Kadernota Aalsmeer 2026 defintief
Tekst van het document
Kadernota 2026
Gemeente Aalsmeer
Inhoudsopgave
1. Aanbiedingsbrief ............................................................................................ 4 1.1 Aanbiedingsbrief.........................................................................................................4 1.2 Leeswijzer .................................................................................................................4
2. Speerpunten van beleid ................................................................................ 10 3. Uitgangspunten ............................................................................................ 15 4. Financiële paragraaf ..................................................................................... 23 4.1 Van begroting 2025 naar Kadernota 2026 ................................................................... 23 4.2 Dekkingsvoorstellen .................................................................................................. 24 4.3 Overige ontwikkelingen ............................................................................................. 28
5. Programma ................................................................................................... 33 5.1 Sociaal domein ......................................................................................................... 33 5.1.1 Overzicht mutaties ............................................................................................ 33 5.1.2 Toelichting mutaties .......................................................................................... 34 5.2 Onderwijs en ontplooiing ........................................................................................... 40 5.2.1 Overzicht mutaties ............................................................................................ 40 5.2.2 Toelichting mutaties .......................................................................................... 40 5.3 Economie en duurzaamheid ....................................................................................... 44 5.3.1 Overzicht mutaties ............................................................................................ 44 5.3.2 Toelichting mutaties .......................................................................................... 44 5.4 Openbare ruimte ......................................................................................................
45 5.4.1 Overzicht mutaties ............................................................................................ 45 5.4.2 Toelichting mutaties .......................................................................................... 46 5.5 Ruimtelijke ontwikkeling ............................................................................................ 51 5.5.1 Overzicht mutaties ............................................................................................ 51 5.5.2 Toelichting mutaties .......................................................................................... 51 5.6 Bestuur, bevolking en veiligheid ................................................................................. 53 5.6.1 Overzicht mutaties ............................................................................................ 53 5.6.2 Toelichting mutaties .......................................................................................... 53 5.7 Overhead ................................................................................................................ 55 5.7.1 Overzicht mutaties ............................................................................................ 55 5.7.2 Toelichting mutaties ..........................................................................................
56 5.8 Algemene dekkingsmiddelen ...................................................................................... 59 5.8.1 Overzicht mutaties ............................................................................................ 59
Kadernota 2026 Aalsmeer
2
Gemeente Aalsmeer
5.8.2 Toelichting mutaties .......................................................................................... 60
6. Reserves ....................................................................................................... 69 7. Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................... 72 8. Investeringen 2026 - 2029 ........................................................................... 74 8.1 Overzicht kredieten .................................................................................................. 74 8.2 Meerjarenprojectenplan Buitenruimte.......................................................................... 74 8.3 Toelichting mutaties ................................................................................................. 74
9. Financiering .................................................................................................. 77 10. Bijlagen ...................................................................................................... 79 10.1 Dienstverleningsbijdrage en limitatieve lijst ............................................................... 79 10.2 Reserves ............................................................................................................... 82
Kadernota 2026 Aalsmeer
3
Gemeente Aalsmeer
1. Aanbiedingsbrief 1.1 Aanbiedingsbrief Aalsmeer, 20 mei 2025 Geachte leden van de gemeenteraad, Voor u ligt de Kadernota 2026, de laatste kadernota van deze bestuursperiode. In dit document schetsen wij de hoofdlijnen voor het gemeentelijk beleid in de komende jaren en bieden wij richting voor de op te stellen programmabegroting 2026-2029. Deze kadernota is daarmee een belangrijk instrument voor het afsluiten van deze raadsperiode én de doorkijk naar een nieuwe bestuursperiode na de gemeenteraadsverkiezingen van 2026. 1. Speerpunten voor beleid De Kadernota 2026 markeert een moment van bezinning en vooruitkijken. We leggen de nadruk op de voortzetting en afronding van de beleidsprioriteiten uit het huidige raads- en college uitvoeringsprogramma, maar zetten ook lijnen uit voor de lange termijn. De beleidsverantwoording over de bestuurlijke actiepunten die zijn opgenomen in de programmabegroting 2025 en vindt u terug in de 1e bestuursrapportage 2025 die wij u tegelijkertijd met deze Kadernota aanbieden. In deze Kadernota gaan we onder andere in op de volgende onderwerpen: • Sociaal domein (jeugdhulp, Wmo en andere zaken zoals het programma
•
arbeidsmigranten) Ruimtelijke ontwikkeling (o.a. voor de verdere uitwerking van de gebiedsvisie Kudelstaart nemen we een programmabudget op.)
• • •
Bereikbaarheid en mobiliteit Veiligheid Dienstverlening
We besteden ook aandacht aan recente ontwikkelingen en nieuwe opgaven, zoals de impact van (langdurige) stroomuitval. Omdat 2026 een verkiezingsjaar is, bevat deze Kadernota relatief weinig voorstellen voor nieuw beleid. In het meerjarenperspectief is vanaf 2027 wel een (structurele) stelpost van € 1,5 miljoen opgenomen voor nieuw beleid, waarvan de besteding aan de volgende raad en het nieuwe college wordt overgelaten. Voor een aantal thema’s waarvoor na 2025 geen budget meer beschikbaar is, stelt het college voor om deze in 2026 voort te zetten. Daarmee wordt mogelijke continuïteit geborgd, terwijl de uiteindelijke keuze bij de nieuwe raad en college ligt. 2. Financieel meerjarenperspectief 2026 - 2029 Het financieel meerjarenperspectief (MJP) laat zien dat onze gemeente financieel gezond is, maar dat we alert moeten blijven op de structurele houdbaarheid van onze begroting. Stijgende kosten in het sociaal domein, prijsontwikkelingen en veranderende rijksbijdragen vragen om scherp financieel beleid. In deze Kadernota presenteren we daarom mogelijke scenario’s voor de komende jaren, inclusief eventuele bijsturingsmaatregelen.
Kadernota 2026 Aalsmeer
4
Gemeente Aalsmeer
Het vertrekpunt voor het opstellen van de begroting 2026 is de jaarschijf 2026 uit de meerjarenbegroting 2025. Samengevat ziet het meerjarenperspectief er na alle voorstellen uit deze Kadernota als volgt uit: 2026
2027
2028
2029
Perspectief Kadernota 2026
-213
-1.840
-2.133
-3.920
Totaal dekkingsvoorstellen
3.240
3.140
1.540
1.540
Perspectief Kadernota 2026
3.027
1.300
-597 -2.380
Uit voorgaand overzicht blijkt dat we 2026 en 2027 sluitend aan u kunnen voorleggen. Belangrijkste reden hiervan is de uitkomst van de recent verschenen Voorjaarsnota 2025 van het Rijk. Per saldo komt er tot en met 2027 cumulatief € 3 miljard beschikbaar voor gemeenten. Hoewel dit nog lang geen volledige compensatie is van de uitname uit het gemeentefonds vanaf 2026 (€ 2,3 miljard) is hiermee het financiële knelpunt tot en met 2027 voor Aalsmeer opgelost. Het bevestigt opnieuw de mate waarin gemeenten, en dus ook Aalsmeer, afhankelijk zijn van de inkomsten van het Rijk om haar taken te kunnen uitvoeren, zonder dat dit ten koste gaat van gemeentelijke voorzieningen en/ of verhoging van de inkomsten met meer dan de prijsinflatie. Zoals uit bovenstaande blijkt wijzigt per 2028 wijzigt het financiële beeld. Het kabinet gaat ervan uit dat de maatregelen uit de Hervormingsagenda dan het beoogde effect zullen hebben. Daarnaast wil het kabinet inzetten op extra maatregelen om de kosten van het stelsel verder te beheersen. De VNG heeft vraagtekens geplaatst bij de haalbaarheid van de reeks zoals die nu vanaf 2028 in de Voorjaarsnota van het Rijk is opgenomen. Het kabinet en de VNG hebben daarom afgesproken de deskundigencommissie Van Ark te vragen om vervroegd in het eerste kwartaal van 2027 een uitspraak te doen over haalbaarheid van het financieel kader vanaf 2028.
Het kabinet heeft de VNG gevraagd om de aangekondigde ingebrekestelling, gebaseerd op het niet voldoen aan de wettelijke verplichting op basis van de Gemeentewet, op te schorten tot aan de augustusbesluitvorming. Gelet op het dringende verzoek van de minister-president rekent de VNG erop dat gemeenten alsnog (zonder dat een procedure nodig is) in of kort na augustus alsnog voor de tekorten aanvullend worden gecompenseerd. We volgen de ontwikkelingen op dit gebied uiteraard nauwgezet. In deze Kadernota gaan we in de paragraaf Overige ontwikkelingen in op een aantal onderwerpen (zoals contractmanagement ESA en programma arbeidsmigranten) die wij op dit moment aan het voorbereiden zijn, maar waarvan de nadere uitwerking voor de programmabegroting 2026 beschikbaar is. Daarom doen wij nu geen voorstellen voor het overschot in de jaren 2026 en 2027, maar stellen wij voor om het overschot voor deze onderwerpen beschikbaar te houden en mee te nemen in de afwegingen bij de programmabegroting 2026 als de nadere uitwerking hiervan in beeld is. In het voorjaar van 2024 is door de AA-organisatie een set met mogelijke ombuigingsmaatregelen voorbereid. Van de initiële opdracht van in totaal € 2,5 miljoen is in totaal
Kadernota 2026 Aalsmeer
5
Gemeente Aalsmeer
€ 1,725 miljoen vanaf 2028 aan voorstellen in de programmabegroting 2025 opgenomen. In deze Kadernota kunt u lezen dat het onzeker is of de ombuigingsvoorstellen openbare ruimte worden gerealiseerd. In 2025 vindt een benchmark plaats op de AA-organisatie. De uitkomst daarvan wordt voor het zomerreces verwacht. Het doel van de benchmark is om inzicht te krijgen in hoe de omvang van de bedrijfsvoering zich verhoudt tot het takenpakket wat er ligt. Daarnaast dient het als een nulmeting die bij het aangaan van de samenwerking nooit is gedaan. Als uit de benchmark kansen naar voren komen om doelmatiger/efficiënter te werken stellen wij voor een opdracht te formuleren om toe te groeien naar de benchmark. Op het moment dat de uitkomst van de benchmark bekend is doen wij een voorstel hierover. In de programmabegroting 2026 komen wij hierop terug. Uitgaande van de huidige koers van het Rijk zoals geschetst in de recent gepubliceerde Voorjaarsnota - betekent dat er vanaf 2028 mogelijk toch aanvullende ombuigingsmaatregelen moeten worden getroffen indien het Rijk aan het effect van de geschetste maatregelen blijft vasthouden. Daarom hebben we - naast de dekkingsvoorstellen die we in deze Kadernota hebben opgenomen -ook de uitkomst van een aanvullende verkenning in deze Kadernota opgenomen.
Besluitvorming over deze dekkingsvoorstellen laten wij aan het nieuwe college/ raad, zodat we eerst de besluitvorming van het kabinet later dit jaar kunnen afwachten. Op het moment van opstellen van de Kadernota is de meicirculaire van het Rijk nog niet ontvangen. Deze cijfers zijn dan ook niet in deze Kadernota verwerkt. Zodra de meicirculaire er is worden de financiële consequenties voor Aalsmeer uitgewerkt en, zoals gebruikelijk, in een apart raadsvoorstel aan u toegestuurd. Vooruitlopend op de meicirculaire 2025 is in deze nota wel een voorschot op de uitkomst ervan opgenomen. Dit voorschot hebben wij gebaseerd op de eerdergenoemde Voorjaarsnota 2025 van het Rijk. Een nadere toelichting hierop vindt u verderop in deze nota. 3. Uitgangspunten en tariefvoorstellen In deze Kadernota nemen we de uitgangspunten op waarmee we onze uitgaven- en inkomstenbudgetten verhogen. De nadere uitwerking daarvan nemen we vervolgens mee in programmabegroting 2026 en de tariefvoorstellen die we later dit jaar aan u voorleggen. In deze Kadernota doen wij u, behalve de voorstellen op basis van de gangbare uitgangspunten een voorstel voor verhoging van de verblijfsbelasting.
Op basis van de hoogte van de verblijfsbelastingen van gemeenten in de directe omgeving en het feit dat in de gemeente Aalsmeer diverse overnachtingslocaties zich profileren als nabij Amsterdam of gericht zijn op bezoekers van de hoofdstad kan overwogen worden voor bepaalde verblijven naar een soortgelijk tarief in de regio toe te groeien. Hiermee kunnen significant meer inkomsten worden behaald. Ingeval van substantieel hogere tarieven is het wel gebruikelijk rekening te gaan houden met de verhouding ten opzichte van de overnachtingprijs. Wij stellen u voor om het basis tarief 2026 te verhogen op basis van de beschreven concepten in de paragraaf uitgangspunten, die door ons nader uitgewerkt worden in de voorbereiding op de belastingverordeningen 2026.
Kadernota 2026 Aalsmeer
6
Gemeente Aalsmeer
4. Ontwikkeling van de reservepositie De ontwikkeling van onze algemene en bestemmingsreserves vraagt continue aandacht. In de Kadernota presenteren we een actuele stand van zaken en doen we voorstellen tot het instellen van drie nieuwe bestemmingsreserves. We streven naar een verantwoorde balans tussen inzetten en behouden van onze reserves, met oog voor toekomstige risico’s. 5. Weerstandsvermogen en risicomanagement In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de jaarstukken 2024 is ingegaan op de ontwikkeling van de weerstandsratio en de risico’s. Ten opzichte van de risico’s in die paragraaf hebben wij twee nieuwe risico’s geïdentificeerd. Voorafgaand aan de programmabegroting 2026 brengen wij onze risico’s opnieuw in beeld. 6. Actualisatie meerjaren investeringsprogramma (MIP) Het meerjaren investeringsprogramma is geactualiseerd op basis van voortgang, indexatie, nieuwe inzichten en prioriteiten. We zetten onze middelen doelgericht in op projecten die bijdragen aan een toekomstbestendige leefomgeving, zoals bijvoorbeeld schoolgebouwen, infrastructuur en sportvoorzieningen. 7.
Actualisatie van de financieringsbehoefte In het kader van deze Kadernota is de liquiditeitsprognose geactualiseerd, waarbij rekening is gehouden met de zowel in de 1e bestuursrapportage 2025 als in deze Kadernota 2026 opgenomen investeringsvolumes (MIP), het meerjarenprogramma Buitenruimte (MPP), de te verwachten kasstroom uit de grondexploitaties na de actualisatie van de meerjarenprognose grondexploitaties en de aflossingsverplichting op de geldleningen. Hieruit volgt dat in de komende in de komende jaren (2025-2029) in totaal nog ca. € 79 miljoen gefinancierd moet worden met nieuwe langlopende leningen. Dit is een toename van € 10 miljoen ten opzichte van de prognose die in de programmabegroting 2025 is opgenomen. Belangrijkste reden is de aflossing van een zogenaamde fixe geldlening van € 10 miljoen in 2029. Deze was nog geen onderdeel van de scope uit de paragraaf Financiering van de programmabegroting 2025. Tot slot De Kadernota 2026 vormt het fundament voor een transparante en toekomstgerichte financiële en beleidsmatige koers. Tegelijkertijd met deze Kadernota bieden wij u de jaarstukken 2024, Meerjarenprognose grondexploitaties 2025, 1e bestuursrapportage 2025 en het Meerjarenplan Buitenruimte 2025-2028 ter besluitvorming aan. Al deze documenten tezamen zorgen voor een compleet beeld over datgene wat we al gedaan hebben, aan het doen zijn en gaan doen.
We nodigen u van harte uit om met ons het gesprek aan te gaan over de inhoud en richting van dit document.
Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer
Kadernota 2026 Aalsmeer
7
Gemeente Aalsmeer
1.2 Leeswijzer De Kadernota 2026 geeft voor zover mogelijk een inzicht in het meerjarenperspectief 20262029. De kadernota legt de uitgangspunten vast voor het opstellen van de programmabegroting 2026-2029. Het kader voor de onderwerpen die in deze Kadernota zijn opgenomen is vastgelegd in de Financiële verordening 2023 van de gemeente Aalsmeer. In lid 4 staat daarover het volgende: Het college biedt uiterlijk voor de laatste vergadering voor het zomerreces aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De nota gaat in ieder geval in op: a. De beleidsontwikkelingen; b. Een meerjaren investeringsplanning en meerjarenplan buitenruimte inclusief het effect op de liquiditeitsprognose; c. De financiële kaders en uitgangspunten voor de begroting en de meerjarenraming; d. Het meerjarig verloop van de reserves en eventuele voorstellen voor heroverweging van reserves. In hoofdstuk 2 zijn de Speerpunten van beleid opgenomen. Hoofdstuk 3 bevat de financiële uitgangspunten die bij het opstellen van de begroting 2025 – 2028 gehanteerd zullen worden. Hoofdstuk 4 is het financieel gedreven hoofdstuk waarin het meerjarenperspectief in beeld wordt gebracht en dekkingsvoorstellen worden gedaan.
Ook staat in dit hoofdstuk welke dekkingsmogelijkheden aanvullend beschikbaar zijn om tot een sluitende meerjarenbegroting te komen. Alle bedragen in de financiële tabellen hebben we afgerond op hele getallen en zijn “x € 1.000”. Het beleid in deze kadernota heeft bijna overal een structureel financieel karakter. Waar het een incidenteel karakter heeft, staat het vermeld. Sommige bijstellingen in de programma's 1 tot en met 6 worden gedekt uit de stelpost loonprijs, nieuw beleid of areaal. Deze stelposten zijn onderdeel van programma 8 Algemene dekkingsmiddelen. Om die reden vindt u dezelfde toelichting - indien dekking uit één van deze stelposten het geval is - in één of meerdere programma's terug. Toelichting mutaties Na het overzicht worden de mutaties per wijziging toegelicht. De tabellen met financiële afwijkingen dienen als volgt gelezen te worden: • Een min teken in de kolom lasten betekent een verlaging van de lasten; • Een min teken in de kolom baten betekent een verlaging van de baten; •
Een min teken in de kolom saldo betekent een nadelig resultaat.
In hoofdstuk 6 wordt inzicht gegeven in het verloop van de reserves. Een gemeente opereert in een continu veranderende omgeving. Door behalve het beleid ook de risico’s regelmatig te evalueren, blijft zij beter voorbereid op nieuwe ontwikkelingen, voorkomt ze onverwachte kosten en kan ze beter onderbouwde keuzes maken. Daarnaast Kadernota 2026 Aalsmeer
8
Gemeente Aalsmeer
draagt het bij aan transparant en verantwoord bestuur, goede financiële beheersing en tijdige crisisvoorbereiding. Om die reden gaan we in hoofdstuk 7 in op ontwikkelingen met betrekking tot het weerstandsvermogen en risicobeheersing. De bevoegdheid tot het beschikbaar stellen, wijzigen en afsluiten van investeringskredieten ligt bij de gemeenteraad. Nieuwe investeringen of wijzigingen op eerder in de programmabegroting opgenomen investeringen zijn opgenomen in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 bevat een beschouwing over de ontwikkeling van de schuldpositie en een actualisatie van de rentevisie. Tot slot zijn in hoofdstuk 10 de bijlagen bij deze Kadernota opgenomen: dienstverleningsbijdrage en limitatieve lijst en het overzicht van de reserves. Digitale versie Kadernota 2026 Om de Kadernota 2026 voor u en inwoners toegankelijker te maken is deze in een magazine stijl beschikbaar op: https://aalsmeer.pcportal.nl/.
Kadernota 2026 Aalsmeer
9
Gemeente Aalsmeer
2. Speerpunten van beleid Het jaar 2025 markeert het laatste volledige kalenderjaar van deze raadsperiode. Daarmee staat 2025 in het teken van afronding: het voltooien van lopende trajecten en het verder uitvoeren van eerder vastgestelde speerpunten uit het raadsakkoord en het college uitvoeringsprogramma. Tegelijkertijd vormt dit jaar een belangrijke schakel richting de gemeenteraadsverkiezingen in 2026. De formulering van nieuwe beleidsprioriteiten wordt dan ook grotendeels overgelaten aan het volgende college en de nieuwe gemeenteraad. De gemeente zet in 2025 onverminderd in op de uitvoering van bestaand beleid en het realiseren van afgesproken doelen. Daarmee zorgen we voor een stabiele en verantwoorde overdracht aan het volgende bestuur, én blijven we werken aan de kwaliteit van onze gemeente. Nieuwe speerpunten van beleid zijn aan de nieuwe gemeenteraad en het volgende college. Om daarin aanvulling te geven is vanaf 2027 een stelpost nieuw beleid opgenomen in de programmabegroting. Voor deze Kadernota betekent dit dat we ons met name richten op de punten die we in 2026 in uitvoering hebben.
Programma 1 Sociaal Domein
De nota Sociaal Domein richt zich op drie kernopgaven: het makkelijker maken van een gezond en gelukkig leven, het vergroten van kansengelijkheid en het bevorderen van bestaanszekerheid. De gemeente investeert in een gezonde leefomgeving, stimuleert sociale verbinding en ondersteunt inwoners waar nodig, met bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen zoals jongeren en mensen met financiële problemen. Daarbij staat de menselijke maat centraal en wordt gewerkt vanuit de behoefte van de inwoner. Tegelijkertijd wordt ingezet op een duurzaam en betaalbaar zorgstelsel, waarin zelfredzaamheid en onderlinge hulp worden gestimuleerd, met ondersteuning door de gemeente waar dat nodig is. Eerder hebben wij toegelicht dat voor wat betreft de ontwikkeling van de budgetten jeugdhulp wij een trend van de stijging van de kosten per traject waarnemen en ook een stijging van de kosten bij een kleiner aantal complexe zorgvragen. Om de kosten te beheersen zijn er besparende maatregelen doorgevoerd, zoals de inzet van praktijkondersteuners bij huisartsen. Er is een groeiend en breder gedeeld besef bij maatschappelijk partners dat we anders moeten inspelen op de maatschappelijke vraag om verdere kostenstijgingen te voorkomen. In het raadsvoorstel over de septembercirculaire 2024 hebben we e.e.a. nader toegelicht. De ingezette koers houden wij vast.
Een stijging van de kosten bij de Wmo heeft ook onze aandacht. De inkomensafhankelijke eigen bijdrage is een van de belangrijkste maatregelen om de gemeentelijke Wmodienstverlening beschikbaar te houden voor inwoners die hulp en ondersteuning het hardst nodig hebben en niet vanuit ‘eigen kracht’ kunnen organiseren. Het wetsvoorstel voor de invoering ervan is in maart 2025 naar de Tweede Kamer gestuurd. Na vaststellen zorgen we er in 2026 voor zorgen dat uitvoering van de wet kan plaatsvinden.
Kadernota 2026 Aalsmeer
10
Gemeente Aalsmeer
Programma 2 Onderwijs en ontplooiing
Aalsmeer streeft naar gelijke kansen voor ieder kind, met goed onderwijs als basis, aangevuld door het belang van sport en cultuur voor een gezonde, veilige en brede ontwikkeling. Er wordt ingezet op kwalitatief goede schoolgebouwen, passend onderwijs en een soepele overgang tussen onderwijsniveaus. Het rijke verenigingsleven en de culturele instellingen spelen een grote sociale rol door verbinding te creëren en integratie te bevorderen. De gemeente ondersteunt deze organisaties actief en zorgt ervoor dat voorzieningen toegankelijk en bereikbaar zijn voor alle inwoners. Op 12 december jl. heeft de gemeenteraad het besluit over de nieuwbouw van het zwembad genomen. Volgens de planning die wij hebben opgesteld wordt dit zwembad in 2028 opgeleverd. In 2026 is de ontwikkelingsfase van het design & build traject waarvoor we gekozen hebben. Dat betekent dat een marktpartij aan de slag gaat om tot een definitief ontwerp te komen. De verwachting is dat de bouw vervolgens in de 2e helft van 2026 kan starten. Een andere belangrijke investering waarmee we in 2026 aan de slag gaan is de vervanging van een viertal kunstgrasvelden bij FC Aalsmeer en RKDES.
Programma 3 Economie en duurzaamheid
Aalsmeer zet in op het versterken van de economische en toeristisch-recreatieve structuur als hoofddoel op de lange termijn, zoals vastgelegd in de Agenda Economie, Recreatie en Toerisme. Daarbij staat het streven naar een gezonde en duurzame leefomgeving centraal, waarbij duurzaamheid als leidend thema is verankerd in alle plannen en werkwijzen. In mei 2025 is het Masterplan Energie door de gemeenteraad vastgesteld en later dit jaar wordt ook het programma Duurzaamheid door het college vastgesteld. Met het vaststellen van dit masterplan en het uitvoeringsprogramma zetten we de volgende stappen op weg naar een fossiel onafhankelijke en klimaat neutrale toekomst. In deze Kadernota (zie het volgende hoofdstuk) doen we een voorstel om de verblijfsbelasting te verhogen. Dit geeft een positieve impuls aan de gemeentelijke inkomsten. Dat geldt ook voor de verwachte verhoging van de inkomsten door de nieuwbouw van het hotel op Greenpark waarvoor de vergunning inmiddels is afgegeven
Kadernota 2026 Aalsmeer
11
Gemeente Aalsmeer
Programma 4 Openbare ruimte
Aalsmeer zet in op een goed onderhouden en groenere buitenruimte om de leefkwaliteit te vergroten, de natuur te ondersteunen en de tevredenheid van inwoners, bezoekers en ondernemers te bevorderen, met als doel het karakter van Aalsmeer als groen bloemendorp te versterken. Ook in 2026 blijven we inzetten op een buitenruimte waarvan het kwalitatieve beheer op orde is. Onderdeel van het programma openbare ruimte is ook de uitvoering van het Meerjarenprojectenplan (MPP) Buitenruimte. Tegelijk met deze Kadernota stelt u het voorstel daartoe vast. De aanbesteding van een nieuw onderhoudscontract Openbare Ruimte, het huidige DVO2, is in 2024 niet uitgevoerd vanwege arealen die nog niet op orde waren en de gevolgen die dit had op de planning. Om deze reden is het huidige onderhoudscontract met De Meerlanden verlengd tot 31 december 2027. Voor de aanbesteding van de werkzaamheden na 2027 hebben inmiddels verschillende oriënterende gesprekken met de AA-organisatie plaatsgevonden, evenals een globale marktconsultatie. Deze informatie en nog op te halen informatie in 2025 wordt gebruikt om te bepalen op welke wijze wij het onderhoud van de buitenruimte na 2027 willen organiseren. Uit het verkeerscirculatieplan komen ook in 2026 werkzaamheden op het gebied van mobiliteit en parkeren voort. De budgetten daartoe zijn in deze Kadernota opgenomen op grond van het raadsvoorstel van 22 mei.
Programma 5 Ruimtelijke ontwikkeling
Aalsmeer streeft naar een evenwichtige ontwikkeling van wonen, werken en voorzieningen, passend bij het karakter van de gemeente en gericht op het behouden en versterken van de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. Daarbij wordt gewerkt met gebiedsvisies die integraal sturing geven aan ruimtelijke initiatieven. De gemeente wil optimaal gebruikmaken van haar positie binnen de Metropoolregio Amsterdam en ruimte bieden aan bewoners en ondernemers om zich te ontwikkelen. Dit vraagt om een heldere, sturende maar ook flexibele visie op de ruimtelijke ontwikkeling. Het grondbeleid ondersteunt dit door gewenst ruimtegebruik te bevorderen en opbrengsten uit grondexploitaties in te zetten voor maatschappelijke doelen, op een rechtmatige en economisch verantwoorde manier. Op 27 maart heeft de raad de gebiedsvisie Kudelstaart vastgesteld. Met het budget dat in deze Kadernota is opgenomen kan een eerste start worden gemaakt met het vertalen van de gebiedsvisie naar concrete projecten en uitvoeringsprogramma’s en het onderzoek naar de mogelijkheden om een robuuste school in Kudelstaart te realiseren. Daarnaast richten we ons in 2026 en in 2027 op een programmatische aanpak funderingsherstel. Het verschijnen van het rapport het rapport ‘Goed gefundeerd’ van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur is hier mede de aanleiding van.
Dit programma geeft steun aan de in het raadsprogramma genoemde onderwerpen energie en duurzaamheid.
Kadernota 2026 Aalsmeer
12
Gemeente Aalsmeer
Naast monitoring is ook voorzien in actieve communicatie met eigenaren om deze mee te nemen in de problematiek.
Programma 6 Bestuur, bevolking en veiligheid
Aalsmeer streeft naar een open, transparante en oplossingsgerichte overheid die de menselijke maat centraal stelt en eigentijdse, toegankelijke dienstverlening biedt aan inwoners en ondernemers. Heldere en tijdige communicatie via passende kanalen is hierbij essentieel. Daarnaast heeft veiligheid een hoge prioriteit; de gemeente werkt actief samen met veiligheidspartners om een veilige leefomgeving te waarborgen, waar inwoners prettig wonen en kinderen veilig opgroeien. Het veiligheidsbeleid is actueel en gericht op onder meer woonfraude, hennepteelt, inbraken, jeugdoverlast en verwarde personen, en besteedt daarnaast expliciete aandacht aan ondermijning, mensenhandel, overlast door arbeidsmigranten en waterveiligheid. In maart 2026 zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Om diverse activiteiten rondom deze verkiezingen te kunnen organiseren hebben wij in deze Kadernota een incidenteel budget opgenomen. Op 27 maart is de gemeenteraad akkoord gegaan met de nieuwbouw van de brandweerkazerne in Aalsmeer door de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. De verwachting is dat deze kazerne in 2027 opgeleverd wordt. Hoewel wij geen actieve bemoeienis hebben in het nieuwbouwtraject informeren wij u regelmatig over de voortgang.
Om onze medewerkers beter te beschermen tegen mogelijke dwang of chantage van buitenaf is in de paspoortwet een nieuwe werkwijze voor functiescheiding en kluishygiëne reisdocumenten opgenomen. Het gaat hierbij om een strikte scheiding tussen verstrekken, beheren, uitreiken van de documenten en toezicht hierop. Dit heeft consequenties voor de bezetting bij de balies. Om een zo optimale dienstverlening van de inwoners te borgen waarmee de financiële impact is beperkt hebben wij de openingstijden enigszins aangepast. In een raadsbrief hebben wij u hierover eerder geïnformeerd.
Programma 8. Algemene dekkingsmiddelen
De Aalsmeerse overhead is voor een belangrijk deel "afkomstig" uit de AA-organisatie en wordt doorbelast in de dienstverleningsbijdrage. Als gevolg van de gewijzigde notitie is door de AA-organisatie de nota kostentoerekening geactualiseerd. Deze nota is op 16 juli door het college van Amstelveen vastgesteld. Op de totale bijdrage die Aalsmeer op basis van de centrumregeling betaalt heeft de notitie geen invloed. De wijze waarop de dienstverleningsbijdrage wordt bepaald is vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst. In 2025 wordt de samenwerkingsovereenkomst geëvalueerd.
Kadernota 2026 Aalsmeer
13
Gemeente Aalsmeer
De algemene dekkingsmiddelen van Aalsmeer bestaan voornamelijk uit de algemene uitkering uit het gemeentefonds en algemene belastingen, zoals de onroerendezaakbelasting, en worden vrij ingezet voor diverse gemeentelijke doelen, terwijl specifiek gebonden inkomsten zoals retributies rechtstreeks aan de betreffende programma’s worden toegewezen; daarnaast ontvangt de gemeente dividend en rente uit deelnemingen en uitgezette middelen. De gemeentelijke belastingen worden jaarlijks verhoogd met de indexatiepercentages. Het voorstel daarvoor vindt u in hoofdstuk 3 Uitgangspunten van deze Kadernota. Op de website ‘waar staat je gemeente’ kunt u voor diverse thema’s waaronder de gemeentefinanciën Aalsmeer vergelijken met iedere andere Nederlandse gemeente. Zie voor meer informatie: Dashboard - Gemeentefinanciën - Aalsmeer (waarstaatjegemeente.nl)
Kadernota 2026 Aalsmeer
14
Gemeente Aalsmeer
3. Uitgangspunten In dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten opgenomen voor indexatie. Bij het opstellen van de begroting 2026 en het meerjarenperspectief 2027 - 2029 worden financiële uitgangspunten gehanteerd. De financiële effecten van deze uitgangspunten zijn onderdeel van de mutaties in deze Kadernota. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt in loonkostenbudgetten (salarissen en sociale lasten), inkoopbudgetten (prijzen en zorgkosten), subsidies en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast zijn de uitgangspunten voor het tarievenbeleid opgenomen. Indexatie De conform bestaand beleid gehanteerde systematiek voor de compensatie houdt het volgende in: 1. Voor een duurzaam reëel begrotingsbeeld is het van belang dat zowel de uitgavenbudgetten als de inkomstenbudgetten worden aangepast voor nominale ontwikkelingen (inflatie, c.q. loon- en prijsontwikkelingen). 2. Uitgangspunt is een onderscheid tussen loongevoelige en prijsgevoelige budgetten in de begroting. De loonontwikkeling wordt verwerkt conform de CAO-maatregelen en de mutatie van de sociale lasten. De prijsontwikkeling wordt verwerkt op basis van de door het CPB periodiek gepubliceerde prijsindex voor de materiële overheidsconsumptie (IMOC). 3. De (output)subsidies vallen onder loon- en prijsgevoelige budgetten. 4. Er vindt geen nacalculatie plaats over het achterliggende jaar.
Bijstelling van een budget die het gevolg is van een te hoge of lage indexatie vindt plaats als autonome ontwikkeling in een eerstvolgend P&C document (bestuursrapportages lopende boekjaar, Kadernota meerjarige ontwikkeling). 5. Aan de inkomstenkant geldt dat een bijstelling van tarieven plaatsvindt. Het uitgangspunt bij de heffingen en retributies is dat deze maximaal kostendekkend zijn. Voor de belastingen volgen we de inflatie. Een beperkt aantal begrotingsonderdelen kent een eigen, afwijkend regime. Dit betreft met name de verhuur van gebouwen/accommodaties door de gemeente. Dit is een eigenstandige, bedrijfsmatige activiteit. De jaarlijkse huuraanpassing is, conform de bepalingen in de huurcontracten, gekoppeld aan de ontwikkeling van het C.B.S.-prijsindexcijfer uit het voorafgaande jaar. Lonen Uitgangspunt is dat de lonen worden geraamd op basis van de geldende CAO verhoogd met een opslag voor sociale verzekeringen. Indien er geen CAO is gaan we uit van de indexatiecijfers lonen zoals deze door het Centraal Economisch Planbureau (CEP) (meerjarig) zijn afgegeven. De looptijd van de huidige CAO is tot en met 31 maart 2025. Voor 2026 volgen we het CAO akkoord van april 2025 + 0,5% sociale lasten, voor 2027 en verder volgen we het CEP. Daarnaast nemen we een trendmatige stijging op voor sociale lasten van 0,5%. Prijzen De meerjarenraming is gebaseerd op lopende prijzen.
Dit betekent dat de relevante uitgavenbudgetten meerjarig worden verhoogd met het verwachte inflatie percentage. Aalsmeer hanteert voor de inflatieverwachting de prijsindex materiële overheidsconsumptie (IMOC). We gebruiken daarvoor de stand van de verwachtingen uit het CEP per februari van
Kadernota 2026 Aalsmeer
15
Gemeente Aalsmeer
het huidig jaar. Deze raming is meerjarig en wordt derhalve ook meerjarig toegepast in de begroting. OVA gevoelig Vanuit de Jeugdwet en de Wmo zijn gemeenten verantwoordelijk voor het betalen van reële tarieven aan zorgaanbieders. De VNG adviseert gemeenten de OVA-percentages toe te passen. Het Rijk gebruikt het OVA-percentage om de tarieven in de Zvw en de Wlz te indexeren. Aangezien zorgaanbieders vaak zorg in meerdere zorgdomeinen leveren, is het voor hen van belang dat de tarieven in de verschillende zorgdomeinen zoveel mogelijk op dezelfde manier worden geïndexeerd. In lijn met de hierover opgenomen bepaling in de op 2 december 2022 door de ALV-VNG algemeen verbindend verklaarde Contractstandaarden Jeugd (voor Wmo zijn deze in ontwikkeling) adviseert de VNG de gemeenten de navolgende indexatie aan te houden: 90% Overheidsbijdrage arbeidsontwikkeling (OVA) en 10% Prijs particuliere consumptie (PCC). Is deze indexatie in voorgaand jaar lager gecalculeerd dan vindt nacalculatie plaats. Het OVApercentage voor 2026 en verder is in de samenvattende tabel apart opgenomen. Indexatie deelnemersbijdrage gemeenschappelijke regelingen Basis voor de raming is de door het Algemeen Bestuur vastgestelde bijdrage voor Aalsmeer die is opgenomen in programmabegroting van de gemeenschappelijke regeling (GR). Ook eventuele meerjarige verwachtingen van de GR nemen we over.
Ontbreken die gegevens dan indexeren we de in de programmabegroting geraamde kosten meerjarig met een gewogen gemiddelde van de loon (80%)- en prijsindex (20%). Subsidies Basis voor de indexatie van de subsidies zijn de op hele getallen afgeronde percentages die van toepassing zijn op de deelnemersbijdrage gemeenschappelijke regelingen. Indexatie 2026 dienstverleningsbijdrage Amstelveen De indexering voor de dienstverleningsbijdrage Amstelveen bedraagt voor 2026 2,46% (betreft nacalculatie 2024/2025 -/-1,18%, index 2026 3,68%). In de samenwerkingsovereenkomst is afgesproken hoe de jaarlijkse indexatie van de dienstverleningsbijdrage wordt vastgesteld. Rente omslagpercentage Basis voor de bepaling van het rente-omslagpercentage is de notitie rente 2023 van de commissie BBV. Voor zowel de toerekening van rente aan grondexploitaties als aan vaste activa geldt dezelfde systematiek. Dit percentage wordt bepaald door de rentelasten en rentebaten over de externe financiering door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa en de voorraad grondexploitaties. Indien er sprake is van projectfinanciering wordt deze niet meegenomen in de omslagrente. Aalsmeer kent een integrale financiering. Hierbij bestaat er geen direct verband tussen een bepaalde investering en het aantrekken van financieringsmiddelen (zoals bij projectfinanciering het geval is).
Door de lage gemiddelde rente op de opgenomen geldleningen is het rente omslagpercentage vooralsnog bepaald op 0,1%. De komende jaren stijgt het rente omslagpercentage door het aantrekken van externe financiering.
Kadernota 2026 Aalsmeer
16
Gemeente Aalsmeer
Tarievenbeleid Belangrijkste uitgangspunten voor het gemeentelijk tarievenbeleid zijn: • Het toepassen van een jaarlijkse indexering voor loon- en prijsontwikkeling, indien wettelijk toegestaan; • •
Het hanteren van maximaal kostendekkende tarieven; Terughoudendheid ten aanzien van verhoging lokale lastendruk.
Belastingen Woonlasten 2025 Eind maart is de jaarlijkse COELO-Atlas voor de lokale lasten verschenen. Belangrijkste referentie is het woonlastenbedrag voor een meerpersoonshuishouden in een koopwoning met de gemiddelde gemeentelijke WOZ-waarde. In Aalsmeer stijgt dit woonlastenbedrag van een eigenaar-bewoner in 2025 met 6,63%. Dat is iets hoger dan het landelijk beeld: een stijging van 5,9%. Landelijk stijgt de OZB met 6,9% (Aalsmeer 4,3%), de afvalstoffenheffing met 5,0% (Aalsmeer 11%) en de rioolheffing met 4,5% (Aalsmeer 4,3%). Landelijk gezien staat Aalsmeer daarmee op de 276e plaats van de 342 gemeenten (2024: 269e plaats). De gemeente op nummer 1 is de gemeente met het laagste gemiddelde woonlastenbedrag. Landelijk is het gemiddelde woonlastenbedrag in 2025 € 1.052, in Aalsmeer is dat € 1.163. De ontwikkeling van de woonlasten in vergelijking met de omringende gemeenten in 2025 is als volgt: Woonlasten eigenaar woning
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Aalsmeer
880
898
919
1.030
1.089
1.163
Amstelveen
756
784
881
900
974
1.005
Amsterdam
656
761
837
921
944
1.058
Diemen
815
834
942
970
1.070
1.123
Haarlemmermeer
759
809
851
860
993
1.067
Ouder-Amstel
844
887
976
999
1.038
1.111
Uithoorn
841
858
952
992
1.066
1.116
Kaag en Braassem
891
954
1.037
1.082
1.152
1.190
Nieuwkoop
952
966
1.051
1.086
1.149
1.195
Bovenstaande gaat over het “bruto-woonlastenverhaal”: Wat betaalt de burger in onze gemeente? Een andere uitkomst is het “netto-woonlastenverhaal”: Wat houdt de gemeente hieraan over? De uitkomsten tussen deze twee verschillen van elkaar, omdat in de verdeling van het gemeentefonds rekening wordt gehouden met een verevening van de eigen belastingcapaciteit: gemeenten met hoge WOZ-waarden worden geacht via hogere ozbinkomsten zelf meer te kunnen bijdragen aan de bekostiging van het gemeentelijke voorzieningenniveau dan gemeenten met lage WOZ-waarden. Zij ontvangen een lagere algemene uitkering. Van de € 1.163 bruto woonlasten (die de gemiddelde burger betaalt) houdt Aalsmeer er na verevening via het gemeentefonds ca. € 968 over. Aalsmeer kent een gemiddeld hogere
Kadernota 2026 Aalsmeer
17
Gemeente Aalsmeer
WOZ-waarde en de verevening betekent een herverdeling vanuit Aalsmeer naar andere gemeenten met een lagere WOZ-waarde. De jaarlijkse hertaxatie WOZ is dus van belang voor de berekening van de OZB-tarieven en voor de hoogte van de algemene uitkering. De doorwerking van de gemiddelde landelijke WOZ-ontwikkeling in de algemene uitkering maakt onderdeel uit van de meicirculaire gemeentefonds. Ontwikkelingen per belasting Onroerende zaakbelastingen OZB woningen Met ingang van 2025 wordt voor de bepaling van het indexatiecijfer van de OZB woningen het uitgangspunt gehanteerd 50% loon en 50% prijs. We gebruiken daarvoor de stand van de verwachtingen uit het Centraal Economisch Plan (CEP) per februari van het huidig jaar. Het tarief in 2025 stijgt op basis van dit uitgangspunt voor inflatie met 2,3%. Om deze extra opbrengst te realiseren dient het tarief jaarlijks te worden aangepast aan de waardeontwikkeling van het onroerend goed in Aalsmeer. Het indexeren van de OZBopbrengst betekent dat het gemiddelde aanslagbedrag voor de burger stijgt met een inflatiecorrectie. Een sterkere stijging van de WOZ-waarden leidt niet tot een hogere aanslag voor de burger en evenmin tot extra inkomsten voor gemeente.
OZB eigenaar niet-woningen In de begroting 2022 is op basis van de motie RAP voor het tarief van de OZB Niet-woningen nader uitgewerkt om in drie jaar tot een regionaal gemiddelde te komen. Dat niveau is in 2025 bereikt. Met ingang van 2025 wordt voor de bepaling van het indexatiecijfer van de OZB niet-woningen het uitgangspunt gehanteerd 50% loon en 50% prijs. We gebruiken daarvoor de stand van de verwachtingen uit het Centraal Economisch Plan (CEP) per februari van het huidig jaar. Het tarief in 2025 stijgt op basis van dit uitgangspunt voor inflatie met 2,84%. OZB gebruiker niet-woningen In 2025 is besloten om de OZB gebruikers niet-woningen gefaseerd om te zetten naar de OZB eigenaren niet-woningen. In de Kadernota 2025 is toegelicht dat, gelet op een recente rechterlijke uitspraak, deze omzetting niet in één jaar mag plaatsvinden. Besloten is om deze omzetting in vier jaar te laten plaatsvinden. In 2026 vindt de omzetting van de 2e tranche plaats. Met ingang van 2025 wordt voor de bepaling van het indexatiecijfer van de OZB nietwoningen het uitgangspunt gehanteerd 50% loon en 50% prijs. We gebruiken daarvoor de stand van de verwachtingen uit het Centraal Economisch Plan (CEP) per februari van het huidig jaar. Het tarief in 2025 stijgt op basis van dit uitgangspunt voor inflatie met 2,84%.
Verblijfsbelasting In 2025 bedraagt het tarief voor de verblijfsbelasting € 3,75 per overnachting (€ 1,90 voor mobiel kampeeronderkomen). Dit tarief is gelijk aan het Noord-Hollands gemiddelde, maar iets onder het regionaal gemiddelde (excl. Amsterdam) van € 5,07 per nacht. Hiermee is Aalsmeer een aantrekkelijke gemeente voor toeristen die niet persé in Amsterdam, Haarlemmermeer of Zaanstad willen overnachten. In de gemeente Aalsmeer zijn er diverse overnachtingslocaties die zich profileren als nabij Amsterdam of gericht zijn op bezoekers van de hoofdstad. Deze accommodaties benadrukken hun strategische ligging ten opzichte van Amsterdam en Schiphol, en bieden faciliteiten die aantrekkelijk zijn voor zowel toeristen als zakelijke reizigers.
Kadernota 2026 Aalsmeer
18
Gemeente Aalsmeer
De tarieven in de omringende gemeenten bedragen: Regio
camping
hotel
Aalsmeer
1,90
3,75
Amstelveen
1,30
4,55
Amsterdam
7,23
18,43
Diemen
3,32
3,32
Haarlemmermeer
3,64
9,27
Ouder-Amstel
1,53
9,71
Uithoorn
3,37
3,37
Kaag en Braassem
0,75
1,50
gemiddelde
2,88
6,74
excl. A'dam
2,26
5,07
Op basis van de hoogte van de verblijfsbelastingen van gemeenten in de directe omgeving kan overwogen worden voor bepaalde verblijven naar een soortgelijk tarief in de regio toe te groeien. Bij een maximum tarief van € 7,50 per persoon per nacht (pppn) betekent dit een meeropbrengst van ten minste € 500.000 per jaar. Ingeval van substantieel hogere tarieven is het wel gebruikelijk rekening te gaan houden met de verhouding ten opzichte van de overnachtingprijs. Dit kan op drie manieren, op basis van: 1.
Tarief op basis van het type verblijf. In gemeenten met een wat hoger tarief dan gemiddeld wordt vaak op een wat eenvoudigere wijze rekening gehouden met de overnachtingsprijs en het type verblijf. Een goed voorbeeld hiervan is het huidige
tariefverschil tussen alle andere verblijven en het verblijf op een camping. Bij de keuze voor een gedifferentieerd tarief voor het soort verblijf wordt op een indirecte wijze rekening gehouden met de hoogte van de betaalde overnachtingsprijs. Er zijn dan bijvoorbeeld aparte tarieven voor de volgende soort type verblijven: a. Hotels (incl. appartementen en andere verblijven met hoteldienstverlening), bedrijfsmatig verhuurde ruimten.
2.
b. c. d.
Hotels eventueel verder onderverdeeld in sterren- categorieën, Pension, kleinschalig bedrijfsmatig verhuurde ruimten. B&B, AirBnB, niet bedrijfsmatig verhuurde ruimten.
e. f.
Glampings, kamperen maar eigenlijk een soort “hotel” met gelijksoortige voorzieningen. Stacaravans, kamperen maar eigenlijk een soort “hotel” met gelijksoortige
g. h.
voorzieningen. Blokhutten, zeer eenvoudige onderkomens zonder eigen voorzieningen. Campingplaatsen en/of jeugdherbergen of soortgelijke accommodaties voor
jongeren t/m 18 jaar. Tarief op basis van de vergoeding voor het verblijf. In gemeenten waarbij de toeristenbelasting substantieel hoger is dan gemiddeld, Amsterdam, Haarlemmermeer en Utrecht, wordt de toeristenbelasting niet meer per overnachting geheven maar op
Kadernota 2026 Aalsmeer
19
Gemeente Aalsmeer
basis van de vergoeding voor het verblijf onafhankelijk van het aantal personen dat verblijft. 3.
Tarief op basis van een combinatie van type en vergoeding. Ingeval van een heffing over de verblijfskosten wordt direct aangesloten op de verhouding van de totaal betaalde verblijfskosten en de daarbij behorende belastingdruk.
Hierbij wordt in beginsel aangesloten bij een tarief op basis van type verblijf maar wordt daarbij eveneens rekening gehouden met de betaalde verblijfskosten. Hierbij wordt bijvoorbeeld opgenomen dat voor de categorie Blokhutten, het lagere tarief alleen van toepassing is indien de overnachtingsprijs per persoon niet hoger is dan € 35 pppn. Op deze wijze wordt bijvoorbeeld voorkomen dat zeer luxe verblijven met hoge prijzen niet in een lager tarief terecht komen, terwijl deze eigenlijk goed vergelijkbaar zijn met een luxere verblijven zoals hotels. Voorgesteld wordt het basis tarief 2026 te verhogen en het college te verzoeken tot nadere uitwerking van bovenstaande concepten. Waterverblijfsbelasting In de programmabegroting 2025 is het tarief voor de verblijfsbelasting € 3,75 en voor de waterverblijfsbelasting € 2,95. De toeristenbelasting en de waterverblijfsbelasting zijn wettelijk qua aard gelijk (artikel 224 Gemeentewet). Argumenten voor de verhoging van de waterverblijfsbelasting in 2025 waren: -
Verhoging is in lijn met eerdere besluit van de raad bij motie RAP-raad en programmabegroting 2023. De bijdrage aan de algemene voorzieningen en de kosten van de gemeente die hiermee worden gedekt worden nu betaald door ingezetenen van Aalsmeer, terwijl doel van deze belasting is om gebruikers van buiten de gemeente te laten bijdragen aan het gebruik ervan.
In 2025 is een nieuw forfait voorgesteld. Het voorstel is om in 2026 geen verdere verhogingen meer door te voeren. Conform het hiervoor onder OZB woningen wordt het tarief in de programmabegroting 2026 met 2,84% verhoogd. Kostendekkende tarieven Afvalstoffen- en rioolheffing Het uitgangspunt bij de riool- en afvalstoffenheffing is dat de heffingen kostendekkend zijn. Afvalstoffenheffing Bij het opstellen van de tariefvoorstellen 2024 is geconstateerd dat om, de volledige stijging van de tarieven Meerlanden volledig te compenseren een tariefstijging noodzakelijk was. Behalve een correctie van de indexatie zat er onvoldoende ruimte in de voorziening afvalstoffenheffing om de stijging van de kosten van als gevolg van inflatie op te kunnen vangen. Uit de nacalculatie is gebleken dat het effect minder groot is dan verwacht. De voorziening afvalstoffenheffing ultimo 2024 bedraagt € 2,04 miljoen. De geprognosticeerde stand van de voorziening bij het opstellen van de tariefvoorstellen 2024 was aanzienlijk lager dan ultimo 2024 het werkelijk geval is.
Kadernota 2026 Aalsmeer
20
Gemeente Aalsmeer
Bij het opstellen van de tariefvoorstellen 2026 wordt op basis van de ontwikkeling van de lasten beoordeeld in hoeverre een verhoging of eventuele verlaging van de afvalstoffenheffing in 2026 noodzakelijk of mogelijk is. Op basis van de informatie die bij het opstellen van de Kadernota 2026 beschikbaar is is een tariefstijging in 2026 niet nodig (indexatie 0%). In onderstaande tabel zijn de tarieven 2024 van de afvalstoffenheffing van Aalsmeer ten opzichte van de regiogemeenten opgenomen. Huishouden
Aals Amstel Amster- Diemen Haarlem- Ouder- Uithoorn meer veen dam mermeer Amstel
Kaag en Braassem
Nieuwkoop
Meerpersoons
411
333
469
484
498
335
353
373
370
Eénpersoons
329
274
352
384
368
318
317
341
249
Rioolheffing Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2021-2026 is het beleidsmatig kader met naar de toekomst extra opgaven in het kader van klimaatadaptie en grondwaterzorg. Actualisering van de meerjarige exploitatie riolering, waarbinnen de herberekening van het verloop van de kapitaallasten een zwaarwegende factor is, verwerkt de effecten van faseringen in de feitelijke voortgang van de werkzaamheden (doorwerking jaarrekening en nieuw Meerjarenprojectenplan Buitenruimte). Het benutten van de spaarvoorziening riolering draagt samen met de egalisatievoorziening riolering bij aan een gelijkmatige ontwikkeling van de lastendruk en een optimale inzet van de beschikbare middelen. Met inachtneming van deze aspecten wordt bij de begrotingsbehandeling een tariefvoorstel voorgelegd. Volgens het GRP worden de tarieven in 2026 verhoogd met 2% tot € 199,84. In welke mate dit uitgangspunt nog klopt hangt af van de gedetailleerde uitwerking van de lasten bij de programmabegroting 2026. In onderstaande tabel zijn de tarieven 2024 van de rioolheffing van Aalsmeer ten opzichte van de regiogemeenten opgenomen. Huishouden
Aals meer
Meerpersoons
196
Amstel Amsterveen dam 211
185
Diemen Haarlemmermeer 246
178
Ouder- Uithoorn Kaag en Amstel Braassem 191
303
Nieuw koop
322
236
In 2026 vindt er een actualisatie plaats van het gemeentelijk rioleringsplan. De ontwikkeling van de tarieven in relatie tot de toekomstige kostenontwikkeling wordt hierbij betrokken. Op dit moment wordt de wijziging van de tarifering van de rioolheffing onderzocht. Daarbij wordt gekeken of met het heffen naar WOZ-waarde/waarde in het economische verkeer en afschaffing van het rioolmeerverbruik een eerlijkere verdeling/verhouding van de opbrengsten in relatie tot de gemaakte kosten wordt bewerkstelligd. De voor- en nadelen van een aanpassing van tarifering wordt daarbij in beeld gebracht. In de tariefvoorstellen bij de programmabegroting 2026 komen wij hierop terug.
Kadernota 2026 Aalsmeer
21
Gemeente Aalsmeer
Leges en overige retributies Voor de overige leges geldt is het voorstel de tarieven te indexeren met hetzelfde percentage als de indexatie van de dienstverleningsbijdrage. Dit omdat de kosten voor het verstrekken van producten uit de legesvergunningen vooral bestaan uit capaciteitskosten en in mindere mate uit overige kosten en deze dienstverlening door de AA-organisatie wordt uitgevoerd. Dat betekent dat de legestarieven in 2026 stijgen met 2,39%. Een uitzondering hierop vormen de tarieven waarvoor door het Rijk een wettelijk maximum wordt vastgesteld. Hier volgen we de door het Rijk gemaximeerde tarieven. De prognose is dat ook in 2026 het aantal te verstrekken reisdocumenten verder toeneemt. Dit wordt veroorzaakt doordat de maximale geldigheidsduur van reisdocumenten met ingang van 2014 van vijf naar tien jaar is gegaan. Hierdoor was in de periode van 2019 t/m 2023 sprake van de zogenoemde ‘reisdocumentendip’. In deze Kadernota 2026 zijn de gevolgen voor zover we deze op dit moment kunnen inschatten meegenomen. Uit de jaarstukken 2024 blijkt dat niet al onze tarieven kostendekkend zijn. De leges APV/overig zijn van geringe omvang maar verre van kostendekkend. Door de AA-organisatie is een projectgroep in het leven geroepen, die onderzoek doet naar de verschillende componenten die onderdeel uitmaken van de kostendekkendheidberekening van de leges.
Om zeker te zijn dat de uitkomsten passen binnen de nieuwe Omgevingswet vindt daarnaast een check plaats door een hiervoor ingeschakeld adviesbureau. Door deze onafhankelijke blik wordt de juistheid (naar derden) en volledigheid verder gewaarborgd. Het interne onderzoek is eind mei 2025 afgerond. Verwachting is dat het gehele proces inclusief controle door een externe partij medio oktober zal zijn afgerond. Daarmee kan de uitkomst worden meegenomen in de tariefvoorstellen 2026. Samengevat zijn de uitgangspunten voor de programmabegroting 2026 opgenomen in onderstaande tabel: Indexatie (in percentage)
2026
2027
2028
2029
Lonen
3,57
5,60
4,70
5,00
Prijzen - IMOC (overheid materieel)
2,10
2,20
2,20
2,30
OVA gevoelig
3,56
5,26
4,45
4,73
Deelnemersbijdrage GR (80% loon-20% prijs) 1)
3,28
4,92
4,20
4,46
Subsidies
3,00
5,00
4,00
4,00
Indexatie dienstverleningsbijdrage AA
2,46
4,92
4,20
4,46
Belastingen
2,84
3,90
3,45
3,65
Leges
2,39
4,38
3,80
4,03
1) als deelnemersbijdrage niet op begroting 2026 is gebaseerd Toegerekende rente
2026
2027
2028
2029
Omslagrente
0,10%
0,50%
0,90%
1,30%
Kadernota 2026 Aalsmeer
22
Gemeente Aalsmeer
4. Financiële paragraaf 4.1 Van begroting 2025 naar Kadernota 2026 Vertrekpunt voor de structurele meerjarige begrotingspositie in deze Kadernota is de besluitvorming in de begrotingsraad van 3 november 2024 over de programmabegroting 2025. Tijdens/ na de begrotingsraad van 3 november heeft de raad de volgende besluiten genomen: a. Beschikbaar stellen van 2 x € 50.000 voor de werkzaamheden van de commissie Luchtvaartzaken - raad 3 november 2024 b. Septembercirculaire 2024 inclusief bijstellen budgetten jeugdhulp - raad 3 november c. Krediet nieuwbouw zwembad - raad 12 december 2024 d. Notitie beeldende kunst 2025 - raad 3 april 2025 Vooruitlopend op de raadsvergadering van 22 mei is ook is ook het voorstel over het Masterplan Energie, het Verkeerscirculatieplan en het Initiatiefvoorstel Jongerenraad in deze Kadernota opgenomen. Hiermee heeft de raad een zo actueel mogelijk beeld over de financiële stand van zaken. Tegelijk met deze Kadernota ontvangt u de voorstellen over de Meerjarenprognose Grondexploitaties 2024 en het Meerjarenprojectenplan (MPP) Buitenruimte 2025 – 2028. Besluitvorming over de wijziging van de begroting overeenkomstig deze voorstellen vindt in dezelfde vergadering als over deze Kadernota plaats. Voor de Kadernota 2026 zijn financiële mutaties aangedragen in de volgende categorieën: • Autonome ontwikkelingen.
Dit zijn onvermijdelijke ontwikkelingen bij ongewijzigd beleid. Een voorbeeld hiervan is een wijziging van de algemene uitkering uit het gemeentefonds op basis van de circulaires van het Rijk. Hieronder vallen ook technische aanpassingen van budgetten, welke vooral voortvloeien uit de jaarrekening 2024. Daar bleek dat een aantal budgetten niet, te laag of te hoog te zijn geraamd. Deze tekorten en overschotten worden nu gecorrigeerd. • Voorstellen voor nieuw beleid of beleidsintensiveringen en AA-claims. • Voorstellen voor aanpassing van bestaand beleid • Overige investeringen Dit zijn de afschrijvingskosten van de investeringen die in deze Kadernota 2026 zijn opgenomen. Een specificatie van de investeringskredieten zijn opgenomen in hoofdstuk 8. •
Dekkingsvoorstellen.
Kadernota 2026 Aalsmeer
23
Gemeente Aalsmeer
Samengevat ziet het financieel perspectief er na deze mutaties als volgt uit: Bedragen * € 1.000
Mutaties meerjarenraming 2026
2027
2028
2029
Programmabegroting 2025
1.870 -1.189 -2.280 -2.280
Raadsbesluiten
-921
3
-116
0
0
0
0
0
Amendement(en) Begroting Start Kadernota
949 -1.186 -2.397 -2.280
Mutaties Kadernota Autonome ontwikkeling
-395
-63
317
-507
Intensivering bestaand-/ nieuw beleid
-414
-183
-148
-148
Bestaand beleid
-349
-405
95
-980
-4
-4
-4
-4
Dekkingsvoorstellen
3.240
3.140
1.540
1.540
Totaal Kadernota
2.078
2.486 1.800
-99
Totaal na Kadernota
3.027
1.300
Overige investeringen
-597 -2.380
4.2 Dekkingsvoorstellen Voor de dekkingsvoorstellen die wij in deze Kadernota hebben opgenomen hebben wij een onderscheid gemaakt in de volgende categorieën: -
Financiering door het Rijk Verhoging van de inkomsten Ombuigingsvoorstellen oud-voor-nieuw
-
Inzet van stelposten Stelpost BTW compensatiefonds Inzet van incidentele middelen ter dekking van structurele lasten
-
Investeringsplafond instellen Geen indexatie van budgetten waaraan geen contractuele verplichtingen ten grondslag liggen.
-
Geen indexatie van de subsidiebudgetten Besparingen op gemeenschappelijke regelingen
Gelet op het effect van de recent gepubliceerde Voorjaarsnota van het Rijk (zie verder hierna) wat verlichting biedt op het financieel perspectief tot en met 2027 vertalen wij in deze Kadernota alleen het financiële effect van die nota en de uitkomst van de verhoging van de verblijfsbelasting (zie de hoofdstuk 3. Uitgangspunten). Voor wat betreft ‘ombuigingsvoorstellen oud voor nieuw’ stellen wij voor om eerst de uitkomst van de benchmark af te wachten. Alle overige dekkingsvoorstellen zijn de uitkomst van een verkenning die we vooruitlopend op de uitkomst van de Voorjaarsnota van het Rijk hebben geïnventariseerd. Verdere uitwerking van en besluitvorming over deze dekkingsvoorstellen laten wij aan het nieuwe college/ raad.
Kadernota 2026 Aalsmeer
24
Gemeente Aalsmeer
Ad. Financiering Rijk Recent is de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk verschenen. Per saldo komt er tot en met 2027 cumulatief € 3 miljard beschikbaar voor gemeenten. Daarmee is het financiële knelpunt tot en met 2027 voor Aalsmeer opgelost. Per 2028 wijzigt het financiële beeld. Het kabinet gaat ervan uit dat de maatregelen uit de Hervormingsagenda dan het beoogde effect zullen hebben. Daarnaast wil het kabinet inzetten op extra maatregelen om de kosten van het stelsel verder te beheersen. De VNG heeft daarom vraagtekens geplaatst bij de haalbaarheid van de reeks zoals die nu vanaf 2028 in de Voorjaarsnota van het Rijk is opgenomen. Het kabinet en de VNG hebben daarom afgesproken de deskundigencommissie Van Ark te vragen om vervroegd in het eerste kwartaal van 2027 een uitspraak te doen over haalbaarheid van het financieel kader vanaf 2028. Vooruitlopend op de meicirculaire 2025 hebben we op basis van een eerste doorrekening het effect van de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk als dekkingsvoorstel in deze Kadernota opgenomen. Ad. Belastingen en andere inkomsten Belastingen Eerder in deze Kadernota hebben wij onder belastingen een voorstel gedaan om de systematiek van de verblijfsbelasting te wijzigen en om daarmee meer inkomsten te realiseren. Wij hebben u voorgesteld om dit voorstel nader uit te werken.
Vooruitlopend hierop hebben wij – uitgaande van positieve besluitvorming hierover – 50% van de verwachte extra opbrengsten als dekkingsvoorstel opgenomen. Ter illustratie hebben we verder in beeld gebracht hoeveel de inkomsten OZB stijgen met iedere % extra bovenop de reguliere indexatie (€ 150.000). Gelet op positie van de gemeente Aalsmeer als het gaat om de gemiddelde woonlasten in de regio en het gegeven dat als gevolg van de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk extra belastingverhoging op dit moment niet noodzakelijk is laten wij dat voorstel nu achterwege. Kostendekkende huren De gemeente stelt accommodaties beschikbaar voor gebruik door verenigingen en organisaties, zoals clubgebouwen of sportaccommodaties. Het uitgangspunt van huur is kostendekkendheid. In de berekening van kostendekkendheid kan naast onderhouds- en beheerskosten, ook worden gekeken naar kosten die op termijn moeten worden gemaakt voor investeringen in accommodaties. Een onderzoek naar de mate waarin de huidige huurprijzen kostendekkend zijn is reeds gestart. De uitkomst van dit onderzoek gaat inzicht bieden in de mate waarin hogere tarieven kunnen en moeten worden gevraagd. Om die reden kan op dit moment nog geen bandbreedte worden aangegeven van de mogelijke extra inkomsten. Daarnaast moet de mogelijkheid om bij hogere huur meer subsidie aan te vragen te worden afgedekt in de subsidieverordening.