CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Stichting Armoedefonds - Rapport Impact van Armoede op Hulporganisaties (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 17 december 2024, gemeente AaltenBij agendapunt: Mededelingen van de voorzitter en advies van de agendacommissie over de ingekomen stukken8.668 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beste raadsleden,

Stichting Armoedefonds doet elk half jaar onderzoek naar de staat van armoedehulp in Nederland. We constateren een toenemende druk op lokale armoedehulporganisaties. Bijgevoegd vindt u het rapport.

De nieuwste cijfers van het Armoedefonds tonen een zorgwekkende trend: de helft van de hulporganisaties zag het afgelopen half jaar een stijging in hulpvragen, vooral onder alleenstaande ouders. Mensen worstelen met huishoudelijke kosten (zoals boodschappen), kampen met schulden of hebben geen of te weinig financiële buffers. Hulporganisaties zien hierdoor veel vraag naar menstruatieproducten, wasmiddel, shampoo en andere verzorgingsproducten. Zonder de inzet van lokale hulporganisaties zou de armoedeproblematiek in Nederland nog schrijnender zijn. Deze organisaties bieden essentiële steun aan mensen die dagelijks worstelen met geldzorgen. Helaas verwacht een grote meerderheid van de armoedehulporganisaties dat het aantal hulpvragen de komende tijd blijft stijgen. Hoewel meer dan de helft van de hulporganisaties financieel stabiel is, kampt 6% met ernstige problemen waardoor het voortbestaan op het spel staat. Dat is bijna dubbel zoveel als een jaar

geleden. Eén op de drie hulporganisaties heeft een tekort aan vrijwilligers en/of betaalde krachten. Dit zorgt er mede voor dat er meer druk op lokale hulporganisaties komt te liggen. Toch is er ook goed nieuws: de meeste hulporganisaties bieden maatwerk en kijken wat iemand nodig heeft, zodat iedereen die hulp zoekt, geholpen kan worden. Als een hulporganisatie noodgedwongen haar deuren moet sluiten, verliezen mensen in armoede een van de weinige plekken waar zij terecht kunnen voor hulp en ondersteuning. De toenemende druk op deze organisaties vraagt daarom om meer aandacht en financiële steun. Het gehele onderzoek is te vinden op www.armoedefonds.nl/onderzoek en in de bijlagen.

(geanonimiseerd) via Mocht u vragen hebben over het onderzoek dan kunt u contact opnemen met N (geanonimiseerd) K

(geanonimiseerd)

Met vriendelijke groet,

(geanonimise rd) (geanonimiseerd)

MEE Stichting Armoedefonds

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

www.armoedefonds.nl

www.hulpbijarmoede.nl Facebook

Linkedin

Twitter

Stichting Armoedefonds (kvk:55209882).

Instagram

Dit mailbericht is uitsluitend bestemd voor de hierboven genoemde

geadresseerde{(n} en kan vertrouwelijke informatie bevatten. Indien het mailbericht verkeerd is geadresseerd, verzoeken wij u dringend ons dit te laten weten (telefonisch of per mail. Verspreiding, vermenigvuldiging en/of openbaarmaking van

dit mailbericht aan derden is strikt verboden. Op onze website vindt u onze privacy verklaring. This message is intended for use by the addressee named above and may contain privileged and/or confidential

information.

If you are not the intended recipient, please notify us immediately (by telephone or e-maïl). You are hereby

notified that any dissemination, distribution, copying or use of this message for any purpose and disclosure of its contents to any other person is strictly prohibited. You can find our privacy statement on our website

DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND Een vervolgonderzoek naar trends binnen het werkveld van armoedebestrijding Rosmalen, oktober 2024

) ó

3 £ o m

K4 7

p ° 4

<

> z

< S © 2

a o

e EJ m

z o m

> D

4 © m

o m

° 7

E3 c i

7

© D

7

p

=

£ =

m

“

z z m

o m

E -

> z o

Stichting Armoedefonds is in 2013 opgericht met als doel het bestrijden en verzachten van

(de gevolgen van) armoede. Dit doet het Armoedefonds door het ondersteunen van meer dan duizend lokale hulporganisaties met geld, producten en kennis. Deze hulporganisaties zijn actief op het gebied van armoedebestrijding in Nederland. Stichting Armoedefonds gelooft in een maatschappij waarin mensen elkaar steunen en waarin we zorgen voor onze medemens. Rosmalen, oktober 2024

Stichting Armoedefonds

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Tel. 073 - 7440181

Oktober 2024. Tekst- en drukfouten voorbehouden.

Citeren uit en verwijzen naar is toegestaan met bronvermelding.

) A

3 £ o m

K4 7

p ° 4

INHOUDSOPGAVE

<

> z

< S ©

VOORWOORD

2

a o

SAMENVATTING

e EJ

EN AANBEVELINGEN

m

z o

INLEIDING

m

> D

4 ©

7

1.1

Armoede

in Nederland

7

1.2 1.3

Doelstelling en belang onderzoek Armoedefonds Dataverzameling onderzoek Armoedefonds.

8 8

m

o m

°

2.

TOENAME

21 2.2 2.3

7

E3 c i

7

IN HET AANTAL

HULPVRAGEN

SINDS

HET AFGELOPEN

HALF JAAR

11

11

Aantalhulpvragen Aard van de veranderingen in hulpvragen Soorthulpvragen

12 14

© D

7

p

3.

=

(geanonimise rd) KRACHT VAN LDK.HULPIJRBANISATIES 31 3.2 3.3 3.4

£ =

m

“

17

17

Menskracht bij organisaties Financiële kracht lokale hulporganisaties Hulporganisaties met een wachtlijst Voorwaarden voor hulp en maatwerk

18 19 20

z z m

o m

E -

4.

TOENAME

41 42

HULPVRAGEN

EN

MOGELIJKHEDEN

Aantalhulpvragen nabije toekomst Benodigde middelen

NABIJE

TOEKOMST

22

22 23

> z o

CONCLUSIES

25

AANBEVELINGEN

27

29

) ö

3 £ o m

K4 7

p ° 4

VOORWOORD

<

> z

< S © 2

a o

Geconfronteerd worden met een lege portemonnee: het is de harde realiteit voor te veel mensen in Nederland. Soms betekent het meer dan alleen krap zitten. Het betekent

m

geen verzorgingsproducten meer kunnen kopen en daardoorje haar niet wassen. Of je tanden poetsen zonder tandpasta. Dit doet wat metje eigenwaarde, terwijlje simpelweg probeert de dag doorte komen. En het doet iets met de kansen van mensen. Verplaats je maar eens in de vrouw die met ongewassen haren onzeker haar sollicitatiegesprek

>

inging

e EJ m

z o

D

4 © m

o m

° 7

E3 c

Voor anderen betekent het keuzes maken die niet gemaakt zouden moeten worden. Het ontbijt overslaan, zodatje de laatste boterhammen aan de kinderen kunt geven. Even wachten met nieuwe schoolspullen kopen, ook al zijn die nu nodig. Of toezien hoe de stapel onbetaalde rekeningen steeds hoger wordt, en dat toch nog maar even proberen te negeren

i

7

© D

7

p

=

£ =

m

“

z z m

o m

E -

> z o

Geldzorgen beïnvloedenje leven en de kansen van

jou en je kinderen. De producten

dieje iedere dag nodig hebt - en die voor anderen zo vanzelfsprekend lijken - zijn niet zomaar toegankelijk. Gelukkig zijn er door het hele land lokale armoedehulporganisaties die mensen ondersteunen en voorzien van essentiële producten. Wanneer we aan de meer dan 1.000 hulporganisaties waar Stichting Armoedefonds contact mee heeft, vragen wat zij zien in de praktijk, ontstaat een duidelijk beeld over armoedehulp in Nederland.

In meerderheid zien [okale armoedehulporganisaties een stijging in het aantal hulpvragen. Deze stijging is geen eenmalige constatering. Het is een zorgwekkende trend die het Armoedefonds al meerdere jaren op rij ziet en die door deze nieuwste cijfers wederom bevestigd wordt. Mensen worstelen met huishoudelijke kosten, schulden en een gebrek aan financiële buffers. Hulporganisaties zien daardoor veel vraag naar menstruatieproducten, wasmiddel, shampoo, deodorant en andere verzorgingsproducten.

De steun van lokale hulporganisaties is cruciaal om mensen in armoede te helpen. Alarmerend genoeg geeft 6% van de organisaties aan dat hun voortbestaan op het spel staat. Bijna dubbel zoveel als voorheen. Dat is verontrustend. Want wanneerje geldzorgen hebt, en eindelijk de stap hebt gezet om hulp te vragen, wilje niet dat de organisatie die jou helpt, stopt met bestaan We hopen dat dit onderzoek als signaal wordt opgevat dat de impact van aanhoudende armoede op hulporganisaties in Nederland serieus aandacht vereist.

Graag bedank ik alle hulporganisaties die meewerkten aan dit onderzoek.

(geanonimiseerd) stichting Armoedefonds !

) ó

3 £ o m

K4 7

p ° 4

<

>

SAMENVATTING EN AANBEVELINGEN

z

< S © 2

Veel Nederlandse

a o

huishoudens

hebben

moeite met rondkomen

of leven zelfs onder

de armoedegrens. Voor hen is de ondersteuning die lokale armoedehulporganisaties bieden van essentieel belang. De nieuwste cijfers van Stichting Armoedefonds tonen een zorgwekkende trend: er is een toenemende druk op lokale armoedehulporganisaties. Zo zag de helft van de organisaties een stijging in het aantal hulpvragen. Hulporganisaties zien veel vraag naar menstruatieproducten, wasmiddel, shampoo en andere verzorgingsproducten. Hoewel meer dan de helft van de hulporganisaties financieel stabie is, kampt 6% met ernstige problemen waardoor het voortbestaan op het spel staat. Dat is bijna dubbel zoveel als voorheen. Toch is er ook goed nieuws: de meeste hulporganisaties bieden maatwerk en kijken wat iemand nodig heeft, zodat iedereen die hulp zoekt, geholpen kan worden.

e EJ m

z o m

> D

4 © m

o m

° 7

E3 c i

7

©

Stichting Armoedefonds doet periodiek onderzoek naar de impact van armoede op Lokale armoedehulporganisaties. Het onderzoek is in september 2024 uitgezet onder meer dan 1100 hulporganisaties. In totaal is het ingevuld door 480 respondenten uit heel Nederland. De organisaties die de enquête hebben ingevuld, verschillen in grootte en hulpaanbod. Allen zetten zich in voor het bestrijden en verzachten van de gevolgen van

D

7

p

=

£ =

m

armoede.

“

In het onderzoek staan

drie thema's centraal:

z z m

o m

E -

> z o

1.

HOEISHETAANTAL

HULPVRAGEN

SINDS

HALF JAAR

HET LAATSTE

BIJ

LOKALE

HULPORGANISATIES

VERANDERD?

De lokale hulporganisaties schetsen een ander beeld dan de landelijke cijfers laten zien op gebied van armoede. Waar het aantal huishoudens dat risico loopt op armoede gedaald zou zijn, zien we in de praktijk een ander beeld. Zo ervaren de hulporganisaties wederom in meerderheid een stijging in het aantal hulpvragen dat zij ontvangen

(aldus 50% van de respondenten). Deze hulpvraag is voornamelijk gestegen onder alleenstaanden met kinderen, vluchtelingen en paren met kinderen. Ze lopen dagelijks tegen een aantal zaken aan, zoals het hebben van schulden of het gebrek aan een spaarpot. Hulporganisaties zien daarbij dat er veel vraag is naar verzorgingsproducten. 64% van de respondenten geeft aan dat de mensen die bij hun komen voornamelijk

menstruatieproducten en wasmiddel nodig hebben. Ook shampoo en douchegel (61%), tandenborstels en tandpasta (51%) worden genoemd. Tot slot is er een toename onder verschillende inkomensgroepen. Niet alleen onder mensen die een bijstandsuitkering ontvangen is de hulpvraag toegenomen, aldus 51% van de organisaties. Ook bij mensen met een ander soort uitkering of parttime werk zien hulporganisaties een stijging in het aantal hulpvragen

) ó

3 £ o m

K4 7

p

2.

° 4

IN WELKE

MATE

IN STAAT

OM AAN

ZIJN

LOKALE

HULPORGANISATIES

DE HULPVRAGEN

OP DIT MOMENT

TE VOLDOEN?

Ondanks dat de helft van de hulporganisaties aangeeft zich financieel redelijk te kunnen redden, staat bij 6% van de hulporganisaties het voortbestaan op het spel. Ditis bijna een verdubbeling ten opzichte van voorgaande onderzoeken. Ook geeft 34% van de organisaties aan een tekort aan vrijwilligers en/of betaalde krachten te hebben. De stijging in hulpvragen en het tekort aan vrijwilligers leidt er bij 7,5% van de hulporganisaties toe dt zij met een wachtlijst moeten werken. Dit alles heeft een grote invloed op de hulp die deze organisaties kunnen bieden aan mensen in armoede,

<

> z

< S © 2

a o

e EJ m

z o m

> D

4 © m

o m

° 7

E3 c

3.

HOE VERWACHTEN

LOKALE

ZICH

MAANDEN

DE KOMENDE

HULPORGANISATIES GAAN

DAT HULPVRAGEN

ONTWIKKELEN?

Ongeveer twee derde van de hulporganisaties maakt zich op voor een stijging in het aantal hulpvragen het komende half jaar, namelijk 63%. Daarnaast staan de organisaties voor een uitdaging de komende tijd. Veel gaven aan dat ze naast de huidige ondersteuning ook actief op zoek zijn naar nieuwe mensen die ze kunnen helpen. Hetis daarom des te belangrijker dat de organisaties financieel gezond zijn.

i

7

© D

7

p

=

£ =

m

“

z z m

o m

E -

> z o

AANBEVELINGEN

Mensen hebben een inkomen nodig dat hen niet alleen in staat stelt om te overleven, maar ook om volwaardig deel te nemen aan de maatschappij. Dit kan enkel worden bereikt met een verhoging van het minimumloon en de uitkeringen. Maar ook steun dichtbij huis is onmisbaar. Lokale armoedehulporganisaties zijn degenen die laagdrempelig hulp en steun aan mensen in armoede bieden. Structurele financiële zekerheid is voor deze hulporganisaties dan ook essentieel om armoede te verzachten en bestrijden. Hulp biedt vaak een periode van rust vanuit waar iemand weer verder kan bouwen aan diens toekomst. Met financiële ondersteuning kunnen hulporganisaties de hulp blijven bieden, de stijging in hulpvragen opvangen en wachtlijsten voorkomen

) ö

3 £ o m

K4 7

p °

1.

4

INLEIDING

<

> z

< S © 2

a o

e EJ m

z o m

> D

4 © m

o m

° 7

E3 c

1.1

ARMOEDE

IN NEDERLAND

Waar het aantal mensen in armoede de afgelopen jaren afnam, laten verwachtingen zien dat het aantal mensen en kinderen met een risico op armoede in de komende jaren gelijk blijft. In 2024 leeft naar verwachting 4,5% van de Nederlanders in armoede . Daarnaast leeft 4,7% van de kinderen in armoede. In oktober dit jaar zullen nieuwe cijfers bekend worden gemaakt over het aantal mensen dat in 2023 risico liep op armoede in Nederland. Hierin wordt gebruik gemaakt van een nieuwe definitie van armoede waar

het CPB, SCP en Nibud gezamenlijk naar toewerken . Daarbij zal rekening worden gehouden dat een huishouden voldoende financiële middelen ter beschikking heeft om de minimaal noodzakelijke uitgaven te doen in Nederland. Met de nieuwe methode wordt getracht om overige lasten als voeding, kleding of verzorgingsproducten mee te laten wegen in de berekening of een persoon kan rondkomen.

i

7

© D

7

p

=

£ =

m

“

z z m

De definitie voor armoede die gebruikt wordt doet ertoe. Wanneer we naar de Europese armoedegrens kijken, zien we dat het aantal mensen in relatieve armoede in Nederland de afgelopen jaren gestegen is. Deze internationale norm voor wat een toereikend inkomen is om van rond te komen in een land geeft aan dat een minimum inkomen 60 procent van het mediaanloon in een land moet zijn. Mensen die minder dan deze 60 procent norm verdienen, komen lastig rond of hebben een rísico op armoede. Het aantal mensen dat in Nederland in een huishouden leeft met een inkomen dat lager is

dan 60 procent van het mediane inkomen was in 2022 14,5% van de inwoners 3.

o m

E -

> z o

Ook nieuwe onderzoeken schetsen een breder beeld van het probleem. Zo maakte het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in september bekend dat het aantal mensen met een bijstandsuitkering in 2023 is toegenomen ten opzichte van een jaar eerder“. Opvallend hierbij s dat deze stijging relatief het grootst is onder jongeren tot 27 jaar. Zij deden vaker een beroep op de bijstand, waardoor ook het risico op geldproblemen groter kan worden. Bij het aantal aanmeldingen voor schuldhulpverlening is ook een zorgwekkende ontwikkeling te zien. In de eerste helft van 2024 is het aantal aanmeldingen namelijk met 17% gestegen *. Volgens de NWVK kan dit komen doordat meer inwoners met kleine hulpvragen zich melden, doordat er sprake is van vroegsignalering of omdat meer ondernemers zich melden met achterstallige betalingen vanwege de coronacrisis.

Daarnaast heeft één op de zeven volwassenen in Nederland (15%) te maken met verzorgingsarmoede ‘. Eris sprake van verzorgingsarmoede als een persoon n de afgelopen twaalf maanden soms of vaak geen dagelijkse verzorgingsproducten heeft kunnen kopen door geldgebrek. Hierbij worden wederom de jongvolwassenen relatief

) ó

3 £ o m

K4

vaker getroffen. Verzorgingsarmoede treft volgens Ipsos I&0 29% van de 18-25-jarigen en 21% van de 26-35- jarigen. Hoewel mensen met een lager inkomen het vaakst worden

7

p ° 4

getroffen door verzorgingsarmoede (26%), stelt Ipsos I& vast dat ook de middeninkomens (12%) en hogere inkomens (7%) met verzorgingsarmoede te maken krijgen.

<

> z

< S © 2

“Eris veel vraag naar verzorgingsproducten. Elke keer als ik bijvoorbeeld wat shampoo krijg om in de winkelte zetten is het meteen die zelfde dag weg.” Stichting Weggeefwinkel

# o

e EJ m

z o m

>

Uit recent gepubliceerd onderzoek blijkt daarnaast dat 13% van alle menstruerende vrouwen zich op enig moment geen menstruatieproducten kon veroorloven”. Nog eens 21% vond het moeilijk, maar kon de producten uiteindelijk betalen. Onder deze groep vrouwen die zich geen of met moeite menstruatieproducten kon veroorloven, gaf 45% aan dat ze terug moesten vallen op toiletpapier als alternatief.

D

4 © m

o m

° 7

E3 c e

Het Nibud laat daarnaast zien dat een op de vijf Nederlandse huishoudens kampt met

7

©

p

geldproblemen *. Zo'n 730.000 Nederlanders huishoudens hebben zelfs problematische schulden ’. Dit houdt in dat de personen niet meerin staat zijn hun schulden af te

=

lossen van het maandelijks inkomen. Het percentage huishoudens met problematische

5

schulden nam in 2022 toe °. Tot slot heeft ongeveer 46% van de Nederlanders het

D

7

=

afgelopen jaar te maken gehad met een of meer betalingsproblemen "!, Denk hierbij aan het te laat betalen van rekeningen, ontvangen van aanmaningen, belastingschulden of het niet kunnen betalen van de zorgverzekering

m

“

z z m

o m

E G

> z o

1.2

DOELSTELLING

EN

BELANG

ONDERZOEK

ARMOEDEFONDS

Laagdrempelige hulp is van groot belang voor mensen die geldzorgen hebben, Lokale hulporganisaties zorgen ervoor dat een kind mee kan op schootreisje, alleenstaanden een voedzame maaltijd kunnen eten met gezelschap of dat jonge meiden gratis menstruatieproducten krijgen wanneer ze dit nodig hebben. Het voortbestaan van deze organisaties is cruciaal. Stichting Armoedefonds brengt daarom in kaart n welke mate er beroep wordt gedaan op lokale hulporganisaties en in hoeverre ze deze hulp kunnen

(blijven) bieden. Dit onderzoek blikt terug op de ontwikkelingen van het afgelopen half jaar, schijnt licht op de vitaliteit van hulporganisaties en introduceert nieuwe verwachtingen op de armoedeontwikkelingen in de toekomst. Dit doen we aan de hand van de volgende vragen: 1. Hoe is het aantal hulpvragen bij lokale hulporganisaties sinds het laatste half jaar veranderd?

2. In welke mate zijn Lokale hulporganisaties op dit moment in staat om aan de hulpvragen tevoldoen?

3. Hoe verwachten Lokale hulporganisaties dt hulpvragen zich de komende maanden gaan ontwikkelen?

©

o m

K4 7

> ° 4

<

> z

< S © 2

a o

e EJ m

z o

1.3

DATAVERZAMELING

ONDERZOEK

ARMOEDEFONDS

In de eerste week van september 2024 is een vragenlijst uitgezet onder meer dan 1.100 hulporganisaties door heel Nederland die zich richten op het helpen van minima. De vragenlijst is ingevuld door 480 unieke organisaties. Het was niet verplicht om bij elke vraag een antwoord in te vullen. De groep respondenten bestaat uit verschillende soorten hulporganisaties, zie figuur 1.1. Zo vulden organisaties als Voedselbanken

(aangesloten bij Voedselbanken Nederland) (23%), Stichting Leergeld (14%) en Kleding- en of Speelgoedbanken (11%) de enquête in. Categorie ‘overig' betreft 25% van de hulporganisaties. Denk hierbij aan organisaties als Stichting Babyspullen, Vakantiebank Groningen of Stichting Taalontwikkeling.

m

> D

4

Figuur 1.1 Wat voor soort lokale hulporganisaties betreft het? (Ingevuld door 478 organisaties)

© m

o m

° 7

E3 c i

7

© D

7

p

=

£ =

m

“

z z

v Aangesloten bij

Voedselbanken Nederand

E

E

tergid Kleding- en/of Speelgoedbank

N E

Nietaangeslotenbij Voedselbanken Nederland

e

SchuldHulpMastie UrgenteNoden

N N

Vincentius Dak-enthuislozen

N N

Quiet

250

W

23% 12% 11%

k

7% 5% 4% 3%

2%

m

o

0%

5%

10%

15%

20%

25%

30%

m

E -

> z o

Hulporganisaties uit heel Nederland namen deel aan het onderzoek, zie figuur 1.2. Sommige hulporganisaties werken over meerdere gebieden.

“Er kwam onlangs een meisje van 11 jaar oud met gaten in de neuzen en zolen van haar schoenen. Met geluk hadden wij nieuwe schoenen voor haar. Ze was daar zo blij mee.” Klesteo

} m

K4 J

> o ä

<

B

z

< S }

Figuur 1.2 In welke provincie(s) is uw organisatie actief? (Ingevuld door 478 organisaties)

Zuid-Holland

21%

Noord-Brabant

19%

Nordtland

N

clrand

N

r Ovrijsel Limburg Landelijk

N E N N

Groningen Friesland

N N

Flevoland

W

2%

Zeeland

W

2%

Drenthe

N

2%

E

á o

c E m

H o m

3 E]

4 ° m

m

° K =

c

12°

3% 7% 6% 5% 5%

3%

0%

=

13%

5%

10%

15%

20%

25%

}

S}

De meeste hulporganisaties bieden (een combinatie van) hygiëne- en verzorgingsproducten (51%), voedselhulp (48%), kledinghulp (41%) of benodigdheden voor school (33%). Zie figuur 1.3.

E]

}

p

&

£ =

Figuur 1.3

Wat voor soort hulp

bi

t uw organisatie? (Ingevuld door 479 organisaties)

m

”

z z m

d m

E =

p z o

Hygiëne-/verzordingprodten v Kein Schoolspullen, laptops of Schoolspullenpass

spelgod Fietsen

E N E

410

E

33%

N N

Ontmoetingsplek/uitjes/samerzijn

29% 25%

N

overig Financiële (nood)hulp Begeleiding naarzelfredzaamheid Ondersteuning (financiële) administratie

N N N N

Sport & Cultuur: (sportspullen, muziek, zwemles)

N

N N

13%

Vakantie

N

11%

Binnen-en buitenschoolse activiteiten

N

10%

i

3%

0%

_

10%

24%

2% 21% 21% 21% 20%

Spullen/witgoed Scholing/training / cursus

Onderdaken woonbegeleiding

510 :8%

18%

20%

30%

40%

50%

60%

10

) ó

3 £ o m

K4 7

p °

2.

4

<

> z

< S ©

TOENAME IN HET AANTAL HULPVRAGEN SINDS HET AFGELOPEN HALF JAAR

2

a o

Hoge huishoudelijke kosten, oplopende schulden en een gebrek aan financiële buffers. Veel mensen worstelen met geldzorgen en hebben hulp nodig. Lokale armoedehulporganisaties zijn vaak in staat die hulp te bieden. Maar hoe ontwikkelde het aantal hulpvragen bij lokale armoedehulporganisaties zich in het afgelopen half jaar?

e EJ m

z o m

> D

4 ©

2.1

m

AANTAL

HULPVRAGEN

Elk half jaar vraagt Stichting Armoedefonds aan lokale hulporganisaties of ze een verandering in het aantal hulpvragen hebben waargenomen. Van de 454 hulporganisaties gaven 225 aan dat het aantal hulpvragen in het afgelopen half jaar is

o m

° 7

E3 c

gestegen (50%). 163 hulporganisaties (36%) gaven aan dat het aantal hulpvragen gelijk is gebleven. Bij 66 organisaties (16%) daalde het aantal hulpvragen, zie figuur 2.1.

i

7

© D

7

p

“Het aantal mensen dat bij ons kwam voor hulp is altijd redelijk stabiel gebleven; tot eind vorig jaar. Sindsdien is het ineens gestegen. We zijn misschien bekender geworden, maar voor veel Nederlanders blijft het ook moeilijk rondkomen.” Hebben en Houwen

=

£ =

m

“

z z m

o m

E

Figuur 21 Ervaart u het laatste half jaar een stijging of daling in het aantal hulpvragen binnen uw organisatie?

(Ingevuld door 454 organisaties)

-

> z o

60% 50% 40%

30% 20%

16%

10% 0%

Hetaantal

Hetaantal

Het aantal

hulpvragen stijgt

hulpvragen blijft gelijk

hulpvragen daalt

11

D 3 ©

o m

K4

Het percentage hulporganisaties dat aangeeft dat het aantal hulpvragen stijgt, is met een procentpunt gedaald ten opzichte van een half jaar geleden. Toch geeft de afgelopen jaren in elk halfjaarlijks onderzoek de helft of meer aan dat het aantal hulpvragen stijgt bij hun organisatie. De trend van een stijgend aantal hulpvragen blijft zichtbaar. De hulporganisaties die een stijging ervaren, zijn met name

7

> ° 4

<

> z

< S ©

Voedselbanken, Stichting Leergeld, Kleding- en/of Speelgoedbanken en overige

2

organisaties, zie figuur 2.2.

a o

e EJ m

Figuur 2.2 Welke soorten organisaties kampen met een stijging in het aantal hulpvragen?

(Ingevuld door 225 organisaties)

z o m

ves

> D

4 © m

e Kleding- en/of Speelgoedbark

o

Niet aangesloten bij

m

VoedselbankenNederand

° 7

Aangesktenbij Nederland

E3 c

Voedselbanken

i

7

© D

7

p

=

£

E E N

13%

N

13%

N

Dak-enthuistozen Quiet UrgenteNoden

N N N

Vincentius

m

W 0%

“

17%

e

SchuldHulpMaatje

=

28

11% 6%

4% 3% 3%

2% 5%

10%

15%

20%

25%

30%

z z m

o m

E -

> z o

2.2

AARD

VAN

DE VERANDERING

IN HULPVRAAG

Wanneerwe de respondenten vragen naar (een combinatie van) doelgroepen die om hulp vragen, zien we dat de alleenstaande ouders met kinderen er bovenuit springen. Volgens 52% van de armoedehulporganisaties is de hulpvraag toegenomen onder deze

groep. Ook onder vluchtelingen (ingevuld door 35%), paren met kinderen (ingevuld door 27%) en alleenstaanden zonder kinderen (door 26% genoemd) wordt een stijging in het aantal hulpvragen opgemerkt. Zie figuur 2.3.

12

} m

K4 J

> o

Figuur 2.3 Onder welke groepen is de hulpvraag het laatste half jaar toegenomen?

(Ingevuld door 449 organisaties)

Ä

<

B

z

< S } E

a o

c E m

H o m

3 E]

4 ° m

m

Alleenstaand

met kinderen

Vuctinen Paarmetkindeen

52%

E N

35% 271%

Alleenstaand zonderkinderen

N

26%

AOW'ers (ouderen)

N

23%

Daarhebikgeenzichtop

N

19%

Arbeidsmigranten Personen met beperking of cronischziek Overig OndernemersenzzP'ers

N N N N

19% 19%

Hulpvraag is ondergeen groeptoegenomen

°

M

13%

6%

0%

K

16%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

z c l

}

S} E]

}

Daarnaast ziet meer dan de helft van de hulporganisaties (51%) een toename in hulpvragen onder mensen met een bijstandsuitkering. Ook mensen met een ander

p

soort uitkering (34%) of inkomen uit parttime werk (29%) worden vaker genoemd door

&

hulporganisaties als inkomstenbronnen die vaker om hulp vragen.

£ =

m

”

z z m

d m

E -

“Vooral onder jongeren tot 27 jaar is er steeds meer hulpvraag. We zien dat veel jongeren geen mogelijkheid krijgen tot studeren of zichzelf ontwikkelen. Hierdoor kunnen ze niet voor zichzelf zorgen als ze ouder zijn. Dit is een groot maatschappelijk probleem.” Stichting Talentontwikkeling

p z o

Figuur 2.4 Onder mensen met wat voor inkomstenbron is de hulpvraag het laatste half jaar toegenomen?

(Ingevuld door 447 organisaties)

Bitndikerin

E

Andereuitkering

E

Vetkne Inkomenuitparttimeverk

N E

Persien

Inkomenuitfulltimewerk Inkomenalszelfstandige Overig

N

N N N 0%

51% 34

32% 29% 19%

14% 14% 11% 10%

20%

30%

40%

50%

60%

13

©

o m

K4 7

>

“Levensmiddelen zoals eten en drinken zijn duurder geworden. Mensen komen gewoon niet meer rond per maand.” Stichting Inclusie

° 4

<

> z

< S ©

De lokale armoedehulporganisaties zien armoede van dichtbij en staan direct in contact met mensen die kampen met geldzorgen. We hebben respondenten gevraagd waar de hulpvragers dagelijks tegenaan lopen. Een ruime meerderheid van de

2

a o

e EJ

organisaties (77%) geeft aan dat huishoudelijke uitgaven zoals boodschappen iets is waar hulpvragers vaker moeite mee hebben. Ook schulden (ingevuld door 67% van de organisaties) of het gebrek aan een financiële buffer (ingevuld door 61%) worden

m

z o m

>

genoemd. Bij de categorie ‘overige’ zijn zaken ingevuld als het niet weten waar men naartoe kan gaan voor hulp, eenzaamheid, of het niet kunnen aanschaffen van witgoed

D

4 © m

zoals een koelkast of wasmachine.

o m

° 7

Figuur 2.5 Wat hoort u van de hulpvragers? Waar lopen zijin het dagelijkse Leven vooral tegen aan?

(Ingevuld door 461 organisaties)

E3 c i

7

© D

7

p

=

Huishoudelijke uitgaven (boodscheppen) dr

E E

Geen financiële buffer (spaarpot) hebben

E

£ =

m

“

m

67% 614

Energierekening

E

53%%

scholkstern Zorg- entandartskosten

E E

51% 51%%

Vastlopen doorbvreauctie

N

Vervoerskosten (auto, benzine, trein, bus,ctc.)

N

38%

Woonlasten (huur, hypotheek)

N

38%

z z

77

o m

E

Overige (geef naderetoelichting,

-

> z o

N 0%

2.3

SOORT

42%

20% 20%

40%

60%

80%

HULPVRAGEN

Het hebben van verzorgingsproducten is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Armoedehulporganisaties geven steeds vaker aan dat er behoefte is aan menstruatieproducten. Vorig jaar gaf circa 34-50% aan dat hier behoefte aan was en in de laatste enquête is

dit percentage gestegen naar 64°% (zie figuur 2.6). Wat tevens is aangevinkt door de hulporganisaties, is behoefte aan wasmiddel (64%), shampoo en douchegel (61%) en tandenborstels en tandpasta (51%). Producten die door velen als basisproducten worden gezien, maar

voor sommigen als [uxe.

14

} m

K4 J

>

Figuur 2.6 Aan welke hygiëne-en verzorgingsproducten hebben mensen die bij jullie klant zijn een groot tekort?

(Ingevuld door 422 organisaties)

o ä

<

Menstruatieproducten

64%

z

Wasmiddel

64%

B

< S }

Shampoo en douchegel

E

Tandenborstsentandsstae D

á o

c E m

H o m

3 E]

4 ° m

m

° K

z c

A E

1%

i

E

51

Schoonmakertikeen Scheersulen

E N

Cerig

N

23%

Incontinentiemateriaal

N

23%

Zonnernd

N

18%

Cosmetica Voorbehoedsmiddelen

N N

17%

56

49 29%

14%

=

}

0%

S}

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

E]

}

p

&

Het CBS meldde begin dit jaar dat boodschappen gemiddeld 12,1 procent duurder zijn geworden12. De hogere prijs van boodschappen is ook te merken bij de lokale armoedehulporganisaties. Ruim 38% geeft aan dat het aantal hulpvragen voor

£ =

m

voedsel het afgelopen half jaar is gestegen (zie figuur 2.7). Ongeveer de helft van de organisaties merkt op dat het aantal hulpvragen gelijk is gebleven (46%) en slechts 16%

”

z z

geeft aan dat het aantal hulpvragen daalt.

m

d m

E =

p z o

Figuur 2.7 In hoeverre zag u het

afgelopen half jaar een verandering omtrent voedselhulp binnen uw organisatie?

(Ingevuld door 386 organisaties) 60%

40%

20%

169%

0%

Hetaantal

Hetaantal

Het aantal

hulpvragen voor

hulpvragen voor

hulpvragen voor

voedsel blijft gelijk

voedsel stijgt

voedsel daalt

15

D 3 ©

o m

K4 7

>

“We zijn een Voedselbank, maar merken ook dat onze cliënten ook behoefte hebben aan non-food artikelen. Dingen zoals douchegel of wasmiddel zijn normaal heel duur, dus daar zijn ze heel blij mee. Wij zijn daarom dankbaar dat we dit soort producten van ander organisaties krijgen.” Voedselbank Alkmaar

° 4

<

> z

< S © 2

a o

e EJ

Er is vervolgens gevraagd in hoeverre de respondenten de voedselhulpvraag konden opvangen. De helft van de armoedehulporganisaties geeft aan dat zij voedsel

m

z o

uitdelen om aan de vraag te voldoen (50%). Ook is aangegeven dat er hulp via een boodschappenkaart wordt ingezet (36%) en een klein gedeelte van de organisaties kan geen (extra) voedselhulp aanbieden (14%).

m

> D

4 © m

o m

° 7

E3 c

Figuur 2.8 Hoe vangt uw hulporganisatie de hulpvragen voor voedsel op? (ingevuld door 421 organisaties) 60%

50%

i

7

© D

40%

7

p

=

£ =

m

“

z z

20%

14%

0%

-

9

Wij bieden hulp

Niet, wij kunnen

Wij bieden hulp

o

door voedsel

geen (extra)

door boodschappen-

m

uitte delen

voedselhulp

kaarten aante

aanbieden

bieden

m

E -

> z o

16

) ó

3 £ o m

K4 7

p ° 4

3.

<

>

KRACHT VAN LOKALE HULPORGANISATIES

z

< S © 2

De continue stijging in het aantal hulpvragen heeft invloed op armoedehulporganisaties. Dit kan namelijk gevolgen hebben voor de menskracht, hulpmiddelen, wachtlijsten en financiële stabiliteit. Zo stijgt het aantal hulporganisaties dat aangeeft dat hun voortbestaan op het spel staat In dit hoofdstuk wordt in kaart gebracht in hoeverre lokale armoedehulporganisaties in staat zijn om aan de hulpvragen te voldoen.

a o

e EJ m

z o m

> D

4 ©

3.1

m

MENSKRACHT

BIJ

ORGANISATIES

Hulporganisaties worden voornamelijk gedragen door vrijwilligers. Gemiddeld zijn er per organisatie 163 vrijwilligers en 22 betaalde medewerkers actief. De meeste

o m

°

organisaties hebben echter geen betaalde medewerkers (zie mediaan in figuur 3.1). Daarnaast toont tabel 3.1 het aantal klanten op jaarbasis per hulporganisatie.

7

E3 c i

Gemiddeld helpen de hulporganisaties die deelnamen aan het onderzoek 1.119 personen per jaar. Het eerste halfjaar van 2024 lag dit aantal nog op 964.

7

© D

7

p

=

£

Figuur 3.1 Hoeveel medewerkers en vrijwiligers zijn actief bij de hulporganisatie en hoeveel klanten/cliënten ondersteunen zij actief? Afgerond op gehele getallen.

Aantal betaalde medewerkers

=

m

“

z

06-2024

Gemiddeld Mediaan

z m

o m

E

1 0

_

Aantal vrijwiligers

10-2024

06-2024

22 o*

n 25

_

Aantal klanten op jaarbasis

10-2024

06-2024

163 EJ

964 300

_

10-2024

1119 300

-

>

*264 van de 407 hulporganisaties hebben geen betaalde krachten.

z o

Figuur 3.2 Heeft uw organisatie voldoende vrijwiligers/betaalde krachten? (Ingevuld door 373 organisaties) 75% 66°%o

50%

34% 25%

0%

Ja, wij hebben voldoende mensen

Nee, wij hebben een tekort aan vrijwilligers en/of betaalde krachten

17

)

3 ©

o m

K4

<

Gelukkig geeft het merendeel van de hulporganisaties aan voldoende mensen in huis te hebben om hulp te bieden, zie figuur 3.1. In totaal geeft 66% van de hulporganisaties aan voldoende mensen te hebben. Dit is een lichte daling ten opzichte van eerder dit

z

jaar, waar 71% aangaf voldoende vrijwilligers en/of betaalde krachten te hebben.

<

Een op de drie hulporganisaties geeft aan een tekort te hebben aan vrijwilligers en/of

7

> ° 4

> S ©

betaalde krachten.

2

a o

e EJ

3.2 FINANCIËLE KRACHT LOKALE HULPORGANISATIES Om een beeld te krijgen van de financiële vitaliteit van hulporganisaties is hen gevraagd hoe ze er financieel voorstaan, zie figuur 3.3. Organisaties konden meerdere antwoorden aanvinken. Van de 443 organisaties die de vraag invulden, gaf 58% aan zich

m

z o m

>

te redden met eigen middelen (42 armoedehulporganisaties kozen daarnaast voor een of meerdere andere antwoorden). Ongeveer de helft gaf aan aanspraak te moeten doen

D

4 © m

op hun reserves of hulp van derden nodig te hebben. Bij 6% staat het voortbestaan op het spel. Dit is bijna een verdubbeling ten opzichte van eerdere jaren waarin steeds 3 tot 4% van de armoedehulporganisaties aangaf dat ze zich niet konden redden met hun

o m

° 7

E3 c

middelen.

i

7

© D

7

p

=

Figuur3.3 Hoe staat uw organisatie er nu financieel voor? (ngevuld door 443 organisaties) 80%

£ =

m

60%

58%

“

z z

40%

360%

m

o m

E -

20% 13%

> z o

i

0% We

redden

ons met eigen middelen

We hebben

hulp van derden nodig

We

moeten

onze reserves aanspreken

—

n Ons

voortbestaan

staat op het spel

De lokale hulporganisaties geven aan dat de gevolgen van hun financiële situatie

negatief kunnen zijn. Het zou voor hen betekenen dat ze minder (gepaste) hulp kunnen bieden of af moeten schalen in de hoeveelheid ervan. Wanneer we hen vragen hoe ze contact hebben met de gemeente geeft 58% aan prettig contact te hebben en financieel ondersteund worden. Zie figuur 3.4. Een deel geeft aan niet financieel ondersteund te worden of geen contact te hebben.

18

©

o m

K4 7

>

“We zitten nu voor de derde keer op een tijdelijke locatie, omdat we telkens wat anders moeten vinden. Gelukkig krijgen we nu subsidie om de huur van deze locatie te kunnen betalen, maar dit is niet vanzelfsprekend. Zonder steun en locatie kunnen we niet meer bestaan.” Stichting Weggeefwinkel

° 4

<

> z

< S © 2

a o

e EJ m

z o m

> D

4 ©

Figuur 3.4 Hoe heeft uw organisatie contact met de gemeente? (/ngevuld door 446 organisaties)

Wb d worden financieel ondersteund

We hebben prettigcontactmaar N worden geregeld niet financieel ondersteund

m

Overige

o m

i

Wezouden meer contact willen

hierontevredenover

©

B

We hebbengeencontact Weetikniet

D

7

p

We hebben

£

10%

N

We hebben geregeld contact, maar zijn

7

=

18%

maar krijgen dat niet n

7

5

20%

N

We hebben gevraagd om meer steun

° E3 c

E

8%

#%

I 3% J 2%

geen contact maar hebben

dat ook niet nodig ' 2%

=

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

m

“

z z

“We hebben veel contact en samenwerking met de gemeente. Samen organiseren we avonden voor hulpbehoevenden en hebben we een wijknetwerk. Zo kunnen we de gemeente steeds laten zien wat belangrijke onderwerpen zijn voor onze hulpvragers, dat is superbelangrijk.” Leger Des Heils Bij Bosshardt Hoorn

m

o m

E -

> z o

3.3

HULPORGANISATIES

MET

EEN

WACHTLIJST

Van alle armoedehulporganisaties geeft 7,5% aan te werken met een wachtlijst, zie figuur 3,5. Dit gaat met name over ‘overige' hulporganisaties, zoals de Computerbank of Vakantiebank Groningen. Er staan medius 48 personen op een wachtlijst en na gemiddeld 66 dagen worden deze personen geholpen.

19

©

o m

K4 7

>

Figuur 3.5 Werkt uw organisatie momenteel met een wachtlijst? (/ngevuld door 480 organisaties)

° 4

<

> z

< S © 2

a o

e EJ m

z o m

> D

4 © m

o m

° 7

E3 c i

7

© D

7

p

=

£ =

m

“

z z m

3.4

VOORWAARDEN

VOOR

HULP

EN

MAATWERK

Waar voor gemeentelijke hulp vaker een vast inkomstenpercentage ten opzichte van de bijstandsnorm geldt, zien we dat lokale hulporganisaties over het algemeen ook mensen helpen die net buiten deze grenzen vallen. 27% geeft bijvoorbeeld aan dat zij iedereen die aanklopt voor hulp, ook hulp kunnen bieden. 13% van de armoedehulporganisaties zegt hulp te bieden aan iedereen die wordt doorgestuurd door een hulpverlener of maatschappelijke organisatie. 27% heeft 'overig’ ingevuld. Ze lichtten toe dat ze bijvoorbeeld personen opvangen die niet meer door de Voedselbank geholpen kunnen worden; kijken naar de persoonlijke situatie en daarop beslissen; noodgevallen opvangen totdat ze op een andere plek terechtkunnen; het netto-besteedbaar inkomen toetsen; of mensen helpen zonder inkomen. Dit betreft verschillende soorten organisaties, zoals thuis- en daklozenopvangen of kleine lokale initiatieven.

o m

E -

> z o

Figuur 3.6 Hanteert uw organisatie een vaste inkomensgrens voordat mensen voor uw hulp in aanmerking komen

en zo ja welke grens? (Ingevuld door 454 organisaties)

Nee, iedereen die bij ons komtkrijgthup v Ja, wij ijken wat iemand

vrijtebestedenheet

ledereen die wordt doorgestuurd

dooreenhuipverlener

E N

27% 27%

N

16%

N

13

maatschappelijke organisatie krijgt hulp

J2130% J3,120%

N N

Ja,100'%ofmindervanhetsociaal minimum/bijstandsnorm

g 19

Ja,140%

Ï 1%

Ja,110%

Ü 1%

Ja,150%

_ 0%

7% 6%

0% 10%

20%

30%

40%

20

) A

3 £ o m

K4 7

p ° 4

<

>

Daarbij zien we dat ongeveer 60% van de armoedehulporganisaties maatwerk toepast wanneer mensen volgens de richtlijnen niet in aanmerking komen voor hulp. Dit houdt in dat ze kijken wat een persoon nodig heeft om deze alsnog te kunnen helpen.

z

< S © 2

a o

e EJ m

z o

“We screenen niet op basis van inkomen. ledereen die via een verwijzing vanuit een organisatie wordt doorgestuurd, wordt geholpen. Ook zijn er verschillende soorten en maten kleding zodat we alle mensen kunnen helpen. We zijn er voor iedereen, zodat elk mens een goed gevoel krijgt.” Hebben en Houwen

m

> D

4 © m

o m

° 7

E3 c i

7

© D

7

p

=

£ =

m

“

z z m

o m

E -

> z o

21

) A

3 £ o m

K4 7

p ° 4

4.

<

> z

< S ©

TOENAME HULPVRAGEN EN MOGELIJKHEDEN NABIJE TOEKOMST

2

a o

Op Prinsjesdag heeft het kabinet bekendgemaakt dat ze de koopkracht willen laten stijgen en werken meer willen laten Lonen, door een verlaging van de inkomstenbelasting. De inzet is om de groei van het aantal mensen in armoede in Nederland te doen stagneren. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de visie van de armoedehulporganisaties over het aantal hulpvragen. Wat betekent het voor lokale hulporganisaties? Hoe verwachten zij dat de hulpvragen zich de komende maanden gaan ontwikkelen?

e EJ m

z o m

> D

4 © m

o m

° 7

E3 c i

7

© D

7

p

4.1

AANTAL

HULPVRAGEN

NABIJE

TOEKOMST

Wanneer de organisaties gevraagd wordt naar hun verwachting voor het komende half jaar geeft 63% aan een stijging in het aantal hulpvragen te verwachten, zie figuur 4.1. Een kleiner percentage, namelijk 27%, zegt geen zicht te hebben op de hulpvraag, 10% van de respondenten verwacht geen stijging.

=

£ =

Figuur 4.1 Verwacht u dat het aantal hulpaanvragen het komende half jaar zal stijgen?

(Ingevuid door 459 organsaties)

m

“

z z m

o m

E -

> z o

Nee

IA

Weetikniet

Eris ook gevraagd of hulporganisaties actief bezig zijn om het aantal mensen dat zij

bereiken uit te breiden. Een ruime meerderheid (63%) zegt actief op zoek te zijn naar nieuwe mensen om te kunnen ondersteunen, zie figuur 4.2. Dit doen zij bijvoorbeeld door acties via sociale media, het benaderen van pers of door contact te leggen met andere lokale hulporganisaties.

22

D 3 ©

o m

K4 7

>

“We willen onze organisatie laagdrempelig en toegankelijk houden, zodat iedereen die het nodig heeft de stap durft te zetten om naar ons te komen. Elk mens doet ertoe.” Leger Des Heils Bij Bosshardt Hoorn

° 4

<

> z

< S © 2

a

Figuur 4.2 I uw organisatie actief op zoek naar nieuwe mensen om te ondersteunen?

(Ingevuld door 453 organisaties)

o

e EJ

l

m

z o m

> D

Ja

4 © m

Nee

o m

IET

°

Weetikniet

7

E3 c i

7

© D

7

p

=

£ =

m

“

z z m

o m

E -

> z o

4.2

BENODIGDE

MIDDELEN

Een ruime meerderheid van de organisaties die de enquête heeft ingevuld verwacht nog steeds een stijging in het aantal hulpvragen. Om de hulp te kunnen blijven bieden zijn hulporganisaties vaak afhankelijk van verschillende vormen van fondsenwerving, zie figuur 4.3. De grootste groep richt zich op het werven van donateurs en eenmalige

giften (81%). 70% maakt gebruik van de steun van Stichting Armoedefonds in de vorm van goederen of geld. In figuur 4.3 is ook te zien dat 64% een beroep doet op subsidies

van de gemeente of overheid. Daarnaast zijn ook bijdragen vanuit de kerk (55%), giften uit het bedrijfsleven (54%), acties door particulieren (45%) en ondersteuning vanuit vermogensfondsen, landelijke organisaties en serviceclubs (45%) van belang voor hulporganisaties. Ook het ontvangen van giften in natura (37%) blijkt een groeiende hulpbron te zijn.

“Alle hulporganisaties in de buurt helpen elkaar; zo kunnen we gemakkelijk meer mensen ondersteunen en versterken. We zijn niet elkaars concurrent.” Leger Des Heils Bij Bosshardt Hoorn Daarnaast geven lokale hulporganisaties aan graag meer te willen doen met giften vanuit het bedrijfsleven, donateurs, vermogensfondsen en subsidies vanuit de gemeente, De reden waarom het voor betreffende organisaties niet lukt om dit op te pakken, is geen of weinig tijd, menskracht, financiën of kennis. 23

m

z K]

p g}

Figuur 43 Op welke manier doet uw organisatie aan werving van geld- en hulpbronnen?

(Ingevuld door 424 organisaties)

ä

<

Donateurs en eenmalige giftgevers

z

Aanbod van stichting Armoedefonds

>

< [3] }

Subsidies gemeenteofoverheid

E

Bijdragevanuitdekerk

á }

c E m

z o m

> E]

K3 ° m

} m

[]

81% 70%

E E

Giften uithetbedrijfsleven

Vermogensfondsen, andeljke Wekrijgenveelhulpinnatua

N

34%

Online met donatiemogeijkheid op eigen website

e

32%

W

Online met digitale nieuwsbrief Overig

W W

E

e encalsritetentonds

B 4%

5

Nietvantoepassing

}

>

=

m

”

37%

Actiesdoorbedrijven

We hebben eigenreserves/noodtonds

E]

45%

N

Onlinemetsocialemedia

S}

45%

N

z c h}

54%

e

o

E

55%

E

hulporganisaties en serviceclubs

Acties doorparticulieren

64%

N

20% 14%

9% 9%

| 1% 0%

20%

40%

60%

80%

100%

z H m

} m

EJ HA

> z o

24

) ó

3 £ o m

K4 7

CONCLUSIES

p ° 4

<

> z

< S ©

Stichting Armoedefonds werkt samen met meer dan 1.000 lokale armoedehulp-

2

organisaties uit heel Nederland. Hiervan nam ongeveerde helft (480 organisaties) deel

a o

aan dit periodieke onderzoek. Daarmee ontstaat een beeld van de huidige staat van armoedehulp in ons land. De drie deelvragen die centraal staan in dit onderzoek zullen

e EJ m

z o

hieronder worden

beantwoord.

m

>

Lokale hulporganisaties zijn degenen die armoede zien, verzachten en bestrijden, De resultaten uit dit onderzoek laten zien dat de helft van de deelnemende hulporganisaties een stijging in het aantal hulpvragen merkt, in tegenstelling tot wat de landelijke cijfers

D

4 © m

o m

wellicht laten zien.

° 7

E3 c i

7

© D

7

1.

HOEISHETAANTAL

HULPVRAGEN

IN HET AFGELOPEN

HALF JAAR

BIJ

LOKALE

HULPORGANISATIES

VERANDERD?

Dit onderzoek toont een zorgwekkende trend: de helft (50%) van de hulporganisaties

=

zag het afgelopen half jaar een stijging in hulpvragen, vooral onder alleenstaande ouders met kinderen, vluchtelingen, paren met kinderen, alleenstaanden zonder

£

kinderen en ouderen. Slechts een klein gedeelte van de hulporganisaties (16%)

p

=

m

“

z z m

o m

ervaarde in het afgelopen half jaar een daling van het aantal mensen dat bij hen om hulp vroeg. De stijging van het aantalluchtelingen, met name sinds de oortog in Oekraïne, dat hulp nodig heeft, vergroot de groep mensen die door lokale hulporganisaties ondersteund moet worden. Daardoor wordt de capaciteit van hulporganisaties nog verder belast, terwijlzij al met beperkte middelen werken.

E -

> z o

Hulporganisaties geven aan dat mensen met name worstelen met hoge huishoudelijke kosten, schulden en een gebrek aan financiële buffers. Als het gaat om toegang tot basisproducten ziet 38% van de hulporganisaties het aantal hulpvragen voor voedsel stijgen. Ook de vraag naar verzorgingsproducten is hoog. Hulporganisaties

zien veel vraag naar menstruatieproducten en wasmiddel (beide door 64% van de hulporganisaties genoemd), shampoo en douchegel (61%) en tandenborstels en tandpasta (51%).

“We helpen ook vluchtelingen die soms geen eten hebben. Er wordt daar wel gekookt maar dat is niet genoeg voor een volwassene. Ze krijgen twee broodjes voor een hele dag. Dat is niet menselijk.” Stichting Inclusie

25

) ó

3 £ o m

K4 7

p

2.

IN WELKE

MATE

ZIJN

LOKALE

HULPORGANISATIES

OP DIT MOMENT

IN STAAT (GESTELD) OM AAN DE HULPVRAGEN TE VOLDOEN? Hoewel meer dan de helft van de hulporganisaties financieel stabie is, kampt 6% met ernstige problemen waardoor het voortbestaan op het spel staat. Dat is bijna dubbel zoveel als voorheen. Zij geven aan dat de gevolgen van hun financiële situatie negatief

° 4

<

> z

< S ©

kunnen zijn omdat ze daardoor minder (gepaste) hulp kunnen bieden of af moeten

2

schalen in de hoeveelheid ervan. Daarnaast geeft één op de drie hulporganisaties

a o

(34%, ten op zichten van 29% eerder dit jaar) aan een tekort aan vrijwiligers en/of

e EJ

betaalde krachten te hebben. De combinatie van stijgende hulpvragen en een tekort aan vrijwilligers leidt ertoe dat 7,5% van de hulporganisaties noodgedwongen met een wachtlijst werkt.

m

z o m

> D

4

Toch s er ook goed nieuws: ongeveerde helft van de hulporganisaties staat er financieel

© m

(redelijk) stabiel voor, zij zeggen zich namelijk volledig te redden met hun eigen

o m

middelen. Daar komt bij dat de meeste hulporganisaties maatwerk aanbieden en kijken wat iemand nodig heeft, zodat iedereen die hulp zoekt, geholpen kan worden.

° 7

E3 c i

7

© D

7

p

=

£ =

m

“

z z m

o m

E -

3.

HOE VERWACHTEN

LOKALE

ZICH

MAANDEN

DE KOMENDE

HULPORGANISATIES GAAN

DAT HULPVRAGEN

ONTWIKKELEN?

Lokale armoedehulporganisaties staan voor een uitdagende periode waarin ze niet alleen een stijging in het aantal hulpvragen verwachten, maar ook afhankelijk blijven van steun om die groeiende vraag te kunnen blijven opvangen. Veel hulporganisaties zijn actief op zoek naar manieren om meer mensen die het nodig hebben, te helpen. Tekorten op het gebied van vrijwilligers en financiële middelen legt hierbij extra druk bij deze lokale armoedehulporganisaties. Dit, en de staat van armoede in Nederland,

zouden kunnen verklaren waarom meer dan de helft van de hulporganisaties (63%) verwacht dat het aantal hulpvragen zal stijgen. Om dit te ondervangen zijn lokale armoedehulporganisaties afhankelijk van verschillende vormen van steun.

> z o

26

) ó

3 £ o m

K4 7

AANBEVELINGEN

p ° 4

<

> z

< S ©

Op basis van de conclusies uit dit onderzoek naar de staat van armoedehulp in Nederland, ziet het Armoedefonds de volgende aanbevelingen. Deze aanbevelingen zijn gericht op het versterken van lokale armoedehulporganisaties en het verzachten en bestrijden van armoede, zodat iedereen volwaardig mee kan doen in de samenleving.

2

a o

e EJ m

z o m

>

1.

VERHOOG BIJ

D

4

DE

MINIMUMLOON

KERN

AAN

TE

EN

UITKERINGEN

OM ARMOEDE

PAKKEN.

Armoede begint bij onvoldoende inkomsten. Dat heeft effecten op hoeje deel kunt nemen aan de samenleving, op je gezondheid en op je kansen. Het Armoedefonds pleit daarom voor een verhoging van het minimumloon en de bijstandsuitkeringen naar ten

© m

o m

°

minste 60% van het mediaan

7

E3 c

inkomen.

Een bestaansminimum

van dit niveau vermindert

de relatieve armoede structureel en zorgt ervoor dat mensen in staat zijn om hun basisbehoeften te dekken, inclusief de mogelijkheid om schoolkosten te betalen, een uitstapje te maken, of een financiële bufferop te bouwen.

i

7

© D

7

p

=

Hoewelhet kabinet stappen heeft aangekondigd om de koopkracht te verhogen, moeten deze maatregelen veel verder gaan, Totdat structurele veranderingen zijn doorgevoerd, is het noodzakelijk om Lokale armoedehulporganisaties te ondersteunen. Deze organisaties bieden essentiële hulp aan mensen die worstelen om rond te komen en vormen een vangnet voor gezinnen die het moeilijk hebben.

£ =

m

“

z z m

o m

“Het is duidelijk dat er dringend actie moet worden ondernomen om deze mensen te ondersteunen. We moeten niet alleen kijken naar kortetermijnoplossingen zoals voedselhulp, maar ook naar structurele veranderingen die de dieperliggende oorzaken van werkende armoede aanpakken. Dit omvat het verhogen van lonen, het verbeteren van arbeidsvoorwaarden en het bieden van meer ondersteuning aan

E -

> z o

mensen in kwetsbare situaties.” Stichting het Rode Lint

2.

VERSTERK

LOKALE

DIE ARMOEDEHULP

HULPORGANISATIES: HET

DICHTST

BI

ZIJ ZIJN

MENSEN

DEGENEN

AANBIEDEN.

Armoede begint bij onvoldoende inkomsten. Dat heeft effecten op hoeje deel kunt nemen aan de samenleving, op je gezondheid en op je kansen, Om armoede aan te pakken moeten het minimumloon en de bijstandsuitkering verhoogd worden. Daarbij kan rekening worden gehouden met de Europese armoedegrens van een bestaansminimum

van ten minste 60% van het mediaan

inkomen. Totdat structurele

27

) ó

3 £ o m

K4

veranderingen zijn doorgevoerd, is het noodzakelijk om lokale armoedehulporganisaties te ondersteunen, Deze organisaties bieden essentiële hulp aan mensen die worstelen om rond te komen en vormen een vangnet voor gezinnen die het moeilijk hebben,

7

p ° 4

<

> z

<

De stijging van hulpvragen bij veel organisaties betekent datzij meer middelen nodig hebben om hun hulp te blijven bieden. Financiële zekerheid is met name nodig voor de organisaties waarbij het voortbestaan op het spel staat, en waarbij mogelijk de mensen die zij helpen in nog grotere problemen komen. Daarom is structurele financiering belangrijk, Het garandeert de continuïteit van armoedehulp en zorgt ervoor dat mensen in armoede blijvend geholpen worden, Zonder eerst op een wachtlijst te belanden en zonder dat het voorbestaan van de nodige hulp op het spel komt te staan.

S © 2

a o

e EJ m

z o m

> D

4 © m

o m

° 7

E3 c i

7

© D

7

p

=

£ =

m

“

z

3.

VERLENG

DE INZET TEGEN

MENSTRUATIEARMOEDE

EN

ZORG

VOOR

TOEGANG

TOT

BASISVERZORGINGSPRODUCTEN

Menstruatiearmoede blijft een urgent probleem in Nederland. 1 op de 8 jonge meisjes

en vrouwen heeft thuis niet altijd voldoende geld om menstruatieproducten te kopen 's. Dat belemmert hen om volwaardig deel te nemen aan school, werk en sociale activiteiten. Lokale hulporganisaties geven in groten getale aan dat er veel vraag Ís naar menstruatieproducten en andere verzorgingsproducten. Daarom blijft het nodig om deze producten laagdrempelig aan te bieden aan hen die het nodig hebben. Dit voorkomt dat jonge meiden vanwege financiële beperkingen worden uitgesloten van het dagelijks leven. Daarbij moet er ook aandacht zijn voor andere essentiële verzorgingsproducten, zoals shampoo, luiers en tandenborstels, Een gebrek aan deze producten zorgt ervoor dat mensen zich minderwaardig voelen en belemmert hun dagelijkse functioneren.

z m

o m

E -

> z o

“Het

niet kunnen

uitdelen

van

maandverband

betekent

voor onze

klanten, dat zij te weinig of geen maandverband kunnen kopen en ten tijden van menstruatie verplicht thuis moeten blijven.” Steunfonds

Alkmaar

Armoede in Nederland blijft een groot probleem. Lokale armoedehulporganisaties spelen een cruciale rolin het bieden van directe hulp en ondersteuning aan mensen in nood. Het is essentieel dat zij worden versterkt en gesteund, zodat zij hun werk kunnen blijven doen. Tegelijkertijd moeten de onderliggende oorzaken van armoede worden aangepakt, zoals het verhogen van het minimumloon en de uitkeringen, om ervoorte zorgen dat iedereen in Nederland in waardigheid kan leven.

28

) ó

3 £ o m

K4 7

> ° 4

BRONNEN

<

> z

< S ©

Centraal Planbureau (2024, september).

Concept Macro Economische Verkenning 2025

2

https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Raming-Concept-Macro-Economische-

a

Verkenning-2025.pdf

o

e EJ

CBS (2024). Aankondiging nieuwe methode om armoede te meten door CBS, SCP en Nibud.

m

https://www.cbs.nU/ni-nU/nieuws/2024/29/aankondiging-nieuwe-methode-om-armoede-te-meten-

z o

door-cbs-scp-en-nibud

m

CBS (2024). SDG 1 Geen armoede.

> 4

https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/monitor-brede-welvaart-en-de-sustainable-development-goals/ sdg-s/sdg-1-geen-armoede#:":text=Het%20deel%20van%20de%20bevolking,5%o20procent%20van%20

©

de%20bevolking

D

m

o m

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2024, september).

°

Factsheet Participatiewet L- 2024

Factsheet Participatiewet.

(overheid.nl)

7

Nvkk (september 2024). Aantal aanmeldingen schuldhulpverlening stijgt.

E3 c

Aantal aanmeldingen schuldhulpverlening stijgt - NWK

i

7

©

Ipsos i&o (juni 2024). Verzorgingsarmoede in Nederland en België; onderzoeksrapport

D

in opdracht van Kruidvat, Het Armoedefonds en de Belgische Federatie van Voedselbanken.

7

Verzorgingsarmoede

p

=

NL/BE

(ipsos.com

Neighbourhood Feminists (2024).

£

Een gids voor het aanpakken van menstruatiearmoede;

kwantitatief onderzoek naar menstruatiearmoede

=

in Nederland 2024

CODE ROOD ZONDER ILLUSTRATIES (neighborhoodfeminists.com)

m

“

Nibud (2024). Geldproblemen in Nederland.

z

https://www.nibud.n/dossiers/geldproblemen-in-nederland/#:-:text=ln%,202022%20was%2060%20 procent,alle%20rekeningen%20zonder%20problemen%20betalen

z m

o

Rijksoverheid (2024),

m

Hoge maatschappelijke kosten van schulden vragen om stevige aanpak.

Hoge maatschappelijke kosten van schulden vragen om stevige aanpak | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl

E -

> z o

10

CBS (2024). SDG 1 Geen armoede. https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/monitor-brede-welvaart-en-de-sustainable-development-goals/ sdg-s/sdg-1-geen-armoede#:-:text=Het%20deel%20van%,20de%20bevolking,5%o20procent"%o20van%20

de%20bevolking n

Nibud (2024). Rapport Geldzaken in de praktijk (2024) Rapport Geldzaken

12

in de praktijk (2024) - Nibud

CBS (2024). Inflatie 3,8 procent in 2023; exclusief energie 6,5 procent. https://www.cbs.nU/nl-nUnieuws/2024/02/inflatie-3-8-procent-in-2023-exclusief-energie-6-5oral%20de%20prijsontwikkeling%20van%20voedingsmiddelen,

werden%20in%o20

een%20jaar%20tijd. 13

Neighbourhood Feminists (2024).

Een gids voor het aanpakken van menstruatiearmoede;

kwantitatief onderzoek naar menstruatiearmoede

in Nederland 2024.

CODE ROOD ZONDER ILLUSTRATIES (neighborhoodfeminists.com)

29

Steun

elkaar!

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=34e11ae1-5230-46ed-a1ac-7539d8e26014