49. Raadsmededeling 94-2025 stand van zaken uitbreiden Bedrijventerrein Aalten - juli 2025
Tekst van het document
Raadsmededeling openbaar Nummer
:
94-2025
Datum
:
24 juli 2025
B&W datum
:
Beh. Ambtenaar
:
K. Wartena
Portefeuillehouder
:
T.M.M. Kok
Onderwerp
:
Stand van zaken project 'Uitbreiding bedrijventerrein Aalten'
Aanleiding: Op 17 december 2024 is de gemeenteraad akkoord gegaan met het uitvoeren van de verdiepende onderzoeken voor de ontwikkeling van het gebied ten zuidwesten van het bestaande bedrijventerrein en ten noorden van de Keizersbeek tot nieuw bedrijventerrein bij de kern Aalten, als eerste stap in het kader van de planvorming voor het bedrijventerrein. Inmiddels zijn de eerste onderzoeken van start gegaan en is er in dat kader recentelijk een inwonersbijeenkomst georganiseerd. In deze raadsmededeling praten wij u bij over de stand van zaken. Inhoud mededeling: In het eerste kwartaal van 2025 is er een projectteam opgestart die inmiddels volop aan de gang is met de onderzoeken die nodig zijn voor de uitbreiding van het bedrijventerrein. De onderzoeken zijn enerzijds bedoeld om inzicht te krijgen in de haalbaarheid van de ontwikkeling en anderzijds om inzicht te krijgen in zaken waarmee rekening gehouden moet worden bij de inrichting van het gebied als bedrijventerrein. Het gaat in eerste instantie om de volgende onderzoeken: •
Waterhuishoudkundig onderzoek Onderzocht wordt hoe het watersysteem in en rond het plangebied functioneert en wat mogelijke knelpunten en aandachtspunten zijn. Verder wordt gekeken wat de impact van de aanleg van het bedrijventerrein is op het watersysteem.
•
Bodemonderzoek Dit onderzoek brengt in beeld of de bodem geschikt is voor de functie bedrijventerrein. Er wordt in eerste instantie vooral gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging.
•
Onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten Gezien de geschiedenis van de regio wordt onderzocht of er nog ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog in de grond aanwezig zijn.
•
Flora- en faunaonderzoek Dit onderzoek richt zich op de aanwezige planten- en diersoorten in het gebied. Er wordt onderzocht of er beschermde soorten aanwezig zijn die door de ontwikkeling mogelijk worden verstoord.
Pagina 1 van 2
•
Archeologisch onderzoek Er wordt onderzocht of er waardevolle archeologische resten in de bodem aanwezig zijn, waarmee bij de aanleg van het bedrijventerrein rekening gehouden moet worden. Het eerste verkennende bureauonderzoek is afgerond, hieruit volgt de conclusie dat vervolgonderzoek moet worden uitgevoerd. Dit booronderzoek wordt na de zomer uitgevoerd.
•
Verkeersonderzoek Dit onderzoek brengt in kaart wat de effecten van de uitbreiding van het bedrijventerrein zijn op verkeersstromen in en rondom het gebied.
Vervolg Op basis van zorgvuldige onderzoeken kunnen we bepalen of en hoe uitbreiding van het bedrijventerrein op deze locatie mogelijk is. Omdat de onderzoeken veel tijd vragen kan dit nog enige tijd duren. We houden uw raad op de hoogte van ontwikkelingen gedurende het traject en wanneer (het grootste gedeelte van) de onderzoeksresultaten bekend zijn, komen we bij uw raad terug met de uitkomsten en een voorstel voor het vervolgproces. Communicatie Bij ontwikkelingen als een bedrijventerrein is het begrijpelijk dat meningen verschillen: waar de één kansen ziet, maakt de ander zich zorgen om de leefomgeving. Die verschillende belangen herkennen we en willen we blijven horen. We vinden het belangrijk om open te communiceren en het gesprek actief te blijven voeren. Zo proberen we iedereen die dat wil te betrekken en samen te werken aan zorgvuldige, afgewogen keuzes. Vanuit die insteek hebben we bij dit project gekozen voor een andere aanpak. In plaats van achteraf informeren over de uitkomsten, hebben we getracht betrokkenen vanaf het begin te betrekken bij de onderzoeken. Niet alleen door uit te leggen wat we onderzoeken, maar ook door samen te bepalen welke vragen belangrijk zijn en welke zorgen aandacht verdienen. Op 9 juli vond daarom een bewoners- en omwonendenavond plaats bij de gemeentewerf aan de Derde Broekdijk in Aalten.
Het doel van de avond was om omwonenden en bewoners te informeren over de verschillende onderzoeken en om aanwezigen de gelegenheid te geven om zorgen en wensen te uiten die meegenomen kunnen worden bij het onderzoek. Een aantal aanwezigen had een andere insteek van de avond verwacht en niet iedereen zag het zitten om mee te denken over de inhoud van de onderzoeken. Sommigen hadden verwacht dat er al onderzoeksresultaten zouden zijn waarop men een reactie zou kunnen geven. We hebben de geluiden van de aanwezigen gehoord en vervolgens hebben we, in overleg met de aanwezigen, gekozen voor een andere opzet van de avond. Desondanks is er waardevolle informatie opgehaald die we terug willen laten komen in de onderzoeken en in het communicatieplan. Verdere toelichting over de avond vindt u in de terugkoppeling voor omwonenden en bewoners en het verslag die als bijlagen zijn toegevoegd. De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd: 1. Terugkoppeling van de bewonersbijeenkomst 9 juli jl. aan bewoners en omwonenden. 2. Verslag bijeenkomst voor bewoners en omwonenden 9 juli jl.
Pagina 2 van 2
Onderwerp: Terugkoppeling bijeenkomst 9 juli – onderzoeken plangebied bedrijventerrein Beste bewoners en omwonenden, Op 9 juli vond een bijeenkomst plaats over de onderzoeken van het beoogde plangebied voor uitbreiding van het bedrijventerrein. In deze brief blikken we terug, delen we het verslag en informeren we u over het vervolg. Waarom de bijeenkomst? Vaak voert de gemeente onderzoeken uit naar een locatie en deelt daarna de resultaten met betrokkenen. Voor dit traject kozen we bewust voor een andere aanpak. We vinden het belangrijk om u vanaf het begin te betrekken. We hopen door openheid en samenwerking met u wantrouwen richting de onderzoeken en de gemeente te verminderen. Daarnaast kent u het gebied als geen ander. Daarom waarderen we uw input voor de onderzoeksvragen als waardevolle aanvulling op de onderzoeken die zijn gestart of binnenkort van start gaan. Verloop van de avond Onze insteek van de avond was om u bij te praten over de verschillende onderzoeken en u vervolgens de gelegenheid te geven om uw zorgen aan te geven zodat onderzoekers hier extra aandacht aan kunnen geven in hun onderzoek. Niet iedereen zag het zitten om mee te denken over de inhoud van de onderzoeken en dus werd er gekozen voor een andere invulling van de avond.
Nadat vragen, zorgen en onvrede uit de zaal werden besproken, werden de onderzoeken verkeer, water, en flora & fauna plenair toegelicht en was er gelegenheid voor vragen. Uw opmerkingen hebben we verwerkt in het verslag en delen we met de onderzoeksbureaus. Waarom dit gebied? Meerdere aanwezigen gaven aan te willen weten of dit überhaupt de juiste locatie is voor een bedrijventerrein, ten opzichte van andere locaties die eerder al eens bekeken zijn. Zij zouden graag in een vervolgonderzoek ook andere locaties onderzocht zien. Echter richten de onderzoeken zich op dit plangebied en op de vragen: ‘is het beoogde gebied geschikt voor een bedrijventerrein' en ‘onder welke voorwaarden kan het beoogde gebied geschikt gemaakt worden als bedrijventerrein?’. Een fundamenteel andere vraag dan een aantal aanwezigen graag beantwoord zouden willen zien in een vervolgonderzoek. Daarom geven we nogmaals een toelichting op onze opdracht en werkwijze. De opdracht van de raad In 2023 heeft onderzoeksbureau BCI gekeken naar mogelijke locaties voor een bedrijventerrein. Op basis van dat onderzoek zijn kansrijke gebieden geselecteerd. Het college heeft vervolgens besloten om dit gebied, aan de noordoostzijde van de Keizersbeek, verder te laten onderzoeken.
In december 2024 heeft de gemeenteraad ingestemd met het voorstel om verdiepende onderzoeken uit te voeren voor deze locatie en hiervoor geld beschikbaar te stellen. Daarmee is de opdracht vanuit de raad om dit gebied verder te onderzoeken, niet om alle mogelijke gebieden opnieuw te vergelijken. Het verder onderzoeken van andere locaties is daarmee nu geen opdracht van de raad en laten wij daarom buiten beschouwing. Wat gebeurt er met de onderzoeksresultaten? De onderzoeken zijn noodzakelijk voor verdere besluitvorming. De resultaten laten zien wat er (onder andere financieel) nodig is om het beoogde plangebied geschikt te maken als bedrijventerrein. Op basis van deze onderzoeksresultaten wordt een voorstel aan de gemeenteraad gedaan om al dan niet verder te gaan met de ontwikkeling. Wanneer de gemeenteraad besluit om verder te gaan met de ontwikkeling van het beoogde plangebied
tot bedrijventerrein, gaan we verder met een schetsontwerp voor de inrichting van het gebied. Hoe nu verder? De komende periode worden de onderzoeken uitgevoerd. Daarbij nemen we de opmerkingen en zorgen mee die u tijdens de bijeenkomst met ons gedeeld heeft. Tijdens de bijeenkomst was ook RO-ADviseurs aanwezig. In de afgelopen periode hebben we samengewerkt met dit bureau om met een frisse blik te kijken naar een omgevingsgerichte werkwijze. Na de bijeenkomst hebben we besloten de samenwerking niet voort te zetten. We merkten dat de werkwijze, waaronder de invulling van deze bijeenkomst, minder goed aansluit bij uw verwachtingen en bij onze wensen als gemeente. Tot slot vinden we het belangrijk dat de gemeenteraad goed op de hoogte blijft van het proces. Zo weten de raadsleden welke vragen en zorgen er bij u leven en hoe wij daar als projectteam mee omgaan. Daarom sturen we het verslag van de bijeenkomst en deze terugkoppeling ook naar de gemeenteraad. In de bijlage vindt u het verslag van de bijeenkomst. Voor nu rest ons u een fijne zomer te wensen. In het najaar komen we bij u terug met verdere informatie. Met vriendelijke groet, [Naam afzender] Projectteam uitbreiding bedrijventerrein gemeente Aalten Bijlage: Verslag bijeenkomst omgeving bedrijventerrein ’t Broek – 9 juli 2025
Verslag bijeenkomst voor bewoners en omwonenden uitbreiding bedrijventerrein ’t Broek – 9 juli 2025 Locatie: De gemeentewerf, Derde Broekdijk 1e Aalten Aanleiding De gemeente Aalten onderzoekt de mogelijkheden voor uitbreiding van bedrijventerrein ’t Broek, aan de westzijde van het bestaande terrein en ten noorden van de Keizersbeek. In dat kader is op woensdag 9 juli een bijeenkomst georganiseerd voor bewoners en omwonenden van dit gebied. Tijdens deze bijeenkomst is het onderzoeksproces toegelicht en zijn aandachtspunten, vragen en zorgen uit de omgeving opgehaald. Proces De bijeenkomst is georganiseerd om belanghebbenden in de omgeving te informeren over het voorgenomen onderzoek en om input vanuit de omgeving op te halen. Het gaat nu om een verkenning: er wordt onderzocht óf en onder welke voorwaarden realisatie van een bedrijventerrein in het plangebied mogelijk is. Daarbij wordt breed gekeken naar water, verkeer, flora & fauna, bodem, archeologie en ontplofbare oorlogsresten. Opzet van de avond Oorspronkelijk was het plan om na een algemene introductie in vier verschillende groepen uiteen te gaan zodat inwoners in gesprek konden met onderzoekers van de onderwerpen water, verkeer en flora & fauna zodat ze hun aandachtspunten en vragen over de onderzoeken konden delen.
Een vierde groep zou in gesprek gaan over thema’s die niet binnen deze drie onderzoeken passen maar desalniettemin besproken dienen te worden. Echter verliep de avond anders. Een aantal deelnemers gaf aan niet mee te willen werken aan de inhoud van de onderzoeken. Hierna volgen opmerkingen van bewoners die hierover zijn gemaakt. Opmerkingen aanwezigen over de opzet van de avond Men geeft aan geen belang of behoefte te hebben om mee te werken: ‘waarom zou ik meewerken aan een onderzoek waar ik niet om gevraagd heb? Dit voelt als ‘meedenken in een plan dat je niet wilt’, wat straks als participatie wordt gepresenteerd’. Een ander stelt liever antwoorden te hebben gezien in plaats van vragen te moeten beantwoorden. Iemand stelt: ‘de gemeente was eerst niet transparant, nu ‘te’ transparant’. Een bewoner geeft aan te willen praten over uitkomsten, niet over het proces. Onduidelijkheid over de onderzoeken Het blijkt dat er onduidelijkheid en onvrede is over de insteek van de onderzoeken. Waar de gemeente de opdracht heeft om dit plangebied verder te onderzoeken als mogelijk uitbreidingsgebied voor het bedrijventerrein, zien inwoners juist graag dat alle gebieden opnieuw worden onderzocht. Hierover worden verschillende vragen gesteld en opmerkingen gemaakt.
Een bewoner vraagt waarom in deze onderzoeken uitgegaan wordt van dit plangebied als enige optie en waarom er geen onderzoek naar andere locaties wordt gedaan. Een bewoner 1
stelt dat de onderzoeken worden gepresenteerd alsof ze alleen de uitvoering voorbereiden. Daarom wordt de vraag gesteld of de onderzoeken bedoeld zijn om de locatiekeuze te onderbouwen en of er wordt uitgegaan van deze locatie? Antwoord: we onderzoeken of dit plangebied geschikt is of kan worden gemaakt voor een bedrijventerrein. De resultaten van de onderzoeken zullen aanbevelingen doen over al dan niet ontwikkelen en indien ontwikkelen naar bedrijventerrein mogelijk is, welke aandachtspunten er zijn voor die ontwikkeling. Een deelnemer geeft aan dat opmerkingen al bekend zijn via de ingekomen stukken en vraagt zich daarom af wat de toegevoegde waarde is van deze avond. Een bewoner vraagt welke onderzoeksvragen er zijn geformuleerd en wil hier graag input op geven. Gaandeweg het gesprek blijkt dat inwoners de indruk hebben dat het plangebied al een definitieve keuze is doordat alleen deze locatie verder wordt onderzocht en andere opties buiten beschouwing worden gelaten. Enkelen geven aan het gevoel te hebben dat het bedrijventerrein er ‘hoe dan ook’ komt en dat het onderzoek alleen het ‘hoe’ onderzoekt, niet het ‘of’. De projectleider reageert dat de discussie over de locatiekeuze een politieke kwestie is waar de projectleider geen antwoorden op kan geven. Wel wordt vervolgens de opdracht van de raad en het vervolgproces uitgelegd door de projectleider.
Deze toelichting is opgenomen in de terugkoppeling aan omwonenden. Doordat alleen deze locatie verder wordt onderzocht op geschiktheid en haalbaarheid voelt het bij een aanwezige als ‘onderzoeken die hoe dan ook ‘positief’ worden gepresenteerd en dat de buurt enkel heeft meegepraat voor de bühne’. Naar aanleiding van deze opmerkingen wordt besloten het programma van de avond te wijzigen. De drie aanwezige onderzoekers lichten ieder hun eigen onderzoek (flora & fauna, water, verkeer) plenair toe en per onderwerp worden vragen of opmerkingen gedeeld. Na de toelichtingen is er gelegenheid voor deelnemers om alsnog één op één met de projectgroep of onderzoekers in gesprek te gaan. Hieronder delen we per onderzoek de toelichting die is gegeven en de opmerkingen die zijn gemaakt. De opmerkingen en zorgen worden gecommuniceerd met de onderzoeksbureaus zodat deze worden meegenomen in de onderzoeken.
2
Onderzoek Verkeer – door Biem Troost van adviesbureau Roelofs Het onderzoek richt zich op verkeersstromen: type verkeer, volume en momenten van de dag. De data wordt verzameld via bestaande telgegevens en aangekochte data (floating car data). Er wordt een verkeersmodel ontwikkeld, dat breder kijkt dan alleen het bedrijventerrein en beoogde plangebied, om effecten in de omgeving te voorspellen. Ook speelt de aard van de bedrijvigheid een rol in de verkeersgeneratie. Verkeersveiligheid is ook onderdeel van het onderzoek: impact op oversteekbaarheid, inrichting van wegen, gedrag van weggebruikers. De uitkomsten van het onderzoek kunnen resulteren in aanbevelingen voor de gemeente. Voorbeelden hiervan zijn: suggesties voor aanpassingen aan de infrastructuur of het toekennen verkeersrestricties voor de bedrijven die zich kunnen vestigen in het plangebied (bijv. max. aantal vrachtbewegingen). Vragen en zorgen van bewoners en omwonenden Men uit bezorgdheid over bestaande knelpunten op Nijverheidsweg, rotondes en smalle wegen zoals de Veldweg en Sondernweg en mogelijke sluiproutes die kunnen ontstaan. Gevreesd wordt voor een toename van vrachtverkeer en daarmee onveilige situaties, op landwegen waar schoolkinderen fietsen. In het bijzonder de Veldweg. Een bewoner geeft aan: ‘ik ben bang dat de weg niet geschikt is voor de verkeersdrukte en dat niet aan kan.
Er fietsen ook schoolkinderen en ik wil niet dat de weg wordt verbreed’. Iemand deelt frustraties over de ontstane verkeerssituaties naar aanleiding van de verhuizing van Aalbers. Er zou een melding van zijn gedaan welke niet naar behoren is opgepakt door de gemeente. Onderzoek zou hebben uitgewezen dat verplaatsing naar deze locatie mogelijk zou zijn en de verkeersafwikkeling dit aan zou kunnen, maar in de praktijk ervaart de bewoner dat het sluipverkeer toch toeneemt. De angst is dat bij deze ontwikkeling in dit gebied hetzelfde zou gaan gebeuren. Een bewoner vraagt zich af via welke routes de verkeersafwikkeling plaats gaat vinden. Men maakt in het onderzoek gebruik van floating car data die gebaseerd zijn op navigatiesystemen. Men uit de zorg dat niet iedere auto navigatie dit heeft. In het bijzonder worden de vrachtwagens van Kaemingk genoemd, een bedrijf dat volgens bewoners veel verkeersbewegingen geeft, geen navigatiesysteem gebruikt en waar zorgen over zijn. De vrachtwagens van Kaemingk rijden veel over het bestaande bedrijventerrein van de ene naar de andere vestiging. Omwonenden en bewoners uiten de zorg dat dit meer zou kunnen worden, mochten zij zich ook vestigen op het nieuwe bedrijventerrein. Een bewoner merkt op dat landelijke verkeersnormen mogelijk niet passend zouden zijn voor deze situatie; een landelijk gebied functioneert anders dan de stad.
Men vraagt hier aandacht voor te hebben.
3
Gevraagd wordt of geluidbelasting van wegverkeerslawaai ook wordt onderzocht. Dit wordt meegenomen in vervolgonderzoek. Een bewoner uit twijfels over verkeersgegevens: worden alle verkeersbewegingen wel meegenomen? Worden tellingen in representatieve periodes gedaan? Daar streven we naar. In het najaar worden er tellingen gedaan. Moet men voor een goed onderzoek niet weten welk type bedrijvigheid er komt? Antwoord: er wordt gewerkt met scenario’s. Het onderzoek kan ook adviseren over welk type bedrijven en aantal verkeersbewegingen mogelijk zijn. Een bewoner noemt dat de wethouder heeft aangegeven te weten welke bedrijven er interesse hebben en dat de gemeente zo al een beeld zou hebben van welk type bedrijvigheid er moet komen. Als reactie geeft de gemeente dat bedrijven inderdaad hebben laten weten uitbreidingsmogelijkheden te zoeken maar, er is geen concrete lijst van bedrijven die zich hebben aangemeld. Wel zijn er signalen van bedrijven met uitbreidingsbehoefte. Er zijn echter geen afspraken met bedrijven gemaakt over mogelijkheid tot vestiging. Uiteindelijk bepalen bedrijven zelf of zij in Aalten blijven en wachten op uitbreidingsmogelijkheden of dat ze verplaatsen naar elders. Een inwoner vraagt of het onderzoek ook kan adviseren om dit gebied als ongeschikt te beoordelen.
Antwoord: dit onderzoek kijkt alleen naar de gevolgen als de beoogde ontwikkeling op deze locatie door zou gaan. Wordt in dit onderzoek ook de geluidsbelasting onderzocht? De projectleider geeft aan dat dat pas mogelijk is nadat de resultaten van het verkeersonderzoek binnen zijn.
4
Onderzoek water – door Siebe Houtsma van adviesbureau Sweco Toelichting door de onderzoeker: Het vertrekpunt van het onderzoek is het huidige plangebied. Er worden twee stappen onderscheiden in het onderzoek. Als eerste de verkennende stap. Die bestaat uit het bekijken van bestaande data, zoals waterstanden, bodemopbouw en grondwatergegevens. Op basis daarvan wordt beoordeeld welke risico’s er zijn en wat nodig is om eventueel verder te kunnen. Het onderzoek is nadrukkelijk niet gericht op: ‘hoe kan hier gebouwd worden?’, maar kijkt eerst naar de randvoorwaarden vanuit water en bodem. Hierna volgt de adviesstap. Er worden adviezen gegeven over noodzakelijke maatregelen, gebaseerd op richtlijnen van het waterschap en de eisen waar de gemeente Aalten aan moet voldoen. Belangrijk uitgangspunt is het principe van ‘water en bodem sturend’ en het voorkomen van afwenteling: water dat binnen het plangebied valt, moet daar ook worden verwerkt. Het gebied mag geen extra belasting voor de omgeving veroorzaken. Het onderzoeksgebied is niet strikt beperkt tot het plangebied; de invloedsfeer (hoe ver reiken effecten) wordt bepaald. Afhankelijk van de situatie wordt breder gekeken, bijvoorbeeld tot enkele honderden meters rondom. In het onderzoek wordt het waterschap actief betrokken; zij stellen eisen aan het vasthouden en verwerken van water, mede in het licht van klimaatadaptatie.
Vragen en zorgen van bewoners en omwonenden Er wordt gevraagd naar de periode waarin waterstanden worden gemeten. Het antwoord is dat zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van bestaande (meerjarige) meetreeksen. Is die data onvoldoende, dan adviseert de onderzoeker om minimaal een jaar lang metingen uit te voeren, bij voorkeur langer. Zo kunnen zowel natte als droge perioden worden meegenomen. Er is bezorgdheid over het ophogen van het terrein: bewoners vrezen dat dit leidt tot hogere waterstanden op omliggende percelen. Antwoord: Ophoging van het terrein kan een mogelijke maatregel zijn, afhankelijk van de bodem- en wateromstandigheden. Dit wordt niet vooraf aangenomen, maar volgt pas uit de analyse. Eventuele effecten van ophoging op de omgeving worden dan ook meegenomen. Het is belangrijk dat water niet wordt afgewenteld naar de omgeving van het plangebied. Een bewoner aan de zuidzijde van het gebied geeft aan dat zijn perceel (landbouwgrond) de afgelopen jaren net weer bruikbaar is geworden na te natte perioden. Hij maakt zich zorgen dat verdere ontwikkeling opnieuw tot natte gronden leidt. De onderzoeker geeft aan deze situatie mee te nemen in het onderzoek. Vragen worden gesteld over de huidige afwatering via sloten en beken (zoals de Keizersbeek). De onderzoeker geeft aan dat dit onderdeel is van het vervolgplan. Het doel is om water in het plangebied vast te houden.
Er wordt gekeken naar vasthouden, infiltreren en – als dat niet lukt – het vertraagd afvoeren van water binnen de normen van Waterschap Rijn en IJssel. Afstemming met het waterschap is dan ook essentieel, mede omdat het waterschap geen extra water wil ontvangen vanuit nieuwe ontwikkelingen. 5
Een bewoner vraagt om persoonlijk contact om specifieke zorgen over zijn perceel in het onderzoek mee te nemen. De onderzoeker geeft aan hier graag gehoor aan te geven en na de bijeenkomst praten zij verder over dit onderwerp. De opmerkingen worden meegenomen in het onderzoek.
6
Onderzoek flora & fauna – door Sylvain Wamelink van adviesbureau Ecochore Toelichting door de onderzoeker Er is een eerste QuickScan uitgevoerd voor het bosperceel binnen het plangebied. Hierbij zijn mogelijke verblijfplaatsen van enkele beschermde soorten geconstateerd, waaronder de das en roofvogels. Voor de rest van het gebied moet dit eerste onderzoek nog plaatsvinden, waarbij wordt gekeken naar mogelijke aanwezigheid van soorten als de steenuil en vleermuizen. Indien mogelijke verblijfplaatsen van beschermde soorten worden aangetroffen, volgt een aanvullend onderzoek. Dit duurt ongeveer een jaar, omdat hierin het gebruik van het gebied door de dieren over seizoenen heen wordt onderzocht: waar komen ze voor en hoe gebruiken ze het gebied? Er wordt niet alleen binnen het plangebied gekeken, maar ook naar de directe omgeving. De onderzoeker geeft het voorbeeld van een das die mogelijk net buiten het gebied leeft, maar ook gebruikmaakt van het plangebied. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt een advies opgesteld. Daarbij kan gekeken worden hoe rekening gehouden kan worden met soorten: bijvoorbeeld door het ontwerp iets aan te passen of zones te vermijden. Er wordt gekeken hoe mogelijk mitigerende maatregelen kunnen worden genomen en of er een omgevingsvergunning noodzakelijk is. De provincie is daarvoor het bevoegd gezag.
Vragen en zorgen van bewoners en omwonenden Een bewoner benoemt dat het bos naast natuurwaarde ook een recreatieve en welzijnsfunctie heeft: het is (of was) een plek om te wandelen of fietsen. Het bos is ook van waarde voor medewerkers van het bedrijventerrein die er in de pauze wandelen. Tevens zorgt het bos voor schaduw. Dat zou volgens hem meegenomen moeten worden bij de planvorming. De projectleider benadrukt dat het flora- en faunaonderzoek noodzakelijk is voor de wijziging van het omgevingsplan. Pas daarna volgt een ontwerp waarin keuzes worden gemaakt over de inrichting van het bosgebied. Daarbij worden ook recreatieve en landschappelijke waarden betrokken. Een andere bewoner vraagt naar het vervolg als er bijvoorbeeld een dassenburcht wordt aangetroffen: moet die dan worden verplaatst, of wordt het gebied om de burcht heen ontworpen? De onderzoeker legt uit dat hier maatwerk voor geldt, afhankelijk van de situatie. Een bewoner maakt de opmerking dat de gemeente wel voor vleermuizen woonruimte zoekt, maar voor hen als bewoners van het plangebied niet. Er klinkt scepsis over het effect van het onderzoek: dieren trekken bij verstoring immers weg, en het lijkt volgens bewoners niet dat het onderzoek die totale impact op natuur in beeld brengt.
7
Op de vraag of uit eerdere onderzoeken projecten zijn afgeblazen vanwege natuurwaarden, geeft de onderzoeker aan dat dit bij kleine locaties binnen bestaand bebouwd gebied inderdaad is gebeurd. Een bewoner vertelt dat hij het bosperceel mocht huren van de gemeente voor het fokken van fazanten, en dat dit ook vastgelegd is. Hij spreekt uit de onderzoeker niet te vertrouwen en stelt voor om zelf mee te lopen bij het veldonderzoek, omdat hij zelf dieren als reeën, zwarte spechten en rode spechten waarneemt in het gebied. Tevens verwijt hij de gemeente slecht beheer van het bos: snoeiwerk wordt niet consequent uitgevoerd, dood hout blijft soms staan waar het weg zou moeten, terwijl gezonde bomen juist worden gekapt. Volgens hem leidt dit tot verloedering van het bos. Onder omwonenden leeft het idee dat de gemeente het bosgebied niet onderhoud om het daarna als minder waardevol te bestempelen om ontwikkeling mogelijk te maken. Iemand geeft aan dat Aalten beschikt over ‘twee groene harten’, waar dit er één van is,maar de gemeente het gebied vooral als bouwlocatie ziet. De projectleider erkent dat deze belangen tegen elkaar afgewogen moeten worden, maar dat er inhoudelijk nog geen standpunt is ingenomen. De projectleider benadrukt dat de definitieve keuzes pas in een latere fase worden gemaakt door de raad, op basis van de onderzoeksresultaten.
Algemene vragen en opmerkingen Een bewoner merkt op dat bij alle onderzoeken sprake is van een verkennende fase en vervolgens een verdiepende fase en vraagt of er een duidelijk beslismoment is tussen deze twee stappen. De projectleider antwoordt dat dit op dit moment nog niet scherp is, omdat de uitkomsten van de verkennende onderzoeken eerst afgewacht worden. De resultaten en de inbreng vanuit deze avond helpen bij het maken van een eerste schets. Pas daarna volgt de verdiepende fase. Uiteindelijk worden alle resultaten in een voorstel aan de gemeenteraad gepresenteerd. De projectleider geeft ook aan dat er een kans bestaat dat er aanvullende onderzoeken worden gedaan naar aanleiding van de resultaten van deze onderzoeken. Een andere bewoner stelt de vraag wat er gebeurt als zij van mening is dat het onderzoek onvoldoende is. Moet ze dan naar de rechter? De projectleider legt uit dat in dat geval bewoners zich tot de gemeenteraad kunnen wenden, niet tot de rechter. Meerdere bewoners geven aan benieuwd te zijn naar de uitkomsten van de onderzoeken, en vragen wanneer deze beschikbaar komen. De projectleider bevestigt dat de resultaten gedeeld zullen worden, maar kan nog niet aangeven wanneer en hoe dit gaat zijn.
Over de informatievoorziening in het algemeen merkt een bewoner op dat ze de eerste emailuitnodiging voor deze avond heeft gemist, de herinnering heeft ze wel ontvangen. De proejctleider geeft aan dat het mailadres genoteerd staat en hoopt dat dit in het vervolg niet meer mis zal gaan. 8
De projectleider sluit af met de toezegging dat er een verslag van deze bijeenkomst wordt gemaakt, dat gedeeld wordt via mail en ook op de gemeentelijke website gepubliceerd zal worden. De projectleider wenst iedereen wel thuis. Een aantal deelnemers blijven napraten en gaan in gesprek met de projectleider of onderzoekers over aandachtspunten voor de onderzoeksfase. De aandachtspunten zijn genoteerd door de onderzoeksbureaus en/of het projectteam en worden meegenomen in het onderzoek.
9