CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

13. Raadsmededeling 33-2025 Vastgestelde Achterhoekse visie dak- en thuislozen

Gemeenteraad 27 mei 2025, gemeente AaltenBij agendapunt: Mededelingen van de voorzitter en advies van de agendacommissie over de ingekomen stukken27.312 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het eerste Amerikaanse bewijs laat zien dat het bij 80-92% van de dakloze personen met complexe ondersteuningsbehoeften mogelijk was deze permanent te huisvesten, waarbij op termijn ook andere positieve gezondheidseffecten optreden (Tsemberis and Eisenberg, 2000; Padgett et al., 2016)15. Bevindingen uit Canadees onderzoek dat hierop volgt laat zien dat Housing First met succes kan worden aangepast in verschillende contexten en voor verschillende populaties zonder zijn betrouwbaarheid te verliezen. Uit een vergelijking blijkt hier dat mensen die Housing First kregen, uitstekende huisvestingsresultaten bereikten en snellere verbeteringen vertoonden in het functioneren in de gemeenschap en in kwaliteit van leven, vergeleken met zij die de het gebruikelijke aanbod kregen (Aubry et al., 2015)16. In 2014 bevestigen vijf Europese evaluaties eveneens de hoge huisvestingsretentie van de HF-aanpak in vier van vijf projecten, welke laten zien dat de aanpak werkt in verschillende lokale contexten en met enkele variaties op het originele Housing First model, waarin wel de kernprincipes van de Housing First-aanpak zijn gevolgd. Uit deze studie blijken ook positieve resultaten aangaande de sociale inclusie van de doelgroep (Busch-Geertsema, 2014)17.

Pleace et al (2015)18 concluderen dat het hoofddoel van het Finse programma, de permanente vermindering van langdurige dakloosheid op nationaal niveau, in Finland tussen 2008 en 2015 is bereikt met behulp van een zorgvuldig geplande, alomvattende samenwerkingsstrategie. Een presentatie van de Yfoundation illustreert hoe tussen 1985 en 2016 de afbouw van 2121 naar 62 tijdelijke opvang plekken, gepaard ging met de opbouw van 127 naar 1309 zelfstandige geclusterde woningen met housing first begeleiding en van 65 naar 2433 zelfstandige woningen in de wijk met housing first begeleiding. Ook uit Nederlands onderzoek blijkt de efficiëntie van housing first praktijken en blijkt uit een studie onder Nederlandse praktijken dat de percentages klanten van housing first die sinds de start van de praktijken stabiel zijn gehuisvest hoog zijn en, met uitzondering van één praktijk, variëren van 79-93% (Wewerinke et al., 2014)19. Op dit moment zijn er in 93 Nederlandse

15 Tsemberis, S. and Eisenberg, R.F (2000), Pathways to housing: supported housing for street-dwelling homeless individuals with psychiatric disabilities, Psychiatric

Services 51:487-493, American Psychiatric Association; Padgett, D., Henwood, B. and Tsemberis, S. (2016), Housing First. Ending Homelessness, Transforming Systems, and Changing Lives. Oxford: University Pres 16 Aubry, T., Nelson, G. and Tsemberis, S. (2015), Housing first for people with severe mental illness who are homeless: a review of the research and findings from the at home–chez soi demonstration project, Can J Psychiatry, 2015 Nov; 60, 11: 467–474. 17 Busch-Geertsema, Volker: Housing First Europe – Results of a European Social Experimentation Project, European Journal of Homelessness, 2014, 13–28. 18 Pleace, N., Culhane, D., Granfelt, R. and Knutagård, M. (2015) The Finnish Homelessness Strategy - An International Review, Ministry of the Environment, last accessed 12 November 2022, YMra_3en_2015.pdf (helsinki.fi) 19 Wewerinke, D., Al Shamma, S. & Wolf, J. (2018). Housing First Principes en Praktijken. Nijmegen: Impuls – Onderzoekscentrum Maatschappelijke Zorg. 34 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

gemeenten 74 housing first praktijken, en wordt gewerkt aan een naar de Nederlandse situatie vertaalde modelgetrouwheidsschaal (en kwaliteitsnorm) Housing First20

20 Zie Trimbos: https://www.trimbos.nl/kennis/maatschappelijke-opvang/housing-first-onderzoek-modelgetrouwheid-en-effecten/

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 35

→

VWS, SZW, J&V, OCW, VNG, gemeenten, corporaties, zorgaanbieders, welzijn

“Het briefadres aanvragen duurde meer dan twee maanden. Bovendien vertelde de opvang me dat aanvragen van een briefadres zonder dat ik in de opvang verbleef vrijwel onmogelijk was, omdat de gemeente dan niet geloofde dat ik écht dakloos was. Ik verbleef een periode liever in hostels, bij klasgenoten en op straat in de buurt van mijn opleiding, dus de aanvraag voor het briefadres heb ik steeds maar uitgesteld tot ik wel in de opvang zat.”

Over domeinen samen werken is een randvoorwaarde om het aantal (dreigend) dakloze mensen te verminderen. Het ontwikkelen en uitvoeren van integraal beleid zodat aangesloten kan worden op de behoefte van de (dreigend) dakloze jongere of volwassene, kan en moet nog veel beter, en is om die reden een belangrijk uitgangspunt van dit Actieplan. Dat geldt op ieder niveau: zowel landelijk, regionaal als lokaal. Om de gewenste kentering teweeg te brengen, is een nog betere samenwerking tussen domeinen vereist: het fysieke, medisch, veiligheids- en het sociaal domein. En binnen het sociaal domein de samenwerking tussen het jeugd-, Wmo-, werk- en inkomen, schulden en armoededomein. De hieronder geformuleerde acties bouwen voort op de geleerde lessen uit voorgaande jaren, met daarbij de gewenste opschalings- en versnellingsmaatregelen.

2.4.1. De basis snel op orde door betere regie en eigenaarschap “Ik moest een uitkering aanvragen. Maar naast die vervelende overgangsperioden telkens weer, moest ik ook nog eens ‘bewijzen’ dat het dusdanig slecht ging, dat ik niet kon werken en dus zo ook vrijgesteld kon worden van enige sollicitatieplicht.” Vanuit de ervaringen in voorgaande programma’s is bekend dat het cruciaal is om snel de basis op orde te krijgen. Het snel kunnen regelen van een briefadres, verblijf en inkomen maakt dat problematiek niet nog verder escaleert. Een vast aanspreekpunt (of: een ‘regisseur’) helpt regie en overzicht te houden op alle leefgebieden. Iemand die naast iemand staat als spin in het web bij de ondersteuning; als coach of vertrouwenspersoon, maar indien nodig ook als vertegenwoordiger of persoonlijke advocaat. Regisseurs 36 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

voeren integrale regie over het hele proces van de persoon in kwestie, van toegang tot en met het moment dat de persoon en regisseur vinden dat het niet meer nodig is. Het effect van deze aanpak op maat, de ‘jongerenregisseur’, is in gemeenten die hiermee werken, positief. Het blijkt dat trajecten korter duren, effectiever zijn, en tot grotere tevredenheid leidt bij zowel de professional als de jongere zelf. Een vergelijkbare werkwijze wordt gehanteerd voor personen met verward gedrag en een hoog veiligheidsrisico. Hierbij wordt een Levensloopcoördinator ingezet voor de realisatie, organisatie en monitoring van ondersteuning en zorg op alle leefgebieden. 39 Een wezenlijk bijeffect van deze manier van werken is dat het vertrouwen tussen professional en de persoon om wie het gaat groeit. Een belangrijke voorwaarde voor het slagen van trajecten, zeker omdat bij deze doelgroep het vertrouwen in de overheid vaak laag is. Reden dus om de geleerde lessen van deze aanpakken mee te nemen en op te schalen. Dat betekent niet een rol erbij maar juist het slimmer organiseren. Gemeenten en zorgaanbieders hebben zelf een keuze hoe zij dat inrichten. Het gaat erom dat ondersteuning flexibel wordt aangeboden naar voorkeur van mensen. Dit betreft in principe de keuze in 1) welke ondersteuning iemand ontvangt, 2) op welke locatie, 3) op welk moment 4) met welke frequentie 5) en van wie.

Goed voorbeeld: Jongerenregisseur in de gemeente Haarlem In Haarlem worden dak- en thuisloze jongeren integraal ondersteund door jongerenregisseurs. Zij werken bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) en richten zich volledig op dak- en thuisloze jongeren van 18 tot 23 jaar. De jongerenregisseurs brengen samen met de jongere snel in kaart wat er moet gebeuren, waarbij alle leefgebieden integraal worden meegenomen: wonen, zorg en ondersteuning, financiën, zinvolle daginvulling (school of werk) en het eigen netwerk. Binnen zes weken ligt er een trajectplan op tafel, dat leidend is in het hele hulpverleningsproces. De jongerenregisseurs werken volgens de ‘omgekeerde toets’: uitgangspunt is niet onder welke wet- of regelgeving iemand valt of juist niet valt. De regisseurs kijken wat er voor de betrokken jongere nodig is en hoe ze dat kunnen organiseren. Er wordt gewerkt met één contactpersoon, één plan en één traject. De jongerenregisseurs zijn bij de verschillende afdelingen binnen de gemeente bekend, er is wordt gewerkt op basis van vertrouwen. De zorg is niet langer versnipperd, waardoor de trajecten korter duren. Dat is beter voor de jongere én het bespaart de gemeente geld. Het is voor jongeren veel fijner en effectiever om met één contactpersoon te werken. Iemand die er is als je ’m nodig hebt, en ook langere tijd blijft.

→ Meer info – ‘De basis op orde’, Movisie De basis op orde voor dak- en thuisloze jongeren | Movisie Eén jongerenregisseur, één plan, één traject | Wat er al gebeurt | Iedereenondereendak

Acties: 1. 2024: Handreiking geleerde lessen en randvoorwaarden jongerenregisseur uit gemeenten Haarlem, Alkmaar, Leiden en Den Haag breed delen (VWS, VNG). 2. Jongeren: 2023-2026: Regie en werken met een toekomstplan (16-27) geborgd in alle centrumregio’s ter versterking uitstroom uit jeugdzorginstellingen. 3. 2023-2025: Faciliteren van het organiseren van regionale regelvrije doorbraak- of maatwerkbudgetten, op basis van onderzoeksuitkomsten ZonMW naar integrale financiering (VWS, SZW, VNG). Bovenstaande acties dragen bij aan: 1. Alle centrumgemeenten werken met een vorm van regie om snel integraal de basis op orde te krijgen.

39 Zie: https://www.fivoor.nl/levensloopaanpak/

2.4.2. Integrale toegang en begeleiding “Ik kon mij geen fouten veroorloven. Wat voor een ander een goede les voor een volgende keer betekende, betekende voor mij dakloosheid. Dus wat is preventie? Hoe had mijn dakloosheid voorkomen kunnen worden? Preventie is in ieder geval niet: eerst maanden of jarenlang in een daklozenopvang of tijdelijke, gedeelde woningen. Preventie is niet: het aanvragen van een uitkering, postadres of identiteitskaart zo ingewikkeld mogelijk maken. Van het kastje naar de muur, net zo lang totdat iemand die om hulp vraagt, het opgeeft. Dat is niet alleen geen preventie: dat is toestaan van dakloosheid.” De samenwerking tussen werk en inkomen, schuldhulpverlening en zorg (begeleiding behandeling) en huisvesting kan beter. Een voorwaarde om dit voor elkaar te krijgen, is dat mensen vanuit verschillende organisaties werken vanuit hetzelfde mensbeelden

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 37

begrijpen vanuit welke methodiek zij werken. Voor (dreigend) dakloze mensen geldt bovendien dat snelheid geboden is. Een veelgehoord argument is dat professionals belemmerd worden door schurende wet- en regelgeving. Maar de praktijk leert dat maatwerk feitelijk altijd mogelijk is. Ook is er een roep om vragen eenvoudiger en sneller af te handelen. Denk hierbij aan het verkrijgen van een briefadres, en de toegang tot een woning, inkomen en schuldhulpverlening. Vanuit deze toegang kan een regisseur zoals eerder omschreven aan mensen gekoppeld worden voor wie dit nodig is. Het organiseren van de centrale toegang in samenwerking met de corporatie(s), zorg, GGZ en inkomen, schulden kan hierbij helpend zijn. Naast de toegang tot ondersteuning is het essentieel om aan integraal aanbod op maat te werken. Dat geldt voor het mogelijk maken van integrale behandeling GGZ, verslaving en licht verstandelijke beperking en dat een contra-indicatie er niet toe mag leiden dat iemand niet de juiste hulp ontvangt. Ook het continueren van ondersteuning is van belang, ook als een lopend traject tijdelijk wordt onderbroken (door bijv. detentie, time-out, opname in de GGZ). De basis moet kunnen doorlopen, zoals het contact met het wijkteam of regisseur, en eventuele uitkering of traject schuldhulpverlening. Dit voorkomt problemen na uitstroom en bevordert herstel in de wijk. Acties: 1.

2023: Meer bekendheid geven aan het meldpunt briefadressen21 (BZK). 2. 2023: Toeleiding en bekendmaking van steunpunt maatwerk multiprobleemhuishoudens en overbruggingsprocedure VWS22 (Wlz, Zvw, Wmo en Jeugdwet) (VWS). 3. 2024: Goede voorbeelden bundelen en delen m.b.t. regio’s die al werken met centrale toegang in samenwerking met corporaties, zorg, GGZ en inkomensvoorzieningen (VWS) 4. 2024: Afspraken over een minimale ‘basisnorm dienstverlening’ bij (dreigende) dakloosheid: binnen x dagen een briefadres, inkomen geregeld, een eerste inventarisatie van hulpvragen en noodzakelijke en passende opvang is binnen x dagen geregeld (SZW, VWS, VNG). 5. 2025-2027: Alle gemeenten organiseren een integrale en toegankelijke toegang (VWS, VNG, gemeenten). Hierbij organiseren dat kennis van veranderde wetgeving snel bekend is op de werkvloer (SZW, VWS, BZK, J&V, VNG, gemeenten) en faciliteren dat professionals floreren in maatwerk, bejegening en werken vanuit vertrouwen (VNG). Bovenstaande acties dragen bij aan: 1. Eenvoudiger en snellere toegang tot basisvoorzieningen zoals inschrijving in de BRP en inkomen leidt tot kortere trajecten en sneller herstel.

21 Dit meldpunt is aan de ene kant bedoeld voor organisaties die (dreigend) dakloze mensen helpen en gemeenten. Aan de andere kant kunnen personen er

terecht met meldingen van voorbeelden waar het niet goed gaat of om hulp te vragen als er onduidelijkheden zijn over de wet. Het meldpunt is nu nog niet breed bekend 22 Zie: https://maatwerkmultiprobleemhuishoudens.nl/news/view/68d29406-f060-4f75-a153-04740adb2856/ landelijk-maatwerkloket-multiproblematiek-helptprofessionals-sneller-bij-inwoners-in-de-kne 38 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

l

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 39

“Ik ben al jong betrokken bij belangenbehartiging, dat doe ik nu op beleidsniveau en op cliëntniveau. Wat mij het meest aantrok is dat je de situatie voor diegenen die na jou komen verbetert. Het omzetten van je eigen negatieve ervaringen in positieve ervaringen voor anderen. Voor het maken van ‘nieuw’ beleid, een beleid dat beter is, voor diegenen die nu met dakloosheid te maken krijgen. Juist omdat mensen met ervaringskennis weten hoe het is om te leven in een bepaalde situatie, weten zij goed waar de zere plekken zitten en wat er anders zou kunnen. Het is belangrijk dat met beleidsmakers te delen en mee te denken in oplossingen.” Nog vaak wordt beleid over dakloze jongeren en volwassenen gemaakt zonder dat zij hier zelf bij betrokken worden. De inzet van het landelijke jongerenpanel De Derde Kamer heeft de afgelopen jaren laten zien wat de impact is wanneer mensen met ervaringskennis duurzaam worden betrokken in de hele beleidscyclus. We spreken van betekenisvolle participatie wanneer de overheid – van Rijk tot aan gemeentelijk nievau- aan de beleidstafel continue gebruik maakt van de inbreng van mensen met ervaringskennis en hun belangenbehartigers. Dat heeft een aantal voordelen. Ten eerste leidt het tot betere wet- en regelgeving die aansluit bij de leefwereld van mensen en beter aansluit bij de bedoeling van de wetgever.

Ten tweede zorgt het voor empowerment en destigmatisering van (dreigend) dakloze mensen, doordat zij zelf aan tafel zitten en mee kunnen denken. Tenslotte levert een goede betrokkenheid van mensen met ervaringskennis een bijdrage aan het hiaat dat is ontstaan tussen de overheid en inwoners. Door beleid samen te maken en in gesprek te blijven over de uitwerking van beleid op de leefwereld van mensen kan de vertrouwensbreuk worden hersteld.

2.5.1. Landelijk platform belangenbehartiging dakloosheid →

VWS, SZW, BZK, landelijk platform en ervaringskenners vanuit lokale praktijken

In 2019-2022 zijn goede ervaringen opgedaan met de inzet van het landelijke Jongerenpanel de Derde Kamer. Deze ervaringen breiden we daarom uit naar een panel voor 27+’ers waardoor ervaringen, kennis en ideeën van de doelgroep (dreigend) dak- en thuisloze 40 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

mensen ingebracht worden in de landelijke beleidsvorming. Beide panels worden ingezet voor het totstandkomen, verbeteren en monitoren van beleid, wet- en regelgeving voor alle betrokken ministeries. Beide panels verbinden zich aan (lokale) belangenbehartigersorganisaties zodat zij goed weten wat er lokaal gebeurt. De lokale belangenbehartigers en hun achterbannen leveren de input voor landelijke beleidsbeïnvloeding en kaarten signalen aan als beleid niet de gewenste uitwerking heeft of onjuist wordt toegepast, denken mee aan oplossingen én delen goede voorbeelden uit het land. De jongeren en volwassenenpanels worden ondersteund door een op te zetten landelijk platform. In het landelijk platform komen projecten en samenwerkingen samen en het landelijk platform is de schakel tussen de systeemwereld en de leefwereld. Signalen vanuit het land worden naar oplossingsrichtingen en standpunten richting het Rijk vertaald. Ook draagt het platform bij aan het inspireren, scherp houden en ter verantwoording roepen van bestuurders en bewindslieden. Het moet de omstandigheden creëren die ervaringskenners gelijkwaardig in staat stelt met uitvoerders en ontwikkelaars van beleid, wet- en regelgeving samen te werken. Het landelijk platform krijgt ruimte om ervaringskenners gepast te waarderen en te ondersteunen bij het doorgroeien naar school en/of (betaald)werk. Acties: 1.

2024: Faciliteren van het opzetten het landelijk platform (dreigende) dakloosheid (VWS).

2.5.2. Lokaal betrekken ervaringskenners bij beleidscyclus en in hulpverlening →

VNG, gemeenten, zorgaanbieders

“Een meisje zat in een situatie waarin ze zich nog nooit gezien of gehoord voelde. Ik vertelde haar toen mijn verhaal, en ze barstte in huilen uit. Ze zei: voor het eerst heb ik het gevoel dat ik me gehoord voel en dat ik niet alleen ben.” Een aantal gemeenten is al bezig met de ontwikkeling van het betrekken van ervaringskennis- en deskundigheid in hun beleidsprocessen rondom de aanpak van dakloosheid. De inschatting is dat in 2022 10-15 gemeenten een samenwerking met een lokale belangenbehartigingsorganisatie heeft voor (dreigend en voormalig) dakloze mensen. Voor een effectieve beleidsvorming wordt ingezet op het versterken van lokale belangenbehartiging in meer gemeenten, zodat een landelijk dekkend netwerk ontstaat. Gemeenten kunnen lokale organisaties ondersteunen om hier goed vorm aan te geven, en in staat te stellen lokaal mee te denken op gemeentelijk beleid op alle thema’s die raken aan het leven dan (dreigend) dakloze mensen. Bekend is dat dit het beste werkt als deze organisatie verbonden wordt met het lokale netwerk van cliëntondersteuning, cliëntenraden, en zorgorganisaties om signalen vroegtijdig op te halen en te signaleren.

Daarnaast kunnen gemeenten veel meer bereiken met het inzetten van ervaringskennis in bijvoorbeeld de inloopvoorzieningen, informatiepunten in de wijken en stimuleren in hun inkoopvoorwaarden dat aanbieders ervaringsdeskundigen in de hulpverlening inzetten.

Goed voorbeeld: Inzet ervaringsdeskundigheid bij beleid en uitvoering in Leiden Bij het ontwikkelen van het nieuwe beleid rondom de toegang tot maatschappelijke zorg in de Leidse Regio zijn ervaringsdeskundigen vanaf het begin betrokken. De inzet van ervaringskennis draagt eraan bij dat beleidskeuzes zo dicht mogelijk aansluiten op de behoefte en beleving van de mensen voor wie we het doen. Hiervoor werkt de gemeente Leiden onder andere samen met regionale cliëntenbelangenorganisatie Lumen. Het Lumen panel van ervaringsdeskundigen geeft gevraagd en ongevraagd advies over de uitvoeringsthema’s en de verwachte impact ervan. Bijvoorbeeld over de inrichting van de nieuwe toegang en de manier van communiceren daarover vanuit de gemeente. Het panel helpt gemeenten om zo praktisch, inclusief en toegankelijk mogelijk te werken. Het panel komt maandelijks bij elkaar. Elke sessie kent een duidelijke hulpvraag die vooraf wordt geagendeerd. Met de inzichten uit de sessies zijn in de afgelopen periode al diverse beleidskeuzes en brieven aangescherpt. Acties: 1. Verzamelen en actief delen van lokale werkwijzen en geleerde lessen in het samenwerken met ervaringskenners en/of belangenbehartigingsorganisaties (VWS, Movisie). 2. De inzet van ervaringskennis op lokaal niveau agenderen als één van de onderdelen van de lerende community (coalitie dakloosheid).

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 41

3. Alle centrumgemeenten ontwikkelen en borgen betekenisvolle participatie in hun centrumgemeente en/of regio (VNG, gemeenten). 4. Alle centrumgemeenten zetten in hun aanpak in op het actief betrekken van ervaringskennis in hun lokale aanbod (VNG, gemeenten). Resultaten 1. 2024: Ervaringskennis in governancestructuur Actieplan Dakloosheid. 2. 2025: Beleid wordt niet gemaakt zonder de inbreng van mensen met ervaring, landelijk en lokaal.

42 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

Wetenschap (OCW) gezocht om deze doelgroep beter te bedienen.

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 43

LHBTIQ+ sensitief begeleiden Movisie biedt online trainingen om hulpverleners te ondersteunen bij LHBTIQ+ sensitief begeleiden. De training ‘Veilige opvang voor Regenboogjongeren’ is bedoeld voor sociaal professionals die werkzaam zijn in de maatschappelijke opvang en crisisopvang. De focus van de training ligt op het vergroten van bewustwording, sensitiviteit en signalering ten aanzien van dakloze LHBTI-jongeren. Er zijn verschillende trainingen en e-learnings over LHBTIQ+-sensitief handelen voor professionals werkzaam in de maatschappelijke opvang georganiseerd, en een webinar over het bereiken van LHBTIQ+jongeren voor belangenorganisaties. Verder is de informatie over dak- en thuisloosheid bij LHBTIQ+-belangenorganisaties en zelfhulporganisaties versterkt, onder andere op het switchboard van COC Nederland en op www.iedereenisanders.nl. Zo kunnen jongeren beter terecht met hun vragen over LHBTIQ+ thematiek in combinatie met knelpunten thuis en/of (dreigende) dakloosheid. Kijk voor meer info https://www.movisie.nl/artikel/online-training-veilige-opvang-regenboogjongeren

Dakloze EU-burgers Tijdens de coronapandemie is in een aantal gemeenten een toename geconstateerd van de groep dakloze EU-burgers die een beroep doen op opvang. In september 2022 is daarom het plan van aanpak kwetsbare dakloze EU-burgers gepresenteerd. Dit plan43 geeft extra handvatten aan gemeenten en betrokken instanties om de specifieke situatie van dakloosheid bij de doelgroep kwetsbare EU-burgers beter te signaleren, te voorkomen en op te lossen. In het plan wordt voorgesteld om de groep te differentiëren in een drietal subgroepen met een eigen maatwerkaanpak. Zowel gemeenten als maatschappelijke partners zijn ervan overtuigd dat deze gedifferentieerde aanpak effectiever is, dan een aanpak die gericht is op een generieke aanpak EU-burgers. Dit onder meer aangezien de verblijfsduur bepalend is voor rechten die mensen hebben opgebouwd onder de Wmo of de Participatiewet. In 2022 starten pilots in 4 gemeenten, in 2023 wordt dit verder uitgebreid naar 6 à 8 gemeenten die specifiek gefinancierd worden door het Rijk. Na 2 jaar worden deze pilots geëvalueerd en bezien op welke wijze de lessen breder te trekken zijn.

Andere doelgroepen Bekend is dat er veel andere specifieke achtergrondkenmerken zijn van dakloze mensen die hen extra kwetsbaar maken, zoals mensen met licht verstandelijke beperking, vrouwen, mensen met zeer complexe problematiek en kinderen. In samenwerking met de partijen uit de coalitie worden de komende jaren signalen en goede praktijken uit het veld opgehaald om te bezien welke extra acties hierop mogelijk aanvullend nodig zijn. Het kan zo zijn dat dat leidt tot nieuwe inzichten waar acties op geformuleerd worden. Daarnaast zijn we nauw betrokken bij andere doelgroepgerichte programma’s, zoals het programma rondom personen met onbegrepen gedrag. Acties 1. 2024: Samenwerkingsafspraken met onderwijspartijen m.b.t. acties dakloze jongeren (OCW, VWS). 2. 2022-2024: Pilot en evaluatie Plan van Aanpak Dakloze EU-burgers (SZW, JenV, VWS). 3. 2026: LHBTIQI+ doelgroep beter in beeld en professionals geschoold op signalering en passende begeleiding op maat (OCW, VWS). Bovenstaande acties dragen bij aan: 1. Een inclusievere aanpak van dakloosheid.

43 Zie: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/09/13/kamerbrief-over-plan-van-aanpak-kwetsbare-dakloze-eu-burgers

44 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

→

VWS, CBS, VNG, gemeenten

“Op mijn 16e raakte ik al voor het eerst uit beeld. Er zit een wezenlijk verschil in tussen onder de 18 uit beeld zijn en boven de 18. Als minderjarige heb je nog minder toegang tot zorg, totaal geen eigen zeggenschap of regie. Oftewel: je bent totaal onzichtbaar. Je kan geen aanspraak doen op bestaande voorzieningen, je valt tussen wal en schip en door je kwetsbaarheid beland je in bepaalde situaties die je problematiek alleen maar verergeren.” Voor een zo effectief mogelijk beleid is inzicht in de omvang en diversiteit van de doelgroep een noodzakelijke randvoorwaarde. Zonder inzicht in de doelgroep is het onmogelijk om te sturen en beleidsinterventies te doen die aansluiten bij de actuele situatie. Monitoring is daarom een wezenlijk onderdeel van dit Actieplan en richt zich op twee aspecten: inzicht in de aantallen (dreigend) dakloze mensen in Nederland (kwantitatief) én inzicht in de voortgang die wordt geboekt op de gewenste transformatie: van opvang naar preventie en Wonen Eerst. De transformatie moet bijdragen aan de uiteindelijke doelstelling om dakloosheid te beeindigen in 2030. De gewenste tussenresultaten van de actielijnen zijn verbonden aan kwantitatief en kwalitatief onderzoek.

3.1.1. Aantal (dreigend) dakloze mensen beter in beeld via de ETHOS Light-definitie Op dit moment schiet de huidige monitoring tekort om gericht te sturen aan de hand van kwantitatieve gegevens. Bij het verzamelen van data over dakloosheid zal daarom toegewerkt worden naar het hanteren van de ETHOS Light definitie (European Typology of homelessness and Housing Exclusion). Dit is de Europese definitie van dakloosheid die wetenschappelijk algemeen erkend wordt. De categorisering in deze definitie laat goed zien dat dakloosheid geen statisch gegeven is, maar een fluide proces van meerdere vormen van het ontbreken van (in)stabiele huisvesting met buitenslapen als meest extreme vorm. De definitie sluit beter aan bij de visie op preventief beleid en het uitgangspunt stabiele huisvesting. ETHOS Light gaat uit van 7 categorieën: 1. Mensen die in openbare ruimte slapen 2. Mensen in noodopvang 3. Mensen in tijdelijke dak- en thuislozenopvang (residentieel) 4. Mensen die langer dan noodzakelijk in een instelling verblijven vanwege gebrek aan huisvesting (GGZ, BW, jeugdzorg, detentie) Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 45

5. Mensen die op onconventionele woonplekken (camping, bootjes, auto’s) verblijven vanwege gebrek aan huisvesting 6. Mensen die noodzakelijkerwijs bij vrienden, kennissen, familie wonen (bankslapers) 7. Mensen die geconfronteerd worden met dreigende huisuitzetting Op dit moment wordt er op twee manieren kwantitatief gemonitord op landelijk niveau: De schatting van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), en de data die gemeenten aanleveren aan de gemeenteljke monitor sociaal domein (GMSD).

CBS-schatting Het CBS maakt ieder jaar een schatting van het aantal dakloze mensen. Er is sprake van een bijschatting, omdat het CBS alleen mensen uit bronnen kan halen die daadwerkelijk worden geteld, terwijl we weten dat een deel van de daklozenpopulatie onder de radar blijft. Deze monitor geeft geen zicht op de aantallen op gemeentelijk niveau en geen zicht in de verschillende vormen van opvang of onderdak waar deze mensen verblijven. Omdat we toewerken naar een monitor aan de hand van de ETHOS Light classificatie, is de doelstelling dat deze monitor op termijn overbodig wordt. Zolang er geen beter alternatief is, is de CBS monitor de enige bron die landelijke cijfers ophaalt over een langer tijdpad.

De GMSD en het toewerken naar ETHOS Light-tellingen VWS en VNG heeft CBS de opdracht gegeven om in samenwerking met VNG-Realisatie een structurele, gemeentelijke, monitor op te zetten die een landelijk en lokaal beeld moet geven van het aantal dakloze mensen. Deze monitor geeft eind 2022 inzicht in hoeveel dakloze mensen gemeenten in beeld hebben. Dat doen zij via het reguliere monitoringssysteem van gemeenten, de gemeentelijke monitor sociaal domein (GMSD). Op dit moment is het voor de meeste gemeenten alleen mogelijk om categorieën 2 en 3 uit de ETHOS Light classificatie te monitoren. De komende jaren werken we toe naar lokale of landelijke monitoring waarin de andere categorieën in 2030 ook structureel in kaart zijn. Daarvoor is het eerst nodig nader te onderzoeken wat de beste methode is om ETHOS Light tellingen op te schalen en welke partij daar het meest geschikt voor zou zijn. Daarnaast start er in 2023 een ETHOS Light telling op gemeentelijk niveau in 2 gemeenten. De lessen die uit deze eerste pilots komen, zullen worden betrokken op het doorotnwikelen van de landelijke monitor, zodat steeds meer gemeenten een beeld hebben van de populatie op basis van de ETHOS Light definitie. Acties 1. 2023: Eerste monitor CBS en VNG-realisatie via de GMSD wordt opgeleverd (CBS, VNG Realisatie en gemeenten) 2.

2023: Onderzoek naar mogelijkheden ETHOS Light op landelijk niveau per categorie (VWS) 3. 2023: Start onderzoek Hogeschool Utrecht: 2 gemeenten tellen volgens ETHOS Light. 4. 2024: Gemeenten hanteren ETHOS Light classificatie in woonzorgvisies en in lokaal preventiebeleid (VNG, gemeenten) 5. 2025 e.v. jaarlijkse telling op basis van ETHOS Light classificatie. Resultaat 1. In 2030 zijn (dreigend) dakloze mensen in beeld aan de hand van de ETHOS Light definitie.

3.1.2. Monitoring van de transformatie Cijfers alleen zeggen niet genoeg. We willen weten in hoeverre de beoogde transformatie van opvang naar wonen eerst en de acties uit dit plan tot stand komen. De doelstellingen uit dit plan zullen daarom gemonitord worden op kwantitatieve en kwalitatieve wijze. Zo geven we betekenis aan wat we zien en horen in het land. Uit de monitoring van voorgaande programma’s is bekend dat het beter is te komen tot een beperkt aantal goede kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren dan een groot aantal vragen en indicatoren. Zoals toegelicht zal voor wat betreft de monitoring op de woonopgave en financiele bestaanszekerheid, het Actieplan Dakloosheid aansluiten op hetgeen al gemonitord wordt vanuit die programma’s.

46 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

De ministeries van VWS, SZW en BZK rapporteren jaarlijks aan de Tweede Kamer over de voortgang en de (deel)resultaten van de monitor. Acties 1. 2023: VNG ontwikkelt een dashboard om de doelstellingen uit het plan op kwantitatieve en kwalitatieve wijze te monitoren in samenwerking met coalitiepartners (volgens bestuurlijke afspraken). 2. 2024-2026: Onderzoek naar de de voortgang op het Actieplan Dakloosheid en de daaraan gekoppelde doelstelling uit de Verklaring van Lissabon, inclusief de (benodigde) financiële middelen (VWS, SZW, BZK)23. Dit onderzoek benutten als tussentijdse evaluatie om de voortgang op het behalen van de doelstellingen in dit plan te evalueren en indien nodig bij te sturen. 3. 2023-2030: Partners van de coalitie pakken ieder een eigen verantwoordelijkheid op specifieke onderdelen van onderdelen van de monitoring. Resultaat 1. Door middel van inzicht op de voortgang van het Actieplan Dakloosheid wordt tijdig bijgestuurd dan wel aangepast.

3.2. Financiën Het versnellen en opschalen van de overgang naar preventie en Wonen Eerst betekent niet alleen een betere, maar ook een efficiëntere besteding van beschikbare middelen. Het loont kortom om te investeren in preventie en wonen eerst. Tegelijkertijd dient de afgebouwde opvang ‘nieuwe stijl’ van goede kwaliteit zijn en te werken volgens de principes zoals uiteengezet in het eerste hoofdstuk.

3.2.1. Het effectief én doelmatig besteden van de middelen dakloosheid De geschetste inhoudelijke pijlers in het Actieplan Dakloosheid zijn gekozen omdat bewezen is dat ze werken. Voorkomen van dakloosheid is een effectieve strategie omdat het diepgaande negatieve effecten voorkomt op individueel, wijk of gemeente als op het niveau van de samenleving als geheel. Het oplossen van dakloosheid aan de achterkant brengt veel grotere kosten met zich mee dan inzetten op preventie, en op individueel niveau veel welzijns- en gezondheidswinst. Tegelijkertijd vraagt de beoogde transformatie ook van gemeenten dat er in de ambulante begeleiding meer en langer ondersteuning ingezet kan worden. Het stabiel huisvesten van (potentieel) dakloze mensen vergroot de kans op werk en daarmee zowel het inkomen als de onafhankelijkheid van de overheid.

23 Naar aanleiding van motie Westerveld.

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 47

Individu en samenleving profiteren door een hoger inkomen (productieve output) en lagere overheidsuitgaven voor medische voorzieningen, werkloosheidsuitkeringen of andere sociale uitkeringen.

3.2.2. Beschikbare middelen Actieplan Dakloosheid Streven is dat met de structurele extra middelen die dit kabinet beschikbaar heeft gemaakt, de stijgende lijn in het aantal dakloze mensen van de afgelopen 10 jaar, gekeerd wordt en in 2025 structureel gedaald zal zijn ten opzichte van 2021. Met vereende krachten, waaronder de coalitie dakloosheid, zetten we in op deze significante daling. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de extra middelen die deels ondersteunend zijn aan het Actieplan Dakloosheid. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen geld dat voor dakloosheid is vrijgemaakt (VWS), dat voor woningbouw en betaalbaarheid wordt toebedeeld (BZK/VRO), en dat voor de aanpak van armoede en schulden en P-wet in balans is begroot (SZW).

Overzicht extra financiële middelen die bijdragen aan het Actieplan Dakloosheid 2023-2030 Bedragen in mln 2023

2024

2025

2026

2027

Structureel

Actieplan Dakloosheid VWS

65

65

65

65

65

65

Aanpak geldzorgen, armoede en schulden SZW

120

114

115

120

120

120

Huisvesting aandachtsgroepen BZK

40,6

5

Ondersteuning medeoverheden met flexpools BZK

40

Woningbouwimpuls BZK

227

229

229

129

Volkshuisvestingsfonds BZK

150

150

150

150

Een deel van het geld staat op het moment van schrijven van dit plan nog op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën. Voor besteding van dit geld is nog goedkeuring van beleidsvoorstellen van het ministerie van Financiën vereist.

3.2.3. Governance De kracht van het Actieplan Dakloosheid zit in samen doen, samen leren, ontmoeten en verbinden. Betere sturing en regie draagt bij aan het behalen van de doelstelling. De kracht van dit plan en de slagingskans hangt evenzo goed samen met de collectieve energie en ambitie om de gewenste beweging voort dan wel in gang zetten. Een belangrijk startpunt van het brede commitment is het bestuurlijk akkoord dat als oplegger bij dit plan hoort. Met de afspraken die in dit akkoord zijn vastgelegd, hebben alle coalitiepartners zich gecommitteerd aan het plan en besloten tot gezamenlijke actie te komen. Om sturing te geven aan het plan dakloosheid wordt de volgende governance structuur ingericht. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij al bestaande netwerken of overleggremia. 1. Bestuurlijke overleggen Tweejaarlijks organiseren we bestuurlijke overleggen tussen bewindspersonen en wethouders om de voortgang op de doelstelling te bespreken. Doelstellingen worden op bestuurlijk niveau jaarlijks bijsteld indien nodig. 2. Coalitie dakloosheid De coalitie dakloosheid houdt ook na de ontwikkeling van dit plan een rol bij de implementatie. De precieze invulling krijgt nog nader vorm. Er wordt nagedacht over een meer actiegerichte benadering waarbij coalitiepartners een aanjagende dan wel inspirerende rol vervullen en daarbij het land in gaan.

Denk aan regionale bezoeken om de energie op de transformatie en ambitie uit dit plan kracht bij te zetten. 3. Korte lijnen Rijk – VNG – gemeenten en andere coalitiepartners Er zijn korte lijnen tussen de regio’s, samenwerkingspartners en VWS om knelpunten te signaleren en op onderdelen aan elkaar te verbinden. VWS kan i.s.m. de VNG (en kennis- en coalitiepartners) ondersteunen, faciliteren en aanjagen door middel van reflectie- en inspiratiesessies en het delen van best practices. Elke centrumgemeente heeft een contactpersoon die op centrumgemeente en/of

48 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

regionaal niveau ambtelijk verantwoordelijk is voor de aanpak van dakloosheid. Deze contactpersoon staat in nauw contact met het team vanuit de verschillende ministeries om zo de voortgang op de aanpak te monitoren. Deze gesprekken hebben als doel om: 1. Lokale signalen door te geven aan het Rijk 2. Landelijke ontwikkelingen mondeling toe te lichten aan de lokale partner 3. Meer context te kunnen geven bij de voortgang op regionaal niveau 4. Bij het achterblijven van voortgang op de doelstellingen, bespreekbaar te maken wat de vervolgstappen zijn

3.2.4. Kennis en innovatie Met het Actieprogramma dak- en thuisloze jongeren en de Brede aanpak dakloosheid is veel geleerd over wat werkt op landelijk en lokaal niveau in de aanpak van dakloosheid. We willen voorkomen dat iedere gemeente, zorgaanbieder, corporatie of ervaringskenner het wiel opnieuw moet uitvinden en daarom stimuleren we via verschillende wegen het delen van kennis en innovatie voor en door iedere professional die te maken heeft met (dreigende) dakloosheid. Uitwisseling en versterken van kennis effectieve interventies dakloosheid Er is meer kennisoverdracht nodig tussen partners op lokaal, regionaal en landelijk niveau. Zowel centrumgemeenten onderling kunnen veel van elkaar leren, maar ook binnen een regio is meer kennisdeling nodig. De verschillende bronnen van kennis: wetenschappelijke inzichten, vanuit de professional én de ervaringskennis worden hierin alle drie betrokken. Het een is niet beter of slechter, maar juist het samenkomen en de samenhang van deze drie bronnen leiden tot betere inzichten. Het ministerie van VWS zal in samenwerking met partners als de VNG een lerend netwerk co-faciliteren met reflectie- en inspiratiesessies voor en door gemeenten, met ook uitwisseling met aanbieders en ervaringskenners.

Ook organiseert het ministerie van VWS een jaarlijks landelijk evenement Actieplan Dakloosheid, met als doel kennis uit te wisselen, te ontmoeten en te inspireren voortgang te blijven boeken op de ambities uit dit plan. Er wordt daarnaast ingezet op het inbedden van de principes en werkwijzen dakloosheid op Hogescholen en Mbo’s. Om ervoor te zorgen dat fundamentele basiskennis over het werken met dakloze mensen, preventie en Wonen Eerst onderdeel wordt van de curricula van de opleidingen social work, gaat het ministerie van VWS in gesprek met hogescholen en Mbo-raad om de nieuwste inzichten m.b.t erkende en affectieve interventies op dakloosheid in curricula social work te integreren. Nederlandse Wetenschapsagenda (NWA) De Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek en het ministerie van VWS hebben middelen beschikbaar gesteld om vanaf 2023 wetenschappelijk onderzoek te laten doen naar de aanpak van dakloosheid en beschermd thuis. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in brede consortia met partijen uit het veld. De voortgang en de uitkomsten worden breed gedeeld in de verschillende kennisnetwerken. Het resultaat is dat we beter weten welke interventies effectief zijn. Door het ontsluiten van deze onderzoeksagenda heeft op termijn iedere professional die te maken heeft met (dreigende) dakloosheid beschikking tot een breed palet aan effectieve mogelijkheden.

4. Proces van totstandkoming Met dit Actieplan Dakloosheid wordt aangesloten bij lopende programma’s en trajecten zoals Een Beschermd Thuis, Een (T)huis voor Iedereen, Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden, de Participatiewet in Balans en Werk aan uitvoering. Hierin hebben we ons als doel gesteld dat zoveel mogelijk inwoners van Nederland uit de situatie van dakloosheid blijven, en voor hen die dakloos raken Wonen Eerst de komende jaren de norm wordt. Dat vraagt onder andere een sterke verbetering van de uitvoeringspraktijk, het terugbrengen van de menselijke maat, en de inzet van ervaringskennis bij het maken en toetsen van beleid. Aan dit Actieplan hebben, naast diverse ministeries, veel andere partijen een bijdrage geleverd. Denk aan partners als belangenorganisaties, mensen met ervaring,

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 49

Jongerenpanel Derde Kamer, aanbieders jeugd, GGZ en Wmo, justitiële partners, onderwijs, opvanginstellingen, gemeenten, VNG, Aedes, corporaties, Valente, kennisinstituten en andere partijen. Tijdens een grote landelijke kick-off in mei 2022 is het startsein gegeven voor het gezamenlijk vormgeven van dit Actieplan Dakloosheid. Er is bewust gekozen voor een intensief traject van co-creatie, een intensieve vorm van participatie. Dat hield in dat we het plan daadwerkelijk gezamenlijk hebben ontwikkeld en opgeschreven. Tegelijkertijd betekent het ook dat de totstandkoming een proces was van onderhandeling en het verenigen van soms tegengestelde opvattingen en belangen. We hebben zo goed mogelijk recht trachten te doen aan alle inbreng. Dat betekent ook dat sommige partijen teleurgesteld zijn, bijvoorbeeld omdat acties minder verstrekkend zijn dan gehoopt. Voor het Actieplan Dakloosheid is de inzet van de hele keten nodig en daarom is het van belang om ook intensief samen te blijven werken met de meest kritische partijen. Er is een Coalitie Dakloosheid gevormd die mee heeft gedacht over met de visie, ambitie en de vier landelijke themasessies op basis van alle input van de landelijke kick-off in mei. Ook heeft deze coalitie een belangrijke rol gespeeld bij het schrijfproces.

De Coalitie Dakloosheid bestaat uit de volgende partijen: VNG, de gemeenten Amsterdam, Zwolle, Den Bosch, regio Friesland, Aedes, corporatie Zayas, Valente, de Tussenvoorziening, HVO Querido, SMO Den Bosch, Leger des Heils, Jongerenpanel de Derde Kamer, Straat Consulaat, Stichting Zwerfjongeren Nederland, Housing First Nederland, GGZ Nederland, ministerie van SZW, ministerie van BZK, ministerie van J&V, ministerie van VWS. Tijdens vier landelijke themasessies waar we de diepte ingingen rond dakloosheid droegen meer dan 200 mensen vanuit het gehele veld knelpunten en oplossingen aan. De themasessies gingen in op: preventie van dakloosheid, Wonen Eerst, integraal werken en de basis op orde, stigma, monitoring en de inzet van ervaringskennis in beleid. De discussies tijdens deze themadagen zijn van grote waarde geweest voor de totstandkoming van dit plan. Datzelfde geldt voor de daaropvolgende ‘pressure cooker’, waarbij in twee intensieve schrijfweken met tussentijdse reviewsessies voor betrokkenen uit het veld, samen met coalitiepartners alle opbrengsten uit deze themasessies in het plan gevat werden zoals dat er nu ligt. Al deze partners hebben niet alleen een actieve bijdrage geleverd aan de totstandkoming van het Actieplan Dakloosheid, maar worden uiteraard uitgenodigd actief betrokken te blijven bij de uitvoering ervan. We willen hen hiervoor dan ook bedanken.

Zonder hun energie en grote betrokkenheid was dit plan niet geworden wat het nu is.

Bijlagen Bijlage 1: Begrippenlijst Actieplan Dakloosheid Bestaanszekerheid 4-weken-zoektermijn: De 4-weken-zoektermijn is de zoekperiode voor jongeren die ingaat na de aanvraag van een bijstandsuitkering bij de gemeente. In deze periode worden jongeren tot 27 jaar geacht naar werk of een opleiding te zoeken voordat de gemeente de aanvraag van de bijstandsuitkering beoordeeld. De 4-weken-zoekperiode is een regeling uit de Participatiewet. Categoriale bijzondere bijstand: Categoriale bijzondere bijstand is aanvullende bijstand verleend aan een gehele doelgroep die binnen de beschreven categorie valt. Om categoriale bijzondere bijstand te verlenen moet de betreffende persoon binnen een van de wettelijk beschreven categorieën vallen. Jongmeerderjarigen-norm: Voor jongeren van 18 tot 21 jaar gelden aparte, lagere bijstandsnormen, de zogenaamde “jongmeerderjarigen-norm”. De hoogte van de bijstand voor jongeren tot 21 jaar is afgestemd op de ouderlijke onderhoudsplicht. De gemeente heeft de bevoegdheid om deze bijstandsuitkering aan te vullen met bijzondere bijstand. Kostendelersnorm: De kostendelersnorm maakt dat een bijstandsuitkering lager wordt naarmate meer personen hoofdverblijf hebben in dezelfde woning. De gemeente past de bijstandsuitkering hierop aan. Er wordt hierbij gekeken naar het aantal volwassen personen dat in dezelfde woning woont.

50 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

Maatschappelijk verantwoorde incasso: Maatschappelijk verantwoorde incasso is het innen van openstaande gelden op een eerlijke en oplossingsgerichte manier. Het verbeteren van betaalgedrag en het verminderen van (problematische) schulden bij de klant zijn hierin de belangrijkste doelen. Schuldenpauze: Mensen met schulden kunnen via de gemeentelijke schuldhulpverlening bij de rechter een adempauze aanvragen. Dit uitstel van betaling wordt een moratorium genoemd. Tijdens een periode van maximaal zes maanden mogen schuldeisers, incassobureaus en deurwaarders geen maatregelen nemen. Deze periode van ‘schuldenpauze’ is bedoeld om mensen met schulden de ruimte te geven om hun financiën op orde te brengen. Vroegsignalering: Vroegsignalering binnen de schuldhulpverlening is het in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld brengen van mensen met financiële problemen om vroegtijdige hulpverlening mogelijk te maken. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van outreachende hulpverlening.

Preventie Community Builder: Een community builder zet zich in voor binding in de buurt of wijk en gemeenschapsvorming. Community building focust zich op het creëren van netwerken in buurten om mensen te activeren en daarmee sociale verandering tot stand te brengen. FACT: De afkorting FACT staat voor Flexible Assertive Community-team. FACT-teams van de GGZ bieden ambulante behandeling aan mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen. FACT-teams zijn in staat om over langere tijd multidisciplinaire, ambulante behandeling te bieden. Dat kan overal waar de cliënt zich bevindt en met de visie dat een cliënt idealiter thuis, in de eigen omgeving, herstelt. Herstel- en respijtvoorzieningen: Herstel- en respijtvoorzieningen zijn laagdrempelige voorzieningen waar mensen tijdelijk kunnen verblijven om te werken aan herstel en ontwikkeling op het vlak van maatschappelijke integratie, participatie, sociale inclusie en/of overbelasting om daarna zelf weer de draad op te pakken. Lotgenotencontact: Lotgenotencontact is het contact tussen mensen met een bepaalde ervaring of problematiek, ter ondersteuning van elkaar. Het is een vorm van vrijwillige ‘zelfhulp’. NIMBY: NIMBY is de Engelse afkorting van ‘Not in My Backyard’; niet in mijn achtertuin. NIMBY verwijst naar de bezwaren die mensen hebben als er bij hen in de buurt iets wordt gebouwd of veranderd.

POH-GGZ: Een POH-GGZ is een praktijkondersteuner bij de huisarts die kan ondersteunen bij het verhelderen en behandelen van psychische klachten. POH-schulden: Een POH-schulden is een praktijkondersteuner bij de huisarts die kan ondersteunen bij het in kaart brengen van de hulpvraag van de betrokkene en eventueel het bieden van ondersteuning. Indien nodig verwijst een POH-schulden iemand door naar instanties binnen het sociaal domein zoals bijvoorbeeld schuldhulpverlening. The Big Five: The Big Five refereert naar vijf leefgebieden namelijk; wonen, zinvolle daginvulling (werk of school), zorg en gezondheid, financiën en informele steun (relaties). In de (jeugd) zorg worden deze vijf leefgebieden vaak aangehouden om tot een integraal ondersteuningsplan te komen. Waakvlamfunctie: Met een waakvlamfunctie of waakvlamcontact wordt periodiek contact ten behoeve van nazorg door een bekende begeleider ter voorkoming en vroegsignalering van terugval bedoeld. Waar mogelijk wordt hierbij zowel de basisbegeleiding (Wmo) als gespecialiseerde begeleiding (Ambulante behandeling zorgverzekering) in het contract opgenomen (Platform 31, 2018).

Zorg en ondersteuning Ambulante begeleiding: Ambulante begeleiding is begeleiding bij mensen thuis, outreachende hulp. Ambulante zorg kan geboden worden door een sociaal wijkteam (SWT), een ACT-team of een FACT-team. Vaak wordt gewerkt met een combinatie van deze teams. Bemoeizorg: Bemoeizorg is een specifieke vorm van hulpverlening in de verslavingszorg en de openbare geestelijke gezondheidszorg.

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 51

Het is ontstaan omdat een bepaalde groep mensen niet of nauwelijks door de (reguliere) hulpverlening wordt bereikt. Bemoeizorg biedt (ongevraagde) hulp aan cliënten met (vaak) complexe problematiek die zorg mijden. De hulpverlening is actief, outreachend en laagdrempelig. Outreachende werkwijze: Outreachend werken is een werkwijze die uit gaat van een actieve benadering. De werker vertrekt vanuit de participatieve basishouding en richt zich op kwetsbare doelgroepen die niet of ontoereikend bereikt worden door het huidige dienst- , hulp- en zorgverleningsaanbod. Continuïteit in ondersteuning: Continuïteit in ondersteuning (zorg en begeleiding) betekent dat cliënten in de verschillende fasen van hun herstelproces dezelfde begeleiders houden. De continuïteit gaat dus verder dan zorg en begeleiding van dezelfde organisatie, het gaat om begeleiding door dezelfde persoon.’ Harm reduction: Harm reduction richt zich op het beperken van gezondheidsschade als gevolg van het gebruik van drugs en alcohol, waarbij acceptatie van het gebruik voorop staat.

Wonen Beschermd Wonen: Bij beschermd wonen is er 24 uur hulp/zorg aanwezig en woont de cliënt in een Beschermd Wonen-instelling. In het geval van Beschermd Wonen Thuis is er sprake van hulp/zorg op afroep met 24-uurs bereikbaarheid en wordt de hulpvraag van cliënt binnen 60 minuten opgepakt. Tot slot is er bij Beschermd Wonen Begeleid sprake van hulp/zorg op afroep met 24-uurs bereikbaarheid waarbij de hulpvraag van cliënt binnen vier uur wordt opgepakt. Bij de laatste twee woonzorgcombinaties zijn wonen en zorg gescheiden. Driehoekscontract, driepuntscontract, driepartijenovereenkomst, intermediaire verhuur: Huurcontract tussen huurder, corporatie en zorginstelling, op naam van de huurder. Uitdrukkelijk voor mensen die minimaal een jaar ambulante begeleiding nodig hebben. Na 1 of 2 jaar wordt bepaald of het een regulier huurcontract wordt en wat voor zorg er nog nodig is. De partijen hebben in dit contract afgesproken de samenwerking zo goed mogelijk te houden. Een voordeel van dit contract zou zijn dat, ten opzichte van een regulier contract, de zorg gewaarborgd is. Gemengd wonen: Gemengd wonen wordt ingezet als mogelijke oplossing voor diverse huisvestingsvraagstukken en voor een zachte landing van ‘kwetsbare’ groepen bewoners in een wijk.

Het zijn woonprojecten waar verschillende groepen doelbewust samenwonen, contact met elkaar onderhouden en gezamenlijke activiteiten ondernemen. Housing First methodiek: Housing First wordt door oprichter Sam Tsemberis omschreven als ‘wonen als basisrecht’. Hierin staat de wens van de cliënt centraal. Tsemberis beschrijft dat mensen in een Housing First traject direct een woning wordt aangeboden, zonder dat de voorwaarde gesteld wordt dat cliënten onder psychiatrische behandeling staan, of dat zij clean zijn. Housing First als systeemaanpak: Housing First als systeemaanpak kent, in tegenstelling tot de eerdere inzet van Housing First in Nederland24, meerdere woonvarianten. De essentie is ‘een zelfstandige, permanente woning met een eigen huurcontract’ waarbij de woonwens leidend is. Dit kan ook in woonconcepten waar elementen van community building worden ingebouwd, zoals bij gemengd wonen. Kortom: woonvarianten met zorg in de buurt of op afstand, in een vorm van gemeenschap of verspreid over de stad of dorp. Huren onder voorwaarden: Bij huren onder voorwaarden heeft de bewoner een tijdelijk huurcontract met een zorgbepaling. Hierbij staat het huurcontract direct op naam van de bewoner. Wel worden bij de zorgbepaling voorwaarden opgetekend die per cliënt kunnen verschillen.

Vaak gaat het om het verplicht afnemen van zorg voor een bepaalde duur en het niet veroorzaken van overlast. Als de bewoner zich niet aan de voorwaarden houdt kan het huurcontract verbroken worden. Ook staat in het contract opgenomen dat de zorgpartij en woningcorporatie relevante informatie met elkaar mogen delen. Prestatieafspraken: Prestatieafspraken zijn jaarlijkse afspraken tussen de gemeente, woningcorporaties en huurdersorganisaties betreffende de woningmarkt en de onderlinge samenwerking. Onderwerpen zoals de beschikbaarheid, betaalbaarheid en uitbreiding van het woningaanbod, maar ook duurzaamheid en het huisvesten van (bijzondere) doelgroepen

24 Waar Housing First in Nederland eerder is ingezet als een op zichzelf staande interventie die dakloosheid aanpakt voor een subgroep is inmiddels de overgang

gemaakt naar Housing First als de basis van een systeembrede bestuurlijke aanpak voor het oplossen van dakloosheid. Hiermee gaat Housing First óók over preventie. Uiteindelijk is het hogere doel om enkel bezig te hoeven zijn met preventie. 52 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

Scheiden van wonen en zorg: Van 2013 tot in 2016 is het scheiden van wonen en zorg ingevoerd. Dit betekent kortweg dat het wonen en de zorg apart gefinancierd wordt en niet langer beide vanuit de Wet Langdurige Zorg (Wlz – voorheen Awbz) vergoed wordt. De cliënt betaalt zelf voor het wonen via huur of koop. De zorg wordt apart gefinancierd via de Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) of Wlz en eventueel via eigen middelen. Het scheiden van wonen en zorg heeft meerdere doelen, zoals het bevorderen van het langer zelfstandig wonen van mensen met een zorgbehoefte maar ook meer keuzevrijheid bieden aan mensen in een intramurale locatie. Ook het vergroten van de diversiteit aan woon(zorg)vormen is een streven. Zelfstandig wonen (met ambulante begeleiding): Een woning, met een contract (mede) op naam van de bewoner, zo normaal mogelijk in de wijk en vaak met (afspraken over) ambulante begeleiding. Skaeve Huse: Skaeve Huse is een Deens concept waar de cliënt zelfstandig en meer op afstand van een wijk woont en begeleiding aangeboden kan krijgen, ook wel bekend als beschutte woonvorm. Het betreft wooneenheden (soms containers) aan de rand van de stad, die worden gebruikt als alternatief voor de cliënten die moeilijk (zelfstandig) te huisvesten zijn in de wijk en/of in een groep.

Het betreft veelal mensen met een ernstige verslavingsproblematiek, die overlast veroorzaken. De bedoeling is dat deze woonvormen regelmatig door een sociale beheerder bezocht worden. Zorg is er optioneel. Wooncirkels: Wooncirkels zijn zelfstandige woningen rondom een Beschermd Wonen voorziening. Mensen kunnen hier zelfstandig wonen met begeleiding aan huis, dichtbij de Beschermd Wonen voorziening zitten. Hierdoor kan ambulante begeleiding indien nodig makkelijker worden opgeschaald, met behoud van bekende begeleiders. Ontmoeting en daginvulling zijn ook nabij.

Bijlage 2: Overzicht van actielijnen, resultaten, tijdpad, trekkers en samenhang met andere programma’s Wat

Voor wanneer

Trekker(s)

Aanpak

2024

SZW

2023

SZW,

Programma geldzorgen, armoede en schulden.

Harmoniseren van de hoogte van de aanvullende bijzondere bijstand aan jongeren 2024 van wie ouders niet in beeld zijn ofgeen ondersteuning kunnen bieden door ziekte of armoede.

SZW

Creëren van de mogelijkheid tot verlening van categoriale bijzondere bijstand.

2024

SZW

Verruiming van de bijverdiengrenzen (maatregel uit coalitieakkoord).

2024

SZW, VNG

In schrijnende situaties afwijken van aanvraag datum is ingangsdatum.

2026

SZW

Participatiewet in balans

Ontvangsten uit giften en incidentele hobbymatige verkoop.

2026

SZW

Participatiewet in balans

Meer ruimte voor afstemming op individuele omstandigheden bij het opleggen van maatregelen.

2026

SZW

Participatiewet in balans

Vroegsignalering en schuldhulpverlening.

2025

SZW

Maatschappelijke verantwoorde incasso.

2025

SZW, J&V

Bewezen effectieve schuldinterventies toepassen.

2025

SZW

Actielijn 1: Versterken bestaanszekerheid Doelstelling: Borging van het bestaansminimum Resultaten: Aanpassen van de 4-weken-zoektermijn voor jongeren tot 27 jaar. Codificeren dat bij vooropgezet tijdelijk verblijf de kostendelersnorm buiten toepassing blijft.

Participatiewet in balans.

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis | 53

Huurverlaging voor lage inkomens en huurtoeslag.

2025

BZK

Een Thuis voor Iedereen.

Een halvering van het aantal kinderen dat in armoede opgroeit in 2025 (t.o.v. 2015).

2025

SZW

Programma geldzorgen, armoede

Een halvering van het aantal mensen in armoede in 2030 (t.o.v. 2015).

2030

SZW

en schulden.

Een halvering van het aantal huishoudens met problematische schulden in 2030.

2030

SZW

Wat

Voor wanneer

Trekker(s)

Aanpak

Er worden realistischere foto’s gebruikt in de media en in Rijkscommunicatie.

2025

VWS

Actieplan Dakloosheid

Positievere beeldvorming en bewustwording over dakloosheid in de maatschappij in den brede; minder weerstand/minder NIMBY-effect 25.

2028

Niemand wordt gediscrimineerd vanwege zijn dakloosheidsstatus.

2030

VWS

Actieplan Dakloosheid

Goede en vindbare informatie op alle leefgebieden: Jongeren, volwassenen vinden de weg in het systeem en kunnen geïnformeerd keuzes maken omdat zij weten wat hun rechten en plichten zijn.

2026

VWS, SZW, WaU, BZK, VNG

Actieplan Dakloosheid

Rechtsbescherming van mensen met een laag inkomen die te maken hebben met (dreigende) dakloosheid is verbeterd.

2028

J&V, gemeenten

POK

Mensen zijn eerder in beeld, krijgen eerder de hulp die zij nodig hebben, zaken zijn nog veel beter oplosbaar en terugval kan worden voorkomen.

2027

VWS

Actieplan Dakloosheid, IZA

Verbinding medisch en sociaal domein en zorg aan onverzekerden is verbeterd.

2028

VWS, VNG, GGD

Actieplan Dakloosheid, IZA

Uitstroom uit een intramurale setting leidt niet tot dakloosheid.

2030

VWS, VNG gemeenten, J&V, BZK, GGZNL,

Actieplan Dakloosheid

Huisuitzettingen worden zoveel mogelijk voorkomen en niemand wordt uitgezet zonder hulp voor een passende duurzame huisvestingsoplossing.

2030

VWS, BZK, Aedes, gemeenten

Actieplan Dakloosheid

Wat

Voor wanneer

Trekker(s)

Aanpak

Actielijn 2: Preventie Doelstelling: Dakloosheid wordt te allen tijde voorkomen Resultaten:

Actieplan Dakloosheid

Actielijn 3: Wonen Eerst Doelstelling: Iedereen heeft een stabiele woonplek of wordt begeleid naar een zo thuis mogelijke oplossing met indien nodig passende ondersteuning. Resultaten: In 2025 heeft de helft van de regio’s geen langdurige grootschalige opvang 26 meer, in 2030 2030 geen enkele.

VNG, Gemeenten

Actieplan Dakloosheid

Kwalitatieve monitoring maakt inzichtelijk hoe de transformatie van opvang naar Wonen Eerst vorm krijgt.

VNG, VWS, gemeenten

Actieplan Dakloosheid

VWS, BZK, VNG, Aedes

Actieplan Dakloosheid

2026

Een huurcontract op eigen naam is de norm, huurcontracten op naam van een derde 2030 partij worden toegepast als dit gebeurt in het belang van de huurder die daar zelf een stem in heeft.

25 Not In My Backyard 26 Noodopvang (kortdurend) zal in de toekomst ook in een zo beperkt mogelijke vorm nodig blijven. Deze locaties zijn voorzien van 1 persoonskamers.

54 | Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis

Niemand verblijft langer in een nood- of tussenvoorziening dan strikt noodzakelijk is voor een succesvolle doorstroom naar een duurzame stabiele huisvestingsoplossing.

2027

VWS, VNG, gemeenten

Actieplan Dakloosheid

Dakloze mensen slapen niet buiten door gebrek aan toegankelijke, veilige en passende opvang

2025

VWS, VNG, gemeenten

Actieplan Dakloosheid

Wonen Eerst als systeemaanpak gemeengoed: het werken volgens de leidende principes breed toegepast in alle regio’s.

2030

VWS, VNG, gemeenten

Actieplan Dakloosheid

Alle gemeenten hebben woonzorgvisies met onderbouwde (regionale) cijfers, op basis waarvan woningen worden toegewezen, gebouwd, getransformeerd en/of aangekocht voor dakloze mensen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=f7b1f48b-e5b7-4d56-bdf2-a3a9edce593f