CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitspraak RvS Bp. Uiterweg-Plasoevers 2021 31-05-2023

3.Raad (besluitvormend) 16 november 2023, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan 'Uiterweg-Plasoevers 2021'12.877 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Aan de Uiterweg heeft het perceel een woonbestemming. Volgens Recreatiepark Aalsmeer moet de jachthavenbestemming worden uitgebreid tot de Uiterweg, ten koste van een gedeelte van het plandeel met de woonbestemming. 31.2. Het gedeelte van het perceel Uiterweg 303 dat in het bestemmingsplan een woonbestemming heeft, had die bestemming ook onder het bestemmingsplan 2005. De planologische situatie is in zoverre dus niet veranderd. In haar zienswijze heeft Recreatiepark Aalsmeer niet gewezen op een mogelijk probleem voor de ontsluiting van de jachthaven. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad de woonbestemming niet uit eigen beweging hoeven wijzigen. 31.3. Het betoog slaagt niet. Uiterweg 317 - Bouwvlak 32. Recreatiepark Aalsmeer betoogt dat de raad het bouwvlak op perceel Uiterweg 317 ten onrechte heeft beperkt. Dit is een planologische verslechtering ten opzichte van het bestemmingsplan 1985. Recreatiepark Aalsmeer wenst een vergroting van het toegekende bouwvlak, zodat er binnen de maximaal 60% toegestane bebouwing feitelijk meer vierkante meters bebouwing mogelijk is en zij de mogelijkheid heeft om een nieuw gebouw te plaatsen. 32.1. Aan de gronden die volgens Recreatiepark Aalsmeer als bouwvlak moeten worden aangeduid, was in het bestemmingsplan 2005 de bestemming "Jachthaven I" toegekend.

Daarbij was een deel van het perceel ingedeeld in zone B, waar geen gebouwen toegestaan waren. Een aanwezige werkplaats annex stallingsruimte maakte deel uit van zone B. Zoals hiervoor onder 22 is overwogen, heeft de Afdeling bij uitspraak van 3 september 2008 goedkeuring aan dit plandeel onthouden, zodat in zoverre het bestemmingsplan 1985 herleefde. De zienswijzenota vermeldt over Uiterweg 317 dat op grond van het bestemmingsplan 1985 mocht worden gebouwd op de percelen met kadastrale aanduidingen H 4511, 4512, 1234 en

19

2170. Het ontwerpplan voorzag in een beperking van de grootte van dit bouwvlak door de oude zone A aan te houden en dat te vergroten met de contour van de bestaande bebouwing die deels in zone B ligt. Hiermee werd volgens de zienswijzenota de uitspraak van de Afdeling gerespecteerd. Omdat de bouwmogelijkheden dan wat minder groot zijn dan wat op grond van het bestemmingsplan 1985 toegestaan is, is het bouwvlak naar aanleiding van de zienswijze van Recreatiepark Aalsmeer vergroot door over de hele breedte van perceel H 4512 de achterzijde van de bestaande bebouwing aan te houden. Zo wordt het actuele beleid gevolgd, maar ontstaat enige flexibiliteit over de invulling van het bouwvlak. Over het beleid vermeldt de zienswijzenota dat beleidsmatig nog steeds de wens bestaat om aan de zuidzijde van de Uiterweg de bebouwingsdichtheid richting de Kleine Poel te laten afnemen. Dit beleidsuitgangspunt geldt voor Uiterweg 317 en is sinds de vaststelling van het bestemmingsplan 2005 bekend. 32.2. Niet in geschil is dat het bestemmingsplan de bouwmogelijkheden voor perceel Uiterweg 317 beperkt ten opzichte van het daarvoor geldende bestemmingsplan 1985. In het algemeen kunnen aan een geldend bestemmingsplan echter geen blijvende rechten worden ontleend.

De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. De planologische inzichten van de raad over de bouwmogelijkheden in het gebied zijn sinds de vaststelling van het bestemmingsplan 1985 gewijzigd. Recreatiepark Aalsmeer heeft wat daarover in de zienswijzenota is gesteld, niet betwist. Uit de zienswijzenota blijkt verder dat de belangen van Recreatiepark Aalsmeer betrokken zijn bij de afweging die is gemaakt over de grootte van het bouwvlak. Een concreet bouwplan, waarmee de raad rekening zou moeten houden, heeft zij niet ingediend. De Afdeling ziet in wat Recreatiepark Aalsmeer aanvoert geen grond voor het oordeel dat het bestreden besluit op dit punt niet zorgvuldig is voorbereid of getuigt van een onevenwichtige belangenafweging. 32.3. Het betoog slaagt niet. Uiterweg 317 - Bouwmogelijkheden bij woonark 33. Recreatiepark Aalsmeer betoogt dat de grond naast de woonark aan Uiterweg 317ws1, die als "Tuin" bestemd is, de aanduiding ‘specifieke vorm van tuin - bijgebouw woonarken’ zou moeten krijgen. De ligging in het plangebied en de aangrenzende bestemming staan volgens haar niet in de weg aan een groter bijbehorend bouwwerk dat daarmee mogelijk zou zijn.

Verder wenst zij de mogelijkheid te hebben om niet een, maar twee zelfstandige bijbehorende bouwwerken te kunnen realiseren. Volgens haar zal bebouwing met een oppervlakte van 40 m2 verdeeld over twee zelfstandige bouwwerken minder ruimtelijke invloed hebben dan één zelfstandig bijbehorend bouwwerk, omdat dan vanaf het water een minder hoge bebouwingsdichtheid wordt gezien. 33.1. Aan de grond naast de door Recreatiepark Aalsmeer bedoelde woonark is de bestemming "Tuin" toegekend. Een deel daarvan is aangeduid als ‘specifieke vorm van tuin bijgebouw 1 woonarken’. Op grond van artikel 16.2.1, aanhef en onder b, van de planregels is binnen die aanduiding één zelfstandig bijbehorend bouwwerk toegestaan met een oppervlakte van niet meer dan 30 m2. In het voorgaande bestemmingsplan "Woonarken" had de grond de bestemming "Water Permanent Wonen", met de functieaanduiding ‘oever’ en de gebiedsaanduiding ‘overige zone - landelijk gebied’. Op grond van artikel 4.2.2, aanhef en onder a, van de planregels van dat

20

bestemmingsplan was daar één zelfstandig bijbehorend bouwwerk van maximaal 30 m2 toegestaan. 33.2. De Afdeling ziet in wat Recreatiepark Aalsmeer aanvoert geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid of getuigt van een onevenwichtige belangenafweging. Recreatiepark Aalsmeer behoudt in het bestemmingsplan de mogelijkheid om een bijgebouw van 30 m2 te realiseren. Het bestemmingsplan betekent voor haar in zoverre geen planologische verslechtering. In de plantoelichting, onder meer in paragrafen 4.1.2.5 en 4.5.13, is de aansluiting bij het bestemmingsplan "Woonarken" toegelicht. Pas in beroep heeft Recreatiepark Aalsmeer kenbaar gemaakt dat zij de mogelijkheid wil hebben om een grotere oppervlakte te bebouwen, verdeeld over twee bouwwerken. Met die wens heeft de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan geen rekening kunnen houden. 33.3. Ook dit betoog slaagt niet. Conclusie en opdracht 34. Het beroep van [appellant sub 1] is niet-ontvankelijk. 35. Het beroep van [appellant sub 3] is gegrond. Het bestreden besluit, voor zover dat ziet op het perceel met kadastrale aanduiding Aalsmeer D 6080, moet worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb. Dit betekent dat voor dit perceel het bestemmingsplan 2005 herleeft. 36. Het beroep van [appellant sub 4] is gegrond.

Het bestreden besluit, voor zover dat ziet op het perceel [locatie 5], moet worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb. Dit betekent dat voor dit perceel het bestemmingsplan 2005 herleeft. 37. De beroepen van [appellanten sub 5] en Recreatiepark Aalsmeer zijn ongegrond. 38. Deze uitspraak is voor [appellant sub 1], [appellant sub 3], [appellant sub 4], [appellanten sub 5] en Recreatiepark Aalsmeer een einduitspraak. 39. De raad moet de proceskosten van [appellant sub 3] vergoeden. De raad hoeft niet de proceskosten van [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellanten sub 5] en Recreatiepark Aalsmeer te vergoeden. 40. Uit een oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl. 41. Het beroep van De Lente heeft gebreken in het bestreden besluit aan het licht gebracht die mogelijk kunnen worden hersteld. Met het oog op een spoedige beslechting van het geschil zal de Afdeling de raad opdragen om deze gebreken binnen 20 weken na verzending van deze uitspraak te herstellen.

De raad kan dat doen door met inachtneming van wat onder 8.4, 9.3, 10.1 en 11.2 is overwogen: a. de planregels zo aan te passen dat duidelijk is dat het bestemmingsplan het bestaande havengebouw aan de [locatie 3] toelaat en dat bouwactiviteiten gericht op het behoud en herstel van het havengebouw toegestaan zijn; b. te motiveren waarom hij ervoor kiest om de horecafunctie anders dan voorheen te

21

beperken tot de categorieën horeca 1 en 2, dan wel een ander besluit te nemen; c. artikel 15.2.7 van de planregels te wijzigen door daarin de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden - tenthuis’ te vervangen door de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - tenthuis’; d. te motiveren waarom het water ten westen van het eiland met het havengebouw niet de aanduiding ‘jachthaven’ heeft gekregen, dan wel een ander besluit te nemen. De raad moet de Afdeling en De Lente de uitkomst meedelen en het gewijzigde of nieuwe besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekendmaken en meedelen. De raad hoeft afdeling 3.4 van de Awb niet opnieuw toe te passen. 42. Voor De Lente is deze uitspraak een tussenuitspraak. In de einduitspraak op haar beroep wordt beslist over vergoeding van haar proceskosten en het door haar betaalde griffierecht. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: Einduitspraak: I. verklaart het beroep van [appellant sub 1] niet-ontvankelijk; II. verklaart de beroepen van [appellant sub 3] en [appellant sub 4] gegrond; III.

vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Aalsmeer van 2 december 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Uiterweg - Plasoevers 2021", voor zover het betreft: - het plandeel met de bestemming "Wonen" ter plaatse van het perceel met de kadastrale aanduiding Aalsmeer D 6080; - het plandeel met de bestemming "Wonen - Lintbebouwing" ter plaatse van het perceel aan de [locatie 5]; IV. draagt de raad van de gemeente Aalsmeer op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel III wordt verwerkt op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl; V. verklaart de beroepen van [appellant sub 5A], [appellant sub 5B] en Klim Produkties en V.o.f. Recreatiepark Aalsmeer ongegrond; VI. veroordeelt de raad van de gemeente Aalsmeer tot vergoeding van bij [appellant sub 3] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.674,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; VII. gelast dat de raad van de gemeente Aalsmeer aan de hierna vermelde appellanten het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van: a. € 184,00 aan [appellant sub 3], en b. € 184,00 aan [appellant sub 4].

Tussenuitspraak: draagt de raad van de gemeente Aalsmeer op om: - binnen 20 weken na de verzending van deze uitspraak, met inachtneming van wat onder 41 is overwogen, de gebreken in het besluit van 2 december 2021 te herstellen, en

22

- de Afdeling en De Lente B.V. de uitkomst mee te delen en het gewijzigde of nieuwe besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mee te delen. Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, voorzitter, en mr. G.O. van Veldhuizen en mr. C.H. Bangma leden, in tegenwoordigheid van mr. Y.C. Visser, griffier. w.g. Van Ravels voorzitter w.g. Visser griffier Uitgesproken in het openbaar op 31 mei 2023 148

BIJLAGE Algemene wet bestuursrecht Artikel 6:7 De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt zes weken. Artikel 6:8 1. De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. […]. Artikel 6:9 1. Een bezwaar- of beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. […]. Artikel 6:11 Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift blijft nietontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Artikel 6:15 […] 3. Het tijdstip van indiening bij het onbevoegde orgaan is bepalend voor de vraag of het bezwaar- of beroepschrift tijdig is ingediend, behoudens in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Luchthavenindelingbesluit Schiphol Artikel 2.2.1c Op de gronden die op de kaart in bijlage 3 bij dit besluit met nummer 4 zijn aangewezen, zijn met het oog op geluidbelasting geen geluidgevoelige gebouwen toegestaan, behoudens:

23

a. bestaand gebruik van een geluidgevoelig gebouw; b. toevoeging binnen bestaand stedelijk gebied van niet meer dan 25 woningen per bouwplan of binnen lintbebouwing van niet meer dan 3 woningen per bouwplan; c. een geluidgevoelig gebouw ter vervanging van een bestaand geluidgevoelig gebouw, mits van gelijke aard en gelijke schaal en onder de voorwaarde dat het te vervangen gebouw wordt verwijderd of dat de functie en bestemming van het te vervangen gebouw wordt omgezet naar niet-geluidgevoelig; d. herstructurering van een bestaand stedelijk gebied, indien dit niet leidt tot een toename met meer dan 25 woningen en indien dit niet leidt tot een toename van de capaciteit van andere geluidgevoelige gebouwen binnen dit gebied; e. nieuwbouw van een bedrijfswoning, voor zover de noodzaak daarvan is aangetoond. Omgevingsverordening NH2020 Artikel 12.2 1. Het oude recht blijft van toepassing tot een besluit onherroepelijk wordt, als voor de inwerkingtreding van de betreffende bepaling van deze verordening: […] b.

voor een ambtshalve te nemen besluit, een besluit als bedoeld in 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, of een besluit als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de Wet ruimtelijke ordening, dat op verzoek wordt genomen, een ontwerp ter inzage is gelegd van een besluit ten aanzien waarvan op de voorbereiding afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is en het besluit binnen 2 jaar daarna is genomen; of […]. Bestemmingsplan Uiterweg-Plasoevers 2021 Artikel 1 Begrippen In dit plan wordt verstaan onder: […] 1.13 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel bedrijfsmatig verlenen van diensten (daaronder niet begrepen aan-huis-verbonden-beroepen, detailhandel, horeca, publieksgerichte dienstverlening, maatschappelijke en culturele voorzieningen en bedrijfsmatige sportdoeleinden); 1.14 bedrijfsgebouw: een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.15 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het

24

gebouw of het terrein noodzakelijk is. De bedrijfswoning is slechts toelaatbaar indien, de woning gelet op de aard, inrichting, de omvang en de continuïteit van het bedrijf ter plaatse noodzakelijk is in verband met een doelmatige bedrijfsvoering; […] 1.17 bestaande bedrijfswoning: een bedrijfswoning die op het moment van tervisielegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan als zodanig aanwezig was; […] 1.38 dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een belwinkel en internetcafé; […] 1.54 horeca 1, dagrecreatie: horecabedrijven zoals lunchrooms, koffie-/theehuizen, ijssalons; 1.55 horeca 2, (fastfood)restaurants, cafetaria, snackbars en shoarmazaken: inrichtingen ten behoeve van het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren, alsmede het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken. Het accent ligt op de verkoop van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren; […] 1.97 recreatiekavel: een individueel kavel, of kavels in beheer van een vereniging of exploitant, ten behoeve van de dagrecreatie; Artikel 14 Recreatie - Jachthaven 1 14.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Recreatie - Jachthaven 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: […] alsmede: g.

ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’, de bestaande bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken; […] i. ter plaatse van de aanduiding ‘recreatie’, recreatiekavels; […]; m. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - trekkershutten’, trekkershutten; […].

25

14.2 Bouwregels Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: […] 14.2.5 Trekkershutten Voor het bouwen op gronden met de aanduiding ‘trekkershutten’ gelden de volgende regels: a. het aantal trekkershutten bedraagt maximaal 4; b. de oppervlakte van een trekkershut mag niet meer bedragen dan 12,5 m2; c. de goot- en nokhoogte van een trekkershut bedraagt niet meer dan respectievelijk 2,5 en 3,5 meter. 14.2.6 Bouwwerken op recreatiekavels Voor het bouwen van bouwwerken gelden ter plaatse van de aanduiding 'recreatie' de volgende regels: a. per recreatiekavel met een oppervlakte van 100 m2 of meer, mag ten hoogste één gebouw worden opgericht, waarvan de bouwhoogte en de oppervlakte niet meer dan respectievelijk 3 meter en 6 vierkante meter mag bedragen; […]. Artikel 15 Recreatie - Jachthaven 2 15.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Recreatie - Jachthaven 2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een jachthavenbedrijf, waaronder: I. de verhuur van ligplaatsen voor pleziervaartuigen; II. de stalling en (buiten)opslag van pleziervaartuigen; III.

reparatie- en herstelwerkzaamheden aan pleziervaartuigen overeenkomstig de bedrijfscategorieën 1, 2 en 3.1, als aangegeven in de Staat van Bedrijfsactiviteiten in bijlage 1 van deze planregels, behoudens geluidzoneringsplichtige inrichtingen en met uitzondering van bedrijfsactiviteiten die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen; b. de uitoefening van watersportbedrijven; c. watersport gerelateerde detailhandel, met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 150 m2; d. horeca 1 en 2, met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 150 m2. met dien verstande dat: e. ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 2', horeca 1 en 2 is toegestaan met een oppervlakte groter dan 150 m2; alsmede:

26

[…] k. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - tenthuis', tenthuisjes voor verblijfsrecreatie; […]. 15.2 Bouwregels Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: 15.2.1 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen, geen bedrijfswoning zijnde, gelden de volgende regels: a. het bouwen van nieuwe gebouwen is niet toegestaan; b. bouwactiviteiten zijn slechts toegestaan voor zover deze zijn gericht op het behoud en herstel van de bestaande bebouwing, […]. […]. 15.2.7 Tenthuisjes Voor het bouwen ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - tenthuis' gelden de volgende regels: a. op deze gronden zijn maximaal 15 tenthuisjes toegestaan; b. de oppervlakte van een tenthuisje mag niet meer bedragen dan 15 m2; c. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan tot een hoogte van maximaal 1,5 meter; d. gebouwen zijn niet toegestaan. Artikel 16 Tuin […] 16.2 Bouwregels Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: 16.2.1 Bijgebouwen woonarken Voor het oprichten van bijgebouwen bij woonarken gelden de volgende regels: a. binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van tuin - bijgebouw woonarken’ is per woonark 1 zelfstandig bijbehorend bouwwerk toegestaan met een oppervlakte van niet meer dan 40 m2; b.

binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van tuin - bijgebouw 1 woonarken’ is per woonark 1 zelfstandig bijbehorend bouwwerk toegestaan met een oppervlakte van niet meer dan 30 m2; […].

27

Artikel 19 Water 1 19.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Water 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterlopen, waterplassen en recreatiewater; […] met de daarbij behorende: h. bouwwerken; […]. 19.2 Bouwregels […] 19.2.3 Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan bruggen en aanlegsteigers, gelden de volgende regels: […]. Artikel 20 Water 2 20.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Water 2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterlopen, waterplassen en recreatiewater; […]; alsmede: h. ter plaatse van de aanduiding ‘jachthaven’ en ‘specifieke vorm van water - jachthaven recreatieve woonarken toegestaan’, de uitoefening van een jachthavenbedrijf op het water; […]; met de daarbij behorende: l. bouwwerken; […]. 20.2 Bouwregels […]. 20.2.6 Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan bruggen en aanlegsteigers, gelden de volgende regels: […].

28

Artikel 24 Wonen - Lintbebouwing […] 24.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. het aantal woningen zoals aanwezig op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mag niet worden vermeerderd; […]. Bestemmingsplan Woonarken Artikel 4 Water - Permanent Wonen […] 4.2 Bouwregels […] 4.2.2 Bijbehorende bouwwerken op de oever Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. per woonark is maximaal 1 zelfstandig bijbehorend bouwwerk op de oever toegestaan, met een maximale oppervlakte van 40 m2; 1. indien de woonark is gelegen binnen de gebiedsaanduiding ‘landelijk gebied’ bedraagt de maximale oppervlakte 30 m2 overeenkomstig artikel 13.1; […]. Bestemmingsplan Uiterweg - Plasoevers 2005 Artikel 8 Woondoeleinden, niet gestapeld […] 8.4 Bouwvoorschriften Met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 en artikel 6, gelden de navolgende bouwvoorschriften. 8.4.1 Algemeen a. behoudens het bepaalde onder 8.4.3 dienen de gebouwen te worden gebouwd binnen de op de plankaart aangegeven bouwvlakken; […]. Bestemmingsplan Uiterweg 1985 Artikel 16 Recreatieve doeleinden II […]

29

2. Bebouwingsnormen Ten aanzien van de bebouwing wordt bepaald, dat: a. op een bouwperceel met een oppervlakte van ten minste 100 m2 ten hoogste één gebouw mag worden gebouwd, waarvan de oppervlakte en de hoogte niet meer dan 6 m2 respectievelijk 3 m mogen bedragen; […]; c. uitsluitend voor zover het perceel Uiterweg 214 betreft, trekkershutten mogen worden gebouwd, met inachtneming van de volgende regels: 1. er mogen ten hoogste 2 trekkershutten worden gebouwd; 2. de oppervlakte mag niet meer dan 12,5 m2 bedragen; 3. de goot- respectievelijk nokhoogte mag niet meer dan 2,5 m respectievelijk 3,5 m bedragen; 4. de afstand van een trekkershut tot aan de as van de Uiterweg mag niet meer dan 175 m bedragen; […]. Artikel 18 Water 1. Bestemmingsomschrijving De op de kaart voor "water" aangewezen gronden zijn bestemd voor: - water met de voor de waterhuishouding en het verkeer in en over het water noodzakelijke bouwwerken; […]. 3. Gebruiksregels Tot een gebruik van gronden strijdig met de bestemming, zoals bedoeld in artikel 34 lid 1, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik als ligplaats voor recreatiewoonschepen; […]. Artikel 19 Water tevens landschappelijk waardevol terrein 1.

Bestemmingsomschrijving De op de kaart voor "water tevens landschappelijk waardevol terrein" aangewezen gronden zijn bestemd voor water met de voor de waterhuishouding en het verkeer te water noodzakelijke bouwwerken en tevens dienen deze gronden tot het behoud en/of herstel van de aldaar voorkomende, dan wel daaraan eigen landschappelijke waarden. […]. .

30

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=655dab7a-fe62-45d7-b2b2-278761889cfd