CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels NL.IMRO.0358.19-VG02_Uiterweg Plasoevers 2021.Pdf

1a.Commissie Ruimte Beeldvormend 10 oktober 2023, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan 'Uiterweg-Plasoevers 2021'32.390 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

het gebruik van gronden en bouwwerken voor grootschalige vermaak faciliteiten, zoals een zwembad, speeltuin of discotheek; 15.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.5.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het vergraven van watergangen en waterpartijen.

de

volgende

werken,

geen

15.5.2 Toegestane werkzaamheden Het in lid 15.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 15.5.3 Voorwaarden voor omgevingsvergunning De in lid 15.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien de afname van oppervlaktewater wordt gecompenseerd met open water dat in verbinding staat met oppervlaktewater in hetzelfde peilvak. 15.5.4 Advies t.b.v. omgevingsvergunning Alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de Waterbeheerder.

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Artikel 16

Tuin

16.1 Bestemmingsomschrijving De voor Tuin (T) aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. oevers behorende bij de op de planverbeelding aangrenzende ligplaatsen voor woonarken; b. alsmede ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning', een recreatiewoning. met de daarbij behorende; c. tuinen, erven en oevervoorzieningen; d. natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen; e. bouwwerken ten behoeve van de aangrenzende ligplaatsen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van tuin - bijgebouw woonarken', 'specifieke vorm van tuin - bijgebouw 1 woonarken' en 'specifieke vorm van tuin - bijgebouw verblijfsrecreatie'. met daaraan ondergeschikt: f. ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen ten dienste van de bestemming; g. waterhuishoudkundige voorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. 16.2 Bouwregels Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: 16.2.1 Bijgebouwen bij woonarken Voor het oprichten van bijgebouwen bij woonarken gelden de volgende regels: a. binnen de aanduiding 'specifieke vorm van tuin - bijgebouw woonarken' is per woonark 1 zelfstandig bijbehorend bouwwerk toegestaan met een oppervlakte van niet meer dan 40 m2; b. binnen de aanduiding 'specifieke vorm van tuin - bijgebouw 1 woonarken' is per woonark 1 zelfstandig bijbehorend bouwwerk toegestaan met een oppervlakte van niet meer dan 30 m2; c.

binnen de aanduiding 'specifieke vorm van tuin - bijgebouw verblijfsrecreatie' is per woonark voor verblijfrecreatie 1 zelfstandig bijbehorend bouwwerk toegestaan met een oppervlakte van niet meer dan 6 m2; d. de bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen; e. de afstand van het zelfstandige bijhorend bouwwerk tot de oeverlijn mag niet minder dan 2 meter bedragen. 16.2.2 Recreatiewoningen Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' gelden de volgende regels: a. per aanduiding op de planverbeelding is één recreatiewoning toegestaan; b. een recreatiewoning dient te zijn voorzien van een schuine kap, waarvan de dakhelling niet minder dan 25° en niet meer 50° mag bedragen. c. bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan, mits aangebouwd aan het hoofdgebouw; d. de oppervlakte van een recreatiewoning mag, met inbegrip van bijbehorende bouwwerken, niet meer bedragen dan 30 m2; e. de goothoogte van een recreatiewoning en bijgebouw mag niet meer bedragen dan 2,5 meter. 16.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen te worden opgericht binnen de aanduiding 'specifieke vorm van tuin - bijgebouwen woonarken', 'specifieke vorm van tuin - bijgebouwen 1 woonarken' en 'specifieke vorm van tuin - bijgebouw verblijfsrecreatie'; b. per woonark is maximaal één aanlegplaats toegestaan; c. de maximale oppervlakte van voorzieningen voor woonarken, met uitzondering van de loopplank bedraagt, per woonark 15 m²; d. de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 1 meter; e. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 1 meter, gemeten vanaf het waterpeil. 16.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ter waarborging van: a. de waterhuishouding; b. de brandveiligheid en rampenbestrijding; c. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend bebouwingsbeeld en de landschappelijke inrichting en inpassing; d. de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken. 16.4 Specifieke gebruiksregels 16.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor bewoning; b.

het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor recreatief nachtverblijf; c. het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens; d. voor het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; e. voor het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f. als opslag-, laad- en/of losplaats ten behoeve van handelsdoeleinden; g. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting. 16.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.5.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het dempen, graven, vergroten of herprofileren van watergangen en waterpartijen; b. het aanleggen van dammen, dijken of andere taluds, of het vergraven dan wel ontgraven van bestaande dammen, dijken en taluds; c. het ontginnen, verlagen van de bodem, afgraven, ophogen of egaliseren dan wel anderszins aanbrengen van wijzigingen in het maaiveld; d. het permanent opslaan van goederen; e.

het aanbrengen van drainagesystemen, tenzij het de vervanging van een bestaande drainage betreft; f. het aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen;

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

g. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houden constructies, installaties of apparatuur. 16.5.2 Toegestane werkzaamheden Het in lid 16.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 16.5.3 Voorwaarden voor omgevingsvergunning De in lid 16.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door die werken of werkzaamheden of door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen de in 16.1 genoemde doeleinden dan wel waarden van deze gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind, gelet op: a. het belang dat met de ingreep is gediend; b. het waterhuishoudkundige belang (kwantitatief en kwalitatief), met het oog op de waterhuishoudkundige doelstellingen van het betrokken gebied.

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Artikel 17

Verkeer

17.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden ten behoeve van het wegverkeer; b. parkeervoorzieningen; c. in- en uitritten; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - dienstgebouw' een dienstgebouw ten behoeve van een voet- en fietsveer. met de daarbij behorende: e. bouwwerken; f. standplaatsen, conform standplaatsenbeleid; g. (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen; h. bruggen en viaducten en andere kunstwerken; i. bermen, taluds en andere groenvoorzieningen; j. openbare nutsvoorzieningen; k. geluidwerende voorzieningen. l. straatmeubilair; m. infrastructurele voorzieningen met het oog op het beheer van de bestemming. 17.2 Bouwregels 17.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. gebouwen en andere bouwwerken ten behoeve van het bijzondere gebruik, als bedoeld in artikel 18.1 onder d. van deze planregels. 17.2.2 Dienstgebouw In afwijking van het bepaalde in 17.2.1 onder a. gelden voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - dienstgebouw' de volgende regels: a. per aanduiding op de planverbeelding is ten hoogste één dienstgebouw toegestaan; b. de oppervlakte van een dienstgebouw mag niet meer bedragen dan 10 m2; c.

de hoogte van het gebouw mag niet meer dan 3 meter bedragen. 17.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van lichtmasten, bewegwijzering en verkeersregulering mag niet meer dan 10 meter bedragen; b. de hoogte van reclame-uitingen en kunstwerken, zowel civiel als cultureel, mag niet meer dan 6 meter bedragen; c. de hoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen; d. per woonperceel is één (duiker)brug) toegestaan; e. de breedte van (duiker)bruggen ten behoeve van een in- of uitrit naar of van een perceel met de bestemming 'Wonen - Lintbebouwing' mag maximaal 4 meter bedragen; f. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer dan 3 meter bedragen.

17.3 Nadere eisen

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ter waarborging van: a. de sociale veiligheid; b. de verkeersveiligheid; c. de waterhuishouding; d. de brandveiligheid en rampenbestrijding; e. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, en de landschappelijke inrichting; f. de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; g. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluitingen op (structurele) groen- en waterelementen. 17.4 Specifieke gebruiksregels 17.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de gronden voor de opslag van goederen; b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting.

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Artikel 18

Verkeer - Verblijfsgebied

18.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het langzaamverkeer en verblijfsgebied; b. woonstraten en pleinen; c. erfontsluitingen; d. parkeervoorzieningen; met de daarbij behorende: e. waterhuishoudkundige voorzieningen; f. bruggen; g. groenvoorzieningen en speelvoorzieningen; h. openbare nutsvoorzieningen; i. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; j. fietsenstallingen en straatmeubilair; k. infrastructurele voorzieningen met het oog op het beheer van de bestemming. met daaraan ondergeschikt: l. straatmeubilair; m. (ondergrondse) inzamelpunt van huishoudelijke afvalstoffen. 18.2 Bouwregels Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: 18.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van palen en (licht-)masten en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag niet meer dan 10 meter bedragen; b. de hoogte van terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen; c. per woonperceel is één (duiker)brug) toegestaan; d. de breedte van (duiker)bruggen ten behoeve van een in- of uitrit naar of van een perceel met de bestemming 'Wonen - Lintbebouwing' mag maximaal 4 meter bedragen; e.

de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer dan 3 meter bedragen. 18.3 Specifieke gebruiksregels 18.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de gronden voor de opslag van goederen; b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting.

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Artikel 19

Water 1

19.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterlopen, waterplassen en recreatiewater; b. water als netwerk voor de waterhuishouding, waaronder waterberging, wateraanvoer en waterafvoer; c. de ontwikkeling en het beheer van natuur en landschap waaronder de natuurverbindingen en de natuurwaarden; d. (dras)oevers en groenvoorzieningen langs de oevers, zoals rietkragen; e. bruggen en landhoofden; f. verkeer te water; g. aanlegplaatsen en steigers. met de daarbij behorende: h. bouwwerken; i. al dan niet gebouwde voorzieningen met het oog op het beheer en onderhoud; j. keermuren, oeverbeschoeiingen, duikers en andere bouwwerken ten behoeve van de waterhuishouding. 19.2 Bouwregels 19.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 19.2.2 Aanlegsteigers Het bouwen van steigers is uitsluitend toegestaan: a. ter plaatse van de aanduiding 'steiger'; b. op de gronden grenzend aan de bestemmingen 'Recreatie', 'Tuin', 'Wonen' en 'Wonen - Lintbebouwing' of de functieaanduiding 'recreatie', mits aan de volgende eisen wordt voldaan: I. evenwijdig gelegen aan de oever; en II. de breedte van een steiger maximaal 1 meter bedraagt; III.een vrije doorvaart bij een in gebruik genomen steiger van ten minste 4,5 meter gewaarborgd is. met dien verstande dat: c.

een bestaande steiger die niet is gelegen binnen een aanduiding als genoemd in de leden a. of grenzend aan bestemmingen en/of aanduidingen onder b. van dit artikel, en die als zodanig aanwezig was op het moment van tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan, mag worden herbouwd, waarbij de op dat moment bestaande lengte- en breedtematen als maximaal toelaatbaar mogen worden aangehouden; d. het bouwen op een steiger niet is toegestaan. 19.2.3 Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan bruggen en aanlegsteigers, gelden de volgende regels: a. de hoogte van palen, (licht-)masten en kunstwerken mag niet meer dan 6 meter bedragen;

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

b. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 3 meter bedragen; c. bootoverkappingen zijn niet toegestaan. 19.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ter waarborging van: a. de sociale veiligheid; b. de verkeersveiligheid; c. de doorvaart; d. de waterhuishouding; e. de brandveiligheid en rampenbestrijding; f. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, en de landschappelijke inrichting; g. de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; h. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluitingen op (structurele) groen- en waterelementen. 19.4 Specifieke gebruiksregels 19.4.1 Aanlegplaatsen Op de gronden als bedoeld in 20.1 van dit artikel is het volgende specifieke gebruik toegestaan: a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als aanlegplaats ten behoeve van pleziervaartuigen, uitgezonderd kajuitboten, mits dit plaatsvindt direct aangrenzend aan de bestemmingen of aanduidingen 'Wonen', 'Wonen - Lintbebouwing', 'Recreatie' en 'Tuin'; b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als aanlegplaats voor kajuitboten mits dit plaatsvindt aangrenzend aan het eigen en als zodanig aangeduide recreatiekavel: I.

binnen het recreatieseizoen, zijnde tussen 1 april en 15 oktober, gedurende langer dan 48 uur achtereen; II. buiten het recreatieseizoen, zijnde tussen 15 oktober en 1 april, gedurende korter dan 48 uur achtereen; c. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als aanlegplaats voor één agrarisch bedrijfsschip mits dit plaatsvindt direct aangrenzend aan de bestemming 'Agrarisch Tuinbouw'; d. de regels onder a. tot en met c. vinden toepassing met inachtneming van een vrije doorvaartbreedte van minimaal 4,5 meter. 19.4.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik ten behoeve van drijvende steigers en ander daarmee vergelijkbaar drijftuig; b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als aanlegplaats of aanlegsteiger voor bedrijfsschepen uitgezonderd het bepaalde in artikel 19.4.1 c.; c. het gebruiken of laten gebruiken als ligplaats voor woonarken ten behoeve van permanente bewoning; d. het gebruiken of laten gebruiken als ligplaats voor woonarken ten behoeve van verblijfsrecreatie; e. het plaatsen of geplaatst hebben van objecten, zijnde voorwerpen of vaartuigen die in, op of boven water zijn aangebracht of afgemeerd en die niet behoren tot enig andere in dit artikel genoemde categorieën (woonarken, pleziervaartuigen en bedrijfsschepen).

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Artikel 20

Water 2

20.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterlopen, waterplassen en recreatiewater; b. water als netwerk voor de waterhuishouding, waaronder waterberging, wateraanvoer en waterafvoer; c. de ontwikkeling en het beheer van natuur en landschap waaronder de natuurverbindingen en de natuurwaarden; d. (dras)oevers en groenvoorzieningen langs de oevers, zoals rietkragen; e. bruggen en landhoofden; f. verkeer te water; g. aanlegplaatsen en steigers; alsmede: h. ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven' en 'specifieke vorm van water jachthaven recreatieve woonarken toegestaan', de uitoefening van een jachthavenbedrijf op het water; i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - boothuis', een boothuis; j. ter plaatse van de aanduiding 'sport', water behorende bij een zeilschool; k. ter plaatse van de aanduiding 'kantoor' een woonark voor niet-permanente bewoning met medegebruik als kantoor bij een jachthavenbedrijf. met de daarbij behorende: l. bouwwerken; m. al dan niet gebouwde voorzieningen met het oog op het beheer en onderhoud; n. keermuren, oeverbeschoeiingen, duikers en andere bouwwerken ten behoeve van de waterhuishouding. 20.2 Bouwregels 20.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b.

gebouwen ten behoeve van het bijzondere gebruik, als bedoelt in artikel 20.1 onder i. van deze planregels; c. woonarken voor niet-permantente bewoning binnen de aanduiding 'specifieke vorm van water - jachthaven recreatieve woonarken toegestaan'. 20.2.2 Woonarken voor niet-permanente bewoning Voor het bouwen van woonarken voor niet-permanente bewoning gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - jachthaven recreatieve woonarken toegestaan' de volgende regels: a. voor woonarken voor niet-permanente bewoning geldt de toegestane afmeting van 15x5x3 meter (lxbxh); b. de afstand tot de naastgelegen woonarken dient aan alle zijden tenminste 5 meter te zijn; c. de maximale afstand van de woonark tot de insteek van het water bedraagt 1 meter; d. in afwijking van het bepaalde in lid a tot en met c zijn bestaande woonarken toegestaan in de volgende gevallen: I. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstanden tot de naastgelegen woonark en/of de insteek van het water, die minder bedragen dan in de regels is voorgeschreven, mogen als minimaal toelaatbaar worden aangehouden;

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

II. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstanden van de bijgebouwen tot de oeverlijn, die minder bedragen dan in de regels is voorgeschreven, mogen als minimaal toelaatbaar worden aangehouden; III.de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afmetingen van woonarken die meer bedragen dan in de regels is voorgeschreven en die op de als bijlage 3 bij deze regels toegevoegde lijst afwijkende maatvoering voorkomen, mogen in strijd met de regels worden aangehouden; IV. bij vervanging of verplaatsing van de bestaande ark is het bepaalde onder sub III van dit artikel niet meer van toepassing; V. in afwijking van het bepaalde onder sub IV van dit artikel mag de woonark na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag voor het veranderen of vernieuwen van die ark wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop de woonark teniet is gegaan. 20.2.3 Boothuizen Voor het bouwen van boothuizen gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - boothuis' mag ten hoogste één boothuis worden gebouwd, met een oppervlakte van maximaal 40 m2. 20.2.4 Bruggen Voor het bouwen van bruggen gelden de volgende regels: a. het bouwen van nieuwe bruggen is niet toegestaan; b. in afwijking van het bepaalde onder a. is per woonperceel één (duiker)brug toegestaan; c.

de breedte van (duiker)bruggen ten behoeve van een in- of uitrit naar of van een perceel met de bestemming 'Wonen' en 'Wonen - Lintbebouwing' mag maximaal 4 meter bedragen; d. een bestaande brug die als zodanig aanwezig was op het moment van tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan, mag worden herbouwd, waarbij de op dat moment bestaande breedtemaat als maximaal toelaatbaar mag worden aangehouden. 20.2.5 Aanlegsteigers Het bouwen van steigers is uitsluitend toegestaan; a. ter plaatse van de aanduidingen 'jachthaven'; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - jachthaven recreatieve woonarken toegestaan', mits, voor zover van toepassing, een vrije doorvaart van tenminste 4,5 meter gewaarborgd is; c. op de gronden grenzend aan de bestemmingen 'Wonen' en 'Wonen-Lintbebouwing' zoals aangegeven op de planverbeelding, waarbij: I. er per woonperceel maximaal één steiger mag worden gebouwd; II. de diepte van de steiger maximaal 15 meter, en de breedte maximaal 1 meter, mag bedragen; III.de steiger haaks hierop mag worden voorzien van een steiger met een lengte van maximaal 15 meter en een breedte van maximaal 1 meter; IV. er een vrije doorvaart bij een in gebruik genomen steiger van ten minste 4,5 meter gewaarborgd is. met dien verstande dat: d.

een bestaande steiger, die niet is gelegen binnen op de gronden of binnen een aanduiding zoals genoemd in de leden a. tot en met c. van dit artikel, en die als zodanig aanwezig was op het moment van tervisielegging van het ontwerp van het bestemmingsplan, mag worden herbouwd; e. het bouwen op een steiger niet is toegestaan. 20.2.6 Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan bruggen en aanlegsteigers, gelden de volgende regels: a. de hoogte van palen, (licht-)masten en kunstwerken mag niet meer dan 6 meter bedragen; b. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 3 meter bedragen. 20.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ter waarborging van: a. de sociale veiligheid; b. de verkeersveiligheid; c. de doorvaart; d. de waterhuishouding; e. de brandveiligheid en rampenbestrijding; f. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, en de landschappelijke inrichting; g. de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; h. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluitingen op (structurele) groen- en waterelementen. 20.4 Specifieke gebruiksregels 20.4.1 Aanleg- en ligplaatsen Op de gronden als bedoeld in 20.1 van dit artikel is het volgende specifieke gebruik toegestaan: a.

het gebruiken of laten gebruiken als ligplaats voor woonarken ten behoeve van verblijfsrecreatie binnen de aanduiding 'specifieke vorm van water - jachthaven recreatieve woonarken toegestaan'; b het gebruiken of laten gebruiken als aanlegplaats voor pleziervaartuigen, waaronder kajuitboten, en bedrijfsschepen binnen de aanduiding 'jachthaven' en 'specifieke vorm van water - jachthaven recreatieve woonarken toegestaan'; c het gebruiken of laten gebruiken van gronden als aanlegplaats ten behoeve van pleziervaartuigen, uitgezonderd kajuitboten, mits dit plaatsvindt direct aangrenzend aan de bestemmingen of aanduidingen 'Wonen', 'Wonen - Lintbebouwing', 'Recreatie' en 'Tuin'; d. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als aanlegplaats voor kajuitboten mits dit plaatsvindt aangrenzend aan het eigen en als zodanig aangeduide recreatiekavel: I. binnen het recreatieseizoen, zijnde tussen 1 april en 15 oktober, gedurende langer dan 48 uur achtereen; II.

buiten het recreatieseizoen, zijnde tussen 15 oktober en 1 april, gedurende korter dan 48 uur achtereen; e het gebruiken of laten gebruiken van gronden als aanlegplaats voor één agrarisch bedrijfsschip mits dit plaatsvindt direct aangrenzend aan de bestemming 'Agrarisch Tuinbouw'; f het gebruiken of laten gebruiken van gronden als tijdelijke aanlegplaats, niet zijnde voor kajuitboten, zoals aangewezen in de Algemene Plaatselijke Verordening Aalsmeer; g. de regels onder c. tot en met f. vinden toepassing met inachtneming van een vrije doorvaartbreedte van minimaal 4,5 meter. 20.4.2 Strijdig gebruik

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik ten behoeve van drijvende steigers en ander daarmee vergelijkbaar drijftuig; b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als ligplaats of aanlegsteiger voor bedrijfsschepen buiten de aanduiding 'jachthaven' en 'specifieke vorm van water jachthaven recreatieve woonarken toegestaan'; c. het gebruiken of laten gebruiken als ligplaats voor woonarken ten behoeve van permanente bewoning; d. het gebruiken of laten gebruiken als ligplaats voor woonarken ten behoeve van niet-permantente bewoning buiten de aanduiding 'specifieke vorm van water jachthaven recreatieve woonarken toegestaan'; e. het plaatsen of geplaatst hebben van objecten, zijnde voorwerpen of vaartuigen die in, op of boven water zijn aangebracht of afgemeerd en die niet behoren tot enig andere in dit artikel genoemde categorieën (woonarken, pleziervaartuigen en bedrijfsschepen).

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Artikel 21

Water - Permanent Wonen

21.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water - Permanent Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een ligplaats ten behoeve van één woonark voor permanente bewoning, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-gebonden bedrijf tot maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de woonark; b. water; c. waterberging; d. waterhuishouding. met de daarbij behorende: e. voorzieningen van algemeen nut; f. voorzieningen voor woonarken; g. aanlegplaatsen; h. erf- en terreinafscheidingen. 21.2 Bouwregels Voor het bouwen van woonarken geldt de volgende bepaling: a. woonarken dienen minimaal volledig binnen het bestemmingsvlak gelegen te zijn dan wel het bestemmingsvlak volledig te benutten; b. de woonark mag maximaal 18x6x5 meter bedragen (lxbxh); c. de woonark grenzend aan een bestemmingsvlak 'Tuin' met een aanduiding 'specifieke vorm van tuin - bijgebouwen 1 woonarken' mag maximaal 15x5x4,5 meter bedragen (lxbxh); d. de woonark ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 3' mag maximaal 15x5x4,5 meter bedragen (lxbxh); e. de afstand tot de naastgelegen woonarken dient aan alle zijden tenminste 5 meter te zijn; f. de maximale afstand van de woonark tot de insteek van het water bedraagt 1 meter; g. in afwijking van het bepaalde in lid a tot en met d zijn bestaande woonarken toegestaan in de volgende gevallen: I.

de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstanden tot de naastgelegen woonark en/of de insteek van het water, die minder bedragen dan in de regels is voorgeschreven, mogen als minimaal toelaatbaar worden aangehouden; II. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstanden van de bijgebouwen tot de oeverlijn, die minder bedragen dan in de regels is voorgeschreven, mogen als minimaal toelaatbaar worden aangehouden; III.de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afmetingen van woonarken die meer bedragen dan in de regels is voorgeschreven en die op de als bijlage 2 bij deze regels toegevoegde lijst afwijkende maatvoering voorkomen, mogen in strijd met de regels worden aangehouden; IV. bij vervanging of verplaatsing van de bestaande ark is het bepaalde onder sub III van dit artikel niet meer van toepassing; V. in afwijking van het bepaalde onder sub IV van dit artikel mag een woonark die is opgenomen op de lijst van bestaande woonarken met afwijkende maten in bijlage 2 van dit bestemmingsplan na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag voor het veranderen of vernieuwen van die ark wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop de woonark teniet is gegaan.

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

21.3 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 21.3.1 Parkeernorm Een omgevingsvergunning voor bouwen kan slechts worden verleend indien voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering zoals deze is opgenomen in de vigerende Nota Parkeernormen Aalsmeer. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 21.3.2 Laden en lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 21.3.3 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 21.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of; b.

met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 21.3.4 Afwijken van de regels voor laden en lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 21.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 21.3.5 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 21.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 21.2 onder e. sub IV bij vervanging van de bestaande ark indien: a. er zwaarwegende gronden zijn om af te wijken van de voorgeschreven maatvoering; b. de maximaal afwijkende afmetingen van de woonark niet meer te bedragen dan de afwijkende afmetingen, zoals opgenomen in bijlage 2; c. de afwijkende afmeting ruimtelijk inpasbaar zijn als deze woonark grenst aan een bestemmingsvlak 'Tuin' met een aanduiding 'specifieke vorm van tuin - bijgebouwen 1 woonarken'.

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

21.5 Specifieke gebruiksregels 21.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor bewoning; b. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor recreatief nachtverblijf; c. het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens anders dan woonarken; d. voor het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; e. voor het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f. als opslag-, laad- en/of losplaats ten behoeve van handelsdoeleinden; g. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Artikel 22

Water - Verblijfsrecreatie

22.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water - Verblijfsrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een ligplaats ten behoeve van één woonark ten behoeve van niet-permanente bewoning; b. water; c. waterberging; d. waterhuishouding; met de daarbij behorende: e. voorzieningen van algemeen nut; f. voorzieningen voor woonarken; g. aanlegplaatsen; h. erf- en terreinafscheidingen. 22.2 Bouwregels Voor het bouwen van woonarken geldt de volgende bepalingen: a. woonarken dienen minimaal volledig binnen het bestemmingsvlak gelegen te zijn dan wel het bestemmingsvlak volledig te benutten; b. de woonark mag maximaal 15x5x3 meter bedragen (lxbxh); c. de afstand tot de naastgelegen woonarken dient aan alle zijden tenminste 5 meter te zijn; d. de maximale afstand van de woonark tot de insteek van het water bedraagt 1 meter; e. in afwijking van het bepaalde in lid a tot en met c zijn bestaande woonarken toegestaan in de volgende gevallen: I. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstanden tot de naastgelegen woonark en/of de insteek van het water, die minder bedragen dan in de regels is voorgeschreven, mogen als minimaal toelaatbaar worden aangehouden; II.

de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstanden van de bijgebouwen tot de oeverlijn, die minder bedragen dan in de regels is voorgeschreven, mogen als minimaal toelaatbaar worden aangehouden; III.de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afmetingen van woonarken die meer bedragen dan in de regels is voorgeschreven en die op de als bijlage 3 bij deze regels toegevoegde lijst afwijkende maatvoering voorkomen, mogen in strijd met de regels worden aangehouden; IV. bij vervanging of verplaatsing van de bestaande ark is het bepaalde onder sub III van dit artikel niet meer van toepassing; V. in afwijking van het bepaalde onder sub IV van dit artikel mag de woonark na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag voor het veranderen of vernieuwen van die ark wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop de woonark teniet is gegaan. 22.3 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 22.3.1 Parkeernorm Een omgevingsvergunning voor bouwen kan slechts worden verleend indien voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering zoals deze is opgenomen in de vigerende Nota Parkeernormen Aalsmeer.

Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 22.3.2 Laden en lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 22.3.3 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 22.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of: b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 22.3.4 Afwijken van de regels voor laden en lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 22.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien.

22.3.5 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 22.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 22.2 onder d sub IV bij vervanging van de bestaande ark indien: a. er dienen zwaarwegende gronden zijn om af te wijken van de voorgeschreven maatvoering; b. de maximaal afwijkende afmetingen van de woonark dient niet meer te bedragen dan de afwijkende afmetingen, zoals opgenomen in bijlage 3. 22.5 Specifieke gebruiksregels 22.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van een woonark voor permanente bewoning; b. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor bewoning; c. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor recreatief nachtverblijf; d. het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens anders dan woonarken;

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

e. voor het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f. voor het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; g. als opslag-, laad- en/of losplaats ten behoeve van handelsdoeleinden; h. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Artikel 23

Wonen

23.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in woongebouwen, al dan niet in combinatie met uitoefenen van een aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-gebonden bedrijf; b. tuinen en erven; alsmede; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - bijgebouw', een bijgebouw; d. ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning', een recreatiewoning; e. ter plaatse van de aanduiding 'specieke vorm van wonen - detailhandel begane grond', detailhandel als bedoeld in artikel 1.37 van deze planregels, uitsluitend op de begane grond; f. ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 2', horeca 1 en 2, uitsluitend op de begane grond; met de daarbij behorende: g. bouwwerken; h. waterhuishoudkundige voorzieningen; i. natuurlijke oevers, groenvoorzieningen of oeverbeschoeiingen; j. ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen ten dienste van de bestemming. 23.2 Bouwregels Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: 23.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. per bouwvlak als aangegeven op de planverbeelding is ten hoogste één woning toegestaan; b. het hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak als aangegeven op de planverbeelding worden gebouwd; c.

de goot- en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte' mag niet worden overschreden; d. de inhoud van de woningen aan de Uiterweg die niet direct ontsloten worden op de openbare weg mag niet meer dan 450 m3 bedragen; e. de dakhelling van een hoofdgebouw mag niet meer dan 60° bedragen. Deze contouren gelden voor ten minste twee dakvlakken; f. bij woningen mag een dakkapel worden gerealiseerd, met dien verstande dat: I. voor zover gelegen op het dakvlak aan de straatzijde of op het dakvlak aan de zijde van de zijtuin, de dakkapel niet breder mag zijn dan de helft van de breedte van het dakvlak van het hoofdgebouw; II. voor zover gelegen op het dakvlak aan de achtertuinzijde, de zijkanten van de dakkapel op meer dan 0,5 meter van de zijkanten van het dakvlak van het hoofdgebouw worden gerealiseerd; III.de bovenzijde van de dakkapel ten minste 0,5 meter onder de noklijn van het dakvlak wordt gerealiseerd; IV. de onderzijde van de dakkapel ten minste 0,5 meter en niet meer dan 1 meter boven de gootlijn van het dakvlak wordt gerealiseerd; V. per dakvlak meerdere dakkapellen zijn toegestaan indien de dakkapellen op dezelfde bouwlaag worden gerealiseerd en deze dakkapellen tezamen voldoen aan de hiervoor opgenomen breedte- of afstandsmaten. vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

h. gebouwde parkeervoorzieningen onder het hoofdgebouw zijn niet toegestaan; i. de regels onder a. tot en met h. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels. 23.2.2 Hoofdgebouwen 1 Voor het bouwen van hoofdgebouwen ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding-1' gelden de volgende regels: a. binnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' zijn maximaal 7 vrijstaande woningen toegestaan; b. in afwijking van a. mag ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal aaneen te bouwen wooneenheden' het aantal aaneen te bouwen woningen niet worden overschreden; c. het oorspronkelijke hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak als aangegeven op de planverbeelding worden gebouwd; d. de goot- en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte' mag niet worden overschreden; e. de voorgevelbreedte van het oorspronkelijke hoofdgebouw van de woning mag niet meer bedragen dan 12 meter; f. de diepte van de woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, mag niet meer bedragen dan 21 meter; g. het hoofdgebouw dient van een kap te worden voorzien waarvan de dakhelling niet minder mag bedragen dan 30° en niet meer dan 50° bedragen; h. de afstand van een oorspronkelijk hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrenzen dient minimaal 3 meter te bedragen; i. in afwijking van het bepaalde onder h.

mag een aaneen gebouwde woning met één zijgevel op de zijdelingse perceelgrens staan. 23.2.3 Hoofdgebouwen 2 Voor het bouwen van hoofdgebouwen ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding-2' gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'maximaal aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet worden overschreden, met dien verstande dat het totaal aantal woningen niet meer mag bedragen dan 4; b. uitsluitend vrijstaande woningen zijn toegestaan; c. in afwijking van b. mag ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal aaneen te bouwen wooneenheden' het aantal aaneen te bouwen woningen niet worden overschreden; d. het hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak als aangegeven op de planverbeelding worden gebouwd; e. het bouwperceel voor een vrijstaande woning mag maximaal 35% bedragen; f. het bouwperceel voor een aaneen gebouwde woning mag maximaal 40% bedragen; g. de goot- en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte' mag niet worden overschreden; h. de oppervlakte van het oorspronkelijk hoofdgebouw van een vrijstaande woning mag, met inachtnemning van het bepaalde onder e. niet meer bedragen dan 200 m2; i. de oppervlakte van het oorspronkelijk hoofdgebouw van een aaneen gebouwde woning mag, met inachtneming van het bepaalde onder f. niet meer bedragen dan 100 m2; j.

de dakhelling van een hoofdgebouw mag niet meer dan 60° bedragen. Deze contouren gelden voor ten minste twee dakvlakken; k. de afstand van een oorspronkelijk hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrenzen dient minimaal 3 meter te bedragen; l. de voorgevelbreedte van het oorspronkelijke hoofdgebouw van de vrijstaande woning mag niet meer bedragen dan 12 meter; m. de voorgevelbreedte van het oorspronkelijke hoofdgebouw van een aaneen gebouwde woning mag niet meer bedragen dan 9 meter;

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

n. de afstand van een vrijstaand hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrenzen dient minimaal 3 meter te bedragen; o. in afwijking van het bepaalde onder n. mag een aaneen gebouwde woning met één zijgevel op de zijdelingse perceelgrens staan. 23.2.4 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken van het hoofdgebouw gelden de volgende regels: a. behoudens vergunningvrije bouwwerken conform de thans geldende regelgeving ten aanzien van vergunningvrij bouwen, zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan. Indien de regelgeving ten aanzien van vergunningvrij bouwen gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels; b. in afwijking van het gestelde onder a. is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - bijgebouw' een bijbehorend bouwwerk toegestaan waarvan de een goot- en bouwhoogte van niet meer dan 2,10 meter respectievelijk 3,60 meter mag bedragen; c. in afwijking van het gestelde onder a. zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - zonder bebouwing' geen (vergunningsvrije) bouwwerken toegestaan met uitzondering van aanlegvoorzieningen in de vorm van een vlonder; d. de regel onder a. vindt toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 33.1 van deze planregels.

23.2.5 Recreatiewoningen Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' gelden de volgende regels: a. per aanduiding op de planverbeelding is één recreatiewoning toegestaan; b. een recreatiewoning dient te zijn voorzien van een schuine kap, waarvan de dakhelling niet minder dan 25° en niet meer 50° mag bedragen. c. bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan, mits aangebouwd aan het hoofdgebouw; d. de oppervlakte van een recreatiewoning mag, met inbegrip van bijbehorende bouwwerken, niet meer bedragen dan 30 m2; e. de goothoogte van een recreatiewoning en bijgebouw mag niet meer bedragen dan 2,5 meter. 23.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn niet meer dan 1 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen 3 meter; c. het bepaalde onder a. vindt toepassing van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels. 23.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ter waarborging van: a. de sociale veiligheid; b. de verkeersveiligheid; c. de waterhuishouding; d.

de brandveiligheid en rampenbestrijding; e. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, en de landschappelijke inrichting;

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

f. de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken. 23.4 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 23.4.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 23.4.2 Laden en lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.

23.4.3 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 23.4.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of; b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 23.4.4 Afwijken van de regels voor laden en lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 23.4.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 23.4.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden.

23.5 Specifieke gebruiksregels 23.5.1 Aan-huis-gebonden beroep en of -bedrijf Het uitoefenen van een aan-huis-verbonden beroep en/of aan-huis-gebonden bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft;

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

b. het bruto-vloeroppervlak voor de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep danwel het aan-huis-gebonden bedrijf niet groter is dan 30% van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. geen gebruik wordt gemaakt van gevelreclame; e. het beroep alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; f. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; g. er geen buitenopslag plaatsvindt, noch beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning, met uitzondering van in- en uitladen. 23.5.2 Detailhandel Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - detailhandel begane grond' is het gebruik door het detailhandelbedrijf dat op het moment van tervisielegging van dit bestemmingsplan als zodanig aanwezig was toegestaan. 23.5.3 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; b. het plaatsen of geplaatst hebben van onderkomens; c.

het opslaan van goederen, stoffen, producten of materialen en materieel, waarvan de aanwezigheid voor de realisering of handhaving van de in lid 1 genoemde bestemming niet noodzakelijk is, dan wel kan worden geacht noodzakelijk te zijn; d. het gebruik van gronden en bebouwing als parkeergelegenheid voor reizigers die reizen vanaf de luchthaven Schiphol; e. het gebruik ten behoeve van het kamperen; f. het gebruik ten behoeve van detailhandel met uitzondering van artikel 23.5.2; g. het gebruik ten behoeve van horeca; h. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting. 23.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de aanduiding 'specifieke vorm van wonen detailhandel begane grond' te verwijderen indien de activiteit ter plaatse gedurende een half jaar is beëindigd en er geen redenen zijn om aan te nemen dat de activiteit op korte termijn wordt voortgezet.

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

Artikel 24

Wonen - Lintbebouwing

24.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - Lintbebouwing' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in woongebouwen, al dan niet in combinatie met uitoefenen van een aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-verbonden bedrijf; b. tuinen en erven; alsmede: c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - detailhandel begane grond', detailhandel als bedoeld in artikel 1.48 van deze planregels, uitsluitend op de begane grond; d. ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning', een recreatiewoning; e. ter plaatse van de aanduiding 'pension', een pension; f. ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven', een parkeerterrein en opslagterrein ten behoeve van een jachthavenbedrijf; g. ter plaatse van de aanduiding 'praktijkruimte', een praktijkruimte; h. ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 2' met de daarbij behorende: i. bouwwerken; j. waterhuishoudkundige voorzieningen; k. natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen; l. ontsluitingen ten behoeve van het wonen; m. parkeervoorzieningen, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - parkeren uitgesloten'. 24.2 Bouwregels Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: 24.2.1 Algemeen Op en onder de in artikel 24.1 genoemde gronden mag slechts worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming.

24.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. het aantal woningen zoals aanwezig op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mag niet worden vermeerderd; b. oorspronkelijke hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd; c. de maximum bouwdiepte van het oorspronkelijk hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 15 meter; d. de voorgevelbreedte van het oorspronkelijke hoofdgebouw mag niet meer dan 12 meter bedragen en van een twee-onder-een-kapwoning niet meer dan 10 meter per woning; e. de voorgevelbreedte van het oorspronkelijke hoofdgebouw bij een perceelsbreedte vanaf 30 meter mag niet meer bedragen dan 15 meter; f. de voorgevel van het hoofdgebouw dient in dan wel niet meer dan 5 meter achter de naar de openbare weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd; g. de goot- en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte' mag niet worden overschreden; h. de maximale goothoogte mag per dakvlak voor maximaal 30% worden doorsneden;

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

i.

de dakhelling van een hoofdgebouw mag niet meer dan 60° bedragen. Deze contouren gelden voor ten minste twee dakvlakken; j. de afstand van het oorspronkelijke hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens dient niet minder dan 3 meter te bedragen bij elke vrijstaande zijgevel; k. de afstand van een hoofdgebouw tot bedrijfsbebouwing bedraagt tenminste 14 meter; l. bij woningen met een kap mag een dakkapel worden gerealiseerd, met dien verstande dat: I. voor zover gelegen op het dakvlak aan de straatzijde of op het dakvlak aan de zijde van de zijtuin, de dakkapel niet breder mag zijn dan de helft van de breedte van het dakvlak van het hoofdgebouw, de afstand tot de zijkant van het dak meer dan 1 meter en de hoogte, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, niet meer dan 1,5 meter mag bedragen; II. voor zover gelegen op het dakvlak aan de achtertuinzijde, de zijkanten van de dakkapel op meer dan 0,5 meter van de zijkanten van het dakvlak van het hoofdgebouw worden gerealiseerd; III.de bovenzijde van de dakkapel ten minste 0,5 meter onder de noklijn van het dakvlak wordt gerealiseerd; IV. de onderzijde van de dakkapel ten minste 0,5 meter en niet meer dan 1 meter boven de gootlijn van het dakvlak wordt gerealiseerd; V.

per dakvlak meerdere dakkapellen zijn toegestaan indien de dakkapellen op dezelfde bouwlaag worden gerealiseerd en deze dakkapellen tezamen voldoen aan de hiervoor opgenomen breedte- of afstandsmaten; m. gebouwde parkeervoorzieningen onder het hoofdgebouw zijn niet toegestaan; n. de regels onder a. tot en met m. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels. 24.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken van het hoofdgebouw gelden de volgende regels: a. behoudens vergunningvrije bouwwerken conform de thans geldende regelgeving ten aanzien van vergunningvrij bouwen, zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan. Indien de regelgeving ten aanzien van vergunningvrij bouwen gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels; b. de regel onder a. vindt toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 30.1 van deze planregels. 24.2.4 Recreatiewoningen Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' gelden de volgende regels: a. per aanduiding op de planverbeelding is één recreatiewoning toegestaan; b. een recreatiewoning dient te zijn voorzien van een schuine kap, waarvan de dakhelling niet minder dan 25° en niet meer 50° mag bedragen. c. bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan, mits aangebouwd aan het hoofdgebouw; d.

de oppervlakte van een recreatiewoning mag, met inbegrip van bijbehorende bouwwerken, niet meer bedragen dan 30 m2; e. de goothoogte van een recreatiewoning en bijgebouw mag niet meer bedragen dan 2,5 meter. 24.2.5 Ondergronds bouwen Ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'ondergronds bouwen' is in afwijking van het bepaalde in artikel 24.1 onder m. en, voor zover van toepassing, artikel 30.3 van deze planregels, een ondergrondse parkeervoorziening toegestaan. 24.2.6 Inritconstructies

vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021

pagina

In afwijking van het bepaalde in artikel 30.3 van deze planregels, is ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'inritconstructies', een inritconstructie toegestaan als bedoeld in artikel 1.57 van deze planregels. 24.2.7 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan inritconstructies, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn niet meer dan 1 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte van gemetselde penanten in het voorerfgebied mag niet meer dan 2 meter bedragen; c. de breedte en bouwhoogte van een toegangspoort in het voorerfgebied die onderdeel uitmaakt van de totale erf- of perceelsscheiding, of die geplaatst wordt tussen een groene erfafscheiding, mag niet meer bedragen dan 4 respectievelijk 2 meter; d. per woonperceel is één (duiker)brug toegestaan; e de breedte van (duiker)bruggen ten behoeve van een in- of uitrit naar of van een perceel met de bestemming 'Wonen - Lintbebouwing' mag maximaal 4 meter bedragen; f. de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 6 meter; g. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen 3 meter; h. het bepaalde onder a. tot en met g.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=30675ee1-b3ac-49bd-bc6c-8b870eff8108