CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

A19. Raadsmededeling 153-2025 Startnotitie Warmte-Koudeprogramma

Gemeenteraad 27 januari 2026, gemeente AaltenBij agendapunt: Mededelingen van de voorzitter en advies van de agendacommissie over de ingekomen stukken5.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp

: : : : : :

153-2025 28 november 2025 2 december 2025 Anna-Lena Penninx en Rik Gommers Erik Groters Startnotitie Warmte-/Koudeprogramma

Aanleiding: In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten de regie voeren over de warmtetransitie, dit is de geplande overgang van aardgas naar duurzame warmtebronnen in woningen en gebouwen. Ter invulling van deze regierol was iedere gemeente verplicht om in 2021 een Transitievisie Warmte vast te stellen. Deze transitievisies hebben in Nederland nog niet tot voldoende resultaat geleid. Het Rijk heeft daarom de wetgeving aangepast. De Transitievisie Warmte zal vervangen moeten worden door een Warmteprogramma. De belangrijkste reden voor de overgang is dat het Warmteprogramma een verplicht programma wordt onder de Omgevingswet. Dit biedt gemeenten de wettelijke mogelijkheid om regels op te stellen in het omgevingsplan over de verduurzaming van bestaande gebouwen en het aardgasvrij maken van wijken. In het kader van het opwarmende klimaat wordt de koelte (of koude-) vraag steeds belangrijker. Bij de keuze voor een oplossing van de warmtevraag is het daarom goed om tegelijkertijd ook te bekijken op welke wijze er gezorgd kan worden voor koeling van de woning. Vandaar dat ervoor is gekozen om in Aalten net als andere gemeenten een Warmte-/Koudeprogramma op te gaan stellen. De startnotitie Warmte-/Koudeprogramma Aalten geeft informatie over de stand van zaken, de inhoud van het toekomstige Warmte-/Koudeprogramma, de risico's en het vervolg.

Het College van B&W heeft kennisgenomen van de Startnotitie Warmte-/Koudeprogramma en heeft besloten de gemeenteraad hierover te informeren middels een raadsmededeling. Inhoud mededeling In het Akkoord van Groenlo hebben de acht Achterhoekse gemeenten gezamenlijk besloten om in 2050 energieneutraal te zijn of zoveel eerder als mogelijk. Onderdeel hiervan is de gebouwde omgeving verwarmen zonder aardgas. De gemeenten werken in de regio actief samen binnen een werkgroep om zowel de isolatieopgave als de overstap naar een duurzame warmtebron mogelijk te kunnen maken. De gemeenten Montferland, Doetinchem, Berkelland en Oude IJsselstreek zijn al wat verder in het proces rond het opstellen van hun Warmte-/Koudeprogramma. Bronckhorst, Oost-Gelre, Winterswijk en Aalten zitten nog in de beginfase en hebben gezamenlijk de basis van deze startnotitie opgesteld. Begin november 2025 is de deadline wanneer gemeenten het Warmte-/Koudeprogramma moeten vaststellen door het rijk gewijzigd naar 31 december 2027. Dit was eerst een jaar eerder. Aalten en de andere Achterhoekse gemeenten blijven koersen op het vaststellen van het Warmte/Koudeprogramma voor 31 december 2026 omdat nu al veel in gang is gezet en de opgave is groot. Door verschillende oorzaken is er nog weinig veranderd ten opzichte van de Transitievisie Warmte.

We hebben te maken met particulieren die zelf de keuze moeten maken om hun woning te verduurzamen. Daarnaast zijn netcongestie en de verplichting tot natuurvriendelijk isoleren oorzaken van vertraging.

Pagina 1 van 2

De Transitievisie Warmte bood vooral een strategisch overzicht zonder verplichtingen. Door de nieuwe wetgeving van het rijk zullen er na het vaststellen van het Warmte-/Koudeprogramma meer mogelijkheden zijn om de warmtetransitie te versnellen. De gemeenteraad krijgt bijvoorbeeld een aanwijsbevoegdheid. Hiermee kan de gemeenteraad gebieden aanwijzen waarin de overstap van aardgas naar duurzame warmte verplicht wordt, onder wettelijke kaders en met waarborgen voor bewoners en gebouweigenaren. We zetten in de regio en als gemeente Aalten actief in op isoleren, de subsidies van het Nationaal Isolatie Programma en het ondersteunen van inwoners door het Energieloket Achterhoek. Doel is het aardgasvrij-ready maken van de gebouwde omgeving en uiteraard bekijken waar mogelijkheden zijn om over te stappen op een duurzame warmtebron. Nieuwe projecten worden standaard al wel aardgasvrij uitgevoerd. In de gemeente Aalten wordt op dit moment all electric als de meest realistische oplossing genoemd.

In het Warmte-/Koudeprogramma willen we inwoners, gebouweigenaren en maatschappelijke partners duidelijkheid geven over de volgende punten: • Wat is de gemeentelijke visie op de warmtetransitie richting 2050; • Wat kunnen inwoners en gebouweigenaren van de gemeente verwachten; • Wanneer wordt in een gebied gestart met een wijkgerichte aanpak; • Hoe kijken we naar duurzame alternatieven voor aardgas; • Op welke wijze wordt gezorgd voor een betaalbare energierekening met behoud van comfort; • Hoe wordt omgegaan met het uitfaseren van de aardgaslevering en infrastructuur. Wanneer wordt de aanwijsbevoegdheid ingezet; Op dit moment wordt het plan van aanpak opgesteld hoe we in Aalten het Warmte-/Koudeprogramma in 2026 gaan vormgeven. Participatie is hierbij een belangrijk uitgangspunt omdat de warmtetransitie en de verduurzaming van de gebouwde omgeving uiteindelijk veel impact heeft op inwoners. In de planning zullen er verschillende momenten zijn waarbij u als raad wordt geïnformeerd en bij het Warmte-/Koudeprogramma wordt betrokken. Onder de Omgevingswet is het college bevoegd gezag voor het Warmte-/Koudeprogramma. Middels deze raadsmededeling en bijgevoegde startnotitie willen we u als raad informeren. De volgende stukken zijn bijgevoegd: • Startnotitie Warmte-/Koudeprogramma Aalten • Planning Warmte-/Koudeprogramma op hoofdlijnen

Pagina 2 van 2

Startnotitie Warmte-/Koudeprogramma Aalten

Startnotitie Warmte-/Koudeprogramma

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ...................................................................................................................... 2 Aanleiding ............................................................................................................................. 3 1.

Wettelijk kader & bevoegdheden ................................................................................ 4

2.

Doel Warmte-/Koudeprogramma ................................................................................ 5

3.

Uitgangspunten Warmte-/Koudeprogramma ............................................................... 6

4.

Wat doen we nu? ........................................................................................................ 7

5.

Wat gaan we doen? .................................................................................................... 8

6.

Wie gaan we erbij betrekken? ..................................................................................... 9

7.

Budget ...................................................................................................................... 10

8.

Risico’s ..................................................................................................................... 11

9.

Communicatie ........................................................................................................... 13

10.

Projectaanpak ........................................................................................................... 13

Bestuurlijk opdrachtgever: Ambtelijk opdrachtgever: Auteurs: Datum:

Pagina 2 van 13

Erik Groters Gertjan Sikking Anna-Lena Penninx & Rik Gommers 11 november 2025

Startnotitie Warmte-/Koudeprogramma

Aanleiding Nederland heeft als doel om in 2050 klimaatneutraal te zijn en geen broeikasgassen meer uit te stoten. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat Nederland in 2050 van het aardgas af is. In het Akkoord van Groenlo hebben de acht Achterhoekse gemeenten gezamenlijk besloten om in 2050 energieneutraal te zijn of zoveel eerder als mogelijk. Onderdeel hiervan is de gebouwde omgeving verwarmen zonder aardgas, met een duurzame bron. Naast de duurzame doelstelling zijn we hierdoor voor onze energievoorziening minder afhankelijk van het buitenland en komen opbrengsten meer lokaal terecht. De gemeente Aalten heeft zich gecommitteerd aan de “Sustainable Development Goals” (SDG’s) van de Verenigde Naties. ‘Betaalbare en Duurzame energie’ en ‘Klimaatactie’ zijn hiervan een onderdeel. De warmtetransitie is een uitwerking van de afspraak de gebouwde omgeving aardgasvrij te maken. Het is de transitie naar het duurzaam (en aardgasvrij) verwarmen van de gebouwde omgeving. Hiertoe worden woningen verduurzaamd, het elektriciteitsnet uitgebreid en verzwaard en warmtenetten gerealiseerd. Het is een grote ingrijpende transitie die bijna alle inwoners en gebouweigenaren in onze gemeente raakt. De warmtetransitie is daarom naast een technische opgave ook een grote sociale opgave waarbij een duurzame en betaalbare energie- en warmtevoorziening voor iedereen haalbaar moet zijn.

De Achterhoekse gemeenten hebben in het Akkoord van Groenlo afgesproken samen te werken waar dit van meerwaarde is. De warmtetransitie een echte transitie en complexe veranderopgave. Deze startnotitie is daarom gezamenlijk opgesteld met andere Achterhoekse gemeenten. Het vormt de basis voor het eerste Warmteprogramma dat uiterlijk op 31 december 2027 moet worden vastgesteld als de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) definitief in werking is getreden. Deze deadline is begin november 2025 door het rijk aangepast, dit was eerst een jaar eerder. De Achterhoekse gemeenten blijven koersen op de eerdere deadline van 31 december 2026 omdat nu al veel in gang is gezet en de opgave groot is. In het kader van het opwarmende klimaat wordt de koelte (of koude-) vraag steeds belangrijker. Bij de keuze voor een oplossing van de warmtevraag is het daarom goed om tegelijkertijd ook te bekijken op welke wijze er gezorgd kan worden voor koeling van de woning. We zien hierin een mooie koppelkans. Vandaar dat ervoor is gekozen om net als andere gemeenten een Warmte-/Koudeprogramma op te gaan stellen.

Pagina 3 van 13

Startnotitie Warmte-/Koudeprogramma

1. Wettelijk kader & bevoegdheden In het landelijke Klimaatakkoord van 2019 is afgesproken dat gemeenten de regie voeren over de warmtetransitie omdat zij de lokale situatie het best kennen. Ter invulling van deze regierol heeft iedere gemeente verplicht in 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) vastgesteld. Deze heeft landelijk, maar ook in Aalten, nog niet tot voldoende verduurzaming van woningen geleid. De overstap naar een duurzame warmtevoorziening kan ingrijpend zijn en vraagt om een robuust wettelijk kader met waarborgen voor gebouweigenaren en bewoners. Het Rijk scherpt daarom het wettelijk instrumentarium aan en werkt aan een wettelijk kader voor de (wijkgerichte) verduurzamingsopgave. Met de ingang van de Omgevingswet heet de TVW het Warmteprogramma. Dit Warmteprogramma moet iedere vijf jaar herijkt worden. De warmtetransitie moet plaatsvinden binnen het wettelijk stelsel dat bestaat uit de Omgevingswet, Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw), Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw), Wet collectieve warmte (Wcw) en onderliggende regels van deze wetten: • Het Warmteprogramma is een verplicht programma onder de Omgevingswet. De warmtevoorziening en de fysieke leefomgeving zijn sterk verbonden: de transitie naar een aardgasvrije bebouwde omgeving heeft namelijk gevolgen op wijk- en straatniveau.

• De wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) geeft gemeenten de bevoegdheden die nodig zijn om regie te voeren in de wijk- of gebiedsgerichte aanpak van de warmtetransitie. Een belangrijk instrument uit de Wgiw is de aanwijsbevoegdheid. Die biedt gemeenten de mogelijkheden om in het omgevingsplan binnen hun grondgebied gebieden aan te wijzen die overgaan op een duurzame warmtevoorziening en waar het aardgastransport dus op termijn eindigt. • Het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) is een verdere uitwerking van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) die naar verwachting 1 juli 2026 in werking treedt. Het besluit versterkt de regierol van gemeenten in de warmtetransitie en bevat onder andere een verdere uitwerking van het Warmteprogramma en de inzet van de aanwijsbevoegdheid, inclusief juridische en nietjuridische waarborgen. • Het wetsvoorstel Wet collectieve warmte (Wcw) vervangt de huidige Warmtewet. Het doel van de nieuwe wet is om de gemeentelijke rol bij de totstandkoming van warmtenetten beter te verankeren en zo de energietransitie te bevorderen. De Wcw stelt gemeenten in staat hun grondgebied te verdelen in warmtekavels. Een warmtekavel is een aaneengesloten gebied binnen één gemeente of meerdere gemeenten waar de mogelijkheid bestaat om een robuust collectief warmtesysteem te realiseren.

Daarnaast verplicht de wet dat bestaande en nieuwe collectieve warmtesystemen met een publiek meerderheidsbelang worden ontwikkeld en geëxploiteerd. De wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) is in december 2024 aangenomen door de Eerste Kamer maar nog niet volledig in werking getreden. Het wetsvoorstel Wet collectieve warmte (Wcw) is in juni 2025 door de Tweede Kamer aangenomen maar moet nog behandeld worden door de Eerste Kamer. De onderliggende regels van beide wetten zijn nog niet vastgesteld. Beide bevoegdheden zijn een flinke verantwoordelijkheid. Het vaststellen van een warmtekavel en de aanwijzing van een (publiek) warmtebedrijf zijn de bevoegdheid van het College. De Raad heeft daarbij wel altijd de eigen bevoegdheden (zoals kaderstellend, budgetrecht) conform Gemeentewet en Omgevingswet.

Pagina 4 van 13

Startnotitie Warmte-/Koudeprogramma

De aanwijsbevoegdheid is nadrukkelijk een bevoegdheid van de raad (i.v.m. wijziging omgevingsplan). Voordat dit gebeurt zal er een realistisch en breed gedragen plan op tafel moeten liggen. Deze zal worden beschreven in een wijkuitvoeringsplan (WUP). Een WUP volgt dus na het vaststellen van het Warmte-/Koudeprogramma. De minimale termijn tussen het ‘aanwijzen’ van een wijk om het gas af te gaan en het daadwerkelijk dichtdraaien van de gaskraan is in beginsel acht jaar. Het opstellen en vaststellen van het Warmte-/Koudeprogramma is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. De gemeenteraad stelt het Warmte/Koudeprogramma dus niet vast, maar kan wel kaders meegeven waar het college rekening mee moet houden. De uiteindelijke uitvoering van het Warmte-/Koudeprogramma zoals aanwijzingsbesluiten in het omgevingsplan en vanaf welke datum een bepaalde wijk gasloos is, zijn raadsbevoegdheden.

2. Doel Warmte-/Koudeprogramma Het Warmte-/Koudeprogramma is de eerste stap in het planproces dat doorlopen moet worden indien de gemeente de aardgaslevering voor bepaalde locaties op termijn wil laten beëindigen. Het Warmte-/Koudeprogramma bevat geen verplichtingen voor andere partijen en bindt alleen het gemeentebestuur zelf. Regels voor anderen (inwoners, maatschappelijke partners, etc) moeten via andere instrumenten worden vastgelegd. In het Warmte-/Koudeprogramma willen we inwoners en gebouweigenaren en maatschappelijke partners duidelijkheid geven over de volgende punten: • Wat is de gemeentelijke visie op de warmtetransitie richting 2050; • Wat kunnen inwoners en gebouweigenaren van de gemeente verwachten; • Wanneer wordt in een gebied gestart met een wijkgerichte aanpak; • Hoe kijken we naar duurzame alternatieven voor aardgas; • Op welke wijze wordt gezorgd voor een betaalbare energierekening met behoud van comfort; • Hoe wordt omgegaan met het uitfaseren van de aardgaslevering en infrastructuur. Wanneer wordt de aanwijsbevoegdheid ingezet; Doel is uiteindelijk als gemeente aardgasvrij te zijn. Onderstaande afbeelding laat zien dat we nog een flinke weg te gaan hebben:

Pagina 5 van 13

Startnotitie Warmte-/Koudeprogramma

3. Uitgangspunten Warmte-/Koudeprogramma In de uitwerking van het Warmte-/Koudeprogramma hanteren we de volgende uitgangspunten: • In de gemeente Aalten voeren we het klimaatakkoord uit door het ontwikkelen van haalbare en betaalbare stappen richting aardgasvrij verwarmen. In 2050 moet Nederland klimaatneutraal en aardgasvrij zijn. Tegen 2030 moet de uitstoot van broeikasgassen met minstens 55% zijn verminderd ten opzichte van 1990. • De doelstellingen uit het Akkoord van Groenlo zijn bij de uitwerking van het Warmte/Koudeprogramma leidend. We werken samen met de andere gemeenten toe naar een energieneutrale regio in 2050 en stoppen met het gebruik van fossiele brandstoffen. • We volgen de strategie van de Trias energetica. Eerst beperken we zoveel mogelijk het energieverbruik door isoleren en het tegengaan van verspilling. We maken maximaal gebruik van energie uit duurzame bronnen en alleen als het echt nog niet anders kan dan maken we zo efficiënt mogelijk gebruik van (fossiele) energiebronnen om in de resterende energiebehoefte te voorzien. • Bij het Warmte-/Koudeprogramma staat de betaalbaarheid voorop, de maatschappelijke kosten moeten zo laag mogelijk zijn. Daarnaast moet de warmtetransitie voor iedereen betaalbaar zijn, met name voor eindgebruikers. • Bij het Warmte-/Koudeprogramma worden alle belanghebbenden actief betrokken.

Betrokkenheid van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners is fundamenteel. Openheid en transparantie staan centraal. • Het Warmte-/Koudeprogramma creëert de randvoorwaarden voor uitvoering met lokaal draagvlak. De gemeente heeft de regie, maar uitvoeringsplannen worden altijd gemaakt sámen met de partners. Met gedragen en afgestemde besluitvorming als resultaat. • Bij het Warmte-/Koudeprogramma wordt op integrale wijze gekeken naar koppelkansen en de invloed van het programma op andere opgaven op bijvoorbeeld het gebied van woningbouw, sociale factoren, leefbaarheid, biodiversiteit en klimaatadaptatie. • Het klimaat verandert en de vraag naar koeling wordt groter. De Nationale klimaatadaptatiestrategie geeft aan dat we bij elke ontwikkeling rekening dienen te houden met bijvoorbeeld de steeds meer toenemende hitte. Bij de keuze voor een oplossing van de warmtevraag wordt daarom tegelijkertijd ook bekeken op welke wijze er gezorgd kan worden voor koeling van de woning. • Het Warmte-/Koudeprogramma is gericht op een doelmatige en voor eigenaren en gebruikers haalbare en betaalbare verduurzaming van de warmtevoorziening. Het Warmte-/Koudeprogramma zal inwoners van de gemeente Aalten een realistisch tijdpad bieden in de warmtetransitie. Niet alles kan ineens en overal tegelijk. • De verduurzaming van wijken duurt al snel meer dan 8 jaar.

Een lange tijd waarin veel ontwikkelingen de haalbaarheid en betaalbaarheid van een duurzame warmtevoorziening beïnvloeden. Wat aan de voorkant haalbaar lijkt kan op termijn onhaalbaar blijken. Indien tijdens de uitvoering van een wijkplan blijkt dat de overstap naar duurzaam verwarming (nog) niet haalbaar is wordt de aardgaslevering (nog) niet beëindigd. Bovenstaande uitgangspunten worden in het Warmte-/Koudeprogramma verder uitgewerkt, dit pakken de Achterhoekse gemeenten gezamenlijk op. Er is een regionale werkgroep ‘Warmte’ met gemeentelijke ‘Warmte-coördinatoren’ die samenwerken om kennis te delen en vervolgstappen af te stemmen.

Pagina 6 van 13

Startnotitie Warmte-/Koudeprogramma

4. Wat doen we nu? Isoleren is de eerste stap als het gaat om de warmtetransitie. Met het Nationaal Isolatie Programma en het Energieloket Achterhoek helpen we als gemeente inwoners die energie willen besparen en hun huis willen verduurzamen. Ze kunnen hiervoor gebruik maken van verschillende subsidies en duurzaamheidsleningen. Met de eerdere wijkaanpak DinxperloZuidoost hebben we ervaring opgedaan in wijkgericht werken en we zijn bezig met de voorbereidingen voor het FutureBEEing project. FutureBEEing is een Interegproject (met Europese subsidie) in samenwerking met Provincie Overijssel, Stad Bocholt en diverse Duitse en Nederlands experts om een tooling te ontwikkelen om de warmtetransitie te faciliteren. Eerst wordt er een participatieproces ontworpen, daarna richt dit project zich op de ontwikkeling van CO2-neutrale toekomstscenario’s voor de grensoverschrijdende wijk Dinxperlo-Suderwick. Om van het aardgas af te kunnen zijn andere duurzame energiebronnen noodzakelijk. Als het gaat om de opwek van duurzame energie werken we samen met de andere Achterhoekse gemeenten aan de doelstellingen van de Regionale Energie Strategie (RES). En bij nieuwe projecten is aardgasvrij uiteraard al de standaard. Door verschillende oorzaken (netcongestie, capaciteit) is opschaling op dit moment niet mogelijk.

In de projectplanning die nu wordt opgesteld zal bekeken worden wat nodig is in relatie met het Warmte-/Koudeprogramma. Onderstaande afbeelding laat het aardgasverbruik van woningen in de gemeente zien:

Pagina 7 van 13

Startnotitie Warmte-/Koudeprogramma

5. Wat gaan we doen? 5.1 Opstellen Warmte-/Koudeprogramma Het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) ondersteunt gemeenten met het schrijven van een Warmte-/Koudeprogramma. De Achterhoekse gemeenten werken samen bij de opzet hiervan, al heeft iedere gemeente wel zijn eigen invulling. Hierbij hoort een participatietraject. Participatie is in het kader van de Omgevingswet een verplicht onderdeel. Maar ook los van deze verplichting is het wenselijk om goed in beeld te hebben hoe inwoners en stakeholders aankijken tegen de warmtetransitie in het algemeen en het Warmte-/Koudeprogramma in het bijzonder. In het Warmte-/Koudeprogramma leggen we onder andere vast: • Op welke wijze wijken, buurten of dorpskernen van het aardgas afgaan. • Welke warmtetechnieken (zoals warmtenetten, volledig elektrische of hybride warmtepompen) waar worden ingezet. • Hoe de planning eruitziet: welke stappen wanneer worden genomen en waar als eerste wijkgericht verduurzaamd wordt en wordt overgestapt op een duurzame en betaalbare warmtevoorziening. • Welke partners betrokken zijn bij de uitvoering, zoals woningcorporaties, netbeheerders, energieloket Achterhoek en energiebedrijven. • Hoe bewoners betrokken worden bij de transitie. Hoe er geparticipeerd wordt bij de totstandkoming van het Warmte-/Koudeprogramma en hoe bewoners ondersteund worden bij het verduurzamen van hun woning.

• Wat de gevolgen zijn voor de gemeentelijke organisatie. Is er een publiek warmtebedrijf nodig? Is er extra capaciteit nodig om de warmtetransitie uit te voeren?

5.2 Onderzoek bronnenstrategie De Achterhoekse gemeenten hebben samen een externe partij (De WarmteTransitieMakers) opdracht gegeven om een regionale bronnenstrategie op te stellen. De uitkomsten hiervan worden in het laatste kwartaal van 2025 verwacht. Ondanks dat er in het verleden eerder onderzoek naar is gedaan, o.a. door de Tafel van Groenlo en in het kader van de transitievisie warmte. Echter is deze informatie weer verouderd omdat de wereld is veranderd (denk aan netcongestie). Om een actueel en definitief beeld te krijgen van de situatie is dit onderzoek opnieuw uitgevoerd met extra aandachtspunten (zoals de koudevraag en de mogelijke invloed van klimaatneutraal gas). In dit onderzoek wordt onderzocht welke alternatieve warmte- en koudebronnen er in de regio zijn. Vervolgens wordt er gekeken of, hoe en wanneer deze bronnen in gezet kunnen worden in de (regionale) warmtetransitie. Ook wordt er gekeken of er logische regionale/bovenlokale samenwerkingen nodig zijn om de inzet van duurzame bronnen te realiseren.

5.3 Opstellen Plan-MER Een milieueffectrapportage (Plan-MER) helpt gemeenten om de milieugevolgen van keuzes in de warmtetransitie in beeld te brengen en deze te onderbouwen. Voor kaderstellende ‘volledig-elektrische’ Warmte- /Koudeprogramma’s is een Plan-MER beoordeling vereist. De Achterhoekse gemeenten onderzoeken samen het proces wat nodig is rondom de PlanMER. Het onderzoek richt zich op de noodzaak van een Plan-MER, eventuele aanzienlijke milieueffecten en de mogelijkheden om deze effecten te mitigeren. Elke gemeente kan de resultaten vervolgens gebruiken voor een uiteindelijke Plan-MER.

Pagina 8 van 13

Startnotitie Warmte-/Koudeprogramma

5.4 De wijkuitvoeringsplannen Pas na het vaststellen van het Warmte-/Koudeprogramma worden de wijkuitvoeringsplannen opgesteld. In de nieuwe wetgeving wordt bepaald dat de gemeenteraad aanwijsbevoegdheid krijgt. Hiermee kan ze ‘aanwijzen’ welke wijken er wanneer van het aardgas af gaan. Om dit te kunnen doen moet er onder andere een goed alternatief voor warmte zijn waar de inwoner voor kan kiezen. Dit wordt vastgelegd in een wijkuitvoeringsplan. De minimale termijn tussen ‘aanwijzen’ en de gaskraan daadwerkelijk dichtdraaien is in beginsel 8 jaar. Deze termijn is erop gericht dat inwoners vroegtijdig worden betrokken en kunnen anticiperen op de transitie. In het wijkuitvoeringsplan wordt de keuze voor een alternatieve, duurzame warmteoplossing van een wijk vastgelegd alsook de weg daar naartoe. Een gebouweigenaar mag ook een eigen duurzaam alternatief kiezen zolang dat voldoet aan eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het plan biedt het kader waarbinnen gebouweigenaren, netbeheerders, warmtebedrijven, gemeenten en andere partijen investeringsbeslissingen kunnen nemen. Denk hierbij aan hoeveel en wanneer er moet worden geïsoleerd en of het elektriciteitsnet moet worden verzwaard. Cruciaal bij de totstandkoming van het wijkuitvoeringsplan is de participatie van gebouweigenaren- en gebruikers.

Het opstellen van een wijkuitvoeringsplan duurt (naar verwachting) zo’n 1-2 jaar.

6. Wie gaan we erbij betrekken? De gemeente Aalten neemt de regie in de warmtetransitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. Hiervoor betrekken we diverse stakeholders om een programma op te stellen die aan bewoners, huis- en gebouweigenaren een beeld schetst van de stappen die we gaan zetten tot 2035. Het Warmte-/Koudeprogramma geeft nog geen uitsluitsel over de toekomstige (aardgasvrije) warmtestrategie in alle wijken. De definitieve keus wordt pas gemaakt wanneer het omgevingsplan wordt gewijzigd. Het Warmte-/Koudeprogramma geeft wel aan waar we wel en niet aan de slag gaan (of verder gaan) met een wijkuitvoeringsplan (WUP). Voor elk WUP moeten vervolgens de gemeente, netbeheerders, eigenarenbewoners, huurders en corporaties, projectontwikkelaars, bedrijven, maatschappelijke instellingen en de installatiesector samen aan de slag om de wijk aardgasvrij te maken. Deze startnotitie gaat alleen over het opstellen van het Warmte-/Koudeprogramma en wie we daarbij gaan betrekken. Raad /college/afdeling Gemeenteraad

College van B&W

Ambtelijke organisatie

Pagina 9 van 13

Toelichting Alhoewel de gemeenteraad geen bevoegd gezag is voor het Warmte-/Koudeprogramma, dat is het college, wordt de gemeenteraad meegenomen vanaf vertaling van regionale naar lokale uitwerking. Te meer, omdat de gemeenteraad de aanwijsbevoegdheid heeft vanuit de WGIW. Deze wordt op een later moment (wellicht) ingezet. Is bevoegd gezag voor het Warmte-/Koudeprogramma. Het programma raakt diverse portefeuilles, maar de portefeuillehouder Duurzaamheid wordt door het college aangewezen als coördinerend portefeuillehouder. Diverse ambtelijke disciplines die nodig zijn voor het opstellen van het Warmte-/Koudeprogramma worden aangehaakt. Dit wordt projectmatig opgepakt.

Startnotitie Warmte-/Koudeprogramma

Stakeholders

Betrokken inwoners

Achterhoekse gemeenten Provincie Gelderland

Wijk en dorpsraden Belangenorganisaties

Woningcorporatie

Participatie inwoners (huurders en eigenaren)

Netbeheerder Liander Waterschap Rijn en IJssel Vitens Energieloket Achterhoek Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) Welzijnsorganisaties (ivm energiearmoede) Isolatie- en installatiebranche

7. Budget Het rijk stelt, veelal via specifieke uitkeringen, budget beschikbaar. Ook voor het uitvoeren van klimaat- en energiebesparingsbeleid. Zo is er de CDOKE-regeling (Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat en Energiebeleid). Voor 2026 komen er opnieuw middelen beschikbaar. Het rijk is bezig met een nieuwe regeling. Deze middelen zullen (deels) moeten worden toegekend voor de opstelling en uitvoering van de Warmtetransitie. Vanuit het Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW) is een specifieke uitkering voor de ondersteuning in de warmtetransitie (SpUk NPLW gelden) beschikbaar. Deze middelen kunnen alleen regionaal worden aangevraagd en uitgegeven. In totaal is er € 579.686 excl. BTW beschikbaar (2023+2024) voor de regio Achterhoek. Voor 2025 is een nieuwe aanvraag ingediend van €230.854. Het beschikbare regionale budget maakt mogelijk dat veel regionaal kan worden opgepakt en is o.a. ingezet voor de regionaal coördinator warmtetransitie ter ondersteuning van het regionaal ambtelijk overleg en het regionale bronnenonderzoek. Los van de regionale samenwerking is er eerder al voor gekozen om gebruik te maken van het inhoudelijk ondersteuningsaanbod vanuit het NPLW. Het voordeel is tweeledig; opbouw van expertise en hulp bij het opstellen van het Warmte-/Koudeprogramma zelf.

Daarmee is eigenlijk al gekozen voor het zoveel mogelijk in huis, dan wel regionaal, oppakken van het opstellen van het Warmte-/Koudeprogramma. Het maakt aansluiting bij het andere grote project onder de omgevingswet, de omgevingsvisie, ook beter inpasbaar. Deze aanpak vergt uiteraard meer ambtelijke capaciteit dan volledig uitbesteden. Voor aanvullende ondersteuning is voor het opstellen van het Warmte-/Koudeprogramma bij de begroting 2025 een bedrag van € 50.000 beschikbaar gesteld. Daarnaast is er voor de warmtetransitie in 2026 een bedrag van € 236.074 beschikbaar.

Pagina 10 van 13

Startnotitie Warmte-/Koudeprogramma

8. Risico’s Hieronder zijn de risico's inzichtelijk gemaakt die bij het Warmte-/Koudeprogramma en bij het aardgasvrij maken van de woningen voor zouden kunnen komen.

7.1 Maatschappelijke risico’s •

•

•

•

Het Warmte-/Koudeprogramma is een gemeentelijk programma over de volgorde en het tijdpad waarop wijken in de gemeente van het aardgas af gaan en welk alternatief er dan is. De regierol ligt bij de gemeente, maar de keuzes uit dit programma hebben vervolgens een groot effect op alle inwoners (wanneer gaat mijn wijk van het aardgas af?). Er is een risico dat er gebrek aan draagvlak is om van het aardgas af te gaan. We denken goed na met onze participatie- en communicatieadviseurs over het laten aansluiten van de boodschap op onze inwoners en proberen hier de juiste balans in te vinden (ook geen overkill aan informatie). Zo proberen we inwoners juist te betrekken bij de onderwerpen waarover ze ook echt kunnen meedenken en die direct op hun eigen leefwereld van toepassing zijn (concrete onderwerpen/acties). Als inwoners de stap willen zetten om hun huis te verduurzamen en de overstap willen maken naar aardgasvrij dan is er vanwege de grote opgave het risico op een tekort aan technisch personeel bij aannemers en installateurs. Er moet dus ook gekeken worden naar het werven en opleiden van mensen voor zowel de uitvoering van de isolatieopgave als de overstap naar aardgasvrij. In de Transitievisie Warmte is het grootste deel van de gemeente aangewezen als gebied dat op een all-electric oplossing over zal moeten stappen (bijv. warmtepomp).

Doordat de netcongestie nu een acuut probleem is, is deze oplossing momenteel niet altijd wenselijk (meer). Het elektriciteitsnet zit vol en Liander heeft aangegeven minstens tot 2030 nodig te hebben om dit te verzwaren. Hierdoor is het niet wenselijk om elektrische warmtepompen nu te stimuleren (dit drukt zwaar op het elektriciteitsnet). Hierdoor moeten we naast het stimuleren van isoleren, ook kijken naar andere oplossingen in deze gebieden voor inwoners die daar nu al wel iets willen doen. Daarnaast worden grootverbruikersaansluitingen, die nodig zijn voor bijvoorbeeld een buurtwarmtepomp voor een warmtenet, niet meer uitgegeven/aangesloten. Dit vertraagt het snelle stappen zetten nu, maar vormt vooralsnog geen risico voor de lange termijn. Belangrijk is om constant in gesprek te blijven met Liander om te kijken wat wél mogelijk is en te kijken waar en hoe we ‘netbewust’ kunnen bouwen. Voor de lange termijn is all electric nog steeds een goede oplossing. De warmtetransitie is een grote opgave en als gemeente hebben we niet overal invloed op. De opgave is niet alleen noodzakelijk vanwege de gevolgen voor het klimaat, de verwachting is ook dat de kosten voor aardgasleveringen steeds hoger gaan worden door onder andere Europese regelgeving. Er is een risico dat inwoners een steeds hogere energierekening gaan krijgen als er te weinig gedaan wordt aan de warmtetransitie.

Pagina 11 van 13

Startnotitie Warmte-/Koudeprogramma

7.2 Politieke risico’s •

Het Warmte-/Koudeprogramma geeft richting voor de toekomst op basis van de kennis van nu. Door de lange doorlooptijd en vele factoren die het aardgasvrij maken van een wijk kunnen beïnvloeden zijn er altijd onzekerheden. Het politieke klimaat in Den Haag speelt ook een belangrijke rol, daar hebben we echter weinig invloed op. Desondanks is het van belang om stappen te blijven maken in de warmtetransitie. Om deze redenen vindt er afstemming plaats met de brede werkgroep om het tijdpad en de mogelijkheden zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij de planningen en investeringsplannen die op dat moment bekend zijn. Daarnaast vindt er een 5-jaarlijkse herijking plaats van het programma waarin weer 10 jaar vooruit wordt gekeken.

7.3 Bestuurlijke risico’s •

•

Voor het bepalen van de juiste warmtestrategie per wijk is draagvlak nodig; deelname is momenteel vrijblijvend en niet afdwingbaar. Inwonerparticipatie bij de wijkuitvoeringsplannen is cruciaal om elke woning/gebouw van het aardgas af te kunnen halen maar een groot deel van de inwoners is moeilijk te bereiken (er wordt nog geen urgentie gevoeld dus staan mensen minder open voor deze boodschap). De nieuwe wetgeving gaat gemeenten hier echter bij helpen. Zodra de wetgeving het mogelijk maakt om wijken van het aardgas af te halen moeten we als gemeente de regie pakken, keuzes maken en vroeg en helder communiceren waardoor inwoners vroegtijdig weten waar ze aan toe zijn. De toekomstige aardgasprijs, elektriciteitsprijs en warmteprijs zijn onbekend en het is de vraag hoe deze zich ontwikkelen wanneer de vraag naar aardgas afneemt. Dit heeft mogelijk een positief effect op het draagvlak voor de warmtetransitie. Hierin schuilt wel het risico dat niet iedereen mee kan doen in de transitie. Als de aardgasprijzen stijgen en de warmteprijs naar beneden gaat, dan kan het zijn dat lage inkomensgroepen met hoge aardgastarieven blijven zitten. Hier moeten we alert op zijn en dit voorkomen.

7.4 Ambtelijke risico’s •

•

Op dit moment is nog niet alle wet- en regelgeving duidelijk. Tot nu toe zijn er regelmatig wijzigingen geweest in de concept wet- en regelgeving en is vertraging eerder regel dan uitzondering. Het Warmte-/Koudeprogramma is bepalend voor het opstellen van de wijkuitvoeringsplannen. Wanneer de aanwijsbevoegdheid door de raad wordt ingezet en er wijken voor 2035 van het aardgas af gaan, vraagt dat op korte termijn ook veel extra ambtelijke capaciteit en financiële middelen. Dit kan mee worden genomen bij het maken van afwegingen omtrent de wijkvolgorde en het tijdpad. Samenwerking en afstemming binnen de gemeenten van de regio Achterhoek is hierbij noodzakelijk.

Pagina 12 van 13

Startnotitie Warmte-/Koudeprogramma

9. Communicatie Onderdeel van het Warmte-/Koudeprogramma is een communicatie- en participatieplan. Een goed doorlopen proces, waarbij belanghebbenden zich inhoudelijk in de resultaten herkennen, is van belang voor het draagvlak. We hebben oog voor de belangen en inbreng van stakeholders, bestuurders en inwoners. Bij het aardgasvrij maken van de wijken en buurten is communicatie en participatie een belangrijk thema. We zijn aan het verkennen om regionaal een participatieonderzoek uit te laten voeren. Het is de opgave om op buurtniveau opschaalbare aanpakken te ontwikkelen, die alle groepen burgers en stakeholders in de gelegenheid stellen om mee te doen en die hen daarmee aanzetten tot het nemen van duurzame maatregelen. Een aanpak naar een aardgasvrije wijk gaat over techniek, financiën en organisatie, maar vooral ook over de inwoners van de wijk. Er zal een communicatie- en participatiestrategie worden opgesteld zodat inwoners en stakeholders op een zorgvuldige wijze meegenomen worden in het proces.

10.

Projectaanpak

Er is door verschillende oorzaken nog weinig veranderd ten opzichte van de Transitievisie Warmte. We hebben te maken met particulieren die zelf de keuze moeten maken om hun woning te verduurzamen. Netcongestie en het natuurvriendelijk isoleren zijn nu belangrijke oorzaken van vertraging; Ook al zijn er veel subsidies en is er ondersteuning voor inwoners. De komende jaren gaan er door deze omstandigheden in het grootste deel van de Achterhoek en Nederland nog niet veel wijken van het aardgas af, zo ook niet in Aalten. In de gemeente Aalten wordt op dit moment all electric als de meest realistische oplossing genoemd. Het tempo waarin elektrificatie kan plaatsvinden wordt door veel factoren beïnvloed. Waaronder de beschikbare transportcapaciteit op het elektriciteitsnet (netcongestie) en de uitvoeringscapaciteit bij isolatie- en installatiebedrijven. Hier wordt rekening mee gehouden bij het opstellen van het Warmte-/Koudeprogramma en de wijkuitvoeringsplannen. Op basis van het voorgaande zal een plan van aanpak worden opgesteld; Daarin zal onder andere verder worden ingegaan op bijvoorbeeld de ontwerpen projectaanpak, participatie en communicatie. Het eerste Warmte-/Koudeprogramma wordt uiterlijk in december 2026 vastgesteld. In het plan van aanpak worden de volgende fasen opgepakt: 1. Evaluatie wijkaanpak Transitievisie Warmte (afgerond, raadsmededeling 141-2024); 2.

Startnotitie (Q4 2025); 3. Projectscan & Plan van aanpak (Q4 2025); 4. Participatiestrategie (Q4 2025); 5. Voorbereidingsfase bronnenstrategie, uitgangspunten, participatie (Q4 2025 & Q1 2026); 6. Concept Warmte-/Koudeprogramma (Q2 2026); 7. Ontwerp Warmte-/Koudeprogramma (Q3 2026); 8. Plan van aanpak wijkuitvoeringsplannen Warmte-/Koudeprogramma (Q3 & Q4 2026); 9. Vastgesteld Warmte-/Koudeprogramma (Q4 2026); 10. 2027-2035 Gefaseerde uitvoering, monitoring en bijsturing Iedere gemeente staat voor dezelfde uitdagingen. Samen met de andere Achterhoekse gemeenten gaan we daarom verder aan de slag met het doel om uiteindelijk aardgasvrij te worden. Deze startnotitie zet alles nog even op een rij. In het Warmte-/Koudeprogramma wordt uitgewerkt hoe dit verder zal worden opgepakt.

Pagina 13 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=90a75b77-5f14-4847-b5ac-a80770239d60