CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting - bijlage 9 - QRA.pdf

3.Raad (besluitvormend) 15 december 2022, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding ‘de Kwakel’, Aalsmeer’5.671 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout

projectnummer 0410011.00 concept revisie 1.0 2 juni 2016

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout

projectnummer 0410011.00 – HI04 revisie 1.0 2 juni 2016

Adviesgroep SAVE

Opdrachtgever Roos + Bijl BV Engineers en Consultants Nijverheidsweg 35 3161 GJ Rhoon

Colofon Projectgroep bestaande uit Ir. J. (Jelte) Janzen Ir. R.A.M. (Rudi) van Rooij

datum vrijgave 2-6-2016

beschrijving revisie 1.0 Concept

goedkeuring RvR

vrijgave HJS

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

2

Beleidskader

3

3

Modelleringsaspecten

5

3.1 3.2 3.3

Gegevens van de buisleiding Modellering: faalfrequenties Modellering: scenario’s

5 7 8

4

Rekenresultaten

10

4.1 4.2 4.3 4.3.1 4.3.1.1 4.3.2 4.4 4.5

Rekenresultaten: plaatsgebonden risico Rekenresultaten: Groepsrisico Rekenresultaten: invloed luchthaven Schiphol Luchthaven Schiphol Twee benaderingen: best case en worst case Windturbines Toetsing plaatsgebonden risico contouren Toetsing groepsrisico

10 10 11 11 12 14 16 16

5

Conclusie

17

Bijlage 1: Plaatsgebondenrisicocontouren Bijlage 2: Brief RIVM

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout projectnummer 0410011.00 – HI04 2 juni 2016 revisie 1.0 Roos + Bijl BV Engineers en Consultants

1

Inleiding Roos + Bijl B.V. Engineers en Consultants zijn betrokken bij de realisatie van een kooldioxideleiding ten behoeve van kooldioxidedosering van tuinbouwkassen. Voor deze CO2leiding (kooldioxide = CO2)wordt gebruikgemaakt van een oude, bestaande gasleiding en een nieuw aan te leggen leiding. Deze leidingen worden gebruikt voor het transport van CO2 naar glastuinbouwgebieden in De Kwakel en Rijssenhout. Voor de realisatie van de CO2-leiding dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. In deze ruimtelijke procedure moet het onderwerp externe veiligheid aan de orde komen wanneer dat relevant is. De vraag is nu: is externe veiligheid een relevant onderwerp bij een CO2-leiding? Wanneer gekeken wordt naar de eigenschappen van CO2 blijkt dat het vrijkomen van CO2 gevolgen kan hebben voor personen die deze CO2 inademen: • door verdringing van zuurstof kan CO2 leiden tot verstikking; • CO2 veroorzaakt een toxisch effect bij personen die hoge concentraties CO2 inademen, zelfs als de zuurstofconcentratie ongewijzigd blijft. In de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) blijkt dat de wetgever formeel CO2 (nog) niet onder de werking van deze regeling heeft gebracht. Wel wordt in de Handleiding Risicoberekeningen Bevb (Besluit externe veiligheid buisleidingen) CO2 met name genoemd.

Er zijn dus voorschriften beschikbaar voor hoe te rekenen aan CO2-buisleidingen, maar formeel is CO2 niet aangewezen als een stof waarbij het externeveiligheidsrisico inzichtelijk gemaakt moet worden. Dit laat onverlet dat de gemeente bij een ruimtelijke procedure inzage kan verlangen in de externeveiligheidssituatie, wanneer zij dit relevant acht. Deze laatste situatie is van toepassing. Met behulp van een QRA (kwantitatieve risicoanalyse) wordt dit inzicht verschaft. In opdracht van Roos + Bijl B.V. Engineers en Consultants heeft Antea Group een kwantitatieve risicoanalyse opgesteld van deze CO2-buisleiding, gelegen tussen Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout. Het rapport van deze kwantitatieve risicoanalyse is opgenomen het voorliggende document. In figuur 1.1 is globaal de ligging van de leiding weergegeven. Het betreft de blauwe en de oranje leidingen.

Blad 1 van 23

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout projectnummer 0410011.00 – HI04 2 juni 2016 revisie 1.0 Roos + Bijl BV Engineers en Consultants

Figuur 1.1 Ligging van de CO2-leidingen die het onderwerp van deze QRA zijn: blauwe en oranje lijnen In hoofdstuk 2 is het beleidskader van deze berekening geschetst. In hoofdstuk 3 zijn de modelleringsaspecten behandeld. In hoofdstuk 4 zijn de rekenresultaten opgenomen. Het rapport sluit af met hoofdstuk 5: hierin zijn de conclusies opgenomen.

Blad 2 van 23

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout projectnummer 0410011.00 – HI04 2 juni 2016 revisie 1.0 Roos + Bijl BV Engineers en Consultants

2

Beleidskader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid voor transportmodaliteiten staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen, zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar-contour (die als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn en geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden.

Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.

Figuur 2.1 Weergave plaatsgebondenrisicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport

Blad 3 van 23

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout projectnummer 0410011.00 – HI04 2 juni 2016 revisie 1.0 Roos + Bijl BV Engineers en Consultants

Verantwoordingsplicht In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals hieronder weergegeven.

Figuur 2.2 Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico Toetsingskader CO2-buisleiding Zoals reeds in de inleiding verwoord, is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) (via de verwijzing naar de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb)) nog niet van toepassing op kooldioxide. De verwachting is dat dit in de toekomst wel het geval zal zijn. Vooruitlopend daarop en (mogelijk) op verzoek van de betreffende gemeenten welke worden doorkruist door de leiding wordt er toch een kwantitatieve risicoanalyse opgesteld, waarbij wordt aangesloten bij de normstelling uit het Bevb. In de Handleiding risicoberekeningen buisleidingen (versie 2.0, d.d. 1 juli 2014) is in module D: chemicaliën leidingen, een tabel opgenomen (tabel 1) waarin de stoffen zijn genoemd waarvan de QRA moet worden berekend met deze module D. In deze tabel is ook kooldioxide genoemd. Deze module D is gevolgd in de QRA.

Blad 4 van 23

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout projectnummer 0410011.00 – HI04 2 juni 2016 revisie 1.0 Roos + Bijl BV Engineers en Consultants

3

Modelleringsaspecten

3.1

Gegevens van de buisleiding In onderstaande figuur is de ligging van de buisleiding (nogmaals) weergegeven.

Figuur 3.1 Ligging van de CO2-buisleiding die het onderwerp van deze studie is In bovenstaande figuur 3.1 is een aansluiting van de CO2-leiding gerealiseerd op een bestaande CO2-leiding, ten zuidwesten van Nieuw-Vennep. De CO2-leiding welke het onderwerp is van deze studie brengt deze CO2 vervolgens naar een punt gelegen ten zuidoosten van de snelweg A4. Hier splitst de buisleiding zich: • Een deel gaat naar het noorden, naar een decompressiestation ten behoeve van tuinbouwkassen te Rijssenhout (decompressiestation PrimA4a). • Een deel vervolgt zijn weg naar het zuidoosten, kruist met de Westeinderplassen, en bereikt uiteindelijk een decompressiestation ten behoeve van tuinbouwkassen De Kwakel (decompressiestation De Kwakel). Vanaf de decompressiestations gaat de CO2-leiding onder lage druk verder.

Blad 5 van 23

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout projectnummer 0410011.00 – HI04 2 juni 2016 revisie 1.0 Roos + Bijl BV Engineers en Consultants

Tabel 3.2 Gegevens zoals aangeleverd door Roos + Bijl B.V. Gegevens buisleiding Segment Waarde Eenheid 0 Leiding beheerder Bestaand naar T-stuk Pipeline Control (Sliedrecht) T-stuk naar Kwakel T-stuk naar PrimA4a 1 Diameter Bestaand naar T-stuk 500 mm T-stuk naar Kwakel 500 mm T-stuk naar PrimA4a 400 mm 2 Wanddikte Bestaand naar T-stuk 7,8 en 9,5 mm T-stuk naar Kwakel 7,8 en 9,5 mm T-stuk naar PrimA4a 7,5 en 7,8 mm 3 Werkdruk Alle segmenten/circa 8 barg 4 Ontwerpdruk Alle segmenten 44 barg 0 5 Temperatuur Alle segmenten Minimaal 0 C 0 Alle segmenten Maximaal 50 C 0 Voor berekening 9,8 C 6 Samenstelling Alle segmenten 100% CO2 7 Materiaalsoort Alle segmenten L245NB 8 Ontwerp norm Alle segmenten NEN3650 9 Leiding onderdeel van Alle segmenten Ja: lengte totaal langere leiding > 50 km 10 Pumped inflow Bestaand naar T-stuk 100 Ton/h T-stuk naar Kwakel 65 Ton/h T-stuk naar PrimA4a 35 Ton/h 11 Bedrijfstijd Alle segmenten 100 % 12 Minimale dekmaat Bestaand naar T-stuk 1.600 mm T-stuk naar Kwakel 1.600 mm T-stuk naar PrimA4a 1.500 mm 11 Maximale dekmaat Bestaand naar T-stuk 18.000 mm T-stuk naar Kwakel 14.000 mm T-stuk naar PrimA4a 1.500 mm 12 Beheersmaatregelen a.) leiding bewaking door beheerder op regelmatige momenten b.) Klic-melding voor graafwerkzaamheden, extra toezicht bij graafwerkzaamheden c.) leiding ligt op een dekking van ca 1,6 m d.) begeleiding werkzaamheden e.) geen

inline inspection f.) het medium is droge CO2, geheel niet corrosief g.) buismateriaal is carbon steel, corrosief in waterige omgeving, beschermd door een systeem van kathodische protectie h) Leiding ligt niet in aardbevingsgebied, leiding is voldoende begraven om verkeersschade te vermijden.

Op basis van bovenstaande gegevens kan niet worden geconcludeerd dat de leiding voldoet aan de vereiste ‘Stand der techniek’ en eventuele aanvullende maatregelen. Zou dit het geval zijn dan zijn lagere faalfrequenties van toepassing. Nu deze lagere faalfrequenties niet van toepassing zijn vallen we terug op generieke faalfrequenties (zie paragraaf 3.2).

Blad 6 van 23

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout projectnummer 0410011.00 – HI04 2 juni 2016 revisie 1.0 Roos + Bijl BV Engineers en Consultants

3.2

Modellering: faalfrequenties In onderstaande tabel zijn de faalscenario’s en daarbij behorende faalfrequenties getoond van een ondergrondse chemicaliën leiding: Tabel 3.2 Standaard faalscenario’s en generieke faalfrequenties van ondergrondse buisleiding Scenario buisleiding Faalfrequentie Eenheid -4 1 Breuk van de buisleiding 1,5 x 10 km-1.jaar-1 -4 2 Lek van de buisleiding: 10% max 20 mm 4,5 x 10 km-1.jaar-1

Deze faalfrequenties zijn onder te verdelen naar een 6-tal faaloorzaken. Bij breuk wordt 47,9% van de faalfrequentie gereserveerd voor de faaloorzaak ‘beschadiging door derden’. Bij lek is dat 21,9%. Deze faaloorzaak ‘beschadiging door derden’ is sterk afhankelijk van de diepteligging. Aangezien de drie buisleiding segmenten op 1,6 m (segment bestaand naar T-stuk en T-stuk naar Kwakel) en 1,5 m (T-stuk naar PrimA4a) zijn gelegen kan de algemene faalfrequentie aangepast worden op deze diepte ligging. Daarvoor zijn formule (I) en (II) van belang: (I) (II)

: Faalfrequentiebeschadiging door derden, gecorrigeerd = Faalfrequentiebeschadiging door derden/factor :

Factor = e-2,4.(0,84-z)

waarbij z is de diepteligging in m. Dit resulteert in de volgende faalfrequenties: Tabel 3.3 Faalscenario’s en faalfrequenties van ondergrondse buisleiding Scenario buisleiding Faalfrequentie 1 Breuk van de buisleiding Bestaand naar T-stuk 8,98 x 10-5 T-stuk naar Kwakel 8,98 x 10-5 T-stuk naar PrimA4a 9,29 x 10-5 2 Lek van de buisleiding: 10% Bestaand naar T-stuk 3,68 x 10-4 max 20 mm T-stuk naar Kwakel 3,68 x 10-4 T-stuk naar PrimA4a 3,72 x 10-4

Blad 7 van 23

Eenheid km-1.jaar-1 km-1.jaar-1 km-1.jaar-1 km-1.jaar-1 km-1.jaar-1 km-1.jaar-1

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout projectnummer 0410011.00 – HI04 2 juni 2016 revisie 1.0 Roos + Bijl BV Engineers en Consultants

3.3

Modellering: scenario’s In onderstaande tabel 3.4 staan nadere gegevens opgesomd met betrekking tot de modellering. Tabel 3.4

Diverse gegevens ten behoeve van het modelleren van de CO2-leiding

1 2 3 4

Diverse gegevens Breuk van de buisleiding Lek van de buisleiding: 10% Temperatuur Druk

5 6 7 8

Uitstroomhoogte Uitstroomrichting Rate between to times Afstand tot breuk

9

Relatieve gat grootte (relatieve apertuur) Ruwheidslengte van de buisleiding Ruwheidslengte in veld Vrije veld methode Weerstation

10 11 12 13

Te gebruiken model Te gebruiken model In berekening Maximale werkdruk/ontwerpdruk In berekening In berekening Toxische stoffen Maximale te gebruiken lengte buisleiding 50 km In berekening

Long pipeline Leak 9,8 44 0,01 Verticaal 5 multiple rates Op 25 km

°C barg m

1

In berekening

0,45

µm

In berekening In berekening In berekening

<300 Niet van toepassing Schiphol

mm

Opmerking 1: De CO2-leiding heeft een ontwerpdruk van 44 barg. Een gebruikelijke werkdruk is 8 barg. Door opdrachtgever is aangeven dat deze leiding ook een bufferfunctie heeft, waardoor de druk in de leiding kan oplopen. Niet is gespecificeerd tot welke waarde de druk kan oplopen in het geval de leiding als voorraad vat wordt gebruikt. Deze druk dient in ieder geval lager te blijven dan de ontwerpdruk. Daarom wordt gekozen voor een worst-case uitgangspunt: 44 barg. Opmerking 2: In paragraaf 3.4.3 van de Handleiding Risicoberekeningen Buisleidingen is aangegeven dat er geen geschikte probitfunctie voor CO2 (die de toxische effecten beschrijft) voorhanden is. Antea Group heeft daarom het RIVM benaderd met de vraag of er sinds het verschijnen van deze handleiding risicoberekeningen al een nieuwe probitfunctie van CO2 was verschenen. Dat was niet het geval. Wel is van het RIVM een niet door de commissie probits goedgekeurde, maar wel eerder gebruikte, probitfunctie ontvangen waarmee de berekeningen kunnen worden uitgevoerd. Het RIVM heeft gesteld dat deze niet goedgekeurde probit voldoende conservatief is. Ze accepteert echter geen verantwoordelijkheid met betrekking tot deze probitfunctie. In bijlage 2 is de brief met deze boodschap toegevoegd. Opmerking 3: De totale leiding lengte betrokken in de berekening bedraagt circa 12 km.

In paragraaf 3.2.8 van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb is aangegeven dat lange buisleidingen in combinatie met geringe contouren tot problemen aanleiding kunnen geven (contouren vallen weg in grove gridcellen van het rekenprogramma). Om dit probleem te ondervangen is de buisleiding gemodelleerd met het routemodel, waarbij dit routemodel is opgesplitst in buisleidingstukken van steeds ruim 1 km lang. Opmerking 4: in de leiding zijn diverse veiligheden ingebouwd, alsmede om elke 15 km een afsluiter. Veiligheden en de invloed van afsluiters zijn vooralsnog niet verwerkt in deze QRA.

Blad 8 van 23

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout projectnummer 0410011.00 – HI04 2 juni 2016 revisie 1.0 Roos + Bijl BV Engineers en Consultants

Opmerking 5: Het materiaal in de buisleiding bestaat voor 100% uit CO2. Er zijn geen geurstoffen toegevoegd. Eventuele andere stoffen aanwezig in het CO2 liggen op een concentratie niveau ver onder de 1%. We modelleren dit als 100 CO2.

Blad 9 van 23

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout projectnummer 0410011.00 – HI04 2 juni 2016 revisie 1.0 Roos + Bijl BV Engineers en Consultants

4 Rekenresultaten 4.1

Rekenresultaten: plaatsgebonden risico In bijlage 1 is een aantal figuren opgenomen met daarin van een aantal locaties de plaatsgebondenrisicocontouren van de pijpleiding. In onderstaande tabel zijn de rekenresultaten opgenomen van de QRA-berekening. Als meteobestand is Schiphol gekozen. Als ruwheidslengte is 300 mm gekozen. De berekening is uitgevoerd met SAFETI-NL 6.54 patch 3. In onderstaande tabel zijn de resultaten weergegeven: Tabel 4.1 Horizontale afstand van de plaatsgebondenrisicocontour tot aan de pijpleiding Leiding stuk PR 10-6/jaar PR 10-7/jaar PR 10-8/jaar PR 10-9/jaar Niet aanwezig Niet aanwezig 1m 2m 1 Bestaand naar T-stuk Niet aanwezig Niet aanwezig 1m 2m T-stuk naar Kwakel Niet aanwezig Niet aanwezig 1m 2m T-stuk naar PrimA4a Niet aanwezig Niet aanwezig 1 m 2m 2 Bestaand naar T-stuk Niet aanwezig Niet aanwezig 1m 2m T-stuk naar Kwakel Niet aanwezig Niet aanwezig 1m 2m T-stuk naar PrimA4a

Invloedsgebied 25 m 25 m 25 m 25 m 25 m 25 m

Opvallend is de afwezigheid van de 10-6/jaar-plaatsgebondenrisicocontour.

4.2

Rekenresultaten: Groepsrisico De pijpleiding is hoofdzakelijk gelegen in gebieden met een agrarische bestemming. Geïnventariseerd is of er objecten waarin mensen verkeren gelegen zijn binnen het invloedsgebied van de pijpleiding. De volgende objecten zijn geïdentificeerd. Tabel 4.2

Geïdentificeerde objecten in de nabijheid van de pijpleiding

Object adres

Omschrijving

2

Onbekend adres: in buitenbocht N207 Rijnlanderweg 1489

Opslag bouwmaterialen en machines Afstand tot bouwvlak Afstand tot woning

3 4

Weteringweg 1 Leimuiderdijk 333

Woning Puntvormige perceel (geen bouwvlak aanwezig)

1

Bestemmingsplan omschrijving Agrarisch Agrarisch Wonen Bedrijven

Afstand tot pijpleiding [m] Pijpleiding doorkruist perceel 24 m >25 m >27 m Pijpleiding doorkruist perceel

Opmerking 1: Het onbekende adres in buitenbocht N207 betreft een tijdelijke voorziening voor de opslag van grond en machines. Vanwege de tijdelijkheid en vanwege het ontbreken van bevolking is dit niet relevant voor de groepsrisicoberekening.

Blad 10 van 23

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout projectnummer 0410011.00 – HI04 2 juni 2016 revisie 1.0 Roos + Bijl BV Engineers en Consultants

Opmerking 2: Het puntvormige perceel behorend bij het adres Leimuiderdijk 333 bevat geen bouwvlak: dientengevolge kunnen er geen objecten worden opgericht waarin zich mensen bevinden. Dit perceel is daarom niet relevant voor de groepsrisicoberekening. Conclusie: uitsluitend het object gelegen aan de Rijnlanderweg 1489 ligt binnen het invloedsgebied van de pijpleiding. Een groepsrisicoberekening levert op dat de groepsrisicografiek geheel leeg blijft, met andere woorden er is conform definitie van het Bevb/Revb geen sprake van een groepsrisico.

4.3

Rekenresultaten: invloed luchthaven Schiphol De in paragraaf 4.1 en 4.2 berekende resultaten gaan ervan uit dat er geen zogenaamde dominoeffecten optreden. Een domino-effect is bijvoorbeeld het neerstorten van een vliegtuig op de buisleiding waardoor deze buisleiding bezwijkt. Ook falende windturbines kunnen door bijvoorbeeld bladbreuk in de grond gelegen pijpleidingen doen bezwijken. In deze paragraaf wordt onderzocht wat de invloed van Luchthaven Schiphol heeft op de bezwijkkansen van de pijpleiding. In de hierna volgende paragraaf wordt onderzocht wat de invloed van windturbines is op de bezwijkkansen van de pijpleiding.

4.3.1

Luchthaven Schiphol Luchthaven Schiphol is op circa 7 tot 8 km afstand gelegen. Op een internetsite van de overheid zijn plaatsgebondenrisicocontouren gevonden van Luchthaven Schiphol voor de periode 20062010. Er zijn geen plaatsgebondenrisicocontouren gevonden met een recentere datum. In onderstaande figuur is het plaatsgebonden risico getoond.

Figuur 4.3 Plaatsgebondenrisicocontouren Luchthaven Schiphol periode 2006-2010. Lichtblauw: niveau 10-7/jaar.

Blad 11 van 23

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout projectnummer 0410011.00 – HI04 2 juni 2016 revisie 1.0 Roos + Bijl BV Engineers en Consultants

De pijpleiding doorkruist het lichtblauwe gebied direct ten zuiden van Nieuw-Vennep. De breedte van de blauwe strook bedraagt circa 350 m. Dit is de enige plek waar de plaatsgebonden risicocontouren van Luchthaven Schiphol overlap vertonen met de CO2-buisleiding. De pijpleiding gelegen in dit gebied is verdiept aangelegd, omdat er een aantal infrastructurele werken moesten worden gepasseerd. In het gebied waarin het verhoogd risico als gevolg van Luchthaven Schiphol van toepassing is, is de diepte van de pijpleiding geen 1,6 m (minimale diepte, zoals in dit pijpleidingdeel van toepassing) maar 18 m. Dit betekent dat de pijpleiding een aanzienlijk bescherming ondervindt.

4.3.1.1

Twee benaderingen: best case en worst case Om de invloed van Luchthaven Schiphol te bepalen hebben we twee methoden gebruikt: • Best case methode: hierin verdisconteren we de verdiepte ligging en proberen we een uitspraak te doen over de mate van bescherming die dit biedt • Worst case methode: hierin veronderstellen we dat de beschermende werking van de verdiepte ligging in alle gevallen onvoldoende is: als een bovengronds persoon ter plaatse van de pijpleiding door een vliegtuigincident om het leven komt, veronderstellen we dat ook de buisleiding faalt. Best case benadering De vraag is of 18 m diepte voldoende bescherming biedt tegen neerstortende vliegtuigen. Om dit te onderzoeken is gebruikgemaakt van een benadering welke is opgenomen in het Handboek Risicozonering Windturbines (hoofdstuk 8 paragraaf 8.1.1.). In dit handboek is een methode beschreven om het falen van een pijpleiding te voorspellen op basis van de kinetische energie van een schokgolf. Deze kinetische energie probeert de buisleiding te vervormen tot voorbij zijn rekgrenzen: wanneer dit optreedt zal de buisleiding falen. Deze methode hebben we uitgewerkt met een specifiek vliegtuig in gedachten: Boeing 747.

De volgende getallen zijn benut: • Startgewicht van een Boeing 747: 333 ton • Landingssnelheid Boeing 747: 180 kts (330 km/h) • De kinetische energie van deze Boeing 747: 1400 MJ • Diameter buisleiding: 500 mm • Wanddikte buisleiding: 9,5 mm • Maximale druk in de buisleiding: 44 bar • Staalsoort: L245NB (met smys: 2,4 x 108 Pa en elasticiteit: 205,8 GPa). Het blijkt dat wanneer de buisleiding zich bevindt op een diepte groter dan 16,4 m deze niet langer faalt als gevolg van het neerstortend vliegtuig er boven. Aangezien de buisleiding hier op een diepte ligt groter dan 16,4 m zal deze in deze specifieke situatie niet falen. Worst case benadering In deze benadering gaan we uit van de veronderstelling dat de PR-contour van Luchthaven Schiphol een risico op personensterfte representeert en dat wanneer een persoon om het leven komt als gevolg van een vliegtuigincident, ook de pijpleiding faalt. Een mens kan worden gemodelleerd als een cirkel met een diameter van 0,3 m (Zie Handboek Risicozonering Windturbines). Wanneer we op een pijpleiding allemaal personen neerzetten met een diameter van 0,3 m dan passen er in 1 km pijpleiding: 3.333 personen. Elk van deze

Blad 12 van 23

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout projectnummer 0410011.00 – HI04 2 juni 2016 revisie 1.0 Roos + Bijl BV Engineers en Consultants

3.333 personen ondervindt een faalkans van 1 x 10-7/jaar: deze pijpleiding met een lengte van 1 km ondervindt dan een faalkans van 3.333 x 1 x 10-7/jaar = 3,33 x 10-4/jaar. De oorspronkelijk gebruikte faalkans voor deze km pijpleiding bedroeg: • Breuk: 8,89 x 10-5 /km/j • Lek: 3,68 x 10-4 /km/j We stellen nu dat een incident waarbij een persoon om het leven kan komen als gevolg van een incident met een vliegtuig ook de pijpleiding kan doen falen via het scenario breuk. Dit betekent dat de faalfrequentie voor breuk verhoogd moet worden met de additionele factor 3,3 x 10-4/jaar. De faalfrequenties voor het km stuk pijpleiding wordt dan: • Breuk: 8,98 x 10-5 /km/j + 3,33 x 10-4/km/j = 4,23 x 10-4 /km/j. • Lek: 3,68 x 10-4 /km/j. Wanneer we met SAFETI-NL een nieuwe berekening doen met deze nieuwe faalfrequentie ontstaat er nog steeds geen 10-6/jaar-contour. Wel treedt nu een 10-7/jaar-contour op: maar alles blijft uiterst beperkt. Tabel 4.4

1

Horizontale afstand van de plaatsgebondenrisicocontour tot aan de pijpleiding waarin effect van Luchthaven Schiphol is verwerkt Leiding stuk PR 10-6/jaar PR 10-7/jaar PR 10-8/jaar PR 10-9/jaar Niet aanwezig < 2 m <5m <6m Bestaand naar T-stuk

Invloedsgebied

Conclusie van deze beide exercities Het is aannemelijk dat de diepteligging van > 16,4 m tegen veel vliegincidenten bescherming biedt. Mogelijk niet tegen alle. Zelfs wanneer de bescherming nihil wordt verondersteld ontstaat er geen 10-6 /jaar-contour rond de pijpleiding.

Blad 13 van 23

25 m

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout projectnummer 0410011.00 – HI04 2 juni 2016 revisie 1.0 Roos + Bijl BV Engineers en Consultants

4.3.2

Windturbines In de directe omgeving van de pijpleiding is een aantal windturbines gesitueerd. Zie onderstaande figuur 4.5. Hierin zijn de windturbinelocaties aangegeven (bron: www.windstats.nl). In onderstaande tabel 4.6 zijn van elk van de windturbines nadere gegevens opgenomen.

Figuur 4.5 Locatie van de windturbines: Van boven naar beneden: Windturbine: Meermin: 250 kW Windturbine: Burgerveen-Oost 3: 800 kW Windturbine: Burgerveen-Oost 2: 800 kW Windturbine: Burgerveen-Oost 1: 800 kW.

Tabel 4.6a Gegevens windturbine 1 Windturbine naam Parameter Fabrikant 1 Meermin Type Ashoogte Diameter Vermogen Locatie IEC Omwentelsnelheid Kleinste afstand tot buisleiding

Blad 14 van 23

Waarde Micon M530 30 26 200 kW 105749/473417 II (landlocatie) 41,5 /min (max) 139 m

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout projectnummer 0410011.00 – HI04 2 juni 2016 revisie 1.0 Roos + Bijl BV Engineers en Consultants

Tabel 4.6b Gegevens windturbine 2 Windturbine naam Parameter Fabrikant 1 Burgerveen-Oost 3 Type Ashoogte Diameter Vermogen Locatie IEC Omwentelsnelheid Kleinste afstand tot buisleiding

Tabel 4.6c Gegevens windturbine 3 Windturbine naam Parameter Fabrikant 1 Burgerveen-Oost 2 Type Ashoogte Diameter Vermogen Locatie IEC Omwentelsnelheid Kleinste afstand tot buisleiding

Tabel 4.6d Gegevens windturbine 4 Windturbine naam Parameter Fabrikant 1 Burgerveen-Oost 1 Type Ashoogte Diameter Vermogen Locatie IEC Omwentelsnelheid Kleinste afstand tot buisleiding

Waarde Enercon E-48/800 55 48 800 kW 105511/472620 II (landlocatie) 31 /min (max) 210 m

Waarde Enercon E-48/800 55 48 800 kW 105317/472403 II (landlocatie) 31 /min (max) 500 m

Waarde Enercon E-70/2300 57 71 2300 kW 105133/427198 II (landlocatie) 21 /min (max) 780 m

Op basis van bovenstaande gegevens is bepaald welke faalscenario’s windturbines een invloedgebied hebben dat een deel van de pijpleiding omvat. De volgende faalscenario’s zijn genoemd in het Handboek Risicozonering Windturbines: • Bladafworp bij nominaal toerental • Bladafworp bij 2 x nominaal toerental • Falen mast • Falen gondel.

Blad 15 van 23

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout projectnummer 0410011.00 – HI04 2 juni 2016 revisie 1.0 Roos + Bijl BV Engineers en Consultants

Tabel 4.7

Welke faalscenario’s van de windturbine kunnen de pijplijn bereiken? Invloedsgebied falen blad nominaal en 2 x nominaal is berekend met een windturbine-rekenmodel zonder luchtkrachten (conform Handboek Risicozonering Windturbines).

Nr.

WT faalscenario

1 2 3 4 5 6

Falen blad nominaal Falen blad 2 x nominaal Falen mast Falen gondel Kleinste afstand pijplijn Conclusie Lengte pijplijn binnen invloedsgebied

WT Meermin [m] 59 172 43 13 139 Falen blad 2 x n Circa 130 m

WT Burgerveen Oost-3 [m] 111 325 79 24 210 m Falen blad 2 x n Circa 460 m

WT Burgerveen Oost-2 [m] 111 325 79 24 500 m Geen scenario’s 0

WT Burgerveen Oost-1 [m] 113 328 93 36 780 Geen scenario’s 0

Uit bovenstaande tabel 4.7 blijkt dat alleen de windturbines Meermin en Burgerveen-Oost 3 invloedsgebieden hebben die zich uitstrekken tot over de pijpleiding. Het faalscenario dat dit veroorzaakt is het faalscenario: bladafworp bij 2x nominaal toerental. Bij dit scenario hoort een faalfrequentie van 5,0 x 10-6/jaar. Wanneer wordt verondersteld dat elke bladafworp bij 2x nominaal toerental leidt tot een breuk van de pijpleiding (zware overschatting: blad kan ook in de verkeerde richting worden weggeworpen, zodat de buisleiding nooit wordt bereikt, en de buisleiding bevindt zich op circa 1,5 tot 1,6 m diepte: deze diepte beschermt de leiding tegen impact van het blad) is er dus een additionele faalfrequentie van toepassing van 5,0 x 10-6/jaar. De oorspronkelijke faalfrequentie van de pijpleiding bedroeg: 8,98 x 10-5/km/jaar (breuk scenario). De additionele kans bedraagt minder dan 10% van de oorspronkelijke faalkans (namelijk 6%). Daarmee is aangetoond dat deze additionele faalkans verwaarloosbaar is. De windturbines hebben een verwaarloosbare invloed op het falen van de pijpleiding.

4.4

Toetsing plaatsgebonden risico contouren Het besluit Externe Veiligheid Buisleidingen (Bevb) noemt de twee belangrijkste normen waaraan getoetst moet worden: • Binnen de 10-6/jaar-contour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn of gepland zijn • De 10-6/jaar-contour bevindt zich binnen 5 m van de horizontale projectie van de buisleiding. Aangezien de rekenresultaten hebben uitgewezen dat een 10-6/jaar-contour niet optreedt is automatisch voldaan aan bovengenoemde normen. Zelfs wanneer de invloed van de Luchthaven Schiphol en de Windturbines wordt meengenomen in de beschouwing blijkt dat geen 10-6/jaarcontour wordt berekend. Hiermee wordt voldaan aan de normstelling van het Bevb.

4.5

Toetsing groepsrisico In het geval een ruimtelijk procedure moet worden gevoerd om de aanleg van deze CO2-leiding mogelijk te maken, is de uitvoering van de verantwoordingsplicht groepsrisico verplicht (artikel 12 Bevb). Aangezien het groepsrisico nihil is, kan de invulling van de verantwoordingsplicht beperkt blijven.

Blad 16 van 23

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout projectnummer 0410011.00 – HI04 2 juni 2016 revisie 1.0 Roos + Bijl BV Engineers en Consultants

5

Conclusie In opdracht van Roos + Bijl Engineers en Consultants heeft Anteagroup het externeveiligheidsrisico berekend van de nog te realiseren CO2-pijpleiding tussen Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout. De bevinden zijn als volgt. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico van de buisleiding blijft lager dan het niveau 10-6 per jaar. Hiermee wordt voldaan aan de plaatsgebonden risico normen van het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Groepsrisico De groepsrisico grafiek blijft geheel leeg. Dit betekent dat geen sprake is van een groepsrisico. De verantwoordingsplicht groepsrisico is conform Bevb bij een ruimtelijke procedure van toepassing. Gelet op het ontbreken van het groepsrisico kan de invulling van de verantwoordingsplicht beperkt blijven.

Blad 17 van 23

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout projectnummer 0410011.00 – HI04 2 juni 2016 revisie 1.0 Roos + Bijl BV Engineers en Consultants

Bijlage 1 : Plaatsgebonden risicocontouren

Blad 18 van 23

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout projectnummer 0410011.00 – HI04 2 juni 2016 revisie 1.0 Roos + Bijl BV Engineers en Consultants

Bijlage 1:

Plaatsgebondenrisicocontouren

Wanneer een pijplijnstuk met een lengte van circa 1 km wordt gekozen leidt dit tot verbrokkelde contouren: zo hier en daar een 10-8 of 10-9 pr-contour. Daarom is het pijplijnstuk verkort tot circa 300 m, is het aantal gridcellen op 1.000.000 gezet, de spacing tussen de ongevalspunten op 0,25 m. Het resultaat is nog steeds een verbrokkelde contour. De afstand van de 10-8/jaar prcontour tot de verticale projectie van de leiding bedraagt circa 1 m. De afstand van 10-9/jaar prcontour tot de verticale project van de leiding bedraagt circa 2 m. Het invloedsgebied bedraagt circa 25 m. Zie onderstaande figuren: als voorbeeld voor de grootte van de plaatsgebondenrisicocontouren.

Blad 19 van 23

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout projectnummer 0410011.00 – HI04 2 juni 2016 revisie 1.0 Roos + Bijl BV Engineers en Consultants

Blad 20 van 23

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout projectnummer 0410011.00 – HI04 2 juni 2016 revisie 1.0 Roos + Bijl BV Engineers en Consultants

Blad 21 van 23

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout projectnummer 0410011.00 – HI04 2 juni 2016 revisie 1.0 Roos + Bijl BV Engineers en Consultants

Bijlage 2: Brief RIVM Status Probit CO2

Blad 22 van 23

Kwantitatieve risicoanalyse kooldioxideleiding Nieuw-Vennep, De Kwakel en Rijssenhout projectnummer 0410011.00 – HI04 2 juni 2016 revisie 1.0 Roos + Bijl BV Engineers en Consultants

Bijlage 2:

Brief RIVM

Vraagnummer: 20160162 Vraagsteller: Jelte Janzen Geachte heer Janzen, Er zijn geen veranderingen wat betreft de status van het vaststellen van een probit voor CO2. Er is nog geen vastgestelde probitrelatie. In het verleden is door Tebodin een probit voor CO2 afgeleid die door ons is beoordeeld als voldoende conservatief (a = -98,81, b=1, n=9 (ppm, min)). In het meegezonden stofbestand voor CO2 is deze probit ingevuld alsmede de huidige interventiewaarden (geen VRW, AGW=26289 ppm, LBW = 52579 ppm). Omdat deze probit niet is vastgesteld of geaccordeerd door de toetsgroep Probits, is gebruik ervan de verantwoordelijkheid van de gebruiker cq. opsteller van de QRA. SNL CO2 20160418.PSU Met vriendelijke groet, Helpdesk SAFETI-NL http://www.rivm.nl/safeti-nl

Blad 23 van 23

Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.

Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV HEERENVEEN Postbus 24 8440 AA HEERENVEEN T. (0570) 663 993 E. jelte.janzen@anteagroup.com

www.anteagroup.nl

Copyright © 2016 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=b466ed2b-16e7-40e9-b93c-cca14eb64d2c