KADERNOTA 2025 - waterverblijfbelasting - inspraak 6 juni 2024 - griffie
Tekst van het document
Aalsmeer, 6 juni 2024 Geachte Commissie, Mijn naam is Arnaud Brouwer, voorzitter van de Stichting Aalsmeer Westeinder Promotie, en in deze rol vertegenwoordiger van meer dan 55 aangesloten watersportbedrijven, tevens uitgever van het prachtige Magazine MEER WESTEINDER, waarmee we Aalsmeer op de kaart willen zetten als Watersport gemeente in de breedste zin. Als SAWP spreken wij ons groot ongenoegen uit m.b.t. de wederom voorgenomen exorbitante verhoging van de watertoeristenbelasting (waterverblijfsbelasting), zonder enkel vooroverleg met de Stichting Aalsmeer Westeinder Promotie. Ondanks dat in een gesprek met Wethouder Spaargaren december 2023 is bepaald dat dit juist de afspraak zou zijn. Dit is de 3e keer dat de Gemeente deze exorbitante verhoging zonder overleg wilt doorvoeren (2019 en 2023). Opnieuw wil de Gemeente de extra waterverblijfsbelasting à € 259.000,-- gebruiken om het gat in haar begrotingstekort te dichten. Vorig jaar heeft de Raad de verhoging kunnen terugdraaien, met als reden GEEN overleg met de sector, SLECHTE participatie en ONVOLDOENDE onderbouwing. (Ik herhaal nog maar even hetgeen in de Kadernota staat, pag. 19) : “Het voorstel is om de verhoging van de watertoeristenbelasting in lijn met het eerdere besluit van de raad vanaf 2025 te effecturen”. - Vergeten wordt dat deze is teruggedraaid middels een beargumenteerd amendement.
Waarom prijst de Gemeente Aalsmeer zich uit de markt met omliggende Gemeenten met soortgelijk water? Aalsmeer kan niet vergeleken worden met Enkhuizen of Medemblik. Waarom heeft de Gemeente in april 2024 een samenwerkingsconvenant afgesloten met de OPHP (Ondernemers Platform Hollandse Plassen) als er ook op dit gebied totaal geen afstemming is. (Kaag Braasem nul WTB, Teylingen nul WTB) Het innen van de waterverblijfsbelasting rust op de schouders van de jachthavenexploitant, die deze via facturen aan haar klanten in rekening brengt en weer afdraagt aan de Gemeente. Dit terwijl er zoveel meer gebruikers zijn van het water, die niet betalen. Hoe kunnen de jachthavens hun ligplaats verkopen als meer dan 20% van het liggeld waterverblijfsbelasting is, dat ook nog steeds onjuist forfaitair wordt berekend. (Hoe groter de boot, hoe meer overnachtingen en hoe meer mensen erop) € 89,77 op een ligplaats van 10m2 van gemiddeld € 450,-- euro. Dit is onfatsoenlijk en niet uit te leggen naar klanten. De waterverblijfsbelasting is nog steeds geen DOELBELASTING, terwijl de watersport voldoende projecten kent die met de inkomsten van waterverblijfsbelasting kan worden opgepakt.
Als het inzichtelijk wordt dat het geld ook voor de watersport aangewend wordt, is het heffen van deze doelbelasting beter uitlegbaar naar de betaler. Het is toch veel eerlijker dat iedereen die gebruik maakt van het water met welke boot dan een kleine bijdrage levert, dat uiteindelijk misschien wel veel meer oplevert dan de huidige vorm van heffen. In de kadernota 2025 staat dat de hondenbelasting wordt afgeschaft en doorgevoerd via de OZB woningen, waardoor nu alle inwoners van Aalsmeer betalen, ook die geen hond(en) hebben. HISWA/RECRON heeft de argumenten voor deze absurde verhoging goed weerlegd tijdens de inspraak van mevr. G. Krijger. Hieronder de argumentatie van HISWA/RECRON die wij delen. “De argumenten die in de Kadernota worden voorgelegd, snijden geen hout. Zo zou de Raad in lijn van het eerdere besluit de verhoging moeten invoeren. Maar dat besluit is toch teruggedraaid omdat het zonder kennis van zaken én zonder overleg met de sector tot stand was gekomen? En het aangedragen ‘ongeoorloofde verschil’ tussen de gewone toeristenbelasting en watertoeristenbelasting is juist wel te rechtvaardigen nu blijkt dat kamperen gelijk gesteld kan worden met een overnachting op de jachthaven. De kampeerders ontziet de gemeente wel met een tarief van 1,80. Dat het verschil niet is te verantwoorden op basis van het gelijkheidsbeginsel, is dus precies omgekeerd.
Gelijktrekken met het tarief voor kamperen lost alles op!”
We begrijpen niet dat een Gemeente die de watersport als economische pijler benoemt en mee wilt doen met Westeinderscheg projecten van de Provincie NH, haar watertoeristen deze verhoging oplegt en de Gemeente uit jaagt, en andere, veel beter controleerbare vormen van heffing voor alle watersporters, niet wilt invoeren. Al vele jaren wordt gesproken over andere vormen van het innen van waterverblijfsbelasting zoals het vaarvignet dat ondanks alle positieve effecten nog steeds terzijde wordt geschoven. Ook tijdens het gesprek met Wethouder S. Spaargaren in december 2023 is dit besproken.
Wij adviseren u daarom: De verhoging naar € 2,85 (of zelfs nog verhoogd met 3,5% OZB woningen naar € 2,99. dit is ons nog onduidelijk – zie pag. 19) af te wijzen. Een normale inflatieverhoging van 3.5% door te voeren, waardoor het bedrag voor 2025 uitkomt op € 1,67. En wederom het gesprek aan te gaan met de St. AWP als betrouwbare en goed ingelichte gesprekspartner. Met vriendelijke groet, Arnaud Brouw, voorzitter SAWP Kopie: Fractievoorzitters