Raadsvoorstel Aalsmeer adviesrecht en delegatie.docx
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Raadsvoorstel nr Datum B&W-besluit
Portefeuillehouder
6 april 2021
Afdeling
wethouder B. Kabout
Stedelijke Ontwikkeling
Behandelend ambtenaar (voor technische vragen)
Els Bakker, Leonie Schouten 4389, 4938 e.bakker@amstelveen.nl, l.schouten@amstelveen.nl
Voor de vergadering van raad d.d.
27 mei 2021
Behandelen in de raadscommissie op
Ruimte en Economie
11 mei 2021
Onderwerp
Adviesrecht buitenplanse omgevingsplanactiviteit en delegatiebesluit gemeentelijk omgevingsplan Gevraagd besluit
1.
2.
3.
4.
Vaststellen met inwerkingtreding per 1 januari 2022 van de Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Aalsmeer houdende het adviesrecht voor de gemeenteraad ten behoeve van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (Beleid inzake adviesrecht voor de gemeenteraad van Aalsmeer); intrekken van de Nadere regels van de gemeenteraad van de gemeente Aalsmeer houdende regels inzake verklaringen van geen bedenkingen door de gemeenteraad (Beleid inzake verklaringen van geen bedenkingen door de gemeenteraad van Aalsmeer) zoals vastgesteld op 18 juni 2020 per 1 januari 2022; vaststellen met inwerkingtreding per 1 januari 2022 van het Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Aalsmeer houdende delegatie van besluitvorming ten aanzien van de vaststelling van bepaalde onderdelen van het gemeentelijke omgevingsplan (Delegatiebesluit omgevingsplan gemeente Aalsmeer); intrekken van het Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Aalsmeer houdende delegatie van de bevoegdheid tot het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste en tweede lid van de Wet ruimtelijke ordening bij wijziging van een bestemmingsplan als bedoeld in art.
3.6, eerste lid onder a van die wet dan wel een omgevingsvergunning waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad is vereist en bij een reguliere procedure met kostenverhaalplichtig bouwplan (delegatiebesluit ten aanzien van de bevoegdheid tot het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan bij wijzigingsbevoegdheden en omgevingsvergunningen met een kostenverhaalplichtig bouwplan waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist van de gemeenteraad) zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Aalsmeer op 18 juni 2020, per 1 januari 2022.
WAT WILLEN WE BEREIKEN EN WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN Wat willen we bereiken (effectindicatoren)
-
het waarborgen van de betrokkenheid van uw raad bij grote ontwikkelingen middels het geven van advies; het versnellen van de procedure bij het vaststellen van het omgevingsplan, als het gaat om wijzigingen van ondergeschikte betekenis.
Wat gaan we daarvoor doen (prestatie-indicatoren)
Het vaststellen van een tweetal regelingen ter bevordering van bovengenoemde effecten, te weten: de beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Aalsmeer houdende het adviesrecht voor de gemeenteraad ten behoeve van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (hierna: beleid inzake adviesrecht voor de gemeenteraad van Aalsmeer);
[] 101/F105a/ICT
Pagina
-
2 van 7
het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Aalsmeer houdende delegatie van besluitvorming ten aanzien van de vaststelling van bepaalde onderdelen van het gemeentelijke omgevingsplan (hierna: delegatiebesluit omgevingsplan gemeente Aalsmeer).
ACHTERGROND EN OVERWEGINGEN Programma (speerpunt)
Programma 5: Ruimtelijke ontwikkeling. Aanleiding
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: Ow) op 1 januari 2022 verandert er veel. Alle regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening, bouwen en milieu wordt gebundeld in deze nieuwe wet. Integratie van beleid en uitvoering wordt in toenemende mate belangrijk. En instrumenten en werkwijzen veranderen. De rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college van B&W blijft na de inwerkingtreding van de Omgevingswet in essentie onveranderd. De gemeenteraad stelt ook onder de Ow de kaders en het strategisch beleid van de gemeente vast en toetst en controleert of het college van B&W het beleid volgens afspraak en naar tevredenheid heeft uitgevoerd. Het bestaande raadsinstrumentarium (het indienen van amendementen, moties, schriftelijke/mondelinge vragen, interpellatie, recht van onderzoek en initiatief en de actieve informatieplicht van het college van B&W) blijft onveranderd, waardoor de raad zoals gebruikelijk gedurende het beleids- en besluitvormingsproces de vinger aan de pols houdt en stuurt in de gewenste ontwikkeling. Wel krijgt het college van B&W meer bevoegdheden bij de uitvoering van het beleid (bijvoorbeeld het in individuele gevallen afwijken van het omgevingsplan) en is de raad nadrukkelijker belast met de hoofdlijnen en het toezicht op het beleidsproces.
In de periode nu tot aan de inwerkingtreding van de Ow moet een aantal besluiten genomen worden om de overgang naar de Ow zo soepel mogelijk te laten verlopen. Dit raadsvoorstel ziet op een tweetal van deze besluiten, te weten het adviesrecht voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit en het delegatiebesluit gemeentelijk omgevingsplan. Argumenten
1a. Het verlenen van een vergunning voor afwijking van het omgevingsplan is een collegebevoegdheid Hoewel het vaststellen van een omgevingsplan een bevoegdheid van de gemeenteraad is, is het college bevoegd te besluiten op omgevingsvergunningaanvragen, ook als deze in afwijking zijn van de kaders die het omgevingsplan stelt. Dit betekent dus dat het college na inwerkingtreding van de Ow zonder tussenkomst van de gemeenteraad besluiten kan nemen om af te wijken van het omgevingsplan met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De raad kan echter vooraf situaties aanwijzen waarbij een bindend advies wordt uitgebracht aan het college bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (artikel 16.15a, lid b onder 1 Ow). In die gevallen mag het college niet zonder tussenkomst van de raad besluiten. Op deze manier behoudt de raad een doorslaggevende rol in door hemzelf te bepalen gevallen. Als de gemeenteraad een negatief advies geeft, mag het college de omgevingsvergunning niet verlenen. Aangezien het al kan voorkomen dat direct op 1 januari 2022 een omgevingsvergunning wordt aangevraagd die niet past in het omgevingsplan, maar waarbij het naar het oordeel van het college toch wenselijk is medewerking te verlenen, moeten voor deze datum categorieën van gevallen aangewezen worden waarin de gemeenteraad advies wil geven.
Regelt de gemeenteraad niets, dan hoeft B&W niet naar de raad voor activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan.
Pagina
3 van 7
1b. Aansluiting bij het vvgb beleid Het adviesrecht komt in de plaats van het onder de huidige wetgeving bekende fenomeen verklaring van geen bedenkingen door de gemeenteraad (hierna: vvgb). Een vvgb kan immers worden gezien als een instemming van uw raad voor het afgeven van een omgevingsvergunning door het college. Omdat de procedure voor het aanvragen/afgeven van een vvgb (mede gelet op het vergaderschema van de raad en de aanlevertermijnen) veel tijd kost (dit kan oplopen tot zelfs enkele maanden) en instemming van de raad voor bepaalde kleinere initiatieven niet altijd nodig wordt geacht, heeft uw raad een lijst met categorieën van gevallen vastgesteld, waarvoor een vvgb niet noodzakelijk is. Het nu voorliggende voorstel met categorieën van gevallen waarin de raad gebruik wil maken van het adviesrecht, is als het ware een omgekeerde versie hiervan. Op deze manier blijft de nieuwe situatie zo dicht mogelijk bij de situatie zoals deze nu is. In de lijst van categorieën van gevallen waarvoor een advies nodig is, is uitgedaan van een ondergrens. Dit betekent dat projecten die ‘groter zijn’ dan deze benedengrens aan de raad ter advisering aan het college worden voorgelegd. Beneden die grens is geen advies van de gemeenteraad nodig. Aansluiting bij het vvgb beleid is een logische keuze.
In 2020 werden slechts enkele omgevingsvergunningen tot afwijking van het bestemmingsplan verleend. In totaal is één keer een situatie aan de orde geweest waarbij het noodzakelijk was een vvgb aan de raad te vragen (derhalve situaties die niet waren opgenomen op de lijst met categorieën van gevallen waarin een vvgb niet noodzakelijk is). Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat in het Beleid inzake adviesrecht meer situaties zijn opgenomen dan in het Beleid inzake verklaringen van geen bedenkingen. Dit heeft er mee te maken dat het Beleid inzake verklaringen van geen bedenkingen situaties beschrijft waarin geen vvgb noodzakelijk is, waar het Beleid inzake adviesrecht juist situaties omschrijft waarin wel advies noodzakelijk is. Het sec omvormen van de tekst van het Beleid inzake verklaringen van geen bedenkingen is derhalve onvoldoende om er voor te zorgen dat de situatie gelijk blijft. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de Was-wordt lijst met betrekking tot Beleid inzake verklaringen van geen bedenkingen t.o.v. Beleid inzake adviesrecht welke als bijlage bij dit voorstel is gevoegd. 1c. Onder de Ow is de reguliere beslisprocedure van acht weken het uitgangspunt Met de komst van de Ow is de toepassing van de reguliere procedure bij de voorbereiding van een beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning het uitgangspunt.
Dit houdt in een beslistermijn van 8 weken (nu nog vaak 26 weken). Deze beslistermijn kan eenmalig met 6 weken verlengd worden, maar verder niet. Hoewel de Omgevingswet de mogelijkheid kent om de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren, kan dit enkel onder hele specifieke voorwaarden. Dit betreft een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die a) aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving en b) waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Daarnaast kan de aanvrager zelf verzoeken om een uitgebreide procedure toe te passen. Dergelijke situaties zullen niet vaak aan de orde zijn. Dit heeft tot gevolg dat in verreweg de meeste gevallen de reguliere procedure aan de orde is met daar aan gekoppeld een beslistermijn van 8 weken. Voor elke situatie advies vragen bij de raad zou betekenen dat de beslistermijn standaard overschreden wordt. Hier dient dan ook rekening mee te worden gehouden. 2. Met komst nieuwe regeling vvgb beleid niet meer actueel Als het nieuwe beleid inzake het adviesrecht voor de gemeenteraad van Aalsmeer is vastgesteld, treedt deze regeling in de plaats van het beleid inzake verklaringen van geen bedenkingen door de gemeenteraad van Aalsmeer zoals door uw raad vastgesteld op 18 juni 2020 wat dan immers niet meer actueel is. Deze regeling dient daarom per 1 januari 2022 te worden ingetrokken.
Dit is de datum waarop de Ow en daarmee het nieuwe beleid inzake het adviesrecht in werking treedt.
Pagina
4 van 7
3a. Meer ruimte voor de raad om zich bezig te houden met inhoudelijke kaders Het vaststellen van het omgevingsplan is, net als het vaststellen van een bestemmingsplan nu, een bevoegdheid van de gemeenteraad. Ingevolge artikel 2.8 van de Ow kan de raad deze bevoegdheid voor delen van het omgevingsplan delegeren aan het college. Het delegatiebesluit dient de reikwijdte van de bevoegdheid aan te geven. Het bepaalt binnen welke grenzen en onder welke voorwaarden de bevoegdheid kan of moet worden uitgeoefend. Ook kan in het delegatiebesluit bepaald worden hoe het college uitvoering moet geven aan de gedelegeerde bevoegdheid. De mogelijkheid om vaststelling van delen van het omgevingsplan te delegeren, biedt ruimte voor toedeling van bevoegdheden op maat. Delegatie zorgt er voor dat de uitvoering van het beleid bij het uitvoerende orgaan neergelegd wordt en de raad zich kan bezig houden met inhoudelijke kaders. Het delegatiebesluit is een losstaand besluit en maakt geen onderdeel uit van het omgevingsplan. 3b. Het gaat om onderwerpen die geen impact hebben op de fysieke leefomgeving Er kunnen verschillende zaken gedelegeerd worden met betrekking tot vaststelling van delen van het omgevingsplan. In onderhavig voorstel is een lijst opgenomen.
Het gaat om onderdelen die geen impact hebben op de fysieke leefomgeving en geen zwaarwegende benadeling van inwoners/ initiatiefnemers tot gevolg hebben. Deze lijst is geïnspireerd op voorbeelden van andere gemeenten uit bijvoorbeeld webinars en Omgevingswetfora en van de VNG. 3c. Monitoring door raad Omdat het hier gaat om een betrekkelijk nieuw fenomeen is in onderhavig voorstel opgenomen dat het college tweemaal per jaar aan de raad een overzicht overlegt van middels delegatie genomen besluiten. Op deze manier kan de raad goed monitoren hoe het gaat. 4. Delegatiebesluit ten aanzien van exploitatieplannen komt met de komst van de Ow te vervallen Het delegatiebesluit ten aanzien van de bevoegdheid tot het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan bij wijzigingsbevoegdheden en omgevingsvergunningen met een kostenverhaalplichtig bouwplan waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist van de gemeenteraad zoals vastgesteld door uw raad op 18 juni 2020, komt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2022 te vervallen. Kanttekeningen
Algemeen: a. Datum inwerkingtreding Ow ligt nog niet 100% vast Hoewel er een Koninklijk Besluit is waarin is opgenomen dat de Ow op 1 januari 2022 in werking treedt, is bij het opstellen van dit voorstel nog niet definitief ingestemd met deze datum. Met name in de Eerste Kamer leven nog wat vragen met betrekking tot de digitale en financiële aspecten met betrekking tot de Ow. De betrokken minister gaat echter nog steeds uit van 1 januari 2022 en moties strekkende tot het verlaten van deze datum zijn vooralsnog allemaal door de Tweede Kamer verworpen. Het is daarom zaak niet zonder meer van uitstel uit te gaan en ons te richten op de datum van 1 januari 2022. Als we op die datum niet klaar zijn levert dit immers problemen op voor het werkproces. Mocht de inwerkingtreding van de wet alsnog uitgesteld worden, kan het geen kwaad dat het adviesrecht en het delegatiebesluit al bij uw raad aan de orde zijn geweest. b. Onzekerheid Zowel het adviesrecht als het delegatiebesluit zijn nieuw voor uw raad en het is onzeker hoe een en ander in de praktijk zal uitpakken. Het blijft voor de raad te allen tijde mogelijk om het Beleid inzake adviesrecht en het Delegatiebesluit omgevingsplan aan te passen, te actualiseren of zelfs in te trekken. Dit heeft geen effect meer op besluiten die reeds genomen zijn op basis van deze regelgeving, maar wel op toekomstige situaties.
Pagina
5 van 7
Ten aanzien van de specifieke beslispunten: 1. De kaart met gebiedsaanduiding wijkt af van de bebouwde kom grens zoals vastgesteld in de Wegenverkeerswet Bij de nadere regels inzake vvgb is als bijlage een kaart gevoegd met een gebiedsindeling (gebied I en II). Voorgesteld wordt diezelfde kaart te gebruiken ten aanzien van het adviesrecht. De gebiedsindeling wijkt af van de indeling die binnen de gemeente gehanteerd wordt als het gaat om gebieden binnen en buiten de bebouwde kom (doorgaans wordt hiervoor de bebouwde komgrens gehanteerd zoals beschreven in de Wegenverkeerswet 1994). Dit zou verwarring kunnen veroorzaken. Het verschil is echter goed verklaarbaar. De gebiedsaanduiding zoals genoemd in onderhavig voorstel met betrekking tot het adviesrecht dient namelijk een ander doel dan de komindeling conform de Wegenverkeerswet.
De bedoeling is om onderscheid te maken tussen het stedelijk en landelijk gebied van de gemeente Aalsmeer De begrenzing is afgeleid van het begrip ‘stedelijk gebied’ uit het Besluit kwaliteit leefomgeving: ‘in een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een afwijkactiviteit toegelaten stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen en infrastructuur, met uitzondering van stedelijk groen aan de rand van die bebouwing en lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen’. De gemeente heeft dit begrip naar eigen uitleg vertaald in gebied I. Gelet op de bebouwingsmogelijkheden in linten langs de wegen ingevolge gemeentelijk beleid, zijn deze linten grotendeels binnen gebied I opgenomen. De contramal, gebied II, is het landelijk gebied binnen de gemeente. Gebied II heeft een landschappelijke kwaliteit dat zich karakteriseert als open landschap/weidegebied of bos met recreatie- of natuurfunctie. Beleidsmatig bestaat hier juist de wens om regie te voeren op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In gebied I wordt deze regie ook gevoerd, maar dan door het college. 3.
Bij delegatie gaat de bevoegdheid volledig over naar een ander bestuursorgaan Onder delegatie wordt verstaan het overdragen door een bestuursorgaan van zijn bevoegdheid tot het nemen van besluiten aan een ander die deze onder eigen verantwoordelijkheid uitoefent (artikel 10:13 Algemene wet bestuursrecht –Awb-). Het bestuursorgaan kan de gedelegeerde bevoegdheid niet meer zelf uitoefenen (artikel 10:17 Awb). Echter gaat het hier enkel om delegatie met betrekking tot de vaststelling van de in het voorstel ten aanzien van het delegatiebesluit specifiek genoemde onderdelen van het omgevingsplan. Deze zaken hebben geen impact op de fysieke leefomgeving en hebben geen zwaarwegende benadeling van inwoners/ initiatiefnemers tot gevolg. In alle andere gevallen (lees: de gevallen die niet specifiek genoemd zijn) is geen sprake van delegatie en blijft de bevoegdheid omtrent het vaststellen van een omgevingsplan bij de gemeenteraad. Tevens heeft de gemeenteraad zoals eerder aangegeven altijd de mogelijkheid om het Delegatiebesluit omgevingsplan aan te passen of zelfs in te trekken (zie kopje onzekerheid). Financiën
Het nemen van deze besluiten heeft geen financiële gevolgen. Communicatie
Bekendmaking conform Algemene wet bestuursrecht. Indieners van aanvragen waarop een van de onderhavige besluiten van toepassing is, zullen in voorkomende gevallen over de (deels nieuwe) werkwijze worden geïnformeerd. Procedure
Tegen de voorgestelde regelingen staan geen rechtsmiddelen open. Wel staan er rechtsmiddelen open tegen de besluiten die (al dan niet mede) op grond van deze regelingen genomen worden. Na vaststelling door uw raad, worden de regelingen bekend gemaakt en gepubliceerd in de daarvoor verplichte gremia. De regelingen treden in werking op de datum waarop ook de Ow in werking treedt, te weten 1 januari 2022.
Pagina
6 van 7
Bijlagen
1. 2. 3. 4. 5.
6. 7.
Collegeadvies; Voorstel Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Aalsmeer houdende het adviesrecht voor de gemeenteraad ten behoeve van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (Beleid inzake adviesrecht voor de gemeenteraad van Aalsmeer); Nadere regels van de gemeenteraad van de gemeente Aalsmeer houdende regels inzake verklaringen van geen bedenkingen door de gemeenteraad (Beleid inzake verklaringen van geen bedenkingen door de gemeenteraad van Aalsmeer) zoals vastgesteld op 18 juni 2020; Voorstel Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Aalsmeer houdende delegatie van besluitvorming ten aanzien van de vaststelling bepaalde onderdelen van het gemeentelijke omgevingsplan (Delegatiebesluit omgevingsplan gemeente Aalsmeer); Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Aalsmeer houdende delegatie van de bevoegdheid tot het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste en tweede lid van de Wet ruimtelijke ordening bij wijziging van een bestemmingsplan als bedoeld in art.
3.6, eerste lid onder a van die wet dan wel een omgevingsvergunning waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad is vereist en bij een reguliere procedure met kostenverhaalplichtig bouwplan (delegatiebesluit ten aanzien van de bevoegdheid tot het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan bij wijzigingsbevoegdheden en omgevingsvergunningen met een kostenverhaalplichtig bouwplan waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist van de gemeenteraad) zoals vastgesteld op 18 juni 2020; VNG Handreiking Gemeenteraden: Rol gemeenteraad bij afwijken Omgevingsplan; Was-wordt lijst met betrekking tot Beleid inzake verklaringen van geen bedenkingen t.o.v. Beleid inzake adviesrecht.
De secretaris,
De voorzitter,
drs. Sj. Vellenga
mr. G.E. Oude Kotte
BEHANDELING RAAD Wijziging/aanvullingen na behandeling raadscommissie
Het voorstel aan de raad is
Ongewijzigd aanvaard Gewijzigd aanvaard Verworpen
Aanvaarde amendementen / moties
Pagina
7 van 7
RAADSBESLUIT Besluit
1.
2.
3.
4.
Vaststellen met inwerkingtreding per 1 januari 2022 van de Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Aalsmeer houdende het adviesrecht voor de gemeenteraad ten behoeve van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (Beleid inzake adviesrecht voor de gemeenteraad van Aalsmeer); intrekken van de Nadere regels van de gemeenteraad van de gemeente Aalsmeer houdende regels inzake verklaringen van geen bedenkingen door de gemeenteraad (Beleid inzake verklaringen van geen bedenkingen door de gemeenteraad van Aalsmeer) zoals vastgesteld op 18 juni 2020 per 1 januari 2022; vaststellen met inwerkingtreding per 1 januari 2022 van het Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Aalsmeer houdende delegatie van besluitvorming ten aanzien van de vaststelling van bepaalde onderdelen van het gemeentelijke omgevingsplan (Delegatiebesluit omgevingsplan gemeente Aalsmeer); intrekken van het Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Aalsmeer houdende delegatie van de bevoegdheid tot het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste en tweede lid van de Wet ruimtelijke ordening bij wijziging van een bestemmingsplan als bedoeld in art.
3.6, eerste lid onder a van die wet dan wel een omgevingsvergunning waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad is vereist en bij een reguliere procedure met kostenverhaalplichtig bouwplan (delegatiebesluit ten aanzien van de bevoegdheid tot het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan bij wijzigingsbevoegdheden en omgevingsvergunningen met een kostenverhaalplichtig bouwplan waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist van de gemeenteraad) zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Aalsmeer op 18 juni 2020, per 1 januari 2022.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 27 mei 2021. De griffier,
De voorzitter,
O. van Kolck
mr. G.E. Oude Kotte