CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

toelichting ontwerpbestemmingsplan Waterfront

1b. Commissie Ruimte Oordeelsvormend 5 maart 2024, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Waterfront, wijzigen begrenzing Beschermd Dorpsgezicht12.347 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.8 Geluid

Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor het geluidniveau op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen. In de Wet geluidhinder wordt voor nieuw te bouwen geluidgevoelige objecten binnen de zone van een weg een voorkeurswaarde gehanteerd van 48 dB. Wanneer deze waarde wordt overschreden, zal moeten worden nagegaan welke geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om deze overschrijding terug te brengen, bij voorkeur tot 48 dB. Daarnaast is er in de wet een bovengrens opgenomen, de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Indien de geluidbelasting hoger is dan deze waarde, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen in principe niet mogelijk. Wanneer de geluidbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximaal toelaatbare geluidbelasting ligt, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen aan beperkingen gebonden en alleen onder voorwaarden mogelijk.

ontwerp toelichting Bestemmingsplan Waterfront

pagina

Relevantie plangebied Het voorliggende bestemmingsplan heeft een conserverend karakter. Dit betekent, dat geen nieuwe woningen en andere gevoelige bestemmingen zijn toegelaten. Er is daarom geen verder akoestisch onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder noodzakelijk. Toch zijn, omdat omwonenden na het besluit over de omgevingsvergunning aangaven dat zij geluidoverlast verwachten als gevolg van recreanten aan het Waterfront, de geluidniveaus ten gevolge van recreanten aan het Waterfront bepaald en zijn deze vervolgens getoetst aan de grenswaarden die gelden voor een acceptabel woon­ en leefklimaat. Hierbij is aangesloten bij de VNG­publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' en zijn de geluidniveaus gerelateerd aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. In Bijlage 1 is het rapport opgenomen van het akoestisch onderzoek naar het geluid naar de omgeving na uitbreiding van het Waterfront (Peutz, Uitbreiding Waterfront Aalsmeer, Geluid naar de omgeving na uitbreiding, rapportnummer O 16633­2­RA, d.d. 25 juni 2021, bijlage 1. Aan de hand van de VNG­publicatie is een richtafstand van 200 meter bepaald. In eerste instantie is gekeken of binnen de richtafstand woningen gelegen zijn. De geluidgevoelige bestemmingen liggen op een kortere afstand van de oppervlaktebron dan de richtafstand (hulplijn) conform de VNG­publicatie (zie figuur hieronder).

In tweede instantie is gekeken of voor deze geluidgevoelige bestemmingen binnen de richtafstand voldaan kan worden aan de 45 dB(A) etmaalwaarde. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat hieraan wordt voldaan. Volgens de VNG­publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' uit 2009 is dan sprake van een acceptabel woon­ en leefklimaat. In het akoestisch rapport wordt overigens nog uitgegaan van het realiseren van een vlonder/ steiger rondom de watertoren. Deze zal niet meer ­ zie ook paragraaf 1.1. ­ worden gerealiseerd en is ook niet in dit bestemmingsplan opgenomen.

Contour 200 meter: richtafstand / hulplijn (bron: Peutz)

ontwerp toelichting Bestemmingsplan Waterfront

pagina

Omdat voldaan wordt aan de VNG­publicatie voldoen de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus ook aan de algemene geluidgrenswaarden uit het Activiteitenbesluit in de dag­ en avondperiode. Uit het onderzoek volgt ook dat het maximale geluidniveau ten hoogste 63 dB(A) bedraagt voor zowel de dag­ als avondperiode ter hoogte van de Stommeerweg. Hiermee wordt voldaan aan de grenswaarden voor het maximale geluidniveau voor bedrijven uit het Activiteitenbesluit in de dag­ en avondperiode. Op basis van het geluidsonderzoek kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de omliggende woningen sprake is van een goed woon­ en leefklimaat".

4.9 Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de hoofdlijnen voor regelgeving van de luchtkwaliteitseisen vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Artikel 5.16 Wm geeft weer onder welke voorwaarden de bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (zoals wijzigingen van een bestemmingsplan) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in principe geen belemmering: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt per saldo niet tot verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. Vanaf 1 augustus 2009 is het NSL in werking getreden. In het NSL zijn alle maatregelen opgenomen die de luchtkwaliteit moeten verbeteren en tevens zijn ruimtelijke ontwikkelingen opgenomen die de luchtkwaliteit verslechteren. Overheden zijn gehouden de in het NSL opgenomen maatregelen uit te voeren en kunnen het NSL gebruiken als onderbouwing bij plannen voor de NSL­projecten. Met het NSL laat de Nederlandse overheid zien hoe zij aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit gaat voldoen.

Grenswaarden Voor de beoordeling van de situatie in de omgeving van het plan zijn met name de volgende grenswaarden uit de Wet milieubeheer relevant: de jaargemiddelde concentraties voor stikstofdioxide (NO2) moeten vanaf 2015 voldoen aan de grenswaarde van 40 µg/m3; voor fijn stof (PM10) geldt vanaf 2011 een grenswaarde van 40 µg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie; de 24­uurgemiddelde waarde voor PM10 mag niet vaker dan 35 keer per jaar overschreden worden (39 keer als rekening wordt gehouden met de zogenoemde zeezoutaftrek); voor PM2,5, deeltjes nog kleiner dan PM10, zijn ook grenswaarden vastgesteld. Deze zijn niet strenger dan de huidige norm voor daggemiddelde concentraties van PM10. Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) Met het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' ­ zoals een school of kinderopvang ­ in de nabijheid van provinciale wegen (binnen 50 meter) en rijkswegen (binnen 300 meter) beperkt. Dat geldt voor nieuwe situaties en bestaande situaties die worden uitgebreid, waarbij sprake is van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden voor NO2 of PM10. Binnen dit bestemmingsplan bevinden zich geen gevoelige bestemmingen.

ontwerp toelichting Bestemmingsplan Waterfront

pagina

Besluit en Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) In het Besluit niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is vastgelegd wanneer een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Een project is NIBM als het niet meer dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde voor NO2 en PM10 bijdraagt; concreet betekent dit een bijdrage van maximaal 1,2 µg/m3. Met name NO2 en PM10 zorgen in Nederland nog voor overschrijdingen van grenswaarden, vandaar dat deze grens is gekozen. In de Regeling NIBM is een aantal categorieën met maximale groottes aangewezen die NIBM zijn, waaronder woningbouw, kantoren en bepaalde inrichtingen. Als een project binnen de grenzen van deze Regeling valt, is verdere toetsing aan de grenswaarden niet nodig. Relevantie plangebied Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk. Met het bestemmingsplan wordt daarom ook geen toename van het aantal verkeersbewegingen verwacht. Geconcludeerd wordt dat de luchtkwaliteit daarmee niet "in betekenende mate" zal verslechteren. Aan het bepaalde omtrent luchtkwaliteit wordt dan ook voldaan.

In dat kader kan nog worden vermeld dat recentelijk ook in het kader van de verleende vergunning voor het Waterfront luchtkwaliteitonderzoek is verricht Uit de NSL­Monitoringstool bleek dat de jaargemiddelde concentraties binnen 3 km van het projectgebied ruim onder de grenswaarden uit de Wet milieubeheer (Wm) liggen. Hierdoor kon worden uitgesloten dat door uitvoering van het project op grond van art 5.16, lid 1 sub a de luchtkwaliteitseisen uit de Wm zouden worden overschreden. Het aspect luchtkwaliteit staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.

4.10 Externe veiligheid

Wettelijk kader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen voor derden. Het gaat daarbij zowel om het vervoer van gevaarlijke stoffen (weg, water, spoor en buisleidingen) als om inrichtingen met opslag, productie en/of gebruik van gevaarlijke stoffen. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) zijn risicomaten met bijbehorende risiconormen opgenomen voor respectievelijk inrichtingen en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Relevantie plangebied Omdat het bestemmingsplan geen nieuwe risicobronnen of gevoelige bestemmingen mogelijk maakt, is het omgevingsaspect externe veiligheid niet aan de orde.

4.11 Flora en fauna Wettelijk kader De bescherming van natuur in Nederland is vastgelegd in Europese en nationale wet­ en regelgeving, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. De Wet natuurbescherming (Wnb) is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt sindsdien de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora­ en faunawet, en de Boswet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier­ en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. Soortenbescherming Via de Wet natuurbescherming (Wnb) is de bescherming van diverse inheemse planten en dieren in Nederland vastgelegd. Naast de algemeen geldende zorgplicht voor alle in het wild levende planten en dieren (artikel 1.11 van de Wnb), geldt voor een aantal soorten een aanvullend beschermingsregime. Deze aanvullend beschermde soorten zijn onderverdeeld in drie groepen, namelijk:

ontwerp toelichting Bestemmingsplan Waterfront

pagina

<0000> <0000> <0000>

vogels (artikel 3.1, alle soorten uit de Europese Vogelrichtlijn); overige strikt beschermde soorten, waaronder soorten uit de Europese Habitatrichtlijn (artikel 3.5, dit betreffen o.a. vleermuizen); nationaal beschermde soorten, waaronder soorten uit de Rode Lijst (artikel 3.10).

Het is volgens de Wnb niet toegestaan om (het leefgebied van) beschermde soorten aan te tasten. Dit is vastgelegd middels verbodsbepalingen: activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier­ en plantsoorten zijn verboden. Natura 2000 Via de Wnb is tevens de bescherming van Natura 2000­gebieden vastgelegd. De gebiedenbescherming houdt samengevat in dat een ingreep geen significant negatieve effecten op kwalificerende habitats en/of soorten van Natura 2000­gebieden mag hebben. Indien significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, is een vergunningaanvraag noodzakelijk. Naast plannen in of nabij Natura 2000­gebieden, kunnen ook plannen op grotere afstand van Natura 2000­gebieden significant negatieve effecten op kwalificerende habitats en/of soorten tot gevolg hebben: <0000> Bij plannen op relatief grote afstand van Natura 2000­gebieden kunnen nadelige effecten optreden door toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000­ gebieden. Een toename van meer dan 0,00 mol/ha/jr vraagt om een nadere ecologische beoordeling (passende beoordeling) van de gevolgen. <0000> Plannen kunnen een negatief effect hebben op (leefgebied van) kwalificerende soorten buiten een Natura 2000­gebied, waardoor nadelige effecten optreden op de doelstellingen van het betreffende Natura 2000­gebied.

Dit kan het geval zijn wanneer het foerageergebied van een kwalificerende soort van een Natura 2000­gebied binnen het plangebied ligt. <0000> Effecten op het foerageergebied kunnen leiden tot afname van aantallen binnen het Natura 2000­gebied (bijvoorbeeld bij bruine kiekendief, kleine zwanen, ganzen). Natuur Netwerk Nederland (NNN) De Westeinderplassen maken onderdeel uit van het NNN . Het NNN­gebied Westeinderplassen, Oosteinderpoel en Schinkelbos ligt ingeklemd tussen Aalsmeer, Kudelstaart, Rijsenhout en Schiphol. Het oppervlak van het NNN in dit gebied bedraagt 1.232 hectare. De samenhang binnen het gebied komt vooral tot uitdrukking in het samenhangende oppervlaktewatersysteem. Dit bestaat uit zowel grote plassen als uit kleinschalige afwisselingen van open water en veeneilandjes, die worden verbonden door de ringvaart. Het gebied maakt deel uit van de zogenaamde Groene As en vormt samen met verschillende natuurverbindingen (ANV1 en ZNV1) een belangrijke schakel in de samenhang van het NNN op regionaal niveau. In het noorden grenst het NNN aan het Amsterdamse Bos, Nieuwe Meer en Amstelveense Poel (Z15). Met overige NNN­gebieden op grotere afstand bestaat het belang van het gebied vooral uit de functie van de grote open wateren als slaapplaats voor eenden, ganzen en meeuwen. Relevantie plangebied Binnen het plangebied zijn geen beschermde natuurgebieden gelegen.

Wel zijn de Westeinderplassen, die deels onderdeel uitmaken van het plangebied, aangewezen als NNN­gebied. In voorliggend bestemmingsplan zijn geen ontwikkelingen opgenomen die een wezenlijk effect zullen hebben op de aanwezige flora en fauna. Een ecologisch onderzoek kan derhalve achterwege blijven.

4.12 M.e.r.- beoordeling Wettelijk kader Op 1 april 2017 is het Besluit m.e.r. aangepast. Het besluit is aangepast omdat de Europese rechter heeft geoordeeld dat de drempelwaarden voor

ontwerp toelichting Bestemmingsplan Waterfront

pagina

m.e.r.­beoordelingsplichtige activiteiten onvoldoende recht deden aan de vraag of er sprake is van "aanzienlijke gevolgen voor het milieu". Het gewijzigde besluit is op 7 juli 2017 in werking getreden en de drempelwaarden zijn nu indicatief. Dat betekent dat als een project (ruim) onder de drempelwaarden blijft er toch een toetsing moet worden gedaan. Het bevoegd gezag moet zich er van vergewissen dat er daadwerkelijk geen aanzienlijke gevolgen voor het milieu zijn. Relevantie plangebied Voor ruimtelijke plannen moet een m.e.r.(­beoordeling) worden opgesteld als er sprake is van een m.e.r.­(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. of als er voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) is vereist. Dit plan maakt geen nieuwe activiteiten mogelijk: er is geen sprake van een m.e.r.­beoordelingsplicht

ontwerp toelichting Bestemmingsplan Waterfront

pagina

HOOFDSTUK 5 PLANOPZET EN JURIDISCHE REGELING 5.1 Plansystematiek Dit bestemmingsplan sluit aan op de systematiek van bestemmingsplan Uiterweg­Plasoevers 2021. Regels die alleen betrekking hebben op een aanduiding of een gebied dat niet in het plangebied van bestemmingsplan Waterfront ligt, zijn niet meegenomen. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met regels en is voorzien van een toelichting. De verbeelding en regels zijn juridisch bindend. De toelichting is juridisch niet bindend maar helpt bij de interpretatie van de verbeelding en de regels. De regels zijn als volgt ingedeeld: <0000> Inleidende regels. De inleidende regels lichten de begrippen toe die in de regels voorkomen en ook de wijze van meten (hoogte, diepte et cetera) die moet worden gehanteerd. In artikel 1 worden belangrijke begrippen die in het plan voorkomen nader gedefinieerd. In artikel 2 is aangegeven hoe afstanden en maten die in de regels worden voorgeschreven, moeten worden gemeten. Het definiëren van begrippen en de aanwijzingen voor het meten vergroten de duidelijkheid en de rechtszekerheid. <0000> Bestemmingsregels. De bestemmingsregels bevatten voor elke bestemming een omschrijving van de doeleinden, de bouwregels en de gebruikregels. <0000> Algemene regels. De algemene regels bevatten algemene – voor alle bestemmingen geldende – regels zoals regels met betrekking tot de luchtvaartzones.

<0000> Overgangs­ en slotregels. De laatste twee artikelen betreffen achtereenvolgens het overgangsrecht en de slotregel.

5.2 Bestemmingsregels Artikel 3 Cultuur en ontspanning De watertoren en het nieuwe verblijfsgebied eromheen zijn bestemd voor 'Cultuur en ontspanning'. De regels van de overeenkomstige bestemming in (ontwerp)bestemmingsplan 'Uiterweg­Plasoevers 2021' zijn aangepast aan de inrichting conform de omgevingsvergunning ''OIAVHB Uiterweg­Plasoevers 2005 – Waterfront'. Zo zijn ook toegestaan: fietsparkeren, langzaamverkeer, verblijfsgebied en verblijfsvoorzieningen, groen en groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en erf­ en terreinafscheidingen. Voor deze doeleinden mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd tot een hoogte van 2 meter en mogen verhardingen worden aangelegd. Artikel 4 Groen De groene zones met een pad erdoor en een wandelpromenade erlangs ten noorden en ten zuiden aan de watertoren zijn bestemd als 'Groen'. Ook de regels van deze overeenkomstige bestemming in (ontwerp)bestemmingsplan 'Uiterweg­Plasoevers 2021' zijn aangepast aan de inrichting conform de omgevingsvergunning 'OIAVHB Uiterweg­Plasoevers 2005 – Waterfront'.

In deze bestemming zijn expliciet en nevengeschikt aan groen en groenvoorzieningen toegestaan: <0000> verblijfsgebied en verblijfsvoorzieningen, zoals de wandelpromenade, wandel­ en fietspaden, (zwem)trappen, straatmeubilair en zitelementen, BBQ's, prullenbakken; <0000> speel­ en sportvoorzieningen, zoals buitengymtoestellen, buitendouches, drinkwatertappunten); <0000> vlonders en steigers (zie onder Water 1); <0000> parkeren van fietsen, scooters en vergelijkbare vervoermiddelen; <0000> invalidenparkeren; regulier parkeren is daarmee uitgesloten;

ontwerp toelichting Bestemmingsplan Waterfront

pagina

<0000>

waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals waterinlaten, damwanden, (stortstenen) oeverbeschoeiingen; <0000> nutsvoorzieningen, zoals aansluitpunten op de waterleiding om elementen schoon te spuiten. <0000> kunstobjecten. Voor deze doeleinden mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd tot een hoogte van 4 meter (of hoger voor kunstobjecten en palen en (licht)masten) en mogen ook verhardingen worden aangelegd. Artikel 5 Natuur Het natuurgebiedje ten zuiden van het Surfeiland is bestemd als 'Natuur'. Met uitzondering van de functieaanduidingen die hier niet van toepassing zijn, zijn de regels van deze bestemming overeenkomstig het (ontwerp)bestemmingsplan Uiterweg­Plasoevers 2021. Artikel 6 Recreatie Het Surfeiland zelf is bestemd als 'Recreatie'. De regels van deze bestemming sluiten aan op die van (ontwerp)bestemmingsplan 'Uiterweg­Plasoevers 2021' en zijn aangepast aan de mogelijkheden conform de omgevingsvergunning voor het project Waterfront.

Naast openbare dagrecreatie en recreatieve voorzieningen, waaronder een recreatiestrand en sanitaire voorzieningen, zijn ook toegestaan: <0000> speel­ en sportvoorzieningen, waaronder verenigingsgebouwen, buitengymtoestellen; <0000> ter plaatse van de aanduiding 'horeca 1' tevens horeca 1, al dan niet als onderdeel van een kiosk; <0000> ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 2' tevens horeca 1 en 2; <0000> terrassen, uitsluitend ten behoeve van horeca 1 en/of 2; <0000> vlonders en steigers (zie onder Water 1); <0000> verblijfsgebied en verblijfsvoorzieningen, zoals wandel­ en fietspaden, (zwem)trappen, straatmeubilair en zitelementen, prullenbakken; <0000> parkeren voor brommers, scooters en vergelijkbare vervoersmiddelen, waaronder ook laadpalen voor elektrische fietsen; <0000> parkeren, waaronder ook laadpalen voor elektrische auto's; <0000> groen en groenvoorzieningen; <0000> waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals waterinlaten, damwanden, (stortstenen) oeverbeschoeiingen; <0000> nutsvoorzieningen, zoals ondergrondse vuilcontainers; <0000> kunstobjecten, zoals de boei op de (verlengde) Pier. Binnen het bouwvlak mogen gebouwen worden gebouwd voor de doeleinden in deze bestemming. Daarbuiten zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan, tot een hoogte van 3 meter.

Voor de horecavoorzieningen zijn gebouwen toegestaan met een maximale oppervlakte van 60 m² (horeca 1 / kiosk) en 900 m² (horeca 2). Daarnaast laat het bebouwingspercentage van het bouwvlak voldoende ruimte voor (extra) sanitairgebouwtjes en voor de verenigingsgebouwen van de watersportverenigingen die hier actief zijn. Op de verbeelding is deze bestemming verruimd ten opzichte van het bestemmingsplan Uiterweg­Plasoevers 2005, overeenkomstig de omgevingsvergunning voor het project Waterfront: de pier is verlengd en het strand is verlengd en verbreed. Artikel 7 Verkeer Deze bestemming heeft betrekking op de Kudelstaartseweg en de Stommeerweg en is overeenkomstig (ontwerp)bestemmingsplan 'Uiterweg­Plasoevers 2021'. Het profiel blijft in de omgevingsvergunning voor het project Waterfront ongewijzigd. Wel is ter hoogte van het Surfeiland een kiss and ride­strook toegevoegd, ook in de regels van deze bestemming. Er zijn ook standplaatsen toegestaan conform het gemeentelijk ontwerp toelichting Bestemmingsplan Waterfront

pagina

standplaatsenbeleid. Op het moment van vaststelling van dit plan is dat het 'Standplaatsenbeleid 2021 Aalsmeer'. Artikel 8 Water 1 Deze bestemming heeft betrekking op alle vormen van water (waterlopen, waterplassen en recreatiewater, water als netwerk voor de waterhuishouding, waaronder waterberging, wateraanvoer en waterafvoer) en waterhuishoudkundige voorzieningen en ook ­ vanwege de ligging in het Natuurnetwerk Nederland ­ op het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van natuurwaarden en landschappelijke waarden (van het NNN). Daarnaast zijn hier openbare dagrecreatie, recreatieve voorzieningen, verblijf en verblijfsvoorzieningen en watersport en ­recreatie toegestaan. Ten aanzien van vlonders en steigers is in deze bestemming Groen en Water 1 de precieze ligging aangeduid (met 'specifieke vorm van water ­ steiger­1, ­2 of ­3'') en is bepaald dat ze alleen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water ­ steiger­3' mogen worden gebruikt voor het aanmeren van pleziervaartuigen. Alleen voor de sloepensteiger aan de zuidwest kant van het Surfeiland geldt dit.

De andere steigers zijn vissteigers ('specifieke vorm van water ­ steiger­1') die bestemd zijn voor verblijf, verblijfsvoorzieningen en recreatie maar niet voor aanmeren en een vlonder nabij het restaurant ('specifieke vorm van recreatie ­ steiger­2') die ook bestemd is voor verblijf, verblijfsvoorzieningen en recreatie maar ook voor horeca(terras) maar evenmin voor aanmeren. Artikel 9 Wonen De woning Kudelstaartseweg 14 ten noorden van de watertoren is bestemd voor 'wonen', overeenkomstig de regels van deze bestemming in ontwerpbestemmingsplan 'Uiterweg­Plasoevers 2021'. Artikel 10 Waarde ­ Archeologie 2 en 4 De bescherming van archeologisch waarden (zie paragraaf 4.11) is geregeld in deze dubbelbestemming. Deze dubbelbestemming is overgenomen uit bestemmingsplan 'Uiterweg­Plasoevers 2021, met dien verstande dat in dit plangebied alleen van toepassing zijn de aanduidingen 'waarde archeologie 2' (voor werken dieper dan 0,40 meter én groter dan 50 m²) en 'waarde archeologie 4' (voor werken dieper dan 0,40 meter en groter dan 10.000 m²). In artikel 19 lid 2 is overigens een voorrangsregeling opgenomen t.a.v. de in dit bestemmingsplan opgenomen enkel­ en dubbelbestemmingen: bij strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming gaat het belang van een dubbelbestemming voor.

Verder gaat het belang van de waterkering (zie hierna) voor op dat van de archeologische waarden dat op zijn beurt voorgaat op dat van het beschermd dorpsgezicht. Artikel 11 Waarde ­ Cultuurhistorie Gemeente Deze dubbelbestemming dient voor de bescherming van het beschermd dorpsgezicht 'Het Plassenlint' (zie paragraaf 4.12). Ook deze regels sluiten aan op die van het bestemmingsplan 'Uiterweg­Plasoevers 2021'. Expliciet is toegevoegd dat het bouwen voor de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen ­ in dit geval Cultuur en ontspanning, Groen en Verkeer ­ moet plaatsvinden met inachtneming van de bescherming en het behoud en/of herstel van het gemeentelijk beschermd dorpsgezicht in overeenstemming met de redengevende omschrijving Bijlage 2 bij de toelichting. Artikel 12 Waterstaat ­ Waterkering Deze dubbelbestemming ziet op de beschermingszone van de waterkering en de waterkering zelf. Deze gronden zijn mede bestemd voor de waterhuishouding door middel van dijken, dijksloten en kaden en voor het bouwen is in dat kader een omgevingsvergunning nodig. ontwerp toelichting Bestemmingsplan Waterfront

pagina

ontwerp toelichting Bestemmingsplan Waterfront

pagina

HOOFDSTUK 6 UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van ‘afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: <0000> het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; <0000> het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; <0000> het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Relevantie plangebied Voorliggend bestemmingsplan maakt geen nieuwe bouwplannen, zoals bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk waarvoor het opstellen van een exploitatieplan is voorgeschreven. Bij de vaststelling van dit bestemmingsplan kan derhalve besloten worden geen exploitatieplan vast te stellen.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1 Inspraak Op grond van artikel 3.1.6 onder e van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet een (ontwerp)bestemmingsplan de wijze beschrijven waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Voorliggend bestemmingsplan Waterfront zorgt voor actualisering en digitalisering van het nu geldende analoge bestemmingsplan, vertaalt het de omgevingsvergunningen en de ruimtelijke onderbouwing van het project ‘Waterfront’ en verankert het de gewijzigde ligging van het beschermd dorpsgezicht. Het college van burgemeester en wethouders legt dit (ontwerp)bestemmingsplan t.z.t. ter inzage. Zienswijzen over dit (ontwerp)bestemmingsplan worden na deze terinzagelegging opnieuw in een Nota van Beantwoording behandeld. 6.2.2 Bro-partners Op grond van artikel 3.1.1, lid 1 juncto artikel 3.1.6, lid 1 onder c Bro heeft de gemeente Aalsmeer in de voorbereiding van het project Waterfront (voor)overleg gepleegd met de provincie Noord­Holland en met het Hoogheemraadschap van Rijnland. De resultaten van dit overleg zijn meegenomen in de verlening van de omgevingsvergunning en de ruimtelijke onderbouwing daarvan.

Omdat dit (ontwerp­) bestemmingsplan ten opzichte van de omgevingsvergunning geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt die nieuw vooroverleg met provincie en waterschap noodzakelijk zouden maken, is in overleg met beide geoordeeld dat geen nieuw vooroverleg nodig is. Provincie en waterschap zullen t.z.t. worden geïnformeerd over de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.

ontwerp toelichting Bestemmingsplan Waterfront

pagina

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=5e682763-cafe-443c-8c01-20d03d0e77c0