47a. Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland
Tekst van het document
Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland Verslagjaar 2025 RIVM-rapport 2025-0019
Dit is een uitgave van: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Postbus 1 | 3720 BA Bilthoven www.rivm.nl [maand] [0000]
[000000]
De zorg voor morgen begint vandaag
Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland Verslagjaar 2025
RIVM-rapport 2025-0019
RIVM-rapport 2025-0019
Colofon
© RIVM 2025 Delen uit deze publicatie mogen worden overgenomen op voorwaarde van bronvermelding: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), de titel van de publicatie en het jaar van uitgave. DOI 10.21945/RIVM-2025-0019 E.A. van Lier (auteur), RIVM J-M. Hament (auteur), RIVM M.R. Holwerda (auteur), RIVM M. Westra (auteur), RIVM H. Giesbers (auteur), RIVM N.A.T. van der Maas (auteur), RIVM D. van Winsen (auteur), RIVM I.F. Zonnenberg-Hoff (auteur), RIVM J.A. van Vliet (auteur), RIVM H.E. de Melker (auteur), RIVM Contact: Alies van Lier Centrum Infectieziektebestrijding alies.van.lier@rivm.nl Dit onderzoek werd verricht in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in het kader van project 150202, Evaluatie en advisering van het Rijksvaccinatieprogramma.
Dit is een uitgave van: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Postbus 1 | 3720 BA Bilthoven Nederland www.rivm.nl
Pagina 2 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
Publiekssamenvatting
Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland Verslagjaar 2025 In Nederland krijgen kinderen vaccinaties tegen dertien infectieziekten die ernstig kunnen verlopen. Het RIVM beschrijft elk jaar het percentage kinderen dat is gevaccineerd (vaccinatiegraad). Ook beschrijft het RIVM de ontwikkelingen binnen het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Vaccinatiegraad Het RIVM kan sinds enkele jaren niet meer de precieze vaccinatiegraad geven. Dat komt doordat het sinds 2022 een deel van de vaccinaties anoniem ontvangt. Deze kunnen niet worden meegeteld voor de vaccinatiegraad, omdat informatie die daarvoor nodig is, zoals het geboortejaar, niet bekend is. De geregistreerde vaccinatiegraad is daarom iets lager dan de werkelijke. Het RIVM neemt de anonieme vaccinaties zo goed als mogelijk mee om de werkelijke vaccinatiegraad te bepalen. Soms spreekt dat beeld de cijfers van de geregistreerde vaccinatiegraad tegen. Zo was het aandeel geregistreerde vaccinaties de laatste jaren groter dan in 2022, maar dat betekent niet automatisch dat de vaccinatiegraad hoger is. Het lijkt erop dat de werkelijke vaccinatiegraad bij zuigelingen en kleuters iets is afgenomen ten opzichte van het jaar ervoor. De HPVvaccinatiegraad is duidelijk gestegen, voor jongens nog meer dan voor meisjes. Ook lijken iets meer zwangeren zich te laten vaccineren tegen kinkhoest en griep.
Voor de overige vaccinaties lijkt de vaccinatiegraad ongeveer hetzelfde te zijn gebleven. Ontwikkelingen 2024 In 2024 viel het grote aantal meldingen op van mensen met kinkhoest, mazelen en bof, ook buiten Nederland. Mensen die in het buitenland ziek zijn geworden, kunnen na terugkeer in Nederland anderen (meestal ongevaccineerden) besmetten. Dit ‘reiseffect’ was in 2024 vooral te zien bij mazelen, door het grote aantal mensen met mazelen in het buitenland. Een hoge vaccinatiegraad is belangrijk om de Nederlandse bevolking te beschermen tegen ernstige infectieziekten. Het RIVM onderzocht daarom met gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) welke kinderen wel of niet zijn gevaccineerd tegen BMR (bof, mazelen en rodehond) en DKTP (waaronder kinkhoest). Dat onderzoek toont aan dat de vaccinatiegraad in de afgelopen jaren het meest daalde bij Nederlandse kinderen van Marokkaanse of Turkse herkomst, kinderen die niet naar de kinderopvang gaan en kinderen uit grote gezinnen. Kijkend naar het type basisschool daalde de vaccinatiegraad sterk op islamitische scholen en is deze al langere tijd relatief laag op orthodox-protestantse en antroposofische scholen. Op Pagina 3 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
deze scholen is de kans groter dat groepjes kinderen (clusters) mazelen krijgen. De Jeugdgezondheidszorg (JGZ), het ministerie van VWS en het RIVM werken samen om de vaccinatiegraad te verhogen in wijken en bij groepen waarin relatief weinig mensen zich laten vaccineren. Een andere ontwikkeling is dat de vaccinatie tegen het rotavirus in 2024 is toegevoegd aan het RVP. Kernwoorden: RVP, vaccinaties, vaccins, vaccinatiegraad, JGZ, infectieziektebestrijding, preventie, determinanten Figuur P1 Vaccinatiegraad (%) per vaccinatie en geboortecohort (op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties, exclusief anonieme vaccinaties); vastgesteld op de leeftijd van twee jaar (zuigelingen, cohort 2022), vijf jaar (kleuters, cohort 2019), tien jaar (schoolkinderen, cohort 2014), elf jaar (HPV adolescenten, cohort 2013), vijftien jaar (MenACWY adolescenten, cohort 2009) en voor zwangeren (DKT cohort 2024, MGV griepseizoen 2024/2025); in grijs: inclusief vaccinaties die later zijn gegeven 100 90
Vaccinatiegraad (%)
80 70
88,5 89,2 88,5 87,8 88,8 88,7 86,0 80,6 80,6 81,2 87,9 88,6 87,9 87,8 88,1 87,7 85,4 80,2 78,2 79,0
70,7 62,9
60 57,5
50
59,3 69,0 67,0 53,7
40 30 20 18,0
10 0
DKTP
Hib
Hep B
Pneu
BMR
zuigelingen
Men volledig DKTP ACWY *
DTP
BMR
kleutersschoolkinderen
HPV
HPV
Men ACWY
adolescenten
DKT
MGV**
zwangeren
Afkortingen: D(K)TP = difterie, kinkhoest, tetanus, poliomyelitis, Hib = Haemophilus influenzae type b-ziekte, Hep B = hepatitis B, Pneu = pneumokokkenziekte, BMR = bof, mazelen, rodehond, MenACWY = meningokokken ACWY-ziekte, HPV = humaan papillomavirus infectie, DKT = maternale DKT-vaccinatie, MGV = maternale griepvaccinatie. * volledig = alle aangeboden RVP-vaccinaties volgens schema ontvangen voor het bereiken van de tweejarige leeftijd. ** 20% inclusief anonieme vaccinaties.
Pagina 4 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
Synopsis
Vaccination coverage National Immunisation Programme in the Netherlands Reporting year 2025 In the Netherlands, children are vaccinated against 13 infectious diseases that could have serious consequences. Every year, RIVM reports the percentage of children who are vaccinated (the vaccination coverage). RIVM also outlines developments within the National Immunisation Programme (NIP). Vaccination coverage RIVM has been unable to provide the exact vaccination coverage for several years now. This is because, since 2022, a portion of the vaccinations are reported anonymously. These cannot be included in the official vaccination coverage as the necessary information, such as the year of birth, is not available. As a result, the registered vaccination coverage is slightly lower than the actual coverage. RIVM does its best to incorporate the anonymous vaccinations to estimate the actual vaccination coverage as accurately as possible. Sometimes, this picture contradicts the figures for the registered vaccination coverage. For instance, the portion of registered vaccinations was higher in recent years than in 2022, but this does not automatically mean that the vaccination coverage was higher. It appears that the actual vaccination coverage among infants and toddlers has slightly decreased compared to the previous year.
The HPV vaccination coverage has clearly increased, more so for boys than for girls. Additionally, slightly more pregnant women seem to be getting vaccinated against whooping cough (pertussis) and influenza. For other vaccinations, the coverage appears to have remained roughly the same. Developments in 2024 In 2024 there was a notable high number of reported cases of whooping cough, measles and mumps, also abroad. People who became ill abroad can infect others (usually unvaccinated individuals) upon their return to the Netherlands. This ‘travel effect’ was especially noticeable in 2024 with measles, due to the high number of measles cases abroad. A high vaccination coverage is essential to protect the Dutch population from severe infectious diseases. For this reason, RIVM used data from Statistics Netherlands (CBS) to investigate which children have or have not been vaccinated against MMR (measles, mumps and rubella) and DTaP-IPV (including whooping cough). The study shows that in recent years, the vaccination coverage has declined the most among Dutch children of Moroccan or Turkish descent, children who do not attend daycare and children from large families. Looking at the type of primary school, vaccination coverage has dropped Pagina 5 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
significantly in Islamic schools and has been relatively low for a long time in orthodox Protestant and anthroposophical schools. At these schools, there is a higher likelihood of clusters of children contracting measles. Youth Health Care (JGZ), the Ministry of Health, Welfare and Sport (VWS) and RIVM are working together to increase the vaccination coverage in neighbourhoods and among groups with relatively low vaccination uptake. Another development in 2024 is that the vaccination against rotavirus has been added to the NIP. Keywords: NIP, vaccinations, vaccines, vaccination coverage, youth healthcare services, infectious disease control, prevention, determinants Figure P1 Vaccination coverage (%) per vaccination and birth cohort (based on individual registered vaccinations, excluding anonymous vaccinations); determined at 2 years of age (newborns, cohort 2022), 5 years of age (toddlers, cohort 2019), 10 years of age (schoolchildren, cohort 2014), 11 years of age (HPV adolescents, cohort 2013), 15 years of age (MenACWY adolescents, cohort 2009) and for pregnant women (TDaP cohort 2024, MIV influenza season 2024/2025; in grey: including vaccinations given later 100 90
Vaccinatiegraad (%)
80
88.5 89.2 88.5 87.8 88.8 88.7 87.9 88.6 87.9 87.8 88.1 87.7
86.0 85.4
70
80.6 80.6 81.2 80.2 78.2 79.0
70.7 62.9
60 57.5
50
59.3 69.0 67.0 53.7
40 30 20 18.0
10 0
DTaPIPV
Hib
HBV
PCV newborns
MMR
Men ACWY
full *
DTaP- DT-IPV MMR IPV toddlers schoolchildren
HPV
HPV
Men ACWY
adolescents
TDaP MIV** pregnant women
Abbreviations: DT(aP)-IPV = diphtheria, tetanus, pertussis, poliomyelitis, Hib = Haemophilus influenzae type b disease, HBV = hepatitis B, PCV = pneumococcal disease, MMR = mumps, measles, rubella, MenACWY = meningococcal ACWY disease, HPV = human papillomavirus infection, TDaP = maternal TDaP vaccination, MIV = maternal influenza vaccination. * full = all offered NIP vaccinations received according to schedule before 2 years of age. ** 20% including anonymous vaccinations.
Pagina 6 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
Inhoudsopgave
1 1.1 1.2 1.3
Inleiding — 9 Algemeen — 9 Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) — 9 Het Rijksvaccinatieprogramma in 2024 in kengetallen — 9
2 2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.8.1 2.8.2
Ontwikkelingen in 2024 — 13 Terugkeer RVP-ziekten & inzet op de vaccinatiegraad — 13 Wijk- en doelgroepgerichte aanpak — 13 Twijfeltelefoon — 14 Flyer voor kinderopvang — 14 Veranderingen RVP — 14 Advies Gezondheidsraad: RSV-immunisatie — 15 RVP-gegevens beschikbaar via MijnRIVM en in PGO’s — 15 HPV Awareness Day — 16 VastePrik-dag — 16 Diverse onderzoeken en publicaties over vaccinaties — 16 Detervax & SocioVax — 17 Detervax: vaccinatiegraad naar sociaal-demografische kenmerken — 17 SocioVax — 20
3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.4 3.5 3.5.1 3.5.2 3.6 3.6.1 3.6.2 3.6.3 3.6.4 3.6.5 3.6.6
Vaccinatiegraad — 23 Algemeen — 23 Methoden — 23 Toestemming voor gegevensuitwisseling (‘informed consent’) — 25 Ontbreken JGZ-indicatie voor DKTP-schema — 26 Overzicht van de vaccinatiegraad — 30 Vaccinatiegraad op landelijk niveau — 30 Vaccinatiegraad op regionaal niveau — 35 Vaccinatiegraad Caribisch deel Koninkrijk der Nederlanden — 41 Duiding cijfers vaccinatiegraad — 43 Vaccinatiegraad: aanvullende cijfers — 46 Rotavirusvaccinatie — 46 HPV-inhaalcampagnes — 47 Conclusies — 49 Algemeen — 49 HPV-inhaalcampagnes — 50 Rotavirusvaccinatie — 50 Complexiteit duiding vaccinatiegraad en regionale verschillen — 51 Doelstellingen WHO — 51 Tot slot — 52 Verantwoording — 55 Literatuur — 57 Bijlage 1 Toelichting methode geschatte deelname maternale vaccinaties — 59 Bijlage 2 Vaccinatiegraad (%) naar vaccinatie per cohort, voor cohort 1970-1994 — 62 Pagina 7 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
Bijlage 3 Vaccinatiegraad (%) naar vaccinatie per cohort, voor cohort 1995-2004 — 63 Bijlage 4 Ontwikkeling landelijke vaccinatiegraad 2023-2025 (exclusief anonieme vaccinaties) — 64 Bijlage 5 Vaccinatiegraad naar GGD-regio, verslagjaar 2025 (exclusief anonieme vaccinaties) — 66 Bijlage 6 Vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens naar GGD-regio, verslagjaar 2025 (exclusief anonieme vaccinaties) — 76 Bijlage 7 Vaccinatiegraad HPV-inhaalcampagne t/m 18 jaar zonder leeftijdsgrens naar GGD-regio, verslagjaar 2025 (exclusief anonieme vaccinaties) — 84 Bijlage 8 Vaccinatiegraad HPV-inhaalcampagne 19 t/m 26 jaar zonder leeftijdsgrens naar GGD-regio, verslagjaar 2025 (exclusief anonieme vaccinaties) — 88 Bijlage 9 Ontwikkeling HPV-vaccinatiegraad* zonder leeftijdsgrens over de tijd (exclusief anonieme vaccinaties) — 104
Pagina 8 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
1
Inleiding
1.1
Algemeen Het RIVM beschrijft jaarlijks het percentage kinderen dat binnen het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) is gevaccineerd (vaccinatiegraad) (hoofdstuk 3), zoals geregistreerd in het landelijke vaccinatieregister Præventis. Ook besteedt het RIVM aandacht aan ontwikkelingen binnen het RVP in het afgelopen jaar om de vaccinatiegraad in context te plaatsen van deze ontwikkelingen (hoofdstuk 2). Deelnamecijfers over COVID-19-vaccinatie - formeel ook onderdeel van het RVP - staan niet in dit rapport en zijn hier terug te vinden. Voor meer diepgaande, inhoudelijke informatie over ontwikkelingen rond RVP-ziekten en (kandidaat)vaccins verwijzen we naar het jaarlijkse rapport: ‘The National Immunisation Programme in the Netherlands: surveillance and developments’ [1].
1.2
Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) Het RVP is een collectief preventieprogramma dat de overheid sinds 1957 aanbiedt. De hoofddoelstelling van het programma is het met vaccinatie voorkomen van ziekte, complicaties en sterfte door infectieziekten. Het RIVM heeft als taak om namens het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de landelijke aansturing en begeleiding van het RVP uit te voeren en de regionale uitvoering te coördineren. Het RVP wordt onder verantwoordelijkheid van gemeenten uitgevoerd binnen de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). Dat gebeurt meestal door GGD’en, maar ook door andere zorgorganisaties, onafhankelijke stichtingen of in gemeentelijk beheer. Het collectieve programma werkt op twee niveaus: in de eerste plaats biedt het individuele bescherming en in de tweede plaats groepsbescherming. Zo wordt voortdurende circulatie van ziekteverwekkers voorkomen. Hierdoor beschermen we ook kinderen die te jong zijn voor vaccinatie, of anderszins kwetsbaren die niet gevaccineerd kunnen worden. Voor groepsbescherming is een voldoende hoge vaccinatiegraad een noodzaak.
Binnen het RVP krijgen kinderen momenteel vaccinaties aangeboden tegen: rotavirusinfectie, difterie, kinkhoest, tetanus, poliomyelitis, Haemophilus influenzae type b-ziekte, hepatitis B, bof, mazelen, rodehond, meningokokkenziekte, pneumokokkenziekte en een aanhoudende infectie met het humaan papillomavirus dat verschillende kankertypes kan veroorzaken (Figuur 1). Daarnaast krijgen zwangeren vaccinatie tegen kinkhoest (via DKT-vaccinatie) en griep aangeboden.
1.3
Het Rijksvaccinatieprogramma in 2024 in kengetallen De totale uitvoeringskosten van het RVP (vaccinkosten, organisatiekosten JGZ en Dienst Vaccinvoorziening en Preventieprogramma’s (DVP) samen) bedroegen in 2024 naar schatting 69,9 miljoen euro. Dit is exclusief het bedrag dat het ministerie van VWS rechtstreeks naar het Gemeentefonds overhevelt voor de uitvoering (in 2020 geraamd op 32 miljoen euro). In 2024 voerden 41 gecontracteerde JGZ-organisaties (3 organisaties op de BES-eilanden) het RVP uit.
Pagina 9 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
Figuur 1 Vaccinatieschema Rijksvaccinatieprogramma anno 2025
Bron: https://rijksvaccinatieprogramma.nl/documenten/vaccinatieschema-2025
In Tabel 1 staat het voorlopig aantal gevallen van door het RVP te voorkomen ziekten op basis van de meldingen in het kader van de Wet publieke gezondheid. Opvallend in 2024 is het hoge aantal meldingen voor kinkhoest, mazelen en bof. Voor verdere analyse van deze gegevens verwijzen we naar het jaarlijkse rapport: ‘The National Immunisation Programme in the Netherlands: surveillance and developments’ [1]. De aantallen in deze tabel kunnen iets afwijken van de aantallen in het bovengenoemde rapport. Ten eerste doordat het aantal aangiften onderhevig is aan verandering. Ziektegevallen kunnen namelijk later worden gemeld of na aanvullend onderzoek worden ingetrokken. Ten tweede doordat bij nadere epidemiologische analyse meestal correcties worden toegepast, zoals voor eerste ziektedag of dubbelingen. Tot slot worden in het bovengenoemde rapport aanvullende gegevens meegenomen, zoals die van het referentielaboratorium voor bacteriële meningitis.
Pagina 10 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
Tabel 1 Aantal wettelijke meldingen van RVP-ziekten en aantal geregistreerde gevallen van baarmoederhalskanker in Nederland 2020-2024, voorlopige cijfersa
RVP-ziekten 2020e 2021e 2022e b Baarmoederhalskanker 806 948 954 Bof 64 1 11 Difterie 3 0 8 Hepatitis B acuut 96 74 87 Invasieve Hib-ziekte 69 67 60 Invasieve meningokokkenziektec 65 33 82 Invasieve pneumokokkenziekted 45 687 1.470 Kinkhoest 959 79 147 Mazelen 2 0 6 Poliomyelitis 0 0 1 Rodehond 0 0 0 Tetanus 2 0 2
2023 2024 843 905 93 597 14 3 94 91 56 55 142 141 1.578 1.571 2.947 18.180 7 203 0 0 0 0 5 3
De toewijzing van een ziektegeval aan een specifiek jaar is gebaseerd op de eerste ziektedag of, indien onbekend, op de diagnose- of aangiftedatum. Deze tabel komt uit het Nederlandse aangiftesysteem Osiris-AIZ (selectiedatum 13-3-2025) en betreft alleen door het RIVM geaccordeerde aangiften. Het aantal aangiften is onderhevig aan verandering, aangezien ziektegevallen later kunnen worden gemeld of na aanvullend onderzoek worden ingetrokken [1]. b Niet meldingsplichtig in het kader van de Wet publieke gezondheid; bron: Nederlandse Kankerregistratie (www.cijfersoverkanker.nl); 2023/2024: voorlopig cijfer (21-03-2025). Voor meer informatie over andere vormen van HPV-gerelateerde kanker (vulva-, vagina-, penis-, anus- en mond-/keelholtekanker, zie [1]. c De toename in 2023-2024 betrof vooral meningokokkenziekte B. d Bij kinderen die vanaf 2006 zijn geboren; per 1-4-2021 ook meldingsplichtig ≥60 jaar. e De COVID-19-pandemie beïnvloedt de cijfers over 2020-2022. a
Pagina 11 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
Pagina 12 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
2
Ontwikkelingen in 2024
Het doel van het RVP is het voorkómen van (ernstige) ziekte door de ziekteverwekkers waartegen binnen het RVP gevaccineerd wordt. Het RVP is altijd in beweging; toevoegingen van nieuwe vaccinaties na besluitvorming van het ministerie van VWS op basis van Gezondheidsraadadviezen, inhaalcampagnes en het versterken en verbeteren van het lopende programma zijn belangrijk voor een optimale gezondheidswinst. Dit hoofdstuk bespreekt de ontwikkelingen in 2024. 2.1
Terugkeer RVP-ziekten & inzet op de vaccinatiegraad In 2024 was er doorlopend maatschappelijke aandacht voor de vaccinatiegraad en het RVP vanwege het relatief hoge aantal gevallen van met name kinkhoest, maar ook van bof en mazelen, waaronder mazelenclusters rond een kinderdagverblijf en scholen. In 2024 overleden ook vijf baby’s door kinkhoest (voorlopige cijfers op basis van registratie meldingsplichtige ziekten). Deze ontwikkelingen zijn zorgelijk. Binnen de in 2019 gestarte aanpak ‘Vol vertrouwen in vaccinaties’ wordt daarom ingezet op het beter monitoren en begrijpen van vaccinatiegraad-trends, zodat hiervoor gerichte maatregelen en interventies kunnen worden ontworpen in samenwerking met de JGZ. De basis van deze aanpak is de WHOmethode ‘Tailoring Immunization Programmes’, ofwel de TIP-methode.
Schematische weergaven stappen TIP-methode WHO
In stap 1 wordt door monitoring van de vaccinatiegraad het bereik van het programma bijgehouden. De Detervax-studie van het RIVM combineert de vaccinatiegraadcijfers met CBS-data. Het sociaalwetenschappelijke programma SocioVax van het RIVM heeft als doel beter inzicht te krijgen in welke factoren meespelen in vaccinatiegedrag en besluitvorming. Dit vormt de tweede stap in de methode, waarin de belemmeringen worden vastgesteld en geduid. Tenslotte worden in stap 3 en 4 interventies samen met de uitvoerende partijen vormgegeven. De paragrafen 2.8 en 2.9 van dit rapport bespreken de resultaten van de onderzoeksprogramma's Detervax en SocioVax. Daarnaast is er in 2024 extra ingezet op onder andere wijk- en doelgroepgerichte aanpak, de Twijfeltelefoon en een flyer voor de kinderopvang. 2.1.1
Wijk- en doelgroepgerichte aanpak Op 5 september 2024 hield het RIVM een bijeenkomst om met JGZprofessionals in gesprek te gaan over wijk- en doelgroepgerichte inzet. Dit was naar aanleiding van de toename in het aantal mazelengevallen. JGZPagina 13 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
professionals zien graag dat het RIVM een meer coördinerende rol neemt bij de wijk- en doelgroepgerichte aanpak. Daarom is onder andere de Community of Practice doelgroepen en vaccinatiegraad gestart. In deze community worden ervaring en kennis gedeeld en helpt men elkaar (CoPdoelgroepen@rivm.nl). 2.1.2
Twijfeltelefoon Vanaf mei 2024 kunnen mensen ook bij de Twijfeltelefoon terecht met vragen en twijfels over RVP-vaccinaties. De Twijfeltelefoon, onderdeel van het Erasmus MC, is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 13.00 uur. De vragen worden beantwoord door getrainde geneeskundestudenten. Op woensdag zitten er Turks sprekende studenten, op vrijdag Arabisch sprekende studenten.
2.1.3
Flyer voor kinderopvang Samen met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft de kinderopvangsector in 2024 een flyer (zie volgende pagina) ontwikkeld voor houders in de kinderopvang. Deze flyer ‘Gezond! En dat door een prikkie’ heeft als doel ouders bewust te maken van het belang van vaccineren. Een medewerker van de kinderopvang kan de flyer bijvoorbeeld tijdens een intakegesprek aan de ouders meegeven.
2.2
Veranderingen RVP Naast de activiteiten rondom de vaccinatiegraad waren er ook veranderingen aan het programma zelf. Vanaf 2024 is vaccinatie tegen rotavirus voor zuigelingen onderdeel van het RVP (zie paragraaf 3.5.1 voor de voorlopige deelname). Daarnaast krijgen kinderen geboren vanaf 2024 hun RVP-vaccinaties op 12 in plaats van 11 maanden. Eind oktober 2024 startte een publiekscampagne om ouders over deze en andere RVP-schemawijzigingen te informeren. Tot slot is eind 2024 overgegaan op een nieuw pneumokokkenvaccin, waardoor kinderen tegen 15 in plaats van 10 pneumokokkentypes worden beschermd.
Foto’s publiekscampagne wijziging RVP-schema
Pagina 14 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
Flyer ‘Gezond! En dat door een prikkie’ voor gebruik in kinderopvang
2.3
Advies Gezondheidsraad: RSV-immunisatie De Gezondheidsraad adviseerde op 14 februari 2024 om alle kinderen in hun eerste levensjaar via het RVP bescherming aan te bieden tegen het verkoudheidsvirus RSV (respiratoir syncytieel virus) (zie advies). Dit virus veroorzaakt ieder jaar in de wintermaanden een aanzienlijke ziektelast door luchtweginfecties en benauwdheid bij zuigelingen en jonge kinderen. Uit een verkenning van het RIVM kwam unaniem naar voren dat de JGZ in Nederland het meest geschikt en bekwaam is om de RSV-immunisatie uit te voeren. Zowel de JGZ als de geboortezorgprofessionals en hielprikscreeners verzorgen de voorlichting. Momenteel wordt de implementatie verder gerealiseerd met het najaar van 2025 als beoogd startmoment.
2.4
RVP-gegevens beschikbaar via MijnRIVM en in PGO’s Vanaf november 2024 kan iedereen die in 1992 of later is geboren de gegevens van vaccinaties uit het RVP bekijken in het portaal MijnRIVM en in vijf hiervoor gekwalificeerde persoonlijke gezondheidsomgevingen (PGO’s) (via DigiD). Op MijnRIVM staan sinds 2021 al de gegevens van de coronaprik. De vaccinatiegegevens zijn alleen te bekijken als er geen bezwaar is gemaakt om de gegevens met het RIVM te delen. Pagina 15 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
2.5
HPV Awareness Day Ieder jaar is 4 maart de internationale ‘HPV Awareness Day’. RIVM neemt deel aan de Taskforce HPV Nederland, een bredere belangengroep met professionals en patiëntvertegenwoordigers, die zich inzet voor meer bekendheid over HPV. Tijdens de HPV Awareness Day in 2024 werden de HPV-vaccinatie en het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker belicht door extra activiteiten op sociale media.
2.6
VastePrik-dag Op 3 oktober 2024 is de jaarlijkse VastePrik-dag gehouden. Het thema voor deze scholingsdag voor JGZ-professionals was ‘Weerstand’, dat van meerdere kanten werd belicht.
2.7
Diverse onderzoeken en publicaties over vaccinaties The Lancet publiceerde in mei 2024 een artikel over de impact van 50 jaar vaccinatieprogramma's van de WHO, ter ere van dit jubileum. Met modellering werd berekend dat sinds 1974 met dit programma 154 miljoen overlijdens zijn voorkomen, waaronder die van 146 miljoen kinderen onder de vijf jaar. In deze 50 jaar daalde de kindersterfte van kinderen onder 1 jaar van iets meer dan 10% naar 2%. Geschat wordt dat deze enorme reductie voor gemiddeld 40% kan worden toegeschreven aan vaccineren. Vaccineren tegen mazelen zorgde voor de grootste gezondheidswinst met het voorkomen van 60,8% van de sterfgevallen [2]. Deze studie benadrukt het belang van vaccineren en toont aan dat de inzet van vaccinaties leidt tot een enorme verbetering van het welvaren van kinderen en op maatschappelijk niveau. In opdracht van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij werd door Prof Cecile van Els het boek ‘Vaccins; Prikkelende stof’ samengesteld en geredigeerd [3]. Hierin bespreken wetenschappers het belang van vaccins voor mens, dier en maatschappij op toegankelijke wijze. De kennis over hoe een vaccin is opgebouwd en langs welk proces een vaccin wordt ontwikkeld, komen aan bod en ook worden vele actuele vraagstukken uitgelicht.
Hoe wapenen we ons tegen ziekteverwekkers die constant veranderen? Willen we wel tegen iedere ziekteverwekker een prik? Welke rol speelt de maatschappij in deze keuzes? Ethische vraagstukken rondom maatregelen om de vaccinatiegraad te verbeteren, worden in het boek van Roland Pierik en Marcel Verweij behandeld [4]. Welke ethische, filosofische en juridische afwegingen spelen mee in de besluitvorming rondom drang en dwang bij vaccinatieprogramma's? Een belangrijk promotieonderzoek over de HPV-vaccinatie in de Nederlandse setting werd door Jeroen Kusters afgerond. Hij publiceerde onder meer over de hoge vaccineffectiviteit van het bivalente HPV-vaccin in het Nederlands vaccinatieprogramma en de effectieve kruisbescherming tegen een aantal hoog-risico types die niet in het bivalente vaccin zitten. Ook de rol van HPV bij oro-pharyngeale kanker en anogenitale HPV-infecties zijn onderwerp van studie in dit proefschrift [5]. Eric Vos promoveerde op de rol van sero-epidemiologie in de preventie en bestrijding van onder andere RVP-ziekten in Caribisch Nederland. Uit Pagina 16 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
de ‘Health Study Caribisch Nederland’ (onderdeel van de PIENTER-3studie), die in 2017 voor het eerst op de BES-eilanden werd uitgevoerd, bleek een suboptimale bescherming tegen enkele RVP-ziekten, zoals mazelen en difterie. Ook bleek een relatief groot deel van de bevolking op de drie eilanden vatbaar voor het varicellazostervirus (dat waterpokken en gordelroos veroorzaakt) en te zijn blootgesteld aan het humaan papillomavirus (HPV). Deze bevindingen waren aanleiding voor regionale aanpassing van het RVP (versnelling BMR-boostervaccinatie en invoering waterpokkenvaccinatie) en de invoering van screening op baarmoederhalskanker. In het tweede deel van dit proefschrift lag de focus op grootschalige sero-epidemiologische studies (PIENTER-Corona) uitgevoerd onder de algemene Nederlandse bevolking tijdens de COVID19-pandemie. Deze studies hebben waardevolle inzichten verschaft over groepen at-risk voor SARS-CoV-2 infectie, effectiviteit van maatregelen en de immuunrespons na infectie [6]. Uit het promotieonderzoek van Pauline Versteegen bleek dat een herhaalvaccinatie tegen kinkhoest zorgt voor een betere afweer tegen kinkhoest. Een dergelijke inhaalvaccinatie kan zinvol zijn voor volwassenen vanaf 50 jaar en voor bepaalde risicogroepen met onderliggende aandoeningen, waarbij de ziekte vaker tot complicaties leidt [7]. Tenslotte besteedde het tijdschrift ‘JA’ aandacht aan het RVP.
Dit tijdschrift wordt viermaal per jaar uitgegeven door de AJN Jeugdartsen Nederland. Dit keer ging het om een coproductie met meerdere RIVMcollega's. 2.8
Detervax & SocioVax De overgrote meerderheid van de Nederlandse kinderen neemt deel aan het RVP. Een hoge deelname zorgt ervoor dat veel ernstige ziekte en sterfte aan infectieziekten wordt voorkomen. Toch is er een dalende trend te zien in het aantal kinderen dat meedoet aan het RVP. Wanneer onvoldoende kinderen zich laten vaccineren, kunnen (uitbraken van) ziektes waartegen wordt gevaccineerd weer vaker voorkomen. Het is daarom belangrijk om goed te weten waarom mensen zichzelf of hun kinderen wel of niet laten vaccineren. Welke factoren spelen hierbij een rol? Welke verschillen zien we tussen mensen en hoe kunnen we deze verschillen verklaren? Het RIVM onderzoekt deze vragen in de onderzoeksprogramma’s Detervax en SocioVax. Daarnaast brengt het in kaart welke aanpak het beste werkt om mensen goed te informeren en te ondersteunen bij hun keuze. En hoe vaccinatieprogramma’s kunnen worden aangeboden, zodat meedoen zo makkelijk mogelijk is. Hierbij werkt het RIVM nauw samen met GGD’en en JGZ-organisaties, en andere betrokken partijen en onderzoeksteams.
2.8.1
Detervax: vaccinatiegraad naar sociaal-demografische kenmerken In het lopende ‘Detervax’-onderzoek worden sociaal-demografische factoren onderzocht die onafhankelijk van elkaar samenhangen met veranderingen in de vaccinatiegraad over de tijd. Dit is een eerste stap beschreven als ‘situatieanalyse’ in de methode van de WHO met Pagina 17 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
betrekking tot op maat gemaakte gezondheidsprogramma’s. Op basis van deze analyse wordt meer diepgaand onderzoek uitgevoerd binnen het SocioVax-programma (zie paragraaf 2.9). Dat programma is gericht op het verkrijgen van meer inzicht in het besluitvormingsproces, inclusief barrières en drijfveren onder verschillende subgroepen met een lagere vaccinatiegraad. Dit levert belangrijke informatie op voor het ontwikkelen van gerichte interventies voor kwetsbare groepen (stap 3 van de WHOmethode). De laatste fase van de WHO-methode richt zich vervolgens op de implementatie en evaluatie van deze op maat gemaakte interventies. Detervax is een retrospectieve databasestudie die wordt uitgevoerd in de CBS Remote Access-omgeving. Daarin worden individuele vaccinatiegegevens uit Præventis van kinderen geboren in 2008-2020 gekoppeld aan landelijke registers met informatie over sociaaldemografische kenmerken. De kenmerken die worden onderzocht, zijn geselecteerd op basis van beschikbaarheid van de data en eerder onderzoek naar hun relevantie [8, 9]. Kenmerken die zijn onderzocht, zijn onderwijsniveau van de moeder, land van herkomst, besteedbaar inkomen van het huishouden, stedelijkheid, gezinsgrootte en deelname aan kinderopvang. 2.8.1.1
Determinanten BMR- en DKTP-vaccinatiegraad De vaccinatiegraad voor BMR-1 op de leeftijd van 2 jaar werd berekend voor alle categorieën van de sociaal-demografische variabelen, uitgesplitst naar geboortejaar. In deze analyse werd het land van herkomst bepaald op basis van het geboorteland van het kind, de ouders en de grootouders. Voor de meeste variabelen werd een vergelijkbare dalende trend in vaccinatiegraad waargenomen, met enkele uitzonderingen. De sterkste daling werd gezien bij Nederlandse kinderen van Marokkaanse herkomst vanaf geboortecohort 2013 (van ≥95% in geboortecohorten 2008-2013 naar 65% in cohort 2020) en bij Nederlandse kinderen van Turkse herkomst (≥96% in de cohorten 2008-2014 naar 79% in cohort 2020). Verder was de vaccinatiegraad lager bij kinderen die geen gebruikmaakten van kinderopvang en bij kinderen uit grote gezinnen (≥4 kinderen). De daling was bij deze groepen kinderen sterker over de tijd (≥92% in de cohorten 2008-2013 naar 78% in cohort 2020 voor kinderen die geen kinderopvang bezochten, tegenover ≥97% in de cohorten 2008-2013 naar 91% in cohort 2020 voor kinderen die wel een kinderopvang bezochten; ≥87% in de cohorten 2008-2013 tot 76% in cohort 2020 voor kinderen uit gezinnen met ≥4 kinderen, tegenover ≥97% in de cohorten 2008-2013 tot 91% in cohort 2020 voor kinderen uit gezinnen met 1 tot 3 kinderen).
Van alle niet-gevaccineerde kinderen in de studiepopulatie (n = 149,539) ging 40% niet naar een kinderdagverblijf en had 8,4% een Marokkaanse of Turkse achtergrond. De vaccinatiegraad daalde minder sterk en bleef relatief hoog bij kinderen van moeders met een hoog opleidingsniveau (≥95% in cohort 2008-2019 en 93% in cohort 2020), bij kinderen van moeders met een baan in loondienst (≥95% in cohort 2008-2019 en 93% in cohort 2020) en bij kinderen uit huishoudens met een hoog inkomen (≥95% in cohort 2008-2019 en 94% in cohort 2020). Hierbij moet worden opgemerkt dat de vaccinatiegraad voor kinderen geboren in 2020 een onderrapportage is. Pagina 18 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
Een klein deel van de kinderen dat in 2020 is geboren (ongeveer 17%) kwam namelijk pas in 2022 in aanmerking voor een BMR-vaccinatie. Als de ouders geen toestemming gaven voor gegevensuitwisseling met het RIVM, kon de vaccinatie niet meegenomen worden in de vaccinatiegraadberekening. Regressiemodellen laten slechts minimale veranderingen in deze trends zien na correctie voor de onderzochte sociaal-demografische factoren, waaronder ook opleidingsniveau en inkomen. De resultaten van de analyses naar de DKTP-vaccinatiegraad zijn nagenoeg identiek aan de resultaten van de BMR-vaccinatiegraadanalyse. De resultaten zijn beschreven in een wetenschappelijk artikel dat als preprint beschikbaar is [10]. In het Detervax-onderzoek kan de rol van religie op de vaccinatiegraad niet worden onderzocht, omdat dit niet wordt geregistreerd door CBS. Uit eerder onderzoek is echter bekend dat de vaccinatiegraad lager is onder personen met een orthodox-protestantse achtergrond. Voor het risico op uitbraken zijn sociaalgeografische clustering en netwerken onder niet-gevaccineerde personen van belang. Ook reizen naar gebieden waar bepaalde infectieziekten zoals mazelen meer voor komen. Een omgeving waar niet-gevaccineerde kinderen zich mogelijk clusteren zijn scholen. 2.8.1.2
BMR- en DKTP-vaccinatiegraad op basisscholen naar denominatie Recent is het aantal gevallen van mazelen, bof en kinkhoest in Nederland toegenomen. Eerdere onderzoeken en uitbraken wijzen op een lagere vaccinatiegraad op orthodox-protestantse en antroposofische scholen [11]. Omdat scholen een belangrijke rol spelen in de verspreiding van infectieziekten is de BMR- en DKTP-vaccinatiegraad onder basisschoolkinderen in kaart gebracht, uitgesplitst naar schooldenominatie en geboortejaar. Voor deze analyse zijn kinderen geïncludeerd die zijn geboren tussen 2013-2020 en die waren ingeschreven in het basisonderwijs op 1 oktober 2024. Op dezelfde peildatum is op individueel niveau de vaccinatiestatus bepaald voor ten minste één dosis BMR-vaccinatie en voor ten minste drie doses DKTP-vaccinatie. De vaccinatiegraad voor BMR en DKTP, gemiddeld over alle geboortejaren, was relatief hoog op katholieke, protestantse en openbare scholen (96% en 95% (BMR en DKTP), 95% en 95% en 94% en 94%, respectievelijk). De vaccinatiegraad voor BMR en DKTP was relatief laag op orthodox-protestantse, islamitische en antroposofische scholen (57% en 58%, 74% en 75%, 78% en 77%, respectievelijk). De vaccinatiegraad bleef stabiel over de tijd voor alle onderzochte schooldenominaties, behalve voor islamitische, orthodox-protestantse en antroposofische scholen.
De vaccinatiegraad daalde sterk op islamitische scholen (87% in cohort 2013 tot 59% in cohort 2020 voor BMR en 88% in cohort 2013 tot 60% in cohort 2020 voor DKTP). Het daalde enigszins op orthodox-protestantse scholen (60% in cohort 2013 tot 54% in cohort 2020 voor BMR en 60% in cohort 2013 tot 55% in cohort 2020 voor DKTP). Daarentegen fluctueerde de vaccinatiegraad op antroposofische scholen voor BMR (81% in cohort 2013, 76% in cohort 2016 en 78% in Pagina 19 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
cohort 2020) en DKTP (79% in cohort 2013, 74% in cohort 2016 en 79% in cohort 2020). Ook hier geldt dat de vaccinatiegraad voor kinderen die geboren zijn in 2020 een kleine onderrapportage van de werkelijke vaccinatiegraad is. 2.8.2 2.8.2.1
SocioVax Wat heeft SocioVax al onderzocht? Het SocioVax-programma ging van start in 2023, waarbij als eerste stap een verkennende interviewstudie werd uitgevoerd. Hiervoor zijn interviews afgenomen met JGZ-professionals uit het hele land over hun ervaringen met de uitvoering van het RVP. De focus lag op wat JGZprofessionals in de praktijk al doen om beter te communiceren over het RVP, ouders te ondersteunen bij een vaccinatiekeuze en het RVP zo toegankelijk mogelijk maken. Daarnaast is een literatuuronderzoek uitgevoerd naar welke interventies kunnen bijdragen om de vaccinatiegraad te verhogen. De inzichten uit de interviewstudie en de literatuurstudie over interventies helpen bij het verkrijgen van een beter beeld van welke aanpak, waar en voor wie, goed lijkt te werken. Deze inzichten staan op de SocioVax-webpagina. Ook is er een literatuuronderzoek uitgevoerd naar welke elementen of omstandigheden (determinanten) een rol spelen bij het maken van de keuze om wel of niet te vaccineren. Deze inzichten helpen om beter te begrijpen waarom mensen bepaalde keuzes maken, dragen bij aan een dieper begrip van afwegingen rondom vaccineren, en zijn te vertalen naar bruikbare handelingsperspectieven. Ook de resultaten van het literatuuronderzoek over determinanten van vaccinatie staan op de SocioVax-webpagina.
2.8.2.2
Wat laten de eerste resultaten van de vragenlijstmonitor zien? Een ander onderdeel van SocioVax is een vragenlijstmonitor over vaccinatiebereidheid voor het RVP. Twee keer per jaar voert SocioVax een vragenlijstonderzoek uit onder een steekproef van ouders in Nederland. Deze ouders zijn een afspiegeling van de Nederlandse samenleving. De vragen gaan over vaccinatiebereidheid en -deelname, over ervaringen met vaccinatiedienstverlening, en over verschillende overtuigingen en meningen die ouders kunnen hebben over vaccinaties. Bijvoorbeeld: hoe belangrijk vinden ouders vaccinaties voor de gezondheid van hun kind? Hoe veilig vinden ze de vaccinaties, en waar zoeken ze naar informatie? Antwoorden op deze vragen geven inzicht in wat ouders motiveert in hun vaccinatiekeuze en wat eventuele praktische overwegingen zijn om wel of niet te vaccineren. Ook geeft het een beeld van eventuele verschillen tussen groepen mensen en hoe we deze verschillen kunnen verklaren. Omdat de vragenlijst wordt herhaald, is het mogelijk om te onderzoeken of veranderingen over tijd plaatsvinden in hoe ouders denken over kindervaccinaties. Uit resultaten van de eerste meting van de vragenlijstmonitor komen een aantal interessante bevindingen naar voren. De belangrijkste bevindingen staan hieronder. De volledige resultaten van de eerste meting zijn gepubliceerd op de SocioVax-webpagina.
Pagina 20 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
De belangrijkste resultaten van het onderzoek zijn: - Verreweg de meeste ouders vinden vaccineren belangrijk voor de bescherming van hun kind. In alle subgroepen (verschillende opleidingstypes, verschillende herkomst) ervaren ouders dat de meeste mensen in hun sociale omgeving het belangrijk vinden om kinderen te laten vaccineren. - Er zijn ook verschillen tussen mensen in hoe belangrijk zij vaccinaties vinden, hoeveel zorgen zij zich maken, of hoeveel vertrouwen in de overheid zij hebben als het gaat om vaccineren. Deze overtuigingen hangen samen met de vaccinatiebereidheid: als mensen positiever over vaccinaties denken, is de kans groter dat zij hun kind volledig laten vaccineren. - De verschillende overtuigingen over vaccineren hangen sterk met elkaar samen. Mensen die vaccineren belangrijk vinden, maken zich vaak ook weinig zorgen over de veiligheid, en hebben veel vertrouwen in de overheid als het gaat om vaccineren. Er is daarom niet één overtuiging aan te wijzen die maakt dat sommige ouders ervoor kiezen om hun kind niet te laten vaccineren. - Verreweg de meeste ouders, zowel van gevaccineerde als van niet of gedeeltelijk gevaccineerde kinderen, ervaren dat het voor hen redelijk of heel makkelijk is om een vaccinatie te halen voor hun jongste kind. Daarnaast zijn de meeste ouders redelijk of heel tevreden over hun laatste ervaring met vaccineren.
In 2025 zet het RIVM zich verder in op het verdiepen van kennis over vaccinatiebereidheid en -deelname, met onder andere twee metingen van de vragenlijstmonitor, onderzoek naar doelgroepen met een lagere vaccinatiegraad en het faciliteren van verdiepend en interventieonderzoek in de regio’s.
Pagina 21 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
Pagina 22 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
3
Vaccinatiegraad
3.1
Algemeen In dit rapport spreken we, voor de leesbaarheid, over ‘Nederland’ waar het Europees Nederland betreft. De vaccinatiegraad voor het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden (de landen Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de drie openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius) bespreken we - voor zover beschikbaar - in paragraaf 3.3.3. De vaccinatiegraad wordt elk jaar voor een aantal specifieke geboortecohorten bepaald en dus niet voor de gehele bevolking. Het RVP is een succesvol programma [12, 13]. Nederland kende internationaal gezien - een hoge vaccinatiegraad (met uitzondering van HPV) [14] en is een van de weinige landen waar de vaccinatiegraad al sinds lange tijd landelijk op individueel niveau wordt geregistreerd. Hierdoor was de vaccinatiegraad nauwkeurig te volgen. Een hoge vaccinatiegraad is onmisbaar voor een blijvende effectiviteit van het RVP, daarom is monitoring van essentieel belang. Deze vaccinatiegraadrapportage wordt ook gebruikt in de internationale rapportage aan de WHO en Unicef (JRF, joint reporting form) en voor de nationale certificatiecommissie polio en nationale verificatiecommissie mazelen/rubella, die toezien op de bijdrage van Nederland aan de mondiale bestrijding van deze ziekten. Nauwkeurig inzicht in de vaccinatiegraad is ook van belang voor de beoordeling van de (vaccin)effectiviteit en veiligheid van vaccinatie.
Bovendien vergroot het de mogelijkheid om politieke beslissingen en maatregelen te nemen op basis van de vaccinatiegraad. Vanaf 2022 is de nauwkeurigheid van de cijfers echter minder, vanwege de toestemming voor uitwisseling van vaccinatiegegevens met persoonsgegevens tussen de JGZ en het RIVM (‘informed consent’) (zie paragraaf 3.2.1). Ook de niet-volledige doorgifte van de DKTP-schemaindicatie had tijdelijk een negatief effect op de cijfers (zie paragraaf 3.2.2). De vaccinatiegraad is daarmee een onderrapportage van de werkelijke vaccinatiegraad. De cijfers moeten daarom worden gezien als een soort ondergrens, een waarde waarop de deelname ten minste ligt. In paragraaf 3.4 proberen we de cijfers zo goed als mogelijk te duiden.
3.2
Methoden Het landelijke registratiesysteem Præventis [15], dat is aangesloten op de Basisregistratie Personen (BRP), vormt sinds 2005 de basis voor het bepalen van de vaccinatiegraad van het RVP in Nederland. Binnen dit systeem wordt de geldigheid (juistheid en tijdigheid) van vaccinaties op individueel niveau beoordeeld. Dit gebeurt volgens een algoritme op basis van de jaarlijks door het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) gepubliceerde richtlijn uitvoering RVP. Een beperking is dat kinderen die niet in de BRP zijn opgenomen (bijvoorbeeld een deel van de asielzoekers, ongedocumenteerden en kinderen van diplomaten) buiten beschouwing blijven. Daarnaast worden vaccinaties van kinderen die in plaatsen dicht bij de grens wonen (zoals Vaals, Kerkrade en Simpelveld) Pagina 23 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
en vaak in Duitsland of België worden gevaccineerd, slechts gedeeltelijk doorgegeven en geregistreerd in Præventis. Tabel 2 Individuele leeftijd waarop de vaccinatiegraad per vaccinatie wordt vastgesteld
Zuigelingen
Kleuters
1 jaar
2 jaar
5 jaar
Schoolkinderen 10 jaar
DKTP1
DKTP2
DKTP3,c
DTP4
Hib1
Hib4
Adolescenten 11 jaar
15 jaar
Hep B4,a Pneu1
Pneu4 BMR2
BMR4
MenACWY2
MenACWY4
volledigb HPV4,d Vaccinatietoestanden: 1 primaire serie voorbereiding op basisimmuniteit 2 basisimmuun basisimmuniteit bereikt 3 gerevaccineerd revaccinatie ontvangen 4 volledig afgesloten vaccinatieschema beëindigd, voldoende beschermd Sterk vereenvoudigd schema, omdat kinderen afhankelijk van hun leeftijd/vaccinatieschema op verschillende manieren een bepaalde vaccinatietoestand kunnen bereiken. a Hep B-0 op derde levensdag (alleen voor kinderen van moeders die drager zijn van het hepatitis B-virus). b Basisimmuun voor DKTP/BMR/MenACWY én volledig afgesloten voor Hib/Hep B/Pneu. c Naast de vaccinatietoestand ‘gerevaccineerd’ wordt ook de toestand ‘voldoende beschermd’ vastgesteld. Dit is de som van het aantal gerevaccineerde kinderen en het aantal kinderen dat de basisimmuniteit pas bereikt op de leeftijd van 2 tot 5 jaar en daarom niet in aanmerking komt voor revaccinatie. d Twee vaccinaties; tot en met verslagjaar 2023 alleen voor meisjes en op leeftijd 14 jaar.
Sinds verslagjaar 2006 wordt op het niveau van het kind bepaald of de gewenste vaccinatietoestand volgens het schema is bereikt voor een bepaalde individuele leeftijd (zie Tabel 2), en niet meer op een vastgestelde datum die voor elk kind gelijk was, ongeacht leeftijd. De leeftijdsgrenzen (1e, 2e, 5e, 10e, 11e en 15e verjaardag, in de rest van het rapport korten we dit af tot 1 jaar, 2 jaar, et cetera) zijn enigszins ruim genomen ten opzichte van het moment waarop de vaccinaties worden aangeboden. Het blijft echter belangrijk dat kinderen tijdig (volgens het RVP-schema) hun vaccinaties krijgen. Dit hoofdstuk presenteert de vaccinatiegraad in verslagjaar 2025 in Nederland op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties voor kinderen die geboren zijn in 2009 (15 jaar), in 2013 (11 jaar), in 2014 (10 jaar), in 2019 (5 jaar) en in 2022 (1 en 2 jaar) en voor zwangeren met een kind dat geboren is in 2024 (maternale DKT-vaccinatie) en zwangeren die tijdens het griepseizoen 2024/2025 in aanmerking kwamen voor griepvaccinatie (maternale griepvaccinatie) (zie Bijlage 1). De vaccinatiegraad wordt ook zonder leeftijdsgrens weergegeven. In dat geval worden ook de vaccinaties toegediend in de periode tussen de betreffende leeftijdsgrens en begin maart 2025 meegeteld. Daarnaast Pagina 24 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
wordt de vaccinatiegraad in voorgaande verslagjaren getoond, om trends over de tijd te laten zien. Paragraaf 3.5 toont tot slot de voorlopige deelname aan de rotavirusvaccinatie en de vaccinatiegraad (zonder leeftijdsgrens) voor jongeren die in 2023-2024 in aanmerking kwamen voor de HPV-inhaalcampagnes. Met de term ‘verslagjaar 2025’ bedoelen we dat de vaccinatiegraad in 2025 is bepaald (selectiedatum 4 maart 2025; 10 maart 2025 voor maternale vaccinaties). Rapportage over recentere geboortecohorten is nog niet mogelijk. De vaccinatiegraad voor bijvoorbeeld kleuters wordt voor elk kind vastgesteld op 5-jarige leeftijd. Voor cohort 2019 geldt dat alle in januari tot en met december 2019 geboren kinderen in 2024 5 jaar zijn geworden. Het is daarom mogelijk te rapporteren over geboortecohort 2019, maar nog niet over geboortecohort 2020. Deze kinderen hebben allen pas eind december 2025 de leeftijd van 5 jaar bereikt. Gegevens over de vaccinatiegraad zijn door deze ‘vertraging’ minder geschikt voor de directe bedrijfsvoering (proces-monitoring). Gezien de diversiteit aan vaccinaties en leeftijdsgroepen is de deelname aan het totale RVP in Nederland niet goed uit te drukken in een enkel getal.
Wel wordt in het kader van ‘De Staat van Volksgezondheid en Zorg: kerncijfers voor beleid’ (https://www.staatvenz.nl/) een kerncijfer voor volledige deelname van zuigelingen aan het RVP gepresenteerd. Dit betreft het percentage zuigelingen van een specifiek geboortecohort dat volledig aan het RVP heeft deelgenomen. Dat wil zeggen dat dit percentage alle vaccinaties volgens het RVP-schema kreeg toegediend voor het bereiken van de 2-jarige leeftijd. Daarnaast wordt weergegeven welk deel van de adolescenten in het jaar dat ze 16 worden, mogelijk nog in aanmerking komt voor extra vaccinaties. Ook wordt het percentage kinderen gerapporteerd waarvoor op deze twee leeftijdsmomenten geen enkele RVP-vaccinatie is geregistreerd (zie paragraaf 3.3.1. Voor verslagjaar 2025 wordt de gemeentelijke indeling per 1 januari 2025 (N=342 gemeenten) gebruikt. Voor heel kleine gemeenten, zoals de Waddeneilanden en onder meer Rozendaal (Gelderland), geldt dat het aantal kinderen dat voor vaccinatie in aanmerking komt zo laag is, dat het wel of niet verstrekken van een enkele vaccinatie hier relatief grote gevolgen heeft voor de vaccinatiepercentages. In navolging van de CBS-richtlijnen voor onthullingsrisico door lage aantallen worden Schiermonnikoog en Vlieland in de tabellen samengevoegd.
Vanwege het kleine aantal personen is voor zuigelingen, de HPV-vaccinatie en maternale vaccinaties ook Ameland toegevoegd. Voor de HPV-vaccinatie zijn daarnaast de gemeenten Rozendaal en Rheden samengevoegd. Ook de cijfers voor de maternale griepvaccinatie worden daarom alleen naar GGD-regio of JGZ-organisatie uitgesplitst. 3.2.1
Toestemming voor gegevensuitwisseling (‘informed consent’) Sinds 1 januari 2022 ontvangt het RIVM een deel van de vaccinatiegegevens anoniem. Dat gebeurt als er door ouders en of de gevaccineerde geen toestemming is gegeven (of in het DD-JGZ is vastgelegd) voor uitwisseling van vaccinatiegegevens met persoonsgegevens tussen de JGZ en het RIVM (‘informed consent’). Pagina 25 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
Dit betekent dat bijvoorbeeld niet bekend is in welk jaar de gevaccineerde geboren is, of het om een jongen of meisje gaat, in welke gemeente hij/zij woont en om welke dosis het gaat. Het is daarom niet mogelijk deze ‘anonieme’ vaccinaties mee te tellen in de vaccinatiegraadberekening. Ook is het belangrijk te realiseren dat 3% van alle RVP-vaccinaties of van alle DTP-vaccinaties niet hetzelfde is als 3% van alle kinderen in een bepaald geboortecohort. Je kunt dit percentage dus niet zomaar bij de geregistreerde vaccinatiegraad optellen. De cijfers in dit rapport betreffen daarom een onderrapportage van de werkelijke vaccinatiegraad. Vanwege deze trendbreuk is in Tabel 4-6 en Bijlage 4 via arcering weergegeven vanaf wanneer er effect is van het informed consent. Dit is afhankelijk van het jaar waarin een vaccinatie werd aangeboden. In 2024 kwam overall gemiddeld 3% van de RVP-vaccinaties anoniem binnen. Dit is iets lager dan het aandeel dat in het rapport van vorig jaar voor 2023 is gerapporteerd (4%). Het aandeel anonieme vaccinaties verschilt niet alleen over de tijd, maar ook per JGZ-organisatie en per vaccinsoort (zie Tabel 3). Zo is het aandeel anonieme vaccinaties nog steeds hoger voor de DKTP-booster voor kleuters (8%) en de maternale vaccinaties (9-10%). De cijfers in dit rapport worden vooral beïnvloed door het aandeel anonieme vaccinaties in 2023.
Het gaat namelijk over zuigelingen die in 2022 geboren zijn (ze bereikten de adviesleeftijd van 14 maanden voor de BMR- en MenACWY-vaccinaties vanaf maart 2023 en de adviesleeftijd van 11 maanden voor de DKTP-Hib-HepB- en Pneu-vaccinaties vanaf december 2022), kleuters geboren in 2019 (ze bereikten de adviesleeftijd van 3 jaar en 9 maanden vanaf oktober 2022) en schoolkinderen/ adolescenten die de vaccinaties in 2023 kregen aangeboden. Het is belangrijk om bij de interpretatie van de (regionale) vaccinatiegraadcijfers hiermee rekening te houden (zie ook paragraaf 3.4). 3.2.2
Ontbreken JGZ-indicatie voor DKTP-schema De vaccinatiegraadcijfers werden tijdelijk ook negatief beïnvloed als de JGZ-indicatie voor het te volgen DKTP-schema in Præventis ontbrak. De JGZ geeft deze indicatie voor het te volgen vaccinatieschema (2-3-511(12)-maanden- of 3-5-11(12)-maandenschema) door aan het RIVM. Wanneer de JGZ-indicatie ontbrak (bij ongeveer 10% van de kinderen), werd er bij de beoordeling van de vaccinatiestatus in Praeventis van een 2-3-5-11(12)-maandenschema uitgegaan. Dat is te strikt als vaccinatie op de leeftijd van 2 maanden niet nodig is (als moeder tijdens de zwangerschap de DKT-vaccinatie heeft gehaald), of terugkijkend als het kind 11 maanden of ouder is en, onafhankelijk van indicatie, een 3-511(12)-maanden-schema heeft afgerond. Hierdoor werd de DKTPvaccinatiegraad in verslagjaren 2023-2024 voor de primaire serie en basisimmuniteit bij zuigelingen geboren van augustus 2020 t/m december 2021 mogelijk onderschat als zij een 3-5-11(12)-maandenschema hadden gevolgd en de JGZ-indicatie ontbrak. Dit gold in iets mindere mate ook voor de Hib- en HepB-vaccinatiegraad (voor deze vaccinaties worden andere geldigheidsregels gehanteerd). Om deze onderschatting te voorkomen, is er in 2024 een administratieve correctie gedaan in Præventis. Op basis van ten minste Pagina 26 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
drie geregistreerde DKTP-Hib-HepB-vaccinaties wordt sindsdien door Præventis bepaald welk DKTP-schema een kind in de praktijk heeft gevolgd. Op basis van het schema volgens Præventis wordt dan de vaccinatietoestand bepaald. Vanaf verslagjaar 2025, is er dus niet langer sprake van een onderschatting van de vaccinatiegraad als de DKTP-schema-indicatie vanuit de JGZ ontbreekt. Hoewel deze kinderen bij een 3-5-11(12)-maandenschema nu op 1- en 2-jarige leeftijd wel als voldoende beschermd beschouwd worden, kan er niet goed beoordeeld worden of zij tijdig gevaccineerd werden en of zij wel voldoende beschermd waren op de leeftijd van 2-3 maanden. Het blijft daarom belangrijk dat de DKTP-schema-indicatie door de JGZ aan het RIVM doorgegeven wordt. Dit is ook belangrijk voor de JGZ-planning, zodat ook een collega die de vervolgvaccinaties geeft weet welk schema een kind volgt. Als de DKTP-schema-indicatie niet of niet goed wordt ingevuld, zorgt dit ook voor onnodige oproepen. Tot slot kan de impact van vaccinatie en de vaccineffectiviteit minder nauwkeurig worden bepaald als niet bekend is welk schema een kind had moeten volgen en of er een DKTP-Hib-HepB-vaccinatie rond de leeftijd van 2 maanden gegeven had moeten worden.
Pagina 27 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
Tabel 3 Aandeel (%) anonieme vaccinaties uitgedrukt als percentage van het totaal aantal vaccinaties in 2024, uitgesplitst naar vaccinsoort en JGZ-organisatie
JGZ-organisatie CJG Apeldoorn CJG Capelle aan den IJssel CJG Den Haag CJG Rijnmond Consortium Limburg Zuid GGD Amsterdam GGD Brabant Zuidoost GGD Drenthe GGD Flevoland GGD Fryslân GGD Gelderland-Zuid GGD Gooi en Vechtstreek GGD Groningen GGD Hart voor Brabant GGD Hollands Noorden GGD IJsselland GGD Kennemerland GGD Noord- en Oost-Gelderland GGD Regio Utrecht GGD Twente GGD West-Brabant GGD Zaanstreek-Waterland GGD Zeeland Hecht Jeugdgezondheidszorg Gemeente Utrecht Jeugdgezondheidszorg Kennemerland JONG JGZ Pagina 28 van 105
Rota DKTP-Hib- Pneu BMRa Men DKTPHepB ACWYa booster 0,7 1,3 1,1 1,8 1,3 7,0 1,4 1,5 1,6 1,8 8,2 5,7 1,4 1,4 1,3 4,1 1,8 9,5 3,6 3,9 3,5 2,7 4,5 8,6 1,1 1,6 1,5 1,4 1,4 11,6 3,7 3,4 3,0 2,4 2,5 15,1 2,9 2,9 2,7 2,7 2,9 10,5 1,6 2,0 1,6 3,4 2,5 10,2 0,3 1,2 1,0 0,9 1,0 1,0 1,3 1,5 1,3 2,0 2,1 4,1 1,1 1,6 1,4 3,1 2,7 5,8 0,8 1,2 0,9 2,8 2,1 5,6 0,6 1,0 0,9 1,4 1,5 6,5 2,6 2,7 2,4 7,1 3,1 8,1 1,5 1,3 1,1 1,0 2,1 2,8 3,5 2,5 2,0 3,4 3,2 8,3 3,2 3,1 2,9 1,5 1,1 3,0 5,3 0,8 0,9 0,0 3,2 2,8 2,3 1,2 1,5 11,9 2,3 1,8 1,6 1,4 1,8 4,6 3,3 3,2 2,9 3,2 3,0 13,6 1,4 1,9 1,7 2,2 2,7 8,0 1,0 1,4 1,3 3,0 4,3 10,1 0,7 1,4 1,2 1,0 1,1 7,8
DTP
HPV
DKT
MGV gemiddeld
2,2 3,5 7,4 3,1 1,1 3,0 3,0 4,7 0,7 2,7 4,2 4,3 2,0 12,4 1,3 5,2 1,5 0,7 1,3 1,8 4,3 3,3 4,2 0,8
0,9 7,5 1,7 3,2 0,9 1,9 1,7 2,6 0,2 2,3 1,5 2,3 0,9 2,8 1,4 2,2 0,5 1,1 0,8 0,9 1,9 1,9 1,9 0,4
1,9 10,1 5,8 10,8 17,2 25,8 8,1 4,4 7,3 17,4 3,2 4,4 2,4 9,3 6,1 11,8 7,7
0,6 6,5 5,9 6,3 13,6 22,7 3,9 10,1 8,3 15,7 3,0 6,3 1,7 5,6 4,5 11,9 6,1
9,8 7,4 5,1 13,3 18,6 10,4
8,1 4,2 1,8 8,5 17,6 11,7
1,6 3,9 2,8 4,2 2,7 4,8 3,3 3,0 1,1 2,7 2,3 2,2 1,5 4,4 1,7 3,6 1,7 0,9 2,9 2,0 3,4 2,9 3,5 1,9
1,7
2,6
2,3
1,5
1,7
10,4
1,5
1,8
17,2
11,8
3,4
0,8 2,6
0,8 2,7
0,7 2,5
0,5 2,4
0,5 4,2
0,5 15,7
2,8
2,0
0,6 28,3
0,6 24,1
0,7 4,7
RIVM-rapport 2025-0019
JGZ-organisatie SAG JGZ zorgontwikkeling BV Santé Partners St. JGZ Zuid-Holland West Stichting Icare Jeugdgezondheidszorg Stichting Jeugd Noord Veluwe Thuiszorg West-Brabant Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden Veiligheidsregio Limburg-Noord, GGD Limburg Noord Verian Zorg Holding BV Yunio Zorggroep Oude en Nieuwe Land/GGD Flevoland Totaal 2024 (huidige situatie)b Totaal 2023 (situatie 2024)c Totaal 2023 (huidige situatie)b Totaal 2022 (situatie 2023)d Totaal 2022 (situatie 2024)c Totaal 2022 (huidige situatie)b
Rota DKTP-Hib- Pneu BMRa Men DKTPHepB ACWYa booster 4,0 3,5 3,1 1,5 1,2 3,4 1,4 1,5 1,4 1,0 1,0 5,4 0,9 1,1 1,0 2,1 1,8 5,4
DTP
HPV
DKT
MGV gemiddeld
3,4
2,2
5,7 2,9 4,7
2,4 1,8 5,1
3,1 1,7 2,0
1,0 0,9 1,6
1,2 1,1 1,3
1,0 0,7 1,2
0,7 1,7 0,7
0,8 1,7 0,7
4,7 3,2 3,9
2,2
1,0
7,2 5,0 5,5
5,2 3,2 1,7
1,8 1,5 1,7
1,4
1,7
1,5
1,5
1,3
5,3
1,6
0,5
9,9
9,5
2,0
1,3 0,5 0,4
1,9 1,5 0,8
1,7 1,5 0,7
2,2 1,5 0,6
2,7 1,4 0,6
6,2 2,7 3,0
2,6
2,4
9,3 2,9 0,5
4,2 3,4 0,7
2,6 1,6 0,8
1,4 2,0 n.a. n.a. n.a. n.a. n.a.
2,2 2,1 2,5 1,4 3,1 2,1 1,8
1,9 1,9 2,2 1,2 3,0 2,0 1,7
2,1 2,4 2,8 1,5 4,7 3,3 2,5
2,2 2,3 2,8 2,2 6,9 5,3 3,7
8,0 7,8 13,3 8,7 13,8 10,3 9,3
5,5 10,2 9,8 9,4 13,7 12,5 10,7
8,7 8,6 9,5 9,3 n.a. n.a. n.a.
2,7 2,9 3,7 2,5 4,9 3,4 2,8
3,3 4,4 1,9 3,6 1,8 1,7
1,7 3,3 2,2 3,9 2,1 1,8
Betekenis afkortingen: DKT = maternale DKT-vaccinatie, MGV = maternale griepvaccinatie, gemiddeld = gemiddelde over alle vaccinsoorten. a Voor zowel zuigelingen als 9-jarigen (BMR) en/of 14-jarigen (MenACWY). b Situatie maart 2025. c Situatie maart 2024, ter vergelijking. d Situatie maart 2023, ter vergelijking. NB: Het aandeel gerapporteerde anonieme vaccinaties is, net als de vaccinatiegraad, een momentopname. Wanneer op een later moment alsnog toestemming wordt geregistreerd, worden eerder toegediende vaccinaties alsnog met persoonsgegevens aan het RIVM doorgegeven. Daarom ligt het huidige aandeel anonieme vaccinaties voor het jaar 2022 (2,8%) lager dan het aandeel dat oorspronkelijk in het rapport is gerapporteerd (4,9%). Het aandeel anonieme vaccinaties wordt alleen weergegeven als er in totaal minimaal 10 vaccinaties zijn geregistreerd per vaccinsoort en JGZ-organisatie.
Pagina 29 van 105
RIVM-rapport 2025-0019
3.3
Overzicht van de vaccinatiegraad
3.3.1
Vaccinatiegraad op landelijk niveau De Tabellen 4-5 geven de landelijke vaccinatiegraad vanaf geboortecohort 2005 weer (zie Bijlage 2/3 voor de vaccinatiegraad voor cohort 1970-2004) en Tabel 6 de landelijke vaccinatiegraad voor de maternale vaccinaties. Bijlage 4 geeft de landelijke vaccinatiegraad voor de verslagjaren 2023-2025 in meer detail weer. Let op: het betreft de vaccinatiegraad op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties. De cijfers zijn exclusief anonieme vaccinaties (zie paragraaf 3.2.1) en werden tijdelijk negatief beïnvloed als de JGZindicatie voor het te volgen DKTP-schema ontbrak (zie paragraaf 3.2.2). Ze zijn daarom een onderrapportage van de werkelijke vaccinatiegraad (zie paragraaf 3.4 voor verdere duiding). Kerncijfer volledige deelname Voor kinderen die in 2022 zijn geboren, ligt het landelijke kerncijfer voor volledige RVP-deelname op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties ten minste op 85,4%. Dit betekent dat zij alle vaccinaties volgens RVP-schema hebben ontvangen voor het bereiken van de 2jarige leeftijd. Voor 8,4% van de kinderen die in 2022 zijn geboren, is op deze leeftijd geen enkele RVP-vaccinatie geregistreerd. Voor adolescenten die in 2009 zijn geboren, ligt de volledige RVPdeelname in het jaar dat ze zestien worden (zonder leeftijdsgrens) landelijk ten minste op 50,0% voor jongens en op 56,7% voor meisjes.