CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Plantoelichting BP Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding de Kwakel, Aalsmeer.Pdf.pdf

3.Raad (besluitvormend) 15 december 2022, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding ‘de Kwakel’, Aalsmeer’15.554 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TOELICHTING

vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

pagina

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer HOOFDSTUK 2 VISIE PLANGEBIED 2.1 Uitgangspunten 2.2 Functionele en ruimtelijke uitwerking 2.3 Motivatie gemaakte keuzes HOOFDSTUK 3 PLANOPZET 3.1 Algemeen 3.2 Opzet van de regels en verbeelding HOOFDSTUK 4 UITVOERBAARHEID 4.1 Actuele regionale behoefte 4.2 Economische uitvoerbaarheid 4.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 4.4 Handhaving HOOFDSTUK 5 BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED 5.1 Ruimtelijke karakteristiek 5.2 Functioneel gebruik HOOFDSTUK 6 BELEIDSKADER 6.1 INLEIDING 6.2 Rijksbeleid 6.3 Provinciaal en regionaal beleid 6.4 Gemeentelijk beleid HOOFDSTUK 7 OMGEVINGSKWALITEIT 7.1 Bodem 7.2 Water 7.3 Archeologie en cultuurhistorie 7.4 Geluid 7.5 Luchtkwaliteit 7.6 Externe veiligheid 7.7 Flora en fauna 7.8 Geur 7.9 Milieuzoneringen 7.10 Kabels, leidingen en telecommunicatie installaties 7.11 Explosieven 7.12 Besluit milieueffectrapportage

vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

3 3 3 4 5 6 6 7 9 10 10 10 13 13 13 14 15 17 17 18 19 19 19 20 22 27 27 27 30 32 32 33 35 38 38 39 39 40

pagina

HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doelstelling OCAP (Organic Carbondioxide for Assimilation of Plants) vangt CO₂ af bij industriële bronnen en levert deze aan tuinders in diverse glastuinbouwgebieden. Voor tuinders is CO₂ een belangrijke voedingsstof, die anders verkregen moet worden door aardgas te verstoken. Door het hergebruik van CO₂ wordt onnodige uitstoot en onnodig energiegebruik voorkomen. In verband met de verdere uitbouw van het netwerk is OCAP voornemens om het kernglastuinbouwgebied De Kwakel (gemeente Uithoorn) aan te sluiten op CO₂ (kooldioxide). Hiertoe zal een nieuwe CO₂-leiding (hogedruk) worden aangelegd tussen de bestaande CO₂- leiding gelegen ten zuidoosten van de A4 nabij knooppunt Burgerveen en het kernglastuinbouwgebied de Kwakel. Aan de Ambachtsheerweg te Aalsmeer (nabij het kernglastuinbouwgebied de Kwakel) wordt een reduceerstation geplaatst. In het station wordt de CO₂ in lage druk verdeeld naar de afnemers. Het tracé van de nieuwe CO₂- leiding doorsnijdt een drietal gemeenten. Het leggen van hogedruk leidingen voor het transporteren van CO₂ is niet in overeenstemming met de huidige planologische kaders. De herziening van meerdere bestemmingsplannen is daarom noodzakelijk. Voorliggend paraplubestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kaders om het voornemen binnen het grondgebied van de gemeente Aalsmeer mogelijk te maken.

Hierbij zal worden aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Het bestemmingsplan heeft een ontwikkelingsgericht karakter. Het bestemmingsplan biedt de juridische grondslag, op basis waarvan een nieuwe CO₂-leiding mag worden gelegd vanaf de bestaande CO₂-leiding (voormalige hogedruk gasleiding) gelegen ten zuidoosten van de A4 richting het kernglastuinbouwgebied de Kwakel, gemeente Uithoorn. Dit plan is vormgegeven als paraplubestemmingsplan. Dit paraplubestemmingsplan komt als het ware over het geldende bestemmingsplan heen te liggen en heeft een aanvullende werking. Dit betekent dat behalve met dit bestemmingsplan, eveneens rekening moet worden gehouden met het onderliggende bestemmingsplan. Dat plan blijft rechtsgeldig. Onderhavig bestemmingsplan 'CO₂-leiding Aalsmeer' is opgesteld conform de Praktijkrichtlijn bestemmingsplannen. Ten opzichte van het onderliggend, vigerende bestemmingsplannen wordt een dubbelbestemming (Leiding – CO₂) toegevoegd. Omdat de onderliggende, vigerende bestemmingsplanobjecten (enkelbestemming, gebiedsaanduidingen, maar ook de geldende dubbelbestemmingen etc.) niet wijzigen, worden deze niet opgenomen in onderhavig bestemmingsplan (d.w.z. verbeelding en bestemmingsregels). In een Algemeen artikel in de regels worden onderliggende bestemmingsplanobjecten van toepassing verklaard.

In deze toelichting zal de planologische haalbaarheid van de hiervoor genoemde ontwikkelingen worden onderbouwd.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden welke zijn gelegen in het zuidwestelijke deel van de Westeinderplassen en ten noordwesten van het glastuinbouwgebied de Kwakel. Het plangebied omvat de gronden ter plaatse van de nieuwe CO₂- leiding

vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

pagina

(inclusief belemmeringenstrook). In figuur 1 is met de rode en groene lijn de nieuw te leggen CO₂- leiding aangegeven.

Fig. 1 Ligging van het tracé (Bron: Street Smart)

1.3 Geldende bestemmingsplannen Binnen het westelijk gedeelte van het plangebied (Westeinderplassen) is het bestemmingsplan ‘Uiterweg Plasoevers 2021’ vigerend. Binnen dit bestemmingsplan hebben de betreffende gronden de volgende bestemmingen en aanduidingen: <0000> enkelbestemming 'Natuur'; <0000> enkelbestemming 'Water-1'; <0000> dubbelbestemming 'Waarde - Aardkundige waarden'; <0000> dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3 en 4'; <0000> dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'; <0000> gebiedsaanduiding 'Luchtvaartverkeerzone LIB artikel 2.2.1'; <0000> gebiedsaanduiding 'Luchtvaartverkeerzone LIB artikel 2.2.2'; <0000> gebiedsaanduiding 'Luchtvaartverkeerzone LIB artikel 2.2.2a'. In het oostelijk deel van het plangebied is het bestemmingsplan ‘Kudelstaart 2020’ vigerend. Binnen dit bestemmingsplan hebben de betreffende gronden de volgende bestemmingen en aanduidingen: <0000> enkelbestemming 'Groen'; <0000> enkelbestemming 'Water'; <0000> enkelbestemming 'Agrarisch'; <0000> enkelbestemming 'Verkeer'; <0000> dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 4'; <0000> dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie'; <0000> gebiedsaanduiding 'Luchtvaartverkeerzone LIB artikel 2.2.1 nr 4'; <0000> gebiedsaanduiding 'Luchtvaartverkeerzone LIB artikel 2.2.2 toetshoogtes'; <0000> gebiedsaanduiding 'Luchtvaartverkeerzone LIB artikel 2.2.2a toetshoogtes radar'.

Het leggen van een nieuwe CO₂-leiding voor het transporteren van CO₂ is niet in overeenstemming met de geldende bestemmingsplannen. Dit plan voorziet in het

vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

pagina

gewenste juridisch planologisch kader op basis waarvan de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk kunnen worden gemaakt. De bestemmingsplannen met de daarin opgenomen bestemmingen blijven overigens als gevolg van voorliggend plan overeenkomstig van toepassing. Ter plaatse van de leidingen voorziet dit paraplubestemmingsplan (hierna bestemmingsplan) uitsluitend in een aanvullende regeling op de bestaande planologische kaders. De enkelbestemming 'Bedrijf - Nutsvoorziening' vervangt daarentegen de onderliggende bestemming (in dit geval 'Groen'). De bestemming 'Water' voorziet in een aanvulling op de onderliggende bestemming 'Water' uit het bestemmingsplan 'Kudelstaart 2020'.

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk twee worden de uitgangspunten van het ruimtegebruik voor de komende tien jaar gegeven. Hoofdstuk drie bevat de juridische vertaling van de visie van het bestemmingsplan. In hoofdstuk vier komt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan bod. Om een indruk te krijgen wat met het bestemmingsplan wordt beoogd en hoe het juridisch vertaald wordt, is het lezen van deze hoofdstukken voldoende. Hoofdstuk vijf tot en met zeven geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de planopzet. In hoofdstuk vijf wordt een beschrijving van het plangebied gegeven. Hoofdstuk zes gaat verder in op de beleidskaders. In het laatste hoofdstuk komen de omgevingsaspecten aan bod.

vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

pagina

HOOFDSTUK 2 VISIE PLANGEBIED 2.1 Uitgangspunten CO₂-netwerk voor de Kwakel In 2014 is de ‘Green Deal CO₂ voorziening glastuinbouw in Noord-Holland’ door veertien partijen ondertekend. De externe toevoer van CO₂ is een belangrijke randvoorwaarde voor energieverduurzaming in de glastuinbouwsector. In de glastuinbouw is het gebruik van CO₂ voor het groeiproces in de kas noodzakelijk. Veel tuinbouwbedrijven brengen daarom extra CO₂ in de kassen. Meestal wordt hiervoor rookgas uit de Warmte Kracht Koppeling (WKK) of de ketel gebruikt. Deze installaties draaien voornamelijk op fossiele brandstoffen. Zo ook glastuinbouwgebied de Kwakel (Kernglastuinbouwgebied Uithoorn) waar WKK-installaties fossiele brandstoffen verbranden om zodoende CO₂ te produceren. De afspraken zijn gemaakt naar aanleiding van een inventarisatie in 2013 waarin de behoefte aan CO₂ binnen de Greenport Aalsmeer is onderzocht. De uitkomst van deze inventarisatie onder tuinders is dat de beschikbaarheid van duurzame en betaalbare CO₂ als een voorwaarde gezien wordt voor de toekomstbestendigheid van het kernglastuinbouwgebied. Er bestaat dan ook onder de kwekers grote belangstelling voor afname van duurzame en betaalbare CO₂ via een centraal leidingstelsel. De toevoer van CO₂ aan glastuinbouw levert een grote bijdrage aan de energiedoelstellingen van Greenport Aalsmeer en de gemeentelijke Duurzaamheidsagenda.

Door de levering van CO₂ kunnen de kwekers de ‘zomerstook’ (Warmtekrachtkoppeling of ketel) vermijden. Op deze wijze wordt een energiebesparing gerealiseerd en de uitstoot van CO₂ gereduceerd. Daarnaast is externe CO₂-levering een belangrijke randvoorwaarde voor de inzet van duurzame warmte (restwarmte, geothermie, warmte/koude opslag, etc.). De besparing in aardgasverbruik en CO₂–emissie kan daarmee nog aanzienlijk verder oplopen. Aldus is het beoogde resultaat van het project een duurzame en betaalbare voorziening van CO₂ voor de Kwakel om de duurzame ontwikkeling van het gebied te versnellen en de weg voor duurzame warmte vrij te maken en de concurrentiepositie te versterken door levering van CO₂ uit de industrie aan de glastuinbouwbedrijven. In eerste instantie betreft dit rest- CO₂ van de raffinaderij van Shell en de bio-ethanol fabriek van Alco, beide in Rotterdam. Voor groei van de CO₂-afname wordt de aansluiting van nieuwe CO₂–bronnen onderzocht. In navolgende afbeelding is de projectvisie voor het gehele gebied weergegeven. Opgemerkt wordt dat dit bestemmingsplan uitsluitend voorziet in een gedeelte van de aansluiting van kernglastuinbouwgebied de Kwakel. Ook de aanwezige glastuinbouw in Kudelstaart kan hierdoor op termijn worden aangesloten.

vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

pagina

mam

Fig. 2 Overzichtstekening aansluiting glastuinbouwgebieden op bestaand CO2-netwerk

2.2 Functionele en ruimtelijke uitwerking Tracé en aanleg nieuwe CO₂-leiding Bij het bepalen van de ligging van het tracé en reduceerstation langs de Ambachtsheerweg is nadrukkelijk gekeken naar de meest wenselijke situatie vanuit beheer, veiligheid en bereikbaarheid. Het beginpunt van de CO₂-tracé bevindt zich ten zuidoosten van de kern Nieuw-Vennep nabij knooppunt Burgerveen. Ter plaatse bevindt zich een bestaande CO₂-leiding van OCAP. Vanaf deze leiding wordt een aftakking ten behoeve van de aansluiting van kernglastuinbouwgebied de Kwakel gerealiseerd. De nieuwe CO₂-leiding wordt gelegd vanaf de bestaande leiding aan de zuidzijde van de A4 nabij het knooppunt Burgerveen en loopt vervolgens in zuidoostelijke richting Venneperweg en kruist de Venneperweg, de Leimuiderdijk en de Ringvaart Haarlemmermeerpolder (gemeentegrens Haarlemmermeer - Aalsmeer). Vervolgens loopt de CO₂-leiding onder het zuidelijk deel van de Westeinderplassen door richting Uithoorn. Het passeert de Herenweg (gemeentegrens Aalsmeer - Kaas en Braassem) en loopt vervolgens door het weidegebied ten noorden van Vriezenveen. Bij het dijklichaam op de gemeentegrens Kaag en Braassem - Aalsmeer buigt het tracé in noordoostelijke richting af richting Kudelstaart. Langs de Ambachtsheerweg nabij de aansluiting met de Bilderdammerweg bevindt zich het einde van het hogedruk tracé.

Op deze locatie wordt het reduceerstation gerealiseerd. In het reduceerstation wordt de hogedruk omgezet in lage druk en vanuit hier verder gedistribueerd naar de afnemers. Het reduceerstation zal een omvang hebben van circa 20 m² en een hoogte van circa 2,5 meter. De leidingen, onderdeel uitmakend van het nieuwe hoofdtracé, hebben een diameter van 50 centimeter, een werkdruk van 8 Bar(g) en ontwerpdruk van 44 Bar(g) en worden gelegd op een diepte van circa 1,50 tot 2,5 meter onder het maaiveld. Onder de Westeinderplas zal dit tussen de 20 en 30 meter zijn. Het nieuwe tracé zal een totale lengte hebben van circa 5,8 kilometer. De lengte van het tracé op grondgebied

vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

pagina

van de gemeente Aalsmeer bedraagt ca. 1800 meter (ca. 1150 meter ter hoogte van de Westeinderplas en 650 meter bij Kudelstaart). De nieuwe leiding wordt voor het grootste gedeelte aangelegd middels een horizontale gestuurde boringen (HDD). De horizontaal gestuurde boring betreft een techniek waarbij er een ondergrondse boring plaatsvindt en er geen sleuven hoeven te worden gegraven. In het laatste gedeelte van het tracé (binnen de gemeenten Aalsmeer en Uithoorn) wordt de leiding in open sleuf aangelegd. Nadat de leiding is gelegd, worden de gronden ter plaatse weer in oorspronkelijke staat hersteld (cultuurtechnische afwerking). De bovengrondse ruimtelijke structuur van het plangebied en zijn omgeving wijzigt feitelijk niet. Er zal, met uitzondering van het reduceerstation, geen bebouwing worden opgericht. In figuur 3 is aangegeven waar de leiding wordt aangelegd in een open sleuf (rode lijn) en waar de leiding wordt aangelegd middels een horizontale gestuurde boringen (blauwe lijn). De gele cirkel geeft de locatie weer van het reduceerstation. Figuur 4 omvat de nieuwe situatie ter plaatse van het reduceerstation aan de Bilderdammerweg nabij de Ambachtsheerweg. Voorliggend bestemmingsplan heeft uitsluitend betrekking op het gedeelte van het tracé dat binnen de gemeente Aalsmeer is gelegen.

Binnen de gemeentegrenzen van Aalsmeer is sprake van de aanleg van een CO₂-leiding middels horizontaal gestuurde boring en middels het graven van sleuven en de realisatie van een reduceerstation en entree daar naar toe.

Fig.3 Aanlegwijze CO2-leiding

vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

pagina

Fig. 4 Situering reduceerstation Uithoorn (rode vlak)

2.3 Motivatie gemaakte keuzes De externe toevoer van CO₂ is een belangrijke randvoorwaarde voor energieverduurzaming in de glastuinbouwsector. Het kernglastuinbouwgebied De Kwakel dient daarom aangesloten te worden op de bestaande CO₂-leiding van OCAP. Bij het bepalen van de ligging van het tracé en reduceerstation aan de Bilderdammerweg nabij de Ambachtsheerweg is nadrukkelijk gekeken naar de meest wenselijke situatie vanuit beheer, veiligheid en bereikbaarheid. Een CO₂-leiding is een leiding die valt onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en dient zodoende planologisch verankerd te worden. De ligging en de belemmeringenstrook, het Bevb schrijft 5 meter voor aan weerszijde van de leiding, worden geregeld in de dubbelbestemming 'Leiding - CO₂'. De aanleg en het in gebruik nemen van de leiding is beleidsmatig en milieutechnisch uitvoerbaar (zie hoofdstuk 6 en 7).

vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

pagina

HOOFDSTUK 3 PLANOPZET 3.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plangebied juridisch is vertaald. In het voorgaande hoofdstuk is beschreven welke ontwikkelingen in het plangebied plaatsvinden. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke juridisch-planologische instrumenten daarbij worden ingezet. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) die per 1 juli 2008 in werking is getreden verplicht gemeenten tot het opstellen van een bestemmingsplan voor het gehele grondgebied. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. Deze onderdelen zijn bindend voor de burger. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De toelichting is niet juridisch bindend, maar wordt als handvat en beleidskader/interpretatiekader voor het bestemmingsplan gebruikt.

De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Aalsmeer. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor onbepaalde tijd. Dit plan is vormgegeven als paraplubestemmingsplan. Dit paraplubestemmingsplan komt als het ware over het geldende bestemmingsplan heen te liggen en heeft een aanvullende werking. Dit betekent dat behalve met dit bestemmingsplan, eveneens rekening moet worden gehouden met het onderliggende bestemmingsplan. Dat plan blijft rechtsgeldig.

3.2 Opzet van de regels en verbeelding De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. De toelichting is niet juridisch bindend, maar kan wel gebruikt worden als nadere uitleg bij de regels. Op de bij het bestemmingsplan behorende verbeelding zijn alle noodzakelijke gegevens ingetekend. Er wordt onderscheid gemaakt in (dubbel)bestemmingen en aanduidingen. De bestemmingen zijn de belangrijkste elementen. De op de verbeelding opgenomen bestemmingen zijn in overeenstemming met de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). Door deze standaarden wordt de kleur en de codering van de bestemmingen bepaald. De bestemmingen zijn op het renvooi weergegeven in alfabetische volgorde. Elke op de verbeelding weergegeven bestemming is gekoppeld aan een bestemmingsregel in de regels. De regels laten vervolgens bij elke bestemming zien op welke wijze de gronden binnen de desbetreffende bestemming gebruikt en bebouwd mogen worden. Daarbij wordt onder meer verwezen naar aanduidingen op de verbeelding. Aanduidingen in samenhang met de regels, geven duidelijkheid over datgene wat binnen een bestemmingsvlak al dan niet is toegestaan. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

pagina

<0000> <0000> <0000> <0000>

De 'Inleidende regels', bestaande uit een begrippenlijst en regels met betrekking tot de 'wijze van meten'; De 'Bestemmingsregels', die in dit bestemmingsplan te onderscheiden zijn in regels voor 'gewone', rechtstreekse bestemmingen en dubbelbestemmingen; De 'Algemene regels' die in principe betrekking hebben op alle bestemmingen die in het plangebied voorkomen; De 'Overgangs- en slotregels' die bestaan uit het overgangsrecht (voor bestaande bouwwerken en bestaand gebruik dat van het bestemmingsplan afwijkt) en de naam waaronder het bestemmingsplan moet worden aangehaald.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Begrippen (artikel 1) hierin worden de begrippen gedefinieerd die in de planregels worden gebruikt. Wijze van meten (artikel 2) hierin wordt aangegeven hoe de diverse maten worden gemeten en de inhoud en oppervlakte van bouwwerken worden berekend om zo een eenduidige toepassing van de bebouwingregeling te bewerkstelligen. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen, horende bij de op de verbeelding opgenomen bestemming en dubbelbestemming. Het gaat om de bestemming ‘Bedrijf -Nutsvoorziening’ en dubbelbestemming ‘Leiding – CO₂’. 'Bedrijf - Nutsvoorziening' (artikel 3) Ter plaatse van de gronden waar het reduceerstation wordt gerealiseerd is een bedrijfbestemming met toevoeging Nutsvoorziening opgenomen. Op de gronden mag een reduceerstation met bijbehorende voorzieningen worden aangelegd. 'Water' (artikel 4) Ter plaatse van de gronden waar de ontsluiting naar het reduceerstation wordt gerealiseerd is een waterbestemming opgenomen. Op de gronden mag ten behoeve van deze ontsluiting aanvullend een dam met duiker worden aangelegd. ‘Leiding – CO₂’ (artikel 5) Deze dubbelbestemming is opgenomen ter plaatse van de nieuwe CO₂-leiding.

De voor de 'Leiding – CO₂' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoge druk CO₂-transportleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringenstroken van 5 meter aan weerszijde van de leiding en een reduceerstation. Deze dubbelbestemming betreft een aanvulling op de geldende bestemmingsplannen. Overige bestemmingen blijven op de betreffende gronden van overeenkomstige toepassing. Dit is geregeld in artikel 7 van de regels. Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit hoofdstuk zijn de regels opgenomen die betrekking hebben op het gehele plangebied en alle andere regels in het bestemmingsplan. Anti-dubbeltelregel (artikel 6) Deze bepaling dient om te voorkomen dat bijvoorbeeld een grondoppervlak dat in een bepaald geval al eens als berekeningsgrondslag voor de toelaatbare oppervlakte aan vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

pagina

bebouwing heeft gediend, later nog eens als berekeningsgrondslag voor een ander bouwwerk wordt gebruikt, maar dat dan tot gevolg heeft dat in het eerste geval een situatie ontstaat die afwijkt van het plan. Van toepassing verklaring (artikel 7) In dit artikel is geregeld dat de andere bestemmingen die gelden op grond van de onder dit paraplubestemmingsplan liggende bestemmingsplannen van toepassing blijven dan wel gedeeltelijk worden vervangen. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht (artikel 8) Samengevat wordt hierin gewaarborgd dat bouwwerken en gebruiksvormen die bij de totstandkoming van het plan reeds bestaan, maar nu in strijd raken met het plan, mogen blijven bestaan. Daarbij wordt het hierin mogelijk gemaakt om op te treden tegen eerder ontstaan illegaal gebruik. Slotregel (artikel 9) Voor de duidelijkheid, o.a. bij benoeming en verwijzing, is hierin een eenduidige naam voor het gehele plan inclusief de toelichting aangegeven.

vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

pagina

HOOFDSTUK 4 UITVOERBAARHEID 4.1 Actuele regionale behoefte In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De 'stappen van de ladder' worden is artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 1. voorziet de voorgenomen stedelijke ontwikkeling in een actuele regionale behoefte; 2. kan binnen bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio in de behoefte worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins; 3. wanneer blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan plaatsvinden, wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld (m.a.w. zorgen voor optimale inpassing en bereikbaarheid). Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling, wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Op grond van jurisprudentie blijkt dat de aanleg van een (CO₂-)leiding met reduceerstation van beperkte omvang niet als stedelijke ontwikkeling kan worden beschouwd.

Verdere toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet aan de orde.

4.2 Economische uitvoerbaarheid 4.2.1 Financieel-economische haalbaarheid De realisatie van de in dit bestemmingsplan rechtstreeks mogelijk gemaakte ontwikkelingen is in handen van één ontwikkelende partij. Deze partij vergoed de ambtelijke plankosten op basis van de legesverordening. Niet is gebleken dat de ontwikkelende partij over onvoldoende middelen beschikt om de bedoelde ontwikkelingen te kunnen realiseren en leges aan de gemeente te voldoen. Met de eigenaren van de particulieren percelen zijn zakelijk recht overeenkomsten afgesloten, dat wil zeggen dat over het tracé voor de aanleg van de nieuwe CO₂-leiding overeenkomsten zijn gesloten met eigenaren en gebruikers. Deze zijn door OCAP vastgelegd in zakelijk recht overeenkomsten (ZRO) voor het aanleggen en in gebruik hebben van de nieuwe CO₂-leiding en tijdelijke gebruiksovereenkomsten (TGO) voor het gebruik van de benodigde particulieren terreinen tijdens en na de aanleg van de nieuwe CO₂- leiding. In deze overeenkomsten zijn tevens alle financiële afspraken ten aanzien van vergoedingen er dergelijke vastgelegd. De Provincie Noord-Holland draagt middels een subsidie bij aan de projectkosten van de leiding. Daarnaast heeft OCAP overeenkomsten gesloten met afnemers waardoor de inkomsten uit de leiding verzekerd zijn.

4.2.2 Verhaal van kosten De Wet ruimtelijke ordening stelt verplicht dat de gemeenteraad tegelijk met de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan vaststelt voor kostenverhaal in het geval het bestemmingsplan nieuwe, bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplannen mogelijk maakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de bouw vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

pagina

van één of meer woningen, de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen of de uitbreiding of verbouwing van gebouwen. In de wet is aangegeven welke kosten verhaald kunnen worden. Het (ver)leggen van leidingen is geen aangewezen bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1. Bro, een reduceerstation als hoofdgebouw is dat wel. Dit betekent dat plankosten kunnen worden verhaald middels een exploitatieplan, tenzij voorafgaand aan de vaststelling van de bestemmingswijziging dit kostenverhaal op een andere manier verzekerd is. In het voorliggende geval worden de gemeentelijke plankosten, op basis van de legesverordening, verhaald op de OCAP. De gronden waarop het reduceerstation is bedacht zijn in eigendom van de gemeente. Voor het gebruik van deze gronden wordt een opstalovereenkomst gesloten. Voor het overige zijn er geen kosten voor de gemeenten door voorzieningen op openbaar gebied. Op basis van voorgaande zijn er geen financiële belemmeringen meer voor de uitvoerbaarheid van onderhavig project.

4.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 4.3.1 Inspraak Het plangebied betreft gronden die deels in eigendom zijn van de gemeente Aalsmeer en deels van particulieren. Met de particuliere grondeigenaren in een zakelijk recht overeenkomst gesloten over het gebruik van de gronden en de aanleg van de leiding. Zij zijn dus akkoord met het voorgenomen plan en de beperkingen die dit in een strook boven de leiding met zich meebrengt. Van verder inspraak kan daarom worden afgezien. Aan de bewoner aan de Bilderdammerweg is vooraf door de initiatiefnemer het plan toegelicht. 4.3.2 Bro-partners In het kader van het wettelijk vooroverleg op grond van het Besluit op de ruimtelijke ordening heeft over het initiatief overleg plaatsgevonden met de onderstaande overlegpartners. Zij hebben het initiatief, in de vorm van het voorontwerp en de onderzoeken die zijn opgesteld ten behoeve van het gehele tracé, beoordeeld. 1. 2. 3. 4.

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland Hoogheemraadschap van Rijnland Waternet Brandweer Amsterdam-Amstelland

Met de gemeenten Uithoorn, Kaag en Braassem en Haarlemmermeer heeft regulier overleg plaatsgevonden om de inhoudelijke en procedurele afstemming te borgen. De provincie Noord-Holland ziet dit initiatief voor de aanleg van een CO2-transportleiding ten behoeve van de glastuinbouw als een positieve ontwikkeling. Het sluit namelijk goed aan bij de gestelde doelen in de omgevingsvisie 2050 om zoveel mogelijk gebruik te maken van hernieuwbare energiebronnen en restwarmte van bedrijven. Hierbij wordt in het bijzonder ingegaan om kansen voor verduurzaming in de glastuinbouw. De voorgestelde leiding wordt ondergronds aangelegd, dus de impact op bestaande landschappelijke kwaliteiten is minimaal. Het plangebied ligt niet in de buurt van Natura2000 gebieden. Wel loopt het tracé onder de Westeinderplassen door, een gebied dat onderdeel uitmaakt van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het is belangrijk dat de initiatiefnemer het plan ook aanmeldt bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Zij gaan over soortenbescherming. vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

pagina

Reactie: Het plan zal worden aangemeld bij de Omgevingsdienst NZKG Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft eveneens geen bewaar tegen het plan. Zij geeft dat voor de werkzaamheden een watervergunning nodig is. Voor de horizontaal gestuurde boring, deels in kwetsbaar kwelgebied, onder de waterkering door en onder oppervlaktewater door, is de zorgplicht (regel 15 Kabels en Leidingen) aan de orde en dient een maatwerkbesluit te worden geschreven door Rijnland (regel 20 Grondverzet). Reactie: Voor de werkzaamheden worden de regels uit de Keur in acht genomen en wordt een vergunning aangevraagd. Waternet geeft aan dat de leiding gedeeltelijk in de nabijheid ligt van de 'overige tertiaire kering' die de status compartimentering heeft. Deze kering is in beheer van AGV. Verzocht wordt de aanwezigheid van deze kering op te nemen, zodat hiermee in de toekomst rekening gehouden wordt. Reactie: De tertiaire kering heeft op basis van de Legger geen beschermingszone. Het ligt niet voor de hand deze kering als dubbelbestemming op de planverbeelding op te nemen. In de toelichting zal hier aandacht aan worden besteed. Brandweer Amsterdam-Amstelland heeft te kennen gegeven, dat zij geen opmerkingen hebben, dan wel dat het voorontwerp geen onderwerpen raken waarbij zij belang hebben.

Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan is gedurende zes weken ter inzage gelegd van 24 juni tot en met 4 augustus 2022. Gedurende de termijn van ter inzage legging heeft een ieder de gelegenheid gekregen om schriftelijk zienswijzen kenbaar te maken. Gedurende deze periode is er 1 zienswijze ingediend. De zienswijze is beantwoord in de Nota van beantwoording zienswijzen welke onderdeel uitmaakt van het vaststellingsbesluit.

4.4 Handhaving 4.4.1 Uitvoerings- en handhavingsbeleid Handhaving op het gebied van ruimtelijke ordening spitst zich toe op het gebruik van de gronden en opstallen, de maatvoering van bouwwerken en het uitvoeren van werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Handhaving kan kortweg worden omschreven als: elke handeling die er op is gericht de naleving van rechtsregels te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Handhaving is geen doel op zich maar draagt bij aan de realisatie van de ruimtelijke doelstellingen die met het bestemmingsplan worden beoogd en de bescherming van de verschillende belangen die worden gewaarborgd. Een bestemmingsplan bevat daarom een handhavingsparagraaf. Hierin wordt een toelichting gegeven op de wijze waarop de gemeente het juridische normenkader van het bestemmingsplan handhaaft, dat door middel van de planregels in samenhang met de planverbeelding in het leven is geroepen. Het niet naleven van een bestemmingsplan komt neer op het ondergraven van één van de meest waardevolle en invloedrijkste instrumenten van de gemeentelijke overheid. Daarnaast is het een inbreuk op en aantasting van de belangrijkste waarborgen die de burger en bedrijven op gemeentelijk niveau hebben.

De maatschappij mag immers verwachten en eisen van de gemeentelijke overheid dat zij de regelgeving die zij in het vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

pagina

bestemmingsplan heeft opgenomen ook zal handhaven. Het niet naleven en handhaven van het bestemmingsplan tast de geloofwaardigheid van de gemeente in het algemeen aan. Om deze redenen is het noodzakelijk het bestemmingsplannen te handhaven en te blijven handhaven. De gemeente is verplicht om uitvoerings- (vergunningverlening) en handhavingsbeleid vast te stellen in een of meer documenten, waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen wij onszelf stellen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten we daarvoor zullen uitvoeren. Deze verplichting is nu al opgenomen in het Besluit omgevingsrecht en komt ook in de Omgevingswet terug. De gemeente heeft aan deze verplichting invulling gegeven in het actuele VTH beleidsplan, waarin zowel het uitvoerings- als het handhavingsbeleid is opgenomen. Deze nota beschrijft de visie, doelstellingen, prioriteiten, uitgangspunten en strategieën op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het is gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen met betrekking tot de naleving van de geldende wetgeving, waaronder dit bestemmingsplan. Een andere belangrijk uitgangspunt zijn de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften, de beleidskaders en een analyse van inzichten, technieken en werkwijzen die gebruikt kunnen worden voor de uitvoering.

Het gehele uitvoerings- en handhavingsbeleid geeft ten minste inzicht in: <0000> De prioriteiten bij de uitvoering van voorgenomen activiteiten. <0000> De methodiek die de gemeente gebruikt om te bepalen of gestelde doelen worden bereikt. <0000> De objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen voor en beslissingen over een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen. <0000> De werkwijze bij vergunningverlening en het afhandelen van meldingen. <0000> De afspraken die door de gemeente met de Omgevingsdienst en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt. <0000> De wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde wordt uitgeoefend om de gestelde doelen te bereiken. <0000> De wijze waarop bestuurlijke sancties en de termijnen die bij het geven en uitvoeren daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen. <0000> De wijze waarop de gemeente handelt na overtredingen die zijn begaan door of in naam van de eigen gemeente of van andere organen behorende tot de overheid. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s worden deze prioriteiten vertaald in daadwerkelijke activiteiten.

Jaarlijks evalueren we de uitgevoerde inspanningen en toetsen we de bijdrage aan de beleidsdoelstellingen. Doen we nog de juiste dingen op de juiste wijze of signaleren we ontwikkelingen die een aanpassing van het (ruimtelijke) beleid vragen? Het uitvoeringsprogramma, jaarverslag en de evaluatie worden toegestuurd aan de gemeenteraad. 4.4.2 Handhavingsopgave Uit de planregeling volgt geen opgave voor handhaving. Er zijn geen strijdige en illegale functies geconstateerd die ingevolge het bestemmingsplan dienen te worden beëindigd.

vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

pagina

HOOFDSTUK 5 BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED Dit hoofdstuk beschrijft de huidige situatie van het plangebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt naar de ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en zijn omgeving. Alle ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt met dit bestemmingsplan zijn al behandeld in hoofdstuk 2

5.1 Ruimtelijke karakteristiek 5.1.1 Het plangebied in groter verband Het tracé start buiten de gemeentegrens, ten zuidoosten van de kern Nieuw-Vennep nabij knooppunt Burgerveen. Ter plaatse bevindt zich een bestaande CO₂- leiding van OCAP. De CO₂ wordt door OCAP bij Shell in Pernis en bij Alco in Rotterdam ingekocht. De CO₂ wordt met een compressor op druk gebracht. Voor transport wordt gebruikgemaakt van een bestaande transportleiding van 85 kilometer. Deze leiding loopt van het industriegebied van Rotterdam naar het havengebied van Amsterdam en komt hierbij langs een aantal belangrijke glastuinbouwgebieden (waaronder PrimA4a en De Kwakel).

Fig 5 Geplande CO₂ bundel tussen Westland en MRA, met aantakking op het gebied Greenport Aalsmeer

Vanaf de aftakking van de bestaande CO₂-leiding nabij knooppunt Burgerveen loopt het tracé van de nieuwe leiding in zuidoostelijke richting langs de kern Burgerveen, door het zuidelijke deel van de Westeinderplassen en vervolgens door het agrarisch gebied ten noorden van het buurtschap Vriezekoop. Ten noorden van Bilderdam buigt het tracé af in noordoostelijke richting tot het reduceerstation aan de Ambachtsheerweg. 5.1.2 Beschrijving plangebied Het plangebied binnen de gemeente Aalsmeer bestaat uit twee delen. Het eerste tracé komt Aalsmeer binnen ter hoogte van de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder. Hier loopt het plangebied over een lengte van circa 1150 meter door de Westeinderplas tot aan de Herenweg. De eerste 250 meter daarvan is natuur in de vorm van rietlanden. Deze gronden maken deel uit van De Rijsen. Waar elders in het plassengebied de legakkers en petgaten grotendeels zijn verdwenen en een vrijwel aaneengesloten watervlakte (Grote Poel) is ontstaan, is aan de westzijde een moerasgebied overgebleven, overwegend bestaande uit rietlanden. Door de geïsoleerde ligging heeft het gebied zich kunnen ontwikkelen tot een waardevol natuurgebied. vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

pagina

Voor het overige is het open water. Het tweede deel van het tracé komt van de gemeente Kaag en Braassem ter hoogte van de Landscheidingsdijk (Bilderdammerdijk) Aalsmeer binnen. Het plangebied loopt in noordoostelijke richting naar de Ambachtsheerweg door open akkerland. Bij het bepalen van de ligging van de nieuwe leiding en afsluiterschema is nadrukkelijk gekeken naar de meest wenselijke situatie vanuit beheer, veiligheid en bereikbaarheid.

5.2 Functioneel gebruik De gronden ter plaatse van dit deel van het eerst tracédeel zijn momenteel ingericht als natuurgrond met rietlanden. Als onderdeel van het natuurbeheer wordt hier het riet gesneden. De Westeinderplas is van belang vanuit de waterhuishouding (waterberging) en doet tevens dient als recreatiewater. Het akkergebied ten westen van Kudelstaart wordt gebruikt als agrarische cultuurgrond. Het tracé loopt hier onder een onverharde ontsluiting naar de Ambachtsheerweg. Het reduceerstation ligt in een parkachtige zone. De wegen die worden doorsneden (Herenweg en Ambachtsheerweg) hebben hun functie als infrastructuur. Het huidige gebruik zal door de aanleg van de leiding niet wijzigen.

vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

pagina

HOOFDSTUK 6 BELEIDSKADER 6.1 INLEIDING Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de belangrijkste ruimtelijke beleidskaders. Achtereenvolgens komt het relevante rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijk beleid aan bod. Het beleid en de wetgeving op milieugebied wordt behandeld in hoofdstuk 7.

6.2 Rijksbeleid Hieronder volgt het beleid van het rijk, waar indien relevant voor het plangebied met dit rijksbeleid rekening wordt gehouden in dit bestemmingsplan. 6.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, de NOVI, komt voort uit de Omgevingswet en is een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De NOVI richt zich op vier prioriteiten: 1. Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie 2. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden 3. Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken 4. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2.

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid De in dit bestemmingsplan voorziene ontwikkeling is in overeenstemming met de nationale belangen zoals opgenomen in de NOVI. In relatie tot het voorliggende plan is vooral het nationale belang ‘Ontwikkelen van een duurzame landbouw voor voedsel en agroproductie’ van toepassing. Met het plan wordt bijgedragen aan de energieverduurzaming in de glastuinbouwsector en de toekomstbestendigheid van deze sector. Tot slot wordt opgemerkt dat de Ladder voor duurzame verstedelijking, gelet op de aard van de ontwikkeling, niet van toepassing is. 6.2.2 Klimaatakkoord

vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

pagina

Algemeen In het Klimaatakkoord van Parijs is in 2015 afgesproken dat de opwarming van de aarde wordt beperkt tot minder dan twee graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Het streven is om de opwarming beperkt te houden tot anderhalve graad. Het kabinet heeft met het nationale Klimaatakkoord (juni 2019) een centraal doel: het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met 49 % ten opzichte van 1990. Dit Klimaatakkoord betreft een pakket aan maatregelen met een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak, dat de actieve steun heeft van zoveel mogelijk bijdragende partijen en waarmee het politieke reductiedoel van 49% in 2030 wordt gerealiseerd. Doelen klimaatakkoord Het Klimaatakkoord bevat de afspraken die aan vijf sectortafels zijn gemaakt, waaronder Landbouw en landgebruik. Voor de glastuinbouw is ten aanzien van de CO₂-voorziening in het klimaatakkoord o.a. opgenomen dat wordt ingezet op voldoende maatregelen om de benodigde CO₂-voorziening voor de glastuinbouwsector mogelijk te maken. Uiterlijk in 2030 is de ontwikkeling naar een CO₂- voorziening met een omvang van circa 2,0 Mton op jaarbasis zeker gesteld.

De inzet en aanpak is gericht op kosteneffectieve afvang, transport en levering van CO₂, realisatie van onafhankelijk CO₂-transport, integratie en optimalisatie van CO₂-opslag (CCS), maximale ontsluiting van CO₂ uit biogene bronnen en innovatie en ontwikkeling van CO₂-winning uit de buitenlucht. Toetsing van het initiatief aan het klimaatakkoord De in dit bestemmingsplan voorziene ontwikkeling levert een bijdrage aan de klimaatdoestelling voor de glastuinbouw ten aanzien van de CO₂-voorziening. De CO₂ leiding is namelijk belangrijk voor transport en levering van CO₂ naar het glastuinbouwgebied De Kwakel. De aanleg van de CO₂-leiding is in overeenstemming met de doelstelling uit het klimaatakkoord.

6.3 Provinciaal en regionaal beleid 6.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Algemeen De Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is het integrale provinciale beleidsplan voor de gehele provincie Noord-Holland. De Omgevingsvisie is op 19 november 2018 vastgesteld door Provinciale Staten. Met de Omgevingsvisie richt de provincie zich op lange termijn ambities en –doelen, met oog voor kwaliteiten die de provincie langjarig willen koesteren en die probeert in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. In het Visiedeel zijn de ambities uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst. Relevant voor voorliggende ontwikkeling is met name de beweging ‘Nieuwe energie’. In deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. De provincie wil de beweging richting circulaire economie versnellen. Doel is het verminderen van het verlies van (primaire) grondstoffen die geschikt zijn voor hergebruik. Bij circulaire economie zijn het terugwinnen van grondstoffen, het inzetten van reststromen en verwaarding belangrijk. Dat vereist ruimte voor opslag en verwerking van materialen en reststromen, waaronder CO₂. Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050

vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

pagina

Met de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling, welke voorziet in de aansluiting van kernglastuinbouwgebied de Kwakel op het bestaande CO₂-netwerk, wordt het verlies van (primaire) grondstoffen die geschikt zijn voor hergebruik verminderd. Door hergebruik van CO₂ wordt bijgedragen aan de energieverduurzaming in de glastuinbouwsector. Gesteld kan worden dat het initiatief daarmee in lijn is met het gestelde in de omgevingsvisie.

6.3.2 Omgevingsverordening NH2020 Algemeen De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie worden verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Deze vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. Voor de provinciale regelgeving op de wettelijke taken en bevoegdheden is gekozen deze beleidsneutraal om te zetten in de omgevingsverordening. De belangrijkste wijzigingen in de ontwerp Omgevingsverordening NH2020 ten opzichte van de regels in de huidige provinciale verordeningen betreffen: <0000> meer ruimte voor kleinschalige woningbouw in Noord-Holland Noord <0000> overige kleinschalige stedelijke ontwikkelingen alleen op bestaande bouwvlakken <0000> beschrijven en vastleggen kernkwaliteiten Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) <0000> meer ruimte voor windturbines in de MRA, vooruitlopend op de RES <0000> industrieterreinen in het NZKG <0000> aandacht voor risico’s klimaatadaptatie <0000> ruimte voor activiteiten met meerwaarde/waardevolle experimenten De overige regels zijn voor het grootste deel beleidsneutraal omgezet naar de omgevingsverordening.

Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening NH2020 Ten aanzien van de Omgevingsverordening NH2020 zijn er geen beperkingen voor de voorgenomen ontwikkeling voor de aanleg van een CO₂- leiding. Er dient gesteld te worden dat het plan in overeenstemming is met het provinciale ruimtelijke beleid. 6.3.3 Green Deal CO2 voorziening glastuinbouw in Noord-Holland In 2014 is de ‘Green Deal CO₂ voorziening glastuinbouw in Noord-Holland’ door veertien partijen, waaronder provincie Noord-Holland, ondertekend. In dit document zijn afspraken gemaakt over de verduurzaming van de glastuinbouwsector door externe toevoer van CO₂. Met de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling, welke voorziet in de aansluiting van kernglastuinbouwgebied de Kwakel op het bestaande CO₂-netwerk, wordt invulling gegeven aan de gemaakte afspraken. 6.3.4 Ruimtelijke Visie Greenport Aalsmeer 2015-2025 De samenwerkende tuinbouworganisaties, bedrijfsleven, gemeenten en provincies in Greenport Aalsmeer hebben de Ruimtelijke Visie Greenport Aalsmeer 2015-2025 ontwikkeld. In de visie wordt ingezet op een moderne en duurzame glastuinbouw, met ruimte voor zowel grootschalige bedrijven als ondernemers met niches.

Een van de kernpunten van de Ruimtelijke Visie Greenport Aalsmeer 2015-2025 betreft het inzetten op duurzaamheid waarbij specifiek wordt ingezet op het gebruik van CO₂ en restwarmte in kansrijke gebieden.

vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

pagina

De Greenport Aalsmeer kiest voor een visie waarin regionaal wordt gestuurd op het benutten van kansen in toekomst vaste glastuinbouwgebieden. Daarbij zet zij in op de kansen die duurzame versterkingen als het gebruik van restwarmte, aanvoer van CO₂ per pijpleiding en geothermie bieden, als drager voor toekomstige ontwikkelingen. De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling, welke voorziet in de aansluiting van kernglastuinbouwgebied de Kwakel op het bestaande CO₂-netwerk, wordt invulling gegeven aan een van de kernpunten uit de Ruimtelijke Visie Greenport Aalsmeer 2015-2025. 6.3.5 Drechtdoorsteek Het project Drechtdoorsteek is een project waarin drie gemeenten (Aalsmeer, Uithoorn en Nieuwkoop), twee provincies (Zuid-Holland en Noord-Holland) en twee waterschappen (Hoogheemraadschap van Rijnland en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht) samenwerken om een nieuwe vaarverbinding tussen de Westeinderplassen en de Drecht te realiseren. Kansenonderzoek Drechtdoorsteek In het Kansenonderzoek Drechtdoorsteek, 4 december 2017, zijn vier scenario’s gepresenteerd. Bestuurlijk is een voorkeur uitgesproken voor een doorsteek van de Drecht naar de Westeinderplassen langs de bestaande landschappelijke dijk tussen de Vriesekoopsepolder in Kaag en Braassem en de Zuiderlegmeerpolder in Aalsmeer en Uithoorn.

Daarbij is ruimte beoogd voor gebiedsontwikkeling aan de ‘koppen’ en aan de oostzijde van de doorsteek in de Zuiderlegmeerpolder in combinatie met recreatieve ontwikkelingen aan de zuidwestelijke oevers van de Westeinderplassen. Marktverkenning en gebiedsconcepten Drechtdoorsteek In de ‘Marktverkenning en gebiedsconcepten Drechtdoorsteek’ (17 december 2018) is op basis van de recreatieve en toeristische ontwikkelingen in de regio en de gunstige ligging een aantal kansrijke deelmarkten in kaart gebracht. Samen met marktpartijen is een aanzet voor mogelijke gebiedsconcepten ontwikkeld in de Zuiderlegmeerpolder en aan de zuidwestelijke oevers van de Westeinderplassen. Toetsing van het initiatief aan de plannen rondom de Drechtdoorsteek De planontwikkeling rondom de Drechtdoorsteek is ongewis. De plannen staan momenteel in de ijskast. In het voorkeursmodel is de Drechtdoorsteek nabij Bilderdam voorzien. Op dit deel van het traject wordt de CO₂-leiding aangelegd middels een gestuurde boring. De diepteligging van de leiding bedraagt daarbij tussen de 20 en 30 meter. Verder in oostelijke richting, op ruime afstand van de beoogde locatie van het voorkeursmodel, komt de leiding minder diep te liggen. Hier wordt de CO₂-leiding deels in een open sleuf aangelegd. De leiding wordt daarbij ca. 2,5 m a 3,0 meter diep gelegd met 1,5 tot 2m dekking.

Het initiatief is afgestemd op een mogelijke realisatie van de Drechtdoorsteek nabij de Bilderdam zoals opgenomen in het voorkeursmodel. Bij een toekomstige uitwerking van de doorsteek ten aanzien van de exacte ligging van het tracé en de toe te passen ophoging en waterstanden dient te zijner tijd rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van de CO2-leiding. De voorgestelde ligging en aanlegdiepte zijn verenigbaar met de in de toekomst te realiseren watergang.

6.4 Gemeentelijk beleid 6.4.1 Gebiedsvisie Aalsmeer 2020 vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

pagina

Het actuele ruimtelijke beleid van de gemeente is neergelegd in de Gebiedvisie Aalsmeer 2020, zoals vastgesteld door de raad van de gemeente op 26 november 2009. De Gebiedsvisie heeft de status van structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Ingevolge de gebiedsvisie dient het ruimtelijke beleid van de gemeente gericht te zijn op een duurzame en kwalitatief sterke ontwikkeling van economie, wonen en recreatie met als voorwaarde het behoud van de leefbaarheid, het dorpse karakter, de bereikbaarheid en het op peil brengen en houden van voorzieningen. De aandacht dient verlegd te worden van uitbreiding naar verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Functies of ontwikkelingen die dit frustreren moeten worden tegengegaan. De onderstaande speerpunten zijn voor dit initiatief relevant. Ruimtelijk karakter Voor Aalsmeer zijn er goede mogelijkheden in een ontwikkelingsrichting die uitgaat van het besef dat de gemeente Aalsmeer over unieke cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten beschikt. De ruimtelijke structuren zoals de Westeinderplassen, de Bovenlanden, de historische dorpskernen en de lintstructuren, vertellen gezamenlijk het verhaal van de ontstaansgeschiedenis van de gemeente. Ten aanzien van het ruimtelijk karakter wordt er voor gekozen het accent te leggen op het behoud en versterken van het dorpse karakter.

Groen en water De gebiedsvisie richt zich op het creëren van een duidelijke hoofdstructuur en het verkrijgen van meer kwaliteit op het gebied van groen en water op wijkniveau. Door de schaarse ruimte zijn de mogelijkheden daarvoor echter beperkt en is daarom maatwerk gewenst. Behoud en herstel van bestaande structurele water- en groenelementen zijn daarom belangrijke doelen in de gebiedsvisie. Deze doelen kunnen op hoofdlijn worden bereikt door op gemeenteniveau: <0000> de Westeinderplassen en Bovenlanden aan te wijzen als structuurdragers van het groen-blauw netwerk; <0000> de gebieden die deel uitmaken van het Groene Hart en de sloopzone (veiligheidscontour Schiphol) aan te wijzen als kansrijke zoeklocaties voor verdere structuurversterking van groen en water; <0000> de parken als de groene parels van Aalsmeer te beschouwen. Bedrijvigheid Aalsmeer wil de groei van de economie accomoderen door het Greenportbeleid uit te voeren en overige economie, toerisme en recreatie te bevorderen. Glastuinbouwbedrijven met perspectief worden op de daarvoor aangewezen terreinen (Kudelstaart en Schinkelpolder) gevestigd. Buiten deze terreinen is in de gemeente geen plaats meer voor nieuwvestiging of verplaatsing van grootschalige glastuinbouw. Recreatie en toerisme De ontwikkeling van recreatie en toerisme wordt bevorderd.

De nadruk zal liggen op de kwaliteit van het toeristisch-recreatieve product en niet op het aantrekken van grote hoeveelheden toeristen (over water). Aalsmeer kiest voor een tweeledige ontwikkeling. Enerzijds heeft Aalsmeer een internationale uitstraling op het gebied van bloemen. Anderzijds heeft Aalsmeer een meer authentiek dorps karakter, waarbij de kleinschaligheid juist de charme is. In algemeenheid wordt het verbeteren van de vaar-, fiets- en wandelroutes aanbevolen. Daarnaast is er behoefte aan extra hotelbedden ten behoeve van een vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

pagina

langer verblijf van gasten. Ook kan worden gedacht aan het vergroten van de mogelijkheden voor bed en breakfast accommodaties. In de Gebiedsvisie is voor de vijf meest belangrijke ontwikkelingsgebieden een nadere uitwerking gemaakt. Bovenlanden De Bovenlanden vormen samen met de Westeinderplassen en de Oosteinderpoel een waardevol, en tegelijkertijd kwetsbaar gebied.

Fig. 6 Bovenlanden, Westeinderplas

De grote attractieve waarde van deze gebieden houdt verband met de directe samenhang tussen de vaarroute over de Ringvaart en het uitgebreide netwerk van watergangen en het oude cultuurlandschap met de oorspronkelijke trekheestercultuur. Aalsmeer wil inzetten op het behoud van het unieke karakter van deze gebieden, met daarbij als insteek om in deze gebieden een evenwichtige mix tussen bedrijvigheid, cultuur, natuur en recreatie te realiseren. Een verdere verrommeling van het landschap door achtergebleven oude kassen, oneigenlijke en/of grootschalige elementen moet worden voorkomen. De eilanden vervullen een belangrijke rol in het landschappelijke decor van de Westeinderplassen. De invulling van deze gebieden zal daarom worden gericht op een overwegend natuurlijk en onbebouwd karakter in combinatie met lichte vormen van dagrecreatie. Dit geldt in mindere mate voor de meest westelijk gelegen rietlanden. Groen-rode identiteit Oosteinde en Kudelstaart Het meeste westelijke deel van Kudelstaart valt binnen het ontwikkelingsgebied 'Groen-rode identiteit Oosteinde en Kudelstaart'.

vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

pagina

Kudelstaart

Fig. 7 Groen-rode identiteit Oosteinde en

Het driehoekige gebied ten zuiden van Kudelstaart is één van de weinige plekken waar nog geen bebouwing heeft plaatsgevonden of waar specifieke plannen voor zijn gemaakt. Het is daarmee één van de gebieden langs de zuidrand van de gemeente waar de identiteit nog blanco is en in het kader van deze gebiedsvisie moet worden bepaald. Voor het bepalen hiervan wordt uitgegaan van de gebiedseigen kwaliteiten: de ligging in de directe nabijheid van de Westeinderplassen, het overgangsgebied van bebouwd naar open agrarisch gebied, de ligging binnen geluidscontouren van Schiphol. Het gebied ligt tegen de grens met twee buurgemeenten: Uithoorn en Kaag en Braassem. Vanuit deze optiek leent het gebruik van dit gebied zich het beste voor een overwegend groene invulling, gecombineerd met een licht toeristisch-recreatief gebruik. Mogelijk vindt de Drechtdoorsteek zijn weg in de Vriesekoopsepolder (Provincie Zuid-Holland). Dit wordt vanuit deze visie van harte ondersteund. De doorsteek is een belangrijke stap in de ambitie om meer watersportrecreanten naar de Westeinderplassen en Aalsmeer Dorp te trekken. Met de doorsteek wordt een kansrijke verbinding in het Toervaartnet gerealiseerd en worden problemen bij de Leimuiderbrug verminderd.

Vanuit ruimtelijk oogpunt zijn daarbij de volgende randvoorwaarden van belang: <0000> De doorsteek dient een belangrijke drager te zijn voor groen-blauwe ontwikkelingen, deels gecombineerd met een toeristisch-recreatief gebruik. Gedacht kan worden aan mogelijkheden voor kleinschalige verblijfsrecreatie en het uitzetten van aantrekkelijke fiets-/wandelroutes richting het Groene Hart; <0000> Het toevoegen van een waterverbinding leidt tot extra barrières in de bestaande wegeninfrastructuur (Herenweg en Hoofdweg). Hier dienen veilige en duurzame oplossingen voor gevonden te worden. Uitvoeringsparagraaf Gebiedsvisie Op 18 december 2014 heeft de gemeenteraad de uitvoeringsparagraaf met uitvoeringsagenda van de Gebiedsvisie Aalsmeer 2020 vastgesteld. Hierin worden verschillende strategische beleidsvoornemens uitgewerkt in concrete acties. Aangegeven wordt hoe deze activiteiten financieel gedekt worden en op welke termijn deze worden gerealiseerd. De activiteiten en maatregelen worden uitgesplitst in doe-, denk- en droomplannen. Doeplannen kenmerken zich door een hoogste prioriteit waarmee met beperkte middelen snel resultaat kan worden geboekt. Hiermee kan direct aan de slag worden gegaan. Denkplannen hebben ook een hoge prioriteit maar vragen meer onderzoek. Hier dienen vooral kansen benut te worden zodra ze zich voordoen.

Tot slot dragen de droomplannen bij aan de ontwikkeling van Aalsmeer maar zijn deze niet op korte termijn realiseerbaar. Dit paraplubestemmingsplan maakt de vastgesteld toelichting Paraplubestemmingsplan CO2 transportleiding - de Kwakel - Aalsmeer

pagina

aanleg van een CO2-leiding mogelijk. Het plan draagt bij aan de verduurzaming van de glastuinbouw in de Greenport Aalsmeer. Tegelijkertijd frustreert het plan de realisatie van de ambities op het gebied van recreatie/toerisme en de landschappelijke- en natuurwaarden niet.

6.4.2 Handboek Kabels en Leidingen Aalsmeer Als beheerdeer van de openbare ruimte voert de gemeente Aalsmeer de regie en coördinatie bij de aanleg van kabels en/of leidingen van netbeheerders. De coördinatie heeft als doel zorg te dragen voor de veiligheid, de beperking van overlast, het bevorderen van het voorkomen van schade en het borgen van de kwaliteit van de openbare ruimte. Voor een goede uitoefening van deze taken heeft het college van burgemeester en wethouders op 13 november 2018 het Handboek Kabels en Leidingen Aalsmeer vastgesteld. De nadere regels uit dit handboek zijn een uitwerking van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI). Het handboek is van toepassing op alle werkzaamheden ten behoeve van aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen in de openbare ruimte van Aalsmeer. Het bevat onder andere uniforme richtlijnen, voorwaarden en eisen met het doel: <0000> het borgen en bevorderen van de kwaliteit van de (ondergrondse) openbare ruimte; <0000> het bevorderen van een juiste ordening en een veilige ligging van kabels en/of leidingen; <0000> het beperken van overlast en het bevorderen van een veilige omgeving voor de burgers tijdens de werkzaamheden. De initiatiefnemer zal zich moeten houden aan achtereenvolgens de AVOI en het Handboek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=b1d01da3-6652-4263-b760-98091ffcd31f