CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota bodembeheer versie Aalsmeer

1a.Commissie Ruimte Beeldvormend 21 november 2023, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Wijziging Nota bodembeheer Amstelland en Meerlanden 201928.657 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nota Bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden Beleidskader voor grond- en baggerverzet

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Pagina 2 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Nota Bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden Beleidskader voor grond- en baggerverzet Geldend voor de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn

19 december 2019

Colofon

Gepubliceerd en in werking getreden in de gemeente Amstelveen op 8 juli 2020 Opdrachtgever : Opdrachtnemer :

Gemeente Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel, Uithoorn Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Projectteam :

Margot Fontaine-Groot (OD NZKG) Herman Berends, Yorick van Koolwijk (gemeente Aalsmeer en Amstelveen) Wim Kippers (gemeente Diemen) Judy Kars (gemeente Ouder-Amstel en Uithoorn)

Kaarten en statistiek : Hélène van den Bos Ebbehout 31 1507 EA Zaandam www.odnzkg.nl

Pagina 3 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Pagina 4 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Voorwoord De overheid streeft naar een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit en ruimte voor maatschappelijk gebruik. Het doel van het Nederlandse bodembeleid is enerzijds de bescherming van de gezondheid van mens, dier en plant die op en in de bodem leven en anderzijds het behoud van de functionele eigenschappen van de bodem, zodat deze geschikt blijft om te gebruiken. Het Besluit bodemkwaliteit en de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit vormen een schakel in het duurzaam bodembeheer. Het besluit bevat gebruiksregels en -normen met een directe relatie tussen de chemische bodemkwaliteit en het gebruik van de bodem, gebaseerd op een risicobenadering. In situaties met een gering risico gelden daarom beperkte regels en minder strenge normen dan in situaties met meer risico’s. Deze herziene Nota bodembeheer motiveert de keuze voor gebiedsspecifiek beleid en lokaal maatwerk. Aangegeven wordt waar en waarom het mogelijk is regels aan te scherpen om de bodem in bepaalde situaties nog meer te beschermen, of regels juist te versoepelen in deelgebieden waar het verruimen van normen verantwoord is.

De Nota bodembeheer is in opdracht van de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn (samen de Regio Amstelland en Meerlanden) opgesteld door de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en is bedoeld als handvat voor aannemers, adviesbureaus, gemeenten, projectontwikkelaars, grondeigenaren/gebruikers en voor iedereen die iets te maken heeft met (her)gebruik van grond en/of baggerspecie, graafwerkzaamheden en bodemonderzoek in deze regio. De Nota treedt in werking na separate vaststelling door de gemeenteraad van respectievelijk de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn. Deze Nota bestaat uit drie delen. De hoofdstukken 2 t/m 4 behandelen de beleidskeuzes en de gevolgen voor de toepassing van grond en baggerspecie met de toetsingskaders en beleidsregels voor iedereen die te maken heeft met grondverzet. Daarna volgt een deel met achtergrondinformatie in de hoofdstukken 5 t/m 9. Hierin wordt niet alleen ingegaan op de totstandkoming van de bodemfunctiekaart en de bodemkwaliteitskaart, maar wordt ook duidelijkheid geschapen over procedures die niet direct met toepassing van grond te maken hebben. Het derde deel bestaat uit een apart document met bijlagen. De bijlagen bevatten kaartmateriaal, statistische kentallen en extra informatie over asbestonderzoek en het toepassen van baggerspecie.

Deze herziene Nota bodembeheer vervangt de Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden van 12 november 2012 en de herziene versie van 14 maart 2013.

Pagina 5 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Samenvatting Deze Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden is een herziening en vervanging van de eerdere Nota van 12 november 2012 en de herziene versie van 14 maart 2013. De bijbehorende bodemkwaliteitskaart is geactualiseerd en de Nota bevat enkele aanscherpingen of juist versoepelingen van het beleid. Daarnaast wordt het beheergebied uitgebreid en worden bodemkwaliteitskaarten van omliggende gemeenten (Haarlemmermeer en Amsterdam) geaccepteerd als bewijsmiddel voor de kwaliteit van toe te passen grond binnen de regio. Dit bodembeleid biedt met name voordelen voor partijen die betrokken zijn bij ontwikkeling en beheer. De Nota bestaat uit drie delen. Deel 1: Het beleidsmatige deel bestaat uit de hoofdstukken 2 t/m 4. Daarin staan de toetsingskaders en beleidsregels voor iedereen die te maken heeft met grond- en baggerverzet in de regio Amstelland en Meerlanden. Deel 2: Daarna volgt een deel met achtergrondinformatie in de hoofdstukken 5 t/m 8. Daarin wordt dieper ingegaan op de bodemfunctiekaart, de bodemkwaliteitskaart, meldingsprocedures en het opvragen van bodeminformatie. Hoofdstuk 9 beschrijft de rol van het bevoegd gezag inzake toezicht en handhaving. Deel 3: Het derde deel bestaat uit een apart document met bijlagen. De bijlagen bevatten kaartmateriaal, statistische kentallen, extra informatie over asbestonderzoek en het toepassen van baggerspecie.

Doel van de Nota De samenwerkende gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn willen met deze Nota een praktische richtlijn bieden hoe in de regio met grond, vrijkomende grond en baggerspecie moet worden omgesprongen. Het document is primair gericht aan overheden die veel met grond werken, adviesbureaus, aannemers en andere bodemintermediairs. Daarnaast bevat de Nota ook enkele onderwerpen die direct of indirect raken aan het dagelijks leven van bewoners in de steden en op het platteland, zoals mensen die willen (ver)bouwen en daarmee de grond raken, mensen met (moes-)tuinen en gezinnen met jonge kinderen.

Stand-still principe De bodem in de regio wordt zeer intensief gebruikt. Het bodembeleid wil dan ook zoveel mogelijk ruimte geven aan maatschappelijke activiteiten op en in de bodem, zoals gebiedsontwikkeling en woningbouw, bedrijfsactiviteiten, de aanleg van wegen of het uitbaggeren van vaarwegen. Tegelijkertijd is het bodembeleid erop gericht om negatieve effecten op de bodemkwaliteit tegen te gaan, zodat deze ook op zeer lange termijn geschikt blijft om te gebruiken. Het hoofduitgangspunt van de gemeenten in de regio is dan ook dat de kwaliteit van de bodem binnen de regio niet verslechtert. Een uitzondering wordt gemaakt voor enkele gebieden met een industriefunctie, waarbij met gebiedseigen grond de bodem iets mag verslechteren. Op regionaal niveau is er hierdoor geen kwaliteitsvermindering.

Generiek en gebiedsspecifiek bodembeleid Uit de praktijk blijkt dat er in de regio sprake is van een overschot aan grond. De regio streeft ernaar om alle vrijkomende hergebruiksgrond binnen de regio weer toe te passen. Deze Nota is een vertaling van de bodemwetgeving en het landelijk ‘generiek’ beleid. Het generiek beleid past echter niet altijd op elke lokale situatie. Het Besluit bodemkwaliteit geeft gemeenten daarom de vrijheid om ook gebiedsspecifiek beleid te formuleren. Deze herziene Nota bodembeheer geeft invulling aan de ruimte voor lokaal maatwerk en gebiedsspecifiek beleid. Hierbij wordt sterk rekening gehouden met de lokale situatie. Vooral de maatschappelijke functie van de ontvangende bodem is leidend. Hoe gevoeliger de functie, hoe strenger de eis die aan toe te passen grond wordt gesteld.

Pagina 6 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Relatie bodemfunctie en kwaliteitsklasse Elders ontgraven herbruikbare grond kan in principe in de regio weer nuttig worden toegepast, bijvoorbeeld om sleuven op te vullen of de bodem op te hogen bij een herontwikkeling. Daarvoor gelden echter regels, om te zorgen dat de grond niet op de verkeerde plek terechtkomt. Dit geldt met name wanneer licht verontreinigde grond op een schone(re) bodem wordt toegepast. • Op ‘gevoelige functies’ (natuur, landbouw, moestuinen, etc) mag alleen grond worden toegepast die voldoet aan de zogeheten Achtergrondwaarde (lees: “schone grond”). • Op iets minder gevoelige functies (wonen met tuin, plaatsen waar kinderen spelen, groen met natuurwaarden) mag schone grond of grond met de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ worden toegepast. Hierbij geldt echter een bijzondere eis. Het zware metaal lood is een probleemstof, die diffuus verspreid voorkomt. Op sommige plaatsen is het loodgehalte in de bodem zo hoog dat er risico’s zijn voor jonge kinderen die buiten spelen en grond via vieze vingers binnenkrijgen. De hersenontwikkeling van jonge kinderen is erg gevoelig voor lood. Om het risico voor kleine kinderen tegen te gaan stellen de gemeenten binnen de regio dat het loodgehalte van toe te passen grond op gevoelige bodemfuncties (‘wonen met tuin’ en ‘plaatsen waar kinderen spelen’) maximaal 100 mg/kg mag bedragen.

Deze eis is strenger dan het landelijk generieke beleid. • Minder kwetsbare functies (zoals infrastructuur, industrie, wonen zonder tuin) mogen in bepaalde zones van de regio ook iets minder schone grond met de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ ontvangen. Echter, wat schoon is moet ook schoon blijven. De hierboven genoemde regels gelden dan ook niet in de gebieden binnen de regio die al schoon zijn (ruim 53% van het grondgebied) zoals het grootste deel van het landelijk gebied, het Amsterdamse Bos en de meeste jonge woonwijken. In deze gebieden mag alleen schone grond worden toegepast. Dit laat zien dat de wettelijke ruimte voor gebiedsspecifiek beleid niet automatisch leidt tot versoepeling van de landelijke regels, maar altijd een afweging blijft en soms zelfs tot strenger beleid kan leiden. Vanwege die ruimte om steeds een afweging te maken tussen lokale normen, gezondheidsrisico’s en maatschappelijke belangen blijft het mogelijk om de gemeenten binnen de regio stedelijk te vernieuwen en te ontwikkelen.

Grondverzet Het overgrote deel van alle werken in de grond betreft projectmatige ontgravingen, ophogingen, herschikkingen, werk aan kabels & leidingen en baggeren. Een groot deel van deze Nota (hoofdstuk 4) beschrijft de procedure voor het nuttig toepassen van ontgraven grond op een andere locatie in de regio. Hierbij kan in veel gevallen gebruik worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart, waarbij, na een toets op eventuele verdachte locaties (de zgn. puntbronnencheck) samengevat de volgende stappen worden doorlopen: 1. Aantonen wat de kwaliteitsklasse is van de vrijkomende grond (weergegeven op de ‘ontgravingskaart’, onderdeel van de bodemkwaliteitskaart, waarop de verschillende bodemkwaliteitsklassen bij ontgraven worden aangeduid); 2. Onderzoeken wat de kwaliteitsklasse is van de ontvangende bodem (af te lezen op de bodemkwaliteitskaart waarop de regio is ingedeeld in verschillende kwaliteitsklassen); 3. Bepalen of er een ‘match’ is tussen de vrijkomende grond en de ontvangende bodem. Deze stap bepaalt met behulp van de toepassingskaart en tabellen of de vrijkomende grond voldoet aan de functie en toepassingseisen van de ontvangende bodem.

Pagina 7 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart biedt een betrouwbaar beeld van de actuele bodemkwaliteit binnen de regio Amstelland en Meerlanden. De kaart is opgebouwd uit 3 deelkaarten waarin verschillende zones met overeenkomstige bodemkwaliteiten zijn weergegeven. De kaart kan in combinatie met de gebruiksregels in deze Nota worden gebruikt om grond zo eenvoudig mogelijk elders toe te passen. Hiermee kan veel geld aan bodemonderzoek worden bespaard. De bodemkwaliteitskaart kan onder bepaalde voorwaarden ook gebruikt worden voor vrijstelling van fysiek bodemonderzoek bij (ver)bouwprojecten in de schone en licht verontreinigde zones.

Pagina 8 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Inhoud Voorwoord

5

Samenvatting

6

1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8

12 12 12 13 14 14 15 15 16

Inleiding Aanleiding Doelstelling en doelgroep Bevoegd gezag Vaststelling, geldigheidsduur en reikwijdte Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid Afbakening Uitgangspunten nieuwe Nota Draagvlak gemeentelijke spelers

DEEL 1

HET GEBIEDSSPECIFIEKE BODEMBELEID IN DE REGIO AMSTELLAND EN MEERLANDEN

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

Het bodembeleid in de regio Amstelland en Meerlanden Keuze voor gebiedsspecifiek beleid Voorkomende verontreinigingen (buiten standaardpakket) De bodemfunctiekaart De bodemkwaliteit binnen de regio Generiek beleid in zone 1 Het gebiedsspecifieke toetsingskader in zones 2, 3 en 4 Gebiedsspecifiek beleid in de zones 1A en 1B Beleidsregel en landelijk handelingskader PFAS Extra aandacht voor OCB’s in vooronderzoek

18 18 19 20 21 23 23 24 25 26

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10

Wanneer moet bodemonderzoek gedaan worden? Wanneer is bodemonderzoek noodzakelijk? Vooronderzoek Verkennend onderzoek (NEN 5740) Asbest in bodem en partijen grond Bodemonderzoek bij omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen Uitzonderingen op de bodemonderzoeksplicht Bodemonderzoek bij werken in de openbare weg Welk soort onderzoek is noodzakelijk in welke situatie Arbeidsomstandigheden Niet genormeerde stoffen

27 27 27 29 29 31 32 33 34 35 35

4 4.1 4.2 4.3

Toepassen van grond en bagger Milieuhygiënische kwaliteitsverklaring Toetsingsregels en omrekening naar standaardbodem Toepassen van grond afkomstig vanuit het beheergebied

37 37 38 39

Pagina 9 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

Ontgraven en toepassen van grond met de bodemkwaliteitskaart Amstelland en Meerlanden Toepassingsmatrix bodemkwaliteitskaart Amstelland en Meerlanden Toepassen van grond afkomstig van buiten de regio Niet-gezoneerde gebieden Toepassen van baggerspecie op de landbodem Bijzondere situaties en afwijkingen

DEEL 2

39 43 45 45 47 49

ACHTERGRONDEN EN PROCEDURES

5 5.1 5.2

Situatie beheergebied en gebiedsopgave Situatie beheergebied Gebiedsopgave

54 54 56

6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6

Werkwijze opstellen bodemkwaliteitskaart Opstellen Programma van Eisen Onderscheidende gebiedskenmerken Uitgangspunten van de bodemfunctiekaart De bodemkwaliteitskaart Gegevensverzameling en -verwerking Definitieve gebiedsindeling

57 57 57 58 59 60 61

7 7.1 7.2 7.3 7.4

Meldingsprocedures ontgraven, transport en toepassen van grond Digitaal Loket Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Melden van toepassen van grond Melden van ontgraven in niet-sterk verontreinigde grond Melden van transport van grond en baggerspecie

62 62 62 64 64

8 8.1 8.2

Bodeminformatie en procedures Digitaal indienen van bodemonderzoeksrapporten Opvragen van bodeminformatie

66 66 66

9 9.1 9.2

Toezicht en handhaving Bestuurlijk toezicht en handhaving Strafrechtelijk handhaven

67 67 69

10

Terminologie

71

11

Literatuur

76

Pagina 10 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

DEEL 3

BIJLAGEN (apart document)

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 2A Bijlage 3 3A 3B 3C 3D Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

Risico’s gebiedsspecifiek beleid De bodemfunctiekaart Gevoelige gebieden De bodemkwaliteitskaart Zonekaart Bodemkwaliteitskaart (gemiddelde, 3 dieptetrajecten) Ontgravingskaart (P80, 3 dieptetrajecten) Toepassingskaart (3 dieptetrajecten) Lijst met uitgesloten locaties (puntbronnen), incl. kaart Berekende statistische kentallen Aardkundige waarden Achtergronden toepassen baggerspecie Asbest Zienswijzen

Pagina 11 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

1 Inleiding 1.1

Aanleiding

De bodem in Nederland wordt intensief gebruikt. Het bodembeleid wil enerzijds ruimte scheppen voor woningbouw, transformatie, aanleg van wegen, onderhoud van vaarwegen, aanleg van parken etc. Anderzijds is het doel van het Nederlandse bodembeleid de bescherming van de gezondheid van mens, dier en plant die op en in de bodem leven en het behoud van de functionele eigenschappen van de bodem, zodat deze geschikt blijft om te gebruiken. Praktische aanleiding voor de herziening van deze beleidsnota zijn:

Bodemkwaliteitskaart De vigerende bodemkwaliteitskaart van de Regio Amstelland en Meerlanden is meer dan 5 jaar oud en moet daarom worden geactualiseerd. Sinds 2012 zijn veel nieuwe bodemgegevens beschikbaar gekomen. Het nieuwe, in voorliggende Nota beschreven gebiedsspecifieke beleidskader is (voor zover van toepassing) deels gebaseerd op de nieuwe bodemkwaliteitskaart. De kaart vormt samen met de bodemfunctieklassenkaart de basis voor het bodembeleid dat de Regio Amstelland en Meerlanden onder het Besluit bodemkwaliteit in de praktijk brengt.

Herziening gebiedsspecifiek beleid Het Besluit bodemkwaliteit en de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit is onder meer gebaseerd op de Wet bodembescherming en stelt milieuhygiënische voorwaarden aan de toepassing van bouwstoffen, grond en baggerspecie. Gemeenten hebben de mogelijkheid voor lokale afweging, in dit kader gebiedsspecifiek beleid genoemd, als er behoefte is aan meer ruimte voor lokaal maatwerk. De gemeenten in de Regio Amstelland en Meerlanden hebben de afgelopen vijf jaar al ervaring opgedaan met dit gebiedsspecifiek beleid.

Asbest In deze herziene Nota wordt aandacht besteed aan een uitspraak van de Raad van State uit november 2016 over puin en asbestonderzoek. Wanneer op een locatie puin(resten) worden aangetroffen geldt de locatie als asbestverdacht en moet onderzoek conform de NEN5707 worden uitgevoerd, tenzij kan worden onderbouwd dat er geen sprake is van asbesthoudend puin.

Bodem in de Omgevingswet De nieuwe integrale Omgevingswet treedt naar verwachting in 2021 in werking, waarbij 26 afzonderlijke milieuwetten komen te vervallen. De nieuwe wet bevordert de integrale afweging van ruimtelijke en milieubelangen, omdat binnen één wet de onderlinge samenhang beter tot zijn recht komt. Via de Aanvullingswet bodem Omgevingswet en het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet worden bodemregels onderdeel gemaakt van de Omgevingswet en komt de aparte Wet bodembescherming te vervallen. Aangezien het Rijk meer bevoegdheden naar gemeenten sluist, zullen die bodemregels tezijnertijd worden opgenomen in het zogeheten Gemeentelijk Omgevingsplan - een instrument onder de Omgevingswet.

1.2

Doelstelling en doelgroep

Doelstelling Nota Het doel van de Nota bodembeheer is invulling geven aan de beschikbare beleidsruimte voor gebiedsspecifiek en functiegericht bodembeheer.

Pagina 12 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Om optimaal gebruik te kunnen maken van de beleidsvrijheid die het Besluit bodemkwaliteit biedt, is het noodzakelijk om het bodembeleid vast te leggen in een Nota bodembeheer. In voorliggende Nota bodembeheer wordt beschreven waarom en hoe de Regio Amstelland en Meerlanden invulling geeft aan het gebiedsspecifieke beleidskader voor het toepassen van grond en worden de gemaakte keuzes onderbouwd. Door weloverwogen beheer van de bodem zal de bodem niet verder verslechteren en wordt zorgvuldig omgegaan met de functies die bodem heeft. Onder de Omgevingswet zal de Nota onderdeel worden van het Omgevingsplan van de gemeenten. Binnen het Omgevingsplan worden sectorale onderwerpen meer in samenhang beschouwd. Waar wenselijk en mogelijk wordt daar in deze Nota al een voorschot op genomen.

Doelstelling bodemkwaliteitskaart De geactualiseerde bodemkwaliteitskaart geeft een actueel en dekkend beeld van de diffuse bodemkwaliteit op het grondgebied van de Regio Amstelland en Meerlanden. De kaart faciliteert het veelvoorkomende grondverzet bij werkzaamheden door: • • • • • • • •

Gebieden te tonen waar vrij grondverzet (zonder onderzoek) onder bepaalde voorwaarden is toegestaan; Te laten zien waar grond en baggerspecie op en in de bodem kan worden toegepast; Te dienen als bewijsmiddel voor de kwaliteit van vrijkomende grond en de ontvangende bodem; Knelpunten weg te nemen bij grond- en/of baggerverzet; Afzetmogelijkheden van grond te vergroten door acceptatie van bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten, mits deze conform landelijke richtlijnen zijn opgesteld; Voor ARBO een indicatie te zijn van de te verwachten risico’s; Vereenvoudiging van het gebruik op regionaal niveau, omdat de vormgeving van de kaarten binnen de beheerregio op elkaar is afgestemd; Vereenvoudiging van het toezicht.

Doelgroep Doelgroepen voor de Nota bodembeheer en de bodemkwaliteitskaart zijn het bevoegd gezag voor de Wet bodembescherming, maatschappelijke organisaties, burgers, marktpartijen en initiatiefnemers (zoals ontwikkelaars, bewoners) binnen het bodemwerkveld.

Toetsingskader grondverzet en bodemsanering Ter facilitering van de uitvoeringspraktijk voor bodemonderzoek en grondverzet is er binnen de Regio Amstelland en Meerlanden behoefte aan een uniform toetsingskader voor zowel het bevoegde gezag Besluit bodemkwaliteit (Bbk) als de uitvoerende maatschappelijke partijen. Deze Nota bodembeheer geeft het beleidskader voor de uitvoeringspraktijk binnen de regio.

1.3

Bevoegd gezag

Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Uithoorn en Ouder-Amstel zijn het bevoegd gezag voor toepassingen van grond en bagger op of in de bodem. Deze Nota gaat dan ook alleen over de landbodem in de regio (grond en grondwater). Voor waterbodembeheer is de waterkwaliteitsbeheerder het bevoegd gezag (natte bodem onder oppervlaktewater). Voor nadere informatie over bevoegde gezagen bij baggerwerkzaamheden wordt verwezen naar Bijlage 7.

Pagina 13 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

1.4

Vaststelling, geldigheidsduur en reikwijdte

Bestuurlijke vaststelling Het beleid in deze Nota bodembeheer heeft betrekking op het grondgebied van de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Uithoorn en Ouder-Amstel. De Nota, met bijbehorende bodemkwaliteitskaart, treden in werking nadat deze door de gemeenteraad van voorgenoemde gemeenten zijn vastgesteld, de termijn van terinzagelegging van de Algemene Wet Bestuursrecht is verstreken, en deze op de voorgeschreven wijze bekend zijn gemaakt (gepubliceerd): • • •

De Nota bodembeheer wordt in beginsel vastgesteld voor een periode van 10 jaar. Daarna wordt bekeken of de Nota wordt aangepast; De bodemkwaliteitskaart wordt in principe elke 5 jaar opnieuw vastgesteld; Tussentijdse herziening van de Nota, of de bodemkwaliteitskaart, kan eerder nodig zijn als wetswijzigingen, actuele ontwikkelingen of voortschrijdend inzicht daartoe aanleiding geven.

Met de invoering van de Omgevingswet wordt de landelijke regelgeving ingrijpend gewijzigd. Dit betekent onder meer dat de Nota bodembeheer onderdeel gaat worden van het Omgevingsplan van de betrokken gemeenten. Die integratie kan aanleiding geven om de Nota wat eerder te herzien. Om praktische redenen is de gemeenteraden voorgesteld de (toekomstige) vaststelling van beperkte aanpassingen met een uitvoerend karakter (bijvoorbeeld het tussentijds actualiseren van de bodemkwaliteitskaart als onderdeel van de Nota bodembeheer, uitbreiding van het beheergebied, acceptatie van bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten of het toevoegen van data van nieuwe parameters) te delegeren naar het college van burgemeester en wethouders. Deze herziene Nota bodembeheer, met de nieuwe bodemkwaliteitskaart, vervangt de Nota bodembeheer Regio Amstelland-Meerlanden van 12 november 2012 en de herziene versie van 14 maart 2013. Met de bestuurlijke vaststelling van deze nieuwe Nota komt de eerdere Nota uit 2012/2013 te vervallen.

Uitbreiding beheergebied Gelijktijdig met de vaststelling van de bodemkwaliteitskaart en deze Nota bodembeheer, stemmen de betreffende gemeenteraden ook in met het streven naar regionale samenwerking met de gemeente Amsterdam en Haarlemmermeer. Die samenwerking kan uitmonden in een gezamenlijk beheergebied, wat de mogelijkheden voor actief bodembeheer (stand-still beginsel op gebiedsniveau) aanzienlijk vergroot. De betreffende gemeenteraden accepteren daartoe ook de bodemkwaliteitskaarten van de gemeente Amsterdam en Haarlemmermeer als bewijsmiddel voor de kwaliteit van grond die in deze gemeenten wordt ontgraven en in de regio Amstelland en Meerlanden wordt toegepast.

1.5

Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid

De verantwoordelijkheid voor het naleven van de wet- en regelgeving bij het werken in/met, ontgraven en toepassen van grond en baggerspecie ligt bij de initiatiefnemer van deze handelingen. De initiatiefnemer is verplicht om de voorgenomen handeling te melden. Via een privaatrechtelijke machtiging kan deze verplichting ook bij de aannemer of andere betrokkenen worden gelegd. Er bestaan uitzonderingen op de meldingsplicht (zie par. 7.2). De wetgever gaat uit van ketenaansprakelijkheid: alle betrokken partijen zijn mede verantwoordelijk en dienen te werken volgens de wet- en regelgeving en het beleid in deze Nota.

Pagina 14 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

De bodemkwaliteitskaart en deze Nota bodembeheer zijn zeer zorgvuldig opgesteld. Echter, de bodemkwaliteitskaart doet alleen uitspraken over de te verwachten algemene kwaliteit binnen een zone. Binnen een zone van herkomst is het dus denkbaar dat de kwaliteit van een individuele partij ontgraven grond afwijkt van het gemiddelde in die zone. De gemeenten in de regio Amstelland en Meerlanden zijn niet aansprakelijk voor schade als gevolg van die mogelijke afwijking tussen de algemene en de individuele kwaliteit. Als men vooraf meer zekerheid wil over de bodemkwaliteit van de te ontgraven grond, staat het de initiatiefnemer vrij om zelf een bodemonderzoek te laten doen. De verantwoordelijkheid voor het toepassen van grond/baggerspecie blijft altijd bij degene die de grond/baggerspecie toepast. Diezelfde eindverantwoordelijkheid geldt ook als men gebruik maakt van de vrijstelling voor het doen van fysiek bodemonderzoek (zie par. 3.6).

1.6

Afbakening

Deze Nota bodembeheer is een leidraad voor de uitvoeringspraktijk. Daarin wordt beschreven hoe de gemeenten binnen de regio Amstelland en Meerlanden de bodemregelgeving vertalen naar regionale regels en beleid. Ook is beschreven wanneer gebruik kan worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart als wettig bewijsmiddel voor de milieuhygiënische kwaliteit van de toe te passen partij grond en/of de ontvangende bodem. Verder kan de kwaliteit voldoende indicatie zijn voor ARBO-gerelateerde risico’s. Opgemerkt dient nog te worden dat de Nota zich alleen richt op de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Of de grond civieltechnisch, fysisch, landbouwkundig of qua natuurwaarde geschikt is voor de beoogde toepassing blijft in deze Nota buiten beschouwing. Een uitzondering kan hierbij gelden voor grondtoepassingen in gebieden met ecologische en cultuurhistorische waarden, waarbij eisen aan de grondsoort kunnen worden gesteld. De Nota is niet van toepassing op de volgende situaties: • •

•

Toepassen van schone grond, zoals bedoeld in art. 4.2.2. lid 4 en 5 van de Regeling bodemkwaliteit. Deze grond is overal toepasbaar; Grootschalige bodemtoepassingen. Hiervoor is het landelijke kader van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing; de kwaliteit van de leeflaag moet voldoen aan de Lokale Maximale Waarden of de generieke eisen, afhankelijk van de zone waarbinnen de toepassing wordt gerealiseerd; Toepassen van grond of bagger in oppervlaktewater (hiervoor zijn de gemeenten geen bevoegd gezag).

Voor de landelijk uniforme regels wordt verwezen naar het Besluit bodemkwaliteit en bijbehorende Regeling en Handreiking [Lit. 1 en 2]. Voor nieuwe bodemverontreinigingen, die zijn ontstaan op of na 1 januari 1987 (1 juli 1993 voor asbest) geldt de zorgplicht (artikel 13 Wbb). Voor het beleid rondom PFAS-verontreinigde grond zijn aparte beleidsregels geformuleerd (zie par 2.8 en Lit. 21, 22, 23, 24). Dit beleid is geen onderdeel van deze Nota vanwege het feit dat wordt verwacht dat het PFAS-beleid nog aan veranderingen onderhevig is.

1.7

Uitgangspunten nieuwe Nota

Het bodembeleid van de Regio Amstelland en Meerlanden hanteert de volgende uitgangspunten: • De kwaliteit van de bodem moet zodanig zijn dat de activiteiten behorend bij de functies wonen, werken, infrastructuur, natuur en landbouw op een verantwoorde wijze uitgeoefend kunnen worden;

Pagina 15 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

• • • • • • •

1.8

Milieuhygiënische risico's worden tot een aanvaardbaar niveau teruggebracht door het stellen van een helder toetsingskader in combinatie met de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven; De kwaliteit van de bodem binnen de regio is voldoende bekend om gebiedsspecifiek beleid te kunnen formuleren; Het beleid maakt het mogelijk om kosteneffectief en duurzaam om te gaan met de bodemkwaliteit en grondverzet; Vanuit de duurzaamheidsgedachte worden hergebruiksmogelijkheden van vrijkomende grond optimaal gefaciliteerd; Het is wenselijk procedures en spelregels zoveel mogelijk te vereenvoudigen opdat het bodembeleid uitlegbaar blijft, draagvlak houdt en de regeldruk vermindert; Mocht de Omgevingswet tussentijdse wijzigingen noodzakelijk maken, dan kunnen deze in overleg met de betrokken instanties ambtshalve doorgevoerd worden; Gezien de statistische onderbouwing kan de ontgravingskaart gebruikt worden om af te zien van bodemonderzoek in de schone en licht verontreinigde zones (zone 1,2 en 3).

Draagvlak gemeentelijke spelers

Om draagvlak te creëren voor de keuzes in de Nota bodembeheer is overleg gevoerd met de betrokken gemeenten en is de Nota ter commentaar aangeboden aan de volgende belanghebbende partijen: • Gemeente Aalsmeer/Amstelveen; • Gemeente Uithoorn/Ouder-Amstel; • Gemeente Diemen; • Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, directie Advies en Regulering, team Bodem; • Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, directie Toezicht en Handhaving, team Bodemtoezicht; • Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (Waternet); • Hoogheemraadschap van Rijnland. Deze partijen onderschrijven de Nota. Opmerkingen zijn in de Nota verwerkt.

Pagina 16 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

DEEL 1 HET GEBIEDSSPECIFIEKE BODEMBELEID IN DE REGIO AMSTELLAND EN MEERLANDEN

Pagina 17 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

2 Het bodembeleid in de regio Amstelland en Meerlanden 2.1

Keuze voor gebiedsspecifiek beleid

Het Besluit bodemkwaliteit biedt gemeenten de ruimte af te wijken van het generieke – landelijke – beleid om gebiedsspecifiek maatwerk te ontwikkelen in situaties die daarom vragen. Het gebiedsspecifiek beleid in de regio Amstelland en Meerlanden gaat uit van het - waar nodig - beschermen van de bodemkwaliteit en het - waar mogelijk - juist verruimen van de gebruiksmogelijkheden. In de beleidsvorming over gebiedsspecifiek maatwerk kwamen de volgende behoeften naar voren: • • • • • •

Eenduidig beleid, zo eenvoudig mogelijk, uitlegbaar en werkbaar, met duidelijke spelregels; Het beleid moet waar mogelijk faciliterend zijn voor de dagelijkse uitvoeringspraktijk; Deregulering en vermindering van de lasten voor bedrijven en burgers; Vrijstelling van fysiek bodemonderzoek waar mogelijk en verantwoord; Mogelijkheden bieden voor hergebruik (zonder onderzoek) van licht verontreinigde grond, waardoor veel geld wordt bespaard op onnodig onderzoek en transport; Vrijkomende, toepasbare grond en baggerspecie moet in principe binnen het beheergebied kunnen worden afgezet.

Het gebiedsspecifieke beleid van de regio Amstelland en Meerlanden is op enkele punten strenger dan het generieke beleid, in deze situaties ligt de nadruk op het zorgvuldig omgaan met en het beschermen van de gevoelige bodemfuncties. Strenger – op gevoelige bodemfuncties •

Op gevoelige functies (natuur, landbouw, moestuin/volkstuin) is de toepassingseis en de kwaliteit van de aanvulgrond/leeflaag altijd Achtergrondwaarde (AW); Op bodemfuncties met kans op humane blootstelling aan lood in de bodem (‘Wonen met tuin’ en ‘Plaatsen waar kinderen spelen’) mag grond met kwaliteit Wonen worden toegepast, mits het loodgehalte maximaal 100 mg/kg bedraagt;1 Voor asbest geldt een ‘nulnorm’ bij het toepassen van grond op locaties met een gevoelige functie en/of met veel bodemcontact (kinderspeelplaatsen, moes- en volkstuinen): asbest mag analytisch niet aantoonbaar in de grond aanwezig zijn (dit moet met onderzoek zijn aangetoond);

•

•

Strenger – bodemvreemd materiaal Bij toepassen van grond wordt een beperking gesteld aan de hoeveelheid bodemvreemd materiaal en materiaal dat op zichzelf beschouwd niet in aanmerking zou komen als bouwstof. Toe te passen grond/baggerspecie mag niet meer dan 5 gewichtsprocenten bodemvreemd materiaal bevatten voor zover het steenachtig materiaal of hout2 betreft (bakstenen, puin enzovoort). Overige bodemvreemde materialen (dus anders dan steenachtig materiaal of hout), zoals bijvoorbeeld plastic en piepschuim, mag alleen sporadisch voorkomen als dat al

Deze loodnorm komt voort uit de Toetsingsregel Achtergrondwaarde (Regeling bodemkwaliteit, art 4.2.2.). Volgens die regel behoudt grond de formele kwaliteit van Achtergrondwaarde als hoogstens 2 stoffen verhoogde gehalten laten zien (bij meting van 7-15 stoffen). De verhoging mag in dat geval maximaal 2x de Achtergrondwaarde (voor lood is dat 50 mg/kg) voor die stof bedragen. Het maximum voor lood is in dit geval dus 2 x 50 = 100 mg/kg grond. 2 Het betreft hier hout in een vorm die niet van nature voorkomt in de bodem. 1

Pagina 18 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

voorafgaand aan het ontgraven of bewerken in de grond of baggerspecie aanwezig was, voor zover redelijkerwijs niet kan worden gevraagd dat het uit de grond of baggerspecie wordt verwijderd voordat het wordt toegepast. Hiermee wordt bijmenging bedoeld die voor de ontgraving al in (water)bodem aanwezig was en niet door transport, vermenging, samenvoeging of anderszins aan de grond of baggerspecie is toegevoegd. Dit laatste is uiteraard niet toegestaan. In andere situaties, wanneer sprake is van minder kwetsbare bodemfuncties, maar ook omdat er behoefte bestaat om te vereenvoudigen, kan het gebiedsspecifieke beleid juist verruimen. Ruimer – op minder gevoelige bodemfuncties en ter vermindering regeldruk • Een vereenvoudigd vooronderzoek, de zogeheten ‘puntbronnencheck’, bij gebruik van de bodemkwaliteitskaart, dient alleen om vast te stellen of vrijkomende grond niet afkomstig is uit een gebied met een brongerelateerde verontreiniging; • Op de bodemfunctie ‘Wonen zonder tuin’ (bebouwing) in zone 3 en 4 mag grond met kwaliteit Industrie worden opgebracht (landelijk generiek is dat ‘Wonen’); • Het baggerbeleid biedt ruimere verspreidingsmogelijkheden; • Het wordt op een aantal bedrijfsterreinen toegestaan dat de bodem aangevuld wordt met grond die voldoet aan de functie, maar waarvan de kwaliteit slechter is dan de ontvangende bodem.

Deze verslechtering wordt elders gecompenseerd met een verbetering (‘stand still’ op gebiedsniveau). Het betreft bedrijventerreinen in Aalsmeer, Amstelveen en Uithoorn (aangeduid als zone 1A) en het depot van de grondbank Aalsmeer in Kudelstaart (aangeduid als zone 1B) welke grond mogen ontvangen tot maximaal klasse Industrie. Deze gebieden wordt apart weergegeven op de bodemkwaliteitskaart als gebiedsspecifieke zones; • Aanvragen Omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen zijn in de zones 1 en 2 mogelijk vrijgesteld van fysiek bodemonderzoek, met de bodemkwaliteitskaart en puntbronnencheck.

2.2

Voorkomende verontreinigingen (buiten standaardpakket)

In de bodem van de regio Amstelland en Meerlanden kunnen stoffen voorkomen die niet in het standaard stoffenpakket zijn opgenomen. Wanneer de bodem verdacht is op het voorkomen van een of meer van deze stoffen betekent dit dat de bodemkwaliteitskaart niet zonder meer bruikbaar is. Er moet dan een (aanvullend) bodemonderzoek worden uitgevoerd gericht op het voorkomen van deze stoffen. Om dit onderzoek voor een specifiek gebied achterwege te kunnen laten kan gebiedsspecifiek beleid een oplossing zijn. Deze stoffen zijn: • Asbest • PFAS • OCB’s

Asbest Asbest is een verzamelnaam voor een aantal in de natuur voorkomende mineralen, die zijn opgebouwd uit fijne, microscopisch kleine vezels. Losse asbestvezels zijn met het blote oog niet zichtbaar. Asbest is in het verleden veel gebruikt, bijvoorbeeld in gebouwen en woningen, vanwege de goede eigenschappen. Het is sterk, slijtvast en isolerend en bovendien goedkoop. De grote risico's die asbest oplevert voor de gezondheid werden pas later erkend. Door demping, onzorgvuldige sloop en incidenten (brand, natuurgeweld/storm, explosie, vandalisme) kan asbest op of in de bodem terecht komen. Zie verder par 3.4 en Bijlage 8.

Pagina 19 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

PFAS PFOS en PFOA behoren tot de groep poly- en perfluor-alkyl-verbindingen (PFAS), organische verbindingen. Zelfs onder extreme condities, zoals hoge temperatuur en de aanwezigheid van agressieve stoffen, zoals basen, zuren en oxiderende stoffen, blijven de verbindingen zeer stabiel. PFOS (perfluoroctaansulfonaat) en PFOA (perfluoroctaanzuur) zijn persistent. Deze stoffen breken niet af in water of bodem, ook niet onder invloed van licht of door bacteriën, alleen bij verbranding onder extreem hoge temperatuur. De eigenschappen van PFOS en PFOA hebben geleid tot specifieke gebruikstoepassingen van PFOS en PFOA, vooral bijvoorbeeld in blusschuim of vuilafstotende coating. PFOS en PFOA zijn milieuvreemde stoffen die, vanwege de diverse toepassingen, op steeds meer plaatsen in de bodem worden aangetroffen. Sinds eind 2015 wordt Perfluoroctaansulfonzuur (PFOS) en later ook Perfluoroctaanzuur (PFOA), eerst in het oostelijk deel van de Haarlemmermeer en vervolgens de wijdere omgeving in de regio, vaak in relatief lage gehalten diffuus in de bodem aangetroffen, ook op plekken waar geen directe relatie met een calamiteit of vanuit een andere bronlocatie herleidbaar was. De stoffen worden in de regio Amstelland en Meerlanden verhoogd aangetroffen ter plaatse van bronlocaties en zijn daarnaast diffuus vrijwel overal aanwezig.

Als gevolg van het ontbreken van landelijke normen voor hergebruik van deze stoffen zijn door diverse regionale bevoegde gezagen lokale beleidsregels opgesteld voor grond en bagger. Dit bleek onvoldoende om stagnatie in grondverzet door deze stoffen te voorkomen. Zie verder par. 2.8.

Organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB’s) Van nature komen organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB’s) niet in de bodem voor. Ondanks het feit dat het gebruik van veel van deze stoffen reeds jaren verboden is worden ze, vanwege hun persistentie, in de regio Amstelland en Meerlanden nog veel aangetroffen, met name op de glastuinbouw- en akkerbouwgronden. Zie verder par. 2.9.

2.3

De bodemfunctiekaart

In het Besluit bodemkwaliteit speelt de maatschappelijke functie van de bodem een grote rol. Om dergelijke ‘bodemfunctieklassen’ van deelgebieden vast te leggen is een bodemfunctiekaart opgesteld (zie Bijlage 2). Op de bodemfunctiekaart is het grondgebied van de regio Amstelland en Meerlanden toegedeeld naar de verschillende (generieke) bodemfunctieklassen Landbouw/Natuur, Wonen en Industrie. Dat is niet op het niveau van percelen gebeurd (zoals bij bestemmingsplannen), maar op het niveau van een groter gebied of deelzone. Voor die toedeling in klassen is veelal het huidige dominante bodemgebruik in een gebied als maatgevend genomen. In een aantal gebieden wordt echter zowel gewoond als gewerkt, zonder dat een van die functies sterk overheerst. In zulke gevallen was de meest gevoelige bodemfunctieklasse bepalend: in dit geval Wonen. De landbouw- en natuurgebieden (inclusief moes- en volkstuinen) zijn vanwege hun gevoeligheid voor bodemverontreiniging ingedeeld onder de bodemfunctieklasse Landbouw/Natuur. Zulke gebieden mogen alleen grond ontvangen die voldoet aan de Achtergrondwaarde. Parken, sportparken en recreatiegebieden vallen onder de bodemfunctieklasse Wonen, behalve als ze ecologisch waardevol zijn.

Grote infrastructuur, zoals rijkswegen, provinciale- en hoofdverkeerswegen, spoorwegen en rangeerterreinen zijn, inclusief hun bermen, ingedeeld onder de bodemfunctieklasse Industrie. Minder forse infrastructuur kon vanwege het grove detailniveau van de kaart niet worden ingetekend, maar valt eveneens onder de bodemfunctieklasse Industrie.

Pagina 20 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Tabel 2.1 Bodemfuncties en bodemfunctieklassen Bodemfunctie (gebiedsspecifiek)

Bodemfunctieklasse (generiek)

Natuur

Landbouw/Natuur

Landbouw Moestuin/volkstuin (inclusief schooltuin) Wonen met tuin/siertuin

Wonen

Plaatsen waar kinderen spelen Groen met natuurwaarden Ander groen

Industrie

Bebouwing (zoals wonen zonder tuin) Infrastructuur en industrie

Generiek versus gebiedsspecifiek De bodemfunctiekaart wordt over het algemeen gebruikt in het generieke kader en gaat uit van drie generieke bodemfunctieklassen. Het gebiedsspecifieke kader (zie Tabel 2.1) maakt een scherper onderscheid met zeven bodemfuncties. In de meeste gevallen is het onderscheidend vermogen van de generieke bodemfunctiekaart voldoende om de lokale bodemfunctie te bepalen. Alleen de functie ‘Wonen zonder tuin’ (bebouwing) wordt op de bodemfunctiekaart weergegeven als Wonen, terwijl de specifieke indeling Industrie aangeeft. Voor het toepassen van grond op deze bodemfunctie moet de werkelijke situatie (en de bijpassende toepassingseis) ter plaatse worden vastgesteld.

Wijzigingen bodemfunctiekaart De huidige bodemfunctiekaart van de regio Amstelland en Meerlanden wijkt op een paar punten af van de oudere kaart uit 2012. Alle volkstuinparken, moestuintjes en schooltuinen zijn ingedeeld onder Landbouw/Natuur. Enkele nieuwe en toekomstige woonwijken (zoals de Iepenlaan in de Kwakel, Holland Park en Bergwijk Park in Diemen en de herontwikkeling Legmeer in Amstelveen) en sportparken zijn nu ingedeeld als Wonen. De (nieuwe) bedrijventerreinen (bijvoorbeeld in Uithoorn) zijn nu weergegeven als Industrie.

2.4

De bodemkwaliteit binnen de regio

Op een bodemkwaliteitskaart staan verschillende zones (gebieden) ingetekend. Een zone staat voor een bepaalde gemiddelde bodemkwaliteit in dat gebied, met een (gemiddeld) gehalte aan gemeten stoffen. Deze zonering van gebieden zegt dus iets over de globale kwaliteit van de lokaal bestaande c.q. ‘ontvangende bodem’ en gaat niet over de kwaliteit op een specifieke locatie (perceel). De bodemkwaliteitskaart is eigenlijk een verzameling van kaarten: • De bodemkwaliteitskaart, met de bodemkwaliteitsklassen van de ontvangende bodem (gebaseerd op het gemiddelde gehalte in een zone); • De ontgravingskaart, met de bodemkwaliteitsklassen bij ontgraven (gebaseerd op de P80-waarde3 in een zone) De toepassingskaart, waarop de bodemfunctie en bodemkwaliteit samen de toepassingseis in het gebied bepalen.

•

3

De P80-waarde (of 80-percentielwaarde) is de waarde waarbij 80% van de waarnemingen een waarde vertoont die onder die waarde ligt. De P80-waarde geeft een betrouwbaarder beeld van de bodemkwaliteit op een locatie dan alleen het gemiddelde van de waarnemingen. Daardoor treedt bij ontgraven minder snel ongewenste vermenging van schone en minder schone grond op.

Pagina 21 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Tabel 2.2 De bodemkwaliteitszones met aanwezige bodemfuncties en gemiddelde bodemkwaliteit (zie voor meer info par. 6.4 en Bijlage 3 en 5 voor kaarten en statistische kenmerken), toplaag (0-0,5 m-mv), diepe laag (0,5-2,0 m-mv) en oorspronkelijk maaiveld (> 2,0 m-mv). Zone

Voorkomende bodemfuncties Gemiddelde kwaliteit zone Bepalende % van stof(fen)

oppervlak regio

1 Diemen Noord en Zuid, Diemerbos, - Natuur Toplaag: Venserpolder, Amsterdamse Bos, jonge - Landbouw woonwijken Amstelveen, deel Duiven- Moestuin/volkstuin Diepe laag: drechtse Polder (Borchland), woonwijken - Wonen met tuin; Stommeer en Hornmeer Aalsmeer, lande- - Plaatsen waar kinderen spelen lijk gebied (oa Schinkelpolder, Bovenker- - Groen met natuurwaarden Oorspr. mv: kerpolder, Legmeerpolder, Nes a/d - Ander groen, bebouwing, Amstel), glastuinbouwgebieden en jonge infrastructuur en industrie woonwijken Uithoorn. 2 Delen Over-Diemen, Duivendrecht, industriegebied Amstel (Spaklerweg), Elsrijk Amstelveen, bebouwing Aalsmeerderweg en Hornweg, jonge woonwijken Uithoorn (De Kwakel), landelijk gebied Kudelstaart.

3

Boerenerven langs de Amstel en polders, centrum Diemen, volkstuinparken Ouder-Amstel, bebouwing Ouderkerkerlaan, Noorddammerlaan, Legmeerdijk en Amsterdamseweg Amstelveen, zuidkant Ouderkerk a/d Amstel, Uiterweg en Oosteinderweg Aalsmeer, akkers/eilandjes Westeinderplassen.

4 Oever langs Ringvaart Amsterdamse Bos, noordkant Ouderkerk a/d Amstel, Dorpscentrum, Langs de Vuurlinie (Meerlaan) Uithoorn.

AW

51,0%

AW

AW te weinig gegevens

- Natuur Toplaag: Wonen - Landbouw Diepe laag: Wonen - Moestuin/volkstuin - Wonen met tuin Oorspr. mv: AW - Plaatsen waar kinderen spelen Industrie - Groen met natuurwaarden te weinig - Ander groen, bebouwing, gegevens infrastructuur en industrie

Kwik, lood, zink, PAK, PCB

7,4%

- Natuur Toplaag: Industrie - Landbouw - Moestuin/volkstuin Diepe laag: Industrie - Wonen met tuin - Plaatsen waar kinderen spelen Oorspr. mv: AW - Groen met natuurwaarden - Ander groen, bebouwing, Industrie infrastructuur en industrie te weinig

Koper, lood, 13,5% zink, PAK, min. olie

gegevens - Natuur Toplaag: > Industrie - Wonen met tuin - Plaatsen waar kinderen spelen Diepe laag: > Industrie - Groen met natuurwaarden - Ander groen, bebouwing, Oorspr. mv: te weinig infrastructuur en industrie gegevens

1A Bedrijventerreinen GreenPark en - Ander groen, bebouwing, Hornmeer Aalsmeer, bedrijventerrein De infrastructuur en industrie Loeten Amstelveen, Flora Holland Zuid Uithoorn, herontwikkelingsgebied “Tussen Poelweg en Noorddammerweg”

Alle lagen:

AW

Lood, zink

0,55%

2,4%

(Let op: geb.specifiek beleid!)

Uithoorn. 1B Grondbank Aalsmeer (Kudelstaart)

- Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie

Alle lagen:

AW

0,04%

(Let op: geb.specifiek beleid!)

De herziene bodemkwaliteitskaart van de regio Amstelland en Meerlanden onderscheidt 4 zones op basis van de lokale bodemkwaliteit en ophooggeschiedenis (zones 1 t/m 4), plus nog twee gebiedsspecifieke zones

Pagina 22 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

waarbinnen bijzondere eisen gelden (zones 1A en 1B). Bij elke zone horen bijpassende eisen die gelden voor het grondverzet en de kwaliteit van de grond die er mag worden aangebracht, afhankelijk van de bodemfunctie. Binnen een zone liggen soms meerdere bodemfuncties die, afhankelijk van de gevoeligheid voor bodemverontreiniging, elk om een ander beschermingsniveau vragen - en dus een op de bodemfunctie afgestemde toepassingseis hebben (zie voor toepassingseisen par 4.3 en verder). Niet alle gebieden zijn ingedeeld in een zone. Dat komt bijvoorbeeld omdat er te weinig bodeminformatie beschikbaar is, of omdat het een bodemsaneringsgebied betreft waarvoor bijzondere voorwaarden (in een sanering/nazorgplan) gelden. Dit geldt voor enkele gebieden in de Diemerpolder en Diemen (Sniep). Tabel 2.2. laat zien dat meer dan de helft van de regio in de schone zone 1 valt en ruim een vijfde in zone 2 en 3. Dus driekwart van de bodem van de regio Amstelland en Meerlanden is schoon tot licht/matig verontreinigd en geschikt voor hergebruik.

2.5

Generiek beleid voor toepassen van grond in zone 1

De bodemkwaliteit in de meeste jonge woonwijken en de landbouwgebieden (waneer deze genoeg gegevens bevatten om te kunnen vaststellen) in de regio voldoet aan de Achtergrondwaarde (AW). Deze grond is in principe geschikt om overal zonder onderzoek te hergebruiken. Daarom was het niet nodig om voor deze gebieden, gedefinieerd als zone 1, gebiedsspecifiek beleid te ontwikkelen voor hergebruik van grond. In deze zone is de toepassingseis of kwaliteitseis aanvulgrond/leeflaag voor alle bodemfuncties dan ook Achtergrondwaarde, conform het generieke beleid. Er kunnen wel andere, meer algemene gebiedsspecifieke eisen gelden in zone 1, zoals de eisen voor asbest en bodemvreemd materiaal. Zie voor de zonekaart Bijlage 3A.

2.6

Het gebiedsspecifieke toetsingskader in zones 2, 3 en 4

Gevoelige functies beschermen Gezien de keuze voor gebiedsspecifiek beleid om met name de gevoelige bodemfuncties extra te beschermen volgt hieruit een normering die hier gevolg aan geeft. Wanneer sprake is van woningen met tuinen, waarbij veel bodemcontact kan plaatsvinden, wordt een strengere norm gehanteerd dan bij woningbouwprojecten waarbij sprake is van hoogbouw met appartementen (zonder tuin). Wel kan tussen deze woningen juist weer sprake zijn van plaatsen waar kinderen spelen of buurtmoestuinen (urban farming). Deze verschillende vormen van bodemgebruik vragen om een bijpassende bodemkwaliteit, met eveneens bijpassende beschermingsniveaus gebaseerd op risico’s van bodemcontact (blootstelling). Die factoren bepalen per locatie de vereiste kwaliteit van toe te passen grond. Hoe gevoeliger de functie, hoe strenger de norm.

Lood Met name het zware metaal lood is een probleemstof, die diffuus verspreid voorkomt. Op sommige plaatsen is het gehalte in de bodem zo hoog dat er risico’s zijn voor jonge kinderen die buiten spelen en grond via vieze vingers binnenkrijgen. De hersenontwikkeling van jonge kinderen is erg gevoelig voor lood [Lit. 10]. De gemeenten binnen de regio Amstelland en Meerlanden willen die risico’s voor kleine kinderen tegengaan en stellen daarom dat het loodgehalte van grond die wordt toegepast op gevoelige bodemfuncties maximaal 100 mg/kg mag bedragen (2x de Achtergrondwaarde). Die eis is van toepassing op locaties met de bodemfunctie ‘Wonen met tuin’ en ‘Plaatsen waar kinderen spelen’. Deze keuze heeft geleid tot de toepassingseisen per bodemfunctie en per bodemkwaliteitszone zoals weergegeven in Tabel 2.3.

Pagina 23 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Tabel 2.3 Toepassingseisen en kwaliteitseis aanvulgrond/leeflaag (bodemkwaliteitsklassen) voor grond en bagger Bodemfunctie

Natuur

Wonen met tuin Plaatsen waar kinderen spelen

Groen met natuurwaarden

Ander groen, bebouwing (oa wonen zonder tuin), infrastructuur en industrie

Landbouw Moestuinen/volkstuinen

Zone 1

Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde

2

Achtergrondwaarde

Wonen (lood max 100 mg/kg)

Wonen

Wonen

3

Achtergrondwaarde

Wonen (lood max 100 mg/kg)

Wonen

Industrie

4

Achtergrondwaarde

Wonen (lood max 100 mg/kg)

Wonen

Industrie

1A

Industrie

1B

Industrie

Drie belangrijke hoofdzaken uit Tabel 2.3 zijn: • • •

Op de bodemfuncties Natuur, Landbouw en Moestuinen/volkstuinen mag alleen grond worden toegepast van de klasse Achtergrondwaarde (AW); Op de bodemfuncties Wonen met tuin, Plaatsen waar kinderen spelen en Groen met natuurwaarden in de zones 2 t/m 4 mag grond worden toegepast van maximaal klasse Wonen; Op de bodemfuncties Wonen met tuin en Plaatsen waar kinderen spelen mag het gehalte aan lood maximaal 100 mg/kg bedragen.

Minder kwetsbare functies (in de laatste kolom van Tabel 2.3) mogen in zone 3 en 4 grond ontvangen van de kwaliteitsklasse Industrie. In de relatief schonere zone 2 vereist de ontvangende bodem echter grond van de klasse Wonen omdat het niet wenselijk is deze kwaliteit te verslechteren, ook vanwege diverse vrijstellingsregelingen in zone 1 en 2 (zie par. 3.6). De gebiedsspecifieke toepassingseis in zone 1A geldt alleen voor gebiedseigen grond. Zie voor de zonekaart Bijlage 3A.

Asbest Behalve deze eisen geldt een aparte normering voor asbest (zie par 3.4). Asbest wordt normaliter in grond en bouwstoffen toegestaan tot 100 mg/kg droge stof. Waar echter veelvuldig contact met grond plaatsvindt - door kwetsbare groepen - zoals op kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuinen, mag asbest analytisch niet aantoonbaar in de grond voorkomen. Dit geldt binnen de gehele regio.

2.7

Gebiedsspecifiek beleid in de zones 1A en 1B

Enkele deelgebieden in de regio zijn aangewezen als gebieden waar bij het toepassen van grond alleen naar de (toekomstige) functie wordt gekeken en niet naar de kwaliteit van de ontvangende bodem. Hierdoor kan de plaatselijke bodemkwaliteit dus iets verslechteren, waarbij er geen risico is voor het beoogde gebruik. Er is binnen de regio geen kwaliteitsvermindering, omdat de grond binnen de regio blijft. Er vindt hierdoor alleen verslechtering op de toepassingslocatie plaats, die wordt gecompenseerd door een verbetering van de bodemkwaliteit op de ontgravingslocatie. Dit betekent dat er geen grond van buiten de regio mag worden toegepast die niet voldoet aan de kwaliteit van de ontvangende bodem. Het betreft de volgende (toekomstige) bedrijventerreinen:

Pagina 24 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Zone 1A: • GreenPark Aalsmeer (bedrijven (logistiek) en sierteelt); • Bedrijventerrein Hornmeer (Aalsmeer); • Bedrijventerrein De Loeten (Amstelveen); • Flora Holland Zuid (Uithoorn); • Herontwikkelingsgebied (bedrijven) “Tussen Poelweg en Noorddammerweg” (Uithoorn). Zone 1B: • Gronddepot Aalsmeer (Kudelstaart). Op deze deelzones mag grond van binnen de regio worden toegepast tot maximaal kwaliteit Industrie. Dit geldt ook voor industriegrond op basis van PFAS (zie verder par. 2.8). Zie voor de zonekaart Bijlage 3A.

2.8

Beleidsregel en landelijk handelingskader PFAS

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland hebben als bevoegd gezag in het kader van de Wet bodembescherming beleidsregels opgesteld voor bodemsanering van met PFAS verontreinigde bodem [Lit. 21]. Gezien het feit dat de gemeenten binnen de regio Amstelland en Meerlanden bevoegd gezag zijn voor toepassingen van grond en baggerspecie op de landbodem op grond van het Besluit bodemkwaliteit en de zorgplicht (artikel 13 Wet bodembescherming) en het Rijk in haar beleid voor PFAS ruimte biedt voor lokale of regionale invulling, hebben de gemeenten zelf een beleidsregel opgesteld. Deze beleidsregel is mede gebaseerd op het door de provincie Noord-Holland in haar provinciale Beleidsregel vastgestelde achtergrondkwaliteitsniveau en sluit aan bij de uitvoeringspraktijk. Toe te passen partijen grond en baggerspecie in de regio Amstelland en Meerlanden moeten, naast de verwachte PFAS, minimaal op PFOS/PFOA worden onderzocht indien er een reële verdenking bestaat dat er PFAS in kan worden aangetroffen, die kunnen leiden tot een beperking bij het toepassen van de grond of bagger. Van een reële verdenking is in ieder geval sprake indien op een locatie PFOS- en/of PFOA-houdend blusschuim is gebruikt of gewerkt is met PFOS/PFOA, of wanneer het aannemelijk is dat de locatie door verspreiding van PFAS, anders dan de diffuse verspreiding van PFOS en/of PFOA, is belast.

Op de website van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied is een kaart opgenomen met informatie over aangetroffen PFOS- en PFOA- gehalten (https://loket.odnzkg.nl/kaarten/pfos-pfoa). Deze kaart kan helpen bij het bepalen of er op een locatie mogelijk sprake is van een reële verdenking. Binnen het werkgebied van de Omgevingsdienst NZKG is met de diverse gemeenten samengewerkt aan de bepaling van regionale Achtergrondconcentratieniveau’s (ACN’s) en een regionale bodemkwaliteitskaart voor PFOS/PFOA. Het doel van dit project is het knelpunt van stagnatie in grondverzet op te lossen en een mogelijkheid te bieden om af te zien van veldonderzoek en chemische analyses. De bodemkwaliteitskaart zal als appendix aan de aangepaste regionaal afgestemde beleidsregels van de diverse gemeenten worden gekoppeld, waarna deze, na bestuurlijke vaststelling, als bewijsmiddel kan fungeren. De komende tijd zal de dataset met PFOS/PFOA-onderzoeken verder worden uitgebreid om steeds meer inzicht te krijgen in de verspreiding en het voorkomen van deze stoffen binnen de regio en daarbuiten.

Pagina 25 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

Voor de werkwijze, lokale normering en hoe om te gaan met toe te passen grond binnen de regio wordt verwezen naar de vigerende Beleidsregels PFAS gemeente Aalsmeer [Lit. 23] en Amstelveen [Lit. 24].4 Op 8 juli 2019 heeft het Rijk een tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie vastgesteld, welke op 28 november 2019 is geactualiseerd [Lit.22]. Dit landelijk handelingskader geldt als advies ter invulling van de zorgplicht in gemeenten die nog geen eigen beleidsregel hebben vastgesteld. De toepassingsadvieswaarden zullen na meer onderzoek door het RIVM in de loop van 2020 definitief worden vastgesteld en via een wijziging van de Regeling bodemkwaliteit worden opgenomen in bijlage B van deze Regeling. PFAS geldt daarna niet langer als niet-genormeerde stof. Het tijdelijk handelingskader, evenals de Regeling bieden de mogelijkheid om lokaal PFAS-beleid te behouden.

2.9

Extra aandacht voor OCB’s in vooronderzoek

In de bodem van landbouwpercelen worden nog geregeld organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB’s) aangetroffen. Deze stoffen komen niet voor in het standaard stoffenpakket. Gezien het feit dat deze stoffen zeer lokaal worden aangetroffen (op sommige landbouwpercelen wel, op andere niet) is er geen sprake van een diffuse verontreiniging in het hele landbouwgebied van de regio. Opname in de bodemkwaliteitskaart is om die reden niet goed mogelijk. Wanneer grond wordt ontgraven afkomstig van een landbouwperceel liggend in een vastgestelde BKK-zone en deze partij wordt elders toegepast, kan gebruik worden gemaakt van eventuele vrijstelling voor het doen van onderzoek voor de stoffen die opgenomen zijn in de bodemkwaliteitskaart. In het vooronderzoek moet echter wel aandacht worden besteed aan OCB’s. Wanneer blijkt dat er geen reden is om aan te nemen dat er in het verleden OCB’s op het betreffende perceel zijn toegepast mag een bodemonderzoek achterwege blijven.

4

De gemeente Uithoorn heeft ook een beleidsregel vastgesteld, deze is nog niet gepubliceerd en daarom nog niet van kracht, maar vormt wel de basis ter actualisering.

Pagina 26 van 76

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019

3 Wanneer moet bodemonderzoek gedaan worden? 3.1

Wanneer is bodemonderzoek noodzakelijk?

Er kunnen veel verschillende aanleidingen zijn om een bodemonderzoeksrapport op te (laten) stellen en ter toetsing aan het bevoegd gezag Wet bodembescherming (Wbb), Besluit bodemkwaliteit (Bbk) of Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) voor te leggen. Mogelijke aanleidingen kunnen zijn: projectmatige ontgraving, funderingsherstel, nieuwbouw, verbouw, functiewijziging, herinrichting van een gebied, overdracht, starten of beëindigen bedrijfsmatige activiteiten, hergebruik/toepassen van grond of bouwstof, etc. In par. 3.5 wordt ingegaan op de toetsing van het bodemonderzoeksrapport door het bevoegd gezag Wabo. Een initiatiefnemer die in de bodem gaat werken dient bekend te zijn met de kwaliteit van de grond, of dient deze aan te tonen met een bodemonderzoek. Het bodemonderzoek wordt afgestemd op de verwachte verontreinigingen en op de voorgenomen bestemming van een locatie. Het bodemonderzoek bestaat meestal uit twee delen: een vooronderzoek (archiefonderzoek) en een verkennend bodemonderzoek (veld- en analytischchemisch). Mocht het vooronderzoek een locatie als onverdacht typeren, dan kan een verkennend bodemonderzoek veelal achterwege blijven. In par. 3.6 wordt dieper ingegaan op de voorwaarden voor vrijstelling van verkennend bodemonderzoek. Het zijn vooral de volgende wettelijke kaders die een bodemonderzoek vereisen: •

Wet bodembescherming; vaststelling van de ernst van een geval van bodemverontreiniging, van de mate

•

Besluit uniforme saneringen (BUS): vaststelling van de bodemkwaliteit van grond die wordt ontgraven en

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=05f68a91-e72d-436e-8018-26edaa3670ff