Stikstofonderzoek Marinapark Aalsmeer.pdf
Tekst van het document
IDDS Stikstofonderzoek Marinapark, Aalsmeer
IDDS 's-Gravendijckseweg 37 2201 CZ Noordwijk IDDS.NL
Postbus 126 2200 AC Noordwijk info@idds.nl T 071 - 402 85 86
Stikstofonderzoek Marinapark, Aalsmeer Datum Kenmerk Auteur Vrijgave
: : : :
20-05-2020 20052684/BMO/rap2 Dhr. J.R. Mossel MSc ir. H.J. Breukelman MSc
Opdrachtgever
:
Jachthaven De Aardbei B.V. Uiterweg 116 a 1431 AR Aalsmeer
© IDDS b.v. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.
StikstofonderzoekMarinapark, Aalsmeer 20052684/BMO/rap2
2/11
Inhoud 1.
Aanleiding .................................................................................................................... 4
2.
Wettelijke kader ........................................................................................................... 5
3. 3.1 3.2 3.3 3.4
Beoordeling planvoornemen ...................................................................................... 6 Stikstofgevoelige habitat ................................................................................................ 6 Aanlegfase ..................................................................................................................... 7 Gebruiksfase .................................................................................................................. 8 AERIUS-model .............................................................................................................. 9
4.
Rekenresultaten ......................................................................................................... 11
StikstofonderzoekMarinapark, Aalsmeer
20052684/BMO/rap2
3/11
1.
Aanleiding
De plannen voorzien in een recreatiepark met (maximaal) 90 hoogwaardige recreatieverblijven, vooralsnog onderverdeeld in 26 'bootappartementen', '52 'bootsuites' en 12 vrijstaande 'lodges'. Deze accommodaties kunnen als volgt worden getypeerd. -
-
-
Bootappartementen: Maximaal 26 recreatieverblijven die bestaan uit anderhalve bouwlaag met een kap, aaneen gebouwd in rijvorm, met een bebouwd oppervlakte van circa 45 m2 per verblijf; Bootsuites: Maximaal 52 recreatieverblijven die bestaan uit anderhalve bouwlaag met een kap, aaneen gebouwd in blokken van minimaal vier en maximaal negen, met een gezamenlijk vloeroppervlak van maximaal 1.350 m2. Lodges: Maximaal 12 vrijstaande recreatieverblijven van anderhalve bouwlaag met een wisselende verschijningsvorm, met een oppervlakte tot maximaal 65 m2;
Voorts wordt op de bestaande locatie (achter Uiterweg 114) een nieuw receptiegebouw gerealiseerd uitsluitend ter ondersteuning van het recreatiebedrijf.
Planvoornemen
In dit rapport wordt eerst het wettelijk kader behandeld. Vervolgens wordt het planvoornemen in hoofdstuk 3 beoordeeld. Er wordt uiteengezet welke uitgangspunten gehanteerd worden als input voor de AERIUS Calculator. Vervolgens worden de rekenresultaten in hoofdstuk 4 beschreven.
StikstofonderzoekMarinapark, Aalsmeer
20052684/BMO/rap2
4/11
2.
Wettelijke kader
Voorheen diende op grond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) – dat juli 2015 van kracht werd – berekend te worden of een nieuwe (bouw)activiteit leidde tot een significante toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Onder het PAS golden enkele drempel- en grenswaarden die bepaalden of een toename van stikstofdepositie significant was en zo ja, of er dan een meldingsplicht of een vergunningplicht gold. Door te rekenen met het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS Calculator werd automatisch met die drempelwaarden rekening gehouden. In het geval van de meldingsplicht kon de planontwikkeling aanspraak kan maken op benutting van de ontwikkelingsruimte die voor een Natura 2000-gebied gold, totdat deze niet meer voorradig was. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 mag het PAS niet meer gebruikt worden als toestemmingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot een toename van stikstofdepositie op (stikstofgevoelige habitattypen in) Natura 2000-gebieden. De drempel- en grenswaarden uit het PAS zijn daarmee ook niet meer van toepassing. Hierdoor kan een project met een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar al vergunningplichtig zijn (artikel 2.7 en 2.8 Wnb).
Oftewel, ook relatief kleinschalige projecten dienen zorgvuldig op hun stikstofdepositie getoetst te worden om aan Europese regelgeving te kunnen voldoen (en stand te houden bij de Raad van State in geval van een beroep). Sinds de vernieuwing van AERIUS Calculator op 16 september 2019 kan correct berekend worden of er überhaupt sprake is van stikstofdepositie op relevant Natura 2000-gebied. Daarbij dient zowel de bouw/aanlegfase als de gebruiksfase doorgerekend te worden. Bij een uitkomst boven de 0 is het sinds 11 oktober 2019 in (beperkte mate) mogelijk om toestemming te krijgen voor nieuwe activiteiten waarbij stikstofdepositie een rol speelt. Voor 2020 wordt er een drempelwaarde verkend voor stikstofdepositie, zodat het vergunningsproces voor veel (kleine) activiteiten weer in gang kan worden gezet.
StikstofonderzoekMarinapark, Aalsmeer
20052684/BMO/rap2
5/11
3.
Beoordeling planvoornemen
3.1
Stikstofgevoelige habitat
In de nabijheid van het plangebied ligt het volgende Natura 2000- gebied: • • •
Botshol – 11 lm Nieuwekoopse plassen – 12 km Kennemerland-Zuid – 13 km
Beoordeeld wordt of als gevolg van het project de kwaliteit van het natuurlijke leefgebied of de habitat van soorten in een Natura-2000 gebied kan verslechteren. Met behulp van het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS is het planvoornemen doorgerekend. Bij de berekening is een onderscheid gemaakt tussen de bouw-/ aanlegfase en de gebruiksfase.
Uitsnede rondom hetplangebied met de dichtstbijzijnde Natura 200-g0ebieden (paars = stikstofgevoelige habitat)
StikstofonderzoekMarinapark, Aalsmeer
20052684/BMO/rap2
6/11
3.2
Aanlegfase
Uit een inventarisatie bij de opdrachtgever, is gebleken dat de onderstaande bronnen worden gebruikt voor de bouw van het plan. Dit is op basis van de nodige werkzaamheden en toevoer van bouwmateriaal. Uitgangspunt voor het project is het modulair bouwen van de recreatiewoningen. De woningen worden elders in het land in een fabriek gebouwd en compleet naar de locatie vervoerd. Op locatie worden de woningen met een hijskraan op locatie gezet. Ter plaatste wordt, naast de hijskraan, enkel gebruikt gemaakt van een graafmachine en asfaltafwerkmachine. De woningen worden voorzien van een all-electric installatieconcept.
Bouwwerktuigen tijdens de aanlegfase Bij het definiëren van de bronkenmerken voor mobiele werktuigen in AERIUS Calculator wordt gekozen voor de sector Mobiele werktuigen en de specifieke sector bouw en industrie. Uit een inventarisatie bij de opdrachtgever, is gebleken dat de onderstaande bronnen worden gebruikt voor de bouw van het plan. Dit is op basis van de nodige werkzaamheden en toevoer van bouwmateriaal voor de realisatie van het plan. Op basis van de planning en de benodigde mobiele bronnen, is de onderstaande tabel gebruikt als input voor de berekeningen.
Tabel 1: Inzet mobiele bronnen gedurende de aanlegfase
Bron
Aantal
Draaiuren 2021
Vermogen in kW
Brandstof
Emissiefactor
Bouwjaar
Hijskraan
1
360
200
Diesel
0,4
Vanaf 2015
Asfalt afwerkinstallatie
1
120
100
Diesel
0,4
Vanaf 2015
Graafmachine
1
120
200
Diesel
0,4
Vanaf 2015
Op basis van de bovenstaande inzet van mobiele bronnen, is een zo exact mogelijke inschatting gemaakt om in te voeren in de AERIUS-Calculator. Bij de AERIUS invoermethode is gekozen om dit te doen op basis van het brandstofverbruik. Voor de mobiele werktuigen zijn ook de emissieprofielen meegenomen, omdat deze machines onder snel wisselende omstandigheden moeten werken. De emissieprofielen worden berekend op basis van zogenaamde TAF-factoren (TNO, 2009). De TAF-factoren zijn correctiefactoren voor de standaard emissiekengetallen.
StikstofonderzoekMarinapark, Aalsmeer
20052684/BMO/rap2
7/11
Emissiefactor per categorie Hulskotte & Verbeek, 2009
Wegverkeer tijdens de aanlegfase Naast de mobiele bronnen wordt er gebruik gemaakt van diverse transportbewegingen voor de aan- een afvoer van bouwmateriaal, de mobiele bronnen en het personeel. Deze aantallen zijn te vinden in tabel 2. Voor de invoering is er gekozen voor een opdeling in zwaar verkeer en licht verkeer op wegen binnen de bebouwde kom. De 90 wooneenheden worden getransporteerd middels een vrachtwagen, dit levert 180 vrachtverkeerbewegingen op. Tevens worden de wooneenheden met een hijskraan op de locatie gezet, dit levert nog eens 180 vrachtverkeerbewegingen (hijskraan) op. Worst-case is er uitgegaan van 4 vrachtwagenbewegingen per woning. Naast het vrachtverkeer zijn er 10 bestelbusbewegingen per etmaal opgenomen voor het woon-werk verkeer van de vaklieden en aan- en afvoer van materialen en gereedschap. De aan- en afvoerroute is via de Uiterweg richting de Cleefkade, de N196 en vervolgens richting de kruising met de Pudongweg. Vanaf hier worden de verkeersbewegingen opgenomen in het reguliere verkeer. De voertuigbewegingen zijn dan niet meer te onderscheiden van het heersende verkeer (dat bekent dus dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van de rest).
Tabel 2: Inzet verkeersbewegingen gedurende de aanlegfase
3.3
Bron
Aantal voertuigbewegingen
Categorie
Type motor
Vrachtwagen
360 per jaar
zwaar verkeer
Diesel
Bestelwagen (aanvoer materiaal en personeel)
10 per etmaal
licht verkeer
Diesel
Gebruiksfase
Sinds 1 juli 2018 dienen woningen gasloos te worden uitgevoerd. De woningen zijn daardoor niet opgenomen in het model aangezien er geen stikstof vrijkomt. De woningen worden voorzien van een all-electric installatieconcept. Wel zijn de verkeersgegevens gebruikt als
StikstofonderzoekMarinapark, Aalsmeer
20052684/BMO/rap2
8/11
invoergegevens voor het AERIUS-rekenmodel. Op grond van de CROW publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren – Van parkeercijfers naar parkeernormen’ (december 2018) is uitgegaan van de onderstaande gegevens als input voor in de Calculator. Hierbij is op basis van de omgevingsadressendichtheid van 580 uitgegaan van een weinig stedelijk gebied in de rest bebouwde kom (Uiterweg). Er is uitgegaan van licht verkeer ingetekend via de Uiterweg richting de Cleefkade, de N196 en vervolgens richting de kruising met de Pudongweg (50%) en ten zuiden over de Burgermeester Kasteleinweg (50%). Vanaf hier wordt het verkeer opgenomen in het reguliere verkeer. Hiervoor gelden de volgende normen voor de verkeer aantrekkende werking:
Tabel 3: Gegevens voor AERIUS-berekening
3.4
Onderdeel
Aantal
norm
Invoer in AERIUS
Recreatiepark
90 eenheden
2,3 per bungalow (cat. bungalowpark - huisjescomplex)
207 voertuigbewegingen per dag
AERIUS-model
Voor de aanlegfase en de gebruiksfase zijn de gegevens ingevoerd in de AERIUS-Calculator. De Calculator heeft de emissie en depositie van het plan bepaald. De onderstaande uitsneden zijn opgenomen om weer te geven welke bronnen op welke locatie zijn voorzien.
Uitsnede AERIUS Calculator aanlegfase 2102
StikstofonderzoekMarinapark, Aalsmeer
20052684/BMO/rap2
9/11
Uitsnede AERIUS Calculator gebruiksfase
StikstofonderzoekMarinapark, Aalsmeer
20052684/BMO/rap2
10 /11
4.
Rekenresultaten
De conclusie luidt dat er geen beschermde natuurgebieden worden getroffen door deze ontwikkeling. De rekentool geeft op basis van de opgestelde input, geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Als gevolg van het planvoornemen treedt er dus geen stikstofdepositie op in Natura 2000-gebied. De Pdf-bestanden van de berekeningen zijn bij deze notitie apart bijgevoegd, zodat het bevoegd gezag deze in kan voeren ter controle. De volgende Pdf-bestanden zijn van toepassing op de deze notitie: • •
AERIUS_bijlage_aanleg AERIUS_bijlage_gebruik
Conclusie stikstofdepositie Het planvoornemen leidt op basis van de ingevoerde gegevens niet tot extra stikstofdepositie in Natura 2000-gebied. Dit aspect vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
StikstofonderzoekMarinapark, Aalsmeer
20052684/BMO/rap2
11 /11