Nota beantwoording zienswijze.docx
Tekst van het document
Nota van Beantwoording Beantwoording ingekomen zienswijze op het Ontwerpbestemmingsplan Parkmeer Aalsmeer, januari 2021
Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan Parkmeer heeft van 30 oktober tot en met 10 december 2020 voor eenieder ter inzage gelegen. Er is 1 zienswijze ingediend. De ingediende zienswijze is hieronder samengevat weergegeven. Dit betekent niet, dat die onderdelen van de reactie die niet expliciet genoemd worden niet bij deze beoordeling zijn betrokken. De reactie is in zijn geheel beoordeeld. Links staat naast de nummering een beknopte opsomming van de punten uit de zienswijze en in de kolom daarnaast vindt per punt de beantwoording plaats. In de rechterkolom wordt aangegeven of de reactie leidt tot aanpassing van het voorstel met indien van toepassing een korte toelichting daarop.
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijze ontwerpbestemmingsplan Parkmeer
datum: januari 2021
blz. 2
Hoogheemraadschap van Rijnland A. Bij mail van 10 november 2020 geeft Rijnland het volgende aan: ‘Op 7 november 2020 ontving Rijnland het (concept) voorontwerp bestemmingsplan Parkmeer Aalsmeer. Daarbij wordt verzocht om een reactie in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro’.
B. Na bestudering van het (concept) voorontwerpbestemmingsplan Parkmeer Aalsmeer en met name de water gerelateerde aspecten, heeft Rijnland geen bezwaar tegen de planontwikkelingen. C. Voor de water gerelateerde aspecten is de Keur (Waterwet) van Rijnland 2020 alsmede
Het verzoek om een vooroverlegreactie op het voorontwerpbestemmingsplan Parkmeer is al op 5 juni 2020 gedaan, met het verzoek binnen 4 weken te reageren. In het verzoek werd tevens aangegeven dat indien binnen die termijn geen reactie werd ontvangen, ervan uit werd gegaan dat met het initiatief ingestemd kon worden. Bij mail van 7 juli 2020 heeft Rijnland om een week respijt gevraagd en aangegeven te verwachten een week later met een reactie te kunnen komen. Gelet daarop en ondanks herhaald verzoek vanuit de gemeente daartoe heeft Rijnland geen reactie op het voorontwerpbestemmingsplan meer ingediend. De bestemmingsplanprocedure is voortgezet met het afronden van het ontwerpbestemmingsplan en overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening heeft o.a. Rijnland op 27 oktober 2020 een kennisgeving ontvangen van de terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan voor de duur van 6 weken. Deze kennisgeving was aanleiding tot de ingekomen reactie van 10 november 2020 van Rijnland. Omdat de vooroverlegfase reeds afgerond is, is Rijnland gevraagd of deze ingekomen reactie dient te worden gezien als een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan. Bij mail van 26 november 2020 heeft Rijnland hier bevestigend op geantwoord. De ingekomen 3.1.1. Bro- reactie wordt derhalve als een zienswijze behandeld. Wij danken u voor deze reactie.
Voor de beantwoording van uw overige zienswijzen wordt verwezen naar de puntsgewijze beantwoording hieronder
Nee
Bij de uitvoering van het bestemmingsplan/ de aanvraag omgevingsvergunning zal met de Keur/ de
Nee
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijze ontwerpbestemmingsplan Parkmeer
datum: januari 2021
blz. 3
Nee
bijbehorende uitvoeringsregels van toepassing. Bijvoorbeeld voor toename aan verhard oppervlak, graven of dempen van oppervlaktewater, werken in of nabij de kernen beschermingszones van waterkeringen of oppervlaktewater of in kwelgevoelig gebied dient een vergunning/melding op grond van de Waterwet te worden aangevraagd bij ons hoogheemraadschap via het Omgevingsloket Online (OLO). De Keur en uitvoeringsregels kunt u vinden op onze website www.rijnland.net. D. In de toelichting van het plan is een verhardingsbalans opgesteld. Deze stelt dat er geen compensatieverplichting is aangezien in het verleden het terrein reeds verhard is. Artikel 3d uit beleidsregel 11.4 van onze keur zegt: Er hoeft geen compenserend wateroppervlak te worden gegraven wanneer er gebruik wordt gemaakt van een afname aan verharding wanneer deze afname heeft plaatsgevonden tussen de vijf en de tien jaar voorafgaand aan de datum van de vergunningaanvraag en dit waterstaatkundig toelaatbaar is. De verharding in het gebied is volgens onze informatie verwijderd in 20112012. Er wordt op gewezen dat de verwijderde verharding derhalve nog maximaal 2 jaar mag worden meegeteld. E. In dezelfde paragraaf wordt gesteld dat er 3.000 m2 water is gegraven in het gebied (de zuidwesthoek). Uit eigen opmeting komen wij niet verder dan 1.200 m2. Graag ziet Rijnland een toelichting op het aantal gegraven vierkante meters.
uitvoeringsregels hiervan rekening worden gehouden.
Wij danken u voor deze attendering. Zowel gemeente als ontwikkelaar zijn bekend met de nog resterende termijn inzake de verhardingsbalans.
Nee
De 1200 m2 water waar indiener zienswijze op doelt ziet op het in dit plangebied voorkomende water in de zuidwesthoek van het plangebied. Daarnaast zijn ook andere delen binnen het plangebied (zie overzichtsbijlage 1.1 tot en met 1.4) reeds afgegraven. Het totaal hiervan bedraagt om en nabij de 2.035 m2. De gebieden genummerd 2.1 t/m 2.4 in de bijlage dienen nog gegraven te worden (en bedragen 950 m2), zowel door de gemeente als door de ontwikkelaar bij de bouw. Het afgraven door de
Ja. De tekst in de toelichting in 6.2. ten aanzien van de waterparagraaf wordt verduidelijkt overeenkomstig de beantwoording van de zienswijze. Tevens wordt de
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijze ontwerpbestemmingsplan Parkmeer
datum: januari 2021
blz. 4
ontwikkelaar is geborgd via de afgesloten anterieure overeenkomst.
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijze ontwerpbestemmingsplan Parkmeer
datum: januari 2021
blz. 5
overzichtskaart watercompensatie opgenomen als bijlage bij de toelichting.
Nota van beantwoording – ingekomen zienswijze ontwerpbestemmingsplan Parkmeer
datum: januari 2021
blz. 6