CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van Zienswijzen Staat van Wijzigingen BP Uiterweg Plasoevers 2021 anoniem.pdf

1c.Commissie Ruimte en Economie - historie tot 10-03-2022 16 november 2021, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Uiterweg-Plasoevers 2021'25.887 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Ja

Wij zullen het woongebruik zoals dat nu is ontstaan door de onderliggende bestemming ‘Woondoeleinden, niet gestapeld’ respecteren en in het vast te stellen plan voorzien van een bouwvlak binnen de bestemming ‘Wonen’. Ofdat het daarmee kan worden beschouwd als hoofdgebouw in de zin van het Bor, wordt hier in het bestemmingsplan niet bepaald.

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 51

i.

In navolging van g. geven indieners tevens aan dat het gebouw in het ontwerp onder het overgangsrecht wordt gebracht. Omdat het gebouw is vergund als woning moet het als zodanig onderdeel uitmaken van het planologische regime. Dat is in het geldende bestemmingsplan het geval maar in dit ontwerp niet het geval. Indieners hebben niet het voornemen het gebouw te verwijderen. Sterker nog; ze hebben het voornemen de percelen te herindelen en het gebouw krijgt een andere eigenaar met een eigen huishouden.

Wij verwijzen naar de behandeling onder h.

Ja

j.

In navolging van g. geven indieners tevens aan dat in de plantoelichting expliciet staat dat in het voorheen geldende bestemmingsplan de bestaande en voormalige bedrijfswoningen reeds als burgerwoning zijn bestemd. De toelichting geeft aanleiding een bouwvlak toe te kennen om juist het woonlint te beschermen met hoofdzakelijk vrijstaande of twee-onder-een-kapwoningen. Om dit reden dient Uiterweg 13C positief te worden bestemd als woning door middel van het toekennen van een bouwvlak.

Wij verwijzen naar de behandeling onder h.

Ja

k.

In navolging van g. geven indieners aan dat bij het toevoegen van een bouwvlak voor Uiterweg 13C geen sprake is van een nieuwe woning in de zin van het Lintenbeleid zoals de gemeente eerder betoogde. De woning bestaat immers sinds 1987, ook toen de bestemming werd gewijzigd naar Wonen. De woning heeft er altijd gestaan, dus van toevoegen kan geen sprake zijn.

Wij verwijzen naar de behandeling onder h.

Ja

l.

In navolging van g. geven indieners aan dat sprake was van een jachthavenmeesterwoning en het perceel nu bestemd is als Wonen. Dit betekent dat slechts de voorwaarde is weggevallen dat sprake moet zijn van een jachthavenexploitatie. Dat er in het gebouw wordt gewoond

Wij verwijzen naar de behandeling onder h.

Ja

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 52

doet daar niets aan af. Er is dan ook geen sprake van een doorbreking van het planologisch regime. m.

Indieners vrezen dat de doorvaart van de watergang (H1743) ernstig zal worden belemmerd door aantrekkende werking van het vaarverkeer vanwege de Lidl. Verzocht wordt deze watergang te voorzien van de aanduiding (-lp) waardoor het verboden wordt om tijdelijk aan te meren. Het gaat hier vaak om korte bezoeken. Het vrijhouden van een doorvaart van 4,5 meter kan hier niet worden gewaarborgd.

De aanduiding (-lp), welke in het voorontwerp werd gebruikt om een verbod op het gebruik als ligplaats voor pleziervaartuigen aan te duiden, heeft geen meerwaarde noch een grondslag. De oorspronkelijke reden voor dit aanlegverbod in een aantal sloten is het vrijhouden van de doorvaart. Het borgen van voldoende doorvaart wordt in het ontwerpbestemmingsplan geregeld in een aanvullende regeling binnen de specifieke gebruiksregels voor aanlegplaatsen in de bestemming ‘Water-1’ en ‘Water-2’ (i.c. art. 21.4.1). Daarnaast vloeit het verbod op aanleggen van een pleziervaartuig niet voort uit de Algemene Plaatselijke Verordening, het gaat hier immers om een watergang in gemeentelijk eigendom. In het ontwerp komt deze aanduiding ook niet meer terug. Handhaven van voldoende doorvaart kan op basis van deze planregel. Wij zijn van mening dat de doorvaart in deze watergang voldoende is geborgd.

Nee

n.

Indieners geven aan dat een klein strookje water op perceel H1791 met de bestemming ‘Water – 2’ niet overeenkomt met de feitelijke situatie. Dit zou moeten worden gecorrigeerd. Er is hier geen sprake van een sloot en deze is er ook nooit geweest. In het geldende bestemmingsplan is dit wel correct weergegeven. Verzocht wordt dit te bestemmen als ‘Wonen’.

Wij zullen deze omissie aanpassen naar de bestemming ‘Wonen’.

Ja

o.

Indieners geven aan dat een klein strookje water tussen de percelen H3594 en H3467, achter Uiterweg 19-19A met niet overeenkomt met de feitelijke situatie. Dit zou moeten worden gecorrigeerd. Er is hier geen sprake van een sloot en deze is er ook nooit geweest. In het geldende bestemmingsplan is dit wel correct weergegeven. Verzocht wordt dit te bestemmen als

Op de printversie van de plankaart, welke als bijlage bij het digitale ontwerpbestemmingsplan was toegevoegd, is dit niet juist weergegeven. Dit waren abusievelijk nog de voorontwerpkaarten. Op de digitale en rechtsgeldige planverbeelding was deze wijziging al verwerkt. We verwijzen ook naar de inspraakreactie 38 onder j. Bij het vast te stellen

Nee

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 53

‘Agrarisch – Tuinbouw’. Overigens komt dit op de digitale plankaarten (via www.ruimtelijkeplannen.nl) wel overeen met de bestaande situatie. 17.

plan zullen de printversies van de juiste plankaarten als bijlagen bij de toelichting worden opgenomen.

Zienswijze 17 (ontvangen 24 november 2020) D20-424159

a.

Indiener verwijst naar het onderzoek naar ‘Niet-gesprongen explosieven’, opgenomen als bijlage 5 van de plantoelichting. Dit onderzoek heeft betrekking op Fort Kudelstaart. Nu deze ontwikkeling uit het ontwerpbestemmingsplan is gehaald, kan de bijlage niet langer onderdeel zijn van dit bestemmingsplan. Verzocht wordt dit hieruit te verwijderen en ook paragraaf 6.10 van de plantoelichting hierop aan te passen.

Een klein deel van het gebied waarvoor de gebiedsaanduiding ‘Veiligheidszone - Niet-gesprongen munitie’ is gelegen buiten de locatie Fort Kudelstaart. De aanwezigheid van nietgesprongen explosieven in de bodem is namelijk ook nog in de fortinlaat aan de orde. Het onderzoek behoort als bijlage bij de plantoelichting zodat er een eerste inzicht in de risico’s beschikbaar is wanneer een derde werkzaamheden wil uitvoeren.

Nee

b.

Indiener verwijst naar het bijlage 10 van de planregels: de printversie van planverbeelding 3. Fort Kudelstaart maakt hier nog onderdeel van de kaart uit. Aangezien Fort Kudelstaart geen deel meer uit maakt van dit plan moet deze bijlage 10 worden aangepast.

Als bijlage bij de regels zijn abusievelijk de plankaarten van het voorontwerp in plaats van het ontwerp gevoegd. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan zullen de juiste kaarten als printbijlage worden toegevoegd. Fort Kudelstaart maakt inderdaad geen onderdeel meer uit van dit bestemmingsplan. Dit volgt nu al uit de digitale en rechtsgeldige verbeelding (de door u als zodanig genoemde overzichtskaart bestemmingsplan Uiterweg-Plasoevers).

Ja

c.

Indiener geeft aan dat de strook aan de binnenzijde van de fortbocht ter hoogte van Kudelstaartseweg 97 tot 119 in het ontwerp de bestemming ‘Groen’ heeft. Deze strook is geen land maar water, daarom was dit in het voorontwerp ook aangeduid als ‘Water’ en ‘Waterkering’. De aanwezige berm is al bestemd als ‘Verkeer’, daarom in de bestemming ‘Groen’ niet correct. Deze strook maakt onderdeel uit van de

Uit de luchtfoto’s en Basiskaart Grootschalige Topografie blijkt inderdaad dat de strook met de bestemming ‘Groen’ water behorende bij de fortgracht is. Wij zullen de bestemming van deze gedeelten van de percelen D7445 en D7539 aanpassen naar ‘Water – 2’. Hierdoor is dempen van het water niet mogelijk.

Ja

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 54

fortgracht en hoort daarmee als geheel bij de rijksmonument en UNESCO werelderfgoed ‘Stelling van Amsterdam’. Indiener ziet graag dat deze strook water niet kan worden gedempt of veranderd om zo alsnog een groenstrook mogelijk te maken. Aanpassen naar de bestemming ‘Water – 2’ ligt hier voor de hand. d.

Indiener geeft aan dat het voetpad en fietspad direct voor haar woning Kudelstaartseweg 97 ook haar eigendom is (kad. bekend D6754 en D1737). Dit deel heeft onder meer de bestemming 'Verkeer’. Het huidige gebruik als voetpad is akkoord maar indiener ziet graag bevestigd dat deze inrichting binnen ‘Verkeer’ niet anders wordt heringericht.

18.

Zienswijze 18 (ontvangen 24 november 2020)

Aangezien de kadastrale percelen D6754 en D1737 uw eigendom zijn, kan een herinrichting van de gronden niet aan de orde zijn zoals u hier geen toestemming voor geeft. Er zijn ook geen plannen hier wijzigingen in aan te brengen. Voor het wijzigen van de inrichting van een wegtracé dient overigens een verkeersbesluit genomen te worden. Het bestemmingsplan ziet hier niet op toe.

Nee

Dit ontwerpbestemmingsplan voorziet niet meer in deze ontwikkeling. Het perceel Uiterweg 59-63 heeft in het ontwerpbestemmingsplan een reguliere bestemming ‘Recreatie – Jachthaven 1’ gekregen. Deze bestemming maakt de bouw van de beoogde 4 recreatiewoningen niet mogelijk.

Nee

D20-424165 a.

19.

Indiener heeft eerder een inspraakreactie ingediend op het voorontwerpbestemmingsplan. Deze zienswijze is onverkort een herhaling van deze inspraak. Het bezwaar richt zich op de ontwikkeling van Het Bree, Uiterweg 59-63. Deze ontwikkeling richt zich op een doorontwikkeling van een jachthaven met 4 recreatiewoningen.

De wensen van deze initiatiefnemer zijn echter niet van de baan. Er zal mogelijk een aparte planologische procedure voor deze ontwikkeling doorlopen worden. In paragraaf 4.4. (Toekomstige planontwikkeling) van de toelichting van dit bestemmingsplan zullen we wel melding maken van deze potentiële ontwikkeling.

Zienswijze 19 (ontvangen 25 november 2020)

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 55

D20-424167 a.

Indiener is sinds 1996 eigenaar van kadastraal perceel H2722 (563 m2) en sinds 1997 eigenaar van kadastraal perceel H2950 (975 m2). Percelen hebben in het ontwerpbestemmingsplan de bestemming ‘Agrarische – Tuinbouw’ met de aanduiding (recreatie). Indiener recreëert op deze percelen in de periode dat dat is toegestaan en heeft hier een boot liggen. Verzocht wordt hier jaarrond te recreëren maar de regelgeving verhindert dat.

De bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ met aanduiding (recreatie) en de aangrenzende bestemming ‘Water -2’ beletten u niet de percelen jaarrond recreatief te gebruiken. Pleziervaartuigen, niet zijnde kajuitboten, mogen ook permanent afgemeerd worden aan het recreatiekavel mits 4,5 meter doorvaart aanwezig blijft. Voor kajuitboten is dit echter alleen in de periode tussen 1 april en 15 oktober toegestaan.

Nee

b.

Indiener wijst er op dat in 1995 de bebouwingsnorm voor percelen voor recreatieve doeleinden 6 m2 per perceel van 100 m2 bedroeg. Tevens mocht er dan nog een bergkist van 2 m2 worden geplaatst. In het ontwerp is dit 6 m2 bebouwing per recreatiekavel van 1000 m2.

De bouwmogelijkheden in 1995 vonden haar grondslag in het bestemmingsplan ‘Uiterweg 1985’, dit is één planregime verder terug dan het geldende bestemmingsplan ‘UiterwegPlasoevers 2005’. De gemeente heeft beleidsvrijheid om het gewenste gebruik en/of bebouwingsmogelijkheden te herzien. Het bestemmingsplan uit 2005 voorzag in een verruiming van gebruiksmogelijkheden van agrarische gronden ten opzichte van het plan uit 1985. Ook recreatief gebruik werd hier toen mogelijk gemaakt. Om een verrommeling van het gebied tegen te gaan werd dit dubbelgebruik gecombineerd met een herijking en beperking van bouwmogelijkheden op de kavel die als recreatiekavel in gebruik werd genomen. Beleidsmatig staan wij deze lijn nog steeds voor. Wij zien geen reden om van deze maatvoeringen af te wijken.

Nee

c.

Het verbaast de indiener dat huidige eigenaren van recreatiepercelen steeds verder beperkt worden in hun mogelijkheden. Terwijl de Structuurvisie Uiterweg 2013 voor kweekgronden op nagenoeg dezelfde percelen mogelijkheden krijgen voor recreatiewoningen op grond van de 1:25-regel. Dit is niet te verklaren.

De huidige eigenaren en gebruikers van recreatiepercelen worden niet beperkt in hun mogelijkheden. De mogelijkheden uit het gelden bestemmingsplan blijven immers bestaan in het nieuwe plan. Het is wel zo dat voor agrarische gronden de Structuurvisie ontwikkelkansen schetst. Hiermee wordt een alternatief geboden voor de trend dat de agrarische functie op veel percelen beëindigd zal worden. Om verrommeling op deze

Nee

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 56

percelen tegen te gaan is een perspectief nodig waarbij de nieuwe functies een bijdrage leveren aan de landschappelijke kwaliteit en het toeristisch recreatief profiel dat in het Uiterweggebied wordt nagestreefd. De juiste functie zorgvuldig ingepast op de juiste plek en waarbij een duurzame exploitatie verzekerd is, is daarbij een vereiste. Het bieden van extra mogelijkheden voor particuliere recreatiekavels draagt niet bij aan deze beleidsdoelstelling. Dit blijkt ook uit het uitgangspunt dat nieuwe particuliere recreatiekavels niet meer wenselijk worden geacht. d.

Indiener geeft aan dat het ontwerpbestemmingsplan te beperkte mogelijkheden geeft voor het recreëren en beheren/onderhouden van de percelen. De bouwregels voor de recreatiekavels binnen de bestemming ‘Agrarische – Tuinbouw’ maken pas vanaf een kaveloppervlakte van 1000 m2 bebouwing tot maximaal 6 m2 mogelijk. Bij een kleiner perceel (100 – 1000 m2) kan slechts een bergkist (2 m2) worden geplaatst. Het is niet mogelijk op de percelen de benodigde spullen vandaalbestendig op te bergen nu op de percelen van de indiener alleen een bergkist mogelijk is. Indiener ziet graag dat aansluiting wordt gezocht bij de mogelijkheden binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ waar voor de agrarische bedrijfsvoering per akker een schuilhut van 6 m2 is toegestaan (art. 4.2.2.).

Bezien vanuit uw belang hebben begrip voor dit argument. Voor individuele eigenaren is het vergroten van de toegestane oppervlakte bebouwing wellicht praktisch om het beoogd gebruik te optimaliseren. Recreatief gebruik op individuele basis manifesteert zich in periodes. Er zijn dus periodes, vaak langer dan dat er gerecreëerd wordt, dat het perceel niet als zodanig in gebruik is. Het bouwen op de recreatiepercelen is wel van permanente aard, terwijl het gebruik dat dus niet is. Met de regeling zoals deze nu in het bestemmingsplan zit worden eigenaren gestuurd om hun roerende zaken na gebruik weer mee te nemen. Het hanteren van een grens bij de perceeloppervlakte pakt dan voor sommige eigenaren niet in hun voordeel uit. Deze grens is echter wel nodig om een wildgroei aan bebouwing tegen te gaan. Wij zijn van mening dat het onder c. beschreven belang in dit geval zwaarder dient te wegen dan uw individuele belang.

Nee

e.

Indiener geeft aan dat het voormalig college van B&W in 1994 aan de eigenaren van de recreatiepercelen gelegen achter Uiterweg 76 t/m 134, per brief heeft toegezegd dat zij hun kajuitboten voor nu en in de toekomst het hele jaar door mogen afmeren. Deze uitspraak is nooit ingetrokken en dus

Het is ons niet duidelijk op welke brief u doelt en of en onder welke omstandigheden deze aan de eigenaren van de recreatiepercelen gelegen achter Uiterweg 76 t/m 134 is gericht. Sinds 1994 is er ruim 25 jaar verstreken. In de geldende Algemene Plaatselijke Verordening (APV 2017) stelt

Nee

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 57

nog geldend. In het geldende en ontwerpbestemmingsplan is hier niets over te vinden. Verzocht wordt deze uitspraak van het college van B&W op te nemen in dit bestemmingsplan.

20.

art. 5.26a regels voor het aanleggen van kajuitboten. Hierin is het verbod geregeld dat kajuitboten buiten jachthavens en – werven niet langer dan 48 uur achtereen mogen worden afgemeerd. Dit verbod geldt niet in de periode tussen 1 april en 15 oktober voor een rechthebbende van de oever van een in het bestemmingsplan als zodanig bestemd recreatieperceel. Hiermee is het standpunt waarop u zich beroep niet meer van kracht. Het bestemmingsplan volgt de regels van de APV. Wij zullen een verruiming van het aanleggen van kajuitboten niet overnemen.

Zienswijze 20 (ontvangen 25 november 2020) D20-424170

a.

Indiener geeft aan dat artikel 3.4.1 onder b. slechts één aanlegplaats voor pleziervaartuigen per kavel toestaat. Dat is niet meer van deze tijd. Recreanten beschikken vaak over meerdere pleziervaartuigen. Het artikel maakt het ook onmogelijk om met meerdere gezinnen een recreatiekavel te bezitten en te gebruiken. Verzocht wordt deze beperking aan te passen of te verwijderen.

Artikel 3.4.1 onder b. uit het ontwerpplan vloeit voort uit het geldende bestemmingsplan. Hier is in artikel 11.3.2 onder d. onder andere geregeld dat per recreatiekavel maximaal één ligplaats voor pleziervaartuigen is toegestaan met een maximum lengte van 10 meter. Onder verwijzing van de overweging van inspraak 36 b (zie Nota van Inspraak en Vooroverleg) én het bepaalde uit de Algemene Plaatselijke Verordening art. 5.25 onder 3. moet worden geconcludeerd dat het aanleggen van pleziervaartuigen, niet zijnde kajuitboten, niet wordt beperkt indien een doorvaart van minimaal 4,5 meter gewaarborgd kan worden. Ook het stellen van een maximale lengte is niet langer nodig. Deze lijn is ook in artikel 21.4.1 van het ontwerpplan vertaald (bestemming ‘Water – 2’). Artikel 3.4.1 onder b. achten wij dan ook niet meer noodzakelijk en zullen we verwijderen.

Ja

b.

Indiener is van mening dat het ontwerpbestemmingsplan te weinig rekening houdt met plaatselijke situaties en

Het verschil in ruimtelijk en functioneel karakter tussen de zones aan weerzijde van de Uiterweg en de eilanden wordt

Nee

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 58

omstandigheden. Het karakter van de Eilanden verschilt van de gronden aan weerszijde van de Uiterweg. En tussen deze gronden is er ook een verschil tussen de gronden aan de zijde van de Ringvaart en aan de zijde van de Kleine Poel. Dit blijkt ook uit de Structuurvisie Uiterweg. Het beleid voor de noordzijde van de Uiterweg zou soepeler moeten zijn en houdt nu geen pas met de toekomstige bestemming.

21.

beschreven in paragraaf 2.1.1. van de plantoelichting. Zelfs binnen deze zones zijn gebieden van elkaar te onderscheiden. Hoe binnen deze deelgebieden ontwikkelingen kunnen plaatsvinden staat beschreven in de gebiedspaspoorten uit de Structuurvisie Uiterweg. Dit is het beleidsmatige kader. De uitvoering van het beleid en vertaling in rechten en plichten vindt plaats in een bestemmingsplan of omgevingsvergunning in afwijking daarvan. Dit gebeurt pas als er zich binnen het beleid passende en concrete initiatieven aandienen waarvan de uitvoerbaarheid is aangetoond. Zolang hier door gebiedspartijen geen initiatief toe genomen wordt, zal in dit bestemmingsplan geen vertaling van het beleid in regels plaats kunnen vinden. Wij verwijzen verder naar de beantwoording van zienswijzen 11 onder b.

Zienswijze 21 (ontvangen 27 november 2020) D20-424199

a.

Indiener heeft bezwaar tegen de bestemming ‘Groen’ ter plaatse van de binnenzijde van de fortbocht. Deze strook is water en zou als zodanig bestemd moeten worden. Verzocht wordt dit aan te passen.

De bezwaargrond betreft hetzelfde als zienswijze 17 onder c. Wij verwijzen naar de beantwoording daarvan en zullen de bestemming aanpassen naar ‘Water – 2’.

Ja

b.

Indiener geeft aan dat het voetpad en fietspad direct grenzend aan haar eigendom de bestemming ‘Verkeer’ heeft gekregen. Wanneer dit niet wijzigt, anders dan het huidige fiets- en voetpad, is daar geen bezwaar tegen.

Aangezien het kadastrale perceel D6753 uw eigendom is, kan een herinrichting van de gronden niet aan de orde zijn zoals u hier geen toestemming voor geeft. Er zijn ook geen plannen hier wijzigingen in aan te brengen. Voor het wijzigen van de inrichting van een wegtracé dient overigens een verkeersbesluit genomen te worden. Het bestemmingsplan ziet hier niet op toe.

Nee

c.

Indiener wijst op de openbare verlichting langs dit fietspad.

Het bestemmingsplan ziet niet toe op dergelijke

Nee

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 59

d.

Deze lantaarnpaal, inclusief kabels en leidingen, staat in de strook die haar eigendom is (500 mm uit het gebouw gemeten). Dit is zonder erfdienstbaarheid. Indiener wil hierover graag in gesprek.

privaatrechtelijke kwesties. Uw opmerking onder de aandacht gebracht en opgepakt door de betrokken afdeling.

Indiener wijst er op dat in bijlage 5 (van de plantoelichting) en 10 (van de planregels) Fort Kudelstaart nog steeds deel uit maakt van dit ontwerpbestemmingsplan. Nu het fort een eigen bestemmingsplan heeft gekregen zouden alle verwijzingen in dit ontwerp uit de stukken verwijderd moeten worden.

Abusievelijk zijn printversies van de plankaarten van het voorontwerpbestemmingsplan opgenomen. Hierin maakte het fort nog deel uit van dit bestemmingsplan. Uit de digitale verbeelding blijkt dat het fort niet meer in het ontwerpbestemmingsplan zit. Bij de vaststelling dat de juiste printversie van de verbeelding (bijlage 10) worden gevoegd.

Ja

Ten aanzien van bijlage 5 van de plantoelichting (onderzoek naar ‘Niet-gesprongen explosieven’) verwijzen we u naar de beantwoording van zienswijze 17 onder a. Dit onderzoek dient deel uit te maken van de plantoelichting. 22.

Zienswijze 22 (ontvangen 27 november 2020) D20-424210

a.

Indiener wijst er op dat hetgeen op 17 september 2020 door de gemeenteraad is besloten met betrekking tot de herinrichting van het Waterfront nog niet is meegenomen in het ontwerpbestemmingsplan.

Het klopt dat het besluit van de gemeenteraad (verklaring van geen bedenkingen) dat resulteerde in de verleende omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan niet in het ontwerpbestemmingsplan is verwerkt. Over de omgevingsvergunning was op het moment van het vrijgeven van het ontwerp immers nog niet besloten. Op 29 oktober 2020 is de omgevingsvergunning voor afwijken van het gebruik ten behoeve van het herinrichten van het recreatiegebied Waterfront verleend. Het besluit is echter nog niet onherroepelijk en de werking ervan is deels geschorst door de bestuursrechter. Ten aanzien van het gebied van het Waterfront inclusief het perceel van de watertoren zal een wijziging ten opzichte van het ontwerp plaatsvinden. De

Ja

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 60

verleende omgevingsvergunning voor het herinrichten van het recreatiegebied Waterfront (29 oktober 2020) is niet onherroepelijk en de werking ervan is deels door de bestuursrechter geschorst. Mede vanwege het bevorderen van transparantie voor belanghebbenden bij deze omgevingsvergunning waarbij recht wordt gedaan aan een optimale rechtszekerheid zullen wij het gebied van het Waterfront buiten het plangebied van dit bestemmingsplan laten. De planverbeelding, planregels en toelichting zijn overeenkomstig aangepast. Doordat het gebied van het Waterfront buiten dit plangebied ligt, blijven de rechtsgevolgen van deze omgevingsvergunning en toegekende gedeeltelijk schorsing van kracht. 23.

Zienswijze 23 (ontvangen en aangevuld 27 november 2020) D20-424250 en D20-424572

a.

Indiener woont aan de overzijde van de Stommeerweg (nr.113) en heeft vrij zicht over de Westeinderplas. Het bestemmingsplan wordt omschreven als conserverend bestemmingsplan. Paragraaf 4.4.4. van de plantoelichting geeft inzicht in de herinrichting van het Waterfront met de aanleg van een promenade, een strand door de oeverzone te verbreden en het verlengen van de pier en het strand op het Surfeiland. De inrichting en verbreding van de oeverzone en het ophogen van de boulevard beperkt de privacy en het uitzicht van de indiener. Indiener verwacht ook allerlei overlast als gevolg van zwerfafval, geschreeuw, muziek, stank, etensresten en fietsen tegen de heg. Het bestemmingsplan betekent een onevenredige inbreuk op de leefomgeving en het woongenot.

Dit ontwerpbestemmingsplan voorziet niet in de ruimtelijke ingrepen die binnen het project Herinrichting Waterfront zijn voorzien én niet passen in het geldende bestemmingsplan ‘Uiterweg-Plasoevers 2005’. Voor deze ingrepen is een aparte ruimtelijke procedure doorlopen. Op 29 oktober 2020 is hiervoor een omgevingsvergunning voor het afwijken van het gebruik ten behoeve van de herinrichting van het recreatiegebied Waterfront verleend (Z19-059133). Omdat het ontwerpbestemming vóór die tijd te inzage is gelegd (namelijk met ingang van 16 oktober) was dit besluit nog niet in het ontwerpbestemmingsplan verwerkt. De ontwerpplantoelichting (paragraaf 4.4.4.) geeft inzicht in de toekomstige planontwikkeling van het Waterfront. Het ontwerpbestemmingsplan loopt niet vooruit op deze ontwikkelingen. Maar in het kader van de voorzienbaarheid verdient het de aanbeveling hier in deze toelichting wel

Ja

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 61

melding van te doen. Ten aanzien van het gebied van het Waterfront zal een wijziging ten opzichte van het ontwerp plaatsvinden. De verleende omgevingsvergunning is niet onherroepelijk en de werking ervan is deels door de bestuursrechter geschorst. Mede vanwege het bevorderen van transparantie voor belanghebbenden bij deze omgevingsvergunning waarbij recht wordt gedaan aan een optimale rechtszekerheid zullen wij het gebied van het Waterfront buiten het plangebied van dit bestemmingsplan laten. De planverbeelding, planregels en toelichting zijn overeenkomstig aangepast. Doordat het gebied van het Waterfront buiten dit plangebied ligt, blijven de rechtsgevolgen van deze omgevingsvergunning en toegekende gedeeltelijk schorsing van kracht. Wij hebben kennisgenomen van uw bezwaargronden in de zienswijze die u tegen de omgevingsvergunning heeft ingediend. Deze bezwaargronden zijn niet meer van toepassing op de vaststelling van dit bestemmingsplan. Ter overvloede verwijzen wij dan ook naar de nota van beantwoording behorende bij de omgevingsvergunning Z19059133. Het gebied van het Waterfront valt buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. b.

Indiener verwacht een extra parkeerdruk als gevolg van de herinrichting van het Waterfront ondanks de 60 extra parkeerplaatsen langs de Bachlaan.

Wij verwijzen naar de beantwoording onder a. In navolging hiervan zijn deze bezwaargronden niet meer van toepassing op de vaststelling van dit bestemmingsplan.

Ja

c.

Indiener merkt op dat de Westeinderplassen onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. De herinrichting voldoet niet aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening omdat NNN-gebied verloren gaat. Verwezen wordt naar paragraaf

Wij verwijzen naar de beantwoording onder a. In navolging hiervan zijn deze bezwaargronden niet meer van toepassing op de vaststelling van dit bestemmingsplan.

Ja

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 62

2.3.1.2. van de plantoelichting waarin de kenmerkende kwaliteiten van dit NNN-gebied staan beschreven. Daarnaast heeft het college van B&W op 27 november 2012 de natuurwaardenkaart Aalsmeer vastgesteld. Ook de ruimtelijke onderbouwing Waterfront Aalsmeer beschrijft de natuurwaarden ter plaatse. Desondanks gaat de Westeinderplas de spil vormen van het toeristisch recreatief profiel en wordt een combinatie van natuur en recreatie nagestreefd. Dit is alleen mogelijk als de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN-gebied niet worden geschaad. Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt niet welke compenserende maatregelen en mitigerende maatregelen worden genomen om negatieve effecten, op bijvoorbeeld de rivierdonderpad, te voorkomen. d.

Indiener meent dat er sprake is van een onzorgvuldige procedure. Dit zou een conserverend bestemmingsplan betreffen, maar de herinrichting van het Waterfront volgens het Droommodel gaat veel verder dan alleen een kleinschalig plan op en rond het Surfeiland. De ruimtelijke onderbouwing gaat in op de verbreding van oevers, bouwen van een vlonder bij de watertoren en het verlengen van de pier en het strand. Dit is in strijd met het bestemmingsplan ‘Uiterweg-Plasoevers 2005’, dus er is geen sprake van een conserverend bestemmingsplan. Communicatie rond de deelname aan de besluitvorming (in de vorm van een flyer en via de gemeentelijke website) heeft de indiener nooit ontvangen. Uit lokale berichtgeving zou blijken dat de ingrepen vooral betrekking hadden op het Surfeiland en uit de stukken die op het gemeentehuis ter inzage lagen bleek ook niets van aanpassingen aan de Stommeerweg. Dit blijkt ook nog niet uit de ruimtelijke onderbouwing. Het ontbreekt hierin ook aan inzicht in de ruimtelijke ingrepen ten aanzien van onder

Wij verwijzen naar de beantwoording onder a. Het ontwerpbestemmingsplan voorziet niet in de herinrichting van het recreatiegebied Waterfront en is dus overwegend conserverend van aard. Nu het gebied buiten het plangebied van dit bestemmingsplan valt is dit geen discussiepunt meer.

Ja

Uw kritiek op de communicatie rondom de besluitvorming over de herinrichting trekken wij ons aan. Dit is tevens aanleiding deze herinrichting buiten dit bestemmingsplan te laten. Mocht u verder vragen hebben over de gedetailleerde uitwerking of werkzaamheden kunt u hierover contact zoeken met de desbetreffende projectleider. Wij zullen in ieder geval uw zorgen daar onder de aandacht brengen.

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 63

andere het ophogen ter plaatse van Stommeerweg 113. e.

Indiener wijst op alternatieve mogelijkheden voor het Waterfront door het plan terug te brengen naar de oorspronkelijke proporties, te weten een wandelpromenade zonder extra’s. Hetgeen nu voor Stommeerweg 113 is geprojecteerd kan verplaatst worden richting de 1ste J.C. Mensinglaan zoals stond in het Plusmodel.

24.

Zienswijze 24 (ontvangen 1 december 2020)

Het aanpassen van de plannen voor de herinrichting van het Waterfront waarbij terug gegaan wordt naar het Plusmodel is nu niet aan de orde. Het college van B&W heeft op 19 februari 2019 haar voorkeur uitgesproken voor het Droommodel. De gemeenteraad heeft bij besluit van 17 september 2020 hierover haar verklaring van geen bedenkingen geuit. De verleende omgevingsververgunning gaat uit van een herinrichting volgens het Droommodel.

Nee

U heeft in eerste instantie een inspraakreactie ingediend met als bezwaargrond dat u van mening was dat de bestemming ‘Tuin’ minder mogelijkheden biedt voor bijgebouwen bij woonarken dan de geldende bestemming ‘Jachthaven II’. Nu is uw wens in de toekomst een jachthaven te exploiteren. Wij constateren dat u hiermee een ander toekomstperspectief ziet dan waarvoor u eerder pleitte.

Ja

D20-430164 a.

Indiener geeft aan dat het percelen (achter) Uiterweg 93 in het geldende bestemmingsplan de bestemming ‘Jachthaven II’ heeft. Dit maakt het mogelijk in de toekomst een goede, doch kleinschalige jachthaven te exploiteren. De indiener ziet zeker markt voor het aanbieden van nette ligplaatsen met een hoogwaardige service en vindt dit een juiste en passende bijdrage aan de ontwikkeling van het gebied. Alle betrokken eigenaren van het perceel hebben reeds overeenstemming voor het gezamenlijk realiseren van deze ambitie. Het afwaarderen van de bestemming naar ‘Tuin’, zoals in het ontwerpbestemmingsplan, zal dit gewenste gebruik belemmeren. De bouwregels van ‘Tuin’ zullen een veelvoud van gebouwen opleveren die de ambitie van een ordelijke jachthaven belemmeren. Indiener gaat niet akkoord met deze afwaardering.

Op 15 december 2020 heeft telefonisch overleg plaatsgevonden en is de situatie met u besproken. Aan is aangegeven dat u een planontwikkeling voor het gehele perceel Uiterweg 93 kunt bespreken met de gemeentelijk projectleider. Op dat moment ontbrak het aan een dergelijk plan. Op 25 januari 2021 is namens u een aanvraag omgevingsvergunning voor het verschuiven van een woonark (ws5) op het perceel ingetrokken. Voorzover kan worden gesproken over een integraal plan voor het gehele perceel hebben we dit verzoek als volgt beoordeeld. Ons is nog steeds onvoldoende duidelijk welke inrichting,

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 64

bebouwing en activiteiten binnen het jachthavenbedrijf u ambieert. En of en hoe u een jachthavenexploitatie wenst te combineren met permanente bewoning van de aanwezige woonarken (waarvan u er één wenst te verplaatsen). Niet alle activiteiten die binnen jachthavenbestemming mogelijk zijn, gaan qua hinder goed samen met het permanent wonen op woonarken. Deze genieten namelijk een minimale bescherming tegen omliggende (geluids)hinder van bedrijvigheid. De woonarken zijn hier niet van vrijgesteld omdat deze niet zijn aangemerkt als bedrijfs’woningen’. Dit is ook de achterliggende reden van het beleidsuitgangspunt dat woonarken voor permanente bewoning in beginsel niet gewenst zijn binnen een jachthavens (zoals als beleidsuitgangspunt is beschreven in het bestemmingsplan ‘Woonarken’). Woonarken dienen dus naar buiten de jachthaven verplaatst te worden of, indien verplaatsing op het eigen perceel aan de orde is, dient de jachthavenbestemming verlaten te worden voor een passende bestemming (bijvoorbeeld ‘Water – Permanent Wonen’ en ‘Tuin’). Hetgeen wordt gevraagd in de ingetrokken aanvraag en wordt verwoord in deze zienswijze is dus een ongewenste ontwikkeling. Voor nu constateren we dat het bestemmingsplan ‘UiterwegPlasoevers 2021’ in beginsel conserverend van aard is. Dit bekent dat er in principe niet meer mogelijkheden worden geboden dan in het geldende bestemmingsplan.

Het inperken van rechten is in principe ook niet aan de orde, tenzij ten aanzien hiervan een voorzienbaar beleidsvoornemen is geuit. Dat is hier niet aan de orde. Vanuit uw ontwikkelperspectief is het planologische uitgangpunt zoals dat in de geldende planregelingen in opgenomen het meest in uw belang. Wij zullen dit aanpassen ten opzichte van het ontwerp. Op het perceel zijn in de Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 65

geldende planregeling 5 woonarken (ws 1, 3, 5, 6 en 7) voor permanente bewoning én een bestemming ‘Jachthaven II’ bestemd. Bij de woonarken is op basis van het bestemmingsplan ‘Woonarken’ een oeverzone aangeduid waarbinnen bijbehorende bouwwerken mogen worden opgericht. Alleen deze oeverzone zal in het nieuwe plan de bestemming ‘Tuin’ krijgen. Binnen de geldende bestemming ‘Jachthaven II’ is geen nieuwe bedrijfsbebouwing toegestaan. In het nieuwe plan zullen de overige gronden de bestemming ‘Recreatie – Jachthaven 2’ krijgen. Binnen deze bestemming is eveneens geen nieuwe bebouwing toegestaan. De bestaande bebouwing in de vorm van een recreatiewoning en bijgebouwen bij de woonarken voor permanente bewoning zijn voor zover legaal aanwezig toegestaan binnen een specifieke regel binnen ‘Recreatie – Jachthaven II’ (artikel 16.1 onder g.) b.

Indiener geeft aan de bestemmingslegging in het ontwerp niet te begrijpen in het licht van de aanstaande Omgevingswet. Zij is teleurgesteld dat er al anderhalf jaar over dit onderwerp wordt gecorrespondeerd en er tot op heden alleen een Nota van Inspraak is ontvangen waarin de bezwaren niet gehoord worden.

Het is ons niet duidelijk waar u op doelt ten aanzien van de opmerking over de Omgevingswet. Ten aanzien van het contact van de afgelopen periode verwijzen wij naar de beantwoording onder a. Helaas zijn uw plannen voor het perceel tot op heden niet concreter geworden dan het verplaatsen van één woonark, waar een integraal plan voor het hele perceel nodig is om vervolg stappen te kunnen zetten.

Nee

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 66

Staat van Wijzigingen

Wijzigingen (cursief) ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan naar aanleiding van zienswijzen en ambtelijke wijzigingen. Opgemerkt wordt dat ondergeschikte tekstuele wijzigingen, zoals verbeteringen in spelling, interpunctie, woordvolgorde enzovoorts niet separaat worden benoemd, aangezien deze niet leiden tot inhoudelijke wijzigingen van de in het bestemmingsplan opgenomen regelingen. Overigens leiden de voorgestelde aanpassingen op onderdelen in een gewijzigde nummering in toelichting en regels van het vastgestelde bestemmingsplan.

Naar aanleiding van zienswijzen Planregels: 1. Begripsbepaling ‘recreatiekavel’, art. 1.96 komt te luiden, ‘een individueel kavel, of kavels in beheer van een vereniging of exploitant, ten behoeve van de dagrecreatie; 2. Wijzen van meten art. 2.8, toevoegen: ‘in gevallen waar bij de jachthavenexploitatie verhuur van een kadastraal perceel als recreatiekavels aan de orde is: de verhuurde oppervlakte van het recreatiekavel, exclusief de oppervlakte van water’. 3. Bestemming ‘Agrarisch - Tuinbouw’, art. 3.2.4, invoegen een nieuw sub c. welke luidt:’ een bouwwerk ten behoeve van het aanleggen van een pleziervaartuig in de vorm van een afmeerpaal, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 1 meter mag bedragen met in achtneming van het bepaalde onder artikel 3.4.1’ 4. Bestemming ‘Agrarisch - Tuinbouw’, invoegen een nieuw art. 3.4, welke voorziet in een afwijkingsmogelijkheid voor bouwen binnen de aanduiding ‘kas’; 5. Bestemming ‘Agrarisch - Tuinbouw’, verwijderen art. 3.4.1 sub b. en aanpassen 3.4.1 sub c., welke als volgt komt te luiden ‘aanlegplaatsen behorende bij recreatiekavels mogen niet aan de koppen van eilanden en percelen worden gesitueerd; 6. Bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’, art. 3.4.3 sub c. aanvullen met ‘het opslaan of opgeslagen hebben van goederen, waarvan de aanwezigheid voor de agrarische bedrijfsvoering, of andere onder 3.1 aangewezen functies, niet noodzakelijk is;

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 67

7. Bestemming ‘Agrarisch met waarden’, art. 4.2.5, invoegen een nieuw sub c. welke luidt:’ een bouwwerk ten behoeve van het aanleggen van een pleziervaartuig in de vorm van een afmeerpaal, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 1 meter mag bedragen met in achtneming van het bepaalde onder artikel 4.4.1’; 8. Bestemming ‘Agrarisch - Tuinbouw’, verwijderen art. 4.4.1 sub b. en aanpassen 4.4.1 sub c., welke als volgt komt te luiden ‘aanlegplaatsen behorende bij recreatiekavels mogen niet aan de koppen van eilanden en percelen worden gesitueerd; 9. Bestemming ‘Natuur’, art. 13.2.4, invoegen een nieuw sub c. welke luidt:’ een bouwwerk ten behoeve van het aanleggen van een pleziervaartuig in de vorm van een afmeerpaal, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 1 meter mag bedragen met in achtneming van het bepaalde onder artikel 12.4.1’; 10. Bestemming ‘Natuur’, verwijderen art. 13.4.1 sub b. en aanpassen 13.4.1 sub c., welke als volgt komt te luiden ‘aanlegplaatsen behorende bij recreatiekavels mogen niet aan de koppen van eilanden en percelen worden gesitueerd; 11. Bestemming ‘Recreatie – Jachthaven 1’, art. 15.2.6, invoegen een nieuw sub c. welke luidt: ‘per aanduiding 'recreatie' mogen gebouwen ten behoeve van sanitaire voorzieningen worden opgericht, waarvan de bouwhoogte en oppervlakte niet meer mag bedragen dan respectievelijk 3 meter en 50 m2’; 12.

Bestemming ‘Recreatie – Jachthaven 1’, art. 15.2.6, invoegen een nieuw sub d. welke luidt: ‘een bouwwerk ten behoeve van het aanleggen van een pleziervaartuig in de vorm van een afmeerpaal, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 1 meter mag bedragen’; 13. Bestemming ‘Recreatie – Jachthaven 2’, art. 16.1, invoegen een nieuw sub g. welke luidt: ‘ bestaande bouwwerken behorende bij de op de planverbeelding aangrenzende ligplaatsen voor woonarken met de bestemming 'Water - Permanent Wonen'; 14. Bestemming ‘Water – 1 ‘, art. 20.4.1, vervangen sub b. door: ‘het gebruiken of laten gebruiken van gronden als aanlegplaats voor kajuitboten mits dit plaatsvindt aangrenzend aan het eigen en als zodanig aangeduide recreatiekavel: I binnen het recreatieseizoen, zijnde tussen 1 april en 15 oktober, gedurende langer dan 48 uur achtereen; II buiten het recreatieseizoen, zijnde tussen 15 oktober en 1 april, gedurende korter dan 48 uur achtereen’; 15. Bestemming ‘Water – 2 ‘, art. 21.4.1, vervangen sub d. door: ‘het gebruiken of laten gebruiken van gronden als aanlegplaats voor kajuitboten mits dit plaatsvindt aangrenzend aan het eigen en als zodanig aangeduide recreatiekavel: I binnen het recreatieseizoen, zijnde tussen 1 april en 15 oktober, gedurende langer dan 48 uur achtereen; II buiten het recreatieseizoen, zijnde tussen 15 oktober en 1 april, gedurende korter dan 48 uur achtereen’;

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 68

16. Bestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie Gemeente’, aanpassen art. 28.2, welke als volgt komt te luiden: ‘Op de in lid 27.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van overige aan deze gronden toegekende bestemmingen worden gebouwd uitgezonderd het bepaalde in artikel 24.2.7 sub b. en c.’; 17. Bestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie Gemeente’, verwijderen art. 28.4.2. sub a.; Planverbeelding: 18. Toevoegen bouwvlak met maatvoeringaanduiding binnen de bestemming ‘Wonen’ ter plaatse van Uiterweg 13C; 19. Wijzigen van een strookje met de bestemming ‘Water – 2’ naar ‘Wonen’ op een gedeelte van het perceel H1791 (achter Uiterweg 13C); 20. Wijzigen van de bestemming ‘Tuin’ naar ‘Recreatie – Jachthaven 2’ en verplaatsen aanduidingen (st-bg1w) ter plaatse van perceel achter Uiterweg 93; 21. Toevoegen aanduiding ‘recreatie’ op de gronden van een gedeelte van het perceel H2168 (achter Uiterweg 303); 22. Toevoegen aanduiding ‘recreatie’ en aanduiding ‘kampeerterrein’ op de gronden van een gedeelte van het perceel H1221 (achter Uiterweg 303); 23. Vergroten van het bouwvlak ter plaatse van een gedeelte van het perceel H4512 (achter Uiterweg 317); 24. Toevoegen aanduiding ‘recreatie’ op de gronden van een gedeelte van het perceel H2170 (achter Uiterweg 317); 25.

Wijzigen van de bestemming ‘Wonen - Lintbebouwing’ naar ‘Agrarisch – Tuinbouw’ met bouwvlak ter plaatse van perceel H3412 en een gedeelte van perceel H2426 (achter Uiterweg 395); 26. Verwijderen bouwvlak en bebouwingspercentage en toevoegen aanduiding ‘recreatie’ aan de gronden van gedeelten van percelen H787, H790 en H2122 (achter Uiterweg 96); 27. Uitbreiden aanduiding ‘jachthaven’ aan het water van een gedeelte van het perceel H789 (achter Uiterweg 96); 28. Wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ naar ‘Recreatie – Jachthaven 1’ en verwijderen bouwvlak van een gedeelte van het perceel H789 (achter Uiterweg 96); 29. Wijzigen aanduiding ‘jachthaven’ naar ‘specifieke vorm van water – jachthaven recreatieve woonarken toegestaan’ op het water van de percelen H834, H1850, H2711 en H2979 (achter Uiterweg 134); Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 69

30. Wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ naar ‘Recreatie – Jachthaven 1’ en toevoegen aanduiding ‘recreatie’ op gronden van het perceel H2979 (achter Uiterweg 134); 31. Aanpassen bouwvlak en toevoegen bebouwingspercentage ter plaatse van de gronden op perceel H1001, H1002, H1003 en een gedeelte van perceel H3659 (Uiterweg 214); 32. Vergroten aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – camperterrein’ op een gedeelte van perceel H3659 (Uiterweg 214); 33. Vergroten aanduiding ‘kampeerterrein’ op een gedeelte van de perceel H3659 (Uiterweg 214); 34. Vergroten aanduidingen ‘recreatie’ en ‘kampeerterrein’ op perceel H1000 en gedeelten van percelen H998 en H999 (Uiterweg 214); 35. Wijzigen van de bestemming ‘Tuin’ naar ‘Recreatie – Jachthaven 1’ en verplaatsen aanduiding ‘specifieke vorm van tuin – bijgebouw woonarken’ ter plaatse van een gedeelte van het perceel H3135 (Uiterweg 294 ws1); 36. Toevoegen van de aanduiding ‘recreatie’ op de gronden van het perceel H630, H631, H638, H639 en gedeelten van H636 en H640 (eilanden in Westeinderplas); 37. Aanpassen plangrens; gronden tussen Stommeerweg 120 en Kudelstaartseweg 30 en aangrenzend water (Waterfront) vallen buiten plangebied; 38.

Wijzigen van de bestemming ‘Groen’ naar ‘Water – 2’ ter plaatse van gedeelten van de percelen D7445 en D7539 (Kudelstaartseweg/Fortbocht); Plantoelichting: Een plantoelichting is geen juridisch bindend onderdeel van een bestemmingsplan. Als gevolg van de hierboven opgesomde wijzigingen van de planregels en planverbeelding zijn ter onderbouwing de volgende wijzigingen doorgevoerd: 39. Aanvullen paragraaf 1.2 (Bepaling van de plangrenzen), 1.3.3 (Voorheen geldende planregime) en 1.3.4 (Onherroepelijke afwijkingsbesluiten); 40. Toevoegen paragraaf 3.3.7 en aanvullen paragraaf 7.4 met betrekking tot motie Integraal Lintenbeleid en de beleidslijn Maatwerkregeling ‘handhaving’ woonsituaties Aalsmeer 2021; 41. Aanvullen paragraaf 6.5 met beleid van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht; Ambtelijke wijzigingen Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 70

Planregels: 42. Toevoegen begrip: Kajuitboot; 43. Bestemming ‘Agrarisch - Tuinbouw’, art. 3.2.3, invoegen een nieuw sub b. welke luidt: ‘in afwijking van het bepaalde onder a. mogen bedrijfsgebouwen, anders dan kassen, niet worden gebouwd binnen de aanduiding 'kas'’; 44. Verwijderen bestemming ‘Cultuur en Ontspanning’, art. 8 (verwijderen van dit artikel heeft gevolgen voor de nummering van artikelen hierna); 45. Bestemming ‘Recreatie’, art. 14.1, verwijderen sub. c. (aanduiding ‘sport’) en sub d. (aanduiding ‘horeca 1’) en art. 14.2.1 verwijderen sub c. en d.; 46. Bestemming ‘Water – 1’, art. 20.4.1 onder a., toevoegen: ‘….mits dit plaatsvindt direct aangrenzend aan de bestemmingen of aanduidingen….’; 47. Bestemming ‘Water – 1’ , art. 20.4.2 en bestemming ‘Water – 2 ‘, art. 21.4.2, toevoegen sub e., welke luidt: ‘het plaatsen of geplaatst hebben van objecten, zijnde voorwerpen of vaartuigen die in, op of boven water zijn aangebracht of afgemeerd en die niet behoren tot enig andere in dit artikel genoemde categorieën (woonarken, pleziervaartuigen en bedrijfsschepen)’; 48. Bestemming ‘Water – 2’, art. 21.4.1 onder c., toevoegen: ‘….mits dit plaatsvindt direct aangrenzend aan de bestemmingen of aanduidingen….’; 49. Bestemming ‘Water – 2’, art. 21.4.1 onder f., toevoegen: ‘….als tijdelijke aanlegplaats, niet zijnde voor kajuitboten….’; 50.

Bestemming ‘Water – Permanent Wonen’, art. 22.2, toevoegen een nieuw sub d., welke luidt: ‘de woonark ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 3’ mag maximaal 15x5x4,5 meter bedragen (lxbxh)’; 51. Bestemming ‘Wonen’, aanvullen art. 24.2.4 sub. c. met: ‘….ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – zonder bebouwing’ geen (vergunningsvrije) bouwwerken toegestaan met uitzondering van aanlegvoorzieningen in de vorm van een vlonder’; 52. Algemene bouwregels, art. 31.2, toevoegen een nieuw sub d. welke luidt: ‘het bepaalde onder a. t/m c geldt niet voor woonarken’ en toevoegen een nieuw sub e., welke luidt: ‘ten behoeve van ondergeschikte bouwdelen bij woonarken, als zonnepanelen, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons, overstekende daken, overstekken, loopranden, gangboorden en stootranden voor zover de bouwgrens met niet meer dan 0,5 meter wordt overschreden’; 53. Aanpassen Bijlage 2 bij de planregels: beleidsmaat Herenweg 88ws, Uiterweg 53ws en Uiterweg 185ws1. Verwijderen Uiterweg 395ws2;

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 71

54. Aanpassen Bijlage 3 bij de planregels: toevoegen Stommeerweg 72ws9, Uiterweg 284ws1; 55. Aanpassen Bijlage 4 bij de planregels: verwijderen Uiterweg 127ws4, Uiterweg 127ws20 en Uiterweg 363ws3. Aanpassen geboortedatum bewoner Uiterweg 154ws7; Planverbeelding: 56. Aanpassen plangrens door Bestemmingsplan ‘Uiterweg 223-225’ buiten het plangebied te houden; 57. Aanpassen plangrens door de ontsluiting van het fortterrein, tussen het bestemmingsplan ‘Fort Kudelstaart’ en de bestemming ‘Verkeer’, perceel D7445 (gedeeltelijk) buiten het plangebied te houden; 58. Wijzigen van ‘Water – 2’ naar ‘Agrarisch – Tuinbouw’ en ‘Agrarisch – Tuinbouw’ naar ‘Water – 2’ ter plaatse van het perceel H1021, H1022 en een deel van H2509 (achter Uiterweg 228); 59. Wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ naar ‘Tuin’ ter plaatse van het perceel H4000 (achter Uiterweg 253); 60. Wijzigen van de bestemming ‘Tuin’ naar ‘Natuur’ en ‘Agrarisch – Tuinbouw’ met aanduiding ‘recreatie’ ter plaatse van het perceel H2814, H2815 en H3568 en verwijderen aanduiding ‘recreatiewoning’ ter plaatse van perceel H2815 en H2952 (Uiterweg 116b); 61. Wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ naar ‘Tuin’ en toevoegen aanduiding ‘specifieke vorm van tuin – bijgebouw woonarken’ ter plaatse van de gronden op perceel H1518 (Uiterweg 306 ws1); 62.

Opnemen omgevingsvergunning (HZ_WABO-2021-2292) door toevoegen van een aanduiding ‘specifieke vorm van water – boothuis’ aan het bestemmingsvlak ‘Water – 2’ op perceel H3071(Uiterweg 27b); 63. Opnemen vrijstelling en bouwvergunning 20050305 door verplaatsen van het bouwvlak met maatvoeringsaanduiding binnen het perceel D2541 (Herenweg 78b); 64. Wijzigen van de aanduiding ‘specifieke vorm van tuin - bijgebouw woonarken’ naar ‘specifieke vorm van tuin - bijgebouw 1 woonarken’ binnen het bestemmingsvlak ‘Tuin’ bij de woonarken voor permanente bewoning Uiterweg 27ws16, Uiterweg 73ws1, Uiterweg 103ws, Uiterweg 235ws3, Uiterweg 269ws4; 65. Wijzigen van de aanduiding ‘specifieke vorm van tuin - bijgebouw 1 woonarken’ naar ‘specifieke vorm van tuin - bijgebouw woonarken’ binnen het bestemmingsvlak ‘Tuin’ bij de woonarken voor permanente bewoning Uiterweg 203ws1; Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 72

66. Toevoegen van een aanduiding ‘specifieke vorm van tuin - bijgebouw 1 woonarken’ aan het bestemmingsvlak ‘Tuin’ bij de woonarken voor permanente bewoning Uiterweg 185ws2, Uiterweg 377ws9, Uiterweg 401ws; 67. Toevoegen van een aanduiding ‘specifieke vorm van tuin - bijgebouw woonarken’ aan het bestemmingsvlak ‘Tuin’ bij de woonarken voor permanente bewoning Uiterweg 255ws1; 68. Splitsen bestemmingsvlak ‘Tuin’ bij de woonarken voor permanente bewoning Uiterweg 27ws16, Uiterweg 73ws1 en Uiterweg 337ws; 69. Vergroten bestemmingsvlak ‘Tuin’ tot aangrenzend aan bestemmingsvlak ‘Water – Permanent Wonen’ bij woonarken voor permanente bewoning Uiterweg 116ws, Uiterweg 329ws3 en Uiterweg 329ws5; 70. Toevoegen aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - 3’ aan bestemmingsvlak ‘Water – Permanent Wonen’ bij woonarken voor permanente bewoning Uiterweg 27ws13 en Uiterweg 269ws1; 71. Verplaatsen aanduiding ‘specifieke vorm van tuin - bijgebouw woonarken bij woonarken voor permanente bewoning Uiterweg 53ws en 53ws1; 72. Toevoegen aanduiding dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie Gemeente’ ten behoeve van beschermd dorpsgezicht ‘Het Plassenlint’; Plantoelichting: Een plantoelichting is geen juridisch bindend onderdeel van een bestemmingsplan.

Naast enige verschrijvingen en actueel maken van teksten en data, zoals in paragraaf 5.3 en 5.4 ‘Zienswijzen van burgers en bedrijven’ en ‘Zienswijzen van overheidspartijen’, zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: 73. Invoegen paragraaf 4.1.2.5 ‘Toekomstperspectief Woonarken’ waarin wordt geschetst wat de beleidsuitgangspunten zijn ten aanzien van het vervangen en verplaatsen van woonarken; 74. Gevolg van de aangepaste plangrens ter plaatse van het Waterfront verwerken in de toelichting.

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 73

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=84021012-e88e-4dd3-92e9-41d26b73f0fd