CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Omgevingskwaliteit 15 februari 2024, gemeente Aalten11.738 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bundel - Commissie Omgevingskwaliteit van 15 februari 2024 Agenda bijlagen besprekingsverslag 7 december 2023 openbaar_DEF Agpunt 4A SGK inzake overdracht Oude Helenakerk_anoniem Agpunt 4B Erfgoed_oost_achterhoek_Uitnodiging_A4_Erfgoeddag_HR Agpunt 4C verzoek straatnaamgeving Thea-pad Agpunt 5 Verordening Commissie Omgevingskwaliteit Aalten 2023 Agpunt 5 Toelichting op de Verordening Commissie Omgevingskwaliteit Aalten 2023 Agpunt 6 Praatnotitie erfgoedprijs 1 Opening 2 Vaststelling agenda Mogelijkheid tot toevoegen agendapunten 3 Besprekingsverslag vorige vergadering 4 Ingekomen stukken/stukken ter kennisname A Brief inzake Oude Helenakerk Aalten. B Uitnodiging Erfgoeddag 2024 C Straatnaamgeving, verzoek tot toekennen naam pad op de grens van Dinxperlo en Süderwick D Afscheidsbloemetje voor dhr. Crols, Gelders Genootschap 5 Verordening Commissie Omgevingskwaliteit In voorbereiding benoeming leden Commissie Omgevingskwaliteit 6 Criteria Erfgoedprijs 7 Rondvraag 8 Sluiting

Openbaar besprekingsverslag Commissie Cultureel Erfgoed Datum Aanwezig

: :

Afwezig Secretaris

: :

1.

7 december 2023 Dhr. Doodeheefver, dhr. Oostendorp (Gelders Genootschap), dhr. Lebbink, dhr. Migchelbrink, dhr. Diepenbroek, dhr. Neerhof, dhr. Esselink, dhr. Grievink, mw. Senteur, mw. Lettink en dhr. van der Plaats (gemeente Aalten) Toehoorder: Weth. Kok en burg. Stapelkamp Mw. Lammers

Opening

Dhr. Doodeheefver opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom bij deze laatste vergadering van het jaar. De commissie is voltallig aanwezig. Toehoorders: burg. Stapelkamp en Weth. Kok. Overige aanwezigen op de tribune: Dhr. Kolkman t.b.v. agendapunt 4, Misterstraat 11 Dhr. Wessels,

2.

Agenda vaststelling

Er wordt geen agendapunt toegevoegd. De agenda wordt vastgesteld.

3.

Besprekingsverslag van de vergadering 5 oktober 2023

Tekstueel en inhoudelijk Pagina 1, stationsgebouw: De heer Oostendorp verwijst naar het stationsgebouw inzake het vermeende onderzoek. Hij concludeert dat er geen onderzoek is gedaan, omdat hij niks heeft kunnen vinden. Dit is waarschijnlijk een misverstand. Pagina 8 transformatorhuisjes: De heer van der Plaats geeft een toelichting. We hebben een stippenlijst met zo’n 150 stippen ontvangen. Deze stippen zijn de transformatorhuisjes of plaatsen waar in het verleden een transformatorhuisje heeft gestaan. Daarnaast hebben wij ook de website www.oudaalten.nl bekeken, waarop een aantal adressen staan vermeld die als startpunt kunnen dienen. Met dank aan dhr. Neerhof. Het gaat om trafohuisjes die in eigendom zijn van Liander. We gaan proberen om de stippenlijst te koppelen aan een adreslijst. Aan de hand daarvan gaan we bepalen welke trafohuisjes interessant zijn om in deze Commissie te gaan bespreken, om daar vervolgens een beschermde status aan te koppelen. Het verslag wordt geaccordeerd.

4.

Ingekomen stukken/stukken ter kennisname

•

Samenwerking Joodse begraafplaats Dinxperlo Mw. Lettink geeft een toelichting. Dinxperloos Belang doet al zo'n 5 jaar het onderhoud en er is besloten om dat voor 5 jaar te continueren. De begraafplaats ziet er goed uit. Dit is een positieve ontwikkeling.

•

Subsidieverzoek restauratie historisch graf. Mevrouw Lettink licht toe. Op de oude begraafplaats aan de Piet heinstraat in Aalten zijn een

1

aantal graven die door het bestuur van de parochie en een aantal vrijwilligers wordt onderhouden. Vorig jaar zijn er afspraken gemaakt om een drietal graven op te knappen, waaronder het graf van de familie Driessen. Vorig jaar is er een fonds opgericht waar inmiddels ruim € 8.000 voor is binnengehaald. De vraag aan de gemeente was om daar voor € 4.000 extra subsidie bij te doen. Wij hebben nog niet officieel besloten, maar wij hebben bekeken op basis van welke criteria we zo'n verzoek kunnen beoordelen. Het moet gaan om een (graf)monument dat een historische betekenis heeft, verbonden is aan de gemeente, het moet een bepaalde periode vertegenwoordigen en het moet een verhaal vertellen. Het verzoek voldoet aan deze criteria en we zullen de subsidie voor het onderhoud van dit graf gaan toekennen. Mevrouw Lettink voegt daaraan toe dat het een hele mooie ontwikkeling is dat een groep mensen zich zo actief heeft gemaakt om gezamenlijk te zorgen dat het graf met het verhaal er omheen behouden blijft voor de gemeente. Weth. Kok vult aan dat de subsidie ongeveer 1/3 van het totale bedrag is. Er is immers ook een bijdrage van uit de initiatiefnemers zelf geweest. •

Nieuwsbrief ‘Erfgoednieuws Oost Achterhoek’ Ter mededeling.

5.

Misterstraat 11, verbouwing van een voormalig horecapand tot vier woningen

De heer van der Plaats geeft aan dat er een verzoek is binnengekomen omtrent een aanvraag voor de verbouwing van een voormalig horecapand tot vier woningen. Het gaat om het wijzigen van een monument. Wij hebben de ruimtelijke aspecten overwogen en staan de realisatie van de vier woningen toe, mede gezien de vraag naar woningen. De heer Kolkman, architect, geeft een verdere toelichting over welke ingrepen bij het monument zijn gedaan, hoe de woningen gesitueerd worden en wat dit voor impact heeft op het monument. Het pand wordt gebruikt als een horecapand (cafetaria, zaaltje en twee schietverenigingen), waarvan een gedeelte van het pand monumentaal is. De andere delen zijn later, gefaseerd bijgebouwd. De opdrachtgever is voornemens om de horecafunctie te beëindigen, voorliggende vraag is de mogelijkheid voor woningbouw. Het monument is als het ware in tweeën geknipt, waardoor op de begane grond en de verdieping een woning ontstaat. Aan de andere zijde eenzelfde woning. Verder wordt gedacht aan een seniorenwoning. En aan de achterzijde, het bestaande zaaltje, kan nog een woning met verdieping worden gerealiseerd. Het achterste gedeelte wordt gesloopt, om zo meer tuin te creëren. Op deze manier komt het originele monument weer meer in beeld. Het monument zelf, blijft vrij onaangetast. Daarbij opgemerkt dat in de jaren ‘40 en ‘50 veel van het monumentale pand is gesloopt.

De bestaande vloeren zijn verdwenen en van het binnenwerk is ook niet veel meer over. De bestaande balklaag is er nog wel, maar die is zoveel aangepast, dat er meer staal dan hout in zit. Om de kap te bewaren, moeten we een aantal spanten inbrengen ter versteviging van de constructie. De kozijnen en nagenoeg alles blijft bewaard. De meeste wijzigingen vinden plaats in het gedeelte dat geen monument is. De grootste ingrepen zijn de wijzigingen aan de gevel, met name aan de achtergevel. Dit is nodig om meer daglicht te creëren. De bestaande gevelopeningen behouden we zoveel mogelijk. Dhr. Lebbink: vraagt of er een bouwhistorisch onderzoek aanwezig is of dat er een scan is gemaakt. Dhr. Van der Plaats antwoordt dat alleen in de hoofdopzet van het gebouw de historie zit. Ook in de redengevende beschrijving is aangegeven dat alle interieuraspecten verdwenen zijn. Het gaat met name om de hoofdbouw en de contouren daarvan. Aandachtspunten CCE: De winkelpui aan de voorzijde, hoort bij de geschiedenis van het pand. De voorgevel moet behouden blijven. Eventueel de entree verplaatsen, zodat de winkelpui behouden kan blijven. Aandacht voor de nieuwe opening die in de achtergevel wordt gemaakt. Boven de deuren een bovenlicht realiseren. De twee bergingen verplaatsen richting de erfscheiding voor meer privacy en loskoppelen van de gevel.

Schoorsteen 1947, leuk detail en is een kenmerkend element om te behouden. Terugbrengen van luiken aan de voorzijde aan de gevel van het pand. Zou mooi zijn als dit budgettair is in te passen.

2

-

Materiaalgebruik kozijnen behouden in hout.

De voorzitter wenst dhr. Kolkman succes met de verdere ontwikkeling.

6.

Archeologie dag d.d. 4 november terugkoppeling

De Burgemeester geeft een toelichting. Het was een leuke dag in Bredevoort, alleen maar positieve geluiden gehoord. Het programma was divers: allerlei presentaties van opgravingen in een aantal gemeenten, lezingen en workshops. Er werd bij ’t Walfort een grondboring gedaan. Voor de kinderen was er een uitgebreid programma. Het is goed bezocht met zo’n 120 bezoekers. Beetje jammer van het weer, desondanks was het zeer geslaagd. Het stimuleert wel hoe je archeologie nog meer zichtbaar kunt maken, want bij het gemiddelde publiek is er toch weinig over bekend. Er is veel meer dan we weten. Het probleem van de Achterhoek en de archeologie is dat wij nergens grote bouwwerken hebben, waardoor we niet diep de grond in gaan. Het is bij ons allemaal heel sporadisch, als we iets interessants vinden. Er is dus waarschijnlijk veel meer. Dat is wel een uitdaging, het is goed om meer aandacht te hebben voor de geschiedenis van het gebied.

7.

Voorstel data vergaderingen CCE in 2024

De voorzitter verzoekt de leden deze data vast in de agenda te zetten.

8.

Erfgoed- en landschapsdag Oost-Achterhoek d.d. 29 februari 2024

Mw. Lettink geeft toelichting. De Erfgoed- Landschapsdag staat gepland op 29 februari 2024 en wordt georganiseerd door de gemeenten Aalten, Winterswijk en Oost-Gelre. Wij maken gezamenlijk erfgoedbeleid en vanuit die rol wordt deze dag georganiseerd. In de loop van de week krijgt iedereen een ‘save the date’ per mail. In januari volgt de uitnodiging. Er wordt deze keer ook een stuk cultuurhistorisch landschap toegevoegd aan het programma. Aanvang ’s-middags om 14.30 uur tot 20.30 uur. Het wordt een boeiend en gevarieerd programma met lezingen, workshops en buiten activiteiten. Er is ook tijd om elkaar te ontmoeten, met bestuurders in gesprek te gaan en om geïnspireerd te worden. Het is ook mogelijk om bijvoorbeeld alleen de middag of de avond aan te sluiten. Locatie: Landgoed Vriezenhuis, Wooldseweg 119 Winterswijk.

9.

Erfgoedprijs, ontwikkelen project over het gedenkraam Oosterkerkhuis

Dhr. Doodeheefver licht toe dat dit onderwerp in een vorige vergadering is besproken en dat de commissie heeft geadviseerd aan de nieuwe eigenaar dat het gedenkraam toegankelijk moet zijn voor de inwoners van Aalten. Het is immers geschonken aan de inwoners van Aalten. De voorzitter geeft het woord aan mw. Lettink. Aan de winnaar van de erfgoedprijs wordt een prijs van 250 euro en een bedrag voor een passende kunstuiting overhandigd. Mw. Lettink heeft overleg gehad met mw. A. Lammers van Kwiek, het adviesbureau dat betrokken was bij de totstandkoming van het Oosterkerkhuis. Het probleem is dat er op dit moment geen bezoekers naar binnen kunnen om het gedenkraam te bekijken, dit gezien de privacy van de bewoners. Daarom wordt erover gedacht om een project te doen in samenwerking met het museum en misschien nog andere partijen uit Aalten om te kijken of we met de verhalen uit het gedenkraam iets kunnen doen. Gedacht wordt aan een drukknop, waarop men drukt en dat er dan een verhaal wordt verteld. Dit kan eventueel geïntegreerd worden in de Gängeskesroute. Op die manier willen we kijken of we het gedenkraam, wat meer toegankelijk kunnen maken. Dhr. Wessels geeft aan dat er voor de Gängeskesroute steeds meer belangstelling komt. Het gedenkraam is één van de hoogtepunten.

Hij wijst erop dat er destijds is toegezegd dat het gedenkraam toegankelijk gemaakt zou worden via een zij-ingang. Het is een geschenk aan de inwoners van Aalten, dus eigenlijk moet iedere inwoner de kans hebben om het gedenkraam te kunnen bekijken. Burg. Stapelkamp reageert dat een toezegging geen harde verplichting is. Openstellen tijdens de Open Monumentendag zou ook een optie kunnen zijn. Mw. Lettink vult aan dat er in het kader van 4 of 5 mei met één van de gidsen is afgesproken om te kijken of ze iets met het onderwijs zouden kunnen doen.

3

ACTIE: De notulen waarin wellicht een toezegging is gedaan wordt opgezocht. (mw. Lammers).

10. Rondvraag Mw. Lammers licht toe dat vanuit de commissie is aangegeven akkoord te gaan met ondertitel ‘Evert Smilda, inwoner van Aalten’. Echter blijkt deze tekst te lang voor op het straatnaambord. Het ADW geeft nu als advies ‘Evert Smilda, locaal historicus’. De commissie komt met het advies ‘Evert Smilda, dorpshistoricus’. De commissie kan zich anoniem vinden in het laatstgenoemde voorstel.

11. Sluiting De voorzitter sluit de vergadering en dankt alle aanwezigen voor hun inbreng. De volgende vergadering vindt plaats 15 februari 2024.

4

Aan: Bestuur stichting Gelderse Kerken, Dorpskerk Hoog-Keppel, Hoog-Keppel

Onderwerp: Eventuele overdracht Oude Helenakerk aan SGK Aalten, 13 – 12 – 2023 Geacht Bestuur SGK, Ons dorp Aalten staat aan de vooravond van de overdracht van de Oude Helenakerk aan de stichting Gelderse Kerken (SGK). De Oude Helenakerk, een Godshuis in eigendom van de protestantse gemeente Aalten (PGA), is het oudste gebouw van Aalten. Een rijksmonument van onschatbare historische waarde, zeker ook emotioneel waardevol. Gelovigen zijn er gedoopt, getrouwd, hebben er troost gevonden, zijn vanuit deze kerk naar hun laatste rustplaats gebracht. Het kerkbestuur van de PGA heeft een concept overeenkomst klaar om dit beeldbepalende gebouw van Aalten grondig te verbouwen en voor een symbolisch bedrag, één euro, uit handen te geven. De kosten van de verbouwing zijn voor rekening van de PGA, begroot op circa € 850 000,- euro, ten gunste van de SGK. En daarna wordt de Oude Helenakerk voor één euro uit handen gegeven. Vervolgens betaalt de PGA een bedrag, uitgesmeerd over tien of vijftien jaar, van circa € 150 000,00 euro als bijdrage in toekomstig onderhoud aan de Oude Helenakerk. Een investering van dus één miljoen euro in de Oude Helenakerk om haar daarna over te dragen voor de symbolische één euro is voor heel veel Aaltenaren onverteerbaar. Bovendien zal door de ingrijpende verbouwing het karakter, de identiteit van de Oude Helenakerk, grotendeels verdwijnen.

Een zeer grote groep bezorgde inwoners van ons dorp Aalten is tegen de overdracht. Zij willen graag de Oude Helenakerk, een rijksmonument met vele schatten, in Aaltens bezit houden. Zij hebben een plan bedacht wat dit mogelijk maakt. Dit goed onderbouwde plan is zeer realistisch en qua kosten de helft voordeliger dan de kosten die gemoeid zijn met de beoogde overdracht. Bovendien blijft in dit alternatieve plan het karakter, de identiteit, van de Oude Helenakerk grotendeels intact.

Ik kan me voorstellen dat uw stichting deze prachtige Oude Helenakerk met de fantastische akoestiek, de bijzondere uitstraling, de rijke historie en de vele ‘schatten’ zoals de unieke secco’s, het uitstekend beschermde glas-in-lood werk, de nog niet onderzochte grafkelder, de naoorlogse klokken en het indrukwekkende orgel graag aan uw ‘verzameling’ kerken wil toevoegen. Bovendien is te lezen in een rapport van de gemeente Aalten uit 2022 dat de Oude Helenakerk er qua onderhoud zeer goed bij staat. Alleen het orgel is aan een noodzakelijke renovatie toe. Het hierboven genoemde is precies de reden dat de bezorgde groep burgers, gelovigen en niet-gelovigen, deze voorgenomen overdracht niet te verklaren vinden. Deze mensen willen juist om deze redenen de Oude Helenakerk in Aaltens bezit houden! De Oude Helenakerk is eeuwenlang een toevluchtsoord voor alle Aaltenaren. De Aaltense gemeenschap heeft in de vroegere en recente geschiedenis bewezen zich ten allen tijde in te willen zetten voor ‘hun’ kerk, zij brachten offers in het verleden voor de kerk als dit nodig was. En zij zullen ten allen tijde donaties blijven doen om de Oude Helenakerk voor Aalten te behouden.

Tijdens een overleg (02-03-2022) met de Stichting Restauratiefonds voor de Oude Helenakerk te Aalten*, mevrouw , , de heer en de heer , de door PGA aangestelde mediator, is de volgende opmerking gemaakt door mevrouw , destijds voorzitter van de SGK: “Wij willen geen kerk overnemen met ‘gedoe’.” En ‘gedoe’ is er in Aalten. Er is weinig tot geen transparantie vanuit de PGA naar de Aaltense gemeenschap over het inhoudelijke proces van de overdracht. Zorgen van burgers worden niet gehoord, niet serieus genomen. Inhoudelijk goed onderbouwde brieven van bezorgde burgers worden weggewuifd. Een predikant is het zwijgen opgelegd. Recentelijk heeft een koster zich ziek gemeld vanwege een geschil tussen hem en de kerkrentmeesters, wat alles te maken had met de overdracht van de Oude Helenakerk. En deze issues spelen al jarenlang! Het goed bedoelde ‘Samen Op Weg’ project, de samenvoeging tussen hervormd en gereformeerd Aalten in 2006, dreigt te gaan scheuren nu de overdracht van de Oude Helenakerk aan de SGK steeds dichtbij komt. ‘Gedoe’ dus… Voormalig gereformeerden zagen met lede ogen aan dat twee van ‘hun’ kerkgebouwen een andere bestemming kregen, dat heeft velen van hen veel pijn gedaan. Ook hier was openheid, transparantie vanuit het kerkbestuur van PGA, ver te zoeken.

De Westerkerk wordt benut door de Euregio Christengemeente, de Oosterkerk is een woonzorgcentrum voor mensen met dementie. Er zijn voormalig gereformeerden die over de voorgenomen overdracht van de Oude Helenakerk naar SGK en de ‘tegenstanders’ zeggen: “De Hervormden gaan dit niet winnen.” ‘Gedoe’ dus… Het kerkbestuur zal vast gehandeld hebben volgens het kerkrecht wat betreft ‘hoor en wederhoor’. Maar wat het allemaal erg verdrietig maakt is dat het bestuur van de PGA geen rekening houdt met de

wensen en gevoelens van velen binnen en ook buiten de protestantse kerkgemeente. Ik wil u met klem verzoeken om van de overdracht van de Oude Helenakerk van Aalten aan uw stichting af te zien. Maak uw statement “We willen geen kerk overnemen waar ‘gedoe’ is” waar! Geef de Aaltense gemeenschap de kans om zelf de regie in handen te nemen. Al eeuwenlang heeft de Aaltense gemeenschap bewezen dat dit mogelijk is! Ik ben ervan overtuigd dat we het zelf kunnen redden. Mede omdat we een prachtig up-to-date gebouw hebben, gebouw Elim, tien meter van de Oude Helenakerk, waar vergaderruimten zijn, een grote zaal voor congressen en presentaties, toiletten die aan de eisen van deze tijd voldoen, een garderobe en zelfs een ideale ruimte voor onze jeugd. Een ander punt is dat de overdracht, zoals voorbereid, kan leiden tot minder betrokkenheid van de Aaltense bevolking. De vrijwilligers die zich nu met hart en ziel inzetten voor de Oude Helenakerk hebben wellicht een stuk minder interesse om voor een ‘vreemde’, een nietAaltense stichting, te werken. Graag ontvang ik een reactie. Vriendelijke groet, Een bezorgde burger. *De Stichting Restauratiefonds voor de Oude Helenakerk organiseert al ruim 37 jaar lang diverse activiteiten om het onderhoud van de kerk deels te kunnen betalen. Het Restauratiefonds is, naast de rijksoverheid, de grootste sponsor van de Oude Helenakerk.

In de loop van de jaren hebben zij al vele tonnen aan euro’s bijeen gebracht.

UITNODIGING

| van de gemeente Aalten, Oost Gelre en Winterswijk

29 FEBR

ERFGOEDDAG OOST ACHTERHOEK

2024

U bent van harte welkom op de Erfgoeddag Oost Achterhoek 2024 op donderdag 29 februari van 14.00 tot 20.00 uur. Een dag vol inspiratie, kennisdeling en ontmoetingen. We blikken terug op de resultaten van ons gezamenlijke erfgoedbeleid sinds 2017. Besteden aandacht aan de relatie tussen erfgoed en landschap. Én kijken graag samen met u vooruit naar de komende beleidsperiode - uw ideeën zijn daarbij zeer waardevol!

Locatie Landgoed Vriezenhuis in Winterswijk Woold Parkeren bij TOP Berenschot, Wooldseweg 74 in Winterswijk (400m van het Vriezenhuis). Parkeerplaats mindervaliden bij Wooldseweg 119.

Gemeente

Aalten

ERFGOEDDAG 2024 Tijdens dit evenement valt er veel te beleven. Zo kunt u deelnemen aan verschillende deelsessies, zoals luisteren naar enthousiaste sprekers, meedoen aan verrassende activiteiten en nog veel meer. Of laat u gedurende de dag informeren en inspireren op de gezellige informatie- en netwerkmarkt. Een mooie gelegenheid om vakgenoten te ontmoeten! Aan bod komen verschillende thema’s zoals: • relatie tussen erfgoed en landschap & biodiversiteit; • water- en bodem sturend bij ruimtelijke keuzes; • transformaties van Achterhoekse erven; • erfgoed omgevingswetproof in ruimtelijke plannen; • werven en behouden van vrijwilligers; • wederopbouw en post ‘65 (jong erfgoed). Verder gaan we graag met elkaar in gesprek over hoe we verder gaan na 2024. We zoomen in op vragen zoals: • Hoe ziet u de toekomst van het erfgoedbeleid in de drie gemeenten na 2024? • Welke thema’s moeten centraal staan? • Welke aspecten verdienen volgens u extra aandacht? We zijn benieuwd naar uw ideeën. Ook de betrokken wethouders van de drie gemeenten gaan op deze dag graag hierover met u in gesprek.

Wij vinden het belangrijk om samen kennis te delen, ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren. Dat we kunnen werken aan deze grote diversiteit aan thema’s is alleen mogelijk door de kracht van de samenwerking van de diverse partijen. Deze samen­werking is waardevol, essentieel en zelfs landelijk erkend. In 2022 hebben we dankzij de vele stemmen de BNG erfgoed publieksprijs in de wacht gesleept. Dank daarvoor!

Gemeente

Aalten

U komt toch ook?

29 FEBR

2024

Aanmelden Dat kan tot 16 februari via erfgoeddag@winterswijk.nl Vermeld daarbij: • of u het hele programma of alleen in de middag of avond aanwezig bent i.v.m. de catering. • én welke deelsessies u graag wilt bijwonen. Kijk op pagina 3 en 4 voor het volledige aanbod! U ontvangt in de week vóór de erfgoeddag een mail waarin staat bij welke deelsessies u bent ingedeeld. De bijeenkomst is gratis! Meer informatie? Kijk op: erfgoedoostachterhoek.nl /erfgoeddag of mail naar erfgoeddag@winterswijk.nl

Tot dan!

29

PROGRAMMA

ERFGOEDDAG

14.00 uur

Inloop met koffie en thee

14.30 uur

Wi-j doet ’t samen – plenaire aftrap met dagvoorzitter Angelique Kruger

15.00 uur

Tijdens de hele dag kunt u terecht op de informatie- en netwerkmarkt

15.00 uur

Middagprogramma met deelsessies

17.00 uur

In gesprek met de wethouders

FEBR

2024

17.30 uur Genieten van een kleine maaltijd, verzorgd door Nel Schellekens Optie tot rondleiding Vriezenhuis (zie deelsessie 14) 18.30 uur

Avondprogramma met deelsessies

20.00 uur

Afsluiting van de dag

Aan welke deelsessies wilt u meedoen? Geef het door in uw aanmelding.

1

Burgerinitiatief Voorwooldswaterproject ‘klimaatadaptatie op kleine schaal met een grote impact’. Presentatie door Peter Stemerdink, particulier initiatiefnemer.

2

Water- en bodem sturend als basis, zet het op de kaart! Workshop door Shannen Dill, onderzoekster Natuur gebaseerde adaptatie en Hessel Woolderink, onderzoeker geomorfologie en landschapsvorming, van Wageningen Environmental Research.

3

Doar kriej proat van. Erfgoed burgerparticipatie (kunst)projecten. Presentatie door Mirjan Koldeweij.

4

De Oogst van 15 jaar erftransformaties: ‘Achterhoeks veranderen! Workshop door Christel Steentjes, adviseur landschap en ruimtelijke kwaliteit Gelders Genootschap.

5

Het verhaal van de plek: hoe geef je erfgoed ‘omgevingswetproof’ een plek in ruimtelijke ontwikkelingen? Presentatie door Luuk Keunen, senior projectleider cultuurhistorie bij adviesbureau RAAP.

Gemeente

Aalten

Avond programma

U heeft keuze uit 14 deelsessies

Middag programma

Hieronder vindt u het aanbod van de inspirerende deelsessies. U kunt tijdens het middagprogramma aan maximaal 3 sessies meedoen (30 minuten per sessie) of u kiest voor een buitenactiviteit (1,5 uur). In de pauze heeft u de mogelijkheid om deel te nemen aan een rondleiding. In de avond kunt u maximaal 2 sessies volgen. Waaraan doet u graag mee? Vermeld bij uw aanmelding of u het hele programma of alleen in de middag of avond aanwezig bent én geef aan welke deelsessies u graag wilt bijwonen. Op basis van de aanmeldingen worden de sessies ingepland. Geef daarom gerust meerdere voorkeuren door. Wij doen ons uiterste best u in te plannen bij de activiteiten van uw voorkeur. U krijgt in de week voor de erfgoeddag een mail waarin staat bij welke sessies, in welke ruimte en hoe laat u bent ingedeeld.

29

PROGRAMMA

ERFGOEDDAG

6

Toekomst van de kerk. Presentatie door Elza van Liere, Urban producer, Coup-group.

7

Werken aan het landschap van Oost Achterhoek. Presentatie door Robert Kwak en Anton Stortelder.

8

Werven en behouden van vrijwilligers. Presentatie door Lian van der Zon, Erfgoed Gelderland.

9

Gebiedsaanpak Vitaal Platteland. Presentatie door John Westerdiep, gebiedsregisseur Vitaal Platteland beleidsmedewerker gemeente Winterswijk en Ronald van Os, omgevingsmanager provincie Gelderland.

Avond programma

Aan welke deelsessies wilt u meedoen? Geef het door in uw aanmelding.

2024

Middag programma

U heeft keuze uit 14 deelsessies

FEBR

’65, op weg naar ons nieuwe erfgoed. 10 Post Presentatie door Barbara Speleers, programmaleider Post65 en Marie Hélène Houben-Manders, projectleider participatieprogramma Post 65, van de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed. in het Greun van Wenters, Groen Erfgoed in Winterswijk. 11 Bossen Lezing door Bert Maes, ecoloog, cultuurhistoricus en specialist wilde bomen en struiken. BUITENACTIVITEIT 1,5 UUR 12 Samen Kiek’n. Workshop foto’s maken: hoe kijk jij, leer hoe anderen kijken en ga hierover in gesprek met elkaar. Door Rob Chevallier van Cultuur en Erfgoedpact Achterhoek. BUITENACTIVITEIT 1,5 UUR 13 Bossen in het Greun van Wenters, Groen Erfgoed in Winterswijk. Excursie Bekkendelle Door Bert Maes, ecoloog, cultuurhistoricus en specialist wilde bomen en struiken. RONDLEIDING 0,5 UUR 14 Rondleiding Vriezenhuis. (Let op: steile trappen!) Door Ruth Grevers, eigenaresse landgoed Vriezenhuis.

Gemeente

Aalten

Deze deelsessie vindt plaats tijdens de pauze

Van: Verzonden: zaterdag 6 januari 2024 15:56 Aan: Aalten-POB-Gemeente <gemeente@aalten.nl> Onderwerp: voorstel naamgeving straat (pad) in Dinxperlo Geachte heer, mevrouw, Zoals op de website van de gemeente Aalten te lezen is, kunnen voorstellen voor nieuwe namen van delen van de openbare ruimte via e-mail worden ingediend bij de gemeente. Dat doe ik hierbij. Het gaat om een pad dat loopt van de Kwikkelstraat in Dinxperlo naar de Heelweg, op de grens van Dinxperlo en Suderwick. Dit pad begint aan de Kwikkelstraat tussen de huisnummers Kwikkelstraat 20 en 24 en eindigt aan de Heelweg tussen de huisnummers Heelweg 41 en Kwikkelstraat 24 (achterzijde). Het pad is een stuk openbare ruimte van ongeveer 50 meter lang en een tot twee meter breed. In de volksmond staat het pad bekend als het Thea-pad, genoemd naar mijn moeder Thea VeerbeekKlompenhouwer, die het grootste deel van haar leven op Kwikkelstraat 22 woont. Omdat zij regelmatig via het pad naar de buren ging (vooral Heelweg 39) en naar de overkant van de Heelweg, waar mijn vader een volkstuin had naast de Duitse Michaëlskerk, kreeg het pad in de loop van de tijd haar naam. Dit is echter nergens formeel vastgelegd. Er is bij gelegenheid wel eens een zelfgemaakt bord opgehangen aan de zijmuur van Kwikkelstraat 22, maar dat heeft natuurlijk geen echte status.

Graag hoor ik van u of het mogelijk is om deze naam officieel vast te leggen. Het is mij niet bekend of er vanuit historische gronden ooit andere namen voor dit pad zijn geweest, waarschijnlijk is het daarvoor net te kort. Mijn moeder is al geëerd als lid in de Orde van Oranje Nassau maar dit zou natuurlijk een mooi extra eerbetoon zijn. Mocht u hiertoe besluiten dan zouden we het natuurlijk graag als verrassing een keer willen onthullen op een daarvoor af te spreken gelegenheid. Zij is inmiddels 82 jaar oud en mijn vader, die er ook nog woont, is 83. Ze zijn beiden nog steeds erg actief in allerlei sociale activiteiten in het dorp. Het adres is: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx Mijn gegevens zijn: xxxxxxxxxxxxxxxx Met vriendelijke groet H. V.

Verordening Commissie Omgevingskwaliteit Aalten 2023 Grondslagen 1. artikel 108 van de Gemeentewet 2. artikel 149 van de Gemeentewet 3. afdeling 17.2 van de Omgevingswet Geconsolideerde tekst van de regeling De raad van de gemeente Aalten, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 8 november 2022; gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet en afdeling 17.2 van de Omgevingswet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening Commissie Omgevingskwaliteit Aalten 2023 Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - college: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Aalten; - commissie: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, genaamd Commissie Omgevingskwaliteit Aalten; - rayonarchitect: het lid van de commissie aan wie door het college op grond van deze verordening specifieke taken zijn opgedragen; - karakteristiek object: een object waaraan in het geldende bestemmingsplan/omgevingsplan de dubbelbestemming ‘Waarde - karakteristiek’ is toegekend; - cultureel erfgoed: cultureel erfgoed als bepaald in artikel 1.1 van de wet met uitzondering van archeologische rijksmonumenten; - mandaatcommissie: de in de commissie benoemde adviseur ruimtelijke kwaliteit, eventueel aangevuld met andere deskundigen, die op grond van artikel 9, eerste lid, de

advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie kan/kunnen nemen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet; - goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet; - wet: de Omgevingswet. Paragraaf 2. Adviestaak Artikel 2. Taak en werkzaamheden 1. De commissie heeft als taak de raad en burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Daaronder wordt in elk geval begrepen het geven van voorlichting over de doelstelling van een goede omgevingskwaliteit en over de werkzaamheden van de commissie. 2. Ter uitvoering van haar taak: a. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor: 1 ̊. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument of omgeving daarvan; 2 ̊. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument of omgeving daarvan; 3 ̊. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een karakteristiek object; 4 ̊.

een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een beschermd stads- of dorpsgezicht; 5 ̊. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op het cultureel erfgoed; 6 .̊ Een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; 7 .̊ een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit; b. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als

rijksmonument ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet of over het aan een locatie geven, wijzigen of intrekken van de functie-aanduiding gemeentelijk monument op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet; c. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het aan een locatie geven, wijzigen of intrekken van een functie-aanduiding anders dan gemeentelijk monument die betrekking heeft op cultureel erfgoed op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet; d. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit; e. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders in een geval van een verkenning als bedoeld in artikel 5.48, tweede lid, van de wet en in andere gevallen waarin burgemeester en wethouders een advies nodig achten in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving; f. informeert en begeleidt de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces; g. voert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning; h.

adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over: 1 .̊ het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed en werelderfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen; i. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet die betrekking hebben op het cultureel erfgoed en op de omgevingskwaliteit, te weten regels over reclame in de openbare ruimte, voorwerpen op of aan de weg en ligplaatsvergunningen. j. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders of uit eigen beweging over straatnaamgeving, conform de Uitvoeringsvoorschriften straatnaamgeving gemeente Aalten; k. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders of uit eigen beweging over de borging van het immaterieel cultureel erfgoed, voor zover dat van wezenlijk belang is voor de gemeente Aalten. 3. De raad kan werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid aanwijzen die door de rayonarchitect worden uitgevoerd. De rayonarchitect werkt onder de verantwoordelijkheid van de commissie. Dit lid is niet van toepassing op de advisering als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1 ̊ en 2, e ̊ n onder b. Paragraaf 3.

Aanwijzing van besluiten waarover verplicht advies moet worden gevraagd Artikel 3. Verplichte advisering Burgemeester en wethouders winnen advies van de commissie in omtrent een te nemen beslissing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1 ̊tot en met 6, en onder b. Paragraaf 4. Samenstelling en inrichting Artikel 4. Samenstelling 1. De commissie bestaat in de basis uit acht leden, de voorzitter daaronder begrepen. 2. De leden worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering en/of als vertegenwoordiger van een erfgoedorganisatie in de gemeente Aalten of de regio. 3. In afwijking van het tweede lid kunnen één of meerdere burgerleden benoemd worden. Zij worden benoemd op persoonlijke titel op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 4. De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet minimaal 2 leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. 5.De leden vertegenwoordigen in gezamenlijkheid een gebalanceerde samenstelling van disciplines, waaronder in elk geval: cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap, stedenbouw, architectuur, duurzaamheid en archeologische monumentenzorg. 6. De leden en de plaatsvervangers zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur.

Artikel 5. Benoeming 1. Het college van Burgemeester en Wethouders benoemt de leden van de gemeentelijke adviescommissie. 2. De leden kunnen voor een termijn van ten hoogste 4 jaar worden benoemd. 3. Herbenoeming van leden kan eenmaal voor ten hoogste 4 jaar plaatsvinden. 4. Afgetreden leden zijn 4 jaar na hun aftreden weer benoembaar. 5. De leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. Artikel 6. ondersteuning van de commissie 1. De commissie en de mandaatcommissie heeft een ambtelijk secretaris. 2. De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie. 3. De secretaris kan worden ondersteund door andere ambtelijke medewerkers, die voor hun werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig zijn aan de secretaris. 4. De secretaris noch de medewerkers zijn lid van de commissie. Paragraaf 5. Advisering en standpuntbepaling Artikel 7. Adviestermijn 1. Burgemeester en wethouders kunnen aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. 2. In geval burgemeester en wethouders geen termijn hebben gesteld brengt de commissie – evenals mandaat- en subcommissies - advies uit binnen een termijn van vier weken. Artikel 8.

Beraadslaging en standpuntbepaling 1. De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De agenda voor de vergadering van de commissie wordt tijdig op een geschikte wijze bekendgemaakt. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2. Belanghebbenden hebben in toelichtende zin spreekrecht in door de commissie gehouden openbare vergaderingen. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht. 3. Over de uit te brengen adviezen door de voltallige commissie wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste vier leden. Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit en een activiteit voor een gemeentelijk monument, wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg. 4.

Leden die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert, onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig. 5. De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de commissie en de daarvoor werkzame personen. Artikel 9. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie 1. De commissie kan onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet en artikel 2, derde lid, de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meer daartoe aangewezen leden, of een mandaatcommissie. 2.De commissie kan zich door een of meer door haar daartoe aangewezen leden, de secretaris of andere daartoe door haar aangewezen personen laten vertegenwoordigen in kwaliteitsteams, omgevingsoverleggen en -tafels, of enig ander overleg waarin een mandaat voor het nemen van besluiten benodigd is. 3.

De aangewezen personen in geval van het eerste adviseren of nemen besluiten over zaken waarvan volgens hen het oordeel van de commissie als bekend mag worden verondersteld of waarbij de door de aangewezen personen beschikken over de relevante deskundigheid benodigd in de specifieke situatie. In geval van twijfel wordt de advisering alsnog overgelaten aan de commissie.

Artikel 10. Adviseurs 1. De commissie kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. 2. De commissie kan zich doen bijstaan door burgemeester en wethouders aangewezen andere deskundigen, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is. 3. De in het eerste en tweede lid bedoelde personen kunnen op uitnodiging van de commissie als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen. Artikel 11. Verwerking van het advies 1. Burgemeester en wethouders kunnen eenmaal per activiteit een second opinion inwinnen bij een gemeentelijke adviescommissie van een andere gemeente, buiten het adviesgebied van het Gelders Genootschap. Alvorens dit te doen bieden B&W de commissie de mogelijkheid tot heroverweging van het uitgebracht advies. In geval van een second opinion stellen B&W de commissie van het voornemen hiertoe op de hoogte. 2. In geval burgemeester en wethouders een beschikking geven in afwijking van het door de commissie uitgebrachte advies informeren zij de commissie hierover. Paragraaf 6. Werkwijze Artikel 12. Reglement van orde 1. De commissie stelt haar werkwijze binnen de kaders van deze verordening nader vast in een reglement van orde. 2. In het reglement van orde komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en belanghebbenden worden uitgenodigd; b.

het vereiste quorum voor een besluitvormende vergadering, de vergaderorde en orde van de beraadslaging, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht tussen de toelichtende fase waarin het spreekrecht wordt uitgeoefend en de beraadslagingen; c. de notulering en dossiervorming; d. de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt; e. de werkwijze bij afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie als bedoeld in artikel 9; f. de werkwijze in geval van online-vergaderen. 3. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor bekendmaking van het door de commissie vastgestelde reglement van orde in het gemeenteblad. Artikel 13. Relatie met andere adviseurs 1. Bij het aanstellen van een supervisor, een kwaliteitsteam of een andere adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid of een adviseur van de commissie dragen burgemeester en wethouders zorg voor een goede afstemming tussen de werkzaamheden van deze adviseur en de commissie. Artikel 14 Vergoeding 1. Het Gelders Genootschap ontvangt een vergoeding voor de advisering en de inzet van de leden van de commissie en de adviseurs als bedoeld in artikel 10, tweede lid. 2. De burgerleden ontvangen rechtstreeks via de gemeente een vergoeding. Deze is gelijk aan de vergoeding voor raadscommissieleden in de gemeente Aalten en wordt jaarlijks geïndexeerd. Paragraaf 7. Jaarverslag Artikel 15. Jaarverslag 1.

De commissie brengt jaarlijks vóór 1 juni verslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. 2. In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; b. de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen.

Paragraaf 8. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 16 1. Als voor de inwerkingtreding van de wet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de commissies op het gebied van welstand en monumentenzorg van kracht, met dien verstande dat de Commissie Omgevingskwaliteit wordt geacht de in artikel 8 van de Woningwet, dan wel de in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 bedoelde commissie te zijn. Artikel 17. Vervallen oude regeling 1. De regels met betrekking tot de commissie in het Reglement op de welstandscommissie gemeente Aalten vervallen. 2. De Verordening op de Commissie Cultureel Erfgoed gemeente Aalten 2017 wordt ingetrokken. Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Commissie Omgevingskwaliteit Aalten 2023. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der gemeente Aalten op 20 december 2022

De raadsgriffier,

De voorzitter,

Toelichting op de Verordening Commissie Omgevingskwaliteit Aalten 2023 Algemeen Met de Omgevingswet (hierna: de wet) die naar verwachting op 1 juli 2023 in werking treedt, wordt het stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. De wet bundelt de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Belangrijk verbeterdoel van de nieuwe wet is een kader te bieden dat overheden meer afwegingsruimte biedt om doelen voor de leefomgeving te bereiken. “Decentraal, tenzij” is een belangrijk principe van de wet. Dit betekent dat taken en bevoegdheden in principe bij het lokale bestuur, zoals de gemeente liggen. Alleen indien het gaat om een nationaal of internationaal belang of als dat doelmatiger of doeltreffender is, stelt het Rijk regels. Eén van de doelen van de wet is het bereiken van een goede omgevingskwaliteit (artikel 1.3 van de wet). Daarbij gaat het om het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Gemeenten hebben een grote vrijheid in de wijze waarop zij het doel van een goede omgevingskwaliteit willen bereiken. Dat geldt ook voor de rol van de gemeentelijke adviescommissie (hierna: commissie) daarbij. Een adequate invulling van de taak en de werkwijze van deze commissie draagt bij aan het doel van een goede omgevingskwaliteit.

Artikelsgewijs Artikel 1. Definities Commissie Dit is de gemeentelijke adviescommissie op grond van artikel 17.9 van de wet. Goede omgevingskwaliteit "Een goede omgevingskwaliteit" is naast veiligheid en gezondheid opgenomen in de maatschappelijke doelstelling van de wet (artikel 1.3 van de wet). Dit geeft aan dat aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap belangrijk zijn. Het gaat daarbij zowel om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving als om de waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden (Kamerstukken II 2013-2014, 33962, nr. 3). De gemeente heeft de plicht de zorg voor de omgevingskwaliteit zelf in te vullen, inclusief het adviesstelsel op het gebied van de omgevingskwaliteit. Burgers kunnen, wanneer geen concrete gedragsbepalingen voorhanden zijn of deze niet toereikend blijken, ten aanzien van de het doel van een goede omgevingskwaliteit een beroep doen op de algemene zorgplicht. Rayonarchitect De rayonarchitect is een lid van de commissie met een eigen door het college aangewezen takenpakket. Dit takenpakket wordt onder verwijzing naar de taken genoemd in artikel 2, tweede lid, aangewezen in het besluit van het college, waarin de rayonarchitect als lid van de commissie wordt benoemd. Artikel 2.

Taak en werkzaamheden Eerste lid Dit lid beschrijft de adviestaak in algemene zin: het adviseren van de raad en het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) op het gebied van de omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 1.3 van de wet. De commissie adviseert dus niet over andere aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Tweede lid Onderdeel a Dit betreft de advisering over aanvragen om een omgevingsvergunning of de advisering over een ontwerpbesluit als het college geen bevoegd gezag is. De commissie adviseert op verzoek van het college over een aanvraag voor:

1 .̊ een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument De wet definieert een rijksmonumentenactiviteit als volgt: “een activiteit inhoudende het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een rijksmonument of een voorbeschermd rijksmonument of het herstellen of gebruiken daarvan waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht”. De commissie adviseert niet over aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot archeologische rijksmonumenten. De commissie brengt advies uit met het oog op het behoud van cultureel erfgoed. Uitgangspunten daarbij zijn: - het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van monumenten en archeologische monumenten; - het voorkomen van verplaatsing van monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend is vereist is voor het behoud van die monumenten; - het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden; en - het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ. Dit volgt uit artikel 8.80 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) dat de beoordelingsregels voor de rijksmonumentenactiviteit bevat.

Voor rijksmonumentenactiviteiten met betrekking tot archeologische rijksmonumenten is de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de Minister van OCW) aangewezen als advies- en instemmingsorgaan in de gevallen dat het college het bevoegd gezag is. Dit in verband met zijn verantwoordelijkheid voor de archeologische rijksmonumenten en met het landelijk overzicht en de vereiste specialistische kennis en ervaring die aanwezig zijn bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Ook is de Minister van OCW (mede) bevoegd tot toezicht en handhaving waar het gaat om archeologische rijksmonumenten. Behoud in situ (in de bodem) is hierbij het uitgangspunt. De gemeenten spelen desalniettemin in de archeologie een cruciale rol. De afweging om archeologische monumenten in situ (in de bodem) dan wel ex situ (door ze op te graven) te behouden, wordt meestal door de gemeente gemaakt in het kader van het opstellen van het omgevingsplan en de belangenafweging bij de specifieke omgevingsplanactiviteiten waaraan een archeologische onderzoeksplicht is gekoppeld. De gemeente is op grond van artikel 5.130 van het Bkl verplicht om bij het opstellen van het omgevingsplan rekening te houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, waaronder (aantoonbaar te verwachten) archeologische monumenten.

Daarbij kan de (aantoonbaar te verwachten) aanwezigheid van archeologische monumenten van invloed zijn op onder meer de toedeling van functies aan locaties – bijvoorbeeld de keuze om geen parkeergarage toe te staan op een locatie met hoge archeologische waarde – of op de inhoud van in het omgevingsplan op te nemen beschermende regels of beoordelingsregels. De commissie kan hierover op grond van de andere onderdelen van dit artikel adviseren. Voor als gemeentelijk monument beschermde archeologische monumenten is de commissie wel het aangewezen adviesorgaan. 2 ̊. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument De bescherming van monumenten of archeologische monumenten als gemeentelijk monument gebeurt door aan het monument of archeologisch monument in het omgevingsplan de functieaanduiding gemeentelijk monument te geven. Met een voorbereidingsbesluit kan voorbescherming worden geboden aan een locatie waarvoor wordt overwogen deze de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven.

Overgangsrecht gemeentelijke monumenten Het overgangsrecht in de wet en het Invoeringsbesluit Omgevingswet regelt dat er bij het in werking treden van de wet een vergunningplicht geldt voor activiteiten met betrekking tot gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten die nog op grond van de Erfgoedverordening gemeente Aalten 2017 zijn aangewezen. De regels uit die verordening blijven gelden tot het moment dat dit onderwerp in het nieuwe deel van het omgevingsplan is geregeld. Dit volgt uit de artikelen 22.4 en 22.8 van de wet en artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet in samenhang met artikel 22.2 van het omgevingsplan (bruidsschat). De in de Erfgoedverordening gemeente Aalten 2017 opgenomen vergunningplicht geldt als een verbod op grond van artikel 5.1,

eerste lid, aanhef en onder a, van de wet om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten. 3 .̊ Karakteristiek object De gemeentelijke adviescommissie adviseert alleen bij aanvragen voor ingrijpende wijzigingen in karakteristieke objecten. In alle andere gevallen adviseert het commissielid van het Gelders Genootschap namens de gemeentelijke adviescommissie. Ingrijpende wijzigingen betreffen: a. het afbreken van een karakteristiek object of een deel daarvan voor zover van ingrijpende aard, b. het ingrijpend wijzigen van een karakteristiek object of een belangrijk deel daarvan, voor zover de gevolgen voor de waarde van het object vergelijkbaar zijn met de gevolgen van het geval, bedoeld in onderdeel a, c. het reconstrueren van een karakteristiek object of een belangrijk deel daarvan, waarbij de staat van het object, structuur en/of ensemble wordt teruggebracht naar een eerdere staat of een veronderstelde eerdere staat van dat object en d. het geven van een nieuwe bestemming aan een karakteristiek object of een belangrijk deel daarvan.

4 ̊ Beschermd stads- of dorpsgezicht Stads- en dorpsgezichten = groepen van onroerende zaken, van algemeen belang vanwege hun schoonheid, onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang, wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich een of meer monumenten bevinden (begripsbepaling in bijlage bij artikel 1.1 Omgevingswet) Bij de steden of dorpen of delen daarvan, die in aanmerking komen voor een aanwijzing tot beschermd stads of dorpsgezicht, gaat het niet alleen om schoonheid, bepaald door architectonisch waardevolle bebouwing, maar ook om andere voor het karakter van die gebieden bepalende factoren als het historisch gegroeide stedenbouwkundig patroon, gevormd door de nederzettingsstructuur, de verhouding tussen de bebouwde en de onbebouwde ruimten, de bouwvormen en de samenhang in het gebruik van grond en opstallen. Denk aan wegen, straten, pleinen, open ruimten, bruggen, grachten, vaarten, beken, sloten en andere wateren, bomen, hagen, boomwallen en aangrenzende weilanden. 5 ̊ cultureel erfgoed Cultureel erfgoed als bepaald in artikel 1.1 van de wet met uitzondering van archeologische rijksmonumenten. 6 ̊.

een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen De raad kan op grond van artikel 16.15, tweede lid, van de wet in het nieuwe deel van het omgevingsplan bepalen in welke gevallen een advies verplicht is. Dit kan per gebied of per type activiteit of bouwwerk verschillen. Zolang nog geen gevallen zijn aangewezen, zet het college het bestaande beleid met betrekking tot het vragen van commissieadvies voort. Omdat het omgevingsplan ook bij een projectbesluit of een voorbereidingsbesluit kan worden gewijzigd, brengt dit mee dat ook Gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van het Waterschap en de Minister van OCW de commissie als adviseur in het omgevingsplan kunnen aanwijzen. Regels over de aanwijzing van de commissie als adviseur kunnen ook onderdeel zijn van de voorbeschermingsregels waarmee een voorbereidingsbesluit het omgevingsplan wijzigt. Overigens betekent dit niet dat de commissie daarmee ook formeel adviesorgaan van die andere bestuursorganen wordt. Als het college geen bevoegd gezag is voor de aanvraag om een omgevingsvergunning maar adviseur, is de commissie ook adviseur en richt het advies van de commissie zich tot het college in plaats van het bevoegd gezag (artikel 4.22 van het Omgevingsbesluit). 7 ̊.

een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit Dit onderdeel is gelijkwaardig aan de huidige zogenoemde “kan-bepaling” over de welstandsadvisering in artikel 6.2, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht. Het college kan – voor zover dat in het omgevingsplan niet anders is geregeld – op grond daarvan zelf bepalen of zij een advies inwinnen bij de commissie.

De beoordeling van de omgevingsplanactiviteit bouwen door de commissie Bij het beoordelen van een bouwplan volgt de commissie de beoordelingsregels die in het omgevingsplan staan. De beoordelingsregels geven aan onder welke voorwaarden de vergunning kan worden verleend of geweigerd. Het gaat hierbij om regels over het bouwwerk zelf als wel zijn relatie tot de omgeving en de te verwachten ontwikkeling daarvan. Bijvoorbeeld de bouwhoogte, de bouwmassa, het maximale bebouwingsoppervlak, de aanwijzing van bouwvlakken, de situering op de bouwvlakken, de karakteristiek van de bebouwing, en het uiterlijk van bouwwerken zoals vastgelegd in de beleidsnota. De wet biedt de gemeente een kans om te zorgen voor een betere inbedding en aansluiting van welstandsaspecten binnen het ruimtelijke kwaliteitsbeleid. Het streven naar een goede omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 1.3 van de wet is daarbij het overkoepelende doel. Daarom is de advisering niet beperkt tot ingrepen aan beschermde monumenten en het uiterlijk van bouwwerken. De commissie adviseert zowel over de toepassing van de regels in het omgevingsplan zelf (zoals de mogelijkheid tot “binnenplanse” afwijkingen), als over de toepassing van de beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken. Dit gebeurt vanuit het doel van een goede omgevingskwaliteit.

Onderdeel b De Minister van OCW vraagt ingevolge de Erfgoedwet altijd advies aan het college van de gemeente waar een monument of archeologisch monument zich bevindt, alvorens te besluiten het aan te wijzen als rijksmonument. In dat geval is de commissie adviseur van het college. De commissie is ook adviseur in geval het college het voornemen heeft een monument of archeologisch monument aan te wijzen als gemeentelijk monument (door de locatie de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven). Onderdeel c Dit onderdeel geeft invulling aan de mogelijkheid als bedoeld in artikel 17.9, tweede lid, van de wet om de commissie in te schakelen bij het ontwikkelen van beleid voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Zoals hierboven vermeld gaat het uitsluitend om beleid op het gebied van de omgevingskwaliteit. Onderdeel d Dit onderdeel betreft de opgavegerichte advisering in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave. In geval van een verkenning in het kader van een projectprocedure of projectbesluit als bedoeld in artikel 5.48, tweede lid, van de wet onderzoekt het bevoegd gezag de mogelijke oplossingen voor een opgave. Door de verkenning kan het bevoegd gezag inzichten verkrijgen in: - de aard van de opgave, - de relevante ontwikkelingen voor de fysieke leefomgeving, en - de mogelijke oplossingen voor die opgave.

Hieronder vallen ook de oplossingen die anderen aandragen en waarvan het bevoegd gezag na beoordeling ervan besluit deze mee te nemen in de verkenning. De laatste zinsnede van dit onderdeel geeft aan dat ook als er geen sprake is van een projectprocedure of projectbesluit het college aan de commissie advies kan vragen in het kader van een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving. Onderdeel e Dit onderdeel betreft de ontwerpgerichte advisering. Deze taak heeft geen betrekking op het adviseren over door het college op aanvraag te nemen besluiten, maar op het informeren en begeleiden van planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces, met het doel een hoogstaande stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit te bereiken. Dit onderdeel biedt de mogelijkheid om in een specifiek geval de commissie of een lid van de commissie te belasten met of te betrekken bij deze taak. Onderdeel f Vooroverleg bij een vergunningaanvraag wordt in de wet niet gereguleerd. De bestaande praktijk kan op grond van dit onderdeel worden voortgezet. Het belang van een goed vooroverleg neemt toe, aangezien het vereiste van onlosmakelijke samenhang vanuit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) niet is overgenomen in de wet. De initiatiefnemer is er zelf

verantwoordelijk voor dat zij of hij voor alle activiteiten beschikt over de vereiste vergunningen. Het is aan de initiatiefnemer om de verschillende eisen op elkaar af te stemmen. Vooral bij complexe projecten is vooroverleg van groot belang. Onderdeel g In dit onderdeel is bepaald dat de commissie ook adviseur kan zijn bij het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed en werelderfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen. De aanschrijvingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 13a van de Woningwet in geval van een bouwwerk dat in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand, is opgenomen in de bruidsschat als bedoeld in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet. Dit in de vorm van een bevoegdheid tot stellen van maatwerkvoorschriften (zie artikel 22.7 in samenhang met artikel 22.4 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan). De specifieke zorgplicht voor rijksmonumenten verplicht initiatiefnemers om maatregelen te nemen om het beschadigen of vernielen van (voorbeschermde) rijksmonumenten te voorkomen. Een activiteit hoeft daarbij niet gericht te zijn op een rijksmonument. Het is voldoende dat een activiteit in de fysieke leefomgeving effect heeft op dat rijksmonument. Een voorbeeld hiervan is het bouwen van een tunnel, waardoor een rijksmonument kan verzakken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=b8661543-8bef-4fb0-b85b-fe62a598055b