A3. Raadsmededeling 47-2026 Monitor Regionaal Programma Werklocaties
Tekst van het document
Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp
: : : : : :
47-2026 15 april 2026 21 april 2026 E.E. Koenders T.M.M. Kok Monitor Regionaal Programma Werklocaties
Aanleiding: Op 30 januari 2024 heeft de gemeenteraad het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) 20242028 vastgesteld. Het RPW is het regionaal afsprakenkader tussen de 8 Achterhoek gemeenten en provincie Gelderland voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen. In het RPW is vastgelegd dat een periodieke monitor wordt uitgevoerd. Deze monitor is in het eerste kwartaal van 2026 uitgevoerd en opgeleverd aan het regionaal bestuurlijk overleg RPW waarin de portefeuillehouders EZ van de acht gemeenten en provincie Gelderland deelnemen. De acht wethouders hebben ten behoeve van de volgende bestuursperiode tevens een overdrachtsdocument bij de monitor opgesteld. Inhoud mededeling: Wij bieden u de monitor en het overdrachtsdocument ter kennisname aan. De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd: Monitor RPW Achterhoek 2024-2028 (Ecorys) Overdrachtsdocument Bestuurlijk overleg RPW Voorstel en besluit vaststelling RPW Achterhoek 2024-2028 RPW Achterhoek 2024-2028 (Ecorys) Raadsmededeling 118-2024 Toetreding Montferland
Pagina 1 van 1
Monitor RPW Achterhoek 2024 - 2028
Gemeenten uit de regio Achterhoek Rotterdam, 14 april 2026
Monitor RPW Achterhoek
Gemeenten uit de regio Achterhoek Rotterdam, 14 april 2026
Project: 1007860
Monitor RPW Achterhoek
Inhoudsopgave Voorwoord ..........................................................................................................4 1 1.1 1.2 1.3
Hoe is de monitor opgebouwd?.............................................................5 Monitoring is vastgelegd in het RPW 2024 – 2028 ........................................... 5 Doelstelling monitor ........................................................................................... 5 Leeswijzer monitor ............................................................................................ 5
2 2.1 2.2
Herhaling afspraken RPW 2024-2028 ....................................................6 Onderdeel 1: Op- en vaststellen van het RPW ................................................. 6 Onderdeel 2 t/m 4: Faciliteren ruimtebehoefte ................................................. 6
3 3.1 3.2 3.3
Monitoring tot en met februari 2026 ......................................................8 Aanbod en uitgifte ............................................................................................. 8 Ontwikkelopgaven ............................................................................................. 9 Aandacht voor (opkomende) maatschappelijke transities .............................. 14
4 4.1 4.2 4.3 4.4
Belangrijkste conclusies en aanbevelingen .......................................18 Beperkte ruimte remt economische en maatschappelijke ontwikkeling ......... 18 Netcongestie: bedreiging in de uitvoering, maar geen rem ............................ 19 Nieuwe transities vragen ook nieuwe ruimte .................................................. 19 Samenvatting van de aanbevelingen .............................................................. 20
/3
Monitor RPW Achterhoek
Voorwoord
De maatschappelijke waarde van bedrijventerreinen groeit… Voor u ligt de monitoring van het Regionaal Programma Werklocaties Achterhoek 2024 – 2028. Voordat we ingaan op cijfers en ontwikkelingen, is het belangrijk stil te staan bij de maatschappelijke waarde van werklocaties en de rol die zij spelen voor werkgelegenheid en brede welvaart in de Achterhoek. De Achterhoek werkt aan grote opgaven op het gebied van wonen, werken, leefbaarheid en brede welvaart. In dat licht vormen bedrijventerreinen niet alleen fysieke locaties voor economische activiteit, maar één van de belangrijkste pijlers onder de regionale samenleving. Net als in de rest van Nederland beslaan de Achterhoekse bedrijventerreinen een groot deel van het totale areaal. En nog belangrijker: circa 40% van alle banen in de regio is te vinden op bedrijventerreinen. Dit maakt werklocaties van directe en strategische waarde voor inwoners, bedrijven en voorzieningen. Ze bieden werk in de buurt, dragen substantieel bij aan lokale koopkracht en creëren de economische basis voor voorzieningen zoals scholen, winkels en sportfaciliteiten. Bedrijventerreinen zijn daarmee onmisbaar voor de vitaliteit van zowel de economie als de leefomgeving.
De waarde van bedrijventerreinen kan niet los worden gezien werkt van de forse woningbouwopgave en het versterken van de demografische positie, waar de gemeenten in de regio hard aan werken. Wanneer de Achterhoek groeit in inwoners, moet de ruimte voor werkgelegenheid die groei kunnen blijven dragen. Wonen, werken en welzijn zijn met de schaarser wordende ruimte meer dan ooit aan elkaar verbonden: zonder voldoende werklocaties groeien ondernemers niet, ontstaat er druk op pendelstromen, loopt brede welvaart terug en verliezen jongeren perspectief om in de regio te blijven. Daarnaast spelen bedrijventerreinen een cruciale rol in de energietransitie, circulariteit, de verduurzaming van de industrie, wateropgaven en de brede economische structuur. Geen ruimte voor bedrijventerrein, betekent ook geen ruimte voor economische en maatschappelijke groei. …en daarmee groeit ook het belang van het RPW en monitoring Het RPW vormt de gezamenlijke basis waarop gemeenten en provincie afspraken maken over werklocaties, uitbreidingen en programmering. Juist door de groeiende maatschappelijke waarde van bedrijventerreinen neemt het belang van dit samenwerkingskader toe. Het is noodzakelijk om tijdig inzicht te hebben in de beschikbare ruimte, toekomstige ruimtevraag en de voortgang van ontwikkelingen en transities, die niet stoppen op gemeentegrenzen.
Het RPW zelf – en de tweejaarlijkse monitoring – biedt hierin structuur, richting en gezamenlijkheid. Het stelt gemeenten in staat één verhaal te vertellen, een gedeeld urgentieniveau uit te dragen én samen op te trekken richting provincie en netbeheerders. In een tijd van toenemende druk op ruimte, netcapaciteit en planprocedures wordt het RPW daarmee steeds belangrijker als regionale regie- en afwegingsruimte.
/4
Monitor RPW Achterhoek
1
Hoe is de monitor opgebouwd?
1.1 Monitoring is vastgelegd in het RPW 2024 – 2028 In het RPW Achterhoek 2024 – 2028 is geconcludeerd dat er meer ruimte nodig is voor lokale en regionale bedrijventerreinen. Dit heeft geleid tot ontwikkelruimte, oftewel de mogelijkheid om nieuwe bedrijventerreinen te ontwikkelen. In het RPW is onder andere afgesproken dat gemeenten tot aan 2040 op zoek gaan naar ontwikkelruimte voor lokale en regionale bedrijventerreinen. Ook is in het RPW vastgelegd dat er na twee jaar een monitoring van de ontwikkelingen op en rond bedrijventerreinen volgt. De regio geeft hier invulling aan via de opdracht aan Ecorys om drie thema’s te analyseren, te weten: 1. Actualisatie aanbod- en uitgiftecijfers 2. Monitoring ontwikkelopgaven 3. Aandacht voor (opkomende) maatschappelijke transities.
1.2 Doelstelling monitor Voor uitvoering van het RPW is monitoring van groot belang. Juiste en actuele gegevens over vraag en aanbod voor bedrijventerreinen zijn nodig voor een goede uitvoering van het beleid en afstemming op de marktsituatie. Monitoring heeft als doel de regio de mogelijkheid te geven om: • In te spelen op macro-economische ontwikkelingen; • In te spelen op regionale ontwikkelingen; • Grip te houden op uitgifte van en opties op bedrijventerreinen; • De herstructureringsbehoefte (incl. verduurzamingsopgave) te actualiseren; • Zicht te houden op vraag en aanbod; • Bij te sturen indien de resultaten van de monitoring daar aanleiding toe geven. Ook dient de monitor als overdrachtsinput voor nieuwe coalities na de gemeenteraadsverkiezingen.
1.3 Leeswijzer monitor In hoofdstuk 2 herhalen we kort de belangrijkste afspraken uit het huidige RPW. Hoofdstuk 3 is de monitoring. Hierin blikken we per thema (aanbod, ontwikkelopgaven en maatschappelijke transities) eerst terug op wat is opgenomen in het huidige RPW, alvorens we ingaan op de ontwikkelingen die tot en met februari 2026 hebben plaatsgevonden. De monitor sluit af met conclusies en aanbevelingen in hoofdstuk 4.
/5
Monitor RPW Achterhoek
2
Herhaling afspraken RPW 2024 – 2028
De regionale afspraken ten aanzien van de (her)ontwikkeling en toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen bestaan uit vier onderdelen: • Onderdeel 1: Op- en vaststellen van het RPW; • Onderdeel 2: Beoordelen van individuele initiatieven; • Onderdeel 3: Planologisch regelen van (nieuwe) locaties en • Onderdeel 4: De randvoorwaarden bij de (her)ontwikkeling van bedrijventerreinen.
2.1 Onderdeel 1: Op- en vaststellen van het RPW Met betrekking tot het eerste onderdeel, het opstellen en vaststellen van het RPW, geldt het volgende: • Hoofddoel van het RPW is het faciliteren van de ruimtebehoefte van het bedrijfsleven, waarbij de juiste kwaliteit en kwantiteit bedrijventerrein beschikbaar is op het juiste moment en juiste plaats, vanuit een gezonde vraag-aanbodbalans. • Voor de uitvoering van de afspraken in het RPW is regionale afstemming van groot belang. De Achterhoekgemeenten hebben daarom vier keer per jaar (ieder kwartaal) een regionaal bestuurlijk RPW-overleg. Dit overleg wordt voorbereid in een regionaal ambtelijk RPW-overleg dat eens in de zes weken plaatsvindt. • Voor de uitvoering van de afspraken in het RPW is monitoring van groot belang (zie paragraaf 1.2.). Voor bedrijventerreinen zijn de cijfers in het databestand IBIS bij de provincie Gelderland leidend. De gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de juistheid en de meest recente informatie in dit bestand. • Het RPW wordt vierjaarlijks herzien – of eerder als blijkt dat de afspraken niet meer goed aansluiten bij de opgaven – en ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraden en Gedeputeerde Staten van provincie Gelderland. Dit sluit aan op de Omgevingsverordening provincie Gelderland.
Dat betekent dat de herziening van dit RPW start in het voorjaar van 2028, zodat deze per 1-1-2029 van kracht wordt. • De afspraken in dit RPW zijn ook van toepassing op gemeenten die gedurende de looptijd van het RPW tot de regio toetreden.
2.2 Onderdeel 2 t/m 4: Faciliteren ruimtebehoefte In paragraaf 6.3. van het RPW is een lijst met afspraken gemaakt over onderdeel 2, 3 en 4: de wijze waarop de ruimtebehoefte van bedrijven op bedrijventerreinen wordt gefaciliteerd. Daarin wordt het onderscheid gemaakt tussen regionale en lokale bedrijventerreinen. Verschil regionale en lokale bedrijventerreinen De regionale bedrijventerreinen zijn de aangewezen locaties voor grootschalige initiatieven van buiten de regio en voor lokaal gewortelde bedrijven waarvoor binnen hun kern of gemeente geen geschikte plek meer gevonden kan worden. Bij vaststelling van het RPW 2024 – 2028 zijn dit het A18 Bedrijvenpark en de Laarberg. Op het moment dat een van beide
/6
Monitor RPW Achterhoek
terreinen vol raakt, geeft dit aanleiding onderzoek te starten naar verdere uitbreidingsmogelijkheden van de regionale bedrijventerreinen. Regionale bedrijventerreinen onderscheiden zich van lokale bedrijventerreinen door een overwegend grotere kavelomvang en een hogere milieucategorie. Hiervoor is echter bewust geen harde grens vastgelegd. Het is daardoor mogelijk om ook op lokale bedrijventerreinen grootschalige en/of hogere milieucategorie (hmc)-activiteiten te vestigen. Voorwaarde daarbij is wel dat een bedrijfsvestiging moet passen bij de aard en schaal van het werkmilieu en dat hierover regionale afstemming plaatsvindt.
/7
Monitor RPW Achterhoek
3
Monitoring tot en met februari 2026
3.1 Aanbod en uitgifte 3.1.1 Terugblik RPW 2024-2028 Ten tijde van de vaststelling van het RPW kenden de gemeenten het volgende aanbod (peildatum januari 2024). Lokale bedrijventerreinen in 2024 • Aalten 7,2 ha beschikbaar (waarvan 3 ha in optie) • Berkelland 4,9 ha beschikbaar (waarvan 2,4 ha in optie) • Bronckhorst Geen aanbod • Doetinchem 3,2 ha beschikbaar (waarvan 0,4 ha in optie) • Oost Gelre 3,0 ha beschikbaar (waarvan 2,6 ha in optie) • Oude IJsselstreek 3,6 ha beschikbaar (waarvan 2,6 ha in optie) + 25 ha zacht planaanbod • Winterswijk 8,7 ha beschikbaar (waarvan 3,5 ha in optie) • Montferland Geen aanbod Regionale bedrijventerreinen in 2024 • A18 36,5 ha beschikbaar (waarvan alles in optie) • Laarberg 37,5 ha beschikbaar (waarvan 0,9 in optie) XXL-logistiek (Montferland) in 2024 In het RPW is oorspronkelijk geen gemeente met terreinvoorraad XXL-logistiek. Met de toetreding van de gemeente Montferland is dit veranderd. De gemeente beschikte op het moment van toetreding aan de Achterhoek in 2024 over geen XXL aanbod. 3.1.2 Ontwikkelingen tot februari 2026 Ten tijde van de monitor kennen de gemeenten het volgende aanbod (peildatum februari 2026). Te zien is dat er de afgelopen twee jaar veel is uitgegeven (ongeveer de helft) en in de West-Achterhoek praktisch geen lokaal aanbod meer is. Ook de regionale uitgifte is hard gegaan.
De cijfers zijn opgehaald in gesprekken met de gemeenten. IBIS is nog niet geactualiseerd. Lokale bedrijventerreinen in 2026 • Aalten 7,1 ha beschikbaar (waarvan 2,9 ha in optie) • Berkelland 1,2 ha beschikbaar (waarvan 1,2 ha in optie) • Bronckhorst Geen aanbod • Doetinchem 0,2 ha beschikbaar (waarvan 0,0 ha in optie) • Oost Gelre 0,1 ha beschikbaar (waarvan 0,1 ha in optie) • Oude IJsselstreek 3,6 ha beschikbaar (waarvan 2,6 ha in optie) + 25 ha vastgesteld planaanbod • Winterswijk 3,6 ha beschikbaar (waarvan 0,0 ha in optie) • Montferland Geen aanbod
/8
/9
Monitor RPW Achterhoek
Regionale bedrijventerreinen in 2026 • A18 6,5 ha beschikbaar (waarvan 3,0 ha in optie) • Laarberg 29 ha beschikbaar (waarvan 13,5 ha in optie) XXL-logistiek (Montferland) in 2026 Momenteel beschikt de gemeente Montferland over geen XXL aanbod.
3.2 Ontwikkelopgaven 3.2.1 Terugblik RPW 2024-2028 In het RPW is een regionale doorvertaling gemaakt van de vraag-aanbodconfrontatie uit de Provinciale Behoefteraming Gelderland 20231. Uit de doorvertaling blijkt dat er in alle gemeenten behoefte is aan uitbreiding in de periode tot en met 2030, in de werkmilieus klassiek-gemengd en maakindustrie. Voor de overige twee werkmilieus, logistiek en agrifood, is nagenoeg sprake van balans t/m 2030.. In het RPW zijn formele ontwikkelopgaven t/m 2030 vastgesteld, maar omdat ontwikkeling en uitgifte van een bedrijventerrein vaak een periode van meer dan 10 jaar behelst, is er tevens een doorkijk gegeven tot en met 2040. Daarmee geeft het RPW inzicht in de ontwikkelopgave tot en met 2030 en een prognose voor de periode daarna. De doorkijk naar 2040 laat zien dat er ook na 2030 extra ruimtevraag verwacht mag worden en benadrukt daarmee de uitbreidingsbehoefte. De doorkijk is geen formele ontwikkelopgave. Lokale bedrijventerreinen De tabel hieronder toont welke ontwikkelopgave voor lokale bedrijvigheid is opgenomen in het RPW. Ontwikkelopgave t/m 2030 (en doorkijk naar 2040) voor lokale bedrijvigheid, vastgelegd in RPW
Gemeente
2023 t/m 2030
2031 t/m 2040
2023 t/m 2040
Ontwikkelopgave
Doorkijk
Totaal
Aalten
10 ha
5 tot 17 ha
15 tot 27 ha
Berkelland
13 ha
5 tot 19 ha
18 tot 32 ha
Bronckhorst
12 ha
4 tot 16 ha
16 tot 28 ha
Doetinchem
12 ha
10 tot 25 ha
22 tot 37 ha
Oost Gelre
8 ha
2 tot 8 ha
10 tot 16 ha
Oude IJsselstreek
28,5 ha
Max. 10 ha
16,5 tot 38,5 ha
Winterswijk
11,5 ha
4 tot 18 ha
15,5 tot 29,5 ha
5 ha
-
-
Montferland
1 2
2
Prognose werklocaties provincie Gelderland (Stec, 2023) De gemeente Montferland is na oplevering van het RPW Achterhoek 2024 – 2028 overgeheveld van het RPW Arnhem Nijmegen. Omdat de twee verschillende RPW’s van kracht zijn met een eigen systematiek en een verschillende looptijd is in afstemming met beide regio’s gekozen voor een pragmatische oplossing, die toeziet op de mogelijkheid om 5 hectare aan lokale bedrijvigheid te ontwikkelen en 20 hectare XXL-logistiek. Ook is er ruimte voor ruim 2 hectare aan ondersteunende functies, zoals een Clean Energy Hub en een truckparking.
/ 10
Monitor RPW Achterhoek
Regionale bedrijventerreinen In de periode 2023 t/m 2030 is er voldoende ruimte, op zowel de Laarberg als Bedrijvenpark A18. Er is geen formele ontwikkelopgave. Wel moeten de gemeenten zich voorbereiden op eventuele bedrijfsverplaatsingen of nieuwe vestigingen van bedrijven die niet op lokale bedrijventerreinen passen, bedrijven van buiten de Achterhoek en de regionale ruimtevraag die na 2030 nog verwacht wordt. In het RPW is daarom opgenomen dat gemeenten starten met de voorbereidingen voor de ontwikkeling van de uitbreidingsambitie van 30 tot 35 hectare (Laarberg) en ten minste 29 hectare (A18 Bedrijvenpark). Gemeente
2023 t/m 2030
2031 t/m 2040
2023 t/m 2040
Ruimtevraag
Ruimtevraag
Totaal
A18 Bedrijvenpark
22 ha
7 tot 29 ha
29 tot 51 ha
Laarberg
21 ha
7 tot 28 ha
28 tot 50 ha
XXL-Logistiek In het RPW is oorspronkelijk geen ontwikkelopgave opgenomen voor grootschalige logistiek (XXL-logistiek). Na toetreding van de gemeente Montferland aan de regio is met de regio en de provincie de afspraak gemaakt om 20 hectare XXL-Logistiek met randvoorwaarden te ontwikkelen in ’s-Heerenberg3. 3.2.2 Ontwikkelingen tot februari 2026 Lokale bedrijventerreinen Uit gesprekken met de gemeenten blijkt dat alle Achterhoekse gemeenten werken aan het verkennen, voorbereiden of verder uitwerken van uitbreidingslocaties voor lokale bedrijvigheid. Hiermee geven zij procesmatig invulling aan de ontwikkelopgaven die in het RPW zijn vastgelegd. In een aantal gemeenten bevinden plannen zich nog in een verkennende fase, terwijl andere gemeenten al verder zijn met concrete planvorming, besluitvorming of het doorlopen van ruimtelijke procedures. Deze inzet onderstreept het gezamenlijke besef binnen de regio dat extra ruimte voor lokaal gebonden bedrijvigheid noodzakelijk is. Tegelijkertijd constateren we dat de ontwikkelopgaven, zelfs wanneer planvorming voorspoedig verloopt, niet tijdig gerealiseerd zullen zijn. De Achterhoek loopt achter in het realiseren van de lokale ontwikkelopgave.
Factoren zoals planologische procedures, grondverwerving, milieukundige onderzoeken, netcapaciteit en financiering zorgen ervoor dat tussen initiatief en daadwerkelijke uitgifte vaak een te lange doorlooptijd zit. Dit betekent dat de benodigde ruimte niet alleen vóór 2030 (naar verwachting) onvoldoende beschikbaar zal zijn, maar dat ook in de periode daarna een tekort kan blijven bestaan. Het uitblijven van tijdige ontwikkeling van nieuwe lokale bedrijventerreinen heeft duidelijke economische en ruimtelijke gevolgen. Bedrijven krijgen onvoldoende ruimte om te groeien, te moderniseren of te verduurzamen en stellen investeringen uit. Wanneer de beschikbare ruimte lang genoeg
3
De gemeente Montferland is na oplevering van het RPW Achterhoek 2024 – 2028 overgeheveld van het RPW Arnhem Nijmegen. Omdat de twee verschillende RPW’s van kracht zijn met een eigen systematiek en een verschillende looptijd is in afstemming met beide regio’s gekozen voor een pragmatische oplossing, die toeziet op de mogelijkheid om 5 hectare aan lokale bedrijvigheid te ontwikkelen en 20 hectare XXL-logistiek. Ook is er ruimte voor ruim 2 hectare aan ondersteunende functies, zoals een Clean Energy Hub en een truckparking.
Monitor RPW Achterhoek
uitblijft, kunnen bedrijven met een groter marktgebied ervoor kiezen de Achterhoek te verlaten. De ontwikkelopgaven voor lokale bedrijvigheid tot en met 2030 blijven echter onverminderd van kracht. Gemeenten zetten stappen om deze opgaven te realiseren, maar het huidige tempo van planvorming en uitvoering is nog onvoldoende om de verwachte ruimtevraag tijdig te accommoderen. Versnelling en prioritering van kansrijke locaties is daarom van belang om toekomstige knelpunten te beperken. In de tabel op de volgende pagina worden de voorgenomen plannen afgezet tegen de ontwikkelopgave voor 2030. Zoals afgesproken in het RPW houden de plannen ook rekening met de doorkijk naar de ruimtevraag in de periode 2031–2040; deze doorkijk betreft echter géén formele ontwikkelopgave.
/ 11
Monitor RPW Achterhoek
Gemeente
Ontwikkelopgave
Doorkijk
lokale
ruimtevraag
bedrijvigheid
lokale
/ 12
Status ontwikkelplannen per februari 2026
bedrijvigheid Aalten
2023 t/m 2030
2031 t/m 2040
10 ha
5 tot 17 ha
De gemeente heeft een verkenning naar meerdere locaties laten uitvoeren. Het college heeft begin 2024 een gebied aansluitend op bestaand bedrijventerrein bij de kern Aalten als uitbreidingslocatie aangewezen (11 tot 16 ha netto). De gemeenteraad is eind 2024 akkoord gegaan met het uitvoeren van verdiepende onderzoeken en heeft voorkeursrecht gevestigd op dit gebied. Naar verwachting wordt eind 2026 een definitief besluit van de raad gevraagd om de ontwikkeling, exploitatie en planologische procedures op te kunnen starten. De gronduitgifte is oorspronkelijk vanaf 2029 gepland, maar dit zal waarschijnlijk vertraging oplopen vanwege netcongestie. Dit betreft nog geen vastgesteld planaanbod.
Berkelland
13 ha
Max. 18 ha
De gemeente Berkelland doet momenteel nog onderzoek / een verkenning naar mogelijke uitbreidingen in alle vier grote kernen (Borculo, Eibergen, Neede en Ruurlo). Met ondernemers in kleine kernen en buurtschappen denken we mee in mogelijkheden en maatwerk. Het betreft momenteel nog geen vastgesteld planaanbod.
Bronckhorst
12 ha
4 tot 16 ha
Eind december 2025 is een haalbaarheidsonderzoek van drie uitbreidingslocaties vastgesteld van ca. 4 ha (L. Dolfingweg, Steenderen), 12 ha (Olde Kaste, Hengelo) en 20 ha bruto (Stikkenweg Zelhem), waarbij een bruto-netto verhouding van 60/40 het uitgangspunt is. De Stikkenweg geniet hierbij de prioriteit gezien enkele grondposities van de gemeente. Dit is kwantitatief voldoende om de balans te halen. Inmiddels heeft de gemeente hier een voorkeursrecht gevestigd. De gemeente werkt begin 2026 aan ontwikkelplannen. Het betreft momenteel nog geen vastgesteld planaanbod.
Doetinchem
12 ha
10 tot 25 ha
Januari 2026 besloot de gemeenteraad van Doetinchem voorkeursrecht te vestigen op ruim 40 hectare agrarische grond aansluitend aan bedrijventerrein Akkermansweide in Gaanderen. Ca. 50% van de omvang van het plan is beoogd voor bebouwing en lokale bedrijvigheid. Hiermee is de eerste juridische stap richting uitbreiding gezet. Het betreft momenteel nog geen vastgesteld planaanbod.
Oost Gelre
8 ha
2 tot 8 ha
In 2025 heeft de gemeenteraad besloten om de gewenste uitbreiding van lokaal bedrijventerrein (ca. 10 ha netto) tegen te houden. Het besluit van het college tot het vestigen van het voorkeursrecht op een potentiële locatie werd niet bestendigd door de gemeenteraad. Hiermee zette de gemeente een stap terug en zal na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 het traject opnieuw ingezet worden. De behoefte is aangetoond en vastgelegd in het RPW. De ontwikkelopgave uit het RPW staat/stond niet ter discussie bij de raad. De gemeente gaat na de verkiezingen aan de slag met een het opstellen van procesvoorstel om tot een nieuw proces te komen. Hierbij zal de raad nauwer worden betrokken in het vaststellen van de randvoorwaarden/uitgangspunten. Er is dus nog geen vastgesteld planaanbod.
Monitor RPW Achterhoek
Oude
28,5 ha
Max. 10 ha
IJsselstreek
/ 13
In Varsseveld voorziet de komende jaren een ontwikkeling van 25 hectare op het VIP. Dit is vastgesteld planaanbod en de gemeente wil en verwacht de grond er zo snel mogelijk uit te geven. De uitbreidingsbehoefte daalt t/m 2030 daarmee naar 3,5 hectare. Met oog hierop, en de ruimtevraag na 2030 bereidt de gemeente nog 10 hectare aan uitbreiding op de Rieze voor. De uitbreiding op de Rieze betreft nog geen vastgesteld planaanbod.
Winterswijk
11,5 ha
4 tot 18 ha
Winterswijk heeft haar locatiekeuzeonderzoek voor nieuw bedrijventerrein afgerond. Locatie Arrisveld is vastgesteld voor de ontwikkeling van 16 ha netto (circa 26 ha bruto). In november 2025 heeft de gemeenteraad de kaders voor de gebiedsvisie vastgesteld en begin 2026 wordt de gebiedsvisie voor de inrichting van het werklandschap verder uitgewerkt. Aansluitend start de omgevingsplanprocedure. Het betreft momenteel nog geen vastgesteld planaanbod.
Montferland
5 ha
-
In december 2025 is het ontwerp omgevingsplan voor de ontwikkeling van ’sHeerenberg ter inzage gelegd. Het plan biedt naast ruimte voor XXL-logistiek (20 ha) en ondersteunende functies (2 ha) ook ruimte aan lokale bedrijvigheid met een omvang van ongeveer 5 hectare. Nagenoeg alle benodigde grond is in eigendom van de gemeente/ontwikkelaar. De vaststelling is voorzien in de 2e helft van 2026. Hoewel er diverse uitdagingen spelen is het realistisch om te veronderstellen dat gronduitgifte in 2027/2028 zal volgen. Het betreft momenteel nog geen vastgesteld planaanbod.
Regionale bedrijventerreinen Voor de regionale bedrijventerreinen A18 Bedrijvenpark en de Laarberg werken de betrokken gemeenten gezamenlijk aan de voorbereidingen voor uitbreiding, conform de afspraken uit het RPW. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de resterende uitgeefbare voorraad, maar ook naar de uitbreidingsopgave voor de periode na 2030. De samenwerking richt zich op het tijdig reserveren van ruimte, het doorlopen van noodzakelijke planologische procedures en het afstemmen van de programmering op de regionale vraag. Tegelijkertijd is zichtbaar dat de uitgifte op de bestaande regionale terreinen de afgelopen periode relatief snel is verlopen. In de West-Achterhoek is de beschikbare ruimte inmiddels vrijwel geheel benut. Hoewel enkele kavels nog in leveringstraject zitten of in optie zijn, kunnen nieuwe geïnteresseerde bedrijven er in de praktijk niet terecht. Ook in de OostAchterhoek neemt de resterende voorraad snel af. In de gehele regio groeit daarom het belang van tijdige besluitvorming over nieuwe uitbreidingslocaties. In dit kader is het relevant dat in West-Achterhoekverband de betrokken gemeenten actief aan de slag zijn met de voorbereidingen voor een nieuw regionaal bedrijventerrein, dat nodig is als A18 Bedrijvenpark volledig is uitgegeven. Momenteel loopt er een locatiestudie en de gemeenteraden zijn hier in het najaar van 2025 over bijgepraat.
Wel is het belangrijk om de vaart in dit proces te houden, vooruitlopend op het volledig uitgeven van A18 Bedrijvenpark. In algemene zin blijven de regionale terreinen van groot belang voor grootschalige vestigingen, bedrijfsverplaatsingen en initiatieven van buiten de regio waarvoor lokaal geen
Monitor RPW Achterhoek
passend alternatief beschikbaar is. Vroegtijdige voorbereiding en besluitvorming zijn daarmee noodzakelijk om de regionale economische groei te kunnen blijven accommoderen. XXL-logistiek De gemeente Montferland werkt aan de invulling van de afspraak om circa 20 hectare ruimte voor XXL-logistiek te ontwikkelen in ’s-Heerenberg. De ontwikkeling vindt plaats in afstemming met de regio en provincie en is voorzien van specifieke randvoorwaarden. In december 2025 is het Omgevingsplan voor de ontwikkeling van ’s-Heerenberg ter inzage gelegd. Tegelijkertijd zijn er tot en met februari 2026 nog geen ontwikkelingen te rapporteren met betrekking tot het aangekondigde provinciale onderzoek naar grootschalige logistiek. Hierdoor ontbreekt op dit moment nog een geactualiseerd provinciaal kader dat richting kan geven aan de positionering en programmering van mogelijk extra XXL-logistieke activiteiten binnen de regio.
3.3 Aandacht voor (opkomende) maatschappelijke transities 3.3.1 Terugblik RPW 2024-2028 Naast de kwantitatieve uitbreidingsbehoefte onderkennen gemeenten het belang van investeren in en sturen op de toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen en optimalisatie van het ruimtegebruik. Afgesproken is dat gemeenten samen met ondernemers investeren in de opgaven die bijdragen aan de toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen op het gebied van energievoorziening, circulaire economie, groen en water, en mobiliteit. 3.3.2 Ontwikkelingen tot februari 2026 Toenemend maatschappelijk belang van bedrijventerreinen De Achterhoek staat voor grote opgaven op het gebied van wonen, werken en brede welvaart. In dat licht vormen bedrijventerreinen één van de belangrijkste fundamenten van de regionale economie. Ruim 40% van alle banen in de Achterhoek bevindt zich op bedrijventerreinen, waarmee deze locaties niet alleen economische motoren zijn, maar ook direct bijdragen aan de bestaanszekerheid van inwoners, de lokale koopkracht en het voorzieningenpeil. Bedrijventerreinen huisvesten een groot deel van de maakindustrie, logistiek, agrifood en lokaal gewortelde ondernemingen die essentieel zijn voor de leefbaarheid van de regio.
Een tekort aan passende werklocaties heeft directe maatschappelijke gevolgen: bedrijven kunnen niet doorgroeien, jongeren vertrekken eerder vanwege gebrek aan toekomstperspectief, de lokale economie verzwakt en de afstand tussen wonen en werken neemt toe. Tegelijkertijd werkt de regio aan een forse woningbouwopgave en aan het aantrekken en vasthouden van inwoners. Om wonen, werken en welzijn in balans te houden, moet de ontwikkeling van bedrijventerreinen gelijk opgaan met bevolkingsgroei en woningbouwproductie. Een regio die wel bouwt voor inwoners maar onvoldoende ruimte heeft voor werkgelegenheid, vergroot de afhankelijkheid van pendel en verkleint de brede welvaart. Daarom kijkt deze monitor niet alleen naar technische aspecten zoals hectareontwikkeling, maar benadrukt zij ook de maatschappelijke betekenis van werklocaties voor de leefbaarheid, regionale vitaliteit en toekomstbestendigheid van de Achterhoek.
/ 14
Monitor RPW Achterhoek
Netcongestie Netcongestie vormt op dit moment een kritieke bedreiging voor de ontwikkeling en uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen. In vrijwel alle Achterhoekse gemeenten lopen bedrijven tegen harde beperkingen aan bij het aanvragen van nieuwe aansluitingen of het uitbreiden van hun elektriciteitscapaciteit. De situatie is inmiddels zo dat zonder beschikbaar vermogen nieuwe bedrijvigheid simpelweg niet mogelijk is. De recente aankondiging van TenneT over een aansluitstop, inmiddels óók voor kleinverbruikers, onderstreept de ernst hiervan. Positief is dat alle gemeenten inmiddels structureel het gesprek met hun netbeheerder hebben gezocht over zowel bestaande als geplande bedrijventerreinen. Dit levert beter inzicht op in beschikbare en toekomstige capaciteit en in de fasering van ontwikkelingen. Ook ontstaan op lokaal niveau diverse initiatieven om slimmer met energie om te gaan, zoals smart energy hubs en cable pooling waarin ondernemers samenwerken rond opwek, opslag en onderlinge uitwisseling van energie. Voorbeelden hiervan zijn te vinden op RBT Laarberg en lokale bedrijventerreinen in Oude IJsselstreek en Winterswijk. Ook zien we dat er steeds meer gemeenten speciale teams worden ingericht, bijvoorbeeld Team Nieuwe Energie in Berkelland.
Deze initiatieven kunnen lokaal verlichting bieden, maar het is belangrijk te benadrukken dat zij geen structurele oplossing vormen voor het regionale capaciteitsprobleem. Het tekort aan transportcapaciteit kan niet worden opgelost door ‘simpelweg’ efficiënter om te gaan met energie; er is substantiële netversterking nodig en er mag geen procesmatige vertraging ontstaan om nieuwe bedrijventerreinen en groeiende bedrijven duurzaam te kunnen faciliteren. Ruimte voor vergroening en klimaatadaptatie Bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen wordt in alle gemeenten meer aandacht besteed aan vergroening en klimaatadaptatie. In vergelijking met eerdere generaties bedrijventerreinen laten de huidige plannen duidelijk hogere bruto-nettoverhoudingen zien, met meer ruimte voor groenstructuren, waterberging en klimaatadaptieve inrichting. Hiermee wordt ingespeeld op toenemende neerslagpieken, hittestress en de wens om bedrijventerreinen aantrekkelijker en toekomstbestendiger te maken. Op bestaande bedrijventerreinen wordt vergroening veelal gekoppeld aan herstructurering en kwaliteitsverbetering van verouderde, sterk versteende locaties. Gemeenten maken hierbij gebruik van provinciale subsidies om ondernemers te stimuleren te investeren in vergroening, wateropvang en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit.
Deze aanpak draagt bij aan een aantrekkelijker werkmilieu, maar levert vooralsnog nauwelijks ruimtewinst op. Daarnaast brengen deze trajecten relatief hoge kosten met zich mee voor zowel gemeenten als ondernemers. Subsidies helpen daarbij, maar de benodigde fysieke ingrepen, proceskosten en organisatorische afstemming vragen substantiële aanvullende investeringen. Wateropgave Gekoppeld aan de klimaatopgave zien sommige gemeenten in de regio dat het tekort proceswater een groeiende bedreiging vormt voor bedrijven die afhankelijk zijn van grote volumes schoon of industrieel water voor hun productieprocessen. Door langere droge perioden, lagere grondwaterstanden en strengere regels voor wateronttrekking komen
/ 15
Monitor RPW Achterhoek
bedrijven steeds vaker in de knel. Dit leidt tot productiebeperkingen, hogere operationele kosten en toenemende onzekerheid over de continuïteit van bedrijfsactiviteiten. Herstructurering Alle gemeenten in de Achterhoek hebben de afgelopen jaren inspanningen geleverd om herstructurering van bestaande bedrijventerreinen te bevorderen. In de praktijk blijkt het echter zeer lastig om door herstructurering daadwerkelijk extra ruimte te creëren. Het vinden van ruimte op bestaande bedrijventerrein botst bovendien met het landschappelijke karakter van de Achterhoek, met ruimte voor (ver)groen(en). Er is in de regio geen noemenswaardige ruimtewinst gerealiseerd. De uitkomsten van het provinciale onderzoek naar beter benutten van bedrijventerreinen moeten daarom vooral worden gezien als een theoretische exercitie, die onvoldoende rekening houdt met praktische en juridische belemmeringen, zoals eigendomsverhoudingen, bedrijfscontinuïteit en financiële haalbaarheid. Dit betekent niet dat herstructurering geen waarde heeft. Integendeel: gemeenten hebben goed in beeld waar kwaliteitsverbetering wél mogelijk en wenselijk is. Een aansprekend voorbeeld is Industriepark Zelhem in de gemeente Bronckhorst, waar in samenwerking met de provincie en ondernemers een duidelijke kwaliteitsslag is gerealiseerd.
Deze verbeteringen zorgen ervoor dat bedrijventerreinen beter aansluiten op veranderende vestigingseisen van bedrijven en dragen bij aan een aantrekkelijker ondernemersklimaat, ook al leveren zij geen extra hectares op. Circulariteit Circulariteit staat nog niet bij alle gemeenten bovenaan de beleidsagenda, maar het besef groeit dat dit thema de komende jaren aan belang zal winnen. Op lokaal niveau zijn inmiddels voorbeelden te vinden van ondernemers die materiaal- en reststromen delen met omliggende bedrijven. Daarnaast wordt bij nieuwe ontwikkelingen duurzame en biobased bouw steeds vaker aangemoedigd. Circulariteit wordt ook steeds belangrijker omdat het bijdraagt aan de nationale ambitie naar meer strategische autonomie. Het verkleint de afhankelijkheid van schaarse, geopolitiek kwetsbare grondstoffen en internationale toeleveringsketens. Wat nog ontbreekt, is een regionaal onderzoek naar de ruimtelijke consequenties van de circulaire economie. Uit studies in de Groene Metropoolregio (GMR) en andere regio’s blijkt dat circulariteit niet alleen leidt tot nieuwe vormen van samenwerking, maar ook tot een aanzienlijke extra ruimtevraag, vooral voor hmc-locaties.
Dit komt doordat circulaire activiteiten vaak ruimte-intensief zijn: opslag, sortering, recycling, reparatie en verwerking vragen extra vierkante meters, en hoogwaardige recyclingprocessen vereisen regelmatig locaties op hmc-terreinen (milieucategorie 4 of hoger) 4. In het huidige RPW wordt met deze extra ruimtevraag nog niet voldoende rekening gehouden. Een vergelijkbaar onderzoek voor de Achterhoek kan helpen om beter te begrijpen waarom deze ruimtevraag ontstaat, hoe deze zich structureel vertaalt naar de bedrijventerreinprogrammering en welk effect dit kan hebben op toekomstige beleidskeuzes. Duidelijk is dat circulariteit in een volgend RPW nadrukkelijker aandacht verdient – zowel vanwege de ruimtelijke impact als de strategische betekenis voor de regionale economie.
4 Ruimtebehoefte van circulaire activiteiten in de GMR (Ecorys, 2023)
/ 16
Monitor RPW Achterhoek
Nieuwe ontwikkeling: defensie Een nieuwe ontwikkeling die in het huidige RPW nog volledig buiten scope is gebleven is de invloed van Defensiegerelateerde ontwikkelingen. De invloed hiervan op de ruimtebehoefte in de Achterhoek is op dit moment nog beperkt en grotendeels onzeker. Landelijk is wel zichtbaar dat Defensie investeert in (maritieme) maakindustrie en toeleverende bedrijven, wat kan leiden tot een toenemende vraag naar bedrijfsruimte. Een ontwikkeling die Ecorys ook ziet opspelen in haar bedrijventerreinstudies elders in het land. Uit de gesprekken met de gemeenten blijkt dat dit in de Achterhoek vooralsnog in beperkte mate speelt. Wel zijn er binnen de regio enkele locaties waar voorzichtig rekening wordt gehouden met mogelijke effecten van Defensiegerelateerde activiteiten op de ruimtevraag. Naarmate landelijke beleidskeuzes concreter worden, kan dit thema ook regionaal relevanter worden en vraagt het mogelijk om een explicietere plek in het toekomstig RPW.
/ 17
Monitor RPW Achterhoek
4
Belangrijkste conclusies en aanbevelingen
4.1 Beperkte ruimte remt economische en maatschappelijke ontwikkeling van de regio De monitor laat zien dat bedrijventerreinen veel meer zijn dan locaties voor economische ontwikkeling: ze vormen een cruciale pijler voor werkgelegenheid, brede welvaart en leefbaarheid in de Achterhoek. Bedrijventerreinen zijn goed voor circa 40% van de werkgelegenheid en beslaan een groot deel van het totale land areaal in de Achterhoek. Een tekort aan bedrijfsruimte van goede kwaliteit raakt niet alleen bedrijven, maar ook inwoners, voorzieningen, economische vitaliteit en de balans tussen wonen, werken en welzijn. Daarom moet de maatschappelijke waarde van bedrijventerreinen prominent onderdeel zijn van de regionale strategie. Beschikbaar aanbod is beperkter geworden, inbreiding blijkt lastig Als we kijken naar het huidige aanbod zien we dat sinds de vaststelling van het RPW er veel kavels zijn uitgegeven in de regio. Voor lokale bedrijvigheid is het aanbod momenteel vrijwel nihil. De kavels die ‘op papier’ nog beschikbaar zijn, zijn al in optie of concentreren zich op de regionale bedrijventerreinen. Voor veel lokaal gewortelde bedrijven (opererend in de werkmilieus (maak)industrie en klassiek-gemengd), sluit dit aanbod onvoldoende aan op hun behoefte aan nabijheid, schaal en lokale binding. In de West-Achterhoek is praktisch geen lokaal aanbod meer.
Uit de monitoring blijkt bovendien dat het in de praktijk lastig is om ruimte te winnen op bestaande bedrijventerreinen (er is in de regio geen ruimtewinst geboekt als gevolg van herstructurering). Tegelijkertijd neemt de ruimtevraag toe, ook voor andere functies Terwijl de beschikbare ruimte voor lokaal gewortelde bedrijven dus zeer beperkt is geworden, is de vastgestelde ruimtevraag uit het RPW niet minder geworden. Sterker nog: de nieuwste WLO-scenario’s voorspellen een hardere economische groei dan waarmee in het huidige RPW is gerekend, waarmee de feitelijke ruimtevraag als gevolg van autonome economische groei feitelijk hoger is dan is vastgelegd. Een actualisatie op de Provinciale Behoefteraming Gelderland zal nodig zijn om deze prognose voor de Achterhoek daadwerkelijk te onderschrijven. Uit studies op nationaal niveau en in omliggende regio’s is ten slotte op te merken dat opkomende maatschappelijke transities, zoals de circulaire economie, klimaatadaptatie en Defensiegerelateerde activiteiten, ook nog eens voor extra ruimtevraag kunnen zorgen. Daar komt bij dat ook andere functies een groeiende ruimteclaim kennen. Woningbouw, natuur en andere ruimtelijke functies leggen steeds vaker beslag op de ruimte, waardoor bedrijvigheid structureel ruimte verliest en de druk op ruimte voor werken verder toeneemt.
/ 18
Monitor RPW Achterhoek
Gemeenten zijn actief bezig met ontwikkelruimte, maar tempo moet omhoog Bovenstaande constateringen maken dat Ecorys het urgentieniveau van de voorgestelde acties in het huidige RPW t.a.v. ontwikkelruimte verhoogt. Het tempo van planvorming en realisatie van nieuwe lokale bedrijventerreinen blijft achter bij de ruimtevraag vanuit het bedrijfsleven. Zonder versnelling zal dit op korte tot middellange termijn leiden tot knelpunten in de huisvesting van bedrijven en tot een verdere verkrapping van de bedrijventerreinenmarkt. Een tekort aan nieuwe ontwikkelruimte heeft bovendien gevolgen voor de noodzakelijke doorontwikkeling van bestaande werklocaties. Nieuwe terreinen bieden de schuifruimte die nodig is om te kunnen herstructureren, verduurzamen en transformeren. Wanneer deze schuifruimte uitblijft, kunnen bedrijven die moeten verplaatsen of moderniseren dat niet of slechts beperkt. Hierdoor neemt de kwaliteit en toekomstbestendigheid van de bestaande voorraad af, terwijl de regionale economie juist wendbaar moet kunnen inspelen op opgaven als energietransitie, circulariteit en waterbeheer.
4.2 Netcongestie: bedreiging in de uitvoering, maar geen rem Uit de monitoring komt duidelijk naar voren dat netcongestie in toenemende mate een substantiële bedreiging vormt voor de snelheid, volgorde en haalbaarheid van de ontwikkeling van bedrijventerreinen. Het tekort aan beschikbare netcapaciteit beperkt direct de uitvoeringsmogelijkheden en maakt dat niet alle locaties gelijktijdig of volledig kunnen worden uitgegeven. Dit vraagt om een realistische en zorgvuldige benadering van de ambities uit het RPW in de dagelijkse praktijk. Echter, hoewel netcongestie een serieuze belemmering vormt, mag het geen reden zijn om planvorming of ontwikkeling stil te zetten. De komende jaren wordt de netcapaciteit stapsgewijs uitgebreid en aanvullende oplossingen, zoals energiehubs, smart grids, lokale energiedeling en andere slimme initiatieven, krijgen steeds meer betekenis in de regio. Tegelijkertijd ontkomt de regio ook niet aan het tijdig onderzoeken van alternatieve energieconcepten. Dit onderzoek is technisch complex, vraagt om samenwerking tussen meerdere partijen en kent lange doorlooptijden.
Het advies luidt dan ook om niet te wachten tot een volgend RPW, maar eerder vandaag dan morgen te starten met onderzoek naar alternatieve energieconcepten, planvoorbereiding en locaties ruimtelijk beschikbaar te houden, zodat deze kunnen worden benut zodra capaciteit vrijkomt of alternatieven toepasbaar worden. Het niet voorbereiden of reserveren van locaties vergroot op termijn het risico op structurele ruimtelijke tekorten en gemiste economische kansen, juist op het moment dat de netproblematiek afneemt. Vroegtijdige planvorming is daarmee essentieel om als regio wendbaar te blijven en effectief te kunnen inspelen op toekomstige netverruiming en nieuwe energieopties.
4.3 Nieuwe transities vragen ook nieuwe ruimte Naast de reguliere uitbreidings- en vervangingsvraag dienen zich nieuwe maatschappelijke en economische transities aan, zoals circulariteit, defensiegerelateerde activiteiten, water- en
/ 19
Monitor RPW Achterhoek
klimaatopgaven en de energietransitie. Deze ontwikkelingen vragen in uiteenlopende mate om extra ruimte en stellen deels andere eisen aan werklocaties. Deze ruimtebehoefte is niet uitsluitend regionaal van aard, maar manifesteert zich juist ook verspreid over de regio en in lokale werkmilieus. Gemeenten zijn actief bezig met het in beeld brengen van de ruimtelijke consequenties van deze transities en stimuleren initiatieven van ondernemers die hierop inspelen. De komende jaren ligt de opgave in het tijdig vertalen van deze nieuwe ruimtevragen naar concrete programmering en planvorming, zodat de Achterhoek ook in een veranderende economische en maatschappelijke context ruimte kan blijven bieden aan ondernemerschap en innovatie.
4.4 Samenvatting van de aanbevelingen I.
Gezien de geconstateerde achterstand in het tijdig ontwikkelen van voldoende (lokale) werklocaties is versnelling in de regionale programmering en uitvoering noodzakelijk. Aanbevolen wordt om prioriteit te geven aan de planvorming en realisatie van uitbreidingslocaties voor lokaal gebonden bedrijvigheid, met nadrukkelijke aandacht voor locaties die op korte termijn in procedure kunnen worden gebracht. Ook het gestarte proces (locatiestudie) voor nieuwe regionale bedrijventerreinen mag geen vaart minderen.
II.
Daarnaast is het van belang om de regionale samenwerking verder te versterken door actief te sturen op onderlinge afstemming tussen gemeenten, zodat informatie, ontwikkelingen en kennis (niet alleen over ruimte maar ook lokale slimme initiatieven m.b.t. energie, water, circulariteit en klimaat) zo effectief mogelijk worden ingezet. Hierbij helpt het ook om kansrijke locaties regionaal te benoemen en waar nodig gezamenlijk op te trekken richting provincie en netbeheerders.
III.
De combinatie van groeiende ruimteclaim vanuit wonen en natuur, netcongestie en nieuwe maatschappelijke transities vraagt om het tijdig reserveren van voldoende ruimte voor werken, ook wanneer directe uitgifte nog niet mogelijk is. Het is daarbij niet noodzakelijk om de bestaande afspraken in het huidige RPW te herzien, omdat deze nog steeds richtinggevend en actueel zijn voor de resterende looptijd. Wel is het belangrijk om nu al te starten met de voorbereidingen voor het nieuwe RPW na 2028 (zie de acties in aanbeveling IV). Hierdoor kan de regio tijdig inspelen op verwachte ruimtedruk en toekomstige ontwikkelingen, in het bijzonder netcongestie. Ook kan men door vroegtijdig te werken aan Omgevingsplannen voorkomen dat de regio op langere termijn opnieuw met structurele tekorten wordt geconfronteerd.
IV.
Tot slot wordt aanbevolen het nieuwe RPW te verbreden met waar mogelijk kwantitatieve informatie over bovenstaande transities. Hiervoor is input nodig van de Provinciale Behoefteraming Gelderland, die geactualiseerd dient te worden. Nieuwe provinciale en/of regionale studies naar de ruimtelijke gevolgen van maatschappelijke ontwikkelingen voor de Achterhoek wordt sterk aanbevolen. Hetzelfde geldt voor actieve(re) betrokkenheid van stakeholders (bijvoorbeeld vertegenwoordigers van circulaire ketens, de netbeheerder,
/ 20
Monitor RPW Achterhoek
Defensie). Dit draagt bij aan een adaptieve regionale programmering die kan meebewegen met economische en maatschappelijke ontwikkelingen.
/ 21
Postbus 4175 3006 AD Rotterdam Nederland Watermanweg 44 3067 GG Rotterdam Nederland T 010 453 88 00 E netherlands@ecorys.com K.v.K. nr. 24316726 W www.ecorys.nl
Overdrachtsdocument Bestuurlijk overleg Regionaal Programma Werklocaties (RPW), april 2026 Inleiding In haar omgevingsverordening vraagt de provincie Gelderland aan gemeentebesturen om in regioverband iedere vier jaar een RPW op te stellen voor de typen werklocaties waarvan door Gedeputeerde Staten voor die regio is aangegeven dat daarover regionale afspraken nodig zijn. Voor de Achterhoek betreft dit de bedrijventerreinen. Het RPW laat de confrontatie tussen vraag en aanbod op bedrijventerreinen zien, is het toetsingskader voor de ontwikkeling van (nieuwe) bedrijventerreinen en omvat de afspraken die de regio hierover maakt. De bestemming tot bedrijventerrein is slechts toegestaan indien dit past in regionale programmeringsafspraken. Het RPW Achterhoek is voor gemeenten dus een belangrijke onderbouwing bij de betreffende ruimtelijke procedures. Het ontwikkelen van bedrijventerrein is een langdurig proces en dat betekent dat het van belang is om ook een lange termijnbeleid te hebben. Het RPW 2024-2028 geeft deze lange termijn ontwikkelrichting weer; het geeft binnen bandbreedtes voor de hele regio en per gemeente aan wat het toekomstbeeld is tot en met 2030, met een voorzichtige doorkijk naar 2040. Op basis daarvan kunnen gemeenten hun lokale lange termijnontwikkeling onderbouwen en uitvoeren.
Naast een cijfermatige onderbouwing voor de toekomst bevat het RPW ook beleidsafspraken en afspraken over de manier waarop er afgestemd wordt tussen gemeenten en provincie. Het ontwikkelen van bedrijventerrein is geen doel op zich, maar een middel om bedrijven op een kwalitatief goede en duurzame manier te faciliteren in hun ontwikkeling zodat onder andere de werkgelegenheid geborgd wordt. De Achterhoekse gemeenten en provincie Gelderland hebben het gezamenlijke doel om lokale en regionale bedrijven zo goed mogelijk te faciliteren op bedrijventerreinen die zowel kwalitatief (bereikbaarheid, duurzaamheid, etc.) als kwantitatief (beschikbaarheid) voldoen aan de eisen en wensen van ondernemers en hun omgeving. RPW 2024-2028 Het huidige RPW bestrijkt de periode 2024-2028 met programmeringsafspraken tot en met 2030, en een doorkijk naar 2040: •
Voor de periode t/m 2030 is regionaal sprake van een ruimtebehoefte van in totaal 179 hectare. Deze bestaat uit 138 hectare uitbreidingsvraag en 41 hectare vervangings- en verplaatsingsvraag. De doorkijk naar de periode 2031 t/m 2040 laat zien dat er ook na 2030 nog groei wordt verwacht van bedrijven op bedrijventerreinen in de Achterhoek. De uitbreidingsvraag ligt in die periode in de bandbreedte tussen 45 en 148 hectare.
•
De uitbreidingsvraag is via een vaste verdeelsleutel over de gemeenten verdeeld; de vervangings- en verplaatsingsvraag per gemeente is hierbij opgeteld om te komen tot de totale ruimtevraag per gemeente.
Bovengenoemde ruimtebehoefte is exclusief gemeente Montferland. Ten tijde van vaststelling van het RPW 2024-2028 maakte gemeente Montferland nog deel uit van de GMR. Door middel van een addendum is de opgave die Montferland vanuit dat RPW had, één op één in de programmeringsopgave voor de Achterhoek overgenomen. Alle acht gemeenten hebben dus een ontwikkelopgave om de vraag te accommoderen. Dit wordt per gemeente uitgewerkt. Het RPW is door alle gemeenteraden en Gedeputeerde Staten vastgesteld. Monitor RPW In het RPW is vastgelegd dat periodiek de stand van zaken wordt gemonitord. Deze monitor is in het eerste kwartaal van 2026 uitgevoerd en heeft betrekking op: • • •
De voortgang van de afspraken in het RPW 2024-2028; De ontwikkelruimte en aanbod per gemeente, incl. doorkijk 2030-2040; Actuele thema’s die van invloed zijn op de ruimte- en marktpositie van bedrijventerreinen in de Achterhoek: netcongestie, vergroening en klimaatadaptatie, herstructurering, circulariteit en defensie.
De monitor is door Ecorys uitgevoerd en opgeleverd aan het bestuurlijk RPW-overleg. Conclusies/aanbevelingen monitor: •
•
• •
•
Beperkte ruimte remt economische en maatschappelijke ontwikkeling van de regio: een tekort aan bedrijfsruimte raakt niet alleen bedrijven maar ook inwoners, voorzieningen, economische vitaliteit en de balans tussen wonen, werken en welzijn. De maatschappelijke waarde van bedrijventerreinen moet daarom prominent onderdeel zijn van de regionale strategie. Versnelling in regionale programmering en uitvoering is noodzakelijk. Geef prioriteit aan planvorming en realisatie van uitbreidingslocaties voor lokaal gebonden bedrijvigheid. Ook het gestarte proces voor nieuwe regionale bedrijventerreinen mag geen vaart minderen. Versterk de regionale samenwerking verder door actief te sturen op fasering, prioritering en onderlinge afstemming tussen gemeenten. De combinatie van groeiende ruimteclaim vanuit wonen en natuur, netcongestie en nieuwe maatschappelijke transities vraagt om het tijdig reserveren van voldoende ruimte voor werken, ook wanneer directe uitgifte nog niet mogelijk is. Start nu al met de voorbereidingen voor het nieuwe RPW na 2028. Verbreed het nieuwe RPW met waar mogelijk kwantitatieve informatie over bovenstaande transities.
Advies bestuurlijk overleg RPW Achterhoek: Wij hebben ingestemd met de inhoud van de monitor en dragen deze ter kennisname over aan de colleges van B&W, de raden van de acht gemeenten en aan Gedeputeerde Staten. Alle gemeenten hebben in de afgelopen periode een start gemaakt met de opgave die voortvloeit uit het huidige RPW. De cijfers en conclusies in de monitor zijn helder; er blijft ondanks alle inspanningen om ook bestaande terreinen toekomstbestendig(er) te maken en efficiënter te gebruiken, binnen het Achterhoekse bedrijfsleven behoefte aan nieuwe uitbreidingsruimte.
Bedrijventerreinontwikkeling is met het oog op actuele thema’s en belemmeringen als netcongestie, stikstof, water-bodemsturend, circulariteit, ruimteclaims, weerstand, gebrek aan uitvoeringscapaciteit en financiële haalbaarheid geen sinecure. We hebben te maken met lange doorlooptijden in ontwikkeling, onderzoeken en procedures. Met name de netcongestie zorgt bij ons en het bedrijfsleven voor grote onzekerheid met betrekking tot haalbaarheid, planning en financiën. De maatschappelijke waarde van bedrijventerreinen reikt verder dan economische activiteit: zij vormen één van de belangrijkste pijlers onder de regionale samenleving en zijn daarmee onmisbaar voor de vitaliteit van zowel de economie als de leefomgeving. De nieuwste WLO-scenario’s voorspellen een hardere economische groei dan waarmee in het huidige RPW is gerekend. Wij verwachten dan ook dat de nieuwe Provinciale Behoefteraming Gelderland zal leiden tot een nog grotere opgave in het volgende RPW, dat volgens planning in 2028 opgestart dient te worden voor de periode 2029-2033. Wij adviseren u om bedrijventerreinontwikkeling in de nieuwe bestuursperiode hoog te prioriteren en indien de provinciale behoefteraming als verwacht tot een nog grotere opgave leidt, de ontwikkeling van een nieuw RPW eerder dan in 2028 ter hand te nemen.
Hierbij dient nadrukkelijk overleg en samenwerking met het provinciebestuur gezocht te worden. Bestuurlijk overleg RPW Achterhoek, april 2026
Raadsvoorstel Voorstel tot vaststelling van het Regionaal Programma Werklocaties Achterhoek 2024-2028
AAN DE RAAD
Samenvatting Op verzoek van provincie Gelderland hebben 7 Achterhoekse gemeenten een nieuw Regionaal Programma Werklocaties (RPW) opgesteld, als opvolger van het RPW 2019-2023. Het nieuwe RPW behelst de periode 2024-2028 met programmeringsafspraken tot en met 2030, en een voorzichtige doorkijk naar 2040. Het RPW laat een confrontatie tussen vraag en aanbod op de bedrijventerreinen zien, is het toetsingskader voor de ontwikkeling van (nieuwe) bedrijventerreinen en omvat de afspraken die de regio hierover maakt. In het RPW 2024-2028 is vastgesteld dat alle gemeenten een ontwikkelopgave hebben om de vraag te accommoderen. Dit wordt per gemeente verder uitgewerkt.
Inleiding Zeven Achterhoekse gemeenten hebben samen met provincie Gelderland een nieuw Regionaal Programma Werklocaties (RPW) opgesteld. Dit RPW is een vervolg op het bestaande RPW 20192023. Om het in werking te laten treden, moeten alle zeven Achterhoekse gemeenteraden en Gedeputeerde Staten het RPW vaststellen. Beschrijving beleidsterrein inclusief toepasselijke regelgeving In haar omgevingsverordening vraagt de provincie Gelderland aan gemeentebesturen om in regioverband iedere vier jaar een RPW op te stellen voor de typen werklocaties waarvan door Gedeputeerde Staten voor die regio is aangegeven dat daarover regionale afspraken nodig zijn. Voor de Achterhoek betreft dit de bedrijventerreinen. De bestemming tot bedrijventerrein is slechts toegestaan indien dit past in regionale programmeringsafspraken. Het RPW Achterhoek is voor gemeenten een belangrijke onderbouwing bij de betreffende ruimtelijke procedures. De Achterhoekse gemeenten en provincie Gelderland hebben het gezamenlijke doel om lokale en regionale bedrijven zo goed mogelijk te faciliteren op bedrijventerreinen die zowel kwalitatief (bereikbaarheid, duurzaamheid, etc.) als kwantitatief (beschikbaarheid) voldoen aan de eisen en wensen van ondernemers en hun omgeving. Hoewel elke gemeente hier een eigen invulling aan mag geven, wordt er op deze manier een regionaal kader afgesproken.
Daarbij gaat het ook om regionale afstemming. Inhoudelijke toelichting op het voorstel Het nieuwe RPW borduurt voort op het vigerende RPW. Het ontwikkelen van bedrijventerrein is een langdurig proces en dat betekent dat het van belang is om ook een lange termijnbeleid te hebben. Het nieuwe RPW geeft deze lange termijn ontwikkelrichting weer; het geeft binnen bandbreedtes voor de hele regio en per gemeente aan wat het toekomstbeeld is tot en met 2030, met een voorzichtige doorkijk naar 2040. Op basis daarvan kunnen gemeenten hun lokale lange termijnontwikkeling onderbouwen en uitvoeren. Naast een cijfermatige onderbouwing voor de toekomst bevat het RPW ook beleidsafspraken en afspraken over de manier waarop er afgestemd wordt tussen gemeenten en provincie. Het ontwikkelen van bedrijventerrein is geen doel op zich, maar een middel om bedrijven op een kwalitatief goede en duurzame manier te faciliteren in hun ontwikkeling zodat onder andere de werkgelegenheid geborgd wordt. Vandaar dat VNO-NCW en SIKA (Samenwerkende Industriekringen Achterhoek) bij het proces betrokken zijn.
Pagina 1 van 3
Concreet betekent dit het volgende: •
Voor de periode 2023 t/m 2030 is regionaal sprake van een ruimtebehoefte van in totaal 179 ha. Deze bestaat uit 138 ha uitbreidingsvraag en 41 ha vervangings- en verplaatsingsvraag. De doorkijk naar de periode 2031 t/m 2040 laat zien dat er ook na 2030 nog groei wordt verwacht van bedrijven op bedrijventerreinen in de Achterhoek. De uitbreidingsvraag ligt in die periode in de bandbreedte tussen 45 en 148 ha.
•
De uitbreidingsvraag wordt via een vaste verdeelsleutel over de 7 gemeenten verdeeld; de vervangings- en verplaatsingsvraag per gemeente wordt hierbij opgeteld om te komen tot de totale ruimtevraag per gemeente.
•
Voor gemeente Aalten betekent dit een totale ruimtevraag 2023 t/m 2030 van 18 ha. Na aftrek van het huidig aanbod van 7,2 ha is de actuele ruimtebehoefte 10,8 ha. Voor de periode 2031-2040 komt daar een uitbreidingsbehoefte van 5 tot 17 ha bij.
•
Het huidig aanbod van 7,2 ha bestaat voor een deel uit in optie gegeven gronden (o.a. tweede deel ontwikkeling Westrand). Volgens de provinciale richtlijnen inzake de registratie van bedrijventerreinen mogen deze gronden nog niet als definitief uitgegeven worden beschouwd. De overige 4,2 ha betreft huidig uitgeefbaar aanbod in Dinxperlo.
•
We onderzoeken momenteel op grond van het RPW 2019-2023 een uitbreiding van bedrijventerrein bij de kern Aalten van ca. 10 ha. Op grond van de cijfers in het nieuwe RPW bezien we of het uit te breiden gebied daar kan worden vergroot. Planvorming en besluitvorming daaromtrent wordt binnenkort aan uw raad voorgelegd.
•
In het RPW wordt geen onderverdeling op kernniveau gemaakt, dit is dus aan de gemeente zelf. We hebben geen kengetallen/rekenmethode om dit te verdelen tussen de kernen. In Dinxperlo is momenteel nog ca. 4 ha beschikbaar. We achten dit voor de komende jaren voldoende. Richting 2030 gaat het wel knellen en zullen voor Dinxperlo ook stappen moeten worden gezet om een mogelijke uitbreiding te faciliteren. Hiertoe zullen we in het kader van de omgevingsvisie richting geven, en zodra de nieuwste behoefteraming in het kader van het volgend RPW (medio 2028) bekend is, of eerder indien de monitor daartoe aanleiding geeft, indien nodig concrete stappen in gang zetten.
•
In het RPW worden naast programmeringsafspraken, ook afspraken gemaakt ten aanzien van duurzaamheidsaspecten, zowel bij de ontwikkeling van nieuwe terreinen als voor bestaande terreinen. Wij streven ernaar door middel van het project 'toekomstbestendige werklocaties' hier vorm en inhoud aan te geven.
Alternatieve beleidskeuzes Er kan voor worden gekozen het RPW niet vast te stellen. Hiermee valt de bodem weg onder de (ruimtelijke) onderbouwing voor toekomstige uitbreidingen van bedrijventerrein in de gemeente. De kans bestaat hierdoor dat bedrijven en daarmee werkgelegenheid uit de gemeente wegvloeien. Financiële consequenties Het vaststellen van het RPW zelf heeft geen directe financiële consequenties. De kosten voor het opstellen van het rapport zijn verdeeld over de zeven gemeenten en provincie Gelderland en worden uit bestaand budget voldaan. Participatie en Communicatie De rapportage is na een intensief samenwerkingsproces tussen de zeven gemeenten en provincie Gelderland gedurende 2023 tot stand gekomen. De hoofdlijnen zijn gepresenteerd in de Thematafel Smart Werken & Innovatie en aan VNO-NCW en SIKA en konden op instemming rekenen. Daarbij zijn wel zorgen geuit omtrent lange ontwikkeltermijnen en de actuele situatie inzake netcongestie. Wij hebben in bestuurlijk overleg met IKAD het bestuur continu op de hoogte gesteld van het proces. Enkele bestuursleden van IKAD hebben bij aanvang van het onderzoek de portefeuillehouder en