CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels bp Kudelstaart 2020.pdf

3.Raad (besluitvormend) 16 september 2021, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Bestemmingsplan Kudelstaart24.097 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

REGELS Bestemmingsplan Kudelstaart 2020

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 1 van 86

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Agrarisch Artikel 4 Agrarisch - Glastuinbouw Artikel 5 Agrarisch - Tuinbouw Artikel 6 Bedrijf Artikel 7 Bedrijf - Nutsvoorziening Artikel 8 Bedrijf - Slibterrein Artikel 9 Centrum Artikel 10 Gemengd Artikel 11 Groen Artikel 12 Maatschappelijk Artikel 13 Sport Artikel 14 Sport - Sporthal Artikel 15 Tuin Artikel 16 Tuin - Parkeertuin Artikel 17 Verkeer Artikel 18 Verkeer - Garagebox Artikel 19 Verkeer - Verblijfsgebied Artikel 20 Water Artikel 21 Wonen Artikel 22 Wonen - Lintbebouwing Artikel 23 Waarde - Archeologie 1, 2 en 4 Artikel 24 Waarde - Ecologie Artikel 25 Waterstaat - Waterkering Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS Artikel 26 anti-dubbeltelregel Artikel 27 algemene bouwregels Artikel 28 algemene afwijkingsregels Artikel 29 Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.1 nr. 3 Artikel 30 Luchtvaartverkeerzone - lib artikel 2.2.1 nr. 4 Artikel 31 Luchtvaartverkeerzone - lib artikel 2.2.2 toetshoogtes Artikel 32 Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.2a toetshoogtes radar Artikel 33 Luchtvaartverkeerszone - LIB artikel 2.2.3 Artikel 34 Veiligheidszone - niet gesprongen munitie Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 35 overgangsrecht Artikel 36 slotregel

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

3 4 13 14 15 19 23 25 28 29 30 33 36 38 41 44 46 48 50 52 53 54 55 59 65 68 70 71 72 73 75 76 77 78 79 80 81 83 84 85 85

pagina 2 van 86

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 3 van 86

Artikel 1

Begrippen

In dit plan wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan "Kudelstaart 2020" van de gemeente Amstelveen; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0358.20-VG01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 1.3 aan-huis-gebonden bedrijf: het door (één van) de hoofdbewoners bedrijfsmatig verlenen van diensten, niet zijnde een beroep aan huis, dan wel het uitoefenen van (ambachtelijke) bedrijvigheid, niet vallend onder vergunningsplicht van de Wet milieubeheer en geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door de beperkte omvang ervan in de woning en de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4 aan-huis-verbonden beroep: het uitoefenen van een vrij beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op het terrein van de administratieve, juridische, medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerp-technische dienstverlening of hiermee gelijk te stellen dienstverlening door (één van) de hoofdbewoners, dat door de beperkte omvang ervan in diens woning en de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

Hieronder wordt niet begrepen de uitoefening van detailhandel en prostitutie; 1.5 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 agrarisch bedrijf: een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak gericht is op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van en/of fokken met dieren, met dien verstande dat onder meer: a. een paardenhouderij, manege, kennel en dierenasiel niet worden aangemerkt als een agrarisch bedrijf; b. een paardenfokkerij en het houden van paarden voor de melkproductie wordt aangemerkt als agrarisch bedrijf. 1.7 agrarische bedrijfsvoering, grondgebonden: een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk niet in gebouwen plaatsvindt; 1.8 agrarische bedrijfsvoering, niet grondgebonden: een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk in gebouwen plaatsvindt; 1.9 agrarisch verwerkingsbedrijf: een bedrijf dat is gericht op het verwerken van gewassen; 1.10 archeologisch onderzoek: een rapport als bedoeld in de Erfgoedwet; 1.11 archeologische waarde:

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 4 van 86

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit vroegere tijden; 1.12 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.13 bebouwingspercentage: het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 1.14 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen danwel bedrijfsmatig verlenen van diensten (daaronder niet begrepen aan-huis-verbonden-beroepen, detailhandel, horeca, publieksgerichte dienstverlening, maatschappelijke en culturele voorzieningen en bedrijfsmatige sportdoeleinden); 1.15 bedrijfsgebouw: een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.16 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is.

De bedrijfswoning is slechts toelaatbaar indien, de woning gelet op de aard, inrichting, de omvang en de continuïteit van het bedrijf ter plaatse noodzakelijk is in verband met een doelmatige bedrijfsvoering; 1.17 bestaand gebruik of bouwwerk: een gebruik of een bouwwerk, dat aanwezig is op het moment van inwerkingtreding van dit plan; 1.18 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.19 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.20 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.21 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.22 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.23 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.24 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 5 van 86

1.25 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.26 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.27 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.28 bruto vloeroppervlakte b.v.o: de som van de binnen de gevels gelegen vloeroppervlakten van alle bouwlagen alsmede onderbouw en zolder, inclusief kolommen, trappenhuizen, gangen, liften, toiletten e.d., met uitzondering van (kruip)kelders met een hoogte van minder dan 1.50 meter en technische ruimten op daken; 1.29 dak: iedere bovenbeëindiging, vlak of hellend, van een gebouw; 1.30 dakkapel: een toevoeging van ondergeschikte omvang binnen een hellend dakvlak, waarbij het karakter van het dak in stand blijft; 1.31 dakterras: een vanuit een gebouw betreedbaar plat dakvlak, al dan niet voorzien van een vloerafscheiding (hekwerk, balustrade); 1.32 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening

van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.33 detailhandel ondergeschikt: staat ten dienste van de hoofdbestemming met een maximum van 100 m2 of 10% van het bruto vloer oppervlak. Verkoop bij cateringbedrijven en groothandels in de volgende branches die relevant zijn voor de hoofdwinkel structuur, te weten: dagelijkse goederen (kleding en textielzaken, huishoudelijke artikelen en consumentenelektronica) zijn uitgesloten op de bedrijventerreinen. Verkoop van ter plaatse gemaakte producten wordt niet beschouwd ten dienste van de hoofdbestemming van het gebouw te zijn; 1.34 dienstverlenend bedrijf: bedrijf waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van garagebedrijven en seksinrichtingen; 1.35 dienstwoning: woning, in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon die door de werkgever aan de werknemer ter bewoning in gebruik is gegeven. Die bewoning moet gerelateerd zijn aan het hoofdgebruik van het perceel; 1.36 eerste bouwlaag:

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 6 van 86

de bouwlaag op de begane grond; 1.37 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.38 erfafscheiding: een scheiding tussen erven, tuinen en/of openbare ruimten in de vorm van een bouwwerk, dan wel beplanting; 1.39 erker: een aan de voor- of zijgevel van een woning of een ander gebouw geplaatste uitbouw in één bouwlaag, waarvan de buitenzijde is begrensd door kozijnen, welke onlosmakelijk verbonden is met en deel uitmaakt van de hoofdmassa van die woning of dat gebouw.

De uitbouw dient uit functioneel oogpunt ondergeschikt en uit architectonisch oogpunt een aanvulling op de hoofdvorm te zijn; 1.40 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.41 geluidreducerende maatregelen: fysieke en niet-fysieke maatregelen gericht op het reduceren van de geluidsbelasting vanwege industrie-, bedrijfs- of wegverkeerslawaai op geluidsgevoelige objecten, of maatregelen die daar niet specifiek op gericht zijn doch wel tevens een geluidsreducerende uitwerking hebben, zoals bijvoorbeeld verkeersmaatregelen, het aanbrengen van geluidsarm asfalt, geluidswallen of -schermen of de aanleg van nieuwe wegen elders die tot gevolg hebben dat de verkeers- en de geluidsbelasting afneemt; 1.42 geluidwerende voorzieningen: voorzieningen bedoeld voor het beperken van de geluidhinder; 1.43 glastuinbouw: agrarische bedrijvigheid die in hoofdzaak in kassen plaatsvindt en in een zodanige omvang dat op een duurzame wijze bloemen en/of planten kunnen worden gekweekt, bewerkt dan wel verwerkt; 1.44 glastuinbouwbedrijf: een bedrijf gericht op het telen of kweken, trekken, vermeerderen, opkweken, veredelen of acclimatiseren van bloemen, planten, groenten en/of fruit, waarbij deze bedrijvigheid hoofdzakelijk wordt uitgevoerd in kassen; 1.45 goot: opvangbak voor hemelwater; 1.46 handelskwekerij: een

niet-industrieel bedrijf waarvan de activiteiten uitsluitend of overwegend zijn gericht op het handelen in tuin- en kasvruchten, sierteeltgewassen of tuinbouwzaden, enkel in combinatie met het opkweken en voor verkoop geschikt maken van halfproducten; 1.47 hoofdgebouw (oorspronkelijk): gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 7 van 86

1.48 horeca 1, daghoreca: horecabedrijven zoals lunchrooms, koffie-/theehuizen, ijssalons; 1.49 horeca 2, (fastfood)restaurants, cafetaria, snackbars en shoarmazaken: inrichtingen ten behoeve van het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren, alsmede het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken. Het accent ligt op de verkoop van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren; 1.50 horeca 3, cafés, eetcafe's, bars: inrichtingen ten behoeve van het bedrijfsmatig verstrekken van overwegend alcoholhoudende dranken, al dan niet in combinatie met het verstrekken van kleine etenswaren; het accent ligt op de verkoop van dranken dan wel op het verstrekken van kleine etenswaren; 1.51 horeca 4, dancings, discotheken, nachtclubs: een bedrijf, dat is gericht op het bedrijfsmatig bieden van gelegenheid tot dansen al dan niet in combinatie met het verstrekken van alcohol en niet alcohol-houdende dranken, zoals een dancing of discotheek; 1.52 horeca 5, hotel: een bedrijf, dat is gericht op het verschaffen van logies en het daarmee verband houdende ter plaatse nuttigen van voedsel en dranken en al dan niet ruimte biedt voor vergaderingen en cursussen; 1.53 huishouden: persoon of groep personen die een huishouden voert waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van

dezelfde voorzieningen; 1.54 inrit: toegang voor voertuigen tot een gebouw en/of een particulier terrein vanaf de weg door middel van een verlaagd trottoir of een trottoir voorzien van inritbanden dan wel, indien een trottoir ontbreekt, door middel van een bestrating en/of op het wegdek aangebrachte witte strepen. Onder een inrit kan ook uitrit worden verstaan; 1.55 kampeermiddel: <0000> een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; <0000> enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, <0000> één en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.56 kantoor: het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen; 1.57 kas: een gebouw, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van onder meer vruchten, bloemen of planten; 1.58 kruin: het wegbaangedeelte dat is ingenomen door rijbanen, veiligheidsstroken en bermen; 1.59 kunstobject:

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 8 van 86

voortbrengsel van de beeldende kunsten in de vorm van een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.60 kunstwerk: civieltechnisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen,waterkeringen en/of leidingen niet bedoeld voor permanent menselijk verblijf; 1.61 ligplaats: een ruimte, die wordt ingenomen door een woonschip, -ark en/of bedrijfsschip; 1.62 maatschappelijke voorzieningen: educatieve, (sociaal)medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, waaronder kinderopvang en buitenschoolse opvang, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.63 maaiveld: de bovenkant van het oorspronkelijke dan wel (verhoogd of verlaagd) aangelegd terrein waar een bouwwerk zal worden opgericht; 1.64 normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden: werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de bestemming; 1.65 nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van onder meer transport van aardgas, alarmeringssignalen, elektriciteit, telecommunicatie en water; 1.66 oever: aan het water grenzende strook land bestaande uit een oevertalud en een horizontaal gebleven oever; 1.67 ondergronds bouwen: het bebouwen en in gebruik nemen

van de ruimte onder het maaiveld (zoals kelders en parkeergarages); 1.68 ondergeschikte horeca: horeca vanuit vestigingen/voorzieningen die als hoofdactiviteit geen horeca is en waarvan de hoofdfunctie aantoonbaar is, zoals een kantine bij een sportaccommodatie; 1.69 onderkomens: voor verblijf geschikte – al dan niet aan hun oorspronkelijke bestemming en/of gebruik onttrokken – voertuigen, vaartuigen, woonschepen, toercaravans, stacaravans, tenten of gedeelten daarvan, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken; 1.70 openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.71 opslag: het bedrijfsmatig opslaan, verhandelen of verpakken van goederen; 1.72 peil:

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 9 van 86

a. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk, waarvan de gevel direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die gevel; b. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk in het talud van de dijk, waarvan de gevel niet direct aan de weg grenst en in alle andere gevallen: de hoogte van het bestaande aansluitende, afgewerkte maaiveld ter plaatse van de naar de dijk of weg gekeerde gevel, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen anders dan noodzakelijk voor de bouw, buiten beschouwing blijven; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil dan wel een ander plaatselijk aan te houden oppervlaktewaterpeil.

1.73 praktijkruimte: een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn inrichting en indeling geschikt is om te worden gebruikt door beoefenaren van vrije beroepen; onder vrije beroepen worden in dit plan verstaan (para)medische, juridische, therapeutische, ontwerptechnische, administratieve, kunstzinnige en daarmee gelijk te stellen beroepen; 1.74 reclame-object: bouwwerk of werk opgericht en/of in stand gehouden met het doel te functioneren als of als drager van reclame-uiting(en); 1.75 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.76 standplaats: het vanaf een vaste plaats op of aan de weg of op een andere voor het publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats uitoefenen van detailhandel of diensten al dan niet gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

Dit conform het thans geldende standplaatsenbeleid, rekening houdende met het wijzigen van dit beleid door het bevoegd gezag gedurende de planperiode; 1.77 terras: een buiten een gebouw gelegen gebied behorende bij een horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of etenswaren verstrekt; 1.78 toeristisch bedrijf: economische bedrijfsactiviteiten gericht op het aantrekken van toeristen en bezoekers; 1.79 tuinbouwbedrijf: een bedrijf, dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, door gebruik te maken van kassen en/of van open (onbebouwde) grond; 1.80 verdieping: een boven de begane grond gelegen bouwlaag; 1.81 verkooppunt voor motorbrandstoffen: een inrichting, waar door middel van één of meer pompinstallaties motorbrandstoffen worden verkocht en geleverd eventueel in combinatie met ondergeschikte detailhandel en/of wasstraat;

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 10 van 86

1.82 voorgevel: de naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel van een gebouw, of indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt; 1.83 voorgevelrooilijn: dit is de denkbeeldige lijn langs de voor- of zijgevel van een hoofdgebouw die naar een openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; 1.84 waterberging: de tijdelijke opslag van een overmaat aan (oppervlakte) water in (oppervlakte) watersystemen. Waterberging kan worden onderverdeeld in drie categorieën: <0000> natuurlijke overstroming (water dat buiten de beekbedding treedt zonder dat hier speciale voorzieningen zijn aangelegd); <0000> gestuurde overstroming (retentie) (water dat buiten de beekbedding treedt en waarvoor voorzieningen zijn aangebracht zodat dit met vooraf bepaalde frequentie wordt toegepast in gebieden die hiervoor zijn ingericht); <0000> noodoverloopgebieden (gebieden die met een zeer lage frequentie worden ingezet in geval van noodsituaties); 1.85 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die het waterhuishoudingbelang dienen, zoals watergangen (sloten), kunstwerken, bruggen, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang en dergelijke; 1.86 waterkering: grondlichamen (dijk) of constructie met als functie bescherming van lager

gelegen gebied (veelal polders) tegen water buiten dat gebied; 1.87 weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.88 woning: een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding en daardoor is aan te merken als wooneenheid, niet zijnde een bijzondere woonvorm, dan wel voor de huisvesting van niet meer dan drie personen naast de huishouding dan wel vier personen wanneer er daarnaast geen huishouding in het gebouw is ondergebracht; 1.89 woongebouw: een hoofdgebouw dat één of meer woningen bevat; 1.90 woonschip: een vaartuig, hoe ook genaamd en van welke aard ook, uitsluitend of hoofdzakelijk gebezigd als of bestemd voor woon- of nachtverblijf van een of meer personen. Onder woonschip wordt mede verstaan een woonschip in aanbouw, alsmede een casco, dat tot woonschip kan worden op- omgebouwd of verbouwd; 1.91 woonzorg: een (gedeelte van een) gebouw dat dient om te voorzien in een aangepaste woonbehoefte bijvoorbeeld ten behoeve van personen voor wie de normale

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 11 van 86

woonvoorzieningen niet passend of toereikend zijn, zoals gehandicapten, of anderszins verzorgingsbehoevenden; 1.92 zone: een op de verbeelding aangegeven gebied, waarvoor aanvullende bepalingen gelden.

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 12 van 86

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 bebouwingspercentage: het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de nok van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de dakhelling: de hoek, gemeten in graden, van een hellend dakvlak ten opzichte van een horizontaal vlak; 2.4 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil (maaiveld) tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, nederwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.7 vloeroppervlakte woning: de som van de oppervlakten van alle bouwlagen, deel uitmakende van het hoofdgebouw, daar onder begrepen kelderruimten en zolderruimten voor zover de vrije hoogte ten minste 1.50 meter bedraagt, en met uitzondering van: ruimten waar kleinere vrije hoogte dan 1.50 meter aanwezig is, alsmede balkons, bijgebouwen, gemeenschappelijke berg-, verkeers- en wasruimten en loggia's; 2.8 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen; 2.9 verticale diepte: de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer; 2.10 horizontale diepte: de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel.

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 13 van 86

Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 14 van 86

Artikel 3

Agrarisch

3.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering; b. de agrarische gronden; c. de bedrijfsgebouwen en andere bouwwerken die voor de agrarische bedrijfsuitoefening nodig zijn; d. glastuinbedrijven ter plaatse van de functieaanduiding 'kas'; met de daarbij behorende: e. bouwwerken geen gebouwen zijnde; f. toegangswegen voor de ontsluiting van de agrarische percelen; g. groenvoorzieningen; h. sloten, waterlopen en waterhuishoudkundige voorzieningen; i. openbare nutsvoorzieningen; j. waterbassins; k. voet- en fietspaden. 3.2 bouwregels 3.2.1 Algemeen Op de in artikel 3.1 genoemde gronden mag slechts worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming. 3.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en kassen gelden de volgende regels: a. bedrijfsgebouwen en kassen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak gebouwd worden; b. kassen mogen uitsluitend gerealiseerd worden ter plaatse van de functieaanduiding 'kas'; c. het maximum bebouwingspercentage mag 100% bedragen, tenzij anders is aangeduid; d. het maximum bebouwingspercentage ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' mag niet worden overschreden; e.

de maximum goot- en bouwhoogte van een bedrijfsgebouw en kas ter plaatse van de bouwaanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden; f. de maximum bouwhoogte ter plaatse van de bouwaanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden; g. de regels onder a. tot en met f. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 27.1 van deze planregels. 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor de realisatie van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van erfafscheidingen voor zover gelegen binnen het bouwvlak, mag niet meer bedragen dan 2 meter; b. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde voor zover gelegen binnen het bouwvlak, mag niet meer bedragen dan 10 meter; c. de maximum bouwhoogte van erfafscheidingen voor zover gelegen het bouwvlak, mag niet meer bedragen dan 1,5 meter;

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 15 van 86

d. de regels onder a. tot en met c. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 27.1 van deze planregels. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ter waarborging van: a. de sociale veiligheid; b. de verkeersveiligheid; c. de waterhuishouding; d. de brandveiligheid en rampenbestrijding; e. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, en de landschappelijke inrichting; f. de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken. 3.4 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 3.4.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

3.4.2 Laden en of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 3.4.3 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 3.4.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of; b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 3.4.4 Afwijken van de regels voor laden en of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 3.4.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 3.4.5 Nadere eisen parkeernormen

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 16 van 86

Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 3.5 specifieke gebruiksregels 3.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens; b. het opslaan of opgeslagen hebben van goederen, waarvan de aanwezigheid voor de agrarische bedrijfsvoering niet noodzakelijk is; c. het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen, bestemd en gereed voor onmiddellijk gebruik of verbruik, uitgezonderd de verkoop of het ten verkoop aanbieden van agrarische producten afkomstig van het betrokken agrarische bedrijf; d. het bedrijfsmatig ten behoeve van derden vervaardigen of herstellen van goederen, uitgezonderd het verwerken van producten afkomstig van het betrokken agrarische bedrijf; e. een uitsluitend of overwegend gebruik: 1. als tussenhandel voor agrarische producten, toeristisch bedrijf en daarmee vergelijkbaar gebruik; 2. ten dienste van: de levering van goederen en/of diensten voor het agrarisch-, tuinbouw- en/of ander bedrijf; f.

het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen; g. het gebruik van de gronden ten behoeve van de stalling van diverse voer- en vaartuigen, anders dan de stalling ten behoeve van de bestemming; h. het gebruik van de gronden als sport-, wedstrijd- of speelterreinen, paardenweiden en buitenmaneges; i. het beproeven van voertuigen voor onder meer de motorsport en de modelvliegsport; j. het parkeren, anders dan ten behoeve van het ter plaatse aanwezige bedrijf; k. het gebruik van gronden en bebouwing als parkeergelegenheid voor reizigers die reizen vanaf de luchthaven Schiphol; l. het wonen, waaronder het in gebruik nemen van vrijkomende agrarische bebouwing voor woondoeleinden; m. het huisvesten van tijdelijke arbeidsmigranten. 3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.6.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, verleggen of verharden van wegen, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; b. het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de gronden; c. het scheuren van grasland ten behoeve van graslandverbetering, tijdelijke andere teelt of permanente teelt; d.

het aanbrengen van bovengrondse transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 17 van 86

e. het aanbrengen of aanleggen van oeverbeschoeiingen, kaden, dammen en aanlegplaatsen; f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande waterlopen; g. het aanbrengen van afbeeldingen of tekens voor commerciële doeleinden. 3.6.2 Toegestane werkzaamheden Het verbod bedoeld als onder lid 3.6.1 is niet van toepassing ten aanzien van werken en werkzaamheden gericht op of dienstig aan de realisering van de bestemming dan wel voortvloeiend uit normaal onderhoud of beheer van deze gronden. 3.6.3 Voorwaarden voor omgevingsvergunning De in lid 3.6.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het terrein.

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 18 van 86

Artikel 4

Agrarisch - Glastuinbouw

4.1 bestemmingsomschrijving De voor Agrarisch - Glastuinbouw aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het uitoefenen van tuinbouwbedrijven, al dan niet onder glas; b. het uitoefenen van handelskwekerijen als bedoeld in artikel 1.46 van deze planregels; c. gebouwen en andere bouwwerken ten behoeve van het tuinbouwbedrijf; d. agrarische verwerkingsbedrijven ter plaatse van de functieaanduiding 'agrarisch bedrijf'; e. opslag en stalling uitsluitend ten behoeve van het agrarisch bedrijf ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - opslag'; f. de bedrijfsuitoefening overeenkomstig de bedrijfscategorieën 1 en 2 als aangegeven in de Staat van Bedrijfsactiviteiten in bijlage 1 van deze planregels, met uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen en met uitzondering van bedrijfsactiviteiten die vallen onder het besluit externe veiligheid inrichtingen ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijf'; met de daarbij behorende: g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, h. verhardingen; met daaraan ondergeschikt: i. ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen; j. groenvoorzieningen; k. sloten, waterlopen en waterhuishoudkundige voorzieningen; l. openbare nutsvoorzieningen. 4.2 bouwregels 4.2.1 Algemeen Op de gronden als bedoeld in 4.1 van dit artikel mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. kassen; b.

andere bedrijfsgebouwen, zoals bedrijfsgebonden kantoorruimten, laboratoria, opslagruimten, inpakruimten, onderzoeksruimten en presentatieruimten ten dienste van de op dat perceel behorende glastuinbouw; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedoeld voor de energie(terug)levering, waaronder begrepen de behuizing van CO2-opslagtanks, warmte(koude)opslagtanks, wkk-installaties en transformatoren; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedoeld voor de waterberging, waaronder begrepen watersilo's en waterbassins; e. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met dien verstande dat er op basis van wet- en regelgeving voldoende afstand van een milieuhinderlijke bron tot een gevoelige functie aangehouden moet worden. 4.2.2 Kassen en bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van kassen en bedrijfsgebouwen behorende bij tuinbouwbedrijven gelden de volgende regels: a. kassen en bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage per bouwvlak bedraagt 95%;

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 19 van 86

c. het maximum bebouwingspercentage ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' mag niet worden overschreden; d. het bebouwingspercentage van bedrijfsgebonden kantoorrruimten mag niet meer bedragen dan 5% en voor andere bedrijfsgebouwen genoemd in artikel 4.2.1 onder b niet meer dan 20%; e. de maximum bouwhoogte van kassen ter plaatse van de bouwaanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden; f. de maximale bouwhoogte van bedrijfsgebouwen niet zijnde kassen bedraagt 8 meter; g. glastuinbouwkassen en bedrijfsgebouwen zijn uitsluitend toegestaan indien de afstand tot woningen in het lint meer bedraagt dan 14 meter; h. glastuinbouwkassen en bedrijfsgebouwen zijn uitsluitend toegestaan indien de afstand tot woningen die onderdeel uitmaken van een rustige woonwijk meer bedraagt dan 25 meter; i. bedrijfsgebouwen en overige bedrijfsbouwwerken waarin geluidsbronnen aanwezig zijn, zijn uitsluitend toegestaan indien de afstand tot woningen die onderdeel uitmaken van een rustige woonwijk meer bedraagt dan 30 meter; j. de afstand van kassen en bedrijfsgebouwen tot een zijdelingse perceelsgrens of kavelsloot en de achterste perceelsgrens of kavelsloot mag niet minder bedragen dan 2 meter; k. de regels onder a. tot en met j. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 27.1 van deze planregels.

4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde en werken, geen bouwwerken zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde en werken, geen bouwwerken zijnde gelden de volgende regels: a. de hoogte van terrein- en erfafscheidingen en overige hekwerken mag maximaal 2 meter bedragen; b. de hoogte van palen, (licht-)masten mag maximaal 6 meter bedragen; c. de hoogte van de omwalling van waterbassins mag niet meer dan 5 meter bedragen; d. de maximale bouwhoogte van een warmte(koude)opslagtank, CO2 opslagtank, watersilo of koeltoren is 11 meter; e. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag maximaal 6 meter bedragen; f. de afstand van bouwwerken, geen gebouwen zijnde en werken, geen bouwwerken zijnde tot een zijdelingse perceelsgrens of kavelsloot en de achterste perceelsgrens of kavelsloot mag niet minder bedragen dan 2 meter; g. de regels onder a. tot en met f. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 27.1 van deze planregels. 4.3 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 4.3.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'.

Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 4.3.2 Laden en of lossen

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 20 van 86

Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 4.3.3 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 4.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of; b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 4.3.4 Afwijken van de regels voor laden en of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 4.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 4.3.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a.

de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 4.4 specifieke gebruiksregels 4.4.1 Specifiek gebruik In afwijking van het bepaalde in 4.1 onder f, zijn de volgende bedrijven met milieucategorie 3.1, 3.2 en 4.2 toegestaan: a. een loon- en aannemersbedrijf (grondwerk, wegenbouw), Mijnsherenweg 34A (milieucategorie 3.2); b. ter plaatse van de functieaanduiding (sa-b1) een aannemersbedrijf met werkplaats, als bedoeld in de Staat van Bedrijfsactiviteiten in bijlage 1 van deze planregels (milieucategorie 3.1); c. ter plaatse van de functieaanduiding (sa-b2) een grondbedrijf met de volgende bedrijfsactiviteiten: op- en overslag en bewerking van grond- en bouwstoffen, composteringswerkzaamheden en het breken van puin (milieucategorie 4.2). 4.4.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens; b. het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen, bestemd en gereed voor onmiddellijk gebruik of verbruik, uitgezonderd de verkoop of het ten verkoop aanbieden van agrarische producten afkomstig van het betrokken agrarische bedrijf;

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 21 van 86

c. het bedrijfsmatig ten behoeve van derden vervaardigen of herstellen van goederen, uitgezonderd het verwerken van producten afkomstig van het betrokken agrarische bedrijf; d. een uitsluitend of overwegend gebruik: 1. als tussenhandel voor agrarische producten, toeristisch bedrijf en daarmee vergelijkbaar gebruik; 2. ten dienste van: de levering van goederen en/of diensten voor het agrarisch-, tuinbouw- en/of ander bedrijf; e. het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen; f. het gebruik van de gronden ten behoeve van de stalling van diverse voer- en vaartuigen, anders dan de stalling ten behoeve van de bestemming; g. het gebruik van de gronden als sport-, wedstrijd- of speelterreinen, paardenweiden en buitenmaneges; h. het beproeven van voertuigen voor onder meer de motorsport en de modelvliegsport; i. het parkeren, anders dan ten behoeve van het ter plaatse aanwezige bedrijf; j. het gebruik van gronden en bebouwing als parkeergelegenheid voor reizigers die reizen vanaf de luchthaven Schiphol; k. het wonen, waaronder het in gebruik nemen van vrijkomende agrarische bebouwing voor woondoeleinden; l. het huisvesten van tijdelijke arbeidsmigranten; m. het gebruik van bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 22 van 86

Artikel 5

Agrarisch - Tuinbouw

5.1 bestemmingsomschrijving De voor Agrarisch - Tuinbouw aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een tuinbouwbedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden bedrijfsvoering; b. de tuinbouwgronden; met de daarbij behorende: c. voet- en fietspaden; d. erven, terreinen en voorzieningen, zoals ontsluitingswegen ten behoeve van de bereikbaarheid van de percelen, laad- en losvoorzieningen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen voor het agrarisch gebruik; e. groenvoorzieningen, waterlopen, waterhuishoudkundige voorzieningen, bruggen en openbare nutsvoorzieningen; f. waterbassins en overige waterberging. 5.2 bouwregels 5.2.1 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. bedrijfsgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd; b. de maximum goot- en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden; c. het bebouwingspercentage bedraagt 100%, tenzij anders is aangeduid; d. de regels onder a. tot en met c. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 27.1 van deze planregels. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de hoogte van erfafscheidingen mag maximaal 2 meter mag bedragen; b. de hoogte van palen mag maximaal 6 meter bedragen c.

de hoogte van (licht-)masten mag maximaal 4 meter bedragen; d. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag maximaal 3 meter bedragen; e. de regels onder a. tot en met d. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 27.1 van deze planregels. 5.3 specifieke gebruiksregels 5.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens; b. het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen, bestemd en gereed voor onmiddellijk gebruik of verbruik, uitgezonderd de verkoop of het ten verkoop aanbieden van agrarische producten afkomstig van het betrokken agrarische bedrijf; c. het bedrijfsmatig ten behoeve van derden vervaardigen of herstellen van goederen, uitgezonderd het verwerken van producten afkomstig van het betrokken agrarische bedrijf; d. een uitsluitend of overwegend gebruik: Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 23 van 86

1. als tussenhandel voor agrarische producten, toeristisch bedrijf en daarmee vergelijkbaar gebruik; 2. ten dienste van: de levering van goederen en/of diensten voor het agrarisch-, tuinbouw- en/of ander bedrijf; e. het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen; f. het gebruik van de gronden ten behoeve van de stalling van diverse voer- en vaartuigen; g. het gebruik van de gronden als sport-, wedstrijd- of speelterreinen, paardenweiden en buitenmaneges; h. het beproeven van voertuigen voor onder meer de motorsport en de modelvliegsport; i. het parkeren, anders dan ten behoeve van het ter plaatse aanwezige bedrijf; j. het gebruik van gronden en bebouwing als parkeergelegenheid voor reizigers die reizen vanaf de luchthaven Schiphol; k. het wonen, waaronder het in gebruik nemen van vrijkomende agrarische bebouwing voor woondoeleinden; l. het huisvesten van tijdelijke arbeidsmigranten; m. het gebruik van bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting. 5.3.2 Specifieke gebruiksregel Voor zover er na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bebouwing of verharding op de in 5.1 genoemde gronden wordt toegevoegd dient binnen de bestemming tenminste 10% van het toegevoegde oppervlak aan bebouwing of verharding als water te worden ingericht.

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 24 van 86

Artikel 6

Bedrijf

6.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijfsactiviteiten van bedrijven die behoren tot de categorieën 1 en 2 uit de van deze planregels deel uitmakende Staat van Bedrijfsactiviteiten, met uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen, alsmede met uitzondering van bedrijfsactiviteiten die vallen onder het besluit externe veiligheid inrichtingen; b. gebouwen en andere bouwwerken die voor de bedrijfsuitoefening nodig zijn; c. een verkooppunt voor motorbrandstoffen zonder lpg ter plaatse van de functieaanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg'; d. een showroom ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf autoshowroom'; met de daarbij behorende: e. kantoor- en andere vergelijkbare nevenruimte; f. bouwwerken geen gebouwen zijnde; g. laad- en losvoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: h. ontsluitingswegen- en paden, al dan niet gebouwde parkeervoorzieningen en andere verhardingen; i. groenvoorzieningen; j. waterhuishoudkundige voorzieningen; k. openbare nutsvoorzieningen. 6.2 bouwregels 6.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van de in lid 6.1 genoemde gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de maximum bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden; c.

de maximum goot- en de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden; d. het bebouwingspercentage bedraagt 100%, tenzij anders is aangeduid; e. de regels onder a. tot en met d. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 27.1 van deze planregels. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan: 1. 6 meter voor palen en masten en voor het overige; 2. 3 meter voor lichtmasten; c. de regels onder a. en b. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 27.1 van deze planregels. 6.3 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 6.3.1 Parkeernormen

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 25 van 86

Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 6.3.2 Laden en of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 6.3.3 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 6.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of; b.

met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 6.3.4 Afwijken van de regels voor laden en of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 6.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 6.3.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 6.4 specifieke gebruiksregels 6.4.1 Specifiek gebruik In afwijking van het bepaalde in 6.1 onder a, is: a. een bedrijf met milieucategorie 3.1, waaronder een aannemersbedrijf met werkplaats, toegestaan op het perceel Cactuslaan 15; b. een metaalbewerkingsbedrijf: een bedrijf voor het assembleren van machines, draai- en freeswerk, lasersnijden, ponsen, kanten, lassen en poedercoating, met milieucategorie 3.2 toegestaan, op het perceel Cactuslaan 3. 6.4.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend:

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 26 van 86

a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijven, anders dan die zijn genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten onder de categorieën 1, 2; b. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor bewoning; c. het huisvesten van tijdelijke arbeidsmigranten; d. het gebruik van gebouwen voor meer dan 30% voor kantoordoeleinden verbonden aan de bedrijfsactiviteiten en voor alle kantooractiviteiten niet verbonden aan een bedrijfsactiviteit; e. een verkooppunt voor motorbrandstoffen (incl. LPG); f. showrooms; g. het parkeren, anders dan ten behoeve van het ter plaatse aanwezige bedrijf; h. het gebruik van gronden en bebouwing als parkeergelegenheid voor reizigers die reizen vanaf de luchthaven Schiphol; i. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijven, anders dan die zijn genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten onder de categorieën 1, 2; j. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel; k. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van horeca; l. het gebruik van onbebouwde gronden gelegen buiten het bouwvlak voor opslag van goederen met een hoogte van meer dan 2 meter; m. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; n. een geluidzoneringsplichtig bedrijf; o. een bedrijf dat valt onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

6.5 afwijken van de gebruiksregels Met een omgevingsvergunning kan, met inachtneming van de milieusituatie, afgeweken worden van het bepaalde in lid 6.4.2. sub a en toestaan dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten onder de categorieën 1 en 2. Bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, geurproductie, stofuitworp en gevaar, waarbij tevens kan worden gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking.

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 27 van 86

Artikel 7

Bedrijf - Nutsvoorziening

7.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - Nutsvoorzieningen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorgebouwen, gebouwen ten behoeve van de gasvoorziening, waterzuiveringsinstallatie en warmte- en koudeopslag en daarmee gelijk te stellen gebouwen; a. een antennemast ter plaatse van de functieaanduiding 'antennemast'; met de daarbij behorende: b. bouwwerken geen gebouwen zijnde; met daaraan ondergeschikt: c. ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen; d. groenvoorzieningen en openbare ruimten; e. waterhuishoudkundige voorzieningen. 7.2 bouwregels 7.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de goot- en bouwhoogte is maximaal 4 meter, tenzij anders aangeduid; c. het bebouwd oppervlak mag 100% bedragen, tenzij anders is aangeduid. 7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; b. de hoogte van palen en (licht)masten mag niet meer dan 6 meter bedragen; c. de hoogte van de antennemast ter plaatse van de functieaanduiding antennemast mag niet meer bedragen dan 30 meter; d.

de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen. 7.3 specifieke gebruiksregels 7.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend het gebruik van onbebouwde gronden voor de opslag van goederen.

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 28 van 86

Artikel 8

Bedrijf - Slibterrein

8.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - Slibterrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. op- en overslag, bewerking en ontwatering van bagger afkomstig van het onderhoud en beheer van oppervlaktewaterlichamen en de op- en overslag van grond uit projecten en de be- en verwerking van grond- en bouwstoffen afkomstig uit projecten ten behoeve van hergebruik in het kader van de circulaire economie; met de daarbij behorende: b. bouwwerken geen gebouwen zijnde; met daaraan ondergeschikt: c. ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen; d. groenvoorzieningen; e. waterhuishoudkundige voorzieningen; f. openbare nutsvoorzieningen. 8.2 bouwregels 8.2.1 Algemeen In of op de in artikel 8.1 genoemde gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming worden gebouwd. 8.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' mag het maximum bebouwingspercentage niet worden overschreden; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag de maximum bouwhoogte niet worden overschreden; d. de regels onder a. tot en met c. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 27.1 van deze planregels.

8.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de hoogte van erfafscheidingen mag maximaal 2 meter bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 6 meter

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 29 van 86

Artikel 9

Centrum

9.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Centrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van detailhandel, dienstverlenende voorzieningen en maatschappelijke voorzieningen; b. horeca in de categorie 1 en 2 ter plaatse van de functieaanduiding 'horeca'; c. uitsluitend kantoren en maatschappelijke voorzieningen ter plaatse van de functieaanduiding 'gemengd'; d. wonen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-gebonden bedrijf tot maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de woning; e. een parkeergarage ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage', met de daarbij behorende in- en uitritten; met de daarbij behorende: f. bouwwerken geen gebouwen zijnde; g. openbaar toegankelijk gebied; h. voet- en fietspaden; i. speelvoorzieningen; j. parkeervoorzieningen; k. terrassen; met daaraan ondergeschikt: l. horecavoorzieningen tot en met categorie 2 ten dienste aan de hoofdbestemming; m. de bij de centrumvoorzieningen behorende kantoorruimten; n. ontsluitingswegen en andere verhardingen; o. groenvoorzieningen; p. waterhuishoudkundige voorzieningen; q. openbare nutsvoorzieningen. 9.2 bouwregels 9.2.1 Algemeen Op en onder de in artikel 9.1 genoemde gronden mag slechts worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming. 9.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a.

een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwd oppervlak mag 100% bedragen, tenzij anders is aangeduid; c. het maximum bebouwingspercentage ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' mag niet worden overschreden; d. de maximum bouwhoogte ter plaatse van de bouwaanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden e. de regels onder a. tot en met d. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 27.1 van deze planregels. 9.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. 6 meter voor palen en masten; b. 3 meter voor lichtmasten en voor het overige.

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 30 van 86

9.3 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 9.3.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 9.3.2 Laden en of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 9.3.3 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 9.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=3573cc6f-1cb8-4a84-8ca8-1b3d39ce955f