toelichting.Pdf
Tekst van het document
TOELICHTING
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
pagina
Inhoudsopgave TOELICHTING 1 HOOFDSTUK 1 INLEIDING 3 HOOFDSTUK 2 VISIE PLANGEBIED 6 HOOFDSTUK 3 PLANOPZET 12 HOOFDSTUK 4 UITVOERBAARHEID 15 HOOFDSTUK 5 BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED HOOFDSTUK 6 BELEIDSKADER 23 HOOFDSTUK 7 OMGEVINGSKWALITEIT 33
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
19
pagina
HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doelstelling Op 9 september 2010 is het bestemmingsplan (moederplan) 'Stommeerkade Oost' vastgesteld, die deels dient als herontwikkelingsplan voor gebieden langs de Stommeerkade. Deze gebieden zullen worden herontwikkeld tot woon- en recreatiegebieden en deels tot bedrijventerrein. Het doel van deze herontwikkeling is de leefbaarheid van de dorpskern van Aalsmeer te verbeteren en de samenhang tussen de twee helften van de dorpskern te herstellen. In het bestemmingsplan 'Stommeerkade Oost' is het plangebied van voorliggend plan aangewezen als uitwerkingsgebied. Parkmeer B.V. is voornemens om op deze locatie tien grondgebonden woningen en meerdere bedrijfskavels te realiseren (max. bedrijfscategorie 2). De doelstelling van het bestemmingsplan 'Parkmeer' is derhalve het bieden van een actueel juridisch-planologisch kader voor de realisatie van 10 grondgebonden woningen aan het lint van de Stommeerkade en een bedrijventerrein aan de Burgemeester Hoffscholteweg. Hiermee wordt er bijgedragen aan de ambitie van de gemeente met de versterking van de lintbebouwing aan de Stommeerkade.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied bevindt zich tussen de Stommeerkade, het Bielzenpad en de Burgemeester Hoffscholteweg. Het betreft een deel van het perceel kadastraal bekend als Aalsmeer, nummer 7001, sectie C. De totale oppervlakte van het perceel bedraagt 26.290 m². Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door woningbouw, aan de west- en zuidzijde door de Burgemeester Hoffscholteweg en aan de oostzijde door de Stommeerkade.
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
pagina
Globale ligging plangebied i.r.t. omgeving
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
pagina
kadastrale begrenzing plangebied
1.3 Geldende bestemmingsplan Dit bestemmingsplan vervangt, voor zover dit betrekking heeft op de ontwikkellocatie, het bestemmingsplan 'Stommeerkade -Oost', vastgesteld op 09-09-2010. De voor het plangebied opgenomen bestemmingen zijn 'Wonen - Uit te werken' en 'Bedrijventerrein - Uit te werken - 2'. Daarnaast rusten op de locatie gebiedsaanduidingen inzake 'luchtvaarverkeerszone' en 'geluidzone -industrie - Schiphol'. Over de bestemming 'Wonen - Uit te werken' ligt een dubbelbestemming 'Waterstaat Waterkering'. Delen van de bestemming 'Bedrijventerrein - Uit te werken - 2' hebben een functieaanduiding waar alleen bedrijven tot en met categorie 1 zich mogen vestigen. Het zuid-westelijk deel van het plangebied heeft een specifieke bouwaanduiding voor een hoogteaccent. De gewenste ontwikkeling - zie hoofdstuk 3 - is niet (geheel) mogelijk op basis van de in het bestemmingsplan ' Stommeerkade - Oost' opgenomen uitwerkingsverplichting.
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
pagina
Uitsnede vigerende bestemmingsplan Het bouwinitiatief past op enkele onderdelen niet binnen de in het bestemmingsplan opgenomen uitwerkingsverplichting. De strijdigheid zit met name in de wens om voor enkele gronden die de bestemming 'Bedrijven- uit te werken' kennen (6) woningen mogelijk te maken. Mede gelet op deze strijdigheid wordt voor de thans beoogde ontwikkeling een nieuw bestemmingsplan opgesteld.
1.4 Leeswijzer
Na de inleiding in dit hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de beschrijving van de bestaande situatie gegeven. Hoofdstuk 3 beschrijft het ruimtegebruik voor de komende tien jaar. Hoofdstuk 4 bevat de juridische vertaling van de visie van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 en 6 komen de relevante beleidskaders en de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan bod. Hoofdstuk 7 tot slot beschrijft de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief.
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
pagina
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
pagina
HOOFDSTUK 2 BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED Het totale plangebied voor Polderzoom, waar de onderhavige planontwikkeling in is gelegen wordt grofweg begrensd door de Stommeerkade in het noorden en oosten, de Burgemeester Kasteleinweg (N196) in het westen, het Bielzenpad in het zuiden en de Wissel en het baanvak in het zuidwesten. Het plangebied wordt onderverdeeld in drie fasen, met als grens het Spoorlijnpad met het spoordijkje. Fase 1 ligt tussen de Burgemeester Kasteleinweg en het Spoorlijnpad, fase 2 ligt tussen het Spoorlijnpad en de Burgemeester Hoffscholteweg. De 3e fase, waar dit bestemmingsplan op ziet ligt tussen de Burgemeester Hoffscholteweg en de Stommeerkade. De betreffende gronden hadden tot voor kort een agrarische functie en bestonden voor een groot deel uit glastuinbouwbedrijven. Dit is terug te zien aan de nog in kleine getale overgebleven mix van kassencomplexen, opslagloodsen, volkstuintjes en bedrijvigheid. De agrarische bedrijven werden ontsloten vanaf de Stommeerkade. De ruimtelijke opbouw bestond dan ook uit (bedrijfs)woningen langs de dijk met agrarische bedrijfsbebouwing erachter. De agrarische bedrijfsbebouwing volgde het slotenpatroon van de polder, dat niet overal haaks op de ontginningsbasis staat. Veel kwekers zijn geleidelijk weggetrokken uit dit gebied.
De kassen en andere opstallen zijn in 2012 gesloopt om vandalisme tijdens de leegstand te voorkomen en tevens is de bodem gesaneerd. Het gebied doet verlaten aan en is slecht toegankelijk. Met de aanleg van de Burgemeester Hoffscholteweg is dit gebied verder ontsloten. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om het gebied te herontwikkelen voor woningbouw en bedrijvigheid. In het plangebied was vroeger een glastuinbouwbedrijf actief, waarbij de grond een agrarische functie had. Door leegstand en om verloedering te voorkomen is besloten om het gebied te herontwikkelen. In 2010 is het bestemmingsplan 'Stommerkade - Oost' vastgesteld waarin de functie van dit gebied is gewijzigd naar de uit te werken bestemmingen 'Bedrijven - Uit te werken - 2' en 'Wonen - Uit te werken'. Zoals blijkt uit paragraaf 1.3 is de gewenste herontwikkeling niet mogelijk op basis van deze uitwerkingsverplichting.
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
pagina
HOOFDSTUK 3 VISIE PLANGEBIED 3.1 Uitgangspunten De uitgangspunten voor het plangebied zijn vastgelegd in het moederplan 'Stommeerkade-Oost' en in de Gebiedvisie Aalsmeer 2020. In hoofdstuk zes wordt dieper ingegaan op de relatie tussen de Gebiedsvisie Aalsmeer en het bestemmingsplan. Het programma van Parkmeer bestaat uit bedrijfsbebouwing en tien grondgebonden woningen aan de Stommeerkade. Hieronder is een afbeelding opgenomen van de beoogde verkaveling en invulling van het plangebied.
3.1.1 Ruimtelijke en functionele aspecten In deze paragraaf worden alle ruimtelijke en functionele aspecten van het plan beschreven. Woningbouw Parkmeer is onderdeel van het lint langs de Stommeerkade. Dit oude lint kent een gevarieerde ruimtelijke opbouw van individuele kavels met een woonhuis aan de dijk en bedrijfsbebouwing op het achterste deel van de kavel. Het woonprogramma van Parkmeer bestaat uit maximaal tien vrijstaande/halfvrijstaande koopwoningen in het dure segment. De woningen bevinden zich langs het lint, dit zal de lintbebouwing langs de Stommeerkade versterken. De tien woningen langs het lint zullen verspringende voorgevels hebben. Het gebied voor woningbouw mag voor maximaal 60% worden bebouwd. Dit bebouwingspercentage is - op bouwperceelniveau - opgenomen in de regels. De maximale breedte van een vrijstaand hoofdgebouw is maximaal 12 meter breed, indien
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
pagina
het om een half vrijstaande woning gaat bedraagt de maximale breedte 10 meter. De bouwvlakken zijn verder maximaal 15 meter diep. De maximum goothoogte en bouwhoogte van de woningen zijn conform het stedenbouwkundig ontwerp op de verbeelding weergegeven en bedragen respectievelijk 7 en 10 meter. Hieronder is aangegeven welke geluidsbelastingen de gevels van de toekomstige woningen maximaal mogen ondervinden. <0000> maximaal 54 dB bedragen wegens wegverkeer op de Burgemeester Hoffscholteweg <0000> maximaal 52 dB bedragen wegens het industrieterrein Schiphol. <0000> de gecumuleerde geluidsbelasting op de gevels van woningen mag maximaal 67 dB bedragen. Bedrijventerrein Aalsmeer kenmerkt zich als een ondernemersgemeente op het gebied van glastuinbouwgelieerde bedrijvigheid, watersport en jachtbouw. Aalsmeer bevindt zich in een gunstige economische uitgangspositie. De gemeente ligt in een gebied met veel economische activiteiten, een hoge vestigingsdruk van bedrijven en een groot consumentenpotentieel. Het achterste deel van het plangebied is aangewezen voor dit bedrijventerrein. Het maximale bebouwde brutovloeroppervlakte aan bedrijfsruimte bedraagt 6500 m2, waarbij een maximum bebouwingspercentage van 50% per bedrijfskavel geldt.
Op het bedrijventerrein zijn alleen bedrijven toegestaan met een bedrijfsuitoefening overeenkomstig de categorieën 1 en 2 van soorten bedrijfsactiviteiten, zoals vermeld in de bij de regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten. De maximum bouwhoogte voor gebouwen zijn conform het stedenbouwkundig ontwerp op de verbeelding weergegeven. Groen In het midden van het gebied tussen de woningen en de bedrijven wordt een groenstrook gerealiseerd die ca. 10 meter breed is en die particulier wordt uitgegeven. Water Ter voldoening aan de verplichte watercompensatie is in het zuiden van het plangebied een strook water gerealiseerd. Verkeer en parkeren De ontsluiting van het bedrijventerrein zal via een dam naar de Burgemeester Hoffscholteweg plaatsvinden en loopt tot aan de groenstrook die in het plangebied wordt gerealiseerd. Verder wordt vanaf deze groenstrook tot aan de Stommeerkade een langzaam verkeersroute aangelegd voor uitsluitend fietsers en wandelaars. De woningen zelf worden twee aan twee ontsloten op de Stommeerkade. Voor de woningen en de bedrijven geldt dat wordt voorzien in parkeren op eigen terrein.
3.1.2 Stedenbouw en beeldkwaliteit De van oudsher bij de bedrijven behorende woningen vormen een lint langs de dijk van de Stommeerkade. Het woonlint eindigt in de bocht, waar de Stommeerkade afbuigt naar het zuiden en de oostelijke begrenzing van het plangebied vormt. De woningen in het lint zijn hoofdzakelijk vrijstaand en overwegend onder aan de dijk gelegen. In een aantal gevallen zijn de woningen twee-aan-één gebouwd. De woningen zijn uitgevoerd met één tot twee bouwlagen en zijn zonder uitzondering voorzien van een kap. Het deel van het erf tussen de Stommeerkade en de woningen is in de meeste gevallen onbebouwd.
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
pagina
Stedenbouwkundige ambitie In de oorspronkelijke verkaveling staan de woningen onderaan de dijk en de bedrijfsbebouwing meer naar achteren op de kavel. Deze verkavelingsstructuur vormt de basis voor de nieuwe stedenbouwkundige structuur. De bedrijfsbebouwing en de woningen volgen de oorspronkelijke verkavelingsstructuur. De bebouwing is met de voorgevel op de weg georiënteerd. De bedrijfsbebouwing vormt geen gesloten wand en begeleidt de bocht in de Burgemeester Hoffscholteweg. Het groen en water wat met het plan wordt gerealiseerd, sluit aan op het Polderpark. Het Polderpark kenmerkt zich door een landschap van water, riet, bloemrijk grasland, witte abelen en elzen. De woningen hebben een voorgevel gesitueerd op de Stommeerkade en maken deel uit van de lintbebouwing. De woningen worden gekenmerkt door een kleinschalig, individueel en afwisselend karakter, een gevarieerde opzet, verspringende voorgevelrooilijnen, een grote diversiteit aan kapvormen en -richtingen, architectuurstijlen en materiaalgebruik. Een groene ecologische singel scheidt de woningen van het bedrijventerrein. Beeldkwaliteit Algemeen Om de ruimtelijke kwaliteit van de herinrichting zeker te stellen wordt er naast een duidelijke planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan, ook een beeldkwaliteitsplan vastgesteld. Dit beeldkwaliteitsplan stelt de gemeenteraad vast.
Daarmee is het een verplichte leidraad voor de welstandstoetsing en een bindende aanvulling op de gemeentelijke Welstandsnota voor dit gebied. Het beeldkwaliteitplan is als bijlage 1 aan dit bestemmingsplan gehecht. Bedrijfsbebouwing De bebouwing zoekt aansluiting bij de bedrijfs- en woonbebouwing in Polderzoom en langs de Stommeerkade. Een betonnen plint vormt de basis voor het totale ensemble 'wonen en werken'. De plint is maximaal 4 meter hoog en toont het hoogte verschil tussen de polder en de Stommeerkade. De zwarte kleur verwijst naar de Aalsmeerse traditie van zwarte houten gepotdekselde delen in het gevelvak. De bedrijfsbebouwing is wel voorzien van zwarte accenten in de gevels, zodat de samenhang tussen de verschillende onderdelen van het ensemble wordt versterkt. De bebouwing heeft een hoogwaardige architectonische uitstraling en heeft een representatieve uitstraling. Het bedrijventerrein wordt ontsloten op de Burgemeester Hoffscholteweg. Het parkeerterrein is dusdanig ingericht dat het een landschappelijke beeld geeft. Het plangebied moet onderdeel worden van het parklandschap langs de randen. Woningen De tien woningen versterken de huidige lintbebouwing langs de Stommeerkade. De woningen zijn georiënteerd op de Stommeerkade en ontsluiten hier ook op. De belangrijkste karakteristiek van het lint is de diversiteit in architectuur, kapvorm en materiaalgebruik.
De woonbebouwing heeft een bouwhoogte van max. twee lagen met kap. De aansluiting bij de Aalsmeerse traditie wordt gevonden door de gevels te combineren met zwarte accenten bijvoorbeeld in de vorm van gepotdekselde houten delen. Per twee woningen zal een ontsluitingsweg worden aangelegd op de Stommeerkade. Parkeren vindt plaats op eigen terrein. Openbare ruimte Het plangebied wordt omgeven door waterrijk landschap, zowel aan de noordzijde van de Stommeerkade als aan de oostzijde. Aan de zijde van de Burgemeester Hoffscholteweg is dit het polderpark bestaande uit water, rietvelden en een losse boombeplanting. Eenzelfde landschappelijke typologie als in de rest van Aalsmeer. Verder dient het terrein zoveel mogelijk landschappelijk te worden ingericht.
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
pagina
3.1.3 Randvoorwaarden openbare ruimte, groen en water Openbare ruimte Bij het ontwerpen van de inrichting van de openbare ruimte is de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte van toepassing. De openbare ruimte dient een landschappelijke inrichting te hebben, die aansluit bij de Stommeerpolder. Binnen het plangebied worden gronden ingericht als groen voor ecologische doeleinden en zal een deel van de gronden worden ingericht als water. Dit sluit aan bij de groene hoofdstructuren van Aalsmeer. Groen In de Aalsmeerse Groenvisie zijn de randen van het plangebied aangemerkt als structureel groen op bovenwijks niveau en wijkniveau. De voormalige spoordijk is aangemerkt als structuurbepalend landschapselement. Het respecteren en waar mogelijk versterken van deze groene hoofdstructuren is een uitgangspunt voor de ontwikkeling van het plan. In het vigerende bestemmingsplan is hier ook al op ingespeeld. Naast het plangebied loopt de nieuw aan te leggen Burgemeester Hoffscholteweg. Deze ontsluitingsweg is een onderdeel van de hoofdwegenstructuur van Aalsmeer. De Groenvisie geeft aan dat hoofdwegen moeten worden voorzien van een laanbeplanting. Om deze een duurzaam karakter te kunnen geven is het noodzakelijk deze laanbeplanting te planten in een groene berm van voldoende breedte. De bomen moeten minimaal twee meter uit een wegkant geplant worden.
Qua type bomen is het gewenst om in de laanbeplanting een diversiteit aan soorten te planten. Hierdoor is het bomenbestand robuuster in verband met de verschillende levensduur en mogelijke bomenziektes. Een groen karakter is kenmerkend voor de woonbuurtjes in de wijk Stommeer, en dat is dan ook uitgangspunt voor de nieuwe woonbuurtjes binnen het plan Polderzoom. Een hoge belevingswaarde van het groen is daarbij van belang, en de beleving van water in de wijk kan daar een goede bijdrage aan leveren. In het algemeen moet de inrichting van de openbare ruimte in woonwijken uitdrukking geven aan het bloemenkarakter van de gemeente. De inrichting van het groen moet een kleurrijk en afwisselend groen beeld geven, met name op beeldbepalende plekken. Daarnaast wordt gestreefd naar een overwegend sober, duurzaam en doelmatig groenbeheer. Bomen worden in principe niet in verharding geplaatst. Groenstroken (niet hagen) hebben een minimale breedte van drie meter. Water Voor waterberging in het gebied geldt als uitgangspunt het beleid van het Hoogheemraadschap Rijnland. Dit betekent dat het te dempen wateroppervlak 100% gecompenseerd dient te worden met een vervangend wateroppervlak. Toename van het verhard oppervlak ten opzichte van de uitgangssituatie dient met 15% gecompenseerd te worden met nieuw aan te leggen water. Bedrijventerrein Er is ca.
3.500 m² water gerealiseerd binnen het plangebied, hiermee wordt voorzien in eventuele watercompensatie voor de toename van verharding. Woongebied Het woongebied met de woningen langs het lint mag per bouwperceel maar voor maximaal 60% bebouwd zijn en zal verder worden ingericht met groen, water en nutsvoorzieningen. Het zal bijdragen aan het groene karakter van Aalsmeer.
3.1.4 Randvoorwaarden verkeer en parkeren Verkeer Het plangebied is gelegen tussen de Stommeerkade en de Burgemeester Hoffscholteweg. De woningen zijn gesitueerd aan het lint van de Stommeerkade, waar
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
pagina
zij ook op ontsluiten. Per twee woningen wordt er één ontsluiting gerealiseerd die het hoogteverschil tussen de Stommeerkade en de lager gelegen polder overbrugt. Het bedrijventerrein zal ontsluiten op de Burgemeester Hoffscholteweg. Erftoegangswegen Erftoegangswegen (30km/h zone) dienen te voldoen aan een duurzaam veilige inrichting. De verharding van de rijbaan moet een open verharding zijn. Eenrichtingsverkeer dient zoveel mogelijk vermeden te worden. Bochtstralen moeten geschikt zijn voor ontwerpvoertuigen, vuilniswagen en brandweerauto. Parkeren In de Nota Parkeernormen Aalsmeer 2016 staan de richtlijnen voor het aantal parkeerplaatsen per categorie. Voor het huidige plan is er is gekeken naar de parkeernorm voor wonen en werken. Wonen Er worden bouwkavels verkocht, wat betekent dat er variatiemogelijkheid is in de woninggrootte. Het gaat om riante kavels van 825 – 1250 m². Uitgaande van een woning van groter dan 140m² geldt er een parkeernorm van 2,2 (=3) parkeerplaats per woning. De mogelijkheid tot parkeren op eigen terrein is in ruime mate aanwezig. Bedrijven (Ook) voor het bedrijventerrein geldt dat voldaan moet worden aan de parkeernormen zoals die in de Nota Parkeernormen zijn opgenomen. Op de locatie zal maximaal 6.500 m² uit bedrijfsbebouwing bestaan.
Het bedrijventerrein zal bij een maximale invulling moeten voorzien in het minimale aantal van 65 parkeerplaatsen, die de bedrijven in dat geval op eigen terrein dienen in te vullen. Ter borging van voldoende parkeergelegenheid is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen om afhankelijk van de te realiseren bebouwing te voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
3.1.5 Energie en duurzaamheid Ambitie Energie en Duurzaam Bouwen Gemeente en ontwikkelaar streven in gezamenlijk overleg naar een haalbaar GPR-gebouw niveau. Voor het thema milieu wordt een ambitieniveau van 8 nagestreefd. Voor het thema energie wordt eveneens een ambitieniveau van 8 nagestreefd. Indien het ambitieniveau niet haalbaar blijkt, mag mits beargumenteerd worden afgeweken. Ondergrens is het EPC niveau (0,4) zoals is gesteld in het Bouwbesluit 2012. Overige aspecten van GPR-gebouw worden ook ingevuld, hiervoor geldt geen ondergrens. Omdat de GPR-score ook voor toekomstige bewoners inzicht in de kwaliteit van de woningen geeft is een goede score op overige aspecten wel aan te bevelen. Bij voorkeur wordt bij de bouwaanvragen ook de ingevulde GPR meegestuurd. Met dit instrument kan getoetst worden of op gebouwniveau de ambities gehaald worden. Ambitieniveau energie Een hogere ambitie kan worden bereikt door extra isolatie, energiezuinige systemen, warmte - koude opslag gecombineerd met lage temperatuurverwarming, en het benutten van de zon als energiebron. Voor dit project wordt daarbij de ambitie aardgasloos bouwen gehanteerd, voor zowel de woningen als de bedrijven. De ontwikkelaar biedt meer opties aan waarmee bewoners een lagere epc kunnen bereiken.
Gedacht wordt hierbij aan mee ontworpen zonnepanelen, zonneboiler, extra isolatie en/of warmteterugwininstallaties in douchewaterretour. Bij de bouwaanvraag
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
pagina
worden de meeropties in de aanvraag meegenomen zodat hierop toegezien kan worden. Ambitie aardgasloos De gemeenten in de Metropool Amsterdam hebben gezamenlijk besloten dat alle nieuwbouwwoningen waarover het besluit tot bouw na 1 juli 2018 wordt genomen, worden opgeleverd zonder aardgasaansluiting. Overige aspecten duurzaamheid <0000> Er wordt voor dit project een gescheiden rioolstelsel aangelegd. De Hemelwaterafvoer zal afwateren op de nabij de woningen gelegen watergang, die waar mogelijk natuurvriendelijk uitgevoerd wordt. <0000> Er wordt voor dit project een gescheiden rioolstelsel aangelegd. De Hemelwaterafvoer zal afwateren op de nabij de woningen gelegen watergang, die waar mogelijk natuurvriendelijk uitgevoerd wordt. <0000> Er worden zo veel mogelijk duurzame materialen toegepast om uitloging van materialen te voorkomen. <0000> De ontwikkelaar zal nader onderzoek doen naar de mogelijkheid om boven de wettelijke eis nog maatregelen aan of in de woningen aan te brengen om meer energieneutraal te worden en natuurinclusief te bouwen. <0000> De woningen voldoen aan het Politiekeurmerk Veilig Wonen.
3.1.6 Civiele techniek Verlichting De openbare verlichting is toegespitst op het bijdragen aan sociale- en verkeersveiligheid alleen daar waar dat nodig is, op een duurzame en milieubewuste manier. Lichthinder voor mens en natuur wordt tot een minimum beperkt. Bij de realisatie van de openbare verlichting is uitvoering in Led uitgangspunt. Bij de realisatie en beheer wordt uitgegaan van de Nederlandse Praktijkrichtlijn ROVL 2011. De openbare verlichting wordt verder conform de uitgangspunten van het Politiekeurmerk Veilig Wonen uitgevoerd. Kabels en leidingen In het plangebied bevinden zich geen planologisch relevante kabels of leidingen.
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
pagina
HOOFDSTUK 4 PLANOPZET 4.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plangebied juridisch is vertaald. In het voorgaande hoofdstuk is beschreven welke ontwikkelingen in het plangebied plaatsvinden. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke juridisch-planologische instrumenten daarbij worden ingezet. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) die per 1 juli 2008 in werking is getreden, verplicht gemeenten tot het opstellen van een bestemmingsplan voor het gehele grondgebied. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. Deze onderdelen zijn bindend voor de burger. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De toelichting is niet juridisch bindend, maar wordt als handvat en beleidskader/interpretatiekader voor het bestemmingsplan gebruikt.
De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Aalsmeer. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar, dit is de geldigheidsduur van een bestemmingsplan.
4.2 De bestemmingen Begrippen (artikel 1) Hierin worden de begrippen gedefinieerd die in de planregels worden gebruikt. Wijze van meten (artikel 2) Hierin wordt aangegeven hoe de diverse maten worden gemeten en de inhoud en oppervlakte van bouwwerken worden berekend om zo een eenduidige toepassing van de bebouwingregeling te bewerkstelligen. Bedrijventerrein (artikel 3) Op de bestemming bedrijventerrein zijn de gronden bestemd voor bedrijvigheid met milieucategorie 1 en 2. In de Staat van Bedrijfsactiviteiten (bijlage bij de regels) is een categorie-indeling voor diverse bedrijfstypen weergegeven. Groen (artikel 4) Het groen binnen het plangebied is als zodanig bestemd. Het groen is mede bestemd voor bermen en beplanting, paden, speelvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede voor verhardingen, parkeervoorzieningen, geluidwerende voorzieningen en straatmeubilair. Verkeer (artikel 5) De binnen het plangebied gelegen hoofdontsluitingsweg binnen het plangebied heeft een bestemming verkeer gekregen. Deze weg is bestemd voor gemotoriseerd verkeer. Verkeer - Verblijfsgebied (artikel 6)
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
pagina
Water (artikel 7) In het plangebied is het water als zodanig bestemd. Het water kan tevens worden gebruikt door de brandweer als bluswater. De gronden met de bestemming water kunnen niet worden omgezet in groenvoorziening. De bestemming water dient als watercompensatie in het plangebied, door de gronden zodanig te bestemmen is dit gewaarborgd. Wonen (artikel 8) De te bouwen woningen en bijbehorende bouwwerken en voorzieningen in het plangebied zijn als zodanig bestemd. Woningen dienen binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd in overeenstemming met de aangeduide maximale goot- en bouwhoogte. Bij woningen zijn onder voorwaarden aan-huis-gebonden-activiteiten toegestaan en worden regels gegeven voor erfbebouwing. Aan huis verbonden activiteiten, hierbij wordt gedacht aan een praktijk voor een (huis)arts of fysiotherapie, dan wel voor een advocaat of een juridisch of financieel adviseur, zijn mogelijk, maar het woonkarakter dient het uitgangspunt te blijven. Daarom behoren deze beroepsactiviteiten ondergeschikt te blijven aan het wonen. Dit is geregeld door het stellen van een maximaal percentage (35%) van het woonoppervlak voor andere dan woonactiviteiten te bestemmen. Waterstaat - Waterkering (artikel 9) Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Rijnland. De Stommeerkade is een regionale waterkering (boezemkade).
Ter bescherming van deze waterkering zijn door Rijnland een kernzone, een beschermingszone en een buitenbeschermingszone vastgesteld. De aangewezen gronden zijn bestemd voor de bescherming en het onderhoud van de waterkering. Bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegestaan ten behoeve van het onderhoud en de instandhouding van de waterkering. Anti-dubbeltelregel (artikel 10) Deze bepaling dient om te voorkomen dat bijvoorbeeld een grondoppervlak dat in een bepaald geval al eens als berekeningsgrondslag voor de toelaatbare oppervlakte aan bebouwing heeft gediend, later nog eens als berekeningsgrondslag voor een ander bouwwerk wordt gebruikt, maar dat dan tot gevolg heeft dat in het eerste geval een situatie ontstaat die afwijkt van het plan. Algemene bouwregels (artikel 11) In dit artikel (toegelaten overschrijdingen) wordt aangegeven in welke gevallen de in dit plan aangegeven bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en/of hoogtematen overschreden mogen worden. Dit betreffen bijvoorbeeld liftkokers, schoorstenen en balkons. Algemene gebruiksregels (artikel 12) In dit artikel worden de algemene regels omtrent gebruik vastgelegd. Naast het algemene verbod om gronden en opstallen in strijd met de bestemming te gebruiken, zijn er een aantal specifieke gebruiksverboden opgenomen. Tevens zijn de regels ten behoeve van een beroep of bedrijf aan huis toegevoegd.
Algemene afwijkingsregels (artikel 13) In dit artikel wordt bepaald in het kader van welke algemene afwijkingen in het plangebied gebruik gemaakt kan worden. Algemene aanduidingsregels (artikel 14 tot en met 18) In de algemene aanduidingsregels zijn regels opgenomen over de gebiedsaanduiding 'Geluidszone - industrie Schiphol' (artikel 14) en de diverse gebiedsaanduidingen in verband met het Luchthavenindelingbesluit (15 tot en met 18,'Luchtvaartverkeerzone').
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
pagina
Deze bepalingen geven extra regels die voortvloeien uit de geluidszone die voor Schiphol geldt. Overgangsrecht (artikel 19) Samengevat wordt hierin gewaarborgd dat bouwwerken en gebruiksvormen die bij de totstandkoming van het plan reeds bestaan, maar nu in strijd raken met het plan, mogen blijven bestaan. Daarbij wordt het hierin mogelijk gemaakt om op te treden tegen eerder ontstaan illegaal gebruik. Slotregel (artikel 20) Voor de duidelijkheid, o.a. bij benoeming en verwijzing, is hierin een eenduidige naam voor het gehele plan inclusief de toelichting aangegeven.
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
pagina
HOOFDSTUK 5 BELEIDSKADER 5.1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de belangrijkste ruimtelijke beleidskaders. Achtereenvolgens komt het relevante rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijk beleid aan bod. Het beleid en de wetgeving op milieugebied wordt behandeld in hoofdstuk 6.
5.2 Rijksbeleid Hieronder volgt het beleid van het rijk, waar indien relevant voor het plangebied rekening wordt gehouden in dit bestemmingsplan.
5.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Amvb Ruimte Op 12 februari 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De SVIR is op 13 maart 2012 in werking getreden. Het bij de structuurvisie behorende Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) was al op 30 december 2011 in werking getreden. In de structuurvisie staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. De nieuwe structuurvisie vervangt verschillende beleidsnota's, waaronder de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040 en de Nota Mobiliteit. In de structuurvisie zijn drie hoofddoelen geformuleerd om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn tot 2028. Het gaat hierbij om de volgende doelstellingen: <0000> Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; <0000> Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; <0000> Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Uit deze drie hoofddoelen komen onderwerpen voort die van nationaal belang zijn. Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld.
De nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen, worden daarom geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de Amvb Ruimte. Deze Amvb is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Geen van de in het Barro geregelde onderwerpen heeft invloed op het onderhavige plangebied. De betreffende onderwerpen zijn niet aan de orde in het kader van dit bestemmingsplan. Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid 2 en 3 Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling.
Indien het bestemmingsplan een ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied dient tevens een motivering te worden opgenomen waarin
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
pagina
wordt onderbouwd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Voor het voorliggende bestemmingsplan is van belang dat het voorgaande bestemmingsplan voor deze locatie (Stommeerkade- Oost) voorzag in een uitwerkingsverplichting voor deze locatie en daarmee een planologisch onbenutte mogelijkheid bood. Onbenutte planologische mogelijkheden mogen worden opgenomen in een nieuw bestemmingsplan, zonder dat hoeft te worden voldaan aan de in de artikel 3.1.6. tweede lid van het Bro genoemde voorwaarden (zie onder meer ABRvS 1 juli 2015, zaaknummer 201401417/1/R1. Wél wordt voor een deel van het plangebied t.o.v. de bestemming Bedrijven- Uit te werken voorzien in 6 nieuwe woningen, waarmee in totaal maximaal 10 woningen worden gerealiseerd. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (zie ABRvS 28 juni 2017, 201608869/1/R3). Los daarvan kan worden opgemerkt dat er in de regio Groot- Amsterdam een grote vraag naar woningen is, zo ook in de gemeente Aalsmeer.
In Aalsmeer zijn dan ook diverse plannen in uitvoering en in voorbereiding om de vraag naar woningen op te lossen (de zogenaamde planvoorraad) en tevens te voorzien in een woningvoorraad die aansluit bij de vraag vanuit de markt. De provincie Noord-Holland monitort de woningbouwontwikkeling en de woningbehoefte per regio, om inzicht te krijgen in de Noord-Hollandse woningbouwproductie. Zoals ieder jaar is onderzoek gedaan naar de plancapaciteit (aantal woningen in bestaande plannen) bij Noord-Hollandse gemeenten. In de Monitor Woningbouw 2016 van de provincie is voor de periode 2016-2020 een totale woningbehoefte van 59.000 woningen aangegeven voor Noord-Holland Noord en MRA. Omdat, zowel op de korte als op de lange termijn, een tekort aan plancapaciteit dreigt is en wordt gezocht naar extra plancapaciteit in de hele regio. Het regionaal gewenste bouwprogramma voor de gemeente Aalsmeer bedraagt 1632 woningen in de periode 2020-2024 . De 10 woningen die binnen het plangebied zijn beoogd vallen voor een groot deel binnen de plancapaciteit van de gemeente voor de periode 2020-2024 (bron: www.plancapaciteit.nl). De woningen zullen derhalve bijdragen aan het oplossen aan het tekort aan plancapaciteit in de periode 2020-2024 en voorzien daarmee zonder meer in een actuele regionale behoefte.
5.2.2 Luchthavenindelingbesluit Schiphol (2002)
In het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (Lib) dat hoort bij de Wet luchtvaart zijn ruimtelijke maatregelen in verband met de luchthaven Schiphol opgenomen. Op gronden zoals bedoeld in artikel 2.2.1, 2.2.2, 2.2.2a en 2.2.3 van het Luchthavenindelingbesluit gelden in bepaalde gebieden rondom Schiphol aanvullende bepalingen met betrekking tot bebouwing en gebruik van bebouwing, bouwhoogten en functies met een vogelaantrekkende werking. Op 1 januari 2018 is een nieuwe versie van het LIB van kracht geworden. Gemeenten hebben daarin meer ruimte gekregen voor een afweging tussen enerzijds het beperkt houden van de hinder door luchtvaartgeluid en anderzijds woningbouw. De 20Ke-contour is nu ook in het LIB opgenomen als LIB 5-gebied. De regelwijziging ziet op een eigen bevoegdheid voor het lokaal bestuur om binnen bestaand stedelijk gebied woningen toe te voegen. In het gebied binnen zone 4 blijft wel de grens van 25 woningen per bouwplan gehandhaafd. In het bestaand stedelijk gebied binnen de 20 Ke-contour gelden geen kwantitatieve beperkingen aan woningbouw. Het plangebied valt binnen de invloedzones van luchthaven Schiphol. Voor het plangebied geldt een beperking ten aanzien van geluidgevoelige objecten. Het
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
pagina
plangebied ligt geheel binnen zone 4 van het Luchthavenindelingbesluit. Op grond hiervan mag er binnen dit gebied maximaal 25 woningen worden gerealiseerd. Hier wordt aan voldaan. Het voorliggende plan valt binnen het beperkingengebied voor hoogte van het LIB. Op grond van artikel 2.2.2 en artikel 2.2.2.a van het LIB zijn op gronden die zijn aangewezen op de kaarten in bijlage 4 en 4a bij het besluit geen objecten toegestaan die hoger zijn dan de op de kaarten aangegeven maximale waarden. De hoogtes zijn gerelateerd aan het N.A.P. Er mogen geen gebouwen of bouwwerken worden gerealiseerd die hoger zijn dan op bijlage 1 en bijlage 2 behorende bij de planregels staat aangegeven. Verder zijn geen vogelaantrekkende functies toegestaan, zoals: industrie in de voedingssector met extramurale opslag of overslag, viskwekerijen met extramurale bassins, opslag of verwerking van afvalstoffen met extramurale opslag of verwerking, natuurreservaten of vogelreservaten, moerasgebieden of oppervlaktewater groter dan 3 hectare, artikel 2.2.3 van het LIB. Het bestemmingsplan maakt dergelijke functies niet mogelijk. Daarnaast ligt het plangebied binnen de 20 Ke-zone (zie paragraaf 5.3.3).
5.3 Provinciaal beleid 5.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De "Omgevingsvisie NH2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid" betreft een structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening. In de omgevingsvisie heeft de provincie haar ruimtelijke toekomstvisie vastgelegd en heeft zij tevens aangegeven hoe zij deze visie denkt te zullen realiseren. Het uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat Noord-Holland een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau heeft. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. In de omgevingsvisie worden ambities genoemd op het gebied van de leefomgeving, het gebruik van de leefomgeving en de energietransitie. De ambities ten aanzien van de leefomgeving luiden als volgt: Een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland. In het kader van gezondheid en veiligheid, het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het vergroten van de biodiversiteit van Noord-Holland.
Voor het gebruik van de leefomgeving gelden de volgende ambities: Een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor, daardoor is er ruimte voor ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. Verder wil de provincie vraag en aanbod van woon- en werklocaties beter afstemmen (kwantitatief en kwalitatief). Daarbij moet woningbouw, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends, vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden worden gepland. Duurzaamheid van de totale woningvoorraad is het uitgangspunt. De derde ambitie binnen deze categorie is het effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen van inwoners, bedrijven en producten van Noord-Holland, waarbij negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
pagina
steeds nadrukkelijk worden meegewogen. Als laatste geldt het behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Voor energietransitie is de overkoepelende ambitie dat Noord-Holland in 2050 volledig klimaatneutraal is en gebaseerd op hernieuwbare energie. Daarom is er ruimte voor de noodzakelijke energietransitie en daarvoor benodigde infrastructuur. Dit alles rekening houdende met de ambities voor verstedelijking en landschap. Relevantie plangebied Per project wordt door de gemeente Aalsmeer bekeken hoe bij de ambities van de provincie kan worden aangesloten. De duurzaamheidambitie bij de nieuwe woningen is een 'Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG)'. De woningen worden gerealiseerd zonder gasaansluiting. De beoogde nieuwe woningen moeten duurzaam gebouw worden. Dit houdt onder andere in: minder energiegebruik, ecologisch verantwoord en duurzame materialen.
5.3.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening Gedeputeerde Staten heeft de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) vastgesteld. Door middel van de PRV is de doorwerking naar gemeentelijke bestemmingsplannen geregeld. In de verordening is het provinciale beleid in regels vertaald. Het betreft regels voor de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen over onderwerpen binnen het gehele provinciale grondgebied (Hoofdstuk 2, artikelen 5a t/m 8a) en specifiek voor het landelijke gebied van Noord-Holland waarmee een provinciaal belang mee gemoeid is (Hoofdstuk 3, artikelen 13a t/m 18). Daarnaast worden er regels gesteld over thema's die betrekking hebben op Natuurnetwerk Nederland (Hoofdstuk 4), de Blauwe Ruimte (Hoofdstuk 5) en Energie (Hoofdstuk 6). Regels voor het gehele grondgebied Uitgangspunt is dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen (zoals gesteld in artikel 1.1.1, onder i. Bro) zoals woningbouw in overeenstemming is met regionale afspraken (artikel 5a voor nieuwe stedelijke ontwikkeling en 5d voor transformatie glastuinbouw). Gedeputeerde Staten hebben nadere regels vastgesteld om deze regionale afspraken te concretiseren. Uitgangspunt is dat de regionale afspraken zijn gebaseerd op het Regionaal Actie Programma Wonen (RAP). Conform artikel 5e van de PRV kan een bestemmingsplan voorzien in nieuwe woningen binnen de 20 Ke-contour uitsluitend binnen het BSG.
Tot BSG wordt gerekend het gebied als bedoeld in artikel 1.1.1 onder h. van het Besluit ruimtelijke ordening: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Voor zover het bestemmingsplan nieuwe woningen toestaat binnen de 20 Ke-contour, dient in de bestemmingsplantoelichting rekenschap te worden gegeven van het feit dat op de locatie sprake is van geluid vanwege het luchtverkeer en worden de redenen vermeld die er toe hebben geleid dat op de locatie nieuwe woningen worden bestemd, alsmede de uitkomsten van het onderzoek naar de maatschappelijke haalbaarheid hieromtrent. Regels met betrekking tot energie Artikel 33 van de PRV stelt dat bestemmingsplannen voor onder andere woningbouw dienen te beschrijven op welke wijze invulling wordt gegeven aan (inzet van) energiebesparing en inzet van duurzame energie, waaronder mede wordt verstaan het gebruik van restwarmte , Warmte Koude Opslag en aardwarmte, zonne-energie en
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
pagina
biomassa. Daarnaast dient een nieuwe stedelijke ontwikkeling aan eisen van duurzaam bouwen te voldoen. Relevantie plangebied Volgens de kaart van de provincie Noord-Holland met woningbouwlocaties Metropoolregio Amsterdam staat Parkmeer als woningbouwlocatie aangegeven en is opgenomen in de monitor plancapaciteit (www.plancapaciteit.nl). Ook ligt de locatie binnen de 20-KE contour. Ter plaatse van de projectlocatie zijn op grond van het vigerende bestemmingsplan middels een uitwerkingsplicht woningen en bedrijven toegestaan. Woon- en bedrijfbestemmingen vallen onder BSG. De ontwikkeling is in overeenstemming met artikel 5e van de PRV. Voor het bouwen binnen een 20 Ke-contour en de wijze waarop rekenschap worden gegeven wordt verwezen naar paragraaf 5.3.3.1 .Paragraaf 3.1.5van deze toelichting gaat in op de wijze waarop met het aspect energie en duurzaam bouwen is omgegaan
5.3.3 Wonen en vliegen 20 Ke-contour Zoals in paragraaf 5.2.2 is toegelicht is de wijziging van het Lib externe veiligheid en geluid in werking getreden. Onder het nieuwe regime krijgen gemeenten in bestaand stedelijk gebied in zone 4 een eigen bevoegdheid om te besluiten over bouwplannen tot een maximum van 25 woningen per plan. Ook wordt de 20 Ke-contour in het Lib verankerd. Voor het gebied binnen de 20 Ke (en buiten zone 4) worden in bestaand stedelijk gebied geen beperkingen opgelegd. In de vorige paragraaf is onderbouwd dat de locatie gerekend moet worden tot bestaand stedelijk gebied. In samenhang met de ruimte voor woningbouw binnen de 20 Ke-contour zijn een aantal bestuurlijke afspraken gemaakt in het kader van het SMASH-traject: <0000> De gemeente maakt een transparante afweging van woningbouw binnen de 20 Ke-contour in het bestemmingsplan; <0000> De gemeente bewaakt de zorg voor een deugdelijke en objectieve informatievoorziening richting toekomstige gebruikers; <0000> De gemeente neemt verantwoordelijkheid voor klachtenafhandeling; <0000> De luchtvaartsector wordt gevrijwaard van extra kosten. Het eerste onderdeel is van belang voor ruimtelijke procedures en geeft betekenis aan het zogenaamde 'rekenschap geven' dat is verankerd in artikel 5e lid 3 van de PRV. Over de andere drie onderdelen worden in de Bestuurlijke Regie Schiphol (BRS) nadere afspraken gemaakt.
Deze afspraken staan los van het planologische-juridische traject om woningbouwontwikkelingen mogelijk te maken. 5.3.3.1 Belangenafweging geluidsbelasting vs. noodzaak tot woningbouw In juli 2016 is er tussen regio, Rijk en luchtvaartsector een akkoord bereikt binnen het onderdeel “wonen en vliegen” van het SMASH-traject. Met dit akkoord is met het oog op de leefbaarheid en vitaliteit en in verband met de woningbouwopgave in de metropoolregio meer afwegingsruimte voor woningbouw overeengekomen voor het lokaal bestuur. Per 1 januari 2018 is conform deze afspraken het Luchthavenindelingbesluit gewijzigd. Tevens is het beleid voor het gebied binnen de 20 Ke-contour in het Lib verankerd. In samenhang met de vergroting van de lokale afwegingsruimte dienen gemeenten de afspraken na te komen die zijn gemaakt om te voorkomen dat de luchtvaartsector voor extra kosten komt te staan door nieuwe woningbouwontwikkelingen. Kern van deze afspraken is het rekenschap geven van vliegtuiggeluid in ruimtelijke plannen, mede met het oog op objectieve en vroegtijdige informatievoorziening van (toekomstige) bewoners.
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
pagina
In samenspraak met de gemeenten in de regio is een handreiking opgesteld hoe op transparante wijze de afspraak over rekenschap geven in te vullen. Deze handreiking is in een provinciale beleidsregel vertaald. Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen zal de provincie aan deze regel toetsen. Conform deze regel dient in ruimtelijke plannen een aantal stappen te worden doorlopen om te kunnen concluderen dat aan de afspraak over rekenschap geven is voldaan: a. een weergave en beschrijving van de exacte ligging van de woningbouwlocatie in het beperkingengebied; b. een beschrijving van de huidige geluidssituatie op die woningbouwlocatie; c. een beschrijving van verwachte toekomstige ontwikkelingen die kunnen zorgen voor een verandering van de huidige geluidssituatie op de woningbouwlocatie; d. een beschrijving van de belangen die met de beoogde woningbouw zijn gemoeid gelet op de leefbaarheid en de lokale vitaliteit, de kwaliteit van de locatie en/of de regionale woningbouwmarkt en woningbouwopgave; e. een slotconclusie over de bevindingen naar aanleiding van de onderwerpen bedoeld in a., b., c. en d. Ad a: De ligging in het beperkingengebied De planlocatie is gelegen binnen de 20 Ke contour en binnen de beperkingengebied van de 58 Lden-contour.
Ad b: de huidige geluidssituatie Gegevens over de actuele geluidbelasting vanwege vliegtuigverkeer kunnen worden ontleend aan de geluidbelastingkaarten die elke vijf jaar volgens de Europese richtlijn omgevingslawaai worden opgesteld en de informatie op de website van het Bewonersaanspreekpunt Schiphol. In het kader van de Europese richtlijn omgevingslawaai karteren gemeenten de geluidsbelasting van een luchthaven als die groter of gelijk is aan 55 dB Lden of 50 dB Lnight. De huidige geluidbelastingkaarten dateren van juni 2017. Volgens deze kaarten ondervindt de planlocatie een geluidbelasting van meer dan 55 dB Lden en 50 dB Lnight. Conform het Bouwbesluit 2012 bedraagt de minimale karakteristieke geluidwering van de gevel 20 dB bij een binnenniveau van 33 dB in de woningen. Voor de bepaling van de karakteristieke geluidwering van de gevels dient uitgegaan te worden van de gecumuleerde geluidbelasting op de gevels. Ad c: toekomstige ontwikkeling In het zogenaamde Aldersakkoord van 2008 zijn afspraken gemaakt over de ontwikkeling van Schiphol tot 2020. In het akkoord is vastgelegd dat Schiphol mag groeien tot maximaal 500.000 vluchten per jaar. Na 2020 mag de luchthaven verder groeien op basis van een evenredige verdeling van de gerealiseerde milieuwinst tussen de sector en de omgeving. Volgens deze afspraak mag 50% van de milieuwinst worden ingezet voor verdere groei.
De andere 50% komt ten goede aan de kwaliteit van de leefomgeving. Conform de afspraken uit het Aldersakkoord wordt strikt geluidpreferentieel gevlogen. Dit betekent dat die banen worden ingezet die het minst geluidoverlast veroorzaken. Op dit moment wordt in het kader van de Omgevingsraad Schiphol gewerkt aan advisering van de verantwoordelijke minister over de verankering van het geluidpreferentiële stelsel in wet- en regelgeving en over de verdere ontwikkeling van Schiphol na 2020 in balans met de omgeving. Het vliegverkeer boven het projectgebied betreft voornamelijk het startend en landend verkeer op de Aalsmeerbaan. In de afgelopen jaren zijn tal van maatregelen genomen om zowel geluidbelasting als geluidhinder door vliegverkeer in de omgeving van Schiphol te verminderen. Vliegtuigen hebben stillere motoren gekregen, er zijn vaste
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
pagina
vertrekroutes gekomen die zoveel mogelijk om grote woonkernen heen gaan en er zijn afspraken gemaakt over nachtelijke start- en landingsprocedures. Hierdoor is de geluidbelasting rond Schiphol sinds de jaren negentig van de vorige eeuw afgenomen, ondanks de groei van het vliegverkeer. Er zijn in het verleden al hinderbeperkende maatregelen genomen betreffende de Aalsmeerbaan: <0000> Vervroegde nachtprocedures (van 23:00 naar 22:30 uur) <0000> Introductie van vaste naderingsroutes met continue daalvluchten (bij een glijvluchtnadering is het motorvermogen lager) <0000> Introductie nieuwe vliegtuigtypen <0000> Stillere remprocedure <0000> Aanpassing vliegroutes De huidige operatie op Schiphol benadert het maximale scenario van 500.000 vluchten. De beschreven actuele geluidbelasting benadert daarmee de geluidbelasting die op basis van het maximale aantal van 500.000 vluchten gerealiseerd zal worden. Afhankelijk van de specifieke weersomstandigheden zal dan de geluidbelasting per jaar enigszins kunnen verschillen. Gezondheidsrisico’s van geluidoverlast worden vooral in verband gebracht met slaapverstoring. Van belang in dit verband is dat de Aalsmeerderbaan in beginsel ’s nachts is gesloten. De nacht duurt van 23.00 uur tot 06.00 uur. De sluiting van de Aalsmeerderbaan in de nacht staat voor zover nu bekend ook in de toekomst niet onder druk.
ad d: het belang van woningbouw Deze bouwlocatie heeft met name een functie om de ongewenste doorsnijding van het dorp als gevolg van het tracé van de oude N201 over de Burgemeester Kasteleinweg ongedaan te maken. De kwaliteit van de leefomgeving wordt in Aalsmeer negatief beïnvloedt door het gebrek aan samenhang tussen de verschillende delen van het dorp. Het gebrek aan samenhang in het centrum van Aalsmeer komt voor een groot deel voort uit de doorsnijding van het dorp door het tracé van de N201 over de Burgemeester Kasteleinweg. De wens om de N201 om te leggen om onder meer de kernen van Aalsmeer te ontzien stamt reeds uit de jaren zestig. Het “Masterplan Corridor N201 vormt sinds 1996 het vertrekpunt voor de stedelijke ontwikkeling van Aalsmeer. De uitvoering van de omlegging is gestart in 2006 op basis van het Regioakkoord van 2002 en de realisatieovereenkomst van 2004. In 2014 is de nieuwe N201 volledig opengesteld. Herinrichting van het oude tracé en de aanpalende gebieden zijn nu aan de orde. De gemeente pakt de herontwikkeling in verschillende deelplannen aan. Deze herontwikkelingen zijn een onderdeel geweest van de afspraken die de gemeente heeft gemaakt met de provincie Noord-Holland naar aanleiding van de omlegging van de N201. Het gaat in dit geval dus om een locatie die vrijkomt waarvoor een passende invulling moet worden gevonden.
Een zoektocht naar een geschikte locatie buiten de 20 Ke-contour is dus nu niet aan de orde omdat voor deze specifieke locatie een herstructureringsopgave ligt die vanuit het oogpunt van leefbaarheid van de wijk dient te worden opgepakt. Het concentreren van de woningbouw in de zone van de planlocatie die is gelegen buiten de 20 Ke-contour is niet gewenst. Transformatie naar andere kostendrager dan wonen is niet passend in het karakter van de omgeving, namelijk woningbouw. Paragraaf 5.2.1 gaat in op de actuele behoefte van woningbouw. Daarin wordt geconcludeerd dat deze behoefte voor deze woningbouwregio in ruime mate aanwezig is. Sterker nog, er dreigt een tekort aan locaties waarbinnen de grote behoefte kan worden ingelost. Mede vandaar ook het door het Rijk uitgedragen beleid dat
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
pagina
woningbouw binnen de 20 Ke-contour, mits binnen BSG, hier een bijdrage aan kan leveren. Ad e: slotconclusie Het wegsaneren van gebiedsvreemde bedrijvigheid en kassen langs de Burgemeester Kasteleinweg/Burgemeester Hoffscholteweg levert een kwaliteitsverbetering op voor de wijk. Wonen is, gezien het karakter van de omgeving, de enige voor de hand liggende bestemming. Hiertegen bestaan vanuit de afweging van de geluidbelasting vanwege vliegtuiggeluid geen zwaarwegende bezwaren. Geconcludeerd kan worden dat er groot belang aan het realiseren van de woningbouw wordt gehecht en dat daarbij de aanwezige geluidshinder zorgvuldig en transparant is meegewogen. De woningen dienen conform het Bouwbesluit te worden gebouwd zodat het geluidsniveau in de woning niet hoger zal zijn dan 33 dB. In de planontwikkeling zijn een aantal stedenbouwkundige keuzes gemaakt die bijdragen aan een beter woon- en leefmilieu met betrekking tot de aanwezige geluidhinder. Buitenruimten van woningen (achtertuinen e.d.) zijn gericht aan de geluidluwe zijden van de locatie door de oriëntatie van de voorgevels richting het openbaar gebied te richten. Belangrijk in dit kader is ook het realiseren van een parkachtige groene opzet in het midden van het plangebied. Deze groenbestemmingen biedt ruimte voor struweel en beplanting om hinder te verzachten.
Aanvullend zijn er in de regels een 2-tal voorwaardelijke verplichtingen opgenomen ter borging van een goed woon- en leefklimaat voor toekomstige bewoners, namelijk een verplichting om gevels met een bepaalde geluidwerendheid te realiseren enerzijds en tevens een verplichting dat er een afsluitbare buitenruimte wordt gerealiseerd met een aantoonbare gevel- en dakisolatie van minimaal 15 dB, zie verder paragraaf 6.3 Afhankelijk van persoonlijke omstandigheden kan vliegtuiglawaai voor hinder zorgen. Om deze reden is het van belang open en transparant te informeren over de mogelijkheid van vliegtuiglawaai. Door vroegtijdig te informeren over geluidhinder van vliegtuigen kan hinderbeleving worden voorkomen. Informatievoorziening over vliegtuiggeluid valt buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan. In het kader van het bouwproject wordt op een deugdelijke informatievoorziening van de toekomstige bewoners ingezet. 5.3.3.2 Externe veiligheid Het vliegverkeer van en naar Schiphol brengt tevens externe veiligheidsrisico’s met zich mee. In heel Nederland kan een vliegtuig neerstorten maar de meeste luchtvaartongevallen gebeuren op of in de directe omgeving van een vliegveld. In het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol (LIB) zijn daarom regels opgenomen onder meer ten aanzien van het onderwerp externe veiligheid.
In bijlage 3 van het LIB is het gebied voor ‘beperkingen bebouwing’ aangewezen. Voor externe veiligheid zijn de zones 1 en 3 relevant; 2 en 4 hebben betrekking op geluid. Zone 1 is de sloopzone vanwege externe veiligheid. In dit gebied is het doel om het risico van slachtoffers op de grond ten gevolge van een vliegtuigongeluk te minimaliseren. Om die reden zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten niet toegestaan. Alleen zeer extensief gebruik van gronden is mogelijk. Zone 3 wordt afgebakend door de zogenaamde PR 10-6 contour. Binnen deze contour is de kans dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als direct gevolg van een vliegtuigongeval, 1 op de miljoen per jaar. Binnen zone 3 is – gelet op de risico’s – tevens het doel om grote concentraties van personen te voorkomen. Ook is een nieuw ‘afwegingsgebied’ (zone 5) toegevoegd aan bijlage 3 van het LIB. In dit gebied (afgebakend door de voorheen geldende planologische 20Ke zone) bestaat er een enigszins verhoogde kans op een vliegtuigongeval met dodelijke slachtoffers op de
ontwerp toelichting Bestemmingsplan Parkmeer
pagina
grond. Gelet hierop dienen gemeenten op grond van artikel 2.2.1.d, lid 2 LIB te motiveren de wijze waarop rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied valt binnen zone 5. Onderliggend bestemmingsplan heeft tot gevolg dat het gebied intensiever wordt gebruikt dan in de huidige situatie. Dit betekent dat in het geval van een vliegtuigongeval er meer slachtoffers kunnen vallen dan in de huidige situatie. Dit mogelijk gevolg wordt echter om de volgende redenen aanvaardbaar geacht. <0000> De kans op een dergelijke ramp binnen het plangebied is zeer klein te noemen. Het is in ieder geval kleiner dan 1 op de miljoen per jaar, gelet op de ligging buiten zone 3. Een kans van 1 op de miljoen per jaar wordt in het algemeen (bij andere risicobronnen) als zo gering gezien dat het risico als aanvaardbaar wordt geacht. De kans op het optreden van een dergelijk incident is verwaarloosbaar klein. <0000> Er zijn geen gevaarlijke of ontplofbare objecten in de omgeving van het plangebied waardoor vervolgschade (kettingreactie of domino-effect) zou kunnen ontstaan. <0000> De gemeente kan geen maatregelen treffen om een dergelijk ongeluk te voorkomen (bronmaatregel). Er wordt uiteraard alles aan gedaan om het vliegverkeer zo veilig mogelijk te laten verlopen.
De (rijks)overheid stelt strenge eisen aan luchthavens, de verkeersleiding en luchtvaartmaatschappijen. De eisen zijn zowel ten aanzien van vliegtuigen (technische veiligheid), maar ook voor persoonlijke veiligheid. Er zijn regels voor bemanningen, voor mensen die op of in de buurt van de luchthaven werken en voor reizigers. De overheid controleert of de organisaties aan de gestelde eisen voldoen. <0000> De mogelijkheden voor het treffen van effectmaatregelen om de gevolgen te beperken, zijn zeer gering. In het algemeen geldt dat nieuwbouw (gelet op de eisen van Bouwbesluit 2012) zeer goed bestand is tegen brand. Aanwezigen in een pand zijn derhalve goed beschermd tegen hittestraling indien een vliegtuig in de directe omgeving van het gebouw neerstort. Hiernaast kunnen de gevolgen beperkt worden door minder intensieve bebouwing. Dit is echter juist de doelstelling van onderliggend bestemmingsplan. Zie voor motivering intensivering paragraaf 6.3.3.1. <0000> De hulpdiensten treden in het geval van een ramp volgens het hiervoor geldende protocol op. De kwaliteit van de hulpdiensten wordt door intensieve monitoring steeds verbeterd. Sinds de Bijlmerramp zijn de lokale rampenplannen verbeterd. Lokale bestuurders zijn en worden getraind in het leiding geven tijdens crisissituaties. Dit wordt periodiek herhaald en geëvalueerd.