Verordening eenmalig rioolaansluitrecht Aalsmeer 2023
Tekst van het document
Verordening eenmalig aansluitrecht riolering Aalsmeer 2023 De raad van de gemeente Aalsmeer; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 september 2023 Z23049170 gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening eenmalig aansluitrecht riolering Aalsmeer 2023
Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt:
• • •
onder gemeentelijke riolering mede het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater begrepen; onder eigendom verstaan een roerende of onroerende zaak; en onder aansluiting van een eigendom verstaan het leggen door de gemeente van een rioolaansluitleiding van de gemeentelijke riolering tot aan het eigendom waarvoor de aansluiting plaatsvindt, om voor dat eigendom een directe of indirecte lozing in de gemeentelijke riolering mogelijk te maken.
Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam eenmalig rioolaansluitrecht wordt een recht geheven ter zake van het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten in verband met het tot stand brengen van een directe of indirecte aansluiting van een eigendom op de gemeentelijke riolering. Artikel 3 Belastingplicht Het recht wordt geheven van de aanvrager van de dienst dan wel van degene voor wie de dienst wordt verleend. Artikel 4 Maatstaf van heffing en tarief 1. 2. 3.
Het recht, bedoeld in artikel 2, bedraagt het voorafgaand aan de dienstverlening aan de belastingplichtige meegedeelde bedrag, zoals blijkt uit een begroting die ter zake door of vanwege het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Als de begroting is uitgebracht, vangt de dienstverlening aan op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de belastingplichtige ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. De rechten, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn berekend inclusief omzetbelasting.
Artikel 5 Wijze van heffing Het recht wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld Het recht is verschuldigd bij de indiening van een verzoek om aansluiting van een eigendom op de gemeentelijke riolering. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. De aanslagen worden betaald in 1 termijn. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde termijn. Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van het recht wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de heffing en invordering van het eenmalig rioolaansluitrecht.
Artikel 10 Intrekking eerdere verordeningen Alle eerdere verordeningen met betrekking tot het eenmalig rioolaansluitrecht vervallen met de inwerkingtreding van deze verordening. Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking. 2. De ingangsdatum van de heffing is <datum>. 3. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening eenmalig rioolaansluitrecht Aalsmeer’. Aldus is vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 november 2023 De griffier,
De voorzitter,
O. van Kolck
mr. G.E. Oude Kotte
Algemene toelichting Een verordening eenmalig rioolaansluitrecht is een belastingverordening. Zoals alle belastingen moeten gemeentelijke belastingen een wettelijke basis hebben. Het rioolaansluitrecht is gebaseerd op artikel 229 van de Gemeentewet (Gw). In dit artikel, eerste lid aanhef en onderdeel b, staat: 1. Rechten kunnen worden geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten; Op dit artikel baseert de gemeente bijvoorbeeld ook de heffing van de bouw- en paspoortleges. Om op basis van dit wetsartikel tot een werkelijke heffing te komen, heeft de gemeente een verordening nodig waarin zij de belasting verder uitwerkt. Daarvoor moet zij de verordening eenmalig rioolaansluitrecht vaststellen. De voorwaarden waaraan de gemeentelijke belastingverordening moet voldoen, staan in hoofdstuk XV Gw. In artikel 217 staat dat de verordening onder meer de volgende elementen moet bevatten:
• • • •
Wie moet de belasting betalen (de belastingplichtige)? Waarvoor moet de belasting worden betaald (het belastbare feit)? Waarover moet de belasting worden betaald (de heffingsmaatstaf)? Wat is het tarief van de belasting (de tariefstelling)?
Voor een heffing gebaseerd op artikel 229 Gw geldt nog een extra voorwaarde. De geraamde heffingsopbrengsten mogen niet hoger zijn dan de geraamde kosten van de diensten. De rechten van artikel 229 Gw zijn dus alleen bedoeld om de kosten van de betreffende dienstverlening te verhalen.
Toelichting per artikel Artikel 2 Belastbaar feit Het belastbare feit is de omschrijving van de activiteit waarvoor de gemeente de belasting in rekening brengt. In dit geval dus realisatie van een aansluiting op de gemeentelijke riolering. Artikel 3 Belastingplicht Degene die de belasting moet betalen, is degene die de gemeente vraagt de riolering aan te leggen. In dit geval dus de aanvrager van de dienst. Over het algemeen is dat de eigenaar van het eigendom, maar het kan ook iemand anders zijn. Daarom staat in de omschrijving dat degene voor wie de gemeente de dienst verleent, belastingplichtig kan zijn. Als de aannemer de aanvraag bijvoorbeeld voor de particulier indient, kan de particulier toch de belastingplichtige blijven. In zo’n geval kan de gemeente kiezen uit twee belastingplichtigen. Win dan bij de belanghebbenden nadere informatie in over wie de gemeente als belastingplichtige moet zien. Is daarover geen uitsluitsel, dan kan de gemeente de aanslag sturen naar degene die het meeste belang heeft bij de dienst. Een belangrijk element van een heffing gebaseerd op gemeentelijke dienstverlening is dat iemand daadwerkelijk om de dienst vraagt. Dat klinkt in eerste instantie problematischer dan het in de praktijk vaak is.
Natuurlijk zitten veel mensen niet te wachten op een gemeentelijke belastingheffing op verzoek, maar in vrijwel alle gevallen weegt het hebben van een aansluiting op tegen het treffen van eigen voorzieningen. Artikel 4 Maatstaf van heffing en tarief Op grond van artikel 219 Gw, tweede lid, kan een gemeente belastingen heffen naar heffingsmaatstaven die zij in de belastingverordening bepaalt. Maar het bedrag mag niet afhankelijk zijn van inkomen, winst of vermogen. De gemeente mag haar belastingen namelijk niet naar draagkracht heffen. Alleen het Rijk mag inkomensbeleid voeren. Het begrip bedrag in lid 2 van artikel 219 duidt erop dat naast de heffingsmaatstaf het tarief of de vrijstellingen niet afhankelijk mogen zijn van inkomen, winst of vermogen. Behalve de beperkingen
in dit tweede lid zijn gemeenten vrij om heffingsmaatstaven op te nemen in hun verordening eenmalig rioolaansluitrecht. Maar de algemene rechtsbeginselen beperken deze vrijheid wel. Bij het eenmalig rioolaansluitrecht speelt vooral mee dat geen sprake is van een zuivere belastingheffing, maar van kostenverhaal van gemeentelijke dienstverlening. De gemeente moet de keuze van de heffingsmaatstaf en het tarief dus wel op een of andere manier rechtvaardigen uit de gemaakte kosten of het profijt dat de aanvrager van de rioleringsaanleg heeft. Heffingsmaatstaven op andere rechtvaardigingsgronden zijn niet bij voorbaat verboden, maar hebben wel een uitdrukkelijke objectieve rechtvaardigingsgrond nodig. De gemeente Aalsmeer kiest voor een heffing op basis van de inschatting van de werkelijke kosten van de aansluiting. Per geval maakt de gemeente een begroting van de kosten die zij aan de potentiële belastingplichtigen in rekening brengt. Zo betaalt iedereen de kosten voor zijn eigen aansluiting. Bij deze mogelijkheid moet de gemeente de aanvrager bedenktijd geven, omdat het belastingrecht de eis stelt dat iedereen de omvang van zijn belastingschuld vooraf moet kunnen kennen. Dat is geregeld in het tweede lid van dit artikel: de aanvrager kan de aanvraag binnen 5 dagen intrekken en is dan ook geen belasting verschuldigd.
Artikel 5 Wijze van heffing Dit artikel bepaalt dat de gemeente een aanslag verstuurt. De gemeente neemt dus het initiatief voor de belastingheffing door een aanslagbiljet te sturen. Andere methoden van belastingheffing (zoals aangifte door degene die de belasting moet betalen) zijn niet geschikt. Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld Dit artikel bepaalt dat de gemeente direct na het verzoek om aansluiting op de riolering met het kostenverhaal begint. Artikel 7 Termijnen van betaling De aanslag wordt in één termijn voldaan. Mocht dit voor een aanvrager van de dienst tot problemen leiden, dan kan diegene altijd om een nadere betalingsregeling vragen. Lid 2 is opgenomen om enkele uitzonderingen voor onder meer feestdagen in de Algemene termijnenwet niet van toepassing te verklaren. Dit is voor gemeentelijke belastingen gebruikelijk. Artikel 8 Kwijtschelding In principe is kwijtschelding van deze belasting mogelijk. Maar eigenlijk is dit niet redelijk. Het gaat tenslotte om het verhaal van kosten voor dienstverlening op verzoek. Bovendien leidt deze dienstverlening meestal tot waardevermeerdering van het eigendom van de aanvrager. Artikel 9 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Dit artikel bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders uitvoeringstechnische zaken voor de heffing en invordering kan regelen.
Het betreft hier zaken als het openen van de mogelijkheid om een voorlopige aanslag op te leggen of de wijze waarop de gemeente de invorderingsrente berekent. Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel Naast een tijdstip van inwerkingtreding moet een belastingverordening bepalen vanaf wanneer de gemeente de heffing toepast (de ingangsdatum van de heffing). Deze tijdstippen kunnen samenvallen. Meestal is het tijdstip van inwerkingtreding afhankelijk van de datum waarop de gemeente de belastingverordening bekendmaakt. Zonder bekendmaking is de verordening niet bindend (artikel 139 Gw). De datum van inwerkingtreding ligt ná die van de bekendmaking. De ingangsdatum van de heffing moet ná de datum liggen waarop de raad de verordening heeft vastgesteld, anders is sprake van terugwerkende kracht. Bij invoering van een nieuwe heffing is terugwerkende kracht niet mogelijk, tenzij de heffing was te voorzien. De citeertitel vergemakkelijkt de verwijzing naar de verordening.