Planregels BP Uiterweg Plasoevers 2021.Pdf.pdf
Tekst van het document
REGELS
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Agrarisch - Tuinbouw Artikel 4 Agrarisch met waarden Artikel 5 Bedrijf Artikel 6 Bedrijf - Nutsvoorziening Artikel 7 Bedrijf - Scheepswerf
Artikel 8 Cultuur en ontspanning
3 4 16 17 18 23 27 30 31
34
Artikel 8 Gemengd Artikel 9 Groen Artikel 10 Horeca Artikel 11 Maatschappelijk Artikel 12 Natuur Artikel 13 Recreatie Artikel 14 Recreatie - Jachthaven 1 Artikel 15 Recreatie - Jachthaven 2 Artikel 16 Tuin Artikel 17 Verkeer Artikel 18 Verkeer - Verblijfsgebied Artikel 19 Water 1 Artikel 20 Water 2 Artikel 21 Water - Permanent Wonen Artikel 22 Water - Verblijfsrecreatie Artikel 23 Wonen Artikel 24 Wonen - Lintbebouwing Artikel 25 Waarde - Aardkundige waarden Artikel 26 Waarde - Archeologie 1, 2, 3 en 4 Artikel 27 Waarde - Cultuurhistorie Gemeente Artikel 28 Waterstaat - Waterkering Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS Artikel 29 Anti-dubbeltelregel Artikel 30 Algemene bouwregels Artikel 31 Geluidszone - Industrie 50 dB Artikel 32 Luchtvaartverkeerzone LIB artikel 2.2.1 Artikel 33 Luchtvaartverkeerzone LIB artikel 2.2.2 Artikel 34 Luchtvaartverkeerzone LIB artikel 2.2.2a Artikel 35 Luchtvaartverkeerszone LIB artikel 2.2.3 Artikel 36 Veiligheidszone - niet gesprongen munitie Artikel 37 Algemene afwijkingsregels Artikel 38 Overige regels Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 39 overgangsrecht Artikel 40 slotregel
34 36 38 40 42 45 48 53 57 60 62 63 66 70 73 76 81 87 89 92 94 95 96 97 99 100 101 102 103 104 106 107 108 109 111
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
Artikel 1
Begrippen
In dit plan wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan "Uiterweg Plasoevers 2021" van de gemeente Aalsmeer; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0358.19-VG01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 1.3 aan-huis-gebonden bedrijf het door (één van) de hoofdbewoners bedrijfsmatig verlenen van diensten, niet zijnde een beroep aan huis, dan wel het uitoefenen van (ambachtelijke) bedrijvigheid, niet vallend onder vergunningsplicht van de Wet milieubeheer en geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door de beperkte omvang ervan in de woning en de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
Detailhandel, met uitzondering van een internetwinkel zonder fysieke bezoekmogelijkheid, wordt niet gerekend tot een aan-huis-gebonden-bedrijf; 1.4 aan-huis-verbonden beroep: het uitoefenen van een vrij beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op het terrein van de administratieve, juridische, medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerp-technische dienstverlening of hiermee gelijk te stellen dienstverlening door (één van) de hoofdbewoners, dat door de beperkte omvang ervan in diens woning en de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Hieronder wordt niet begrepen de uitoefening van detailhandel en prostitutie; 1.5 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 aanlegplaats: een gedeelte van het water door een vaartuig, niet zijnde woonark of woonboot, ingenomen of bestemd om door een vaartuig te worden ingenomen; 1.7 agrarisch bedrijf: een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak gericht is op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van en/of fokken met dieren, met dien verstande dat onder meer: a.
een paardenhouderij, manege, kennel en dierenasiel niet worden aangemerkt als een agrarisch bedrijf; b. een paardenfokkerij en het houden van paarden voor de melkproductie wordt aangemerkt als agrarisch bedrijf. 1.8 agrarische bedrijfsvoering, grondgebonden: een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk niet in gebouwen plaatsvindt; 1.9 archeologisch onderzoek: een rapport als bedoeld in de Erfgoedwet; 1.10 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit vroegere tijden;
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
1.11 baggerspeciedepot: de terreinen voor de opslag van bagger afkomstig van het beheer en onderhoud van sloten en andere watergangen; 1.12 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.13 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen danwel bedrijfsmatig verlenen van diensten (daaronder niet begrepen aan-huis-verbonden-beroepen, detailhandel, horeca, publieksgerichte dienstverlening, maatschappelijke en culturele voorzieningen en bedrijfsmatige sportdoeleinden); 1.14 bedrijfsgebouw: een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.15 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is.
De bedrijfswoning is slechts toelaatbaar indien, de woning gelet op de aard, inrichting, de omvang en de continuïteit van het bedrijf ter plaatse noodzakelijk is in verband met een doelmatige bedrijfsvoering; 1.16 beschermd stads-dorpsgezicht: aanwijzing als beschermd stads- en dorpsgezicht zoals bedoeld in de Erfgoedwet en de Erfgoedverordening van de gemeente Aalsmeer; 1.17 bestaande bedrijfswoning: een bedrijfswoning die op het moment van tervisielegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan als zodanig aanwezig was; 1.18 bestaand gebruik of bouwwerk: een gebruik of een bouwwerk, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van het plan en gebouwd conform een vergunning, dan wel een bouwwerk welke mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning; 1.19 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.20 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.21 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van het hoofdgebouw, dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd, gebouw, of een ander bouwwerk met een dak; 1.22 boothuis een gebouw met één bouwlaag, gebouwd over het water en bereikbaar vanaf te bevaren water, dat dient voor het overdekt onderbrengen van vaartuigen; 1.23 bouwen:
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.24 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.25 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.26 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.27 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.28 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.29 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.30 bruto vloeroppervlakte b.v.o: de som van de binnen de gevels gelegen vloeroppervlakten van alle bouwlagen alsmede onderbouw en zolder, inclusief kolommen, trappenhuizen, gangen, liften, toiletten e.d., met uitzondering van (kruip)kelders met een hoogte van
minder dan 1.50 meter en technische ruimten op daken; 1.31 culturele voorzieningen: musea, (muziek)theaters, expositieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen; 1.32 dagrecreatie: recreatief buiten verblijven, uitgezonderd recreatief nachtverblijf, al dan niet doorgebracht in onderkomens, die na afloop van het verblijf tezamen met de andere meegebrachte voorwerpen, worden verwijderd, waarbij in het algemeen gebruik wordt gemaakt van een min of meer geconcentreerd voorzieningenpakket en waar het aantal recreanten per oppervlakte-eenheid relatief groot kan zijn; 1.33 dagrecreatie extensief: recreatief buiten verblijven, uitgezonderd recreatief nachtverblijf, dat in hoofdzaak gericht is op natuur- en landschapsbeleving (voor derden), zoals wandelen, fietsen en paardrijden, waarbij in het algemeen het verlangen naar rust voorop staat en het aantal recreanten per oppervlakte-eenheid beperkt is; 1.34 dak: iedere bovenbeëindiging, vlak of hellend, van een gebouw; 1.35 dakkapel: een toevoeging van ondergeschikte omvang binnen een hellend dakvlak, waarbij het karakter van het dak in stand blijft;
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
1.36 dakterras: een vanuit een gebouw betreedbaar plat dakvlak, al dan niet voorzien van een vloerafscheiding (hekwerk, balustrade); 1.37 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.38 dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een belwinkel en internetcafé; 1.39 druiplijn: de lijn die van onderen het dak begrenst; 1.40 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.41 erfafscheiding: een scheiding tussen erven, tuinen en/of openbare ruimten in de vorm van een bouwwerk, dan wel beplanting; 1.42 erker: een aan de voor- of zijgevel van een woning of een ander gebouw geplaatste uitbouw in één bouwlaag, waarvan de buitenzijde is begrensd door kozijnen, welke onlosmakelijk verbonden is met en deel uitmaakt van de hoofdmassa van die woning of dat gebouw.
De uitbouw dient uit functioneel oogpunt ondergeschikt en uit architectonisch oogpunt een aanvulling op de hoofdvorm te zijn; 1.43 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.44 geluidgevoelige functies: bewoning of andere geluidgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder c.q. het besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.45 geluidgevoelige gebouwen: gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidgevoelige functie zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, c.q. het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.46 geluidwerende voorzieningen: voorzieningen bedoeld voor het beperken van de geluidhinder; 1.47 geluidzoneringsplichtige inrichting:
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone (50 dB (A) contour Zonebesluit) moet worden vastgesteld; 1.48 goot: opvangbak voor hemelwater; 1.49 groenvoorzieningen: groenschermen van opgaande beplanting, bermbeplantingen en andere beplantingen voor openbaar of particulier gebruik welke beplantingen in planologisch opzicht een ruimtelijk structurerend effect hebben; 1.50 hogere grenswaarde: een maximale waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, c.q.
het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.51 hoofdgebouw (oorspronkelijk): gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is (zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd); 1.52 hoofdverblijf: het verblijf waar iemand woont, zijnde het woonadres zoals bedoeld wordt in de Wet basisregistratie personen; 1.53 horeca: het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccomodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf; 1.54 horeca 1, daghoreca: horecabedrijven zoals lunchrooms, koffie-/theehuizen, ijssalons; 1.55 horeca 2, (fastfood)restaurants, cafetaria, snackbars en shoarmazaken: inrichtingen ten behoeve van het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren, alsmede het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken.
Het accent ligt op de verkoop van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren; 1.56 huishouden: een vaste groep personen tussen wie een band bestaat die het enkel gezamenlijk bewonen van bepaalde woonruimte te boven gaat en die de bedoeling hebben om bestendig voor onbepaalde tijd samen te leven; 1.57 inritconstructie: een overwegend onder maaiveldniveau gelegen bouwwerk dat fungeert als toerit naar een, binnen hetzelfde bouwperceel gelegen, ondergrondse parkeervoorziening; 1.58 jachthavenbedrijf een haven met de daarbij behorende gronden, waarbij sprake is van bedrijfsmatig aangeboden voorzieningen voor het aanleggen, afmeren, afgemeerd houden of stallen van pleziervaartuigen alsmede voor kleinschalig onderhoud en ondergeschikte reparatiewerkzaamheden;
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
1.59 kajuitboot elk vaartuig dat is voorzien van een opbouw en/of inbouw, die een hoogte heeft van meer dan 1,60 meter, gemeten vanaf het diepste punt van het scheepsvlak, niet bedoeld voor bewoning; 1.60 kampeermiddel: a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; b. enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, c. één en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.61 kamperen: a. het houden van recreatief nachtverblijf in een kampeermiddel of in een bouwwerk, dat ter beschikking is gesteld voor het houden van recreatief nachtverblijf, niet zijnde een hotel, een pension, een woning of een tuinhuis; b. het plaatsen danwel geplaatst houden van kampeermiddelen; een en ander voor zover de onder a. en b.
bedoelde onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.62 kantoor: het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen; 1.63 kap: de volledige of nagenoeg volledige afdekking van een gebouw in een gebogen vorm dan wel met een dakhelling; 1.64 kas: een gebouw, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van onder meer vruchten, bloemen of planten; 1.65 kiosk: een paviljoenachtig, meestal houten gebouwtje, in een publieke ruimte, waar informatie kan worden verkregen en waar lectuur, bloemen, frisdranken en versnaperingen worden verkocht; 1.66 kruin: het wegbaangedeelte dat is ingenomen door rijbanen, veiligheidsstroken en bermen; 1.67 kunstwerk: civieltechnisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen,waterkeringen en/of leidingen niet bedoeld voor permanent menselijk verblijf; 1.68 laagdynamische opslag opslag van goederen - en daarbij behorende kleinschalige onderhoud- en reparatiewerkzaamheden - dat geen momentane toeloop van personen of milieuhinder met zich meebrengt en daarmee een geringe verkeersaantrekkende werking heeft die in ieder geval niet groter is dan een
verkeersindex van 1 voor personen- danwel goederenvervoer conform Lijst 1 van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering, editie 2009 danwel opslag dat naar aard en invloed op de omgeving hieraan gelijkwaardig is;
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
1.69 landschappelijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet levende natuur; 1.70 langzaam verkeer: fiets-, ruiter- en/of voetverkeer of vaarverkeer, niet zijnde snelvaren; 1.71 ligplaats: een gedeelte van het openbaar water door een woonark of woonboot ingenomen of bestemd om door een woonark of woonboot met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen; 1.72 logiesgebouw: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies in de vorm van recreatief nachtverblijf, met als neven- activiteit het verstrekken van maaltijden en/of dranken voor consumptie ter plaatse; 1.73 luchthavenindelingbesluit (LIB): AMvB op basis van de Wet luchtvaart waarin de ruimtelijke gevolgen van het gebruik van de luchthaven Schiphol zijn vastgelegd ten behoeve van de veiligheid en de geluidbelasting; 1.74 maatschappelijke voorzieningen: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.75 maaiveld: de bovenkant van het oorspronkelijke dan wel (verhoogd of verlaagd) aangelegd terrein waar een bouwwerk zal worden opgericht; 1.76 manege: een bedrijf, uitsluitend
of in hoofdzaak gericht op het geven van paardrijlessen, het verzorgen, africhten c.q. trainen van paarden en het beoefenen van de ruitersport met een publieke recreatieve- en sportfunctie, al dan niet gecombineerd met het fokken en de verkoop van paarden; 1.77 natuur- en landschapsontwikkeling: ingrepen teneinde natuurlijke processen in gang te zetten, die de natuurlijke en landschappelijke waarden dienen te versterken; 1.78 natuurwaarde: de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, hydrologische elementen, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang zoals beschreven in de Wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN; 1.79 nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van onder meer transport alarmeringssignalen, elektriciteit, telecommunicatie en water;
van
aardgas,
1.80 oever aan het water grenzende strook land bestaande uit een oevertalud en een horizontaal geleven oever;
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
1.81 oevergebruik Het gebruik van de oever ten behoeve van de buitenruimte bij een woonark en entree tot de woonark. 1.82 ondergronds bouwen: het bebouwen en in gebruik nemen van de ruimte onder het maaiveld (zoals kelders en parkeergarages); 1.83 onderkomens: voor verblijf geschikte – al dan niet aan hun oorspronkelijke bestemming en/of gebruik onttrokken – voertuigen, vaartuigen, woonschepen, toercaravans, stacaravans, tenten of gedeelten daarvan, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken; 1.84 openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.85 opslag: het bedrijfsmatig opslaan, verhandelen of verpakken van goederen; 1.86 overkapping een bouwwerk dat geen gebouw is, voorzien van een gesloten dak en met ten hoogste aan één zijde een gesloten wand; 1.87 paardenfokkerij: het bedrijfsgericht houden van paarden, uitsluitend of in hoofdzaak gericht op het fokken (inclusief opfokken en kunstmatige inseminatie), africhten c.q. trainen en verhandelen van paarden; 1.88 peil: a.
voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk, waarvan de gevel direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die gevel; b. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk in het talud van de dijk, waarvan de gevel niet direct aan de weg grenst en in alle andere gevallen: de hoogte van het bestaande aansluitende, afgewerkte maaiveld ter plaatse van de naar de dijk of weg gekeerde gevel, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen anders dan noodzakelijk voor de bouw, buiten beschouwing blijven; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil dan wel een ander plaatselijk aan te houden oppervlaktewaterpeil. 1.89 permanente bewoning: het gebruik van een kampeermiddel, woonark, recreatieverblijf of recreatiewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen, op een wijze die ingevolge de Wet basisregistratie personen noopt tot inschrijving van bewoners(s) in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente Aalsmeer, terwijl deze perso(o)n(en) niet aannemelijk kan/kunnen maken elders over een hoofdverblijf te beschikken; 1.90 pleziervaartuig een vaartuig, hoofdzakelijk gebruikt en bestemd voor niet-bedrijfsmatige varende recreatie;
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
1.91 praktijkruimte: een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn inrichting en indeling geschikt is om te worden gebruikt door beoefenaren van vrije beroepen; onder vrije beroepen worden in dit plan verstaan (para)medische, juridische, therapeutische, ontwerptechnische, administratieve, kunstzinnige en daarmee gelijk te stellen beroepen; 1.92 reclame-uiting: een op enige wijze met een bouwwerk verbonden zijnde, openbare aanprijzing om de afzet of het gebruik van goederen of diensten te bevorderen. Onder aanprijzing wordt mede begrepen de naam van de verkoper, dienstverlener etcetera; 1.93 recreatie: op het grondgebied van de gemeente Aalsmeer gerelateerde activiteiten gericht op ontspanning en vrijetijdsbesteding; 1.94 recreatief medegebruik: vormen van recreatie waarbij gronden met een niet recreatieve bestemming mede gebruikt worden voor recreatieve activiteiten; 1.95 recreatief nachtverblijf: recreatie in ruimten welke zijn bestemd voor recreatief nachtverblijf, door personen die hun hoofdverblijf elders hebben; onder recreatief verblijf wordt niet verstaan het verblijf noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden of arbeid; 1.96 recreatief verblijf: het kortdurend verblijf van één of meerdere personen met of zonder overnachting die elders hun hoofdverblijf hebben, waarmee in ieder geval geen sprake is van
permanente bewoning; 1.97 recreatiekavel: een individueel kavel, of kavels in beheer van een vereniging of exploitant, ten behoeve van de dagrecreatie; 1.98 recreatieve bewoning: de bewoning die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie; 1.99 recreatiewoning: een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat naar de aard en inrichting is bestemd voor recreatieve bewoning daaronder niet begrepen trekkershutten; 1.100 sanitair gebouw: gebouw ten behoeve van sanitaire voorzieningen zoals wasgelegenheden en toiletten; 1.101 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.102 stacaravan: een kampeermiddel in de vorm van een caravan dat voor meerdere toeristische seizoenen op het recreatieterrein is geplaatst als verblijfsruimte ten behoeve van
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
verblijfsrecreatie en dat niet als hoofdverblijf dient voor welke gebruiker dan ook van dat recreatiemiddel; 1.103 steiger een gebouwde of drijvende constructie langs een oever die tot aanlegplaats dient voor pleziervaartuigen; 1.104 straatmeubilair: de bij of op de weg behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder begrepen: abri´s, afvalbakken, (ondergrondse) afvalcontainers, alarmeringsinstallaties met bijbehorende antennes, bloemenof plantenbakken, brandkranen, draagconstructies voor reclame, fietsenrekken, gedenktekens, lichtmasten, parkeermeters, schakelkasten, speeltoestellen, straatverlichting, telefooncellen met bijbehorende antennes, urinoirs, verkeersborden, verkeersgeleiders, verkeerslichten, vitrines, voorwerpen van beeldende kunst, bewegwijzering en zitbanken; onder straatmeubilair worden niet begrepen verkooppunten voor motorbrandstoffen; 1.105 talud: het schuine vlak langs een weg, watergang of van een dijk; 1.106 tenthuisje een kampeermiddel van lichte constructie geschikt om buiten het recreatieseizoen, zijnde tussen 1 april en 15 okober, gedemonteerd te worden; 1.107 terras: een buiten een gebouw gelegen gebied behorende bij een horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of etenswaren verstrekt; 1.108 toeristisch bedrijf: economische bedrijfsactiviteiten gericht op het aantrekken van
toeristen en bezoekers; 1.109 tuinbouwbedrijf: een bedrijf, dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, door gebruik te maken van kassen en/of van open (onbebouwde) grond; 1.110 verblijfsrecreatie: het totaal van mogelijkheden en voorzieningen om te recreëren op een bepaalde plaats waarbij recreatief nachtverblijf centraal staat, anders dan met gebruikmaking van een hotel, pension of woning dan wel een vaartuig; 1.111 verdieping: een boven de begane grond gelegen bouwlaag; 1.112 voorgevel: de naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel van een gebouw, of indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt; 1.113 voorgevelrooilijn: dit is de denkbeeldige lijn langs de voor- of zijgevel van een hoofdgebouw die naar een openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; 1.114 voorkeursgrenswaarde: de maximale waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q. het Besluit grenswaarden binnen zones rond
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.115 vrijstaande woning: een bouwmassa bestaande uit één vrijstaand hoofdgebouw; 1.116 waterberging: de tijdelijke opslag van een overmaat aan (oppervlakte) water in (oppervlakte) watersystemen. Waterberging kan worden onderverdeeld in drie categorieën: <0000> natuurlijke overstroming (water dat buiten de beekbedding treedt zonder dat hier speciale voorzieningen zijn aangelegd); <0000> gestuurde overstroming (retentie) (water dat buiten de beekbedding treedt en waarvoor voorzieningen zijn aangebracht zodat dit met vooraf bepaalde frequentie wordt toegepast in gebieden die hiervoor zijn ingericht); <0000> noodoverloopgebieden (gebieden die met een zeer lage frequentie worden ingezet in geval van noodsituaties); 1.117 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die het waterhuishoudingbelang dienen, zoals watergangen (sloten), kunstwerken, bruggen, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang en dergelijke; 1.118 waterkering: grondlichamen (dijk) of constructie met als functie bescherming van lager gelegen gebied (veelal polders) tegen water buiten dat gebied; 1.119 weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende
bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.120 Wet: de Wet ruimtelijke ordening, zoals deze luidt op het tijdstip van het in ontwerp ter inzage leggen van dit plan; 1.121 woning: een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding en daardoor is aan te merken als wooneenheid, niet zijnde een bijzondere woonvorm, dan wel voor de huisvesting van niet meer dan drie personen naast de huishouding dan wel vier personen wanneer er daarnaast geen huishouding in het gebouw is ondergebracht; 1.122 woonark: een drijvend object, in algemene zin niet bestemd of ingericht om te varen, doorgaans bestaande uit een onderschip of een betonbak met vierkante of rechthoekige opbouw, waaronder begrepen een drijvende woning zowel ten behoeve van permanente bewoning als niet-permanente bewoning; 1.123 woonboot een drijvend of varend object dat herkenbaar is aan casco, romp en opbouw als een (van origine) varend schip zowel ten behoeve van permanente als niet-permanente bewoning. Indien een woonboot voldoet aan voorgeschreven maatvoering, geldt het bepaalde voor woonarken ook voor woonboten; 1.124 woongebouw: een gebouw dat één of meerdere woningen bevat;
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
1.125 zaalaccommodatie een horecabedrijf, dat in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig exploitateren van zaalaccommodatie en waar het verstrekken van voedsel en dranken en het (laten) organiseren van feesten en partijen (daaraan) ondergeschikt is; 1.126 zone: een op de verbeelding aangegeven gebied, waarvoor aanvullende bepalingen gelden;
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 bebouwingspercentage het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de hoogte van een woonark vanaf de waterlijn tot aan het hoogste punt van het woonark, met uitzondering van onderschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 de dakhelling: de hoek, gemeten in graden, van een hellend dakvlak ten opzichte van een horizontaal vlak; 2.5 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.6 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.7 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, nederwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.8 de oppervlakte van een recreatiekavel <0000> <0000>
de oppervlakte van het kadastrale perceel, of de percelen, exclusief de oppervlakte water; in gevallen waar bij de jachthavenexploitatie verhuur van een kadastraal perceel als recreatiekavels aan de orde is: de verhuurde oppervlakte van het recreatieperceel, exclusief de oppervlakte van water;
2.9 vloeroppervlakte woning: de som van de oppervlakten van alle bouwlagen, deel uitmakende van het hoofdgebouw, daar onder begrepen kelderruimten en zolderruimten voor zover de vrije hoogte ten minste 1.50 meter bedraagt, en met uitzondering van: ruimten waar kleinere vrije hoogte dan 1.50 meter aanwezig is, alsmede balkons, bijgebouwen, gemeenschappelijke berg-, verkeers- en wasruimten en loggia's; 2.10 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen; 2.11 verticale diepte: de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer; 2.12 horizontale diepte: de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel.
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
Artikel 3
Agrarisch - Tuinbouw
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch - Tuinbouw' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het uitoefenen van tuinbouwbedrijven; b. de tuinbouwgronden; alsmede: c. ter plaatse van de aanduiding 'recreatie', recreatiekavels voor de dagrecreatie; d. ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning', een recreatiewoning; e. ter plaatse van de aanduiding 'atelier', een atelier; f. ter plaatse van de aanduiding 'scouting', het gebruik van een scouting; g. ter plaatse van de aanduiding 'opslag', laagdynamische opslag; h. ter plaatse van de aanduiding 'hovenier', de uitoefening van een hoveniersbedrijf; met de daarbij behorende: i. gebouwen en andere bouwwerken; j. erven, terreinen en voorzieningen, zoals ontsluitingswegen ten behoeve van de bereikbaarheid van de agrarische bedrijfspercelen, laad- en losvoorzieningen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen voor het agrarisch gebruik; k. groenvoorzieningen, waterlopen, waterhuishoudkundige voorzieningen, bruggen en openbare nutsvoorzieningen; l. (giet-)waterbassins en overige waterberging; m. natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. kassen; b. andere agrarische bedrijfsgebouwen, waaronder opslagruimten en bedrijfsgebonden kantoorruimten; c.
gebouwen en andere bouwwerken voor bijzonder gebruik, als bedoeld in artikel 3.1 onder c. tot en met h. van deze planregels; d. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2.2 Kassen Voor het bouwen van kassen gelden de volgende regels: a. kassen mogen uitsluitend op het bouwvlak als aangegeven op de planverbeelding worden gebouwd; b. in afwijking van het bepaalde onder a. mogen kassen tevens buiten het bouwvlak worden geplaatst, doch uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kas'; c. de maximale goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan respectievelijk 6 en 9 meter; d. kassen dienen te zijn voorzien van een kap, waarvan de helling niet minder dan 15 graden en niet meer dan 50 graden mag bedragen. 3.2.3 Andere bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen, anders dan kassen, gelden de volgende regels: a. bedrijfsgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd; b. in afwijking van het bepaalde onder a. mogen bedrijfsgebouwen anders dan kassen, niet worden gebouwd binnen de aanduiding 'kas'; vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
c. de maximale goot- en bouwhoogte bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan respectievelijk 6 en 9 meter; d. bedrijfsgebouwen dienen te zijn voorzien van een kap, waarvan de helling niet minder dan 15 graden en niet meer dan 50 graden mag bedragen; e. bedrijfsgebouwen dienen op minimaal 2 meter van de zijdelingse perceelgrens te worden geplaatst. 3.2.4 Recreatiekavels Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'recreatie' de volgende regels: a. per recreatiekavel met een oppervlakte van 1.000 m2 of meer, mag ten hoogste één gebouw worden opgericht, waarvan de bouwhoogte en de oppervlakte niet meer dan respectievelijk 3 meter en 6 vierkante meter mag bedragen; b. per recreatiekavel met een oppervlak van 100 m2 of meer, mag ten hoogste één bergkist worden gebouwd, waarvan de bouwhoogte en de oppervlakte niet meer dan respectievelijk 1 meter en 2 vierkante meter mag bedragen; c. een bouwwerk ten behoeve van het aanleggen van een pleziervaartuig in de vorm van een afmeerpaal, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 1 meter mag bedragen met in achtneming van het bepaalde onder artikel 3.4.1; d. andere bouwwerken, waaronder overkappingen en gebouwde erf- en terreinafscheidingen, zijn niet toegestaan. 3.2.5 Recreatiewoningen Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' gelden de volgende regels: a.
per aanduiding op de planverbeelding is één recreatiewoning toegestaan; b. een recreatiewoning dient te zijn voorzien van een schuine kap, waarvan de dakhelling niet minder dan 25° en niet meer 50° mag bedragen. c. bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan, mits aangebouwd aan het hoofdgebouw; d. de oppervlakte van een recreatiewoning mag, met inbegrip van bijbehorende bouwwerken, niet meer bedragen dan 30 m2; e. de goothoogte van een recreatiewoning en bijgebouw mag niet meer bedragen dan 2,5 meter. 3.2.6 Ateliers Voor het bouwen op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'atelier' als aangegeven op de planverbeelding, gelden de volgende regels: a. per aanduiding is ten hoogste één atelier toegestaan; b. vrijstaande bijgebouwen zijn niet toegestaan; c. de oppervlakte van een atelier mag, met inbegrip van bijgebouwen, niet meer bedragen dan 300 m2; d. de goothoogte van het ateliergebouw mag niet meer bedragen dan 6 meter; e. de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 50° bedragen. 3.2.7 Scouting Voor het bouwen op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'atelier' als aangegeven op de planverbeelding, gelden de volgende regels: a. per aanduiding is ten hoogste één gebouw toegestaan; b. de oppervlakte van het gebouw mag niet meer bedragen dan 100 m2; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 meter; d.
de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 50° bedragen. 3.2.8 Opslag Voor het bouwen op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'opslag' gelden de regels als gegeven in artikel 3.2.3 en 3.2.10 van deze planregels.
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
3.2.9 Hovenier Voor het bouwen op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'hovenier' gelden de regels als gegeven in artikel 3.2.3 en 3.2.10 van deze planregels. 3.2.10 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen binnen het bouwvlak te worden geplaatst; b. in afwijking van het bepaalde onder a. mogen bouwwerken, geen gebouw zijnde, met uitzondering van schoorstenen, tevens buiten het bouwvlak worden geplaatst, uitsluitend ter plaatse van de bouwaanduiding 'kas'; c. gebouwde erf- en terreinafscheidingen zijn niet toegestaan; d. de bouwhoogte van (giet-)waterbassins bedraagt ten hoogste 5 meter; e. de bouwhoogte van verlichtingsarmatuur en lichtmasten bedraagt niet meer dan 8 meter; f. de bouwhoogte van watersilo's en (koel)torens bedraagt niet meer dan 10 meter; g. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen 3 meter. 3.3 Voorwaarden m.b.t.
het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 3.3.1 Watercompensatie In het geval door de bouw van gebouwen en bouwwerken danwel het uitvoeren van werken, geen gebouwen zijnde, of van werkzaamheden op een bouwperceel meer dan 500 m² extra verhard oppervlak zal ontstaan ten opzichte van de situatie bij vaststelling van dit plan, dan dient - voordat de overschrijding plaatsvindt - 15% van het totaal aan toename van verharding te worden gecompenseerd met open water dat in verbinding staat met oppervlaktewater in hetzelfde peilvak. 3.3.2 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 3.3.3 Laden en lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.
3.3.4 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 3.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft; of b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 3.3.5 Afwijken van de regels voor laden en lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 3.3.3 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 3.3.6 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 3.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.3 onder b. voor het bouwen van andere agrarische bedrijfsgebouwen binnen de aanduiding 'kas' ten behoeve van de trekheestercultuur indien: a. aangetoond is dat dit noodzakelijk is voor de duurzame continuiteit van de bedrijfsvoering van het desbetreffende agrarische bedrijf, of; b. aangetoond is dat een andere verschijningsvorm dan een kas noodzakelijk is om te voorzien in een klimaatgereguleerde kweekruimte, en; c.
dit passend is binnen de cultuurhistorische en landschappelijke kenmerken van de locatie. 3.5 Specifieke gebruiksregels 3.5.1 Recreatiekavels Binnen het kader van de bestemmingsomschrijving onder 3.1, onder c. van dit artikel is ter plaatse van de aanduiding 'recreatie' het volgende specifieke gebruik toegestaan: a. het inrichten van recreatiekavels ten behoeve van de dagrecreatie; b. aanlegplaatsen behorende bij recreatiekavels mogen niet aan de koppen van eilanden en percelen worden gesitueerd. 3.5.2 Opslag Binnen het kader van de bestemmingsomschrijving onder 3.1, onder g. van dit artikel is ter plaatse van de functieaanduiding 'opslag' het specifieke gebruik toegestaan door een bedrijf dat is gericht op de laagdynamische opslag van goederen anders dan ten behoeve van de agrarische bedrijfsuitoefening, met dien verstande dat: a. de opslag uitsluitend mag plaatsvinden binnen de bedrijfsgebouwen zoals die ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan aanwezig waren; b. extramurale opslag, alsmede opslag van brand- en explosiegevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, gasflessen en verf, niet is toegestaan; c. het ter plaatse verhandelen van goederen niet is toegestaan. 3.5.3 Strijdig gebruik
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor bewoning; b. het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens; c. het opslaan of opgeslagen hebben van goederen, waarvan de aanwezigheid voor de agrarische bedrijfsvoering, of andere onder 3.1 aangewezen functies, niet noodzakelijk is; d. het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen, bestemd en gereed voor onmiddellijk gebruik of verbruik, uitgezonderd de verkoop of het ten verkoop aanbieden van agrarische producten afkomstig van het betrokken agrarische bedrijf; e. het bedrijfsmatig ten behoeve van derden vervaardigen of herstellen van goederen, uitgezonderd het verwerken van producten afkomstig van het betrokken agrarische bedrijf; f. een uitsluitend of overwegend gebruik: g. als tussenhandel voor agrarische producten, toeristisch bedrijf en daarmee vergelijkbaar gebruik; h. ten dienste van: de levering van goederen en/of diensten voor het agrarisch-, tuinbouw- en/of ander bedrijf; i. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; j. een paardenbak ten behoeve van het hobbymatig houden van paarden in combinatie met een bedrijfsmatige paardenhouderij.
3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.6.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, verleggen of verharden van wegen, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; b. het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de gronden; c. het scheuren van grasland ten behoeve van graslandverbetering, tijdelijke andere teelt of permanente teelt; d. het aanbrengen van bovengrondse transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; e. het aanbrengen of aanleggen van oeverbeschoeiingen, kaden, dammen en aanlegplaatsen; f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande waterlopen; g. het aanbrengen van afbeeldingen of tekens voor commerciële doeleinden. 3.6.2 Toegestane werkzaamheden Het verbod bedoeld als onder lid 3.5.1 is niet van toepassing ten aanzien van werken of werkzaamheden: a. gericht op of dienstig aan de realisering van de bestemming dan wel voortvloeiend uit normaal onderhoud of beheer van deze gronden; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan.
3.6.3 Voorwaarden voor omgevingsvergunning De in lid 3.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het terrein.
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
Artikel 4
Agrarisch met waarden
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het uitoefenen van tuinbouwbedrijven; b. de tuinbouwgronden; c. het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke waarden; d. natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen; e. bijbehorende bouwwerken; alsmede; f. ter plaatse van de aanduiding 'scouting', het gebruik van een scouting; g. ter plaatse van de aanduiding 'baggerspeciedepot', een baggerspeciedepot; h. ter plaatse van de aanduiding 'recreatie', recreatiekavels voor de dagrecreatie; i. ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning', een recreatiewoning; j. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden tenthuis', tenthuisjes voor de verblijfsrecreatie; met daaraan ondergeschikt: k. groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en openbare nutsvoorzieningen. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen en andere bouwwerken voor de agrarische bedrijfsuitoefening; b. gebouwen en andere bouwwerken voor bijzonder gebruik, als bedoeld in artikel 4.1 onder f. tot en met j. van deze planregels. 4.2.2 Tuinbouw Voor het bouwen van bouwwerken die nodig zijn voor de agrarische bedrijfsuitoefening gelden de volgende regels: a.
per akker is één schuilhut toegestaan met een maximale oppervlakte van 6 m2 en een maximale bouwhoogte van 2,5 meter; b. de bouw van andere gebouwen is niet toegestaan; c. per akker is voorts één bergkist toegestaan met een maximale oppervlakte van 2 m2 en een maximale bouwhoogte van 1 meter; d. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 1,5 meter. 4.2.3 Scouting Voor het bouwen op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'scouting' gelden de regels als gegeven in artikel 4.2.2 van deze planregels. 4.2.4 Baggerspeciedepot Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'baggerspeciedepot' gelden de volgende regels: a. op deze gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van terreinafscheidingen, waarvan de hoogte niet meer dan 1,5 meter mag bedragen.
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
4.2.5 Recreatiekavels Voor het bouwen van bouwwerken gelden ter plaatse van de aanduiding 'recreatie' de volgende regels: a. per recreatiekavel met een oppervlakte van 1.000 m2 of meer, mag ten hoogste één gebouw worden opgericht, waarvan de bouwhoogte en de oppervlakte niet meer dan respectievelijk 3 meter en 6 vierkante meter mag bedragen; b. per recreatiekavel met een oppervlak van 100 m2 of meer, mag ten hoogste één bergkist worden gebouwd, waarvan de bouwhoogte en de oppervlakte niet meer dan respectievelijk 1 meter en 2 vierkante meter mag bedragen; c. een bouwwerk ten behoeve van het aanleggen van een pleziervaartuig in de vorm van een afmeerpaal, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 1 meter mag bedragen met in achtneming van het bepaalde onder artikel 4.4.1; d. andere bouwwerken, waaronder overkappingen en gebouwde erf- en terreinafscheidingen, zijn niet toegestaan. 4.2.6 Recreatiewoningen Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' gelden de volgende regels: a. per aanduiding op de planverbeelding is één recreatiewoning toegestaan; b. een recreatiewoning dient te zijn voorzien van een schuine kap, waarvan de dakhelling niet minder dan 25° en niet meer 50° mag bedragen. c. bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan, mits aangebouwd aan het hoofdgebouw; d.
de oppervlakte van een recreatiewoning mag, met inbegrip van bijbehorende bouwwerken, niet meer bedragen dan 30 m2; e. de goothoogte van een recreatiewoning en bijgebouw mag niet meer bedragen dan 2,5 meter. 4.2.7 Tenthuisjes Voor het bouwen ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - tenthuis' gelden de volgende regels: a. op deze gronden zijn maximaal 15 tenthuisjes toegestaan; b. de oppervlakte van een tenthuisje mag niet meer bedragen dan 15 m2; c. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan tot een hoogte van maximaal 1,5 meter; d. gebouwen zijn niet toegestaan. 4.3 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 4.3.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
4.3.2 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 4.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft; of b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 4.3.3 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Recreatiekavels Binnen het kader van de bestemmingsomschrijving onder 4.1, onder h. van dit artikel is ter plaatse van de aanduiding 'recreatie' het volgende specifieke gebruik toegestaan: a. het inrichten van recreatiekavels ten behoeve van de dagrecreatie; b. aanlegplaatsen behorende bij recreatiekavels mogen niet aan de koppen van eilanden en percelen worden gesitueerd. 4.4.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor bewoning; b. het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens; c.
het opslaan of opgeslagen hebben van goederen, waarvan de aanwezigheid voor de agrarische bedrijfsvoering niet noodzakelijk is; d. het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen, bestemd en gereed voor onmiddellijk gebruik of verbruik, uitgezonderd de verkoop of het ten verkoop aanbieden van agrarische producten afkomstig van het betrokken agrarische bedrijf; e. het bedrijfsmatig ten behoeve van derden vervaardigen of herstellen van goederen, uitgezonderd het verwerken van producten afkomstig van het betrokken agrarische bedrijf; f. een uitsluitend of overwegend gebruik: g. als tussenhandel voor agrarische producten, toeristisch bedrijf en daarmee vergelijkbaar gebruik; h. ten dienste van: de levering van goederen en/of diensten voor het agrarisch-, tuinbouw- en/of ander bedrijf; i. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; j. een paardenbak ten behoeve van het hobbymatig houden van paarden in combinatie met een bedrijfsmatige paardenhouderij. 4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
de
volgende
werken,
geen
pagina
a. het aanleggen, verleggen of verharden van wegen, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; b. het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de gronden; c. het scheuren van grasland ten behoeve van graslandverbetering, tijdelijke andere teelt of permanente teelt; d. het aanbrengen van bovengrondse transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; e. het aanbrengen of aanleggen van oeverbeschoeiingen, kaden, dammen en aanlegplaatsen; f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande waterlopen; g. het aanbrengen van afbeeldingen of tekens voor commerciële doeleinden. 4.5.2 Toegestane werkzaamheden Het verbod bedoeld als onder lid 4.5.1 is niet van toepassing ten aanzien van werken of werkzaamheden: a. gericht op of dienstig aan de realisering van de bestemming dan wel voortvloeiend uit normaal onderhoud of beheer van deze gronden; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan. 4.5.3 Voorwaarden voor omgevingsvergunning De in lid 4.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het terrein.
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
Artikel 5
Bedrijf
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de bedrijfsuitoefening overeenkomstig de bedrijfscategorieën 1 en 2 als aangegeven in de Staat van Bedrijfsactiviteiten in bijlage 1 van deze planregels, behoudens geluidzoneringsplichtige inrichtingen en met uitzondering van bedrijfsactiviteiten die vallen onder het besluit externe veiligheid inrichtingen; met de daarbij behorende: b. gebouwen en andere bouwwerken; c. voorzieningen, zoals toegangswegen voor de ontsluiting van de bedrijfspercelen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen ten dienste van de bestemming; met daaraan ondergeschikt: d. groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en nutsvoorzieningen. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. bedrijfsgebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend op het bouwvlak als aangegeven op de planverbeelding worden gebouwd; b. het bouwvlak mag voor maximaal 60% worden bebouwd, tenzij anders is aangeduid met de specifieke aanduiding 'maximum bebouwingspercentage'; c. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 6 en 9 meter; d.
bedrijfsgebouwen dienen te worden voorzien van een kap, waarvan de helling niet minder dan 15° en niet meer dan 50° mag bedragen. 5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 3 meter bedragen; b. de hoogte andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 6 meter bedragen. 5.3 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 5.3.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze
vastgesteld regels Uiterweg Plasoevers 2021
pagina
regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 5.3.2 Laden en lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 5.3.3 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 5.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of; b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 5.3.4 Afwijken van de regels voor laden en lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 5.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien.
5.3.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 5.4 Specifieke gebruiksregels 5.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijven, anders dan die zijn genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten (bijlage 1) onder de categorieën 1, 2; b. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor bewoning; c. het huisvesten van tijdelijke arbeidsmigranten; d. het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens; e. het gebruik van gebouwen voor meer dan 30% van het b.v.o. voor kantoordoeleinden verbonden aan de bedrijfsactiviteiten en voor alle kantooractiviteiten niet verbonden aan een bedrijfsactiviteit; f. verkooppunt voor motorbrandstoffen (incl. LPG); g. het parkeren, anders dan ten behoeve van het ter plaatse aanwezige bedrijf; h. het gebruik van gronden en bebouwing als parkeergelegenheid voor reizigers die reizen vanaf de luchthaven Schiphol; i. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel;