5. Raadsmededeling 167-2024 ontwikkelingen rondom de BUIG 2024
Tekst van het document
Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp
: : : : : :
167-2024 28 oktober 2024 5 november 2024 F. Ebbers J.C. Wikkerink Ontwikkelingen rondom de BUIG 2024
Aanleiding: Met deze raadsmededeling informeert het college de raad over het voorlopige BUIG-tekort 2024 en welke acties worden ondernomen door Laborijn om de resultaten, daar waar mogelijk, te verbeteren. Jaarlijks wordt door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het budget voor bijstandsuitkeringen (BUIG-budget) voor de gemeente definitief vastgesteld in het najaar. De gemeente Aalten ontvangt in 2024 een budget van €5.636.000. Laborijn schat in dat de BUIG kosten dit jaar neerkomen op €6.040.000. Dat betekent een verwacht tekort van €404.000. Dit tekort is te laag om in aanmerking te komen voor de vangnetregeling, waardoor het ook niet meer verplicht is om in dat kader een verbeterplan op te stellen. Alsnog hebben wij Laborijn gevraagd om een analyse op te stellen van het BUIG-tekort in de gemeente Aalten en in kaart te brengen aan welke knoppen gedraaid kunnen worden om voor de komende jaren bij te sturen. Onlangs heeft er hierover ambtelijk en bestuurlijk een gesprek plaats gevonden met Laborijn en middels deze raadsmededeling willen wij u informeren over de uitkomst hiervan. Inhoud mededeling: Analyse BUIG-tekort BUIG staat voor Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten. Deze bundeling bestaat uit de bijstandsuitkeringen Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz. Daarnaast vallen de betalingen van langdurige loonkostensubsidies onder de BUIG.
Hoe het budget voor de BUIG wordt verdeeld is per gemeente verschillend, afhankelijk van de grootte van de gemeente. Zo wordt het BUIG-budget voor GR-gemeente Doetinchem anders bepaald dan voor de gemeente Aalten. In de bijlage van deze raadsmededeling treft u een nadere toelichting van Laborijn op de werking van de BUIG (bron: tweede kwartaalrapportage 2024 Laborijn). Het jaarresultaat BUIG is pas bekend na afloop van het betreffende jaar. Per 1 oktober van ieder jaar is het BUIG resultaat al vrij goed in te schatten omdat dan het definitieve budget bekend is. Het financiële resultaat op de BUIG, positief of negatief, is voor rekening van de gemeenten. Deze afspraak is niet wettelijk bepaald, maar gemaakt bij de totstandkoming van Laborijn. In onderstaande grafiek is te zien dat het BUIG-resultaat voor de gemeente Aalten over de afgelopen jaren grillig verloopt. Voor de gemeente Aalten wordt het verliesjaar 2017 opgevolgd door vier winstjaren. Vanaf 2022 is er sprake van een oplopend tekort. Hierbij moet worden opgemerkt dat het resultaat 2024 nog voorlopig is.
Pagina 1 van 3
Instroom: Qua instroom beweegt Laborijn rond het landelijk gemiddelde. Het valt op dat de gemeente Aalten een wat hoger instroompercentage heeft. Waaruit bestaat deze nieuwe instroom? Van de 70 huishoudens die in 2024 tot nu zijn ingestroomd in het uitkeringsbestand van de gemeente Aalten bestaat de helft uit nieuwe inwoners, waarvan 20 huishoudens komende van een andere gemeente en 15 huishoudens komende van het AZC. Door de professionals van Laborijn wordt gesignaleerd dat van de inwoners die nieuw instromen in het bijstandsbestand er weinig (op de korte termijn) kansrijk zijn voor uitstroom. Vaak is er sprake van problematiek op meerdere leefdomeinen. In onderstaande tabel staat wat dit jaar de redenen waren voor instroom van huishoudens in de bijstand in de gemeente Aalten. Uitstroom: De uitstroom in de gemeente Aalten ligt dit jaar iets onder het landelijk gemiddelde. In 2019-2020 is er een groot gedeelte van het uitkeringsbestand in Aalten uitgestroomd door middel van een projectmatige aanpak. Veel inwoners die bemiddelbaar waren zijn toen al door Laborijn begeleid naar werk. Laborijn signaleert dat de inwoners die nu (nog) in het bestand zitten een grotere afstand hebben tot de arbeidsmarkt. Vaak is er sprake van complexe problematiek of arbeidsongeschiktheid. Dat maakt dat het moeilijker is om uitstroom te realiseren.
Voor de inwoners die wel uitstromen zijn arbeid, verhuizing en studie de belangrijkste uitstroomredenen. In onderstaande tabel staat wat dit jaar de redenen waren voor uitstroom van huishoudens uit de bijstand in de gemeente Aalten.
Wat is de invloed van keuzes in beleid en uitvoering? Uit onderzoek van AEF/De Beleidsonderzoekers blijkt dat meerjarige tekorten en overschotten op de BUIG maar voor een deel kunnen worden verklaard vanuit keuzes in beleid en uitvoering. Divosa is met het ministerie van SZW in gesprek en pleit voor passende, stabiele en voorspelbare budgetten. Op de langere termijn is het nodig dat er een verdeelmodel komt dat past bij de Participatiewet in balans: een financiering die past bij het doel van de wet. De bestaande Participatiewet is gericht op volumebeperking en rechtmatigheid. De nu in voorbereiding zijnde Participatiewet in balans heeft een Pagina 2 van 3
ander doel, namelijk meer sturen op basis van vertrouwen en op zoek gaan naar de mogelijkheden van een persoon. Dat kan zijn: meedoen in de maatschappij, maar niet per definitie uitstroom naar betaald werk. Voor het deel waar er wel invloed is op het BUIG-resultaat zijn dit de factoren die van invloed zijn: 1. Instroombeperking 2. Uitstroombevordering 3. Handhaving In het gesprek met Laborijn kwam naar voren dat we ons richten op de instroombeperking en uitstroombevordering. Voor wat betreft de instroom wordt er op de lange termijn een effect verwacht van het gewijzigde toewijzingsbeleid van De Woonplaats per 16 september 2024. In plaats van 100% loting, wordt nu 50% van de woningen van De Woonplaats verdeeld op basis van inschrijfduur. Uit cijfers van het verhuisdashboard van CBS en Datalab Go blijkt dat er in de Achterhoek sinds 2019 een stijging is van het aantal nieuwe inwoners, afkomstig vanuit andere gemeenten, afhankelijk van een bijstandsuitkering. Het nieuwe toewijzigingsbeleid van sociale huurwoningen kan effect hebben op deze ontwikkeling. Ook op het gebied van uitstroombevordering zijn er wat knoppen om aan te draaien. De professionals van Laborijn hebben de volgende vijf actiepunten opgesteld voor het bestand van de gemeente Aalten: 1.
Versneld inzetten op doelgroep DGI indicatie: dit betreft extra inzet op het bemiddelen van de inwoners met een arbeidsbeperking naar werk bij reguliere werkgevers met de inzet van loonkostensubsidie of het bieden van een tijdelijk arbeidscontract bij Laborijn als springplank naar betaald werk extern. 2. Inzet op kansrijke oudkomers: dit betreft extra inzet op kansrijke oudkomers, zodat zij kunnen uitstromen naar betaald werk. De screening van het bestand van oudkomers is recent afgerond. Dit zijn inwoners die onder de oude wet inburgering onvoldoende kansen hebben gehad om te integreren en te participeren. De screening heeft inzicht opgeleverd in wat deze inwoners nodig hebben en dat biedt ook kansen voor uitstroom naar werk. Uw raad wordt binnenkort geïnformeerd over de uitkomsten en het vervolg. 3. Snellere inzet op kansrijke nieuwkomers: dit betreft het al eerder bemiddelen van kansrijke inburgeraars naar werk. Wanneer zij al eerder gaan werken, naast het volgen van het taaltraject, kan dit bijdragen aan integratie en het verkort de uitkeringsduur. 4. Geef onbenut arbeidspotentieel een gezicht: dit betreft het meer bekendheid geven aan de doelgroep met een afstand tot de arbeidsmarkt door middel van het organiseren van speeddates of banenmarkten. 5.
Uitbreiden netwerk werkgevers: dit betreft het uitbreiden van het werkgeversnetwerk in de gemeente Aalten, door meer aan te sluiten bij lokale initiatieven. Vervolg Er is afgesproken om ambtelijk en bestuurlijk frequent met elkaar om de tafel te gaan, om het effect van de ingezette acties te monitoren. Hierbij moet worden opgemerkt dat de meeste acties pas effect hebben op de langere termijn. Op het BUIG-resultaat van het lopende jaar zal de invloed zeer beperkt zijn. Wij zullen uw raad informeren over de voortgang. De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd: -
Bijlage werking BUIG (Bron: tweede kwartaalrapportage Laborijn 2024). Hierbij moet worden opgemerkt dat de laatste alinea van deze bijlage, met betrekking tot de vangnetregeling, niet meer actueel is. Ten tijde van het schrijven van die passage was het definitieve BUIG-budget nog niet bekend, waardoor het voorlopig BUIG-resultaat 2024 nog niet goed ingeschat kon worden. Met de informatie die we nu hebben lijkt het er op dat de gemeente Aalten dit jaar geen beroep kan doen op de vangnetregeling voor de BUIG.
Pagina 3 van 3
Bijlage 2: Hoe werkt de BUIG? BUIG staat voor Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten. Deze bundeling bestaat uit de bijstandsuitkeringen Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz. Daarnaast vallen de betalingen van langdurige loonkostensubsidies onder de BUIG. Opbouw BUIG-resultaat Het BUIG-resultaat wordt op de volgende wijze jaarlijks bepaald per gemeente: 1. BUIG budget (baten te ontvangen van het Rijk) + 2. Het saldo van betaalde bijstandsuitkeringen en teruggevorderde bijstandsuitkering (PW, IOAW, IOAZ en Bbz) 3. Betaalde langdurige loonkostensubsidies (lasten) 4. Het resultaat bestaat uit het BUIG budget (1) minus het saldo van bijstandsuitkeringen en teruggevorderde bijstandsuitkeringen (2) minus de uitgaven voor langdurige loonkostensubsidies (3). 5. Eventueel vangnetuitkering BUIG (baten) + Hieronder worden de 5 onderdelen nader toegelicht. 1. BUIG-budget Opbouw Het Rijk stelt jaarlijks een macrobudget beschikbaar voor de bekostiging van algemene bijstand en het verstrekken van loonkostensubsidie (LKS). Het macrobudget 2024 bedraagt op dit moment 6,8 miljard euro, waarvan 476 miljoen euro voor LKS. Het budget dat gemeenten hieruit ontvangen bestaat uit 4 deelbudgetten die allen gebaseerd zijn op verschillende verdeelmodellen. Dit kan zijn op basis van historische uitgaven of op basis van objectieve maatstaven. Dit is afhankelijk van de grootte van de gemeente.
Kleine gemeenten (tot 15 duizend inwoners) ontvangen alleen een historisch deelbudget, middelgrote gemeenten (tussen de 15 en 40 duizend inwoners) ontvangen zowel het historische als het objectieve deelbudget (Aalten) en grote gemeenten (meer dan 40 duizend inwoners) krijgen alleen het objectieve deelbudget (Doetinchem). Dit ziet er voor Aalten en Doetinchem als volgt uit: Nader voorlopig budget 2024 (in € x 1000) Dak-en thuislozen/instelling Historische verdeling Objectieve verdeling Loonkostensubsidie
Aalten 21 2.160 2.298 775 5.254
Doetinchem 565 18.924 2.704 22.193
Laborijn 586 gebaseerd op objectieve maatstaven 2.160 gebaseerd op de uitgaven 2022 21.221 gebaseerd op objectieve maatstaven 3.479 gebaseerd op de uitgaven 2023 27.447
Het objectieve verdeelmodel bestaat uit twee delen, het aantal inwoners dat een uitkering ontvangt (volumecomponent) en de hoogte van de uitkering (prijscomponent). ✓ De volumecomponent schat de kans op bijstand van een huishouden in op basis van tientallen objectieve factoren zoals huishoudenssamenstelling, leeftijd, herkomst, zorggebruik en woonsituatie. ✓ De prijscomponent schat per huishouden de uitgekeerde fractie van het wettelijk normbedrag in op basis van objectieve factoren en vermenigvuldigt dit met het wettelijk normbedrag voor het huishouden. Dit geeft de voorspelde hoogte van de uitkering. Een voorspeld budget per huishouden resulteert door kans op bijstand te vermenigvuldigen met de voorspelde hoogte van de uitkering.
50 Tweede kwartaalrapportage 2024 Laborijn
Bijstelling Het BUIG-budget wordt 3 keer per jaar bijgesteld. ✓ Eind september 2023 is het voorlopig budget 2024 bekend gemaakt; ✓ 6 mei 2024 is het nader voorlopig budget bekend geworden; ✓ Eind september wordt het definitieve budget bekend. Ten aanzien van het nader voorlopig budget 2024 heeft het Rijk de volgende toelichting gegeven. De bijstelling van het nader voorlopige macrobudget is een tussenstand, waarin de realisaties van vorig jaar en recente inschattingen van de conjuncturele situatie (CEP, CPB) zijn verwerkt. Dit betekent een forse verlaging. De volgende effecten zijn nog niet meegenomen. ✓ Effecten van aanpassingen in rijksbeleid meegenomen, waaronder een incidentele opwaartse bijstelling van € 30,1 miljoen vanwege tegenvallende resultaten binnen de banenafspraak. ✓ Effecten van de loon- en prijsbijstelling. Deze worden bij vaststelling van het definitieve budget verwerkt. 2. Betaalde Bijstandsuitkeringen Er zijn een 4-tal bijstandsregelingen die Laborijn uitvoert. Veruit de grootste is de Participatiewet. De IOAW, IOAZ en Bbz zijn relatief gezien van beperkte omvang. De uitkeringslast die Laborijn verantwoord hangt af van het aantal inwoners dat een uitkering ontvangt (volume), de hoogte van de uitkering (prijs) en de terugvordering van verstrekte uitkeringen. Het volume wordt jaarlijks bij de begroting ingeschat gebaseerd op de verwachting van het Rijk.
De CPB-ramingen zijn hierin leidend. Het volume in enig jaar is afhankelijk van de instroom in en de uitstroom uit de bijstand. De prijs wordt bepaald aan de hand van het laatst afgesloten jaar met daarbij geteld een indexatie. De indexatie volgt de ontwikkeling van het minimumloon aangezien de hoogte van de bijstandsuitkeringen zijn gekoppeld aan het wettelijk minimumloon. De prijs van een uitkering kan verlaagd worden doordat de inwoner inkomsten heeft. Dit kan bijvoorbeeld zijn door parttime werk. Deze inkomsten worden dan (gedeeltelijk) verminderd op de uitkering. 3. Betaalde langdurige loonkostensubsidies De verdeling van het LKS-budget is op basis van realisatiecijfers. Bij de vaststelling van het voorlopig budget 2024 was de verdeling van het LKS-budget gebaseerd op de LKS-realisaties in 2022. In de nader voorlopige budgetten is het LKSaandeel gebaseerd op de voorlopige realisaties van 2023. Bij de definitieve vaststelling van de budgetten (in september 2024) zal de verdeling gebaseerd worden op de definitieve realisatiecijfers van 2023. 4. BUIG resultaat Het jaarresultaat BUIG is pas bekend na afloop van het betreffende jaar. Per 1 oktober van ieder jaar is het BUIG resultaat al vrij goed in te schatten omdat dan het definitieve budget bekend is. Dat is relatief laat.
Bijsturing op de bijstandsuitgaven in het lopende jaar is beperkt mogelijk omdat er dan slechts kort tijd resteert. Het financiële resultaat op de BUIG (zowel positief als negatief) is voor rekening van de gemeenten. Zij doen er verstandig aan om rekening te houden met schommelingen en hiervoor een reserve aan te houden. 51 Tweede kwartaalrapportage 2024 Laborijn
Hierbij een overzicht van de jaarresultaten BUIG in de afgelopen jaren: Resultaat BUIG Aalten Doetinchem Totaal
2017 -469.303 -569.485 -1.038.788
2018 99.135 1.713.126 1.812.261
2019 150.378 457.880 608.258
2020 488.951 152.552 641.503
2021 231.845 408.565 640.410
2022 -82.036 417.592 335.556
2023 -288.676 901.274 612.598
resultaat 7 jaar 130.294 3.481.504 3.611.797
5. Vangnetuitkering BUIG De Participatiewet kent een vangnetregeling. Het vangnet reduceert financiële risico’s die gemeenten hebben bij de uitvoering van de Participatiewet. Het vangnet is bedoeld om grote tekorten bezien in meerjarig perspectief op de gebundelde uitkering trapsgewijs te compenseren. Het vangnet draagt bij aan draagvlak onder gemeenten voor het systeem van budgetbekostiging. De risicoreductie mag de financiële prikkelwerking echter niet ondermijnen. Daarom geldt een eigen risico, een getrapte vergoeding en zijn er voorwaarden gesteld aan de toewijzing van het vangnet. Deze voorwaarden prikkelen gemeenten om hun beleid en uitvoering te ontwikkelen en van elkaar te leren om het tekort te reduceren. Om over 2024 in aanmerking te komen voor de vangnetuitkering moet een gemeente voldoen aan de volgende financiële en procedurele voorwaarden. 1. Over 2024 moet sprake zijn van een tekort dat meer bedraagt dan 7,5% van de definitief over dat jaar toegekende gebundelde uitkering als bedoeld in artikel 69 Participatiewet; 2. Over 2022, 2023 en 2024 moet sprake zijn van een gecumuleerd tekort dat meer bedraagt dan 7,5%, berekend over alleen de definitief over 2024 toegekende gebundelde uitkering als bedoeld in artikel 69 Participatiewet; 3.
Het college moet in 2025 tijdig een verzoek indienen volgens het daartoe vastgestelde aanvraagformulier, zie daarvoor de aanvraagprocedure; 4. Bij het indienen van het verzoek moet het college verklaren dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen. Deze verklaring moet de instemming hebben van de gemeenteraad. Ook moet deze verklaring worden toegelicht, zoals gevraagd in het aanvraagformulier (op het formulier de onderdelen A, B en C). 5. Indien een gemeente over 2022 en/of over 2023 een vangnetuitkering is verleend, dient het college van die gemeente te verklaren dat het (aanvullende) interne en externe maatregelen heeft getroffen om tot verdere tekortreductie te komen. De gemeente Aalten zal naar verwachting in 2024 in aanmerking komen voor deze Vangnetregeling. Het eigen risico bedraagt voor Aalten op basis van het nader voorlopige budget maximaal € 525.000 (maximaal 10% van het budget). De gemeente Doetinchem komt in 2024 niet in aanmerking voor de vangnetregeling.
52 Tweede kwartaalrapportage 2024 Laborijn