16. Raadsmededeling 173-2024 Onderwijsachterstandenbeleid 2024-2026
Tekst van het document
Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp
: : : : : :
173-2024 16 oktober 2024 29 oktober 2024 J. ten Dolle A.J. te Lindert Onderwijsachterstandenbeleid 2024-2026
Aanleiding: De gemeente heeft op grond van de WPO (artikel 166, 167) en de wet OKE een verplichting tot het aanbieden van voldoende voorschools aanbod in volume, spreiding en kwaliteit voor de doelgroepkinderen binnen de gemeente. Doelgroepkinderen zijn peuters/kleuters met een mogelijke (taal)achterstand. Het Rijk stelt voor onderwijsachterstandenbeleid een specifieke uitkering beschikbaar aan gemeenten. Dit geld is bestemd voor het aanbod van voorschoolse educatie (VE), schakelklassen en andere taal bevorderende activiteiten. Inhoud mededeling: De gemeente en basisscholen zijn verplicht om samen afspraken te maken over het verbeteren van de leerprestaties van leerlingen met een achterstand. De gemeenten moeten afspraken maken op basis van gelijkwaardigheid met schoolbesturen en houders van kinderopvangorganisaties. Onder deze afspraken vallen tenminste het definiëren en de werving van de doelgroep, de toeleiding naar de voor- en vroegschoolse voorzieningen, het zorgdragen voor een doorlopende leerlijn van voorschoolse naar vroegschoolse educatie en het behalen van resultaten bij de vroegschoolse educatie. Deze afspraken worden gecontroleerd door de onderwijsinspectie. Op basis van bovenstaande verplichtingen is het Onderwijs Achterstanden Beleidsplan 2024-2026 opgesteld. Dit plan wordt ter kennisname aan de gemeenteraad aangeboden.
Voor het opstellen van dit beleidsplan is intensief samengewerkt in een werkgroep. Deze werkgroep bestond uit: bibliotheek Achterhoekse Poort, Yunio, kinderopvangorganisaties en onderwijs en de gemeente. Tevens is het plan besproken en akkoord bevonden in de Lokale Educatieve Agenda (LEA). Hierin zijn alle bestuurders van de betrokken partijen vertegenwoordigd. Vervolgens is het plan ingebracht bij de Sociale Raad en deze is door hen akkoord bevonden. Er wordt inmiddels uitvoering gegeven aan de doelstellingen zoals opgenomen in het plan.
De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd: Het Onderwijs Achterstanden Beleidsplan 2024-2026
Pagina 1 van 1
Onderwijs Achterstanden Beleid Gemeente Aalten 2024 - 2026 Achterstanden Beleid
1
Inhoudsopgave 1. Inleiding en leeswijzer
3
2. Onderwijs achterstandenbeleid in de gemeente Aalten 2.1 Visie 2024 – 2026 2.2 Huidige invulling OAB 2.3 Personeelstekorten en uitdagingen komende jaren
4
3. Voor - en vroegschoolse educatie 3.1 Doel voor – en vroegschoolse educatie 3.2 Doelgroep definitie 3.3 Indicatie, toeleiding en bereik 3.4 Aanbod en uitvoering 3.5 Ouderbetrokkenheid 3.6 Kwaliteit
7
4. Onderwijs achterstandenbestrijding in de basisschool 4.1 Figulus Zomerschool 4.2 Warme overdracht
10
5. Resultaatafspraken VVE 5.1 Huidige resultaatafspraken 5.2 Monitoring en evaluatie
10
6. Uitvoeringsagenda
12
7. Verantwoording onderwijsachterstandenmiddelen
13
Bronnenlijst
14
Bijlage 1 15 Bestedingen OAB budget aan sociaal maatschappelijke organisaties/ projecten. Bijlage 2 Werkafspraken jeugdgezondheidszorg Yunio
17
2
1. Inleiding en leeswijzer Voor u ligt het onderwijsachterstanden beleid van de gemeente Aalten. De gemeente Aalten wil alle kinderen een goede start bieden. In de Wet op het Primair Onderwijs is opgenomen dat wij in samenwerking met kinderopvangorganisaties en schoolbesturen, onderwijsachterstandenbeleid (OAB) moeten op stellen. Met het OAB richten wij ons op het verminderen en voorkomen van onderwijsachterstanden van kinderen tot het moment dat zij het basisonderwijs verlaten. Een onderwijsachterstand zien wij als een breed begrip: van bijvoorbeeld sociaal- emotionele achterstand als gevolg van een taalachterstand tot een cognitieve achterstand. Daarom blijft de gemeente samen met haar partners juist die kinderen die het nodig hebben ondersteunen in hun ontwikkeling. De gemeente Aalten is een Global Goals gemeente waarbij de doelen gericht zijn om er samen voor te zorgen dat de wereld gezonder, rechtvaardiger en duurzamer wordt. Met het onderwijsachterstanden beleid hopen wij dat elk kind een goede start kan maken. Het vierde doel van De Sustainable Development Goals sluit hierop aan en gaat over het verzekeren van kwalitatief goed onderwijs en het stimuleren van levenslang leren voor iedereen. Adequaat onderwijs is voor mensen in alle leeftijdscategorieën en in alle levensfasen van belang, van voorschoolse educatie tot ‘een leven lang leren’.
Onderwijs zorgt ervoor dat de werkenden over vaardigheden beschikken om te kunnen functioneren in een kennisintensieve omgeving.
We gaan een nieuwe beleidsperiode in met het gemeentelijke onderwijsachterstanden beleid. Dit beleidsplan is geschreven voor de periode 2024 – 2026. In samenwerking met onze partners: jeugdgezondheidszorg, kinderopvangorganisaties, bibliotheek en schoolbesturen, is dit beleidsplan tot stand gekomen. Dit beleidsplan beschrijft wat wij samen met onze partners doen om ondersteuning te bieden aan het jonge kind. In hoofdstuk 3 wordt de huidige invulling beschreven en schetsen wij onze visie voor de komende periode. Vervolgens zijn in hoofdstuk 4 en 5 het doel en de initiatieven rondom voorschoolse educatie en onderwijsachterstandsbestrijding in de schoolse periode opgenomen. In hoofdstuk 6 zijn de resultaatafspraken opgenomen. In hoofdstuk 7 is de planning van de uitvoeringsagenda te vinden. In dit beleidsplan is ervoor gekozen om niet alle bronnen in de tekst toe te voegen, dit om de leesbaarheid te vergroten. Voor de theoretische onderbouwingen is gebruik gemaakt van bronnen van het Nederlands Jeugdinstituut, Rijksoverheid, Sardes, Oberon, Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek en (de dashboards van) het Centraal Bureau voor de Statistiek. Naast dit beleidsdocument is er nog een aantal bijlagen toegevoegd.
3
2 . Onderwijsachterstandenbeleid in de gemeente Aalten In de gemeente Aalten hebben we de doelstelling dat kinderen en jongeren veilig en gezond opgroeien en dat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. We vinden het belangrijk dat er goede basisvoorzieningen zijn voor kinderen en dat alle kinderen mee kunnen doen. Voor jonge kinderen bij wie er een (- dreigende) achterstand wordt gesignaleerd in de taal- en/of bredere ontwikkeling ten gevolge van sociale, economische of culturele oorzaken wordt er ingezet op voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Het maatschappelijk effect is dat het sociaal emotionele, culturele en cognitieve vermogen van peuters is vergroot en dat door preventie en vroeg signalering minder kinderen met een ontwikkelingsachterstand naar groep 3 van de basisschool gaan. 2.1 Visie 2024 - 2026 Gezamenlijk zijn wij gestart met het benoemen vanuit welk vertrekpunt wij het OAB - beleid opstellen en met elkaar gaan uitvoeren. Onderstaande visie geldt als een meer-jaren uitgangspunt van waaruit de partners samenwerken. De partners zetten zich gezamenlijk hiervoor in en delen de verantwoordelijkheid om deze visie te verwezenlijken.
In de gemeente Aalten streven wij ernaar dat alle kinderen een goede start moeten kunnen maken in groep 3 van het basisonderwijs waarbij zij hun talenten optimaal kunnen ontwikkelen en waardoor onderwijsachterstanden zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen. Er is inclusiever en passend onderwijs, waarbij geen enkel kind thuis zit en iedereen kan/mag meedoen. Kinderen zijn veerkrachtig en in staat om op hun eigen manier bij te dragen aan de toekomst. Alle partners kennen elkaar en werken integraal samen aan een doorlopende ontwikkeling voor alle kinderen. Kinderen en jongeren kunnen zich door goed onderwijs voorbereiden op een plek binnen de maatschappij die bij hen past. Zij ervaren regie over hun eigen leven, er is vertrouwen in hun natuurlijke veerkracht en wij stimuleren deze waar nodig. Dit gebeurt in samenwerking met ouders, opa’s, oma’s, de buurt, verenigingen, het bedrijfsleven, vrienden en andere betrokkenen in hun sociale omgeving. Deze sociale omgeving van het kind, waarin optimale ontwikkeling het doel is, noemen we de pedagogische basis.
In de gemeente Aalten is er binnen het sociaal domein veel aandacht voor het jonge kind. In oktober 2021 is de Nota Sociaal Domein, ‘Zo persoonlijk mogelijk mee blijven doen in Aalten’ vastgesteld. Blijven meedoen geldt wat ons betreft voor iedereen en begint al bij jonge kinderen. Binnen de Nota wordt uitgegaan van zes thema’s, met name op het thema ‘jong in Aalten ‘ligt de verbinding met OAB. In de doelstellingen Jong in Aalten staat omschreven dat kinderen en jongeren veilig, gezond en kansrijk moeten kunnen opgroeien. Ieder kind moet gelijke kansen krijgen. Met het OAB dragen wij daaraan bij. Ook uit de recente bijeenkomsten met onze samenwerkingspartners horen we terug dat aandacht voor het jonge kind ontzettend belangrijk is. Uit deze bijeenkomsten hebben we een goed beeld verkregen van wat we al goed doen en wat verbeterd kan worden in onze gemeente. Alle VVE – partners geven aan dat de samenwerking nog meer gericht zou moeten zijn op preventie. Vanaf de leeftijd van 2 jaar wordt er vanuit OAB al veel georganiseerd, maar het zou mooi zijn als we daarvoor nog meer in beeld komen bij de kinderen die het nodig hebben. De samenwerking tussen Yunio JGZ en kinderopvangorganisaties zou meer gericht kunnen zijn op preventie. Er is wel een structureel overleg met de jeugdconsulenten van de gemeente en met het ondersteuningsteam (vanaf nu OT).
Echter wordt een structureel overleg gemist tussen Yunio JGZ en de kinderopvang. De wens om dit op te starten is er bij beide en dan met name voor de leeftijdsgroep 0-2 jaar en de locaties waar geen VE wordt aangeboden. Naast Yunio JGZ en de kinderopvang heeft de bibliotheek ook een grote rol. Waar de bibliotheek eerst primair gericht was op het ter beschikking stellen van kennis en informatie, met name in de vorm van 4
het uitlenen van boeken, is er nu sprake van een maatschappelijk educatieve invulling rondom alle aspecten van taal en basisvaardigheden. De bibliotheek is nu dan ook vanuit de vroegste jeugd een essentiële partner bij het verrijken van de taalomgeving. Dat doen zij onder andere door het aanbieden van een doorgaande leerlijn waarvoor de eerste aanzet al wordt gegeven bij de geboorte van het kind middels het Boekstartkoffertje. Belangrijk onderdeel daarvan is het stimuleren van lezen en het vergroten van leesplezier. Daarvoor zijn activiteiten en programma’s zowel in de bibliotheek, op locaties zoals kinderopvang, school, thuis of elders. Daarbij betrekt de bibliotheek naast de kinderen óók de ouders. Wat gaan we doen: -
Het opzetten van een ondersteuningsroute/zorgstructuur vanaf 0 jaar.
2.2 Huidige invulling OAB De jeugdverpleegkundige verzorgt samen met de jeugdarts van Yunio de indicatie en toeleiding naar voorschoolse educatie. Vanaf 2020 tot en met het voorjaar 2022 hebben we te maken gehad met een coronapandemie. Dit heeft veel invloed gehad. De coronapandemie heeft tot een algemene lockdown geleid. Grotendeels was ook de kinderopvang gesloten. Alleen kinderen van ouders met een cruciaal beroep en kinderen met een kwetsbare achtergrond of VVE indicatie konden gebruik maken van de kinderopvang zodat de kansen ongelijkheid niet groter zou worden. De overheid heeft middelen beschikbaar gesteld om de achterstanden in het onderwijs te verkleinen middels het Nationaal Programma Onderwijs. Het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) is een (niet-structureel) investeringsprogramma van het kabinet om de gevolgen van de coronacrisis voor leerlingen op te vangen. In de gemeente Aalten wordt vanuit dit budget ook een deel ingezet in de kinderopvang. De NPO-middelen worden ingezet voor: - Extra inzet ondersteuningsteam (OT), waarbij de vraag vooral gericht is op het eerder inzetten van hulp en ondersteuning binnen het gezin. - Extra inzet in de kinderopvang. - Maandelijks een extra beweegmoment aan bieden Uitbreiding voorschoolse educatie. Het kabinet heeft voor een uitbreiding van voorschoolse educatie gekozen.
Van 10 naar 16 uur zodat voorschoolse educatie (VE) nog meer effect heeft. De uitbreiding is een extra stap in de richting van een zo veel mogelijk gelijke start op de basisschool voor alle kinderen. Daarnaast is het aanbod van voorschoolse educatie verbeterd met de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker, die de pedagogisch medewerkers ondersteunt bij een kwalitatief goede invulling van de 16 uur. Beide maatregelen zijn gefaseerd ingezet. De pedagogisch beleidsmedewerker vanaf 1 januari 2022 en 16 uur per 1 januari 2020. Vanuit de kinderopvangorganisaties horen wij terug dat dit als positief ervaren wordt. Soms vinden ouders 16 uur te veel. Door samen te werken met onder andere het consultatiebureau moeten we ouders blijven stimuleren om van het aanbod gebruik te blijven maken. Bestedingen budget OAB Vanuit het budget OAB wordt het VE aanbod ingezet in de kinderopvangorganisaties. Meer hierover leest u terug in hoofdstuk 4. Naast dat we hierop inzetten wordt het budget ook gebruikt voor aanvullende projectmatige activiteiten van overige sociaal maatschappelijke organisaties. Deze organisaties moeten gericht zijn op (lees- en -taal) verrijking van doelgroepkinderen. In de gemeente Aalten worden daarnaast subsidies verstrekt aan sociaal maatschappelijke organisaties/ projecten. * Verder uitgewerkt in bijlage 1
5
Overlegvormen Binnen de gemeente Aalten bestaan er verschillende overlegvormen met raakvlakken aan OAB. In deze overlegvormen staat het jonge kind centraal. Hieronder wordt kort weergegeven wat het doel is van de verschillende overlegvormen. Allen hebben een verbinding met OAB. -
Lokaal Educatieve Agenda (LEA). Gemeenten hebben de wettelijke opdracht om jaarlijks te overleggen met schoolbesturen en kinderopvangorganisaties over het bevorderen van integratie, het voorkomen van segregatie, het bestrijden van onderwijsachterstanden en de inschrijving en toelating. Dit overleg staat bekend als het overleg over de Lokale Educatieve Agenda ofwel LEA- overleg.
-
Gelijke Kansen Alliantie (GKA) Het tegengaan van kansenongelijkheid is een opdracht voor iedereen, met een grote rol voor het onderwijs. Het verbinden van de drie leefwerelden – school, thuis, omgeving – is heel belangrijk in de aanpak van gelijke kansen. Gemeente Aalten heeft een Gelijke Kansen Agenda opgesteld. Vanaf januari 2023 wordt hier uitvoering aan gegeven.
-
OAB – beleidsoverleg Dit overleg is een beleidsoverleg met alle managers die beroepsmatig betrokken zijn bij kinderen in de leeftijd van 0-4 jaar. Dit overleg is bedoeld om afstemming te krijgen over het beleid op het gebied van: de doelgroep voorschoolse educatie, de wijze van toeleiding naar voor- en vroegschoolse educatie en de organisatie van de doorlopende ontwikkelingslijn van voor- naar vroegschoolse educatie. In dit overleg zijn de volgende partijen vertegenwoordigd: peuteropvang, kinderopvang, Yunio JGZ, Bibliotheek en de gemeente. Dit overleg vormt de basis voor het OAB-beleid. Tijdens dit overleg evalueren we het plan elk half jaar.
2.3 Personeelstekorten en uitdagingen komende jaren. Het personeelstekort binnen de kinderopvang is inmiddels een bekend en steeds groter probleem. Het tekort is o.a. ontstaan door ziekteverzuim en uitstroom van personeel. Het personeelstekort leidt in veel gevallen tot wachtlijsten, of zelfs tot sluitingen van opvanggroepen als een organisatie de personeelsbezetting niet rond kan krijgen. Als ouders daardoor geen opvang hebben voor hun kinderen, kan dit ook de reeds bestaande personeelstekorten in andere sectoren versterken. Kinderopvang is daarmee een belangrijke randvoorwaarde voor de algemene arbeidsparticipatie. Inzetten op meer uren werken voor ouders met jonge kinderen, kan alleen als er ook genoeg mensen in de kinderopvang werken. Aldus Minister Van Gennip (SZW) in haar brief van september 2022. In deze brief beschrijft zij de acties die het personeelstekort moeten tegengaan. Wat betekent dit voor de gemeente Aalten Ook binnen onze gemeente zijn er personeelstekorten bij de kinderopvangorganisaties. Dit horen we terug in de verschillende overleggen rondom OAB/ VVE. Tot nu toe is het nog nauwelijks voorgekomen dat er groepen gesloten moesten worden maar de kans dat dit gebeurt is aanwezig. Uit de OAB overleggen blijkt dat de kwaliteit onder druk komt te staan. Het liefst willen we dat alle locaties open kunnen blijven en er genoeg geschoold personeel is.
In het kader van kansengelijkheid kiezen locaties er bewust voor om open te blijven. Coalitieakkoord gratis kinderopvang Zoals het er nu naar uit ziet gaat met ingang van 1 januari 2027 de overheid 96% van de kosten van de kinderopvang betalen voor werkende ouders. Ouders gaan 4% van de kosten als eigen bijdrage betalen, ongeacht hun inkomen. Hierdoor wordt de kinderopvang voor veel, met name werkende ouders, een stuk goedkoper. Dit heeft naar alle waarschijnlijkheid gevolgen voor het gemeentelijk budget voor peuteropvang en GOAB. De invoering hiervan gaat nog veel tijd kosten. Tot het zo ver is zetten wij ons in op alle wettelijke taken die we binnen het GOAB hebben. We kunnen nu nog niet aangeven wat dit betekent voor gemeente Aalten.
6
Wat gaan we doen: - Het stimuleren en waar mogelijk ondersteunen dat kinderopvangcentra blijven inzetten op het verhogen van kwaliteit door scholingen.
3. Voor en vroegschoolse educatie Wij streven er naar dat alle peuters met een VVE indicatie op een VE locatie terecht komen. Hier dragen wij samen verantwoordelijkheid voor. In dit hoofdstuk is te lezen wat het doel is, welke jonge kinderen in aanmerking komen voor een VVE indicatie (de doelgroep definitie). Wie de indicatiestelling verzorgt en de toeleiding naar VE. 3.1 Doel voorschoolse educatie Voorschoolse educatie is er voor peuters met risico op een achterstand in de ontwikkeling. Jonge kinderen kunnen door verschillende oorzaken een achterstand in hun taalontwikkeling of op andere vlakken zoals de sociaal – emotionele ontwikkeling oplopen. Het doel is dan ook om peuters met een mogelijke (taal) achterstand in de ontwikkeling, ook wel ‘doelgroepkinderen’ genoemd, beter voor te bereiden op de basisschool en mede ervoor te zorgen dat kleuters zonder achterstand naar groep 3 kunnen. Een goede start op school is van groot belang.
3.2 Doelgroep definitie Het aanbod voorschoolse educatie wordt aangeboden aan, door de Jeugdgezondheidszorg geïndiceerde, doelgroepkinderen in de leeftijd van 2 – 4 jaar die aan de doelgroep definitie* voldoen, te weten: 1) Kinderen van wie de ontwikkeling (dreigt) te stagneren door sociaal-emotionele problemen, door problemen van psychosociale aard of motorische aard; 2) Kinderen die een achterstand hebben in de taalontwikkeling; 3) Kinderen van wie een evenwichtige ontwikkeling in algemene zin gevaar loopt door het ontbreken van effectieve ontwikkelingsstimulansen
*:(zoals beschreven in kwaliteitskaders VE 2022) De wettelijke leeftijd voor het aanbieden van een VE aanbod is voor kinderen in de leeftijd van 2.5 tot 4 jaar. In de gemeente Aalten kiezen we ervoor om een doelgroepleeftijd te hanteren van 2 tot 4 jaar om zo de kinderen nog langer van het aanbod te laten profiteren. 3.3 Indicatie, toeleiding en bereik De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) vervult een belangrijke rol bij de toeleiding naar VE. Vrijwel alle kinderen worden door hen gezien. In elk consult is er aandacht voor de ontwikkeling van het kind. Indien nodig wordt hier een passende ondersteuning geboden. VE is één van de verwijsmogelijkheden. Voor de JGZ is het een basistaak om actief spraak- en taalachterstanden bij jonge kinderen op te sporen. In de gemeente Aalten ligt deze taak bij Yunio. Er zijn werkafspraken gemaakt over het proces van indicering en ieders rol daarin. De werkafspraken zijn opgenomen in de bijlage. Evaluatie Het proces van indicering en toeleiding verloopt goed. Yunio JGZ heeft korte lijnen met de VE locaties. Tijdens een huisbezoek dat afgelegd wordt door de jeugdverpleegkundige, vult zij samen met ouders het verwijzingsformulier in. Vervolgens wordt de plaatsing geregeld. Wanneer ouders toestemming geven wordt het kind gevolgd (Peutermonitor). Yunio houdt in de gaten of het kind voldoende geholpen is of dat er meer nodig is. Dit gebeurt o.a.
door structureel overleg met de VVE locaties (kind bespreking).
7
De afspraken over indicering en toeleiding zijn helder. Voor de komende beleidsperiode zal deze werkwijze dus doorlopen. Aandachtspunt zal zijn dat ‘nieuwe’ aanbieders voor VE op dezelfde wijze in het proces meegenomen worden. Peutervoorzieningen in gemeente Aalten Op 1 januari 2024 waren er 56 peuters met een VVE – indicatie waarvan 43 in een VE-traject. De overige geïndiceerde kinderen zijn of in andere trajecten gestart, zoals de taaltrein of Kentalis of naar een opvang zonder VE of (nog) niet gestart. Gemeente Aalten werkt voor het verzorgen van peuteropvang en VE samen met 5 verschillende organisaties die een VE-aanbod verzorgen. Er zijn 8 locaties waar kinderen met een VVE- indicatie naar toe kunnen. • Kosmo • Humankind • Zonnekinderen • Kindernet • Juut & Co Vanuit Dinxperlo bereiken ons signalen dat de zorgproblemen toenemen. De kinderen met een VVE – indicatie gaan veelal naar Zonnekinderen/ IKC de Bosmark. Tot nu toe is er nog geen wachtlijst doordat de kinderen met 3 dagdelen beginnen in plaats van 4.
3.4 Aanbod en uitvoering Een peuter met een VVE- indicatie kan in de gemeente Aalten op 8 verschillende locaties van 5 aanbieders VE volgen. Ouders hebben de vrijheid om een passende locatie te kiezen. Echter streven wij ernaar dat dit zoveel mogelijk verdeeld wordt over de verschillende aanbieders. In de gemeente Aalten hebben we de afspraak met de kinderopvangorganisaties dat er wordt gewerkt met VVE programma’s die door de het Nederlands Jeugd instituut zijn erkend. Het programma moet de ontwikkeling van kinderen op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal – emotionele ontwikkeling op gestructureerde en samenhangende wijze stimuleren. Aanvullend op het VVE programma dient er ook een observatiesysteem gebruikt te worden voor het volgen van de brede ontwikkeling van de peuters. Op dit moment ligt er geen afspraak over welk observatiesysteem gebruikt moet worden. Vanuit de Gelijke Kansen Alliantie wordt er gewerkt aan een protocol voor de overdracht van voorschool naar vroegschool.
3.5 Ouderbetrokkenheid De omgeving waarin kinderen opgroeien is een belangrijke indicator voor de taalontwikkeling en daarmee ook de algemene ontwikkeling en kansen die het kind krijgt. Over het algemeen geldt dat een rijke taalomgeving een belangrijk fundament is voor een goede taalvaardigheid. Ouders hebben de grootste invloed op de taalontwikkeling van hun kinderen, vooral in de periode voordat een kind naar de kinderopvang of naar school gaat. Die periode heeft grote invloed op de latere taalvaardigheid en het vermogen om te denken, leren en redeneren. Ouders zijn zich vaak niet bewust van hun enorme invloed terwijl zij juist het verschil kunnen maken. En verschil is er: kinderen die elke dag worden voorgelezen hebben een voorsprong in hun sociaal-emotionele, lichamelijke en creatieve ontwikkeling. Het is dan ook van belang ouders hiervan bewust te maken, en hen te stimuleren hiermee aan de slag te gaan. Helaas is er een groep ouders die, vooral wanneer ze zelf moeite hebben met taal, niet de mogelijkheid hebben deze rijke taalomgeving te bieden. Kinderen lopen hierdoor een grotere kans op een taalachterstand. Hierdoor kan een cyclus van laaggeletterdheid ontstaan waardoor kinderen al vanaf het begin minder kansen hebben in het leven. De kinderopvang speelt hierin al een grote rol, zij
8
zijn verplicht een ouderbeleid te hebben. Daarnaast zet de bibliotheek actief in op het doorbereken van de cyclus. Dit doen zij door de ouders te ondersteunen op twee manieren. Enerzijds door het bieden van ondersteuning bij het verrijken van de taalomgeving van hun kinderen door het aanbieden van concrete activiteiten. Hiermee krijgen zij de mogelijkheid om de taalontwikkeling van hun kinderen te stimuleren. Anderzijds biedt de bibliotheek activiteiten aan die gericht zijn op het verhogen van de taal- en basisvaardigheden van de ouders zelf. Zo kunnen de ouders voor meer talige interactie in het gezin zorgen. In de bijlage is weergegeven hoe de bibliotheek deze ouderbetrokkenheid stimuleert en wat zij binnen het gezinsaanbod kunnen betekenen. Dit document is niet statisch omdat het aanbod altijd meebeweegt met de maatschappelijke vragen en/of behoeftes.
Zoals uit het voorgaande blijkt is preventie van groot belang om latere uitval en/of andere problemen rondom taal- en basisvaardigheden te voorkomen. Vandaar de grote inzet van de bibliotheek voor de groep 0-18-jarigen. Dit wordt bijvoorbeeld zichtbaar in programma’s en activiteiten als Boekjes en Babbels, de BoekStartcoach, BoekStart- /-BoekenPret, de Bibliotheek op School en diverse activiteiten in de bibliotheek. Samenwerking met onze maatschappelijke partners is de draaiende motor van het succes van inzet van deze programma’s. Ook hier geldt: it takes a village to raise a child! Yunio zet naast het volgen en indiceren van de doelgroepkinderen ook in op de ouders. Alle ouders van doelgroepkinderen krijgen een korte video-hometraining aangeboden. Dit wordt gedaan door de jeugdverpleegkundige die ervoor is opgeleid. Ouders worden thuis bezocht en worden tijdens spel met hun kind gefilmd. Vervolgens wordt met de ouder besproken welke interacties er zijn tussen ouder en kind. Alleen de positieve elementen worden benoemd met als doel dat deze verstrekt gaan worden doordat ouder zich er bewust van zijn welke invloed het heeft. Sinds februari 2022 is er binnen de gemeente Aalten een lokale werkgroep laaggeletterdheid. Deze bestaat uit: Taalhuis (bibliotheek), Figulus, Stichting Lezen en schrijven en Laborijn.
De gemeente Aalten wil in samenwerking met de lokale werkgroep laaggeletterdheid kijken of ouders als onderdeel van het VVE traject een taalcursus kan worden aangeboden. Wat gaan we doen: 1. Meer inzetten op ouderbetrokkenheid. 2. Activiteiten koppelen aan de gemeentelijke aanpak laaggeletterdheid, zodat ouders worden gestimuleerd om een taalrijke thuissituatie te creëren. 3.6 Kwaliteit De landelijke kwaliteitseisen dienen gevolgd te worden. De landelijke kwaliteitseisen voor VE staan weergegeven in het Kwaliteitskader voorschoolse educatie 2022. Toezicht op kwaliteit voor en vroegschoolse educatie Het is van belang te monitoren of de voorschool en de vroegschool de gevraagde kwaliteit ook levert. De GGD en inspectie van het Onderwijs houden hier toezicht op. Zij signaleren en geven aan de gemeente door op welke onderdelen organisaties achter blijven ten opzichte van de landelijke en lokale eisen. Gemeenten zijn verplicht in het openbare register van peuteropvang en kinderopvangorganisaties op te nemen welke locaties voorschoolse educatie aanbieden en hoeveel plaatsen worden aangeboden. De Inspectie van het Onderwijs ziet toe op de voorschoolse educatie. Op 1 januari 2023 is het nieuwe kader voor Interbestuurlijk Toezicht van kracht gegaan.
Dit kader is in afstemming met onder andere de VNG, GGD-GHOR NL, het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), een 9
aantal GGD’en en diverse individuele gemeenten tot stand gekomen. Naast toezicht houden op de uitvoering van de wettelijke taken door gemeenten, wordt er met het nieuwe kader ook gestimuleerd dat gemeenten hun taken beleidsrijk uitvoeren en goed borgen. Dit kan door de doelen van de wet als uitgangspunt te nemen en door het beleid te verankeren in een goede kwaliteitscyclus.
4. Onderwijsachterstandenbestrijding in de basisschool In het kader van WPO artikel 165 mogen gemeenten ook (mede) financierder zijn van OAB – activiteiten op scholen. Dit is geen wettelijke verplichting voor gemeenten. Echter zien wij dit wel als een kans om een goede verbinding te leggen tussen de voor en vroegschoolse locaties en het primair onderwijs. Wij streven ernaar dat kinderen met een goede start beginnen op de basisschool. Als gemeente kiezen wij er bewust voor om (mede) financierder te zijn, zodat (taal) achterstanden nog verder kunnen worden ingelopen. Tot en met 2021 hebben we de taalklas mede gefinancierd. Op dit moment wordt de Figulus Zomerschool uit het OAB- budget gefinancierd. 4.1 Figulus Zomerschool Nieuwkomers die binnen onze gemeente komen wonen worden meteen ingeschreven bij een school. Dit zijn kinderen die naar de basisschool gaan en oudere kinderen die naar de schakelklas in Doetinchem en Winterswijk gaan. Uit onderzoek blijkt dat deze kinderen in de zomervakantie een terugval hebben van de opgedane kennis die zij voor de vakantie hebben opgebouwd. Dit komt voornamelijk omdat zij weer terugkeren in de eigen omgeving waar weinig Nederlands wordt gesproken. Middels de Figulus Zomerschool willen we de kinderen, nu er tijd en ruimte is, sneller kennis laten maken met de omgeving en de maatschappij.
Figulus Zomerschool biedt drie dagdelen activiteiten aan om het geleerde te blijven behouden. Tevens maken ouders die nog minder bekend zijn met de taal en de omgeving kennis met de maatschappij. Daarnaast horen zij wat scholen verwachten van ouders in verband met de ouderbetrokkenheid bij het onderwijs van de kinderen. Dit kan gaan om ondersteuning op school, opvoedproblemen en gezondheid.
4.2 Warme overdracht De kinderopvangorganisaties hebben afgesproken met het basisonderwijs dat er een ‘warme’ overdacht plaats- vindt over het VVE- kind. Hier is op dit moment geen gezamenlijk protocol voor. Van 0 tot en met 4 jaar zetten onze samenwerkingspartners zich voor de volle 100 procent in. Omdat kinderen met een VVE indicatie een speciaal programma volgen is het voor de gemeente en haar partners zinvol om te weten hoe de ontwikkeling daarna verloopt.
Wat gaan we doen: - De definitie van een ‘warme overdracht’ vaststellen. - Een protocol ‘warme overdacht’ opstellen in samenwerking met de kinderopvang en scholen.
5. Resultaatafspraken VVE Voor het laten slagen van het gemeentelijk VVE – beleid is het van belang dat alle partners gezamenlijke verantwoordelijkheid ervaren voor het vormgeven van voor en vroegschoolse educatie. In dit hoofdstuk staan de huidige resultaatafspraken, de afspraken tussen gemeente, kinderopvang en schoolbesturen. Gemeenten en schoolbesturen zijn wettelijk verplicht om met elkaar afspraken te maken over wat vroegschoolse educatie oplevert op het niveau van kinderen (WPO artikel 167 lid 1b). Niet alle resultaatafspraken zijn bij alle betrokkenen goed in beeld, daarom willen we de komende beleidsperiode gebruiken om nieuwe resultaatafspraken met alle betrokken op te stellen en hier uitvoering aan te geven. Resultaatafspraken dragen bij aan een blijvende focus op de kwaliteit van de uitvoering van VVE. Jaarlijks zullen we de resultaatafspraken en de monitoring met elkaar bespreken in de werkgroep. 10
5.1 Huidige resultaatafspraken Voorschoolse voorzieningen 1. Kinderen met een VE-indicatie worden gevolgd op de 4 ontwikkelingsdomeinen (sociaalemotioneel, taal, rekenen en motoriek) in een digitaal kind volgsysteem. 2. Kinderen met een VE-indicatie laten, tussen de 1e en laatste observatie, ontwikkelingsgroei zien. 3. 100 % van de doelgroep peuters is gevolgd en ondersteund.
4. Minimaal 90% deelname van doelgroep peuters maakt daadwerkelijk gebruik van een voorschoolse voorziening. 5. Minimaal 90% van de bereikte doelgroep peuters neemt in de voorschoolse voorziening het gewenste aantal uren af ( 960 uur in 1,5 jaar). Inzet VVE in het basisonderwijs 1. Bij start in het basisonderwijs worden de gegevens van de warme overdracht en observaties van VVE- peuters overgenomen in het eigen observatie- /volg systeem. 2. Bij de start in groep 3 is het streven dat 90% van de VVE- geïndiceerde kinderen ontwikkelingsgroei laten zien. Wat gaan we doen Uit het onderzoek van de onderwijsinspectie blijkt dat het heel lastig is om tot afspraken te komen en deze na te leven. Zoals reeds aangegeven is gebleken dat niet alle resultaatafspraken bij alle partners voldoende bekend waren. Omdat het toch een wettelijke plicht is wordt de komende periode gebruikt voor het opstellen van nieuwe resultaten afspraken en daarnaast hoe de jaarcyclus rond de resultaatafspraken er uit gaat zien (bijvoorbeeld: wanneer worden gegevens verzameld, wanneer en met wie worden de resultaten besproken).
5.2 Monitoring en evaluatie Om de wettelijke opdracht goed uit te kunnen voeren is het van belang om een goed monitoringssysteem te hebben dat zicht geeft op het bereik van het aantal peuters en de resultaten van het VVE beleid. Door te werken met een peutermonitor krijgen zowel de gemeenten als kinderopvangorganisaties zicht op het bereik en non bereik van de voorschoolse opvang, zien zij in een vroeg stadium of de subsidie die als voorschot is toegekend ook toereikend is en kennen de exacte verdeling in subsidie voor de reguliere peuter en de geïndiceerde peuter.
Wat gaan we doen: Aan de hand van de peutermonitor: - Jaarlijks data verzamelen en bespreken - Aan de hand van de verzamelde data l het beleid bijstellen waar nodig.
11
6. Uitvoeringsagenda Wat gaan we doen Implementatie peutermonitor
Het opzetten van een ondersteuningsroute / zorgstructuur vanaf 0 jaar. Het stimuleren en ondersteunen op het verhogen van kwaliteit door scholingen. Nieuwe / herijkte resultaatafspraken opstellen Mogelijkheden onderzoeken om activiteiten uit de laaggeletterdheidsaanpak te koppelen aan OAB-ouderbetrokkenheid
De definitie van een warme overdracht vaststellen. Protocol warme overdracht opstellen De resultaten van VE bespreken Cijfers Peutermonitor 1x per jaar bespreken Aan de hand van data beleid bijstellen waar nodig.
Wie Innovatie nul 13, Yunio, Kinderopvang, gemeente
2024
2025
2026
X
X
X
X
X
Kinderopvang, Yunio, scholen, gemeente. Vanuit GKA wordt dit uitgevoerd in samenwerking met de Lokale werkgroep laaggeletterdheid, Yunio, kinderopvang. Kinderopvang, scholen, gemeente
X
X
Kinderopvang, scholen, gemeente Scholen, kinderenopvang, gemeente. Werkgroep OAB
X
Gemeenten en kinderopvangcentra
Werkgroep OAB
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
12
7. Verantwoording onderwijsachterstandenmiddelen Vanaf 1 januari 2019 vindt de verdeling van de onderwijsachterstandenmiddelen aan gemeenten plaatst op basis van een nieuwe verdeelsystematiek. Er wordt niet meer op basis van de gewichtenregeling verdeeld maar op basis van de jaarlijks door het CBS bepaalde achterstandsscore van elke gemeente. Tevens wordt er rekening gehouden met een minimumbedrag van 64.000,00 dat wordt verleend aan gemeenten met peuters of basisschoolleerlingen die een onderwijsscore hebben die valt in de vijftien procent landelijk laagste onderwijsscores. Verdeling van het totaalbudget vindt plaats volgens de maatstaven zoals genoemd in het Besluit specifieke uitkeringen gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid. Het Rijk kent jaarlijks een specifieke uitkering toe. Deze specifieke uitkering wordt verantwoord via SiSa (Single information Single audit). Voor 2024 heeft de gemeente Aalten een voorschot ontvangen van € 376.742,00 Gedurende de beleidsperiode van 4 jaar mogen niet bestede middelen worden meegenomen naar het volgende jaar. Ook van de vorige beleidsperiode 2019-2022 mocht er een gedeelte van de resterende middelen worden meegenomen naar de nieuwe beleidsperiode.
13
Bronnenlijst Onderstaande bronnenlijst geeft een goed beeld van de bronnen waaruit informatie is gehaald naast de gesprekken met kinderopvangorganisaties, JGZ, bibliotheek, scholen en ander betrokken ambtenaren. • • • • • • • • •
Sardes (Onderzoeks- en adviesbureau op het gebied van onderwijs, opvang en opvoeding) Oberon Wet op het primair onderwijs SDG Nederland Oberon Nederlands Jeugdinstituut (NJi) Kenniskring GOAB Onderzoek onderwijsinspectie: samenwerken aan kwaliteit en kansen Kwaliteitskader voorschoolse educatie 2022
14
Bijlage 1 Bestedingen OAB budget aan sociaal maatschappelijke organisaties/ projecten. 1. Yunio - Kindertaalcoach De kindertaalcoach wordt ingezet bij jonge kinderen in de leeftijd van ongeveer 1,5 tot -5 jaar, die een overwegend andere moedertaal spreken dan het Nederlands. Bij deze kinderen wordt er intensieve taalbegeleiding in het Nederlands ingezet die de taalontwikkeling stimuleren, evenals het proces van tweedetaalverwerving, zodat de ontwikkelingskansen vergroot worden en de kansen op een goede schoolloopbaan optimaal zijn. De vrijwillige kindertaalcoach bezoekt wekelijks het gezin (gemiddeld anderhalf tot 2 uur). Op praktische wijze wordt er samen met het kind, zijn ouders en eventuele broertjes of zusjes invulling gegeven aan taalstimulering in het gezinsleven. Het voor doen en samen doen spelen een belangrijke rol. Doordat de werkwijze van de intensieve taalbegeleiding inhoudelijk nauw verwant is aan de werkwijze van het programma Home-Start, is het een logische stap de intensieve taalbegeleiding uit te voeren volgens de Home-Startmethodiek, waarbij - in plaats van opvoedondersteuning - taalstimulering door speciaal daarvoor opgeleide vrijwilligers het doel is. Neerzetten van een doorgaande VVE-lijn Het is een gegeven dat wanneer het Nederlandse taalaanbod in de eigen leefomgeving onvoldoende is, er een risico bestaat op een taalachterstand in het Nederlands.
Naast de huidig gebruikte VVE- programma’s kan ook het aanbieden van de kindertaalcoach ondersteuning in de thuissituatie bij sommige niet-Nederlands sprekende gezinnen net dat extraatje geven. Op deze wijze ontstaat er een rijke taalomgeving voor het kind. Kindertaalcoach is in 2020 gestart met in totaal 10 trajecten. Waarvan 6 in Aalten en 4 in Dinxperlo. - Intermediaire Ouder Betrokkenheid (IOB) Bij kinderen met een VVE- indicatie heeft Yunio de mogelijkheid om intermediaire ouder betrokkenheid aan te bieden. In principe geldt dit voor alle kinderen maar de jeugdverpleegkundige beoordeeld bij welk kind dit huisbezoek nodig is. IOB wordt uitgevoerd door de assistente. Zij gaat op huisbezoek om ouders heel laagdrempelig tips en adviezen te geven over bijvoorbeeld lezen en spelend leren. Dit koppelt zij terug aan de jeugdverpleegkundige. De ouders zijn gebaat bij praktische ondersteuning en een levend voorbeeld als het gaat om vragen als; ’Hoe speel ik dan met mijn kind? Hoe kan ik het beste voorlezen? Wat kan ik doen om de spraak taalontwikkeling (STO) te bevorderen thuis? Meestal worden er 2 huisbezoeken gebracht. - Pilot video interactie begeleiding In samenwerking met Yunio loopt er een project kortdurende video hometraining bij kinderen met een VVE- indicatie. De kortdurende video hometraining is een vorm van professionele ondersteuning voor gezinnen.
Door analyse van korte video-opnames van de alledaagse omgang thuis wordt zichtbaar wat in de communicatie goed verloopt en hoe dit versterkt kan worden. De opnames worden samen met de gezinnen geanalyseerd en besproken. Ouders krijgen helder zicht op het functioneren en de behoeftes van hun kind. Hierdoor zijn ouders beter in staat om hun kind op een positieve manier te ondersteunen in zijn ontwikkeling. Door een micro analyse te maken van de beelden, kunnen ouders goed zien wat hun kind nodig heeft en kunnen zij hun handelen daarop afstemmen.
2. Bibliotheek Achterhoekse Poort - VoorleesExpress De VoorleesExpress helpt gezinnen om de taalontwikkeling van kinderen (van 2 tot en met 8 jaar) te stimuleren. Om dit te bereiken wordt het voorleesritueel bij gezinnen geïntroduceerd om zo de taalontwikkeling van kinderen te stimuleren en de leescultuur thuis te verbeteren door middel van een gezinsaanpak. Dit is in samenwerking met de kindertaalcoach. 15
- Boekjes en Babbels Boekjes en Babbels is een wekelijks voorlees – speel – muziek – uurtje voor kinderen van 0 tot 4 jaar. Er wordt voorgelezen, gezongen, gespeeld en (groot) ouders krijgen tips over voorlezen). Ook is er tijd om met hun kind een boekje uit te zoeken en advies te vragen over allerlei materialen. Ouders worden zo gestimuleerd in het lezen, zingen en spelen met hun kinderen om zo zelf een bijdrage te leveren aan de taalontwikkeling van hun kind. Niet iedereen is dit vanuit de eigen cultuur gewend. Daarnaast maken ouders en kinderen kennis met de bibliotheek en de mogelijkheden die het gratis lidmaatschap voor hun kind hen biedt. Ook wijst de bibliotheek hen op de collectie van het Taalplein, materialen voor mensen die graag beter willen lezen in het Nederlands. Iedere maand schuift een jeugdverpleegkundige van Yunio aan om direct met ouders in gesprek te gaan of vragen te beantwoorden.
- Pilot bibliotheek op het IKC In samenwerking met IKC Uniek loopt er een pilotproject van 2020 tot en met 2023 voor de doelgroep 0 – 4 jaar. De activiteit is bedoeld om leesplezier en mediawijsheid vanaf jonge leeftijd te stimuleren, zowel op school als thuis. -
Bibliotheek op school de bibliotheek wordt gesubsidieerd om de scholen te voorzien van een bibliotheek op school.
- Boekstart Alle kinderen die geboren worden in de gemeente Aalten krijgen een brief waarin ze worden uitgenodigd om gratis lid te worden van de bibliotheek. Dan krijgen ze ook meteen een leuk koffertje en babyboekje mee. 3 Figulus Zomerschool .
16
Bijlage 2 Werkafspraken jeugdgezondheidszorg Yunio
Er zijn werkafspraken gemaakt over het proces van indicering en ieders rol daarin. 1.
2. 3. 4. 5.
6. 7.
8.
Ouders en kind bezoeken het consultatiebureau in de periode van 2-4 jaar op de volgende momenten: 2 jaar en 3 maanden 3 jaar 3 jaar en 9 maanden Huisbezoek vindt plaats bij de 1e kinderen in het gezin bij 1,5 jaar. Vanaf 2 jaar kan door de jeugdverpleegkundige een doelgroep indicatie worden gegeven. Dit wordt besproken met ouders en schriftelijk vastgelegd in een toeleidingsformulier. Het indicerings/ toeleidingsformulier wordt gemaild naar de contactpersoon bij de kinderopvangorganisatie waar het kind naar toe gaat. Indien een pedagogisch medewerker (PM’er) een achterstand constateert dan wordt door de contactpersoon bij de organisatie contact opgenomen met de jeugdverpleegkundige, zij doet een extra huisbezoek en besluit vervolgens over het al dan niet indiceren. Over dit proces houden de contactpersoon en de jeugdverpleegkundige goed overleg. Er is een lijst met contactpersonen bij de kinderopvangorganisaties en bij de jeugdgezondheidszorg. Jeugdverpleegkundige en contactpersoon van de kinderopvangorganisaties hebben regelmatig contact over het doelgroepkind. Tijdens dit overleg wordt de voortgang besproken. Hierbij wordt ook besproken of de doelgroep indicering nog nodig is. Over de frequentie van dit overleg worden onderling afspraken gemaakt. Bij elk VVE- kind wordt ouderbetrokkenheid ingezet.
In deze situatie bezoekt een jeugdverpleegkundige een aantal maal het gezin om ze te begeleiden bij het spelen en voorlezen.
17
MT-besluit gemeente Aalten
Zaakkenmerk/Onderwerp Verantwoordelijk organisatieonderdeel Zaakkenmerk/Documentkenmerk Vertrouwelijkheid
Z/24/146378/Onderwijsachterstandenbeleid 2024-2026 A5 Team Mens en Samenleving Z/24/146378/D-543268 Openbaar
Toelichting voorstel Samenvatting
Portefeuillehouder A.J. te Lindert De gemeente Aalten wil alle kinderen een goede start bieden. In de Wet op het Primair Onderwijs is opgenomen dat wij in samenwerking met kinderopvangorganisaties en schoolbesturen, onderwijsachterstandenbeleid moeten opstellen. Omdat het vorige beleidsplan verouderd is, is er een nieuw beleidsplan geschreven voor de periode 2024 – 2026. In samenwerking met onze partners: jeugdgezondheidszorg, kinderopvangorganisaties, bibliotheek en schoolbesturen, is dit beleidsplan tot stand gekomen. Met dit voorstel wordt het college verzocht het beleidsplan vast te stellen.
Voorgestelde beslispunten
Besluit
Inleiding
1. Vaststellen van het Onderwijs Achterstanden Beleidsplan 2024 – 2026 2. De raad te informeren middels bijgevoegde raadsmededeling
Akkoord.
De gemeente heeft op grond van de WPO (artikel 166, 167) en de wet OKE een verplichting tot het aanbieden van voldoende voorschools aanbod in volume, spreiding en kwaliteit voor de doelgroepkinderen binnen de gemeente. Doelgroepkinderen zijn peuters/kleuters met een mogelijke (taal)achterstand. Het Rijk stelt voor onderwijsachterstandenbeleid een specifieke uitkering beschikbaar aan gemeenten. Dit geld is bestemd voor het aanbod van voorschoolse educatie (VE), schakelklassen en andere taal bevorderende activiteiten. De hoogte van de Rijksbijdrage is gebaseerd op een rekenmethode die vanaf 2019 wordt gebruikt. Deze regeling bepaalt hoeveel financiële middelen het rijk toekent aan de gemeente. De gemeente en basisscholen zijn verplicht om samen afspraken te maken over het verbeteren van de leerprestaties van leerlingen met een achterstand. De gemeenten moeten afspraken maken op basis van gelijkwaardigheid met schoolbesturen en houders van kinderopvangorganisaties. Onder deze afspraken vallen tenminste het definiëren en de werving van de doelgroep, de toeleiding naar de voor- en vroegschoolse voorzieningen, het zorgdragen voor een doorlopende leerlijn van voorschoolse naar vroegschoolse educatie en het behalen van resultaten bij de vroegschoolse educatie. Deze afspraken worden gecontroleerd door de onderwijsinspectie.
De afspraken die we als gemeente samen met het onderwijs en kinderopvang hebben gemaakt zijn samengebracht in het beleidsplan Onderwijsachterstandenbeleid 2024 - 2026. Het plan is tot stand gekomen door middel van een goede samenwerking en inzet van alle betrokken partijen. De gemeente Aalten is een Global Goals gemeente waarbij de doelen gericht zijn om er samen voor te zorgen dat de wereld gezonder, rechtvaardiger en duurzamer wordt. Met het onderwijsachterstanden beleid hopen wij dat elk kind een goede start kan maken.
Het vierde doel van De Sustainable Development Goals sluit hierop aan en gaat over het verzekeren van kwalitatief goed onderwijs en het stimuleren van levenslang leren voor iedereen. Adequaat onderwijs is voor mensen in alle leeftijdscategorieën en in alle levensfasen van belang, van voorschoolse educatie tot ‘een leven lang leren’. Onderwijs zorgt ervoor dat de werkenden over vaardigheden beschikken om te kunnen functioneren in een kennisintensieve omgeving.
Argumenten
1.1 Het beleidsplan beschrijft de werkwijze, afspraken en doelstellingen voor de beleidsperiode 2024-2026 en is afgestemd en akkoord bevonden door alle partners. Met het beleidsplan voldoen wij aan de Wet door de afspraken op alle verplichte onderdelen vast te leggen, en daar naar te handelen. Het beleidsplan en de daarbij behorende resultaatafspraken zijn onderdeel van gesprek met de diverse aangesloten partijen waarbij de besluitvorming ligt in het LEA. (Lokale Educatieve Agenda) Hierin zijn alle bestuurders van de verschillende organisaties vertegenwoordigd.
Financiën 2023
2024
2025
OAB jaarlijks budget
€ 328.849,00
€ 403.821,00
€ 463.006,00
Reserve vorige jaren
€ 171.090,00
€ 103.887,00
Totaal
€ 499.939,00
€ 507.708,00
Uitgaven
€ 396.051,00
€ 411.510,00
Restant
€ 103.887,00
€ 96.198,00 tot 10/10/24
De middelen die we vanuit het Rijk ontvangen voor de OAB lopen op. De kosten stijgen ook omdat de uurprijs van de kinderopvang jaarlijks wordt verhoogd evenals de kosten van de pedagogisch beleidsmedewerker die we bekostigen vanuit de OAB middelen. De inzet en bekostiging van de pedagogisch beleidsmedewerker is een verplichting vanuit het Rijk. Ook zit er een kleine stijging in het aantal kinderen die gebruik maakt van de Voor- en Vroegschoolse Educatie.
Kanttekeningen
.1 In een eerder stadium is afgesproken dat we het OAB budget zo goed mogelijk benutten om kinderen met een (dreigende)achterstand te helpen en daarbij breder te kijken dan alleen de wettelijke taken. Op dit moment zetten we het jaarlijkse budget maximaal in. We spreken zelfs de reserve van het OAB budget aan. Deze reserves moeten aan het eind van de beleidsperiode (2026) voor een deel worden teruggegeven aan het Rijk als ze niet zijn besteed. We zullen kritisch moeten kijken of alle huidige interventies kunnen blijven bestaan binnen het budget. Dit onderwerp is onderdeel van de gesprekken in de werkgroep OAB.
Overleg gevoerd met
Voor het opstellen van dit beleidsplan is intensief samengewerkt in een werkgroep. Deze werkgroep bestaat uit: bibliotheek Achterhoekse Poort, Yunio, Kinderopvangorganisaties, scholen en gemeente. Tevens is het plan besproken in een OAB overleg en besproken en akkoord bevonden in de Lokale Educatieve Agenda (LEA). Vervolgens is het plan ingebracht bij de Sociale Raad en deze is door hen akkoord bevonden.
De financiële paragraaf is afgestemd met de afdeling financiën.
Vervolgstappen en planning
Na goedkeuren van het beleidsplan zal er uitvoering worden gegeven aan de acties zoals beschreven in de uitvoeringsagenda in het beleidsplan. In de uitvoeringsagenda staat onder andere de implementatie van de Peutermonitor en het opstellen van een protocol voor de overgang van voorschool naar school. Deze acties zijn inmiddels uitgevoerd. De Peutermonitor wordt door alle organisaties en Yunio gevuld zodat we alle peuters in beeld hebben. Het protocol is vanaf september j.l. in gebruik genomen en was een wens van zowel het onderwijs als kinderopvang om hiermee te werken.
Participatie
Communicatie
Met partners binnen het LEA en binnen de werkgroep OAB is samengewerkt om het OAB beleidsplan op te stellen en de resultaatafspraken te maken. Alle partners hebben ingestemd met het plan.