22. ODA - concept Jaarstukken 2024 en Begroting 2026 (geanonimiseerd)
Tekst van het document
42 0 2 gn in e kre ra
j an e
ga l sr
ev r aa
|
J
A D O
28
In het Besluit Begroting en Verantwoording zijn zeven verplichte paragrafen opgenomen voor provincies , gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de ODA. Om die reden zijn de paragrafen lokale heffingen , grondbeleid en verbonden partijen achterwege gelaten. De volgende paragrafen worden achtereenvolgens behandeld: 1. Bedrijfsvoering 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. Financiering 4. Onderhoud kapitaalgoederen
Paragrafen
42 02 gi n e kre r a
j an e
ga l sr
j |
ev r aa
A D O
29
Bedrijfsvoering I-GO De provincie heeft medio 2015 het initiatief genomen de informatie voorziening van door en tussen de (toen nog) zeven omgevingsdiensten en de provincie te verbeteren. Dit is gebeurd door de ontwikkeling van een centrale informatievoorziening (IGO). Inmiddels is IGO in de beheerfase beland. ,
Formatie en personeel Hieronder een overzicht van de ontwikkeling van het aantal fte’s van de ODA tot en met 31 december 2024. 31-12-2020 706, fte
31-12-2021 7556 , fte
31-12-2022 8031 , fte
31-12-2023 895, fte
31-12-2024 1037, fte
buiten de overheid. Ook de ODA heeft dit jaar te maken gehad met een grotere instroom dan voorgaande jaren. De vacatures die ontstaan zijn met moeite in te vullen. Daarom is er gezocht naar creatieve mogelijkheden om te kunnen blijven voldoen aan de vraag van onze partners. Een van de voorbeelden is het zelf opleiden van medewerkers. De werkprocessen worden continu opnieuw tegen het licht gehouden zodat (her)organisatie leidt tot het optimaal benutten van ieders capaciteit(en). Daarnaast zien we dat extra opdrachten vanuit de partners met name op het gebied van specialisme een beroep doen op capaciteit. Om hierin te blijven voorzien is er extra capaciteit aangetrokken. ,
Ziekteverzuim De arbeidsmarkt is krap. Dat geldt ook voor het vakgebied milieu. In het laatste onderzoek van het UWV is terug te zien hoe kansrijk een carrière in de milieubranche is. Tegelijkertijd is het aantal opleidingen dat zorgt voor nieuwe aanwas schaars. De kans op uitstroom van medewerkers is groter vanwege het grote (financieel aantrekkelijke) aanbod van banen
Het ziekteverzuimpercentage over 2024 is 79%. Dat is een behoorlijke toename ten opzichte van voorgaande jaren. Dit komt vooral door de toename van het aantal langdurig zieke werknemers. ,
42 02 gi n e kre r a
j an e
ga l sr
j |
ev r aa
A D O
30
P&O: kwaliteitscriteria en e-portfolio
Financiële rechtmatigheid
ODA is in 2024 invulling blijven geven aan de KC 2. 3. Voor de taken die de ODA uitvoert voor de partners is zij robuust. Dat houdt in dat aan de eisen die de KC 2. 3. stelt wordt voldaan door:
In dit stuk is de analyse op de begrotingsafwijkingen en daarmee de begrotingsrechtmatigheid te lezen. De verantwoordingsgrens van de rechtmatigheid is vastgesteld op 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee € 395. 760. In deze paragraaf worden echter afwijkingen van boven de € 100. 000 gepresenteerd.
a. v oldoende
medewerkers in dienst te hebben die voldoen aan de KC 2. 3. die gelden voor het betreffende deskundigheidsgebied; b. door samenwerking met andere diensten uit het Gelders Stelsel; c. externe partijen (inhuur).
Analyse begrotingsrechtmatigheid Op grond van artikel 189 lid 3 van de Gemeentewet zijn alle begrotings overschrijdingen op lasten (en daarmee overeenstemmende balansmutaties) onrechtmatig. Bij de afweging van de vraag of de ,
Arbobeleid Sinds 2022 heeft de ODA een extern arboadviseur die ODA onder steund bij het uitwerken van een spoorboekje voor het plan van aanpak van de eerder uitgevoerde RI&E. Dit kreeg in 2024 een vervolg. Met de terugkeer van medewerkers naar de kantoorwerkplek in de gemeente Bronckhorst neemt ook de druk op de kantoorruimte toe. In 2024 is besloten dat we in 2025 gaan verhuizen naar Doetinchem. Dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) ondersteunende diensten Onderstaande partners verrichten voor ons de volgende onder steunende diensten.
42 0 2 gn in e kre
ra j an e ga l sr ev r aa
|
J
A D O
Partner
Ondersteunende dienst
Berkelland Bronckhorst
Financiële administratie Facilitaire zaken en huisvesting
Doetinchem Lochem
Informatisering en automatisering inclusief archief Personeels- en salarisadministratie
Om het verwachtingspatroon van de te leveren en te ontvangen diensten op elkaar af te stemmen zijn hiervoor DVO’s afgesloten. ,
31
begrotingsonrechtmatigheden meetellen in het rechtmatigheidsoordeel van de externe accountant zijn de criteria ‘passend binnen het door het bestuur uitgezette beleid’ ‘sprake van compensatie door direct gerelateerde opbrengsten’ ‘openeinderegelingen’ en ‘overschrijding geconstateerd vóór of na verantwoordingsjaar’ van belang. Uit analyse blijkt bij twee van de vijf programma’s dat de lasten lager waren dan begroot of gelijk aan de begroting dus formeel rechtmatig zijn. De overschrijdingen van de lasten van Programma 4 Stelsentaken vallen onder de toelichtingsgrens. De overschrijding op de resterende programma’s 2 en 3 worden onder dit overzicht toegelicht. Daarnaast gaan we met een toelichting in op de stijgende lasten binnen de overhead. ,
,
,
Overzicht baten en lasten (x € 1. 000)
Begroot 2024
Realisatie 2024
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
5. 788
3. 550
2. 238
5. 692
3. 804
1. 888
Algemene dekkingsmiddelen Overhead
1. 755
0 -1. 755
2. 291
-2. 291
Heffing vennootschapsbelasting Onvoorzien
43
-43
0
0
5. 347
440
6. 095
-404
Programmaplan Programma 2 Toezicht en Handhaving Overzicht
42 0 2 gn in e kre
Saldo van baten en lasten
5. 788
5. 692
ra
j an e
ga l sr
ev r aa
|
J
A D O
32
De overschrijding van de lasten (€ 254. 000) binnen Toezicht en Handhaving. komt voornamelijk voort uit stijgende personeelslasten. Dit zit voor een groot gedeelte in inhuurkosten. We zien dat we een aantal langdurig zieken hebben waardoor we meer moeten inhuren. Daarnaast zijn we met nieuwe mensen aan het voorsorteren op mensen die (vanwege hun pensioengerechtigde leeftijd) zullen vertrekken. Tegenover de hogere kosten staan ook hogere baten n. a. v. de werkvraag die onze partners aan ons stelt. Er is hier dus sprake van compensatie door direct gerelateerde opbrengsten. De conclusie is dan ook onrecht matig maar telt niet mee voor het oordeel. ,
,
Daarnaast hebben we een aantal specialisten intern kunnen werven. Tegenover de hogere kosten staan ook hogere baten (€ 1. 353. 000) naar aanleiding van de werkvraag die onze partners aan ons stelt. Er is hier dus sprake van compensatie door direct gerelateerde opbrengsten. De conclusie is dan ook onrechtmatig maar telt niet mee voor het oordeel. ,
Overhead Begroting 2024 1. 443
Realisatie 2024 2. 120
Saldo
Organisatiekosten Inhuur organisatieontwikkeling
938 116
1. 357 0
-419 116
Organisatieondersteuning Overig
706
706
0
Totaal
3. 203
4. 182
-979
(x € 1. 000) Personeelskosten management en staf
Overzicht baten en lasten (x € 1. 000)
Begroot 2024
-677
Realisatie 2024
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
2. 266
1. 575
691
3. 619
2. 617
1. 002
Algemene dekkingsmiddelen Overhead
741
0 -741
968
-968
Heffing vennootschapsbelasting Onvoorzien
18
-18
0
0
2. 334
-68
3. 584
35
Programmaplan Programma 3 Advies Overzicht
42 0 2 gn in e kre
ra j an e ga l sr ev r aa
|
J
A D O
Saldo van baten en lasten
2. 266
3. 619
De overschrijding van de lasten (€ 1. 002. 000) binnen Advies komt voornamelijk voort uit stijgende personeelslasten. Dit zit voor een groot gedeelte in inhuurkosten. We zien dat het lastig is om (de juiste) mensen te vinden voor advies. Om aan de stijgende vraag te kunnen voldoen zijn we dus genoodzaakt geweest om expertise in te huren.
De personele kosten en inhuur diensten derden bestaan uit de kosten van eigen personeel en de capaciteit van derden die wordt ingehuurd. De stijging zit voornamelijk in inhuurlasten op gebied van IT en data ontwikkeling. De lasten hiervan worden gedragen door SPUK IPB en de baten hiervan vallen onder Programma 5 Overige activiteiten en projecten. Daarnaast is een gedeelte van de lasten toe te wijzen onder de andere verschillende programma’s omdat de overheadkosten ter ondersteuning zijn van de werkinhoudelijke programma’s. Tot slot zijn de organisatiekosten aanzienlijk hoger dan begroot. Het grootste gedeelte is toe te schrijven aan reserveringskosten voor verlofdagen. De spaarverlofvoorziening gaan we vanaf de begrotingswijziging 2025 meenemen. Tevens zijn er kosten gemaakt voor de werving en selectie van de directeur en de inhuur van projectconsultancy voor de risicomodule
33
De overige afwijkingen worden onder de volgende tabel toegelicht.
Overzicht van baten en lasten per taakveld (x € 1. 000) Taakveld
Begroting 2024 Baten Lasten
Realisatie 2024 Baten Lasten
Begroting realisatie Saldo
Programmaplan Programma 1 Vergunningverlening
7. 4 Milieubeheer
2. 407
1. 765
2. 133
1. 531
-40
Programma 2 Toezicht en Handhaving Programma 3 Advies
7. 4 Milieubeheer 7. 4 Milieubeheer
5. 788 2. 266
3. 550 1. 575
5. 692 3. 619
3. 804 2. 617
-350 311
Programma 4 Stelseltaak Programma 5 Projecten
7. 4 Milieubeheer 7. 4 Milieubeheer
80 3
373 0
122 903
432
0. 4 Overhead ondersteuning 0. 5 Treausury
-
3. 203 0
-
Bedrag onvoorzien 0. 8 Algemene baten en lasten Gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten normale bedrijfsvoering
-
78 10. 544
-
-17 900
-
-
-979 0
-
0 12. 566
78 -98
Overzichten Overhead Algemene dekkingsmiddelen
-
10. 544
Bijdrage deelnemers in het tekort 2023 Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Resultaat
12. 468
4. 182
0 0 10. 544
10. 544
12. 468
12. 566
-98
42 0 2 gn in e kre ra
j an e
ga l sr
ev r aa
|
J
A D O
34
Binnen Programma 1 liggen de lasten € 234. 000 lager dan de begroting. Dit heeft te maken met lagere personeelslasten binnen team Vergunningverlening. Ook de baten blijven wat achter op begroting. • Binnen Programma 2 zijn de lasten €254. 000 boven de begroting. Dit komt door hogere personeelslasten en inhuurkosten. Hier tegenover staan ook hogere baten dan begroot. Dit komt vanuit de stijgende aanvraag vanuit de gemeenten. • Binnen Programma 3 is er een forse overschrijding in zowel de baten (€ 1.353.000) alsmede de lasten (€ 1.002.000) vanwege de stijgende vraag in specialistische adviezen. Om op korte termijn aan deze vraag te kunnen voldoen is deze expertise voornamelijk ingehuurd. • Binnen Programma 5 is een duidelijke overschrijding in de baten van € 900. 000. Dit komt voornamelijk door de ontvangen bedragen voor de specifieke uitkeringen IPB VTH en energietoezicht. Omdat de omvang van de uren en daarmee de opbrengsten vanuit de uitkeringen vooraf lastig te bepalen is zijn deze bedragen niet opgenomen in de begroting. De lasten horende bij programma 5 zitten voornamelijk in de overhead. Vandaar dat hier ook een duidelijke stijging van de lasten zichtbaar is. •
,
Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium gaat over de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De voorwaarden hebben betrekking op aspecten zoals doelgroep termijn grondslag administratieve bepalingen normbedragen bevoegdheden bewijs stukken recht hoogte en duur. De overdrachten van onder andere subsidies en uitkeringen zijn bijvoorbeeld aan bepaalde voorwaarden verbonden. Het niet in acht nemen van deze voorwaarden kan leiden tot een onrechtmatigheid. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
Binnen dit criterium is er geen onrechtmatigheid vastgesteld. Het actuele M&Obeleid is op dit moment opgesteld en moet nog door het bestuur worden vastgesteld.
,
42 0 2 gn in e kre ra
j an e
ga l sr
ev r aa
|
J
A D O
35
Weerstandsvermogen
risicobeheersing
en
De wereld om ons heen verandert continu. Dat betekent dat er altijd ontwikkelingen zijn waar geen rekening mee is gehouden. Deze ontwikkelingen kunnen de ODA geld kosten. Het is daarom verstandig financiële middelen te reserveren voor eventuele tegen vallers. Hoeveel we moeten reserveren hangt af van de risico’s die we lopen. Het Algemeen Bestuur van de ODA heeft in november 2015 een notitie vastgesteld waarin de risico’s en de benodigde weer stands capaciteit zijn bepaald. Overigens merken we dat het benoemen van de risico’s al helpt bij het beperken van de gevolgen. We letten meer op de mogelijke risico’s en proberen eerder in te grijpen.
Definities Hieronder worden de begrippen weerstandscapaciteit risico en weer standsvermogen gedefinieerd. Voor de begrippen bestaan soms meerdere definities. Er is steeds gekozen voor de definitie die het meest algemeen in gebruik is of die het beste bij de ODA past. ,
Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de ODA beschikt om niet begrote kosten die onverwachts en substantieel zijn te dekken zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. Het gaat om die posten waaruit tegenvallers eventueel bekostigd kunnen worden zoals de algemene reserve. Onderscheid wordt gemaakt in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de organisatie heeft om eenmalige tegenvallers op te vangen. Onder structurele weerstandscapaciteit verstaan we middelen die permanent inzetbaar zijn om structurele tegenvallers op te vangen.
Risico Een risico is een onzekere en ongewenste gebeurtenis die een nadelig effect kan hebben op de ODA de doelen die zijn gesteld of de financiële positie van de ODA. ,
Weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit noemen we ‘weerstandsvermogen’. Het weerstandsvermogen is toereikend wanneer financiële tegenvallers goed opgevangen kunnen worden. Anders gezegd het weerstands vermogen geeft aan hoe robuust de financiële positie van een organisatie is. Door voldoende aandacht aan het weerstandsvermogen te besteden kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigingen of een hogere bijdrage van de deelnemers. ,
,
Om het weerstandsvermogen objectiever te kunnen beoordelen is door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) een waarderingstabel ontwikkeld:
,
,
42 02 gi n e kre r a
j an
j |
e ga l sr ev r aa
A D O
,
,
Waarderingscijfer
Ratio weerstands-
Betekenis
A B
Groter dan 20, Groter dan 14, maar kleiner dan 20,
Uitstekend Ruim voldoende
C D
Groter dan 10, maar kleiner dan 14, Groter dan 08, maar kleiner dan 10,
Voldoende Matig
E F
Groter dan 06, maar kleiner dan 08, Kleiner dan 06,
Onvoldoende Ruim onvoldoende
vermogen
36
Bepaling weerstandscapaciteit ODA
Daarbij is gebruik gemaakt van de volgende kansklasseindeling:
De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten die onverwacht en substantieel zijn op te vangen. Binnen de ODA is de beschikbare weerstandscapaciteit aan de hand van twee posten berekend: • Post algemene lasten/onvoorzien (structurele weerstandscapaciteit begroting 2024: € 78. 000). • Algemene reserve (incidentele weerstandscapaciteit stand 31122024: € 165. 000). ,
,
,
,
Klasse 1
Waarschijnlijkheid Zeer klein
Kans 10%
Referentiebeeld 1 keer per 10 jaar of >
2 3
Klein Gemiddeld
30% 50%
1 keer per 5-10 jaar 1 keer per 2-5 jaar
4 5
Groot Zeer groot
70% 90%
1 keer per 1-2 jaar 1 keer per jaar of <
Welk bedrag is er met de risico’s gemoeid? Om tot een waardering van een risico te komen moeten de (financiële) gevolgen/impact van een risico worden geschat. Vaak is niet exact aan te geven wat de omvang van een risico in financiële zin zal zijn. Daarom maken we gebruik van onderstaande tabel:
42 0 2 gn in e kre ra
j an e
ga l sr
ev r aa
|
J
A D O
Klasse 1
Omvang € 0 - € 25. 000
2 3
€ 25. 000 - € 75. 000 € 75. 000 - € 200. 000
4 5
€ 200. 000 - € 500. 000 > € 500. 000
Hoe groot is de kans dat het risico zich voordoet? Voor elk risico is een inschatting gemaakt van de kans dat zich een risico voordoet.
Gekozen uitgangspunten voor inventarisatie van de risico’s Afspraken dienstverleningsovereenkomsten Met de deelnemers worden voor de taakuitoefening over en weer afspraken gemaakt over de dienstverlening en de informatievoorziening. Afwijkende situaties per deelnemer kunnen de efficiencydoelstellingen onder druk zetten of kunnen leiden tot te weinig werk per medewerker. Het is ook van belang de afspraken met de andere omgevingsdiensten juridisch goed te verankeren. Het risico bestaat uit dat er meer uren nodig zijn om de taken uit te voeren waardoor minder vraag naar producten ontstaat dan verwacht. Door regelmatig overleg met de partners wordt de kans dat het risico zich voordoet verkleind. Het risico schatten we op € 50. 000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein). Taakuitvoering Hieronder verstaan we het risico van aansprakelijkheidsstelling bij de reguliere taakuitoefening. Hiervoor zijn de gebruikelijke aansprakelijk heidsverzekeringen gesloten. Het restrisico bestaat uit het betalen van schadevergoedingen waarbij het eigen risico voor de ODA blijft. We schatten de omvang op € 12. 500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (zeer klein).
37
Deelnemers treden uit de gemeenschappelijke regeling Mocht een van de deelnemers de keuze maken om uit de gemeen schappelijke regeling te treden dan zal dit een groot (financieel) effect kunnen hebben op de ODA. We schatten de omvang op € 1. 000. 000 en de kans dat zicht dit voordoet op 10% (zeer klein). ,
afwentelen op de ODA. In de eind 2016 vastgestelde verreken systematiek zijn onder meer afspraken gemaakt hoe we met tekorten omgaan wanneer deze worden veroorzaakt door bezuinigingen bij de partner. Ondanks deze afspraken schatten we het risico op € 250. 000 (klasse 4) en de kans dat het zich voordoet op 20% (klein) maar schatten we de kans wel iets hoger in dan voorgaande jaren vanwege het ravijnjaar. ,
,
Calamiteit bij bedrijf De ODA kan het verwijt krijgen niet goed te hebben gehandeld nalatig te zijn geweest of onvoldoende te hebben gecommuniceerd tijdens of na een calamiteit. Ook is het mogelijk dat de ODA het verwijt krijgt dat ze vooraf (dus voordat de calamiteit plaatsvond) niet goed heeft gehandeld. Het vertrouwen in de ODA bij opdrachtgevers en burgers neemt af. Je krijgt te maken met schadeclaims en negatieve pers. Voor de financiële consequenties zie de taakuitvoering. Als beheersings maatregel stellen we hier tegenover het opstellen van een communi catie plan/protocol hoe te handelen bij calamiteiten praktijk situaties simuleren kwaliteitsborging producten en kennis blijven delen binnen omgevingsdiensten en met de partners. Het (rest)risico schatten we daarmee op nihil. ,
,
,
Loon- en prijsontwikkelingen Aan het einde van 2023 is een nieuwe cao vastgesteld wat zal resulteren in loonstijgingen voor 2024 en 2025: in totaal 6%. De daadwerkelijke verhoging bleef hiermee binnen het gestelde risico. Het risico hebben we ingeschat op € 150. 000 (klasse 3) en de kans dat het zich voordoet op 50% (gemiddeld). Eigen risico voor werknemersverzekeringen De ODA is eigenrisicodrager voor de ziektewet WW en premie differentiatie voor WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeids gehandicapten). De ODA betaalt het eigen risico en de premie differentiatie indien een medewerker ziek verplicht uit dienst gaat of in de WGA komt. We schatten het risico op € 50. 000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld). ,
,
Rechtmatigheid Het niet voldoen aan de rechtmatigheidseisen kan leiden tot juridische procedures en claims. De ODA wordt geacht rechtmatig dat wil zeggen overeenkomstig wet en regelgeving te handelen en moet daarin de opdrachtgevers adviseren. Het onvoldoende rechtmatig functioneren doet afbreuk aan het imago en het vertrouwen in de ODA. Bovendien vormt het rechtmatigheidsaspect onderdeel van de interne controle. We schatten het (rest)risico op nihil. ,
42 0 2 gn in e kre ra
j an e ga l sr ev r aa
|
J
A D O
Bezuinigingen bij de deelnemers Het risico is dat het Rijk bezuinigt op provinciale en gemeentelijke uitkeringen (Provinciefonds /Gemeentefonds) en/of dat de partner zelf bezuinigingsmaatregelen doorvoert. Voor de ODA bestaat het risico dat provincie en gemeenten een deel van de rijks of eigen bezuinigingen
Ziekteverzuim De ODA werkt met een norm aan productieuren van 1. 350. Omgerekend is dit 72% naar beschikbare uren. Indien het ziekteverzuim te hoog is denk bijvoorbeeld aan de medewerkers die werkzaam zijn binnen het primaire proces zet dat de productieve norm onder druk en daardoor de opbrengsten. We schatten het risico op € 70. 000 (klasse 2) en de kans dat dit zich voordoet op 50% (gemiddeld). Het ziekteverzuim van de ODA over 2024 bedraagt 79%. Dit ligt boven het landelijk gemiddelde voor openbaar bestuur en overheidsdiensten (circa 50%; bron CBS). Wel stellen we vast dat het ziektepercentage vooral zichtbaar is in het primaire proces. ,
,
,
,
38
Werkkostenregeling Op 1 januari 2015 is de werkkostenregeling in werking getreden. Deze regeling begrenst het maximaal te besteden bedrag aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor de werknemers. Boven de vrije ruimte is loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80% verschuldigd. Deze regeling kan financiële gevolgen hebben voor de loonkosten. We gaan daar vooralsnog niet van uit. We schatten het risico in op € 12. 500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (gemiddeld). Btw Het plafond van het btwcompensatiefonds (BCF) is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond wordt overschreden komt het verschil ten laste van het gemeentefonds. Het risico is dat de gemeenten deze overschrijding (deels) gaan afwentelen op de ODA en daardoor minder producten gaan afnemen. Vooralsnog schatten we dit risico op nihil. ,
42 0 2 gn in e kre
ra j an e ga l sr ev r aa
|
J
A D O
Vennootschapsbelastingplicht Met ingang van 1 januari 2016 worden ook de lokale overheden belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Dit geldt in beginsel ook voor de gemeenschappelijke regelingen zoals de ODA. In 2016 zijn door de omgevingsdiensten afspraken gemaakt met de Belastingdienst. De inschatting is dat de kans dat ODA vennootschapsbelasting moet betalen zeer klein is.
In 2020 hebben we een tijdschrijfanalyse uitgevoerd. Aan de hand hiervan bleek dat de productvergoeding voor specialistische onder steuning onvoldoende kostendekkend was en zijn daarop de normen aangepast. We schatten het risico van onvoldoende dekking op € 50. 000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein). Automatisering Het risico is productieverlies door uitval en reparatie van de verschillende systemen waardoor meer uren noodzakelijk zijn om de taken te verrichten dan waarmee rekening is gehouden. We schatten het risico op € 12. 500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld). Aanbestedingen Het risico is dat aanbestedingen niet worden uitgevoerd volgens vastgesteld (Europees en ODA) inkoop en aanbestedingsbeleid waardoor financiële middelen nodig zijn voor rechtszaken en de consequenties van deze rechtszaken. We schatten het risico op € 137. 500 (klasse 3) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (klein). Outputmodel (medewerkers) Het outputmodel vanaf 2017 vergt een geheel andere strategie in de bedrijfsvoering dan we tot dusverre gewend zijn. De ODA wordt tot op zekere hoogte afhankelijk van de vraag van onze klanten (lees: de partners). Ook voor de medewerkers betekent dit een omslag. We zullen hiermee ervaring moeten opdoen.
Het beleid van onze partners kan leiden tot meer of minder vraag naar producten incidenteel maar wellicht ook structureel. Het zal niet altijd vanzelfsprekend zijn dat de vraag naar de (soort) producten overeen komt met de beschikbare capaciteit. We zullen daarop tijdig moeten inspelen. De strategische personeelsplanning die regelmatig bijgesteld wordt kan ons daarbij uitstekend van dienst zijn. We schatten het risico op € 50. 000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein). ,
Productenboek Het risico is dat de gehanteerde normen in het productenboek afwijken af van de werkelijkheid waardoor de kosten per product hoger of lager zijn dan vooraf verwacht. Het is zaak de normen regelmatig te toetsen en bij te stellen waar nodig. In 2019 had de ODA een behoorlijk tekort. ,
,
39
Gelders Stelsel Er is een verbeterplan opgesteld op basis van de uitgevoerde evaluatie van het Gelders Stelsel. De mogelijke maatregelen zijn niet door gerekend qua geld. Mogelijk kunnen een aantal maatregelen leiden tot extra kosten voor de ODA. We schatten het risico op € 12. 500 en de kans dat zich dit voordoet op 70% (groot). Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet kan tot een andere taakverdeling tussen gemeenten provincie en de ODA leiden. Het is zowel mogelijk dat dit tot meer als tot minder taken voor de ODA leidt die in de begroting zo mogelijk worden meegeraamd. Het risico schatten we daarom op nihil. ,
42 0 2 gn in e kre ra
j an e
ga l sr
ev r aa
|
J
A D O
Datalekken Iedereen heeft recht op eerbiediging en bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer en een zorgvuldige omgang met zijn persoonsgegevens. De regels hiervoor zijn vastgelegd in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Hierin staat dat persoons gegevens moeten worden beveiligd tegen verlies en tegen onrechtmatige verwerking. Een datalek moet worden gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens als het leidt tot een aanzienlijke kans op ernstige nadelige gevolgen voor de bescherming van persoonsgegevens of als het ernstige nadelige gevolgen heeft voor de bescherming van persoonsgegevens. Het datalek moet daarnaast ook worden gemeld aan de betrokkene indien het waarschijnlijk ongunstige gevolgen zal hebben voor diens persoonlijke levenssfeer. Bij overtreding van de meldplicht datalekken uit de Wbp kan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete opleggen. We schatten het risico op € 150. 000 (klasse 3) en de kans dat zich dit voordoet op 20% (klein). Dit risico zien we wel als een stijgende risico over de aankomende jaren. Vandaar de aanpassing ten opzichte van vorig jaar. We zijn als organisatie steeds meer aan het bewegen naar een datagedreven organisatie wat de kans op datalekken vergroot. We zijn als organisatie kritisch op onze manier van werken en met een data beveiligingsbeleid bezig.
,
,
40
Financieel effect van deze risico’s We willen het totale financiële effect van deze risico’s weten. Dit hebben we nodig om vast te stellen of onze financiële buffer voldoende is. In de volgende tabel wordt het financieel effect berekend. Niet alle risico’s komen tegelijk voor. Ook zijn de gevolgen van de risico’s niet altijd maximaal. Het geld dat nodig is om de risico’s op te kunnen vangen is daarom minder dan alle risico’s bij elkaar opgeteld. Een praktische methode om het effect te berekenen is het maximale risico te vermenigvuldigen met de kans dat het risico zich voordoet. We noemen dit het kwantificeren van de risico’s. In onderstaande tabel zijn de eerder genoemde risico’s gekwantificeerd. Risico’s
,
Weerstandsvermogen Zoals hierboven becijferd hebben we de benodigde weerstands capaciteit bepaald op € 196. 875. De beschikbare weerstandscapaciteit is € 243. 000 (per 31122024 is € 165. 000 van de Algemene Reserve vrij besteedbaar + het in de begroting 2024 beschikbare bedrag voor onvoorzien van € 78. 000). ,
omvang
Geschatte kans in %
Financieel effect van de risico’s
€ 50. 000
30%
€ 15. 000
€ 12. 500 €1. 000. 000
10% 10%
€ 1. 250 €100. 000
nihil nihil
0 0
€ 0 € 0
Bezuinigingen bij de deelnemers Loon- en prijsontwikkelingen
€ 250. 000 € 150. 000
20% 50%
€ 50. 000 € 75. 000
Eigen risico voor werknemersverzekeringen Ziekteverzuim
€ 50. 000 € 70. 000
50% 50%
€ 25. 000 € 35. 000
In bedragen: € 243. 000 / € 196. 875 = 12,
Werkkostenregeling Btw
€ 12. 500 nihil
30%
€ 3. 750 € 0
Waarderingscijfer: C Betekenis: Voldoende
42 0 2 gn in e kre
Vennootschapsbelastingplicht Productenboek
nihil € 50. 000
30%
€ 0 € 15. 000
Automatisering Aanbestedingen
€ 12. 500 € 137. 500
50% 10%
€ 6. 250 € 13. 750
j an
Outputmodel Gelders Stelsel
€ 50. 000 € 12. 500
30% 70%
€ 15. 000 € 8. 750
Omgevingswet Datalekken
€ 0 € 150. 000
0% 20%
€ 0 € 30. 000
Afspraken dienstverleningsovereenkomsten Taakuitvoering Uittreden deelnemer gemeenschappelijke regeling Calamiteit bij bedrijf Rechtmatigheid
ra
e ga l sr ev r aa
|
J
A D O
Totaal
Geschatte
In de becijfering is rekening gehouden met de kans dat een risico zich voordoet. Het gaat dan om de individuele risico’s en de kans dat dit (individuele) risico zich periodiek voordoet. De kans dat alle risico’s zich op enig moment tegelijkertijd voordoen is ons inziens aanzienlijk lager. Daarom hanteren we een dempingfactor van 05. Het totaal van de financiële risico’s komt daardoor op € 196. 875.
€ 393. 750
Gebruiken we de formule en waarderingstabel (zie hiervoor) dan ziet dit er als volgt uit:
Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen =
----------------------------------------
Benodigde weerstandscapaciteit
Uit de analyse blijkt dat het weerstandsvermogen op basis van de berekening die voor ligt voldoende is.
41
Kengetallen en ratio’s Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten dient een aantal financiële kengetallen in de jaarrekening te worden opgenomen. Deze kengetallen dienen om een beter inzicht te bieden in de financiële positie van de ODA. Het overzicht bevat de volgende kengetallen.
Kengetallen in %
Jaarrekening 2023
1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
42 0 2 gn in e kre ra
j an e
ga l sr
Begroting 2024
Jaarrekening 2024
-7 -7
-2 -2
-7 -7
2. 3.
Solvabiliteitsratio
20 0
13 0
21 0
4. 5.
Grondexploitatie Belastingcapaciteit
n. v. t.
n. v. t.
n. v. t.
n. v. t.
n. v. t.
n. v. t.
De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen geven inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote is in balans; we hebben net zoveel uitzettingen als schulden. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de ODA in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het percentage is in 2024 positief en beter dan 2023. Dit hangt samen met positieve resultaten van 2023 en 2024. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De meeste verschillen zijn van incidentele aard. Zie hiervoor het overzicht van de incidentele baten en lasten als onderdeel van de jaarrekening.
ev r aa
|
J
A D O
42
Financiering De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) verplicht gemeenschappelijke regelingen richtlijnen vast te stellen voor het beheer van de geldstromen en de risico’s die daaraan zijn verbonden. Hiervoor heeft het Algemeen Bestuur op 15 december 2016 een geactualiseerd treasurystatuut vastgesteld. De wijzigingen betreffen onder meer het opnemen van het in 2014 ingevoerde schatkist bankieren en het schrappen van bepalingen die voor de ODA niet van toepassing zijn. Qua vormgeving is overgestapt van een beschrijvend statuut naar een artikelsgewijs opgebouwd treasurystatuut.
Treasuryfunctie De uitvoering van de treasuryfunctie maakt deel uit van de onder steunende financiële diensten die de gemeente Berkelland voor de ODA verricht.
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. De kasgeldlimiet voor een gemeenschappelijke regeling volgens de Wet fido bedraagt 82% van het totaal van de primitieve begroting voor 2024 is dit € 10. 544. 000. De kasgeldlimiet bedraagt dan € 864. 608. Tot nu toe heeft de ODA nog niet hoeven lenen. Aan de hand van de tijdige bevoorschotting worden de lopende activiteiten gefinancierd en is externe financiering niet nodig. Wel moet geconstateerd worden dat bij een behoorlijke toename van activiteiten zoals in het jaar 2018 er een financieringsprobleem kan ontstaan omdat er pas aan het einde van het jaar wordt afgerekend met de partners. In dat geval zal de ODA actie ondernemen om het financieringsprobleem op te pakken. ,
,
42 02 gi n e kre r a
j an
j |
e ga l sr ev r aa
A D O
,
43
Onderhoud kapitaalgoederen Kapitaalgoederen zijn aankopen die een meerjarig gebruik dienen en die we meestal aanduiden als investeringen. Artikel 3 van de financiële verordening bepaalt dat nieuwe investeringen in de begroting moeten worden vermeld. Mocht de ODA met investeringen worden geconfronteerd dan hanteren we de volgende afschrijvingstermijnen: • hardware: 3 jaar • software: 5 jaar • dienstvervoermiddelen: 7 jaar Overigens bepaalt de financiële verordening (artikel 6) dat materiële vaste activa met economische waarde annuïtair worden afgeschreven. In 2024 zijn er geen investeringen in kapitaalgoederen gedaan.
42 02 gi n e kre r a
j an e
ga l sr
j |
ev r aa
A D O
44
Wet
open
overheid (Woo) De Wet open overheid (Woo) is medio 2022 in werking getreden en vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Ook is de Wet Elektronische Publicaties afgelopen zomer in werking getreden. De ODA is een project gestart om de wetten te implementeren in het systeem en daarmee het primaire proces van de omgevingsdienst. Ook is de ODA in gesprek met de deelnemers om omwille van toegankelijkheid meer en gerichter stukken openbaar te maken. ,
,
,
,
Daarnaast heeft de ODA de wens om meer datagedreven en informatie gestuurd te werken. We zijn gestart met het in kaart brengen van de informatiebehoefte/verplichting bezien vanuit de Omgevingswet en de Woo. Aan de hand hiervan bepalen we welk niveau van datavolwassen heid en dataorganisatie nodig is om in de behoefte te voorzien en om aan de verplichtingen van de Woo te voldoen. Aansluitend bepalen we wat nodig is om op het gewenste niveau te komen. Vooralsnog is er nog geen inschatting te geven over de beoogde kwaliteit en aantal documenten. Dat komt omdat we samen met onze deelnemers nog geen keuzes gemaakt hebben over wat we openbaar gaan maken. Vanaf juli 2025 zullen we beginnen met het overnemen van de archieftaken van onze gemeenten. 42 02 gi n e kre r a
j an e
ga l sr
j |
ev r aa
A D O
45
Jaarrekening 2024
42 02 gi n e kre
Balans per 31 december 2024 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Grondslag voorziening Grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording Toelichting op de balans WNT-verantwoording 2024 Overzicht van baten en lasten Toelichting op overzicht van baten en lasten
r a
j an e
ga l sr
j |
ev r aa
A D O
46
Balans
per
31 december 2024
ACTIVA (x € 1. 000) Ultimo 2023
Ultimo 2024
Vaste activa Financiele activa - Overige
uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
2
Totaal vaste activa
2 2
2
Vlottende activa Voorraden - Onderhanden
werk
0
0 0
Uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar - Vorderingen op openbare lichamen
1. 335
- Rekening
1. 783
courant verhouding met het Rijk
0 1. 694 579
3. 118 Liquide middelen - Banksaldi
6
2. 273 5
6
5
Overige vlottende activa 42 0 2 gn in e kre
- Overige
j an
- Vooruitbetaalde
ra
e ga l sr ev r aa
|
J
A D O
vorderingen De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voor financiering op uitkeringen met specifiek bestedingsdoel bedragen
5
125 5
125
Totaal vaste activa
3. 129
2. 403
Totaal activa
3. 131
2. 405
47
Balans
per
31 december 2024
ACTIVA (x € 1. 000) Ultimo 2023
Ultimo 2024
- Bestemmingsreserve
115 50
165 448
- Gerealiseerd
448
-97
201
279
Vaste passiva Eigenvermogen: - Algemene reserve
resultaat
Voorzieningen Totaal vaste passiva
814
795
Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar: - Banksaldi - Crediteuren
1. 185
410
voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
368
6
Nog te betalen bedragen
764
1. 194
- Overige
schulden
Overlopende passiva - De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen 42 0 2 gn in e kre ra
j an e ga l sr ev r aa
|
J
A D O
-
Totaal vlottende passiva
2. 317
1. 610
Totaal activa Aan natuurlijke of rechtspersonen verstrekte borg- en of garantiestellingen
3. 131 0
2. 405 0
48
Grondslagen
voor
waardering
en
resultaatbepaling
Inleiding
Balans
Deze jaarrekening is samengesteld met inachtneming van de voor schriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft.
Activa
Passiva
Vaste activa
Vaste passiva
Financiële activa Waarborgsommen Betreffen betaalde waarborgsommen voor geleasede dienstauto’s. Vlottende activa
Voorzieningen De voorziening harmonisatietoelagen betreft een voorziening voor verplichtingen samenhangend met rechten van voormalig provinciale medewerkers. De voorziening is gevormd ter hoogte van verkregen gelden die voor de medewerkers wordt aangewend.
Voorraden Het onderhanden werk is gewaardeerd tegen reeds gemaakte uren maal het geldende uurtarief.
Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Overige vlottende activa De overige vlottende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
Overlopende passiva Deze passiva worden tegen de nominale waarde
De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij anders is vermeld worden de activa en passiva opgenomen tegen de nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden als last genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming te weten vier jaar. ,
,
,
42 0 2 gn in e kre ra
j an e ga l sr ev r aa
|
J
A D O
opgenomen.
Resultaatbepaling De exploitatielasten van de ODA bestaan hoofdzakelijk uit bedrijfsvoeringskosten. Er is geen sprake van een rechtstreeks risico voor de omgevingsdienst omdat de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling uiteindelijk garant staan voor de bijdragen aan de ODA. De verdeling van de kosten vindt plaats op basis van de in de begroting 2024 afgesproken verdeelsleutel: de (verwachte) afname van de partners per programma.
49
Grondslag voorziening Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c. q. het voorzienbare verlies. Voorzieningen worden gevormd als er sprake is van: • Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is toch redelijkerwijs te schatten. • Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten. • Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt mits het maken van die kosten zijn oorsprong vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. • Middelen verkregen van derden die specifiek besteed moeten worden met uitzondering van de voorschotbedragen verkregen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. ,
,
,
,
,
De vorming van een voorziening dan wel een dotatie aan een al bestaande voorziening is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord. ,
,
42 0 2 gn in e kre ra
j an e
ga l sr
ev r aa
|
J
A D O
50
Grondslagen
voor
de rechtmatigheidsverantwoording
De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten lasten balansmutaties en ook de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiëleverhoudingswet. • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium het begrotingscriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium omvat: – Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals met terugwerkende kracht op 5 december 2024 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld. – Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over en onderscheidingen van baten onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het bestuur zijn gemeld. – Ten aanzien van het M&Ocriterium is de nota M&Obeleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik.
Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. ,
,
,
,
,
•
De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV en ook onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: – Een verantwoordingsgrens van 3% (zijnde € 395. 760) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen. – Een rapporteringstolerantie van € 100. 000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
,
,
,
42 0 2 gn in e kre ra
j an e
ga l sr
ev r aa
|
J
A D O
51
Toelichting
op
de balans Activa Vaste activa
Vlottende activa
Financiële activa
Voorraden
Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (€ 2. 000) Het betreft hier betaalde waarborgsommen in het kader van lease van bedrijfsauto’s.
Onderhanden werk (€ 0) Aangezien de onderhanden werk positie per jaareinde is verrekend met de deelnemers maakt de ‘onderhanden werk positie’ in 2024 deel uit van de nog te ontvangen deelnemersbijdragen en is derhalve verantwoord onder de verantwoord onder de vorderingen op openbare lichamen. ,
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen (€ 1. 694. 000) Het betreft vorderingen op enkele deelnemende gemeenten van de gemeenschappelijke regeling op andere omgevingsdiensten en de provincie. ,
Rekening-courantverhouding met het Rijk (€ 579. 000) Saldo tegoed op het ministerie van Financiën in het kader van schatkistbankieren van € 579. 000. 42 0 2 gn in e kre ra
j an e ga l sr ev r aa
|
J
A D O
Liquide middelen Banksaldi (€ 5. 000) Het banksaldo van de lopende rekening bij de BNG per 31 december 2024.
52
Drempelbedrag schatkistbankieren Van de verplichting om overtollige middelen bij het Rijk aan te houden is een bepaald ‘drempelbedrag’ uitgezonderd. Dit drempelbedrag is voor de ODA € 1. 000. 000. Voor ieder kwartaal over 2024 dient te worden
toegelicht welk bedrag met inachtneming van het drempelbedrag door de ODA buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden. De ODA is in 2024 elk kwartaal onder het drempelbedrag gebleven. Hieronder wordt de specificatie per kwartaal weergegeven:
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar
(1)
Drempelbedrag
(2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag
(3a) = (1) > (2) Overschrijding van het drempelbedrag (3b) = (2) > (1) Berekening drempelbedrag (1)
42 0 2 gn in e kre ra
|
J
A D O
1. 000 Kwartaal 2
1. 000 Kwartaal 3
1. 000 Kwartaal 4
52 948
68 932
54 94
70 930
0
0
0
0
1. 000
1. 000
1. 000
Kwartaal 1 4. 704
Kwartaal 2 6. 166
Kwartaal 3 4. 995
Kwartaal 4 6. 428
91 52
91 68
92 54
92 70
Verslagjaar 9. 373
(4a) (4b)
Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen
9. 373
(4c)
Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
-
Minimumbedrag Drempelbedrag 1. 000 Berekening kwartaalcijfer dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (2) op
(5a)
j an e ga l sr ev r aa
1. 000 Kwartaal 1
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)
(5b) (2) - (5a) / (5b)
Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen
53
Drempelbedrag kasgeldlimiet De kasgeldlimiet zorgt ervoor dat er niet te veel kortlopende leningen worden aangetrokken. De gemiddelde nettovlottende schuld per kwartaal van een openbaar lichaam mag de kasgeldlimiet niet over schrijden. In 2024 is er in geen enkel kwartaal sprake geweest van een overschrijding. De ruimte onder de limiet was voor: 1e kwartaal 2024 2e kwartaal 2024 3e kwartaal 2024 4e kwartaal 2024
€ 2. 380. 000 € 3. 742. 000 € 3. 069. 000 € 2. 371. 000
Overige vlottende activa Overige vorderingen (€ 0) Per 31 december 2024 zijn er buiten de vorderingen op openbare lichamen geen andere vorderingen. ,
,
42 0 2 gn in e kre
ra j an e ga l sr ev r aa
|
J
A D O
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel (€ 0) Per 31 december 2024 staan er geen voorschotbedragen open. Vooruitbetaalde bedragen (€ 125. 000) In 2024 zijn een aantal verzekeringspremies abonnementen licenties en andere kosten betaald die betrekking hebben op het dienstjaar 2025. De lasten worden in 2025 in de exploitatie verantwoord. ,
,
,
54
Omschrijving Algemene reserve
Saldo 1-1-2024 114. 727
Bestemmingsresultaat 2023 50. 054
Vaste passiva
Gerealiseerd resultaat Bestemmingsreserve Omgevingswet
448. 054 50. 000
-448. 054
Eigen vermogen Algemene reserve (€ 165. 000) Bestemmingsreserve (€ 448. 000)
Bestemmingsreserve Huisvesting Totaal
Passiva
Toevoegingen
Onttrekingen
0
0
Saldo 31-12-2024 164. 781 0 50. 000
398. 000 0
0 0
0 0
398. 000 612. 781
Toevoegingen
Vrijgevallen
Aanwendingen
Voorziening harmonisatietoelagen
Saldo 1-1-2024 23. 988
Saldo 31-12-2024 5. 719
Voorziening verlof Voorziening spaarverlof
0 177. 128
5. 402 90. 763
Totaal
201. 116
96. 165
612. 781
Toelichting Algemene reserve (€ 165. 000) Het saldo van de algemene reserve bedroeg per 1 januari 2024 afgerond € 115. 000. Ter versterking van het weerstandsvermogen is een deel van het voordelig resultaat van 2023 ter waarde van € 50.000 toegevoegd aan de reserve. Hierdoor is de reserve nu € 165. 000. ,
42 0 2 gn in e kre ra
j an e
ga l sr
ev r aa
|
J
A D O
Voorzieningen Verloop van de voorzieningen: ,
Bestemmingsreserve (€ 448. 000) Bij de vaststelling van de jaarrekening 2020 is besloten om van het resultaat € 100. 000 te reserveren voor uitgestelde opleidingen en aanpassing van systematiek en systemen met het oog op de invoering van de Omgevingswet. Ter dekking van een deel van het nadelig resultaat van 2022 is € 50. 000 onttrokken. Hierdoor is de reserve nu € 50. 000. Daarnaast is bij het vaststellen van de jaarrekening 2023 besloten om € 398. 000 beschikbaar te stellen voor (nieuwe) huisvesting.
Omschrijving
18. 269
5. 402 267. 891 18. 269
0
279. 012
Gerealiseerd resultaat (€ -97. 000) Het nadelig exploitatieresultaat over 2024 is € 97. 000.
55
Toelichting
Vlottende passiva
De provincie heeft in 2014 enkele rechtspositionele verplichtingen waaronder de harmonisatietoelagen afgekocht voor voormalige provinciale medewerkers die zijn overgegaan naar de ODA. De ODA heeft daarvoor in 2014 een bedrag van € 401. 065 ontvangen. Voor harmonisatie van toeslagen resteert per 1 januari 2024 € 24. 000. In 2024 is € 18. 000 vrijgevallen. Per einde boekjaar is de voorziening € 6. 000.
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
In 2024 heeft een medewerker uren afgezonderd voor pensioen. Hiervoor is een voorziening verlof gevormd van afgerond € 5. 000. Vanaf 2022 kunnen medewerkers vakantieuren sparen. Aangezien er bij verlofsparen sprake is van arbeidskostengerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook onvoorspelbare afbouw kennen is hier een voorziening voor gevormd. Per 1 januari 2024 was € 177. 000 afgezonderd in 2024 is daar € 90. 00 aan toegevoegd. Hiermee is de voorziening eind 2024 € 268. 000.
Omgevingsdienst Regio Nijmegen , omzet t/m dec. 24 € 60. 000 Gemeente Berkelland , financiële administratie + implementatie
,
,
,
,
Crediteuren (€ 410. 000) De belangrijkste crediteuren per 31 december 2024: Omschrijving Digitale checklisten , licenties 2024/2025
Bedrag € 69. 000
salarisadministratie DPA Cauberg-Huygens , verrekening controles 2024
€ 46. 000 € 31. 000
Data Dolphins BV , inhuur personeel nov. 2024 Diverse kleine(re) crediteuren
€ 21. 000 € 183. 000
Totaal
€ 410. 000
42 0 2 gn in e kre ra
j an e
ga l sr
ev r aa
|
J
A D O
56
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkering met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren (€ 6. 000) Het gaat hierbij om de volgende voorschotbedragen: Omschrijving
Saldo
Toevoegingen
Aanwendingen
Saldo
RvO , Ondersteuning energiebesparingsplicht F21
1-1-2024 125. 049
269. 209
394. 258
31-12-2024 0
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat , IB programma VTH E93
242. 925
5. 996
242. 925
5. 996
Totaal
367. 974
275. 205
637. 183
5. 996
Niet uit de balans blijkende verplichtingen De gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Achterhoek heeft een huurverplichting voortvloeiend uit een 1jarig huurcontract eindigend op 31 maart 2025 met een optie tot tijdelijke verlenging in verband met de verhuizing naar Doetinchem. De huur wordt jaarlijks geïndexeerd. De verwachte huurlasten voor 2025 bedragen € 185. 000 exclusief btw. Dit betreft de huurkosten voor Bronckhorst en het Hanzepand in Doetinchem.
Nog te betalen bedragen (€ 1. 194. 000) Omschrijving
42 0 2 gn in e kre
Bedrag
Belastingdienst , loonheffing december + maand 13 2024 Belastingdienst , afdracht btw 4e kwartaal 2024
€ 572. 000 € 260. 000
ABP , premie december + maand 13 2024 Gemeente Oost Gelre , afrekening 2024
€ 117. 000 € 110. 000
Diverse kleinere bedragen nog te betalen Totaal
€ 135. 000 € 1. 194. 000
ra
j an e
ga l sr
ev r aa
|
J
A D O
57
WNTverantwoording 2024 De WNT is van toepassing op de ODA. Het voor de ODA toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2024 € 233. 000. Dit betreft het algemeen WNTbezoldigingsmaximum.
Gegevens 2024
1. Bezoldiging topfunctionarissen
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in ft) Dienstbetrekking?
089 , ja
1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling.
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
111.77849 ,
Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
18.18624 , 129.96473 ,
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
207.37000 ,
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging
N. v. t. 129.96473 ,
bedragen
x € 1
P. G. M. van Oosterbosch
Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2024
Directeur 01-01 t/m 31-12
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N. v. t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N. v. t.
Gegevens 2023 bedragen
x € 1
Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2023 42 0 2 gn in e kre
ra j an e ga l sr ev r aa
|
J
A D O
P. G. M. van Oosterbosch Directeur 01-01 t/m 31-12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking?
089 , ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
106.97784 ,
Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
17.36592 , 123.56321 ,
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
198.47000 ,
Bezoldiging
123.56321 ,
58
1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12 Niet van toepassing.
1f. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 2. 100 waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is Niet van toepassing.
1c. Toezichthoudende topfunctionarissen Niet van toepassing.
1g. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van € 2. 100 of minder waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is Niet van toepassing.
1d. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 2. 100 of minder Niet van toepassing.
42 0 2 gn in e kre
ra j an e ga l sr ev r aa
|
J
A D O
2. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen
Naam topfunctionaris
Functie
Niet van toepassing.
J. H. A van Oostrum B. T. M. Porskamp
DB/AB vz DB/AB
3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT
M. Eggink-Meuleman S. L. Hiddinga
DB/AB DB/AB
T. M. M. Kok H. G. Bulten
AB AB
G. J. M. Nijland G. E. Visser
AB AB
H. J. M. Verschure W. J. P. Pelgrom
AB AB
D. E. Vreugdenhil
AB
Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2024 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings voorwaarden en misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties het begrotings voorwaarden en misbruik en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. ,
1e. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 2. 100 Niet van toepassing.
,
,
,
,
,
59
Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen van de ODA en met bepalingen in de relevante wet en regelgeving. Bij de waarderings grondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 5 december 2024 vastgestelde normenkader van de relevante wet en regelgeving verder toegelicht.
Bevinding
Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 395. 760.
Begrotingscriterium (x € 1. 000) 1A. O verschrijding lasten programma’s (of indien van toepassing een ander het bestuur
2.
O ngeautoriseerde reservemutaties (veelal zijn dit ook getrouwe beeldfouten , die in de jaarstukken aangepast kunnen worden)
Over en onderschrijding van baten of onderschrijdingen van lasten/ investeringen zijn onrechtmatig als deze afwijkingen niet tijdig in de (bijgestelde) begroting zijn verwerkt. Onder tijdig wordt verstaan: afwijkingen van de (bijgestelde) begroting worden bij de jaarrekening gemeld en toegelicht. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV van oktober 2024.
3.
O verschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan het bestuur zijn gemeld (hangt af van de intern
,
42 0 2 gn in e kre ra
j an e ga l sr ev r aa
|
J
A D O
Het Dagelijks Bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties tot stand zijn gekomen boven de daarvoor gestelde grens. De geconstateerde afwijkingen2 betreffen:
vastgesteld autorisatieniveau) 1B. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten)
vastgelegde spelregels in bijvoorbeeld de financiële verordening art. 212 Gemeentewet over de planning & controlcyclus , budgetafwijkingen , budgetoverheveling etc. ). Totaal begrotingsonrechtmatigheden 4. T otaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid vermelden en verwijzen naar dit vooraf vastgestelde beleid. 4.
Resterend saldo aan begrotingsonrechtmatigheden (inhoudelijk hier toelichten en in de paragraaf bedrijfsvoering)
2 De afwijkingen (fouten en/of onduidelijkheden als gedefinieerd in de notitie rechtmatigheidsverantwoording) worden alleen in de rechtmatigheidsverantwoording
Voorwaardencriterium Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed (inhoudelijk hier toelichten en in de
vermeld indien de door het algemeen bestuur gestelde verantwoordingsgrens voor rechtmatigheid is overschreden. Op basis van afspraken tussen het algemeen bestuur en
paragraaf bedrijfsvoering) M&O criterium
het dagelijks bestuur kunnen afwijkingen die lager zijn dan deze grens in de paragraaf bedrijfsvoering worden vermeld.
Geen bevindingen Totaal van onrechtmatigheden
€ 1. 335 € 0 € 0
€ 0 € 1. 355
€ 1. 355 € 0
€
€ 1. 355
60
Het totaal van de onrechtmatigheden is € 1. 355. 000. Deze komen voort uit overschrijdingen binnen de lasten programma’s zowel op de lasten alsmede op de baten. De toelichting op deze overschrijdingen kunt u terugvinden in de paragraaf Bedrijfsvoering. ,
Daarnaast is in de paragraaf Bedrijfsvoering op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de Commissie BBV en op basis van de afspraken met het algemeen bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het Dagelijks Bestuur ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
42 0 2 gn in e kre ra
j an e
ga l sr
ev r aa
|
J
A D O
61
Overzicht
van
baten
en
lasten
Baten en lasten per programma
Overzicht van baten en lasten per taakveld (x € 1. 000)
Begroting 2024
Realisatie 2024
Begroting realisatie
Taakveld
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Saldo
Programma 1 Vergunningverlening Programma 2 Toezicht en Handhaving
7. 4 Milieubeheer 7. 4 Milieubeheer
2. 407 5. 788
1. 765 3. 550
2. 133 5. 692
1. 531 3. 804
-40 -350
Programma 3 Advies Programma 4 Stelseltaak
7. 4 Milieubeheer 7. 4 Milieubeheer
2. 266 80
1. 575 373
3. 619 122
2. 617 432
311 -17
Programma 5 Projecten
7. 4 Milieubeheer
3
0
903
Overzichten Overhead
0. 4 Overhead ondersteuning
-
3. 203
Algemene dekkingsmiddelen Bedrag onvoorzien
0. 5 Treausury 0. 8 Algemene baten en lasten
Programmaplan
Gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten normale bedrijfsvoering Bijdrage deelnemers in het tekort 2023 Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Resultaat 42 0 2 gn in e kre ra
j an e
ga l sr
ev r aa
|
J
A D O
-
10. 544
10. 544
-
-
4. 182
900
-979
0 78
-
-
-
0
0 78
10. 544
12. 468 0
12. 566
-98
0 12. 566
-98
10. 544
12. 468
De baten en lasten over de programma’s zijn op directe wijze toegerekend aan de hand van de directe kosten en opbrengsten per productgroep. De baten en lasten zijn weergegeven aan de hand van het format dat met de Gelderse Omgevingsdiensten onderling is afgesproken. Voor de toelichting op de programma’s wordt verwezen naar de desbetreffende beleidshoofdstukken.
62
Baten en lasten naar kosten categorieën
Omschrijving (x € 1. 000)
2023
2024
2024
Realisatie
Begroting
Realisatie
Lasten 1 2
Personele kosten/Inhuur en diensten derden Organisatiekosten
8. 488 916
8. 334 938
10. 071 1. 357
3 4
Organisatieontwikkeling en SPP Bovenregionale taken
92 283
116 373
0 432
5 6
Organisatieondersteuning Algemene lasten
649 0
706 78
706 0
10. 428
10. 544
12. 566
Baten Bijdragen van derden
690
83
1. 068
Bijdragen deelnemers Totaal baten
10. 186 10. 876
10. 461 10. 544
11. 400 12. 468
448
0
-98
Totaal lasten
21 25
Resultaat reguliere bedrijfsvoering Verrekening resultaat 42 0 2 gn in e kre
26 27
Verrekening met deelnemers rekeningsaldo Bijdrage/Onttrekking algemene reserve Gerealiseerd resultaat
0 448
0
-98
ra
j an e
ga l sr
ev r aa
|
J
A D O
63
Toelichting overzicht van baten
lasten
en
Lasten (€ 2. 022. 000 nadelig) Personeelskosten/inhuur en diensten derden (€ 1. 737. 000 nadelig) De personele kosten en inhuur diensten derden bestaan uit de kosten van eigen personeel en de capaciteit van derden die wordt ingehuurd. Deze inhuur betreft zowel detacheringen als gerichte dienstverlening door bureaus. De capaciteit van derden is de flexibele schil naast de eigen capaciteit van de ODA. Opbrengsten uit detachering van medewerkers van de ODA komen ten gunste van deze post. De totale lasten vallen ruim € 2. 200. 000 hoger uit. Door toenemende werk zaamheden in combinatie met het zeer lastig kunnen invullen van vacatures en het inzetten van trainees liggen de kosten hoger dan begroot. Hier staan echter deels ook hogere opbrengsten tegenover. Organisatiekosten (€ 419. 000 nadelig) De organisatiekosten zijn aanzienlijk hoger dan begroot. Bijna een kwart hiervan (€ 90. 763) is toe te schrijven aan reserveringskosten voor verlofdagen. Daarnaast heeft de groei in fte’s in 2024 geleid tot hogere uitgaven voor onder andere opleiding reiskosten overige personeels kosten en ICT. Tevens zijn er kosten gemaakt voor de werving en selectie van de directeur en de inhuur van projectconsultancy voor de risicomodule ,