CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota bodembeheer versie Aalsmeer bijlagen

3.Raad (besluitvormend) 21 december 2023, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Wijziging Nota bodembeheer Amstelland en Meerlanden 201911.932 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota Bodembeheer Regio AmstellandMeerlanden Beleidskader voor grond- en baggerverzet

BIJLAGEN

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

DEEL 3 BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 2A Bijlage 3 3A 3B 3C 3D Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

Risico’s gebiedsspecifiek beleid De bodemfunctiekaart Gevoelige gebieden De bodemkwaliteitskaart Zonekaart Bodemkwaliteitskaart (gemiddelde, 3 dieptetrajecten) Ontgravingskaart (P80, 3 dieptetrajecten) Toepassingskaart (3 dieptetrajecten) Lijst met uitgesloten locaties (puntbronnen), incl. kaart Berekende statistische kentallen Aardkundige waarden Achtergronden toepassen baggerspecie Asbest Zienswijzen

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Bijlage 1

Risico’s gebiedsspecifiek beleid Risico’s bij gebiedsspecifiek beleid In het gebiedsspecifieke kader worden er 7 bodemfuncties onderscheiden, met elk een bepaald beschermingsniveau. Deze bescherming wordt voor humane risico’s bepaald door het feit of er veel of weinig bodemcontact is. Bij veel bodemcontact moet de concentratie aan stoffen lager zijn dan wanneer er weinig bodemcontact is. Bij ecologische risico’s wordt het beschermingsniveau bepaald door het feit of de verontreiniging invloed heeft op het ecosysteem. Er kan gekozen worden voor een hoog, gemiddeld of laag ecologisch beschermingsniveau. Ook speelt de mate van doorvergiftiging een rol (Lit. 5 en 6). Per zone is bekeken voor welke bodemfuncties welk beschermingsniveau vereist is om humane en ecologische risico’s te beperken of te voorkomen (zie Tabel B1.1). Tabel B1.1 Beschermingsniveau’s per bodemfunctie Zone

bodemfunctie

Humaan Mate bodemcontact

Humaan Mate gewasconsumptie

Ecologie Beschermingsniveau

Ecologie doorvergiftiging

1, 2 en 3

Wonen met tuin Plaatsen waar kinderen spelen Moestuinen/volkstuinen Landbouw Natuur Groen met natuurwaarden Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie

veel veel veel veel weinig weinig weinig

beperkt geen gemiddeld beperkt geen geen geen

gemiddeld gemiddeld gemiddeld hoog hoog matig matig

nvt nvt nvt gemiddeld hoog nvt nvt

4

Wonen met tuin Plaatsen waar kinderen spelen Natuur Groen met natuurwaarden Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie

weinig weinig weinig weinig weinig

geen geen geen geen geen

matig matig hoog matig matig

nvt nvt hoog nvt nvt

1A en 1B

Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie

weinig

geen

matig

nvt

Bij de keuze van een beschermingsniveau wordt er vanuit gegaan dat de bodem in de gebieden met een oudstedelijke, dichte bebouwing anders gebruikt wordt dan in de naoorlogse gebieden met grotere tuinen en moestuinen. In de eerstgenoemde gebieden is sprake van extensief gebruik van de tuin, er is weinig bodemcontact en er vindt geen gewasconsumptie uit eigen tuin plaats. Op plaatsen waar kinderen spelen is weinig bodemcontact omdat de kinderspeelplaatsen in deze gebieden vrijwel allemaal zijn afgedekt.

Berekeningen Risicotoolbox Grond afkomstig van zones en/of dieptelagen met een klassificering ‘industrie’ mag volgens het Besluit bodemkwaliteit (onder voorwaarden) zonder onderzoek worden hergebruikt. Echter, wanneer de P95 boven de interventiewaarde ligt, bestaat er kans dat sterk verontreinigde grond wordt toegepast, wat mogelijk een humaan risico oplevert. In de toplaag en de diepe laag van zone 3 en 4 ligt het 95-percentiel voor een aantal stoffen (o.a. lood) boven de interventiewaarde. Voor de toplaag en diepe laag van zone 3 geldt dat het gemiddelde en de P80 op ‘industrie’ ligt, de grond komt hiermee evt. voor hergebruik in aanmerking zonder bodemonderzoek. Om te

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

onderzoeken voor welke bodemfuncties eventueel een humaan risico zou kunnen optreden wanneer deze grond vrij wordt toegepast, zijn berekeningen gedaan met de Risicotoolbox 1. Zie Tabel B.1.2. Bij de functies ‘wonen met tuin’, ‘plaatsen waar kinderen spelen’, ‘landbouw’ en ‘moestuin/volkstuin’ kan er sprake zijn van een humaan risico bij toepassing van grond uit deze zones. Daarom moet de grond voor een geplande toepassing op deze functies eerst worden onderzocht en getoetst aan de toepassingseis. Voor toepassing van deze grond op deze functies moet sowieso al een onderzoek worden gedaan, omdat het gemiddelde van de BKK-zone (industrie) niet voldoet aan de toepassingseis van deze bodemfunctie (AW en wonen). Er kunnen tevens ecologische risico’s optreden bij toepassen van industriegrond uit zone 3. Deze worden voor bovengenoemde bodemfuncties al beperkt door geen grondverzet zonder onderzoek te laten plaatsvinden. Voor de bodemfuncties ‘groen met natuurwaarden’, ‘natuur’, en ‘ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie’ zijn ecologische risico’s ook niet uit te sluiten, maar deze zijn niet onaanvaardbaar. Het gaat immers om bestaande verontreinigingen die nu ook al in het gebied aanwezig zijn. Voor aanvoer van grond moet voldaan worden aan de toepassingseisen.

Tabel B.1.2 Risicobeoordelingen bij verschillende bodemfuncties op basis van P95 (biobeschikbaarheid lood 0,74, standaardbodem (h=10, l=25), pH=6,5, (getallen geven risico-index aan, getal > 1 betekent dat er sprake is van risico’s) Bodemfunctie

Wonen met tuin Plaatsen waar kinderen spelen Moestuin/volkstuin

Humane risico’s (LOOD) Zone 3 top 3 diep 2,04 2,22 1,5 1,63 4,65 5,05

Ecologische risico’s Zone Stof 3 top Kobalt geen Koper 4,13 Lood 2,6 Nikkel 1,87 Zink 5,67 Som-PAK 5,29 3,96 Min. olie

3 diep 1,11 4,11 2,83 2,1 6,02 6,62 4,94

Landbouw Groen met natuurwaarden

2,04 geen

2,22 geen

Cadmium Kobalt Koper Lood Kwik Nikkel Zink Som-PAK Min. olie

1,5 geen 4,13 2,6 1,69 1,87 5,67 5,29 3,96

1,42 1,11 4,11 2,83 1,81 2,1 6,02 6,62 4,94

Natuur

geen

geen

Cadmium Kobalt Koper Lood Kwik Nikkel Zink Som-PAK Min. olie

3 geen 5,58 10,9 9,33 2,09 8,1 24 3,96

2,83 2,6 5,55 11,9 10 2,34 8,59 30 4,94

Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie

geen

geen

Koper Lood Zink Som-PAK Min. olie

1,17 1,01 1,58 geen 1,5

1,17 1,1 1,67 1,13 1,88

1

Risicotoolbox bodem: Instrument voor de toetsing van bodemkwaliteit en risico’s. Deze toetsing maakt onderdeel uit van het gebiedsspecifieke spoor van het bodembeleid. Zie www.risicotoolboxbodem.nl.

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Bijlage 2

De bodemfunctiekaart De bodemfunctiekaart speelt een rol bij het toepassen van grond. Bodemfunctie en bodemkwaliteit bepalen de toepassingseis in dit kader, de strengste van deze twee is bepalend voor de toepassingseis. Sommige gebieden in de bodemfunctiekaart zijn ingedeeld onder Landbouw/Natuur vanwege de kwetsbaarheid voor bodemverontreiniging. Bijvoorbeeld het landelijk gebied (veenweidegebied, polders) is op de bodemfunctiekaart aangeduid als Landbouw/Natuur. Maar ook andere gebieden waarin eventuele bodemverontreiniging risico’s kan opleveren voor mensen, dieren of gewassen zijn aangeduid als Landbouw/Natuur, zoals bijvoorbeeld de kassengebieden, de volkstuin- en schooltuincomplexen en ecologisch waardevolle gebieden. De consequentie hiervan is dat in het generieke kader de kwaliteit van aan te brengen grond moet voldoen aan de Achtergrondwaarde. Omdat de bodemkwaliteit in deze gebieden over het algemeen voldoet aan de Achtergrondwaarde (stand-still principe) heeft dit geen ingrijpende gevolgen voor het grondverzet. In een derde deel van deze gebieden zijn er te weinig gegevens om de bodemkwaliteit vast te stellen. De betreffende gebieden zijn weergegeven in Tabel B2.1.

De functieklassen wonen en industrie Er is voor gekozen om binnen de regio alle gebieden met woondoeleinden (inclusief de boerenerven) in te delen in de functieklasse Wonen, ook al is er soms sprake van weinig bodemcontact door de mens (bij wonen zonder tuin). Stadsparken en sportvelden vallen ook onder wonen, behalve als ze ecologisch waardevol zijn of vallen binnen de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur (PEHS), tegenwoordig Natuurnetwerk Nederland (NNN) genoemd of Groene As. Bedrijventerreinen, rijks- en hoofdverkeerswegen en de bodem onder spoorwegen en rangeerterreinen, inclusief bermen, zijn ingedeeld onder Industrie. Overige infrastructuur is vanwege het detailniveau niet op de kaart ingetekend, maar valt eveneens onder de bodemfunctieklasse Industrie.

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Tabel B2.1

Gevoelige gebieden

Gemeente/ Zone dorp

Bodemkwaliteitsklasse

Gebruik

Amstelveen

1

AW

Schooltuinen Bankrasflora, Middenhoven, Amstelflora en Akkerbloem Volkstuincomplex De Duiker, Langs de Akker en Nesserlaan Amsterdamse Bos Landelijk gebied (Bovenkerkerpolder, Legmeerpolder, Middelpolder onder Amstelveen, Nes a/d Amstel)

4

>Industrie

Oever Ringvaart Haarlermmermeer (Amsterdamse Bos), stukje bij rotonde ColijnwegSchipholweg (Amsterdamse Bos)

OuderAmstel

Diemen

Aalsmeer

Uithoorn

Te weinig -

Landelijk gebied (Middelpolder)

2

Wonen

Landelijk gebied Duivendrecht

3

Industrie

Volkstuin Natuurgenot, De Federatie en Nieuw Vredelust

Te weinig -

Landelijk gebied Ouderkerk aan de Amstel (Groot-Duivendrechtse polder, KleinDuivendrechtse polder, polder De Nieuwe Bullewijk Landelijk gebied (Polder de Ronde Hoep, Holendrechter- en Bullewijkerpolder) Groengebied rondom De Poel Groengebied rondom Ouderkerkerplas

1

AW

Buurtmoestuin Sweetgrass in de Polder Diemerbos Landelijk gebied (Overdiemen, Gemeenschapspolder, Overdiemerpolder, Stammerdijk) Penbos Natuurpark Spoorzicht

3

Industrie

Buurtmoestuin de Prinses op de Erwt en de Harmonie Volkstuin Ontspanning na Arbeid (ONA)

Te weinig -

Landelijk gebied (Diemerpolder, deel Overdiemerpolder, PEN-eiland)

gesaneerd leeflaag

Diemerpolder

1

AW

Schinkelbos Landelijk gebied (Schinkelpolder)

3

Industrie

Landelijk gebied (eilandjes in Westeinderplassen en ten noorden van de Uiterweg) Kassengebied Eilandjes Molenpoel en bij Oosteinderweg

1

AW

Kassengebied en landelijk gebied Kudelstaart

2

Wonen

Landelijk gebied (Meerwijk, De Banken, Noorder Legmeer- en Thamerpolder

3

Industrie

Landelijk veenweidegebied De Kwakel Landelijk gebied (Uithoornsche polder) Eilandjes in Zijdelmeer Volkstuin Achter de Vuurlijn (De Kwakel)

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Bijlage 3

De bodemkwaliteitskaart Voorwaarden voor gebruik van de bodemkwaliteitskaart Aan het gebruik van een bodemkwaliteitskaart als milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit van de grond is een aantal voorwaarden verbonden. Deze luiden als volgt: De bodemkwaliteitskaart moet zijn opgesteld overeenkomstig de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten, sept. 2007 en wijziging per 1-4-2011 [Lit. 4]; • De locatie van herkomst moet onderdeel uitmaken van de bodemkwaliteitskaart; • De ontgravingsdiepte moet in overeenstemming zijn met de laagdikte die door de bodemkwaliteitskaart wordt beschreven; • Als de partij grond/baggerspecie ook is voorzien van een geldig ander bewijsmiddel (partijkeuring, erkende kwaliteitsverklaring) dan geldt dat andere bewijsmiddel als milieuhygiënische verklaring, omdat deze een directere uitspraak doet over de kwaliteit van de betreffende partij grond of baggerspecie. • Als de 95-percentielwaarde van de zone van herkomst groter is dan de Interventiewaarde, moet via invoer van de 95-percentielwaarde in de risicotoolbox zijn vastgesteld dat op de locatie van toepassing bij die 95percentielwaarde geen overschrijding van het saneringscriterium plaatsvindt. Is dat wel het geval dan moet de toe te passen grond een aanvullend onderzoek ondergaan.

• Wanneer tijdens de uitvoering afwijkingen worden geconstateerd door onvoorziene omstandigheden, waardoor alsnog sprake is van een verdachte locatie (bijvoorbeeld als gevolg van activiteiten of waarnemingen) is de bodemkwaliteitskaart niet van toepassing en moet alsnog aanvullend onderzoek worden gedaan. De bodemkwaliteitskaart is opgesteld volgens de acht stappen in de Richtlijn Bodemkwaliteitskaarten (sept 2007). De stappen zijn niet precies zo genoemd in deze Nota, maar zijn wel gebruikt in het proces. •

Voorbereiding en bewerking data Ter voorbereiding van de data zijn de bodemonderzoeken, die zijn uitgevoerd sinds 2013, ingevoerd in het bodemGIS Nazca. Met deze nieuwe gegevens, inclusief de oude gegevens vanaf 1999 (die er alleen in kunnen blijven als geen veranderingen zijn opgetreden), zijn de berekeningen van gehalten opnieuw uitgevoerd. Hiervoor is de data eerst bewerkt volgens de hieronder beschreven stappen: •

•

• • •

•

Gegevens van locatiespecifieke verontreinigingen, zoals bijvoorbeeld minerale olieverontreinigingen bij een tankstation, zijn niet meegenomen aangezien zij geen beeld geven van de algemene diffuse bodemkwaliteit in dat gebied; Gegevens van nadere onderzoeken, saneringsonderzoeken, tankonderzoeken, saneringsevaluaties en monitoringen zijn buiten beschouwing gelaten, omdat dit onderzoeken zijn die zich concentreren op een locatiespecifieke verontreiniging en ze niet de diffuse achtergrondwaarde vertegenwoordigen; Alle geschikte gegevens zijn per zone onderverdeeld in drie bodemlagen, namelijk de toplaag (maaiveld – 0,5 m-mv), dieptelaag (0,5 – 2,0 m-mv) en de laag dieper dan 2 meter (>2,0 m-mv); Gehalten beneden de detectielimiet zijn vervangen door een bruikbaar gehalte bestaande uit de detectielimiet x 0,7; Oude gegevens, van vóór 2013 zijn in principe niet meegenomen in de berekeningen. Deze gegevens zijn zo oud dat ze geen betrouwbaar beeld meer geven. Alleen op enkele plekken, waar geen nieuwere gegevens van de bodemkwaliteit beschikbaar zijn en er geen bouwactiviteiten hebben plaatsgevonden is data ouder dan 2013 nog gebruikt; De gegevens zijn weergegeven op kaart. Van alle geschikt bevonden monsters zijn de coördinaten bepaald en zijn de analyses getoetst aan de Achtergrondwaarden en de Maximale Waarden voor de kwaliteitsklassen Wonen en Industrie.

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Indeling in deelgebieden Om een gebied in te delen in bodemkwaliteitszones wordt gekeken naar enkele criteria die de bodemkwaliteit in een gebied bepalen en duidelijk verschillen van andere gebieden of wijken in de stad. Voor de regio Amstelland en Meerlanden zijn deze criteria: • Bodemopbouw (o.a. wel of niet opgehoogd); • Ophooggeschiedenis; • Gebruik van de bodem (wonen, industrie, landelijk gebied). Om te toetsen of de zones van de vorige BKK nog juist zijn, zijn getoetste bodemonderzoeken bekeken om te zien of er gebieden binnen een zone waren met duidelijk hogere of lagere gehalten. In enkele gevallen leidde dat tot een aanpassing van de zone-grens of afsplitsing van een deel van een zone. De indeling in deelgebieden is, behalve op de kaart, ook weergegeven in tabellen in Bijlage 3A.

Bodemkwaliteitsklassen per zone Met behulp van de oude (aangepaste) bodemkwaliteitskaarten zijn berekeningen gemaakt van de achtergrondgehalten per deelgebied om de bodemkwaliteit met de nieuwste data te bepalen. Per bodemlaag en zone zijn berekeningen gedaan voor de volgende stoffen: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen), PCB’s (som 7) en minerale olie. De uitkomsten zijn getoetst aan de Achtergrondwaarden en de Maximale Waarden voor de kwaliteitsklassen Wonen en Industrie. De volgende statistische parameters zijn bepaald: gemiddelde, 5-, 25-, 50-, 75-, 80- en 95percentielwaarde, heterogeniteitsindex, laagste waarde, hoogste waarde en aantal waarnemingen. De waarden zijn omgerekend naar standaardbodem (25% lutum en 10% humus) om de resultaten van verschillende bodems en zones onderling vergelijkbaar te maken. De resultaten bleken in sommige gevallen af te wijken van eerdere bodemkwaliteitskaarten. Zones met vergelijkbare kwaliteit zijn samengevoegd, waardoor 4 bodemkwaliteitszones ontstonden, waarvan bovenstaande statistische parameters zijn bepaald. De uitkomst (eindoordeel) van deze toetsing is weergegeven in Tabel B3.1. De uitkomst van deze tabel heeft als basis gediend voor het bepalen of gebiedsspecifiek beleid nuttig kan zijn.

Uit de kaarten blijkt dat meer dan de helft van de regio in zone 1 valt en dus schoon is (de grond voldoet aan de Achtergrondwaarde). Echter, een kwart van het gebied is niet gezoneerd (te weinig gegevens of infrastructuur). In zone 2, met kwaliteit Wonen, voldoet ruim een derde van het grondgebied niet aan de bodemfunctie Landbouw/Natuur. Dit betreft het landelijk gebied van de Duivendrechtse Polder en delen van het landelijk gebied in Uithoorn (Meerwijk, De Banken, Noorder Legmeer- en Thamerpolder). Het grootste deel van zone 3 voldoet niet aan de bodemfunctie, meer dan driekwart van het gebied heeft de bodemfunctie Landbouw/Natuur of Wonen. Het betreft hier onder andere enkele woonwijken in De Kwakel, delen van Ouderkerk aan de Amstel, de oudere woonwijken van Amstelveen en Diemen, de volkstuinparken in OuderAmstel en de eilandjes in de Westeinderplassen.

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Tabel B3.1

Eindoordeel bodemkwaliteitszones (toplaag (mv tot 0,5 m-mv), diepe laag (0,5 tot 2,0 m-mv) en oorspronkelijk maaiveld (dieper dan 2,0 m-mv)

Zone

Bodemfunctieklassse

Kwaliteitsklasse ontvangende bodem (gemiddelde)

Kwaliteitsklasse bij ontgraven (80-percentiel, P80)

Toepassingseis

Mogelijkheden hergebruik (ontgravingskaart)*

1 (top en diep)

Landbouw/natuur

Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde (overal toepasbaar)

Wonen Industrie 1 (oorspr. maaiveld)

Landbouw/natuur

Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde

Eerst NEN-onderzoek

Eerst partijkeuring

Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde

Eerst NEN-onderzoek

Eerst partijkeuring

Nader te bepalen

20,3% niet bekend

Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde

Eerst NEN-onderzoek

Eerst partijkeuring

Nader te bepalen

2,1% niet bekend

Landbouw/natuur

Wonen

Wonen

Achtergrondwaarde

31,6% voldoet niet aan functie

Wonen

Wonen

Wonen

Wonen

68,4% voldoet aan functie

Industrie

Industrie

Achtergrondwaarde

10,5% voldoet aan

Eerst NEN-onderzoek

Eerst partijkeuring

Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde

Industrie

Industrie

Wonen

Eerst NEN-onderzoek

Eerst partijkeuring

Nader te bepalen

Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde

Industrie

Industrie

Industrie

25,4% voldoet niet aan functie

Eerst NEN-onderzoek

Eerst partijkeuring

Nader te bepalen

64,1% niet bekend

Landbouw/natuur

Industrie

Industrie

Achtergrondwaarde

Wonen

Industrie

Industrie

Wonen

87,1% voldoet niet aan functie

Industrie

Industrie

Industrie

Industrie

12,9% voldoet aan functie

Landbouw/natuur

Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde

Niet toepasbaar

Industrie

Industrie

Eerst NEN-onderzoek

Eerst partijkeuring

Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde

Industrie

Industrie

Wonen

Eerst NEN-onderzoek

Eerst partijkeuring

Nader te bepalen

Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde

Industrie

Industrie

Industrie

56,3% voldoet aan functie

Eerst NEN-onderzoek

Eerst partijkeuring

Nader te bepalen

43,7% niet bekend

>Industrie

>Industrie

AW

Niet toepasbaar

Wonen Industrie

2 (top en diep)

Achtergrondwaarde

77,6% niet bekend

Industrie 2 (oorspr. maaiveld)

Landbouw/natuur Wonen

Industrie

3 (top en diep)

3 (oorspr. maaiveld)

Wonen

Industrie

4 (top en diep)

*

Landbouw/natuur

Achtergrondwaarde

functie

Wonen

>Industrie

>Industrie

Wonen

4 (oorspr. maaiveld)

Landbouw/natuur

Eerst NEN-onderzoek

Eerst partijkeuring

Nader te bepalen

1A en 1B

Industrie

Nader te bepalen

Wonen

Aanvankelijk Achtergrondwaarde, maar Industrie Gebiedsspecifieke geb.specifiek beleid beinvloedt de kwaliteit (geb.specifiek) mogelijkheden Grond afkomstig uit de betreffende zone (zie ontgravingskaart, Bijlage 3C en Bijlage 5 (op basis van P80) is volgens deze kolom in de eigen zone of elders toe te passen (bijv. zone 2 heeft kwaliteit wonen, het deel van het grondgebied van deze zone met de functie wonen kan deze kwaliteit grond ontvangen)).

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Betrouwbaarheid en statistische kentallen De Richtlijn schrijft voor dat, om een voldoende betrouwbaar beeld van de bodemkwaliteit van een gebied te hebben, de zones tenminste aan de volgende voorwaarden moeten voldoen: • • •

Van elke zone en bodemlaag moeten tenminste 20 meetgegevens bekend zijn. Van elk niet-aaneengesloten deel van een zone moeten tenminste 3 meetgegevens beschikbaar zijn; In elke zone moeten de gegevens voldoende verspreid liggen zodat, als een gebied in 20 gelijke vlakken wordt verdeeld, er in tenminste 10 vlakken één of meer waarnemingen zijn; Er zijn geen gebieden in een zone met duidelijk afwijkende gehalten of op- of aflopende gehalten.

Van enkele gebieden is het nodig gebleken om aanvullende bodemonderzoeksgegevens te verzamelen. Dit is gebeurd door voornamelijk oudere bodemonderzoeken te selecteren van locaties waar geen bouwactiviteiten, of andere activiteiten in de bodem hebben plaatsgevonden. In de zones waar sprake is van voldoende gegevens zijn deze ook voldoende gelijkmatig verspreid. Ondanks het feit dat de indeling van zones zo is gekozen dat binnen een gebied een vergelijkbare bodemkwaliteit kan worden verwacht, is er binnen de zone toch een bepaalde mate van variabiliteit aanwezig. De meeste gehalten zullen rond het gemiddelde liggen, maar er zijn ook hoge en lage gehalten. De percentielwaarde, bijvoorbeeld het 80-percentiel (P80), geeft het getal aan waar 80% van de gehalten onder ligt.

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Bijlage 3A t/m 3D Kaarten BKK 3A-1 3A-2 3B 3C 3D

Zonekaart (toplaag en diepe laag (tot 2,0 m-mv) Zonekaart oorspronkelijk maaiveld (vanaf 2,0 m-mv) Bodemkwaliteitskaart op basis van gemiddelde per zone (3 dieptetrajecten) Ontgravingskaart op basis van 80-percentielwaarde (3 dieptetrajecten) Toepassingskaart (3 dieptetrajecten)

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Bijlage 4

Lijst en kaart met uitgesloten locaties (Locatiespecifieke verontreinigingen)

Locatienaam

Rapportnummer

Aalsmeerderweg 509 Aart van der Neerweg 1 -3 Achter het Kampje 2a Ambachtenstraat 49 Ouderkerk aan de Amstel Amsteldijk Zuid 198 Amsteldijk Zuid 198 Amsterdamseweg 221 Amsterdamseweg 264 Amsterdamseweg 342-348 Amsterdamseweg 467 Amsterdamseweg 513 Boterdijk 33-35 Bovenkerkerweg 83b Diemerpolderweg 2 Dr. Schaepmanlaan 5-7 GPA deelgebied 7 (America) GPA deelgebied 9 (Azie Groenelaan 2 Heemraadschapslaan 20 Hoofdweg 76 Iepenlaan 46&48 Industrieweg 15 Jac. P. Thijsselaan 9 Kostverlorenhof 2 e.o. Kostverlorenkade 23-25 Kudelstaartseweg 100 Legmeerdijk 303 VBA Oost Loopveld 7 veld 18 Machineweg 25-27 Mgr.dr. H. Poelslaan ong Mijnsherenweg 52 Molenweg 9 T/M 15 Amstelveen Nieuwe Karselaan 38-42 Nijverheidsstraat 4-6 Noordvork Deellocatie 3: Stommeerkade 35b Aalsmeer Noordvork Deellocatie 6: Stommeerkade 35d Oosteinderweg 248 Oosteinderweg 248 Oosteinderweg 60 Oostelijke Poeloevers (Handweg 71-119) Ouderkerkerlaan sportveld Overdiemerweg 35 (380 kV-station) Prinses Beatrixlaan 3 Prinses Beatrixlaan 3 Rijksweg A9 (Q8 zuidzijde)

T.13.7257 4604-90045 2012242 BO 8227 1407G456 424 R13-B135 14020 NEAM141119 R15-B188 R13-B159 142361 25175 proj. nr. 2009257/am/sh 21976 079627748A 140945 VWB00215 14-2261-R01JV 120909 NEN.2015.0005 13132-rap MT.13208 16HB0629 R17-B209 B012254 T.13.7073 P17-0337-010 271599 21503 12046916 NC803.0200/068G A0587 Aw89.006kt.rap.doc 11239-rapp1 09217 rapp1 13750 R16-B518 (versie 2) R14-B132 B15.6110/R6110/MV RW1929-106-287/17-004.246 15J057.RAP006.FG.NL R12-B495 R14-B532 1300402A

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Locatienaam

Rapportnummer

Ringdijk BP 11 Uiterweg 139 Uiterweg 168 Uiterweg 89 Verrijn Stuartweg 52 Acifitterrein Visseringweg/Venserweg (vml. vuilstort) Zonnestein 66 Zwarteweg 69-75 Zwarteweg 77-77A Zwarteweg 77-77A

P13M0015 0214MIL4228 13.033.002 0501601A Project 2498 20120889-02 17HB0521v2 150106 20041941/PVIA 15HB0338

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Bijlage 5

Berekende statistische kentallen Bodemkwaliteitskaart Regio Amstelland en Meerlanden 2019 Generieke Maximale Waarden (in mg/kg) Stoffen

MW wonen

AW

MW industrie

Barium2

Kleurcodes

I-waarde bodem

920

Voldoet aan Achtergrondwaarde (AW)

Cadmium

0,6

1,2

4,3

13

Voldoet aan Maximale Waarde Wonen

Cobalt

15

35

190

190

Voldoet aan Maximale Waarde Industrie

Koper

40

54

190

190

Overschrijdt Maximale Waarde Industrie

Kwik

0,15

0,83

4,8

36

Lood

50

210

530

530

Molybdeen

1,5

88

190

190

Nikkel

35

39

100

100

Zink

140

200

720

720

Index < 0,2

weinig heterogeniteit

PAK

1,5

6,8

40

40

0,2 < Index < 0,5

beperkte heterogeniteit

Minerale olie

190

190

500

5000

0,5 < Index < 0,7

heterogeniteit

PCB (som7)

0,02

0,04

0,5

1

Index > 0,7

sterke heterogeniteit

Bodemkwaliteitsklasse: AW

Lutum : 10,2% OS : 6,1% Gem RTB >Ind P95>I

Kleurcodes Heterogeniteitsindex (HI)

Bodemkwaliteitskaart Regio Amstelland en Meerlanden 2019 Berekende waarden bovengrond (0-0,50 m-mv) (in mg/kg) Zone 1

2

Toplaag (0 m-mv tot 0,5 m-mv)

Stoffen

N

Min

P5

P25

P50

P75

P80

P95

Max

Gem

Barium

504

3,4

32

48

74

95

106

Cadmium

504

0,024

0,21

0,27

0,32

0,34

Cobalt

504

2,9

5,3

7,0

8,6

11

Koper

504

0,05

7,4

10

12

21

Kwik

504

0,029

0,06

0,07

0,09

0,14

Lood

504

1,1

14

16

23

42

Molybdeen

504

0,05

0,5

1

1,5

Nikkel

504

7,2

12

16

19

Zink

503

3,9

41

47

66

PAK

501

0,001

0,10

0,35

0,40

1

1,3

5,8

Minerale olie

499

2,3

20

58

100

175

175

285

PCB (som7)

501

0,001

0,003

0,008

0,016

0,025

0,025

0,049

0,19

HI

198

1201

89

0,41

0,60

1,8

0,35

0,11

Nee

Nee

11

16

84

9,7

0,06

Nee

Nee

21

43

171

18

0,23

Nee

Nee

0,16

0,48

24

0,26

0,09

Nee

Nee

48

136

407

38

0,25

Nee

Nee

1,5

1,5

1,5

26

1,4

0,01

Nee

Nee

22

23

35

273

21

0,35

Nee

Nee

97

109

200

576

87

0,27

Nee

Nee

27

1,3

0,15

Nee

Nee

1800

128

0,85

Nee

Nee

0,02

0,09

Nee

Nee

De norm voor barium is tijdelijk ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg d.s.

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Bodemkwaliteitskaart Regio Amstelland en Meerlanden 2019 Berekende waarden bovengrond (0-0,50 m-mv) (in mg/kg)

Zone 1A

Stoffen

Toplaag (0 m-mv tot 0,5 m-mv) Bodemkwaliteitsklasse: AW Bedrijventerreinen Aalsmeer, Amstelveen, Uithoorn N

Min

P5

P25

P50

P75

P80

P95

Max

Gem

Lutum : 12,5% OS : 7,5% Gem RTB HI >Ind P95>I

Barium

53

25

40

56

72

101

109

227

385

92

Cadmium

53

0,22

0,24

0,32

0,34

0,51

0,54

0,82

1,7

0,44

0,16

Nee

Nee

Cobalt

53

6,0

7,0

7,9

9,2

12

14

21

27

11

0,08

Nee

Nee

Koper

53

8,1

9,0

12

17

27

30

60

121

24

0,34

Nee

Nee

Kwik

53

0,05

0,06

0,07

0,09

0,15

0,15

0,24

0,40

0,12

0,04

Nee

Nee

Lood

53

14

15

24

45

68

70

98

263

50

0,17

Nee

Nee

Molybdeen

53

0,5

0,5

0,62

1,05

1,5

1,5

1,6

2,3

1,1

0,01

Nee

Nee

Nikkel

53

11

15

20

23

27

29

38

50

25

0,36

Nee

Nee

Zink

53

41

47

77

122

180

189

255

570

136

0,36

Nee

Nee

PAK

52

0,07

0,14

0,36

1,1

2,4

2,5

7,1

35

2,4

0,18

Nee

Nee

Minerale olie

53

13

21

29

50

100

100

175

528

75

0,50

Nee

Nee

PCB (som7)

51

0,002

0,005

0,006

0,011

0,021

0,025

0,04

0,33

0,021

0,08

Nee

Nee

Gem

Lutum : 20% OS : 5,8% Gem RTB HI >Ind P95>I

Zone 1B

Stoffen

Toplaag (0 m-mv tot 0,5 m-mv) Gronddepot Aalsmeer N

Min

P5

P25

Bodemkwaliteitsklasse: AW

P50

P75

P80

P95

Max

Barium

5

30

30

32

37

38

38

39

39

35

Cadmium

5

0,38

0,38

0,40

0,42

0,45

0,46

0,52

0,54

0,44

0,04

Nee

Nee

Cobalt

5

6,3

6,4

6,9

7,4

8,3

8,5

9,2

9,49

7,7

0,02

Nee

Nee

Koper

5

14

14

16

16

17

17

17

17

16

0,02

Nee

Nee

Kwik

5

0,10

0,10

0,11

0,11

0,12

0,12

0,13

0,13

0,11

0,01

Nee

Nee

Lood

5

18

19

26

29

40

40

42

42

31

0,05

Nee

Nee

Molybdeen

5

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

0,0

Nee

Nee

Nikkel

5

16

17

18

19

21

21

21

21

19

0,07

Nee

Nee

Zink

5

72

72

72

72

72

72

72

72

72

0,0

Nee

Nee

PAK

5

0,07

0,08

0,1

0,15

0,20

0,22

0,27

0,29

0,16

0,01

Nee

Nee

Minerale olie

5

26

26

27

49

54

63

91

100

51

0,21

Nee

Nee

PCB (som7)

5

0,006

0,006

0,007

0,007

0,012

0,014

0,022

0,025

0,011

0,03

Nee

Nee

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Bodemkwaliteitskaart Regio Amstelland en Meerlanden 2019 Berekende waarden bovengrond (0-0,50 m-mv) (in mg/kg) Zone 2

Toplaag (0 m-mv tot 0,5 m-mv)

P5

P25

P50

P75

P80

N

Barium

195

23

47

70

91

144

165

298

2541

133

Cadmium

195

0,14

0,20

0,29

0,33

0,45

0,49

0,73

1,6

0,39

0,14

Nee

Nee

Cobalt

195

5,0

6,4

7,8

9,4

12

13

17

137

11

0,06

Nee

Nee

Koper

194

7,2

8,7

12

20

28

31

64

269

26

0,37

Nee

Nee

Kwik

195

0,04

0,06

0,07

0,14

0,22

0,24

0,58

1,6

0,20

0,11

Nee

Nee

Lood

195

2,8

14

20

36

66

80

179

2742

72

0,34

Nee

Nee

Molybdeen

195

0,5

0,9

1,5

1,5

1,5

1,5

2,1

6,0

1,5

0,01

Nee

Nee

Nikkel

195

8,1

14

18

22

25

26

38

118

23

0,37

Nee

Nee

Zink

195

31

41

65

102

152

176

373

2373

144

0,57

Nee

Nee

PAK

192

0,04

0,27

0,37

0,82

1,6

1,9

7,4

86

2,8

0,19

Nee

Nee

Minerale olie

194

7,9

29

64

118

188

190

371

1450

150

1,1

Nee

Nee

PCB (som7)

194

0,001

0,003

0,006

0,011

0,025

0,025

0,034

0,18

0,015

0,07

Nee

Nee

Toplaag (0 m-mv tot 0,5 m-mv)

Min

P5

P25

P95

Max

Gem

Lutum : 7,9% OS : 8,0% Gem RTB HI >Ind P95>I

Stoffen

Zone 3

Min

Bodemkwaliteitsklasse: Wonen

Bodemkwaliteitsklasse: Industrie

P50

P75

P80

Lutum : 8,6% OS : 14,6% Gem RTB HI >Ind P95>I

Stoffen

N

P95

Max

Gem

Barium

432

27

55

120

196

377

426

1095

5038

337

Cadmium

437

0,07

0,19

0,30

0,41

0,68

0,78

1,8

12

0,66

0,43

Nee

Nee

Cobalt

434

2,7

6,1

8,8

11

16

18

34

162

15

0,16

Nee

Nee

Koper

437

2,6

10

25

41

69

77

223

1446

79

1,4

Nee

Ja

Kwik

437

0,03

0,07

0,14

0,33

0,58

0,65

1,4

24

0,55

0,29

Nee

Nee

Lood

437

4,7

16

61

117

216

250

546

3328

191

1,1

Nee

Ja

Molybdeen

435

0,5

0,5

1,2

1,5

1,5

1,6

3,2

130

2,2

0,02

Nee

Nee

Nikkel

437

0,25

12

20

26

38

44

73

1006

35

0,94

Nee

Nee

Zink

437

14

47

122

207

428

494

1134

7555

365

1,9

Nee

Ja

PAK

400

0,07

0,33

0,92

1,9

4,7

6,3

36

240

9,0

0,93

Nee

Nee

Minerale olie

399

4,0

20

46

100

190

227

752

16667

242

2,4

Nee

Nee

PCB (som7)

391

0,001

0,002

0,004

0,01

0,025

0,025

0,07

4,7

0,03

0,13

Nee

Nee

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Bodemkwaliteitskaart Regio Amstelland en Meerlanden 2019 Berekende waarden bovengrond (0-0,50 m-mv) (in mg/kg) Zone 4

Toplaag (0 m-mv tot 0,5 m-mv)

Min

P5

P25

Bodemkwaliteitsklasse: > Industrie

P50

P75

P80

P95

Max

Gem

Lutum OS

: 9,4% : 8,5% Gem RTB >Ind P95>I

Stoffen

N

Barium

HI

22

37

43

75

233

602

728

964

1874

393

Cadmium

22

0,22

0,31

0,34

0,54

1,1

1,2

6,3

6,6

1,2

1,6

Nee

Nee

Cobalt

22

5,5

6,8

9,3

11

19

20

39

63

16

0,19

Nee

Nee

Koper

22

10

10

17

30

99

122

511

1180

132

3,3

Nee

Ja

Kwik

22

0,07

0,07

0,11

0,17

0,94

1,2

3,8

13

1,2

0,80

Nee

Nee

Lood

22

25

28

46

140

734

1062

1765

3169

526

3,6

Nee

Ja

Molybdeen

22

1,05

1,5

1,5

1,5

1,5

1,7

1,9

2,8

1,6

0,003

Nee

Nee

Nikkel

22

14

17

20

24

43

45

83

158

37

1,0

Nee

Nee

Zink

22

59

65

91

264

1135

1491

4124

37234

2361

7,0

Ja

Ja

PAK

22

0,55

0,68

2,9

10

37

62

109

255

36

2,8

Nee

Ja

Minerale olie

22

16

46

92

156

298

359

1261

2576

378

3,9

Nee

Nee

PCB (som7)

22

0,003

0,004

0,008

0,013

0,02

0,02

0,04

0,35

0,03

0,08

Nee

Nee

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Bodemkwaliteitskaart Regio Amstelland en Meerlanden 2019 Berekende waarden ondergrond (0,50-2,0 m-mv) (in mg/kg) Zone 1

Diepe laag (0,50 m-mv tot 2,0 m-mv)

Min

P5

P25

Bodemkwaliteitsklasse: AW

P50

P75

P80

P95

Max

Lutum : 10,5% OS : 7,1% Gem RTB HI >Ind P95>I

Stoffen

N

Barium

Gem

454

7,4

26

41

66

78

79

165

581

73

Cadmium

454

0,02

0,13

0,26

0,31

0,34

0,34

0,60

3,2

0,34

0,13

Nee

Nee

Cobalt

454

1,2

5,0

6,7

8,2

11

11

16

63

9,1

0,06

Nee

Nee

Koper

454

0,20

6,6

8,5

10

17

20

31

147

14

0,16

Nee

Nee

Kwik

454

0,02

0,05

0,06

0,07

0,11

0,13

0,40

14

0,16

0,08

Nee

Nee

Lood

454

1,5

11

15

16

27

32

96

455

30

0,18

Nee

Nee

Molybdeen

454

0,05

0,5

1,0

1,5

1,5

1,5

1,5

26

1,4

0,01

Nee

Nee

Nikkel

454

7,2

12

15

18

21

23

35

273

20

0,36

Nee

Nee

Zink

454

11

31

45

47

72

78

139

809

68

0,19

Nee

Nee

PAK

454

0,001

0,07

0,35

0,35

0,91

1,0

3,4

42

1,1

0,09

Nee

Nee

Minerale olie

448

2,3

17

81

140

175

175

250

1650

144

0,75

Nee

Nee

PCB (som7)

452

0,001

0,002

0,01

0,025

0,025

0,025

0,049

0,19

0,022

0,10

Nee

Nee

Zone 1A Diepe laag (0,50 m-mv tot 2,0 m-mv) Bedrijventerreinen Aalsmeer, Amstelveen, Uithoorn

Bodemkwaliteitsklasse: AW

Stoffen

P80

N

Min

P5

P25

P50

P75

P95

Max

Gem

Lutum : 10,5% OS : 4,1% Gem RTB HI >Ind P95>I

Barium

50

23

25

34

46

76

78

113

167

57

Cadmium

50

0,03

0,23

0,30

0,31

0,34

0,34

0,43

0,47

0,31

0,05

Nee

Nee

Cobalt

50

6,1

6,7

7,5

8,6

11

13

22

28

11

0,09

Nee

Nee

Koper

50

5,2

5,4

7,9

9,7

14

15

27

42

12

0,14

Nee

Nee

Kwik

50

0,04

0,04

0,06

0,06

0,07

0,07

0,15

0,40

0,08

0,02

Nee

Nee

Lood

50

9,1

9,3

14

16

28

31

70

91

24

0,13

Nee

Nee

Molybdeen

50

0,5

0,5

0,61

1,05

1,5

1,5

1,5

2,9

1,1

0,01

Nee

Nee

Nikkel

50

15

16

18

21

29

32

43

292

33

0,42

Nee

Nee

Zink

50

34

40

47

59

89

101

148

218

75

0,19

Nee

Nee

PAK

46

0,07

0,07

0,15

0,35

1,5

1,7

2,2

35

1,5

0,06

Nee

Nee

Minerale olie

50

10

24

48

100

173

175

175

195

99

0,49

Nee

Nee

PCB (som7)

45

0,002

0,005

0,012

0,025

0,025

0,025

0,026

0,07

0,020

0,04

Nee

Nee

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Bodemkwaliteitskaart Regio Amstelland en Meerlanden 2019 Berekende waarden ondergrond (0,50-2,0 m-mv) (in mg/kg)

Zone 2

Diepe laag (0,50 m-mv tot 2,0 m-mv)

Stoffen

N

Barium

166

23

34

54

78

97

124

Cadmium

166

0,03

0,13

0,27

0,31

0,34

Cobalt

166

3,8

6,2

7,8

11

13

Koper

166

3,2

7,2

8,9

10

Kwik

164

0,04

0,06

0,07

Lood

165

7,9

12

15

Molybdeen

166

0,05

1,05

Nikkel

166

2,6

12

Zink

166

18

PAK

162

Minerale olie

164

PCB (som7)

164

Zone 3

Min

P5

P25

Bodemkwaliteitsklasse: Wonen

P50

P75

P80

Max

Gem

369

746

108

0,43

0,67

1,5

0,36

0,15

Nee

Nee

14

20

75

11

0,08

Nee

Nee

21

23

65

360

22

0,39

Nee

Nee

0,07

0,16

0,21

0,70

2,6

0,20

0,14

Nee

Nee

20

41

60

216

706

52

0,43

Nee

Nee

1,5

1,5

1,5

1,5

1,8

25

1,6

0,01

Nee

Nee

15

19

24

26

40

58

21

0,44

Nee

Nee

33

45

54

106

134

345

1329

108

0,54

Nee

Nee

0,05

0,07

0,35

0,37

1

1,3

6,4

29

1,5

0,16

Nee

Nee

31

44

89

146

190

190

432

1460

172

1,3

Nee

Nee

0.001

0,001

0,01

0,022

0,025

0,025

0,04

0,18

0,02

0,08

Nee

Nee

Diepe laag (0,50 m-mv tot 2,0 m-mv)

Min

P5

P25

P95

Bodemkwaliteitsklasse: Industrie

Stoffen

N

Barium

390

22

44

90

P50 172

P75 367

P80 426

P95 1096

Max

Gem

Cadmium

393

0,07

0,09

0,24

0,34

0,60

0,72

Cobalt

388

2,8

5,3

8,2

11

16

18

Koper

393

1,3

6,8

16

34

71

81

Kwik

393

0,02

0,06

0,12

0,27

0,60

0,71

Lood

393

1,3

14

40

99

216

248

Molybdeen

392

0,5

0,5

1,4

1,5

1,5

1,8

4,0

Nikkel

393

2,3

11

18

25

38

44

82

Zink

393

13

35

79

167

415

487

1203

PAK

384

0,04

0,15

0,61

1,6

4,9

6,9

45

Minerale olie

379

3,9

21

57

114

224

279

939

PCB (som7)

375

0,0006

0,001

0,003

0,009

0,025

0,025

0,1

1,7

HI

Lutum : 7,8% OS : 7,5% Gem RTB >Ind P95>I

Lutum : 9,1% OS : 17,7% Gem RTB HI >Ind P95>I

5038

332

1,7

26

0,62

0,44

Nee

Nee

39

162

15

0,19

Nee

Nee

222

5289

89

1,4

Nee

Ja

1,5

13

0,53

0,32

Nee

Nee

594

3328

185

1,2

Nee

Ja

27

1,9

0,02

Nee

Nee

379

33

1,1

Nee

Nee

3402

338

2,0

Nee

Ja

249

9,7

1,2

Nee

Ja

16667

301

3,0

Nee

Nee

0,03

0,21

Nee

Nee

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Bodemkwaliteitskaart Regio Amstelland en Meerlanden 2019 Berekende waarden ondergrond (0,50-2,0 m-mv) (in mg/kg) Zone 4

Diepe laag (0,50 m-mv tot 2,0 m-mv)

Min

P5

P25

Bodemkwaliteitsklasse: > Industrie

P50

P75

P80

P95

Max

Gem

Lutum OS

: 8,8% : 8,1% Gem RTB >Ind P95>I

Stoffen

N

Barium

HI

21

28

43

120

273

429

523

866

1046

345

Cadmium

21

0,12

0,22

0,31

0,61

1,2

2,0

6,5

6,6

1,3

1,7

Nee

Nee

Cobalt

21

5,5

6,7

8,8

11

20

21

41

63

18

0,19

Nee

Nee

Koper

21

6,8

9,3

16

72

128

285

829

1180

184

5,5

Nee

Ja

Kwik

21

0,06

0,067

0,12

0,26

1,1

1,6

2,4

13

1,3

0,50

Nee

Nee

Lood

21

13

25

47

241

662

766

1784

3169

537

3,7

Ja

Ja

Molybdeen

21

1,05

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

2,1

2,8

1,6

0,004

Nee

Nee

Nikkel

21

15

17

19

27

45

53

100

158

40

1,3

Nee

Nee

Zink

21

37

56

111

488

1086

1324

6577

37234

2606

11

Ja

Ja

PAK

21

0,12

0,35

5,6

9,8

58

81

110

255

40

2,8

Nee

Ja

Minerale olie

21

18

24

113

148

774

1000

1591

2576

507

5,1

Ja

Nee

PCB (som7)

21

0,001

0,003

0,007

0,008

0,019

0,02

0,02

0,036

0,01

0,04

Nee

Nee

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Bodemkwaliteitskaart Regio Amstelland en Meerlanden 2019 Berekende waarden oorspronkelijk maaiveld (> 2,0 m-mv) (in mg/kg) Zone 1

Oorspronkelijk maaiveld (> 2,0 m-mv)

P25

P50

HI

: 10,5% : 14,5% Gem RTB >Ind P95>I

0,27

0,10

Nee

Nee

33

9,8

0,08

Nee

Nee

44

12

0,14

Nee

Nee

0,47

1,6

0,14

0,09

Nee

Nee

30

90

209

29

0,17

Nee

Nee

1,5

1,5

5,1

1,4

0,01

Nee

Nee

27

32

70

21

0,34

Nee

Nee

59

68

145

555

68

0,20

Nee

Nee

0,39

0,47

1

5,7

0,49

0,02

Nee

Nee

1000

151

0,71

Nee

Nee

0,245

0,019

0,05

Nee

Nee

N

Barium

87

12

18

40

63

84

95

210

891

85

Cadmium

87

0,07

0,09

0,18

0,28

0,33

0,34

0,47

0,60

Cobalt

87

3,7

5,3

7,1

8,9

11

11

19

Koper

87

0,20

5,4

8,1

10

14

17

26

Kwik

87

0,02

0,04

0,06

0,07

0,11

0,14

Lood

87

3,1

8,9

14

16

26

Molybdeen

87

0,5

0,60

1,5

1,5

1,5

Nikkel

87

7

9,7

15

19

24

Zink

87

20

28

40

47

PAK

86

0,06

0,07

0,27

0,35

Minerale olie

86

6,6

31

100

167

175

175

250

PCB (som7)

86

0,001

0,001

0,004

0,025

0,025

0,025

0,025

Stoffen

P5

P75

P80

Oorspronkelijk maaiveld (> 2,0 m-mv) Ouder Amstel en Diemen N

Min

P5

P25

P95

Max

Lutum OS

Stoffen

Zone 3

Min

Bodemkwaliteitsklasse: AW

Gem

Bodemkwaliteitsklasse: Industrie

P50

P75

P80

P95

Max

Gem

Lutum : 4,9% OS : 24% Gem RTB HI >Ind P95>I

Barium

31

49

53

68

78

83

133

388

426

121

Cadmium

31

0,07

0,07

0,13

0,30

0,34

0,38

0,60

0,60

0,29

0,14

Nee

Nee

Cobalt

31

4,4

6,7

8,0

10

11

11

18

29

10

0,06

Nee

Nee

Koper

31

2,5

2,9

9,3

20

22

23

43

87

19

0,27

Nee

Nee

Kwik

31

0,05

0,05

0,07

0,15

0,28

0,44

0,81

1,6

0,28

0,16

Nee

Nee

Lood

31

6,1

9,4

16

20

79

94

155

207

51

0,30

Nee

Nee

Molybdeen

31

1,05

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

1,9

1,5

0

Nee

Nee

Nikkel

31

10

11

12

18

21

25

33

58

19

0,33

Nee

Nee

Zink

31

15

18

42

47

109

127

166

227

78

0,26

Nee

Nee

PAK

31

0,12

0,23

0,35

0,63

1,1

1,2

1,8

3,6

0,84

0,04

Nee

Nee

Minerale olie

31

36

44

117

175

225

258

402

667

193

1,2

Nee

Nee

PCB (som7)

31

0,001

0,001

0,003

0,007

0,025

0,025

0,025

0,025

0,01

0,05

Nee

Nee

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Bodemkwaliteitskaart Regio Amstelland en Meerlanden 2019 Berekende waarden oorspronkelijk maaiveld (> 2,0 m-mv) (in mg/kg) Zone 3

Stoffen

Oorspronkelijk maaiveld (> 2,0 m-mv) Aalsmeer N

Min

P5

P25

P50

Bodemkwaliteitsklasse: Industrie

P75

P80

P95

Max

701

1076

1201

420

0,43

0,58

0,63

0,28

0,14

Nee

Nee

55

63

21

0,29

Nee

Nee

164

174

74

1,1

Nee

Nee

0,45

0,19

0,08

Nee

Nee

72

28

0,12

Nee

Nee

4,6

2,1

0,02

Nee

Nee

125

45

1,6

Nee

Nee

323

351

150

0,5

Nee

Nee

6,3

6,6

3,8

0,15

Nee

Nee

119

91

0,24

Nee

Nee

0,07

0,02

0,12

Nee

Nee

Barium

4

54

54

56

212

576

Cadmium

4

0,07

0,08

0,11

0,22

0,39

Cobalt

4

2,8

3,6

6,8

8,7

23

31

Koper

4

2,5

4,0

9,8

61

125

135

Kwik

4

0,04

0,05

0,07

0,14

0,27

0,30

0,41

Lood

4

5,8

6,5

9,1

16

35

42

65

Molybdeen

4

0,9

0,99

1,4

1,5

2,3

2,7

4,1

Nikkel

4

7

9,0

17

24

52

67

111

Zink

4

13

21

54

118

214

241

PAK

4

0,22

0,71

2,7

4,2

5,3

5,6

Minerale olie

4

36

44

76

104

118

118

119

PCB (som7)

4

0,001

0,001

0,0028

0,004

0,02

0,03

0,06

Gem

HI

Lutum : 10% OS : 32% Gem RTB >Ind P95>I

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Bijlage 6

Aardkundige waarden

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Bijlage 7

Achtergronden toepassen baggerspecie Bevoegd gezag toepassen baggerspecie Voor de toepassing van baggerspecie op de landbodem binnen de gemeentegrenzen is de gemeente bevoegd gezag. Voor de toepassing van baggerspecie in oppervlaktewater wordt verwezen naar de waterkwaliteitsbeheerders als bevoegde gezagen ingevolge de Waterwet (Tabel B7.1). Tabel B7.1 Bevoegde gezagen oppervlaktewateren

Rijkswateren

Lokale en regionale wateren

Rijkswaterstaat Directie Noord-Holland

Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (uitvoering door Waternet) Hoogheemraadschap van Rijnland

De legger van een watergang geeft in principe de grens tussen de bevoegdheid van de gemeente en de waterkwaliteitsbeheerders weer. Naast de regelgeving vanuit het Besluit voor de droge oevers kunnen ook vereisten uit de Keur en beheersvoorwaarden van de kwaliteitsbeheerder aan de orde zijn.

Wijziging bevoegdheid Het volledig graven van een nieuwe watergang op het land wordt beschouwd als ontgraving van grond en valt onder de Wet bodembescherming en eventueel het Besluit bodemkwaliteit en derhalve onder de bevoegdheid van de gemeente. Er is namelijk geen sprake van een waterbodem. Pas na formele overdracht en registratie valt de nieuwe watergang onder de waterbeheerder volgens de Waterwet. In het geval van een demping vallen de werkzaamheden allereerst onder de waterbeheerder volgens de Waterwet, pas na de overdracht valt dit nieuwe land onder de bevoegdheid van de gemeente. Naast een eventuele kadastrale wijziging zal ook een formele wijziging in de bevoegdheid en aantekening in de registratie (legger) dienen plaats te vinden. Uitzonderingen bij dempingen zijn voorzieningen die in het waterbodemprofiel worden gebracht, zoals dammen, duikers, landhoofden en andere werken in het water. Deze blijven onder de bevoegde instanties vanuit de Waterwet vallen. Een functie- en bevoegdheidswijziging kan wel aan de orde zijn wanneer binnen een legger sprake is van een wijziging van natte naar droge oevergebieden of vice versa.

Verwerking toepasbare baggerspecie Ter voorkoming van het belasten van het milieu door transport streven de gemeenten binnen de regio er naar gebiedseigen baggerspecie zo veel mogelijk binnen de regio toe te passen, bij voorkeur in het gebied waar ontgraving heeft plaatsgevonden. Als gevolg van het (oud)stedelijk karakter van delen binnen de regio op plekken waar zich open water bevindt, is toepassing op de kant of in de directe omgeving veelal niet mogelijk of op basis van kwaliteit of andere argumenten niet wenselijk. Daarnaast is het denkbaar dat het vrijkomen en weer toepassen van herbruikbare baggerspecie qua tijdsbestek niet direct op elkaar aansluit. Is directe toepassing niet mogelijk dan wordt allereerst de voorkeur gegeven aan tijdelijke opslag op een depot binnen een werk, vervolgens aan opslag op een doorgangsdepot binnen een gebied en als laatste aan opslag elders. Niet toepasbare baggerspecie zal, met de vereiste transportdocumenten, naar een daartoe erkende inrichting afgevoerd moeten worden.

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Weilanddepots Een weilanddepot wordt gezien als een vorm van tijdelijke opslag van baggerspecie ter ontwatering en rijping op een perceel aangrenzend aan de watergang waaruit de specie afkomstig is. Na rijping kan het materiaal afhankelijk van de kwaliteit en functie in aanmerking komen voor toepassing als verspreidbare grond op het betreffende perceel of als nuttige en functionele toepassing elders. Voor weilanddepots gelden aanvullende eisen: •

De kwaliteit van de baggerspecie moet voldoen aan de Maximale waarden voor verspreiden over aangrenzende percelen; • De opslag mag maximaal 3 jaar duren; • De opslag met voorziene duur en eindbestemming wordt 5 werkdagen van tevoren gemeld; • De opgeslagen baggerspecie moet vanaf het weilanddepot in een nuttige toepassing worden gebracht (verspreiding in oppervlaktewater is hierbij geen nuttige toepassing); • De opslag moet plaatsvinden op een perceel aangrenzend aan de watergang waaruit de baggerspecie afkomstig is. Bij het inrichten van een weilanddepot dient tevens rekening gehouden te worden met overige relevante regelgeving (bijv. Flora- en faunawet, Wet Ruimtelijke Ordening, etc.).

Geotubes Als alternatief voor de opslag in een open depot kan baggerspecie ter ontwatering en rijping in daartoe specifiek ontwikkelde voorzieningen opgeslagen worden, zoals geotubes. Deze voorzieningen worden door de gemeenten beschouwd als een vorm van depot. Deze vorm van opslag dient daarom aan de regels voor depots volgens het Besluit te voldoen. Indien het baggermateriaal in de voorzieningen is bedoeld voor de toepassing identiek aan het verspreiden op aangrenzende percelen en voldoet aan de msPAF-toets, mag het gebruik van geotubes beschouwd worden als vorm van weilanddepot. In dat geval gelden de regels voor weilanddepots.

Wm-depot Baggerspecie kan ook in een Wet milieubeheer-vergunde inrichting worden opgeslagen. Wanneer baggerspecie uit een Wm-depot na rijping wordt toegepast, moet voldaan worden aan de vereisten van het Besluit bodemkwaliteit en als grond worden gekeurd.

Meststoffenwetgeving Wanneer grond of baggerspecie wordt toegepast als meststof overeenkomstig het gestelde van de Meststoffenwet, dan is het Besluit bodemkwaliteit niet van kracht en zal overeenkomstig de Meststoffenwet gehandeld moeten worden.

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Bijlage 8 Asbest

Navolgende werkwijzen gelden voor het bepalen van de kwaliteit van grond bij handelingen in of met die grond en saneringen daarvan in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb), evenals in het kader van onderzoek en meldingen van toepassing van grond en (in-situ) partijkeuringen volgens het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en onderzoek in het kader van het vaststellen van een bodemkwaliteitskaart en heeft een overlap met de Wbb in het kader van het Besluit Overige Niet-meldingsplichtige Gevallen (Bong).

Niet verontreinigde asbesthoudende grond Onder de interventiewaarde/restconcentratienorm van 100 mg/kg d.s. is formeel geen sprake meer van een bodemverontreiniging met asbest. Dit criterium is derhalve algemeen geldend als terugsaneerwaarde in de bodem en als norm voor het hergebruik van grond en bouwstoffen. Uitzondering daarop is wanneer asbest is toegevoegd (Productenbesluit), dan geldt de zorgplicht. Wanneer asbest is aangetoond onder de norm is echter wel sprake van asbesthoudende grond en kan blootstelling optreden wanneer de grond niet is afgedekt. Ook kan onder dergelijke omstandigheden door weersinvloeden asbesthoudend materiaal aan de oppervlakte zichtbaar worden, wat tot ongewenst contact en maatschappelijke onrust kan leiden. De gemeenten binnen de regio vinden het niet wenselijk dat burgers ongewild aan asbesthoudend materiaal aan het maaiveld kunnen worden blootgesteld en vinden het niet toelaatbaar dat dit risicovolle carcinogene materiaal zich eventueel opnieuw kan verspreiden. Ondanks het feit dat formeel geen sprake is van een direct blootstellingsrisico, is het onder die omstandigheden, waarbij door de functie veelvuldig contact kan optreden met de asbesthoudende bodem, of waarbij specifiek sprake is van een kwetsbare functie (kinderspeelplaats, moestuin, e.d.), maatschappelijk niet gewenst dat contact met asbesthoudende grond kan plaatsvinden.

In dergelijke gevallen wordt: • • •

handmatig verwijderen van het zichtbare asbestmateriaal (handpicking) slechts beschouwd als een tijdelijke maatregel; waar mogelijk bij niet af te dekken saneringslocaties teruggesaneerd totdat asbest analytisch niet meer aantoonbaar is; het toepassen van asbesthoudende grond binnen de regio niet toegestaan.

De functiegerelateerde normering voor asbest bij sanering en toepassing wordt in dergelijke gevallen in de hele regio Amstelland en Meerlanden dus op “niet aantoonbaar” gesteld. Indien een bestaande situatie aan de orde is, waarbij formeel geen sprake is van een (spoedeisende) sanering of van een toepassing, kunnen de gemeenten alsnog aanwijzingen geven ter voorkoming van ongewenst contact met of verspreiding van asbest. Dit kan bijvoorbeeld door het afdekken of afsluiten van het betreffende terrein(deel) of het opleggen van een gebruiksbeperking.

Bodemonderzoek bij asbest op het maaiveld (zijnde grond) In de praktijk doen zich regelmatig situaties voor dat zich asbesthoudend of –verdacht materiaal op het maaiveld (zijnde grond) bevindt. Dit leidt dan tot discussie of slechts sprake is van asbestverwijdering of dat ook asbestonderzoek in de grond moet plaatsvinden en op welke wijze. Voor diverse situaties zijn hiertoe milieuhygiënische werkwijzen aangedragen. Indien sprake is van een inrichting en van opslag en er specifieke vergunningsvereisten aan de orde zijn, zullen deze prevaleren boven het hierna gestelde. Ook kunnen vanuit andere regelgeving eisen gesteld worden (Asbestverwijderingsbesluit en Arbo-omstandigheden). Indien het

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

maaiveld bedekt is door verharding en dergelijke en de bodem (zijnde grond) niet beïnvloed kan worden, is het navolgende niet aan de orde. De volgende situaties kunnen zich voordoen op het maaiveld (zijnde grond): 1. 2. 3.

Asbest(verdacht) materiaal dat niet gebroken, beschadigd, verweerd of verspreid is; Asbest(verdacht) materiaal dat gebroken, beschadigd, verweerd of verspreid is; Asbest na brand, explosie, etc.

In overige situaties dient voorafgaand aan het onderzoek afstemming plaats te vinden met het bevoegde gezag. Afhankelijk of sprake is van bodem, bouwstof of afval zal naar de geldende regelgeving beoordeeld moeten worden of sprake is van benodigde verwijdering (zorgplicht, ernst/spoedeisendheid). Allereerst zal door analyse van het materiaal duidelijk moeten zijn of het asbestverdachte materiaal daadwerkelijk asbesthoudend is en daarmee “asbestmateriaal” betreft. Wanneer door een asbestdeskundige (Kwalibo/BRL-SIKBprotocol 2018/6000- of Ascert/SCA-persoonsgeregistreerd) al aannemelijk kan worden gemaakt dat het hoogstwaarschijnlijk asbesthoudend is, wordt een op de situatie gericht onderzoek van de bodem direct uitgevoerd. Wanneer uit analyse van het verdachte materiaal de asbesthoudendheid niet bevestigd wordt zijn navolgende werkwijzen voor asbestonderzoek in de bodem natuurlijk niet aan de orde. Indien uit het asbestonderzoek van de bodem blijkt dat sprake is van een geval met asbesthoudende grond, dienen werkzaamheden in deze grond te worden uitgevoerd conform de Wbb.

Ad 1: Asbest(verdacht) materiaal dat niet gebroken, beschadigd, verweerd of verspreid is Onder dergelijke omstandigheden gaat het om oorspronkelijk product. Het asbestmateriaal moet op verantwoorde wijze binnen de wettelijke voorschriften verwijderd en naar een erkend verwerker afgevoerd worden. De situatie moet direct bij het bevoegd gezag gemeld worden. Wanneer het asbestmateriaal origineel (dubbel) verpakt is, is geen bodemonderzoek noodzakelijk. De onderliggende en omringende bodem onder onverpakt materiaal zal door een asbestdeskundige (Kwalibo BRL-SIKB-protocol 2018/6000- of Ascert/SCA-persoonsgeregistreerd) visueel op de aanwezigheid van asbestverdacht (plaat)materiaal gecontroleerd moeten worden. Bij afwezigheid hiervan is een bodemonderzoek volgens NEN5707 niet noodzakelijk. Wanneer opslag op geroerde grond heeft plaatsgevonden zal de bodem wel uit voorzorg gecontroleerd moeten worden op de aanwezigheid van vergraven materiaal volgens geldend onderzoeksprotocol (NEN5707). De afvoer van het asbestmateriaal volgens het Asbestverwijderingsbesluit en de verslaglegging van de beoordeling van de onderliggende bodem zal verantwoord moeten worden naar het bevoegd gezag.

Ad 2: Asbest(verdacht) materiaal dat gebroken, beschadigd, verweerd of verspreid is Hierbij dient onderscheid gemaakt te worden in de situaties waarbij sprake is van: a) Een eenduidig herkenbaar aanwezige puntbron, bijvoorbeeld een dumping van asbesthoudend/-verdacht materiaal waardoor op een specifieke afgebakende plek onder en direct naast de bron in of op de bodem asbest wordt aangetroffen; b) Een eenduidig herkenbaar aaneengesloten oppervlak, bijvoorbeeld een asbesthoudende/-verdachte (puin of granulaat)laag, waardoor onder en direct naast de specifieke afgebakende laag ook asbest in de bodem wordt aangetroffen; c) Over een bepaald gebied verspreid aanwezig of niet eenduidig als aaneengesloten oppervlak herkenbaar asbest(verdacht) materiaal. ad a: Herkenbare puntbron Bij een visueel herkenbare puntbron (bijvoorbeeld een asbestplaat, asbestleiding of asbestbloembak) dient door een asbestdeskundige (Kwalibo BRL-SIKB-protocol 2018/6000- of Ascert/SCA-persoonsgeregistreerd) beoordeeld te worden of de aanwezigheid van het visueel waarneembaar asbestverdachte materiaal rondom de bron

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

eenduidig te herleiden is aan de specifieke bron en of kans op verspreiding/vermenging aan de orde is geweest. Een dergelijke situatie doet zich ook voor bij asbesthoudend afval in een kruipruimte e.d.. In dat geval mag het materiaal in of op de toplaag van de bodem gezamenlijk als product (vermengd met de geringe hoeveelheid grond waarmee de (restanten van de) bron in contact is gekomen) verwijderd worden, dus als een wordt-case geheel met de op het maaiveld aanwezige (restanten van de) bron. Daarbij wordt als voorwaarde een asbest-inspectie-efficiëntie van 90-100% vereist (= grote mate van zekerheid). Wel moet een controleonderzoek volgens geldend NEN 5707-onderzoeksprotocol (inclusief analyse) plaatsvinden op asbest in de achterblijvende ongeroerde bodem. Daarbij kan een te beoordelen toplaag van 0,02-0,05 meter aangehouden worden. Is sprake van een geroerde bodem dan moet, naast de toplaag, de geroerde laag afzonderlijk onderzocht worden op eventuele vermenging (per laag met dikte van maximaal 0,5 meter). Dit geldt ook voor af- of uitspoeling en verwaaiing vanuit (verweerde) asbestbronnen (bijv. gevel- of dakelementen) op de bodem. Een bijzondere situatie doet zich voor in de bodem onder de druiprand van een verweerd asbestdak of tegen een verweerde asbestgevel.

Het blijkt dat veelal een strook, van circa 0,1 m diepte en circa 1,0 m breedte ten opzichte van het hart van de druiprand of gevel, door afspoeling van asbestvezels beïnvloed is. Bij sanering van het dak of gevel mag deze beïnvloede geringe strook grond op basis van een worstcase benadering mee-verwijderd en mee-afgevoerd worden door de saneerder (onder BRL-SIKB- of Ascert/SCApersoonsregistratie), zonder voorafgaand NEN5707-bodemonderzoek. Ook hier geldt weer het uitgangspunt van ongeroerde bodem. Ter voorkoming van vermenging door werkzaamheden is verwijdering van de verontreinigde strook en verificatie van de kwaliteit van de achterblijvende onderliggende ongeroerde bodem volgens NEN5707, voorafgaand aan de verwijdering van de gevel of dak te verrichten. Indien men de strook niet (volledig) verwijderd op basis van worst-case dient men de kwaliteit en omvang voorafgaand aan de werkzaamheden vast te stellen (NEN5707). Op basis daarvan kan dan beoordeeld worden of en in welke omvang de strook kan achterblijven of dat alsnog gesaneerd moet worden. ad b: Herkenbaar aaneengesloten oppervlak Het Productenbesluit Asbest geeft aan dat asbest feitelijk niet (meer) toegepast mag worden, behalve in bulkproducten zoals een functionele laag (puinhoudende) grond of granulaten, in een concentratie onder de restconcentratienorm van 100 mg/kg d.s (gewogen gehalte).

Toepassingen die volgens het Besluit bodemkwaliteit hieraan door onderzoek of certificering voldoen, vormen geen wezenlijke bedreiging tot verontreiniging voor de onderliggende bodem. Op basis hiervan stellen de gemeenten in de regio dat dan geen asbestonderzoek in de onder- en naastliggende bodem vereist is, daar waar deze asbesthoudende bulkproducten zijn toegepast. Wel moet er een duidelijk waarneembare of fysieke scheiding tussen de (gering) asbesthoudende laag en de bodem zijn. Daarnaast is het volgens het Besluit asbestwegen verboden een (asbest)weg voorhanden te hebben die deze norm overschrijdt, behalve wanneer de weg duurzaam is afgedekt. Bermen (= bodem) tot 0,5 m uit de kant van een weg worden hiertoe ook gerekend. Onder een asbestweg worden ook paden, parkeerplaatsen, erfverhardingen of gedeelten daarvan, alsmede grond bestemd voor rij- of ander verkeer, gerekend. De Inspectie Leefomgeving & Transport is hier het bevoegd gezag. Veelal zal voor de onderdelen van de weg door de Inspectie asbestonderzoek vereist worden. Afgezien van in gebruik zijnde asbestwegen zijn er geen functies waarin asbestmateriaal boven de restconcentratienorm mag worden toegestaan op de bodem. De asbestweg wordt beschouwd als potentiële bron van verontreiniging van de onderliggende bodemlaag.

Mochten zich op de bodem andere asbesthoudende of -verdachte lagen bevinden die geen functie (meer) vervullen, dan wordt dit beschouwd als afval of stort. Hierover zal het bevoegd gezag in het kader van de Wet milieubeheer (Rijk, provincie of gemeente) en/of gemeentelijke verordeningen (aanlegvergunning) een oordeel moeten geven. Deze laag wordt beschouwd als potentiële bron van verontreiniging van de onder- en naastliggende bodemlaag. Is bij een ongeroerde bodem, afgezien van een geringe mengzone van circa 0,05 à 0,10 m-mv welke tot de asbesthoudende/verdachte laag wordt gerekend, een duidelijk waarneembare of fysieke scheiding aanwezig

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

tussen die laag en de bodem, dan is een asbestbodemonderzoek niet vereist. Uit de scheiding moet blijken dat geen blootstelling aan asbest kan zijn opgetreden. Bij geroerde grond zal wel volgens de geldende asbestprotocollen bodemonderzoek gedaan moeten worden. Een ongeroerde slappe bodem (veen, klei, bagger) waarin het materiaal is weggezakt of ingedrukt wordt gelijk gesteld met geroerde grond. ad c: Over gebied verspreid of niet eenduidig als aaneengesloten oppervlak herkenbaar asbestmateriaal Is sprake van een over een bepaald gebied homogeen, dan wel heterogeen verspreide aanwezigheid van asbest, dan moeten in de specifieke te onderscheiden ruimtelijke eenheden gewoon de geldende asbestbodemonderzoeksnormen en -protocollen aangehouden worden.

Ad 3: Asbest aan het maaiveld na brand, explosie, natuurgeweld/storm, vandalisme, etc. Na brand, explosie en natuurgeweld/storm of door vandalisme of ander onheil kan verspreiding van asbestdeeltjes optreden, ook naar de bodem. In dergelijke gevallen moet binnen het invloedsgebied van het incident (zie ook ‘Handreiking aanpak asbestincidenten’ van het Instituut Fysieke Veiligheid, [Lit. 27]), direct na het incident ook de bodem onderzocht worden. Binnen het invloedsgebied moet bij brand qua ruimtelijke eenheden onderscheid gemaakt worden tussen de directe omgeving van het incident en het pluimgebied waar eventueel deeltjes kunnen zijn neergeslagen. Hiertoe moet aan de hand van representatieve steekproeven specifiek onderzoek gedaan worden naar de invloed op de contactlaag van circa de bovenste 0,02 à 0,05 m. De steekproeven vinden plaats minimaal op basis van maaiveldonderzoek volgens de NEN5707 (inclusief analyses). Mocht sprake zijn van een bodemlaag die mogelijk al asbestverdacht is (bijvoorbeeld puinhoudend), dan zal ook de referentiekwaliteit onder de toplaag en/of buiten het invloedsgebied bepaald moeten worden om de specifieke invloed van het incident te kunnen vaststellen. Afhankelijk van de aanwezigheid van asbest in de bodem als gevolg van het incident zal op basis van de zorgplicht uit de Wbb (art. 13) sanering moeten plaatsvinden.

Indien blootstelling of kans op verspreiding door het incident hiertoe aanleiding geeft, moet de bron meteen verwijderd worden, onafhankelijk van het uit te voeren bodemonderzoek. Wel moet het beïnvloede gebied vóór het bodemonderzoek worden afgebakend en de kenmerken van de asbestverontreiniging vóór verwijdering worden vastgelegd.

Bodemonderzoek bij asbest in de bodem (zijnde grond) In de praktijk doen zich situaties voor dat zich asbesthoudend of –verdacht materiaal als een herkenbare eenheid in de bodem bevindt (dieper dan alleen de toplaag). Dit leidt regelmatig tot discussie of sprake is van bodem, bouwmateriaal, bouwstof of afval, waarvoor andere regelgeving geldt. Voor diverse situaties zijn hiertoe werkwijzen ter bepaling van de milieuhygiënische kwaliteit aangedragen. Vanuit andere regelgeving kunnen andere eisen gesteld worden (o.a. arbotechnisch). De volgende situaties kunnen zich voordoen in de bodem: 1. 2.

Asbestmateriaal dat niet gebroken, beschadigd, verweerd of verspreid is; Asbest materiaal dat gebroken, beschadigd, verweerd of verspreid is.

Onder overige omstandigheden dient voorafgaand aan het onderzoek afstemming plaats te vinden met het bevoegde gezag. Afhankelijk of sprake is van grond/bagger, bouwmateriaal, bouwstof of afval zal de blootstelling uiteindelijk naar de geldende regelgeving beoordeeld moeten worden en zal nagegaan moeten worden of verwijdering nodig is (zorgplicht, ernst/spoedeisendheid).

Ad 1: Asbestmateriaal in de bodem dat niet gebroken, beschadigd, verweerd of verspreid is Indien in de bodem sprake is van in zijn geheel en duidelijk te onderscheiden, niet verspreid asbestmateriaal, zal het materiaal als bouwmateriaal of afval beschouwd worden. Dit is afhankelijk van het feit of het materiaal zijn oorspronkelijke functie bezit. In deze gevallen vormt het materiaal, voor zover dit als afzonderlijke eenheid beschouwd kan worden, geen onderdeel van de bodem en is het dan niet bepalend voor de vaststelling van de asbestconcentratie in de bodem. Zonder ingreep in de bodem treedt onder dergelijke omstandigheden ook geen

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=5aac0499-7b34-409e-8802-ae6a570e25ba