Ontwerpbestemmingsplan (toelichting, regels + bijlagen)_Optimized.pdf
Tekst van het document
Trends recreatiemarkt De markt voor verblijfsrecreatie verandert continu. Wat gerust een trend genoemd mag worden is de stijgende lijn van omzetontwikkeling in de verblijfsrecreatie. De onlangs gepubliceerde cijfers van NBTC-NIPO/CBS/NRIT geven aan dat er een stijging van 6,7% in de omzet is geweest in 2015 ten opzichte van 2014 (zie tabel). De groei concentreert zich met name rondom grote steden en aan de kust. Daarnaast heeft Rabobank in haar laatst uitgebrachte branche-informatie berekend dat er dit jaar een groei is van 2% naar logies. Een groei waar met name de regio Amsterdam van zal gaan profiteren. Buiten Amsterdam moet er volgens Rabobank wel geïnnoveerd worden in onderscheidend aanbod door onder meer nieuwe concepten en de juiste beleving creëren. Hierbij kunnen koplopers inspelen op de trend dat een consument een zo goed mogelijk kwalitatief product wil voor een zo gunstig mogelijke prijs. Er is straks teveel ‘standaard’ aanbod.
9
Trends in de vraag van recreanten Rabobank heeft in haar rapport aangegeven dat er teveel ‘standaard’ aanbod van logies zal zijn. De gast van tegenwoordig wil een nieuw soort product met een eigen identiteit, beleving en gevoelswaarde. Daarbij is de vraag naar meer luxe en comfort een trend die al enige jaren zichtbaar is. Hoe het recreatiepark hierop gaat inspelen wordt nader toegelicht in dit document. Hogenboom vakantieparken heeft aangegeven en onderkent vanuit hun organisatie een stijgende vraag naar accommodaties rondom de grote steden te zien. Hierdoor zal een nieuw concept als Marinapark Aalsmeer geen concurrentie zijn voor andere accommodaties, maar juist een toevoeging hierop door de introductie van nieuwe soorten producten. Vraag en aanbod vrije tijdsvoorzieningen Noord-Holland Royal Haskoning heeft in opdracht van de provincie Noord-Holland een analyse gemaakt (2013) van de vraag en het aanbod van onder meer recreatieve accommodaties en een verwachting opgesteld van de toekomstige situatie. Marinapark Aalsmeer is uiteraard niet opgenomen in het rapport, maar ter vergelijking is gekeken naar de hotel- en bungalowmarkt in de regio. Ten opzichte van 2010 is er in 2011 in het gebied Hollandse en Utrechtse meren een toename van het aantal overnachtingen geweest van 28%. Deze groei zette zich de afgelopen jaren door.
Er zijn op dit moment geen bungalowparken aanwezig in het gebied Hollandse en Utrechtse Meren en 22 hotels met circa 5.100 kamers. Uit de ondernemersenquête die ten behoeve van het rapport is gehouden blijkt dat de toekomstverwachtingen divers zijn; een deel geeft aan een groei van de bezettingsgraad te verwachten en een deel verwacht een daling. Dit zal te maken hebben met de veranderende vraag van de recreant en een deel van de soorten accommodaties zullen minder in trek zijn bij klanten (zie trends). De groei van overnachtingen en accommodaties is voornamelijk gericht op de regio Amsterdam en Amstelland Meerlanden. Maar door het afvlakken van de mogelijkheden voor nieuwe accommodaties in Amsterdam zelf zal de druk op de omliggende regio toenemen. Haarlemmermeer en Zaanstad hebben onder meer plannen voor uitbreiding van het aantal hotelkamers. Met name ontstaan door de leegstand van kantoren en het transformeren hiervan naar hotels. Het is de vraag of dergelijke locaties voldoende toekomstperspectief hebben in verband met de veranderende vraag en behoeftes van gasten. Royal Haskoning verwacht voor Noord-Holland een groei van 20% tot 2020 voor het aantal overnachtingen en een toename van de vraag naar bijzondere plekken en de vraag om meer beleving in de accommodaties. Ook zal het aantal ouderen toenemen, waardoor het anmio voor hoteltrips toeneemt.
De groeiende vraag zorgt uiteindelijk voor een confrontatie met het aanbod, dat komende jaren de vraag niet aankan en niet aansluit bij de wensen van gasten. Er ontstaat dus een knelpunt tussen de kwalitatieve vraag versus het tekort aan aanbod. Het nieuwe vakantiepark zal dus niet zorgen voor meer concurrentie, maar zorgen voor een verbeterd aanbod dat aansluit bij de vraag van een groeiend aantal recreanten. Het is geen hotel, maar een combinatie van verblijfsmogelijkheden met het comfort van een hotel. Daarnaast geeft het concept een signaal af van vernieuwing waarmee het zorgt voor een impuls ten aanzien van het innoveren en vernieuwen van het bestaande aanbod. Zodoende kan Aalsmeer binnen een regio met veel plannen in initiatieven duidelijker op de kaart komen als toeristische plaats en als aanvulling kan dienen voor het ‘volle’ Amsterdam.
10
Kenmerken en ontwikkelingen Aalsmeer en de regio Aalsmeer is nog een echt dorp onder de rook van Amsterdam en Schiphol. Met het water, de bloemen(veiling) en de rust en ruimte heeft de plaats onder toeristen en recreanten een behoorlijke aantrekkingskracht. Door de toenemende groei van toeristen (binnenland en buitenland) in de regio zal dit de komende jaren verder toenemen. Het dorp is aantrekkelijk door het hoge voorzieningenniveau met betrekking tot bijvoorbeeld winkels en horeca. Er is de laatste jaren veel geïnvesteerd in verbetering van voorzieningen voor bijvoorbeeld auto en fiets, alsmede in een upgrading van commerciële voorzieningen. Aalsmeer heeft in maart 2016 de Agenda recreatie en toerisme opgesteld. Door toenemende vraag vanuit de markt, de verminderende inkomsten uit de traditionele bedrijfshandel in Aalsmeer en het ontbreken van een duidelijk recreatief profiel wil de gemeente een toekomstgericht recreatief plan hebben. Er wordt ingezet op verbetering van de toeristische infrastructuur, gebiedspromotie en versterking van de verblijfsaccommodaties. Kernwaarden zijn hierbij bloemen, water en gastvrijheid. Met de Metropoolregio Amsterdam wordt op recreatief vlak intensief samengewerkt. Belangrijk onderdeel hierbij is het spreiden van toeristen over de regio. Op deze manier blijven ze langer in de regio, eerder geneigd terug te komen en besteden ze meer.
Ditzelfde geldt ook voor samenwerkingen met Utrecht en Zuid-Holland in het kader van de Hollands Utrechts Plassenberaad, waar gesproken wordt over het beter toegankelijk maken van de wateren in deze regio. De recreatieve accommodaties in het dorp (hotels) blijven door de veranderde en toenmende vraag van recreanten, straks enigszins achter bij de markt. Dit is een aandachtspunt om uiteindelijk niet ‘uit de gratie te raken’ ten opzichte van andere plaatsen (met plannen en initiatieven) in de regio. Marinapark Aalsmeer geeft hiermee ook een signaal af vernieuwing en laat zien dat nieuwe initiatieven complementair zijn aan het huidige aanbod. Tot slot zorgt het voor revitalisering van een gebied waar transformatie nodig is.
Conclusie voor het plan Concluderend kan gesteld worden dat de ontwikkeling van Marinapark Aalsmeer met met vernieuwende accommodaties zorgt voor een interessant product voor zowel koper als huurder en een toevoeging gaat betekenen voor Aalsmeer en omgeving. Door de sterk groeiende vraag, die geconstateerd is in diverse rapporten, zal deze ontwikkeling andere verblijfsrecreatieve functies niet onder druk zetten, maar zorgen voor innovatie en een betere spreiding van recreanten in de regio Amsterdam. Er is dus ruimte en behoefte in de markt voor nieuwe concepten. De opzet van het recreatiepark is passend bij de trends en ontwikkelingen in de recreatiemarkt en zorgt voor de gevraagde vernieuwing. Het past binnen het recreatief profiel van Aalsmeer, waarin ingezet wordt op nieuwe verblijfsaccommodaties voor de (internationale) gast van nu. Voor investeerders is het product tot slot interessant omdat men op een goede en relatief goedkope manier kan instappen in een product waar men zich mee kan identificeren. 11
Doelgroepen Uit onderzoeken (o.a. rapport De leefstijlatlas dagrecreatie voor de provincie Noord-Holland, 2012) blijkt dat de grootste groep bezoekers t.b.v. verblijfsrecreatie in Aalsmeer de doelgroepen met leefstijl ‘rustig groen’ en ‘gezellig lime’ zijn. Deze twee doelgroepen vertegenwoordigen meer de dan veertig procent van het aantal toeristen dat in Aalsmeer verblijft. Het zijn mensen, die graag een gezellig weekendje weg willen, tot rust willen komen, willen genieten en even weg willen zijn uit de dagelijkse beslommeringen en een nuchtere kijk op zaken hebben (zie ook de inzet voor de omschrijving van beide doelgroepen). Deze doelgroep wordt prima bedient op het vakantiepark; de producten en service sluiten aan bij de behoeften van deze doelgroepen. In de doelgroepen bevinden zich ook de zogenaamde ‘empty nesters’ een doelgroep die veel vrijkomend vermogen heeft en de komende jaren nog flink in aantal gaat toenemen. Deze groep mensen is potentieel geïnteresseerd in een investering in recreatief vastgoed. Doordat ze zich bevinden in dezelfde doelgroep als de recreanten, kunnen ze zich goed identificeren met de identiteit van het vakantiepark, de verhuurmogelijkheden en de potentie van Marinapark Aalsmeer in de regio. Naast de doelgroepen die in het onderzoek zijn benoemd is de zakelijke en internationale markt erg belangrijk voor de regio.
Van oudsher is er veel vraag naar accommodaties voor de zakelijke markt in verband met de nabijheid van Schiphol, Amsterdam en de Bloemenveiling. En de bezoekersaantallen van toeristen aan de regio blijven groeien. Deze vraagt blijft de komende jaren stijgen en er is een trend te zien dat er vaak langer verbleven wordt. Hierdoor is de wens om andere accommodaties dan hotels te verblijven stijgende. Er is behoefte aan ruimer bemeten ruimten in een rustigere en groene omgeving.
12
toelichting exploitatie Marinapark Aalsmeer Om tot een park te komen met een goede kwalitatieve invulling èn deze invulling in goede conditie te houden zijn een aantal elementen van belang, welke hieronder worden toegelicht. Eigendom Marinapark Aalsmeer wordt een park met diverse vormen van verblijfsrecreatie. Het grootste gedeelte van deze recreatie-eenheden zal eigendom worden van particulieren. Een eigenaar kan ervoor kiezen om: - de eenheid volledig te gaan verhuren - de eenheid te gaan verhuren en gedeeltelijk voor eigen gebruik te gebruiken - de eenheid niet te verhuren en voor eigen gebruik te gebruiken Ten alle tijden tekent de eigenaar voor beperkt eigen gebruik en dus geen permanente bewoning. De eigenaren tezamen zullen verplicht een vereniging van eigenaren gaan vormen, welke ook eigenaar is van de buitenruimte. Deze vorm van eigendom versterkt een gezamenlijk belang binnen het park. De vereniging heeft een bestuur en is verantwoordelijk voor het beheer, onderhoud en uitstraling van het gehele park. Dergelijke zaken worden vastgelegd in een splitsingsakte en in een (huishoudelijk) reglement waar iedere eigenaar zich aan committeert. Beheer door huidige eigenaar De vereniging van eigenaren besteed het dagelijks beheer uit aan de eigenaren van de huidige jachthaven.
De beheerders gaan het dagelijks beheer voeren over het recreatiepark inclusief de bijbehorende voorzieningen. De taken bestaan onder meer uit gastheerschap, sleutelbeheer, onderhoud, kwaliteitsborging, verhuurgerelateerde werkzaamheden en andere bijbehorende zaken welke tot een goed beheer behoren. Zij zijn en blijven het aanspreekpunt voor gasten, eigenaren en de omgeving. Gemeenschappelijk belang De eigenaren, de verhuurorganisatie (zie volgende pagina) en de beheerder zijn dus met elkaar verbonden en hebben een gezamenlijk belang om een kwalitatief hoogwaardig park voor nu en in de toekomst te hebben. Eigenaren omdat ze gebaat zijn bij een goede verhuur van hun recreatie-eenheden, de verhuurorganisatie omdat het de verhuurbaarheid van het park (waar ze hun naam aan verbonden hebben) goed zal houden en de beheerders omdat ze kunnen blijven zorgdragen voor een perfecte gastvrijheid. Daarnaast hebben de beheerders ook een behoorlijk aantal eenheden in eigendom waardoor zij extra gebaat zijn bij een blijvend kwalitatief park en goede exploitatie. Deze verbondenheid is en/of wordt juridisch vastgelegd middels overeenkomsten tussen verhuurorganisatie en de beheerders en met de eigenaren individueel. Tevens sluiten de eigenaren als vereniging van eigenaren een overeenkomsten met de beheerders en met de verhuurder.
13
Hogenboom Vakantieparken Om een uniforme uitstraling, identiteit en herkenbaarheid te geven aan het park is gekozen om één organisatie aan te stellen die het park ‘labelt’. Hogenboom Vakantieparken zal als organisatie voor de verhuur gaan zorgdragen. De eigenaren verplichten zich de verhuur exclusief door Hogenboom te laten doen. Dit houdt in dat Hogenboom als intermediair zorgdraagt voor boekingen op het park, inclusief de bijbehorende werkzaamheden, marketing, promotie en aftersales. Hogenboom zal ook op het park aanwezig zijn met uitingen als vlaggen en andere signing. Als verhuurorganisatie wil Hogenboom louter kwalitatieve parken in verhuur hebben. De organisatie op het park dient hierop afgestemd te zijn met onder meer goede beheerders die op continue basis zorgdragen voor een verzorgde en kwalitatieve uitstraling van het park en in directe verbinding staan met de verhuurorganisatie. Korte lijnen zijn van groot belang om snel actie te kunnen ondernemen indien nodig. Vanuit Hogenboom zal hier op toegezien worden. Temeer omdat de uitstraling van belang is voor de verhuurbaarheid en de algehele exploitatie van het recreatiepark.
“Hogenboom Vakantiepa rken is één van de snels t groeiende verhuurorganisaties van Nederland die als interm ediair optreedt voor vele vak antieparken en vakantiec omplexen met name in Nederland maar ook steeds meer op locaties daarbuiten. ! Bij Hogenboom Vakantie parken kan men terecht voor luxe bungalows, apparteme nten, hotelsuites, co mf or tabele chalets en gezellig kam peren.! ! Voor het vermarkten van ons verhuuraanbod ma akt Hogenboom Vakantiepa rken gebruik van vele marketingmiddelen zoals televisie- en radiocom mercials, advertenties in dagbladen , tijdschriften, direct mailings, internet marketing, sp onsering enz. ! Ondanks onze groei bli jft Hogenboom Vakan tieparken oog houden voor persoonli jk contact met zowel onze gasten als de eigenaren. Doels telling is om gasten he t ultieme vakantiegevoel te bezo rgen, zonder daarbij de belangen van particuliere woningeigen aren uit het oog te ver liezen. ! ! Wij zijn trots om het project Marinapark Aa lsmeer op te mogen nemen in ons ver huur aanbod. De liggin g van het project met een zeer afwisselend verhuuraan bod, de vele watersportmogelijkhede n en centrale ligging nab ij de grote steden zullen Marinap ark Aalsmeer tot een gel iefde vakantiebestemming ma ken. De waterrijke loc atie en zeer verzorgde accommodati es zijn daarom ook van grote toegevoegde waarde bin nen het product aanbo d van Hogenboom Vakantiepa rken.”!
Waarborging kwaliteit en continuiteit De gemeente Aalsmeer heeft gevraagd te onderbouwen waarom Marinapark Aalsmeer een topstrategie project is, hoe verloedering tegengegaan kan worden en hoe de uitstraling van het park gewaarborgd kan blijven worden. Door middel bovenstaande is uitleg gegeven over de opzet van de organisatie, de verantwoordelijkheden en de taken van een ieder die betrokken is bij de exploitatie van het recreatiepark. Door met elkaar hiervoor langlopende samenwerkingen aan te gaan is de continuïteit van het park verzekert en zal er toezicht blijven om het park in topconditie te houden, waardoor de meerwaarde voor Aalsmeer en omstreken gewaarborgd blijft. 14
meerwaarde ontwikkeling Voor Aalsmeer Er is met zorg gekeken naar de huidige accommodaties. Op dit moment zijn er enkele hotels in en om het dorp gelegen. De ontwikkeling aan de Uiterweg is hier een waardige aanvulling bij; het is een toevoeging van nieuwe soorten recreatieve verblijven voor Aalsmeer. De uitstraling, de opzet met suites en appartementen, het water en de locatie zijn van toegevoegde waarde voor Aalsmeer en de regio. Er is de afgelopen jaren nauwelijks geïnvesteerd in nieuwe producten. Het is van essentieel belang om als toeristische plaats te blijven vernieuwen om aan de steeds veranderende vraag van recreanten te kunnen blijven voldoen. Temeer omdat de gemeente inzet op meer toerisme en dus recreanten! Daarom kan deze ontwikkeling gezien worden als (noodzakelijke) toevoeging aan het aanbod. Het zal geen concurrent zijn voor het huidige aanbod, want dat is er niet, maar zorgen voor een effect waarbij andere ondernemers ook gaan innoveren. En niet onbelangrijk: de toevoeging van verblijfsrecreatie zorgt een economische boost voor de lokale en regionale middenstand. Het levert extra omzet op, doordat er meer mogelijkheden zijn voor recreanten om te verblijven in Aalsmeer. Het geheel zorgt tevens voor een betere toekomstbestendigheid waarbij Aalsmeer op de kaart blijft staan.
Daarnaast wordt aan een jachthaventerrein met weinig toekomstperspectief een nieuwe invulling gegeven. Binnen Aalsmeer zijn er weinig ‘binnendorpse’ locaties, die goed gelegen zijn en groot genoeg zijn om vernieuwende concepten als Marinapark Aalsmeer mogelijk te maken. Met andere woorden; dit is een kansrijke ontwikkeling en heeft geen invloed op de open ruimte. Samenwerken aan een nog mooier Aalsmeer. Voor de regio De regionale aantrekkingskracht wordt met het concept verbeterd. Met de toevoeging van een nieuw recreatief product voor dit deel van Noord-Holland wordt getoond dat de regio eigentijds is en continu vernieuwend is. Zowel voor investeerders in recreatie, als voor klanten die regio willen bezoeken. In het IMA rapport uit 2015, wat ingaat op de identiteit van de regio is het nodig dat er kansen gecreëerd worden voor een vernieuwend aanbod. Dit is nodig omdat de druk om meer verblijfsrecreatie buiten Amsterdam toeneemt. Waarom in Aalsmeer? Omdat Aalsmeer meer wil inzetten op toerisme, direct gelegen is aan water, de bloemenhoofdstad van de wereld is, met een eigen en uniek karakter en ruimte heeft voor vernieuwende concepten.
15
conclusie Passend in de trends nu en voor de toekomst De trend is om meer comfortabel op vakantie te gaan en ook vaker en korter. De consument wil meer luxe, maar is ook kritischer en veeleisend. Als gezegd sluit het concept van de suites en appartementen hier bij aan. Door de opzet tussen een recreatieappartement en hotel in wordt invulling gegeven aan deze trend en kan een recreant aansluiting vinden bij zijn of haar behoeften. Particuliere beleggers willen investeren in recreatieve objecten met een goed rendement en een prijsniveau tot € 125.000,–. Doordat één verhuurorganisatie de verhuur gaat doen, het product gericht is op de vraag van recreanten en het prijsniveau vriendelijk wordt gehouden is deze groep zeer geïnteresseerd om te investeren in Marinapark Aalsmeer. De toenemende vraag naar accommodaties in de metropoolregio Amsterdam èn aan wateren in en nabij het Groene Hart, gelegen in plaatsen met een goed voorzieningenniveau, zorgt voor druk op het bestaande aanbod daar en vraagt om vernieuwingen. Deze vernieuwingen biedt Marinapark Aalsmeer. Het project past met de benodigde ruimte voor een gezonde exploitatie in de bebouwde omgeving in Aalsmeer en hoeft niet in landelijk gebied gerealiseerd te worden. Kortom; Marinapark Aalsmeer biedt op deze plaats de beste mogelijkheden!
16
Concept Beeldkwaliteitsplan Uiterweg 116A d.d. november 2019
Beeldkwaliteitsplan Uiterweg 116A 1
Concept Beeldkwaliteitsplan Uiterweg 116A d.d. november 2019
INHOUD Inleiding Structuurvisie Stelling van Amsterdam De functie van een beeldkwaliteitsplan Het ontwerp van beeldkwaliteit Procedure Stedenbouwkundige – en landschappelijke randvoorwaarden Bebouwing Vrijstaande recreatiewoningen Appartementen al dan niet in combinatie met een gebouwde ligplaats voor een boot Kleurenpalet alle bebouwing Buitenruimte Groenvisie
2
Concept Beeldkwaliteitsplan Uiterweg 116A d.d. november 2019
Inleiding Structuurvisie In 2015 is de “Structuurvisie voor het gebied van de Uiterweg” door de raad van de gemeente Aalsmeer vastgesteld. Met deze structuurvisie stelt de gemeente zich ten doel om een toekomstbestendig ontwikkelperspectief te schetsen, waarin ruimtelijke en duurzame kwaliteit en economisch welvaren hand in hand gaan en het gebied zich blijvend kan ontplooien als bloeiend en uniek waterrecreatiegebied. Algemene uitgangspunten voor de herontwikkeling zijn: -
Vrijhouden van historisch gegroeide doorzichten richting Ringvaart en Kleine Poel; Perceelsgewijze ontwikkeling met respect voor en behoud van het slagenlandschap en kleinschalige kavelstructuur; Kwantitatieve ontwikkeling gaat hand in hand met een kwalitatieve ruimtelijke verbetering volgens het principe van een ruimte voor ruimte regeling en rood voor groen; Elke ontwikkeling draagt bij aan de landschappelijke en natuurwaarde van het gebied; Ontwikkelingen bestaan uit combinaties van natuur, wonen, toeristisch-recreatieve dienstverlening of verblijfsrecreatie, en aan de watersport gelieerde bedrijfsfuncties, inclusief horecafuncties; Inzet op thematisering van de jachthavens en differentiatie binnen het spectrum van een goed gastheerschap enerzijds en techniek anderzijds; Duurzaam ruimtegebruik door slimme oplossingen en hergebruik krijgen voorrang; Ontwikkelingen die gebruik maken van duurzame technieken hebben de voorkeur; De totale ontwikkelingsmogelijkheden worden bepaald door de draagkracht van de Uiterweg en de toegangs- en circulatiewegen in het centrum van Aalsmeer; Parkeren wordt op eigen terrein opgelost.
3
Concept Beeldkwaliteitsplan Uiterweg 116A d.d. november 2019
Stelling van Amsterdam
Ligging in de stellingzone
Het ruimtelijk beleid voor de Stelling van Amsterdam is sinds 2010 vastgelegd in de provinciale structuurvisie 2040 en de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie. Met de provincie Noord-Holland, als siteholder van de Stelling van Amsterdam, zijn samenwerkingsafspraken gemaakt (vastgelegd in een Plan van Aanpak en Uitvoeringsovereenkomst) op het terrein van o.a. : Vergroten van de zichtbaarheid en bekendheid van het werelderfgoed; Verbeteren van het toeristisch en recreatief potentieel. Als Unesco-erfgoed staat het behoud van de waarden van de stelling voorop. In het algemeen is het zaak de waarden van de stelling te behouden en/of te versterken. De strategie is verder gericht op versterking van cultuurhistorische patronen en objecten door een (bescheiden) toevoeging van nieuwe functies en landschapselementen. Het accent ligt op combinaties met een blauwgroene en toeristisch-recreatieve 4
Concept Beeldkwaliteitsplan Uiterweg 116A d.d. november 2019
programma in aansluiting op de stad. Ook kleinschalige stedelijke functies, zoals maatschappelijke en culturele voorzieningen en woon/werkmilieus in zeer lage dichtheden, kunnen hierbinnen een plek krijgen. Functioneel gezien sluit de voorgestelde transformatie aan bij de doelstelling om het toeristisch en recreatief potentieel binnen de stellingzone te versterken. Bovendien krijgt het landschap een meer transparant karakter en zal ten aanzien van de materialisering van de bebouwing worden aangesloten bij de materiaalkenmerken van de stelling zone (bij voorkeur hout of op hout gelijkend materiaal). De functie van een beeldkwaliteitsplan In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de procedurele rol van het beeldkwaliteitsplan. Hierin wordt gekeken naar de relatie met de structuurvisie voor het Uiterweggebied. Burgemeester en wethouders hechten aan een goede beeldkwaliteit en duurzaamheid bij het transformeren van het Uiterweggebied naar o.a. verblijfsrecreatie. Deze ambitie krijgt, met betrekking tot de uiterlijke verschijningsvorm een concrete vertaling in dit beeldkwaliteitsplan. Hierin wordt aangegeven op welke wijze een specifieke sfeer kan worden uitgewerkt met behulp van richtlijnen voor de stedenbouwkundige en landschappelijke details, de architectuur en de inrichting van de buitenruimte.
Dit document moet een inspiratie leveren aan iedereen die bij het ontwerpproces betrokken is. Om een bijzonder plangebied te realiseren worden op voorrang een drietal ambities nagestreefd inzake de identiteit en beeldkwaliteit van dit gebied, hiertoe behoren:
Handhaven slagenlandschap met een ruimtelijke opbouw van intensief (nabij de Uiterweg) naar extensief (nabij de Ringvaart); Bebouwing in het verlengde of haaks op de kavelrichting; Maximaal anderhalve bouwlaag met kap bij vrijstaande bebouwing, maximaal 2 bouwlagen met kap bij aaneengesloten bebouwing.
Het ontwerp van beeldkwaliteit De beeldkwaliteitsbeschrijving richt zich ten eerste op de verschijningsvorm, het beeld en de sfeer van de bebouwing en ten tweede op de inrichting van de buitenruimte. De samenhang tussen gebouw en buitenruimte bepaalt uiteindelijk de gemeenschappelijke beeldkwaliteit van dit gebied. Onder de regie van het beeldkwaliteitsplan weet de initiatiefnemer (opdrachtgever/realisator en hun architect) op voorhand welke 5
Concept Beeldkwaliteitsplan Uiterweg 116A d.d. november 2019
kwaliteitseisen worden gesteld aan de bebouwing. Toezicht in de vorm, beoordeling en advisering tijdens de bouwplanontwikkeling is vervolgens nodig om afstemming tussen het bouw- en inrichtingsplan en beeldkwaliteitsplan tot het beste resultaat te laten leiden. Procedure De in dit document vastgelegde regels en richtlijnen worden vastgelegd door het college van Burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. Bovendien wordt dit beeldkwaliteitsplan ter toetsing voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Daarmee verkrijgt het beeldkwaliteitsplan de status als een beleidsdocument waarin nadere eisen van de kwaliteit van dit gebied wordt vastgelegd. Nadat het beeldkwaliteitsplan is vastgelegd kan het als toetsingskader worden toegepast bij de bouwplanbeoordeling. Een initiatiefnemer die binnen het plangebied verblijfsrecreatie wil realiseren, zal zowel met de Structuurvisie als het Beeldkwaliteitsplan rekening dienen te houden. Op het moment dat er door een architect een plan is vervaardigd wordt dit door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit van de gemeente Aalsmeer getoetst. Deze toets vindt alleen plaats op de in de Structuurvisie en dit Beeldkwaliteitsplan vastgestelde randvoorwaarden. Hiermee wordt de samenhang tussen bebouwing, de situering en de inrichting van de buitenruimte ten aanzien van de beeldkwaliteit bewaakt.
Het ontwerp doorloopt verder de normale bouwplanprocedure. In de beeldkwaliteit wordt getracht de karakteristieke sfeer van de locatie te onderkennen en te versterken in de architectuur van de bebouwing, in de wijze waarop de bebouwing op de kavel staat, de wijze waarop het gebied grenst aan de openbare ruimte en de inrichting van de onbebouwde buitenruimte.
6
Concept Beeldkwaliteitsplan Uiterweg 116A d.d. november 2019
Stedenbouwkundige- en landschappelijke randvoorwaarden Vanwege de slagenstructuur van het landschap gaat de aandacht met name uit naar de koppen van de slagen aan de Uiterweg en de Ringvaart en naar de inrichting van de voorzijde van de slagen aan de weg, het lint. Hierbij heeft de lintzijde met name een woonfunctie en het andere einde van de slagen een groen- of natuurfunctie. Daartussen liggen de enclaves, het zgn. “tussengebied” waar een veel grotere vorm en functievrijheid is. Verder geldt vanaf de weg een zekere gradiënt van rood naar groen, waarbij het lint het “roodst” is en op de kop aan het water het “groenst”. Algemene uitgangspunten -
Van intensief naar extensief; Bij voorkeur rietzones aanbrengen langs de (beschoeide) oevers en beschermen met onderwater beschoeiing; Zone natuur langs de Ringvaart inrichten met een breedte van tenminste 20 meter; Richting van de bebouwing volgt de richting van het landschap.
Natuurwaarden De inrichting van de buitenruimte dient zoveel mogelijk een natuurlijke uitstraling te krijgen. Geen gebouwde erfscheidingen tussen de recreatiewoningen maar ook geen strak geschoren hagen of coniferen (hagen zijn wel toegestaan tussen tuinen van aaneengesloten woningen). Stedenbouw Oriëntatie: De bebouwing staat haaks of evenwijdig aan de kavelrichting. Bouwhoogte: Maximaal anderhalve bouwlaag met kap bij vrijstaande recreatiewoningen en maximaal twee bouwlagen met kap bij de appartementen al dan niet in combinatie met een gebouwde ligplaats voor een boot. Bijgebouwen: Losse bijgebouwen zijn, met uitzondering van botenhuizen, niet toegestaan. Nutsgebouwen/kasten: Technische nutsgebouwtjes worden zorgvuldig gesitueerd. 7
Concept Beeldkwaliteitsplan Uiterweg 116A d.d. november 2019
Bebouwing Vrijstaande recreatiewoningen Architectuur: -
de bebouwing heeft een traditioneel uiterlijk en bestaat uit een eenvoudige hoofdvorm; moderne vertalingen van het “archetype” zijn zeker welkom, deze kunnen afwijken van voornoemde kaders, mits correct invulling wordt gegeven aan de archetypische vorm en materialisatie zoals in dit plan bedoeld.
8
Concept Beeldkwaliteitsplan Uiterweg 116A d.d. november 2019
Kapvorm: -
de woningen hebben een plat dak, lessenaarsdak of een zadeldak, parallel of loodrecht op de kavelrichting, evt. dakoverstekken; terughoudend en soberheid gevraagd bij het toepassen van overstekken, bij toepassing van overstekken dienen deze qua verhouding (hoogte/breedteverhouding) zich te voegen in de architectuur.
Plasticiteit: -
eenvoudig hoofdvolume waarop ingrepen mogen plaatsvinden (loggia’s, geprononceerde middenpartij, luifels et cetera).
Daken: -
materialen, keramische pannen of leien (niet hoogglanzend), natuursteen- of eternietleien, natuurriet, zink of vegetatie. Ook golfplaten in een sobere uitvoering zijn toegestaan. Zonnecollectoren zijn toegestaan, mits integraal vormgegeven.
Gevels: -
sterke voorkeur voor natuurlijke en duurzame materialen, baksteen metselwerk alleen toegestaan indien ondergeschikt onderdeel van de gevel; bij toepassing van houten gevelbekleding uitgaan van latten of rabatdelen, geen plaatmateriaal; als geen natuurlijk hout wordt toegepast verdienen onderhoudsarme sterk op hout gelijkende alternatieven de voorkeur.
Dakkapellen: -
dakkapellen zijn niet toegestaan.
Erfscheidingen: -
er worden geen gebouwde erfscheidingen toegepast.
9
Concept Beeldkwaliteitsplan Uiterweg 116A d.d. november 2019
Terrasschermen: -
terrasschermen uitsluitend toegestaan indien deze een integraal onderdeel vormen van de architectuur;
Bergingen: -
maken onderdeel uit van de hoofdmassa, integraal vormgegeven en zijn onderdeel van de architectuur van de recreatiewoning.
Zie voor referentiebeelden vrijstaande recreatiewoningen de beelden op pagina 11 en 12
10
Concept Beeldkwaliteitsplan Uiterweg 116A d.d. november 2019
11
Concept Beeldkwaliteitsplan Uiterweg 116A d.d. november 2019
12
Concept Beeldkwaliteitsplan Uiterweg 116A d.d. november 2019
Appartementen al dan niet in combinatie met een gebouwde ligplaats voor een boot Architectuur: -
de bebouwing heeft een traditioneel uiterlijk en bestaat uit een eenvoudige hoofdvorm. moderne vertalingen van het “archetype” zijn zeker welkom, deze kunnen afwijken van voornoemde kaders, mits correct invulling wordt gegeven aan de archetypische vorm en materialisatie zoals in dit plan bedoeld.
Kapvorm: -
de appartementen hebben een zadeldak parallel of loodrecht op de kavelrichting evt. dakoverstekken; terughoudend en soberheid gevraagd bij het toepassen van overstekken, bij toepassing van overstekken dienen deze qua verhouding (hoogte/breedteverhouding) zich te voegen in de architectuur.
Plasticiteit: -
eenvoudige hoofdvolume waarop ingrepen mogen plaatsvinden (loggia’s, geprononceerde middenpartij, luifels et cetera).
Daken: -
materialen, keramische pannen of leien (niet hoogglanzend), natuursteen- of eternietleien, natuurriet, zink of vegetatie. Ook golfplaten in een sobere uitvoering zijn toegestaan. Zonnecollectoren zijn toegestaan, mits integraal vormgegeven.
Gevels: -
sterke voorkeur voor natuurlijke en duurzame materialen, baksteen metselwerk alleen toegestaan indien ondergeschikt onderdeel van de gevel; bij toepassing van houten gevelbekleding uitgaan van latten of rabatdelen, geen plaatmateriaal; als geen natuurlijk hout wordt toegepast verdienen onderhoudsarme sterk op hout gelijkende alternatieven de voorkeur.
13
Concept Beeldkwaliteitsplan Uiterweg 116A d.d. november 2019
Dakkapellen: -
dakkapellen zijn niet toegestaan.
Erfscheidingen: -
er worden geen gebouwde erfscheidingen toegepast, met uitzondering van erfscheidingen grenzend aan het naastgelegen perceel.
Terrasschermen: -
terrasschermen vormen een integraal onderdeel van de architectuur.
Zie voor referentiebeelden appartementen al dan niet in combinatie met een gebouwde ligplaats voor een boot de beelden op pagina 15
14
Concept Beeldkwaliteitsplan Uiterweg 116A d.d. november 2019
referentiebeelden appartementen al dan niet in combinatie met een gebouwde ligplaats voor een boot
15
Concept Beeldkwaliteitsplan Uiterweg 116A d.d. november 2019
Kleurenpalet alle bebouwing -
De detaillering en het kleur- en materiaalgebruik zijn onderling en op de architectuurstijl afgestemd; Het materiaalgebruik sluit aan op het kleurenpalet van het omringende landschap; Hoofdzakelijk onverzadigde kleuren toepassen, ondergeschikte accenten in meer verzadigde kleur zijn toegestaan; De materialen hebben een matte afwerking (geen hoogglans); Gevelmateriaal toepassen op geëigende wijze, hout en op hout gelijkende materialen alleen toepassen als latten of rabat (geen platen).
16
Concept Beeldkwaliteitsplan Uiterweg 116A d.d. november 2019
Buitenruimte Parkeren: -
de noodzakelijke parkeerplaatsen dienen zoveel mogelijk uit het zicht gesitueerd te worden.
Verharding: -
gebakken klinkers, open verhardingen; tegels > 0,3 m2 niet aaneengesloten toepassen. Wel met brede (groene) voegen.
Hagen: -
Strak geschoren hagen van maximaal 1 meter hoog aan de kant van de Uiterweg (parkeerterrein en rijenwoningen), een meer landschappelijke oplossing bij de vrijstaande recreatiewoningen. Uitgangspunt is inheems plantenmateriaal.
Steigers: -
steigers bij de vrijstaande recreatiewoningen evenwijdig aan de oeverlijn van de kavel, uitgevoerd in hout of een op hout gelijkend materiaal. Steigers bij de bootunits en bootappartementen mogen ook haaks op de oeverlijn, uitgevoerd in hout of een op hout gelijkend materiaal.
Zie voor referentiebeelden materiaalgebruik buitenruimte de beelden op pagina 18.
17
Concept Beeldkwaliteitsplan Uiterweg 116A d.d. november 2019
18
Concept Beeldkwaliteitsplan Uiterweg 116A d.d. november 2019
Groenvisie Algemeen Uitgangspunt is een zonering aan te brengen vanaf de Uiterweg tot aan de Ringvaart van de gemeente Haarlemmermeer. Deze zonering is o.a. af te lezen in de bebouwing, t.w. van intensief naar extensief. Deze zonering wordt ondersteund door de beplanting met cultuurlijk Aalsmeer vanaf de Uiterweg naar natuurlijk inheems richting Ringvaart. Groene raamwerk Het groenplan bestaat uit een groen raamwerk samengesteld uit heesters (inheems materiaal) . Deze heesters zorgen er o.a. voor dat vogels en kleinere zoogdieren zich schuil kunnen houden in de winter. Groenvisie De groeninrichting volgt de stedenbouwkundige zonering. Bij de Uiterweg cultuurlijk van karakter, richting Ringvaart natuurlijk van karakter. Hagen Rondom het parkeerterrein worden er wintergroene hagen aangeplant. De hagen zullen een scheidende functie hebben voor parkeervakken en rijweg. Gekozen wordt voor een sterke, strak groeiende soort welk zal zorgen voor een verzorgde en vooral overzichtelijke situatie. Anders dan op het parkeerterrein zullen er verder op het park geen geschoren hagen worden aangeplant. Een afwissende beplanting met vooral inheems materiaal zal zorgen voor een natuurlijk gevoel van privacy. Siergrassen Siergrassen alleen in het cultuurlijke deel en niet langs de oevers en op het natuurlijke deel langs de ringvaartzijde.
Langs de oevers is een inheemse oeverbeplanting toegestaan. 19
Concept Beeldkwaliteitsplan Uiterweg 116A d.d. november 2019
Bomen en vaste planten Bij het kiezen van boomsoorten wordt uitvoering gegeven aan de voorgeschreven zonering. Vanaf de Uiterweg richting Ringvaart verkleurt het sortiment van sierwaarden naar landschappelijk en inheems. Gekozen zal worden voor een breed assortiment aan bomen. Bij het kiezen van vaste planten wordt uitvoering gegeven aan de voorgeschreven zonering. Bloeiende siergewassen niet toepassen in het landschappelijk en inheemse deel. Bloeiende vaste planten zullen in grote groepen zorgen voor een afwisseling in bloeiende onderbeplanting binnen het cultuur gedeelte aan de Uiterweg. Gekozen wordt voor planten welk een opvolgende bloei zullen vertonen.
20
Stikstofonderzoek Marinapark, Aalsmeer
Stikstofonderzoek Marinapark, Aalsmeer Datum Kenmerk Auteur Vrijgave
: : : :
20-05-2020 20052684/BMO/rap2 Dhr. J.R. Mossel MSc ir. H.J. Breukelman MSc
Opdrachtgever
:
Jachthaven De Aardbei B.V. Uiterweg 116 a 1431 AR Aalsmeer
© IDDS b.v. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.
Stikstofonderzoek Marinapark, Aalsmeer
20052684/BMO/rap2
2/11
Inhoud 1.
Aanleiding ..................................................................................................................... 4
2.
Wettelijke kader ............................................................................................................ 5
3. 3.1 3.2 3.3 3.4
Beoordeling planvoornemen ...................................................................................... 6 Stikstofgevoelige habitat ................................................................................................ 6 Aanlegfase ..................................................................................................................... 7 Gebruiksfase .................................................................................................................. 8 AERIUS-model ............................................................................................................... 9
4.
Rekenresultaten ......................................................................................................... 11
Stikstofonderzoek Marinapark, Aalsmeer
20052684/BMO/rap2
3/11
1.
Aanleiding
De plannen voorzien in een recreatiepark met (maximaal) 90 hoogwaardige recreatieverblijven, vooralsnog onderverdeeld in 26 'bootappartementen', '52 'bootsuites' en 12 vrijstaande 'lodges'. Deze accommodaties kunnen als volgt worden getypeerd. -
-
-
Bootappartementen: Maximaal 26 recreatieverblijven die bestaan uit anderhalve bouwlaag met een kap, aaneen gebouwd in rijvorm, met een bebouwd oppervlakte van circa 45 m2 per verblijf; Bootsuites: Maximaal 52 recreatieverblijven die bestaan uit anderhalve bouwlaag met een kap, aaneen gebouwd in blokken van minimaal vier en maximaal negen, met een gezamenlijk vloeroppervlak van maximaal 1.350 m2. Lodges: Maximaal 12 vrijstaande recreatieverblijven van anderhalve bouwlaag met een wisselende verschijningsvorm, met een oppervlakte tot maximaal 65 m2;
Voorts wordt op de bestaande locatie (achter Uiterweg 114) een nieuw receptiegebouw gerealiseerd, uitgevoerd in twee bouwlagen met een kap. Het gebouw zal mede dienst doen voor het gebruik van ondergeschikte horeca, uitsluitend ter ondersteuning van het recreatiebedrijf
Planvoornemen
In dit rapport wordt eerst het wettelijk kader behandeld. Vervolgens wordt het planvoornemen in hoofdstuk 3 beoordeeld. Er wordt uiteengezet welke uitgangspunten gehanteerd worden als input voor de AERIUS Calculator. Vervolgens worden de rekenresultaten in hoofdstuk 4 beschreven.
Stikstofonderzoek Marinapark, Aalsmeer
20052684/BMO/rap2
4/11
2.
Wettelijke kader
Voorheen diende op grond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) – dat juli 2015 van kracht werd – berekend te worden of een nieuwe (bouw)activiteit leidde tot een significante toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Onder het PAS golden enkele drempel- en grenswaarden die bepaalden of een toename van stikstofdepositie significant was en zo ja, of er dan een meldingsplicht of een vergunningplicht gold. Door te rekenen met het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS Calculator werd automatisch met die drempelwaarden rekening gehouden. In het geval van de meldingsplicht kon de planontwikkeling aanspraak kan maken op benutting van de ontwikkelingsruimte die voor een Natura 2000-gebied gold, totdat deze niet meer voorradig was. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 mag het PAS niet meer gebruikt worden als toestemmingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot een toename van stikstofdepositie op (stikstofgevoelige habitattypen in) Natura 2000-gebieden. De drempel- en grenswaarden uit het PAS zijn daarmee ook niet meer van toepassing. Hierdoor kan een project met een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar al vergunningplichtig zijn (artikel 2.7 en 2.8 Wnb).
Oftewel, ook relatief kleinschalige projecten dienen zorgvuldig op hun stikstofdepositie getoetst te worden om aan Europese regelgeving te kunnen voldoen (en stand te houden bij de Raad van State in geval van een beroep). Sinds de vernieuwing van AERIUS Calculator op 16 september 2019 kan correct berekend worden of er überhaupt sprake is van stikstofdepositie op relevant Natura 2000-gebied. Daarbij dient zowel de bouw/aanlegfase als de gebruiksfase doorgerekend te worden. Bij een uitkomst boven de 0 is het sinds 11 oktober 2019 in (beperkte mate) mogelijk om toestemming te krijgen voor nieuwe activiteiten waarbij stikstofdepositie een rol speelt. Voor 2020 wordt er een drempelwaarde verkend voor stikstofdepositie, zodat het vergunningsproces voor veel (kleine) activiteiten weer in gang kan worden gezet.
Stikstofonderzoek Marinapark, Aalsmeer
20052684/BMO/rap2
5/11
3.
Beoordeling planvoornemen
3.1
Stikstofgevoelige habitat
In de nabijheid van het plangebied ligt het volgende Natura 2000- gebied:
Botshol – 11 lm Nieuwekoopse plassen – 12 km Kennemerland-Zuid – 13 km
Beoordeeld wordt of als gevolg van het project de kwaliteit van het natuurlijke leefgebied of de habitat van soorten in een Natura-2000 gebied kan verslechteren. Met behulp van het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS is het planvoornemen doorgerekend. Bij de berekening is een onderscheid gemaakt tussen de bouw-/ aanlegfase en de gebruiksfase.
Uitsnede rondom het plangebied met de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden (paars = stikstofgevoelige habitat)
Stikstofonderzoek Marinapark, Aalsmeer
20052684/BMO/rap2
6/11
3.2
Aanlegfase
Uit een inventarisatie bij de opdrachtgever, is gebleken dat de onderstaande bronnen worden gebruikt voor de bouw van het plan. Dit is op basis van de nodige werkzaamheden en toevoer van bouwmateriaal. Uitgangspunt voor het project is het modulair bouwen van de recreatiewoningen. De woningen worden elders in het land in een fabriek gebouwd en compleet naar de locatie vervoerd. Op locatie worden de woningen met een hijskraan op locatie gezet. Ter plaatste wordt, naast de hijskraan, enkel gebruikt gemaakt van een graafmachine en asfaltafwerkmachine. De woningen worden voorzien van een all-electric installatieconcept.
Bouwwerktuigen tijdens de aanlegfase Bij het definiëren van de bronkenmerken voor mobiele werktuigen in AERIUS Calculator wordt gekozen voor de sector Mobiele werktuigen en de specifieke sector bouw en industrie. Uit een inventarisatie bij de opdrachtgever, is gebleken dat de onderstaande bronnen worden gebruikt voor de bouw van het plan. Dit is op basis van de nodige werkzaamheden en toevoer van bouwmateriaal voor de realisatie van het plan. Op basis van de planning en de benodigde mobiele bronnen, is de onderstaande tabel gebruikt als input voor de berekeningen.
Tabel 1: Inzet mobiele bronnen gedurende de aanlegfase
Bron
Aantal
Draaiuren 2021
Vermogen in kW
Brandstof
Emissiefactor
Bouwjaar
Hijskraan
1
360
200
Diesel
0,4
Vanaf 2015
Asfalt afwerkinstallatie
1
120
100
Diesel
0,4
Vanaf 2015
Graafmachine
1
120
200
Diesel
0,4
Vanaf 2015
Op basis van de bovenstaande inzet van mobiele bronnen, is een zo exact mogelijke inschatting gemaakt om in te voeren in de AERIUS-Calculator. Bij de AERIUS invoermethode is gekozen om dit te doen op basis van het brandstofverbruik. Voor de mobiele werktuigen zijn ook de emissieprofielen meegenomen, omdat deze machines onder snel wisselende omstandigheden moeten werken. De emissieprofielen worden berekend op basis van zogenaamde TAF-factoren (TNO, 2009). De TAF-factoren zijn correctiefactoren voor de standaard emissiekengetallen.
Stikstofonderzoek Marinapark, Aalsmeer
20052684/BMO/rap2
7/11
Emissiefactor per categorie Hulskotte & Verbeek, 2009
Wegverkeer tijdens de aanlegfase Naast de mobiele bronnen wordt er gebruik gemaakt van diverse transportbewegingen voor de aan- een afvoer van bouwmateriaal, de mobiele bronnen en het personeel. Deze aantallen zijn te vinden in tabel 2. Voor de invoering is er gekozen voor een opdeling in zwaar verkeer en licht verkeer op wegen binnen de bebouwde kom. De 90 wooneenheden worden getransporteerd middels een vrachtwagen, dit levert 180 vrachtverkeerbewegingen op. Tevens worden de wooneenheden met een hijskraan op de locatie gezet, dit levert nog eens 180 vrachtverkeerbewegingen (hijskraan) op. Worst-case is er uitgegaan van 4 vrachtwagenbewegingen per woning. Naast het vrachtverkeer zijn er 10 bestelbusbewegingen per etmaal opgenomen voor het woon-werk verkeer van de vaklieden en aan- en afvoer van materialen en gereedschap. De aan- en afvoerroute is via de Uiterweg richting de Cleefkade, de N196 en vervolgens richting de kruising met de Pudongweg. Vanaf hier worden de verkeersbewegingen opgenomen in het reguliere verkeer. De voertuigbewegingen zijn dan niet meer te onderscheiden van het heersende verkeer (dat bekent dus dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van de rest).
Tabel 2: Inzet verkeersbewegingen gedurende de aanlegfase
3.3
Bron
Aantal voertuigbewegingen
Categorie
Type motor
Vrachtwagen
360 per jaar
zwaar verkeer
Diesel
Bestelwagen (aanvoer materiaal en personeel)
10 per etmaal
licht verkeer
Diesel
Gebruiksfase
Sinds 1 juli 2018 dienen woningen gasloos te worden uitgevoerd. De woningen zijn daardoor niet opgenomen in het model aangezien er geen stikstof vrijkomt. De woningen worden voorzien van een all-electric installatieconcept. Wel zijn de verkeersgegevens gebruikt als
Stikstofonderzoek Marinapark, Aalsmeer
20052684/BMO/rap2
8/11
invoergegevens voor het AERIUS-rekenmodel. Op grond van de CROW publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren – Van parkeercijfers naar parkeernormen’ (december 2018) is uitgegaan van de onderstaande gegevens als input voor in de Calculator. Hierbij is op basis van de omgevingsadressendichtheid van 580 uitgegaan van een weinig stedelijk gebied in de rest bebouwde kom (Uiterweg). Er is uitgegaan van licht verkeer ingetekend via de Uiterweg richting de Cleefkade, de N196 en vervolgens richting de kruising met de Pudongweg (50%) en ten zuiden over de Burgermeester Kasteleinweg (50%). Vanaf hier wordt het verkeer opgenomen in het reguliere verkeer. Hiervoor gelden de volgende normen voor de verkeer aantrekkende werking:
Tabel 3: Gegevens voor AERIUS-berekening
3.4
Onderdeel
Aantal
norm
Invoer in AERIUS
Recreatiepark
90 eenheden
2,3 per bungalow (cat. bungalowpark - huisjescomplex)
207 voertuigbewegingen per dag
AERIUS-model
Voor de aanlegfase en de gebruiksfase zijn de gegevens ingevoerd in de AERIUS-Calculator. De Calculator heeft de emissie en depositie van het plan bepaald. De onderstaande uitsneden zijn opgenomen om weer te geven welke bronnen op welke locatie zijn voorzien.
Uitsnede AERIUS Calculator aanlegfase 2021
Stikstofonderzoek Marinapark, Aalsmeer
20052684/BMO/rap2
9/11
Uitsnede AERIUS Calculator gebruiksfase
Stikstofonderzoek Marinapark, Aalsmeer
20052684/BMO/rap2
10/11
4.
Rekenresultaten
De conclusie luidt dat er geen beschermde natuurgebieden worden getroffen door deze ontwikkeling. De rekentool geeft op basis van de opgestelde input, geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Als gevolg van het planvoornemen treedt er dus geen stikstofdepositie op in Natura 2000-gebied. De Pdf-bestanden van de berekeningen zijn bij deze notitie apart bijgevoegd, zodat het bevoegd gezag deze in kan voeren ter controle. De volgende Pdf-bestanden zijn van toepassing op de deze notitie:
AERIUS_bijlage_aanleg AERIUS_bijlage_gebruik
Conclusie stikstofdepositie Het planvoornemen leidt op basis van de ingevoerde gegevens niet tot extra stikstofdepositie in Natura 2000-gebied. Dit aspect vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
Stikstofonderzoek Marinapark, Aalsmeer
20052684/BMO/rap2
11/11
Quickscan Wet natuurbescherming – Uiterweg 116 - Aalsmeer
RAPPORT Datum Kenmerk Auteur Vrijgave
: : : :
28-5-2020 R&O20052684/RSL/rap1 Dhr. R. Sluijs Mevr. J. Weijers
Opdrachtgever
:
Marinapark Aalsmeer Uiterweg 116a 1431 AR Aalsmeer
Inhoud 1. 1.1 1.2 1.3
Inleiding ......................................................................................................................... 3 Aanleiding ....................................................................................................................... 3 Doel van het onderzoek ................................................................................................. 3 Leeswijzer ...................................................................................................................... 3
2. 2.1 2.2 2.3
Opzet en uitvoering van het onderzoek ..................................................................... 5 Bureaustudie .................................................................................................................. 5 Veldonderzoek ............................................................................................................... 5 Effectenbeoordeling ....................................................................................................... 5
3. 3.1 3.2
Beschrijving van het plangebied ................................................................................ 6 Ligging plangebied ten opzichte van beschermde gebieden en omgeving ................... 6 Algemene beschrijving van het plangebied ................................................................... 7
4. 4.1 4.2
Wettelijk kader ............................................................................................................ 10 Wet natuurbescherming, onderdeel soorten ................................................................ 10 Verordening vrijstellingen soorten Noord-Holland ....................................................... 11
5. 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
Resultaten en effectenbeoordeling .......................................................................... 12 Vleermuizen ................................................................................................................. 12 Grondgebonden zoogdieren ........................................................................................ 12 Vaatplanten .................................................................................................................. 14 Vogels .......................................................................................................................... 14 Amfibieën en reptielen.................................................................................................. 15 Vissen ........................................................................................................................... 16 Overige beschermde soorten ....................................................................................... 16 Bomen in het plangebied ............................................................................................. 17
6. 6.1 6.2 6.3 6.4
Effecten, verplichtingen en aanbevelingen ............................................................. 18 De zorgplicht zoals weergegeven in artikel 1.11 .......................................................... 18 De zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 3.1 ......................................................... 18 Overzicht van onderzochte soortgroepen en onderzoeksresultaten ........................... 19 Aanbevelingen .............................................................................................................. 20
Literatuur en bronvermelding .................................................................................................. 22
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding
In opdracht van Marinapark Aalsmeer is een flora- en faunaonderzoek uitgevoerd op de locatie Uiterweg 116 te Aalsmeer. De voorgenomen plannen betreffen de sloop van twee loodsen en een havengebouw en het rooien van groen, ten behoeve van nieuwbouw van recreatiewoningen. Het plangebied is gelegen aan het water, waardoor in- en aan het water zal worden gewerkt. Op 29 oktober 2015 is reeds eerder een bezoek gebracht aan het plangebied (Quickscan ecologie Jachthaven de Aardbei, IDDS 09-11-2015 kenmerk 1508H485). In de tussentijd is het plangebied verkleind en de situatie in het plangebied, net als de wetgeving, veranderd. Deze quickscan betreft een actualisatie van de eerder uitgevoerde quickscan. 1.2
Doel van het onderzoek
Deze quickscan flora en fauna heeft ten doel de voorgenomen plannen te toetsen aan de huidige natuurwetgeving zodat duidelijk wordt welke maatregelen moeten worden getroffen om overtreding van deze wet te voorkomen. Het plangebied is onderzocht en beoordeeld op de aanwezigheid van en betekenis voor door de Wet natuurbescherming beschermde plant- en diersoorten. Indien overtreding niet kan worden vermeden, is in het onderhavige rapport aangegeven voor welke soorten en met welke onderbouwing ontheffing dient te worden aangevraagd. Indien aanvullend onderzoek noodzakelijk blijkt, kan op basis van de quickscan een gedegen planning daarvan worden gemaakt. 1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 is de opzet van het onderzoek besproken en in hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op het plangebied. In hoofdstuk 4 is de reikwijdte en de doelstelling uit de Wet natuurbescherming beschreven. In hoofdstuk 5 worden conclusies getrokken uit de resultaten van het bureauonderzoek en het veldbezoek, waarna in hoofdstuk 6 de conclusies zijn samengevat. Tot slot worden in §6.4 aanbevelingen gedaan om de ecologische structuur in het gebied te verbeteren en wordt in de bijlage een overzicht van de geraadpleegde literatuur gepresenteerd.
Fig. 1: Omvang plangebied met daarin de twee loodsen (1 en 2) en het havenkantoor (3).
2.
Opzet en uitvoering van het onderzoek
Het onderhavige flora- en faunaonderzoek bestaat uit twee onderdelen, te weten: een bronnen- en literatuuronderzoek (bureaustudie) en een biotooptoets (veldbezoek). De biotooptoets is door een ecoloog uitgevoerd op 17 mei in de middag, bij zonnig weer, windkracht zuid 3 en 20°C. 2.1
Bureaustudie
Het bronnen- en literatuuronderzoek omvat een bureaustudie, waarbij kaarten zijn geraadpleegd (kenmerken van het landschap waarin het plangebied zich bevindt) en de reeds bekende verspreidingsgegevens van voorkomende beschermde soorten in de regio zijn geraadpleegd. In het bronnen- en literatuuronderzoek zijn het plangebied en het omliggende gebied in een straal van ongeveer 1,5 kilometer onderzocht. Er zijn diverse bronnen geraadpleegd om een beeld te krijgen van de verspreiding en mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied. Aan de hand van deze informatie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen, gezien de habitatvoorkeur van de betreffende soorten. Een overzicht van de gebruikte literatuur is opgenomen in de literatuurlijst, die is opgenomen in de bijlage van deze briefrapportage. 2.2
Veldonderzoek
Naast een bureaustudie is een biotooptoets uitgevoerd. Dit betreft een veldbezoek met als doel een inschatting te maken van de ecologische kwaliteiten van het plangebied. De bevindingen van het bronnen- en literatuuronderzoek worden in het veld getoetst en indien nodig aangevuld. Op het moment dat een biotooptoets wordt uitgevoerd, zijn niet alle soorten zichtbaar aanwezig. Diersoorten zijn bijvoorbeeld alleen nachtactief of in een bepaalde periode van het jaar afwezig. Daarom zijn de eisen die soorten/soortgroepen aan hun leefomgeving stellen met betrekking tot vaste rust- en verblijfplaatsen, voedselgebieden en migratierouten vergeleken en getoetst met de situatie in het veld. Op deze manier is ook het belang van het plangebied beoordeeld voor flora en fauna die niet zijn waargenomen gedurende de biotooptoets, maar desondanks toch mogelijk kunnen voorkomen ter plaatse van het plangebied. De resultaten van de biotooptoets betreffen uitsluitend waarnemingen binnen het plangebied. 2.3
Effectenbeoordeling
Op basis van de veldkenmerken van het plangebied en de verspreiding van beschermde soorten, is beoordeeld voor welke beschermde soorten het plangebied van betekenis kan zijn. Bij deze toetsing is alleen gekeken naar de beschermde soorten uit de Wet Natuurbescherming. Deze soorten hebben een Nederlandse of Europese bescherming en moeten worden getoetst op voorkomen en effect. Wanneer effecten optreden of verbodsbepalingen worden overtreden, dan zijn er mogelijk maatregelen nodig om de effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wet Natuurbescherming. Algemene soorten zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in Nederland dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt door de meeste projecten. Bovendien geldt voor deze soorten een vrijstelling van de verbodsbepalingen zoals weergegeven in artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet Natuurbescherming. Wel geldt de zorgplicht ex artikel 1.11.
3.
Beschrijving van het plangebied
3.1
Ligging plangebied ten opzichte van beschermde gebieden en omgeving
Binnen een straal van 10 kilometer liggen geen Natura 2000-gebieden. Op de onderstaande kaart is te zien dat het plangebied geen deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland. Het gebied maakt eveneens geen onderdeel uit van een ander beschermd gebied, zoals Natura 2000, belangrijk weidevogelgebied of strategische reservering natuur.
Fig. 3: Ligging plangebied (rode kader in het midden) ten opzichte van NNN gebieden (groen) en omgeving. Bron: Provincie Noord-Holland.
3.2
Algemene beschrijving van het plangebied
Het plangebied betreft een niet meer in gebruik zijnde jachthaven. Op de twee eilanden stonden voorheen schuurtjes. Deze zijn ongeveer vier jaar geleden geruimd, waardoor nu opslag van elzen en schietwilgen en ruigte kruiden als brandnetel en distel op de eilanden groeien. Bramenstruiken zijn ook aanwezig op de eilanden. Alle oevers in het plangebied zijn beschoeid: natuurlijke oevers zijn niet aanwezig. Tot het plangebied behoren ook twee langwerpige loodsen. Beide zijn ongeïsoleerd en hebben een golfplaten dak. Loods 1 heeft voor de helft een glazen dak. Het havenkantoor is opgetrokken uit baksteen en heeft een dak van ijzeren golfplaten.
Fig. 4: Foto’s van de twee eilanden en de vegetatie.
Fig. 5: Buiten- en binnenkant loods 1
Fig. 6: Buiten- en binnenkant loods 2
Fig. 7: Havenkantoor