CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting OED.pdf

3.Raad (besluitvormend) 13 juli 2023, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Oosteindedriehoek; bestemmingsplan, exploitatieplan, besluit Wet geluidhinder, beeldkwaliteitplan en vormvrije m.e.r.-beoordelingsbesluit28.181 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TOELICHTING Bestemmingsplan Oosteindedriehoek

Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 1 van 68

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Crisis­ en herstelwet 1.5 Leeswijzer HOOFDSTUK 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie en omgeving 2.2 De ontwikkeling HOOFDSTUK 3 PLANOPZET 3.1 Algemeen 3.2 De planregels en bestemmingen HOOFDSTUK 4 UITVOERBAARHEID 4.1 Economische uitvoerbaarheid 4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 4.3 Handhaving HOOFDSTUK 5 BELEIDSKADER EN REGELGEVING 5.1 Inleiding 5.2 Rijksbeleid en regelgeving 5.2.4 Luchthavenindelingbesluit Schiphol (2002) 5.3 Provinciaal en regionaal beleid 5.4 Gemeentelijk beleid HOOFDSTUK 6 OMGEVINGSKWALITEIT 6.1 Archeologie en cultuurhistorie 6.2 Bedrijven en milieuzonering 6.3 Bodem 6.4 Duurzaam bouwen en energie 6.5 Ecologie 6.6 Externe veiligheid 6.7 Geluid 6.8 Kabels en leidingen 6.9 Luchtkwaliteit 6.10 Verkeer en parkeren 6.11 Vormvrije m.e.r­beoordeling 6.12 Water

Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

3 3 3 4 6 6 7 7 8 18 18 18 22 22 22 25 27 27 27 30 31 34 42 42 46 46 48 49 51 53 56 56 59 62 62

pag 2 van 68

HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doelstelling

Aan de noordoostzijde van de gemeente Aalsmeer wordt de gebiedsontwikkeling 'Oosteindedriehoek' ter hand genomen. Dit deel van het agrarisch gebied wordt getransformeerd tot een nieuwe woonwijk met maximaal 853 woningen en een nieuwe school. De locatie bevindt zich tussen de Aalsmeerderweg aan de noordwestzijde, de Legmeerdijk aan de zuidoostzijde en de bestaande woonwijk Nieuw Oosteinde aan de zuidwestzijde. De planontwikkeling is ingegeven door de 'Structuurvisie Landelijk Gebied Oost', die door de gemeenteraad is vastgesteld op 6 juli 2017. Op 28 maart 2019 heeft de gemeenteraad vervolgens het 'Ruimtelijk Raamwerk Aalsmeer­Oost' vastgesteld, als uitwerking van de Structuurvisie. Op 28 oktober 2021 heeft de gemeenteraad tenslotte de 'Startnotitie Oosteindedriehoek deelgebied 1' vastgesteld. Dit bestemmingsplan vormt de nadere uitwerking daarvan. Een aantal initiatiefnemers heeft zich verenigd in een consortium van private partijen, dat grondposities heeft verworven binnen het plangebied. In het kader van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan zijn tussen de gemeente en het consortium afspraken gemaakt. Het doel van dit bestemmingsplan is het bieden van een actueel juridisch­planologisch kader voor de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk in de Oosteindedriehoek.

Hiermee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de invulling van de lokale behoefte aan woningen voor de toekomstige inwoners van Aalsmeer en haar directe omgeving. In Aalsmeer is immers nog steeds een groot tekort aan woningen. Met dit plan kan in een deel van deze behoefte worden voorzien.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt tussen de Legmeerdijk en de Aalsmeerderweg en is ca. 27 hectare groot. Langs deze wegen liggen oorspronkelijke bebouwingslinten. Aan de zuidwestzijde van het plangebied ligt de woonwijk Nieuw Oosteinde. Aan de zuidoostzijde grenst het plangebied aan de Legmeerdijk met aan de overkant de (relatieve) nieuwbouwwijk Westwijk in de gemeente Amstelveen. Het plangebied wordt globaal begrensd door: <0000> aan de zuidoostzijde: de Legmeerdijk en de eigendomsgrenzen van de bestaande bebouwing langs de Legmeerdijk; <0000> aan de zuidwestzijde: de woonwijk Nieuw Oosteinde; <0000> aan de noordwestzijde: de eigendomsgrenzen van de bestaande bebouwing langs de Aalsmeerdeerweg; <0000> aan de noordoostzijde: de eigendomsgrenzen van de bestaande bebouwing van de aldaar gevestigde (agrarische) bedrijven.

Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 3 van 68

Figuur 1: ligging plangebied

Figuur 2: begrenzing plangebied

1.3 Geldende bestemmingsplannen Dit bestemmingsplan vervangt een deel van het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Oost', dat werd vastgesteld bij raadsbesluit van 4 december 2014, alsmede gedeeltelijk

Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 4 van 68

het paraplubestemmingsplan 'Parkeernormen', dat werd vastgesteld bij raadsbesluit van 28 september 2017. Ter plaatse van het plangebied geldt thans overwegend de bestemming 'Agrarisch ­ Tuinbouw' met de dubbelbestemming 'Waarde ­ Archeologie 2'.

Figuur 3: uitsnede plankaart vigerend bestemmingsplan

Op basis van het vigerende bestemmingsplan is thans geen woningbouw in het plangebied toegestaan. Een herziening van dit bestemmingsplan is nodig om de beoogde ontwikkeling planologisch en juridisch toe te staan. Het college van burgemeester en wethouders bereidt het bestemmingsplan voor dat vervolgens aan de gemeenteraad ter vaststelling wordt aangeboden. Nadat het bestemmingsplan in werking is getreden en onherroepelijk is, vormt dit de basis voor het verlenen van omgevingsvergunningen om tot de bouw van de nieuwe woonwijk over te kunnen gaan.

Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 5 van 68

Figuur 4: Nieuw bestemmingsplan ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan

1.4 Crisis- en herstelwet

De Crisis­ en herstelwet (Chw) beoogt een versnelling in de ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke projecten te bewerkstelligen en stimuleert vernieuwende en duurzame projecten. Het gaat onder meer om de aanleg van wegen en bedrijventerreinen en de bouw van woningen en windmolenparken. Een belangrijke maatregel uit de Chw is de vermindering en versnelling van beroepsprocedures. De projecten waarvoor dit geldt zijn opgenomen in bijlage I en II van de Chw. In bijlage I van de Chw is als categorie van gevallen, die vallen onder de werking van de Chw, onder andere genoemd de ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening ten behoeve van de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied. Voorliggend bestemmingsplan maakt de bouw van meer dan 11 woningen mogelijk en valt daardoor in deze categorie.

1.5 Leeswijzer

Na de inleiding in dit hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie van het plangebied en van de ontwikkelingen die in het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. In hoofdstuk drie wordt uitgelegd hoe het bestemmingsplan en de daarin opgenomen bestemmingen zijn vertaald in juridische zin. In hoofdstuk vier komt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan bod. Hoofdstuk vijf gaat verder in op de beleidskaders en in het laatste hoofdstuk komen de omgevingsaspecten aan bod.

Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 6 van 68

HOOFDSTUK 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie en omgeving

In het landschap ten zuiden van Amsterdam, tussen Amstel en Haarlemmermeer ligt een palet aan polders, droogmakingen en veenbovenlanden. Bestonden voor 1880 de gebieden ten weerszijden van de Legmeerdijk nog uit poelen en plassen, in het eind van de 19e eeuw zijn deze drooggemalen tot respectievelijk de Oosteinderpoelpolder en Legmeerpolder. Het plangebied ligt in de Oosteinderpoelpolder in het oosten van de gemeente Aalsmeer. De polder ligt ten zuiden van het buurtschap Oosteinde en ten oosten van het dorp Aalsmeer. In het noorden grenst het gebied aan de Schinkelpolder en in het oosten aan de Noorder Legmeerpolder. De Oosteinderpoel was ­ net als het Stommeer en het Hornmeer ­ een meer in het merengebied ten oosten van het centrum van Aalsmeer. Het meer lag ten zuiden van de nog bestaande Hoge Dijk, die de scheiding markeerde tussen het meer en het buurtschap Oosteinde. Het is vanaf de Middeleeuwen ontstaan door het afgraven van turf. Rond 1865 is de polder drooggemalen en bij de inpoldering werd een rationele landschapsstructuur gerealiseerd van polderwegen en ontwateringstochten. De verschillende polders en droogmakingen worden gescheiden door oude ontginningslinten zoals de Oosteinderweg en nieuwe polderstructuren als de Legmeerdijk en Aalsmeerderweg.

Dit min of meer zuidwest­noordoost lopend landschapspatroon komt samen bij het Schinkeldijkje net ten zuidwesten van de oude kern van Bovenkerk. De oorspronkelijke plasbodems bestonden uit resten veen op een oude (zee)kleibodem. Door drooglegging en ontwatering rijpten deze gronden, maar ze blijven kleiig en nat. Vaak kalkrijk met moerassige bovenlaag en tevens vaak verstoord door teelt en kassenbouw. De polder ligt ca. 2,5 meter lager dan de omringende dijken. Het gebied wordt gekenmerkt door voornamelijk gronden die in het verleden zijn gebruikt ten behoeve van de glastuinbouw. Daarnaast is in de noordwesthoek een jeugdhonk aanwezig. Het huidige grondgebruik is een menging van enig resterend agrarisch gebruik of braakliggende gronden en overwegend kassenbouw. Langs de dijken en polderwegen staat lintbebouwing.

Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 7 van 68

Figuur 5: foto­impressies plangebied

2.2 De ontwikkeling 2.2.1 Uitgangspunten en randvoorwaarden Startnotitie Oosteindedriehoek Op 28 oktober 2021 heeft de gemeenteraad de 'Startnotitie Oosteindedriehoek deelgebied 1' vastgesteld. Een Startnotitie loopt vooruit op de procedure voor een bestemmingsplanwijziging en geeft het ruimtelijk kader en randvoorwaarden op basis waarvan daarna de bestemmingsplanprocedure kan worden doorlopen. De Startnotitie

Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 8 van 68

geeft inzicht in alle ruimtelijke raakvlakken en maatschappelijke en financiële overwegingen waar het project mee te maken heeft of kan hebben en of het op die basis haalbaar is om verder te gaan met het project. Daarnaast vervult de ontwerp Startnotitie een belangrijke rol bij de participatie van belanghebbenden. Na vaststelling van de ontwerp Startnotitie door burgemeester en wethouders, heeft deze voor belangstellenden ter inzage gelegen medio 2021. Vragen en opmerkingen van belangstellenden zijn door burgemeester en wethouders van een antwoord voorzien en tezamen met de Startnotitie ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. Door vervolgens de definitieve Startnotitie vast te stellen heeft de gemeenteraad het ruimtelijk kader voor dit plan bepaald. Programmatische uitgangspunten Woningbouw Het woningbouwprogramma dient aan te sluiten op de vastgestelde gemeentelijke Woonagenda 2020, waarbij een mix van de daarin genoemde woningcategorieën een plek zal krijgen. Voor de specifieke doelgroepen (senioren, starters, jongeren) dienen passende innovatieve producten (woonconcepten) in het plan te worden opgenomen. Op basis van de omvang en woonmilieus van het plangebied wordt een plancapaciteit met een bandbreedte tussen 700 en 875 woningen verondersteld.

Op basis van de Woonagenda ontstaat het volgende indicatieve woningbouwprogramma: Type woning 25% sociaal / goedkoop 30% middelduur 45% duur / vrije sector Totaal

Bandbreedtes aantal woningen (ca.) 175 220 210 260 315 395 700 875

Tabel 1: uitgangspunten woningbouwprogramma

Maatschappelijke voorzieningen Naast de woningen is een locatie voor een IKC met basisschool, gymzaal, kinderdagverblijf en naschoolse opvang in het plan voorzien. Het ruimtebeslag is als volgt: <0000> Oppervlakte bebouwing = 1.750 m2; <0000> Schoolplein = 750 m2; <0000> Buitenruimte kinderopvang 400 m2; <0000> Buitenruimte maatschappelijk 50 m2; <0000> Parkeren auto = 400 m2; <0000> Parkeren fiets = 600 m2. De totaal benodigde oppervlakte bedraagt alsdus 3.950 m2, waarbij het parkeren van auto's deels buiten het plot wordt opgelost en het schoolplein deels in de parkzone wordt gesitueerd. In paragraaf 2.2.2.1 wordt het programma van de voorgestane ontwikkeling, zoals dat tot stand is gekomen na verdere uitwerking van de Startnotitie, nader beschreven. Stedenbouwkundige randvoorwaarden Het is van belang om bij de invulling van het plangebied de karakteristieke (landschappelijke) kenmerken van de omgeving zoveel mogelijk te respecteren, dan wel het oorspronkelijke gebruik als kassengebied als thema in het ontwerp en de beeldkwaliteit als drager op te nemen.

Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 9 van 68

Figuur 6 – oorspronkelijke ruimtelijke opbouw

Door uitstraling van kwaliteit en diversiteit middels het hanteren van diverse woonvormen, hoogteaccenten en variatie in bebouwingstypologieën moet worden voorkomen dat een saaie monotone woonwijk wordt gerealiseerd. Uit de verdere uitwerking van de stedenbouwkundige visie moet blijken of met behoud van een kwalitatief goed plan het veronderstelde aantal woningen ruimtelijk­stedenbouwkundig haalbaar is. Voor het plangebied wordt een afzonderlijk beeldkwaliteitplan opgesteld. Met de aanwezigheid van omliggende bedrijven in de nabijheid van het plangebied dient in voldoende mate rekening te worden gehouden. Uitgangspunt is dat de huidige bedrijfsvoering niet wordt belemmerd. Verkeer, Parkeren en Mobiliteit Algemeen Gelet op de verkeersintensiteiten zijn de Legmeerdijk en de Aalsmeerderweg gebiedsontsluitingswegen. De nieuwe woonbuurt zal voor een aanzienlijke verhoging van de verkeersdruk zorgen. Het plangebied Oosteindedriehoek zal worden ontsloten op de Legmeerdijk door middel van een aan te leggen rotonde op het punt waar de Marshallsingel aansluit op de Legmeerdijk. Dit aansluitpunt is nu voorzien van een verkeersregelinstallatie. De verkeersstructuur dient zodanig te worden ontworpen dat er een complete en logische structuur ontstaat waarbij alle bestemmingen bereikbaar zijn voor het maatgevende voertuig.

Voor langzaam verkeer moeten er directe, korte en logische routes beschikbaar zijn naar de verkeersaantrekkende bestemmingen in en buiten het plangebied. Tevens dient rekening te worden gehouden met de mogelijke toekomstige uitbreidingen van de overige deelgebieden van de Oosteindedriehoek. Erftoegangswegen De wegen in het plangebied vallen alle in de categorie erftoegangswegen (30 km/h zone) en dienen conform Duurzaam Veilig ingericht te worden. Kruisingen tussen erftoegangswegen zijn gelijkwaardig en in beginsel worden geen éénrichtingswegen toegepast. De erftoegangswegen worden in elementverharding uitgevoerd waarbij bochtstralen geschikt moeten zijn voor vuilniswagens en brandweerauto’s. Parkeren Uitgangspunt is dat parkeren binnen het plangebied wordt opgelost, waar mogelijk op eigen terrein. Bij appartementen in het middeldure en dure segment verdient het aanbeveling parkeren op eigen terrein in gebouwde vorm te laten plaatsvinden. Dit om Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 10 van 68

de openbare ruimte zomin mogelijk te belasten met parkeerplaatsen. Zoals in hoofdstuk 3 van de startnotitie is opgenomen, gelden de specifieke parkeernormen inclusief uitgangspunten, toepassingsregels en juridisch kader die zijn opgenomen in de Nota Parkeernormen Aalsmeer 2016. Op het moment van vergunningverlening geldt de op dat moment vigerende parkeernota. Daarnaast zal duurzame mobiliteit door de initiatiefnemers moeten worden meegenomen in de planvorming. Voetpaden/trottoirs In de LIOR staan criteria aangegeven waaraan voetpaden dienen te voldoen. De breedte van de trottoirs is mede afhankelijk van de positionering van kabels en leidingen. (Brom) fietspaden In de LIOR staan criteria aangegeven waar (brom)fietspaden aan dienen te voldoen. Profielen De maatvoering van dwarsprofielen moet voldoende zijn voor alle functies die de openbare ruimte moet vervullen. Daarbij dient ook voldoende rekening te worden gehouden met het verloop van de maaiveldhoogtes en eisen aan drooglegging en taluds. Groen, water en openbare ruimte Groen Overeenkomstig de Groenvisie van Aalsmeer moet geprobeerd worden om meer groene kwaliteit op wijk niveau te realiseren. De kwaliteit van het groen in wijken kan versterkt worden door een gedifferentieerd beheer te voeren. Ook stelt de gemeente als uitgangspunt de versterking van het bloemkarakter van de gemeente.

Dit kan worden gerealiseerd middels een diversiteit aan bladkleuren, bloeiende planten, heesters en bomen. Een specifiek doel voor klassieke uitbreidingswijken zoals Nieuw Oosteinde was versterking van de belevingswaarde van groen door de afwisseling van open en gesloten groen, siergroen en natuurlijk groen te versterken. Hieronder vallen het versterken van zichtlijnen en het vergroten van zicht op water en bosschages. De hoofdgroenstructuur wordt gekenmerkt door natuurlijk groen, dus overwegend inheemse plantensoorten, natuurlijke oevers en alleen kort gemaaid gras waar het nodig is. Siergroen, met een nadruk op bloei en kleur, zou vooral in de woonbuurten toegepast moeten worden. Bij alle groenaanleg moet aandacht voor de kwaliteit van gezonde groeiplaatsen voorop staan. Dat betekent dat bomen in de woonvlekken voldoende groeiruimte moeten krijgen. Bomen zijn van groot belang voor de aankleding van de woonomgeving, maar ook voor het bijdragen aan een aangenaam klimaat. Het plangebied sluit aan op Nieuw Oosteinde. De Groenvisie van Aalsmeer benadrukt het belang van versterking van toegankelijkheid van het groen en het vergroten van de belevingswaarde van groen. Hier wordt rekening mee gehouden in de ontwikkeling van het plangebied.

Daarbij dient de robuuste groenstructuur tussen Nieuw Oosteinde en Oosteindedriehoek als verbindend groen element te worden gezien in de vorm van een buurtpark met een diversiteit qua gebruik en functie voor beide woonbuurten. Spelen, bewegen en ontmoeten De robuuste hoofdgroenstructuur nodigt uit voor het inrichten van grotere speel­ en ontmoetingsplekken voor niet alleen de jeugd maar ook voor volwassenen. Grotere kinderen hebben een grotere actieradius, dus voor voorzieningen als trapveldjes en verharde speelvoorzieningen is een onderlinge afstand van 600 meter wenselijk. Daarnaast biedt de hoofdgroenstructuur voldoende wandelmogelijkheden en ontmoetingsplekken in de wijk en recreatieve routes naar het Amsterdamse Bos. Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 11 van 68

Voor jonge kinderen zijn kleinschalige speelvoorzieningen dicht bij huis nodig. Een afstand tussen kleuterspeelplekken is maximaal 300 meter. Veilige routes naar speelvoorzieningen zijn een belangrijk aandachtspunt. Water Voor Oosteindedriehoek speelt het aspect water een belangrijke rol. Water dient dan ook naast groen als ontwerpend principe te worden meegenomen. Water is niet alleen noodzakelijk als waterberging maar leidt ook tot een goede en prettige woon­ en leefkwaliteit. Openbare ruimte De inrichting van de openbare ruimte dient onder meer plaats te vinden op basis van de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte van de gemeente Aalsmeer. Voor de openbare verlichting wordt ROVL 2011 en het Politiekeurmerk Veilig Wonen gehanteerd; uitgangspunt is dat er LED­verlichting wordt toegepast. Voor het hemelwater en vuilwater dient een (verbeterd) gescheiden rioolstelsel te worden aangelegd. Daarbij moet het hemelwaterafvoer (HWA) afwateren op de nabijgelegen watergangen. Verder moeten er zoveel mogelijk duurzame materialen worden toegepast zodat uitloging van materialen wordt voorkomen. Financieel De gemeentelijke kosten worden met initiatiefnemers verrekend (publiekrechtelijk kostenverhaal) en mogelijke risico’s worde afgedekt. Hiertoe wordt door de gemeente met initiatiefnemers een anterieure overeenkomst gesloten.

2.2.2 Omschrijving van de ontwikkeling 2.2.2.1 Programma Woningen Het plan kent een mix van verschillende woningtypen, zowel qua vormgeving als qua financieringscategorie. Het stedenbouwkundig plan voorziet in maximaal 852 woningen, bestaande uit: <0000> tenminste 213 woningen in het sociale huursegment; <0000> 256 woningen in het middeldure segment, met de volgende onderverdeling: a. 43 woningen in het middeldure huursegment; b. 43 woningen in het lage middeldure koopsegment; c. 170 woningen in het hoge middeldure koopsegment; <0000> ten hoogste 383 woningen in de vrije sector. Daarnaast maakt het bestemmingsplan de bouw van 1 woning mogelijk in het lint aan de Aalsmeerderweg tussen de woningen met de huisnummers 368 en 370. Daarmee komt het aantal woningen dat met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt op 853. In het plangebied zijn appartementengebouwen voorzien op drie locaties; langs de Legmeerdijk, ten noordwesten van de maatschappelijke bestemming en in het uiterste noordwesten van het plangebied. Langs de Legmeerdijk zijn hoogteaccenten toegestaan. Onderstaande afbeelding geeft het woningbouwprogramma voor de nieuwe wijk weer.

Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 12 van 68

Figuur 7: Woningbouwprogramma

Maatschappelijke voorzieningen In het plan is een Integraal Kindcentrum (IKC) voorzien met ruimte voor een basisschool met naschoolse en kinderopvang, een gymzaal en verschillende maatschappelijke functies. Voor deze voorziening is in het plangebied een perceel van circa 3.550 m2 gereserveerd. Het perceel ligt in buurt 3 (zie paragraaf 2.2.2.2), aan het buurtpark en is gesitueerd tussen het vrijliggend fietspad dat Oosteindedriehoek met Nieuw Oosteinde en Amstelveen verbindt en de woonstraat in buurt 3 die direct verbonden is met de aansluiting voor autoverkeer op de Legmeerdijk. Zowel voor fietsers, voetgangers als autoverkeer is deze locatie dus goed en veilig bereikbaar. De ligging aan het buurtpark biedt kansen voor extra, groene speelruimte voor zowel school als kinderopvang. Binnen het plot dient, naast het schoolgebouw en het buitenspelen, ook het stallen van fietsen alsmede het parkeren van auto’s voor zowel personeel als bezoekers te worden ingepast. Onderstaande afbeelding uit het stedenbouwkundig plan, dat is opgenomen als bijlage 1, geeft een indicatie van de invulling van de nieuwe wijk.

Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 13 van 68

Figuur 8: Stedenbouwkundig plan

2.2.2.2 Planomschrijving Voor de ontwikkeling van het plangebied is een stedenbouwkundig plan opgesteld, dat als bijlage 1 is opgenomen bij deze toelichting. Hieronder wordt in hoofdlijnen de stedenbouwkundige opzet beschreven. De landschappelijke polderstructuur vormt de basis voor de stedenbouwkundige opzet van de ontwikkeling in het plangebied. De richting van de (polder)sloten is duidelijk herkenbaar in de structuur van de wijk als geheel en in het groen­blauwe raamwerk. De Middentocht vormt als hoofdwatergang een belangrijke drager van de water­ en groenstructuur. De verschillende buurten liggen als helder afgebakende woongemeenschappen in dit raamwerk en krijgen elk een duidelijke eigen identiteit. Drie buurten In grote lijnen worden drie verschillende buurten onderscheiden (zie figuur 9). Deze buurten zijn onderling verschillend qua structuur en opbouw. Buurt 1 heeft een dorps woonmilieu met een dichtheid van 25­30 woningen per hectare, buurt 2 heeft een urbaan woonmilieu met een dichtheid van 45­55 woningen per hectare en buurt 3 heeft een suburbaan woonmilieu met een dichtheid van 35­40 woningen per hectare.

Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 14 van 68

Figuur 9: positionering van de drie verschillende buurten

Elke buurt krijgt een sterke, eigen identiteit binnen het groen­blauwe raamwerk. Per buurt zijn de uitgangspunten op hoofdlijnen als volgt vertaald: <0000> Buurt 1 heeft een groene en dorpse sfeer, informeel met een gevarieerd beeld van overwegend grondgebonden woningen met een kap en groene erfafscheidingen. <0000> Buurt 2 bestaat uit drie compacte bouwblokken met een mix van grondgebonden woningen en appartementen in het groen. Een bebouwingsaccent met een duidelijke oriëntatie naar de Legmeerdijk en parkeren binnen het blok onder een woondek. <0000> Buurt 3 bestaat uit een orthogonaal raster van kloeke bouwblokken met naast grondgebonden woningen ook een deel appartementen. De openbare ruimte tussen de bouwblokken kent verschillende invullingen, van hoofdstraat tot autovrije groene ruimte. De bebouwing langs de Legmeeerdijk heeft niet alleen betekenis voor de wijk Oosteindedriehoek, maar geeft de wijk op deze plek een gezicht naar buiten. Langs de Legmeerdijk is daarom een ontwerp gemaakt voor de bebouwing van buurt 2 en 3 gezamenlijk. Deze bebouwing vormt de ruimtelijke begeleiding van deze belangrijke, landschappelijke lijn. In de groene setting van de dijk krijgt elk bouwblok een bebouwingsaccent waardoor vijf verschillende appartementengebouwen een bijzondere reeks vormen.

Deze gebouwen staan in het verlengde van de poldersloten waardoor de historische hoekverdraaiing van de polder tegen de Legmeerdijk herkenbaar blijft langs deze lijn. In het stedenbouwkundig plan wordt per buurt een verdere toelichting gegeven op de hierboven genoemde uitgangspunten van de bebouwingsstructuur. Groen­ en waterstructuur Het groen­blauwe raamwerk sluit aan op verschillende ecologische structuren in de regio. Op deze wijze ontstaat er een ecologisch netwerk dat Oosteindedriehoek verbindt met bijvoorbeeld de Westeinderplassen en het Amsterdamse Bos. De groen­ en waterstructuur is gekoppeld aan de lange rechte poldersloten die tussen de Aalsmeerderweg en de Legmeerdijk zijn gesitueerd. In deze structuur is de Middentocht een belangrijke drager van de waterstructuur binnen het raamwerk. De koppeling van de hoofdgroenstructuur aan water geeft het plan de typische sfeer mee van het Hollandse polderwonen. De mooie lange waterlijnen met groene oevers, rietkragen, karakteristieke bomen en bruggen geven het plan een regionale identiteit. Het hoort op deze plek. De Middentocht wordt verbreed en vormt met de groene oever aan de noordzijde een continue element binnen de wijk. Groen De omvang van het groen beslaat ruim 23% van het totale plangebied. Daarmee is het groene karakter van de wijk gegarandeerd.

In het plan wordt qua groenbeeld gewerkt met het contrast tussen het groen in het raamwerk en het groen in de buurten. De Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 15 van 68

hoofdstraat die loopt van de aansluiting aan de Legmeerdijk tot de Aalsmeerderweg wordt bij voorkeur voorzien in één of twee herkenbare boomsoorten. In de overige straatstructuren komen wisselende soorten. Twee grotere parkzones zijn ingepast; het wijkpark aan de zuidzijde ligt op de overgang van Oosteindedriehoek naar Nieuw Oosteinde en het buurtpark ligt tussen de buurten 1 en 3. In het wijkpark is een ruimtereservering opgenomen voor een kleinschalige wijkvoorziening, de BuurtKas. Een ontmoetingsplek voor zowel bewoners van Nieuw Oosteinde als Oosteindderiehoek met ruimte voor activiteiten en daghoreca. Verschillende groene wijkfuncties als een trapveld, speelplek, kas, nutstuin, gravelverharding voor jeu des boules en/ of een lounge­vlonder zorgen voor een gezellige concentratie voor ontmoeting en verblijven. Naast recreatie dienen de parken ook als klimaatadaptieve buffers voor het gehele plangebied. In de twee parkstroken zijn ook de speelvoorzieningen gesitueerd. Conform het gemeentelijk beleid zijn er enkele geconcentreerde plekken voor verschillende leeftijdsgroepen bij elkaar, zodat uitwisseling mogelijk is. Deze speelplekken zijn dan ook uitdagend en attractief en vormen een echte ontmoetingsplek voor kinderen uit de buurt. In de overige openbare ruimte bevinden zich nog enkele speelplekjes voor de groep van 0­6 jaar.

Alle speelplekken zijn bereikbaar en verbonden met kindvriendelijke looproutes door de buurten. Water De omvang van het water beslaat, inclusief de wadi's en greppels, circa 9,5% van het totale plangebied. Daarmee voldoet het plan aan de compensatienorm van het Waterschap. De Middentocht en de verbindingssloot naar de Aalsmeerderweg zijn beide primaire watergangen en vormen de basis voor het watersysteem, dat bestaat uit oppervlaktewater, greppels en groenvlakken voor de opvang, berging en afvoer van regenwater. De verbindingsloot van de Middentocht naar de Aalsmeerderweg, die door het huidige plangebied loopt, wordt deels omgelegd naar de noordelijke buitenrand en de Middentocht wordt plaatselijk verbreed voor voldoende capaciteit. De afvoer vanaf de Oosteinderpolder is daarmee gewaarborgd. Om doorstroming te krijgen voor voldoende waterkwaliteit is een watergang gesitueerd langs het wijkpark bij buurt 1 en tegen de achtererven van de Aalsmeerderweg. Zo ontstaat in de toekomst een gesloten circuit met voldoende circulatie. De watergangen zijn voldoende breed voor varend onderhoud en bruggen en duikers moeten dan doorvaarbaar zijn. Verkeersstructuur De verkeersstructuur in het plangebied volgt de landschappelijke structuur van groen en water en bestaat uit een orthogonaal patroon gebaseerd op de poldersloten.

In deze structuur staat het verblijfskarakter voor de bewoners van de wijk centraal. Dit betekent dat het prettig en veilig moet zijn voor voetgangers, fietsers, spelende kinderen en andere mensen op straat. In de wijk geldt daarom het principe van ‘auto te gast’, wat betekent dat de bestuurder van de auto zich als gast dient te gedragen in een 30­km/uur woongebied waar mensen verblijven en kinderen spelen. Dit wordt afgedwongen door de straten smal te houden, zo min mogelijk directe doorgaande verbindingen te maken en de straten zodanig in te richten dat hard rijden wordt ontmoedigd. Door daarnaast goede en veilige fietsverbindingen aan te leggen binnen, maar zeker ook naar buiten de wijk worden bewoners gestimuleerd eerder de fiets te gebruiken dan de auto. Autoverkeer De wijk krijgt een hoofdaansluiting op de Legmeerdijk en via de verschillende buurten is er, voor de auto, een secundaire aansluiting op de Aalsmeerderweg. Ter plaatse van de aansluiting op de Legmeerdijk wordt een nieuwe rotonde aangelegd en ter plaatse van de Aalsmeerderweg wordt een nieuw kruispunt ingericht. Vanuit buurten 2 en 3 is een

Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 16 van 68

ruimtereservering opgenomen voor een toekomstige auto aansluiting naar volgende deelplannen. Parkeren De totale parkeerbalans (zie paragraaf 6.10) voor het plangebied is gebaseerd op de parkeernormen in de Parkeernota van de gemeente Aalsmeer. Ook sluiten het plan en de parkeerbalans aan bij landelijke trends op het gebied van mobiliteit en de Mobiliteitsagenda die de gemeenteraad heeft vastgesteld op 27 januari 2022. Deze trends tonen een toename van het gebruik van deelauto’s, minder eigen autobezit (met name de tweede auto), minder autobezit bij kleine en goedkope woningen en een toename van het gebruik van e­bikes (onder andere voor woon­werkverkeer, ter vervanging van de auto). Voor het parkeren van auto’s is in elke buurt een specifieke keuze gemaakt. In buurt 1 is dat langs de straat en in zogenaamde parkeerkoffers tussen de bouwblokken. In buurt 2 is dat aan de straat en onder een dek binnen de bouwclusters en in buurt 3 is dat langs de straat en aan de binnenzijde van de bouwclusters. Bij de appartementen wordt in ieder geval één auto per appartement op eigen terrein ingepast. Naast het IKC is een parkeerterrein gesitueerd waar bewoners en bezoekers van de omliggende woningen gebruik van kunnen maken. Fiets Voor de fiets komen er directe en veilige verbindingen naar de omliggende wijken en voorzieningen in Nieuw Oosteinde en Westwijk.

De wijk zelf wordt ingericht voor een maximale snelheid van 30 km/uur waardoor de fietser gebruik maakt van de rijbaan. Een vrijliggend fietspad langs de Middentocht vormt hierop een uitzondering. Deze fietsroute verbindt de aangrenzende wijken en de verschillende voorzieningen, waaronder het IKC, met elkaar. Om het gebruik van de fiets te stimuleren kunnen in de gebouwen met appartementen ruime, collectieve fietsenbergingen worden gemaakt waar mensen snel en makkelijk hun fiets kunnen pakken. Ook bij de grondgebonden woningen dragen voldoende ruime bergingen bij aan het gebruik van de fiets. Voetganger Een fijnmazig netwerk van trottoirs in de buurten en voetpaden in het groen zorgen dat er altijd goede verbindingen voor de voetganger zijn. Enerzijds zijn dit directe, veilige verbindingen voor gebruikers en bewoners in de wijk, maar ook de meer recreatieve ommetjes, door het groen­blauwe raamwerk maken deel uit van dit netwerk.

Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 17 van 68

HOOFDSTUK 3 PLANOPZET 3.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plangebied juridisch is vertaald. In het voorgaande hoofdstuk is beschreven welke ontwikkelingen in het plangebied plaatsvinden. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke juridisch­planologische instrumenten daarbij worden ingezet. Het voorliggende bestemmingsplan is een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Het plan is opgesteld conform SVBP 2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012). Daarin zijn de regels voor een belangrijk deel gestandaardiseerd. Het bestemmingsplan is overeenkomstig de SVBP 2012 gedigitaliseerd opgesteld. Het bestemmingsplan wordt elektronisch/digitaal beschikbaar gesteld op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels, alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Deze onderdelen zijn bindend voor een ieder. De regels bevatten samen met de verbeelding het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing.

De toelichting is niet juridisch bindend, maar wordt gebruikt als handvat en interpretatiekader voor het bestemmingsplan. Hieronder is de kaart van de verbeelding van het onderhavige bestemmingsplan weergegeven.

Figuur 10: kaart van de verbeelding

3.2 De planregels en bestemmingen

Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 18 van 68

De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: <0000> Hoofdstuk 1: inleidende regels; met daarin definities en de wijze van meten en berekenen en de reikwijdte van dit bestemmingsplan. <0000> Hoofdstuk 2: bestemmingsregels; die het hart van ieder bestemmingsplan vormen. Ze zijn opgebouwd uit een bestemmingsomschrijving, waarin een omschrijving wordt gegeven van de aan de grond toegekende functies. Per bestemming worden bouwregels gegeven, waarin voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bouwbepalingen worden geregeld. <0000> Hoofdstuk 3: algemene regels; deze hebben betrekking op in beginsel alle voorafgaande regels. Hierbij gaat het onder meer om de anti­dubbeltelbepaling, algemene gebruiksregels, algemene bouwregels algemene afwijkingsbevoegdheid. <0000> Hoofdstuk 4: overgang­ en slotregels. De regels in hoofdstuk 1 en de algemene regels in hoofdstuk 3 gelden voor het bestemmingsplan als geheel. Zij werken door in de diverse bestemmingen. Hieronder wordt een artikelsgewijze beschrijving van de regels en de bestemmingen gegeven. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Begrippen (artikel 1) In dit artikel worden de relevante begrippen gedefinieerd die in de planregels worden gebruikt.

Wijze van meten (artikel 2) In dit artikel wordt aangegeven op welke de diverse maten moeten worden gemeten en de oppervlakte van bouwwerken worden berekend om zo een eenduidige toepassing van de regels te bewerkstelligen. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Groen (artikel 3) Deze bestemming geldt voor het openbaar groen en daaraan ondergeschikte voorzieningen. Gebouwen mogen niet worden gebouwd, maar voor een kleinschalige wijkvoorziening is in het wijkpark een ruimtereservering opgenomen door middel van de functieaanduiding 'gemengd'. Maatschappelijk (artikel 4) Binnen deze bestemming wordt de bouw van het IKC met daarin de school, het kinderdagverblijf en de buitenschoolse opvang mogelijk gemaakt. Het vloeroppervlak is gemaximeerd door het opnemen van een maximum bebouwingspercentage voor het bouwvlak en een maximum bouwhoogte. In het bestemmingsvlak wordt ook de aanleg en het gebruik van de Kiss & Ride zone en het parkeren gefaciliteerd. Verkeer (artikel 5) Onder de verkeersbestemming vallen de verkeerswegen ten dienste van gemotoriseerd verkeer, fiets­ en voetpaden en daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen. Verkeer ­ Verblijfsgebied (artikel 6) De gronden die bestemd zijn voor (ontsluitings)wegen, fiets­ en voetpaden, (speel)pleinen, verblijfsruimten en openbare ruimten hebben de bestemming Verkeer ­ Verblijfsgebied gekregen.

Water (artikel 7) De gronden die bestemd zijn voor water en ­gerelateerde functies en voorzieningen hebben de bestemming 'Water'. Het gaat om die gronden waar vanuit het oogpunt van voldoende waterbergingscapaciteit en goede doorstroming ook daadwerkelijk water moet worden aangelegd.

Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 19 van 68

Wonen (artikel 8, 9, 10 en 11) Er zijn 4 woonbestemmingen opgenomen. Wonen 1, 2 en 3 zien op de drie verschillende woonbuurten. Vanwege het verschillende karakter, van dorps naar urbaan, behoeven ze ook verschillende regelingen. Binnen deze bestemmingen mogen maximaal 852 woningen worden gebouwd, waarvan 25% als sociale huurwoning en 5% als middeldure huurwoning moeten worden gerealiseerd. Op deze woningen is de 'Verordening doelgroepen woningbouw Aalsmeer 2019' van toepassing, hetgeen onder meer betekent dat deze woningen 20 jaar voor de doelgroep beschikbaar moeten blijven. Wonen ­ Lintbebouwing sluit aan op de bestaande regeling voor lintbebouwing in Aalsmeer. Binnen deze bestemming mag 1 woning worden gebouwd. Waterstaat ­ Waterkering (artikel 12) Door middel van deze dubbelbestemming wordt de waterkering beschermd. De dubbelbestemming is de primaire bestemming. Concreet houdt dit in dat, voor bebouwing die is toegestaan in samenvallende bestemmingen, schriftelijk advies moet worden ingewonnen bij de waterbeheerder, alvorens een omgevingsvergunning kan worden verleend.

Hoofdstuk 3 Algemene regels Anti­dubbeltelregel (artikel 13) Deze bepaling dient om te voorkomen dat bijvoorbeeld een grondoppervlak dat in een bepaald geval al eens als berekeningsgrondslag voor de toelaatbare oppervlakte aan bebouwing heeft gediend, later nog eens als berekeningsgrondslag voor een ander bouwwerk wordt gebruikt, maar dat dan tot gevolg heeft dat in het eerste geval een situatie ontstaat die afwijkt van het plan. Algemene bouwregels (artikel 14) In artikel 14.1 worden algemene regels gegeven met betrekking tot bestaande maten van bouwwerken. In artikel 14.2 staan de regels voor toegelaten overschrijdingen van bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en hoogtematen en in artikel 14.3 wordt aangegeven onder welke voorwaarden ondergronds bouwen mogelijk is. In artikel 14.4 wordt voorzien in een dynamische verwijzing naar de 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'. Bij de afgifte van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, moet worden beoordeeld of deze nota parkeernormen oplegt aan het bouwplan. Als dat het geval is, dan moet het bouwplan voorzien in parkeervoorzieningen volgens de normering die in de nota is voorgeschreven. Met het oog op deelmobiliteit is een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen. Algemene gebruiksregels (artikel 15) In artikel 15 staan de algemene gebruiksregels.

In lid 15.2 is beschreven welke vormen van gebruik in ieder geval gelden als gebruik in strijd met de bestemming. Specifiek zijn in deze regels percentages opgenomen aan te realiseren water en groen en ook de ontsluitingswegen op de Aalsmeerderweg en de Legmeerdijk worden hier voorgeschreven. Algemene aanduidingsregels (artikel 16) In deze bepaling wordt aangegeven welke beperkingen vanwege het geluidgezoneerde industrieterrein Schiphol gelden. Daarnaast wordt aangegeven welke beperkingen, op grond van het Luchthavenindelingbesluit (Lib) Schiphol, gelden op de gronden binnen de drie gebiedsaanduidingen 'luchtvaartverkeerzone'. Binnen deze zones met de gebiedsaanduidingen gelden regels ten aanzien van maximale bouwhoogten (toetshoogte en radarhoogte) en regels met betrekking tot vogelaantrekkende werking. Binnen het plangebied is een verdenking van de aanwezigheid van niet gesprongen munitie uit de Tweede Wereldoorlog. Deze gronden zijn aangeduid met de 'Gebiedsaanduiding ­ Niet gesprongen munitie'. De planregel formuleert voorwaarden waaronder bouw­ of grondwerkzaamheden mogen worden uitgevoerd.

Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 20 van 68

Algemene afwijkingsregels (artikel 17) In dit artikel is een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft onder meer kleine afwijkingen ten behoeve van een betere ruimtelijke en/of technische uitvoerbaarheid, als ook mogelijkheden voor kleine gebouwen voor het openbaar belang en groene daken. Overige regels (artikel 18) In deze regel is bepaald dat de in het plan genoemde wet­ en regelgeving moet worden gelezen, zoals die geldt op het moment van tervisielegging van het bestemmingsplan. Voor de 'Nota Parkeernormen' is een uitzondering gemaakt, in die zin dat daarvoor een dynamische verwijzing geldt. Een aanvraag om de afgifte van een omgevingsvergunning moet worden getoetst aan de parkeernormen, zoals die gelden op het moment dat de aanvraag wordt ingediend. Zo wordt bewerkstelligd dat altijd de meest actuele normen, waarvan een aanvrager op de hoogte kan zijn, worden toegepast op een bouwplan. In artikel 18.2 is bepaald dat een dubbelbestemming voorrang heeft op een enkelbestemming. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht (artikel 19) Samengevat wordt in deze bepalingen gewaarborgd dat bouwwerken en gebruiksvormen die bij de totstandkoming van het plan reeds legaal bestaan, maar nu in strijd raken met het plan, mogen blijven bestaan. Daarbij wordt het mogelijk gemaakt om op te treden tegen eerder ontstaan illegaal gebruik.

Slotregel (artikel 20) Voor de duidelijkheid, o.a. bij benoeming en verwijzing, is hierin een eenduidige naam voor het gehele plan inclusief de toelichting aangegeven.

Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 21 van 68

HOOFDSTUK 4 UITVOERBAARHEID 4.1 Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens heeft de gemeente de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, de kosten te verhalen op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. De gronden gelegen in het plangebied zijn in eigendom van diverse particuliere eigenaren. De gemeente heeft de ambitie om met het Consortium, bestaande uit Roosdom Tijhuis en van Wanrooij Projectontwikkeling een anterieure overeenkomst te sluiten. Aangezien de gemeente Aalsmeer en het Consortium niet alle gronden die gelegen zijn binnen het bestemmingsplangebied in eigendom hebben en niet met alle eigenaren koopovereenkomsten of een anterieure overeenkomst is gesloten, is het verhalen van kosten van grondexploitatie in het bestemmingsplangebied niet anderszins verzekerd. Om die reden is de gemeente op grond van artikel 6.12 lid 1 Wro verplicht om bij de vaststelling van het bestemmingsplan tevens een exploitatieplan vast te stellen.

Met het exploitatieplan worden de volgende doelen nagestreefd: <0000> Het bereiken van een goede ruimtelijke kwaliteit van de ontwikkeling door het stellen van eisen en regels, waarvoor bepalingen zijn opgenomen omtrent de kwaliteit van de inrichting en een juiste uitvoering van de werken en werkzaamheden; <0000> Een evenredige verdeling van de kosten en opbrengsten binnen de grenzen van het exploitatieplan; <0000> De borging van de omgevingskwaliteit door het vastleggen van een koppeling ten aanzien van de fasering. Het exploitatieplan wordt gelijktijdig met het voorliggende bestemmingsplan in procedure gebracht en vastgesteld.

4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 4.2.1 Inspraak De inhoud van de startnotitie Oosteindedriehoek is onderhevig geweest aan inspraak. De ontwerp­startnotitie heeft vanaf 18 juni 2021 tot en met 15 juli 2021 ter inzage gelegen, waarbij een ieder in de gelegenheid is gesteld om een inspraakreactie naar voren te brengen. Op 28 juni 2021 zijn de plannen digitaal gepresenteerd aan belangstellenden. De binnengekomen inspraakreacties op de ontwerpstartnotitie zijn beantwoord en gebundeld in de Nota van Beantwoording welke tezamen met de startnotitie door het college van burgemeester en wethouders ter vaststelling aan de gemeenteraad is aangeboden. In de gemeente Aalsmeer wordt de lijn gehanteerd dat, wanneer voor een project een participatieproces in het kader van een startnotitie is doorlopen, het voorontwerp bestemmingsplan niet onderhevig wordt gemaakt aan inspraak. Om de gewenste woningbouw te kunnen realiseren is vervolgens voorliggend bestemmingsplan in voorbereiding genomen. Dit om planologisch­juridisch woningbouw op de betreffende locatie mogelijk te maken. Het hiervoor weergegeven participatie­ en inspraakproces op de startnotitie kan in deze worden beschouwd als onderdeel van de planvoorbereiding, zodat over het voorontwerpbestemmingsplan geen inspraak hoeft te worden geboden.

Tijdens deze wettelijke procedure van het bestemmingsplan, die start met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, bestaat voor eenieder de mogelijkheid om zienswijzen kenbaar te maken. 4.2.2 Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro

Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 22 van 68

Op 20 april 2022 is het voorontwerp bestemmingsplan, in het kader van het wettelijk vooroverleg op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), toegezonden aan een aantal instanties. De toezending is gedaan met het verzoek om binnen vier weken te reageren en met de mededeling dat, indien niet binnen die termijn is gereageerd, wordt aangenomen dat het voorontwerp bestemmingsplan geen aanleiding heeft gegeven tot het maken van opmerkingen. De volgende instanties is de gelegenheid geboden om een vooroverlegreactie te geven: 1. Gedeputeerde Staten van Noord­Holland; 2. Hoogheemraadschap Rijnland; 3. Brandweer Amsterdam Amstelland; 4. Luchthaven Schiphol Group. De instanties vermeld onder de nummers 2 en 4 hebben niet gereageerd, zodat mag worden aangenomen, dat het voorontwerp geen aanleiding heeft gegeven tot het maken van opmerkingen. De instanties vermeld onder de nummers 1 en 3 hebben inhoudelijk schriftelijk gereageerd op het voorontwerp bestemmingsplan. Hieronder volgt een samenvatting van de reacties en het commentaar daarop van het college van burgemeester en wethouders. Gedeputeerde Staten van Noord-Holland Zakelijke weergave reactie Het plan is in een eerder stadium voorgelegd. Nu het nader is uitgewerkt hebben wij, in het kader van de provinciale Omgevingsverordening, de volgende opmerkingen.

Een nieuwe stedelijke ontwikkeling in landelijk gebied MRA moet passen binnen: <0000>

Artikel 6.3 (Nieuwe stedelijke ontwikkelingen). Met name regionale afstemming is hierbij belangrijk. Ook de nut & noodzaak moet hierbij aangetoond worden. Gezien het feit dat het plan is opgenomen in het woonakkoord van de regio, is de afstemming wat ons betreft voldoende uitgevoerd. Ook de nut & noodzaak is akkoord bevonden. Artikel 6.59 (Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied). Gezien het feit dat dit plan eerder in de ARO is behandeld, zijn de uitwerkingen kort besproken in de ARO. De commissie heeft opgemerkt dat haar advies over de stedenbouwkundige visie niet heeft geleid tot grote aanpassingen in de hoofdopzet van het stedenbouwkundige plan. Zoals ook in de visie al het geval was, is in buurt 1, en deels ook in buurt 2, de onderliggende verkavelingsstructuur herkenbaar in de stedenbouwkundige opzet. In buurt 3 is dat (nog steeds) niet zo. Verder is de brede centrale groenstructuur niet doorgetrokken richting de Legmeerdijk, zoals de commissie had geadviseerd. De ARO vindt het jammer dat op deze punten geen of beperkt gehoor gegeven is aan haar advies en vraagt de gemeente hier nog eens goed naar te kijken. Er is veel aandacht voor het groen­blauwe raamwerk. De wijk als geheel heeft een groene uitstraling en kent een grote diversiteit aan groenelementen.

De parkeervoorzieningen zijn bijvoorbeeld allemaal voorzien van bomen en groene parkeervakken, wat goed is voor biodiversiteit en klimaatadaptatie (o.a. hittestress). Uitgangspunt is dat langs het water natuurvriendelijke oevers worden aangelegd. Op dit onderdeel is het advies van de ARO op een goede manier verwerkt. Graag ontvangen wij een motivering waarom van het ARO advies is afgeweken. <0000> Artikel 6.62 (Klimaatadaptatie). Hiermee is voldoende rekening gehouden. <0000> Artikel 6.63 – 6.69 (Provinciale wegen). Tussen gemeente, provincie NH en vervoerregio Amsterdam loopt een overlegtraject over de nieuwe aansluiting op de N231. De scope en haalbaarheid worden uitgewerkt; er is nog geen besluit over genomen. De provincie NH ziet dit als een project “werken door derden”. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het bekostigen en realiseren van de aansluiting. De provincie NH toetst vooraf of een ontwerp (schets en definitief) Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 23 van 68

<0000>

voldoet aan de provinciale richtlijnen. Voor dit werk bereiden gemeente en provincie NH een samenwerkingsovereenkomst voor. Artikel 6.77 (Regionale waterkeringen). Graag afstemming met het waterschap hierover.

Beoordeling reactie Onder dankzegging voor de inhoudelijke reactie concluderen wij dat de provincie met ons van mening is dat het plan in overeenstemming is met het bepaalde in de provinciale Omgevingsverordening. Zoals terecht is aangegeven, hebben wij niet alle elementen uit het advies van de ARO volledig overgenomen. <0000>

De Stedenbouwkundige structuur van buurt 3 komt niet overeen met de verkavelingsstructuur van het landschap.

De landschappelijke polderstructuur vormt de basis voor de stedenbouwkundige opzet van het plangebied. De richting van de (polder)sloten is duidelijk herkenbaar in de structuur van de wijk als geheel, in het groen­blauwe raamwerk en de drie verschillende buurten. De Middentocht vormt als hoofdwatergang een belangrijke drager van de water­ en groenstructuur. Bij buurt 3 is zoveel mogelijk getracht om de landschappelijke polderstructuur uitgangspunt te laten zijn voor de verdere verkaveling van dit gebied. Dit gebied gaat uit van overwegend gesloten bouwblokken, waarbij het overgrote deel van de bouwblokken een noord­west oriëntatie heeft en hiermee de richting van de landschapsstructuur volgt. Centraal binnen dit gebied liggen een drietal bouwblokken die een oost­west richting hebben en hiermee haaks zijn gelegen op de landschapsstructuur van het plangebied. De (afwijkende) ligging van deze bouwblokken is enerzijds het gevolg van de opdeling van het plangebied tussen Middentocht en de noordelijke plangrens (tevens de lijn van het groen/blauwe raamwerk), anderzijds door de ligging van de buurtverzamelstraat in dit gebied. Voor deze buurt is een integrale afweging gemaakt tussen het volgen van de landschapsrichting en een evenwichtige stedenbouwkundige verkaveling.

Slechts bij een gering aantal woonblokken (3) wijkt de verkavelingsrichting af van de landschappelijke polderstructuur. Het overgrote deel van deze buurt voldoet hier wel aan. Overigens is ook bij de aangrenzende woonwijken Nieuw Oosteinde (Aalsmeer) en Westwijk (Amstelveen) sprake van een afwisseling in verkavelingsrichting. <0000>

De brede centrale groenstructuur is niet doorgetrokken tot aan de Legmeerdijk.

Voor de gehele Oosteindedriehoek is een Ruimtelijk Raamwerk Aalsmeer Oost opgesteld (vastgesteld bij raadsbesluit maart 2019). In dit Ruimtelijk Raamwerk is een hoofdstructuur opgesteld die bestaat uit verschillende woonbuurten omzoomd door een groen/blauw raamwerk. De buurten krijgen elk een duidelijke identiteit en sfeer. Het groen­blauwe raamwerk wordt als één landschappelijk element worden ontworpen. Bij de toekomstige uitwerking van de volgende fase van de Oosteindedriehoek, zal op basis van het Ruimtelijk Raamwerk de brede centrale groenstructuur worden doorgetrokken tot aan de Legmeerdijk. Tenslotte onderkennen wij het belang van het voortzetten van het overleg met de provincie over de nieuwe aansluiting op de N231 en het waterschap over de regionale waterkering. Brandweer Amsterdam-Amstelland Zakelijke weergave reactie Het plan kent geen relevantie met Externe Veiligheid. Derhalve hebben wij daarover geen opmerkingen. Wel vragen wij u aandacht te hebben voor een goede bereikbaarheid en adequate waterwinning ten behoeve van de brandweer. Voor informatie over een toereikende bereikbaarheid en voldoende bluswatervoorziening verwijzen wij naar de Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid van Brandweer Nederland 2019 en het Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 24 van 68

Bouwbesluit 2012. Wij verzoeken u om bij de nadere uitwerking van het plan de bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen met de brandweer af te (laten) stemmen, al dan niet via advisering op de WABO activiteit bouwen. Beoordeling reactie Onder dankzegging voor de inhoudelijke reactie, onderschrijven wij de noodzaak voor een goede bereikbaarheid en adequate waterwinning ten behoeve van de brandweer. Bij de nadere planuitwerking zullen wij hierover advies inwinnen van de brandweer. 4.2.3 Zienswijzen Van 23 december 2023 tot en met 2 februari 2023 heeft het ontwerpbestemmingsplan conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn 16 zienswijzen ontvangen, waarvan er één, bij brief ontvangen d.d. 15 mei 2023, is ingetrokken. De Nota van Beantwoording geeft een weergave van de ingediende zienswijzen en de inhoudelijke beoordeling daarvan (zie bijlage 2).

4.3 Handhaving

Handhaving op het gebied van ruimtelijke ordening spitst zich toe op het gebruik van de gronden en opstallen, de maatvoering van bouwwerken en het uitvoeren van werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Handhaving kan kortweg worden omschreven als: elke handeling die er op is gericht de naleving van rechtsregels te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Handhaving is geen doel op zich maar draagt bij aan de realisatie van de ruimtelijke doelstellingen die met het bestemmingsplan worden beoogd en de bescherming van de verschillende belangen die worden gewaarborgd. Een bestemmingsplan bevat daarom een handhavingsparagraaf. Hierin wordt een toelichting gegeven op de wijze waarop de gemeente het juridische normenkader van het bestemmingsplan handhaaft, dat door middel van de planregels in samenhang met de planverbeelding in het leven is geroepen. Het niet naleven van een bestemmingsplan komt neer op het ondergraven van één van de meest waardevolle en invloedrijkste instrumenten van de gemeentelijke overheid. Daarnaast is het een inbreuk op en aantasting van de belangrijkste waarborgen die de burger en bedrijven op gemeentelijk niveau hebben. De maatschappij mag immers verwachten en eisen van de gemeentelijke overheid dat zij de regelgeving die zij in het bestemmingsplan heeft opgenomen ook zal handhaven.

Het niet naleven en handhaven van het bestemmingsplan tast de geloofwaardigheid van de gemeente in het algemeen aan. Om deze redenen is het noodzakelijk het bestemmingsplannen te handhaven en te blijven handhaven. De gemeente is verplicht om uitvoerings­ (vergunningverlening) en handhavingsbeleid vast te stellen in een of meer documenten, waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen wij onszelf stellen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten we daarvoor zullen uitvoeren. Deze verplichting is nu al opgenomen in het Besluit omgevingsrecht en komt ook in de Omgevingswet terug. De gemeente heeft aan deze verplichting invulling gegeven in het actuele VTH beleidsplan, waarin zowel het uitvoerings­ als het handhavingsbeleid is opgenomen. Deze nota beschrijft de visie, doelstellingen, prioriteiten, uitgangspunten en strategieën op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het is gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen met betrekking tot de naleving van de geldende wetgeving, waaronder dit bestemmingsplan. Een andere belangrijk uitgangspunt zijn de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften, de beleidskaders en een analyse van inzichten, technieken en werkwijzen die gebruikt kunnen worden voor de uitvoering.

Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 25 van 68

Het gehele uitvoerings­ en handhavingsbeleid geeft ten minste inzicht in: <0000> De prioriteiten bij de uitvoering van voorgenomen activiteiten. <0000> De methodiek die de gemeente gebruikt om te bepalen of gestelde doelen worden bereikt. <0000> De objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen voor en beslissingen over een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen. <0000> De werkwijze bij vergunningverlening en het afhandelen van meldingen. <0000> De afspraken die door de gemeente met de Omgevingsdienst en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt. <0000> De wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde wordt uitgeoefend om de gestelde doelen te bereiken; <0000> De wijze waarop bestuurlijke sancties en de termijnen die bij het geven en uitvoeren daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen; <0000> De wijze waarop de gemeente handelt na overtredingen die zijn begaan door of in naam van de eigen gemeente of van andere organen behorende tot de overheid. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s worden deze prioriteiten vertaald in daadwerkelijke activiteiten.

Jaarlijks evalueren we de uitgevoerde inspanningen en toetsen we de bijdrage aan de beleidsdoelstellingen. Doen we nog de juiste dingen op de juiste wijze of signaleren we ontwikkelingen die een aanpassing van het (ruimtelijke) beleid vragen? Het uitvoeringsprogramma, jaarverslag en de evaluatie worden toegestuurd aan de gemeenteraad. Uit de planregeling van dit bestemmingsplan volgt geen directe opgave voor handhaving. Er zijn geen strijdige en illegale functies geconstateerd die ingevolge het bestemmingsplan dienen te worden beëindigd.

Toelichting bestemmingsplan Oosteindedriehoek

pag 26 van 68

HOOFDSTUK 5 BELEIDSKADER EN REGELGEVING 5.1 Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de belangrijkste ruimtelijke beleidskaders en regelgeving. Achtereenvolgens komt het relevante rijks­, provinciale­, regionale­ en gemeentelijk beleid en ­regelgeving aan bod. Het beleid en de wetgeving op milieugebied wordt behandeld in hoofdstuk 6.

5.2 Rijksbeleid en regelgeving

Hieronder volgt het beleid en de regelgeving van het rijk, waar indien relevant voor het plangebied met dit rijksbeleid en deze regelgeving rekening wordt gehouden in dit bestemmingsplan. 5.2.1 Nationale Omgevingsvisie Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk.

Figuur 11: Afwegen met de NOVI. Bron: Nationale Omgevingsvisie.

De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. <0000> Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; <0000> Duurzaam economisch groeipotentieel; <0000> Sterke en gezonde steden en regio's;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=d1d03e04-1e2e-41d2-95f9-a9d310d88c49