CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels bp Kudelstaart 2020.pdf

1c.Commissie Ruimte en Economie - historie tot 10-03-2022 31 augustus 2021, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Bestemmingsplan Kudelstaart24.097 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of; b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 9.3.4 Afwijken van de regels voor laden en of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 9.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 9.3.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 9.4 specifieke gebruiksregels 9.4.1 Aan-huis-verbonden beroep en of aan-huis-gebonden bedrijf Het uitoefenen van een aan-huis-verbonden beroep en/of aan-huis-gebonden bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het bruto-vloeroppervlak voor de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep danwel het aan-huis-gebonden bedrijf niet groter is dan 30% van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken;

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 31 van 86

c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. geen gebruik wordt gemaakt van gevelreclame; e. het beroep alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; f. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; g. er geen buitenopslag plaatsvindt, noch beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning, met uitzondering van in- en uitladen. 9.4.2 Specifiek gebruik Voor de in artikel 9.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksregels: a. de onder a en b genoemde centrumvoorzieningen zijn uitsluitend toegstaan op de begane grond; b. wonen is uitsluitend toegestaan vanaf de eerste bouwlaag; c. ter plaatse van de functieaanduiding 'wonen' is wonen tevens op de begane grond toegestaan; d. horeca in de categorie 1 en 2 is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de functieaanduiding 'horeca'. e. ter plaatse van de functieaanduiding 'gemengd' zijn uitsluitend maatschappelijke voorzieningen en kantoren toegestaan met een maximum oppervlak van 1500 m². 9.4.3 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van onbebouwde gronden voor opslag van goederen; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; c.

het gebruiken of doen gebruiken van meer dan 30% van de vloeroppervlakte van een woning, met inbegrip van de daarbij behorende aan- en/of bijgebouwen, als kantoor- en/of praktijkruimte ten behoeve van een aan huis gebonden beroep of bedrijf; d. het gebruik van gebouwen voor meer dan 30% voor kantoordoeleinden verbonden aan de in artikel 9.1 onder a. en b. genoemde centrumvoorzieningen en voor alle kantooractiviteiten niet verbonden aan een centrumvoorziening.

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 32 van 86

Artikel 10

Gemengd

10.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van de horeca in de categorie 1, 2 en 3; b. wonen boven de begane grondbouwlaag en op de begane grondlaag, voor zover niet meer dan 20% van het bruto vloeroppervlak op de begane grondlaag voor het wonen wordt benut; c. het uitoefenen van een aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-gebonden bedrijf tot maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de woning; d. ongebouwde parkeervoorzieningen met de daarbij behorende in-en uitritten ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeerterrein'; met de daarbij behorende: e. terrassen; f. tuinen en erven g. bouwwerken geen gebouw zijnde; met daaraan ondergeschikt: h. ontsluitingswegen en andere verhardingen; i. fietsparkeervoorzieningen; j. groenvoorzieningen; k. vijvers, sloten, waterlopen en waterhuishoudkundige voorzieningen; l. openbare nutsvoorzieningen. 10.2 bouwregels 10.2.1 Algemeen Op en onder de in artikel 10.1 genoemde gronden mag slechts worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming. 10.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwd oppervlak mag 100% bedragen, tenzij anders is aangeduid; c.

de maximum goot- en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden; d. het maximum bebouwd oppervlak ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m2)' mag niet worden overschreden; e. het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven; f. de regels onder a. tot en met e. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 27.1 van deze planregels. 10.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; b. 6 meter voor palen en masten; c. 3 meter voor lichtmasten en voor het overige. 10.3 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 33 van 86

10.3.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 10.3.2 Laden en of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 10.3.3 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 10.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of; b.

met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 10.3.4 Afwijken van de regels voor laden en of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 10.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 10.3.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 10.4 specifieke gebruiksregels 10.4.1 Aan-huis-verbonden beroep en of aan-huis-gebonden bedrijf Het uitoefenen van een aan-huis-verbonden beroep en/of aan-huis-gebonden bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het bruto-vloeroppervlak voor de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep danwel het aan-huis-gebonden bedrijf niet groter is dan 30% van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d.

geen gebruik wordt gemaakt van gevelreclame; Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 34 van 86

e. het beroep alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; f. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; g. er geen buitenopslag plaatsvindt, noch beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning, met uitzondering van in- en uitladen. 10.4.2 Specifiek gebruik Voor de in artikel 10.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksregels ten aanzien van: a. de in artikel 10.1 onder a genoemde horeca geldt een maximum bruto vloeroppervlak van 200 m²; b. de in artikel 10.1 onder e genoemde terrassen geldt een maximum oppervlakte van 150 m². 10.4.3 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1. eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken of doen gebruiken van meer dan 30% van de vloeroppervlakte van een woning, met inbegrip van de daarbij behorende aan- en/of bijgebouwen, als kantoor- en/of praktijkruimte ten behoeve van een aan huis gebonden beroep of bedrijf; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 35 van 86

Artikel 11

Groen

11.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplanting; c. een pluktuin ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen – pluktuin'; d. schooltuinen ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen – schooltuin'; met daaraan ondergeschikt: e. parkeervoorzieningen; f. fiets-, voet en ruiterpaden; g. speelvoorzieningen; h. water, waterlopen, waterpartijen en oevervoorzieningen; i. bruggen en landhoofden; j. duikers en duikerbruggen; k. kunstobjecten; l. kunstwerken; m. openbare nutsvoorzieningen; met de daarbij behorende: n. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 11.2 bouwregels 11.2.1 Gebouwen a. Op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming worden gebouwd; b. In afwijking van het bepaalde onder a. van dit artikellid mogen ter plaatse van de functieaanduidingen 'specifieke vorm van groen – pluktuin' en 'specifieke vorm van groen – schooltuin' gebouwen worden gebouwd, waarvoor de volgende regels gelden: I. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; II. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m2)' mag het maximum bebouwd oppervlak niet worden overschreden; III.ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag de maximum bouwhoogte niet worden overschreden; IV.

de regels onder I. tot en met III. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 27.1 van deze planregels. 11.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van kunstobjecten mag niet meer bedragen dan 6 meter; b. de hoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 10 meter; c. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter. 11.3 specifieke gebruiksregels 11.3.1 Strijdig gebruik

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 36 van 86

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; b. het gebruik van gronden als staan- of ligplaats, alsmede kampeerterrein; c. agrarische doeleinden; d. het gebruik van gronden voor het beproeven van voer- of vaartuigen, voor het beoefenen van auto- of motorsport of de (model) vliegsport en voor het houden wedstrijden met motorvoertuigen of bromfietsen; e. het gebruik van gronden voor sport- of wedstrijdterrein, parkeerterrein, landingsplaats, dagcamping dan wel voor de ruitersport.

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 37 van 86

Artikel 12

Maatschappelijk

12.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen; b. een begraafplaats ter plaatse van het perceel Kudelstaartseweg 245-247; c. een dienstwoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - dienstwoning'; met de daarbij behorende: d. tuinen en erven; e. openbaar toegankelijk gebied; f. bouwwerken geen gebouwen zijnde; met daaraan ondergeschikt: g. horecavoorzieningen ten dienste van de bestemming; h. detailhandel ten dienste van de bestemming; i. ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen; j. groenvoorzieningen; k. speelvoorzieningen; l. waterhuishoudkundige voorzieningen; m. openbare nutsvoorzieningen. 12.2 bouwregels 12.2.1 Algemeen Op en onder de in artikel 12.1 genoemde gronden mag slechts worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming. 12.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwd oppervlak mag 100% bedragen, tenzij anders is aangeduid; c. de maximum goot- en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden; d. de maximum bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden; e.

ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - hoogteaccent' is een hoogteaccent met een maximale hoogte van 30 meter en maximaal grondoppervlak van 20 m² toegestaan; f. de regels onder a. tot en met e. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 27.1 van deze planregels. 12.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen binnen een zone van 5 meter vanaf de openbare weg mag niet meer dan 1 meter bedragen; b. de hoogte van overige erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; c. 6 meter voor het overige.

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 38 van 86

12.3 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 12.3.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 12.3.2 Laden en of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 12.3.3 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 12.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a.

de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of; b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 12.3.4 Afwijken van de regels voor laden en of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 12.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 12.3.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 12.4 specifieke gebruiksregels 12.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de onbebouwde gronden voor opslag van goederen; b. het gebruik van gronden als begraafplaats, asielzoekerscentrum en verslavingszorg; c. het gebruik van gronden en bouwwerken als seksinrichting; d. het gebruik van gebouwen voor bewoning;

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 39 van 86

e. het gebruik van gronden en bouwwerken voor zelfstandige detailhandel; f. het gebruik van gronden en bouwwerken voor zelfstandige horeca.

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 40 van 86

Artikel 13

Sport

13.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sportterreinen met de daar bijbehorende gebouwen en voorzieningen; b. een jongeren ontmoetingsplek ter plaatse van de functieaanduiding 'jop'; met de daarbij behorende: c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. fietsenstallingen; e. parkeervoorzieningen; f. waterhuishoudkundige voorzieningen; g. fiets- en voetpaden; met daaraan ondergeschikt: h. ontsluitingswegen en andere verhardingen; i. groenvoorzieningen, j. speelvoorzieningen; k. openbare nutsvoorzieningen; l. horecavoorzieningen ten dienste van de bestemming; m. detailhandel ten dienste van de bestemming. 13.2 bouwregels 13.2.1 Algemeen Op en onder de in artikel 13.1 genoemde gronden mag slechts worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming. 13.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. de hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag 100% bedragen, tenzij anders is aangeduid; c. de maximum goot- en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden; d. de maximum bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden; e. de regels onder a. tot en met d.

vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 27.1 van deze planregels. 13.2.3 Bijgebouwen Voor het bouwen van bijgebouwen ten dienste van de sportvoorziening gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte per sportvereniging mag niet meer bedragen dan 30 m2; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter. 13.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 3 meter; b. de hoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 18 meter; c. de hoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 6 meter bedragen.

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 41 van 86

13.3 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 13.3.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 13.3.2 Laden en of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 13.3.3 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 13.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a.

de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of; b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 13.3.4 Afwijken van de regels voor laden en of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 13.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 13.3.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 13.4 specifieke gebruiksregels 13.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden: a. als staan- of ligplaats van onderkomens, alsmede kampeerterrein;

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 42 van 86

b. als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; c. voor het aanwezig zijn of opgeslagen hebben van aan hun gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen dan wel onderdelen daarvan, alsmede het plaatsen van al dan niet gerede motorvoertuigen; d. voor het beproeven van voer- of vaartuigen, voor het beoefenen van auto- of motorsport of de (model)vliegsport en voor het houden van wedstrijden met motorvoertuigen of bromfietsen; e. het gebruik van gronden en bebouwing als parkeergelegenheid voor reizigers die reizen vanaf de luchthaven Schiphol; f. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; g. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van niet ondergeschikte horeca; h. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van niet ondergeschikte detailhandel.

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 43 van 86

Artikel 14

Sport - Sporthal

14.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Sport - Sporthal' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van sportvoorzieningen en bewegingsonderwijs met de daarbij behorende voorzieningen zoals tribunes, kleedruimtes, vergaderruimten, opslagruimten en een kantine. met de daarbij behorende: b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. parkeervoorzieningen; d. fietsenstallingen; e. fiets- en voetpaden; met daaraan ondergeschikt: f. ontsluitingswegen en andere verhardingen; g. waterhuishoudkundige voorzieningen; h. groenvoorzieningen; i. speelvoorzieningen; j. openbare nutsvoorzieningen; k. horecavoorzieningen ten dienste van de bestemming; l. detailhandel ten dienste van de bestemming. 14.2 bouwregels 14.2.1 Algemeen Op en onder de in artikel 14.1 genoemde gronden mag slechts worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming. 14.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gerealiseerd; b. het bebouwingspercentage mag 100% bedragen, tenzij anders is aangeduid; c. de maximum bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden d. de regels onder a. tot en met c. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 27.1 van deze planregels.

14.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de hoogte van erfafscheidingen mag maximaal 2 meter bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijn mag maximaal 6 meter bedragen. 14.3 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 14.3.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 44 van 86

Parkeernormen Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 14.3.2 Laden en of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 14.3.3 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 14.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of; b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 14.3.4 Afwijken van de regels voor laden en of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 14.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a.

het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 14.3.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 14.4 specifieke gebruiksregels 14.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van niet ondergeschikte horeca; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van niet ondergeschikte detailhandel c. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 45 van 86

Artikel 15

Tuin

15.1 bestemmingsomschrijving De voor Tuin (T) aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. erkers; c. bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van tuin - bijgebouw'; met de daarbij behorende: d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; met daaraan ondergeschikt: e. verhardingen; f. in- en uitritten voor parkeergarages. 15.2 bouwregels 15.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, behoudens het bepaalde in 15.2.3 en 15.2.4. 15.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan: 1. 6 meter voor palen; 2. 3 meter voor lichtmasten 3. 1 meter voor het overige; b. voor erf- en perceelafscheidingen bij woningen in een voorerfgebied, dat grenst aan een openbaar toegankelijk gebied gelden de volgende voorwaarden: 1. de hoogte van de afscheiding in een voorerfgebied mag vanaf het aansluitende terrein niet meer dan 2,00 meter bedragen, mits het voorerfgebied minimaal 2,50 meter diep is ten opzichte van de voorgevelrooilijn van de woning; 2.

een afscheiding vanaf 1 meter hoog tot 2,00 meter hoog in het voorerfgebied mag slechts bestaan uit een transparant rasterwerk dat minimaal 90% open van structuur is, en zich leent voor begroeiing; 3. de bouwhoogte van gemetselde penanten in een voorerfgebied mag niet meer dan 2,00 meter bedragen; 4. een toegangspoort, die onderdeel uitmaakt van de totale erf- of perceelafscheiding of die geplaatst wordt tussen groenvoorzieningen, mag niet breder zijn dan 4 meter en niet hoger dan 2 meter ten opzichte van het aansluitende terrein; 5. de onder 3 en 4 genoemde regels zijn uitsluitend toegestaan bij vrijstaande woningen. 15.2.3 Erkers Voor het bouwen van erkers gelden de volgende regels: a. een erker mag alleen worden gebouwd aan een hoofdgebouw; b. de diepte van een erker mag maximaal 1 meter bedragen; c. de breedte van een erker mag maximaal 3/5 deel bedragen van de voorgevelgevelbreedte van de woning; d. de hoogte van een erker mag niet hoger zijn dan 0,30 meter boven de eerste verdieping van de woning; e. de erker bedoeld is om de woonkamer of de keuken te vergroten. Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 46 van 86

15.2.4 Bijgebouwen Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende regels: a. bijgebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van tuin - bijgebouw'; a. de maximum oppervlakte van een bijgebouw mag niet meer dan 9 m² bedragen; b. de maximum bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 meter. 15.3 specifieke gebruiksregels 15.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van deze gronden voor opslag voor goederen; b. het gebruik van deze gronden ten behoeve van het parkeren.

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 47 van 86

Artikel 16

Tuin - Parkeertuin

16.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin - Parkeertuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. minimaal 1 ongebouwde parkeerplaats per woning met de daarbij behorende inrit; c. erkers; met de daarbij behorende: d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; met daaraan ondergeschikt: e. verhardingen. 16.2 bouwregels 16.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, behoudens het bepaalde in 16.2.3. 16.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan: 1. 6 meter voor palen; 2. 3 meter voor lichtmasten 3. 1 meter voor het overige; b. voor erf- en perceelafscheidingen bij woningen in een voorerfgebied, dat grenst aan een openbaar toegankelijk gebied gelden de volgende voorwaarden: 1. de hoogte van de afscheiding in een voorerfgebied mag vanaf het aansluitende terrein niet meer dan 2,00 meter bedragen, mits het voorerfgebied minimaal 2,50 meter diep is ten opzichte van de voorgevelrooilijn van de woning; 2. een afscheiding vanaf 1 meter hoog tot 2,00 meter hoog in het voorerfgebied mag slechts bestaan uit een transparant rasterwerk dat minimaal 90% open van structuur is, en zich leent voor begroeiing; 3.

de bouwhoogte van gemetselde penanten in een voorerfgebied mag niet meer dan 2,00 meter bedragen; 4. een toegangspoort, die onderdeel uitmaakt van de totale erf- of perceelafscheiding of die geplaatst wordt tussen groenvoorzieningen, mag niet breder zijn dan 4 meter en niet hoger dan 2 meter ten opzichte van het aansluitende terrein; 5. de onder 3 en 4 genoemde regels zijn uitsluitend toegestaan bij vrijstaande woningen. c. de onder a en b genoemde bouwwerken mag niet leiden tot het niet in stand kunnen houden van een parkeerplaats. 16.2.3 Erkers Voor het bouwen van erkers gelden de volgende regels: a. een erker mag alleen worden gebouwd aan een hoofdgebouw; b. de diepte van een erker mag maximaal 1 meter bedragen; c. de breedte van een erker mag maximaal 3/5 deel bedragen van de voorgevelgevelbreedte van de woning; d. de hoogte van een erker mag niet hoger zijn dan 0,30 meter boven de eerste verdieping van de woning; Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 48 van 86

e. de erker bedoeld is om de woonkamer of de keuken te vergroten; f. een erker wordt niet toegestaan als door de erker er geen mogelijkheid meer is om een parkeerplaats in stand te houden. 16.3 specifieke gebruiksregels 16.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend het gebruik van deze gronden voor opslag voor goederen. 16.3.2 Specifiek gebruik De binnen de bestemming Tuin - Parkeertuin gerealiseerde parkeerplaasten dienen als parkeerplaats te worden gebruikt en in stand te worden gehouden.

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 49 van 86

Artikel 17

Verkeer

17.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. rijwegen voor gemotoriseerd verkeer; b. gebouwde voorzieningen ten behoeve van het openbaar vervoer per bus; c. voet- en fietspaden; d. in- en uitritten; e. ongebouwde parkeervoorzieningen; met de daarbij behorende: f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; g. gebouwen uitsluitend ten behoeve van het openbaar vervoer per bus; h. standplaatsen, conform standplaatsenbeleid; i. waterhuishoudkundige voorzieningen; j. openbaar toegankelijk gebied; k. groenvoorzieningen; l. openbare nutsvoorzieningen; m. geluidwerende voorzieningen; n. fietsenstallingen; o. kunstwerken; p. kunstobjecten; q. infrastructurele voorzieningen met het oog op het beheer van de bestemming. 17.2 bouwregels 17.2.1 Algemeen Op de in artikel 17.1 genoemde gronden mag slechts worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming. 17.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van het openbaar vervoer gelden de volgende regels: a. het maximum oppervlak van een gebouw mag niet meer bedragen dan 10 m²; a. het gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 30 m²; b. de maximum bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter. 17.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

de hoogte van palen en (licht)masten, mag niet meer bedragen dan 10 meter; b. de hoogte van reclame-uitingen en kunstwerken, zowel civiel als cultureel, mag niet meer bedragen dan 6 meter; c. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 3 meter. 17.3 specifieke gebruiksregels 17.3.1 Strijdig gebruik

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 50 van 86

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden voor de opslag van goederen.

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 51 van 86

Artikel 18

Verkeer - Garagebox

18.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Garagebox' aangewezen gronden zijn bestemd voor garageboxen en bergingen. 18.2 bouwregels 18.2.1 Algemeen Op de in artikel 18.1 genoemde gronden mag slechts worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming. 18.2.2 Bouwwerken Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. een garagebox mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de maximum bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter. 18.3 specifieke gebruiksregels 18.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning; b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel; c. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; d. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van de opslag van vuurwerk.

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 52 van 86

Artikel 19

Verkeer - Verblijfsgebied

19.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woonstraten; b. parkeervoorzieningen; c. een parkeerterrein ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeerterrein'; d. voet- en fietspaden met de daarbij behorende: e. openbaar toegankelijk gebied; f. waterhuishoudkundige voorzieningen; g. groenvoorzieningen; h. speelvoorzieningen; i. openbare nutsvoorzieningen; j. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 19.2 bouwregels 19.2.1 Algemeen Op de in artikel 19.1 genoemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming. 19.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van palen en (licht-)masten en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag niet meer bedragen dan 10 meter; b. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 5 meter. 19.3 specifieke gebruiksregels 19.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden voor de opslag van goederen.

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 53 van 86

Artikel 20

Water

20.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterberging, waterhuishouding, waterlopen, recreatiewater; met de daarbij behorende: b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. waterhuishoudkundige voorzieningen; d. oevervoorzieningen en landhoofden; e. bruggen; f. openbare nutsvoorzieningen; g. speelvoorzieningen; h. voorzieningen met het oog op het beheer van de bestemming. 20.2 bouwregels 20.2.1 Algemeen Op de in artikel 20.1 genoemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming. 20.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen (aanleg)steigers en gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van palen, (licht-)masten en kunstwerken mag niet meer bedragen dan 6 meter; b. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 meter. 20.3 specifieke gebruiksregels 20.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1., eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik ten behoeve van drijvende steigers en ander daarmee vergelijkbaar drijftuig; b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als ligplaats of aanlegsteiger voor woonschepen, passagiersvaartuigen en bedrijfsschepen.

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 54 van 86

Artikel 21

Wonen

21.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in woongebouwen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-gebonden bedrijf; b. het wonen ten behoeve van het bijbehorende bedrijf, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-gebonden bedrijf, ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning'; c. alsmede een garagebox ter plaatse van de functieaanduiding 'garagebox'; d. kantoren voor wat betreft de begane grondlaag ter plaatse van de functieaanduiding 'kantoor'; e. maatschappelijke voorzieningen voor wat betreft de begane grondlaag ter plaatse van de functieaanduiding 'maatschappelijk'; f. een parkeergarage met de daarbij behorende in- en uitritten ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeergarage'; g. minimaal 1 parkeerplaats per woning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - parkeertuin'; h. overbouwde doorgangen en fiets- en voetpaden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - doorsteek'; met de daarbij behorende: i. tuinen en erven; j. bouwwerken; k. waterhuishoudkundige voorzieningen en oevervoorzieningen; l. groenvoorzieningen; m. openbare nutsvoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: n. verhardingen.

21.2 Bouwregels 21.2.1 Algemeen Op en onder de in artikel 21.1 genoemde gronden mag slechts worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming. 21.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. oorspronkelijke hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak gerealiseerd worden; b. het aantal bestaande woningen zoals aanwezig op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mag niet vermeerderd worden; c. in afwijking van van het bepaalde onder b van dit artikellid is ter plaatse van het kadastrale perceel gemeente Aalsmeer, sectie D, nummer 6929 gedeeltelijk (Cactuslaan 21) de toevoeging van 1 woning op het perceel toegestaan, mits voldaan wordt aan het gestelde in artikel 21.1 onder b; d. in afwijking van van het bepaalde onder b van dit artikellid is ter plaatse van de kadastrale percelen gemeente Aalsmeer, sectie D, nummer 7621 en 7622 de toevoeging van 1 woning per perceel toegestaan; e. in afwijking van het bepaalde onder b van dit artikellid is ter plaatse van de gezamenlijke kadastrale percelen gemeente Aalsmeer, sectie D, nummers 7625 en 7626 de toevoeging van maximaal 3 woningen toegestaan;

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 55 van 86

f. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woongebouwen worden gebouwd; g. de maximum bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden; h. de maximum goot- en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' mag niet worden overschreden; i. de dakhelling van een kap van een hoofdgebouw, mag niet meer dan 60º bedragen. Deze dakhelling geldt voor tenminste twee met elkaar door een nok verbonden dakvlakken; j. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' mag de maximum breedte van de woning niet meer bedragen dan 12 meter; k. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' bedraagt de afstand van het hoofdgebouw tot aan de zijdelingse perceelsgrens minimaal 3 meter; l. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - doorsteek' mag geen bebouwing worden opgericht tot aan de vloer van de tweede bouwlaag, behoudens voor de hoger opgaande bebouwing benodigde ondersteuningsconstructies; m. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - zadeldak haaks tov as weg' dient een zadeldak gerealiseerd te worden die haaks op de as van de Kudelstaartseweg staat'; n. het aantal hoofdgebouwen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven; o. bij woningen mag een dakkapel worden gerealiseerd, met dien verstande dat: 1.

voor zover gelegen op het dakvlak aan de straatzijde of op het dakvlak aan de zijde van de zijtuin, de dakkapel niet breder mag zijn dan de helft van de breedte van het dakvlak van het hoofdgebouw, de afstand tot de zijkant van het dak meer dan 1 meter en de hoogte, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, niet meer dan 1,5 meter mag bedragen; 2. voor zover gelegen op het dakvlak aan de achtertuinzijde, de zijkanten van de dakkapel op meer dan 0,5 meter van de zijkanten van het dakvlak van het hoofdgebouw worden gerealiseerd; 3. de bovenzijde van de dakkapel ten minste 0,5 meter onder de noklijn van het dakvlak wordt gerealiseerd; 4. de onderzijde van de dakkapel ten minste 0,5 meter en niet meer dan 1 meter boven de gootlijn van het dakvlak wordt gerealiseerd; 5. per dakvlak meerdere dakkapellen zijn toegestaan indien de dakkapellen op dezelfde bouwlaag worden gerealiseerd en deze dakkapellen tezamen voldoen aan de hiervoor opgenomen breedte- of afstandsmaten; n. de regels onder a. tot en met m. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 27.1 van deze planregels. 21.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken van het hoofdgebouw gelden de volgende regels: a. behoudens vergunningvrije bouwwerken conform de thans geldende regelgeving ten aanzien van vergunningvrij bouwen, zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan.

Indien de regelgeving ten aanzien van vergunningvrij bouwen gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels; b. de regel onder a. vindt toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 27.1 van deze planregels. 21.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn niet meer dan 1 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 6 meter; Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 56 van 86

c. de bouwhoogte van lichtmasten en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen 3 meter; d. de regels onder a. tot en met c. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 27.1 van deze planregels. 21.3 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 21.3.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 21.3.2 Laden en of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.

21.3.3 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 21.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of: b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 21.3.4 Afwijken van de regels voor laden en of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 21.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 21.3.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 21.4 Specifieke gebruiksregels 21.4.1 Aan-huis-verbonden beroep en of aan-huis-gebonden bedrijf

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 57 van 86

Het uitoefenen van een aan-huis-verbonden beroep en/of aan-huis-gebonden bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het bruto-vloeroppervlak voor de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep danwel het aan-huis-gebonden bedrijf niet groter is dan 30% van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. geen gebruik wordt gemaakt van gevelreclame; e. het beroep alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; f. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; g. er geen buitenopslag plaatsvindt, noch beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning, met uitzondering van in- en uitladen. 21.4.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van bijgebouwen voor bewoning; b. het plaatsen of geplaatst hebben van onderkomens; c. het opslaan van goederen, stoffen, producten of materialen en materieel, waarvan de aanwezigheid voor de realisering of handhaving van de in lid 1 genoemde bestemming niet noodzakelijk is, dan wel kan worden geacht noodzakelijk te zijn; d. het gebruik ten behoeve van detailhandel; e.

het gebruik ten behoeve van horeca; f. het gebruik ten behoeve van zelfstandige kantoren; g. het gebruik ten behoeve van een bed & breakfast; h. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting. 21.4.3 Specifiek gebruik De ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - parkeertuin' gerealiseerde parkeerplaatsen dienen als parkeerplaats te worden gebruikt en in stand te worden gehouden.

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 58 van 86

Artikel 22

Wonen - Lintbebouwing

22.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - Lintbebouwing' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in woningen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-gebonden bedrijf; b. de uitoefening van een glastuinbouwbedrijf en bijbehorende voorzieningen indien het bouwperceel grenst aan de bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw' of aan de nadere aanduiding 'kas' in de bestemming 'Agrarisch'; c. de uitoefening van een agrarisch verwerkingsbedrijf indien het bouwperceel grenst aan de nadere aanduiding 'agrarisch bedrijf' in de bestemming 'Agrarisch Glastuinbouw'; d. gebouwen uitsluitend ten behoeve van de bedrijfsuitoefening overeenkomstig de bedrijfscategorieën 1 en 2 als aangegeven in de Staat van Bedrijfsactiviteiten in bijlage 1 van deze planregels, met uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen en met uitzondering van bedrijfsactiviteiten die vallen onder het besluit externe veiligheid inrichtingen ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijf'; e. de uitoefening van een horecabedrijf in de categorie 1 en 2 op de begane grondlaag ter plaatse van de functieaanduiding 'horeca'; f. het wonen in een zorgwoning ter plaatse van de functieaanduiding 'zorgwoning'; g. de uitoefening van een bed & breakfast ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - logiesgebouw'; met de daarbij behorende: h.

tuinen en erven; i. bouwwerken; j. waterhuishoudkundige voorzieningen en oevervoorzieningen; k. groenvoorzieningen; l. openbare nutsvoorzieningen; m. ontsluitingswegen, al dan niet gebouwde parkeervoorzieningen en andere verhardingen ten dienste van de bestemming en de achtergelegen agrarische percelen. 22.2 Bouwregels 22.2.1 Algemeen Op en onder de in artikel 22.1 genoemde gronden mag slechts worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming. 22.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. oorspronkelijke hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd; b. per bouwperceel mag maximaal één woning worden gerealiseerd bij een minimale perceelsbreedte van 25 meter gemeten ter hoogte van de voorgevelrooilijn of indien de perceelbreedte minimaal 40 meter bedraagt ter hoogte van de voorgevelrooilijn maximaal twee aanéén gebouwde woningen; c. de maximum bouwdiepte van een oorspronkelijk hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 15 meter; d. de voorgevelbreedte van het oorspronkelijk hoofdgebouw mag niet meer dan 12 meter bedragen en van een twee-onder-een-kapwoning niet meer dan 10 meter per woning;

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 59 van 86

e. de voorgevelbreedte van het hoofdgebouw bij een perceelsbreedte vanaf 30 meter mag niet meer bedragen dan 15 meter; f. de voorgevel van het hoofdgebouw dient in dan wel niet meer dan 5 meter achter de naar de openbare weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd; g. de goot- en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte' mag niet worden overschreden; h. de maximale goothoogte mag per dakvlak voor maximaal 30% worden doorsneden; i. de dakhelling van een hoofdgebouw mag niet meer dan 60° bedragen. Deze contouren gelden voor ten minste twee dakvlakken; j. de afstand van het oorspronkelijk hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens dient niet minder dan 3 meter te bedragen bij elke vrijstaande zijgevel; k. de afstand van een hoofdgebouw tot bedrijfsbebouwing bedraagt tenminste 14 meter; l. bij woningen met een kap mag een dakkapel worden gerealiseerd, met dien verstande dat: 1. voor zover gelegen op het dakvlak aan de straatzijde of op het dakvlak aan de zijde van de zijtuin, de dakkapel niet breder mag zijn dan de helft van de breedte van het dakvlak van het hoofdgebouw, de afstand tot de zijkant van het dak meer dan 1 meter en de hoogte, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, niet meer dan 1,5 meter mag bedragen; 2.

voor zover gelegen op het dakvlak aan de achtertuinzijde, de zijkanten van de dakkapel op meer dan 0,5 meter van de zijkanten van het dakvlak van het hoofdgebouw worden gerealiseerd; 3. de bovenzijde van de dakkapel ten minste 0,5 meter onder de noklijn van het dakvlak wordt gerealiseerd; 4. de onderzijde van de dakkapel ten minste 0,5 meter en niet meer dan 1 meter boven de gootlijn van het dakvlak wordt gerealiseerd; 5. per dakvlak meerdere dakkapellen zijn toegestaan indien de dakkapellen op dezelfde bouwlaag worden gerealiseerd en deze dakkapellen tezamen voldoen aan de hiervoor opgenomen breedte- of afstandsmaten; m. gebouwde parkeervoorzieningen onder het hoofdgebouw zijn niet toegestaan; n. de regels onder a. tot en met m. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 27.1 van deze planregels. 22.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken van het hoofdgebouw gelden de volgende regels: a. behoudens vergunningvrije bouwwerken conform de thans geldende regelgeving ten aanzien van vergunningvrij bouwen, zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan. Indien de regelgeving ten aanzien van vergunningvrij bouwen gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels; b. de regel onder a.

vindt toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 27.1 van deze planregels. 22.2.4 Bedrijfsgebouwen en kassen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en kassen, gelden de volgende regels: a. voor de bouwpercelen die grenzen aan de bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw' en aan de nadere aanduiding 'kas' in de bestemming 'Agrarisch' geldt voor kassen de maximum bouwhoogte die geldt ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' van deze bestemmingen; b. voor de bouwpercelen die grenzen aan de bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw' en aan de nadere aanduiding 'kas' in de bestemming 'Agrarisch' geldt voor bedrijfsgebouwen en overige gebouwen een maximum hoogte van 8 meter;

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 60 van 86

c. de bouwpercelen die grenzen aan de bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw' en aan de nadere aanduiding 'kas' in de bestemming 'Agrarisch' mogen voor maximaal 50% bebouwd worden ten behoeve van glastuinbouwbedrijven; d. de regels onder a. tot en met c vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 27.1 van deze planregels. 22.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn niet meer dan 1 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte van gemetselde penanten in het voorerfgebied mag niet meer dan 2 meter bedragen; c. de breedte en bouwhoogte van een toegangspoort in het voorerfgebied die onderdeel uitmaakt van de totale erf- of perceelsscheiding, of die geplaatst wordt tussen een groene erfafscheiding, mag niet meer bedragen dan 4 respectievelijk 2 meter; d. per woonperceel is één (duiker)brug toegestaan; e. de breedte van (duiker)bruggen ten behoeve van een in- of uitrit naar of van een perceel met de bestemming 'Wonen - Lintbebouwing' mag maximaal 4 meter bedragen; f. de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 6 meter; g.

de bouwhoogte van lichtmasten en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen 3 meter; h. de regels onder a. tot en met g. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 27.1 van deze planregels. 22.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ter waarborging van: a. de sociale veiligheid; b. de verkeersveiligheid; c. de waterhuishouding; d. de brandveiligheid en rampenbestrijding; e. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, en de landschappelijke inrichting; f. de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken. 22.4 Afwijken van de bouwregels 22.4.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a. artikel 22.2.2 onder b voor het realiseren van een vrijstaande woning of twee-onder-een-kap woning op een smallere perceelsbreedte dan 25 en 40 meter indien de stedenbouwkundige situatie daarvoor aanleiding geeft en: 1. de bebouwingsbreedte van het oorspronkelijke hoofdgebouw niet meer bedraagt dan 50% van de perceelsbreedte; 2. de kavel met afwijkende perceelsbreedte onderdeel uitmaakt van een reeks kavels met diezelfde afwijkende perceelsbreedte; b.

artikel 22.2.2 onder j voor het bouwen op een kortere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens tot minimaal 2 meter, indien een reeds bestaande woning (bij sloop

Regels bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 61 van 86

en nieuwbouw) reeds op geringe afstand van de zijdelingse perceelsgrens is gebouwd. 22.4.2 Erkers Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 22.2.2 ten behoeve van het bouwen van een erker voor de naar de weg gekeerde bouwgrens, met dien verstande dat: a. deze afwijkingsbevoegdheid alleen mag worden toegepast indien de diepte van de betreffende voortuin 2,5 meter of meer bedraagt; b. de maximum diepte van de erker 1 meter bedraagt; c. de maximum breedte van de erker 3/5 deel van de voorgevelbreedte van de woning bedraagt; d. de bouwhoogte van de erker niet hoger is dan 0,30 meter boven de vloer van de eerste verdieping van de woning; e. de erker bedoeld is om de woonkamer of de keuken te vergroten. 22.5 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 22.5.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=83516abe-d14b-4858-abc9-7a934947b079