CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van Zienswijzen Staat van Wijzigingen BP Uiterweg Plasoevers 2021 anoniem.pdf

1c.Commissie Ruimte en Economie - historie tot 10-03-2022 16 november 2021, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Uiterweg-Plasoevers 2021'25.887 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota van Beantwoording Zienswijzen & Staat van Wijzigingen Ontvangen zienswijzen en beantwoording van zienswijzen op

Uiterweg-Plasoevers 2021 (Ontwerp)

Aalsmeer, oktober 2021

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 1

Wijze van beantwoording

De Nota van Beantwoording wordt gehanteerd voor de beantwoording van zienswijzen op onder andere ontwerpbestemmingsplannen. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Uiterweg-Plasoevers 2021’ heeft van 16 oktober t/m 26 november 2020 ter inzage gelegen. Binnen deze termijn zijn er 24 zienswijzen ingediend. Alle reacties zijn hierna samengevat weergegeven. Dit betekent niet, dat die onderdelen van de reacties die niet expliciet genoemd worden niet bij deze beoordeling zijn betrokken. De reacties zijn in zijn geheel beoordeeld. De ontvangen zienswijzen worden puntsgewijs behandeld. Links staat naast de nummering een beknopte opsomming van de aangevoerde punten en in de kolom daarnaast vindt per punt de beantwoording plaats. In de rechterkolom wordt aangegeven of de reactie leidt tot aanpassing van het voorstel met indien van toepassing een korte toelichting daarop. De (ambtshalve) aanpassingen zijn aansluitend verzameld in de Staat van Wijzigingen.

Samenvatting ingediende reacties per indiener

1.

Beantwoording reacties per punt

planaanpassing

Zienswijze 1 (ontvangen 10 november 2020, aangevuld 17 mei 2021 D20-404130 en D21-172600

a.

Indiener geeft aan dat er al tientallen jaren wordt gewoond op het perceel Uiterweg 90a. Dit is bekend bij de gemeente. Onlangs is hiervoor nog een principeverzoek ingediend. In 2003 is dit tevens kenbaar gemaakt door middel van inspraak op het toenmalige voorontwerpbestemmingsplan. Hierin is geantwoord (juni 2004) dat dit gebruik onder het overgangsrecht valt en daarom als zodanig zou kunnen worden voortgezet. Nu blijkt het woongebruik wederom niet te

In de aanvulling op de zienswijze, zie b. en verder, is meer inhoud gegeven aan de bezwaren. Wij verwijzen naar de beantwoording van die bezwaaronderdelen.

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 2

zijn opgenomen in het nieuwe plan. Onder verwijzing van het ingediende principeverzoek wordt verzocht wordt dit alsnog te doen. b.

De aanvulling op de zienswijze is mede namens Klim Producties ingediend.

Wij concluderen dat de zienswijze voor zover deze namens Klim Producties is ontvangen buiten de daarvoor gestelde termijn. Wij zijn van mening dat de zienswijze kennelijk nietontvankelijk is. Voor de volledigheid, en omdat van de andere indieners eerder wel tijdig een zienswijze is ontvangen, wordt de zienswijze wel van een reactie voorzien.

c.

Indieners geven inzicht in de situatie. Indieners wonen en werken op Uiterweg 90A. Dit perceel maakte generaties geleden onderdeel uit van de kwekerij op Uiterweg 90. Het wonen op nr. 90A wordt beschouwd als een overtreding. Hiertegen is in 2020 een voornemen tot handhaving geuit. De behandeling van het principeverzoek om legalisatie verloopt stroperig. Gemeente heeft vier denkrichtingen ontwikkeld waarbinnen verschillende illegale woonsituaties mogelijk gelegaliseerd kunnen worden. De situatie op Uiterweg 90A past hier niet binnen. De denkrichtingen en het ontwerpbestemmingsplan doen geen recht aan de aanwezig woonsituatie hetgeen krachtens opeenvolgend overgangsrecht is toegestaan. Indiener schetsen daarnaast de ontstaansgeschiedenis van de woonsituatie op het perceel.

Wij hebben kennisgenomen van het inzicht en de ontstaansgeschiedenis van de (woon)situatie) op het perceel. Dank voor het uiteenzetten daarvan. De woonsituatie is door ons ter plaatse geconstateerd en als strijdig met het bestemmingsplan beoordeeld. In verband met het Coronavirus is het handhaven hiervan uitgesteld. Het principeverzoek tot legalisering van de woonsituatie dat vervolgens is ingediend verloopt niet zoals standaard gebruikelijk is. De reden hiervan is in eerdere correspondentie (o.a. per email d.d. 15 juli 2020) aangegeven. Hierin wordt ook inzicht gegeven in het vervolgtraject voor de specifieke beoordeling van uw situatie. De vier denkrichtingen die hiervoor zijn ontwikkeld zijn hierbij van belang.

Nee

Het college van Burgemeester en Wethouders heeft bij besluit van 20 juli 2021 de vier denkrichtingen uitgewerkt in onder andere de ‘Beleidslijn Maatwerkregeling ‘handhaving’ woonsituaties Aalsmeer 2021’. Aan deze beleidslijn wordt uitvoering gegeven indien legalisatie van de woonsituatie in een later op te stellen paraplubestemmingsplan niet mogelijk blijkt. Dit is een planproces dat, gezien de complexiteit met betrekking tot uitvoerbaarheid en bovenlokale regelgeving en

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 3

het feit dat het gemeentebreed speelt, los staat van dit bestemmingsplan. Hierbij is een gelijk speelveld voor vergelijkbare gevallen van belang. Tot die tijd is de handhaving opgeschort. De plantoelichting zal aandacht geven aan deze beleidslijn (zie paragraaf 3.3.7 en 7.4). d.

Indieners geven aan dat op het perceel Uiterweg 90A een schuur staat welke op 29 juni 2000 is vergund. Deze is niet op de ontwerpplanverbeelding ingetekend. Overigens staat deze ook niet op de plankaart van het geldende bestemmingsplan ‘Uiterweg-Plasoevers 2005’. Verzocht wordt deze in te tekenen aangezien de schuur legaal is en het bestaande legale gebruik positief moet worden bestemd. Voor wat betreft het gebruik is aangegeven dat deze schuur in 2002 in gebruik is genomen als woning.

Wij hebben kennis genomen van de verleende bouwvergunning (d.d. 29 juni 2000). Deze bouwvergunning heeft betrekking op het vernieuwen van een berging op het perceel Uiterweg 90A en is verleend in overeenstemming met de destijds geldende agrarische bestemming (bestemmingsplan Uiterweg 1985). Het bouwwerk is gelegen binnen het bouwvlak van de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’. Hiermee wordt recht gedaan aan de rechtmatige aanwezigheid van de agrarische berging. Het huidige gebruik als woning, welk zonder vergunning in 2002 is ontstaan, is in strijd met het destijds geldende bestemmingsplan (Uiterweg 1985) en het daaropvolgende planregime (Uiterweg-Plasoevers 2005).

Nee

Een met het bestemmingsplan strijdige situatie kan nooit onder het overgangsrecht vallen. In het bestemmingsplan ‘Uiterweg-Plasoevers 2005’ valt gebruik dat al strijdig is met het voorgaande plan (Uiterweg 1985) niet onder het gebruiksovergangsrecht (art. 41.2). In deze planperiode is ook het voornemen tot handhaving wegens strijdig gebruik geuit. Dat deze handhaving vooralsnog niet is doorgezet maakt de illegale status niet anders. Concreet zicht op legalisatie van dit gebruik is er niet. In ieder geval zijn daar de strijdigheden met het Luchthavenindelingsbesluit en de Provinciale Omgevingsverordening die dat beletten.

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 4

e.

Indieners geven aan dat sinds 1977 geen kwekerij meer in bedrijf is maar dat sinds 1995 Klim Producties hier is gevestigd. Tegen dit gebruik is niet handhavend opgetreden en het perceel is niet onteigend om de agrarische functie te verwezenlijken. Dit gegeven had erkent moeten worden in het geldende bestemmingsplan maar zeker in dit bestemmingsplan dat nu in procedure is gebracht.

Het feit dat een kwekerij is beëindigd wil niet automatisch zeggen dat de gronden met de agrarische bestemming niet het meest doelmatig zijn bestemd. Zeker nu er geen andere passende bestemming voor de hand ligt. Het perceel is weliswaar klein voor een volwaardige kwekerij maar is wel aangrenzend aan grotere teeltpercelen. Dat hierdoor het perceel bij deze bedrijfsvoering kan worden betrokken is niet uitgesloten, zeker voor een nicheteelt zoals de seringenteelt die voor dit gebied zo kenmerkend is. Het bedrijf Klim Producties, als een passende verbreding van deze agrarische activiteit, is bestemd met de functieaanduiding ‘atelier’.

Nee

Voor het transformeren of in ontwikkeling brengen (waaronder het wijzigen van de functie) van agrarische gronden is de Structuurvisie Uiterweg als toetsingskader vastgesteld (zie paragraaf 3.1, 4.1.2.2 en 4.1.2.3). De bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ met het bouwvlak is hierbij van waarde omdat de Structuurvisie ruimte biedt deze bouwrechten in ontwikkeling te brengen. f.

Indieners stellen dat het in strijd is met een goede ruimtelijke ordening dat de gemeente niet erkent dat sinds mensheugenis zo is dat op de percelen nr. 90 en 90A meerdere generaties van de familie hebben gewoond. In ieder geval is in 1965 en 1969 met toestemming een extra woonfunctie in een woonschip toegekend.

Het bewonen van de percelen Uiterweg 90 en 90A is enkel volgens de opeenvolgende bestemmingsplannen toegestaan in de (voormalige bedrijfs-)woning direct aan de Uiterweg (nr. 90). Het woonschip, waarvan wij de correspondentie omtrent de juridische status niet hebben kunnen achterhalen, noch door u is overlegd, is zoals u aangeeft in 1985 verwijderd. Hierna heeft er nooit meer een woonschip gelegen. Dit is ook niet meer toegestaan op basis van de geldende bestemmingsplan ‘Uiterweg-Plasoevers 2005 (1e herziening). Alle ligplaatslocaties zijn bestemd in het bestemmingsplan “Woonarken’ en worden overgenomen in dit nieuwe

Nee

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 5

bestemmingsplan. In ieder geval sinds 1998 is bij u bekend dat de woonsituaties, anders dan op Uiterweg 90, in strijd waren met het bestemmingsplan. Nogmaals, dat over deze handhaving geen besluit is genomen maakt niet dat dit nu legaal is. Van legalisatie kan op dit moment geen sprake zijn, zie ook onder d. Het bewonen van de onder d. genoemde schuur is en blijft in strijd met het bestemmingsplan. 2.

Zienswijze2 (ontvangen 11 november 2020, aangevuld d.d. 26 november 2020) D20-404436 en D20-423285

a.

Indieners hebben eerder een inspraakreactie ingediend en zijn verheugd dat deze opmerkingen voor het overgrote deel zijn overgenomen.

Wij zijn blij te horen dat deze aanpassingen in het ontwerp naar uw tevredenheid zijn doorgevoerd.

b.

Indieners stellen dat het perceel H2738 ten onrechte niet voorziet in onafgebroken recreatiegebruik. In artikel 21.4.1 onder d van het ontwerp is het aanleggen van pleziervaartuigen waaronder een kajuitboot ten onrechte beperkt tot de periode tussen 1 april en 15 oktober. Met de schriftelijke bevestiging van 21 oktober 1998 dat er geen ontheffing nodig zou zijn voor de aanleg van een kajuitboot is vertrouwen gewekt dat de aanleg van een kajuitboot permanent mogelijk zou zijn. Hierdoor is overgegaan tot aankoop van het perceel. Dit schrijven zal in deze nieuwe procedure op basis van de huidige jurisprudentie als toezegging gezien moeten worden. Op basis hiervan stellen de indieners dat een geslaagd beroep kan worden gedaan op het vertrouwensbeginsel en een te honoreren gerechtvaardigd vertrouwen.

Of geslaagd een beroep kan worden gedaan op het vertrouwensbeginsel is aan de orde geweest in de uitspraak van de rechtbank Amsterdam (zaaknr. AMS 19/5321 d.d. 3 juni 2021). De rechtbank oordeelde in het beroep tegen de last onder dwangsom, welke was opgelegd wegens het buiten het recreatieseizoen langer dan 48 uur aanleggen van een kajuitboot aan het onderhavige perceel, dat geen geslaagd beroep kan worden gedaan op het vertrouwensbeginsel. Wij verwijzen naar de overwegingen uit deze uitspraak.

Ja

Uit de uitspraak volgt overigens wel dat een kajuitboot korter dan 48 uur mag worden afgemeerd aan een eigen en als zodanig bestemd recreatiekavel buiten het recreatieseizoen. Dit volgt niet direct uit art. 21.4.1 onder d. van het

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 6

ontwerpbestemmingsplan. Wij zullen dit aanpassen. c.

Indieners geven aan dat er geen belangen van derden worden geschaad indien het vertrouwen gehonoreerd wordt. Dit blijkt uit een bevestiging van de dichtst bij wonende overbuur. Er zijn evenmin ooit klachten gebleken. De handhavingszaak die hierover loopt is ook niet ingegeven door een verzoek om handhaving maar ter uitvoering van het gemeentelijk handhavingsbeleid.

Ook hier is de bovengenoemde uitspraak op in gegaan. Wij verwijzen hier dan ook naar de overwegingen. Aanvullend wordt gesteld dat van het afzien van handhaving (dus legalisering) een ongewenst precedent uitgaat. Permanent aanwezigheid van een kajuitboot gedurende het hele jaar gedraagt zich, qua omvang en impact, als permanent aanwezige bebouwing. Juist de zone grenzend aan de Ringvaart, welke behoort tot het NNN, dient overwegend vrij dient te blijven van bebouwing (paragraaf 4.3.2). Vooral in de winterperiode, wanneer het aanwezige groen haar blad verliest, zijn deze objecten storend aanwezig, terwijl het recreëren dan minder voor de hand ligt. In die zin wordt voor kajuitboten dezelfde lijn aangehouden als voor woonarken.

Nee

d.

Indieners stellen dat het honoreren van het vertrouwen het algemeen belang niet schaadt. Zij schetsen het beoogde beleid uit de Structuurvisie Uiterweg, de plantoelichting van het ontwerpbestemmingsplan en de Ligplaatsenverordening Aalsmeer 2018. Het recreatieperceel, in gebruik sinds 1998, wordt in het ontwerp positief bestemd, het perceel is en zal niet worden bebouwd, er is voldoende doorvaart en de scheepvaart wordt niet gehinderd (bevestigd in de uitspraak van de RvS). Het perceel wordt niet voor permanente bewoning gebruikt, er zijn ook geen voorzieningen aanwezig en dit wordt ook niet beoogd.

Wij verwijzen naar de overwegingen onder c.

Nee

e.

Indieners zijn van mening dat uit art. 21.4.1 onder f. (de tijdelijke aanlegplaats) onvoldoende duidelijk blijkt dat deze regel niet ook voor kajuitboten is bedoeld. De APV (art. 5:26a) stelt immers dat kajuitboten alleen in de periode tussen 1 april en 15 oktober mogen worden aangelegd.

In het onderhavige artikel wordt een verwijzing naar de ‘tijdelijke ligplaats’ in de APV art. 5.26b bedoeld. Dit gaat niet om de ‘tijdelijke ligplaats kajuitboten’ (art. 5.26a). Hier gaat overigens niet iets wezenlijk mis. Ook art. 5.26a is immers van kracht en is verwerkt in art. 21.4.1 onder d. Wij zullen dit

Ja

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 7

evenwel verduidelijken. f.

Indieners stellen dat er, waarschijnlijk per abuis, een tegenstrijdigheid in de bestemming ‘Natuur’ met aanduiding ‘recreatie’ is geslopen. Art. 13.4.1 onder c. stelt dat recreatiekavel en bijbehorende aanlegplaatsen niet aan de koppen van eilanden en percelen worden gesitueerd. Juist het perceel H2738 heeft een aanduiding ‘recreatie’ en is gelegen op de kop van een perceel. Hierdoor kunnen de indieners nooit aan deze planregel voldoen. Indieners doen een voorstel voor een aangepaste planregel waarbij enkel de aanlegplaatsen niet aan de kop van het perceel mogen worden gesitueerd. Hier kunnen indieners wel aan voldoen.

De regel is uit het geldende bestemmingsplan overgenomen waar gronden met de agrarische bestemming tevens in gebruik konden worden genomen als recreatiekavel. In de zone langs de Ringvaart was dit niet gewenst, vandaar de beperking in art. 13.4.1 onder c. Deze mogelijkheid zit nu niet meer in dit bestemmingsplan. De bestaande recreatiekavels zijn specifiek aangeduid, nieuwe zijn niet meer passend. Het innemen van ligplaatsen aan de koppen van deze percelen is nog steeds niet gewenst. Wij zien dat hetgeen is bepaald over de ligging van de recreatiekavel voor uw situatie onevenredig beperkend is. Aan de beperking voor wat betreft de ligging van de ligplaats voldoet u wel. Wij zullen uw tekstvoorstel voor art. 13.4.1 onder c. overnemen.

Ja

g.

Indieners wijzen op een onjuiste verwijzing in art. 13.4.1. Ten onrechte wordt hier verwezen naar art. 3.1 onder c. (Agrarisch – Tuinbouw). Hier moet verwezen worden naar art. 13.1 onder f.

Dank voor de alertheid. Wij zullen de verwijzing aanpassen.

Ja

h.

Indieners wijzen op de bepaling strijdig gebruik art. 3.4.3 onder c. binnen de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’. Tot strijdig gebruik wordt het opslaan en opgeslagen hebben van goederen waarvan de aanwezigheid voor de agrarische bedrijfsvoering niet noodzakelijk is. Perceel H2740 heeft deze bestemming en de aanduiding ‘recreatie’. In deze bepaling mist de koppeling van goederen behorend bij het gebruik van recreatiekavels.

Wij zullen deze koppeling leggen en art. 3.4.3 onder c. aanpassen.

Ja

i.

Indiener vult later aan dat in navolging van het hetgeen onder b. naar voren is gebracht, de gebruiksbepaling in artikel 21.4.1 onder d. niet voor hem geldt. Het artikel dient te worden aangepast zodat de tijdsbepaling (dat pleziervaartuigen

Wij verwijzen naar de beantwoording onder b. en overwegingen onder c. Er is geen aanleiding om te stellen dat de tijdbeperking niet voor uw perceel dient te gelden. Buiten het recreatieseizoen mag een kajuitboot niet langer dan 48 uur

Nee

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 8

waaronder kajuitboten enkel binnen het recreatieseizoen, zijnde tussen 1 april en 15 oktober mogen worden aangemeerd) niet voor het perceel H2738 zal gelden.

achtereen worden aangemeerd aan een eigen en als zodanig bestemd recreatiekavel.

j.

Indiener geeft aan dat indien niet tegemoet wordt gekomen aan de geuite wens onder i. verzocht wordt om in het plan een uitsterfregeling op te nemen. Dit betreft volgende RvS een bijzondere vorm van bestemmen waarbij het gebruik niet opnieuw een aanvang mag nemen als dat eenmaal beëindigd is. Overeenkomstig jurisprudentie is hierbij een onderbrekingstermijn van 1 jaar aanvaardbaar. Dit is aanvaardbaar voor zowel gebruik dat onder het overgangsrecht valt alsmede gebruik dat illegaal is.

Van positief bestemmen van deze situatie kan gelezen het bovenstaande geen sprake zijn. Het opnemen van een uitsterfregeling in een bestemmingsplan is een discretionaire bevoegdheid van de gemeenteraad in een bijzondere vorm van positief bestemmen. Een dergelijke regeling is hier niet aan de orde. Het gaat hier immers om een ongewenste situatie die niet voor langere tijd in stand gehouden zal moeten worden. Ook bij een uitsterfregeling moet gemotiveerd worden dat de betreffende functie (permanente ligplaats voor een kajuitboot) momenteel in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Dat is hier niet het geval.

Nee

3.

Waternet namens Watershap Amstel, Gooi en Vecht (ontvangen 12 november 2020)

Dank voor uw reactie. Wij zullen paragraaf 6.5 van de plantoelichting aanvullen. Vanzelfsprekend blijft de vergunningplicht bij uw Waterschap en uw Keur 2019 van kracht.

Ja

D20-406706 a.

Indiener meldt dat een beperkt deel van het plangebied, namelijk de zuidelijke plasoever bij Kudelstaart, ligt binnen het beheergebied van Waterschap AGV. Activiteiten binnen de beschermingszone van deze secundaire waterkering zijn vergunningplichtig bij het waterschap vallen onder de beleidsregels van de Keur 2019.

4.

Zienswijze 4 (ontvangen 16 november 2020) D20-410981

a.

Indiener introduceert haar vereniging (UVW) en geeft inzicht in haar eigendom (sinds 1957), een aantal eilanden ‘De

Dank voor het inzicht in uw vereniging, eigendom en

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 9

b.

Kwakelakker’ in de Westeinderplas (sectie H, nrs. 630, 631, 632, 633, 636, 638, 639 en 640) en de activiteiten die hier plaatsvinden. Deze zijn bekend bij de gemeentelijke handhavers. Hiermee is al jaren lang goed contact zodat de overlast op de eilanden wordt voorkomen.

activiteiten.

Indiener stelt dat het gebruik van de percelen, dat sinds 1957 aanwezig is, niet in overeenstemming is met de bestemmingen die het ontwerpbestemmingsplan geeft, namelijk ‘Natuur’ en ‘Agrarisch met waarden’. Het gebruik voorziet in afmeren van pleziervaartuigen, hierop te overnachten en om op de percelen te recreëren.

De percelen hebben in het geldende bestemmingsplan de bestemming ‘Agrarische doeleinden, tevens landschappelijk waardevol terrein’. Hierbinnen zijn individuele recreatiekavels toegestaan. De zuidelijke rand en de percelen H632 en H633 hebben een bestemming ‘Natuur’. Hier is extensieve natuurgerichte recreatie toegestaan. Wij concluderen dat het geldende plan wel in recreatief medegebruik voorziet, echter niet in de vorm waarin dit hier in verenigingsverband plaatsvindt (dus niet in individueel verband).

Ja

In het ontwerpplan is de systematiek dat bestaande recreatiekavels expliciet worden aangeduid binnen de hoofdbestemming, dit om versnippering en aantasting van de natuurlijke- en landschappelijke kwaliteiten tegen te gaan. Ook hier gaat het dan om particuliere recreatiekavels. Uw percelen zijn niet als zodanig aangeduid. Aangezien het recreatief gebruik al lange tijd aanwezig is en dit gebruik past binnen het geldende bestemmingsplan, voorzover gronden als ‘Agrarisch’ waren bestemd, zullen we dit in het nieuwe plan respecteren. Deze percelen zullen, binnen de hoofdbestemmingen, de functieaanduiding ‘recreatie’ krijgen. De zuidelijke oever kan binnen de bestemming ‘Natuur’ in extensieve vorm in gebruik blijven. Tevens zullen we het begrip ‘recreatiekavel’ algemener opstellen zodat hieronder ook in het gebruik in verenigingsverband wordt voorzien. Het aanleggen van pleziervaartuigen, niet zijnde kajuitboten, is toegestaan op basis van art. 20.4 onder a. van het ontwerpplan (art. 19.4 na Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 10

vaststelling). Deze regeling komt overeen met de Algemeen Plaatselijke Verordening. c.

De indiener maakt zich zorgen dat zij nooit betrokken zijn geweest bij dit bestemmingsplan terwijl zij een rol spelen in de signalering naar instanties en handhavers. Ook ontvangt zij geen bekendmakingen via de mailservice, wellicht omdat zij geen postcode ter plaatse heeft. Graag ziet zij hiervoor een oplossing.

5.

Zienswijze 5 (ontvangen 17 november 2020)

Bekendmakingen omtrent het plan worden gepubliceerd in het digitale Gemeenteblad en de Staatscourant (per 1 juli 2021 alleen Gemeenteblad). Via de mailservice van www.ruimtelijkeplannen.nl wordt u automatisch op de hoogte gebracht van plannen binnen de gemeente Aalsmeer. Ook kunt in de app ‘Omgevingsalert’ een locatie aangeven en een straal definiëren waarbinnen u meldingen wilt ontvangen. In dit dossier krijgt u vanaf nu ook schriftelijk bericht van de behandeling van uw zienswijze.

Nee

D20-412596 en D20-417278 a.

Indiener wenst een woonbestemming voor het perceel aan de Herenweg tegenover nr. 29. Hiertoe is gelijktijdig met deze zienswijze een principeverzoek ingediend. Ten aanzien van dit verzoek brengt de indiener het volgende in overweging:

Op een eerder principeverzoek voor het bouwen van een woning tegenover Herenweg 29 is negatief geoordeeld (24 september 2019). Op basis hiervan zien wij geen aanleiding het realiseren van een woning via dit bestemmingsplan toe te staan. Hiermee volgen wij de lijn zoals deze ook voor het buurperceel D2479 is ingezet. Hiervoor verwijzen wij naar de behandeling van inspraakreactie 50 in de Nota van Inspraak. Voorzover het nieuwe principeverzoek (mail en planstudie) dat bij de zienswijze is gevoegd andere argumenten om mee te werken geeft zullen wij deze hieronder behandelen. Deze argumenten zijn overigens niet altijd doorslaggevend bij de eerdere beoordeling van het principeverzoek of kwamen destijds niet ter sprake.

Nee

b.

Indiener stelt dat het bestaande doorzicht vanaf de Herenweg naar de Westeinderplassen ongewijzigd blijft bij realisatie van

Wij bestrijden niet dat het huidige doorzicht op het perceel vanaf de Herenweg naar de Westeinderplas beperkt is en dat

Nee

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 11

een woning.

dit niet hoeft te veranderen bij de realisatie van een nieuwe woning. Doorzichten hebben hun waarde in de beleving vanaf de Herenweg naar het open water. Dat het perceel, en een aantal aangrenzende percelen, in het Masterplan Herenweg is aangeduid als ‘te behouden groengebied’ betekent niet alleen dat dit bezien dient te worden vanaf de Herenweg, maar ook vanaf de Westeinderplas. Een groene oeverzone vanaf de Westeinderplas heeft zijn waarde in de beleving van het plassengebied. Het realiseren van een woning hier betekent een verstening van de oeverzone. Wij zien hierin geen aanleiding een ander standpunt in te nemen.

c.

Indiener stelt dat het perceel onderdeel is van het historische lint langs de Herenweg zoals aangegeven op de verbeelding bij paragraaf 3.3. sub 4 van het Lintenbeleid, 2e herziening.

Het Lintenbeleid, 2e herziening beschrijft in paragraaf 3.3 en 3.4 het ruimtelijk karakter van de bestaande historische linten. Dit betekent niet automatisch dat voor deze linten in algemeenheid bouwmogelijkheden worden beschreven. In paragraaf 2.3 van het lintenbeleid opgenomen dat er gebieden zijn waar geen lintbebouwing wenselijk is, zoals delen van de Kudelstaartseweg, Stommeerweg en Herenweg, open waterfront. Ook wordt in paragraaf 3.4 juist het Masterplan Herenweg aangehaald als vastgesteld beleid. Het herziene lintenbeleid geeft geen aanleiding een ander standpunt in het nemen.

Nee

d.

Indiener geeft aan dat op grond van dit Lintenbeleid voor een vrijstaande woning een minimale kavelbreedte van 25 meter nodig is. Het perceel is 48 meter breed en voldoet dus ruimschoots aan deze voorwaarde. Hierdoor is precedentwerking voor het aangrenzende perceel niet aan de orde.

In de beantwoording onder c. is geconstateerd dat op de onderhavige locatie geen (lint)bebouwing wenselijk is. Het toetsingskader beschreven in paragraaf 4.4 is dan ook niet van toepassing.

Nee

e.

Indiener stelt dat het perceel voldoet aan de Welstandsnota Aalsmeer, waarin voor de Herenweg beleid is vastgelegd voor

In de beantwoording onder c. is geconstateerd dat op de onderhavige locatie geen (lint)bebouwing wenselijk is. Een

Nee

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 12

‘riante vrijstaande woningen op ruime kavels aan de Westeinderplassen’. Het perceel is dus zeer geschikt voor een villa van hoge architectonische kwaliteit.

toetsing aan Welstandsnota Aalsmeer is pas aan de orde als beleidsmatig bouwmogelijkheden zijn. Dat is niet het geval.

f.

Indiener wenst een woonbestemming voor het perceel tegenover Herenweg 29, kadastraal bekend sectie D 2481 inclusief een bouwvlak voor de bouw van de woning.

Het bovenstaande concluderend geeft het nieuwe principeverzoek geen aanleiding anders naar de situatie te kijken. Daarnaast spelen nog andere doorslaggevende aspecten een rol bij de beoordeling of het realiseren van een woning hier gewenst is. Deze zijn ook in de principebeoordeling van 24 september 2019 aangehaald. Woningbouw op dit perceel is in strijd met de provinciale regels. In de Omgevingsverordening (destijds PRV) is de oeverzone aangeduid als ‘MRA-Landelijk Gebied’. Een woningbouwontwikkeling is hier niet toegestaan. De gegeven afwijkingsmogelijkheden zijn hier niet aan de orde wegens het ontbreken van bijvoorbeeld een stedelijke functie of bouwperceel met een bedrijfswoning of aanwezige en te saneren bedrijfsbebouwing. Tot slot is de (milieutechnische) uitvoerbaarheid voor het realiseren een woning niet aangetoond.

Nee

6.

Zienswijze 6 (ontvangen 18 november 2020)

De situatie Uiterweg 302 ws1 verschilt met Uiterweg 294 ws1. De eerste woonark is immers een woonark ten behoeve van niet-permanente bewoning waar de bewoning onder het persoonsgebonden overgangsrecht valt (en dus eindig is). De woonark nr. 294 ws1 is een woonark voor permanente bewoning. Een woonark voor permanente bewoning is beleidsmatig niet passend op een jachthaventerrein. Feit is wel dat deze specifieke situatie wordt gerespecteerd met een

Ja

D20-413910 a.

Indiener merkt op dat haar inspraak om het terrein grenzend aan haar recreatieark te wijzigen van ‘Tuin’ naar ‘Recreatie – Jachthaven 1’ is gehonoreerd, alleen is dit bij de verkeerde ark gedaan. Het betreft niet de ark achter Uiterweg 302 (ws1) maar, na navraag te hebben gedaan, de woonark voor permanente bewoning Uiterweg 294 ws1. Aangezien dit een identieke situatie is wordt verzocht dit hier ook te wijzigen.

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 13

bestemming ‘Water – Permanent Wonen’ met aangrenzende bestemming ‘Tuin’. Op 3 mei 2021 is er een omgevingsvergunning verleend voor het aanbrengen van een onderheide betonvloer ten behoeve van de bedrijfsvoering van de jachthaven. Deze betonvloer komt te liggen binnen de bestemming ‘Water – Permanent Wonen’ met aanduiding ‘oever’. Deze gronden zijn in het ontwerpbestemmingsplan als ‘Tuin’ bestemt. Onder verwijzing van de overwegingen in deze omgevingsvergunning én de bevestiging van de gebruiker van de woonark dat er geen bezwaar is tegen de betonvloer aangrenzend aan de tuin van hun woonark, zullen we hieruit voortvloeiend de bestemming ‘Tuin’ aanpassen. De gronden ter plaatse van de betonvloer (zoals vergund) zullen worden bestemd als ‘Recreatie – Jachthaven 1’. De overige gronden bij deze woonark behouden de bestemming ‘Tuin’ (ook zoals aangegeven op de vergunningtekening). Deze gronden blijven beschikbaar als tuin bij de woonark en kunnen vanuit het oogpunt van leefbaarheid en een goede ruimtelijke ordening niet worden ingezet als jachthaventerrein. Het is immers wenselijk enige afstand te waarborgen tussen een woonfunctie en een bedrijfsfunctie. 7.

Zienswijze 7 (ontvangen 18 november 2020) D20-413925

a.

Indiener wenst het perceel achter op het jachthaventerrein (H 1120) te bestemmen als ‘Recreatie – Jachthaven 1’ zoals ook in de inspraak is verzocht. Het perceel wordt al 50 jaar als zodanig gebruikt. Verwezen wordt naar gelijke gevallen waar de jachthaven tot aan de achterkant is bestemd (nrs. 94, 194, 302 en 417a). Ook elders op de Uiterweg liggen tot ver naar

Het bezwaar is gelijk aan de eerder ingediende inspraakreactie. Wij verwijzen naar de beantwoording van deze inspraakreactie nr. 26 onder a.

Nee

De gevallen waar naar wordt verwezen zijn geen gelijke gevallen. Deze situaties hebben in geldende bestemmingsplan

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 14

de Ringvaart bouwwerken. Bijvoorbeeld nrs. 266 (ark), 260, 322 en 324.

immers al een bestemming ‘Jachthaven’. Het gaat hier om het voortzetten van bestaande rechten. Ook de aanwezigheid van de bouwwerken (of woonarken) richting de Ringvaart zijn bestaande legale bouwwerken waarvan wij de rechten in dit bestemmingsplan respecteren. Wij zien geen aanleiding nu de bestemming van dit perceel te wijzigen.

b.

Indiener wijst naar de mogelijkheden die de Structuurvisie Uiterweg biedt ten aanzien van de doorontwikkeling van jachthavens. Zo worden bijvoorbeeld de doorgroei met verblijfsrecreatie toe gestaan. Zo zouden er mogelijk enkele chaletjes op dit perceel H1120 geplaatst binnen worden.

Voor het transformeren of in ontwikkeling brengen (waaronder het wijzigen van de functie) van agrarische gronden is de Structuurvisie Uiterweg als toetsingskader vastgesteld (zie paragraaf 3.1, 4.1.2.2 en 4.1.2.3). De bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ met het bouwvlak (wat hier aan de orde is) is hierbij van waarde omdat de Structuurvisie ruimte biedt deze bouwrechten in de ontwikkeling in te brengen. Voor een door u voorgestelde transformatie is het uitgangspunt dat sprake is van een aanzienlijke (potentiële) ontstening van het perceel en/of een kwalitatieve of economische meerwaarde voor het Uiterweggebied. Zonder een concreet uitgewerkt plan kan niet beoordeeld worden of een dergelijke transformatie passend is. Een bestemmingswijziging is binnen deze procedure niet aan de orde. Graag zien wij een uitwerking van uw plannen tegemoet.

Nee

c.

Indiener geeft aan de recreatieark Uiterweg 282 ws4 circa 25 meter richting de Uiterweg toe ligt. In tegenstelling tot wat in de beantwoording van de inspraak wordt gesteld is deze ark weldegelijk al vergund (960-282ws4)

Wij verwijzen naar de beantwoording van de inspraakreactie 26 b. U heeft een vergunning voor Uiterweg 282 ws4 op een locatie waar de woonark nu niet ligt. Binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van water – jachthaven recreatieve woonarken toegestaan’ mogen ligplaatsen voor woonarken ten behoeve van niet-permanente bewoning worden ingenomen. U heeft echter een nieuwe omgevingsvergunning op grond van de Ligplaatsenverordening 2018 nodig om hiervan gebruik te maken (deze vergunning geeft de exacte plaats aan). U is meerdere malen aangegeven dit voor de gewenste plaats aan

Nee

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 15

te vragen. Wij adviseren u hier gehoor aan te geven. d.

Indiener heeft in de inspraak verzocht de totale ruimte van 168m2 als woning Uiterweg 282e te bestemmen. Dit is inclusief de onbenoemde ruimten die dan ten behoeve van een groter woonhuis in gebruik kunnen worden genomen. Het ontbreekt de indiener om bijvoorbeeld haar woning vergunningvrij te vergroten. De wens wordt tevens onderbouwd in de mail van 10 november jl. (beschouwd als zienswijze nr. 8).

8.

Zienswijze 8 (ontvangen 10 november 2020)

Wij verwijzen naar de beantwoording van zienswijze 8.

Nee

D20-418427 a.

Indiener nodigt de gemeente uit ter plaatse kennis te nemen van de situatie op het bedrijf.

Wij danken u voor de uitnodiging, maar ook op basis van de beschikbare informatie en verleende vergunningen kunnen wij een gedegen afweging maken.

b.

Indiener wenst, zoals eerder in inspraak naar voren is gebracht, haar bedrijfswoning te vergroten door middel van het toevoegen van een aantal onbenoemde ruimten aan de inpandige (in een loods gesitueerde) woning. Vergroten van de woning is wenselijk vanuit het oogpunt van een eventuele gezinsuitbreiding of om de kinderen langer thuis te laten wonen en vergunningvrij uitbreiden is in deze situatie niet mogelijk.

Wij verwijzen naar de beantwoording van inspraakreactie 26 onder c. De bedrijfswoning is in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen. De woning heeft een gebruiksoppervlakte van 136 m2 verdeelt over twee bouwlagen. Deze oppervlakte is vergelijkbaar met een standaard rijtjeswoning. De woning beschikt daarnaast over 3 volwaardige slaapkamers. De voorwaarden die aan de verleende bouwvergunning zijn gekoppeld blijven in de toekomst ook van kracht en worden ook betrokken bij de beoordeling van verzoeken voor uitbreidingen waaronder het betrekken van extra ruimten bij de woning. Zolang het huishouden van de eigenaar of bedrijfsleider van de jachthaven gebruik maakt van de bedrijfswoning is dat in overeenstemming met de vergunning, het bestemmingsplan en het beleid ter plaatse. Woonfuncties, of het vergroten hiervan, op jachthavenbedrijven zijn niet gewenst. Enkel de legaal aanwezige bedrijfswoningen zijn

Nee

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 16

toegestaan. Daarmee respecteren we het bestaande recht. Deze bedrijfswoningen dienen functioneel te zijn en beperken zich tot het minimaal noodzakelijke voor de continuering van de bedrijfsvoering. Indien u meer ruimte wenst welke niet te vinden is in de huidige woning omdat dit ruimtelijk tegen beperkingen aan loopt, kunt u ook op zoek naar een andere woning. Dit geldt ook voor oudere kinderen die te zijner tijd enige mate van zelfstandigheid wensen. Hierbij willen we aangeven dat het de gemeente niet te doen is te sturen in uw privéwoonsituatie of gezinsgrootte. c.

Indiener stelt dat de onbenoemde ruimten, naast opslag, geen ander nut kunnen hebben. De ruimten zijn compleet brandwerend en isolerend afgeschermd van de rest van de loods die gebruikt wordt voor stalling van boten.

Het is de gemeente niet aan te rekenen dat de ruimten onvoldoende nut hebben. U heeft er bij de realisatie van de bedrijfswoning bewust voor gekozen toch de onbenoemde ruimte te bouwen en te compartimenteren ondanks dat u wist dat deze ruimten niet voor bewoning in gebruik mochten worden. Dit kan geen reden zijn om deze ruimte als woonruimte te laten gebruiken.

Nee

b.

Indiener heeft geen intentie de extra ruimten als woonruimte aan derden te verhuren. Dit gaat ten koste van de privacy die zij nu hebben.

Wij begrijpen dat u geen intentie heeft de ruimten permanent te verhuren als woonruimte aan derden. Dit is voor ons niet doorslaggevend bij het besluit de ruimten niet als woonruimte (vergroten van de woning) te bestemmen.

Nee

c.

Indiener schets de situatie van zijn ouders en geeft aan in de toekomst een mogelijkheid te willen hebben voor een ruimte voor mantelzorg voor zijn vader. Dit wordt ook vanuit de overheid gestimuleerd.

Op basis van het Besluit omgevingsrecht (zoals dit geldt ten tijde van de vaststelling van dit plan) is het mogelijk om zonder omgevingsvergunning bouwwerken te bouwen en te gebruiken voor het verlenen van mantelzorg. Hieraan zijn wel voorwaarden verbonden (zoals één ruimte voor mantelzorg, geen eigen huisnummer en een mantelzorgverklaring). De gemeente Aalsmeer heeft hier beleid voor vastgesteld (Beleidsregels mantelzorgwoningen 20201). Dit soort situaties worden ook vastgelegd. Het bestemmingsplan hoeft hiervoor niet te worden aangepast.

Nee

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 17

d.

Indiener geeft aan dat de gemeente heeft aangegeven dat het gebruik van de ruimten als B&B geen probleem zou zijn. Als alle andere wensen niet mogelijk blijken, zal de indiener aan deze optie gaan denken. Permanent wonen waardoor er buren komen is in ieder geval niet wenselijk.

9.

Zienswijze 9 (ontvangen 23 november 2020)

Een dergelijk initiatief heeft u eerder als principeverzoek aan ons voorgelegd. Wij verwijzen naar de beantwoording hierop (brief 14 november 2017). Hierin wordt aangegeven dat de Structuurvisie Uiterweg mogelijkheden voor doorontwikkeling van jachthavens schetst. Een B&B als onderdeel van de bedrijfsvoering van het jachthavenbedrijf is mogelijk een passende ontwikkeling. Indien u een dergelijk initiatief concreet weet te maken kunt u hiervoor een aanvraag omgevingsvergunning indienen.

Nee

D20-419468 a.

Indiener heeft een seringenkwekerij op Uiterweg 395. In het ontwerpbestemmingsplan zijn de bestaande kassen deels als ‘Wonen – Lintbebouwing’ bestemd. Aangeven wordt dat dit tot problemen leidt voor de voorzetting van de kwekerij in de toekomst. Verzocht wordt de woonbestemming in te korten zoals aangegeven in de bijgevoegde tekening.

Binnen de bestemming ‘Wonen – Lintbebouwing’ is inderdaad geen agrarische bedrijfsbebouwing toegestaan. Wij zien het probleem voor uw bedrijfsvoering. Wij zullen dit aanpassen door deze bestemming in te korten en te vervangen voor de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ met bouwvlak.

Ja

b.

Indiener geeft aan dat de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ met deels een bouwvlak (voor bedrijfsbebouwing) en deels met een aanduiding ‘kas’ (enkel te bebouwen met kassen) niet ideaal is om de kwekerij de komende 30 jaar rendabel voort te kunnen zetten. Om een constante en geplande aanvoer naar de veiling te kunnen garanderen is er extra kasruimte, koelruimte en verwerkingsruimte nodig. Een koelruimte is nodig om de struiken in het najaar te koelen als vervanging voor het afdekken met riet. Op zo’n manier kan het oogsten beter worden gepland, wordt de doorlooptijd verkort en de capaciteit vergroot. Ook is er behoefte aan een kantoor/kantineruimte en ruimte voor mechanische installaties. Om de bestaande kassen en bedrijfsbebouwing

Wij zien dat de geldende planregeling beperkend is voor een optimale bedrijfsvoering. In het ontwerpplan is deze lijn voortgezet en deze biedt weinig flexibiliteit. Tegelijkertijd zijn beleidsmatig uitgangspunten vastgesteld die uitgaan van bedrijfsbeëindiging van (seringen)kwekerijen en transformatie naar vervolgfuncties (o.a. in de structuurvisie Uiterweg). We spelen hiermee in op de trend die de sector laat zien. Ondanks dat de oorspronkelijke seringenteelt in de vorm van open teelt voor Aalsmeer vooral van grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde is, speelt het beleid nog onvoldoende in op het behoud er van. Wel wordt gekeken naar clustering van teeltgronden in relatie tot gerichte natuurontwikkeling. De Stichting De Bovenlanden is hierin een

Ja

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 18

niet te hoeven slopen is de wens dit naast de kas te realiseren.

drijvende kracht. Op perceelniveau zien wij ook wensen voor een flexibelere inrichting. Uitgangspunt blijft dat dit wel passend is binnen de cultuurhistorische en landschappelijke kenmerken zoals dit is beschreven in de nota ‘Gebroken landen, geheelde gronden’ en het principe van een extensieve vorm van bebouwing richting de plas (Natuurnetwerk Nederland). Bij de zienswijze ontbreekt het echter aan een concreet verzoek dat is te toetsen aan deze kaders. Aangezien veel agrarische gronden specifiek zijn aangeduid met de bouwaanduiding ‘kas’, dit voortvloeiend uit het bestaande recht, en daarmee dus al bouwmogelijkheden hebben, zien wij ruimte voor een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Door dit bestaande bouwrecht is de impact immers beperkt, waardoor een verregaande onderzoeksverplichting niet op voorhand nodig is. Wij zullen artikel 3 “Agrarisch – Tuinbouw” aanvullen met een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid (zie art. 3.4 nieuw).

10.

Zienswijze 10 (ontvangen 23 november 2020) D20-419486

a.

Indiener bezit het perceel Uiterweg 291, een diep perceel met woonhuis aan de weg dat doorloopt tot aan de Kleine Poel. Achter de bestemming ‘Wonen – Lintbebouwing’ ligt een perceel ‘Agrarisch – Tuinbouw’ met deels een bouwvlak (voor bedrijfsbebouwing) en deels met een aanduiding ‘kas’ (enkel te bebouwen met kassen). Op het perceel staat een kas, deels binnen het bouwvlak, deels binnen ‘kas’ en een stokkenschuur binnen de aanduiding ‘kas’. Indiener begrijpt niet waarop het

De L-vorm van het bouwvlak heeft als achtergrond dat dit de zonering A/B uit het geldende bestemmingsplan ”UiterwegPlasoevers 2005” volgt. Binnen zone A mogen agrarische bedrijfsgebouwen worden opgericht, binnen zone B enkel kassen. Dit verloop van intensieve naar extensieve bebouwing en percelen voor teelt verder van de Uiterweg is nog steeds gewenst. Een kas mag zowel binnen een bouwvlak, als binnen de aanduiding ‘kas’ worden opgericht.

Nee

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 19

bouwvlak een vreemde L-vorm heeft. b.

Om op het perceel het telen van seringen weer mogelijk te maken (indiener verhuurt het perceel aan de kwekerij onder zienswijze 9) wordt verzocht de stokkenschuur verder naar achter op het perceel te plaatsen. De stokkenschuur is echter niet in de vorm van een kas.

Wij verwijzen hier naar de beantwoording van zienswijzen 9b. Ook hier is meer flexibiliteit gewenst bij de inrichting voor het perceel om een optimale bedrijfsvoering te kunnen realiseren. Wij zullen artikel 3 “Agrarisch – Tuinbouw” aanvullen met een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid (zie art. 3.4 nieuw).

Ja

c.

Indiener verzoekt daarnaast om een botenhuis voor een vlet op de locatie die op bijgevoegde tekening wordt aangeduid met een rode stip (achter op het perceel).

Het opnemen voor een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid zoals onder b. wordt aangehaald zal ook voor het realiseren van een vlet (agrarische bedrijfsvaartuig) wellicht uitkomst bieden. De door u aangegeven locatie lijkt landschappelijk niet de meest wenselijke. Naast dat we nu geen verdere informatie hebben voor wat betreft de omvang, hebben wij twijfels bij de noodzaak hiervoor een botenhuis op te richten. We nodigen u uit om hiervoor met een passend en onderbouw voorstel te komen. Recent hebben we een concreet voorstel van u beoordeeld. Wij hebben er vertrouwen in dat dit initiatief tot een definitieve aanvraag omgevingsvergunning leidt dat met toepassing van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid kan worden afgehandeld.

Nee

11.

Zienswijze 11 (ontvangen 24 november 2020)

Wij verwijzen naar de beantwoording van inspraakreactie 43 onder g.

Nee

D20-419928 en D20-421969 a.

Indiener opteert om in dit bestemmingsplan voor de jachthavenbedrijven meer planflexibiliteit te krijgen met de ontwikkelmogelijkheden die de structuurvisie geeft. Bestemmingen ‘Recreatie – Jachthaven 1’ en ‘Recreatie – Jachthaven 2’ zou moeten worden aangepast naar zowel jachthaven of recreatie gerelateerde bedrijvigheid. Er kunnen tevens vrijstellingen of wijzigingsbevoegdheden worden opgenomen zoals dat ook is gedaan in het geldende

Het opnemen van afwijkings- en/of wijzigingsbevoegdheden voegt onder de nieuwe Omgevingswet weinig toe. Procedureel is er geen voordeel te halen omdat op alle omgevingsvergunningaanvragen in beginsel binnen 8 weken besloten moet worden ongeacht deze in het bestemmingsplan

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 20

b.

c.

bestemmingsplan.

(straks Omgevingsplan) passen. Een wijzigingsbevoegdheid zal onder de Omgevingswet behandeld worden als een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Ook hiervoor staat een beslistermijn van 8 weken. Daarnaast is het niet doelmatig generieke afwijkingsregels op te stellen. Jachthavens liggen verspreid over het plangebied binnen verschillende deelgebieden (zoals aangegeven in de structuurvisie) dus worden ook aan verschillende gebiedspaspoorten getoetst. Wij zijn van mening dat de Structuurvisie in combinatie met de nieuwe bevoegdheden uit de Omgevingswet ons voldoende handvatten geeft voor een daadkrachtige besluitvorming. Dat laat onverlet dat van de initiatiefnemers gevraagd wordt hun plannen voldoende concreet te maken tot het niveau van een ontvankelijke aanvraag.

Indiener heeft begrip voor het gemeentelijk standpunt dat het opsplitsen van agrarische percelen in recreatiekavels niet wenselijk is. Echter, zij ziet daardoor wel een waardevermindering van de grond. Graag ziet zij hiervoor wel mogelijkheden in de zomermaanden door middel van een binnenplanse (afwijkings)bevoegdheid.

Wij verwijzen naar de beantwoording van inspraakreactie 43 onder d. Om die reden is een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid dan ook onwenselijk.

Indiener is, net als in haar inspraakreactie, niet gelukkig met de begrenzing van ‘landelijk gebied’ binnen de jachthavens. Deze is, zo stelt de gemeente, in het ontwerp gelegd bij de

Wij hebben in de beantwoording van inspraakreactie 43 onder e. gemotiveerd uiteengezet welke overwegingen ten grondslag liggen aan de wijze van bestemmen van de woonarken,

Nee

Aanvullend kan worden gesteld dat indien een planologisch besluit in uw ogen negatieve financiële gevolgen heeft voor de waarde van uw perceel u vanaf het moment dat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden een planschadeverzoek kunt indienen. Hiervoor biedt de Wet ruimtelijke ordening in artikel 6.1 een separate procedure. Hierbij wordt in ogenschouw genomen om deze planologische ‘verslechtering’ voorzienbaar was en of de benadeelde dit risico heeft aanvaard door geen gebruik te maken van de voorheen geboden mogelijkheden. Ja

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 21

verst van de Uiterweg gelegen woonark. Dit is soms wel en soms niet toegepast.

uitgaande van het bestemmingsplan ‘Woonarken’. Voor verruimen van de gebruiksmogelijkheden van jachthavenwater als doorontwikkeling van het jachthavenbedrijf geeft de Structuurvisie Uiterweg aanknopingspunten (kwadrant 2). Pas bij doorontwikkeling in de topstrategie kan hiervoor kan ook water binnen ‘landelijk gebied’ worden betrokken bij het aanbieden van bijvoorbeeld drijvende verblijfsrecreatie. Hierbij moet worden opgemerkt dat hier het ‘landelijk gebied’ wordt bedoeld zoals dit ten tijde van de vaststelling van de Structuurvisie gold in de Provinciale Ruimtelijke Verordening. In de nu geldende Provinciale Omgevingsverordening is het gehele plangebied aangewezen als ‘Landelijk Gebied’ waarbinnen terughoudend dient te worden omgegaan met verstedelijking. Dit bezwaar van algemene aard, zonder specifieke situaties aan te kaarten, delen wij niet. In het provinciale beleid zien wij geen ruimte om nu deze aanpassing voor alle jachthavenpercelen door te voeren zolang de direct belanghebbende dit niet als zienswijze heeft ingebracht. Wel verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 12 onder e. waar het verzochte wel heeft geleid tot een aanpassing van de planverbeelding.

d.

Indiener geeft aan dat jachthavens geen intentie hebben een bedrijventerrein te worden. Wel zoeken zijn naar nevenfuncties ter ondersteuning van de huidige bedrijfsvoering, zonder dat er sprake is van transformatie van het jachthavenperceel. Nogmaals wordt verzocht om binnenplanse mogelijkheden hiervoor omdat procedures van bestemmingsplanwijzigingen of de nieuwe omgevingsvergunningen dermate lang zijn dat de markt zich

Wij verwijzen naar de beantwoording van inspraakreactie 43 onder g en h.

Nee

Voor wat betreft het opnemen van binnenplanse afwijkingsmogelijkheden verwijzen wij naar de beantwoording onder zienswijze 11 a.

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 22

heeft aangepast. e.

Indiener geeft in het verlengde van haar inspraakreactie aan dat er behoefte is aan bedrijfswoningen op jachthavenbedrijven. Het wonen en werken en leven op de eigen terreinen heeft voordelen zowel in sociaal als in economisch opzicht. Gewezen wordt op het tekort aan woningen en mogelijkheden voor mantelzorg. Ook zouden woonarken voor permanente bewoning op de jachthaventerreinen met een vrijstelling mogelijk gemaakt moeten worden mits bewoond door de exploitant.

Wij verwijzen naar de beantwoording van inspraakreactie 43 onder i.

Nee

Wij hebben begrip voor deze wens. Echter, het toestaan van een bedrijfswoning of een woonark voor permanente bewoning is pas aan de orde als minimaal de noodzakelijkheid is aangetoond. De verwachting is dat dit in algemeenheid voor een jachthavenbedrijf niet aan de orde zal zijn. Beleidsmatig voorzien wij de woonfuncties in het lint van de Uiterweg. Dit volgt uit de structuurvisie Uiterweg en het Lintenbeleid. Hier lagen van oorsprong ook de woningen behorende bij de jachthavens. De afgelopen decennia zijn deze in gevallen om moverende redenen gesplitst van het jachthavenbedrijf. Overigens geeft het Besluit omgevingsrecht de mogelijkheid onder strikte voorwaarden vergunningsvrij een voorziening voor mantelzorg te treffen.

f.

Indiener stelt dat de natuurbeheerplankaarten zijn aangepast achter de bestemming ‘Jachthaven’. Hierdoor wordt geconcludeerd dat de jachthavens vallen onder Bestaand Stedelijk Gebied (BSG). Aan de zuidzijde van de Uiterweg is de opbouw van de bebouwingsintensiteit niet als zodanig weergegeven en dit beperkt de flexibiliteit van de jachthavens.

In navolging van onze beantwoording van inspraakreactie 43 onder j. worden de bouwmogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan gerespecteerd. Uw conclusie dat jachthavens tot BSG behoren is enigszins voorbarig. Daarnaast zou dit niet automatisch betekenen dat er dus ook maximale bouwmogelijkheden geboden moeten worden. Van deze wens is ook nog geen uiting gegeven van individuele jachthavenbedrijven. Mocht die wens in specifieke gevallen aan de orde zijn dan zal dit worden beoordeeld aan de hand van het toetsingskader van de structuurvisie.

Nee

g.

Indiener schets de parkeerproblemen op de Uiterweg. Een jaarrond parkeerverbod op de weg is hier noodzakelijk.

We willen benadrukken dat de door u geschetste parkeerhinder voor een groot deel veroorzaakt wordt door de (klanten van)

Nee

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 23

bedrijven in het gebied. De parkeernota Aalsmeer (en het bestemmingsplan) schrijft voor dat parkeren op eigen terrein dient te worden opgelost. Het bestemmingsplan is niet de plaats om een parkeerregime op de openbare weg te borgen. Dit dient juridisch te worden geregeld in een verkeersbesluit. Momenteel is het in de periode vanaf 1 oktober tot 1 april (winterperiode) toegestaan zonder parkeerontheffing om langs de Uiterweg te parkeren. h.

Indiener schets de situatie ten aanzien van de doorvaart in de sloten. Bij het afmeren van pleziervaartuigen door particulieren wordt een vrije doorvaart van 4,5 meter niet nageleefd en gehandhaafd. Voorgesteld wordt om het water buiten de jachthavens zodanig te markeren dat, naast de vrije doorvaart van 4,5 meter, ook de 48-uursregeling van kracht is.

Ten aanzien van het aanleggen van pleziervaartuigen volgt het bestemmingsplan de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) in die zin dat er geen tegenstrijdigheden ontstaan. In de APV is een 48-uursregeling voor pleziervaartuigen niet opgenomen, enkel voor kajuitboten. Het aanleggen van pleziervaartuigen door passanten aan oevers, en vaak ook stroken water, die in iemands anders eigendom zijn, valt ook onder de APV zolang dit water openbaar toegankelijk is.

Nee

i.

Indiener heeft geconstateerd dat de plankaarten op www.ruimtelijkeplannen.nl en pdf-kaarten die als bijlagen bij de regels zijn gevoegd (bijlage 9) niet op elkaar zijn afgestemd.

Wij snappen de verwarring. Als bijlage bij de regels zijn abusievelijk de plankaarten van het voorontwerp in plaats van het ontwerp gevoegd. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan zullen de juiste kaarten als printbijlage worden toegevoegd.

Ja

Qua beeld oogt een digitale kaart (op www.ruimtelijkeplannen.nl) wel anders dat een pdf-uitvoer van dit digitale bestand. Deze pdf-printversies hebben we als bijlagen bij de regels gevoegd. Veel mensen zijn deze versies immers gewend. Hierop staan ook allerlei maatvoerings- en functieaanduidingen die in de digitale verbeelding pas leesbaar worden als er op geklikt wordt. De informatie wordt dan getoond in het rechter kader. Materieel zijn de kaarten echter identiek. Bestemmingsplannen zijn echter plannen waarvan de Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 24

digitale versie (op www.ruimtelijkeplannen.nl) rechtsgeldig is. Wij hebben gemeend dat het verschuiven van de ter inzage termijn niet in het nadeel was van de indieners van de inspraakreacties. In de praktijk lagen de stukken al ter inzage en is er juist meer tijd geboden een zienswijze in te dienen. De rectificatie hiervan is gepubliceerd in de Staatscourant en Gemeenteblad en de gemeentelijke viewer. Wij maken op dat er ook behoefte dit rechtstreeks naar de indieners te communiceren. Wij zullen hier in het vervolg alert op zijn.

Nee

Indiener, exploitant van de jachthaven op Uiterweg 134, geeft aan dat het uitgangspunt van het bestemmingsplan de bestaande planologische situatie is. Verzocht wordt meer planflexibiliteit binnen de bestemming ‘Recreatie – Jachthaven 1’. Daarnaast wordt gewezen op de structuurvisie van de Oosteinderweg die met het hanteren van 4 zones minder stringent is dan de structuurvisie Uiterweg waar wordt gewerkt met gebiedspaspoorten.

Wij verwijzen naar de beantwoording van zienswijze 11 d.

Nee

b.

Indiener merkt het zelfde op als de indiener van zienswijze 11 i.

Wij verwijzen naar de beantwoording van zienswijze 11 i.

Nee

c.

Indiener wijst in het verlengde van het bezwaar onder b. specifiek op de verwerking van hetgeen eerder naar voren is gebracht over het kadastrale perceel H2977. Verzocht wordt

De aanpassing, zoals is voorgesteld in de beantwoording van uw inspraakreactie 44 onder h, is op een juist wijze weergegeven op de digitale verbeelding. Overwogen is dat het

Nee

j.

Indiener merkt op dat in een eerder schrijven is aangegeven dat het ontwerpbestemmingsplan t/m 12 november 2020 ter inzage wordt gelegd. De bekendmaking in de Nieuwe Meerbode maakte melding van ter inzage legging tot 19 november 2020 en hieropvolgende rectificatie in de Staatscourant gaf een verlenging t/m 26 november 2020 aan. Het zou gewenst zijn als de gemeente hier ook de indieners van de inspraak op wijst en dit publiceert op haar website.

12.

Zienswijze 12 (ontvangen 25 november 2020) D20-421931 en D20-420805

a.

Het verschil tussen beide structuurvisies is te verklaren. De visie van de Oosteinderweg is veel globaler van opzet met een duidelijke oost-west geleding op functionele samenhang en waar van zuid naar noord een bebouwingsdichtheid die afneemt. De visie van de Uiterweg vraagt meer een uitwerking van te onderscheiden samenhangende gebiedjes met elke een eigen identiteit. Per saldo liggen er overigens meer ontwikkelingsmogelijkheden voor jachthavens aan de Uiterweg, maar moeten door initiatiefnemers wel concreet en uitvoerbaar worden gemaakt.

Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 25

ook het bij dit perceel horende water als ‘water behorende bij jachthaven’ te bestemmen.

water dat deel uit maakt van dit kadastrale perceel in het geldende bestemmingsplan niet is aangewezen als jachthavenwater en dat hier ook geen zwaarwegende reden toe is dit in het nieuwe bestemmingsplan wel te doen. Omwille van de ligging in de zone voor natuurontwikkeling en de noodzakelijke doorvaart naar achterliggende percelen zijn hier geen jachthavenactiviteiten gewenst. Deze kunnen namelijk het bouwen van steigers zonder dat daar voldoende doorvaart wordt gegarandeerd, het aanmeren van kajuitboten en bedrijfsschepen of reparatiewerkzaamheden omvatten.

d.

Indiener wijst in het verlengde van het bezwaar onder b. specifiek op de bestemmingslegging van kadastraal perceel H2979. Op de digitale verbeelding van het ontwerp heeft dit de bestemming ‘Agrarisch-Tuinbouw’ terwijl dit ‘Jachthaven-1’ moet zijn.

Het kavel had in het voorontwerpbestemmingsplan de bestemming ‘Recreatie – Jachthaven 1’. Om onduidelijke redenen is dit in het ontwerpbestemmingsplan abusievelijk gewijzigd naar ‘Agrarische-Tuinbouw’. Dank door de oplettendheid. Wij zullen zit perceel weer als ‘Recreatie – Jachthaven 1’ met functieaanduiding (recreatie) bestemmen.

Ja

e.

Indiener verzoekt, zoals ook eerder in inspraakreactie 44 onder e naar voren is gebracht, om de aanduiding waarbinnen woonarken zijn toegestaan aan te passen door deze in overeenstemming te brengen met de uiterste grens van de jachthavenbestemming. Deze jachthaven is niet gelegen in het landelijke gebied en de begrenzing zou dan in het verlengde van de verste van de Uiterweg gelegen woonarken worden getrokken. Hiermee wordt de bestemmingslegging in overeenstemming gebracht met hoe deze is beschreven in paragraaf 4.5.12 van de plantoelichting.

In de inspraak is overwogen dat de begrenzing voor de aanduiding ‘specifieke vorm van water – jachthaven recreatieve woonarken toegestaan’ een voortzetting van de mogelijkheden die het bestemmingsplan ‘Woonarken’ geeft. De toelichting van het ontwerpbestemmingsplan beschrijft als verruiming hiervan: ‘Ook water in eigendom van een jachthaven, dat is gelegen binnen de bestemming 'Jachthaven I' uit het voorgaande bestemmingsplan 'Uiterweg-Plasoevers 2005' krijgt deze aanduiding. Uitgezonderd is water binnen de gebiedsaanduiding 'landelijk gebied' uit het voorgaande bestemminsplan 'Woonarken'. Deze passage is naar aanleiding van een inspraakreactie van een andere jachthavenexploitant.

Ja

Deze omstandigheid is ook in uw situatie aan de orde. Recreatieark Uiterweg 134 ws 11 (kadastraal perceel H 834) is Nota van Beantwoording, Uiterweg-Plasoevers 2021, oktober 2021 Z19-006733 D21-316894

Pagina 26

binnen uw jachthaventerrein de verst van de weg gelegen ark. De andere sloten binnen uw eigendom liggen gelijk, of dichter naar de Uiterweg. Wij zullen deze specifieke aanduiding binnen uw jachthavengronden in de sloten aan de westzijde van dit perceel verruimen. Hetzelfde geldt voor het water rond perceel H2979. Ook dit perceel maakt deel uit van het jachthavenbedrijf en is dichter naar de Uiterweg gelegen. f.

Indiener verzoekt, zoals ook eerder in de inspraakreactie 43 h en 44 d onder de aandacht is gebracht, om binnen de bestemming ‘Recreatie – Jachthaven 1’ de beperking ‘jachthaven gerelateerd’ te laten vervallen en hiervoor in de plaats een recreatie gerelateerde beperking op te leggen. Het is de indiener niet duidelijk waarom dit in strijd zou zijn met de basisstrategie van de Structuurvisie: gericht op een vitaal plassengebied met ruimtelijke kwaliteit en meer economisch perspectief. Indiener stelt dat het prima is concrete initiatieven te toetsen, maar wenst meer flexibiliteit door middel van vrijstellings- of wijzigingsbevoegdheden zodat snel ingespeeld kan worden op een grillige markt. Er is weinig vertrouwen in kortere doorlooptijden zoals de Omgevingswet beoogd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=84021012-e88e-4dd3-92e9-41d26b73f0fd