CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting - bijlage 14 - Explosieven.pdf

1a.Commissie Ruimte Beeldvormend 15 november 2022, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding ‘de Kwakel’, Aalsmeer’14.315 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Er werd geen melding van schade gemaakt.12 [Locatie onbekend] 2 juli 1940 In de nacht van 1 op 2 juli omstreeks 3.00 uur crashte een Britse Fairey Swordfish (L2829) torpedobommenwerper van 825 squadron langs de Leimuiderdijk 79 in Burgerveen. Het toestel was waarschijnlijk boven Schiphol geraakt door luchtafweergeschut. 13 [Buiten onderzoeksgebied] 5 juli 1940 Omstreeks 13.19 uur kwamen meerdere bommen neer in de gemeente Aalsmeer. Hierbij werd geen schade aangericht.14 [Locatie onbekend] 9 juli 1940 Tussen 01.15 uur en 02.30 uur ’s nachts kwamen meerdere bommen neer in het water in de gemeente Aalsmeer. Hierbij werd geen schade aangericht.15 [Locatie onbekend] 23 juli 1940 Omstreeks 02.12 uur ’s nachts werd een onbekend aantal bommen boven de gemeente Aalsmeer afgeworpen. Hierbij werd geen schade aangericht.16 [Locatie onbekend]

7

NIMH, toeg. nr. 420, inv. nr. 20. ELO, toeg. nr. 123.1.02, inv. nr. 209. 9 NIMH, toeg. nr. 420, inv. nr. 1 10 BaMa, RL2, II-205-II-269. 11 BaMa, RL2, II-205-II-269. 12 BaMa, RL2, II-205-II-269. 13 SGLO, T0738 (geraadpleegd op 13-12-2019). 14 BaMa, RL2, II-205-II-269. 15 BaMa, RL2, II-205-II-269. 16 BaMa, RL2, II-205-II-269. 8

19P193 definitief rapport VO CE De Kwakel v2.0 d.d. 24 januari 2022

25

Omstreeks 3.30 uur werden meerdere bommen afgeworpen boven de gemeente Aalsmeer. De bommen kwamen neer langs randen van weilanden, maar richtten geen verdere schade aan. Rond hetzelfde tijdstip kwamen meerdere bommen neer in Uithoorn. Als gevolg hiervan raakte drie woningen beschadigd.17 [Locatie onbekend] 9 augustus 1940 Omstreeks 23.36 uur werden zes bommen afgeworpen boven een open veld in de gemeente Aalsmeer. Hierbij werd geen schade aangericht.18 [Locatie onbekend] 4 november 1940 Omstreeks 2.30 uur ’s nachts werden zes brisantbommen neer in de gemeente Uithoorn. Eén van deze bommen kwam niet tot ontploffing.19 [Locatie onbekend] 10 augustus 1940 Omstreeks 00.05 uur ’s nachts werden vijf brisantbommen en zes brandbommen boven Aalsmeer afgeworpen. Hierbij werd één woning zwaar beschadigd en één woning licht beschadig. Tevens stortte enkele kassen in als gevolg van dit bombardement. 20 [Locatie onbekend] September 1940 Aalsmeer en Haarlemmermeer werden getroffen door een bombardement. 21 [Locatie onbekend] 30 september 1940 Omstreeks 3 uur ’s nachts explodeerde een bom op een onbewoond eilandje in de Westplas. Hierbij werd geen schade aangericht.22 [Locatie onbekend] Oktober 1940 Aalsmeer en Haarlemmermeer werden getroffen door een bombardement.

23 [Locatie onbekend] 30 oktober 1940 Omstreeks 1.50 uur werden zeventien brisantbommen en meerdere brandbommen afgeworpen boven weilanden en velden in Haarlemmermeer. Vijf bommen waren niet tot ontploffing gekomen.24 [Locatie onbekend] 8 oktober 1940 Omstreeks 1.30 uur ’s nachts kwam er een brisantbom neer op een woning in Aalsmeer. Als gevolg van het bombardement was de woning volledig verwoest en vielen er vijf lichtgewonden.25 [Locatie onbekend] 15 november 1940 In de nacht van 14 op 15 november werden zeven brisant bommen boven de gemeente Aalsmeer afgeworpen. Hierbij raakten drie woningen zwaar beschadigd en één woning licht beschadigd. [Locatie onbekend] November 1940 Aalsmeer en Haarlemmermeer werden getroffen door een bombardement. 26 [Locatie onbekend] 15 november 1940 17

BaMa, RL2, II-205-II-269. BaMa, RL2, II-205-II-269. 19 BaMa, RL2, II-205-II-269. 20 BaMa, RL2, II-205-II-269. 21 NA, toeg. nr. 2.04.53.15, inv. nr. 9. 22 NIOD, toeg. nr. 077, inv. nr. 1328. 23 NA, toeg. nr. 2.04.53.15, inv. nr. 9. 24 NIOD, toeg. nr. 077, inv. nr. 1328. 25 NIOD, toeg. nr. 077, inv. nr. 1328. 26 NA, toeg. nr. 2.04.53.15, inv. nr. 9. 18

19P193 definitief rapport VO CE De Kwakel v2.0 d.d. 24 januari 2022

26

Omstreeks 2.18 uur ’s nachts werden zeven brisantbommen afgeworpen boven de gemeente Aalsmeer. Hierbij raakten drie woningen zwaar beschadigd en één woning licht. Teven vielen er twee lichtgewonden.27 [Locatie onbekend] Omstreeks 20.30 uur komt een bom neer in een kas in Aalsmeer. Er was sprake van veel glasschade.28 [Locatie onbekend] Rond 21.30 uur werden zeven brisantbommen afgeworpen boven de gemeente Haarlemmermeer. Zes bommen kwamen neer in een akker en richtten geen schade aan. De andere bom beschadigde meerdere woningen.29 [Locatie onbekend] Er werd een blindganger in Aalsmeer gevonden.30 [Locatie onbekend] 21 december 1940 In de nacht van 21 december werden twee brisantbommen afgeworpen boven een akkerland in Haarlemmermeer.31 [Locatie onbekend] 1-2 januari 1941 Op 1 januari werd omstreeks 20.00 uur een ontploffing waargenomen ten noord oosten van het dorp. De volgende dag werd melding gemaakt van een bomtrechter in een weiland in de Vriesekoopsche polder. Vermoedelijk was een brisantbom tot ontploffing gekomen. De bomtrechter had een omtrek van ongeveer 5 meter en was 2 meter diep.32 [RAP_410101A] 11 februari 1941 Omstreeks 15.00 uur stortte een Duits vliegtuig neer in Aalsmeer.33 [Locatie onbekend] 19 februari 1941 In Leimuiden werden negen niet-ontbrande brandbommen aangetroffen. 34 De exacte locatie is niet bekend.

[Locatie onbekend] 1 mei 1941 Omstreeks 21.00 uur kwam er een brisantbom neer in een weiland in Leimuiden.35 [Locatie onbekend] 16 mei 1941 Omstreeks 00.30 uur werden vijf brisantbommen afgeworpen boven een open veld in de gemeente Haarlemmermeer. Hierbij ontstond lichte schade aan enkele woningen.36 [Locatie onbekend] 11-12 augustus 1941 In de nacht van 11 op 12 augustus vonden er luchtgevechten plaats boven de gemeente Aalsmeer. Omstreeks 3 uur ’s nachts werd een bom afgeworpen welke langs de Herenweg in de gemeente Leimuiden neerkwam. Vermoedelijk waren er brandbommen in de plassen neergekomen.37 [RAP_410812A] 3 oktober 1941 Omstreeks 23.25 uur werden zes brisantbommen afgeworpen. De bommen kwamen neer in open land nabij de Kruisweg. Twee woningen raakten zwaar beschadigd en vier huizen hadden glasschade opgelopen als gevolg van het bombardement.38 [Buiten onderzoeksgebied]

27

BaMa, RL2, II-205-II-269. BaMa, RL2, II-205-II-269; NIOD, toeg. nr. 077, inv. nr. 1328. 29 BaMa, RL2, II-205-II-269; NIOD, toeg. nr. 077, inv. nr. 1328. 30 NIOD, toeg. nr. 077, inv. nr. 1328. 31 NIOD, toeg. nr. 077, inv. nr. 1328. 32 ELO, toeg. nr. 123.1.92, toeg. nr. 212. 33 NIOD, toeg. nr. 077, inv. nr. 1328. 34 NIOD toeg. nr. 077 inv. nr. 1328. 35 NIOD, toeg. nr. 077, inv. nr. 1328. 36 BaMa, RL2, II-205-II-269. 37 NHA, toeg. nr. 1949, inv. nr. 775. 38 BaMa, RL2, II-205-II-269. 28

19P193 definitief rapport VO CE De Kwakel v2.0 d.d. 24 januari 2022

27

11 oktober 1941 Omstreeks 2.45 uur werden meerdere brand- en brisantbommen afgeworpen boven Aalsmeer. Als gevolg hiervan waren vijftien woning licht beschadig en raakten zes burgers gewond. Rond hetzelfde tijdstip werden zes brisant- en meerdere brandbommen afgeworpen in de gemeente Haarlemmermeer. Als gevolg hiervan werden tien huizen beschadigd en raakte drie burgers gewond.39 [Locatie onbekend] 15 oktober 1941 Omstreeks 20.30 uur werden zes bommen afgeworpen boven het open land in de gemeente Haarlemmermeer. Eén bom kwam niet tot ontploffing.40 [Locatie onbekend] 24 oktober 1942 Melding van het jachthavenbedrijf Kudelstaart dat er in de Westeinderplassen een wrak van een vliegtuig lag dat niet was gemarkeerd en een gevaar vormde voor de scheepvaart.41 De exacte locatie is niet bekend. [Locatie onbekend] 19 mei 1943 Ter hoogte van de Aalsmeerderweg 933, Leimuiderdijk 212, 222 en 227 werden brandbommen afgeworpen waarna brand ontstond.42 [Buiten onderzoeksgebied] 3.6

Bevrijdingsjaar 1944-1945 Het bevrijdingsjaar voor Nederland startte vanaf september 1944. Geallieerde grondtroepen staken vanuit België de Nederlands grens over in Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. Halverwege september 1944 vond Operation Market Garden plaats. Dit ambitieuze plan van de geallieerde bevelhebber Montgomery moest ervoor zorgen dat de bruggen tussen Eindhoven en Arnhem door luchtlandingstroepen bezet zouden worden om vervolgens door geallieerde grondtroepen te worden bevrijd. Het oorspronkelijke plan van Operation Market Garden mislukte waardoor Noord-Brabant, Zeeland, Limburg en Gelderland frontgebied werden. Maanden van zware (grond)gevechten volgden in combinatie met artilleriebeschietingen en bombardementen. September 1944- 7 mei 1945 Duitse luchtafweer troepen en twintig valschermeenheden van de 4e Herman Goering Divisie verbleven in de gemeente Aalsmeer.43 [Historische context] 2 november 1944 Een Amerikaanse B-17 bommenwerper (43-38284) van 493 Bomb Group/ 863 Bomb Squadron maakte omstreeks 15.30 uur een noodlanding langs de Vriezenweg te Leimuiden nadat deze was geraakt door FLAK.44 [Buiten onderzoeksgebied] 24 februari 1945 Omstreeks 10.15 uur vond er een beschieting met boordwapens plaats in de gemeente Haarlemmermeer. Kort erna werden bominslagen waargenomen.

Ter hoogte van de Leimuiderdijk en de Venneperweg was een bom neergekomen op de Leimuiderdijk. Deze was ontploft tussen perceel 284 en 285. Eén woning werd verwoest, een andere woning raakte zwaar beschadigd en er was sprake van glas- en pannenschade bij diverse woningen in de omgeving. Het doel van de beschieting en het bombardement was een sleepboot met tien platte schuiten die in de richting van Leimuiden voer. Tevens kwamen veertien bommen in het water neer.45 [Buiten onderzoeksgebied]

7 mei 1945 39

BaMa, RL2, II-205-II-269. BaMa, RL2, II-205-II-269. 41 NHA toeg. nr. 1949 inv. nr. 220. 42 NHA, toeg. nr. 7001, inv. nr. 1446. 43 NIMH, toeg. nr. 420, inv. nr. 1 44 SGLO, T4621 (geraadpleegd op 13-12-2019). 45 NHA, toeg. nr. 7001, 1446; Lücke (1995), 98. 40

19P193 definitief rapport VO CE De Kwakel v2.0 d.d. 24 januari 2022

28

Aalsmeer werd bevrijd door Canadese eenheden.46 [Historische context]

10 mei 1945 De gemeente Leimuiden werd bevrijd.47 [Historische context] 12 juni 1945 Mededeling van de burgemeester van Leimuiden dat er in de gemeente geen mijnenvelden aanwezig waren.48 [Historische context] 3.7

Naoorlogse periode – heden Direct na de Tweede Wereldoorlog werd aangevangen met het opruimen van CE. In eerste instantie werd door het Militair Gezag (MG) aan de (plaatsvervangende) burgemeesters van de gemeenten gevraagd om een opgave te doen van mogelijk aanwezige mijnen en munitie. De ruimingen van mijnen en munitie werd in de eerste jaren uitgevoerd door de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD). Vanaf ongeveer 1947 werd ook regelmatig de Hulpverleningsdienst (HVD) ingeschakeld bij het ruimen van explosieven. Tot ongeveer 1970 heeft de HVD ruimingen uitgevoerd. Mijnenvelden Er werden gedurende de oorlog verspreid over Nederland Duitse mijnenvelden aangelegd. Alle informatie van die mijnenvelden werd gedocumenteerd in een zogenoemd legrapport. Dit gebeurde vrij nauwkeurig. Na WOII zijn veel velden geruimd; de ruimrapporten van die velden zijn gemakkelijk te vergelijken met de legrapporten als het gaat om mogelijk achtergebleven mijnen. Onderzoek bij de EODD leverde geen informatie op. Binnen het onderzoeksgebied werden geen mijnenvelden aangetroffen. MORA's/ UO's Van 1971 tot op heden houdt de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) zich bezig met het ruimen van CE in Nederland en worden de munitievondsten systematisch (per gemeente) bijgehouden in de ruimrapporten, de MORA's/ UO's. Leimuiden MORA/UOnummer 19833297

3.8

Ligplaats

Datum

Hoofdsoort

Herenwijk

25-101983

n.v.t.

Verschijningsvorm n.v.t.

Bijzonderheden Schroot

Luchtfoto-analyse De geraadpleegde luchtfoto’s uit de verschillende collecties zijn gegeorefereerd in GIS en geanalyseerd op sporen van oorlogshandelingen zoals schade aan het landschap/ gebouwen, kraters, (sporen van) neergekomen vliegtuigen, loopgraven, mangaten, bunkers, verdedigingswerken, (geschut)stellingen, tankgrachten en mijnenvelden. Het optimaliseren van de luchtfoto interpretatie wordt gedaan aan de hand van fotobestanden in TIFF in plaats van in JPG en het bestuderen van foto's in 3D. De luchtfotodekking is te vinden in bijlage 3. Voor het classificeren van objecten op luchtfoto's zijn door de historisch onderzoekers en de twee luchtfoto-analisten de zogenoemde betrouwbaarheidsniveaus toegepast.

• •

Waarschijnlijk: de luchtfoto-analisten zijn overwegend zeker van de validiteit van de classificatie van het object. Het object is in de kaart ingetekend en indien van toepassing, afgebakend. Mogelijk: de foto-analisten zijn overwegend onzeker van de validiteit van de classificatie van het object. Niet in alle gevallen kon op basis van de luchtfoto de

46

NIMH, toeg. nr. 420, inv. nr. 1. NIMH, toeg. nr. 420, inv. nr. 36. 48 NA, toeg. nr. 3.09.34, inv. nr. 43. 47

19P193 definitief rapport VO CE De Kwakel v2.0 d.d. 24 januari 2022

29

oorzaak worden vastgesteld van een object in het landschap of in de bebouwing. Om een verklaring te kunnen geven voor het ontstaan van de verstoring is naar een oorzaak gezocht in de geraadpleegde literatuur en archieven. Indien er geen oorzaak kon worden vastgesteld, is het waargenomen object aangemerkt als 'mogelijk'. Verderop in deze paragraaf zijn kort de indicaties gegeven die op de luchtfoto's werden waargenomen. Daarin komen de betrouwbaarheidsniveaus ook aan bod. Voor het georefereren van luchtfoto's wordt gewerkt met ArcGIS. Er worden minimaal 10 punten (controlepoints) gebruikt om de basiskaart (bestaande uit gegevens van Esri, Kadaster, CBS, Rijkswaterstaat en gemeenten (zoals de BGT) en de luchtfoto op elkaar te leggen. Deze Second Order Polynomial methode wordt standaard gebruikt voor de nauwkeurigheid van de georeferentie. Indien een foto lastig met de eerste methode te georefereren is, wordt de Third Order Polynomial methode nog toegepast.

12 september 1944 Op de onderstaande uitsnede van de luchtfoto van 12 september 1945 is zichtbaar dat het onderzoeksgebied wordt doorkruist door een tankgracht en dat op ongeveer 40 meter van het onderzoeksgebied een wapenopstelling en loopgraaf aanwezig waren.

Afbeelding 4: uitsnede van de luchtfoto van 12 september 1944. Bron: KAD, sortieref. 106G-2814, fotonr. 4123.

18 maart 1945 Op de onderstaande uitsnede van de luchtfoto van 18 maart 1945 is een niet definieerbare verstoring zichtbaar. Een niet definieerbare verstoring is een verstoring in het landschap waarvan de oorzaak niet vastgesteld kon worden. In de geraadpleegde bronnen zijn geen concrete aanwijzingen gevonden die de verstoring in het onderzoeksgebied zou kunnen verklaren. Ook is op basis van de luchtfoto niet vast te stellen wat de verstoring veroorzaakt heeft. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat de waargenomen niet definieerbare verstoring veroorzaakt is door CE.

19P193 definitief rapport VO CE De Kwakel v2.0 d.d. 24 januari 2022

30

Afbeelding 5: uitsnede van de luchtfoto van 18 maart 1945. Bron: KAD, sortieref. 106G-4894, fotonr. 1142.

3.9

Leemten in kennis Op basis van de geraadpleegde bronnen zijn nog enkele leemten in kennis. Deze leemten in kennis zijn: • • • • • • • • • •

De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1940-1945 CE zijn niet volledig; De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1945-1970 zijn niet volledig; Niet van alle gebeurtenissen kon de exacte locatie worden vastgesteld op basis van de geraadpleegde bronnen; Websites veranderen continue door updates en nieuwe informatie. Soms verdwijnen sites ook van het web; of zijn ontoegankelijk geworden. Informatie kan zodoende verdwijnen of veranderen. Op de geraadpleegde luchtfoto’s is een niet definieerbare verstoring waargenomen.

De herkomst van deze verstoring kon niet achterhaald worden; De luchtfoto van 1936-1938 is aangemerkt als van B-kwaliteit, waardoor de mogelijkheden tot een optimale luchtfotoanalyse beperkt werden; De luchtfoto’s van 14 en 18 maart 1945 zijn aangemerkt als van B-kwaliteit, waardoor de mogelijkheden tot een optimale luchtfotoanalyse beperkt werden; De luchtfoto van 12 mei 1945 is aangemerkt als van C-kwaliteit, waardoor de mogelijkheden tot een optimale luchtfotoanalyse sterk beperkt werden; Er was geen luchtfoto beschikbaar in de geraadpleegde luchtfotoarchieven van vlak na het bombardement op 1 januari 1941, waardoor de exacte locatie van het bombardement niet kon worden vastgesteld; Er was geen luchtfoto beschikbaar in de geraadpleegde luchtfotoarchieven van vlak na het bombardement op 11 op 12 augustus 1941, waardoor de exacte locatie van het bombardement niet kon worden vastgesteld.

19P193 definitief rapport VO CE De Kwakel v2.0 d.d. 24 januari 2022

31

3.10 Inventarisatiekaart Alle relevante gegevens met een geografisch component uit de geraadpleegde bronnen zijn ingetekend op een inventarisatiekaart in GIS, waarin ook de resultaten van de geanalyseerde (en gegeorefereerde) luchtfoto’s zijn verwerkt. In de onderstaande afbeelding is de inventarisatiekaart voor het onderzoeksgebied weergegeven. Op de A1 kaarten (losbladig, bijlage 4) zijn ook de corresponderende unieke nummers weergegeven.

Afbeelding 6: inventarisatiekaart onderzoeksgebied.

19P193 definitief rapport VO CE De Kwakel v2.0 d.d. 24 januari 2022

32

4 ANALYSE GEGEVENS 4.1

Inleiding analyse: verdacht of onverdacht gebied Op basis van de geraadpleegde gegevens kan worden vastgesteld of een onderzoeksgebied verdacht of onverdacht is. Indien er in het onderzoeksgebied geen oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden en/of indien er geen CE in/op de (water)bodem zijn achtergebleven, is een gebied onverdacht. In paragrafen 4.2 t/m 4.5 wordt ingegaan op de verdachte gebieden en in paragraaf 4.7 op de onverdachte gebieden. Als uitgangspunten voor de conclusie verdacht of onverdacht wordt bijlage 2 als leidraad gebruikt voor aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied. Verder wordt gebruik gemaakt van kennis en ervaring door het maken van een beredeneerde inschatting. • •

Verhoogde kans op CE: VERDACHT (bij specifieke meldingen van CE en bij oorlogshandelingen of militaire aanwezigheid en daardoor aanwezigheid van CE) Geen verhoogde kans op CE: ONVERDACHT (bij alle andere gevallen dan verdacht en bij contra-indicaties op verdachte gebieden).

Indien van de bovengenoemde richtlijnen (zie bijlage 2) voor de horizontale afbakening wordt afgeweken, is dit gemotiveerd. 4.2

Indicaties Voor het onderzoeksgebied geldt dat er geen verhoogde kans op het aantreffen van CE in/op de (water)bodem; het onderzoeksgebied wordt aangemerkt als onverdacht gebied. In de geraadpleegde bronnen zijn geen duidelijke aanwijzingen aangetroffen die erop wijzen dat het onderzoeksgebied is getroffen door oorlogshandelingen waarbij CE zijn ingezet en waardoor CE zijn achtergebleven. Hierbij dient te worden opgemerkt dat er niet kan worden uitgesloten dat er in overdachte gebieden CE worden aangetroffen. RAP-nummer RAP_410101A

Datum 1 januari 1941

Gebeurtenis Bombardement

RAP_410812A

11-12 augustus 1941

Bombardement

Geen uniek RAPnummer

Waargenomen op luchtfoto van 12 september 1944

Tankgracht

Analyse Op basis van de geraadpleegde bronnen kon de exacte locatie van het bombardement niet worden vastgesteld. Tevens waren er geen luchtfoto’s beschikbaar in de geraadpleegde luchtfotoarchieven van vlak na de datum van het bombardement. De eerst beschikbare luchtfoto’s die de Vriezekoopse Polder volledig dekken dateren uit 1944, ruim 3 jaar na het bombardement. Op basis van de geraadpleegde bronnen kon de exacte locatie van het bombardement niet worden vastgesteld. Tevens waren er geen luchtfoto’s van vlak na de datum van het bombardement beschikbaar. De eerst beschikbare luchtfoto die het gebied dekt, is een luchtfoto uit 1944. Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen in de geraadpleegde bronnen dat er mogelijk CE zijn gedumpt in de tankgracht. De tankgracht is onverdacht op het aantreffen van CE.

In onderstaande afbeelding is de CE-Bodembelastingkaart weergegeven.

19P193 definitief rapport VO CE De Kwakel v2.0 d.d. 24 januari 2022

33

Afbeelding 7: CE-bodembelastingkaart onderzoeksgebied. Er zijn geen verdachte gebieden.

19P193 definitief rapport VO CE De Kwakel v2.0 d.d. 24 januari 2022

34

5 CONCLUSIE EN ADVIES 5.1

Conclusie Op basis van de geraadpleegde bronnen, de beoordeling en evaluatie van de indicaties is vastgesteld dat er geen oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden in het onderzoeksgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog of dat er oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden in de omgeving van het onderzoeksgebied die relevant zijn voor het onderzoeksgebied. Er zijn in de geraadpleegde bronnen geen indicaties aangetroffen dat er CE zijn achtergebleven in het onderzoeksgebied.

5.2

Leemten in kennis Op basis van de geraadpleegde bronnen zijn nog enkele leemten in kennis. Deze leemten in kennis zijn: • • • • • • • • • •

5.3

De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1940-1945 CE zijn niet volledig; De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1945-1970 zijn niet volledig; Niet van alle gebeurtenissen kon de exacte locatie worden vastgesteld op basis van de geraadpleegde bronnen; Websites veranderen continue door updates en nieuwe informatie. Soms verdwijnen sites ook van het web; of zijn ontoegankelijk geworden. Informatie kan zodoende verdwijnen of veranderen. Op de geraadpleegde luchtfoto’s is een niet definieerbare verstoring waargenomen.

De herkomst van deze verstoring kon niet achterhaald worden; De luchtfoto van 1936-1938 is aangemerkt als van B-kwaliteit, waardoor de mogelijkheden tot een optimale luchtfotoanalyse beperkt werden; De luchtfoto’s van 14 en 18 maart 1945 zijn aangemerkt als van B-kwaliteit, waardoor de mogelijkheden tot een optimale luchtfotoanalyse beperkt werden; De luchtfoto van 12 mei 1945 is aangemerkt als van C-kwaliteit, waardoor de mogelijkheden tot een optimale luchtfotoanalyse sterk beperkt werden; Er was geen luchtfoto beschikbaar in de geraadpleegde luchtfotoarchieven van vlak na het bombardement op 1 januari 1941, waardoor de exacte locatie van het bombardement niet kon worden vastgesteld; Er was geen luchtfoto beschikbaar in de geraadpleegde luchtfotoarchieven van vlak na het bombardement op 11 op 12 augustus 1941, waardoor de exacte locatie van het bombardement niet kon worden vastgesteld.

Advies Op basis van de resultaten van dit vooronderzoek en de conclusies is het onderzoeksgebied niet verdacht verklaard op het aantreffen van CE in/op de (water)bodem. In de gebieden die onverdacht zijn verklaard op het aantreffen van CE kunnen de voorgenomen werkzaamheden plaatsvinden zonder dat vervolgstappen noodzakelijk zijn in de CE-opsporing. De werkzaamheden kunnen derhalve regulier worden uitgevoerd.

19P193 definitief rapport VO CE De Kwakel v2.0 d.d. 24 januari 2022

35

6 BIJLAGEN

19P193 definitief rapport VO CE De Kwakel v2.0 d.d. 24 januari 2022

36

Bijlage 1

Overzicht beoordelen/evalueren inventarisatie (WSCS-OCE)

In het WSCS-OCE staat vermeld dat de indicaties en contra-indicaties uit de inventarisatie-resultaten dienen te worden beoordeeld en dat op basis hiervan de volgende punten gemotiveerd vastgesteld moeten worden: • Of er sprake is van een CE verdacht gebied, en zo ja: • De (sub)soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoedelijke CE; • De horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied. Bij de beoordeling en evaluatie van de resultaten van de inventarisatie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Indien sprake is van de vermoedelijke aanwezigheid van CE, wordt de conclusie VERDACHT gerapporteerd. Indien er geen sprake is van de vermoedelijke aanwezigheid van CE, wordt de conclusie ONVERDACHT gerapporteerd; 2. De conclusie wordt vastgesteld op basis van twee of meer onafhankelijke verifieerbare bronnen. Indien een indicatie in slechts in bron is aangetroffen, wordt dit duidelijk aangegeven in de rapportage. Hierin wordt gerapporteerd hoe de betrouwbaarheid van de bronnen is ingeschat; 3. Indicaties en/of contra-indicaties dienen een locatieverwijzing te hebben, aangezien deze essentieel is om te bepalen of de informatie relevant is voor de aanwezigheid van CE op de projectlocatie en/of in het onderzoeksgebied. Voor de locatieverwijzing gelden de volgende uitgangspunten: a.

Indicaties en/of contra-indicaties moeten worden vertaald naar een locatie in de huidige topografie; b. Waar sprake is van onduidelijkheid/onbetrouwbaarheid in de locatieverwijzing, wordt dit gedocumenteerd; c. Bij gebruikmaking van indicaties en/of contra-indicaties uit geschreven bronnen, dient de locatieverwijzing uit het bronbestand in de rapportage ongewijzigd te worden overgenomen. 4. Bij het vaststellen van de conclusie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Bij de beoordeling of bepaalde oorlogshandelingen een indicatie vormen voor de aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied, wordt bijlage 3 van het WSCS-OCE als leidraad gehanteerd. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken; b. Als er geen indicaties zijn die wijzen op de aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied, is de conclusie ONVERDACHT; c. Als er indicaties zijn dat bij oorlogshandelingen binnen de grenzen van de projectlocatie en/of onderzoeksgebied bepaalde hoofdsoorten CE zijn gebruikt/betrokken geweest, dan is (een deel van) de projectlocatie en/of onderzoeksgebied VERDACHT op de aanwezigheid van deze hoofdsoorten CE, tenzij op basis van contra-indicaties het tegendeel kan worden bewezen. 5. Het verdachte gebied wordt horizontaal en verticaal afgebakend, gespecificeerd per (sub)soort CE, hoeveelheid en verschijningsvorm van vermoedelijke CE.

Daarbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt bijlage 3 van het WSCSOCE gehanteerd; b. Uitgangspunten voor de verticale afbakening: i. Bij het bepalen van de verticale afbakening dient specifiek rekening te worden gehouden met: bodemweerstand, verwachte indringingsnelheid en –hoek, gewicht, vorm en diameter CE; ii. Voor het berekenen van de penetratiediepte wordt gebruik gemaakt van een rekenmethode waarin ten minste rekening gehouden wordt met de volgende parameters: de afwerphoogte, de afwerpsnelheid, het gewicht van de bom, de diameter van de bom en de weerstand van de bodem; iii. Indien sprake is van grondverzet/grondroering in de periode 1945 tot heden, wordt op basis daarvan bepaald of, en zo ja, tot welke diepte minus maaiveld (gerelateerd aan NAP), de aanwezigheid van CE kan worden uitgesloten; iv. De verticale afbakening wordt zodanig uitgedrukt dat deze is te herleiden tot de diepte ten opzichte van NAP; c. Uitgangspunten horizontale afbakening:

19P193 definitief rapport VO CE De Kwakel v2.0 d.d. 24 januari 2022

37

i. Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt de tolerantie gemotiveerd, gebaseerd op het beschikbare bronnenmateriaal; ii. Het verdachte gebied wordt weergegeven in RD-coördinaten; d. Onder de verschijningsvorm wordt verstaan de wijze waarop CE in het verleden in de (water)bodem zijn terechtgekomen, waarbij onderscheid kan worden gemaakt in: afgeworpen, verschoten, gegooid, gelegd, weggeslingerd, opgeslagen, gedumpt, begraven (inclusief redepositie), als restant uit springputten of explosie en als onderdeel van (vliegtuig)wrakken en/of gezonken vaartuigen.

19P193 definitief rapport VO CE De Kwakel v2.0 d.d. 24 januari 2022

38

Bijlage 2

Vaststellen verdacht gebied en afbakening in vooronderzoek

In onderstaand overzicht is de horizontale afbakening van het verdachte gebied weergegeven zoals deze is opgenomen in het WSCS-OCE. Indicatie

Algemene omschrijving

Verdedigingswerk

✗

Geschutopstelling (statisch en mobiel)

Groepering van wapenopstellingen en/of geschutsopstellingen, rondom afgezet met een versperring (bijvoorbeeld weerstandskern of steunpunt) Opstelling van handvuurwapen, machinegeweer of andere (semi)automatisch wapen, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk Locatie van geschut, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk.

Munitieopslag in open veld Loopgraaf

Locatie van munitievoorraad in het open veld, niet zijnde binnen een verdedigingswerk Militaire loopgraaf

✗ ✗

Tankgracht of –geul

Een diepe (al dan niet droge) gracht of geul met steile wanden, aangebracht om pantservoertuigen tegen te houden Middels een aanwijzing, niet zijnde een mijnenlegrapport, op landmijnen verdacht verklaard gebied. In het verdachte gebied zijn bij de controle door de MMOD géén landmijnen aangetroffen Middels een aanwijzing, niet zijnde een mijnenlegrapport, op landmijnen verdacht verklaard gebied. In het verdachte gebied zijn bij de controle door de MMOD, of bij naoorlogse activiteiten landmijnen aangetroffen. Geregistreerd mijnenveld, waarvan mijnenlegrapport aanwezig is. Alle volgens het legrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Geregistreerd mijnenveld waarvan mijnenlegrapport aanwezig is. Niet alle volgens het mijnenlegrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Geen feitelijke onderbouwing bekend waarom er landmijnen worden vermist. Mijnenlegrapport aanwezig. Niet alle volgens het legrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Feitelijke onderbouwing bekend waarom er landmijnen worden vermist. Versperringen, zoals strandversperringen en drakentanden Militaire werken zoals woononderkomen of werken met een burgerdoel zoals schuilbunker

Wapenopstelling

Landmijnen verdacht gebied

Landmijnen verdacht gebied

Mijnenveld

Mijnenveld

Mijnenveld

Versperringen Infrastructuur zonder geschutsopstelling of munitievoorraad Schuilloopgraaf Kampementen

Mangat Vernielingslading Artillerie-, mortierof raketbeschieting Raketbeschieting inslagenpatroon bekend

Uitgangspunt conclusie Verdacht Onverdacht

✗

Gat in grond met schuilfunctie, niet in gebruik genomen als schuttersput Locatie van aangebrachte vernielingslading Gebied dat is beschoten door mobiel of vast geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudige) raketwerpersysteem Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers

✗ ✗

Het gebied binnen de contouren van de loopgraaf is verdacht, bij voorkeur bepaald aan de hand van gegeorefereerde luchtfoto’s. Niet verdacht, tenzij er aanwijzingen zijn dat er mogelijk munitie in gedumpt is. n.v.t.

De grenzen zoals aangegeven in het ruimrapport

✗

✗

n.v.t.

De grenzen zoals aangegeven in het mijnenlegrapport en/of ruimrapport.

✗

✗

n.v.t.

✗ ✗

Tenzij er indicaties zijn dat CE onderdeel uitmaken van de versperring. Tenzij er indicaties zijn op CE vanwege de aanwezigheid van nabij verdediging in de vorm van bijvoorbeeld wapenopstellingen

✗ ✗

n.v.t.

✗

Tenzij er indicaties zijn op CE vanwege de aanwezigheid van munitieopslag of nabij verdediging in de vorm van bijvoorbeeld wapenopstellingen. n.v.t.

✗ ✗

Locatie van vernielingslading

✗

Op basis van een analyse van het inslagenpatroon wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon Te bepalen volgens rekenmethode waarin ten minste rekening wordt gehouden met de volgende parameters: de afwerphoogte, de afwerpsnelheid, het gewicht van de bom, de diameter van de bom en de weerstand van de bodem. Op basis van in ieder geval deze vijf parameters wordt berekend tot welke diepte CE theoretisch kunnen indringen en hoever de maximale horizontale verplaatsing is. Situationeel te bepalen

Inslagpunt blindganger, zijnde een vliegtuigbom

Vliegtuig die niet in werking is getreden

✗

Crashlocatie vliegtuig Krater van gedetoneerde incidentele luchtafweergranaat Inslagpunt van een V.1 wapen

Aanwezigheid van CE vanwege de crash

✗

Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een incidentele luchtafweergranaat bevindt.

Gebied dat is getroffen door de inslag van een V.1 wapen

25 meter rondom het hart van de geschutopstelling, maar niet verder dan een eventuele aangrenzende watergang. Locatie van de veldopslaglocatie

✗

Loopgraaf voor burgerbevolking om in te schuilen Grondgebied met onderkomens zoals tenten

Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied Het grondgebied binnen de grenzen van het verdedigingswerk is verdacht. De grenzen worden bij voorkeur bepaald aan de hand van gegeorefereerde luchtfoto’s. Locatie van de wapenopstelling

Situationeel te bepalen

✗ ✗

Tenzij er indicaties zijn dat het geen incidentele luchtafweergranaat betreft.

15 meter rondom een inslagpunt vanwege de mogelijke horizontale verplaatsing onder de grond.

19P193 definitief rapport VO CE De Kwakel v2.0 d.d. 24 januari 2022

39

Indicatie

Algemene omschrijving

Krater van een (gedeeltelijk) gedetoneerde V.1 wapen Krater van een (gedeeltelijk) gedetoneerde V.2 wapen Dumplocatie van munitie en/of toebehoren Ongecontroleerde (massa)explosie

Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een V.1 wapen bevindt.

✗

Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een V.2 wapen bevindt.

✗

Situationeel te bepalen

Dumplocatie van CE en/of toebehoren in landbodem of op waterbodem

✗

(Sympathische) detonatie van explosieven voorraad zoals ontploffing munitieopslag of munitietrein Eén of meerdere springputten

✗

Locatie van de dump en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld dumping in stilstaand of stromend water Situationeel te bepalen

Locatie van in werking gestelde vernielingslading, waarbij de mogelijkheid bestaat op het aantreffen van niet (geheel) gedetoneerde springlading(en) Gebied dat is getroffen door een bombardement met middelzware en/of zware bommenwerpers, met als doel om schade aan te richten over een groot gebied.

✗

Gebied dat is getroffen door een bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen

✗

Lineair gebied, nabij een spoorlijn, dat is getroffen door bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om de spoorlijn te treffen

✗

Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 91 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn51.

Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen.

✗

Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 108 meter gemeten vanuit het hart van het doel52

Lineair gebied, nabij een spoorlijn, dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers, met als doel om de spoorlijn of treinstel op deze spoorlijn te treffen

✗

Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 80 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn53

Vernietigingslocatie voor CE

Vernielingslading (in werking gesteld)

Tapijtbombardement

Duikbombardement op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend Duikbombardement op zgn. ‘Line Target’, inslagenpatroon onbekend Raketbeschieting op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend Raketbeschieting op zgn. ‘Line Target’, inslagenpatroon onbekend

Uitgangspunt conclusie Verdacht Onverdacht

✗

✗

Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied 50 meter rondom een inslagpunt vanwege de mogelijke aanwezigheid van explosieve componenten.

De contour(en) van de springput(ten) en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld gelet op de afstand van eventuele uitgeworpen CE buiten deze contour(en). Locatie waar de vernielingslading in werking is gesteld en afbakening verder situationeel te bepalen. Op basis van een analyse van het inslagenpatroon49 wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon. Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 181 meter gemeten vanuit het hart van het doel50.

49 Verzameling van de locaties van inslagen van één bepaald toestel of één bepaald bombardement. 50 Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de

periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel waarbij opgemerkt moet worden dat 50% van de vliegtuigbommen binnen 119 meter neer is gekomen en de maximaal gemeten afstand t.o.v. het doel 181 meter was. 51 Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel waarbij opgemerkt moet worden dat 50 % van de vliegtuigbommen binnen 46 meter neer is gekomen en de maximaal afstand t.o.v. het doel 91 meter was. 52 Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel (gebouwen) waarbij opgemerkt moet worden dat de gemiddelde spreiding van de raketten t.o.v.

het middelpunt van een salvo 69 meter was, en dat de gemiddelde afstand van het middelpunt van een salvo t.o.v. het doel 39 meter was. 53 Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de maximale afstand gemeten n.a.v. luchtfoto-interpretatie.

19P193 definitief rapport VO CE De Kwakel v2.0 d.d. 24 januari 2022

40

Bijlage 3

Dekking geraadpleegde luchtfoto’s

19P193 definitief rapport VO CE De Kwakel v2.0 d.d. 24 januari 2022

41

19P193 definitief rapport VO CE De Kwakel v2.0 d.d. 24 januari 2022

42

19P193 definitief rapport VO CE De Kwakel v2.0 d.d. 24 januari 2022

43

19P193 definitief rapport VO CE De Kwakel v2.0 d.d. 24 januari 2022

44

Bijlage 4

A1 Inventarisatiekaart (losbladig)

19P193 definitief rapport VO CE De Kwakel v2.0 d.d. 24 januari 2022

45

Bijlage 5

A1 CE-Bodembelastingkaart (losbladig)

19P193 definitief rapport VO CE De Kwakel v2.0 d.d. 24 januari 2022

46

Bijlage 6

Certificaat ISO 9001:205

19P193 definitief rapport VO CE De Kwakel v2.0 d.d. 24 januari 2022

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=8f5a4408-777c-412f-b1de-1fadd9ff65c6