Maar ook door de Bredevoortse generaties van die tijd, een tijd waarvan de glorie voorbij was. Het werd een slapend stadje waarin ook armoede heerste. 3.
Dat onderhoud in de vestingperiode werd aanbesteed. Het betekende ook een economische impuls door werkgelegenheid die de aannemer bood.
18
Wartena, R. Archief van drost en geërfden van Bredevoort; ECAL Doetinchem. De Beukelaer, Hans; in Bredevoort een heerlijkheid, blz. 206. 20 Een mijne of miene was een afsluitbare onderdoorgang onder de hoofdwal, bedoeld om vijandelijke naderingen te bestrijden. Het werd in het geval van Bredevoort ook sortie of sortije genoemd: Onderzoek door B. Stronks (bijlage A), deels hertaald door H. de Graaf. 19
VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025
17
4.
5.
De leden van de aanwezige compagnieën (in deze periode ruim 100 koppen) namen op het totaal aantal inwoners een significante plaats in. Het militaire bedrijf betekende contacten, ook in economische zin, met de inwoners. De identiteit van Bredevoort is sterk ontwikkeld tijdens de actieve periode van fortificatie. Er veranderde soms nogal wat door het water, verlegging van poorten en beken, de aanleg van tuinen, het bouwen van muren en omheiningen, ook door burgers, tegen de belangen in van het behoud van gedegen vestingwerken, waterbehoud en waterafvoer. Deze identiteit is nog aanwezig, maar behoeft een flinke impuls door de versluieringen van de vestingwerken. Wat nu nog uit de versluiering kan ontwaken, hersteld of geaccentueerd, is voor het behoud van een zichtbaar en beleefbaar erfgoed van groot belang. Het is een wezenlijk deel van de identiteit van Bredevoort.
6.3 Oude verhalen De oude generatie van de huidige inwoners kent nog de verhalen van de generatie daarvoor tijdens de wisseling van de 19e en 20e eeuw. Aan de oostzijde van Bredevoort bij bolwerk Stoltenborg waren toen nog de restanten van de gracht en wallen aanwezig. Die plek droeg de naam ‘de Miene’, kort daarna gedempt en afgegraven en veranderd in een complex volkstuinen.21 Ja, in deze verwaarloosde half droge gracht huisden ratten. Met die ratten werd in Aalten de naam voor de inwoners van Bredevoort geboren: waterratten. Deze verhalen uit de volksmond over de teloorgang en die uit de archieven, geven richting aan de toekomst en aan de opgaven waar we nu voor staan. Ook zijn er verhalen uit de periode van de 80-jarige oorlog, waaronder dat van het verdwenen Spaanse zwaard Tholeta.22
18
VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025
6.4 Waterbeheer Water was een middel in de verdediging, maar ook een opgave om bij hoogwater te bergen in overloopgebieden rond de vesting. Het was het gebruik maken en sturen van een natuurlijk proces, dat meer was dan alleen maar een effectieve afvoer van water. Water diende ook te worden vastgehouden. Een gracht zonder water bood immers geen bescherming in bange tijden.23 Vandaag de dag groeit het besef dat de effectieve maatregelen om water af te voeren, uitgevoerd in de jaren 50 van de vorige eeuw en later, tot gevolg heeft dat in droge tijden water nodig is. Het opnieuw inrichten van een gebied, dat van nature waterrijk was, is dan ook een opgave. De vraag is: hoe kunnen we in de huidige klimatologische context die opgedane kennis en ervaring én de kernkwaliteiten van het erfgoed van Bredevoort opnieuw inzetten?
21
Dit complex droeg de naam ‘de Miene’, wat kan duiden op een overgeleverde naam voor een bergplaats van militair materieel nl. buskruit. Een Miene was eigenlijk een Sortie, een doorgang onder de hoofdwal. 22 Bredevoort beleefde een bloedige strijd, dít is waarom de Achterhoek dat herdenkt; Omroep Gelderland: https://www.gld.nl/nieuws/7522770/bredevoort-beleefde-eenbloedige-strijd-dit-is-waarom-de-achterhoek-dat-herdenkt 23 Het gebied tussen de huidige Tramstraat, ‘Halve Maone’ en Tolhuisweg, in de archieven en volksmond soms ‘de Koppele’ genoemd, stond tot in de jaren 70 van de vorige eeuw vaak twee keer per jaar helemaal onder water. Zie foto’s hiervan als bijlage C.
7 Inzet tot herstel, accentuering en beleefbaar maken van de vestingwerken Is er dan niets gebeurd? Heeft men alles maar bij het oude gelaten, d.w.z. de versluiering maar de versluiering gelaten? In de afgelopen jaren is gebleken dat de inwoners en ook ondernemers hechten aan het bijzondere karakter van het stadje. Men is er trots op en de Vereniging Bredevoorts Belang beschouwt het als een van de kerntaken om het erfgoed te bewaren en er betekenis aan te geven. Sterker nog: de 10 focuspunten uit de Erfgoednota Oost Achterhoek 2025 waren al langer kompassen waarop de Vereniging koerste om het belang van het unieke erfgoed in stand te houden. Voorts zijn er in hoofdstuk 2 de documenten genoemd, stukken die draagvlak hebben bij de bevolking.24 Daarbij wordt ook de realiteit onderkend: alles is niet meer te herstellen. Nieuwe wijken op en naast de voormalige grachten, wallen en bolwerken zijn een feit. Men kan het onvoldoende oog hebben voor het erfgoed in het verleden, zelfs in het recente verleden, betreuren. Ook de toch wel schoorvoetende inzet en soms zelfs het achterwege blijven van de archeologische diensten bij nieuwe plannen. Dat betekent alleen maar een uitdaging om ogen te openen en instanties te bewegen tot een actief beleid voor het behoud van het Bredevoorts erfgoed.
De meest recente activiteiten, voornamelijk accentuerende, voor het beleefbaar maken van het vestingverleden en de identiteit van Bredevoort zijn de volgende: 1. In 2016 werd op initiatief en onder leiding van de Vereniging Bredevoorts Belang gestart met de renovatie van de Tuin van St.-Bernardus, waarvan de Vereniging eigenaar is. Het werd Vestingpark St.-Bernardus. Verschillende overheden waren hierbij betrokken. Er werd gekoerst op het plan van Bureau Parklaan uit Den Bosch. In het park werd langs de Grote Gracht tot aan bastion Treurniet een zwevend pad aangebracht, dat de lijn van de onderwal volgt, die vóór de hoofdwal lag. Daarnaast werd de begroeiing aangepast en de loop van de wandelpaden onderhanden genomen. Ook de scheiding tussen het monumentale gebouw St.- Bernardus en het park werd gemarkeerd. Een uitnodigend toegangs-
pad vanaf het centrale plein ’t Zand werd gerealiseerd. Er ontstond een aantrekkelijk park, waarin naast rust, ook de beleving van dat deel van de voormalige vesting mogelijk was. Dat inspireerde een horecaondernemer om in het kolossale pand St.-Bernardus een restaurant-hotel te openen nl. Boutique Hotel & Brasserie: de Heerlyckheid. Een voorbeeld hoe, net als in het verre verleden, de uniciteit van het stadje, een economische impuls genereert. De instandhouding van de ambiance van het Vestingpark gebeurt door vrijwilligers onder de verantwoordelijkheid van Vereniging Bredevoorts Belang. 2. Even nadien nam de gemeente Aalten het initiatief, met advies van Vereniging Bredevoorts Belang, om versluierde onderdelen van het verleden te accentueren. Het betrof een nieuwe inrichting van het centrale plein ’t Zand, waarop vroeger kasteel Bredevoort, had gestaan. In het plaveisel werden de contouren aan gebracht van de entree van de burcht en er kwam een cortenstalen model van de uitleg van de vesting na 1606. Ook was het hierin mogelijk water door de verbeelde grachten te laten lopen. Onderhoud van dit plein is aan de gemeente Aalten. Wij moeten helaas constateren dat enige jaren na de renovatie, het geheel verloedert. Ook een toerist kan dit zien. Het plaveisel ziet er rommelig en niet schoon uit. Rond de bomen wringen zich de stenen aan alle kanten.
In goed overleg met de horeca, die gebruik maakt van het plein, kan de ambiance verhoogd worden. Aan de gemeente om eens kritisch te kijken naar het centrale plein, het oorspronkelijke plan tot zich te nemen en tot adequate actie over te gaan. De Dorpendeal (september 2025) biedt de mogelijkheid om in gezamenlijkheid tot een concrete aanpak te komen. 24
Toekomst maak je samen; ontwikkelingsplan Bredevoort 2025-2035 en de Dorpendeal Bredevoort in hoofdstuk 2 ‘Kaders’. VISIE OP DE VESTING BREDE-VOORDE / 2025
19
6.
De cortenstalen elementen op de Kruittoren, voorstellende de onderwal. Foto: Francien Wiersma Luimes
3. Op de Kruittoren, onderdeel van het verdwenen bolwerk Treurniet en eigenlijk een deel van de onderwal, zijn door de gemeente cortenstalen elementen aangebracht, verbeeldend de hoogte van de onderwal. 4. Aan de Prins Mauritsstraat, buiten de voormalige gracht aan de zuidoostzijde van Bredevoort, lag een verwaarloosd stukje grond van de gemeente, op de oorspronkelijke laagte uit de tijd van de vesting. Op initiatief van de Vereniging Bredevoorts Belang is hierin een waterpartij gecreëerd in een omgeving die herinnert aan de relatie tussen Bredevoort en water. Maar ook is in deze Prins Maurits Driehoek zicht ontstaan op het belang van goed onderhoud van de vestingwerken in het verleden. Het onderhoud gebeurt door vrijwilligers (aanwonenden), onder de verantwoording van de Vereniging. 5. De gemeente Aalten heeft infoborden geplaatst op markante punten die het verleden van die plekken zichtbaar en beleefbaar maken. Zo ook op de plek aan de Tolhuisweg, waar in 1743 Jan de Beijer het zicht op de vesting tekende. Lovenswaardig. Het zicht op de vesting was nog enigs20