2. Raadsmededeling 166-2024 Plan asielopvang Gelderland 2025
Tekst van het document
Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouders Onderwerp
: : : : : :
166-2024 1 november 2024 S. van Erkelens, R. Land College van B&W Plan asielopvang Gelderland
Geachte leden van de raad, Op 31 oktober 2024 heeft de provincie Gelderland het ‘Plan asielopvang Gelderland’ aangeboden aan de minister van Asiel en Migratie. In het plan staan de afspraken die de provincie met de gemeenten heeft gemaakt over de opvang van asielzoekers, Oekraïense ontheemden en statushouders. Op verzoek van de provincie sturen wij het plan en bijbehorende stukken hierbij ter kennisname aan u door. De opgegeven aantallen voor de gemeente Aalten wijken niet af van de eerdere opgave. Bijlagen: 1. Aanbiedingsbrief CvdK aan minister Faber 2. Verslag overleg CvdK over overleg PRT Gelderland 31 oktober 2024 3. Plan asielopvang PRT Gelderland 2025-2026 4. Persbericht CvdK asielopvang Gelderland 5. Brief CvdK aan college van B&W
Pagina 1 van 1
COMMISSARIS VAN DE KONING IN DE PROVINCIE GELDERLAND
Arnhem, 31 oktober 2024
Excellentie,
Middels deze gezamenlijke brief van alle commissarissen van de Koning bied ik u mijn verslag aan, zoals van mij gevraagd wordt in de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen. Zoals deze wet voorschrijft, doe ik dit in mijn rol als Rijksorgaan en na het voeren van vele gesprekken met de gemeenten. Conform de wet slaat u bij het nemen van uw verdeelbesluit acht op dit verslag en streeft u naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling van de opvang van asielzoekers over het grondgebied van Nederland.
In aansluitende berichten wordt de specifieke provinciale opgave ingeldeurd. Ik spreek mij niet kwalitatief uit over de gespreldcen en de inzet van alle gemeenten, wel over de omstandigheden waar zowel gemeenten als provincies mee te maken hebben (gehad) bij de invulling van deze nieuwe wettelijke taak. Effect van de Spreidingswet Alle commissarissen van de Koning staan onverkort achter de Spreidingswet die beoogt, door een evenwichtige spreiding van opvanglocaties, rust en stabiliteit te brengen in de asielopvang.
We kunnen constateren dat de Spreidingswet nu al effect sorteert: de gemeentelijke plannen laten zien dat de komende twee jaren meer gemeenten dan voorheen asielopvang bieden en we zien óók een beweging van noodopvang naar duurzame opvang.
Vanuit mijn bestuurlijke verantwoordelijldieid doe ik dan ook nogmaals een beroep op de minister om de Spreidingswet in de volle breedte uit te blijven voeren. Daarbij adviseer ik geen besluiten tot intrelddng van de Spreidingswet aan de Kamers voor te leggen tot er een deugdelijk alternatief voor voldoende asielopvangplekken ligt.
Uitdagingen bij invullen taakstelling Ondanks dat de Spreidingswet zeker al effect heeft, tellen de provinciale plannen helaas nog niet voldoende op tot de totaal gevraagde capaciteit. Dit kent een aantal redenen. Zo zorgde de aankondiging tot het voornemen van intrekldng van de wet, kort na de inwerkingtreding, voor onduidelijkheid en vertraging. Dit heeft in zijn algemeenheid een wissel getrokken op politieke-bestuurlijke bereidheid te voldoen aan de Spreidingswet. Lokale bestuurders Icwamen hierdoor regelmatig in een lastig parket bij het geven van uitleg over beoogde opvanglocaties aan omwonenden. De bestaande besluitvormings- en ruimtelijke procedures met vaak lange doorlooptijden zijn ongewijzigd gebleven. De invoering van de Spreidingswet is niet vergezeld gegaan van nieuwe wettelijke mogelijkheden tot versnelling. Dit moeten wij ons terdege realiseren.
De laat verschafte duidelijkheid over kaders heeft ook niet bijgedragen aan de bereidheid van gemeenten om zelf opvangvoorzieningen te Gaten) exploiteren. Ik zie ook dat het bij het COA in de uitvoering geregeld ontbreekt aan voldoende capaciteit en slagvaardig heid, waardoor projecten (extra) vertragen of soms zelfs geen doorgang kunnen vinden. Daarnaast zie ik in de miljoenennota ook dat de uitvoeringsorganisaties in de gehele keten te maken krijgen met een forse daling van budget. Dit leidt bij mij tot zorgen over uitvoeringslcracht en haalbaarheid. Gemeenten zijn bijvoorbeeld gevraagd duurzame plelcken te leveren voor 5 jaar. De financiering van het COA daalt echter na 2027 drastisch. Dit maakt de businesscases voor nieuwe locaties zeer onzeker.
We vragen veel van onze gemeenten zowel als het gaat om opgaven en taken alsook als het gaat om druk op de ruimte. Kan het Rijk zelf nog meer bijdragen als het gaat om Rijksvastgoed en/of gronden? De gewenste uitruil tussen gemeenten tussen asielopvangplekken en huisvesting van statushouders is in het hele land nog zeer beperkt van de grond gekomen. Ik constateer dat met spijt omdat ik de achterliggende gedachte van regionale samenwerldng waar dat kan, zeer ondersteun. Daarom vraag ik u om met de opgedane eivaringen te onderzoeken hoe regionale samenwerldng kan worden bevorderd, en hierbij een eerste evaluatie van hoe de wet, en met name de bonussystematiek, (uit)werkt, te betrekken. Tot slot Ik zie dat de systematiek van overleg aan de PRT’s en de LRT een goed instrument is om alle opgaven (van opvang tot huisvesting) in samenhang te bezien en tot resultaten te komen. Rust in het opvanglandschap en in de wet- en regelgeving hieromtrent zijn daarbij van groot belang.
Ik koppel aan deze weergave van feiten en omstandigheden die een rol hebben gespeeld tijdens de overlegfase van de Spreidingswet tot slot nog een tweeledig verzoek: • Alles wat in uw vermogen ligt eraan bij te dragen om de voorwaarden voor het totstandbrengen van stabiele opvangvoorzieningen te verbeteren; • Bovenstaande feiten en omstandigheden mee te wegen bij het nemen van uw verdeelbesluit en het inzetten van handhaving. Hoogachjién^^;
leöfi Lenferink Jommissaris van de Koning in Gelderland 'oorzitter van de Provinciale Regietafel Gelderland
COMMISSARIS VAN DE KONING IN DE PROVINCIE GELDERLAND
Geachte mevrouw Faber, In mijn rol als Rijksorgaan breng ik verslag uit van het overleg dat heeft plaatsgevonden aan de Provinciale RegieTafel (PRT) over de invulling van de indicatieve opgave van de provincie Gelderland om te voorzien in 11.704 asielopvangplaatsen. Deze opgave is in de capaciteitsraming van 31 januari jl. vastgesteld.
De uitkomsten van het overleg aan de PRT zijn weergegeven in bijgevoegd Provinciaal Plan van de PRT Gelderland, dat is opgesteld volgens het format dat de Landelijke Regietafel (LRT) hiervoor heeft vastgesteld. Conform de Spreidingswet wordt mijn verslag betrokken bij het verdeelbesluit dat u uiterlijk 31 december 2024 neemt en waarin u bepaalt hoeveel opvangplaatsen voor asielzoekers individuele gemeenten de komende twee kalendeijaren mogelijk moeten maken. Bij dit besluit streeft u naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling van de asielopvangplaatsen over ons land. In dit verslag ga ik achtereenvolgens kort in op 1. de huidige asielopvang in Gelderland 2. de governance 3. het resultaat van het overleg aan de PRT 4. mijn inzet als Rijksorgaan 5. nu al zichtbare effecten van de Spreidingswet en tot slot op 6. gemaakte uitruilafspraken.
Het bijgevoegde Gelders plan bevat gedetailleerde informatie over de asielopvang per subregio en inliggende gemeenten gedurende de komende twee kalendeijaren. In het plan wordt ook ingegaan op voorzieningen en voorwaarden die hiervoor nodig zijn. De uitdagingen waarmee zowel gemeenten als provincies te maken hebben (gehad) bij de invulling van de nieuwe wettelijke taak staan vermeld in de aanbiedingsbrief bij dit verslag. 1. Asielopvang in Gelderland Gelderse gemeenten leveren sinds jaar en dag een forse bijdrage aan de opvang aan asielzoekers. In maart 2024 voorzag Gelderland in ruim 8.500 plaatsen, waarvan 56% structurele plaatsen. De volgende gemeenten leverden het merendeel van deze opvangplaatsen: Apeldoorn, Arnhem, Hardei’wijk, Nijmegen, Wageningen, Winterswijk en Zutphen.
1
2.
Governance
Het gesprek over de daad^verkelijke invulling van de indicatieve verdeling dient volgens de Spreidingswet plaats te vinden aan Provinciale Regietafels (PRT’s), onder voorzitterschap van de commissaris van de Konmg (cvdK) als Rijksorgaan. Omdat Gelderland 51 gemeenten kent, wordt gewerkt met een PRT met daaronder zeven subregionale tafels. Vertegenwoordigers van de colleges van B8fW, Gedeputeerde Staten en het COA zijn aan die tafels vertegenwoordigd en hebben vnjwel maandelijks overleg gevoerd over de invulling van de indicatieve opgave. Alle gemeenten hebben aan de bestuurlijke overleggen deelgenomen. 3.
Hoofdliinen resultaat overleg PRT
Het resultaat van het overleg aan de (subregionale) PRT is dat de gemeenten in Gelderland uiterlijk 1 juli 2025 voorzien in 10.474 asielopvangplaatsen. Van deze opvangplaatsen zijn 974 pleliken bestemd voor minderjarige asielzoekers (AMV). Dit betekent dat de Gelderse gemeenten uiterlijk 1 juli 2025 gezamenlijk bijna 90% van de gevraagde 11.704 opvangplaatsen voor asielzoekers realiseren en 98% van de gevraagde 992 opvangplaatsen voor AMV. Uiterlijk 1 januari 2026 wordt voorzien in 10.195 opvangplaatsen voor asielzoekers, waarvan 1.015 voor AMV. Uiterlijk 1 januari 2027 is de stand 10.004 opvangplaatsen, waarvan 1.066 voor AMV. Hierbij moet het voorbehoud worden gemaakt dat in enkele gemeenten eind 2024, begin 2025 (definitieve) besluitvorming zal plaatsvinden. Voor gedetailleerde informatie per subregio en inliggende gemeenten verwijs ik naar het bijgevoegde Plan Asielopvang Gelderland.
Van de 51 Gelderse gemeenten vervullen negentien gemeenten vóór 1 juli 2025 100% of meer van de eigen indicatieve asielopgave. Vijf van deze negentien gemeenten voorzien zelfs in meer dan 200% van de eigen indicatieve opgave: Wageningen 394%, Arnhem 309%, Zutphen 301%, Harderwijk 293% en Winterswijk 255%. Vijftien Gelderse gemeenten voorzien vóór 1 juh 2025 in een groot deel van de eigen indicatieve opgave. Zes gemeenten voorzien op een later moment alsnog (gedeeltelijk) in het aantal gevraagde opvangplaatsen. De gemeenten Buren, Doesburg, Elburg, Hattem, Lingewaard, Neder-Betuwe, Oldebroek, Overbetuwe, Scherpenzeel, Voorst en Westervoort hebben op dit moment nog geen besluit genomen over de invulling van de eigen indicatieve opgave. In een aantal van deze gemeenten is besluitvorming hierover eind 2024 of begin 2025 voorzien. Naast opvang voor asielzoekers bieden de Gelderse gemeenten ook opvang aan ontheemden uit Oekraïne. Op 25 oktober jl. telde Gelderland in totaal bijna 12.000 gemeentelijke opvangplaatsen. Dat IS 78% van de gevraagde 15.358 plekken. Daarnaast worden 2.090 ontheemden uit Oeliraïne door particulieren opgevangen. Samen brengt dat het totaal aantal opvangplaatsen Oeliraïners op iTiim 90% van het gevraagde aantal. De verwachting is dat dit percentage in de aanloop naar 1 januari 2025 nog iets toeneemt.
4. Inzet als Rijksorgaan Als Rijksorgaan heb ik het gesprek tussen de vertegenwoordigers van de colleges van B&W, het COA en GS gefaciliteerd. Zoals hiervoor onder punt 1. genoemd vangt een aantal Gelderse gemeenten al jaren asielzoekers op. De betreffende colleges van B&W hebben dan ook geen enkele aansporing van mij nodig gehad. Integendeel, zij tonen uit eigen beweging lef, daadkracht, creativiteit en doorzettingsvermogen! Deze gemeenten moeten we koesteren en ik roep u op - nu niet alle gemeenten afspraken hebben gemaakte over de invulling van hun indicatieve opgave - deze gemeenten in het definitieve verdeelbesluit niet nog meer te belasten. 2
In gemeenten, waar de opvang van asielzoekers nog niet vanzelfsprekend is, heb ik - waar nodig de samenwerldng en/ot besluitvorming bevorderd door gesprekken te voeren met burgemeesters, wethouders, gemeenteraden en bestuurders van het COA, dan wel gemeenten per brief aangespoord. Vanuit deze contacten geef ik graag de volgende bevindingen terug: e Het voornemen van het kabinet om de Spreidingswet in te trekken en de vele uitspraken van Kabinetsleden daarover, maken sommige gemeenten terughoudend om besluiten te nemen over de invulling van de indicatieve taakstelling. Ook bij inwoners zorgde dit voor onduidelijldieid en weerstand. Dit effect heb ik in meerdere gemeenten in Gelderland gezien. ® De provincie Gelderland kenmerkt zich door veel locaties met beperkingen op het gebied van natuur en landschap, bodem en water. Natura 2000 en stikstofdepositie maken het ontwildcelen van opvanglocaties ook in juridische zin complex, tijdrovend en onzeker. Dit heeft zich onder meer voorgedaan in Oldebroek, waar de plannen voor een opvanglocatie om die reden uitemdelijk zijn stilgelegd. o Het mogelijk maken van kleinschalige opvang leidt tot een meer evenwichtige spreiding. Kleinere gemeenten - waar geen draagvlak, draagkracht en nabijgelegen voorzieningen voor grootschalige opvanglocaties zijn - besluiten nu ook tot asielopvang.
Dit leidt in de praktijk echter regelmatig tot spanningen met het bedrijfsvoeringmodel van het COA, dat uitgaat van een minimale omvang. Een deel van de oplossing kan in mijn optiek worden gevonden in een combinatie van centrum- en satellietlocaties. 5. Zichtbare effecten invoering Spreidingswet Uit het Plan Asielopvang Gelderland blijkt dat de Spreidingswet een half jaar na de invoering al effect sorteert. Op 31 januari 2024, een dag voor het van kracht worden van de wet, vingen 19 van de 51 Gelderse gemeenten asielzoekers op. Op 1 juli 2025 gebeurt dat in 31 gemeenten. Het percentage gemeenten dat in Gelderland asielopvang biedt, stijgt in 16 maanden dus van 37% naar 60%. De asielopvang wordt dus - conform één van de doelstellingen van de wet - meer evenwichtig over de regio’s en gemeenten verdeeld. In het Gelderse plan is - naast een meer evenwichtige spreiding - de komende jaren nog een beweging zichtbaar: een beweging van kostbare noodopvang naar structurele en langjarige opvang. Bestaat op 1 juh 2025 42% van het totaal aantal asielopvangplaatsen uit (crisis)noodopvangplaatsen, op 1 januari 2027 daalt dit percentage naar 11%. Met name in de subregio Rijk van Nijmegen is deze beweging zichtbaar, waarbij gedurende de komende twee jaar constant nagenoeg volledig wordt voorzien in structurele, reguliere opvangplaatsen die beschikbaar zijn voor een langere termijn.
Een duurzaam en langjarig opvanglandschap is voor zowel asielzoekers, gemeenten, haar inwoners als voor het COA een goede zaak en bespaart bovendien veel maatschappelijke kosten. Gelet op het tekort aan asiel-opvangplaatsen en de nu al zichtbare effecten van de Spreidingswet adviseer ik het kabinet met Idem het voornemen tot intrelddng van de Spreidingswet te heroverwegen.
6. Uitruil- en/of vereveningsatspraken Een aantal gemeenten heeft bestuurlijke uitruil- dan wel vereveningsatspraken gemaakt. Dit betreft: • Zutphen en Heei'de Zutphen realiseert 740 plaatsen. De gemeente voorziet - naast de eigen indicatieve opgave van 246 plaatsen - ook in de indicatieve asielopgave van Heerde (116 plaatsen). Heerde voorziet in de (resterende) opgave van Zutphen om te voorzien in het gevraagde aantal gemeentelijke opvangplaatsen voor ontheemden uit Oekraïne 3
•
•
«
Rheden en Rozendaal Rheden realiseert 250 plaatsen. De gemeente neemt - naast de eigen indicatieve opgave van 215 plaatsen - ook in de indicatieve opgave van Rozendaal (14) voor haar rekening. Maasdriel, West Maas en Waal en Zaltbommel Deze drie gemeenten hebben besloten gezamenlijk (grotendeels) te voorzien in de indicatieve opgave (van respectievelijk 154, 121 en 179 plaatsen), waarbij drie opvanglocaties worden gecreëerd: twee duurzame locaties voor respectievelijk ca. 150 en 168 personen en een locatie voor 40 AMV in Maasdriel. Daarnaast wordt gezamenlijk voorzien in ca. 700 plaatsen voor Oekraïense ontheemden. Druten en Wijchen Druten en Wijchen pakken de indicatieve opgaven (114 respectievelijk 243) gezamenlijk op. Druten is per april 2024 gestart met een locatie van 100 opvangplaatsen voor de duur van twee jaar. Wijchen start in 2025 met een voorziening voor 300 asielzoekers voor 10 jaar en neemt de opvangplaatsen van Druten in 2026 over. Daarnaast is per september jl. in Wijchen een doorstroomlocatie voor statushouders gerealiseerd voor 27 personen voor drie jaar.
Tot slot We blijven in Gelderland gezamenlijk werken aan een opvanglandschap, waarbij structurele opvangplekl<en evenwichtig over de provincie zijn verdeeld. Dit vraagt van alle partijen de nodige creativiteit, durf, bestuurlijke wil, flexibiliteit, financiële middelen, capaciteit én doorzettingsvermogen. De knelpunten in het benodigde voorzieningenniveau - met name het onderwijs, de zorg en in de beschikbaarheid van nutsvoorzieningen - vragen om oplossingen. In het Gelderse plan zijn enkele voorwaarden benoemd die moeten worden ingevuld om de opgaven te kunnen realiseren. De PRT Gelderland doet hierbij een dringende oproep aan het Rijk als ler om in de benodigde voorzieningen en voorwaarden te voorzien.
Met vrieni
'tómmissaris van de Koning in Gelderland, Voorzitter van de PRT
4
Plan Asielopvang Gelderland 2025 - 2026 Provinciale Regietafel (PRT) Migratie & Integratie Gelderland
29 oktober 2024
Inhoud
Samenvatting
3
1
Inleiding
5
2
Bestuurlijke samenwerking in Gelderland
6
3 3.1 3.2 3.3
De Gelderse opgaven Taakstelling opvang asielzoekers Opgave opvang ontheemden Oekraïne Taakstelling huisvesting statushouders
7 7 7 7
4 4.1 4.2 4.3
Afspraken realisatie opgaven Realisatie taakstelling opvang asielzoekers Realisatie opgave opvang ontheemden Oekraïne Realisatie taakstelling huisvesting statushouders
8 8 12 15
5
Uitvoering en monitoring periode 2025-2026
17
6
Benodigde voorzieningen
18
7
Voorwaarden
20
Bijlagen Bijlage 1 Inrichting en samenstelling PRT Gelderland en subregionale overlegtafels 24 Bijlage 2 Totaaloverzicht taakstellingen en (verwachte) realisatie opvang asielzoekers, ontheemden uit Oekraïne en huisvesting statushouder Gelderland totaal, per subregio en gemeente (periode 2025-2027) 25 Bijlage 3 Ranglijst gemeenten realisatie opvang asielzoekers, ontheemden Oekraïners periode 2025-2027 en huisvesting statushouders 2024-I (incl. voorsprong/achterstand) 26 Bijlage 4 Subregionale plannen PRT Gelderland (oktober 2024)
Plan Asielopvang Gelderland 2025 – 2026
2
Samenvatting Gemeenten in Gelderland staan samen voor de opgave om uiterlijk 1 juli 2025 in totaal 11.704 opvangplaatsen voor asielzoekers mogelijk te maken. Daarvan moeten 992 opvangplaatsen bestemd zijn voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV). Aan de Gelderse Provinciale Regietafel (PRT) Migratie en Integratie hebben de colleges van B&W van de Gelderse gemeenten - samen met vertegenwoordigers van het COA en het college van Gedeputeerde Staten - afspraken gemaakt over het beschikbaar stellen van het aantal gevraagde opvangplaatsen. Het betreft afspraken over asielopvangplaatsen die respectievelijk uiterlijk 1 juli 2025 worden gerealiseerd, uiterlijk 1 januari 2026, uiterlijk 1 januari 2027 en daarna. Aan de PRT heeft ook bestuurlijke afstemming plaatsgevonden over de opvang van ontheemden uit Oekraïne en is gesproken over de huisvesting van statushouders. De wettelijke taken die aan de gemeenten zijn opgedragen, zijn in samenhang bezien met het verzoek om ook opvangplekken voor ontheemden uit Oekraïne beschikbaar te stellen. Het resultaat van het overleg is dat de gemeenten in Gelderland uiterlijk 1 juli 2025 samen voorzien in 10.474 asielopvangplaatsen. Van deze opvangplaatsen zijn er 974 bestemd voor AMV.
Dit betekent dat de Gelderse gemeenten uiterlijk 1 juli 2025 gezamenlijk bijna 90% van de gevraagde 11.704 opvangplaatsen voor asielzoekers realiseren en 98% van de gevraagde 992 opvangplaatsen voor AMV. Vóór 1 januari 2026 wordt voorzien in 10.195 opvangplaatsen voor asielzoekers, waarvan 1.015 voor AMV. Vóór 1 januari 2027 is de stand 10.004 opvangplaatsen, waarvan 1.066 voor AMV. Hierbij moet het voorbehoud worden gemaakt dat in enkele gemeenten nog eind 2024 begin 2025 (definitieve) besluitvorming zal plaatsvinden. Van de 51 Gelderse gemeenten voorzien 19 gemeenten voor 1 juli 2025 in 100% of meer van de eigen indicatieve asielopgave, waarvan 5 gemeenten zelfs aan meer dan 200% van de eigen indicatieve opgave voldoen. Dat geldt voor Wageningen 394%, Arnhem 309%, Zutphen 301%, Harderwijk 293% en Winterswijk 255%. Daartegenover staat dat 11 gemeenten op dit moment nog geen besluit hebben genomen over de invulling van de eigen indicatieve opgave binnen de huidige wetcyclus. Dit geldt voor Buren, Doesburg, Elburg, Hattem, Lingewaard, NederBetuwe, Oldebroek, Overbetuwe, Scherpenzeel, Voorst en Westervoort. In een aantal van deze gemeenten wordt hierover eind 2024 of begin 2025 een besluit voorzien.
Van de overige 21 Gelderse gemeenten vullen 15 gemeenten voor 1 juli 2025 de eigen indicatieve opgave gedeeltelijk of bijna volledig in en voorzien 6 gemeenten op een later moment alsnog (gedeeltelijk) in het aantal gevraagde opvangplaatsen. Uit de gemeentelijke en subregionale plannen wordt duidelijk dat de Spreidingswet effect sorteert. Op 31 januari 2024, daags voor het van kracht worden van de Spreidingswet, vingen 19 van de 51 Gelderse gemeenten asielzoekers op. Op 1 juli 2025 bieden 31 gemeenten in Gelderland asielopvangplaatsen. Het percentage gemeenten dat in Gelderland asielopvang biedt stijgt daarmee in 16 maanden van 37% naar 61%. De opvang van asielzoekers wordt daarnaast – conform één van de doelstellingen van de wet – meer evenwichtig over het grondgebied van de provincie verdeeld. Daarnaast is de komende jaren een beweging zichtbaar van noodopvang naar structurele opvang. Bestaat op 1 juli 2025 42% van het totaal aantal asielopvangplaatsen uit (crisis)noodopvang-plaatsen, op 1 januari 2027 daalt dit percentage naar 11%. Met name in de subregio Rijk van Nijmegen is deze beweging zichtbaar, waarbij gedurende de komende twee jaar constant nagenoeg volledig wordt voorzien in structurele, reguliere opvangplaatsen die beschikbaar zijn voor een langere termijn.
Plan Asielopvang Gelderland 2025 – 2026
3
Hoewel op dit moment nog grote verschillen bestaan tussen gemeenten en regio’s in de opvang van asielzoekers en daarmee nog geen sprake is van een volledig evenwichtige spreiding over heel Gelderland is het beeld dat er de komende jaren wordt toegewerkt naar een meer evenwichtige spreiding van asielopvangplaatsen in Gelderland. Enkele gemeenten moeten nog van ver komen, maar hebben ook concrete voornemens om in de komende jaren zowel grootschalige (Oude IJsselstreek) als kleinschalige (Scherpenzeel) opvangvoorzieningen te ontwikkelen. Naast opvang voor asielzoekers bieden de Gelderse gemeenten sinds de oorlog in Oekraïne ook opvang aan ontheemden uit Oekraïne. Het Kabinet heeft Gelderland gevraagd per 1 januari 2025 15.358 opvangplaatsen te realiseren. Op 25 oktober jl. telde Gelderland in totaal bijna 12.000 gemeentelijke opvangplaatsen (78%). Daarnaast werden op dat moment ook nog 2.090 ontheemden uit Oekraïne door particulieren opgevangen. Samen brengt dat het totaal aantal opvangplaatsen voor ontheemden uit Oekraïne op ruim 90% van het gevraagde aantal. De verwachting is dat dit aantal in de aanloop naar 1 januari 2025 nog iets zal toenemen. Het nieuwe kabinet heeft ook aangekondigd de instroom van asielzoekers fors te willen beperken en de Spreidingswet in te willen trekken. Het inperken van de asielinstroom is echter niet van vandaag op morgen geregeld.
Tot die tijd blijft de noodzaak en urgentie om duurzame asielopvangplaatsen te realiseren onverminderd hoog. Dat betekent ook dat - tot het moment dat de instroomcijfers daadwerkelijk significant om laag gaan - de Spreidingswet een noodzakelijk instrument blijft om de druk op Ter Apel en de bestaande gemeenten met asiel opvanglocaties te verminderen. Ook blijven maatregelen nodig om de uitstroom van statushouders uit de asielopvang te bevorderen. In Gelderland zijn en worden meerdere initiatieven genomen om zogenaamde doorstroomlocaties op te zetten voor statushouders, die nu nog noodgedwongen in asielopvang verblijven en daarmee asielopvangplaatsen bezet houden. In dit plan zijn de afspraken opgenomen, die de partijen aan de PRT met elkaar hebben gemaakt over de realisatie van asielopvangplaatsen in de komende twee jaren. Ook is beschreven hoe zicht en sturing op de voortgang van de realisatie wordt gehouden en welke voorzieningen en welke randvoorwaarden voor de opvang nodig zijn. Betrokken partijen in Gelderland willen komen tot een dekkend en duurzaam opvanglandschap, met daarin meerschalige en multifunctionele opvangvoorzieningen en innovatieve huisvestingsoplossingen voor meerdere doelgroepen.
Daarbij wordt de asielopgave ook verbonden met de bredere huisvestingsopgave en regionale woningbouwprogramma’s en wordt deze opgave ook in toenemende mate betrokken in gebiedsontwikkelings processen. Om daadwerkelijk en tijdig te kunnen voorzien in het de asielopvangplaatsen die in de komende twee jaar in Gelderland beschikbaar worden gesteld, is van belang dat naast de benodigde capaciteit en inzet die dit vraagt van gemeenten én COA de daarvoor benodigde voorwaarden, met name op het gebied van wet- en regelgeving, financiering en voorzieningen op het gebied van onderwijs, zorg en energie zijn of worden ingevuld. In dit Gelderse plan worden deze voorwaarden en voorzieningen dan ook nadrukkelijk benoemd, waarbij voor een deel ook in de richting van de Rijksoverheid als systeemverantwoordelijk partner wordt gekeken en aan wie gevraagd wordt hierin te helpen voorzien.
Plan Asielopvang Gelderland 2025 – 2026
4
1 Inleiding Als onderdeel van de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen is sinds 1 februari 2024 de Spreidingswet1 van kracht. Met de invoering van deze wet hebben gemeenten de wettelijke taak gekregen om asielopvang mogelijk te maken. Dit houdt in dat zij de taak hebben om de ruimtelijke keuze te maken waar asielopvang binnen de gemeente plaatsvindt. De wet heeft tot doel duurzame asielopvangvoorzieningen te realiseren en die meer evenwichtig over het land te spreiden. Op 31 januari jl.2 heeft de voormalig staatssecretaris van Justitie & Veiligheid bekend gemaakt dat in Nederland de komende twee jaren naar verwachting 96.000 opvangplaatsen nodig zijn. Deze plaatsen zijn op basis van inwoneraantal en een sociaaleconomische factor (SES-WOA-score) indicatief verdeeld over alle gemeenten. De opgave voor de gezamenlijke Gelderse gemeenten is vastgesteld op totaal 11.704 plekken. De plekken moeten uiterlijk 1 juli 2025 beschikbaar zijn en moeten beschikbaar blijven tot in ieder geval 1 februari 2026. Het nieuwe kabinet is voornemens de Spreidingswet weer in te trekken. Dit kost echter tijd en de minister van Asiel en Migratie heeft aangegeven dat zij de wet blijft uitvoeren zo lang deze wet van kracht is. Ook wil het kabinet zo min mogelijk dure noodopvangplekken. Dat betekent dat de noodzaak en urgentie om duurzame asielopvangplaatsen te realiseren onverminderd hoog blijft.
Voor de zoektocht naar duurzame opvanglocaties wordt in de Spreidingswet een belangrijke rol toegekend aan de Provinciale Regietafel (PRT). Aan die tafel overleggen vertegenwoordigers van colleges van Burgemeester en & Wethouders (B&W), Gedeputeerde Staten (GS) en het Centraal Orgaan Asielzoekers (COA) over het aantal te realiseren opvangplekken per gemeente. De commissaris van de Koning (cvdK) is - als Rijksorgaan - voorzitter van de PRT. Aan de PRT wordt ook overleg gevoerd over de opvang van ontheemden uit Oekraïne en over de huisvesting van statushouders. De cvdK brengt van het overleg aan de PRT verslag uit aan de minister van Asiel en Migratie. Het verslag – met als bijlage dit plan asielopvang Gelderland - moet uiterlijk 1 november a.s. worden aangeleverd. Op basis van de verslagen van alle voorzitters van de PRT stelt de minister vóór 31 december a.s. een definitief verdeelbesluit vast, waarin wordt bepaald hoeveel opvangplekken voor asielzoekers de individuele gemeenten tot 31 december 2026 definitief moeten leveren3. In dit plan wordt weergeven hoe de gemeenten in Gelderland, samen met het COA, invulling geven aan het beschikbaar stellen van het gevraagd aantal opvangplaatsen voor asielzoekers, binnen welke termijn en hoe we in Gelderland toewerken naar een duurzaam opvanglandschap.
Het plan bevat de afspraken die aan de Gelderse PRT en de subregionale regietafels zijn gemaakt over de aantallen asielopvangplaatsen, die binnen de huidige cyclus van de Spreidingswet respectievelijk vóór 1 juli 2025, vóór 1 januari 2026 en vóór 1 januari 2027 worden gerealiseerd. Voor zover mogelijk wordt daarbij een doorkijk gegeven naar de periode daarna.
1 2 3
Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen Capaciteitsraming, provinciale opgave en indicatieve verdeling per gemeente 2024 Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen, artikel 5, lid 1
Plan Asielopvang Gelderland 2025 – 2026
5
2 Bestuurlijke samenwerking in Gelderland In Gelderland wordt gewerkt met een PRT met daaronder zeven subregionale tafels. Aan iedere subtafel zit in elk geval een bestuurlijk vertegenwoordiger van elke aangesloten gemeente, een gedeputeerde en een regionaal vertegenwoordiger van het COA. De subregionale tafels worden voorgezeten door een burgemeester van een van de deelnemende gemeenten, in de meeste gevallen van een gemeente met één of meer opvanglocaties. De voorzitters van de subregionale tafels nemen namens de colleges van B&W van de gemeenten in hun subregio deel aan de PRT. Hierdoor blijft de omvang van de PRT beperkt en zijn alle colleges van B&W toch vertegenwoordigd. Aan de PRT is ook het rijk ambtelijk vertegenwoordigd. In de opzet van de governance van de PRT Gelderland is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij bestaande geografische en bestuurlijke samenwerkings verbanden. Ook is sprake van borging van een directe opschaling naar het niveau van de veiligheidsregio in geval van een crisissituatie. Een overzicht van de samenstelling van de PRT Gelderland en de zeven subregionale tafels is opgenomen in bijlage 1.
Plan Asielopvang Gelderland 2025 – 2026
6
3 De Gelderse opgaven 3.1
Taakstelling opvang asielzoekers In de Capaciteitsraming van 31 januari 2024 is de landelijke behoefte aan asielopvangplaatsen voor de komende twee jaren vastgesteld op 96.0004. Deze opvangplekken zijn - op basis van inwoneraantal en SES-WOA-score - indicatief verdeeld over alle gemeenten. De indicatieve opgave van de Gelderse gemeenten telt op tot in totaal 11.704 plekken. Om gemeenten te stimuleren vrijwillig opvangplekken aan te bieden, stelt het kabinet verschillende uitkeringen beschikbaar. De indicatieve verdeling is van belang voor het vaststellen van de hoogte van een eventuele uitkering. Als een gemeente meer structurele opvangplekken mogelijk maakt dan de indicatieve opgave, kan de gemeente hiervoor een bonus aanvragen bij het ministerie van Asiel en Migratie. De plek moet uiterlijk zes maanden na het verdeelbesluit beschikbaar zijn (dat wil zeggen uiterlijk 1 juli 2025) en beschikbaar blijven tot in ieder geval 1 februari 2026.
3.2 Opgave opvang ontheemden Oekraïne De voormalig staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de gemeenten gevraagd om per 1 februari 2024 totaal 97.0005 opvangplaatsen voor ontheemden uit Oekraïne te realiseren. Dit aantal is verhoogd tot 120.000 plekken per 1 januari 20256. De opgave voor de Gelderland is om uiterlijk 1 januari a.s. 15.358 gemeentelijke opvangplaatsen te realiseren, verdeeld over de veiligheidsregio’s Noord- en OostGelderland (6.534), Gelderland-Midden (4.634) en Gelderland-Zuid (4.190). Deze opgave is, conform de landelijke en daarnaast regionaal (Gelderland-Midden) afgesproken verdeelsleutels, verdeeld over de subregio’s en de inliggende gemeenten in Gelderland.
3.3
Taakstelling huisvesting statushouders Elk half jaar stelt het kabinet het aantal statushouders vast dat iedere gemeente in het komende half jaar moet huisvesten. De taakstelling voor het eerste half jaar van 2024 (2024-I) is voor alle gemeenten in Gelderland gezamenlijk vastgesteld op 2.2517. De taakstelling voor het tweede half jaar (2024-II) bedraagt 2.040. Tabel 1 bevat een totaaloverzicht van de opgaven van de Gelderse gemeenten ten aanzien van asiel, opvang Oekraïners en de huisvesting van statushouders. Tabel 1 Overzicht Gelderse opgaven asiel, Oekraïners en statushouders
4 5 6 7
Provincie
Opgave COA
Opgave COA Regulier
Opgave AMV
Opgave GOO
Taakstelling huisvesting statushouders 2024-I
Gelderland
11.704
10.712
992
15.358
2.251
Capaciteitsraming, provinciale opgave en indicatieve verdeling per gemeente 2024 TK-Brief, 6 september 2023 Brief staatssecretaris J&V en minister BZK 25 april 2024 TK-Brief, 10 november 2023
Plan Asielopvang Gelderland 2025 – 2026
7
4 Afspraken realisatie opgaven 4.1
Realisatie taakstelling opvang asielzoekers Bij de invulling en verdeling van de indicatieve opgave asielopvang, die aan de provincie Gelderland (provinciale opgave) en de 51 gemeenten in Gelderland (indicatieve opgave per gemeente) is toebedeeld, zijn aan de PRT en de subregionale tafels conform de Spreidingswet de volgende uitgangspunten gehanteerd: a Ieder college van B&W neemt de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de indicatieve opgave van de eigen gemeente, zoals opgenomen in de capaciteitsraming van 31 januari 2024. b Ieder college van B&W neemt vóór 31 oktober 2024 een besluit over de invulling van deze indicatieve opgave. c Indien het besluit van het college van B&W leidt tot een tekort of een overschot ten opzichte van de indicatieve opgave, kan het college verevenings- en of uitruilafspraken maken met een of meerdere andere gemeenten die deelnemen aan het subregionale overleg. De betreffende colleges leggen de gemaakte afspraken schriftelijk vast. d De vastgestelde invulling van de indicatieve opgave per gemeente (ad b.) en eventuele bestuurlijk vastgelegde verevenings- en/of uitruilafspraken (ad. c) worden ook vastgelegd in het subregionale plan. De schriftelijk vastgelegde afspraken worden opgenomen in het Gelderse plan en het verslag van de cvdK.
e Indien een college van B&W vóór 31 oktober 2024 geen besluit heeft genomen over de invulling van de indicatieve opgave en geen schriftelijke vastgelegde verevenings- en of uitruilafspraken heeft gemaakt met (een) andere gemeente(n), wordt dit eveneens opgenomen in het verslag van de cvdK en blijft de eigen indicatieve opgave van de gemeente oningevuld. Onderstaande tabel bevat een overzicht van de realisatie van de aan Gelderland toebedeelde opgave. Hierbij is een onderverdeling gemaakt naar realisatie vóór 1 juli 2025, vóór 1 januari 2026, vóór 1 januari 2027 en daarna. Eenzelfde overzicht is gemaakt voor het aantal AMV-opvangplekken, die als onderdeel van het totaal aantal te realiseren opvangplaatsen, gerealiseerd moeten worden. Tabel 2 Indicatieve opgave asiel 1-1-2025 en verwachte realisatie 2025 – 2026 per subregio en Gelderland totaal
Plan Asielopvang Gelderland 2025 – 2026
8
Tabel 3 Indicatieve opgave AMV 1-1-2025 en verwachte realisatie 2025 – 2026 per subregio en Gelderland totaal
De data in de tabellen 2 en 3 zijn gebaseerd op ‘harde’ voorstellen: dat wil zeggen voorstellen waarover op lokaal niveau bestuurlijke besluitvorming heeft plaatsgevonden (college-, raadsbesluit of Bestuursovereenkomst tussen college van B&W en COA). Het resultaat van het overleg is dat de gemeenten in Gelderland uiterlijk 1 juli 2025 voorzien in 10.474 asielopvangplaatsen. Van deze plekken zijn er 974 bestemd voor AMV. Dit betekent dat de Gelderse gemeenten op 1 juli 2025 gezamenlijk bijna 90% van de gevraagde 11.704 opvangplekken voor asielzoekers realiseren. Voor wat betreft AMV-opvang wordt 98% van de gevraagde 992 plekken gerealiseerd. Vóór 1 januari 2026 wordt voorzien in 10.195 opvangplaatsen voor asielzoekers, waarvan 1.015 voor AMV. Vóór 1 januari 2027 is de stand 10.004 opvangplaatsen, waarvan 1.066 voor AMV. Hierbij moet het voorbehoud worden gemaakt dat in enkele gemeenten hierover nog vóór 1 november van dit jaar besluitvorming zal plaatsvinden en dat in enkele gevallen COA, gemeenten en particuliere pand- of grondeigenaren nog definitieve afspraken met elkaar moeten maken. Van de 51 Gelderse gemeenten voorzien 19 gemeenten voor 1 juli 2025 in 100% of meer van de eigen indicatieve asielopgave, waarvan 5 gemeenten zelfs aan meer dan 200% van de eigen indicatieve opgave voldoen.
Dat geldt voor Wageningen 394%, Arnhem 309%, Zutphen 301%, Harderwijk 293% en Winterswijk 255%. Voor de gemeenten Heerde en Rozendaal geldt dat deze bestuurlijk een uitruil- of vereveningsafspraak hebben gemaakt met respectievelijk Zutphen en Rheden. Concreet betekent dit dat de gemeente Zutphen naast de eigen indicatieve opgave tevens de indicatieve asielopgave van de gemeente Heerde invult en Heerde voorziet in de (resterende) opgave van Zutphen om te voorzien in het gevraagde aantal gemeentelijke opvangplaatsen voor ontheemden uit Oekraïne. De gemeente Rheden neemt de invulling van de indicatieve opgave van Rozendaal voor haar rekening. De gemeenten Buren, Doesburg, Elburg, Hattem, Lingewaard, Neder-Betuwe, Oldebroek, Overbetuwe, Scherpenzeel, Voorst en Westervoort hebben medio oktober 2024 nog geen besluit genomen over de invulling van de eigen indicatieve opgave. In een aantal van deze gemeenten is besluitvorming hierover eind 2024 of begin 2025 voorzien. De overige Gelderse gemeenten voorzien vóór 1 juli 2025 in een (groot) deel van het aantal asielopvangplaatsen dat in de capaciteitsraming aan hen is toebedeeld, dan wel daarna.
Maasdriel, West Maas en Waal en Zaltbommel hebben afspraken gemaakt over het gezamenlijk invullen van een groot deel van hun indicatieve asielopgaven, waarbij Maasdriel voorziet in de gezamenlijke AMV-opgave en gemeentelijke opvang van ontheemden uit Oekraïne en West Maas en Waal een hoger aantal asielopvangplaatsen dan de eigen indicatieve asielopgave beschikbaar zal stellen.
Plan Asielopvang Gelderland 2025 – 2026
9
Hoewel op dit moment nog grote verschillen bestaan tussen gemeenten en regio’s in de opvang van asielzoekers en daarmee nog geen sprake is van een evenwichtige spreiding over heel Gelderland is het beeld dat er de komende jaren wordt toegewerkt naar een meer evenwichtige spreiding van asielopvangplaatsen in Gelderland. Enkele gemeenten moeten nog van ver komen, maar hebben ook concrete voornemens om in de komende jaren zowel grootschalige (Oude IJsselstreek) als kleinschalige (Scherpenzeel) opvangvoorzieningen te ontwikkelen. Uit de gemeentelijke en subregionale plannen wordt duidelijk dat de Spreidingswet effect sorteert. Op 31 januari 2024, daags voor het van kracht worden van de Spreidingswet, vingen 19 van de 51 Gelderse gemeenten asielzoekers op. Op 1 juli 2025 bieden 31 gemeenten in Gelderland asielopvangplaatsen. Het percentage gemeenten dat in Gelderland asielopvang biedt, stijgt daarmee in 16 maanden van 37% naar 61%. De opvang van asielzoekers wordt – conform één van de doelstellingen van de wet - evenwichtiger over het grondgebied van de provincie verdeeld. Daarnaast is de komende jaren een beweging zichtbaar van noodopvang naar reguliere (structurele) opvang, zoals in figuur hieronder is weergegeven. Bestaat op 1 juli 2025 42% van het totaal aantal asielopvangplaatsen uit (crisis) noodopvang-plaatsen, op 1 januari 2027 daalt dit percentage naar 11%.
Deze beweging is met name in de regio Rijk van Nijmegen zichtbaar, waarin binnen de huidige wetcyclus bijna volledig wordt ingezet op het beschikbaar stellen van structurele, langjarige reguliere opvangplaatsen. Figuur 4 Procentuele verdeling reguliere asielopvang, noodopvang, crisisnoodopvang/tijdelijke gemeentelijk opvang 1-7-2025 6%
37%
56%
28%
1-1-2026
1-1-2027
6%
11%
66% 89%
Regulier
Noodopvang
CNO/TGO
Regulier
Noodopvang
CNO/TGO
Regulier
Noodopvang
CNO/TGO
Figuur 5 laat zien dat de invulling van het gevraagde aantal opvangplekken voor asielzoekers in Gelderland gestaag plaatsvindt, waarbij tevens een beweging plaatsvindt van noodopvang naar een meer duurzaam opvanglandschap met langjarige opvang.
Plan Asielopvang Gelderland 2025 – 2026
10
Figuur 5 Realisatie indicatieve opgave Asiel Gelderse gemeenten gedurende de eerste realisatiecyclus van de Spreidingswet (1 juli 2025 – 1 januari 2027)
NB. Heerde en Rozendaal hebben uitruil- respectievelijk vereveningsafspraken gemaakt, waarmee zij de hun indicatieve opgave hebben ingevuld. Gelderland heeft een rijke historie aan het bieden van asielopvang. Het ministerie van Asiel en Migratie heeft een overzicht van de gemeentelijke (nood/crisis) asielopvang in Gelderland over de afgelopen 10 jaren. Dit zal worden betrokken bij het opmaken van het verdeelbesluit.
Plan Asielopvang Gelderland 2025 – 2026
11
4.2
Realisatie opgave opvang ontheemden Oekraïne Naast opvang voor asielzoekers, bieden de Gelderse gemeenten sinds de oorlog in Oekraïne ook opvang aan ontheemden uit Oekraïne. Het Kabinet heeft Gelderland gevraagd te zorgen voor 15.358 plekken. Op 25 oktober jl. waren in Gelderland totaal bijna 12.000 gemeentelijke opvangplekken (78%). De verwachting is dat dit aantal in de aanloop naar 1 januari 2025 nog iets zal toenemen. 35 gemeenten hebben meer dan 70% van het aantal gemeentelijke opvangplekken dat hen gevraagd is te leveren, ook gerealiseerd. Ook worden op dit moment in Gelderland nog steeds 2.090 ontheemden uit Oekraïne door particulieren opgevangen. Samen brengt dat het totaal aantal opvangplaatsen voor Oekraïners op ruim 90% van het gevraagde aantal. Tabel 6 geeft een overzicht van het totaal aantal gerealiseerde gemeentelijke (GOO) en particuliere (POO) opvangplaatsen voor ontheemden uit Oekraïne in Gelderland op peildatum 25 oktober 2024. Figuur 7 geeft een overzicht van de verwachte realisatie opgave 0pvang ontheemden Oekraïne per 1 januari 2025 en per 1 januari 2026. Figuur 8 laat zien in welke Gelderse gemeenten ontheemden uit Oekraïne in particuliere opvang verblijven. Tabel 6 Realisatie opvang ontheemden Oekraïne Gelderse gemeenten per 11 oktober 2024, verwachte realisatie per 1 januari 2025 en 1 januari 2026 per subregio en Gelderland totaal
De gemeentelijke opvanglocaties zijn in verband met tijdelijke financiering veelal voor een kortdurende periode beschikbaar gesteld. De sluiting van locaties per 2026 is gebaseerd op lopende afspraken/contracten. De verwachting bestaat dat deze afspraken/contracten deels verlengd kunnen worden, mocht dat nodig zijn. Naast bezettingsgraad wordt daarom vanuit de Regionale Centra Vluchtelingen spreiding (RCVS) voortdurend gemonitord op beschikbaarheid, zodat waar mogelijk tijdig kan worden ingezet op verlenging van de ingebruikname van locaties in lijn met de werkingsduur van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming.
Plan Asielopvang Gelderland 2025 – 2026
12
Figuur 7 Verwachte realisatie opgave 0pvang ontheemden Oekraïne per 1 januari 2025 en per 1 januari 2026
Beschikbaarstelling 1-1-2025
Plan Asielopvang Gelderland 2025 – 2026
13
Figuur 8 Particuliere opvang ontheemden Oekraïne in Gelderse gemeenten (peildatum 11 oktober 2024)
Bijlage 2 bevat een overzicht van de opgaven en realisatiecijfers van de subregio’s en de inliggende gemeenten. Daaruit blijkt dat alle Gelderse gemeenten onderdak bieden aan ontheemden uit Oekraïne.
Plan Asielopvang Gelderland 2025 – 2026
14
4.3
Realisatie taakstelling huisvesting statushouders Ook in Gelderland is de druk op de woningmarkt hoog. De provincie zet stevig in op het versnellen van de woningbouw, onder meer met het actieprogramma Wonen. De krapte op de woningmarkt is ook sterk merkbaar bij de huisvesting van statushouders. Gemeenten hebben steeds meer moeite hun taakstelling te realiseren. Figuur 9 geeft een beeld de gemeenten in Gelderland die de taakstelling wel of niet hebben weten te realiseren met of zonder achterstand. Figuur 9 Realisatie taakstelling huisvesting statushouders Gelderse gemeenten 2024-I
Figuur 10 geeft de trend weer van de realisatie van de taakstelling huisvesting statushouders in Gelderland over de afgelopen 10 jaar. In de afgelopen jaren is de taakstelling enerzijds flink toegenomen en is de realisatie anderzijds achtergebleven. Hierdoor hebben veel gemeenten een achterstand opgelopen en stagneert de uitstroom van statushouders uit de asielopvang naar een woning. Daarnaast vindt door de samenstelling van de huishoudens onder statushouders, mede in afwachting van gezinshereniging, met name huisvesting in woningen tot de eerste aftoppingsgrens - en daarmee in bepaalde wijken - plaats.
Plan Asielopvang Gelderland 2025 – 2026
15
Figuur 10 Realisatie taakstelling huisvesting statushouders Gelderland 2014 – 2024
Een perspectief op verbetering lijkt vooralsnog niet zichtbaar, mede gelet op het voornemen van het huidige kabinet om de voorrang van statushouders bij het toewijzen van een sociale huurwoning af te schaffen. Hierdoor neemt de roep om een andere aanpak, ook in Gelderland, toe. Gemeenten en woningcorporaties hebben aangegeven meer experimenteerruimte nodig te hebben van ministeries, COA en provincie om de taakstelling blijvend te kunnen realiseren. Dergelijke experimenten moeten bijdragen aan het sneller en meer passend huisvesten van statushouders en aan een betere samenwerking tussen ketenpartners rond het huisvesten van statushouders. Om de huisvesting van statushouders te versnellen stelt de provincie Gelderland een bestuurlijke aanjager aan, die vanuit de bestaande wet- en regelgeving met de betrokken ministeries onderzoekt hoe deze experimenteerruimte er specifiek uit kan komen te zien. Dit moet resulteren in concrete projecten, zoals een proeftuin voor het regionaal toewijzen, het versneld realiseren van doorstroom locaties en woningsplitsen met middelen uit de Hotel Accommodatieregeling (HAR). Daarnaast is de provincie ook gestart met een leerkring voor gemeenten over huisvesten statushouders.
In bijlage 2 is een totaaloverzicht opgenomen van de taakstelling en de (verwachte realisatie) asielopvang, opvang ontheemden Oekraïne en huisvesting statushouders 2024-I voor Gelderland, per subregio en inliggende gemeente (periode 2025-2027). Bijlage 3 bevat een ranglijst van gemeenten wat betreft de realisatie van het aantal opvangplekken voor asielzoekers, ontheemden uit Oekraïne en de huisvesting van statushouders (op basis van de realisatie van de taakstelling 2024-I inclusief voorsprong of achterstand).
Plan Asielopvang Gelderland 2025 – 2026
16
5 Uitvoering en monitoring periode 2025-2026 In het provinciale plan van de PRT Gelderland en de onderliggende subregionale plannen is beschreven hoe de partijen in Gelderland de komende periode de asielopgave die aan Gelderland is toebedeeld, (willen) realiseren, welke integrale aanpak partijen hierin voorstaan en welke voorzieningen en voorwaarden hiervoor nodig zijn. Echter, alleen planvorming is niet voldoende: de plannen moeten – in lijn met het door de minister te nemen verdeelbesluit - ook worden uitgevoerd. De komende tijd worden de subregionale plannen vertaald naar concrete en haalbare realisatie-planningen en benodigde uitvoeringscapaciteit, zodanig dat de opvangvoorzieningen ook daadwerkelijk op de afgesproken data kan worden gerealiseerd. De incidentele ondersteuningsmiddelen vanuit het rijk voor de versterking van de PRT’s die bij de decembercirculaire beschikbaar zullen komen zullen hiervoor worden ingezet. In de PRT en de subregionale overleggen zal – op basis van de realisatie planningen van de subregio’s - de voortgang van het realiseren van de asielopgave worden gemonitord.
Om te zorgen dat tijdig kan worden bijgestuurd, is in de Spreidingswet bepaald dat het college van B&W “zowel de PRT als de minister van A&M direct informeert als zich feiten of omstandigheden voordoen, die maken dat de terbeschikkingstelling van locaties of accommodaties of de vergunningverlening naar verwachting niet tijdig kan worden gerealiseerd8.” De LRT heeft heldere bestuurlijke escalatielijnen vastgesteld in geval van dreigende opvangtekorten en een acute opvangbehoefte.
8
Artikel 8, tweede lid Spreidingswet
Plan Asielopvang Gelderland 2025 – 2026
17
6 Benodigde voorzieningen Zowel de opvang van asielzoekers als ontheemden uit Oekraïne en ook de (tijdelijke) huisvesting en inburgering van statushouders leggen een beslag op bestaande lokale en regionale voorzieningen. Het gaat hierbij in het bijzonder om onderwijsvoorzieningen binnen het primair en voortgezet onderwijs (in het bijzonder internationale schakelklassen (ISK)), zorgvoorzieningen zowel in de eerste lijn (huisartsen- en tandartsenzorg) als in de tweede lijn (jeugdzorg, geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg). Daarnaast is ook de beschikbaarheid van en aansluiting op nutsvoorzieningen essentieel. Zonder de beschikbaarheid van deze voorzieningen kan niet op verantwoorde wijze invulling worden gegeven aan opvang, huisvesting en integratie en inburgering. Boven op deze benodigde voorzieningen geldt eveneens dat de opvang van asielzoekers en ontheemden en de (tijdelijke) huisvesting van statushouders gepaard gaat met de nodige extra ambtelijke inzet vanuit gemeenten, politie en handhaving en inzet vanuit lokaal of regionaal opererende organisaties in het maatschappelijk middenveld, zoals Vluchtelingenwerk, NIDOS en uitvoerende partnerorganisaties, woningcorporaties, welzijnsorganisaties en ook vrijwilligers. Dit laatste is veelal niet direct zichtbaar, maar is onontbeerlijk om invulling te kunnen geven aan de genoemde opgaven en wettelijke taken.
In dit provinciaal plan worden drie soorten voorzieningen uitgelicht die in alle Gelderse subregio’s een prangend knelpunt vormen en ook landelijk vragen om oplossingen. Onderwijs In Gelderland worden veel opvangplaatsen gerealiseerd voor AMV. Dit leidt, samen met de opvang van minderjarige ontheemden uit Oekraïne en de huis vesting van minderjarige statushouders, tot een extra druk op de bestaande onderwijsvoorzieningen in de regio, zowel in het primair als voortgezet onderwijs (m.n. ISK), als ook in het volwassenenonderwijs, zeker in combinatie met een groeiend tekort aan (gekwalificeerde) leerkrachten (m.n. NT2), onderwijs ondersteunend personeel en leslokalen. De wachtlijsten voor taalonderwijs nemen hierdoor verder toe alsook de omvang van klassen, taalachterstanden en werkdruk in het onderwijs. In verschillende regio’s zijn worden hierover al op regionaal niveau afspraken gemaakt met schoolbesturen, bijvoorbeeld over de uitbreiding van ISK, om hierop tijdig in te kunnen spelen en zorg te dragen voor tijdige bekostiging. Alternatieve vormen van onderwijs en dagbesteding zijn echter nodig vanwege een tekort aan gekwalificeerde leerkrachten, waarbij ook eisen vanuit leerplicht en onderwijsinspectie bijstelling behoeven en alternatieve bekostiging geregeld moet worden. Zorg Ook in Gelderland is sprake van een tekort aan huisartsen.
Veel huisartsen praktijken zitten overvol. Daar waar het COA op de opvanglocaties in beginsel voorziet in benodigde eerstelijnszorg, ervaren gemeenten en huisartsen verenigingen in samenhang met de zorg die ontheemden uit Oekraïne vragen een toenemende druk. Het blijkt in veel gemeenten lastig om statushouders en Oekraïners in te schrijven in een huisartsenpraktijk. Er zijn signalen dat dit eveneens geldt voor de tandheelkundige zorg. De constatering is ook dat er sprake is van een cultuurverschil/verschil in verwachtingen tussen statushouders/ vluchtelingen ten aanzien van de zorg in Nederland. De zorgvraag van ontheemden uit Oekraïne leidt ook tot een stijging van de zorgkosten. Gemeenten worden hiervoor minimaal gecompenseerd. Daarnaast is sprake van een extra belasting van de tweedelijnszorg, in het bijzonder jeugdzorg, geestelijke
Plan Asielopvang Gelderland 2025 – 2026
18
gezondheidszorg en verslavingszorg, hetgeen zich manifesteert in lange wachtlijsten. Mede hierdoor is er sprake van overlast op opvanglocaties als gevolg van psychische problemen en drankgebruik, hetgeen ook weer leidt tot verhoogde inzet van beveiliging, politie en handhaving. Naast handreikingen hoe hiermee om te gaan is er echter dringend behoefte aan concrete oplossingen en meer capaciteit. In Gelderland zijn er meerdere initiatieven gestart om signalen van overlast en psychosociale problematiek onder vluchtelingen tijdig en preventief op te pakken en zijn samenwerkingsafspraken met GGZ-instellingen gemaakt over de toenemende zorgvraag. Zo is in het Rijk van Nijmegen een veiligheidsoverleg ingericht met politie, COA en gemeenten (waaronder toezicht en handhaving) en is lokaal een experiment gestart voor de opvang van overlastgevende personen met diverse problematiek op een aparte vleugel in één van de opvanglocaties, waarbij een vorm van ambulante woonbegeleiding is ingekocht bij een regionale zorgpartner. Bij opschaling naar de regio en andere regio’s liggen een of meerdere aparte daarvoor ingerichte opvanglocaties meer voor de hand, gelet op de ernstige problematiek van een belangrijk deel van de doelgroep en zal ook naar een meer toereikende en bestendige bekostiging moeten worden gekeken.
Vanuit de PRT Gelderland is deze behoefte reeds meerdere malen kenbaar gemaakt aan het Rijk. Nutsvoorzieningen Bij het realiseren van nieuwe opvanglocaties en andere tijdelijke opvang- en huisvestings-voorzieningen, zoals flexwoningen, is veelal een aansluiting nodig op het elektriciteitsnet, waterleiding en riolering. Met name het realiseren van een aansluiting op het elektriciteitsnet blijkt in veel gevallen problematisch, als gevolg van netcongestie. Het bestaande tekort aan transportcapaciteit kan niet op korte termijn worden opgelost. Netbeheerder Liander kan daardoor voorlopig geen extra capaciteit meer toezeggen aan grootverbruikers. Aansluitingen kunnen in samenspraak met de netbeheerder – onder voorwaarden – tot dusver nog wel binnen redelijke termijn worden gerealiseerd als er sprake is van kleinverbruikers, maar voor grotere aansluitingen geldt een lange wachttijd. Dit raakt daarmee ook aan de geplande realisatie of uitbreiding van (nieuwe) opvanglocaties en (flex)woningen. Daar waar er al mogelijkheden zijn om opvangvoorzieningen aan te sluiten op het elektriciteitsnet moet dit veelal concurreren met andere initiatieven. Gemeenten gaan hier in de realisatie van opvanglocaties en flexwoningen binnen de beperkte mogelijkheden die er zijn zo flexibel mogelijk mee om (o.a.
inzet flexvermogen), maar zien zich veelal genoodzaakt om terug te vallen op het gebruik van niet-duurzame energiebronnen (dieselgeneratoren). Er is nagenoeg geen ruimte meer op het elektriciteitsnet in Flevoland, Utrecht en Gelderland waardoor aansluitingen, indien deze al worden gehonoreerd, pas binnen een termijn van enkele jaren kunnen worden gerealiseerd. Met een voorziene, nog te realiseren uitbreiding van de netcapaciteit in Gelderland (naar verwachting op z’n vroegst) vanaf 2027/2028 lijkt een structurele oplossing voor dit probleem voorlopig nog ver weg. Voor de bovenstaande en andere voorzieningen geldt dat er in toenemende mate - in regionaal verband - afspraken moeten worden gemaakt tussen alle betrokken partijen als ook met het Rijk om hierin tot structurele en duurzame oplossingen te komen.
Plan Asielopvang Gelderland 2025 – 2026
19
7 Voorwaarden Naast de beschikbaarheid van voorzieningen geldt dat ook de benodigde voorwaarden moeten zijn ingevuld waarmee gemeenten, provincie, COA en andere uitvoeringspartners in staat zijn om hun taken en opgaven adequaat uit te voeren. Uiteraard staat voorop dat er dringend behoefte blijft aan geschikte locaties voor het realiseren van reguliere opvangplekken en dat doorstroom en uitstroom naar meer structurele huisvesting kan plaatsvinden door een hoger een meer passend woning-aanbod. Onderstaande voorwaarden zien wij in Gelderland hierin als essentieel. De oproep aan het Rijk als systeemverantwoordelijke partner is dan ook om hierin te voorzien en ruimte te geven aan partijen om samen – ook buiten bestaande kaders - innovatieve oplossingen te vinden. Vereenvoudiging en maatwerk regelgeving en procedures Bestaande regelgeving en procedures blijken in de praktijk regelmatig knellend en tijdrovend. Zo zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de organisatie van onderwijs aan vluchtelingen. Wanneer wachtlijsten voor scholen langer dan drie maanden worden, is het wenselijk dat gemeenten en scholen kinderen een alternatief programma kunnen aanbieden met kwalitatief onderwijs of vormen van dagbesteding. Dagbesteding wordt echter niet bekostigd, dus levert een financieringsvraagstuk op bij gemeenten.
Ook eisen die aan nieuwe opvang locaties worden gesteld, planologische procedures en aanbestedingsprocedures staan vaak een (snelle) realisatie van opvangplaatsen in de weg. Het toepassen van meer maatwerk binnen bestaande regelgeving en ruimte en mogelijkheden om af te wijken van procedures, voorzien van een passende bekostiging vanuit het Rijk, is nodig. Gegeven de aanhoudende krapte op de woningmarkt, en in het bijzonder de sociale huursector die ook in Gelderland voelbaar is, de samenloop met opvangen huisvestingsopgaven voor andere doelgroepen (o.a. arbeidsmigranten, spoed zoekers) en de beperkte ruimtelijke mogelijkheden en langdurige procedures om opvanglocaties en (tijdelijke) woonvoorzieningen te realiseren (b.v. in of nabij Natura2000 gebieden), is dit voorwaar geen sinecure. Soms schuren de opgaven van de Spreidingswet met reguliere ruimtelijke ordeningsprocessen. De provincie Gelderland kenmerkt zich door veel kwetsbare locaties met beperkingen op het gebied van natuur en landschap, bodem en water. Natura 2000 en stikstof depositie zijn vaak bepalend of een locatie kansrijk is. En als dit zo is, zijn de procedures vaak tijdrovend, complex en met een onzekere juridische uitkomst.
Het gaat hierbij in het bijzonder om ruimtelijke procedures, benodigde vergunningen en het doorlopen van participatietrajecten met inachtneming van geldende wettelijke bezwaartermijnen in relatie tot de (zeer) krappe planning die in de Spreidingswet is opgenomen. Bestaande wet- en regelgeving, waaronder op het gebied van natuurbescherming en biodiversiteit, ruimtelijke ordening, aanbestedingsrecht blijkt in de praktijk vaak knellend of zelfs een ‘showstopper’. Een voortvarende uitvoering van Spreidingswet wordt in de praktijk door andere bestaande wet- en regelgeving bemoeilijkt. Zelfs in het meest gunstige scenario blijft het een uitdaging om vóór 1 juli 2025 nieuwe opvanglocaties te realiseren. Duurzame en eenvoudige financieringsregelingen Het Rijk kent vanuit de verschillende ministeries meerdere financierings regelingen waarop gemeenten aanspraak kunnen maken voor (een versnelling in) de realisatie van opvangplaatsen en in het bijzonder (tijdelijke) voorzieningen voor de huisvesting van statushouders, zoals de Hotel Accommodatie Regeling (HAR) en de Regeling Huisvesting Grote Gezinnen Vergunninghouders.
Plan Asielopvang Gelderland 2025 – 2026
20
De financiering vanuit het Rijk is veelal kortdurend en beperkt beschikbaar. Het realiseren van duurzame opvangplekken en het bevorderen van mogelijkheden tot doorstroom en uitstroom van statushouders naar tijdelijke en meer permanente (innovatieve) vormen van huisvesting is een proces van jaren en vraagt daarmee ook om stabiele en langjarige financiering vanuit het Rijk. Daarnaast zijn de beschikbare budgetten vaak verkokerd en zijn de mogelijkheden om deze flexibel in te zetten beperkt, terwijl de samenhang van de verschillende opgaven veelal vraagt om een integrale benadering en daarmee ook om integrale bekostiging. Met het ‘ontschotten’ en ‘stapelen’ van de verschillende regelingen en daarbij behorende budgetten kan hieraan (meer) ruimte worden geboden. Kleinschalige opvanglocaties Vooral kleinere gemeenten waren de afgelopen jaren terughoudend in het mogelijk maken van asielvoorzieningen (AZC’s) omdat vaak deze over het algemeen minimaal 300 opvangplekken moesten bieden. In kleine kernen ontbreekt het daarvoor aan draagvlak maar ook aan draagkracht en aan beschikbare of nabijgelegen voorzieningen. In meerdere gemeenten in Gelderland, waaronder West-Betuwe, wordt nu in toenemende mate ingezet op kleinschalige(r) vormen van opvang (‘satellieten’), waarbij wordt ‘meegelift’ op voorzieningen van grotere opvanglocaties in naburige gemeenten.
Dit zorgt voor een meer evenwichtige verdeling van opvangplaatsen over het land. Daarnaast kunnen kleinschalige opvangvoorzieningen, in combinatie met lokale aanwezige voorzieningen (o.a. dorps- en buurthuizen), een bijdrage leveren aan het vergroten van de leefbaarheid en werkgelegenheid in kleine kernen. Steeds meer gemeenten betrekken deze opgave dan ook in hun reguliere woningbouwplannen en combineren de asielopgave met die voor andere doelgroepen. Hiermee ontstaat een ‘wederkerigheid’ waarin opvang en huisvesting ook voordelen biedt aan lokale gemeenschappen en ook bijdraagt aan een versnelde inburgering. Naast de plannen van de minister om in te zetten op grootschalige opvanglocaties voorziet ook aanvullende kleinschalige opvang die aansluit bij de schaalgrootte, draagkracht en het voorzieningenniveau van kleinere gemeenten voor een belangrijk deel in de totale opvangbehoefte. Koppelingen van statushouders aan de regio Voor een vroegtijdige en succesvolle inburgering is het van belang dat kansrijke asielzoekers opgevangen worden in opvangvoorzieningen in de regio waar zij, nadat zij een verblijfsstatus hebben gekregen, ook kunnen gaan wonen en werken. Afspraken hierover tussen gemeenten en het COA die ook kunnen worden nagekomen zijn hierin essentieel. Het is belangrijk dat gemeenten voldoende koppelingen hebben om taakstelling te kunnen realiseren.