Jaarstukken 2021 Aalsmeer - versie raad juni_juli 2022.pdf
Tekst van het document
In december 2021 hebben de fondsbeheerders weer geactualiseerde cijfers gepresenteerd over de herverdeeleffecten per individuele gemeente. Volgens de nieuwe cijfers pakt het nadeel in Aalsmeer minder negatief uit dan wat in augustus 2021 is gepresenteerd (€ 8 per inwoner in plaats van € 25). De beoogde invoering vanaf 2023 is stapsgewijs met € 15 per inwoner. Deze cijfers betekenen een Aalsmeers herverdeelnadeel van € 256.000 per 2023. Vervolgens wordt apart bezien of een aanpassing van de verdeling voor 2027 en verder nodig is. Voornoemde is een risico en nog niet cijfermatig in de begroting verwerkt, omdat het gaat om indicatieve cijfers en er moet nog over besloten worden. Het vervolg kan meelopen in het traject richting Kadernota 2023. Voor de begroting 2023 heeft dit geen effect op de uitgezette koers. Deze laatste berichten geven geen aanleiding tot aparte acties op korte termijn. Dividenden Er worden diverse dividenduitkeringen ontvangen. Het merendeel is afkomstig van Stedin. Meer informatie over de uitkeringen staat opgenomen in de paragraaf Verbonden Partijen. De definitieve dividenduitkering is altijd afhankelijk van de ontwikkelingen binnen het bedrijf zelf. Leges reisdocumenten en rijbewijzen Met ingang van 9 maart 2014 is de maximale geldigheidsduur van reisdocumenten verhoogd van 5 naar 10 jaar.
Dit betekent een dip in de afgifte van reisdocumenten in de periode van 2019 tot 2024. Hierdoor is sprake van een tijdelijke teruggang in werkzaamheden voor het cluster Documenten en in de legesinkomsten op het product reisdocumenten. Vanwege de dip in reisdocumentenaanvragen is de formatie Burgerzaken vanaf 2019 afgeroomd met 1,6 vte. Vanaf 2024 is voor een periode van vijf jaar sprake van toename van het aantal aanvragen voor reisdocumenten. De formatieve gevolgen hiervan zijn doorberekend. Per 1 januari 2024 is 1,7 vte extra formatie Burgerzaken nodig om de reisdocumentenpiek te kunnen opvangen. De kosten hiervan zijn niet afgedekt in de begroting. Informatieveiligheid en Privacy Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ofwel de Europese privacy verordening is per 25 mei 2018 in werking getreden. Vanaf dat moment zijn de privacyregels verder aangescherpt en kan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) zelfs boetes tot een maximum van € 20 miljoen opleggen in geval van overtreding van de regels met betrekking tot de omgang met persoonsgegevens. Ook de meldplicht datalekken vormt een onderdeel van de AVG. Bedrijven en overheden zijn hierdoor verplicht om een 92
Jaarstukken 2021
Gemeente Aalsmeer
datalek te melden bij de AP en mogelijk bij alle getroffen individuen. Ook is het uitvoeren van privacyrisicoinventarisaties, zogenaamde DPIA’s, op sommige processen verplicht. De AA organisatie heeft processen ingericht om de AVG wetgeving te borgen binnen de organisatie en voert DPIA’s uit waar nodig en waar verplicht. Persoonsgegevens worden binnen de gehele organisatie verwerkt. Doordat de AVG zich niet beperkt tot de inrichting van formele processen en DPIA toetsen, maar zich uitstrekt tot alle handelingen van medewerkers en verwerkingen in systemen, blijft de naleving van de AVG veel aandacht vragen. Informatieveiligheid Om de data en de informatie in de systemen waar de gemeente mee werkt te beschermen worden de nodige adequate beveiligingsmaatregelen getroffen. Per 1 januari 2019 is de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO) van kracht. Door de breedte en complexiteit van deze nieuwe regelgeving pakt de gemeente informatieveiligheid planmatig op. Jaarlijks wordt een risico-inventarisatie uitgevoerd, een actieplan informatieveiligheid en privacy vastgesteld en het informatieveiligheidsbeleid getoetst. Een belangrijk onderdeel is bewustwording, waarbij gebruikers worden getraind om alert te blijven. Ook worden er technische maatregelen ingezet, zoals antivirus software, logging en een firewall.
Desalniettemin vraagt het veilig houden van het netwerk en de ICT systemen, vanwege de grote afhankelijkheid van digitale informatie in combinatie met de huidige dreigingen (bijvoorbeeld cyberaanvallen), de continue aandacht van de organisatie. Overige ontwikkelingen Burgerzaken Het juist vaststellen van de identiteit is een belangrijke taak die vanuit de centrale overheid aan Burgerzaken is toebedeeld en waar steeds meer de nadruk op komt te liggen. Een andere wettelijke taak is het voorkomen en opsporen van adresfraude. Door de economische groei in de MRA-regio is sprake van een sterke toename van het aantal (her)vestigingen vanuit het buitenland. Dit heeft tot gevolg dat ook het aantal identiteitsvaststellingen en adresonderzoeken in front- en backoffice stijgt. Door deze ontwikkelingen is vanaf 2019 de corebusiness van Burgerzaken veranderd. Er is een afname te zien van werkzaamheden waarvoor leges kunnen worden gevraagd en een toename van werkzaamheden waar geen legesinkomsten tegenover staan. Het kabinet heeft het “Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten” gevraagd voorstellen te doen die de positie van de arbeidsmigranten op de korte en (middel)lange termijn verbeteren. Aan het licht is gekomen dat er vaak sprake is van schrijnende situaties op het gebied van woon-, leef- en arbeidsomstandigheden.
In april 2021 is de gemeente Aalsmeer een pilot gestart om, in samenwerking met werkgever, arbeidsmigranten structureel en collectief te registreren in de Basisregistratie Personen (BRP). Deze registratie vindt plaats op de woensdagavond op het gemeentehuis en is ook bedoeld om meer zicht in de woon- en leefomstandigheden van de arbeidsmigranten te verkrijgen. Het is afwachten wat het resultaat is van deze pilot. Indien dit een succes blijkt te zijn wordt mogelijk structureel formatie toegevoegd waarna deze werkzaamheden in het takenpakket van Burgerzaken worden opgenomen. BTW Sportvrijstelling Het recht op vooraftrek van de BTW, die aan gemeente in rekening is gebracht over de kosten die toerekenbaar zijn aan het ter beschikking stellen van sportaccommodaties, is vervallen per 2019. De rijksoverheid compenseert gemeenten in 2019 t/m 2023 voor dit nadeel via de nieuwe specifieke-uitkering Sport (SPUK). Over het jaar 2021 is landelijk wederom meer aangevraagd dan er budget is (€ 182 miljoen), wat betekent dat de gemeente minder gecompenseerd wordt dan verwacht. De gemeente heeft een voorschot ontvangen van 76,94% van de aanvraag. Voor 2022 is landelijk € 178 miljoen beschikbaar.
Jaarstukken 2021
93
Gemeente Aalsmeer
Het BTW-nadeel waar de ESA mee wordt geconfronteerd ("hun BTW nadeel") is meegenomen in de SPUK aanvraag 2021 van de gemeente Aalsmeer. In totaal heeft de gemeente voorlopig ca. € 128.500 minder toegewezen gekregen. Tevens loopt een discussie met de Belastingdienst omtrent het belast verhuren van gymlokalen voor het bewegingsonderwijs. Daarnaast is de belastinginspecteur van mening dat het organiseren van bijeenkomsten tegen vergoeding met een sportelement niet kan delen in het verlaagde tarief. Verder is er nog een dispuut over de belastbaarheid van de subsidie die ESA ontvangt. Als gemeente lopen we hier een risico. Het financiële effect hiervan kunnen we op dit moment niet inschatten en hebben we als p.m. meegenomen in ons risicoregister. De Oude Veiling De gemeente heeft met ESA 3 huurcontracten lopen. Eén voor Ons Tweede huis, één voor zaalverhuur (losse zalen dus) en één voor Cultuur (Bibliotheek, Cultuurpunt en Horeca). De inspecteur is van mening dat er feitelijk sprake is van 1 huurcontract omdat er één verhuurder is en één huurder. De gemeente meent dat geen sprake is geweest van vervaardiging waardoor er een nieuwe zaak zou zijn ontstaan, terwijl de inspecteur die conclusie niet direct onderschrijft (geen direct risico). ESA verhuurt deze ruimten weer door (onderverhuur) aan verschillende gebruikers.
Als dat laatste terecht met BTW plaatsvindt, kan er worden geopteerd tussen gemeente en ESA. Vraag is nu of de verschillende ruimten voldoende zelfstandig zijn om apart te kunnen worden verhuurd. Dat geldt niet voor de ruimte voor Ons Tweede Huis. De inspecteur twijfelt nog of de bibliotheek voldoet aan het zogenoemde 90% criterium (zo niet dan is belaste verhuur niet mogelijk). Dat laatste geldt zeker voor het Cultuurpunt. Voor de losse verhuur van zalen dient dit wat hem betreft per situatie te worden beoordeeld. Indien voldoende aanvullend dienstbetoon door ESA aan gebruiker dan is belast gebruik mogelijk (en dus ook belaste verhuur door gemeente aan ESA). Belaste verhuur van de Theaterzaal is geen issue. De belastbaarheid van de subsidie wordt nog nader onderzocht. Daarvoor diende aanvullende gegevens te worden aangeleverd. Kortom, er is veel nog niet duidelijk. Wel is zeker dat de gepleegde aftrek van BTW naar verwachting naar beneden dient te worden bijgesteld. Welk bedrag dit is, valt dus nog niet te zeggen, derhalve is dit risico als p.m. meegenomen in ons risicoregister. Aanbestedingsrisico’s Onderhoud gemeentelijke gebouwen Bij het onderhoud van de gemeentelijke gebouwen (o.a. renovatie-/nieuwbouwprojecten) wordt gebruik gemaakt van de markt.
Door de aantrekkende bouw, het gebrek aan vakmensen bij de aannemers, de schaarste van grondstoffen, de aangescherpte eisen voor nieuwbouw (BENG) per 1 januari 2021 en de Coronacrisis zien we dat de marktsituatie wijzigt en dat prijzen zich naar boven ontwikkelen. Dit heeft tot gevolg dat de kosten van het onderhoud en nieuwbouw van de gemeentelijke gebouwen hoger zullen worden. Met hoeveel de kosten zullen toenemen is momenteel nog niet in te schatten en kan per project verschillen. Sociaal domein De uitgaven voor Wmo maatwerkvoorzieningen zijn gestegen, terwijl de inkomsten hiervoor niet in gelijke mate meegroeien. Dit komt met name door het abonnementstarief. Dit wordt urgenter omdat in de komende jaren meer inwoners vanwege een toenemende leeftijd een beroep zullen doen op de Wmo. Daarnaast wonen steeds meer mensen met een psychische of verstandelijke beperking zelfstandig in de wijk, veelal met Wmo ondersteuning. Het aantal complexe zorgvragen stijgt. Door deze ontwikkelingen zal bij ongewijzigd beleid het beroep op de Wmo en daarmee de uitgaven blijven toenemen. Ten slotte zorgt de vastgelopen woningmarkt er voor dat er meer dure woningaanpassingen noodzakelijk zullen zijn. 94
Jaarstukken 2021
Gemeente Aalsmeer
Nieuwe samenwerking met de AA-organisatie en oprichting kernorganisatie De hernieuwde samenwerkingsovereenkomst met de gemeente Amstelveen en de oprichting van de kernorganisatie brengen risico's met zich mee. Met name het risico ten aanzien van de going concern is hierbij van belang. Om deze risico's te mitigeren wordt gewerkt met een projectorganisatie waarbij de kritische functies als eerste ingericht worden. Op dit moment schatten we de risico acceptabel laag in derhalve hebben we deze risico's niet verdere financieel vertaald en is het risico als p.m. meegenomen in het risicoregister. Benodigde risicobuffer bedrijfsvoering risico’s Er is geen objectieve maatstaf voor het bepalen van de omvang van een incidentele buffer voor de structurele bedrijfsrisico's (m.n. gemeentefonds, beheer en onderhoud van de openbare ruimte en decentralisaties). Conform bestaand beleid wordt bij de berekening van de weerstandsratio voor normale bedrijfsvoeringsrisico's rekening gehouden met een bedrag corresponderend met 5% van het begrotingstotaal (uitgaven) van de gemeente (€ 120 miljoen), zijnde € 6,0 miljoen. Bouw- / projectgerelateerde risico's Uitvoering infraprojecten in de openbare ruimte Projecten in de openbare ruimte kunnen soms niet tot uitvoering komen of forse vertraging oplopen door externe factoren.
Enkele voorbeelden van deze factoren zijn: afhankelijkheid van de bereidheid van kabel- en leidingbedrijven om hun medewerking vlot te verlenen; het verkrijgen van vergunningen van derden (zoals waterschappen); inspraak op projecten waardoor deze gewijzigd moeten worden; beschikbaarheid van aannemers; levertijden en prijzen van materialen; het moeilijk kunnen aantrekken van externe deskundige medewerkers die schaarser worden door het aantrekken van de economie; het op onverwachte plaatsen aantreffen van vervuilde grond waar in een project geen rekening mee gehouden is en waardoor sanering nodig is. De financiële gevolgen en sturingsmogelijkheden om dit binnen een krediet op te vangen verschillen van project tot project. Binnen het totale buitenruimteprogramma worden fluctuaties in budgetten zo goed mogelijk opgevangen. Voor een aantal losse grote projecten uit het programma kunnen budgetoverschrijdingen niet worden opgevangen. Het risico hierop doet zich gemiddeld eenmaal per 1 tot 2 jaar voor, met gevolgklasse 4 (ca. € 1 miljoen). Instandhouding en areaaluitbreiding buitenruimte Voor vervanging van wegen is jaarlijks € 1,2 miljoen aan investeringsruimte beschikbaar. Daarnaast wordt middelgroot en groot wegenonderhoud gefinancierd via de reserve buitenruimte, waaraan jaarlijks voor alle beheerdisciplines samen € 2,0 miljoen wordt gedoteerd.
Het bestedingsplan is opgenomen in het jaarlijks geactualiseerde Meerjarenprojectenplan Buitenruimte. Drie ontwikkelingen leiden tot een belangrijk financieel en veiligheidsrisico in het beheer en onderhoud van de openbare ruimte: Areaal wegen: de Nota Wegen geeft een doorkijk naar de investeringsbehoefte op langere termijn in relatie tot de beschikbare middelen. Voor de periode 2019-2022 is bij vaststelling van de Nota Wegen eenmalig extra onderhoudsgeld beschikbaar gesteld, maar vanaf 2023 wordt teruggevallen op het huidige budget. Uit de Nota Wegen blijkt dat het huidige jaarlijkse budget voor wegen onvoldoende is om het areaal op orde te houden. Dit beeld wordt door recente weginspecties bevestigd. Niet Jaarstukken 2021
95
Gemeente Aalsmeer
beschikbaar komen van structureel extra budget leidt tot een risico van eenmaal per 2-5 jaar (doorlooptijd Nota Wegen) gevolgklasse 5 (ca. € 2 tot 10 miljoen). Areaal civieltechnische kunstwerken: in 2020 is het areaal aan civieltechnische kunstwerken grondig geïnspecteerd. Op basis hiervan is een Nota Civieltechnische Kunstwerken opgesteld. Voor vervanging van en onderhoud aan kunstwerken is momenteel geen structureel budget beschikbaar. Niet beschikbaar komen van structureel budget leidt tot een risico van eenmaal per 2-5 jaar gevolgklasse 5 (ca. € 2 à 3 miljoen) om versneld verouderde kunstwerken vroegtijdig te vervangen. Nieuw areaal: het gereedkomen van de Burgemeester Kasteleinweg, het VVA-terrein en Greenpark leidt vanaf 2022 tot een aanzienlijke areaaluitbreiding. Bij handhaven van het huidige kwaliteitsniveau zullen de beheerkosten van openbare ruimte en groen stijgen. Dit is nog niet in het meerjarenbeeld voorzien. Niet tijdig onderhoud plegen aan nieuw areaal leidt vooral op de langere termijn tot extra kosten voor vroegtijdige vervanging. Dit is nu nog moeilijk te kwantificeren. Onvoorziene of nu nog onbekende schade aan nieuw areaal of aan areaal dat van andere eigenaren is overgenomen kan mogelijk eenmaal per 1 tot 2 jaar optreden (kans 4), het financiële risico is nu onbekend.
Het nieuwe areaal is omvangrijk en bestaat uit heel veel verschillende assets met verschillende levensduren.
De financiële positie van de gemeente Aalsmeer is niet zodanig dat voor al deze ontwikkelingen met behoud van het huidige beleid voldoende budgetophoging kan worden geboden. In het kader van de motie RAP-Raad wordt het komende jaar onderzoek gedaan naar de beheer- en financieringssystematiek voor investeringen in en onderhoud aan de buitenruimte, inclusief de toegenomen arealen. Na dit onderzoek wordt een voorstel gedaan op welke manier het areaal in de komende jaren onderhouden kan worden en wat de beleidsmatige en financiële consequenties hiervan zijn of zouden kunnen zijn. De raad kan dan zijn koers bepalen. Een belangrijke pijler hierbij is het wijzigen van de investeringssystematiek, van sparen vooraf naar afschrijven gedurende de gebruiksduur van het actief. In de huidige systematiek moeten we het gehele investeringsbedrag vooraf beschikbaar hebben voordat een investering uitgevoerd kan worden. Hierdoor hebben we hoge structurele lasten terwijl de investeringen een groot aantal jaren meegaan. Met de nieuwe systematiek wordt de investering afgeschreven gedurende de gebruiksduur van het actief, door deze systematiek wordt tevens in het begrotingssaldo direct rekening gehouden met toekomstige vervangingen. Dit levert op korte termijn naar verwachting besparingen op, hetgeen nu verwerkt is in de begroting voor een voorlopig bedrag van € 425.000 per jaar vanaf 2022.
Wat de gevolgen hiervan zijn voor het Meerjarenprojectenplan Buitenruimte wordt inzichtelijk gemaakt bij de actualisatie in het voorjaar van 2022. Er wordt dan ook in beeld gebracht of het bedrag van € 425.000 per jaar realistisch is of moet worden bijgesteld. Grote projecten en grondexploitaties Voor de dekking van de bekende tekorten in lopende gemeentelijke exploitaties is een voorziening opgenomen. Ook voor projecten faciliterend grondbeleid is een voorziening aanwezig. Zie voor nadere toelichting de paragraaf grondbeleid. De hoogte en de beheersing van risico’s is een belangrijk speerpunt. Door middel van risicoanalyse met behulp van de Monte Carlo methode wordt de benodigde weerstandscapaciteit in beeld gebracht. Mede op basis hiervan kan besluitvorming plaatsvinden over de te nemen beheermaatregelen en wanneer deze genomen kunnen worden. Hierna worden de meest omvangrijke grondexploitaties van de gemeente apart toegelicht. Green Park Aalsmeer (bedrijventerrein) Project Bedrijventerrein Green Park Aalsmeer omvat de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein langs de om te leggen provinciale weg N201. Voor deze gebiedsontwikkeling is een samenwerkingsverband afgesproken met de gemeente Uithoorn, waarbij beide partijen voor 50% risico dragen. Voor de uitvoering van de realisatie van het bedrijventerrein is GPAG BV opgericht, waarvan beide gemeenten de aandeelhouders zijn.
96
Jaarstukken 2021
Gemeente Aalsmeer
Gezien de algemene ontwikkeling en gelet op de gevolgen van de coronacrisis is gekozen voor een behoudend scenario bij de vaststelling van grondexploitatie per 1-7-2021. De markt voor het zakelijk vastgoed in onze regio is echter nog steeds goed en op korte termijn wordt zelfs een schaarste aan nieuw bedrijventerrein in onze regio verwacht. De grondexploitatie van Green Park Aalsmeer Gebiedsontwikkeling BV is in de Algemene vergadering van Aandeelhouders van 16 december 2021 vastgesteld. De financiële positie van Green Park Aalsmeer Gebiedsontwikkeling BV, bestaande uit de grondexploitatie en het erfpachtbedrijf, is per ultimo 2021 € 0,4 miljoen positief. Dit houdt in dat de eerder getroffen voorziening van € 1,0 miljoen vrijvalt. Op basis van de nog aanwezige risico’s dient er wel rekening te worden gehouden met voldoende weerstandscapaciteit. Deze is bepaald op € 0,8 miljoen. De Tuinen van Aalsmeer (woningbouw) In januari 2022 is de grondexploitatie herzien. Dit betreft zowel de ontwikkelingen op basis van actief als facilitair grondbeleid. Het resultaat van de grondexploitatie (totaal, actief en facilitair samen) is bepaald op negatief € 7,4 miljoen (op netto contante waarde per 1 januari 2022) en vertegenwoordigt de totale huidige omvang van de verliesvoorziening voor het project.
Bij de grondexploitatie De Tuinen van Aalsmeer is een risicoanalyse op basis van de "Monte Carlo" methode gemaakt. Hieruit blijkt een benodigde weerstandscapaciteit van € 1,7 miljoen (NCW). De belangrijkste risico’s bevinden zich in de deelgebieden Polderzoom fase 2 en de Zwarteweg. Dit omdat er enerzijds nog veel kosten gemaakt moeten worden betreffende de civiele werken en er anderzijds complexe afspraken zijn gemaakt of nog gemaakt moeten worden met de ontwikkelende partijen. Daarnaast is vertraging en de daarbij behorende extra kosten een belangrijk risico waarmee rekening gehouden. Overige ruimtelijke projecten Naast bovengenoemde projecten zijn er ook de middelgrote en kleine ruimtelijke projecten. Ook voor deze projecten zijn de risico’s in beeld gebracht middels Monte Carlo simulatie. Hieruit blijkt een benodigde weerstandscapaciteit van € 1,3 miljoen (NCW). Bovenwijkse voorzieningen Op 21 januari 2021 is de nota kostenverhaal bovenwijkse voorzieningen vastgesteld door de gemeenteraad. De consequenties van deze nota, die voor de gemeente mogelijkheden tot kostenverhaal biedt, zijn inzichtelijk gemaakt bij de Kadernota 2022. Per 1 januari 2021 zat er nog een kleine € 4,2 miljoen in de Reserve Bovenwijkse Voorzieningen.
Grote projecten die afrekenen met deze reserve zijn onder andere de aanleg van de Burgemeester Kasteleinweg, de Burgemeester Hoffscholteweg en de verlengde Molenvlietweg. Daarnaast is een bijdrage aan de reconstructie van de Machineweg en (op termijn) aan de verdubbeling van de N231 vanuit deze reserve wenselijk. De huidige stand van de reserve biedt onvoldoende mogelijkheden om alle gewenste bovenwijkse infrastructuur te realiseren. Er wordt daarom nog een nieuw bestedingsplan voor deze reserve opgesteld, inclusief een prognose voor de te verwachten inkomsten per jaar. Aan de hand daarvan wordt duidelijk welke mogelijkheden en onmogelijkheden er zijn. Bovenwijkse voorzieningen worden niet jaarlijks geïnitieerd, maar het gaat doorgaans wel om grote bedragen. Denk hierbij aan ongeveer eenmaal per 2-5 jaar (kans 3) met gevolgklasse 5 (ongeveer € 5 tot 10 miljoen voor bovenwijkse projecten ten laste van de algemene middelen, bovenop de afdrachten vanuit projecten). N231-zuid De herinrichting van de provinciale weg N231 tussen Vrouwenakker en de kruising met Burgemeester Kasteleinweg (N231-zuid) was reeds opgenomen in het AVVP 2010. In 2015 heeft de provincie NoordJaarstukken 2021
97
Gemeente Aalsmeer
Holland ambtelijk een voorstel bij de partijen in de omgeving neergelegd voor de herinrichting van de N231zuid. Naar aanleiding van nieuwe inzichten over de ruimtelijke ontwikkelingen in Kudelstaart en de verbetering van het openbaar vervoer van en naar Kudelstaart zijn aanvullende maatregelen onderzocht onder leiding van de Vervoerregio. In hoofdlijnen zijn de maatregelen het verdubbelen van de rijstroken van 2x1 naar 2x2 rijstroken tussen kruisingen met de Bachlaan en de Hoofdweg, zodat het verkeer nu en in de toekomst goed kan doorstromen. Aalsmeer heeft aan de provincie gevraagd ook het tracé tussen Bachlaan en Burgemeester Kasteleinweg te verdubbelen om tot een robuust netwerk te komen. De Provincie heeft het project echter inmiddels on hold gezet en gaat in 2022/2023 eerst groot onderhoud plegen zonder capaciteitsuitbreiding. Er vinden wel gesprekken met de provincie plaats of we bij het groot onderhoud mogelijk enkele kruispunten kunnen verbeteren, kleine maatregelen uit kunnen voeren. Het gesprek over toekomstige capaciteitsuitbreiding blijft, onder andere vanuit de Bereikbaarheidsagenda Zuidlob en ruimtelijke ontwikkelingen in Kudelstaart, wel gaande. De voorbereiding en uitvoering van het project liggen volledig bij de Provincie Noord-Holland.
Van de gemeenten Aalsmeer, Uithoorn en de Vervoerregio Amsterdam worden financiële bijdragen verwacht, mogelijk ook van Zuid-Hollandse partners. Voor een bijdrage aan het groot onderhoud op korte termijn moet gedacht worden aan kansklasse 1 (eenmalig), met gevolgklasse 4 (€ 0,5 - € 1,5 miljoen), voor grootschaliger capaciteitsuitbreiding op middellange termijn eveneens kansklasse 1 (eenmalig), nogmaals gevolgklasse 4 (€ 0,5 - € 1,5 miljoen). Burgemeester Hoffscholteweg en Spoorlijnpad Voor de definitieve aanleg van de Burgemeester Hoffscholteweg is de financiële dekking nog niet geheel rond. Tijdens de technische voorbereiding die momenteel plaatsvindt moet blijken of er nog steeds een tekort op het project dreigt te ontstaan. Een nieuwe ontwikkeling is dat de wens bestaat om het Spoorlijnpad tussen Stommeerkade en Burgemeester Hoffscholteweg opnieuw aan te leggen, inclusief een veilige en comfortabele oversteek over de Burgemeester Hoffscholteweg. De technische uitwerking hiervan en onderzoek naar de financiële en ruimtelijke consequenties worden opgepakt en daarna komt het college met een advies naar de raad. Het risico voor overschrijdingen op het totale project ten opzichte van het budget nu is eenmalig klasse 4 (€ 0,5 tot 1,5 miljoen).
Het gehele project wordt ook opnieuw tegen het licht gehouden bij de herziening van het bestedingsplan voor de Reserve Bovenwijkse Voorzieningen en bij de herziening van de financieringssystematiek. Stikstofdepositie Bouwprojecten mogen niet leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura2000 gebieden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen etc. dient aangetoond te worden dat de ontwikkeling niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie in Natura2000 gebieden. Bij ontwikkelingen dient dit middels een stikstofberekening (met het rekenprogramma AERIUS Calculator) aangetoond te worden. Indien er een toename blijkt, kan middels een goede onderbouwing verzocht worden om een Wet natuurbeschermingsvergunning (bij de provincie Noord-Holland). Voor de kleinere projecten kunnen de AERIUS-berekeningen door de gemeente zelf worden uitgevoerd. Bij complexere projecten en bij de eventuele nadere onderbouwing dient externe expertise ingeschakeld te worden. Stikstof kan ‘ver’ reizen en hoeft niet per se dichtbij neer te slaan. Vroeger kon nog gesteld worden dat gezien bepaalde afstand geen effect was te verwachten, maar die afstandseis is door de PAS-uitspraak komen te vervallen. Op 1 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering in werking getreden.
Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw- sloop en eenmalige aanlegactiviteiten, in het kort de bouwvrijstelling. Dit betekent in het vergunningstraject dat voor het aspect stikstof alleen nog de depositie in de gebruiksfase een rol speelt. Op 9 juli 2021 is bekend geworden dat voor het berekenen van stikstofneerslag een vaste afstandsgrens van 25 kilometer gaat gelden. Voor emissies door wegverkeer wordt rekening gehouden met stikstofdepositie tot 5 kilometer van de weg. AERIUS Calculator is januari 2022 aangepast om ervoor te 98
Jaarstukken 2021
Gemeente Aalsmeer
zorgen dat de stikstofneerslag van een bron tot maximaal 25 kilometer wordt berekend. Deze aanpassing kan leiden tot andere (depositie) uitkomsten en kan eventuele consequenties hebben voor een project. Aanvullingsregeling geluid Omgevingswet / nieuwe rekenmethodiek In 2020 heeft het Ministerie van BZK de Aanvullingsregeling geluid Omgevingswet ter inzage gelegd. Op basis van deze regeling zou door een nieuwe rekenmethodiek voor cumulatie van geluid, waarbij luchtvaartlawaai strenger wordt gerekend dan op basis van bestaande regels, het akoestisch leefklimaat in grote delen van Aalsmeer aangemerkt worden als ‘slecht’ of ‘zeer slecht’. Vanuit de Bestuurlijke Regie Schiphol, maar ook door bijvoorbeeld Bouwend Nederland en de Neprom, is het ministerie gewezen op de mogelijke consequenties van deze regeling: locaties in de MRA-regio, waar een zeer grote woningbouwopgave ligt, zouden ‘op slot’ worden gezet doordat in planologische procedures niet te onderbouwen is dat er nog sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Gesprekken tussen gemeenten, provincies en het rijk vinden nog plaats over deze kwestie. Bestuurlijk is afgesproken dat er eerst een brede impactanalyse wordt uitgevoerd, voordat er tot definitieve besluitvorming wordt overgegaan.
In verband met de voortgang van de Omgevingswet zal de Aanvullingsregel wel gepubliceerd worden, echter voorzien van een bepaling dat inwerkingtreding pas plaats vindt na een gedeeld beeld over de impactanalyse. In de Nota van Toelichting zal naar deze procesafspraak worden verwezen. Overige geïnventariseerde risico's Lokale effecten van de corona-uitbraak Algemeen De corona-uitbraak en de contact-beperkende rijksmaatregelen hebben ingrijpende gevolgen voor de lokale samenleving, maatschappelijk en economisch. De herstelfase moet veelal regionaal en lokaal vorm krijgen. De structurele effecten van een mogelijke recessie op de gemeentebegroting, die voortkomen uit de corona-uitbraak, zullen pas in de loop van 2022 duidelijk zijn. Dit risico is heel moeilijk te kwantificeren. Cultureel veld De effecten van de coronacrisis op de culturele organisaties zijn groot. De tijdelijke sluiting(en), afstandsmaatregel en het maximumaantal bezoekers leiden ertoe dat organisaties minder bezoekers ontvangen en voorstellingen, cursussen en tentoonstellingen minder of niet rendabel zijn. De (soms aanzienlijke) inkomsten uit verhuur en verkoop vallen weg. Daarnaast is het ook geen gegeven dat het publiek weer volledig zal terugkeren. Het publieksengagement zal opnieuw moeten worden opgebouwd. De angst bestaat dat de financiële klap niet nu, maar later volgt.
De reserves van organisaties zijn eindig. Tot nu toe is extra gemeentelijke steun nodig geweest voor continuïteit van de Oude Veiling, de Historische Tuin, het Flower Art museum en Cultureel Jongerencentrum N201. De culturele organisaties nemen maatregelen om hun lasten te beperken en maken gebruik van de steunmaatregelen van rijk, provincie, gemeente en private fondsen. Onduidelijk is echter hoelang de coronamaatregelen nog zullen duren, hoe groot de schade in 2022 en verder zal zijn en in hoeverre dit door de verschillende overheden wordt gecompenseerd. Wanneer er signalen komen van instellingen dat ze in de gevarenzone zitten, wordt dit gemonitord. Dit risico doet zich voorlopig nog elk jaar voor (kansklasse 5), de mogelijke schade zal ergens tussen € 100.000 en € 250.000 liggen (gevolgklasse 2). Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Op 1 januari 2023 (of mogelijkerwijs nog op 1 oktober 2022) treedt naar de huidige verwachtingen de Omgevingswet in werking. De invoering en de implementatie van deze wet betreft een omvangrijk en complex proces waar veel tijd mee gemoeid is / zal zijn. De wet vervangt circa 26 sectorale wetten en Jaarstukken 2021
99
Gemeente Aalsmeer
ongeveer 120 algemene maatregelen van bestuur die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving (waaronder wonen en bouwen). Het Transitieteam Omgevingswet is binnen de organisatie bezig om de implementatie van de wet in goede banen te leiden. Tegelijkertijd met de Omgevingswet treedt ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) voor gevolgklasse 1 in werking. Voor een groot deel van de relatief kleinere omgevingsvergunningaanvragen komt de Bouwbesluittoets en het toezicht daarop te vervallen. De verantwoordelijkheid hiervoor komt te liggen bij een private kwaliteitsborger. Er vindt derhalve een verschuiving plaats van uitvoering naar regie bij vergunningverlening. Taken die vervallen bij toezicht verschuiven voor een deel naar handhaving. Beide omwentelingen gaan financiële consequenties hebben (vervallen van leges, kosten die gemoeid zijn met het Digitaal Stelsel Omgevingswet en de aanschaf van software, opleiding van medewerkers etc.). Komende periode wordt dit in beeld gebracht. Tevens dient er een nieuw evenwicht gevonden te worden tussen kosten en opbrengsten in de kostendekkende legesexploitatie. Het risico op financiële effecten als gevolg van deze veranderingsoperatie doet zich éénmalig voor (kansklasse 1). De financiële effecten zullen voornamelijk structureel zijn en kunnen op dit moment nog niet gekwantificeerd worden.
In de loop van 2022 zal hierover meer duidelijkheid ontstaan. Eneco Bij de verkoop van de aandelen in Eneco Groep N.V. (hierna Eneco) in 2020 is de koper gevrijwaard van de claim van de oud-aandeelhouders van REMU N.V. (hierna REMU). Samenvattend stelt REMU dat Eneco door het juridisch verzet tegen de Splitsingswet verhinderd heeft dat Eneco vóór 31 december 2010 verkocht is en dat REMU daardoor een contractueel afgesproken privatiseringsvergoeding niet ontvangen heeft. Eneco betoogt op hoofdlijnen dat Eneco, inclusief REMU, niet vóór 31 december 2010 verkocht is en dat de aandeelhouders daartoe ook geen plan hadden. De verkoop van de aandelen Eneco is in 2020 afgerond. De claim bedraagt nu ongeveer € 300 miljoen inclusief rente. Rekening houdend met een totale opbrengst Eneco van € 4,1 miljard betekent toekenning van de claim voor Aalsmeer een terugbetaling van de opbrengst van ca. € 2,0 miljoen. Op 8 december 2020 hebben de oud-aandeelhouders de rechtszaak verloren en hebben ze besloten om in cassatie bij de Hoge Raad te gaan. De procedure loopt nog steeds. Resumé risicoprofiel Bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit van de gemeente Aalsmeer is rekening gehouden met de maximale financiële gevolgen van de risico's en een weging op basis van de verwachte frequentie dat het risico zich voordoet. Dit leidt tot het volgende risicoprofiel:
Bedragen x € 1.000
Risicoprofiel
Bedrijfsvoering risico's
6.000
Bouw- / project gerelateerde risico's
16.225
Overige geïnventariseerde risico's
1.225
Totaal
23.450
100
Jaarstukken 2021