Toelichting omgevingsplan hoofdstuk 22 h
Tekst van het document
TOELICHTING Inhoudsopgave 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing projectgebied 1.3 Omgevingsplan Gemeente Aalsmeer 1.4 TAMomgevingsplan 1.5 Procedure 1.6 Leeswijzer 2.1 Huidige situatie 2.2 Nieuwe situatie 2.3 Visie, beleid en regels op locatie 2.3.1 Rijksbeleid 2.3.2 Provinciaal beleid 2.3.3 Gemeentelijk beleid 3.1 Toetsing milieueffectrapportage (m.e.r.) 3.2 Bodem 3.3 Water 3.4 Klimaatadaptatie 3.5 Natuur 3.6 Archeologie en cultureel erfgoed 3.7 Geluid 3.8 Luchtkwaliteit 3.9 Geurhinder 3.9.3 Conclusie 3.10 Omgevingsveiligheid 3.11 Mobiliteit en parkeren 3.12 Duurzaam bouwen en energie 3.13 Milieubelastende activiteiten 4.1 Financieel economische haalbaarheid 4.2 Kostenverhaal 4.3 Nadeelcompensatie 5.1 Participatie 5.2 Bestuurlijk vooroverleg 5.3 Vaststellingsprocedure 6.1 Gezonde leefomgeving 6.2 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
2 2 2 5 6 7 8 9 11 11 12 14 22 23 25 27 28 30 32 33 34 35 35 37 39 39 41 41 41 42 42 42 43 43
DEEL 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Achter de woning aan de Uiterweg 93 te Aalsmeer zijn enkele ligplaatsen voor woonarken aanwezig t.b.v. van permanente bewoning. De initiatiefnemer heeft het voornemen om de woonark Uitweg 93 WS5 enkele tientallen meters te verplaatsen. Hiervoor moet een nieuwe ligplaats worden uitgegraven. Ook wordt de aangrenzende bestemming Recreatie Jachthaven2 gewijzigd naar een bestemming Tuin. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het huidige omgevingsplan en daarom dient een procedure te worden doorlopen om dit initiatief mogelijk te maken.
1.2 Ligging en begrenzing projectgebied Het plangebied betreft globaal de gronden gelegen achter de Uiterweg 93 te Aalsmeer. Het plangebied wordt omgeven door water, lintbebouwing, jachthavens en (agrarische) bedrijvigheid. De oude en nieuwe locatie voor de ark ziet op de percelen die kadastraal bekend staan als gemeente Aalsmeer, sectie H, percelen 3966 en 4434. Op de onderstaand kaart is de oude en nieuwe locatie van de woonark aangegeven.
Locatie (rood omkaderd) Woonark Uiterweg 93 ws 5 oud (rechtsonder) en beoogde locatie (linksboven) Daarnaast krijgt de aanliggende bestemming Recreatie Jachthaven 2 een bestemming Tuin.
1.3 Omgevingsplan Gemeente Aalsmeer Het plangebied is gelegen binnen het Omgevingsplan gemeente Aalsmeer. Het omgevingsplan bestaat uit een nieuw en een tijdelijk deel. Het tijdelijk deel bestaat uit de Bruidsschat en het het bestemmingsplan Uiterweg Plasoevers 2021. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van gemeente Aalsmeer op 16 november 2023 en diverse paraplubestemmingsplannen. Het nieuwe deel van het ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
omgevingsplan is in principe leeg met uitzondering van de onderwerpen die van rechtswege onderdeel uitmaken van het omgevingsplan. In het (tijdelijke deel van) het omgevingsplan kent het plangebied de bestemming 'Water Permanent Wonen', Tuin, 'Recreatie Jachthaven 2'. Voort geldt voor deze gronden de dubbelbestemming Waarde Archeologie 2. Tot slot zijn nog enkele gebiedsaanduidingen van toepassing, die verband houden met het Luchthavenindelingbesluit. 1.3.1 De Bruidsschat Van rechtswege opgenomen in het tijdelijke deel is de bruidsschat (hoofdstuk 22 van het omgevingsplan). Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn een aantal regels van het rijk naar de gemeente verhuist door middel van de bruidsschat. De regels uit de bruidsschat zijn automatisch in het tijdelijk deel van het omgevingsplan geland. De gemeente zal vervolgens zelf een afweging maken hoe zij de onderwerpen uit de bruidsschat willen regelen en wat zij wel en niet over willen nemen in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Van belang is dat regels moeten voldoen aan artikel 4.2 lid 1 van de Omgevingswet: de regels moeten nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bovendien moeten de regels voldoen aan de instructieregels voor omgevingsplannen die zijn opgenomen in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
De regels uit de bruidsschat zijn beleidsneutraal overgenomen, hierdoor voldoen niet alle bruidsschat regels aan het Bkl. Dat betekent dat de gemeenten in ieder geval die artikelen moeten gaan omzetten of schrappen. 1.3.2 Bestemmingsplan Voor onderhavig plangebied is het tijdelijk deel van het omgevingsplan ‘Uiterweg Plasoevers 2021’ van toepassing. In dit tijdelijk deel van het omgevingsplan zijn diverse bestemmingen en gebiedsaanduidingen opgenomen. Ter plaatse van de huidige woonark geldt de bestemming ‘Water – Permanent Wonen’. Naast de bestemming ‘Water – Permanent Wonen’ ligt de bestemming 'Tuin'. Voor een groot deel van het plangebied is de bestemming Recreatie Jachthaven 2 van toepassing. Daarnaast geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Tot slot zijn er ook enkele gebiedsaanduidingen in verband met het luchtverkeer afkomstig van Schiphol.
ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
Uitsnede gegeven van het tijdelijk deel van het omgevingsplan ‘Uiterweg Plasoevers 2021’ Met de beoogde planwijziging zal de bestaande bestemming 'Water Permanent Wonen' wijzigen naar een bestemming Water2. De nieuwe locatie van de woonark krijgt een bestemming 'Water Permanent Wonen. Het bestemmingsvlak dat momenteel een bestemming Recreatie Jachthaven 2 kent, wijzigt naar een Tuinbestemming. Water – Permanent Wonen De huidige ligplaats van de woonark is bestemd voor 'Water Permanent Wonen'. De voor 'Water Permanent Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor een ligplaats ten behoeve van één woonark voor permanente bewoning. De woonark dient minimaal volledig binnen het bestemmingsvlak gelegen te zijn dan wel het bestemmingsvlak volledig te benutten en mag, aangezien de woonark grenst aan een bestemmingsvlak 'Tuin' met een aanduiding 'specifieke vorm van tuin bijgebouwen 1 woonarken', maximaal 15x5x4,5 meter bedragen (lxbxh).
Water 2 De voor 'Water 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor waterlopen, waterplassen en recreatiewater, water als netwerk voor de waterhuishouding, waaronder waterberging, wateraanvoer en waterafvoer, de ontwikkeling en het beheer van natuur en landschap waaronder de natuurverbindingen en de natuurwaarden, (dras)oevers en groenvoorzieningen langs de oevers, zoals rietkragen, bruggen en landhoofden, verkeer te water, aanlegplaatsen en steigers met de daarbij behorende bouwwerken, al dan niet gebouwde voorzieningen met het oog op het beheer en onderhoud, keermuren, oeverbeschoeiingen, duikers en andere bouwwerken ten behoeve van de waterhuishouding. Met het verplaatsen van de bestaande ark naar de nieuwe locatie zal de bestemming Water Permanent wonen worden gewijzigd naar Water2. Tuin Aan de westzijde grenst het plangebied aan een tuinbestemming. Hier is voor een gedeelte een functieaanduiding ‘specifieke vorm van tuin – bijgebouw 1 woonarken’ ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
opgenomen, zoals hierboven ook al benoemd. Binnen de aanduiding 'specifieke vorm van tuin bijgebouw 1 woonarken' is per woonark 1 zelfstandig bijbehorend bouwwerk toegestaan met een oppervlakte van niet meer dan 30 m2. Recreatie Jachthaven 2 De jachthavens binnen het plangebied, waar op grond van de voorheen geldende bestemmingsplan Uiterweg Plasoevers 2005 uitsluitend de bestaande bebouwing is toegestaan, zijn in het geldende bestemmingsplan Uiterweg Plasoevers 2021 voorzien van de bestemming 'Recreatie Jachthaven 2. Deze bestemming wijzigt in een bestemming Tuin. Dubbelbestemming Waarde Archeologie 2 Voor deze dubbelbestemming is het paraplubestemmingsplan ‘Archeologie en Cultuurhistorie Aalsmeer 2024’, vastgesteld 30 mei 2024. Het plan bepaalt dat de regels ten aanzien van archeologie die zijn opgenomen in de vigerende bestemmingsplannen vervallen en worden vervangen door de archeologieregels die zijn opgenomen in het parapluplan. In dit bestemmingsplan heeft het plangebied ook de ‘Waarde – Archeologie 2’ toegekend gekregen. Ter plaatse van de aanduiding 'Waarde Archeologie 2 mogen geen bouwwerken worden gebouwd met bodemingrepen dieper dan 40 centimeter tenzij de oppervlakte kleiner is dan 50 m2. Zie ook paragraaf 3.6.1.
Overige bestemmingsplannen die gelden in het plangebied Veeg en Herstelplan Aalsmeer 2024 Het tijdelijk deel van het omgevingsplan ‘Veeg en Herstelplan Aalsmeer 2024’, die gedeeltelijke een herziening van en aanvulling is op een ‘Uiterweg – Plasoevers 2021’ heeft als doel het herstellen van de omissies en het geven van een actueel en correct kader waaraan toekomstige aanvragen voor omgevingsvergunningen kunnen worden getoetst. Het onderhavige TAMomgevingsplan is in overeenstemming met het Veeg en Herstelplan. In het tijdelijk deel van het omgevingsplan zijn ook de volgende bestemmingsplannen opgenomen: <0000> Paraplu bestemmingsplan Parkeernormen <0000> Paraplu bestemmingsplan Kamerverhuurbedrijf Aalsmeer <0000> Paraplu bestemmingsplan Datacenter Aalsmeer Deze bestemmingsplannen zijn niet relevant voor het verplaatsen en vernieuwen van een woonark. Deze thema's gaan om de realisatie een datacenter, het realiseren van kamerverhuur of een ontwikkeling waarvoor andere parkeernormen van toepassing zijn.
1.4 TAM-omgevingsplan
Ter plaatse van de nieuw woonark geldt de bestemming ‘Recreatie_ Jachthaven 2’. De realisatie van ligplaats t.b.v. een woonark is op deze plek niet toegestaan.
ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
Kaartje nieuwe planverbeelding De locatie van de bestaande ark krijgt de bestemming water2. De nieuwe woonark komt te liggen binnen de functie Water – Permanent Wonen. De gronden om de nieuwe ark krijgt de functie tuin en water2. Inhoudelijk komen de regels van deze functies overeen met de betreffende bestemmingsregels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan ‘Uiterweg Plasoevers 2021’ en het ‘Veeg en Herstelplan Aalsmeer 2024’.
1.5 Procedure Het is voor het verplaatsen van een woonark niet mogelijk om deze te vergunnen middels een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) aangezien dan op grond van het tijdelijk deel van het omgevingsplan ‘Uiterweg Plasoevers 2021’ een tweede woonark mogelijk zou zijn. Dit is niet wenselijk, omdat dit in strijd is met het gesloten stelsel van woonarken in Aalsmeer. Pas als er een ligplaats komt te vervallen kan er (eventueel op een andere plek) weer één bijkomen.
ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Per gemeente is er een omgevingsplan voor het grondgebied. In dit omgevingsplan staan onder meer regels die ontwikkelingen mogelijk maken en tegelijkertijd de fysieke leefomgeving beschermen. Om voorliggende planologische wijziging mogelijk te maken, maakt de gemeente gebruik van het Tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) omgevingsplan. Een TAMomgevingsplan wijzigt het omgevingsplan juridisch, maar de regels worden technisch niet geïntegreerd in het omgevingsplan. Voor de verplaatsing van een woonark dient dan ook het omgevingsplan te worden gewijzigd. Enerzijds wordt op de oude locatie een ligplaats voor een woonark verwijderd, waar deze anderzijds op de nieuwe locatie weer mogelijk wordt gemaakt. Dit doen we middels de tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) Omgevingsplan. Deze TAM vormt een alternatieve mogelijkheid voor gemeenten om het omgevingsplan. Het ontwerp TAM omgevingsplan wordt op basis van artikel 16.30 Omgevingswet (Ow) en afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb) ter inzage gelegd. De kennisgeving van de terinzagelegging van het ontwerpTAMomgevingsplan wordt gedaan via digitale weg in het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Het ontwerpTAMomgevingsplan wordt zes weken ter inzage gelegd en binnen deze termijn kan een ieder zienswijzen bij de gemeente indienen.
De ingediende zienswijzen worden voor zover nodig/mogelijk verwerkt in het (vast te stellen) TAMomgevingsplan. Na de vaststelling van het TAMomgevingsplan door de gemeenteraad of het college ligt het vastgestelde TAMomgevingsplan zes weken ter inzage en kunnen belanghebbenden eventueel een beroepsschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State indienen. Tevens kan een verzoek om een voorlopige voorziening bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden ingediend.
1.6 Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk vormen wordt in hoofdstuk 2 de planvorming besproken. Hierin wordt de huidige ruimtelijk functionele situatie, de ambitie op hoofdlijnen en de aspecten uit relevante visies, beleid en regels op het plan beschreven. Aanvullend is in hoofdstuk 2 ook de gedetailleerde planomschrijving inclusief de ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving opgenomen. In hoofdstuk 3 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. De financiële en maatschappelijke haalbaarheid komen vervolgens in hoofdstuk 4 en 5 aan de orde. In het laatste hoofdstuk leest u in de conclusie of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies en of het plan bijdraagt aan een gezonde leefomgeving.
ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
DEEL 2 PLANVORMING 2.1 Huidige situatie De planlocatie betreft het gebied achter de woning aan de Uiterweg 93 te Aalsmeer. Hier zijn enkele (ook voormalige) ligplaatsen aanwezig voor permanente bewoning in een woonark. In de directe nabijheid van de planlocatie is de Aardbeiensloot gelegen. Dit is een van de belangrijkste doorvaarten van de omgeving. Ten westen van het plangebied is een scheepswerf gelegen. Rondom het plangebied zijn daarnaast veel tuinbouwlocaties aanwezig. In de huidige situatie is de betreffende woonark 93 ws5 gelegen op het zuidoostelijke deel van het perceel, zie ook onderstaande afbeelding.
Tekening van de bestaande situatie (bron: NOW.A Design Studio)
ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
2.2 Nieuwe situatie De initiatiefnemer is voornemens om de bestaande woonark, namelijk woonark 93 ws5, enkele tientallen meters in noordwestelijke richting te verplaatsen. Op de nieuwe locatie wordt ongeveer 150m2 aan water gemaakt. V.erder worden er drie parkeerplaatsen gerealiseerd naast de nieuw ligplaats. De woonark heeft een lengte van 15 meter, een breedte van 5 meter en een hoogte van circa 4,5 meter. Daarbij zal er naast de woonark een vlonder worden gerealiseerd. Omdat de nieuwe ligplaats wordt afgegraven is de woonark in lijn met de overige bebouwing ingepast. De huidige ligplaats wordt planologisch wegbestemd. Er vindt geen demping plaats op de huidige locatie. Zie onderstaande afbeeldingen (artist impression, plattegrond nieuwe ark, tekening nieuwe situatie, allen van NOW.A Design Studio)
ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
Ook de bestemming van de aangrenzende bestemming Recreatie Jachthaven 2 wordt gewijzigd naar Tuin. Door het wijzigen van de bestemming naar Tuin kan een kwalititeitswinst van de omliggende gronden worden behaald. Een bestemming Tuin t.b.v. de omliggende woonarken draagt bij evenwichte toedeling van functies aan locaties. De eigenaren van de betreffende gronden zijn akkoord met de voorgenomen bestemmingswijziging.
ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
2.3 Visie, beleid en regels op locatie 2.3.1 Rijksbeleid
2.3.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3.
Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgt dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Relevantie plangebied Onderhavig initiatief betreft een verplaatsing van een bestaande woonark over een relatief korte afstand en het wijzigen van de bestemming Recreatie Jachthaven 2 naar Tuin. De ontwikkeling is passend binnen de NOVI. 2.3.1.2 Instructieregels Rijk via Besluit kwaliteit leefomgeving Een instructieregel is een algemene regel waarmee een bestuursorgaan aan een ander bestuursorgaan aangeeft hoe dat orgaan een taak of bevoegdheid moet uitoefenen. Het Rijk heeft de instructieregels in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) opgenomen.
Behalve het Rijk stelt ook de provincie NoordHolland instructieregels in de omgevingsverordening, zie paragraaf 2.3.2.1.
ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
In hoofdstuk 5 van het Bkl staan de instructieregels voor omgevingsplannen per onderwerp. De meeste instructieregels hebben betrekking op omgevingsaspecten en worden in de hierna volgende hoofdstukken beschreven. Hieronder worden algemene planologische instructieregels beschreven. 2.3.1.3 Luchthavenindelingsbesluit Schiphol Het voorliggende plan valt binnen het beperkingengebied van het LIB. Op grond van artikel 2.2.1c en 2.2.1d gelden op gronden die zijn aangewezen op de kaarten in bijlage 3 met de nummers 4 en 5 beperkingen voor geluid en externe veiligheid. Op grond van artikel 2.2.2 en 2.2.2a van het LIB zijn op gronden die zijn aangewezen op de kaarten in bijlage 4 en 4a bij het besluit geen objecten toegestaan die hoger zijn dan de op de kaarten aangegeven maximale waarden. De hoogtes zijn gerelateerd aan het N.A.P. Binnen het plangebied geldt een maximale bouwhoogte van 35 meter en een toetshoogte in verband met radarapparatuur van 49 meter. Op grond van artikel 2.2.3 zijn op gronden die zijn aangewezen op de kaart in bijlage 5 diverse soorten grondgebruik of functie niet toegestaan, om vogel aantrekkende werking te voorkomen. Op grond van artikel 2.2.4 zijn op gronden die zijn aangewezen op de kaart in bijlage 6 geen vaste laserinstallatie of windturbine toegestaan vanaf een minimale hoogte.
Relevantie plangebied In onderhavig plan wordt de ligplaats voor een bestaande woonark verplaatst. De ligging binnen diverse beperkingengebieden van het LIB vormen geen belemmeringen voor onderhavig plan. Zie ook paragraaf 3.7 2.3.1.4 Deltaplan Ruimtelijke adaptatie Het Rijk heeft in het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) de landelijke aanpak van klimaatadaptatie vastgesteld. Het Deltaprogramma bevat voor het eerst een Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie: een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk dat de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen versnelt en intensiveert. Het doel van dit deltaplan is adaptatie te versnellen en te intensiveren, zodat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht In het plan zijn 7 ambities opgenomen: 1. kwetsbaarheid in steden in beeld brengen middels een stresstest; 2. risicodialoog voeren op verschillende niveaus met gebiedspartners en een strategie opstellen; 3. uitvoerings en investeringsagenda opstellen per regio; 4. het koppelen van uitvoeringsagenda met andere ruimtelijke opgaven (bijv. nieuwbouw en (groot)onderhoud); 5. stimuleren met financiële middelen en faciliteren middels het delen van kennis, instrumenten en ervaringen; 6. reguleren en borgen in beleid en regelgeving; 7.
handelen bij calamiteiten indien er toch overlast en schade is bij extreme weersituaties. De ambities, afspraken en acties kunnen alleen gerealiseerd worden door intensief met elkaar samen te werken. Relevantie plangebied Zie paragraaf 3.4, klimaatadaptatie.
2.3.2 Provinciaal beleid ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
2.3.2.2 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van NoordHolland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. In de Omgevingsvisie wordt de ambitie geschetst een relatief hoog welvaarts en welzijnsniveau vast te houden. Daarvoor moet een goede balans gezocht worden tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. De ambities die worden nagestreefd, zijn: 1. Een gezonde en veilige basiskwaliteit van de leefomgeving, met als doel: <0000> een klimaatbestendig en waterrobuust NoordHolland; <0000> het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; <0000> het vergroten van de biodiversiteit in NoordHolland. 2.
Ruimtelijke ontwikkelingen faciliteren, met als doel: <0000> een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor; <0000> vraag en aanbod van woon en werklocaties beter met elkaar in overeenstemming brengen; <0000> dat de inwoners en bedrijven van NoordHolland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden; <0000> het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. <0000> NoordHolland als samenleving in 2050 klimaatneutraal en gebaseerd op hernieuwbare energie. Relevantie plangebied Het onderhavige plan beoogt de verplaatsing van een bestaande ligplaats van een woonark op een bovengelegen perceel mogelijk te maken. Ligplaatsen voor woonschepen worden niet aangemerkt als nieuwe verstedelijking. In dit geval gaat het bovendien om de verplaatsing van een bestaande ligplaats en is dus geen sprake van het toevoegen van nieuwe functies. Om te waarborgen dat het aantal ligplaatsen in zijn totaliteit niet toeneemt worden de oorspronkelijke ligplaatsen door middel van een gelijktijdige herziening van het omgevingsplan ter plaatse geschrapt.
Geconcludeerd wordt dat er vanuit het provinciale Omgevingsvisie NH2050 geen belemmeringen bestaan voor de beoogde herontwikkeling. 2.3.2.2 Omgevingsverordening Artikel 2.6 van de Omgevingswet bepaalt dat Provinciale Staten één omgevingsverordening vaststellen waarin de provinciale regels over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. In de Omgevingsverordening NH2022 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie NoordHolland wil met de Omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in NoordHolland. De Omgevingsverordening bevat instructieregels die van belang zijn om het provinciale beleid of het provinciale belang te laten doorwerken in de uitoefening van taken of bevoegdheden door andere bestuursorganen dan provinciale staten, zoals gemeenten. Het doel van de instructieregel is dat wordt voldaan aan omgevingswaarden of dat andere doelstellingen van de provincie voor de fysieke leefomgeving worden bereikt
ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
(artikel 2.22 Omgevingswet). Hoofdstuk 6, afdeling 6.2 bevat de instructieregels voor gemeentelijke omgevingsplannen. Het perceel is gelegen in het MRA landelijk gebied en landelijk gebied. Artikel 6.14 Kleinschalige ontwikkelingen Binnen het landelijk gebied zijn kleinschalige ontwikkelingen toegestaan, behoudens kleinschalige woningbouwontwikkelingen, mits <0000> de ontwikkeling plaatsvindt op een locatie waar stedelijke activiteiten zijn toegestaan; <0000> het toegestane bebouwd oppervlak niet wordt vergroot; en <0000> het aantal burgerwoningen niet toeneemt. Artikel 6.18 MRA landelijk gebied Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op het werkingsgebied MRA landelijk gebied voorziet het niet in een Kleinschalige woningbouwontwikkeling. Hiermee wordt bedoelt nieuwe bebouwing voor de functie wonen die, gelet op de kleinschaligheid en beperkte fysieke uitstraling op de omgeving, niet wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Artikel 6.62 Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Het plangebied is gelegen binnen het UNESCO Werelderfgoed Stelling van Amsterdam. Voor zover een omgevingsplan betrekking heeft op het werkingsgebied Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde bevat het regels gericht op de instandhouding of versterking van de kernkwaliteiten van de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.
Relevantie plangebied Het initiatief betreft (louter) de verplaatsing van een bestaande ark. Er is geen sprake van een vergroting van het bebouwde oppervlak of een toename van het aantal burgerwoningen. Aanvullend geldt dat bij elke ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied rekening gehouden moet worden met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie van de provincie NoordHolland. Onderhavig initiatief is gelegen binnen het ensemble AalsmeerUithoorn. Deze kent de kernwaarden 'Landschappelijk karakteristiek', 'Openheid en ruimtebeleving' en 'Ruimtelijke dragers'. Met onderhavig initiatief worden de kernkwaliteiten van het gebied niet aangetast. Het initiatief betreft de verplaatsing van een woonark met enkele tientallen meters. De nieuwe standplaats zal worden afgegraven zodat het onderdeel wordt van een bebouwingslijn. De openheid en zichtlijnen in het gebied worden niet aangetast. Daarnaast past het initiatief binnen het landschappelijke karakter van de omgeving. Voorts zullen de ruimtelijke dragers in van het ensemble niet worden aangetast. Onderhavig initiatief is in lijn met de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie van de provincie NoordHolland. Ook ten aanzien van het werelderfgoed Stelling van Amsterdam geldt dat met onderhavig initiatief enkel een verplaatsing van een woonark plaatsvindt.
Zowel de bestaande als de toekomstige ligplaats bevindt zich binnen het erfgoedgebied. De kernkwaliteiten van het erfgoed worden met onderhavig initiatief niet aangetast.
2.3.3 Gemeentelijk beleid 2.3.3.1 Gebiedsvisie Aalsmeer 2020 Het actuele ruimtelijke beleid van de gemeente is neergelegd in de Gebiedsvisie Aalsmeer 2020, zoals vastgesteld door de raad van de gemeente op 26 november
ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
2009. De Gebiedsvisie heeft de status van structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Ingevolge de gebiedsvisie dient het ruimtelijke beleid van de gemeente gericht te zijn op een duurzame en kwalitatief sterke ontwikkeling van economie, wonen en recreatie met als voorwaarde het behoud van de leefbaarheid, het dorpse karakter, de bereikbaarheid en het op peil brengen van voorzieningen. De aandacht dient verlegd te worden van uitbreiding naar verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Functies of ontwikkelingen die dit frustreren moeten worden tegengegaan. Uit de gebiedsvisie volgen een aantal thema's die in het kader van de kwaliteit van de leefomgeving aandacht behoeven. Daarbij gaat het in de eerste plaats om de aanwezigheid van groen en water in de woonomgeving. Bij nieuwe ontwikkelingen in de woonbuurten dient het structurerende groen en water in de wijk te worden behouden en, waar mogelijk, versterkt. Op grond van de Gebiedsvisie wordt de kwaliteit van de woonomgeving ook gedefinieerd door de mate waarin sprake is van een kenmerkende, samenhangende structuur. Nieuwe ontwikkelingen dienen deze samenhang en herkenbaarheid als uitgangspunt te nemen en te bekrachtigen. Op het gebied van wonen wil de gemeente de accenten verleggen en meer aandacht besteden aan de kwaliteit van de woonomgeving.
Maar tegelijkertijd wil Aalsmeer ook het woningaanbod op peil houden en in de toekomst geschikte woningen kunnen blijven aanbieden, passend bij de vraag en het karakter van Aalsmeer. Het gaat dus om een accentverschuiving: blijven bouwen, maar met meer oog voor kwaliteit. Relevantie plangebied Volgens de bij de gebiedsvisie behorende kaart ligt de ontwikkeling van de Uiterweg 93 ws 5 binnen ontwikkelgebied 3: Bovenlanden. Het gaat hier om een zeer intensief gebruikt gebied waar economische, recreatieve, ruimtelijke en landschappelijke belangen op veel punten met elkaar conflicteren. Om te voorkomen dat deze belangen elkaar uiteindelijk negatief gaan beïnvloeden, is het van belang om voor dit gebied een aantal helder inrichtingsprincipe te ontwikkelen. In de gebiedsvisie staan de volgende denkrichtingen voor de inrichting van het gebied Bovenlanden beschreven die voor het plangebied van belang zijn: <0000> in het lint is er hoofdzakelijk sprake van een woonfunctie in combinatie met kleinschalige bedrijvigheid hierachter; <0000> het tegengaan van grootschalige, complexmatige bebouwing en het volledig volbouwen van percelen; <0000> de landschappelijke structuur van het gebied moet in tact worden gehouden, hetgeen bijvoorbeeld betekent dat het samenvoegen van meerdere eilanden tot één eiland in principe niet mogelijk is.
Voor onderhavige ontwikkeling geldt dat het perceel is gelegen binnen het lint aan de Uiterweg. Het inrichtingsprincipe dat relevant is, is dat er achter de woning een bestaande woonark wordt verplaatst en de aangrenzende gronden een bestemming Tuin krijgen. Daarmee wordt voldaan aan de denkrichtingen die uit de gebiedsvisie voortvloeien. 2.3.3.2 Structuurvisie Uiterweg De Structuurvisie voor het gebied van de Uiterweg is vastgesteld door de gemeenteraad op 23 april 2015. Met deze structuurvisie heeft de gemeente zich ten doel gesteld om voor het gebied van de Uiterweg een toekomstbestendig ontwikkelperspectief te schetsen, waarbij ruimtelijke en duurzame kwaliteit en economisch welvaren hand in hand gaan.
ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
Relevantie plangebied Onderhavig plangebied is gelegen binnen het deelgebied 10/B: Recreatief complex 1 / Groen lint. Het gebied kent als kernkwaliteiten: <0000> Dynamisch gebied, sterk georiënteerd op de waterrecreatie. Een van de belangrijkste doorvaarten, de Aardbeiensloot, doorkruist het gebied. <0000> Landelijke uitstraling vanaf de Uiterweg door parallelsloot. <0000> Leidende ritmiek van lange, smalle percelen dwars op de weg. <0000> Karakteristieke schoorsteen aan de plassenkant. Het rijksmonument aan de Uiterweg 35. Daarnaast kent het deelgebied de onderstaande gebiedsgerichte criteria.
Uit de gebiedsgerichte criteria volgt onder andere voor onderhavig plan dat het bij moet dragen aan het oplossen van onderbrekingen in het lint. Behoud van het verkavelingspatroon staat voorop. Door de situering in de lengterichting aan weerszijden van het (bestaande) kavel wordt het oorspronkelijke verkavelingspatroon behouden en benadrukt. Aan het vereiste van parkeren op eigen terrein kan worden voldaan. Het onderhavige plan is grotendeels in overeenstemming met de doelstellingen en uitgangspunten van de structuurvisie voor de Uiterweg. Daarbij is nog van belang om op te merken dat uit de Structuurvisie Uiterweg gewenste recreatieve ontwikkelingen niet door een ligplaats voor een woonark voor permanente bewoning op deze locatie worden belemmerd. Deze recreatieve transformatie wordt elders voorzien. Bovendien gaat het om de verplaatsing van een bestaande ark binnen deelgebied 10 naar een nieuwe locatie, waarbij de bestaande locatie planologisch wordt verwijderd. 2.3.3.3 Cultuurhistorische Nota "Gebroken landen, geheelde gronden De cultuurhistorische nota “Gebroken landen, geheelde gronden” geeft ter voorbereiding op nader cultuurhistorisch beleid een beschrijving en analyse van cultuurhistorisch onderscheiden deelgebieden en bevat een aantal beleidsaanbevelingen ten behoeve van het behoud en de bescherming van cultuurhistorische waarden.
In de nota wordt het gebied van de nietverveende en hogere landen rond de oude ontginningslinten van de Uiterweg, Oosteinderweg, Calslagen en Kudelstaart en de (verdwenen) Westeinderdijk tussen de kleine en de grote poel onderscheiden als deelgebied met hoge cultuurhistorische waarde. ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
De essentiële kenmerken van het deelgebied leiden tot de volgende beleidsaanbevelingen: <0000> behoud en versterking van de karakteristieke bebouwingslinten en het bijbehorende verkavelingspatroon en bebouwingskarakteristiek; <0000> behoud van het profiel en aanzien van de oude wegen zoals de Uiterweg en de Oosteinderweg, inclusief de nog aanwezige wegsloten; <0000> behoud, versterking of ontwikkeling om te komen tot een redelijk “groen” aanzien van de achterkanten van de kavels in zijn totaliteit; <0000> maatregelen voor het fysieke behoud van met name eilanden van de Westeinderdijk. Relevantie plangebied De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de Cultuurhistorische Nota. Het bestaande bebouwingslint wordt niet aangetast. Het karakter van het gebied blijft behouden en kan worden versterkt door de bestemming Recreatie Jachthaven 2 te wijzigen naar Tuin. Ook de landschappelijke waarden van het gebied blijven behouden, door de verbetering van het zicht vanuit de Uiterweg door de verplaatsing van de ark. 2.3.3.4 Lintenbeleid 3e herziening In de 16e en 17e eeuw vond bewoning plaats in Aalsmeer die bestond uit lintbebouwing langs de Uiterweg, losse boerderijen en molens langs de verbindingswegen.
Naast de Uiterweg zijn ook de Kudelstaartseweg, de Oosteinderweg en de Herenweg (bewoningslinten van Calslagen en Kudelstaart) van cultuurhistorisch belang en maken onderdeel uit van de cultuurhistorische hoofdstructuur van de gemeente. De linten lagen te midden van veenplassen. Sporen van bewoning vanaf de late middeleeuwen worden in de linten verwacht. De Uiterweg is een van de oudste linten in Aalsmeer, oorspronkelijk een weg met aan beide zijden een sloot en aan beide zijden bebouwd. Door verbreding van de weg is de sloot aan de noordzijde gedempt (1949). De kavelsloten liggen haaks op de weg. Woonbebouwing wordt afgewisseld door voormalige boerderijen waarvan er enkele als Rijksmonument zijn aangewezen. Het is het enige lint waar de zogenaamde (langhuis)boerderijen voorkomen. De Uiterweg wordt gekenmerkt door een diversiteit aan architectuur. Het eerste deel van de Uiterweg is samen met de Historische Tuin, aangewezen als “gemeentelijk beschermd dorpsgezicht”. Specifieke kenmerken: <0000> doodlopend lint, alleen bestemmingsverkeer; <0000> een van de oudste linten, met Rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en langhuizen; <0000> overwegend ingetogen architectuur; <0000> diversiteit in architectuur; <0000> eerste deel van de Uiterweg aangewezen als “gemeentelijk beschermd dorpsgezicht”; <0000> waardevolle doorzichten naar de hierachter gelegen gebieden.
Relevantie plangebied In de nieuwe situatie zal de bestaande woonark worden verwijderd en wordt er een nieuw woonark geplaatst ongeveer 55 meter verplaatst. Daarnaast wordt voor de gronden gelegen achter de woning Uiterweg 93 worden gewijzigd naar tuin. De ontwikkeling kan hierdoor bijdragen aan een kwaliteitswinst voor het plangebied en het historische lint. 2.3.3.5 Erfgoedverordening 2017 De verordening ziet toe op het beheer en behoud van cultureel erfgoed gelegen binnen Aalsmeer, dat van bijzonder belang is vanwege de cultuurhistorische of ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
wetenschappelijke betekenis. Op grond van deze verordening is het, verboden binnen een archeologisch verwachtingsgebied zonder omgevingsvergunning de bodem dieper dan 40 cm te verstoren. Relevantie plangebied zie paragraaf 3.6.1 2.3.3.6 Agenda en actieplan Klimaatadaptatie Aalsmeer 2021-2026 Klimaatadaptatie is voor de gemeente Aalsmeer een belangrijke transitie. Het is essentieel om de leefomgeving aan het veranderende klimaat aan te passen. De hete en droge zomers hebben het belang van klimaatadaptatie extra duidelijk gemaakt. Klimaatverandering versnelt op de vier belangrijkste klimaattrends: <0000> het wordt warmer; <0000> het wordt natter; <0000> het wordt droger; <0000> de zeespiegel stijgt; De gemeente Aalsmeer volgt de landelijke aanpak voor klimaatadaptatie via de volgende stappen: Kwetsbaarheid in beeld brengen (weten) Via klimaatstresstesten heeft de gemeente Aalsmeer de lokale impact voor de vier klimaattrends op hoofdlijnen en knelpuntlocaties in kaart gebracht: 1. Wateroverlast: de kaart laat de waterdieptes op straat en tegen gebouwen bij een extreme regenbui en de grondwateroverlast zien. Er zijn 10 locaties als knelpunt voor wateroverlast aangewezen. 2. Hitte tijdens een hittegolf: de kaart geeft de (gevoels)temperatuur tijdens een extreem hete dag weer. Er zijn 7 onderwerpen als hitteknelpunt aangemerkt. 3.
Droogte: de gevolgen van een langdurig droogte voor bodemdaling en het grondwater zijn aangegeven. Voor droogte zijn 8 knelpunten benoemd. 4. Waterveiligheid: de kans op een dijkdoorbraak bij extreme waterstanden is in beeld gebracht. Bij de analyse zijn geen locatie specifieke knelpunten geconstateerd voor waterveiligheid. Risicodialogen voeren en ambities (willen) In het plan zijn 4 ambities opgenomen: 1. Wateroverlast: het inrichten van de stad op extreme buien. Bij een bui van 70 mm in één uur (die gemiddeld 1x per 100 jaar voorkomt) stroomt er vanuit de openbare ruimte geen water gebouwen in; daarnaast blijven nutsvoorzieningen en vitale objecten functioneren bij een bui van 90 mm in één uur. Op openbaar en privaat terrein streeft de gemeente ernaar dat regenwater als waardevol product wordt gezien. De gemeente streeft ernaar dat regenwater zoveel mogelijk opgevangen wordt waar het valt, hergebruikt wordt (groen, grondwater, toilet) of vertraagd wordt afgevoerd. 2. Hitte: het beperken van de impact op de gezondheid en de leefomgeving. De hitte impact is in 2050 niet erger dan in 2020; knelpunten van kwetsbare groepen uit de stresstest zijn onderzocht en waar nodig maatregelen getroffen. De negatieve gezondheidsimpact op kwetsbare groepen wordt verkleind; de openbare ruimte, gebouwen, nutsvoorzieningen en vitale functies worden hittebestendiger ingericht. 3.
Droogte: het vergroten van de sponswerking van de stad en de bodem. Droogte leidt niet tot onomkeerbare schade aan gebouwen, infrastructuur en natuur. 4. Waterveiligheid: het regionaal samenwerken aan gevolgbeperking en dijkversterking Om de waterveiligheid blijvend te borgen draagt de gemeente actief bij aan de
ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
regionale samenwerking. Het waterschap is leidend bij dijkversterkingen en de Veiligheidsregio bij gevolgbeperking van overstromingen. Een belangrijk deel van de klimaatopgave zal binnen het particulier bezit moeten worden gerealiseerd. Voor het bevorderen van de bewustwording en actiebereidheid bij bewoners en bedrijven zijn aansprekende (appellerende) acties nodig, zoals een 'bewonersagenda'. Klimaatadaptatieagenda opstellen (werken), Als basis voor alle maatregelen hanteert de gemeente Aalsmeer de volgende algemene principes bij de uitvoering: <0000> We maken ruimte voor een klimaatbestendige inrichting. <0000> We werken samen in een netwerksamenleving met gedeelde verantwoordelijkheid. <0000> Onacceptabele knelpunten lost de gemeente samen met partners binnen 10 jaar op. <0000> Voor de uitvoering van projecten wordt in principe aangehaakt bij bestaande processen en investeringen. <0000> Werken aan het klimaat vindt plaats aan de hand van een continu leerproces. Relevantie plangebied Zie paragraaf 3.4. 2.3.3.7 Geluidbeleid bij nieuwe ontwikkelingen De Omgevingswet heeft ook gevolgen voor het beleidsterrein geluid. Landelijke geluidnormen zijn gedeeltelijk vervallen en worden opgenomen in het omgevingsplan.
Het 'geluidbeleid bij nieuwe ontwikkelingen' vormt het toetsingskader bij het beoordelen van de toelaatbaarheid van geluid op de gevel van een geluidgevoelige gebouw dat tussen de standaardwaarde en de grenswaarde ligt. De standaardwaarde is een geaccepteerd geluidniveau waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken. De grenswaarde is een grens die alleen bij uitzondering kan worden overschreden. Standaardwaarde Indien de standaardwaarde wordt overschreden worden alle maatregelen die het geluid kunnen beperken tot de standaardwaarde onderzocht. Om een kleine overschrijding van de standaardwaarde niet te laten leiden tot het nemen van ingrijpende maatregelen is er een onderverdeling gemaakt in drie niveaus tussen de standaardwaarde en de grenswaarde: de tussenwaarde niveau 1, 2 en 3. De maatregelen: <0000> Geluidluwe gevel: Om de gezondheid te beschermen moet het geluidgevoelige gebouw beschikken over minimaal één geluidluwe gevel (dit is niet van toepassing voor vliegtuiggeluid) <0000> Geluidluwe buitenruimte: Gebouwen met een woonfunctie beschikken over een geluidluwe buitenruimte. <0000> Woningindeling: De geluidgevoelige ruimten worden zoveel mogelijk aan de geluidluwe gevel van de woning geprojecteerd, waarbij minimaal één slaapkamer aan de geluidluwe gevel wordt gerealiseerd. Hoe hoger de tussenwaarde, hoe zwaarder de maatregel.
Gecumuleerd geluid Het gecumuleerd geluid is het geluid door alle geluidbronsoorten en activiteiten gezamenlijk, rekening houdend met de verschillen in hinderlijkheid tussen verschillende soorten geluidbronnen. Dit wordt bij elkaar opgeteld met correctie. De gemeente beoordeeld of en in welke mate het verantwoord is om de afwegingsruimte boven de standaardwaarde te gebruiken.
ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
Gecumuleerd geluid (Lcum) tot 45 4650 5155 5660 6165 6670 vanaf 71
Beoordeling zeer goed goed redelijk matig tamelijk slecht slecht zeer slecht
Gezamenlijk geluid Het gezamenlijk geluid is het geluid door geluidbronsoorten en andere activiteiten tegelijk, opgeteld zonder correctie voor de verschillen in hinderlijkheid. Het gezamenlijk geluid op de gevel wordt gebruikt voor het bepalen van de eis aan de geluidwering van de gevel. Indien de standaardwaarde wordt overschreden is altijd een extra geluidnorm van toepassing, namelijk de grenswaarde voor het geluidniveau in geluidgevoelige ruimten: de binnenwaarde. De binnenwaarde is een extra waarborg om ervoor te zorgen dat bewoners ook bij hogere geluidniveaus op de gevels onder acceptabele omstandigheden in hun woning kunnen leven en slapen. Middels (extra) gevelisolatie wordt dit gegarandeerd. Van de binnenwaarde kan niet worden afgeweken. Relevantie plangebied Zie paragraaf 3.7 2.3.3.8 Mobiliteitsagenda Aalsmeer Op 27 januari 2022 heeft de gemeenteraad de Mobiliteitsagenda Aalsmeer vastgesteld. Deze agenda heeft drie uitgangspunten: 1. Aalsmeer via alle modaliteiten bereikbaar; 2. Aalsmeer verkeersveilig en toegankelijk; en 3. Aalsmeer innovatief duurzaam bereikbaar. Er komen nieuwe ontwikkelingen op Aalsmeer en de regio af. Het voorgaande beleid, Aalsmeers Verkeer en Vervoerplan (AVVP) uit 2009, hield geen rekening met de huidige trends, ontwikkelingen en vraagstukken.
De Raad heeft in maart 2021 het Koersdocument Mobiliteit vastgesteld waarin 11 koersen zijn opgenomen op basis waarvan de Mobiliteitsagenda is opgesteld. De 11 koersen zijn: 1. Naar een flexibele Mobiliteitsagenda Aalsmeer 2. Ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit in samenhang bezien 3. Ruimtelijk patroon Aalsmeer vraagt om maatwerk per gebied 4. Aanpak gevolgen vergrijzing voor mobiliteit 5. Een compleet mobiliteitsaanbod 6. Product OV versterken 7. Faciliteren groeiend (e)fietsgebruik 8. Optimalisatie logistieke ketens 9. Actieve rol van ondernemers in bereikbaarheid 10.Naar een integrale en actieve aanpak van verkeersveiligheid 11.Een volgende stap in duurzame mobiliteit en deelmobiliteit Relevantie plangebied Zie paragraaf 3.11 2.3.3.9 Nota Parkeernormen Aalsmeer 2016 Eind 2012 heeft het CROW (Landelijk kenniscentrum voor verkeer en vervoer) nieuwe parkeerkencijfers gepubliceerd. De 'oude' cijfers dateren van 2004 en dienden als basis voor de parkeernormen zoals vastgesteld in het Aalsmeer Verkeer en Vervoerplan ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
(AVVP). In het AVVP zijn echter alleen normen opgenomen voor de categorie 'wonen'. De aanleiding voor deze Nota Parkeernormen Aalsmeer is als volgt: <0000> Naast de normen voor de categorie wonen zijn er nog geen parkeernormen vastgesteld voor Aalsmeer en Kudelstaart; <0000> De parkeernormen uit 2004 en uit het AVVP zijn niet meer actueel. De nieuwe kencijfers van het CROW zijn gebaseerd op de meest actuele en recente ervaringscijfers. Parkeernormen moeten vanaf 2018 zijn opgenomen in bestemmingsplannen. Door in toekomstige bestemmingsplannen via de regels een verwijzing op te nemen naar deze Nota Parkeernormen inclusief toepassingsregels wordt aan deze verplichting voldaan en geldt voor iedereen een eenduidig kader. In de regels behorende bij dit bestemmingsplan is een verwijzing opgenomen naar de Nota Parkeernormen. Het vaststellen van parkeernormen en toepassingsregels is om diverse redenen belangrijk en nuttig. Door het parkeren nadrukkelijk te toetsen en de juiste parkeernorm zo vroeg mogelijk in een planproces te bepalen wordt parkeeroverlast voorkomen en wordt de verkeersveiligheid verbeterd. Indien een ontwikkelaar namelijk te weinig parkeerplaatsen realiseert op eigen terrein, gaan er ook mensen in de omgeving parkeren met mogelijk parkeeroverlast en verkeersonveilige situaties tot gevolg.
Voor burgers, bedrijven en ontwikkelaars is met deze nota duidelijk welke normen gehanteerd worden bij een aanvraag. Bovendien bevat de nota duidelijke toepassingsregels om uit te leggen hoe de parkeernormen gehanteerd moeten worden. Hierdoor wordt er geborgd dat er voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn en dat mogelijk verwachte parkeerproblemen vanaf het begin van het planproces worden voorkomen. Relevantie plangebied Zie paragraaf 3.11.
ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
DEEL 3 FYSIEKE LEEFOMGEVING 3.1 Toetsing milieueffectrapportage (m.e.r.) 3.1.1 Toetsingskader Doel In een projectmerbeoordeling toetst het bevoegd gezag of er bij het project aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden. Er zijn 2 uitkomsten mogelijk: <0000> Aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten: er volgt een mer en er moet een milieueffectrapport (MER) worden gemaakt. <0000> Aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten: er is geen mer nodig er hoeft geen MER te worden gemaakt. Wettelijk kader Of een besluit over een project projectmerbeoordelingsplichtig is, kunt u afleiden uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Het wijzigen van het omgevingsplan heeft betrekking op de activiteit J11: 'Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterrein'. Onder de Omgevingswet is de drempelwaarde komen te vervallen zodat (vooralsnog) elke stedelijke ontwikkelingsproject MERbeoordelingsplichtig is. Toetsing Aan de hand van een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten wordt getoetst of sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Deze beoordeling wordt opgenomen in de omgevingsvergunning. De MERbeoordeling dus onderdeel van de omgevingsvergunning. Indien de verwachting is dat een project aanzienlijke milieueffecten zal geven zal de omgevingsvergunning worden geweigerd.
Er zal dan eerst een milieueffectrapport opgesteld moeten worden. 3.1.2 Plangebied Aan de Uiterweg 93 WS 5 in Aalsmeer wordt de bestaande woonark over een afstand van ongeveer 55 meter verplaatst naar een nieuwe locatie. Tevens wijzigt voor de gronden gelegen achter de woning Uiterweg 93 de bestemming van Recreatie Jachthaven 2 naar Tuin. 3.1.3 Conclusie Locatie De projectlocatie is niet gelegen in of nabij een gebied dat wordt beschermd vanuit de natuurwaarden. De locatie is daarnaast zodanig ver verwijderd van een Natura 2000gebied dat van externe werking geen sprake kan zijn. Tevens ligt het niet in de buurt van het Natuurnetwerk Nederland of overig beschermd natuurgebied. Milieueffecten De omvang van de voorgenomen ontwikkeling brengt geen zodanige productie van afvalstoffen, verontreiniging, hinder en risico van ongevallen met zich mee op basis
ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
waarvan belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. In de volgende paragrafen zijn verschillende milieueffecten beschouwd. Hieruit blijkt dat er door de ontwikkeling geen sprake is van nadelige milieugevolgen. Onderhavig initiatief ziet op de verplaatsing van een bestaand ligplaats naar een ander perceel in de directe nabijheid. In dit geval gaat het bovendien om de verplaatsing van een bestaande ligplaats en is dus geen sprake van het toevoegen van nieuwe functies. Voorliggende ontwikkeling wordt daarom niet gezien worden als een 'stedelijk ontwikkelingsproject' (J.11 uit bijlage V van het Omgevingsbesluit), waardoor niet beoordeeld hoeft worden of er sprake zal zijn van aanzienlijke milieueffecten. Een verdere vormvrije m.e.r.beoordeling kan daarmee achterwege blijven.
3.2 Bodem 3.2.1 Toetsingskader Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet krijgt de gemeente een aantal regels over het onderwerp bodem in het tijdelijk deel van het omgevingsplan middels de bruidsschat. De bruidsschat is een set aan regels die van het Rijk naar onder andere de gemeenten gaan. Deze regels worden automatisch onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het nieuwe wettelijke instrumentarium voor bodem berust op drie pijlers: 1. het voorkomen van nieuwe verontreiniging of aantasting (preventie) 2. het meewegen van bodemkwaliteit als onderdeel van een brede afweging over de kwaliteit van de leefomgeving in relatie tot functies (toedeling van functies) 3. het op duurzame en doelmatige wijze beheren van resterende historische verontreinigingen (beheer historische verontreinigingen) In het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient voorkomen worden dat bodemgevoelige activiteiten op verontreinigd grond plaats vinden. Gelet hierop bevat paragraaf 5.1.4.5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) instructieregels voor het toelaten van een bouwactiviteit (bouwen van een bodemgevoelig gebouw) op een bodemgevoelige locatie. Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, voor zover aannemelijk is dat personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn.
Een bodemgevoelige locatie is een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Tevens wordt daaronder de aangrenzende aaneengesloten tuin of het aangrenzende aaneengesloten terrein verstaan, net als een onmiddellijk aan een woonschip of woonwagen grenzende tuin of grenzend terrein. Gelet op artikel 5.89j van het Bkl moeten bij het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie de waarden voor de toelaatbare bodemkwaliteit in acht genomen worden. Bij overschrijding van die waarden mag alleen gebouwd worden als sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. Deze beoordeling vindt plaats in het kader van de verlening van de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken (zie hiervoor de artikelen 22.29, lid 1 sub c, 22.30 en 22.31 van het omgevingsplan gemeente Aalsmeer). Desalniettemin dient bij de toelating van een bodemgevoelige gebouw aannemelijk zijn dat de vergunning verleend kan worden en dat het plan financieel uitvoerbaar is.
ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
Daarom moet voorafgaand aan de vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan onderzoek worden gedaan naar de bodemkwaliteit in het besluitgebied. Bij een geconstateerde (potentiële) verontreiniging moet in verband met de uitvoerbaarheid van de wijziging van het omgevingsplan tevens in kaart worden gebracht welke maatregelen nodig zijn om het beoogde gebruik van de gronden te kunnen realiseren. Aalsmeer Het vastgestelde beleidskader bodem geeft de Aalsmeerse invulling weer van een deel van de bodemregelgeving onder de Omgevingswet. De juridische basis voor lokaal beleid is opgenomen in het TAMvoorbereidingsbesluit bodem. Op 12 december 2023 is er een TAMvoorbereidingsbesluit Bodem vastgesteld die per 1 januari 2024 is ingegaan. Er is geconstateerd dat er een verkeerde verwijzing in de documentatie zit zodat op 5 maart 2024 een nieuw besluit is genomen. Met dit TAM voorbereidingsbesluit bodem worden er bodemregels vastgesteld in aanvulling op het Omgevingsplan van rechtswege per 1 januari 2024. Op termijn worden de regels uit het TAMvoorbereidingsbesluit omgezet naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Op 27 maart 2025 heeft de raad het TAMIMRO plan Bodem vastgesteld. In dit TAMomgevingsplan zijn de regels van de TAM voorbereidingsbesluiten 'bodem Aalsmeer' en 'staalslakken en grondstabilisatie Aalsmeer' verwerkt.
Dit TAM omgevingsplan hoofdstuk 22d betreft het gehele grondgebied van Aalsmeer en is een aanvulling op de regels van het tijdelijke deel omgevingsplan. Onderdeel van de regelgeving is de bodemkwaliteitskaart. Bijlage 3A1 geeft de zonekaart van de bodemkwaliteitskaart weer waarin verschillende zones zijn gedefinieerd op basis van bodemkwaliteit en ophooggeschiedenis. Elke bodemkwaliteitszone heeft een bepaalde kwaliteit, die consequenties heeft voor het toegestane grondverzet en de kwaliteit van de grond die er op mag worden aangebracht, afhankelijk van de bodemfunctie. 3.2.2 Plangebied
Uitsnede zonekaart regio Amstelland en Meerlanden Met zones 1 en 2 op de zonekaart van de bodemkwaliteitskaart hebben betrekking op locaties met een relatief schone bodem. Voorafgaand aan het bouwen van een ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
bodemgevoelige gebouw in deze zones is in principe een vooronderzoek (dossieronderzoek) voldoende, tenzij dat onderzoek aanleiding geeft voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek. De voorgenomen ontwikkeling aan Uiterweg 93 WS 5 vindt plaats in zone 3. Op basis hiervan is een bodemonderzoek verplicht. Onderhavig initiatief ziet op de verplaatsing van een bestaande ligplaats van een woonark. De verplaatsing betreft enkele tientallen meters. Ten behoeve van de nieuwe ligplaats zal een afgraving plaatsvinden van circa 150 m2. Ten behoeve van onderhavig initiatief is er een bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage is opgenomen als bijlage 1. Uit dit onderzoek blijkt het volgende. 3.2.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat ter plaatse van de onderzoekslocatie (de ontgravingsvlakken en het tussengebied) de bovengrond tot een diepte van circa 0,5 mmv sterk verontreinigd is met zware metalen en asbest. Ter plaatse van boring 403 is ook de ondergrond tot 1,2 mmv sterk verontreinigd met zware metalen. De verontreiniging heeft binnen de ontgravingsvlakken een omvang van circa 175 m3 . De verontreinigingsvlek boven de interventiewaarde is aangegeven op een vlekkenkaart in bijlage I van rapportage.
Opmerkingen en aanbevelingen Bij het uitvoeren van graafwerkzaamheden op de locatie, waarbij geen saneringsdoelstelling van toepassing is, dient rekening te worden gehouden met de regels en voorschriften uit onderstaande tabel. Te allen tijde geldt de verplichting dat bodemlagen van verschillende kwaliteit apart ontgraven dienen te worden. Er is naar onze mening geen saneringsverplichting voor de tuin aangezien er geen humaan risico is. Een risicobeoordeling is bijgevoegd in de rapportage. Voorafgaand aan de graafwerkzaamheden dient een melding naar het bevoegd gezag gedaan te worden ‘graven in grond > Interventiewaarde’. Bij de ontgravingen dient de sterk verontreinigde grond te worden afgevoerd naar een stort. Eventueel is het mogelijk om niet sterk verontreinigde grond te gebruiken voor de demping van de huidige ligplaatsen van de woonarken mits de grond op dezelfde hoogte worden toegepast. De toepassing kan worden toegestaan na melding en met in achtneming van de voorwaarden die gelden voor ‘tijdelijke uitname’ van de regeling Bodemkwaliteit 2022. De graafwerkzaamheden dienen te worden uitgevoerd door een BRL 7000 gecertificeerde aannemer, onder begeleiding van een BRL 6000 gecertificeerde milieukundig begeleider. De werkzaamheden vallen onder een veiligheidsklasse (zwartniet vluchtig).
Dit betekent onder andere dat de voorbereiding en uitvoering van het werk onder begeleiding van een arbeidshygiënist en/of een hogere veiligheidskundige moet worden uitgevoerd. Het aspect bodem staat niet aan de uitvoerbaarheid van het initiatief in de weg.
3.3 Water 3.3.1 Toetsingskader Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Denk bijvoorbeeld aan (instructie)regels (al dan niet ter nastreving van omgevingswaarden) uit de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Bij de uitvoering van de digitale watertoets komt het naleven van instructieregels aan de orde. Daarnaast bevatten de artikelen 5.38 t/m 5.49 Bkl rijksregels met betrekking tot: <0000> het voorkomen van belemmeringen voor primaire waterkeringen; ontwerp toelichting TAM omgevingsplan hoofdstuk 22h Uiterweg 93ws5 pagina
<0000> <0000>
het bouwen binnen kustfundamenten buiten stedelijk gebied; het ontplooien van activiteiten in en nabij grote rivieren en het IJsselmeergebied.
Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming en de weging van het waterbelang worden betrokken. Zodoende is de oorspronkelijke watertoets niet langer voorgeschreven en is de gemeente vrij om hier zelf invulling aan te geven. Ten slotte zijn de regels van artikel 5.165 Bkl en paragraaf 22.3.8 uit de bruidsschat van belang met betrekking tot het lozen van (industrieel) afvalwater in het openbaar vuilwaterriool. Artikel 5.165 Bkl schrijft voor in welke gevallen het omgevingsplan lozingen van industrieel afvalwater mag toestaan. Gemeenten kunnen voor sommige lozingen specifieke regels stellen. In het algemeen is de specifieke zorgplicht voor milieubelastende activiteiten die in de bruidsschat zijn opgenomen voldoende. Met de bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften kan de gemeente voor specifieke bedrijven zo nodig aanvullende eisen stellen die passen bij de bedrijfssituatie. Nationaal Waterprogramma 20222027 Het Nationaal Waterprogramma 20222027 (NWP) bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid, de uitvoering ervan in de rijkswateren en de daartoe behorende aspecten van het omgevingsbeleid. Het NWP 20222027 geeft uitvoering aan de EU richtlijnen. Het NWP is de doorwerking van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en een verplicht programma op grond van de Omgevingswet. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk.