CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels NL.IMRO.0358.19-VG02_Uiterweg Plasoevers 2021.Pdf

3.Raad (besluitvormend) 16 november 2023, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan 'Uiterweg-Plasoevers 2021'32.390 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van horeca; k. het gebruik van onbebouwde gronden gelegen buiten het bouwvlak voor opslag van goederen met een hoogte van meer dan 2 meter;

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

l. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; m. een geluidszoneringsplichtig bedrijf; n. een bedrijf dat valt onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Artikel 6

Bedrijf - Nutsvoorziening

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - Nutsvoorzieningen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorgebouwen, gebouwen ten behoeve van de gasvoorziening, waterzuiveringsinstallatie en warmteen koudeopslag en daarmee gelijk te stellen gebouwen; b. ter plaatse van de aanduiding 'antennemast', een antennemast. met de daarbij behorende: c. bouwwerken geen gebouwen zijnde; met daaraan ondergeschikt: d. ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen; e. groenvoorzieningen en openbare ruimten; f. waterhuishoudkundige voorzieningen. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de goot- en bouwhoogte is maximaal 3 meter; c. het bebouwd oppervlak mag 100% bedragen. 6.2.2 Antennemasten Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'antennemast' gelden de volgende regels: a. per aanduiding op de planverbeelding is ten hoogste één antennemast toegestaan; b. de antennemast mag uitsluitend op het bouwvlak worden gebouwd; c. de hoogte van de mast mag niet meer dan 45 meter bedragen. 6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; b.

de hoogte van palen en (licht)masten mag niet meer dan 6 meter bedragen; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen. 6.3 Specifieke gebruiksregels 6.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van onbebouwde gronden voor de opslag van goederen; b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting.

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Artikel 7

Bedrijf - Scheepswerf

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf-Scheepswerf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijfsactiviteiten van scheepsbouw- en reparatiebedrijven, overeenkomstig de bedrijfscategorieën 1, 2 en 3.1, als aangegeven in de Staat van Bedrijfsactiviteiten in bijlage 1 van deze planregels, behoudens geluidzoneringsplichtige inrichtingen en met uitzondering van bedrijfsactiviteiten die vallen onder het besluit externe veiligheid inrichtingen; b. gebouwen die voor de bedrijfsuitoefening nodig zijn; met de daarbij behorende: c. bedrijfsterreinen en opslag ten behoeve van de bedrijfsuitoefening; d. laad- en losvoorzieningen; e. water, behorende bij de scheepswerf; f. steigers voor pleziervaartuigen; g. ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen;. h. boothuizen en andere bouwwerken; met daaraan ondergeschikt: i. watersportgerelateerde detailhandel, met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 150 m2; j. horeca 1 en 2, met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 150 m2; k. dienstverlening en kantoren ten dienste van de bestemming; l. groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en nutsvoorzieningen. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen, geen bedrijfswoning zijnde, gelden de volgende regels: a. bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b.

de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 6 en 9 meter; c. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, tenzij op de planverbeelding anders is aangegeven met de specifieke aanduiding 'maximum bebouwingspercentage'; d. onverminderd het bepaalde in lid c. van dit artikel dient de afstand tussen bedrijfsgebouwen, niet zijnde boothuizen, en de grens met de bestemming "Water-I" en "Water-II" ten minste 2 meter te bedragen; e. bedrijfsgebouwen dienen te worden voorzien van een kap, waarvan de helling niet minder dan 15° en niet meer dan 50° mag bedragen, met uitzondering van bijgebouwen. 7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van bouwwerken die geen gebouwen zijn, bedraagt niet meer dan 6 meter; b. bouwwerken ten behoeve van de erf- en/of terreinafscherming zijn niet toegestaan. 7.3 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 7.3.1 Parkeernormen

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 7.3.2 Laden en lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 7.3.3 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 7.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of; b.

met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 7.3.4 Afwijken van de regels voor laden en lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 7.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 7.3.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 7.4 Specifieke gebruiksregels 7.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c., van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijven, anders dan scheepsbouw- en reparatiebedrijven die behoren tot de categorie 1, 2 en 3.1 uit de van deze planregels deel uitmakende Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor bewoning; c. het huisvesten van tijdelijke arbeidmigranten; d. het gebruik van gebouwen voor meer dan 30% van het b.v.o.

voor kantoordoeleinden verbonden aan de bedrijfsactiviteiten; e. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel; f. het gebruik ten behoeve van een toeristisch bedrijf en daarmee vergelijkbare activiteiten;

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

g. het gebruik van bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Artikel 8

Gemengd

8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de bedrijfsuitoefening overeenkomstig de bedrijfscategorieën 1 en 2 als aangegeven in de Staat van Bedrijfsactiviteiten in bijlage 1 van deze planregels, behoudens geluidzoneringsplichtige inrichtingen en met uitzondering van bedrijfsactiviteiten die vallen onder het besluit externe veiligheid inrichtingen; b. detailhandel; c. dienstverlenend bedrijf; alsmede: d. ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt' is een supermarkt toegestaan met bijbehorende kantines; e. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' is een onderdoorgang toegestaan; met de daarbij behorende: f. bouwwerken; g. dienstverlening en kantoren ten dienste van de bestemming; h. parkeervoorzieningen; i. erven, ontsluitingswegen en andere verhardingen; j. groenvoorzieningen, waterhuishoudingkundige voorzieningen en nutsvoorzieningen. 8.2 Bouwregels 8.2.1 Algemeen Op en onder de in artikel 8.1 genoemde gronden mag slechts worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming. 8.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van het hoofdgebouw gelden de aanduidingen op de planverbeelding en de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwd oppervlak mag 100% bedragen, tenzij anders is aangeduid; c.

de maximum goot- en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden. 8.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; b. de hoogte van palen en masten mag niet meer dan 6 meter bedragen; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 3 meter bedragen. 8.3 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 8.3.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Parkeernormen Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met deze wijziging. 8.3.2 Laden en lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 8.3.3 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 8.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of: b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 8.3.4 Afwijken van de regels voor laden en lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 8.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b.

voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 8.3.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 8.4 Specifieke gebruiksregels 8.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor bewoning; b. het plaatsen of geplaatst hebben van onderkomens; c. het opslaan van goederen, stoffen, producten of materialen en materieel, waarvan de aanwezigheid voor de realisering of handhaving van de in lid 1 genoemde bestemming niet noodzakelijk is, dan wel kan worden geacht noodzakelijk te zijn; d. het gebruik ten behoeve van het kamperen; e. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Artikel 9

Groen

9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplanting; c. ter plaatse van de aanduiding 'laad- en losplaats', een laad- en losplaats met bijbehorende verhardingen; met de daarbij behorende: d. bouwwerken die voor het gebruik van de groenvoorzieningen nodig zijn, zoals bruggen, dammen, duikers en straatmeubilair; e. bouwwerken die voor het gebruik van de fiets- en voetpaden nodig zijn, zoals verkeersborden en straatverlichting; f. natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen; met daaraan ondergeschikt: g. parkeervoorzieningen; h. fiets-, voet-, en ruiterpaden; i. speelvoorzieningen; j. water, waterlopen, waterpartijen en oevervoorzieningen; k. openbare nutsvoorzieningen; l. kunstobjecten; m. (ondergrondse) inzamelpunt van huishoudelijke afvalstoffen. 9.2 Bouwregels 9.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. gebouwen zijn niet toegestaan. 9.2.2 Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van kunstobjecten mag niet meer bedragen dan 6 meter; a. de hoogte van palen en (licht)masten mag niet meer bedragen dan 10 meter; b. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter.

9.3 Specifieke gebruiksregels 9.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; b. het gebruik van gronden als staan- of ligplaats, alsmede kampeerterrein; c. het gebruik van gronden voor het beproeven van voer- of vaartuigen, voor het beoefenen van auto- of motorsport of de (model) vliegsport en voor het houden wedstrijden met motorvoertuigen of bromfietsen;

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

d. het gebruik van gronden voor sport- of wedstrijdterrein, parkeerterrein, landingsplaats, dagcamping dan wel voor de ruitersport.

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Artikel 10

Horeca

10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horeca 1 en 2, als bedoeld in respectievelijk artikel 1.54 en 1.55 van deze planregels; b. zaalaccommodatie; alsmede: c. ter plaatse van de aanduiding 'wonen', wonen uitsluitend op de verdieping; met de daarbij behorende: d. bouwwerken; e. terrassen; f. tuinen en erven; g. ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen ten dienste van de bestemming; met daaraan ondergeschikt: h. groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en nutsvoorzieningen. 10.2 Bouwregels 10.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak als aangegeven op de planverbeelding worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage bedraagt 100%, tenzij anders is aangeduid met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage'; c. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 6 en 9 meter; d. gebouwen dienen te worden voorzien van een kap, waarvan de helling niet minder dan 15° en niet meer dan 50° mag bedragen. 10.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen. 10.3 Voorwaarden m.b.t.

het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 10.3.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 10.3.2 Laden en lossen

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 10.3.3 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 10.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of; b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 10.3.4 Afwijken van de regels voor laden en lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 10.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 10.3.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a.

de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 10.4 Specifieke gebruiksregels 10.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; b. het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens; c. het gebruik van onbebouwde gronden voor opslag van goederen met een hoogte van meer dan 2 meter; d. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel; e. het gebruik van gronden en bouwwerken als seksinrichting.

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Artikel 11

Maatschappelijk

11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sociaal-culturele, educatieve doeleinden en museum; b. alsmede horeca 1, ter plaatse van de aanduiding "horeca van categorie 1"; c. tuinbouwgronden; met de daarbij behorende: d. kassen en andere bouwwerken; e. sierwater en waterberging; f. natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen; g. tuinen en erven; met daaraan ondergeschikt: h. ontsluitingswegen en andere verhardingen ten dienste van de bestemming; i. parkeervoorzieningen ten dienste van de bestemming; j. groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en nutsvoorzieningen. 11.2 Bouwregels 11.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak als aangegeven op de planverbeelding worden gebouwd; b. het bouwvlak mag voor maximaal 60% worden bebouwd; c. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 6 en 9 meter; d. gebouwen dienen te worden voorzien van een kap, waarvan de helling niet minder dan 15° en niet meer dan 50° mag bedragen; e. de afstand tussen gebouwen, anders dan kassen, en de zijdelingse perceelsgrenzen mag niet minder dan 2 meter bedragen; f. kassen mogen tot in de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd.

11.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen. 11.3 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 11.3.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

11.3.2 Laden en lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 11.3.3 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 11.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of; b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 11.3.4 Afwijken van de regels voor laden en lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 11.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien.

11.3.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 11.4 Specifieke gebruiksregels 11.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor bewoning; b. het huisvesten van tijdelijke arbeidsmigranten; c. het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens; d. het gebruik van de onbebouwde gronden voor opslag van goederen met een hoogte van meer dan 2 meter; e. het gebruik van gronden als begraafplaats, asielzoekerscentrum en verslavingszorg; f. het gebruik van gronden en bouwwerken als seksinrichting; g. het gebruik van gronden en bouwwerken voor zelfstandige detailhandel.

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Artikel 12

Natuur

12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de natuurwetenschappelijke en de landschappelijke waarden; b. beperkt extensief recreatief medegebruik, in de vorm van wandelen, vissen, natuuren landschapsbeleving of andere niet-gemotoriseerde recreatieve activiteiten; c. tuinbouwgronden ten behoeve van de buitenteelt, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'sierteelt', zoals aangegeven op de planverbeelding; alsmede: d. ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning', een recreatiewoning; e. ter plaatse van de aanduiding 'baggerspeciedepot', een baggerspeciedepot; f. ter plaatse van de aanduiding 'recreatie' recreatiekavels voor de dagrecreatie; met de daarbij behorende: g. natuurlijke oevers en oeverbeschoeiingen; h. (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen; i. water, waterlopen, waterpartijen; j. bouwwerken; k. wandelpaden, observatiepunten en informatieborden; l. infrastructurele voorzieningen met het oog op het beheer van de bestemming; met daaraan ondergeschikt: m. speelvoorzieningen; n. openbare nutsvoorzieningen. 12.2 Bouwregels 12.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. gebouwen en andere bouwwerken ten behoeve van het bijzondere gebruik, als bedoeld in artikel 13.1 onder d.

en f. van deze planregels; c. andere gebouwen zijn niet toegestaan. 12.2.2 Recreatiewoningen In afwijking van artikel 12.2.1 mogen recreatiewoningen gebouwd worden ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning'. Hiervoor gelden de volgende regels: a. per aanduiding is één recreatiewoning toegestaan; b. bij een recreatiewoning mogen geen vrijstaande bijgebouwen worden gebouwd; c. de oppervlakte mag niet meer dan 30 m2 bedragen; d. de goothoogte mag niet meer dan 2,50 meter bedragen; e. de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 50° bedragen. 12.2.3 Baggerspeciedepot Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'baggerspeciedepot' gelden de volgende regels: a. op deze gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van terreinafscheidingen, waarvan de hoogte niet meer dan 1,5 meter mag bedragen.

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

12.2.4 Recreatiekavels Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'recreatie' de volgende regels: a. per recreatiekavel met een oppervlakte van 1.000 m2 of meer, mag ten hoogste één gebouw worden opgericht, waarvan de bouwhoogte en de oppervlakte niet meer dan respectievelijk 3 meter en 6 vierkante meter mag bedragen; b. per recreatiekavel met een oppervlak van 100 m2 of meer, mag ten hoogste één bergkist worden gebouwd, waarvan de bouwhoogte en de oppervlakte niet meer dan respectievelijk 1 meter en 2 vierkante meter mag bedragen; c. een bouwwerk ten behoeve van het aanleggen van een pleziervaartuig in de vorm van een afmeerpaal, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 1 meter mag bedragen met in achtneming van het bepaalde onder artikel 12.4.1; d. andere bouwwerken, waaronder overkappingen en gebouwde erf- en terreinafscheidingen, zijn niet toegestaan. 12.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van wegbewijzeringsborden, aanduidingsborden en dergelijke mag niet meer dan 2,50 meter bedragen; b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen 3 meter; c. overkappingen en gebouwde terrein- en erfafscheidingen zijn niet toegestaan.

12.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ter waarborging van: a. de waterhuishouding; b. de brandveiligheid en rampenbestrijding; c. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend bebouwingsbeeld en de landschappelijke inrichting en inpassing; d. de aanwezige natuurwaarden; e. de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken. 12.4 Specifieke gebruiksregels 12.4.1 Recreatiekavels Binnen het kader van de bestemmingsomschrijving onder 3.1, onder f. van dit artikel is ter plaatse van de aanduiding 'recreatie' het volgende specifieke gebruik toegestaan: a. het inrichten van recreatiekavels ten behoeve van de dagrecreatie; b. aanlegplaatsen behorende bij recreatiekavels mogen niet aan de koppen van eilanden en percelen worden gesitueerd. 12.4.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik voor agrarische doeleinden; b. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor bewoning; c. het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens; d.

het gebruik van onbebouwde gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; e. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

f. het gebruik van gronden voor het beproeven van voer- of vaartuigen, voor het beoefenen van auto- of motorsport of de (model) vliegsport en voor het houden wedstrijden met motorvoertuigen of bromfietsen; g. het gebruik van gronden voor sport- of wedstrijdterrein, parkeerterrein, landingsplaats, dagcamping dan wel voor de ruitersport. 12.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.5.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het dempen, graven, vergroten of herprofileren van watergangen en waterpartijen; b. het aanleggen van dammen, dijken of andere taluds, of het vergraven dan wel ontgraven van bestaande dammen, dijken en taluds; c. het ontginnen, verlagen van de bodem, afgraven, ophogen of egaliseren dan wel anderszins aanbrengen van wijzigingen in het maaiveld; d. het vellen of rooien van houtgewas en/of rietgewas; e. het permanent opslaan van goederen; f. het aanbrengen van drainagesystemen, tenzij het de vervanging van een bestaande drainage betreft; g. het aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen. 12.5.2 Toegestane werkzaamheden Het in lid 12.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen; b.

noodzakelijk zijn in verband met het op de betreffende bestemming gerichte beheer of gebruik van de gronden, waaronder het snijden van riet; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning of krachtens een in het kader van de Natuurbeschermingswet vastgesteld beheersplan; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 12.5.3 Voorwaarden voor omgevingsvergunning De in lid 12.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door die werken of werkzaamheden of door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen de in 13.1 genoemde doeleinden dan wel waarden van deze gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. 12.5.4 Advies over omgevingsvergunning Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheid als bedoeld in 12.5.1 van dit artikel wint het bevoegd gezag advies in van de natuur- en landschapsdeskundige omtrent de vraag als bedoeld in 12.5.3 van dit artikel. Indien de waterhuishouding en/of de waterafvoer in het geding is, dient het Hoogheemraadschap van Rijnland daaromtrent te worden gehoord.

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Artikel 13

Recreatie

13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. openbare dagrecreatie; b. recreatieve voorzieningen, waaronder een recreatiestrand, sanitaire voorzieningen en steigers voor pleziervaartuigen. alsmede: c. ter plaatse van de aanduiding "horeca tot en met categorie 2", horeca 1 en 2; d. terrassen ten behoeve van de horecavoorzieningen; met de daarbij behorende: e. ontsluitingswegen, paden, water, groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen; f. oevers, oeverbeschoeiingen en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. bouwwerken. 13.2 Bouwregels 13.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak als aangegeven op de planverbeelding worden gebouwd; b. het bouwvlak mag voor maximaal 60% worden bebouwd; c. de goot- en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte' mag niet worden overschreden; d. de gebouwen dienen te worden voorzien van een kap, waarvan de helling niet minder dan 15° en niet meer dan 50° mag bedragen. 13.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen.

13.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ter waarborging van: a. de waterhuishouding; b. de brandveiligheid en rampenbestrijding; c. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend bebouwingsbeeld en de landschappelijke inrichting en inpassing; d. de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken. 13.4 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 13.4.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 13.4.2 Laden en lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 13.4.3 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 13.4.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of; b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 13.4.4 Afwijken van de regels voor laden en lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 13.4.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b.

voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 13.4.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 13.5 Specifieke gebruiksregels 13.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. b. c. d.

het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor bewoning; het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor recreatief nachtverblijf; het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens; het gebruik van onbebouwde gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; e. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; f. het gebruik van gronden voor het beproeven van voer- of vaartuigen, voor het beoefenen van auto- of motorsport of de (model) vliegsport en voor het houden wedstrijden met motorvoertuigen of bromfietsen; g. het gebruik van gronden voor landingsplaats, dagcamping dan wel voor de ruitersport.

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

13.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.6.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het dempen, graven, vergroten of herprofileren van watergangen en waterpartijen; b. het aanleggen van dammen, dijken of andere taluds, of het vergraven dan wel ontgraven van bestaande dammen, dijken en taluds; c. het ontginnen, verlagen van de bodem, afgraven, ophogen of egaliseren dan wel anderszins aanbrengen van wijzigingen in het maaiveld; d. het permanent opslaan van goederen; e. het aanbrengen van drainagesystemen, tenzij het de vervanging van een bestaande drainage betreft; f. het aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen. 13.6.2 Toegestane werkzaamheden Het in lid 13.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen; b. noodzakelijk zijn in verband met het op de betreffende bestemming gerichte beheer of gebruik van de gronden; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning of krachtens een in het kader van de Natuurbeschermingswet vastgesteld beheersplan; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

13.6.3 Voorwaarden voor omgevingsvergunning De in lid 13.6.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door die werken of werkzaamheden of door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen de in 13.1 genoemde doeleinden dan wel waarden van deze gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. 13.6.4 Advies over omgevingsvergunning Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheid als bedoeld in 13.6.1 van dit artikel wint het bevoegd gezag advies in van de natuur- en landschapsdeskundige omtrent de vraag als bedoeld in 13.6.3 van dit artikel. Indien de waterhuishouding en/of de waterafvoer in het geding is, dient het Hoogheemraadschap van Rijnland daaromtrent te worden gehoord.

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Artikel 14

Recreatie - Jachthaven 1

14.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Jachthaven 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een jachthavenbedrijf, waaronder: I. de verhuur van ligplaatsen voor pleziervaartuigen; II. de stalling en (buiten)opslag van pleziervaartuigen; III.reparatie- en herstelwerkzaamheden aan pleziervaartuigen overeenkomstig de bedrijfscategorieën 1, 2 en 3.1, als aangegeven in de Staat van Bedrijfsactiviteiten in bijlage 1 van deze planregels, behoudens geluidzoneringsplichtige inrichtingen en met uitzondering van bedrijfsactiviteiten die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen; b. de uitoefening van watersportbedrijven; c. watersport gerelateerde detailhandel, met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 150 m2; d. horeca 1 en 2, met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 150 m2; met dien verstande dat: e. ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 2', horeca 1 en 2 is toegestaan met een oppervlakte groter dan 150 m2; alsmede: f. oevers en bouwwerken, niet zijnde ligplaatsen, behorende bij de op de planverbeelding aangrenzende ligplaatsen voor woonarken met aanduiding 'specifieke vorm van water - jachthaven recreatieve woonarken toegestaan'; g. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', de bestaande bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken; h.

ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning', een recreatiewoning; i. ter plaatse van de aanduiding 'recreatie', recreatiekavels; j. ter plaatse van de aanduiding 'sport', een zeilschool; k. ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein', een kampeerterrein; l. ter plaatse van de aanduiding 'camperterrein' een camperterrein; m. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - trekkershutten', trekkershutten; met de daarbij behorende: n. sanitaire voorzieningen; o. sport- en spelvoorzieningen; p. boothuizen en andere bouwwerken; q. dienstverlening en kantoren ten dienste van de bestemming; r. erven, water, ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen; s. groenvoorzieningen, waterhuishoudingkundige voorzieningen en nutsvoorzieningen. 14.2 Bouwregels Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: 14.2.1 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen, geen bedrijfswoning zijnde, gelden de volgende regels: a. bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend op het bouwvlak als aangegeven op de planverbeelding worden gebouwd; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, tenzij op de planverbeelding anders is aangegeven met de specifieke aanduiding 'maximum bebouwingspercentage';

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

c. onverminderd het bepaalde in lid b. van dit artikel dient de afstand tussen bedrijfsgebouwen, niet zijnde boothuizen, en de grens met de bestemming "Water-I" en "Water-II" ten minste 2 meter te bedragen; d. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 6 en 9 meter; e. bedrijfsgebouwen dienen te worden voorzien van een kap, waarvan de helling niet minder dan 15° en niet meer dan 50° mag bedragen, met uitzondering van bijgebouwen. 14.2.2 Bestaande bedrijfswoningen met bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen op de gronden met de aanduiding 'bedrijfswoning' gelden de volgende regels: a. een bestaande bedrijfswoning mag op dezelfde plaats worden herbouwd, mits deze zal gaan dienen voor de huishouding van de ondernemer, waarvan de huisvesting ter plaatse, gelet op de bedrijfsvoering, onverminderd noodzakelijk is; b. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 450 m³; c. de goot- en nokhoogte mag niet meer bedragen dan respectievelijk 4,5 en 7 meter; d. de bedrijfswoning dient te worden voorzien van een kap, waarvan de helling niet minder dan 30° en niet meer dan 50° mag bedragen; e. de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan 40 m²; f. de goot- en nokhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan respectievelijk 3 en 4,5 meter.

14.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij woonarken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij woonarken voor niet-permanente bewoning gelden de volgende regels: a. per woonark is maximaal 1 zelfstandig bijbehorend bouwwerk op de oever toegestaan, met een maximale oppervlakte van 6 m2. b. de maximale bouwhoogte van een zelfstandig bijbehorend bouwwerk bedraagt 3 meter; c. de minimale afstand van het zelfstandig bijbehorend bouwwerk tot de oeverlijn bedraagt 2 meter. d. bruggen zijn niet toegestaan. 14.2.4 Recreatiewoningen Voor het bouwen op gronden met de aanduiding 'recreatiewoning' gelden de volgende regels: a. per aanduiding op de planverbeelding is één recreatiewoning toegestaan; b. een recreatiewoning dient te zijn voorzien van een schuine kap, waarvan de dakhelling niet minder dan 25° en niet meer 50° mag bedragen; c. bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan, mits aangebouwd aan het hoofdgebouw; d. de oppervlakte van een recreatiewoning mag, met inbegrip van bijbehorende bouwwerken, niet meer bedragen dan 30 m2; e. de goothoogte van een recreatiewoning en bijgebouw mag niet meer bedragen dan 2,5 meter. 14.2.5 Trekkershutten Voor het bouwen op gronden met de aanduiding 'trekkershutten' gelden tevens de volgende regels: a. het aantal trekkershutten bedraagt maximaal 4; b. de oppervlakte van een trekkershut mag niet meer bedragen dan 12,5 m2; c.

de goot- en nokhoogte van een trekkershut bedraagt niet meer dan respectievelijk 2,5 en 3,5 meter. 14.2.6 Bouwwerken op recreatiekavels

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Voor het bouwen van bouwwerken gelden ter plaatse van de aanduiding 'recreatie' de volgende regels: a. per recreatiekavel met een oppervlakte van 100 m2 of meer, mag ten hoogste één gebouw worden opgericht, waarvan de bouwhoogte en de oppervlakte niet meer dan respectievelijk 3 meter en 6 vierkante meter mag bedragen; b. per recreatiekavel met een oppervlak van 100 m2 of meer, mag ten hoogste één bergkist worden gebouwd, waarvan de bouwhoogte en de oppervlakte niet meer dan respectievelijk 1 meter en 2 vierkante meter mag bedragen; c. per aanduiding 'recreatie' mogen gebouwen ten behoeve van sanitaire voorzieningen worden opgericht, waarvan de bouwhoogte en oppervlakte niet meer mag bedragen dan respectievelijk 3 meter en 50 m2; d. een bouwwerk ten behoeve van het aanleggen van een pleziervaartuig in de vorm van een afmeerpaal, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 1 meter mag bedragen; e. andere bouwwerken, waaronder overkappingen en gebouwde erf- en terreinafscheidingen, zijn niet toegestaan. 14.2.7 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van sport- en spelvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 4 meter; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 3 meter bedragen; c. de hoogte van palen en masten bedraagt niet meer dan 6 meter; d.

de hoogte andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 10 meter bedragen. 14.3 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 14.3.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 14.3.2 Laden en lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.

14.3.3 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 14.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of; b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid.

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

14.3.4 Afwijken van de regels voor laden en lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 14.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 14.3.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 14.4 Specifieke gebruiksregels 14.4.1 Kampeerterrein Binnen het kader van de bestemmingsomschrijving onder 15.1, onder k. van dit artikel is ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein' het volgende specifieke gebruik toegestaan: a. het plaatsen, dan wel geplaatst houden, van kampeermiddelen met het oog het recreatief nachtverblijf; b. de bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 14.4.2 Camperterrein Binnen het kader van de bestemmingsomschrijving onder 15.1, onder l. van dit artikel is ter plaatse van de aanduiding 'camperterrein' het volgende specifieke gebruik toegestaan: a. het plaatsen, dan wel geplaatst houden, van campervoertuigen met het oog het recreatief nachtverblijf.

14.4.3 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor bewoning, met uitgezondering van het bepaalde in artikel 15.1 onder g; b. het huisvesten van tijdelijke arbeidsmigranten; c. het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens, met uitzondering van het bepaalde in artikel 14.1 onder k en l; d. het innemen van een ligplaats voor woonarken voor permanente bewoning; e. het gebruik van onbebouwde gronden voor opslag van goederen waarvan de aanwezigheid voor de bedrijfsvoering niet noodzakelijk is; f. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van niet water gerelateerde detailhandel; g. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horeca, met uitzondering van het bepaalde in artikel 14.1 onder d en e; h. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; i. het gebruik van gronden en bouwwerken voor grootschalige vermaak faciliteiten, zoals een zwembad, speeltuin of discotheek. 14.5 Afwijken van de gebruiksregels

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 14.1 onder f. van dit artikel voor het bedrijfsmatig aanbieden van ligplaatsen ten behoeve van woonarken voor niet-permanente bewoning indien voldaan wordt aan: a. de woonark voor niet-permanente bewoning voldoet aan de maatvoering zoals voorgeschreven in artikel 22.2 onder b t/m d; b. de ligplaats en woonark voldoen aan het Beeldkwaliteitplan Woonarken; c. het bepaalde in de Ligplaatsenverordening Aalsmeer in acht wordt genomen; d. het bepaalde in artikel 14.6 is overeenkomstig van toepassing. Indien b. en c. gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 14.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.6.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het vergraven van watergangen en waterpartijen.

de

volgende

werken,

geen

14.6.2 Toegestane werkzaamheden Het in lid 14.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 14.6.3 Voorwaarden voor omgevingsvergunning De in lid 14.6.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien de afname van oppervlaktewater wordt gecompenseerd met open water dat in verbinding staat met oppervlaktewater in hetzelfde peilvak. 14.6.4 Advies t.b.v. omgevingsvergunning Alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de Waterbeheerder.

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Artikel 15

Recreatie - Jachthaven 2

15.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Jachthaven 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een jachthavenbedrijf, waaronder: I. de verhuur van ligplaatsen voor pleziervaartuigen; II. de stalling en (buiten)opslag van pleziervaartuigen; III.reparatie- en herstelwerkzaamheden aan pleziervaartuigen overeenkomstig de bedrijfscategorieën 1, 2 en 3.1, als aangegeven in de Staat van Bedrijfsactiviteiten in bijlage 1 van deze planregels, behoudens geluidzoneringsplichtige inrichtingen en met uitzondering van bedrijfsactiviteiten die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen; b. de uitoefening van watersportbedrijven; c. watersport gerelateerde detailhandel, met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 150 m2; d. horeca 1 en 2, met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 150 m2. met dien verstande dat: e. ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 2', horeca 1 en 2 is toegestaan met een oppervlakte groter dan 150 m2; alsmede: f. oevers en bouwwerken behorende bij de op de planverbeelding aangrenzende ligplaatsen voor woonarken met aanduiding 'specifieke vorm van water - jachthaven recreatieve woonarken toegestaan'; g. bestaande bouwwerken behorende bij de op de planverbeelding aangrenzende ligplaatsen voor woonarken met de bestemming 'Water - Permanent Wonen'; h.

ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', de bestaande bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken; i. ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning', een recreatiewoning; j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - logiesgebouw', een logiesgebouw; k. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - tenthuis', tenthuisjes voor verblijfsrecreatie; met de daarbij behorende: l. sanitaire voorzieningen; m. sport- en spelvoorzieningen; n. boothuizen en andere bouwwerken; o. dienstverlening en kantoren ten dienste van de bestemming; p. erven, water, ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen; q. groenvoorzieningen, waterhuishoudingkundige voorzieningen en nutsvoorzieningen. 15.2 Bouwregels Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: 15.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen, geen gebouw als bedoeld in 15.2.2, 15.2.3, 15.2.4, 15.2.5 of 15.2.7 zijnde, gelden de volgende regels: a. het bouwen van nieuwe gebouwen is niet toegestaan; b. bouwactiviteiten zijn slechts toegestaan voor zover deze zijn gericht op het behoud en herstel van de bestaande bebouwing, waarbij de volgende bouwregels in acht moeten worden genomen: I. het bouwen van gebouwen buiten het bouwvlak is niet toegestaan;

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

II. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 6 en 9 meter; III.gebouwen dienen te worden voorzien van een kap, waarvan de helling niet minder dan 15° en niet meer dan 50° mag bedragen, met uitzondering van bijgebouwen; IV. de afstand tussen gebouwen, niet zijnde boothuizen, en de grens met de bestemming "Water-I" en "Water-II" dient ten minste 2 meter te bedragen. 15.2.2 Bestaande bedrijfswoningen met bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen op de gronden met de aanduiding 'bedrijfswoning' gelden de volgende regels: a. een bestaande bedrijfswoning mag op dezelfde plaats worden herbouwd, mits deze zal gaan dienen voor de huishouding van de ondernemer, waarvan de huisvesting ter plaatse, gelet op de bedrijfsvoering, onverminderd noodzakelijk is; b. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 450 m³; c. de goot- en nokhoogte mag niet meer bedragen dan respectievelijk 4,5 en 7 meter; d. de bedrijfswoning dient te worden voorzien van een kap, waarvan de helling niet minder dan 30° en niet meer dan 50° mag bedragen; e. de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan 40 m²; f. de goot- en nokhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan respectievelijk 3 en 4,5 meter.

15.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij woonarken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij woonarken voor niet-permanente bewoning gelden de volgende regels: a. per woonark is maximaal 1 zelfstandig bijbehorend bouwwerk op de oever toegestaan, met een maximale oppervlakte van 6 m2. b. de maximale bouwhoogte van een zelfstandig bijbehorend bouwwerk bedraagt 3 meter; c. de minimale afstand van het zelfstandig bijbehorend bouwwerk tot de oeverlijn bedraagt 2 meter. d. bruggen zijn niet toegestaan. 15.2.4 Recreatiewoningen Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' gelden de volgende regels: a. per aanduiding op de planverbeelding is één recreatiewoning toegestaan; b. een recreatiewoning dient te zijn voorzien van een schuine kap, waarvan de dakhelling niet minder dan 25° en niet meer 50° mag bedragen. c. bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan, mits aangebouwd aan het hoofdgebouw; d. de oppervlakte van een recreatiewoning mag, met inbegrip van bijbehorende bouwwerken, niet meer bedragen dan 30 m2; e. de goothoogte van een recreatiewoning en bijgebouw mag niet meer bedragen dan 2,5 meter. 15.2.5 Logiesgebouwen Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'logiesgebouw' gelden de volgende regels: a. per aanduiding op de planverbeelding is ten hoogste één logiesgebouw toegestaan; b. de hoogte van het gebouw mag niet meer dan 8 meter bedragen.

15.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan antennemasten, gelden de volgende regels:

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

a. de hoogte van palen en masten bedraagt niet meer dan 6 meter; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 3 meter bedragen; c. de hoogte andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 10 meter bedragen. 15.2.7 Tenthuisjes Voor het bouwen ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke vorm van recreatie tenthuis' gelden de volgende regels: a. op deze gronden zijn maximaal 15 tenthuisjes toegestaan; b. de oppervlakte van een tenthuisje mag niet meer bedragen dan 15 m2; c. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan tot een hoogte van maximaal 1,5 meter; d. gebouwen zijn niet toegestaan. 15.3 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 15.3.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

15.3.2 Laden en lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 15.3.3 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 15.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of; b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 15.3.4 Afwijken van de regels voor laden en lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 15.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien.

15.3.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid;

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 15.4 Specifieke gebruiksregels 15.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor bewoning met uitgezondering van het bepaalde in artikel 15.1 onder g; b. het huisvesten van tijdelijke arbeidsmigranten; c. het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens met uitgezondering van het bepaalde in artikel 15.1 onder j; d. het innemen van een ligplaats voor woonarken voor permanente bewoning; e. het gebruik van onbebouwde gronden voor opslag van goederen waarvan de aanwezigheid voor de bedrijfsvoering niet noodzakelijk is; f. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van niet watergerelateerde detailhandel; g. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horeca, met uitzondering van het bepaalde in artikel 15.1 onder d. en e; h. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; i.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=fca0541f-2159-44e3-b2b5-e2aabcea1f2b