CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Plantoelichting BP Oosteinderweg 2020.Pdf.pdf

1a.Commissie Ruimte Beeldvormend 20 december 2022, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan 'Oosteinderweg 2020'33.911 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Enkel de Hoge Dijk heeft binding met dit gebied doordat deze dijk de noordelijke zijde van het achtergelegen polder ontsluit. De Hoge Dijk is gedeeld particulier eigendom met recht van overpad. Van een structurele ontsluitingsweg kan daarom op dit moment geen sprake zijn. De omgelegde N201, die in een tunnel het gebied doorsnijdt, verbindt deze twee economische concentratiegebieden. In het oosten van het plangebied ligt de Schinkelpolder en verder het Amsterdamse Bos. Het plangebied is functioneel verbonden met het Amsterdamse Bos door de aanleg van het Schinkelbos. Hier langs loopt de Groene As, een ecologische hoofdstructuur tussen Spaarnwoude en Amstelland. De Groene As sluit aan de westzijde van het plangebied aan op de Westeinderplas en de bovenlanden aan de Uiterweg. Hierdoor moet wel een passage door het Dorp worden gevonden. Direct aan het westen grenst het plangebied aan Dorpshaven, de nieuwste uitbreidingslocatie van Aalsmeer-Dorp. Het plangebied heeft meer samenhang met de aangrenzende gebieden in west-oost-richting. Deze komt extra tot uitdrukking in het lint van de Oosteinderweg dat van oudsher de belangrijkste verbinding is tussen Aalsmeer-Dorp en de Schinkelpolder en Amsterdamse Bos. Over het water worden de gebieden verbonden door de van west naar oost lopende Ringvaart.

vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020

pagina

Afbeelding 3: Ligging in de regio 5.1.2 Beschrijving deelgebieden Van zuid naar noord tussen de Oosteinderweg en de Ringvaart is plangebied stedenbouwkundig in te delen in drie zones. Deze indeling vindt zijn oorsprong in de ontstaansgeschiedenis van het gebied. Na de droogmaking van de Schinkelpolder, de Oosteinderpoelpolder en de Legmeerplassen kwam de vervening tot stilstand. Aalsmeer begon zich te ontwikkelen als tuinbouwcentrum, allereerst vanaf de ontginningskades zoals de Oosteinderweg de bovenlanden in. De verkaveling bestond uit lang gerekte kavels en een fijnmazig slotenpatroon om voor de ontwatering van het gebied te zorgen. De zonering vindt zijn grondslag in de door de raad aangenomen Vise op Hoofdlijnen dat ook de basis vorm voor het voorgaande bestemmingsplan 'Oosteinderweg e.o. 2005'. Ook de recent vastgestelde structuurvisie 'Bovenlanden Oosteidnerweg' gaat uit van een vergelijkbare zonering. De zonering gaat uit van een geleidelijke afname van bebouwingsdichtheid richting de Ringvaart: <0000> Zone 1: het bebouwingslint direct langs de Oosteinderweg. In de zone van circa 50 meter diep vindt in hoofdzaak wonen plaats in de vorm van vrijstaande en dubbele woonhuizen met bijgebouwen. In de structuurvisie vergelijkbaar met 'Levendig Lint'; <0000> Zone 2: daarachter ligt de zone voor bedrijfsbebouwing. Van oorsprong zijn dit veelal kassen.

De laatste decenia zijn in deze zone ook andersoortige bedrijfsgebouwen gebouwd. Deze zone heeft een variabele diepte en gaat vooral uit van de feitelijke situatie. In de structuurvisie vergelijkbaar met 'Ontwikkelingszone'; <0000> Zone 3: Onbebouwde zone, hoofdzakelijk in gebruik als open teeltgrond. De afgelopen jaren loopt de teelt terug en worden veel gronden tevens gebruikt als recreatiekavel. In de structuurvisie vergelijkbaar met 'Groene Zone'; <0000> Zone 4: De zone direct aan de Ringvaart en rond de Oosteinderpoel is veelal onbebouwd en biedt ruimte voor natuur en verdere natuurontwikkeling. In de structuurvisie vergelijkbaar met 'Ringvaartzone'. Van west naar oost is er ook een globale indeling te maken. Deze komt vooral voort uit een functionele samenhang, die zijn oorsprong vindt in terugloop van de agrarische sector de afgelopen decennia en externe beperkingen. De begrenzingen hiervan zijn globaal en diffuus. Zo is er onderscheid te maken in: Ten westen van de Lib-zone 3 In dit gebied vindt een grote verscheidenheid aan functies plaats. Deze zijn ook nauwelijks beperkt door externe factoren. Het lint bestaat in hoofdzaak uit vrijstaande woonbebouwing. Daarachter vindt men verschillende bedrijfsfuncties, variërend van een grote scheepswerf en groothandel in hout, jachthavenbedrijven met uiteenlopende

vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020

pagina

bedrijfsprofielen, recreatiekavels en versnipperde teeltgronden. De bedrijvigheid steekt op sommige plaatsen door de lintbebouwing door. De bedrijvigheid in dit deelgebied heeft een intensief karakter. De afstand tussen de Oosteinderweg en de Ringvaart meet 350 tot 400 meter.

Afb. 4: Ligging deelgebied West; streetview grootschalige bedrijfsbebouwing (De Vries) Lib-zone 3 en sloopzone Deze gronden worden door de regelgeving rond het vliegverkeer Schiphol beperkt met betrekking tot gebruik en de aanwezigheid van bebouwing. Het lint bestaat uit vrijstaande woonbebouwing, met uitzondering van de 150 meter aan de noordzijde en 100 meter aan de zuidzijde van de Oosteinderweg. Binnen de sloopzone worden de woningen niet meer bewoond of zijn zelfs gesloopt. Het gebied wordt van noord naar zuid doorsneden door de N201 in een tunnel. Gronden op en aan weerzijde van de tunnel zijn als natuur ingericht. Overige gronden in dit gebied zijn hoofdzakelijk nog in gebruik als teeltgronden en een enkel geval omgezet naar recreatiekavels. Het gebruik binnen het deelgebied richt zich op extensieve vormen van (agrarische) bedrijvigheid. De afstand tussen de Oosteinderweg en de Ringvaart meet 400 tot 500 meter.

Afb. 5: Ligging deelgebied sloopzone; streetview tunnelbak N201 Rond de Pontweg De Pontweg is een eenzijdig woonlint dwars op de Oosteinderweg en loopt dood op de Ringvaart. Hier vindt men een restaurant. Direct ten westen van Pontweg bevindt zich het voormalige veilinggebouw Bloemenlust met een forse uitbreiding aan de achterzijde in de vorm van een loods. Het veilinggebouw heeft nu een indoorsport en -speelfunctie met horeca activiteiten. In de achtergelegen loods zit het distributiecentrum en kantoor van een grote sportketen. Aan weerzijde van de Oosteinderweg liggen twee hotels. Het

vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020

pagina

deelgebied manifesteert zich als het leisurezone. De afstand tussen de Oosteinderweg en de Ringvaart meet 500 tot 600 meter.

Afb. 6: Ligging deelgebied Pontweg; streetview voorm. veiling Bloemenlust Ten oosten van de Pontweg Dit deelgebied is een afwisseling tussen natuur in de vorm van moerasbos en rietlanden en teeltgrond. De natuur valt grotendeels binnen natuurgebied Oosteinderpoel. Het teeltareaal bestaat uit voor Aalsmeerse begrippen ruime blokken van gegroepeerde akkers. Er vindt verspreid wat externe verblijfsrecreatie plaats op recreatiekavels of in zomerhuizen. Het lint bestaat uit vrijstaande woonbebouwing. Van oudsher ligt hier een aantal bedrijven (o.a. grondhandel) op min of meer afgekaderde percelen. De afstand tussen de Oosteinderweg en de Ringvaart meet 600 tot bijna 1100 meter.

Afb. 7: Ligging deelgebied Oosteinderpoel; streetview vanaf de Mr. Jac. Takkade Zuidelijke driehoek Het deelgebied aan de zuidwestzijde van Oosteinderweg is een uitstulping van het Bovenland en steekt als een soort scheg de achtergelegen polder in. In het zuiden wordt het gebied begrenst door de Stommeerkade en de Hoge Dijk, die hier nog redelijk onaangetast het hoogteverschil in het landschap accentueert. De verkaveling staat niet, zoals bij andere deelgebieden, haaks op de Oosteinderweg, maar haaks op de Hoge

vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020

pagina

Dijk. Het gebied kenmerkt zich als een mix tussen natuur en teeltgronden. De weinige teeltgronden komen langzaam in eigendom van Stichting De Bovenland die de gronden inrichten als natuur. Drager van de natuur is hier het Molmpoeltje. Het lint bestaat uit vrijstaande woonbebouwing en in een enkel geval een bedrijfsgebouw (garagebedrijf). De scheg meet, gemeten vanaf de Oosteinderweg, 50 tot 380 meter diep.

Afb. 8: Ligging deelgebied driehoek Hoge Dijk; streetview Molmpoeltje Zuidelijk Oosteinderweglint De zuidzijde van het lint van de Oosteinderweg verschilt van het noordelijke deel. De percelen zijn hier aanzienlijk minder diep omdat ze ingeklemd tussen de Oosteinderweg en de parallel hier aan lopende Hoge Dijk. De diepte van de percelen is slechts circa 50 meter. De korrelgroote van de bebouwing is hierdoor ook beperkt. Bebouwing manifesteert zich als vrijstaande woonbebouwing en schuren. In een enkel geval in de bebouwingsdichtheid op de percelen wel fors omdat er beperkt ruimte is. Dit is in enkele gevallen aan de orde bij percelen waar bedrijvigheid plaats vindt. Percelen hebben een hoofdontsluiting aan de Oosteinderweg, maar vaak ook een achterom met een recht van overpad via de Hoge Dijk.

Afb. 9: Ligging zuidelijk Oosteinderweglint 5.1.3 Gebiedswaarden De gebiedswaarden komen voort uit de ontstaansgeschiedenis van het plangebied. Dit kan zijn als gevolg van natuurlijke invloeden of menselijk ingrijpen en bieden inzicht in

vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020

pagina

de verschillende perioden uit het verleden. De waarden worden ingezet ter verrijking van de ruimtelijke kwaliteiten en het uitdragen van de plaatselijke identiteit. De waarden zijn uit te splitsen in landschappelijke-, cultuurhistorische-, archeologische- of aardkundige waarden. De Globale Cultuurhistorische Analyse, 'Gebroken landen, geheelde gronden' (zie paragraaf 6.4.13) geeft inzicht in de ontstaansgeschiedenis van het plangebied. Op basis van de historische ontwikkelingen is in Aalsmeer onderscheid te maken in de Bovenlanden (veengebieden) en de droogmakerijen (polderlandschap). Dit onderscheid is in hoge mate bepalend voor de ruimtelijke structuur en geleding van Aalsmeer en is te herleiden tot de geomorfologie (bodemgesteldheid, waterhuishouding, hoogteligging) en ontginningsstructuur. Aalsmeer kent van oudsher een intensief en pluriform grondgebruik, veroorzaakt door de verscheidenheid in bodemopbouw, waterhuishouding en de grondslag voor het ontstaan van nederzettingen. Ondanks de menselijke ingrepen (ontginningen, veranderingen in de waterhuishouding en intensief grondgebruik) zijn de kenmerken van een hoogwaardige landschap en structuur nog steeds aanwezig en herkenbaar. De stedelijke en landschappelijke opbouw en ruimtelijke structuur kunnen als document van een langdurige en boeiende geschiedenis worden aangeduid.

Tot de Bovenlanden behoren de veengronden hoofdzakelijk aan de noordzijde van Aalsmeer. Het Aalsmeerse veengebied werd al sinds 1000 na Chr. ontgonnen. Er werden sloten gegraven om de afwatering te bevorderen en hoger gelegen kaden aangelegd om de verbinding met de buitenwereld te verbeteren en droge voeten te houden. De daarbij verkregen kaden dienden als voetpaden waarlangs, op een verhoogd gedeelte, de woningen werden gebouwd. Zo ontstonden langgerekte lintdorpen, waarvan de Oosteinderweg een voorbeeld is, dat al in de 17de eeuw prominent op de kaart zichtbaar is. Loodrecht op dit bewoningslint ontstonden smalle, langgerekte kavels, met daartussen sloten voor de ontwatering. Als gevolg van het zakkende veen moesten steeds meer afwateringsslootjes richting de nog niet drooggelegde Haarlemmermeer en de (Oosteinder)Poel aangelegd worden. Door het uitbaggeren van deze sloten en afkalving van de randen, zijn hier in de loop der tijd relatief brede sloten ontstaan.

Afb. 10: Historische kaart van Rijnland (1647) en situatie na ontginning Vanaf de 14-de eeuw zijn de veengebieden grotendeels benut en afgegraven voor turfwinning. Legakkers en petgaten in de Bovenlanden laten de historie van de turfwinning zien. Door deze ontgravingen en inklinking van het veen zakte de bodem en ontstond een steeds grotere behoefte aan (droog) land. Met name de gronden aan de noordwestzijde van Aalsmeer werden opgehoogd met een mengsel van slootbagger,

vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020

pagina

stalmest en afval, zogeheten ‘toemaak’, waardoor ze een vruchtbare bovenlaag hebben gekregen. De gronden werden daardoor zeer geschikt voor teelt van bomen en heesters (met name seringen) en kleinschalige tuinbouw. Aanvankelijk voor boomkwekerijen en aardbeienteelt, vanaf de tweede helft van de 19 de eeuw ook steeds meer voor de bloementeelt. Als gevolg hiervan ontstonden direct achter het bewoningslint, vele langgerekte kassen, loodrecht op de Oosteinderweg. Vanaf circa 1000 na chr. is het veengebied van Aalsmeer ontgonnen. De gronden zijn eerst voor akkerbouw en daarna als weiland gebruikt. De veenweidegebieden werden vervolgens al vroeg als veenkwekerijlanden ingezet. Aanvankelijk voor boomkwekerijen en aardbeienteelt, vanaf de tweede helft van de 19 de eeuw ook steeds meer voor de bloementeelt. Vanaf de 14-de eeuw zijn de veengebieden grotendeels benut voor turfwinning. Legakkers en petgaten in de Bovenlanden laten de historie van de turfwinning zien. De ontstaansgeschiedenis geeft inzicht in de waardering van verschillende kernkwaliteiten. Landschappelijke waarden Kenmerkend voor het gebied Oosteinderweggebied is enerzijds het bovenland. Sinds de middeleeuwen is hier een fijnmazige verkaveling tot stand gekomen ten behoeve van de afwatering, de turfwinning en later, de tuinbouw.

Anderzijds is daar de hoger gelegen kade ontstaan, de Oosteinderweg, dat fungeerde als doorgaande weg en waaraan woningen ontstonden. De Oosteinderweg raakte steeds meer verdicht. De afgraving ten behoeve van de turfwinning en het zakkende veen noodzaakte tot het maken van steeds meer afwateringsslootjes richting de nog niet drooggelegde Haarlemmermeer en de (Oosteinder)Poel waardoor een langgerekte strokenverkaveling is ontstaan, die haaks staat op het bewoningslint. Dit patroon van sloten is ook nu nog van belang voor de waterberging en ontsluiting van percelen en is van wezenlijk belang als raamwerk binnen op het Bovenland. Natuurwaarden Het plangebied is gelegen binnen een samenhangend NNN-gebied 'Westeinderplassen, Oosteinderpoel en Schinkelbos (A1)'. Het oppervlak van het NNN in dit gebied bedraagt 1232 hectare. De samenhang binnen het gebied komt vooral tot uitdrukking in het samenhangende oppervlaktewatersysteem. Dit bestaat uit zowel grote plassen als uit kleinschalige afwisselingen van open water en veeneilandjes, die worden verbonden door de ringvaart. Het gebied maakt deel uit van de zogenaamde Groene As en vormt samen met verschillende natuurverbindingen (ANV1 en ZNV1) een belangrijke schakel in de samenhang van het NNN op regionaal niveau.

Bijlage 2 van de plantoelichting bevat de beschrijving van de 'Wezenlijke Kenmerken en Waarden' die voor dit gebied en de natuurverbindingen gelden. Cultuurhistorische waarden Het Oosteinderweggebied betreft veengronden met een strokenverkaveling uit de 17de eeuw. De menselijke ingrepen en het gebruik van de percelen kenmerken de cultuurgronden van het Bovenland. Het ophogen van veengronden met de zogeheten ‘toemaak’ is niet zeldzaam. Het opvaren van gronden is kenmerkend voor het landgebruik/behoud van de veengronden ten noorden en zuiden van Aalsmeer. De opgevaren gronden zijn door de hogere ligging, strookvormige verkaveling en het contrast met de omliggende polders duidelijk herkenbaar. De samenhang met de oorspronkelijke ontginningsas; de huidige Oosteinderweg, is goed herkenbaar, evenals de samenhang met de Ringvaart van de Haarlemmermeer. De ruimtelijke relicten herinneren aan de ontstaansgeschiedenis van het Oosteinderweggebied. Als gevolg van de tuinbouw en bloementeelt die zich ontwikkelde

vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020

pagina

in de 19de eeuw, zijn direct achter het bewoningslint aan de Oosteinderweg vele kassen ontstaan. Deze werden veelal geflankeerd door schoorstenen en ketelhuizen, ten behoeve van het warmstoken van de kassen. Er hebben er vele tientallen gestaan aan de Oosteinderweg. Het overgrote deel van deze schoorstenen is inmiddels verdwenen. Er resteren er nog enkele, waarvan een deel is afgetopt. Het gebied is als geheel van hoge cultuurhistorische waarde. Aan de Oosteinderweg is een aantal gemeentelijke en Rijksmonumenten gelegen die de hierboven beschreven ontstaansgeschiedenis van het Oosteinderweg gebied weerspiegelen. Grenzend aan de oostzijde van het Oosteinderweggebied ligt het gemeentelijk beschermde dorpsgezicht Bovenland-Benedenland, en behelst de Mr. Jac Takkade en aangelegen bebouwing met historische waarde en twee monumentale molens (Molen de Zwarte Ruiter, Rijksmonument en molenstomp Jac Takkade 15, gemeentelijk monument) gelegen aan de oostzijde van de Mr. Jac Takkade, net buiten het plangebied). Gemeentelijke monumenten zijn: <0000> Oosteinderweg 129 (woonhuis kwekerij Pomona), 1901; <0000> Oosteinderweg 392-394 (kerk, pastorie en begraafplaats), 1769. Rijksmonumenten zijn: <0000> Oosteinderweg 213, 215 (woonhuis kwekerij), 1923; <0000> Oosteinderweg 245-247 (voormalige Bloemenveiling Bloemenlust), 1921.

Het gemeentelijk beschermd dorpsgezicht 'Beneden-Bovenland' voor zover gelegen binnen het plangebied omvat Mr. Jac. Takkade 1a, 1, 8, 11 en de daaraan grenzende gronden direct aan de Mr. Jac. Takkade. Bijlage 3 van de plantoelichting bevat de beschrijving van dit beschermde dorpsgezicht. Archeologische waarden De Oosteinderweg is een van de oudste bewoningslinten in Aalsmeer, en heeft een zeer hoge archeologische waarde. Sporen van bewoning vanaf de late middeleeuwen worden in de linten verwacht. De grenzen van de middeleeuwse ontginningsblokken zijn rechte en slingerende ontginningsassen en rechte zij- en achterkaden vormden vaak de basis van het wegenpatroon. Achter het woonlint is het gebruik minder intensief geweest maar niet minder waardevol. Hier zullen vooralsnog sporen gevonden kunnen worden die ons iets vertellen over de geschiedenis en de ontwikkeling van de grondgebonden teelt. Archeologische resten van de bewoners vanaf de Late Middeleeuwen kunnen zich reeds enkele decimeters onder de oppervlakte bevinden en kunnen concreet bestaan uit huisplaatsen, ploegsporen, afvalkuilen, waterputten, slootvullingen, gebruiksvoorwerpen en gereedschappen.

Op basis van deze verwachting en het feit dat in veengronden archeologische resten doorgaans goed geconserveerd worden, zijn deze terreinen langs het woonlint van zeer hoge archeologische waarde en de gronden op het Bovenland van hoge archeologische waarde. Het bestaande kerkterrein van Oosteinde (hoek Oosteinderweg, Kerkweg) kan resten uit de Late Middeleeuwen bevatten. In de ondergrond zijn mogelijk fundamenten aanwezig van oudere voorlopers van de huidige kerkgebouwen, menselijke resten en sporen van grafrituelen. Dit is echter nog niet door middel van onderzoek geverifieerd. Bijlage 4 van de plantoelichting geeft een overzicht van de verschillende regimes binnen het plangebied.

vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020

pagina

5.2 Functioneel gebruik 5.2.1 Wonen Wonen binnen het plangebied concentreert zich hoofdzakelijk in het woonlint binnen een strook van maximaal 50 meter van de Oosteinderweg en langs eenzelfde strook langs de Pontweg. De verschijningsvorm is over het algemeen vrijstaande- en twee-onder-een-kap-woningen en in enkele gevallen appartementen of bovenwoningen boven een bedrijfsruimte of detailhandel. In uitzonderlijke gevallen vindt wonen achter het lint plaats of langs de Mr. Jac. Takkade, waarvan de westzijde niet als woonlint kan worden aangemerkt. Van oorsprong waren dit noodwoningen of bedrijfswoningen. Daarnaast ligt binnen het plangebied een flink aantal woonarken. Langs de Oude Spoordijk liggen 27 woonarken die direct vanaf de openbare weg bereikbaar zijn. Achter het Oosteinderweglint liggen nog eens 47 woonarken die niet direct vanaf de openbare weg bereikbaar zijn. Uit de inventarisatie is gebleken dat er binnen het plangebied een aantal gevallen van illegale bewoning van schuren en bedrijfsgebouwen is geconstateerd. Ook vindt er op een aantal locaties illegale huisvesting van arbeidsmigranten in de vorm van kamerverhuur plaats. Het gros van deze situaties is al bekend en zijn aangeschreven. Legalisatie ligt hier niet voor de hand (zie verder paragraaf 6.4.10).

5.2.2 Bedrijven Verspreid over het plangebied liggen verschillende commerciële bedrijven en kleinschalige bedrijfsterreinen met bedrijfsverzamelgebouwen. De bedrijfsbebouwing ligt doorgaans achter de lintbebouwing, maar de entree van het bedrijfsperceel en het parkeren en laad- en losmogelijkheden liggen in veel gevallen in het zicht. Bedrijvigheid manifesteert zich fysiek in vier vormen: <0000> binnen de woningen of bij de woning horende bijgebouwen in de vorm van huisgebonden beroepen of bedrijven; <0000> binnen specifiek voor de bedrijfsfunctie gebouwde nieuwe opstallen; <0000> binnen voormalige (verbouwde) agrarische opstallen zoals kassen; <0000> (deels) buiten opstallen (open grond, op verhardingen, in water). De aanwezige bedrijven lopen uiteen van milieucategorie 1 tot en met 5.1. Het is een verzameling bedrijven van kleinschalige bedrijven met een lokaal karakter tot en met grote bedrijven met een regionaal karakter en zelfs toonaangevend binnen de sector waarbinnen het beweegt zoals Koninklijke De Vries Scheepsbouw BV (Oosteinderweg 25) of het distributiecentrum van Perry Sport (Oosteinderweg 247b). Er is onderscheid te maken in bedrijven die zijn aan te merken als passend binnen het profiel van het plangebied. Deze bedrijven zijn gebonden aan het water en/of de oorsponkelijke tuinbouw en dragen bij aan de kwaliteit of het landschappelijke karakter van het gebied.

Hieronder valt in ieder geval: agrarische bedrijvigheid (zie paragraaf 5.2.4) en watergerelateerde bedrijvigheid, waaronder jachthavens, scheepswerven, botenstallingen ed. Deze watergerelateerde bedrijvigheid is te vinden op Oosteinderweg 25, 55, 105, 105a, 123a, 123c, 125a en 127, Pontweg 12, Ringvaart-Aalsmeerderdijk 542 en 580 en Ringvaart-Schipholdijk 502.

vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020

pagina

Garagebedrijven, welke als minder passend binnen het gebied kunnen worden gezien, zijn aanwezig op Oosteinderweg 110, 174, 222, 340. 5.2.3 Kantoren Binnen het plangebied ligt een solitair kantoorgebouw op Oosteinderweg 315 (accountantkantoor). Het distributiecentrum van Perry Sport huisvest 2750 m2 aan kantoor. Daarnaast er kantoorruimten behorende bij de aanwezige bedrijven of aan huis aanwezig. 5.2.4 Agrarisch Het plangebied is, gezien de specifieke bodemopbouw, van oudsher in gebruik als teeltgrond ten behoeve van de seringenteelt. Teelt vindt plaats in open grond, waarna de plant in kassen in bloei worden getrokken. Tegenwoordig zijn veel kwekerijen gestopt door gebrek aan opvolging op schaalvergroting en overgestapt op andere teelt dan seringen. Op Oosteinderweg 73, 107, 120, 133, 141, 161, 169, 216, 225, 235, 263, 265, 267, 333, 365 en 385, Mr. Jac. Takkade 8 en Pontweg 18 en 19 bevinden zich nog kwekerijen. Deze hebben zelf grond in eigendom of pachten dit. Het is niet altijd zo dat alle gronden van een kwekerij aaneengesloten zijn. De kwekerijen liggen ook zeer verspreid over het plangebied en strekken zich uit van direct achter het woonlint tot aan de Ringvaart.

Afb.11: Globaal overzicht agrarische gronden 5.2.5 Maatschappelijke functies Binnen het plangebied ligt een beperkt aantal maatschappelijke functies. Het gaat hier om een religieuze voorziening op Oosteinderweg 273a (Oosterkerk van de Hervormde wijkgemeente Aalsmeer-Oost) en een aantal medische voorzieningen in de vorm van praktijkruimten op Oosteinderweg 266 en 345a (huisartsen). Er bevindt zich een aantal functies in de dienstverlenende sfeer. Deze vallen onder de beroepen met praktijk/behandelruimte aan huis zoals alternatieve genezers, kappers, nagelstudio's ed. 5.2.6 Verkeer en vervoer

vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020

pagina

Ontsluiting De Oosteinderweg is een belangrijke ontsluitingsweg tussen Aalsmeer-Dorp (west) en het Amsterdamse Bos en de A9 (oost). De weg is daar nauwelijks op ingericht; de breedte is beperkt en er zijn geen vrijliggende fietsstroken. Sinds de omlegging van de N201 en de afsluiting voor het doorgaande verkeer van de Oosteinderweg op de Bosrandweg is het trace minder van belang als ontsluitingsweg. Dit is zeker het geval als de verbinding tussen het centrum en de Aalsmeerderweg is gerealiseerd in de vorm van de Noordvork. De Ringvaart van de Haarlemmermeer heeft een belangrijke ontsluitingsfunctie voor de diepe percelen die niet direct vanaf de weg bereikbaar zijn. Deze wordt vooral benut door recreanten en bedrijfsmatig vervoer van goederen. De watergangen binnen het plangebied worden waar mogelijk benut voor de recreatievaart en vervoer van teeltgewassen. De Oude Spoordijk, Pontweg en de Mr. Jac. Takkade zijn doodlopend tot aan de Ringvaart en dienen enkel voor de ontsluiting van de daaraan gelegen percelen. Parkeren Over het algemeen vindt het parkeren bij woningen plaats op eigen terrein. Aan de noordzijde van de Oosteinderweg is ruimte gemaakt voor langsparkeren, al is dit tussen het trottoir en de fietsstrook krap bemeten. Door de vele erfontsluitingen kan niet alle ruimte benut worden. Aan de zuidzijde van de weg is geen ruimte gereserveerd voor langsparkeren.

Hier grenst de sloot direct aan de fietsstrook. Bedrijven regelen het parkeren ook op het eigen terrein. Over het algemeen is dit voldoende. Wel is er enige parkeerdruk te ervaren rond de kruising met de Pontweg en de Machineweg, daar waar verschillende verkeersaantrekkende functies zitten (horeca, leisure en detailhandel). Op eigen terrein zijn de parkeervoorzieningen niet altijd voldoende of wordt het dubbelgebruik niet altijd optimaal benut. Langs de Pontweg liggen hier circa 25 openbare dwarsparkeerplaatsen. 5.2.7 Horeca Langs het lint van de Oosteinderweg ligt een aantal horecazaken. Het gaat hier om lichte horeca tot en met categorie 2 (daghoreca, cafe, snackbar, restaurant) op Oosteinderweg 208, 287 en 387 en twee hotels op Oosteinderweg 243 en 248. Op Oosteinderweg 247 (The Beach, Chimpie Champ en Glow Golf) en 273a (kerk) is ondersteunende horeca aanwezig. Aan het eind van de Pontweg ligt ook nog een restaurant. 5.2.8 Detailhandel Binnen het plangebied ligt een aantal detailhandelvestigingen, variërend van reguliere winkels, ondersteund aan het ter plaatse aanwezige bedrijf, perifere detailhandel of groothandel. De locatie Oosteinderweg 91 onderscheidt zich door de vestiging van verschillende BV's die tesamen bekend staan onder Bouwplein Carpentier Mooren dat bouwmaterialen levert voor bouwbedrijven.

<0000> Oosteinderweg 71: Decorette Piet (detailhandel in woninginrichting); <0000> Oosteinderweg 91: Probin Aalsmeer (groothandel in ijzer- en metaalwaren); <0000> Oosteinderweg 91: Bouwplein CarpentierMooren BV (groothandel in bouwmaterialen); <0000> Oosteinderweg 91: De Carpentier Wonen BV (detailhandel in keukens); <0000> Oosteinderweg 91: De Carpentier Tuinbout BV (groothandel hout);

vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020

pagina

<0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000>

Oosteinderweg 110: Van Kouwen (garage, Opel dealer); Oosteinderweg 205a: Kringloop Mania (kringloopwinkel); Oosteinderweg 205b: Baby Jungle BV (detailhandel in babyartikelen); Oosteinderweg 222: Autobedrijf J.C. Baarse (autogarage en verkoop); Oosteinderweg 247b: Perry Sport (groothandel sportartikelen); Oosteinderweg 249: Prenatal (detailhandel in babyartikelen); Oosteinderweg 246a: Interschouw (installatie en verkoop van haarden); Oosteinderweg 303 en 357: Jongkind Grond BV (groothandel in grond/kunstmest) Oosteinderweg 340: Cor Millenaar BV (garage, Mercedes dealer); Oosteinderweg 391: Gebroeders Eveleens (groothandel in tuinbouwproducten);

5.2.9 Sport en leisure Rond de kruising van de Pontweg met de Oosteinderweg ligt een aantal sport- en leisurevoorzieningen. Het gaat hier om een indoor beachsportcentrum (The Beach), een indoor speeltuin (Chimpie Champ) en een indoor midgetgolfbaan (Glow Golf). Deze zijn gevestigd in een voormalig veilinggebouw. Op de hoek met de Mr. Jac. Takkade ligt een natuurzwembad Het Oosterbad. 5.2.10 Recreatie De aanwezigheid van recreatievoorzieningen manifesteert zich op verschillende manieren. Zo is er binnen het plangebied een aantal jachthavenbedrijven dat zich richt op de pleziervaart (zie paragraaf 5.2.2). Binnen deze jachthaven is het ook toegestaan dat verblijfsrecreatie in de vorm van woonarken plaatsvindt. Op deze woonarken mag, voorzover deze zijn gelegen binnen een jachthaven, onder voorwaarden, gedurende het gehele jaar verbleven worden. Een aantal voormalige kwekerspercelen is opgedeeld en omgezet naar recreatiekavels voor verblijfsrecreatie. Per kavel is veelal een klein gebouwtje opgericht. Dit is in ieder geval aan de orde achter Oosteinderweg 97, 149/151a, 225 en 277. Ook op andere locaties worden agrarische bestemmingen gebruikt voor recreatieve doeleinden zoals achter Oosteinderweg 125, 129, 211, 219 en 269.

Afb. 12: Globaal overzicht recreatiegronden Er liggen 6 zomerhuisjes in het plangebied, waarvan er 5 zijn gelegen in of in de nabijheid van het natuurgebied Oosteinderpoel.

vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020

pagina

Achter Oosteinderweg 287 zijn een aantal functies aanwezig in en rond voormalige kassen die samenhangend en in aanvulling op elkaar kunnen uitgroeien tot een recreatief steunpunt. Aan het einde van de Mr. Jac. Takkade ligt een voorziening voor extensieve dagrecreatie aan de Ringvaart. Hier ligt ook een voorziening (stichting) die zich specifiek richt op recreëren van jeugd en jong volwassenen ter plekke. 5.2.11 Natuur In het uiterste oosten is het beschermde natuurmonument Oosteinderpoel gelegen. Het circa 39 hectare grote laagveenmoeras bestaat uit water, moerasbosssen en rietlanden.

Afb. 13: Begrenzing natuurgebied Oosteinderpoel Verspreid over het plangebied liggen verschillende kavels/eilanden met natuurwaarden die als 'stepping stones' en verbinding leggen tussen het Amsterdamse Bos, via de Oosteinderpoel naar de Westeinderplassen (Groene As). In het zuiden, daar waar de Hoge Dijk wijkt van de Oosteinderweg, ligt het Molmpoeltje. De percelen in dit gebied bevatten natuurwaarden. Al deze gronden maken deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (zie ook afbeelding 15). 5.2.12 Kabels en leidingen In het uiterste westen loopt van noord naar zuid langs de Oude Spoordijk een 12" 40 bar gasleiding (W-529-01). Op deze planologisch relevante leiding is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. Langs het trace van de Oosteinderweg, Oude Spoordijk, Pontweg en Mr. Jac. Takkade lopen kabels en leidingen (gas, water, electra) ten behoeve van de huisaansluitingen. Deze nutsleidingen zijn in beginsel niet planologische relevant.

vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020

pagina

HOOFDSTUK 6 BELEIDSKADER 6.1 INLEIDING Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de belangrijkste ruimtelijke beleidskaders. Achtereenvolgens komt het relevante rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijk beleid aan bod. Het beleid en de wetgeving op milieugebied wordt behandeld in hoofdstuk 7.

6.2 Rijksbeleid Hieronder volgt het beleid van het rijk, waar indien relevant voor het plangebied met dit rijksbeleid rekening wordt gehouden in dit bestemmingsplan. 6.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Amvb Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Hieronder valt bijvoorbeeld het landschapsbeleid. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR 3 Rijksdoelen geformuleerd: <0000> de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken. Dit betekent bijvoorbeeld een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat; <0000> de bereikbaarheid verbeteren; <0000> zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken ('je gaat er over of niet'). Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.

Tevens werkt het Rijk aan eenvoudigere regelgeving. Daarbij verwacht het Rijk dat medeoverheden zich eveneens inzetten voor meer eenvoud en verdere integratie op het gebied van ruimtelijke regelgeving. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale 13 belangen (Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Electriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Natuurnetwerk Nederland, Primaire waterkeringen, IJsselmeergebied en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden) uit de structuurvisie die juridische borging vragen, worden daarom geborgd in de Amvb Ruimte. Deze Amvb wordt aangeduid als het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze Amvb is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Conclusie

vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020

pagina

Ten aanzien van het plangebied van dit bestemmingsplan zijn de bepalingen ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland van belang. Het Natuurnetwerk Nederland is in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) vastgelegd. De PRV geeft regels die doorwerking dienen te krijgen in bestemmingsplannen met betrekking tot bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden. Zie verder paragraaf 6.3.2. 6.2.2 Luchthavenindelingbesluit Schiphol (2002) Het oorspronkelijke Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) stamt uit 2002, en is op 31 augustus 2004 gewijzigd in werking getreden. Het LIB is een Algemene Maatregel van Bestuur (AmvB), die gebaseerd is op artikel 8.4 van de Wet luchtvaart. Met het LIB wordt in kaartmateriaal een zogenaamd beperkingengebied vastgesteld. Het LIB bevat voor dat beperkingengebied regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bebouwing en het gebruik van gronden, voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidsbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven Schiphol. Per 4 november 2015 is een wijziging van het Luchthavenindelingbesluit (LIB) in werking getreden. Doel van deze wijziging is om de vliegveiligheid rondom Schiphol in afdoende mate te borgen. Hiervoor zijn de zogenaamde toetshoogtes in de omgeving van Schiphol aanzienlijk verlaagd.

Zie bijlage 5 van de plantoelichting voor een kaart met de toetshoogtes. Bestemmingsplannen dienen deze verlaagde toetshoogtes in acht te nemen. Gebouwen hoger dan de toetshoogtes kunnen alleen toegestaan worden indien het Rijk hiervoor een verklaring van geen bezwaar (vvgb) heeft afgegeven of een positief radar advies heeft afgegeven. Het instrument "radar advies" is een nieuw instrument naast het reeds bestaande vvgb. Voor de radartoets gelden afzonderlijke toetshoogtes; deze zijn opgenomen in een nieuwe kaart in bijlage 4a bij het LIB (zie tevens bijlage 6 van de plantoelichting). De procedures voor een vvgb en een radaradvies gelden allebei afzonderlijk van elkaar maar kunnen ook samenvallen wanneer verschillende toetsvlakken worden doorsneden. De genoemde beperkingen betreffen: <0000> de bestemming en het gebruik van grond in verband met het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenverkeer; <0000> de bestemming en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer; <0000> de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer; <0000> een bestemming die, of van een gebruik dat, vogels aantrekt, in verband met de <0000> veiligheid van het luchthavenluchtverkeer.

Bij de eerste twee van de bovengenoemde typen beperkingen zijn in ieder geval gronden aangewezen die niet gebruikt dan wel bebouwd mogen worden ten behoeve van woningen, of andere in het besluit aangewezen gebouwen. Op 1 januari 2018 is het LIB gewijzigd in werking getreden. De regelwijziging ziet op een eigen bevoegdheid voor het lokaal bestuur om binnen bestaand stedelijk gebied woningen toe te voegen. In het gebied binnen zone 4 blijft wel de grens van 25 woningen per bouwplan en van drie woningen in de lintbebouwing gehandhaafd. In het bestaand stedelijk gebied tussen de grens van zone 4 en de 20 Ke-contour (zone 5) gelden nu en ook onder het regime van het nieuwe LIB geen kwantitatieve beperkingen aan woningbouw. In het landelijk gebied is in het LIB een verbod op nieuwe woningbouwlocaties verankerd (art. 2.2.1d lid 1). Daarnaast motiveren gemeenten in de toelichting op haar besluit de wijze waarop rekening is gehouden met de mogelijke

vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020

pagina

gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen (art. 2.2.1d lid 2). Dit zogenaamde 'rekenschap geven' is nader geborgd in de PRV van Noord-Holland. Relevantie plangebied Het voorliggende plan valt binnen het beperkingengebied voor hoogte van het LIB. Op grond van artikel 2.2.2, eerste lid, en artikel 2.2.2.a van het LIB zijn op gronden die zijn aangewezen op de kaarten in bijlage 4 en 4a bij het besluit geen objecten toegestaan die hoger zijn dan de op de kaarten aangegeven maximale waarden. De hoogtes zijn gerelateerd aan het N.A.P. In het kader van het LIB geldt hier een toets bouwhoogte oplopend van 1 (Pontweg) tot 24 (uiterste westen) en 26 meter (uiterste oosten). Voor de toetshoogtes radar geldt een hoogte van 27 oplopend tot 39 meter. In onderhavig bestemmingsplan worden geen bouwhoogtes toegestaan die boven deze radar- of toetshoogten uitkomen, behoudens de bestaande bebouwing langs delen van de Pontweg. Voor het plangebied geldt tevens beperkingen ten aanzien van geluidgevoelige objecten. Het overgrote deel van het plangebied Oosteinderweg, met uitzondering vna het uiterste oosten ligt binnen zone 4 van het Luchthavenindelingbesluit. In dit bestemmingsplan worden geen nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk gemaakt binnen zone 4 van het LIB. Daarnaast ligt het plangebied nagenoeg binnen de 20 Ke-zone.

In dit bestemmingsplan worden geen woningbouw ontwikkelingen mogelijk gemaakt binnen deze zone. Tenslotte ligt het plangebied binnen de zone waar geen nieuwe vogelaantrekkende functies (zoals viskwekerijen) zijn toegestaan. Het bestemmingsplan maakt dergelijke functies niet mogelijk (zie bijlage 7 van de plantoelichting voor de zone).

Afb. 14: Lib-zones over het plangebied.

6.3 Provinciaal en regionaal beleid 6.3.1 Omgevingsvisie NH2050 De "Omgevingsvisie NH2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid" is op 19 november 2018 door Provinciale Staten van Noord-Holland vastgesteld. De Omgevingsvisie NH2050 betreft een structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening. In de Omgevingsvisie heeft de provincie haar ruimtelijke toekomstvisie vastgelegd en heeft zij tevens aangegeven hoe zij deze visie denkt te zullen realiseren.

vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020

pagina

Het uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat Noord-Holland een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau heeft. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. In de omgevingsvisie worden ambities genoemd op het gebied van de leefomgeving, het gebruik van de leefomgeving en de energietransitie. De ambities ten aanzien van de leefomgeving luiden als volgt. Een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland. In het kader van gezondheid en veiligheid, het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het vergroten van de biodiversiteit van Noord-Holland. Voor het gebruik van de leefomgeving gelden de volgende ambities. Een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor, daardoor is er ruimte voor ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. Verder wil de provincie vraag en aanbod van woon- en werklocaties beter afstemmen (kwantitatief en kwalitatief). Daarbij moet woningbouw, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends, vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden worden gepland.

Duurzaamheid van de totale woningvoorraad is het uitgangspunt. De derde ambitie binnen deze categorie is het effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen van inwoners, bedrijven en producten van Noord-Holland, waarbij negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk worden meegewogen. Als laatste geldt het behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Voor energietransitie is de overkoepelende ambitie dat Noord-Holland in 2050 volledig klimaatneutraal is en gebaseerd op hernieuwbare energie. Daarom is er ruimte voor de noodzakelijke energietransitie en daarvoor benodigde infrastructuur. Dit alles rekening houdende met de ambities voor verstedelijking en landschap. Conclusie Gelet op de geformuleerde ambitities wordt in dit plangebied geinvesteerd in het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving waarbij de landschappelijk en cultuurhistorische context als een dragende pijler wordt beschouwd. Vooral de visie op het gebied dat volgend op het bestemmingsplan wordt vastgesteld, geeft aanknopingspunten voor een verdere (door)ontwikkeling van haar economische kansen.

Deze zijn gericht op innovatief ruimtegebruik, intensiveren, herstructureren, kwaliteitsverbetering van recreatief aanbod en tuinbouw- en watergerelateerde functies in combinatie met het uitbouwen van het Natuurnetwerk Nederland en natuurverbindingen. 6.3.2 Provinciale ruimtelijke verordening Op 3 september 2019 heeft Gedeputeerde Staten de meeste recente Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) vastgesteld. Deze is per 17 september 2019 in werking getreden. Door middel van de PRV is de doorwerking naar gemeentelijke bestemmingsplannen geregeld. In de verordening is het provinciale beleid in regels vertaald. Het betreft regels voor de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen over onderwerpen binnen het gehele provinciale grondgebied (Hoofdstuk 2, artikelen 5a t/m 8b) en specifiek voor het landelijke gebied van Noord-Holland waarmee een provinciaal belang mee gemoeid is (Hoofdstuk 3, artikelen 13a t/m 18). Daarnaast worden er regels gesteld over thema's die betrekking hebben

vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020

pagina

op Natuurnetwerk Nederland (Hoofdstuk 4), de Blauwe Ruimte (Hoofdstuk 5) en Energie (Hoofdstuk 6). Bestaand stedelijk gebied / Landelijk gebied De PRV maakt onderscheid tussen bestaand stedelijk gebied (BSG) en Landelijk gebied. Tot BSG wordt gerekend het gebied als bedoeld in artikel 1.1.1 onder h. van het Besluit ruimtelijke ordening: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het BBG/BSG wordt ook niet langer aangeduid op een illustratieve kaart bij de PRV. In beginsel worden er binnen BSG geen regels gesteld met betrekking tot verstedelijking. Enkel als het gaat om het vestigen van detailhandel op bedrijven- of kantoorlocaties (art. 5b). In ieder geval is er altijd een regionale afstemming nodig bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Dit is anders voor het Landelijk gebied waar verschillende vormen verstedelijking in principe wordt tegengegaan. Regels voor het gehele grondgebied Uitgangspunt is dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen (zoals gesteld in artikel 1.1.1, onder i. Bro) zoals woningbouw, aanleg van bedrijventerrein of kantoren in overeenstemming is met regionale afspraken (artikel 5a). Daarnaast stelt de PRV regels voor detailhandel (art.

5b), voor kleinschalige ontwikkeling (art. 5c), voor transformatie glastuinbouw (art. 5d) en voor woningen binnen de 20 Ke-zone (art. 5e). Gedeputeerde Staten hebben op 28 februari 2017 nadere regels vastgesteld om deze regionale afspraken te concretiseren. Artikel 5a Nieuwe stedelijke ontwikkeling Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen zoals gesteld in artikel 1.1.1, onder i van het Bro mogelijk. Artikel 5c Kleinschalige ontwikkeling Kleinschalige ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied is uitsluitend mogelijk binnen een bestaand bouwblok dat al voorzien is van een stedelijke functie. Het aantal woningen mag niet toenemen. Van deze regel kan onder voorwaarden afgeweken worden ten behoeve van de realisatie van maximaal twee burgerwoningen. Bebouwing buiten het bouwblok is mogelijk mits het bebouwd oppervlak niet wordt vergroot. En kleinschalige ontwikkeling buiten bestaand gebied is tevens toegestaan indien een andere artikel in de provinciale verordening dit mogelijk maakt. Artikel 5d Transformatie glastuinbouw Nieuwe bebouwing of een functieverandering van een bestaand glastuinbouwbedrijf naar wonen, bedrijvigheid, kantoren of voorzieningen, is uitsluitend mogelijk indien: a.

toepassing wordt gegeven aan artikel 13a, artikel 16, artikel 17, of artikel 26c van de verordening, of de nieuwe bebouwing of functieverandering past binnen de in artikel 5a bedoelde schriftelijke afspraken en de locatie direct aansluit op bestaand stedelijk gebied en niet is gelegen in glastuinbouwconcentratiegebied of tuinbouwconcentratiegebied, of; b. de nieuwe bebouwing of functieverandering past binnen de door de stuurgroep Greenport Aalsmeer gemaakte schriftelijke afspraken. Artikel 5e Woningen binnen de 20 Ke-contour 1. Voor de gronden binnen de 20 Ke-contour, zoals aangegeven op kaart 11 en de digitale verbeelding ervan, kan een bestemmingsplan voorzien in nieuwe woningen, uitsluitend binnen het bestaand stedelijk gebied.

vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020

pagina

2. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan buiten bestaand stedelijk gebied voorzien in nieuwe woningen op de gronden binnen de 20 Ke-contour, zoals aangegeven op kaart 11 en de digitale verbeelding ervan: a. die tot stand komen door toepassing van artikel 5c, artikel 13a, artikel 16, artikel 17 of artikel 26, eerste lid, onder c, of; b. waarvoor een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 8.9 van de Wet Luchtvaart in samenhang met artikel 2.2.1e, vijfde lid, van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol is verleend, of; c. die mogelijk worden gemaakt binnen de verstedelijkingslocaties als bedoeld in artikel 2.2.1e, derde lid, van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol. 3. Voor zover een bestemmingsplan nieuwe woningen toestaat op de gronden binnen de 20 Ke-contour, wordt in de toelichting van dat plan rekenschap gegeven van het feit dat op de betreffende locatie sprake is van geluid vanwege het luchtverkeer en worden de redenen vermeld die er toe hebben geleid om op de betreffende locatie nieuwe woningen te bestemmen, alsmede de uitkomsten van het onderzoek naar de maatschappelijke haalbaarheid hieromtrent. Ten aanzien van de uitwerking van de in artikel 5e lid 3 opgelegde plicht tot rekenschap geven heeft de Provincie op 26 april 2017 de 'Beleidsregel wonen en vliegen 20 Ke-contour Schiphol' vastgesteld.

Gemeenten worden geacht hieraan uitvoering te geven bij het besluiten over het toevoegen van woningen binnen de 20-Ke-contour. Het bestemmingsplan voorziet niet dergelijke concrete ontwikkelingen. Mochten ontwikkelingen in de toekomst aan de orde komen, ofwel met toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of in afwijking van dit bestemmingsplan, dan zal dat rekenschap bij die besluitvorming aan de orde moeten komen. Binnen het plangebied liggen ook geen aardkundig waardevolle gebieden. Het plan is dan ook niet in strijd met artikel 8 dat hiervoor regels geeft. Regels voor het landelijk gebied Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen landelijk gebied (buiten bestaande stedelijk gebied) dient voldaan te worden aan een ruimtelijke kwaliteitseis (artikel 15). Deze ruimtelijke kwaliteit is beschreven in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 (zie 6.3.3) zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 10 april 2018. Bij dergelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met: a. de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble, en; b. de ambities en ontwikkelprincipes van de toepasselijke provinciale structuren, en; hierbij wordt betrokken: c. de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes, en; d. de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble, en; e.

de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van de toepasselijke provinciale structuren. In principe maakt het bestemmingsplan geen directe bouwtitels voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk binnen het Landelijk gebied. De toelichting van dit bestemmingsplan gaat wel in op de ontwikkelingsgeschiedenis en ordeningsprincipes van het landschap, de bebouwingskarakteristiek en bestaande kwaliteiten van het gebied (zie paragraaf 5.1). Regels met betrekking tot Natuurnetwerk Nederland Artikel 19 geeft regels voor het aanwezige Natuurnetwerk Nederland (NNN) en natuurverbindingen. Een bestemmingsplan voor gebieden die behoren tot natuurnetwerk Nederland of een natuurverbinding strekt tot de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden. Het bestemmingsplan stelt regels met dit doel waarbij de wezenlijke

vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020

pagina

kenmerken en waarden van de gebieden in acht moeten worden genomen. Een bestemmingsplan maakt geen nieuwe activiteiten mogelijk die per saldo leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een vermindering van de oppervlakte van het natuurnetwerk Nederland of de natuurverbindingen, of van de samenhang tussen die gebieden. Slechts onder strikte voorwaaden zijn nieuwe activiteiten mogelijk. Het plangebied kent een versnipperd natuurnetwerk dat in de vorm van 'stepping stones' langs de Ringvaart van west naar oost loopt. De gebieden hebben reeds een natuurfunctie of deze natuur dient in de toekomst te worden aangelegd. Het beheer vindt in veel gevallen plaats door Landschap Noord-Holland of Stichting De Bovenlanden. Door het gebied loopt een natuurverbinding over de Ringvaart met een aftakking schuin over de tunnelbak van de N201, de Hogedijk en de Oude Spoordijk. De kenmerken en waarden van deze gronden zijn beschreven in paragraaf 5.1.3 De wijze waarop deze kenmerken en waarden beschermd worden en hoe negatieve effecten kunnen worden voorkomen is beschreven in paragraaf 7.8.

Afb. 15: Natuurnetwek Nederland en natuurverbindingen Regels met betrekking tot De Blauwe Ruimte Artikel 30 geeft regels voor de aanwezige regionale waterkeringen. De waterkerende functie hiervan dient beschermt te worden en een vrijwaringszone dient opgenomen te worden in het bestemmingsplan. De Hoge Dijk en de Mr. Jac. Takkade worden gerekend tot regionale waterkering. Het bestemmingsplan regelt de bescherming door middel van een dubbelbestemming. Regionale waterkeringen (artikel 30) Langs de Hogedijk en Stommeerkade is een regionale waterkering gelegen. Deze waterkering is op de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen waaraan regels verbonden zijn. Conclusie Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de PRV. 6.3.3 Ruimtelijke Visie Greenport Aalsmeer 2015-2025 De ruimtelijke visie is gericht op de ruimtelijke ontwikkeling van de glastuinbouwproductiebedrijven in de Greenport Aalsmeer van 2015 tot 2025.

vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020

pagina

De kern van de Ruimtelijke Visie Greenport Aalsmeer 2015-2025 is als volgt geformuleerd: 1. De Greenport Aalsmeer wil inzetten op de kansen: a. Een regionale ruimtelijke strategie / visie om investeringen te sturen. b. Zorgen voor voldoende grootschalig kwalitatief goed en modern glasareaal. c. Ondernemers met niches / specialisaties ruimte geven. Deze versterken de handelsfunctie. d. Inzetten op duurzaamheid: CO2 en restwarmte gebruiken in kansrijke gebieden. Lagere energielasten zijn belangrijk voor de productie (groot deel van de uitgaven). 2. De Greenport Aalsmeer gaat samenwerken aan de opgave: a. Er is te veel (verouderd) glasareaal. Dat verouderde aanbod wil de Greenport Aalsmeer de komende tien jaar zoveel mogelijk transformeren. b. Eigenaren van verouderd glasareaal zijn de eerste probleemhouders. Afboekingen zullen noodzakelijk zijn. De samenwerkende partijen binnen de Greenport Aalsmeer spelen een faciliterende rol. c. Een regionale aanpak in de transformatie van verouderd glasareaal is van belang. d. Door de gerichte en flexibele inzet van een regionale instrumentenkoffer, benutten bedrijfsleven en overheid kansen om gedoseerd en gefaseerd verouderd glasareaal van de markt te halen. Binnen de Greenport Aalsmeer zijn de glastuinbouwgebieden ingedeeld in vijf catergorieen waarop kan worden gestuurd. Per categorie ontstaat een ontwikkel- en investeringsperspectief.

De vijfde categorie 'transformatiegebieden en verspreid glas' behoort niet meer toe aan het glastuinbouwconcentratiegebied, en is transformatie naar andere functies gepland/mogelijk. In het plangebied Oosteinderweg is geen glastuinbouwconcentratiegebied (cat. 1 t/m 4) gelegen. Ook maken de tuinbouwgronden geen deel uit van categorie 5. De Stuurgroep Greenport Aalsmeer heeft in haar besluit van 18 mei 2017 nader geduidt in hoeverre zij nader sturen op glas of glasbestemmingen buiten de categorieen. De Stuurgroep heeft ingestemd met de functiewijziging op locaties: a. met een glastuinbouwbestemming die niet zijn aangeduid op de bij de Ruimtelijke Visie Greenport Aalsmeer 2015-2025 behorende kaart en waar geen fysiek glas aanwezig is, of; b. op die kaart als te transformeren aangegeven individuele locaties van verspreid glas gelegen buiten de aangeduide gebieden 1 tot en met 5; Dit betekent dat er vanuit de Greenport Aalsmeer geen bezwaren tegen een transformatie van de betreffende locaties zijn, zodat op voorhand met eventuele functiewijzigingen kan worden ingestemd. Hiermee wordt voldaan aan het vereiste in artikel 5d onder b van de PRV. Het besluit van de Stuurgroep doet geen uitspraak over welke functies passend en gewenste zijn op deze gronden.

Deze stellingname is wel van belang bij de uitwerking van de verdere visie voor het plangebied en individuele ontwikkelingen en transformaties van agrarische percelen.

6.4 Gemeentelijk beleid 6.4.1 Gebiedsvisie Aalsmeer 2020 Het actuele ruimtelijke beleid van de gemeente is neergelegd in de Gebiedvisie Aalsmeer 2020, zoals vastgesteld door de raad van de gemeente op 26 november

vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020

pagina

2009. De Gebiedsvisie heeft de status van structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Ingevolge de gebiedsvisie dient het ruimtelijke beleid van de gemeente gericht te zijn op een duurzame en kwalitatief sterke ontwikkeling van economie, wonen en recreatie met als voorwaarde het behoud van de leefbaarheid, het dorpse karakter, de bereikbaarheid en het op peil brengen van voorzieningen. De aandacht dient verlegd te worden van uitbreiding naar verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Functies of ontwikkelingen die dit frustreren moeten worden tegengegaan. Uit de gebiedsvisie volgt voor het plangebied Oosteinderweg een aantal thema's die in het kader van de kwaliteit van de leefomgeving aandacht behoeven: Ruimtelijk karakter Accent moet worden gelegd op het behoud en versterken van het dorpse karakter. Dit karakter wordt in het plangebied bepaald door het Bovenland en de lintstructuur van de Oosteinderweg. Zaak is op het Bovenland met haar verschillende belangen (economisch, landschappelijk en ruimtelijk) een herschikking van functies plaats te laten vinden. Daarnaast is het van belang de lintstructuren met kleinschalige bebouwingspatronen te waarborgen waarbij een afwisseling tussen openheid en dichtheid behouden dient te blijven. Landschap, groen en water Het benutten van de unieke afwisseling in groen, wateren bebouwing in de Bovenlanden.

Om de kleinschaligheid en het groene karakter te behouden, wordt een rem gezet op de ontwikkeling van meer grootschalige bedrijven in de linten. Vergelijkbaar met de herstructurering van glastuinbouwbedrijven, wordt verplaatsing van de bedrijven die zich verder willen ontwikkelen naar de gespecialiseerde bedrijventerreinen in de gemeente voorgestaan. Het is belangrijk om in een later stadium te benoemen wat de Gemeente Aalsmeer exact voorstaat in de Bovenlanden. We weten dat natuur waarschijnlijk onbetaalbaar is, ‘wonen’ niet kan als gevolg van regelgeving en het uitbreiden van ‘werken’ hier ongewenst is. In de ‘sloopzone’ zijn zeer weinig mogelijkheden voor andere invulling dan natuur. Het ligt dan ook voor de hand om de sloopzone en wellicht een deel van het gebied daarom heen aan te wijzen als natuurgebied. De Oosteinderpoel en het Molmpoeltje zijn natuurgebieden waar de wisselwerking tussen land en water van groot belang is. In beide gevallen gaat het om een watergebied met aangrenzende moerasjes en rietlanden. Het behoud van de aanwezige kwaliteiten staat hier voorop. Belangrijk is dat vanaf het Schinkelbos en de Oosteinderpoel de groenverbinding langs de Bovenlanden richting de Westeinderplassen verder tot stand wordt gebracht.

Het doel is om in de daartoe benodigde zone de aanwezige kwaliteiten te versterken en het gebied als ecologische verbindingszone geschikt te maken. In deze zone krijgt de natuur voorrang en wordt nieuwe bebouwing tegengegaan. Omdat de Aalsmeerder graag van deze gebieden wil genieten, zullen deze gebieden (beperkt) toegankelijk moeten worden gemaakt. Wonen In algemeenheid streeft Aalsmeer naar meer differentiatie in het toekomstig woningbouwprogramma al zal dit niet direct buiten het bestaande dorpsgebied worden gezocht. In de linten dient meer eenheid in de ruimtelijk opbouw tot stand te komen door aandacht te geven aan de openbare ruimte en specifiek beleid te voeren voor toe te voegen bebouwing. Bijzondere aandacht dient gegeven te worden aan het realiseren van woonruimte voor arbeidsmigranten. Bedrijvigheid

vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020

pagina

Groei van grootschalige bedrijvigheid in de linten dient tegen te worden gegaan. Actieve uitplaatsingen zullen niet worden ondernomen. In de linten dient ontvlechting van wonen en bedrijvigheid plaats te vinden. Het gaat hier in eerste instantie om lokale bedrijven die vanwege de aard en schaal op de huidige locatie klem zitten. In de linten met diepe achtererven is in de loop der tijd bedrijfsbebouwing in diverse maatvoeringen en vormgeving gerealiseerd. Dit heeft niet in alle gevallen bijgedragen aan een hoge beeldkwaliteit. Grootschalige (bedrijfs)bebouwing doet afbreuk aan het rechtlijnige karakter van de landschapslijnen en aan de oorspronkelijke lintstructuur. Het is niet reëel te veronderstellen dat dergelijke ontwikkelingen kunnen worden teruggedraaid. Uitgangspunt is dat verdergaande grootschalige ontwikkelingen zoveel mogelijk moeten worden beperkt en nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Oplossingsrichtingen hierbij zijn het zoeken naar nieuwe locaties voor bedrijven die op de huidige plek ‘op slot’ zitten.

Bij nieuwe initiatieven (sloop-herbouw of kleinschalige uitbreiding) vormen de verhouding met de maatvoering van de woningen, het lijnvormig karakter van de linten en de haakse landschappelijke structuren en eventuele doorzichten naar het achterliggende polderlandschap een belangrijke elementen in het afwegingskader. Er zal moeten worden gezorgd voor afscherming van de woonlinten door een groenzone tussen het woonlint en de bedrijvigheid te plaatsen. Het gebied heeft op langere termijn te weinig draagkracht om de verschillende watersportbedrijven en versnipperde kwekerijen een duurzame bestaansmogelijkheid te bieden. Als instrument om deze ontwikkeling een halt toe te roepen kan worden gedacht aan het uitwisselen van natuurgebied, trekheestergronden en recreatief gebied. Detailhandel In Aalsmeer wordt onderscheid gemaakt in een hoofdwinkelcentrum, boodschappencentra en perifere detailhandel. Bij deze indeling wordt aangesloten bij de bestaande winkelstructuur en wordt verdere spreiding van winkelvestigingen in bijvoorbeeld linten tegengegaan. De inzet daarbij is om de bestaande vestigingen in of achter de linten geen uitbreiding meer te bieden. Recreatie en toerisme De ontwikkeling van recreatie en toerisme wordt bevorderd. De nadruk zal liggen op de kwaliteit van het toeristisch-recreatieve product en niet op het aantrekken van grote hoeveelheden toeristen (over water).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=671474e7-bc19-4c1b-bcc0-115f7f9b2ac5