CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

20. Raadsmededeling 153-2024 Vergunningverlening, toezicht en handhavingsbeleid

Gemeenteraad 26 november 2024, gemeente AaltenBij agendapunt: Mededelingen van de voorzitter en advies van de agendacommissie over de ingekomen stukken34.735 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

1.2

Afbakening

Deze uitvoeringsstrategie gaat over de gemeentelijke VTH-taken die onder de Omgevingswet vallen, inclusief onderdelen van onze lokale verordeningen die deel gaan uitmaken van het omgevingsplan. Concreet gaat het om preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving voor onder meer: omgevingsplan, evenementen, milieu, bouw, sloop, brandveiligheid, bouwveiligheid, monumenten, reclame, rooien van bomen, natuurbescherming, in- en uitritten, openbare ruimte en fysieke veiligheid. Deze strategie heeft twee functies. Ten eerste kan deze als motivering dienen voor besluiten. Ten tweede wordt vastgelegd hoe er met bevoegdheden wordt omgegaan. Met deze strategie legt het bevoegde bestuursorgaan (verder: de gemeente) zichzelf verplichtingen op. De gemeente is in beginsel verplicht te handelen volgens haar eigen beleidsregels. Deze uitvoeringsstrategie en het ‘Beleidsplan omgevingsrecht VTH’, vertalen we door in ons jaarlijks uitvoeringsprogramma. Daarin leggen we elk jaar vast welke instrumenten we inzetten, met welke intensiteit en met welke personele en financiële inzet.

1.3

Opbouw

De onderdelen van deze uitvoeringsstrategie zijn in onderstaand figuur gevisualiseerd.

Pagina 5 van 32

Gemeente Aalten

In hoofdstuk 2 is onze preventiestrategie uitgewerkt en in hoofdstuk 3 de vergunning strategie. De toezichts-, handhavings- en gedoogstrategie staan in de hoofdstukken 4 en 5.

Pagina 6 van 32

Gemeente Aalten

2

Preventie

We bieden inzicht in onze lokale regels aan burgers en bedrijven. Daarmee kunnen we overtredingen voorkomen die goedwillende en onbewuste overtreders kunnen maken. Het doel is om burgers en bedrijven van de juiste informatie en kennis te voorzien, zodat zij bij hun activiteiten op de hoogte zijn van de regels die gelden.

2.1

Voorlichting

We zetten voorlichting in om te voorkomen dat overtredingen ontstaan uit een gebrek aan informatie en kennis. Burgers en bedrijven worden door ons geïnformeerd over verandering van wet- en regelgeving, indieningsvereisten en mogelijkheden voor aanvragen:  We verstrekken informatie over beleid, wetgeving, regels en indieningsvereisten via onze gemeentelijke website, telefonisch, aan de balie en in gemeentelijke publicaties. Het Klant Contact Centrum (KCC) beantwoordt algemene vragen en zet door naar inhoudelijke behandelaars;  We benutten en vullen het landelijk Digitale Stelsel Omgevingswet waar aanvragers een vergunning check, vergunningaanvraag of melding kunnen doen en waar de regels voor een locatie of gebied worden getoond;  We hebben op basis van een eerste schets van een initiatief (principeverzoek) omgevingsoverleg over indieningsvereisten, voor een globaal inzicht in of een initiatief kansrijk is en voor het informeren over de mogelijkheden voor indiening van aanvragen;  We koppelen de (beoordelings)resulaten na het omgevingsoverleg terug; en  We verstrekken informatie tijdens controles. Sommige controles kondigen we vooraf aan waardoor voorzieningen toegankelijk, en benodigde documenten beschikbaar zijn.

2.2

Verzoek om omgevingsoverleg

Een initiatiefnemer kan op basis van een conceptaanvraag een verzoek tot omgevingsoverleg doen via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Onze werkwijze met betrekking tot conceptaanvragen en het omgevingsoverleg leggen we vast in werkprocessen en onze VTH-applicatie. We beoordelen conceptaanvragen tijdens een omgevingsoverleg, waarbij we adviezen inwinnen bij de vakspecialisten. Indien wenselijk nodigen we de initiatiefnemer uit om de uitkomsten te bespreken. Door de kortere besluitvormingstermijn voor aanvragen onder de Omgevingswet vindt een omgevingsoverleg vóór indiening van een aanvraag plaats. Bij complexe en omvangrijke initiatieven betrekken we (indien nodig) ketenpartners en andere overheden. Uit het omgevingsoverleg komt een indicatie van de haalbaarheid van een initiatief op maatgevende facetten. Vervolgens kan de aanvrager het initiatief zo nodig nog aanpassen voorafgaand aan het formele indieningstraject.

2.3

Participatie

Onze gemeenteraad stelt vast voor welke vergunningprocedures participatie verplicht is. We stimuleren initiatiefnemers om een participatieproces te doorlopen. Dit doen we aan de hand van het gemeentelijke participatiebeleid. Via een participatieproces kan de initiatiefnemer zorgen voor voldoende bekendheid van het initiatief bij belanghebbenden, en kunnen belanghebbenden een bijdrage leveren. Wij kunnen dit meenemen in de beoordeling van de vergunningaanvraag voor het initiatief. Wij (gemeente) kiezen voor een neutrale rol in het participatieproces; zoals gezegd stimuleren we de initiatiefnemer tot het doorlopen van een participatieproces. Daarnaast stellen we op verzoek feitelijke kennis en informatie beschikbaar aan betrokken partijen. Evenementenvergunningen/meldingen publiceren we. Daarnaast vragen we de organisator(en) om de direct betrokken burgers te informeren. Daar waar evenementen niet gebruikelijk zijn, en bij de nieuwe en de grote(re) evenementen, zijn wij hier extra alert op.

Pagina 7 van 32

Gemeente Aalten

2.4

Actieve openbaarmaking

Bij publicatie en actieve openbaarmaking van besluiten volgen we de Omgevingswet (o.a. artikel 10.2, 16.5, en 16.6), de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 3:43, 3:44 en 3:45), de Wet open overheid en de Wet elektronische publicaties:  We maken vergunningaanvragen bekend in een elektronische publicatie met een zakelijke weergave van de inhoud en de dag van ontvangst van de aanvraag;  We maken het besluit op een vergunningaanvraag bekend aan de aanvrager en de vergunninghouder;  We delen het besluit mede aan degenen die zienswijzen hebben ingebracht, en aan de adviseur ingeval het besluit afwijkt van het advies;  We publiceren een kennisgeving en de ter inzagelegging van een besluit in de door onze gemeente uitgegeven publicatie; en  We publiceren een kennisgeving van een melding in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving (verder: Bal) in een elektronische publicatie.

2.5

Samenwerking bij preventie

Bij veranderende wetgeving of ontwikkelingen (zoals de Omgevingswet) werken we samen met partners zoals het waterschap, veiligheidsregio, politie, Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) bij het verstrekken van kennis en informatie. Dit doen we door informatie op te nemen op websites, het organiseren van bijeenkomsten of het gericht uitdoen van mailingen.

Pagina 8 van 32

Gemeente Aalten

3

Vergunningen

Onder de procedure van vergunningverlening verstaan we het:  verlenen, weigeren, reviseren, wijzigen of (gedeeltelijk) intrekken van een vergunning of ontheffing;  behandelen van een melding1;  besluiten over maatwerk en/of gelijkwaardigheid;  afgeven van (bindende) adviezen bij buitenplanse afwijkingen;  besluiten over het al dan niet vereisen van een MER (m.e.r.-beoordeling).

3.1

Basiswerkwijze

De Omgevingswet leidt tot veranderingen in het vergunning proces. Zo is de reguliere procedure met een termijn van acht weken standaard. Ook vervalt de vergunning van rechtswege als de termijn is verstreken. De gemeente neemt altijd een besluit op de vergunningaanvraag; bij het overschrijden van de termijn kan de initiatiefnemer een beroep doen op de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen. Uitgangspunten bij vergunningverlening en het behandelen van meldingen zijn:  initiatiefnemers zijn zelf verantwoordelijk voor het indienen van goede en volledige aanvragen en meldingen;  we houden ons bij de taakuitvoering aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur: zorgvuldigheid, rechtszekerheid en gelijkheid;  vergunningen zijn afgestemd op wet- en regelgeving en zijn begrijpelijk geformuleerd, naleefbaar en beoordeeld of handhaafbaarheid;  algemene inzichten vanuit de bezwaarschriftencommissie worden gedeeld met de vergunningverleners om de kwaliteit van de inhoud van vergunningen te verbeteren;  besluiten op vergunningaanvragen worden tijdig genomen, conform de wettelijke termijnen of eigen streeftermijnen; en  er is afstemming met andere bestuurs- of adviesorganen indien een instemmings- of adviesplicht van kracht is. We hebben de taak om de belangen vanuit verschillende disciplines te coördineren.

Bij aanvragen van een omgevingsvergunning wordt gewerkt met de rol van casemanager. Bij een aanvraag waarvoor meerdere disciplines betrokken zijn wordt de casemanager betrokken. De aanvrager en belanghebbenden hebben een vast aanspreekpunt. De casemanager krijgt vanuit de betrokken disciplines adviezen aangereikt en ziet toe op het integrale karakter van de vergunning. Ons hoofdproces voor het beslissen op een vergunningaanvraag en het beoordelen van een melding volgt onderstaande stappen. Daarbij volgen wij voor vergunningaanvragen de wettelijke reguliere of uitgebreide procedure zoals vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb) en de Omgevingswet.

Hoofdproces 1. Inboeken, registreren en digitaliseren van de aanvraag; 2. Sturen van een ontvangstbevestiging; 3. Vergunningverlener c.q. casemanager: a. beoordeelt bevoegd gezag; b. beoordeelt uitgebreide of reguliere procedure; c. beoordeelt meervoudige of enkelvoudige aanvraag; d. beoordeelt wel of geen bibobonderzoek; e. publiceert aanvragen en (concept)beschikkingen; f. houdt overzicht over lopende procedures; en 1 Zoals voor milieu, brandveilig gebruik, sloop en het lozen buiten inrichtingen. Bij de inwerkingtreding

van de Omgevingswet wordt het Activiteitenbesluit vervangen door het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Pagina 9 van 32

Gemeente Aalten

g. bewaakt de voortgang van lopende procedures. 4. De vergunningverlener is verantwoordelijk voor het afhandelen van de aanvraag. De vergunningverlener: a. toetst volledigheid en ontvankelijkheid op basis van indieningsvereisten en samenloop met andere vergunningen/meldingen; b. toetst (vak)inhoudelijk aan alle relevante beoordelingskaders; c. zet de aanvraag uit bij interne- en externe adviseurs; d. bewaakt de termijn; e. is aanspreekpunt voor de aanvrager, en informeert de aanvrager; f. stelt de (concept)beschikking op; g. maakt een legesberekening ter voorbereiding op de legesfactuur (facturering door Financiën); en h. registreert (behandelstappen en documenten). 5. Archiveren beschikkingen (ditgitaal). Een afschrift van de beschikking/melding wordt verstuurd aan adviserende externe adviseurs in verband met toezicht en handhaving op die beschikking. 6. Mogelijke zienswijze, bezwaar, beroep en hoger beroep, eventueel gecombineerd met een voorlopige voorziening. Vergunningaanvragen worden digitaal behandeld. We sturen op digitale indiening. We digitaliseren aanvragen die op papier worden ingediend. De werkprocessen en werkafspraken hebben we vastgelegd in onze VTH-applicatie. Hierin doorlopen we de processtappen en is aangegeven wie waarvoor verantwoordelijk is. De meest voorkomende correspondentie, beschikkingen, adviezen en vergunningvoorschriften zijn gestandaardiseerd.

We beoordelen bij de ontvangst van een melding – zoals brandveilig gebruik en onder de Wet kwaliteitsborging bouwen voor bouwactiviteiten – of deze compleet is. Er volgt geen besluit op een melding. Als toezicht nodig is, dan starten we dat werkproces. Als een concrete(re) uitwerking van voorschriften nodig is voor het voorkomen van risico’s en/of voor een betere handhaafbaarheid, dan worden maatwerkvoorschriften opgelegd of een gelijkwaardigheidsbesluit genomen. Dit krijgt verder invulling nu de Wet kwaliteitsborging (Wkb) en de Omgevingswet in werking zijn getreden.

3.2

Ontvankelijkheid

De korte afhandelingstermijn voor (bijna alle) vergunningaanvragen maakt het noodzakelijk om aandacht te geven aan de toets op ontvankelijkheid. Een beoordeling van de aanvraag is mogelijk als de vereiste stukken aanwezig zijn. Het toetsen van een aanvraag op ontvankelijkheid voorkomt dat in het vervolg van het proces de toetsing niet (geheel) kan worden uitgevoerd. We verrichten een ontvankelijkheidstoets bij alle aanvragen. Als richtlijn geldt dat binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag schriftelijk om aanvullende gegevens wordt verzocht. Een aanvrager krijgt een redelijke termijn om ontbrekende gegevens aan te leveren. Als de gevraagde stukken niet, niet op tijd of niet volledig worden aangeleverd, dan wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. Dit wil zeggen dat de aanvrager een besluit krijgt dat zijn aanvraag buiten behandeling blijft. Tegen dit besluit kan bezwaar worden ingediend. Als voor het verlenen van een vergunning toestemming van een ander bestuursorgaan nodig is om een bepaalde activiteit uit te voeren en deze niet of onvolledig is ingediend, dan kan de aanvraag niet in behandeling worden genomen. Daarbij geven we gelegenheid om binnen een bepaalde termijn de aanvraag aan te vullen.

In het kader van de Wet samenhangende besluiten bekijken wij of voor het realiseren van de aangevraagde activiteit ook overige vergunningen of meldingen nodig zijn, en informeren we de aanvrager.

Pagina 10 van 32

Gemeente Aalten

3.3

Bibob-toets

We voeren een Bibob-toets uit conform onze gemeentelijke beleidsregels voor toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob). In de beleidsregel is vastgelegd bij welke aanvragen om een omgevingsvergunning in beginsel een Bibob-toets wordt toegepast. Daarnaast kan bij signalen in alle gevallen een Bibob-toets worden toegepast. Als een Bibobadvies wordt gevraagd aan het landelijk bureau Bibob, dan wordt conform de Wet Bibob de wettelijke behandeltermijn opgeschort en stellen we de aanvrager daarvan op de hoogte.

3.4

Inwerkingtreding vergunning

In de Omgevingswet is vastgelegd dat bij een reguliere procedure de omgevingsvergunning van kracht is na de dag waarop het besluit bekend is gemaakt. De Omgevingswet geeft een mogelijkheid om gevallen aan te wijzen waarbij sprake is van uitgestelde inwerkingtreding. Binnen onze gemeente geldt uitgestelde inwerkingtreding bij activiteiten die kunnen leiden tot een wijziging van een bestaande toestand die niet kan worden hersteld (onomkeerbaarheid). Het betreft: 1) Kappen 2) Slopen in beschermd stadsgezicht en op grond van ruimtelijke regels 3) Wijzigingen aan (gemeentelijke-, provinciale- en Rijks)monumenten 4) Aanleg

3.5

Intrekken vergunning

Verleende vergunningen kunnen worden ingetrokken. Dit geldt bijvoorbeeld voor vergunningen voor werken die niet zijn gestart of langer dan zes maanden stilliggen. Daarmee wordt voorkomen dat activiteiten worden gerealiseerd volgens verouderde normen in wetgeving, en dat werken voor langere tijd onnodig blootstaan aan de elementen. Afweging is ook dat belanghebbenden na lange tijd geen mogelijkheden meer hebben om tegen een (onherroepelijke) vergunning de gebruikelijke rechtsmiddelen aan te wenden. De Omgevingswet kent een termijn van minimaal een jaar waarna de gemeente de vergunning kan intrekken. Ook kan een vergunning worden ingetrokken als er veelvuldig wordt gehandeld in strijd met de vergunning of als er sprake is van (vastgestelde) criminele activiteiten. In de volgende gevallen zal aan de vergunninghouder een nadere termijn worden gegund waarbinnen met de werkzaamheden een aanvang moet zijn gemaakt. De vergunninghouder: a. kan zijn intentie tot bouwen concreet aantonen (opdracht aan bouwbedrijf, facturen); b. voert persoonlijke omstandigheden op die tot uitstel van bouwwerkzaamheden leiden.

3.6

Rechtsbescherming

De Awb is van toepassing op besluiten en vergunningen onder de Omgevingswet. Voor belanghebbenden staan de volgende rechtsmiddelen open (behoudens specifieke in de Awb bepaalde uitzonderingen): Besluit Omgevingsvergunning regulier Omgevingsvergunning uitgebreid Maatwerkvoorschrift Handhavingsbesluit

Zienswijze

Bezwaar X

X X (voornemen)

X X

Beroep rechtbank X X X X

Beroep RvS X X X X

Bij een handhavingsbesluit en bij een afwijzing van een vergunningaanvraag wordt een voornemen verzonden waarop zienswijzen kunnen worden ingediend. De zienswijzen worden meegenomen in de belangafweging voor het definitieve besluit.

Pagina 11 van 32

Gemeente Aalten

3.7

Beoordelingskader Omgevingsplanactiviteit

Omgevingsplan Het omgevingsplan bevat onze lokale regels voor de fysieke omgeving. We beschikken over een omgevingsplan van rechtswege: ons tijdelijke omgevingsplan. Er is een transitieperiode tot 2030 om ons omgevingsplan voor het grondgebied vast te stellen waarin alle regels zijn opgenomen voor de fysieke omgeving. De Omgevingswet kent geen actualisatieplicht. Wel is er de verplichting om de gemeentelijke omgevingsvisie, landelijke provinciale instructieregels, beleid voor de fysieke omgeving en verleende vergunningen te vertalen naar en op te nemen in het omgevingsplan. Op dit moment wordt een plan van aanpak opgesteld om per gebied naar een dekkend omgevingsplan te werken.

Beoordeling van activiteiten In combinatie met de landelijke regels blijkt:  welke activiteiten in de fysieke omgeving zonder meer mogelijk zijn;  voor welke activiteiten een informatieplicht of meldingsplicht geldt;  welke activiteiten zijn toegestaan op basis van een vergunning; en  welke activiteiten niet zijn toegestaan; er kan een vergunningaanvraag worden gedaan voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een aanvraag voor wijziging omgevingsplan. Vergunningaanvragen worden getoetst aan het omgevingsplan. Dit gebeurt op een grondige manier. Voor bouwactiviteiten wordt beoordeeld op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties, welstandseisen en technische aspecten waarvoor de gemeente verantwoordelijk is en regels zijn opgenomen in het omgevingsplan. Als blijkt dat een activiteit niet voldoet dan beoordelen we of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) of wijziging omgevingsplan voor die activiteit mogelijk is (zie onder ‘Afwijkingen’).

Afwijkingen Initiatieven die niet zijn toegestaan volgens de regels in het omgevingsplan kunnen gebruik maken van de vergunningprocedure voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Voor sommige ontwikkelingen is de procedure tot het wijzigen van het omgevingsplan beter passend of noodzakelijk. De gemeenteraad neemt het besluit over een wijziging van het omgevingsplan en heeft de mogelijkheid om dit te delegeren naar het college. Voor de vergunningprocedure is het college bevoegd. De gemeenteraad wijst gevallen aan waarvoor zij adviesrecht heeft en bindend advies geeft aan het college voordat een besluit op de vergunningaanvraag wordt genomen.

Uitvoeren van een werk Bij de beoordeling van aanvragen voor het uitvoeren van een werk zoals afgraven of ophogen ligt de prioriteit op archeologie, bodem, natuurwaarden, cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Ons omgevingsplan bevat de gebiedswaarden waarop we beoordelen.

Parkeerbeleid Een van de beoordelingskaders voor ruimtelijke ontheffingen/plannen is de toetsing aan de beleidsregel parkeernomen gemeente Aalten. In deze beleidsregel zijn, per functie, normen voor parkeren opgenomen.

Welstand Welstand is een belang dat wordt meegenomen in de ruimtelijke afweging. Concreet houdt dat in dat het (bouw)plan moet voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in de Welstandnota. Een aanvraag wordt getoetst aan redelijke eisen van welstand. De toetsing aan welstand gebeurt mede door de Commissie Omgevingskwaliteit Aalten.

Pagina 12 van 32

Gemeente Aalten

3.8

Beoordelingskader bouwtechnische activiteit

Voor bouwen is de preventieve toets een ‘aannemelijkheidstoets’: een vergunning voor de activiteit bouwen wordt verleend als voldoende aannemelijk is dat het bouwplan voldoet aan de technische voorschriften. Hiermee stelt de wetgever dat de gemeente bij het toetsen van de bouwaanvraag niet de verantwoordelijkheid overneemt van de vergunninghouder of bouwer. De toetsingsstrategie voor (bouw)aanvragen heeft tot doel om te komen tot een uniforme manier van toetsen door een kwaliteitsniveau vast te leggen. Ongeacht de behandelend medewerker vindt een eenduidige toetsing plaats. Ook zetten we aan de hand van de toetsingsstrategie de beschikbare middelen zo efficiënt en effectief mogelijk in. Aanvragen voor vergunningplichtige bouwwerken toetsen we aan de volgende onderdelen:  bouwtechnisch (niet vallend onder Wkb) conform Besluit bouwwerken leefomgeving; en  Bibob conform gemeentelijke beleidsregel.

Bouwtechnische toetsing De landelijke bouwtechnische regels zijn opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De bouwtechnische toetsing die de gemeente uitvoert is voor bouwwerken die niet onder gevolgklasse 1 van de Wkb vallen. Het is praktisch onmogelijk om alle voorschriften uitputtend te toetsen. Hiervoor ontbreken (financiële) middelen en capaciteit. Bovendien vraagt niet elk bouwwerk om deze toetsing. Voor de technische toetsing van aanvragen is het noodzakelijk tot een lokaal, verantwoord kader te komen waarin we aannemelijk maken of aan de regelgeving wordt voldaan.

Toetsingsniveaus De toetsing van een aanvraag met een bouwactiviteit baseren we op de landelijke toetsingsmatrix. Deze werkt met vier niveaus van toetsing. Per type bouwwerk is afhankelijk van het risico bepaald op welk niveau ieder van de aspecten getoetst wordt. De toetsingsniveaus beschrijven de diepgang van de beoordeling. Doel is om de toetsingskwaliteit van aanvragen te waarborgen: vastleggen van een toetsingsniveau waaraan wordt getoetst. Er zijn vier toetsingsniveaus waarbij de diepgang oploopt van 1 naar 4. Er is voor gekozen om de toetsingsniveaus algemeen te beschrijven en niet voor elk individueel voorschrift te definiëren wat onder het toetsingsniveau moet worden verstaan. 1

Werkniveau Sneltoets

2

Globaal

3

Representatief

4

Grondig

Pagina 13 van 32

Toetsingsniveau Toetsen aan de compleetheid van de (technische) informatie: - aanwezigheid tekeningen/berekeningen; - vereiste voorzieningen op tekening aangegeven en globale inschatting plausibel dat aan eisen worden voldaan Toetsen of uitgangspunten conform norm zijn: Controle door na te gaan of uitgangspunten uit tekeningen/berekeningen zijn te halen door bijvoorbeeld: - maten of meten; - controle andere specificatie (bijv. certificaat); - controle rekenmethode wordt er voldaan aan de gestelde eisen; tekeningen en berekeningen worden naast de eis gelegd en met elkaar vergeleken. Toetsen of berekeningen correct zijn weergegeven: Controle door aantal representatieve onderdelen (vooral de constructieve- en brandveiligheid) op tekening en/of in berekening rekenkundig te controleren. Toetsen op alle onderdelen: - voorschrift integraal controleren; - berekeningen narekenen; - zo nodig complexe berekeningen laten beoordelen.

Gemeente Aalten

Toetsingsmatrix Het toetsingsprotocol is een matrix. Horizontaal, in de rijen, zijn de thema’s/aspecten aangegeven en verticaal de gebruiksfuncties. De matrix is opgenomen in bijlage 1.

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Bij inwerkingtreding van de Wkb per 1 januari 2024 vervalt de toetsing en het toezicht op het grootste deel van het huidige Bouwbesluit voor bouwwerken in gevolgklasse 1 (GK1): minder complexe bouwwerken zoals woningen, eenvoudige bedrijfsgebouwen en risicodragende verbouwingen. Onze toetsings- en toezichtstrategie geldt voor de bouwwerken die niet vallen GK1 van de Wkb. Bouwwerken die vallen onder GK1 worden door ons niet meer bouwtechnisch getoetst, wel blijft bij deze bouwwerken de toetsing aan ons omgevingsplan via de vergunning voor de omgevingsplanactiviteit. Van de GK1 bouwwerken ontvangen we voorafgaand aan de bouw een melding bouwactiviteit met een borgingsplan, risicobeoordeling en gegevens over de kwaliteitsborger. Na afloop van de bouw ontvangen we een melding met een verklaring van de kwaliteitsborger. Deze documenten worden op volledigheid getoetst en steekproefsgewijs vindt verdieping c.q. een gemeente check op specifieke aspecten plaatst. Verder voeren we in alle gevallen een administratieve check uit op de kwaliteitsborger en de te gebruiken instrumenten door die kwaliteitsborger. Deze check is om te beoordelen of de kwaliteitsborger en de instrumenten in het register van de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw zijn opgenomen. Bij bouwwerken in GK1 ontvangen we een borgingsplan.

Bij de beoordeling van dit plan bekijken we of de wettelijke en lokaal bepaalde eisen ook zijn opgenomen (volledigheidstoets). Onze beoordeling van de meldingen of het borgingsplan kan ertoe leiden dat we contact opnemen met de kwaliteitsborger om gezamenlijk toezicht uit te oefenen tijdens de realisatie. Daarbij kunnen we als gemeente de aspecten beoordelen die niet onder de reikwijdte van de kwaliteitsborger vallen (delen van het Bbl, welstand, omgevingsplan). Er kan een bouwmelding worden ingediend zonder gelijkwaardige oplossing, terwijl tijdens de bouw afwijkend wordt gebouwd met een gelijkwaardige oplossing. Dit kan tot gevolg hebben dat niet langer sprake is van een GK1 bouwwerk en er onterecht een melding is ingediend, terwijl een vergunning is vereist. Wanneer dit gebeurt zal de kwaliteitsborger contact op moeten nemen met de gemeente. Wij moeten beoordelen welke vervolgstappen nodig zijn en de uitkomst terugkoppelen aan de kwaliteitsborger. Stillegging van de bouwwerkzaamheden is daarbij een van de mogelijkheden.

3.9

Beoordeling sloop

Voor slopen geldt bij karakteristieke panden (vastgelegd in omgevingsplan), monumenten en panden gelegen in een stads- of dorpsgezicht een vergunningplicht. Voor overige panden geldt een meldingsplicht. De sloopvergunning wordt beoordeeld op ontvankelijkheid en inhoudelijk op basis van het omgevingsplan en Bbl, met bijzondere aandacht voor monumentale waarden en asbest.

3.10 Beoordelingskader brandveiligheid Het toetsen van meldingen voor alle typen gebouwen in relatie tot brandveiligheid gebeurt op basis van een 100% toets aan wettelijke regelgeving op volledigheid als inhoud. In alle gevallen (wanneer er bijvoorbeeld sprake is van een gelijkwaardigheid of als het gaat om bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid) wordt advies gevraagd aan de VNOG. Voor niet-bouwwerken (tenten, podia, kermissen) wordt gewerkt volgens het “Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen” en het gemeentelijk beleid voor evenementen.

Pagina 14 van 32

Gemeente Aalten

3.11 Beoordelingskader monumenten en archeologie Het omgevingsplan legt de beschermingsgraad vast van erfgoed. Rijksmonumenten zijn aangewezen (en beschermd) op grond van de Erfgoedwet. De omgevingsvergunning voor monumenten en archeologie voorkomt onomkeerbare schade aan het erfgoed. Naast de beoordeling van de aanvraag voor monumenten over bouwhistorische onderdelen via de gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit wordt bij de toetsing van aanvragen voor een vergunning voor monumenten aangesloten bij het beoordelingskader bouwen. Als ingrijpende wijzigingen, reconstructies, herbestemming en sloop plaatsvindt aan rijksmonumenten, dan wordt advies aangevraagd bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). Voor archeologie wordt advies gevraagd aan de ODA die over een regionaal werkende archeoloog beschikt.

3.12 Beoordelingskader milieu De taken voor het behandelen van vergunningen of meldingen voor milieubelastende activiteiten zijn (middels mandaat) belegd bij de ODA. De ODA draagt zorg voor behandeling van vergunningaanvragen, meldingen en ook het toezicht. De ODA heeft regionaal uitvoeringsbeleid opgesteld voor de (basis)taken die zijn opgedragen; daar gaan we in deze strategie niet op in. Met de zogenaamde bruidsschat komt de bevoegdheid van honderden rijksregels over naar gemeenten. Deze regels komen in het omgevingsplan en leidt tot de keuze om de regels ongewijzigd te laten, aan te passen of te schrappen. Er zitten milieuregels in de bruidsschat. Dat kan betekenen dat milieuregels deel gaan uitmaken van onze beoordeling van initiatieven met een omgevingsplanactiviteit.

Advies Bij een omgevingsvergunning komen milieuaspecten aan bod. Bij een groot gedeelte van de aanvragen wordt een advies vanuit milieu gevraagd. De meest voorkomende aspecten zijn:  Meldingsplicht of vergunningplicht vanuit de Wet milieubeheer (Bal): ODA  Bodem (bodemonderzoek nodig): ODA  Wet geluidhinder (akoestisch onderzoek): ODA  Externe veiligheid: ODA  Milieuzonering: gemeente of ODA  Wet natuurbescherming: bij de provincie  Aerius berekening stikstof door gemeente. Na het advies over de milieuaspecten die op de betreffende casus van toepassing zijn volgt het beoordelen van de aangeleverde onderzoeken en rapporten. Mocht blijken dat het niet correct is dan zal het nogmaals aangepast en (her)beoordeeld worden.

Bodem, geluid, geur en externe veiligheid Naast de adviezen komen er vragen binnen van burgers, bedrijven en andere organisaties. Deze vragen hebben betrekking op bodem, geluid, geur, externe veiligheid en andere aspecten die vallen onder het milieubeleid. Dit varieert van vragen over het bestaande beleid, adviesvragen over hoe zaken het beste aan te pakken/op te lossen, tot informatie vanuit ons archief.

Stookontheffingen (waaronder paasvuren) Artikel 10.2 van de Wet milieubeheer bevat een verbod voor het verbranden van afvalstoffen buiten inrichtingen. Artikel 10.63 van de Wet Milieubeheer geeft het college de mogelijkheid om een ontheffing te verlenen van dit verbod. Hierdoor is het binnen de gemeente onder bepaalde voorwaarden mogelijk om een ontheffing van het verbod aan te vragen. Een aanvraag voor een stookontheffing moet beoordeeld worden en wordt vervolgens verleend of geweigerd. Voor het ontsteken van een paasvuur is een ontheffing nodig, en in geval van een groot paasvuur een vergunning.

Pagina 15 van 32

Gemeente Aalten

Carbidschieten De gemeente staat carbidschieten toe op oudejaarsdag tussen 10:00 uur en 20:00 uur, als vooraf een melding wordt gedaan en het buiten de bebouwde kom plaatsvindt met een vrij schootsveld van 100 meter. Verder is carbidschieten verboden, tenzij er een ontheffing is verleend.

Informatie via websites Er staan voor burgers en bedrijven een aantal middelen ter beschikking om informatie over milieuaspecten te krijgen. Zo is er een bodeminformatiesysteem waarin geschiedenis van de bodem is terug te vinden. Het bodeminformatiesysteem wordt doorlopend geactualiseerd met de bodemonderzoeken die bij de gemeente binnenkomen. Daarnaast is er het Bestand Veehouderij Bedrijven (Wet BVB) waarin de laatste vergunningen, dieraantallen en uitstoot is terug te vinden van veehouderijen. Als er een melding of vergunning voor een veehouderij wordt afgegeven moet het veehouderij bestand van Wet BVB worden aangevuld. De trend is dat steeds meer informatie via een landelijk systeem beschikbaar moet worden gesteld. Het is de taak van het bevoegd gezag om de informatie actueel te houden.

3.13 Beoordelingskader uitvoeren van een werk, weg, reclame en inrit Onze Algemene plaatselijke verordening (verder: APV) bevat bepalingen en regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving en is de grondslag voor onze toetsing en beoordeling. De bepalingen uit de APV over het fysieke domein gaan – op termijn – over naar het omgevingsplan. Naast publiekrechtelijke toetsing worden privaatrechtelijke afspraken gemaakt als activiteiten plaatsvinden op publieke gronden (bijvoorbeeld aanleg van inritten). Afstemming vindt plaats met wegbeheerders. Binnen onze gemeente zijn dit de gemeente, het waterschap of de provincie. In de APV en de waardevolle bomenlijst gemeente Aalten is opgenomen in welke gevallen voor het kappen/vellen van bomen een vergunning nodig is en zijn locatie specifieke voorwaarden opgenomen over herplant. In aanvulling hierop zijn ook karakteristieke landschapselementen (waaronder bomen) in ons omgevingsplan aangewezen. Verzoeken tot het plaatsen van tijdelijke reclame in de openbare ruimte worden getoetst aan de bepalingen in de APV. Verzoeken die niet passend zijn worden afgewezen. Als sprake is van een ‘bouwwerk’ dan is sprake van een vergunningplicht en wordt de vergunningaanvraag getoetst aan bouwkundige eisen en de Welstandsnota.

3.14 Beoordelingskader evenementen Er vinden jaarlijks enkele grote en talrijke kleine(re) evenementen plaats. De evenementen vragen ieder om een eigen aanpak. Op basis van de vergunningaanvraag wordt een risicoscan gedaan om het evenement in te delen in een risicoklasse. De klassen zijn gebaseerd op de richtlijnen van de veiligheidsregio en betreffen: A-evenement: regulier evenement met weinig risico B-evenement: regulier evenement met enig risico of aandachtsevenement C-evenement: risicovol evenement De gemeente Aalten kent momenteel geen C-evenementen. Wel hebben we meerdere B-evenementen (zoals Sjoks, Bredevoort Schittert en de Grensmarkt) en veel A-evenementen. De lokale hulpdiensten geven advies voor B- en C-evenementen. De vergunningverlener coördineert de procedure en het uitzetten en verwerken van adviezen. In het omgevingsplan zijn diverse locaties aangewezen die als evenemententerrein geschikt zijn voor grotere evenementen. Onze APV legt vast voor welke evenementen een vergunningplicht of meldingsplicht van toepassing is en bevat onze lokale regels voor evenementen.

Pagina 16 van 32

Gemeente Aalten

3.15 Beoordelingskader bodem, bouwstoffen en grond Alle meldingen en vergunningen in het kader van bodem, bouwstoffen en grondstromen worden beoordeeld door de ODA conform het regionale beleid.

3.16 Beoordelingskader natuurbescherming en flora & fauna De gemeente heeft in het kader van de vergunningaanvraag geen bevoegdheden met betrekking tot de flora en fauna. We vragen instemming aan het betreffende bevoegd gezag (ministerie of provincie) als een vergunningaanvraag de activiteit handelen in een natuurbeschermingsgebied bevat, of de activiteit nadelige gevolgen kan veroorzaken voor de aanwezige flora en fauna. De inhoudelijke toetsing ten aanzien van natuurbescherming en/of flora en fauna vindt plaats door deze overheden.

3.17 Beoordelingskader Alcoholwet en terrassen In onze APV is opgenomen dat er een exploitatievergunning is vereist voor het exploiteren van een openbare inrichting. Op basis van de Alcoholwet dient de exploitant een alcoholvergunning aan te vragen om een horecabedrijf of slijtersbedrijf uit te oefenen. Dergelijke aanvragen toetsen we aan de bepalingen in onze APV, de Wet Bibob en de Alcoholwet. In de APV is een vergunningplicht opgenomen voor het exploiteren van een terras bij een openbare inrichting.

3.18 Beoordelingskader kansspelen In onze APV is opgenomen dat een vergunning vereist is voor het exploiteren van een speelgelegenheid conform de Wet op de kansspelen. Ook is opgenomen dat kansspelautomaten niet zijn toegestaan in laagdrempelige inrichtingen en dat er een maximaal aantal zijn toegestaan in hoogdrempelige inrichtingen waarvoor een vergunning wordt verstrekt met een maximale duur.

3.19 Samenwerking bij vergunningverlening In het werkproces zijn de contactmomenten met externe en interne adviseurs benoemd. De samenwerking bij vergunningverlening is onder andere met:  ODA: Uitvoering van de basistaken voor milieubelastende activiteiten en specialistische taken bodem, geluid, energie en asbest;  VNOG: Beoordelen van meldingen op brandveiligheid voor alle activiteiten;  Provincie of waterschap voor beoordeling/toetsing op onderdelen die nodig zijn voor afhandeling van een aanvraag;  Gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit: Beoordelen van aanvragen aan de eisen van welstand en voor monumenten, beschermde dorpsgezichten en karakteristieke panden;  Politie: Samenwerking bij toezicht;  Gelders Genootschap: Adviesorganisatie voor ruimtelijke kwaliteit; en  RIEC: in het kader van Bibob-onderzoek.

Pagina 17 van 32

Gemeente Aalten

4

Toezicht

We zetten onze toezichtcapaciteit zo effectief mogelijk in. Zo vindt toezicht plaats op basis van vooraf gemaakte keuzes. In het uitvoeringsprogramma is het aantal verwachte controles opgenomen. Niet alles is vooraf in te plannen. Ongewone voorvallen of klachten kunnen toezicht noodzakelijk maken. Onze toezichtstrategie is gericht op het op eenzelfde wijze uitvoeren van toezicht in overeenkomstige gevallen. De doelen hiervan zijn tweeledig:  transparantie, professionaliteit, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor diegenen waarop het toezicht zich richt; en  voorzien in een hoge mate van effectiviteit, zodat zo hoog mogelijke maatschappelijke effecten tegen zo laag mogelijke inspanningen en kosten worden bereikt. Zodra we een overtreding constateren gaan we over op een andere strategie: waarschuwen, sanctioneren of gedogen in uitzonderlijke gevallen.

4.1

Vormen van toezicht

Toezicht vindt plaats naar aanleiding van:  het uitvoeringsprogramma waarin het aantal verwachte controles is opgenomen;  verleende vergunningen en ontvangen meldingen;  specifieke thema’s of projecten;  meldingen, handhavingsverzoeken en ongewone voorvallen; en  waarnemingen in het vrije veld: oog en oor. Het uitvoeren van toezicht is gericht op bescherming van de leefomgeving, veiligheid, gezondheid en leefbaarheid. Daarnaast is het toezicht van belang voor onze bedrijfsvoering doordat we de registratie actualiseren in de Basisregistratie Personen (BRP) en de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) waar onder andere de Waardering van onroerende zaken (WOZ) gebruik van maakt. Het houden van toezicht kent verschillende vormen. Vormen van toezicht zijn:  administratief toezicht (bijvoorbeeld certificaten bij keuringen);  routinematige controles: periodiek toezicht op vergunningen en meldingen;  ad hoc toezicht vanwege bijzondere omstandigheden (zoals adresaanpak);  thematische controles: deze worden in afstemming met onze partners benoemd;  gebiedsgerichte controles, bijvoorbeeld in het landelijk gebied of wijktoezicht;  hercontroles: vinden plaats aan de hand van geconstateerde overtreding op basis van een controlerapport/ingevulde checklist. We gebruiken het zaaksysteem om het proces te volgen voor deze vormen van toezicht.

Mogelijk wordt het proces en de te doorlopen stappen ook ingericht in de VTH-applicatie. Bij het uitvoeren van toezicht gaan we zorgvuldig om met de belangen van rechthebbende(n). In beginsel worden de toezichtbevoegdheden uitgeoefend met medewerking ofwel toestemming van de burger of het bedrijf. Als er geen toestemming wordt verleend, dan maken de inspecteurs en toezichthouder gebruik van de bevoegdheden op grond van de Awb en/of de Algemene wet op het binnentreden als dit redelijkerwijs noodzakelijk is voor invulling van de taak. Op basis van een analyse van de situatie vooraf wordt bepaald of de controle aangekondigd of onaangekondigd plaatsvindt.

4.2

Omgevingsplan

Het toezicht op ruimtelijke aspecten vindt met name plaats naar aanleiding van een verleende vergunning en op basis van meldingen. Daarnaast bekijken we of activiteiten plaatsvinden volgens de regels van het omgevingsplan. Verder houden we toezicht op specifieke bepalingen in ons omgevingsplan als die zijn opgenomen in de vergunning voor een omgevingsplanactiviteit.

Pagina 18 van 32

Gemeente Aalten

4.3

Bouwactiviteiten

Net als bij het toetsen van bouwplannen in de vergunning fase, geldt ook dat tijdens de bouw- of realisatiefase keuzes moeten worden gemaakt wat we controleren en hoe we dit controleren. Voor deze fase hebben het toezichtprotocol uitgewerkt. Het toezicht op bouwen verandert met de inwerkingtreding van de Wkb.

Vergunningsvrije bouwwerken We controleren niet actief op de bouw van vergunningsvrije bouwwerken. In samenwerking met collega’s van het BAG en Belastingen wordt getracht zoveel mogelijk inzichtelijk te krijgen welke bouwwerken zonder vergunning zijn gebouwd.

Bouwwerken onder GK1 (meldingsplichtige bouwwerken) Op de realisatie van bouwwerken die vallen onder GK1 van de Wkb voor het bouwen vindt door ons geen bouwtechnisch toezicht meer plaats. Naar aanleiding van onze beoordeling van het borgingsplan kunnen we de kwaliteitsborger verzoeken om gezamenlijk toezicht uit te oefenen tijdens de realisatie. Zo kunnen we aanvullend toezicht uitoefenen op onderdelen waarvoor we bevoegd zijn (omgevingsplan, omgevingsveiligheid, bouwveiligheid, welstand). De kwaliteitsborger treedt niet handhavend op, deze taak ligt bij de gemeente. Dit betekent dat de gemeente een signaal krijgt van de kwaliteitsborger als deze overtredingen constateert die de initiatiefnemer niet oplost. De gemeente vult haar handhavende rol in op signalen van de kwaliteitsborger. De wijze van opvolging is op basis van ervaringen met het nieuwe stelsel, in beginsel zal de gemeente per geval beoordelen welke opvolging passend is. Daarbij volgen we de prioriteiten uit het beleidsplan die vooral gericht zijn op constructieve veiligheid, brandveiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Als de verklaring van de kwaliteitsborger uitblijft dan geeft de gemeente in beginsel geen goedkeuring aan de ingebruikname van het bouwwerk. Er is dan sprake van een verbod op ingebruikname, en dan is controle vanuit toezicht noodzakelijk.

Het Wkb is een nieuw stelsel met een verschuiving in de rollen en taken tussen ‘markt en overheid’. Het stelsel van kwaliteitsborgers moet zich bewijzen en hoewel de gemeente geen actieve rol heeft in de toetsing en het toezicht tijdens het bouwproces is zij wel verantwoordelijk voor handhaving tijdens het bouwproces, het afgeven van een verklaring voor ingebruikname van het bouwwerk en toezicht tijdens de gebruiksfase. Om deze reden willen wij kwaliteitsborgers beoordelen die in de gemeente Aalten actief zijn. Dit kan door mede toezicht uit te oefenen tijdens het bouwproces (als daarvoor capaciteit voorhanden is) of door een vorm van visitatie van de kwaliteitsborgers. Wel blijft bij GK1 bouwwerken het toezicht op basis van het omgevingsplan gelden. Wanneer er bij GK1 bouwwerken sprake is van werkzaamheden met een onomkeerbaarheid of wanneer door de werkzaamheden verder onderzoek onmogelijk wordt, zeggen we een onderzoek aan. Er mogen dan geen werkzaamheden plaatsvinden die het onderzoek belemmeren. Dit kan leiden tot het opleggen van een bouwstop.

Overige bouwwerken (GK2/3; vergunningplichtige bouwwerken) Bij werken die niet onder GK1 van de Wkb vallen moet tijdens de bouw- of realisatiefase keuzes gemaakt worden over de intensiteit van ons toezicht. Voor deze fase hebben we het toezichtprotocol uitgewerkt. Het landelijke toezichtprotocol© van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland heeft als basis gediend voor het gemeentelijk protocol. Het toezichtprotocol is een matrix waarin per bouwfase en gebruiksfunctie is aangegeven hoe we controleren. Deze is opgenomen in bijlage 2.

Pagina 19 van 32

Gemeente Aalten

Daarbij onderscheiden we: S: Steekproefsgewijze controle 1: Visuele controle 2: Beoordeling van hoofdlijnen en hoofdaspecten 3: Beoordeling van hoofdlijnen en enkele kenmerkende details 4: Integrale controle van alle onderdelen Met het toezichtprotocol leggen we diepgang en aandachtspunten vast van onze controles. Aan de hand van een voorbeeld met brandblussers hebben we hieronder uitgewerkt hoe de verdeling naar categorieën werkt: S: 1: 2: 3: 4:

Voorbeeld met brandblussers Steekproefsgewijze controle of er brandblussers zijn. Visuele controle of er brandblussers zijn. Beoordeling of er voldoende brandblussers zijn. Controle van een brandblusser in detail (druk, datum, etc). Controle van alle aanwezige brandblussers in detail.

Uit de matrix blijkt dat het om verschillende fasen in het bouwproces gaat en dat op een groot aantal onderdelen is aangegeven met welke diepgang de controle plaatsvindt. Het verder uitwerken van het exacte controleniveau kan door middel van checklisten. Daarin kan gedetailleerder worden benoemd waarop gecontroleerd dient te worden en per inspectie kan de inspecteur vastleggen waarop is gecontroleerd en met welke mate van diepgang. Bij het toezicht ondervinden we dat we aandacht moeten geven aan het inspecteren van bestaande panden op landelijke aandachtspunten. De afgelopen jaren zagen we onder meer landelijke eisen om te inspecteren op energielabel, breedplaatvloeren en brandveiligheid van gevels. Als landelijke speerpunten bekend zijn dan benoemen we ze in het uitvoeringsprogramma.

4.4

Sloopactiviteiten

Het toezicht op de sloopvergunning voor karakteristieke panden, monumenten en panden in stads- of dorpsgezicht vindt plaats aan de hand van verleende vergunningen met betrekking tot monumentale of beschermde aspecten. Dit toezicht ligt net zoals dat op de sloopmeldingen bij de gemeente. Het toezicht op de sloop met asbesthoudend materiaal ligt bij de ODA (basistaak). De ODA heeft zelf handhavingsbevoegdheid.

4.5

Brandveiligheid

Het toezicht op bestaande bouwwerken en op meldingen voor brandveilig gebruik ligt bij de VNOG. De VNOG stelt een toezichtplan op waarin zij aangeven hoe zij vorm en inhoud geven aan het brandveiligheidstoezicht. We hebben werkafspraken met de brandweer over hun bijdrage aan controles op brandveiligheidsaspecten in ons toezicht op bouwwerken en bouwtechnische aspecten voor nieuwbouw. De brandweer heeft geen handhavingsbevoegdheid, overtredingen gaan naar de gemeente voor verdere afhandeling.

4.6

Monumenten en archeologie

Nadat een omgevingsvergunning voor de activiteit bouw en monumenten (rijksmonumentenactiviteit dan wel gemeentelijke omgevingsplan activiteit) is afgegeven of een aanpassing aan een monument vergunningsrij plaatsvindt, nemen we de monument specifieke en cultuurhistorische aspecten mee in de reguliere bouwinspecties. De eigenaar is zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan de onderhoudsverplichtingen voor monumenten of beschermde panden. We reageren op meldingen en op eigen waarnemingen uit ‘vrije veld’ toezicht.

Pagina 20 van 32

Gemeente Aalten

Bij bouwwerken in archeologisch waardevol gebied wordt toezicht gehouden door de ODA (archeoloog) op basis van de vergunningvoorschriften.

4.7

Milieu

Het toezicht op milieubelastende activiteiten ligt bij ODA voor vergunningen en meldingsplichtige activiteiten. Voor deze basistaak heeft de ODA uitvoeringsbeleid vastgesteld. De ODA is 24/7 bereikbaar en beschikbaar voor de afhandeling van milieu-incidenten en calamiteiten. Daarnaast zet de ODA capaciteit in om ondermijnende activiteiten tegen te gaan met een bedrijfsmatige achtergrond (bedrijfsgebouwen) en om vrije veld delicten te constateren en af te handelen.

4.8

Aanleg weg, kap, reclame en inrit

Voor deze activiteiten vindt toezicht plaats op basis van meldingen en handhavingsverzoeken. In dit kader gaan wij uit van de eigen verantwoordelijkheid van de uitvoerder van de werkzaamheden. Zo ligt het toezicht bij de aanleg van een weg bij de betreffende wegbeheerder. Het toezicht op de kap van bomen en het voldoen aan de herplantplicht ligt bij de toezichthouder groen.

4.9

Evenementen

Voor evenementen maken we een risicoanalyse per evenement, en op basis van het risico zetten we de passende vorm en intensiteit van toezicht in. Voor B- en C-evenementen houden we met name toezicht op brandveiligheid, inzet van gecertificeerde beveiligers door de organisatoren, constructieve veiligheid en verankering (podia, tribune, tenten, attracties) en geluidproductie. De intensiteit en diepgang van de controles en onderlinge rolverdeling wordt in overleg met politie, brandweer en toezichthouders/boa’s voorafgaand aan het evenement bepaald. In beginsel vindt voorafgaand aan alle B- en C-evenementen een schouw plaats. Bij kleinschalige, reguliere en weinig risicovolle evenementen vindt toezicht in eerste instantie plaats door de boa’s. Ook op basis van klachten en meldingen.

4.10 Bodem, bouwstoffen en grond Het toezicht op bodem, bouwstoffen en grond is opgedragen aan de ODA en wordt uitgevoerd op basis van het regionale beleid.

4.11 Natuurbescherming Het toezicht op de bescherming van natuur, flora en fauna vindt plaats naar aanleiding van klachten en meldingen die we doorzetten naar de provincie als bevoegd gezag.

4.12 Horeca Het toezicht op horeca-activiteiten ligt bij de gemeente (alcoholverstrekking waaronder leeftijdgrens, sluitingstijden), ODA (milieu, waaronder geluid) en VNOG (brandveiligheid). Toezicht op roken en voedselveiligheid is een bevoegdheid van het rijk, het toezicht hierop wordt uitgevoerd door de NVWA. Bij paracommerciële instellingen is het gemeentelijk toezicht gericht op het voldoen aan de voorwaarden voor alcoholverstrekking.

Pagina 21 van 32

Gemeente Aalten

4.13 Overig APV We controleren diverse overige bepalingen in de APV (zoals standplaatsen, terrassen, voorwerpen op of aan de weg) op basis van eventuele klachten/meldingen of als we zaken tegenkomen tijdens ons gebiedstoezicht.

4.14 Meldingen en handhavingsverzoeken Meldingen van burgers of bedrijven kunnen per telefoon, schriftelijk, e-mail/app of via de website van de gemeente binnenkomen. Allereerst beoordelen we of er sprake is van een publiekrechtelijke grondslag en of de gemeente bevoegd is. Als de melding privaatrechtelijk is dan nemen we de melding in principe niet in behandeling. Bij een melding van een burger of bedrijf nemen we eerst contact op om te bepalen wat de aanleiding en het doel van de melding is, en wat er van de gemeente wordt verwacht. Na binnenkomst beoordelen we de melding op prioriteit en op inhoud. Afhankelijk van deze beoordeling pakken we de melding al dan niet met spoed op. Dit kan betekenen dat we een locatiebezoek afleggen om inzicht te krijgen in de oorzaak van de melding. Constateringen leggen we vast in een rapportage. Bij meldingen communiceren we schriftelijk of per mail. Ingeval van anonieme meldingen schatten we de impact in. Afhankelijk van deze inschatting ondernemen we verder actie. Bij een anonieme melding is het logischerwijs niet mogelijk om te communiceren met de melder. Een handhavingsverzoek heeft een wettelijke beslistermijn. Op basis van de Awb wordt een afhandeltermijn van acht weken als redelijk beschouwd. We hanteren in beginsel dezelfde werkwijze als bij een melding.

Op een verzoek om handhaving nemen we een besluit dat vatbaar is voor bezwaar en beroep. Anonieme verzoeken om handhaving nemen we niet als zodanig in behandeling. Afhankelijk van het verzoek treden we (ambtshalve) handhavend op. Deze handelen we af gelijk een anonieme melding, zie bovenstaand. Als een handhavingsverzoek is ingediend door iemand die geen belanghebbende is, dan verklaren we deze niet-ontvankelijk. De ODA behandelt milieuklachten en verzoeken om handhaving met betrekking tot milieu. De gemeente heeft een 24-uurs bereikbaarheidsregeling met een piketdienst voor calamiteiten. We handelen meldingen af volgens onderstaande uitgangspunten:  geen behandeling bij privaatrechtelijke grondslag;  spoedig en met locatiebezoek behandelen van urgente meldingen met directe risico’s voor de constructieve veiligheid, openbare orde, brandveiligheid of kap van beschermde bomen;  bij niet-urgente meldingen bespreken wat het belang en doel van het handhavingsverzoek is, en op basis daarvan besluiten over de verdere behandeling; en  geen locatiebezoek op meldingen die niet te verifiëren zijn, en op anonieme meldingen.

4.15 Gebiedscontroles De gebiedscontrole (of vrije veld toezicht, of wijktoezicht) vindt plaats op specifieke thema’s of gebieden door onze toezichthouders en boa’s. Het zijn observerende controles om een beeld te vormen of wordt voldaan aan de regels en voorwaarden vanuit ruimtelijk gebruik, bouwen, (brand)veiligheid, omgevingsverordening, ondermijning of bijzondere wetten.

Pagina 22 van 32

Gemeente Aalten

4.16 Samenwerking bij toezicht Er is overleg in het kader van projecten of casussen met instanties zoals politie, VNOG, ODA, Openbaar Ministerie, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (arbeidsinspectie), Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit, de Algemene Inspectie en het Waterschap, sociale recherche (Laborijn) en het RIEC. Er vindt georganiseerd en structureel overleg plaats met politie, ODA (milieu) en de regionale brandweer (brandveiligheid). Toezichtprogramma’s worden afgestemd om te voorkomen dat bedrijven in een beperkte periode voor zowel milieu als brandveiligheid bezocht worden. Periodieke controles (milieu, bouw, brandveiligheid) tijdens de gebruiksfase worden in beperkte mate integraal uitgevoerd met andere partners. Het toezicht wordt steeds meer projectmatig uitgevoerd, in samenwerking met of geïnitieerd door onze partners. Bijvoorbeeld rondom het thema ondermijning, verwarde personen of overlast in de woonomgeving, vuurwerk en permanente bewoning van recreatiegebouwen.

Pagina 23 van 32

Gemeente Aalten

5

Handhaven en gedogen

We volgen de handhavingsstrategie die we in dit hoofdstuk beschrijven als we een overtreding constateren. Daarbij onderschrijven we de landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht (LHSO). Het doel is om uitvoering te geven aan de volgende bepalingen:  de beginselplicht tot handhaven: dit is een kernbepaling. Volgens vaste jurisprudentie mag de gemeente alleen ingeval van bijzondere omstandigheden van handhaving afzien;  de gemeente houdt zich zelf en haar burgers aan het recht, en dwingt zo nodig (binnen haar taken en bevoegdheden) naleving van de regelgeving af;  gedogen is slechts bij hoge uitzondering mogelijk. Dit wordt schriftelijk, gemotiveerd vastgelegd en kent een einddatum;  handhaving voldoet aan de beginselen van rechtszekerheid, gelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit;  passend interveniëren bij iedere bevinding om de naleving van regelgeving af te dwingen; en  vergelijkbare keuzes maken in vergelijkbare situaties. De essentiële onderdelen van de LHSO zijn in onderstaande alinea’s uitgewerkt en aangevuld met eigen overwegingen. We zoeken contact met de overtreder. Dit kan ertoe leiden dat een handhavingsprocedure niet hoeft plaats te vinden. In het contact moet vertrouwen ontstaan dat de overtreding wordt opgeheven. Hiervoor wordt een termijn afgesproken. Er zijn uitzonderingen waarbij direct handhavend wordt opgetreden.

Bijvoorbeeld wanneer een overtreding om onmiddellijke actie vraagt. Voor een bestuursorgaan – zoals het college – is de beginselplicht tot handhaving de basis.

5.1

Legaliseerbare overtreding

Als sprake is van een overtreding dan is een eerste afweging of het gaat om een vergunbare situatie (legalisatie). Als dit het geval is dan wordt in beginsel een vergunningprocedure gestart. Legalisatie moet binnen afzienbare termijn mogelijk zijn. Afhankelijk van de ernst van de overtreding (risico, schade) en het profiel van de overtreder zijn er de volgende opties, waarbij we meestal voor de eerste kiezen: 1) Vergunnen: indien bij een vergunbare situatie geen sprake is van calculerend/malafide gedrag en/of recidive, dan wordt afgezien van een ‘sanctionerende tik’. In sommige situaties is het denkbaar dat we ondersteuning bieden om de situatie te verbeteren. Bijvoorbeeld door het geven van voorlichting wanneer we vaststellen dat een bepaalde overtreding systematisch voorkomt. 2) Vergunnen met bestuursrechtelijke handhaving: als een situatie te legaliseren is, dan kunnen we handhavend optreden zolang de situatie voortduurt of de vergunningaanvraag niet is ingediend. Als een vergunningaanvraag is ingediend kan handhavend optreden geboden zijn, bijvoorbeeld als belangen van derden dat vergen. Als een overtreding is ontstaan uit calculerend gedrag of als er sprake is van recidive dan kan handhavend optreden gepaard gaan met aangifte.

5.2

Bestuurlijke instrumenten

In deze paragraaf staan we stil bij de wijze van optreden bij geconstateerde overtredingen. Hiervoor kunnen we bestuursrechtelijke en strafrechtelijke instrumenten inzetten. Bestuurlijke (herstel)sancties zijn:  last onder dwangsom;  last onder bestuursdwang;  schorsen of intrekken van de vergunning of ontheffing;  een bouwstop;  verscherpt toezicht; en  bestuurlijke boete. Pagina 24 van 32

Gemeente Aalten

Bestuursrechtelijke handhaving is gericht op het bereiken van de gewenste situatie (herstelsanctie). Bij een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang krijgt de overtreder een hersteltermijn waarbinnen de overtreding moet zijn beëindigd. Als de overtreding na deze termijn niet is beëindigd dan wordt de sanctie geëffectueerd. De bestuurlijke boete is een bestraffende (punitieve) sanctie. De gemeente kan een bestraffende sanctie opleggen om de overtreder ‘leed toe te voegen’. Met als doel overtredingen in de toekomst te voorkomen (preventie). De gemeente kan dit als sanctiemiddel inzetten en direct een boete opleggen (artikel 5:4 van de Awb). Hiervoor moet de gemeente de bevoegdheid tot het opleggen van een boete wel aanwijzen. De boa’s schrijven bestuurlijke boetes uit voor de zogenaamde Mulder-feiten. Strafrechtelijke instrumenten zijn:  proces-verbaal; en  bestuurlijke strafbeschikking. In onze gemeente zijn boa’s aangewezen om strafrechtelijk op te treden op het gebied van het omgevingsrecht. Wij signaleren ook richting onze partners (zoals de politie), waarna zij strafrechtelijk kunnen optreden. Bij strafrechtelijke handhaving is naast het bereiken van de gewenste situatie tevens het bestraffende element van belang.

Op basis van twee variabelen bepalen we met welk instrumentarium gehandhaafd wordt bij een geconstateerde overtreding: 1) de gevolgen van de bevinding voor het milieu, veiligheid, gezondheid en/of maatschappelijke relevantie: a. vrijwel nihil; b. beperkt; c. van belang – er is sprake van een aanmerkelijk risico dat de bevinding maatschappelijke onrust geeft en/of doden of gewonden (mens en dier) tot gevolg heeft; of d. aanzienlijk en/of onomkeerbaar – dit is o.a. het geval als de overtreding maatschappelijke onrust geeft en/of doden of gewonden (mensen en dier) tot gevolg heeft. 2) Het gedrag van de overtreder: a. goedwillend, proactief en geneigd om regels te volgen, de bevinding is het gevolg van onbedoeld handelen; b. neemt het niet zo nauw met het algemeen belang, heeft een onverschillige houding, de bevinding en de gevolgen van zijn handelen laten hem koud; c. opportunistisch en calculerend, bewust belemmeren van controle(s), bewust risico nemend, recidive; of d. crimineel of maakt deel uit van een criminele organisatie, houdt zich bezig met fraude, oplichting of witwassen. Beide variabelen bepalen of middels bestuursrechtelijk (lichte segmenten), strafrechtelijk (donkere segmenten) of in een combinatie van beide (middensegmenten) wordt opgetreden, zie onderstaande interventiematrix.

De Interventiematrix In de interventiematrix is per situatie de eerste insteek voor sanctioneren opgenomen. We kiezen voor de minst zware van de opgenomen interventies, tenzij we motiveren waarom een andere interventie passender is.

Pagina 25 van 32

Gemeente Aalten

Pagina 26 van 32

Gemeente Aalten

Door verzwarende of verzachtende argumenten kan een verschuiving van het instrumentarium plaatsvinden. Bij verzachtende argumenten wordt de in de interventiematrix gepositioneerde bevinding één segment naar links en vervolgens één segment naar onder verplaatst en andersom bij verzwarende argumenten. In lijn met de landelijke handhavingsstrategie kunnen de volgende argumenten verzwarend werken: 1) De overtreder heeft door zijn handelen financieel voordeel behaald of het behalen van financieel voordeel was het doel; 2) Een financiële sanctie heeft vermoedelijk geen effect; 3) De overtreder heeft ook andere relevante handelingen gepleegd ter verhulling van de feiten, zoals valsheid in geschrifte, corruptie of witwassen; 4) Het doel van de handhaving ligt bij het onder de aandacht brengen van het belang van een bepaalde norm bij de branche of een breder publiek (normbevestiging); 5) Strafrechtelijk optreden met toepassing van opsporingsbevoegdheden kan meer toereikend zijn om de waarheid boven tafel te brengen. In aanvulling op de landelijke handhavingsstrategie kunnen de volgende argumenten verzachtend zijn: 1) De overtreder heeft al een ander (dan gesanctioneerd) financieel nadeel behaald.

Bij een herstelsanctie is dit punt geen afweging; 2) De overtreder heeft maatregelen genomen om dergelijke voorvallen te voorkomen; 3) Volledige legalisatie van de handeling is een redelijke mogelijkheid op korte termijn. De matrix helpt om op basis van de gevolgen (verticale as) en het gedrag van de overtreder (horizontale as) tot een kwadrant te komen. Het doel van de matrix is om weloverwogen tot de juiste stappen en beslissingen te komen en om deze transparant vast te leggen. De beginselplicht tot handhavend optreden bij overtredingen blijft overeind. De interventie wordt ingezet totdat er sprake is van naleving. Als naleving binnen de bepaalde termijn uitblijft dan zetten we een zwaardere interventie in uit hetzelfde segment van de interventiematrix, tenzij een zwaardere interventie uit een ander segment van de interventiematrix passender is. De interventiematrix is een hulpmiddel om gemotiveerd tot een afweging van instrumenten te komen en om de inzet van deze instrumenten – waar nodig – af te stemmen met handhavingspartners.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=7f2a150e-d6f7-4837-83ff-315147c62448