385502.BP.TOE.Uitbreiding woongebied kern IJzerlo 2024.2024-02-28
Tekst van het document
Alle bedrijven/functies liggen op grotere afstand van het plangebied (> 30 meter). Er kan dan ook geconcludeerd worden dat de woningen goed ingepast kunnen worden in een gebied met overwegend woningen. Hiermee is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voorgenomen plan.
4.7
Water
Algemeen In het kader van het 'Nationaal Bestuursakkoord Water' moet bij ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond, middels een hydrologisch onderzoek, dat de waterhuishouding niet negatief wordt beïnvloed door de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Dit is vastgelegd in het procesinstrument 'de Watertoets'. Beleid Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rijn en IJssel.
Uitbreiding woongebied kern IJzerlo 2024
NL.IMRO.0197.BP00120-VG01
vastgesteld
32
In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van Waterschap Rijn en IJssel staat beschreven wat de doelen zijn voor de komende zes jaar in de Achterhoek en Liemers en hoe het waterschap deze wil halen. Naast het uitvoeren van kerntaken zijn het aanpassen van de leefomgeving aan de gevolgen van klimaatverandering en waterveiligheid de grootste prioriteiten. Ook een schone leefomgeving en de circulaire economie en energietransitie staan hoog op de agenda. Voor het waterbeheerprogramma zijn de werkzaamheden van het waterschap weergegeven in vier thema's. Klimaatrobuust gebied De ambitie is om richting 2050 wendbaar invulling te geven aan het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem. Dit wordt gedaan in combinatie met aanpassingen in gebruik en inrichting van de omgeving, zodat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer. Veilig gebied De bescherming tegen hoog water is een randvoorwaarde om veilig te kunnen wonen en werken in ons gebied. Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. Dat wordt gedaan door dagelijks beheer van de keringen en door continu inzicht in de keringen.
Het beheer wordt op een duurzame wijze uitgevoerd en er wordt gewerkt aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. De ambitie is dat de keringen van het waterschap in 2050 voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat daarbij wendbaar ingespeeld wordt op ontwikkelingen. Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil bij het uitvoeren van haar primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij wil zij in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin de taken klimaatneutraal worden uitgevoerd. Gezonde leefomgeving Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Het waterschap streeft ernaar dat het water in de leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico's oplevert voor de volksgezondheid. Het doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert. Toetsing Quickscan water Door Buro Ontwerp & Omgeving is in november 2023 een quickscan water uitgevoerd voor het plangebied. Het onderzoek is als Bijlage 7 bijgevoegd. De conclusies uit het onderzoek worden hierna kort behandeld.
De gemeente Aalten is, in samenwerking met de Vereniging ‘Ons Aller Belang’, voornemens om een terrein ten noorden van de kern van IJzerlo te herontwikkelen. Voor de benodigde wijziging van het bestemmingsplan is een analyse van de waterhuishouding uitgevoerd. Uit de analyse blijkt dat: De bodemopbouw van het plangebied uit matig grof en zwak tot matig siltig zand bestaat;
Uitbreiding woongebied kern IJzerlo 2024
NL.IMRO.0197.BP00120-VG01
vastgesteld
33
Binnen het plangebied sprake is van een verschil in maaiveldhoogte, van circa 20,8 m +NAP ten westen van de bassischool tot circa 22,7 m +NAP langs de Thijsweg; De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) binnen het plangebied ingeschat wordt op circa 0,5 m-mv (circa 20,3 m +NAP) ter plaatse van het westelijk deel en circa 1,9 m-mv (circa 20,8 m +NAP) in het oostelijke deel; Op basis van vastgestelde doorlatendheid word de infiltratie van hemelwater in de diepere bodemlagen als ‘kansrijk’ bestempeld. In het westelijke deel van het plangebied is deze bodemlaag gelegen in de verzadigde zone; Op basis van het beleid van het Waterschap Rijn en IJssel en de gemeente Aalten circa 340 m3 hemelwater geborgen dient te worden waarvan circa 104 m3 in de openbare ruimte en 236 m3 op de uitgeefbare percelen; Deze berging zal, ter plaatse van de particuliere percelen, op eigen terrein gerealiseerd worden; In de openbare ruimte zal berging gerealiseerd worden middels het aanleggen van een wadi, diverse greppels en het toepassen van drainerend zand onder de parkeerplaatsen en de inrit; Middels de realisatie van de woningen rekening gehouden dient te worden met een DWA (droogweerafvoer) van circa 4,1 m3 per dag, met een piekbelasting van circa 0,33 m3 / uur.
Conclusies en aanbevelingen Gezien de resultaten van onderhavige analyse worden er met de voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied geen negatieve gevolgen verwacht voor de waterhuishouding ter plaatse. Het aspect water vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. Op basis van de beperkte ruimte en de relatief hoge GHG binnen een deel van het plangebied, zal het realiseren van voldoende berging op het eigen terrein op bepaalde delen van het plangebied een lastige opgave worden. De uiteindelijke wijze van berging dient afgestemd te worden met de gemeente Aalten. Bij het ontwerp dient in eerste instantie uitgegaan te worden van bovengrondse bergingsvoorzieningen. In overleg met de gemeente moet tevens bepaald worden hoe en waar het vuilwater geloosd kan worden. Het hemelwatersysteem dient in een latere fase verder gedimensioneerd en civieltechnisch uitgewerkt te worden. Aanbevolen wordt om de vloerpeilen circa 20 cm hoger te realiseren als het omliggende terrein. Hiermee kan bij extreme neerslag hemelwater geborgen worden op de omliggende bestrating en wordt waterschade aan het gebouw voorkomen. Bij extreme neerslag kan ‘water-op-straat’ voorkomen, zoals ook vastgelegd in het gemeentelijk beleid.
Regels Naar aanleiding van de quickscan water is er in de regels behorende bij dit bestemmingsplan een nadere detaillering opgenomen ten behoeve van de hemelwaterinfiltratie ter plaatse van de bestemmingen 'Wonen' en 'Woongebied'. Watertoets Het plangebied ligt in het beheersgebied van het waterschap Rijn en IJssel. Voor het doorlopen van de Watertoets gebruikt dit waterschap de website www.dewatertoets.nl. Het waterschap kijkt, op basis van de antwoorden die op de website worden ingevuld, of bij de ruimtelijke ontwikkeling voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft een wateradvies. De Watertoets is te vinden als bijlage in de waterhuishoudkundige analyse (zie Bijlage 7).
Uitbreiding woongebied kern IJzerlo 2024
NL.IMRO.0197.BP00120-VG01
vastgesteld
34
Op basis van de ingevulde Watertoets wordt door het waterschap geconcludeerd dat de ontwikkeling waterschapsbelangen raakt. Hiervoor is de normale procedure in gang gezet en is er (inhoudelijk) advies van het waterschap verkregen. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voorgenomen plan.
4.8
Klimaatadaptatie
Algemeen Ons klimaat verandert merkbaar en raakt alle facetten van onze leefomgeving. De provincie Gelderland streeft ernaar om in 2050 in Gelderland goed voorbereid en toegerust te zijn op de gevolgen van klimaatverandering. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt daarom om een toelichting gevraagd op de maatregelen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Het gaat hierbij om risico's als waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Met betrekking tot waterveiligheid en wateroverlast zijn normen vastgesteld in de waterverordeningen. Ruimtelijke ontwikkelingen en weersextremen zijn hierop van grote invloed. Toetsing Door Buro Ontwerp & Omgeving is in november 2023 een quickscan klimaatadaptatie uitgevoerd voor het plangebied. Het onderzoek is als Bijlage 8 bijgevoegd. De conclusie en aanbevelingen uit het onderzoek worden hierna kort behandeld. Conclusie Uit de toetsing blijkt dat voor onderhavig plangebied, als gevolg van de toekomstige inrichting en de klimaatverandering, rekening gehouden dient te worden met de nadelige gevolgen van: wateroverlast als gevolg van korte hevige piekbuien; droogtegevoeligheid; plaatselijk hoge grondwaterstanden als gevolg van langdurige buien; hittestress als gevolg van de toename van verharding.
Voor het plangebied is met deze aspecten rekening gehouden door veel groen (grasland, heesters en bomen) aan te brengen, de hoeveelheid verhard oppervlak te beperken, de benodigde verharding zoveel als mogelijk uit te voeren in halfverharding en grasbeton, het hemelwater te infiltreren in de bodem en de locatie deels op te hogen en het vloerpeil 20-30 cm boven het straatpeil aan te leggen. De bestaande groen- en waterstructuur wordt door middel van het stedenbouwkundig ontwerp (zie Bijlage 1, Bijlage 2 en Bijlage 3) gehandhaafd en versterkt. Aanbevelingen Uit de conclusie blijkt dat het plangebied klimaatrobuust en toekomstbestendig ingericht. Bij de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig ontwerp liggen er kansen op het gebied van klimaatadaptatie op gebouwniveau, biodiversiteit en natuurinclusiviteit zoals onder andere: het realiseren van blauw/groene daken; groene kopgevels; kleur- en materiaalgebruik van de bebouwing; toepassen van zonwering; aanbrengen van biodivers en gebiedseigen groen dat kenmerkend is voor de omgeving
Uitbreiding woongebied kern IJzerlo 2024
NL.IMRO.0197.BP00120-VG01
vastgesteld
35
en aansluit bij de abiotische omstandigheden; beplanten van wadi en greppels. Concluderend vormt het aspect klimaatadaptatie daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie Het aspect klimaatadaptatie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voorgenomen plan.
4.9
Archeologie en cultuurhistorie
Algemeen Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst, hoe er wordt omgegaan met de aspecten archeologie en cultuurhistorie. De bescherming van archeologische waarden is verankerd in de Erfgoedwet. Het belangrijkste doel van deze wet is de bescherming van de aanwezige en de te verwachten archeologische waarden door het reguleren van bodemverstorende activiteiten. Toetsing Archeologie Het plangebied bevindt zich op een locatie waar grotendeels een lage archeologische verwachting ligt. Archeologisch onderzoek is benodigd voor bouwwerken groter dan 500 m2. Voor een klein gedeelte in het zuidoosten van het plangebied geldt een hoge archeologische verwachting. Hier is archeologisch onderzoek benodigd voor bouwwerken groter dan 500 m2. Ter plaatse van beide archeologische verwachtingen wordt de ondergrens van het aantal vierkante meters aan nieuwe bebouwing van bouwwerken niet overschreden. Hierdoor is archeologisch onderzoek voor dit plan niet noodzakelijk. De dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie lage verwachting' en 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' blijven wel gelden voor het plangebied en zijn opgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Cultuurhistorie De gemeente Aalten heeft een archeologische en cultuurhistorische inventarisatie uit laten voeren voor het gehele grondgebied van Aalten.
Gelet op het ontbreken van cultuurhistorisch waardevol erfgoed in het plangebied, zijn nadere beschermde maatregelen hiervoor niet noodzakelijk. Wel wordt er landschappelijk gezien rekening gehouden met de landschappelijk waardevolle hoogteverschillen in het plangebied. Er komen als gevolg van het planvoornemen geen cultuurhistorische waarden in het geding. Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voorgenomen plan.
4.10
Ecologie
Algemeen Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet, in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb), in beeld worden gebracht of er sprake is van invloeden op natuurwaarden en beschermde soorten.
Uitbreiding woongebied kern IJzerlo 2024
NL.IMRO.0197.BP00120-VG01
vastgesteld
36
Toetsing Quickscan natuurtoets Door Buro Ontwerp & Omgeving is in januari 2023 een quickscan natuurtoets uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 9. De conclusies die gelden voor de ontwikkeling worden hierna behandeld. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op circa 7,9 kilometer afstand van het plangebied. Hierdoor is er geen sprake van negatieve effecten als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door trilling, geluid en mechanische effecten. Indirecte negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen echter niet op voorhand worden uitgesloten. Er is daarom een voortoets stikstof een AERIUS-berekening uitgevoerd (zie 'Effectbeoordeling stikstofdepositie'). Navolgende afbeelding geeft de ligging van het plangebied weer (zwarte pijl) ten opzichte van de nabijgelegen Natura 2000-gebieden (groen gearceerde vlakken).
Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden
Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Het plangebied ligt op circa 1,3 kilometer afstand van zowel het Gelders Natuurnetwerk (GNN) als de Groene Ontwikkelingszone (GO). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het GNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast. Navolgende afbeelding geeft de ligging van het plangebied weer (rood) ten opzichte van het GNN (donkergroen) en de GO (lichtgroen).
Uitbreiding woongebied kern IJzerlo 2024
NL.IMRO.0197.BP00120-VG01
vastgesteld
37
Ligging plangebied ten opzichte van GNN en GO
Houtopstanden De bomen in het plangebied vallen onder de definitie houtopstanden, zoals bedoeld in paragraaf 4.1 van de Wet natuurbescherming, aangezien het plangebied buiten de bebouwde kom ligt. Bij de kap van deze bomen is er daarom sprake van een meld- en herbeplantingsplicht zoals bedoeld in paragraaf 4.1 van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming Er zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van strikt beschermde soorten geconstateerd. Het kan wel zijn dat er tijdens de werkzaamheden algemene diersoorten op de locatie voorkomen. Bij het uitvoeren van werkzaamheden moet de algemene zorgplicht in acht worden genomen (artikel 1.11 Wnb). Handelingen die nadelige effecten hebben moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te beperken of ongedaan te maken. Overigens moeten de werkzaamheden plaatsvinden buiten het vogelbroedseizoen omwille de aanwezigheid van algemene broedvogelsoorten. Op basis van de uitgevoerde quickscan zijn negatieve effecten op strikt beschermde planten diersoorten uitgesloten. Er is geen nader onderzoek nodig en de werkzaamheden kunnen zonder ontheffing van de Wet natuurbescherming worden uitgevoerd. Effectbeoordeling stikstofdepositie In Nederland zijn 162 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus.
Veel van die gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied betreft het in Duitsland gelegen 'Klevsche Landwehr, Anhaltsche Issel, Feldschlaggraben und Regnieter Bach' dat op een afstand van circa 7,9 km ten zuidwesten van het plangebied ligt. Tevens zijn er 29 andere Natura 2000-gebieden op minder dan 25 km afstand van het plangebied. Volgens de Wet natuurbescherming moet worden uitgesloten dat significante negatieve effecten kunnen optreden in Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan,
Uitbreiding woongebied kern IJzerlo 2024
NL.IMRO.0197.BP00120-VG01
vastgesteld
38
project of andere handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. Een verdere toename van de stikstofdepositie is alleen toegestaan met een vergunning Wet natuurbescherming (Wnb). Daarom dient voor nieuwe plannen en projecten onderzocht te worden of er sprake is van een significante depositie van stikstof op relevante Natura 2000-gebieden. Door Buro Ontwerp & Omgeving is in november 2023 een voortoets stikstof uitgevoerd. Uit de opgestelde voortoets stikstof (zie Bijlage 10) blijkt dat er bij de voorgenomen ontwikkeling van 18 woningen in het plangebied (met een worst case benadering) in zowel de realisatiefase (de bouw) als de gebruiksfase (bewoning) geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr plaatsvindt op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van Natura 2000-gebieden. Met betrekking tot stikstofdepositie kan worden opgemerkt dat er geen vergunning van de Wet natuurbescherming nodig is om de ontwikkeling mogelijk te maken. Bomen Effect Analyse In het plangebied zijn meerdere bomen(rijen) aanwezig. Om te bepalen of de bomen bij de uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling duurzaam behouden kunnen blijven is door Foreest Groen Consult in december 2023 een Bomen Effect Analyse uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 11.
De conclusies die gelden voor de ontwikkeling worden hierna behandeld. Het plangebied grenst aan de Warmelinckweg, Kruisdijk en Thijsweg. Zoals zichtbaar is in Bijlage 3, komt de stedenbouwkundige opzet op meerdere plekken ‘in aanraking’ met het bestaande groen. De volgende groenelementen komen in het plangebied voor: Volgroeide zomereiken als straatbomen langs de Kruisdijk en Thijsweg; Twee elzensingels langs de weide en langs het schoolplein; Enkele jonge kersenbomen aan de Warmelinckweg; De houtwal achter CBS 't Warmelinck met hazelaar en haagbeuk; In het stedenbouwkundig plan zijn drie plaatsen binnen doorwortelde zones, waar door de aanleg van inritten en parkeerplaatsen aandachtspunten ontstaan. Deze zijn op navolgende afbeelding gemarkeerd.
Uitbreiding woongebied kern IJzerlo 2024
NL.IMRO.0197.BP00120-VG01
vastgesteld
39
Markering van de aandachtspunten voor de realisatie van het stedenbouwkundig plan
Op dit moment zijn alle 43 onderzochte bomen in het plangebied veilig handhaafbaar. De enige twee bomen met een mechanisch mankement zijn de zwarte els met nummer 23 en de zomereik met nummer 34. Daarnaast zijn de meeste bomen duurzaam inpasbaar in het plangebied. Bij diverse bomen en boomgroepen zijn aandachtspunten voor de verdere planuitwerking en de uiteindelijke uitvoering zoals benoemd in Bijlage 11. Het gaat hierbij om de volgende bomen en boomgroepen: Zomereik nummers 7 t/m 11, Thijsweg; Kersenbomen nummers 13 t/m 17, Warmelinckweg; Elzensingel nummer 20, agrarische grond; Elzensingel nummers 21 t/m 33, Warmelinckweg; Zomereik nummers 34 en 35, Kruisdijk. Indien de adviezen over inpassing van de bestaande bomen en boomgroepen worden opgevolgd in de verdere planuitwerking, is er ten aanzien van deze groenstructuren in het plangebied geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voorgenomen plan.
4.11
Verkeer en parkeren
Algemeen Bij ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat het initiatief geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeer- en parkeersituatie ter plaatse. Toetsing Verkeer
Uitbreiding woongebied kern IJzerlo 2024
NL.IMRO.0197.BP00120-VG01
vastgesteld
40
De realisatie van de 18 woningen in het plangebied zorgt voor een verkeersaantrekkende werking. Voor wat betreft het te verwachten aantal verkeersbewegingen per woning is uitgegaan van de CROW-publicatie uit 2018 'Toekomstbestendig parkeren'. Uitgaande van het woonprogramma uit de stedenbouwkundige verkenning is er (worst case) sprake van 5 keer 'Koop, huis, vrijstaand', 2 keer 'Koop, huis, twee-onder-een-kap' en 9 keer 'Koop, huis, tussen/hoek'. Gecombineerd met de verstedelijkingsgraad 'Weinig stedelijk' en het gebiedstype 'Rest bebouwde kom' is het aantal verkeersbewegingen bij dit woonprogramma respectievelijk gemiddeld per dag 8,2 per vrijstaande woning, 7,8 per twee-onder-een-kapwoning en 7,4 per aaneengebouwde tussen/hoekwoning. Dit betekent dat met de realisatie van de voorgenomen planontwikkeling in totaal gemiddeld ((5x8,2) + (2x7,8) + (9x7,4) =) 123,2 verkeersbewegingen per dag tot stand komen (worst case). De overige twee vrijstaande woningen aan de Kruisdijk zullen daarnaast in totaal voor gemiddeld (2x8,2) 16,4 verkeersbewegingen per dag zorgen. De verkeersbewegingen behorende bij de twee bestaande 'uuthuuskes' aan de Warmelinckweg zijn reeds opgenomen in het huidige verkeersbeeld. De diverse woningen (en parkeerterreinen) worden ontsloten op de Thijsweg, Warmelinckweg en de Kruisdijk.
De Warmelinckweg is een erftoegangsweg, terwijl de Thijsweg en Kruisdijk belangrijke doorgaande wegen ten aanzien van de verkeerscirculatie voor de kern IJzerlo. Deze drie wegen hebben dan ook voldoende capaciteit om de toename van het aantal verkeersbewegingen op te vangen. Parkeren Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door de aard en omvang van de activiteit waarin het plan voorziet. Om de parkeerbehoefte te bepalen, is gebruik gemaakt van de kengetallen van de Beleidsregel parkeernormen van de gemeente Aalten. Ten aanzien van het diverse woningprogramma dienen er in totaal 24,7 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd in het plangebied. Navolgende tabel laat de berekening zien: Type woning Vrijstaand Tweekapper Rijwoning Seniorenwoning Tiny House
Parkeernorm 1,9 1,8 1,6 1,6 1,2
Aantal parkeerplaatsen 1,9 3,6 8 6,4 4,8 24,7
In de toekomstige situatie zal op eigen terrein worden voorzien in 6 parkeerplaatsen. Daarnaast is op het parkeerterrein in het midden van het plangebied (parkeerkoffer) ruimte voor 14 parkeerplaatsen. Ter plaatse van de rabatstrook zijn 6 parkeerplaatsen beschikbaar. In totaal wordt er (ten aanzien van het stedenbouwkundig plan in Bijlage 3) voorzien in 26 parkeerplaatsen. De voorgenomen ontwikkeling voldoet daarmee ruim aan de gestelde parkeernorm. De parkeerbehoefte in zijn geheel opgevangen in het plangebied. Om die reden zal het initiatief geen invloed hebben op de parkeerdruk in de omgeving. Het parkeerterrein naast CBS 't Warmelinck krijgt 15 parkeerplaatsen. Dit aantal is voldoende om voor bezoekers en werknemers van de basisschool en de bibliotheek in parkeren te kunnen voorzien. Bij de twee vrijstaande woningen op de zogenaamde 'Rood-voor-Rood kavels' wordt parkeren mogelijk gemaakt op eigen terrein. Ter plaatse van de twee bestaande 'uuthuuskes' kan in de huidige situatie ook al geparkeerd worden op
Uitbreiding woongebied kern IJzerlo 2024
NL.IMRO.0197.BP00120-VG01
vastgesteld
41
eigen terrein. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voorgenomen plan.
Uitbreiding woongebied kern IJzerlo 2024
NL.IMRO.0197.BP00120-VG01
vastgesteld
42
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Algemeen
Conform artikel 3.1.6 van het Bro dient bij het opstellen van een bestemmingsplan dan wel ruimtelijke onderbouwing onderzoek te worden ingesteld naar de uitvoerbaarheid van het plan. Bij de uitvoering van een project kan in zijn algemeenheid onderscheid worden gemaakt tussen de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Bij het eerste gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Tevens is in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geregeld dat in het kader van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning voor bepaalde bouwplannen de grondexploitatieregeling van toepassing is. Bij het tweede gaat het er om hoe de verwezenlijking door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen.
5.2
Economische uitvoerbaarheid
5.2.1 Wettelijk kader Gelet op het bepaalde in artikel 3.1 Wro moet in het kader van een bestemmingsplan onder andere inzicht worden verschaft in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In verband daarmee is eerst onderzocht of voor het onderhavige bestemmingsplan op grond van artikel 6.12, eerste lid Wro de verplichting bestaat om één of meer exploitatieplannen vast te stellen. Op grond van artikel 6.12, lid 1 van de Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een in het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) aangewezen bouwplan is voorgenomen. Dit zijn de volgende bouwplannen: de bouw van één of meer woningen; de bouw van één of meer gebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 of met één of meer woningen; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.000 m2 bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m2.
Op grond van artikel 6.12, lid 2 Wro kan van deze verplichting worden afgezien, indien (globaal) sprake is van de volgende factoren: het verhaal van de kosten van de grondexploitatie anderszins verzekerd is, en; het bepalen van een fasering en/of het vastleggen van locatie-eisen niet noodzakelijk is. Voor de beoordeling van de vraag of het kostenverhaal anderszins verzekerd is, is de eigendomsituatie van belang. In het geval dat alle gronden binnen een exploitatiegebied eigendom zijn van de gemeente, kan de gemeente de kosten van de grondexploitatie verrekenen in de prijs van de uit te geven bouwrijpe kavels. In dat geval is het kostenverhaal afdoende anderszins verzekerd en is het vaststellen van een exploitatieplan niet verplicht. Een andere mogelijkheid is dat de gemeente in een overeenkomst met de ontwikkelaar heeft vastgelegd hoe de kosten van de grondexploitatie worden verrekend. Ook in dat geval is het vaststellen van een exploitatieplan niet verplicht.
Uitbreiding woongebied kern IJzerlo 2024
NL.IMRO.0197.BP00120-VG01
vastgesteld
43
5.2.2 Situatie De ontwikkeling van voorliggend plan betreft een initiatief van de gemeente Aalten. De kosten verband houdend met deze herziening, alsmede met de uitvoering ervan, komen voor rekening van de gemeente. De gemeente heeft de gronden inmiddels in eigendom verworven. Daarmee ligt de wijze van exploitatie van het gebied in handen van de gemeente. De economische uitvoerbaarheid is daarmee voldoende aangetoond.
5.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.3.1 Vooraankondiging / inspraak Met het initiatief is sprake van een herontwikkeling van een locatie ten noorden van bestaand stedelijk gebied (kern IJzerlo). De herontwikkeling voorziet in de realisatie van een woningbouwprogramma met in totaal 18 woningen, een parkeerterrein en diverse groen- en waterhuishoudkundige voorzieningen. De plannen voor de voorgenomen herontwikkeling zijn door de gemeente Aalten in samenspraak uitgewerkt met Vereniging 'Ons Aller Belang' en de grondeigenaren van de gronden in het plangebied. Tijdens dit proces zijn diverse overlegsessies gehouden, waarbij ook een stedenbouwkundige en landschapsarchitect van Buro Ontwerp & Omgeving bij aanwezig zijn geweest. Tijdens de sessies heeft Vereniging 'Ons Aller Belang' een eigen planopzet getoond en heeft Buro Ontwerp & Omgeving bijgedragen aan de verdere uitwerking van de herontwikkeling met een stedenbouwkundige verkenning (zie Bijlage 1) en vervolgens het ontwerp van het stedenbouwkundig plan (zie Bijlage 3). Tijdens dit proces hebben Vereniging 'Ons Aller Belang', grondeigenaren en omwonenden de ruimte gekregen om mee te denken en het ontwerp van aanvullingen te voorzien. Over het algemeen is het voorgenomen plan voor de herontwikkeling enthousiast en positief ontvangen door de betrokken partijen en deelnemers.
Op donderdag 7 december 2023 is in het dorpshuis te IJzerlo een informatie- en inloopavond over de voortgang en de huidige stand van zaken van het voorliggende plan. 5.3.2 Vooroverleg Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het wettelijk vooroverleg als bedoel in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voorgelegd aan de volgende instanties: Provincie Gelderland Waterschap Rijn en IJssel De ingekomen reacties van deze instanties zijn in de bijgevoegde zienswijzennota (zie PM Invoegen bijlage) beknopt samengevat. Voor een volledig beeld wordt verwezen naar de ingebrachte reacties. De reacties zijn door het college van burgemeester en wethouders beoordeeld. 5.3.3 Procedure Het ontwerpbestemmingsplan 'Uitbreiding woongebied kern IJzerlo 2024' heeft vanaf 21 december 2023 gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken aan de gemeenteraad. Ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan zijn binnen de daarvoor gestelde termijn drie zienswijzen naar voren gebracht. De zienswijzen zijn beantwoord door de gemeente en de nota hiervan is als bijlage bij dit plan opgenomen (PM Invoegen bijlage). Voor elke reactie afzonderlijk is aangegeven in hoeverre de zienswijze gegrond of ongegrond zijn en, indien gegrond, welke aanpassing dit voor het bestemmingsplan tot gevolg heeft.
Daarnaast is een enkele ambtshalve wijziging doorgevoerd. De ambtshalve wijziging is opgenomen in het Vaststellingsbesluit (PM Invoegen bijlage). Uitbreiding woongebied kern IJzerlo 2024
NL.IMRO.0197.BP00120-VG01
vastgesteld
44
Hoofdstuk 6 6.1
Plansystematiek
Algemeen
6.1.1 Wat is een bestemmingsplan Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1. de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en 2. de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (het overgangsrecht is hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van 'werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden' (omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt derhalve het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen) en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: het bebouwen van de gronden; het verrichten van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden (aanleggen).
Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument. Andere ruimtelijke wetten en regels zoals de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en de bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van het ruimtelijke beleid. 6.1.2 Bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijhorende regel worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: Via een dubbelbestemming Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één 'enkel' bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regel van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. Via een aanduiding Een aanduiding is een teken op de verbeelding dat betrekking heeft op een vlak op die kaart.
Via een aanduiding wordt in de regels 'iets' geregeld. Dat 'iets' kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben. 6.1.3 Hoofdstukindeling van de regels De regels zijn verdeeld over vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook Uitbreiding woongebied kern IJzerlo 2024
NL.IMRO.0197.BP00120-VG01
vastgesteld
45
is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). 2. Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsbepalingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsbevoegdheden met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsbepalingen ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden. Alleen zo is een volledig beeld te verkrijgen van hetgeen is geregeld. 3. Algemene regels In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan.
Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelregel, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels. 4. Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
6.2
Dit bestemmingsplan
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. 6.2.1 Hoofdstuk1 : Inleidende regels Begrippen (Artikel 1) In Artikel 1 is een aantal begrippen nader gedefinieerd teneinde onduidelijkheid te voorkomen. Voor een gedeelte van de begrippen is aansluiting gezocht bij de begrippenlijst uit bijlage 11 bij de SVBP 2012, voor de overige begrippen is aansluiting gezocht bij de formulering van de in Aalten gebruikelijke (meest recente) regels. Wijze van meten (Artikel 2)
Uitbreiding woongebied kern IJzerlo 2024
NL.IMRO.0197.BP00120-VG01
vastgesteld
46
In Artikel 2 wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden bij het beoordelen of de maatvoering in overeenstemming is met de regels. Ook hier is aansluiting gezocht bij de standaard (meet)regels uit de SVBP 2012. 6.2.2 Hoofdstuk2: Bestemmingsregels In het plan zijn de volgende bestemmingen opgenomen: Groen (Artikel 3) Binnen de bestemming 'Groen' zijn de aangewezen gronden bestemd voor groenvoorzieningen en bermen, voet- en fietspaden, speelvoorzieningen, voorzieningen voor de waterhuishouding en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'tuin': tuinen en erven, met de daarbij horende in- en uitritten en paden, behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen met bijbehorende voorzieningen. De bestemming komt ten noorden van de basisschool en langs de noordzijde van het plangebied te liggen ter plaatse van waar voorheen sprake was van de bestemming 'Agrarisch'. Verkeer - Verblijfsgebied (Verkeer - Verblijfsgebied) Binnen de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' zijn de aangewezen gronden bestemd voor wegen met een ondergeschikte verkeersfunctie, voet- en fietspaden, bermen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, voorzieningen voor de waterhuishouding, buis- en kabelverbindingen voor riolering, nutsbedrijven en overeenkomstige doeleinden met bijbehorende voorzieningen.
De bestemming komt te liggen ter plaatse van de parkeervoorzieningen in de parkeerkoffer ten westen van de basisschool. Voorheen was hier sprake van de bestemming 'Agrarisch'. Wonen (Wonen) Binnen de bestemming 'Wonen' zijn de aangewezen gronden bestemd voor bewoning, de daarbij behorende doeleinden en aan-huis-gebonden-beroepen en/of -bedrijven. Ter plaatse van de twee percelen in het westen in het plangebied, is de bestemming 'Wonen' opgenomen. Hierbinnen zijn twee separate bouwvlakken opgenomen met een maximum goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 m en 9 m. Binnen de bestemming 'Wonen' geldt dat er maximaal 2 vrijstaande woningen zijn toegestaan. De aanduiding 'vrijstaand' is opgenomen. Per aanduidingsvlak is maximaal één vrijstaandew woning toegestaan. Voor het overige wordt er voor wat betreft de planregels grotendeels aangesloten bij het bestemmingsplan 'Kern IJzerlo 2010'. Voorheen was hier sprake van de bestemming 'Agrarisch'. Met het oog op de waterhuishouding en het voorkomen van wateroverlast is met betrekking tot de hemelwaterinfiltratie een algemene gebruiksbepaling opgenomen. Hierover is overleg geweest met het Waterschap Rijn en IJssel.
Woongebied (Woongebied) Binnen de bestemming 'Woongebied' zijn de aangewezen gronden bestemd voor maximaal 18 woningen, tuinen en erven, een bed & breakfast, aan-huis-gebonden-beroepen en/of -bedrijven, ontsluitingswegen en -paden, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en bermen, speelvoorzieningen, voorzieningen voor de waterhuishouding, buis- en kabelverbindingen voor riolering, nutsbedrijven en overeenkomstige doeleinden en beeldende kunstwerken met bijbehorende voorzieningen. De bestemming 'Woongebied' geldt in het noordelijk en oostelijk deel van het plangebied. Binnen deze bestemming zijn twee bouwvlakken opgenomen. In één bouwvlak zijn afzonderlijk de aanduidingen 'vrijstaand', 'twee-aaneen' en 'aaneengebouwd' opgenomen. In het andere bouwlvak is enkel de aanduiding 'aaneengebouwd' opgenomen. De maximum goot- en bouwhoogte van het hoofdgebouw van de woningen mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' is aangegeven. Binnen
Uitbreiding woongebied kern IJzerlo 2024
NL.IMRO.0197.BP00120-VG01
vastgesteld
47
de bestemming 'Woongebied' zijn in totaal maximaal 18 woningen toegestaan. Hiervan zijn twee woningen de bestaande 'uuthuuskes' en zijn de overige woningen de 16 nieuw te realiseren woningen. Deze woningen worden gerealiseerd met inachtname van de opzet uit het stedenbouwkundig plan (zie Bijlage 3). Met het oog op de waterhuishouding en het voorkomen van wateroverlast is met betrekking tot de hemelwaterinfiltratie een algemene gebruiksbepaling opgenomen. Hierover is overleg geweest met het Waterschap Rijn en IJssel. Dubbelbestemming archeologie (Waarde - Archeologie hoge verwachting) De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' regelt dat bij een verstoringsoppervlakte groter dan 500 m2 een omgevingsvergunning vereist is. Het is verboden om zonder deze vergunning werkzaamheden (met een oppervlakte van meer dan 500 m2) uit te voeren die dieper de bodem ingaan dan 0,4 m. Dubbelbestemming archeologie (Waarde - Archeologie lage verwachting) De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie lage verwachting' regelt dat bij een verstoringsoppervlakte groter dan 5.000 m2 een omgevingsvergunning vereist is. Het is verboden om zonder deze vergunning werkzaamheden (met een oppervlakte van meer dan 500 m2) uit te voeren die dieper de bodem ingaan dan 0,5 m.
6.2.3 Hoofdstuk3: Algemene regels Anti-dubbeltelregel (Artikel 10) Met de anti-dubbeltelregel wordt geregeld dat grond die reeds eerder bij een verleende omgevingsvergunning is meegenomen niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning mag worden meegenomen. Deze regel is rechtstreeks overgenomen uit het Besluit ruimtelijke ordening. 6.2.4 Hoofdstuk4: Overgangsrecht en slotregel Overgangsrecht In dit artikel is een regeling opgenomen voor bestaande zaken en rechten die niet in overeenstemming zijn met de overige regelingen in dit bestemmingsplan. De regels voor het overgangsrecht zijn overgenomen uit het Besluit ruimtelijke ordening, waarin standaard overgangsrecht voor bestemmingsplannen is opgenomen. Slotregel De slotregel bevat de titel van het bestemmingsplan.
Uitbreiding woongebied kern IJzerlo 2024
NL.IMRO.0197.BP00120-VG01
vastgesteld
48