Nota bodembeheer versie Aalsmeer
Tekst van het document
van spoedeisendheid om te saneren, en van een ingediend saneringsplan;
• •
• • •
teruggeplaatst, of (gedeeltelijk) afgevoerd; Wabo: bodemtoets bij het aanvragen van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen), zie par. 3.5); Wabo en Besluit houdende algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit): bepaling van de bodemkwaliteit bij het oprichten en inwerking hebben van een inrichting, veranderen van een inrichting of de werking daarvan, en bij beëindiging van de inrichting. Bodemonderzoek is ook verplicht bij het beëindigen van de opslag van vloeibare brandstof, afgewerkte olie of pekel in een ondergrondse opslagtank; Besluit bodemkwaliteit: vaststelling van de bodemkwaliteit waarop (of waarin) grond/baggerspecie wordt toegepast en vaststelling van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond/bagger die wordt toegepast; Wet Ruimtelijke Ordening: beoordeling of de bodem geschikt is voor de gewenste ontwikkeling en om na te gaan of bodemverontreiniging de (financiële) haalbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg staat; Privaatrecht: aan/verkoop van een terrein, erfpachtuitgifte, ARBO-regelgeving.
Wanneer bodemonderzoek (mede) wordt uitgevoerd in het kader van de bevoegdheid van een ander orgaan dan de gemeenten in de regio, dient in dat kader (tevens), naast de geldende wet- en regelgeving, rekening gehouden te worden met werkwijzen en richtlijnen van dat bevoegd gezag. Een voorbeeld is de “Werkwijzer Bodemsanering; Aanpak van bodemsanering in Noord-Holland” voor de bevoegdheden van de provincie NoordHolland.
3.2
Vooronderzoek
Voorafgaand aan graafwerkzaamheden in de bodem moet een vooronderzoek (archiefonderzoek) worden uitgevoerd. Daarmee wordt nagegaan of er bodembedreigende activiteiten op of in de onmiddellijke nabijheid van de onderzoekslocatie hebben plaatsgevonden of plaatsvinden die de locatie met een of meer stoffen kunnen
Pagina 27 van 76
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019
hebben verontreinigd. Daarnaast worden gegevens verzameld over de bodemkwaliteit op en in de onmiddellijke nabijheid van de locatie. Het vooronderzoek beantwoordt de vraag of sprake is van een verdachte locatie en, zo ja, doet een aanbeveling over een uit te voeren fysiek bodemonderzoek. Het vooronderzoek moet zijn gebaseerd op de NEN5725 ‘Bodemrichtlijn voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek’ [Lit. 11]. Een locatie is onder meer verdacht wanneer sprake is van (een van) de volgende situatie(s): • Uit het vooronderzoek blijkt dat er sprake is (geweest) van bodembedreigende activiteiten; • Bij eerder bodemonderzoek zijn matige tot sterke verontreinigingen aangetroffen die niet geheel in kaart zijn gebracht (afgeperkt); • Er is op de locatie een puinverharding aanwezig waarvan geen certificaten zijn; • De locatie is asbestverdacht; • De locatie betreft het erf van een oude (voormalige) boerderij of een oude polderwoning; • Er is sprake van een dam of een demping. In het vooronderzoek moet ook specifiek aandacht worden besteed aan asbest. Bij asbestverdachte locaties moet bij het vooronderzoek tevens rekening gehouden worden met de vereisten uit de NEN5707 [Lit. 13].
De puntbronnencheck: beknopt vooronderzoek bij BKK-ontgravingen en -toepassingen5 Een beknopt vooronderzoek (archiefonderzoek) is noodzakelijk bij het voornemen om grond te ontgraven/toe te passen met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel. Deze ‘puntbronnencheck’ mag eenvoudig van opzet zijn, want de globale bodemkwaliteit van het herkomstgebied (bodemkwaliteitskaart) is immers al bekend. De puntbronnencheck kijkt alleen of er aanvullende gegevens bestaan over een brongerelateerde verontreiniging ter plaatse van de herkomstlocatie. Zo nee, dan is de herkomstlocatie niet ‘verdacht’ en mag worden aangenomen de bewuste partij grond inderdaad overeenkomt met de bodemkwaliteit zoals weergegeven in de bodemkwaliteitskaart. Ook de toepassingslocatie moet langs dezelfde redenering op een eventuele brongerelateerde verontreiniging worden onderzocht. De puntbronnencheck bestaat uit 3 onderdelen: • Een check in welke BKK-zone het graafwerk en de toepassing van grond plaatsvindt (hierbij moet ook aandacht worden besteed aan het eventueel voorkomen van specifieke stoffen zoals OCB’s (zie ook par.
2.9); • Opvragen van Nazca-informatie (via de Rapportagemodule www.odnzkg.nl: via Kaarten naar bodeminformatiekaart) over bodemonderzoeken met conclusies, asbestonderzoeken, historische bedrijfsactiviteiten, ondergrondse tanks; • Nagaan van historische dempingen en ophogingen ter plaatse van de herkomst- en toepassingslocatie. Als de puntbronnencheck geen verdenking oplevert mag de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel worden gebruikt en hoeft geen bodemonderzoek te worden uitgevoerd. De check kan in een briefrapport worden verantwoord. Leidt de check wel tot een verdenking, bijvoorbeeld vanwege de kans op verhoogd asbest, dan moet eerst een bodem- of asbestonderzoek (NEN5707) worden uitgevoerd. De puntbronnencheck is een verplicht onderdeel van de BKK-melding als men grond wil ontgraven en/of toepassen met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel.
5
) BKK = Bodemkwaliteitskaart
Pagina 28 van 76
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019
3.3
Verkennend onderzoek (NEN 5740)
In de regio Amstelland en Meerlanden wordt een bodemonderzoek uitgevoerd volgens NEN5740-strategieën voor onverdachte locaties en heterogeen verdachte locaties. Het analysepakket bestaat uit het standaardpakket landbodem en grond en grondwater overeenkomstig de NEN5740.
PFOS/PFOA Het is niet toegestaan grond waarvoor een reële verdenking bestaat op de aanwezigheid van PFOS/PFOA in de regio toe te passen, behalve als op PFOS/PFOA is onderzocht en de grond aan de toepassingseis voldoet. Van een reële verdenking is in ieder geval sprake, indien op een locatie of in een gebied PFAS-houdend blusschuim is gebruikt, PFAS-houdende producten zijn verwerkt of het aannemelijk is dat door verspreiding door lucht of water dan wel toepassing van grond en bagger een belasting met PFAS is ontstaan. Omdat er verschillende bronnen van PFAS kunnen zijn, is de verdenking ruim geformuleerd. De verdenking omvat ook verspreiding via PFAShoudende bagger op oevers. Zie par. 2.8 voor een verwijzing naar de beleidsregels en het landelijk handelingskader.
Arseen in grondwater In de Nederlandse kustprovincies komen gebieden voor waarin als gevolg van natuurlijke (fysische en chemische) processen arseenconcentraties verhoogd in het grondwater voorkomen. Ook in de regio Amstelland en Meerlanden worden in het diepe en ondiepe grondwater regelmatig verhoogde concentraties arseen aangetroffen, die frequent de streefwaarde en plaatselijk zelfs de interventiewaarde overschrijden. Hierbij is het relevant of de verhoogde concentratie arseen in het grondwater een natuurlijke of antropogene herkomst heeft. Ook kan hierdoor de bodem en/of bagger ter plaatse zijn verontreinigd met arseen. Zijn er geen aanwijzingen dat er sprake is van een antropogene oorsprong dan is ingrijpen niet nodig. Bij grondverzet van arseenhoudend materiaal, waarbij onder grondwaterniveau wordt gewerkt, dient men ongeacht welke oorsprong, alert te zijn op blootstellingsrisico’s (hogere veiligheidsklasse (zie ARBO-regelgeving)).
Geldigheidstermijn bodemonderzoeken De geldigheidstermijn voor bodemonderzoeken is in principe 5 jaar. Wanneer er sprake is van mobiele stoffen bedraagt de geldigheidstermijn in principe 2 jaar. Het bevoegd gezag staat het indienen van een ouder onderzoek soms wel toe. Voorwaarde is dat men kan aantonen dat er in de tussentijd geen verontreiniging is toegevoegd (bij immobiele stoffen), of bodemrapporten kan overleggen waaruit blijkt dat er sprake is van een stabiele situatie (bij mobiele stoffen).
3.4
Asbest in bodem en partijen grond
Bodemonderzoek en de bepaling van de kwaliteit van een partij grond moet rekening houden met asbest. Het asbestgehalte in grond mag immers niet boven de landelijke norm van 100 mg/kg droge stof uitkomen. Voor kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuinen mag asbest zelfs analytisch niet aantoonbaar aanwezig zijn. Asbestonderzoek wordt volgens de volgende NEN-normen uitgevoerd: • NEN5740 (bodemonderzoek), [Lit. 12]; • NEN5707 (Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond), [Lit. 13]; • NEN5896 (Kwalitatieve analyse van asbest in materialen met polarisatiemicroscopie of scanning electronenmicroscoop), [Lit. 14]; • NEN5897 (Asbest in puin), [Lit. 15].
Pagina 29 van 76
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019
In deze paragraaf worden voor asbest enkele bijzondere situaties behandeld en hoe men daarin dient te handelen. In aanvulling daarop behandelt Bijlage 8 de volgende situaties: • • • • • •
Niet boven de norm verontreinigde asbesthoudende grond (<100 mg/kg gewogen gehalte droge stof); Bodemonderzoek bij asbest op het maaiveld; Onderzoek bij asbest in de bodem; Onvolledig onderzoek; Onverwachts aantreffen asbestverdacht materiaal; Vrijstelling fysiek bodemonderzoek bij asbest in puinhoudende grond.
Vooronderzoek en de relatie tussen puin en asbest In november 2016 stelde de Raad van State dat wanneer op een locatie puin(resten) aanwezig zijn, de locatie als asbestverdacht moet worden beschouwd [Lit. 7]. Vanwege deze uitspraak heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) aandacht gevraagd voor onderzoek op asbest bij partijkeuringen en bodemonderzoek waarbij puin wordt aangetroffen. Daarnaast is in oktober 2017 een update van de NEN5725 – strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek [Lit. 11] verschenen. Daarin staan richtlijnen voor het doen van vooronderzoek naar asbest. Elk vooronderzoek moet voortaan een onderbouwde uitspraak bevatten of een locatie asbestverdacht is of niet. In bijlage A van de norm zijn hiervoor handvatten te vinden. Een locatie kan bijvoorbeeld als asbestverdacht worden beschouwd vanwege: • Bedrijfsmatige activiteiten (asbestcementfabrieken, scheepswerven, producenten kolenkachels en elektrische apparaten, stortplaatsen); • Gebruik van de bodem (beschoeiing watergangen, sloopresten van kassen); • Aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op of in de bodem (halfverhardingslaag van weg, parkeerplaats). Volgens de norm is puin in principe asbestverdacht, tenzij het puin: • Asfalt, bakstenen, dakpannen, cement, klinkers/straatstenen, trottoirbanden of historisch puin betreft.
Deze puinsoorten worden tot de categorie ‘niet asbest verdacht’ gerekend; • Geproduceerd is vóór 1945 of ná 1998; • Geproduceerd is onder vastgestelde certificering. Als het vooronderzoek uitwijst dat een locatie asbestverdacht is, dan moet een fysiek bodemonderzoek worden uitgevoerd volgens NEN5707 – inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond [Lit. 13]. Vanaf 1 juli 1993 gold in Nederland een totaalverbod op het gebruik van asbesthoudende materialen. Bouwwerken ouder dan deze datum moeten worden beoordeeld op het gebruik (en de bewerking van) asbesthoudende bouwmaterialen en de mogelijkheid van lokale beïnvloeding van de bodem of de partij grond. In dat vooronderzoek wordt het bouwarchief geraadpleegd, eventuele resultaten van een asbestinventarisatie van het bouwwerk en indien raadpleegbaar het Landelijk Asbest Volg Systeem (LAVS). Enkele partijen in het landelijke bodemwerkveld waren echter kritisch over het uitgangspunt dat de aanwezigheid van puin in de bodem goed kan voorspellen of er ook asbest in de bodem of in een partij grond zal worden aangetroffen. Er zou onvoldoende informatie zijn over deze relatie. In 2017 is daarom een grootschalig landelijk onderzoek gedaan naar de relatie tussen puin in de bodem en de verdenking op asbest [Lit. 20].
Het onderzoek werd begeleid door organisaties uit het werkveld (overheden, waaronder ODNZKG, adviesbureaus, aannemers). In totaal hebben 49 partijen gegevens van asbestonderzoek aangeleverd voor een database van 12.000 records.
Pagina 30 van 76
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019
Met die database deed TNO vervolgens statistisch onderzoek naar de relatie puin en asbest [Lit. 20]. Daaruit bleek het volgende: • • • • • •
De database heeft voldoende geografische dekking en is representatief voor Nederland; Er wordt significant meer asbest aangetroffen op puinverdachte locaties dan op onverdachte locaties; De aanwezigheid van asbest is gerelateerd aan bouw- en sloopafval (BSA), gemengd puin, betonpuin en metselpuin; Op locaties met sporen (< 1 gewichtsprocent) van puin in de bodem wordt vaker asbest aangetroffen dan op onverdachte locaties; In landelijk gebied wordt meer asbest aangetroffen dan in stedelijk gebied; De resultaten voor de verdachte puintypen zijn grotendeels in overeenstemming met de NEN5725. Hierin zou alleen metselpuin nog als potentieel verdacht moeten worden toegevoegd.
Mogelijk komt er nog een aanvulling op dit TNO-rapport, dat zou kunnen leiden tot gebiedsspecifiek asbestbeleid voor de regio.
Onderzoek bij asbest in of op het maaiveld In de praktijk doen zich regelmatig situaties voor waarin asbesthoudend of asbestverdacht materiaal in of op het maaiveld wordt aangetroffen. Dit leidt dan tot discussie of er alleen sprake is van onderzoek/vrijgave in het kader van het Asbestverwijderingsbesluit of dat ook asbestonderzoek in de grond moet plaatsvinden en op welke wijze. Dergelijke situaties worden in Bijlage 8 beschreven en behandeld.
3.5
Bodemonderzoek bij omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen
Bouwen Het indienen van een bodemonderzoeksrapport bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is in principe verplicht als er (nagenoeg) voortdurend mensen in het bouwwerk verblijven (bijvoorbeeld een kantoor of woning), en: • •
Het bouwwerk de grond raakt (nieuwbouw op/onder het maaiveld, realiseren van een kelder) of Het gebruik wijzigt naar een gevoeliger gebruik (bijvoorbeeld opslagruimte wordt kinderdagverblijf).
Bij een bouwaanvraag kan het gaan om nieuwbouw en bestaande bouw (verbouwing). Als het bouwwerk naar aard en omvang gelijk is aan een vergunningsvrij bouwwerk, dan hoeft er geen bodemonderzoeksrapport te worden ingediend. Een bodemonderzoeksrapport is evenmin vereist als er al voldoende bodemgegevens beschikbaar zijn. Er kan wel een bodemonderzoek nodig zijn voor het bepalen van eisen aan de verwerking van vrijkomende grond. Voor bepaalde situaties bestaat een ontheffingsmogelijkheid voor de bodemonderzoeksplicht op basis van de bodemkwaliteitskaart. De voorwaarden staan beschreven in par. 3.6. Op basis van het bodemonderzoekrapport (of andere gegevens) bij de vergunningaanvraag stelt het bevoegd gezag in de omgevingsvergunning of er een redelijk vermoeden bestaat van ernstige bodemverontreiniging. Mocht dat het geval zijn, dan treedt de omgevingsvergunning pas in werking (volgens artikel 6.2c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) nadat: •
Het bevoegd gezag Wbb in een beschikking vaststelt dat er geen sprake is van een geval van ernstige verontreiniging waarvoor spoedige sanering noodzakelijk is en het desbetreffende besluit in werking is getreden; of
Pagina 31 van 76
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019
• •
3.6
Het bevoegd gezag Wbb in een beschikking akkoord gaat met een saneringsplan en het desbetreffende besluit in werking is getreden; of Een geldige (complete) BUS-melding is ingediend bij de Omgevingsdienst NZKG, die voldoet aan het Besluit uniforme saneringen en de termijn waarna men mag starten is verstreken.
Uitzonderingen op de bodemonderzoeksplicht
Ontgraven en toepassen van grond op basis van de bodemkwaliteitskaart In sommige gevallen kan de bodemkwaliteitskaart dienen als wettelijk bewijsmiddel voor de grond die wordt ontgraven en toegepast en is het niet nodig een verkennend bodemonderzoek of partijkeuring uit te voeren. Dergelijk grondverzet (zonder bodemonderzoek) is alleen mogelijk wanneer de puntbronnencheck geen aanleiding heeft gegeven de locatie van herkomst en/of de locatie van toepassing als ‘verdacht’ te bestempelen. Soms wijst de puntbronnencheck uit dat aanvullend bodemonderzoek nodig is naar verdachte stoffen die geen onderdeel uitmaken van de bodemkwaliteitskaart. Binnen de BKK-zones 1, 2 en 3 gelden de volgende uitzonderingen op de onderzoeksplicht:
BKK-zone 1 Zone 1-grond mag altijd zonder bodemonderzoek, op basis van de bodemkwaliteitskaart worden ontgraven en toegepast, mits het een nuttige toepassing betreft. Voor toepassen is altijd een melding Besluit bodemkwaliteit vereist, ongeacht de hoeveelheid (zie Tabel 7.1 Meldingsplicht Bbk, par 7.2).
BKK-zone 2 en 3 Het ontgraven van grond in zone 2 en 3 kan plaatsvinden op basis van de bodemkwaliteitskaart. In principe is een melding op grond van artikel 28 Wbb vereist indien meer dan 50 m3 wordt ontgraven, tenzij tevens sprake is van een melding Besluit bodemkwaliteit voor het toepassen van die gehele hoeveelheid grond binnen de regio. In dat laatste geval kan de melding artikel 28 Wbb achterwege blijven. Zie ook par 7.4 Melden. De vrijstelling voor het uitvoeren van een partijkeuring bij het toepassen van grond afkomstig uit zone 2 en 3 geldt alleen wanneer de 80-percentielwaarden van de zone van herkomst (ontgraving) voldoen aan de toepassingseisen voor de betreffende bodemfunctie in de zone van toepassing. Of dit het geval is, is af te lezen in de toepassingsmatrix (zie par. 4.5), groen vakje. De toepassing moet gemeld worden op grond van het Besluit bodemkwaliteit.
Geen vrijstelling in BKK-zone 4 De bodemkwaliteitszone 4 bevatten gemiddelde gehalten die boven de Generieke Maximale Waarden voor de klasse Industrie liggen. Derhalve is het niet toegestaan om grond vanuit deze zones zonder onderzoek te ontgraven en elders toe te passen. Zie verder par. 4.5 over de toepassingsmogelijkheden van grond uit deze zones.
BKK-zone 1A en 1B Binnen de zones 1A en 1B gelden gebiedsspecifieke regels. Zone 1A (betreffende enkele (deels nog te ontwikkelen) bedrijventerreinen in Aalsmeer, Amstelveen en Uithoorn) mag op basis van de bodemkwaliteitskaart grond ontvangen tot maximaal klasse industrie (zone 1, 2 en 3), er wordt alleen getoetst op de (toekomstige) bodemfunctie Industrie. Binnen zone 1A mag vrij met grond geschoven worden. Bij ontgraven en elders toepassen van grond afkomstig uit zone 1A moet worden voldaan aan de toepassingseisen in de zone van toepassing.
Pagina 32 van 76
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019
Zone 1B (Grondbank Aalsmeer, te Kudelstaart) mag grond tot en met klasse industrie (ook op basis van de bodemkwaliteitskaart) ontvangen, conform de binnen de inrichting geldende BRL 9335-1. Binnen zone 1B mag vrij met grond worden geschoven, wanneer er voornemens zijn de grond elders toe te passen is een partijkeuring noodzakelijk. Zie voor mogelijkheden de toepassingsmatrix (par. 4.5, Tabel 4.3). Hoofdstuk 4 gaat uitgebreid in op het toepassen van grond.
Ontheffing bodemonderzoeksplicht bij een aanvraag Omgevingsvergunning (activiteit bouwen) Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moet in de meeste gevallen een bodemonderzoek worden ingediend op grond van artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht. Er is een aantal algemene uitzonderingen op deze onderzoeksplicht, die reeds in par 3.5 zijn beschreven. Daarnaast kan de gemeente op grond van artikel 2.1.5. 3e lid van de Bouwverordening besluiten af te wijken van de verplichting tot het indienen van een verkennend onderzoek in het kader van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht art. 6.2.c. in het geval er voldoende bruikbare informatie beschikbaar is om de bodemtoets uit te voeren. De regio Amstelland en Meerlanden besluit de bodemkwaliteitskaart te beschouwen als een van de beoordelingsinstrumenten voor het uitvoeren van de bodemtoets. Deze ontheffing van de bodemonderzoeksplicht geldt alleen als aan alle drie de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. Uit de puntbronnencheck blijkt dat de onderzoekslocatie niet verdacht is op een bodemverontreiniging (ook niet asbestverdacht); 2. De locatie valt binnen zone 1 of 2 van de bodemkwaliteitskaart; 3. Er worden met het plaatsen van het bouwwerk geen sanerende maatregelen doorsneden .
Omdat met een ontheffing een bodemonderzoek achterwege blijft, moet men tijdens graafwerkzaamheden wel bedacht zijn op bodemvreemd materiaal of onverwachte verontreinigingen. Mocht men daarop stuiten, dan moet dit worden gemeld bij de Omgevingsdienst. De werkzaamheden mogen in dat geval niet worden voortgezet zonder voorafgaand bodemonderzoek. Daarnaast moet de Inspectie SZW (voorheen Arbeidsinspectie) op de hoogte worden gesteld en wordt, afhankelijk van de ernst van de situatie, het veiligheidsregime van de werkzaamheden aangepast.
3.7
Bodemonderzoek bij werken in de openbare weg
Bij herprofileringen, werk aan kabels en leidingen en andere werkzaamheden aan de openbare weg komen vaak zand en funderingsmateriaal vrij. Het funderingsmateriaal kan bestaan uit allerlei soorten steenachtig materiaal, van puinhoudende grond tot hoogovenslakken. In Aalsmeer en Amstelveen liggen een aantal wegen op historische veenkaden, uit onderzoek blijkt dat deze wegen verontreinigd zijn. Ook wegen in de Bovenlanden (niet-ontveende gebieden) zijn vermoedelijk verontreinigd. In feite wijken zowel de opbouw als de samenstelling van het wegprofiel dermate af van de omgeving dat de bodemkwaliteitskaart niet representatief is voor de openbare weg. Bij graafwerk in de openbare weg is een indicatief bodemonderzoek noodzakelijk (behalve als er al een representatief bodemonderzoek aanwezig is). Hierbij moet ook rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van asbest (bijv. bij aantreffen van puin).
Pagina 33 van 76
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019
3.8
Welk soort onderzoek is noodzakelijk in welke situatie
Omdat het in sommige gevallen niet altijd duidelijk is wanneer de bodemkwaliteitskaart gebruikt mag worden als bewijsmiddel voor de kwaliteit van de bodem of dat er een bodemonderzoek (NEN5740) of partijkeuring moet worden uitgevoerd, zijn de meest voorkomende scenario’s wat betreft graafwerk en toepassen van grond op een rijtje gezet in Tabel 3.1. Tabel 3.1
Scenario’s (graafwerk of toepassen) waarbij de bodemkwaliteitskaart kan worden gebruikt of een bodemonderzoek (NEN5740) of partijkeuring moet worden uitgevoerd
Scenario
Gebruik BKK mogelijk NEN5740Partijkeuring vereist (met puntbronnencheck) onderzoek vereist (protocol 1001, art. 4.3.3. Regeling bodemkwaliteit)
Omgevingsvergunning: Aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen
Ja, in zone 1 of 2
Ja, indien geen vrijstelling
-
Graafwerk in zone 1, 2 of 3
Ja
Nee
-
Graafwerk in zone 4
Nee
Ja
-
Graafwerk in niet-gezoneerde gebieden (grijze vlakken)
Nee
Ja (check tevens evt saneringsplan)
Graafwerk in de openbare weg
Nee
Ja
-
Toepassen grond uit zones 1, 2, 3, 1A of 1B binnen de Ja regio Amstelland en Meerlanden; Toepassing is toegestaan volgens BKKtoepassingsmatrix
Nee
Nee
Toepassen grond uit zones 1, 2, 3, 1A of 1B binnen de Nee regio Amstelland en Meerlanden; Toepassing is niet toegestaan volgens BKKtoepassingsmatrix
Nee
Ja
Toepassen grond uit zone 4
Nee
Ja (voor graafwerk)
Ja (daarna toets op toepasbaarheid)**
Toepassen grond uit een gebied met te weinig gegevens (grijze vlakken )
Nee
Ja (voor graafwerk)
Ja (daarna toets op toepasbaarheid)**
De ontvangende bodem valt niet in een vastgestelde BKK-zone (grijze vlakken)
Nee
Ja (check tevens evt saneringsplan)
Toepassen grond van buiten de regio AADUO (Haarlemmermeer of Amsterdam*); Toepassing is toegestaan volgens toepassingseis
Ja, indien toepassing is toe- gestaan met BKK van Haarlemmermeer of Amsterdam
Graafwerkzaamheden:
Toepassen:
Nee
Toepassen grond van buiten de regio Amstelland en Nee Meerlanden (Haarlemmermeer of Amsterdam*); Toepassing is niet toegestaan volgens toepassingseis
-
Ja (daarna toets op toepasbaarheid)**
Toepassen grond van buiten de regio Amstelland en Meerlanden (niet zijnde Haarlemmermeer of Amsterdam)
-
Ja (daarna toets op toepasbaarheid)**
Nee
* indien vastgesteld en geaccepteerd door Amstelland en Meerlanden; ** zie voor de toepassingseisen Tabel 2.3.
In Tabel 3.2 staan diverse scenario’s beschreven welk onderzoek moet worden uitgevoerd indien er een onverwachte situatie optreedt en de bodemkwaliteitskaart mogelijk niet gebruikt kan worden.
Pagina 34 van 76
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019
Tabel 3.2
Scenario’s waarin een onverwachte situatie optreedt waarbij de bodemkwaliteitskaart mogelijk niet gebruikt kan worden en een bodemonderzoek (NEN5740) of partijkeuring moet worden uitgevoerd
Scenario
Gebruik BKK mogelijk (met puntbronnencheck)
NEN5740onderzoek vereist
Partijkeuring vereist
Er is een verkennend onderzoek uitgevoerd op de ontgravingslocatie (NEN5740) en de uitkomst komt niet overeen met de BKK-klasse
Ja, indien uitkomst valt binnen de statistische variatie van de betreffende zone en ligt beneden de interventiewaarde
-
-
Er is een partijkeuring uitgevoerd op de ontgravingslocatie en de uitkomst komt niet overeen met de BKK-klasse
Nee
-
Partijkeuring is leidend
Uit vooronderzoek/puntbronnencheck op de ontgravingslocatie blijkt dat sprake is van een verdachte locatie (betr. voornemen om de ontgraven grond elders toe te passen)
Nee
-
Ja, verdachte stoffen meenemen (daarna toets op toepasbaarheid)
Tijdens graafwerk wordt een onverwachte verontreiniging aangetroffen (bijv asbest, minerale olie)
Deels (onverdachte deel)
Ja, op verdachte deel
Nee
3.9
(protocol 1001, art. 4.3.3. Regeling bodemkwaliteit)
Arbeidsomstandigheden
Een andere reden voor bodemonderzoek is om te waarborgen dat werkzaamheden in de bodem veilig worden uitgevoerd, met passende veiligheidsmaatregelen. Soms is bodemonderzoek volgens de sectorale milieuwetgeving niet eens vereist, maar is het toch wenselijk om eventuele ARBO risico’s te bepalen. Voor het bepalen van bodemgerelateerde ARBO risico’s moet vanaf 2019 gebruik worden gemaakt van de CROW-400 Werken in en met verontreinigde bodem, die verontreinigingen toetst aan de zogeheten SRC-Arbo (Serious Risk Concentration). Daarbij accepteert CROW 400 ook publiekrechtelijke bodemkwaliteitskaarten om de noodzaak van veiligheidsmaatregelen te bepalen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de statistische P80-waarde6 van bodemkwaliteitskaartzones. De P80-waarde van de bodemkwaliteitskaart is opgenomen in de tabellen in Bijlage 5. Voorafgaand aan gebruik van de bodemkwaliteitskaart in dit kader is het uitvoeren van de puntbronnencheck noodzakelijk (zie par. 3.2)
3.10 Niet genormeerde stoffen Voor stoffen die in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit [Lit. 2] zijn opgenomen zijn normen vastgesteld waarmee beoordeeld kan worden of een bepaald gehalte hoger is dan normaal en of dat consequenties heeft. Dat geldt in ieder geval voor alle stoffen die in een standaard onderzoek worden meegenomen. Toch is het aantal stoffen waar geen normen voor zijn vele malen groter. En ook deze niet genormeerde stoffen zullen in de bodem voorkomen, vaak in combinatie met wel genormeerde stoffen. Niet genormeerde stoffen worden zelden in een onderzoek meegenomen en daarom weten we ook weinig over het voorkomen ervan. Dat is niet altijd erg omdat stoffen vaak in combinatie voorkomen en het standaard onderzoekspakket de meest voorkomende en risicovolle stoffen bevat. Als de bodem met het standaardpakket is onderzocht en niet of nauwelijks verontreinigd blijkt te zijn, mag in de meeste gevallen worden aangenomen dat er ook geen andere risicovolle verontreinigingen aanwezig zijn. Er zijn echter uitzonderingen.
6
Gekozen waarde in een dataset, zodanig dat 80% van de data kleiner of eraan gelijk is en 20% groter of eraan gelijk.
Pagina 35 van 76
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019
Bronlocaties Bij een vooronderzoek op een bedrijfslocatie moet bekeken worden met welke stoffen is gewerkt en of die mogelijk in de bodem terecht zijn gekomen. De bodem zal op deze stoffen moeten worden onderzocht. Als de stoffen worden aangetroffen zal de aard en omvang van de verontreiniging moeten worden onderzocht en moet een risico-inschatting worden gemaakt op basis van de wel bekende gegevens. Dat is onderdeel van het nader onderzoek. Uiteindelijk bepaalt het bevoegd gezag (de Omgevingsdienst NZKG) of de verontreiniging gesaneerd moet worden. Zo nodig wordt het RIVM voor advies ingeschakeld.
Pagina 36 van 76
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019
4 Toepassen van grond en bagger Een partij grond of baggerspecie mag volgens de regels van het Besluit bodemkwaliteit alleen worden toegepast als sprake is van een nuttige toepassing. Anders wordt de toepassing gezien als storten van afval en gelden strengere regels op grond van de afvalstoffenwetgeving (Wet Milieubeheer). In het Besluit staat aangegeven (artikel 35) welke toepassingen als ‘nuttig’ worden aangemerkt (zie ook de Nota van Toelichting Bbk).
4.1
Milieuhygiënische kwaliteitsverklaring
Toepassen van schone grond met een erkende kwaliteitsverklaring Grond die voldoet aan de Achtergrondwaarde (volgens art 4.2.2, lid 4 en 5 van de Regeling bodemkwaliteit) wordt aangeduid met de term “schone grond”. Deze kan altijd worden toegepast, mits er sprake is van een nuttige toepassing (art. 5, lid 1 Besluit bodemkwaliteit) en deze toepassing wordt gemeld. Het kwaliteitsbewijs van de schone grond is een erkende kwaliteitsverklaring conform het Besluit bodemkwaliteit. Een bodemkwaliteitskaart geldt niet als een bewijsmiddel om een partij grond het predicaat “schone grond”, zoals bedoeld in de Regeling, te geven.
Toepassen van licht verontreinigde grond met een erkende kwaliteitsverklaring Een toe te passen partij licht verontreinigde grond kan voorzien zijn van een erkende kwaliteitsverklaring conform het Besluit bodemkwaliteit, zoals een partijkeuring of een fabrikant-eigenverklaring. In dat geval gaat deze milieuhygiënische kwaliteitsverklaring boven de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel, omdat deze een meer nauwkeurige uitspraak doet over de kwaliteit van de betreffende partij grond.
Toepassen van grond met de bodemkwaliteitskaart als kwaliteitsverklaring De bodemkwaliteitskaart van de regio Amstelland en Meerlanden kan als milieuhygiënische verklaring worden gebruikt bij toepassen van grond in het eigen beheergebied. Voor toepassing van grond uit de regio in een ander beheergebied moet de kaart van de regio Amstelland en Meerlanden door het betreffende bevoegd gezag erkend zijn als bewijsmiddel of moet een andere erkende milieuhygiënische verklaring worden gebruikt. De bodemkwaliteitskaart kan worden gebruikt als milieuhygiënische verklaring als de volgens de kaart vastgestelde kwaliteit in de herkomstzone voldoet aan de toepassingseis in de toepassingszone. In de regio Amstelland en Meerlanden geldt de P80 als de gehanteerde kwaliteit van de zone van herkomst (Ontgravingskaart, Bijlage 3C) die is getoetst aan de toepassingseis in de zone van toepassing (Toepassingskaart, Bijlage 3D). De gestelde toepassingseis per zone en bodemfunctie kan afgelezen worden in de toepassingsmatrix (zie Tabel 4.3). Grond afkomstig vanuit de niet-ingedeelde gebieden (waar te weinig gegevens zijn) mag nooit zonder partijkeuring worden hergebruikt. Grond afkomstig van zone 1 mag overal binnen de de regio Amstelland en Meerlanden zonder bodemonderzoek worden toegepast, mits het vooronderzoek geen aanleiding geeft de herkomst- en toepassingslocatie als ‘verdacht’ aan te merken.
Bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten De gemeenten binnen de regio Amstelland en Meerlanden erkennen de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Amsterdam en Haarlemmermeer als bewijsmiddel. Dit betekent dat grond vanuit Amsterdam en vanuit Haarlemmermeer op basis van de bodemkwaliteitskaart van Amsterdam en van Haarlemmermeer in de regio Amstelland en Meerlanden mag worden aangewend wanneer aan de toepassingseis wordt voldaan.
Pagina 37 van 76
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019
4.2
Toetsingsregels en omrekening naar standaardbodem
Toetsingsregel Achtergrondwaarden Vanwege statistische keuzes bij het afleiden van de Achtergrondwaarden is er bij onbelaste bodems toch altijd een kleine kans (5%) dat de Achtergrondwaarden worden overschreden. Deze kans neemt toe naarmate er meer stoffen worden geanalyseerd. Om te voorkomen dat onbelaste bodems ten onrechte worden gekarakteriseerd als bodem die niet voldoet aan de Achtergrondwaarden, wordt een toetsingsregel (overschrijdingsregel) toegepast. Deze toetsingsregel is terug te vinden in de Regeling bodemkwaliteit (art. 4.2.2, 4e, 5e en 8e lid) en luidt als volgt:
De kwaliteit van grond en baggerspecie overschrijdt niet de Achtergrondwaarden als bij meting van ten minste X stoffen* in de grond of baggerspecie de rekenkundig gemiddelde gehalten van maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de Achtergrondwaarden (zie Tabel 4.1). De verhoging mag per stof maximaal 2x de Achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de verhoogde gehalten kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de Generieke Maximale Waarden voor de klasse Wonen van de betreffende stof. Alleen voor Nikkel hoeft bij deze toetsingsregel niet aan de Generieke Maximale Waarde voor de klasse Wonen maar uitsluitend aan 2x de Achtergrondwaarde getoetst te worden. Tabel 4.1
X- en Y-waarden bij de toetsingsregel van de Achtergrondwaarden en van de bodemkwaliteitsklasse Wonen
X*
2
7
16
27
37
Y
1
2
3
4
5
*Het aantal toetsbare gemeten stoffen (bijv. de meting van som PAK 10 wordt als één meting geteld)
De toetsingsregel geldt zowel voor de toetsing van de kwaliteit van een toe te passen partij grond of baggerspecie als ook voor de ontvangende bodem (zie art. 4.10.2 van de Regeling bodemkwaliteit).
Toetsingsregel Wonen Uitgangspunt bij de indeling in kwaliteitsklassen van de ontvangende bodem, is dat de rekenkundige gemiddelden van de gemeten stoffen moeten voldoen aan de Maximale Waarden die horen bij de klassegrenzen van de klassen Wonen en Industrie. Hierop is één uitzondering, namelijk voor het indelen van een bodemkwaliteitszone of een toepassingslocatie in de bodemkwaliteitsklasse Wonen. Hiervoor geldt een bijzondere toetsingsregel. Hiermee wordt voorkomen dat een gebied of zone op basis van de overschrijding van één parameter wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge eisen gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarde Industrie, waardoor de kwaliteit van het gebied verslechtert. Deze toetsingsregel is opgenomen in artikel 4.10.2 van de Regeling bodemkwaliteit en luidt als volgt:
De kwaliteit van de bodem overschrijdt niet de Maximale Waarden voor de kwaliteitsklasse Wonen wanneer bij meting van ten minste X stoffen maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de Maximale Waarden voor de kwaliteitsklasse Wonen (zie tabel 4.1 voor de X- en Y-waarden). De verhoging mag per stof ten hoogste de Maximale Waarde voor de kwaliteitsklasse Wonen vermeerderd met de Achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de gehalten van de gemeten stoffen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de Maximale Waarden voor de kwaliteitsklasse Industrie. Deze toetsingsregel geldt alleen voor de indeling van de ontvangende bodem in een kwaliteitsklasse. Voor de indeling van een partij toe te passen grond of baggerspecie geldt deze toetsingsregel niet!
Pagina 38 van 76
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019
Omrekening naar standaardbodem De gehalten en toepassingseisen welke genoemd worden in deze Nota en de bodemkwaliteitskaart zijn omgerekend naar standaardbodem. Om te bepalen of een geplande toepassing is toegestaan dient omrekening naar standaardbodem plaats te vinden. De berekeningswijze staat beschreven in Bijlage G behorende bij artikel 4.2.1 van de Regeling Bodemkwaliteit [Lit. 2].
4.3
Toepassen van grond afkomstig vanuit het beheergebied
Bij toepassen van grond afkomstig vanuit het beheergebied (Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel, Uithoorn, Amsterdam en Haarlemmermeer) op een ontvangende bodem in de regio Amstelland en Meerlanden zijn er twee mogelijkheden: 1) De toe te passen grond is onderzocht d.m.v. een partijkeuring, of er wordt gebruik gemaakt van de bodemkwaliteitskaart van een andere gemeente (Haarlemmermeer of Amsterdam) of de toe te passen grond is voorzien van een andere erkende milieuhygiënische verklaring conform het Bbk. In deze gevallen moet de uitkomst getoetst worden aan de lokale normen bij toepassing in een zone in Amstelland en Meerlanden. Bij toepassing binnen een saneringslocatie kunnen afwijkende eisen in het (goedgekeurde) saneringsplan zijn vastgelegd; 2) De grond wordt toegepast met de bodemkwaliteitskaart van de regio Amstelland en Meerlanden als bewijsmiddel. In dit geval moet getoetst worden aan de toepassingsmatrix (Tabel 4.3). De toets aan de lokale of generieke normen is al in de matrix verwerkt. De eisen en voorwaarden hierbij worden in de paragrafen 4.4. en 4.5 uitgewerkt.
4.4
Ontgraven en toepassen van grond met de bodemkwaliteitskaart Amstelland en Meerlanden
Het al dan niet mogen verrichten van grondverzet van een niet-verdachte locatie in de regio Amstelland en Meerlanden met de bodemkwaliteitskaart van de regio Amstelland en Meerlanden als bewijsmiddel is afhankelijk van de volgende voorwaarden: • Grondverzet zonder partijkeuring is toegestaan als de classificatie van de bodemkwaliteitszone van herkomst voldoet aan de toepassingseis in de zone van toepassing; •
•
Als sprake is van een partijkeuring op de te ontgraven locatie, dat volgens de criteria in het Besluit bodemkwaliteit als bewijsmiddel mag dienen, dan kan geen gebruik worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel, maar moet gebruik worden gemaakt van de onderzoeksresultaten; Als een partij gemengd wordt ontgraven uit verschillende lagen is dat alleen toegestaan als de ontgravingskwaliteit vergelijkbaar is. De partij dient te worden ontgraven uit één laag waarop de ontgravingskaart van toepassing is. Als de partij afkomstig is uit meerdere (diepere) lagen van de ontgravingskaart dient het grondverzet op deze laaggrenzen te worden afgestemd.
Op de toepassingskaart (Bijlage 3D) is af te lezen welke kwaliteit grond op welke deelzone mag worden toegepast. Deze kaart is het gevolg van het toetsen van de resultaten van de ontgravingskaart aan de toepassingseisen of kwaliteitseisen aanvulgrond/leeflaag op basis van de bodemfunctie. Zie ook Tabel 4.2.
Pagina 39 van 76
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019
Tabel 4.2 De bodemkwaliteitszones met functie, kwaliteit en toepassingseis, te gebruiken bij de dubbele toets in het generieke beleidskader. Wanneer er geen gegevens bekend zijn, moet eerst NEN-onderzoek of partijkeuring worden uitgevoerd. Zone
Bodemfunctieklasse
Kwaliteitsklasse ontvangende bodem (gem.)
Kwaliteitsklasse bij ontgraven (80-percentiel, P80)
Toepassingseis
1 (top en diep)
Landbouw/natuur
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Eerst NEN-onderzoek
Eerst partijkeuring
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Eerst NEN-onderzoek
Eerst partijkeuring
Nader te bepalen
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Eerst NEN-onderzoek
Eerst partijkeuring
Nader te bepalen
Landbouw/natuur
Wonen
Wonen
Achtergrondwaarde
Wonen
Wonen
Wonen
Wonen
Industrie
Industrie
Achtergrondwaarde
Eerst NEN-onderzoek
Eerst partijkeuring
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Industrie
Industrie
Wonen
Eerst NEN-onderzoek
Eerst partijkeuring
Nader te bepalen
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Industrie
Industrie
Industrie
Eerst NEN-onderzoek
Eerst partijkeuring
Nader te bepalen
Landbouw/natuur
Industrie
Industrie
Achtergrondwaarde
Wonen
Industrie
Industrie
Wonen
Industrie
Industrie
Industrie
Industrie
Landbouw/natuur
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Industrie
Industrie
Eerst NEN-onderzoek
Eerst partijkeuring
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Industrie
Industrie
Wonen
Eerst NEN-onderzoek
Eerst partijkeuring
Nader te bepalen
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Industrie
Industrie
Industrie
Wonen Industrie 1 (oorspr. maaiveld)
Landbouw/natuur Wonen Industrie
2 (top en diep)
Industrie 2 (oorspr.maaiveld)
Landbouw/natuur Wonen
Industrie
3 (top en diep)
3 (oorspr. maaiveld)
Wonen
Industrie
4 (top en diep)
4 (oorspr. maaiveld)
Eerst NEN-onderzoek
Eerst partijkeuring
Nader te bepalen
Landbouw/natuur
>Industrie
>Industrie
AW
Wonen
>Industrie
>Industrie
Wonen
Landbouw/natuur
Eerst NEN-onderzoek
Eerst partijkeuring
Nader te bepalen
Wonen 1A gebiedsspecifiek
Industrie
Achtergrondwaarde
Industrie geb.specifiek
Industrie
1B gebiedsspecifiek
Industrie
Achtergrondwaarde*
Eerst partijkeuring
Industrie
Openbare gemeenteweg
Industrie
Eerst NEN-onderzoek
Eerst partijkeuring
Nader te bepalen
Rijkswegen/spoorwegen
Industrie
Eerst NEN-onderzoek**
Eerst partijkeuring
Industrie
Gesaneerde locaties
Alle functies
Zie saneringsplan of BUS-melding
Te weinig gegevens
Alle functies
Eerst NEN-onderzoek
Eerst partijkeuring
Nader te bepalen
* Van zone 1B zijn te weinig waarnemingen bekend om de BKK-zone vast te stellen **Onderzoek van de ontvangende bodem is niet verplicht bij toepassen van grond op rijkswegen/spoorwegen.
Pagina 40 van 76
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019
Per zone gelden de volgende regels voor het ontgraven en toepassen van grond met de bodemkwaliteitskaart (na puntbronnencheck en melden):
Zone 1 In zone 1 is het generieke beleidskader van toepassing7.
Ontgraven van grond vanuit deze zone: Grond afkomstig uit alle lagen van zone 1 mag in het hele beheergebied vrij worden toegepast. Echter, bij toepassing in de sterk verontreinigde zone 4 kan sprake zijn van een saneringshandeling. In dat geval is een melding conform de Wet bodembescherming noodzakelijk.
Toepassen van grond binnen deze zone: Toe te passen grond binnen zone 1 moet voldoen aan de Achtergrondwaarde. Grond vanuit zone 1 mag vrij worden toegepast. Grond van buiten deze zone mag worden toegepast mits een partijkeuring of een andere milieuhygiënische verklaring uitwijst dat de grond voldoet aan de Achtergrondwaarde.
Zone 2 In zone 2 is het gebiedsspecifieke beleidskader van toepassing.
Ontgraven van grond vanuit deze zone: Grond afkomstig uit alle lagen van zone 2 is vrij toe te passen in de zones 2 t/m 4 en in zone 1A en 1B met de bodemfuncties: - wonen met tuin - plaatsen waar kinderen spelen - groen met natuurwaarden - ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie.
Toepassen van grond binnen deze zone: Toe te passen grond binnen zone 2 moet voldoen aan de gebiedsspecifieke toepassingseisen (Tabel 2.3). Grond vanuit zone 1 mag hier vrij worden toegepast. Grond afkomstig uit de landbouwgebieden van zone 2 mag binnen de deelgebieden waaruit de grond afkomstig is vrij worden hergebruikt op de bodemfunctie ‘landbouw’ (alle lagen). Grond uit andere deelzones van de regio, of van buiten de regio Amstelland en Meerlanden, mag worden toegepast in zone 2 mits een partijkeuring of een andere milieuhygiënische verklaring uitwijst dat de grond voldoet aan de gebiedsspecifieke toepassingseisen. Bij gebruik van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel kan de toepassingsmatrix (Tabel 4.3) worden geraadpleegd of toepassing is toegestaan.
Zone 3 In zone 3 is het gebiedsspecifieke beleidskader van toepassing.
Ontgraven van grond vanuit deze zone: Grond afkomstig uit alle lagen van zone 3 is vrij toe te passen in de zones 3 en 4 en in zone 1A en 1B met de bodemfuncties: - ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie. 7
Generiek beleid in zone 1 betreft het toepassingsbeleid. Voor asbest en het percentage bodemvreemd materiaal gelden de gebiedsspecifieke eisen voor het hele beheergebied.
Pagina 41 van 76
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019
Echter, de 95-percentielwaarden van de toplaag en de diepe laag van zone 3 overschrijdt voor een aantal stoffen de Interventiewaarde, waardoor de kans bestaat dat toch sterk verontreinigde grond wordt toegepast. Voor lood kan dat bijvoorbeeld een humaan risico opleveren bij de bodemfuncties ‘Wonen met tuin’, ‘Plaatsen waar kinderen spelen’, ‘Moestuin/volkstuin’ en ‘Landbouw’. Grond uit deze twee lagen van zone 3 moet daarom altijd eerst een partijkeuring ondergaan en getoetst worden aan de gebiedsspecifieke toepassingseisen voor de betreffende bodemfunctie op de toepassingslocatie als sprake is van een van deze bodemfuncties.
Toepassen van grond binnen deze zone: Toe te passen grond binnen zone 3 moet voldoen aan de gebiedsspecifieke toepassingseisen (Tabel 2.3). Grond vanuit zone 1 mag hier vrij worden toegepast. Grond vanuit andere deelzones van de regio Amstelland en Meerlanden, of van buiten de regio, mag worden toegepast in zone 3 mits een partijkeuring of een andere milieuhygiënische verklaring uitwijst dat de grond voldoet aan de gebiedsspecifieke toepassingseisen. Bij gebruik van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel kan de toepassingsmatrix (Tabel 4.3) worden geraadpleegd of toepassing is toegestaan.
Zone 4 In zone 4 is het gebiedsspecifieke beleidskader van toepassing.
Ontgraven van grond vanuit deze zone: Grond afkomstig uit zone 4 mag niet zonder onderzoek elders worden toegepast. Als een partijkeuring uitwijst dat de grond toch voldoet aan de gebiedsspecifieke norm van de toepassingslocatie, of aan het generieke toetsingskader in een toepassingsgebied met generiek beleid, dan is toepassing alsnog toegestaan.
Toepassen van grond binnen deze zone: Toe te passen grond binnen zone 4 moet voldoen aan de gebiedsspecifieke toepassingseisen (Tabel 2.3). Grond vanuit zone 1 mag hier vrij worden toegepast. Grond vanuit andere deelzones van de regio Amstelland en Meerlanden, of van buiten de regio, mag worden toegepast in zone 4 mits een partijkeuring of een andere milieuhygiënische verklaring uitwijst dat de grond voldoet aan de gebiedsspecifieke toepassingseisen. Bij gebruik van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel kan de toepassingsmatrix (Tabel 4.3) worden geraadpleegd of toepassing is toegestaan. Toepassen van grond binnen deze sterk verontreinigde zone wordt gezien als een ‘saneringshandeling’ die getoetst moet worden aan de Wet bodembescherming. Een saneringsplan of BUS-melding kan noodzakelijk zijn.
Zone 1A In zone 1A is het gebiedsspecifieke beleidskader van toepassing. De ontvangende bodem voldoet aan de Achtergrondwaarde, maar door het toestaan van toepassingen tot en met kwaliteit Industrie, zal de bodem hier verslechteren, waardoor de ontgravingskwaliteit verandert (er moet uitgegaan worden van kwaliteit Industrie).
Ontgraven van grond vanuit deze zone: Grond afkomstig uit alle lagen van zone 1A is vrij toe te passen in de zones 3 en 4 en in zone 1A en 1B met de bodemfuncties: - ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie.
Toepassen van grond binnen deze zone: Toe te passen grond binnen zone 1A moet voldoen aan de gebiedsspecifieke toepassingseisen (Tabel 2.3). Grond vanuit zone 1, 2 en 3 mag hier vrij worden toegepast. Binnen zone 1A mag vrij met grond worden geschoven.
Pagina 42 van 76
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019
Grond vanuit andere deelzones van de regio Amstelland en Meerlanden mag worden toegepast in zone 1A mits een partijkeuring of een andere milieuhygiënische verklaring uitwijst dat de grond voldoet aan de gebiedsspecifieke toepassingseisen. De gebiedsspecifieke toepassingseis in zone 1A geldt alleen voor gebiedseigen grond (van binnen het beheergebied) om het standstill-principe te waarborgen. Bij gebruik van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel kan de toepassingsmatrix (Tabel 4.3) worden geraadpleegd of toepassing is toegestaan.
Zone 1B In zone 1B is het gebiedsspecifieke beleidskader van toepassing. De ontvangende bodem voldoet aan de Achtergrondwaarde, maar er zijn te weinig waarnemingen om de zone vast te stellen. Er gelden echter bijzondere regels omdat sprake is van een gronddepot. Partijen tot en met kwaliteit industrie mogen hier worden toegepast.
Ontgraven van grond vanuit deze zone: Opgeslagen partijen grond afkomstig vanuit zone 1B zijn vrij toe te passen in de zones 3 en 4 en in zone 1A en 1B met de bodemfuncties: - ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie. Wanneer opgeslagen grond een partijkeuring ondergaat bij verlaten van het depot, mag deze grond overeenkomstig de uitslag van de keuring elders worden toegepast. Indien partijen grond op basis van de BKK gescheiden opgeslagen liggen, kan toepassing elders op basis van deze BKK-klasse mogelijk zijn.
Toepassen van grond binnen deze zone: Toe te passen grond binnen de zone 1B moet voldoen aan de gebiedsspecifieke toepassingseisen (Tabel 2.3). Grond vanuit zone 1, 2 en 3 mag hier vrij worden toegepast. Binnen zone 1B mag vrij met grond worden geschoven. Grond vanuit andere deelzones van de regio Amstelland en Meerlanden, of van buiten de regio, mag worden toegepast in zone 1B mits een partijkeuring of een andere milieuhygiënische verklaring uitwijst dat de grond voldoet aan de gebiedsspecifieke toepassingseisen. Bij gebruik van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel kan de toepassingsmatrix (Tabel 4.3) worden geraadpleegd of toepassing is toegestaan.
4.5
Toepassingsmatrix bodemkwaliteitskaart Amstelland en Meerlanden
Om te beoordelen of grondverzet mogelijk is tussen niet-verdachte herkomst- en toepassingslocaties binnen de regio kan de toepassingsmatrix worden geraadpleegd (Tabel 4.3). In deze tabel laat de verticale en horizontale balk zien welke grondstromen tussen (en binnen) bodemkwaliteitszones denkbaar zijn. In de vakjes van de tabel staat aangegeven of een bepaalde grondstroom is toegestaan (groen vakje) en eventueel onder welke voorwaarden. Daarbij is getoetst of de ontgravingskwaliteit (P80) voldoet aan de toepassingseis (per functie) van de ontvangende bodem. Als toepassing van een zekere stroom niet wordt toegestaan zonder voorafgaande partijkeuring is het vakje geel, oranje of rood gekleurd. Dan is het is aan de initiatiefnemer van het grondverzet om in te schatten of het doen van een partijkeuring voldoende kans oplevert dat de partij alsnog mag worden toegepast. Hierbij is het vanzelfsprekend dat deze kans groter is wanneer de P75 voldoet dan wanneer slechts de P25 voldoet8.
8
De genoemde percentielwaarden (P25, P50, P75) zijn geen normen waaraan getoetst moet worden. Ze geven slechts een indicatie welk deel van de totale dataset aan metingen binnen de zone voldoet aan de toepassingseis van de betreffende
Pagina 43 van 76
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019
Tabel 4.3 Toepassingsmatrix bodemkwaliteitskaart Zone van toepassing Toplaag, diepe laag en oorspronkelijk maaiveld
Toplaag 0-0,5 m-mv
Zone van herkomst N/L
1 W
I
N/L
2 W
I
1 2
50
50
50
50
3
25
25
25
25
25
25
25
25
4
25
25
25
25
25
25
25
25
nb
nb
nb
nb
nb
nb
nb
nb
2 3
75
75
75
75
25
25
25
25
50
50
25
50
4
25
25
25
25
25
25
25
25
nb
nb
nb
nb
nb
nb
nb
50
50
50
50
50
50
50
N/L
3 W
4* I
50
N/L
W
1A I
1B I
50
50
50
50
50 50
25
25
25
25
nb
nb
1A 1B infra
Diepe laag 0,5-2,0 m-mv
1 75
75 25
50
25
25
nb
nb
nb
50
50
50
50
1A 1B
Oorspr. maaiveld >2 m-mv
infra OND1 OND3 infra
Verklaring kleurgebruik:
nb
Toepassing zonder onderzoek toegestaan; Toepassing niet toegestaan, behalve als na partijkeuring blijkt dat de partij voldoet aan toepassingseis (P75 van de dataset voldoet); Toepassing niet toegestaan, behalve als na partijkeuring blijkt dat de partij voldoet aan toepassingseis (P50 van de dataset voldoet); Toepassing niet toegestaan, behalve als na partijkeuring blijkt dat de partij voldoet aan toepassingseis (P25 van de dataset voldoet); Toepassing niet toegestaan, behalve als na partijkeuring blijkt dat de partij voldoet aan toepassingseis; Wanneer partijen grond in depot gescheiden opgeslagen liggen op basis van de BKK kan toepassing op deze functies mogelijk zijn.
*
Toepassing in deze zone kan worden gezien als saneringsmaatregel. Toetsing dient plaats te vinden aan de Wbb; een saneringsplan of BUS-melding is noodzakelijk
75 50 25
N/L : Natuur/Landbouw (bodemfuncties Natuur, Landbouw, Moestuin/volkstuin) W : Wonen (bodemfuncties Wonen met tuin, Plaatsen waar kinderen spelen, Groen met natuurwaarden) I : Industrie (bodemfuncties Ander groen, Bebouwing, Infrastructuur en Industrie)
De toepassingsmatrix is alléén bruikbaar wanneer grond vanuit een bodemkwaliteitskaartzone wordt toegepast in een andere bodemkwaliteitskaartzone (of binnen een zone wordt verplaatst). Wanneer sprake is van nietgezoneerd gebied, wanneer toepassing zonder onderzoek niet is toegestaan en/of wanneer de partij grond een partijkeuring heeft ondergaan of voorzien is van een andere erkende milieuhygiënische verklaring, moet de uitkomst van deze partijkeuring of verklaring getoetst worden aan de lokale of generieke normen (Tabel 2.3.).
bodemfunctie. Als slechts een kwart van de gemeten waarden (P25) voldoet aan de toepassingseis is de kans klein dat na een partijkeuring een partij alsnog mag worden toegepast en kan men zich de kosten dus beter besparen.
Pagina 44 van 76
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019
4.6
Toepassen van grond afkomstig van buiten de regio
Voor geplande toepassingen van grond afkomstig van buiten het bodembeheergebied van de regio Amstelland en Meerlanden en de gemeenten waarvan de BKK door de gemeenten binnen de regio is geaccepteerd als bewijsmiddel geldt dat de kwaliteit van de grond moet zijn aangetoond middels een erkende milieuhygiënische verklaring, zoals een partijkeuring of productcertificaat. Toe te passen grond moet voldoen aan de toepassingseisen die gelden voor de betreffende bodemfunctie in de zone van toepassing (zie Tabel 2.3).
Toepassen grond van buiten de regio, maar van binnen het beheergebied Voor geplande toepassingen van grond van buiten de gemeentegrenzen van de regio Amstelland en Meerlanden, maar van binnen het beheergebied (Amsterdam, Haarlemmermeer, Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, OuderAmstel en Uithoorn) mag de bodemkwaliteitskaart van de betreffende gemeente worden gebruikt, mits deze wederzijds als bewijsmiddel wordt geaccepteerd. Komt de grond van een depot, dan is de bodemkwaliteitskaart op die locatie niet van toepassing en moet een andere erkende kwaliteitsverklaring kunnen worden overlegd 9. Bij het toepassen van grond in zone 2 t/m 4 en in zone 1A en 1B geldt altijd het gebiedsspecifieke toetsingskader. In die zones wordt de toepassingseis of kwaliteitseis aanvulgrond/leeflaag bepaald door de lokale bodemfunctie (toepassingseis in zone 1 is altijd Achtergrondwaarde), zie Tabel 2.3.
Toepassen grond van buiten het beheergebied Voor geplande toepassingen van grond afkomstig van buiten het beheergebied moet de kwaliteit van de toe te passen grond zijn onderzocht (partijkeuring of certificaat). Voor toepassing van die grond in zone 2 t/m 4 geldt altijd het gebiedsspecifieke toetsingskader. In die zones wordt de toepassingseis of kwaliteitseis aanvulgrond/ leeflaag bepaald door de lokale bodemfunctie (toepassingseis in zone 1 is altijd Achtergrondwaarde), zie Tabel 2.3. Het gebiedsspecifieke beleid in zone 1A (bedrijventerreinen), waarbij alleen op de bodemfunctie hoeft te worden getoetst, geldt alleen voor grond van binnen het beheergebied. Wanneer grond van buiten het beheergebied wordt toegepast moet een dubbele toets volgens het Bbk worden gedaan (bodemfunctie en kwaliteit ontvangende bodem), waarbij de strengste geldt als toepassingseis (zie ook Tabel 4.4). Voor toepassen van grond afkomstig van buiten het beheergebied binnen zone 1B (Grondbank Aalsmeer) gelden de toepassingseisen volgens de acceptatieregels van het depot conform de BRL9335-1.
4.7
Niet-gezoneerde gebieden
Gebieden met te weinig gegevens Sommige gebieden in de regio Amstelland en Meerlanden vallen buiten de werking van de bodemkwaliteitskaart. In de bodemkwaliteitskaart zijn deze “niet-gezoneerde” gebieden grijs gekleurd. Dit zijn in de meeste gevallen landbouwgebieden waarvan te weinig gegevens (bodemonderzoeken) voorhanden zijn om deze gebieden in te delen in een bodemkwaliteitszone. Binnen niet-gezoneerde gebieden mag er zonder onderzoek in principe alleen grond worden toegepast die voldoet aan de Achtergrondwaarde. Omdat de bodemfunctie in de meeste niet-gezoneerde gebieden Landbouw/natuur is en er sowieso weinig grondverzet plaatsvindt, heeft dit geen grote gevolgen. Wanneer er geen sprake is van de functie Landbouw/natuur en het toepassen van grond met kwaliteit Achtergrondwaarde niet de voorkeur heeft, moet de toepassingseis worden bepaald op basis van een partijkeuring van de toe te passen partij (wanneer de grond niet afkomstig is uit een gezoneerde bodemkwaliteitszone) én een bodemonderzoek op de toepassingslocatie (ontvangende bodem). Vervolgens 9
De grond in het depot kan wel afkomstig zijn van een vastgestelde bodemkwaliteitskaartzone en met dit kwaliteitskenmerk zijn opgeslagen. Met dit bewijsmiddel kan de grond mogelijk wel elders worden toegepast.
Pagina 45 van 76
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019
wordt de uitkomst getoetst aan de generieke toepassingseisen (dubbele toets, zie Tabel 4.4). Hierbij wordt een uitzondering gemaakt voor de bodemfunctie ‘Wonen met tuin’ en ‘Plaatsen waar kinderen spelen’. Wanneer de ontvangende bodem op deze functies in de klasse Wonen valt, mag kwaliteitsklasse Wonen worden toegepast, maar deze grond mag niet meer dan 100 mg/kg aan lood bevatten. Tabel 4.4 Bepaling toepassingseis generiek kader (dubbele toets (functie en kwaliteit), strengste geldt als toepassingseis) Bodemfunctieklasse ontvangende bodem Niet ingedeeld in een bodemfunctieklasse Wonen
Industrie
Bodemkwaliteitsklasse ontvangende bodem
Toepassingseis voor de partij toe te passen grond of baggerspecie
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Wonen
Achtergrondwaarde
Industrie
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Wonen
Wonen
Industrie
Wonen
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Wonen
Wonen
Industrie
Industrie
Wanneer de ontvangende bodem wél gezoneerd is, wordt de uitkomst van de partijkeuring getoetst aan de toepassingseis van de toepassingszone volgens Tabel 2.3.
Gesaneerde gebieden De grotere saneringslocaties of gesaneerde gebieden zijn ook niet gezoneerd. Het betreft gebieden met ofwel een leeflaag (met zorgmaatregelen) ofwel met specifieke voorwaarden wat betreft ontgraven en toepassen (beschreven in het saneringsplan of de BUS-melding). Ontgraven en/of toepassen van grond op deze saneringslocaties vallen onder de Wet bodembescherming en moeten zijn beschreven in het (raam)saneringsplan of moeten passen binnen de BUS-melding of de nazorgbeschikking. Bij het doorbreken van een leeflaag moet deze na de werkzaamheden hersteld worden volgens het saneringsplan of BUS-melding. Indien de kwaliteit van de leeflaag hierin niet beschreven staat moet de leeflaag voldoen aan de (generieke) toepassingseis op de plaats van handeling. Hierbij wordt een uitzondering gemaakt voor de bodemfunctie ‘Wonen met tuin’ en ‘Plaatsen waar kinderen spelen’. Wanneer de ontvangende bodem op deze functies in de klasse Wonen valt, mag kwaliteitsklasse Wonen worden toegepast, maar deze grond mag niet meer dan 100 mg/kg aan lood bevatten.
Openbare weg Grond afkomstig uit de openbare weg of andere infrastructuur mag niet zonder partijkeuring elders worden toegepast, ook niet in een andere openbare weg. Het materiaal (profielzand en funderingsmateriaal) mag wel zonder tussentijdse bewerking onder dezelfde condities op of nabij de plaats van vrijkomen (binnen hetzelfde werk) opnieuw worden toegepast, of worden teruggestort in de sleuf/wegcunet waar het uit komt. Ook grond die toegepast is als fundering (straatzand) is uitgezonderd van hergebruik op basis van de bodemkwaliteitskaart. Voor het hergebruiken van straatzand zal eerst een indicatief onderzoek moeten worden uitgevoerd. Als na dit onderzoek echter blijkt dat de grond toch voldoet aan de toepassingseis op de toepassingslocatie is toepassing toegestaan. Hier wordt uitgegaan van hetzelfde bodemgebruik. Indien straatzand voor andere bodemfuncties wordt aangewend is een partijkeuring noodzakelijk.