GEWIJZIGD Bijlage 3 220928 BP GPA dg 2 West_Regels.pdf
Tekst van het document
10.1.1 Wonen algemeen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in woningen als bedoeld in artikel 1.95; b. tuinen en erven ten dienste van het wonen; met de daarbij behorende: c. bijbehorende bouwwerken als bedoeld in artikel 1.19; d. parkeervoorzieningen en ontsluitingen ten behoeve van het wonen; e. groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. 10.1.2 Bijzonder gebruik voor wonen Binnen het kader van de bestemmingsomschrijving van lid 10.1.1 is voorts het volgende gebruik toegestaan: a. het uitoefenen van een aan-huisgebonden-beroep en/of -bedrijf als bedoeld in artikel 1.3 en 1.4, in samenhang met het wonen; b. de verkeerswegen voor de ontsluiting en de bereikbaarheid van de achtergelegen gronden. 10.2
Bouwregels
10.2.1 Algemeen Op en onder de gronden als bedoeld in lid 10.1 van dit artikel mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. woningen (hoofdgebouwen) met bijbehorende bouwwerken; b. overige bouwwerken. 10.2.2 Woningen (hoofdgebouwen) Voor het bouwen van woningen (hoofdgebouwen) gelden de volgende regels: a. b. c. d.
een hoofdgebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd; binnen een bouwvlak is maximaal één woning toegestaan; de goot- en/of bouwhoogte zoals aangeduid mag niet worden overschreden; een hoofdgebouw dient te zijn voorzien van een kap met een hellingshoek van minimaal 30° en maximaal 50°; e. bij woningen met een kap mag een dakkapel worden gerealiseerd, met dien verstande dat: 1. voor zover gelegen op het dakvlak aan de straatzijde of op het dakvlak aan de zijde van de zijtuin, de dakkapel niet breder mag zijn dan de helft van de breedte van het dakvlak van het hoofdgebouw; 2. voor zover gelegen op het dakvlak aan de achtertuinzijde, de zijkanten van de dakkapel op meer dan 0,5 meter van de zijkanten van het dakvlak van het hoofdgebouw worden gerealiseerd; 3. de bovenzijde van de dakkapel ten minste 0,5 meter onder de noklijn van het dakvlak wordt gerealiseerd; 4. de onderzijde van de dakkapel ten minste 0,5 meter en maximaal 1 meter boven de gootlijn van het dakvlak wordt gerealiseerd; 5. per dakvlak meerdere dakkapellen zijn toegestaan indien de dakkapellen op dezelfde bouwlaag worden gerealiseerd en deze dakkapellen tezamen voldoen aan de hiervoor opgenomen breedte- of afstandsmaten; f. gebouwde parkeervoorzieningen zijn niet onder het hoofdgebouw toegestaan.
31
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
10.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken van het hoofdgebouw geldt de volgende regel: a. behoudens vergunningvrije bouwwerken conform de thans geldende regelgeving ten aanzien van vergunningvrij bouwen, zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan. Indien de regelgeving ten aanzien van vergunningvrij bouwen gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels. 10.2.4 Overige bouwwerken Voor het bouwen van overige bouwwerken zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn niet meer dan 1 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken mag niet meer bedragen 3 meter; c. het bepaalde onder sub a en b van dit lid is niet van toepassing op de bestaande bouwwerken. 10.3
Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ter waarborging van: a. b. c. d.
de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid; de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden; e. de waterhuishouding; f. de brandveiligheid en rampenbestrijding; g. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, en de landschappelijke inrichting; h. de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken. 10.4
Specifieke gebruiksregels
10.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik of laten gebruiken voor: a. het gebruik van bijgebouwen voor bewoning; b. het plaatsen of geplaatst hebben van onderkomens; c. het opslaan van goederen, stoffen, producten of materialen en materieel, waarvan de aanwezigheid voor de realisering of handhaving van de in lid 1 genoemde bestemming niet noodzakelijk is, dan wel kan worden geacht noodzakelijk te zijn; d. het gebruik ten behoeve van het kamperen; e. het gebruik ten behoeve van detailhandel; f. het gebruik ten behoeve van horeca; g. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting. 10.4.2 Aan-huis-gebonden beroep en/of -bedrijf Het uitoefenen van een aan-huisgebonden-beroep en/of -bedrijf is toegestaan onder voorwaarde dat: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het bruto-vloeroppervlak voor de uitoefening van het aan-huis-gebonden beroep danwel het aan-huis-gebonden bedrijf niet groter is dan 30% van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken;
32
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. geen gebruik wordt gemaakt van gevelreclame; e. het beroep alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; f. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; g. er geen buitenopslag plaatsvindt, noch beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning, met uitzondering van in- en uitladen. 10.4.3 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
10.4.4 Laden en lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.
10.5
Afwijken van de gebruiksregels
10.5.1 Afhankelijke woonruimte Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10.1.1 en 10.4.1 voor het gebruik van een deel van het hoofdgebouw of bijbehorende bouwwerken bij een woning als afhankelijke woonruimte (inwoning), zoals bedoeld in artikel 1.9, met dien verstande dat: a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg, als bedoeld in artikel 1.65; b. op het perceel al een woning aanwezig is; c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en bedrijven; d. per woning maximaal één omgevingsvergunning ten behoeve van inwoning voor mantelzorg mag worden verleend; e. inwoning in beginsel dient plaats te vinden bij, in of direct aansluitend aan de woning, waarbij de afhankelijke woonruimte een onderlinge verbinding met de woning dient te hebben; het gebruik van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk als afhankelijke woonruimte is uitsluitend toegestaan indien realisering van de inwoning in of aan het hoofdgebouw voor de inwoner of andere bewoner(s) onredelijk bezwarend is; f. maximaal 75 m² van hoofdgebouw en/of bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van de inwoning.
10.5.2 Parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 10.4.3 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of; b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid.
33
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
10.5.3 Laden en lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 10.4.4 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien.
34
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
Artikel 11 11.1
Wonen - Lintbebouwing
Bestemmingsomschrijving
11.1.1 Wonen algemeen De voor 'Wonen - Lintbebouwing' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in woongebouwen als bedoeld in artikel 1.99; b. tuinen en erven ten dienste van het wonen; met de daarbij behorende: c. bijbehorende bouwwerken als bedoeld in artikel 1.19; d. parkeervoorzieningen en ontsluitingen ten behoeve van het wonen; e. groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. 11.1.2 Bijzonder gebruik voor wonen Binnen het kader van de bestemmingsomschrijving van lid 11.1.1 is voorts het volgende gebruik toegestaan: a. het uitoefenen van een aan-huisgebonden-beroep en/of -bedrijf als bedoeld in artikel 1.3 en 1.4, in samenhang met het wonen; b. de verkeerswegen voor de ontsluiting en de bereikbaarheid van de achtergelegen bedrijfsgronden, ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting'; c. een bedrijf voorkomend in de categorieën 1 en 2 van soorten bedrijfsactiviteiten, zoals vermeld in de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf'; d. een detailhandelsbedrijf, ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel'.
11.1.3 Bijzonder gebruik voor wonen uitgesloten Het gebied ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - voor bewoning bedoelde bijbehorende bouwwerken' is geen erf zoals bedoeld in artikel 1 behorende bij bijlage II van het Besluit omgevingsrecht voor zover het gaat om voor bewoning gebruikte bijbehorende bouwwerken.
11.2
Bouwregels
11.2.1 Algemeen Op en onder de gronden als bedoeld in lid 11.1 van dit artikel mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d.
woningen (hoofdgebouwen) met bijbehorende bouwwerken; bedrijfsgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf'; detailhandelbedrijfsgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel'; overige bouwwerken.
11.2.2 Woningen (hoofdgebouwen) Voor het bouwen van woningen (hoofdgebouwen) gelden de volgende regels: a. het aantal woningen zoals aanwezig op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mag niet worden vermeerderd, tenzij toepassing wordt gegeven aan de wijzigingsbevoegdheid als opgenomen in lid 11.7; b. in afwijking van het bepaalde onder sub a van dit lid zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - extra woningen' ten opzichte van het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan 3 extra woningen toegestaan, met inachtneming van het bepaalde onder sub q; c. een hoofdgebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd, met dien verstande dat hoofdgebouwen niet zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting';
35
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West d. per bouwperceel mag maximaal één woning worden gerealiseerd bij een minimale perceelsbreedte van 25 meter of indien de perceelbreedte minimaal 40 meter bedraagt maximaal twee aanéén gebouwde woningen; e. in afwijking van het bepaalde onder sub d zijn bij een perceelbreedte van minimaal 40 meter maximaal vier aanééngebouwde woningen toegestaan indien deze woningen al aanwezig zijn op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan; f. de bouwdiepte van een hoofdgebouw mag maximaal 15 meter bedragen; g. de voorgevelbreedte van het hoofdgebouw mag niet meer dan 12 meter bedragen en van een twee-onder-een-kapwoning niet meer dan 10 meter per woning; h. de voorgevelbreedte van het hoofdgebouw bij een perceelsbreedte vanaf 30 meter mag niet meer bedragen dan 15 meter; i. in afwijking van het bepaalde onder g en h mag de voorgevelbreedte van woningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - extra woningen' maximaal 50% van de kavelbreedte bedragen; j. de voorgevel van een hoofdgebouw dient in dan wel maximaal 5 meter achter de aangeduide gevellijn te worden gebouwd, evenwijdig aan de weg; k. de goot- en bouwhoogte zoals aangeduid mag niet worden overschreden; l. de maximale goothoogte mag per dakvlak voor maximaal 30% worden doorsneden; m. de dakhelling van een hoofdgebouw mag niet meer dan 60° bedragen.
Deze contouren gelden voor ten minste twee dakvlakken; n. de afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens dient minimaal 3 meter te bedragen bij elke vrijstaande zijgevel; o. bij woningen met een kap mag een dakkapel worden gerealiseerd, met dien verstande dat: 1. voor zover gelegen op het dakvlak aan de straatzijde of op het dakvlak aan de zijde van de zijtuin, de dakkapel niet breder mag zijn dan de helft van de breedte van het dakvlak van het hoofdgebouw; 2. voor zover gelegen op het dakvlak aan de achtertuinzijde, de zijkanten van de dakkapel op meer dan 0,5 meter van de zijkanten van het dakvlak van het hoofdgebouw worden gerealiseerd; 3. de bovenzijde van de dakkapel ten minste 0,5 meter onder de noklijn van het dakvlak wordt gerealiseerd; 4. de onderzijde van de dakkapel ten minste 0,5 meter en maximaal 1 meter boven de gootlijn van het dakvlak wordt gerealiseerd; 5. per dakvlak meerdere dakkapellen zijn toegestaan indien de dakkapellen op dezelfde bouwlaag worden gerealiseerd en deze dakkapellen tezamen voldoen aan de hiervoor opgenomen breedte- of afstandsmaten; p. gebouwde parkeervoorzieningen zijn niet onder het hoofdgebouw toegestaan; q.
het bouwen van woningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - extra woningen' als bedoeld onder b is uitsluitend toegestaan indien de gevels van de derde bouwlaag en hoger zijn uitgevoerd als dove gevel, tenzij uit akoestisch onderzoek blijkt dat, al dan niet door geprojecteerde afschermende bebouwing of het toepassen van vliesgevels, de geluidbelasting op de gevels van de woningen ten gevolge van het wegverkeer op de N201 lager of gelijk is aan: 1. de voorkeursgrenswaarde zoals bedoeld in de Wet geluidhinder of 2. de voor deze gebouwen vastgestelde hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. r. de regels onder sub a tot en met q vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 14.1. 11.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken van het hoofdgebouw gelden de volgende regels: a. behoudens vergunningvrije bouwwerken conform de thans geldende regelgeving ten aanzien van vergunningvrij bouwen, zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan. Indien de regelgeving ten aanzien van vergunningvrij bouwen gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels en het bepaalde onder sub c; b. de regels onder sub a vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 14.1 van deze planregels;
36
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West c. in aanvulling op het bepaalde onder sub a geldt ter plaatse van de gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten – voor bewoning bedoelde bijbehorende bouwwerken' dat: 1. de gronden niet zijn aan te merken als achtererfgebied, zoals bedoeld in artikel 1 behorende bij bijlage II van het Besluit omgevingsrecht; 2. bouwwerken zijn hier uitgesloten, met uitzondering van vrijstaande bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken. 11.2.4 Bedrijfsgebouwen en detailhandelsbedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en detailhandelbedrijfsgebouwen geldt de volgende regel: a. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf' zijn uitsluitend bestaande bedrijfsgebouwen toegestaan; b. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' zijn uitsluitend bestaande detailhandelbedrijfsgebouwen toegestaan. 11.2.5 Overige bouwwerken Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn niet meer dan 1 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte van gemetselde penanten in het voorerfgebied mag niet meer dan 2 meter bedragen; c.
de breedte en bouwhoogte van een toegangspoort in het voorerfgebied die onderdeel uitmaakt van de totale erf- of perceelscheiding, of die geplaatst wordt tussen een groene erfafscheiding, mag niet meer bedragen dan 4 respectievelijk 2 meter; d. de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 6 meter; e. per woonperceel is één (duiker)brug toegestaan; f. de breedte van (duiker)bruggen ten behoeve van een in- of uitrit naar of van een perceel met de bestemming 'Wonen - Lintbebouwing' mag maximaal 4 meter bedragen; g. de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 6 meter; h. de bouwhoogte van de overige bouwwerken mag niet meer bedragen 3 meter; i. de regels onder sub a t/m h vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 14.1 van deze planregels. 11.3
Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ter waarborging van: a. b. c. d.
de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid; de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden; e. de waterhuishouding; f. de brandveiligheid en rampenbestrijding; g. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, en de landschappelijke inrichting; h. de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken.
37
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
11.4
Afwijken van de bouwregels
11.4.1 Voorgevelbreedte Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.2.2 voor het toestaan van een grotere voorgevelbreedte in het geval twee-aaneengebouwde woningen worden vervangen door één vrijstaande woning, met dien verstande dat de voorgevelbreedte maximaal 15 meter mag bedragen en de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 3 meter.
11.4.2 Erkers Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.2.2 ten behoeve van bouwen van een aan- en/of uitbouw aan de voorgevel (erker), met dien verstande dat: a. deze afwijkingsbevoegdheid alleen mag worden toegepast indien de diepte van de betreffende voortuin 2,5 meter of meer bedraagt; b. de maximum diepte van de erker 1 meter bedraagt; c. de maximum breedte van de erker 3/5 deel van de voorgevelbreedte van de woning bedraagt; d. de bouwhoogte van de erker niet hoger is dan 0,25 meter boven de vloer van de eerste verdieping van de woning; e. de erker bedoeld is om de woonkamer of de keuken te vergroten. 11.5
Specifieke gebruiksregels
11.5.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik of laten gebruiken voor: a. het gebruik van bijgebouwen voor bewoning; b. het plaatsen of geplaatst hebben van onderkomens; c. het opslaan van goederen, stoffen, producten of materialen en materieel, waarvan de aanwezigheid voor de realisering of van de in lid 1 genoemde bestemming niet noodzakelijk is, dan wel kan worden geacht noodzakelijk te zijn; d. het gebruik ten behoeve van het kamperen; e. het gebruik ten behoeve van detailhandel; f. het gebruik ten behoeve van horeca;het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting. 11.5.2 Aan-huis-gebonden beroep en/of -bedrijf Het uitoefenen van een aan-huisgebonden-beroep en/of -bedrijf is toegestaan onder voorwaarde dat: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het bruto-vloeroppervlak voor de uitoefening van het aan-huis-gebonden beroep danwel het aan-huis-gebonden bedrijf niet groter is dan 30% van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. geen gebruik wordt gemaakt van gevelreclame; e. het beroep alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; f. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; g.
er geen buitenopslag plaatsvindt, noch beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning, met uitzondering van in- en uitladen.
38
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
11.5.3 Detailhandel Binnen het kader van de bestemmingsomschrijving als gegeven in lid 11.1.2 onder c. is ter plaatse van de functieaanduiding 'detailhandel' het gebruik volgens lid 11.1 door het detailhandelsbedrijf toegestaan dat op het moment van terinzagelegging van dit plan als zodanig aanwezig was.
11.5.4 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
11.5.5 Laden en lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.
11.6
Afwijken van de gebruiksregels
11.6.1 Afhankelijke woonruimte Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 11.1.1 en 11.5.1 voor het gebruik van een deel van het hoofdgebouw of bijbehorende bouwwerken bij een woning als afhankelijke woonruimte (inwoning), zoals bedoeld in artikel 1.9, met dien verstande dat: a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg, als bedoeld in artikel 1.65; b. op het perceel al een woning aanwezig is; c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en bedrijven; d. per woning maximaal één omgevingsvergunning ten behoeve van inwoning voor mantelzorg mag worden verleend; e. inwoning in beginsel dient plaats te vinden bij, in of direct aansluitend aan de woning, waarbij de afhankelijke woonruimte een onderlinge verbinding met de woning dient te hebben; het gebruik van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk als afhankelijke woonruimte is uitsluitend toegestaan indien realisering van de inwoning in of aan het hoofdgebouw voor de inwoner of andere bewoner(s) onredelijk bezwarend is; f. maximaal 75 m² van hoofdgebouw en/of bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van de inwoning; g.
inwoning niet mag worden toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - voor bewoning bedoelde bijbehorende bouwwerken'. 11.6.2 Parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 11.5.4 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of; b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid.
39
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
11.6.3 Laden en lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 11.5.5 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 11.7
Wijzigingsbevoegdheid
11.7.1 Nieuwe woning Het bevoegd gezag mag het bestemmingsplan wijzigingen door extra woningen toe te staan ten opzichte van het bepaalde in lid 11.2.2 sub a, met dien verstande dat: a. bij een vrijstaande woning de perceelsbreedte minimaal 25 meter dient te bedragen; b. bij twee-aaneengebouwde woningen de perceelsbreedte in totaal minimaal 40 meter dient te bedragen; c. van de perceelsbreedten zoals zijn genoemd onder a en b van dit onderdeel mag worden afgeweken tot een perceelsbreedten van minimaal 18 meter respectievelijk 26 meter indien de stedenbouwkundige situatie daartoe aanleiding geeft, mits: 1. de frontbreedte van het hoofdgebouw inclusief aan- en uitbouwen niet meer bedraagt dan 50% van de perceelsbreedte; en 2. het perceel zich voegt in de ritmiek van het bestaande lint; d. andere type woningen niet zijn toegestaan; e. verder de bouwregels als opgenomen in lid 11.2.2 in acht moet worden genomen; f. aangetoond wordt dat de nieuwe woning ruimtelijk en milieutechnisch past binnen de locatie, waarbij in ieder geval een akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd; g. aangetoond wordt dat de nieuwe woning geen nadelige effecten heeft op de waterhuishouding; h. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
11.7.2 Ontsluitingsweg Het bevoegd gezag mag het bestemmingsplan wijzigen door een nieuwe ontsluitingsweg toe te staan in aanvulling op de bestaande ontsluitingswegen als bedoeld in lid 11.1.2, sub b, met dien verstande dat: a. aangetoond wordt dat daarvoor een bedrijfseconomische noodzaak bestaat vanuit het bedrijf op het aangrenzende, belendend perceel; b. de afstand tot het hoofdgebouw (woning) minimaal 3 meter bedraagt; c. de ontsluitingsweg niet meer dan 5 meter breed is; d. aangetoond wordt dat de nieuwe ontsluitingsweg ruimtelijk en milieutechnisch past binnen de locatie; e. aangetoond wordt dat de nieuwe ontsluitingsweg geen nadelige effecten heeft op de waterhuishouding; f. het een niet zodanige verkeersaantrekkende werking betreft dat deze kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; g. daardoor de omgevingskwaliteit van de omliggende woningen niet onevenredig wordt aangetast; h. ook anderszins geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
11.7.3 Beëindiging activiteit Het bevoegd gezag mag het bestemmingsplan wijzigen door de aanduidingen 'bedrijf' en/of 'detailhandel' te verwijderen indien de betreffende activiteit ter plaatse gedurende een half jaar is beëindigd en er geen redenen zijn om aan te nemen dat de activiteit op korte termijn wordt voortgezet.
40
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
Artikel 12 12.1
Waterstaat - Waterkering
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de waterhuishouding door middel van dijken, dijksloten en kaden. Indien deze bestemming samenvalt met andere bestemmingen, zijn deze andere bestemmingen ondergeschikt aan de bestemming waterkering.
12.2
Bouwregels
12.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op of in deze gronden mogen ten behoeve van de primaire bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd tot een bouwhoogte van niet meer dan 3 meter.
12.2.2 Verhouding tot samenvallende bestemmingen Op de grond met de bestemming Waterstaat - Waterkering mag ten behoeve van andere, daarmee samenvallende bestemmingen slechts worden gebouwd, indien en voor zover de belangen van de waterkering hierdoor niet worden geschaad.
12.3
Afwijken van de bouwregels
12.3.1 Afwijken van bebouwing Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in lid 12.2 voor bebouwing die is toegestaan in de samenvallende bestemmingen.
12.3.2 Voorwaarden voor afwijken De in lid 12.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien door de bouw en situering van de betreffende bebouwing geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de waterkering. Alvorens te beslissen over de omgevingsvergunning dient de aanvrager (vooraf) een watervergunning aan te vragen bij de waterbeheerder.
41
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
Hoofdstuk 3 Artikel 13
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
42
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
Artikel 14 14.1
Algemene bouwregels
Algemene regels ten aanzien van bestaande maten
a. De op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die meer bedragen dan in de bestemmingsregels is voorgeschreven, mogen als maximaal toelaatbaar worden aangehouden; b. De op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die minder bedragen dan in de bestemmingsregels is voorgeschreven, mogen als minimaal toelaatbaar worden aangehouden; c. Het bepaalde onder a. en b. van dit lid is uitsluitend van toepassing op bouwwerken die zijn gebouwd met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet dan wel de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; d. Voorts is in geval van herbouw het bepaalde onder a. en b. van dit lid slechts van toepassing indien de herbouw geschiedt op dezelfde plaats en de afwijking van de bestemmingsregels niet wordt vergroot. 14.2
Toegelaten overschrijdingen
Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bestemmings-, bouwgrenzen en/of hoogtematen te overschrijden: a. ten behoeve van toegangen van bouwwerken, luifels, stoepen, stoeptreden, reclame-uitingen, vrijhangende balkons (al dan niet ondersteund door kolommen) bij woongebouwen, gaanderijen en funderingen en daarmee gelijk te stellen onderdelen van gebouwen, voor zover de bouwgrens met niet meer dan 2.50 meter wordt overschreden en deze onderdelen van gebouwen niet worden opgericht op gronden, bestemd voor verkeer en tevens een niet te bebouwen strook van 1 meter in acht wordt genomen ten opzichte van de gronden, bestemd voor verkeersdoeleinden; b. vrijhangende balkons, gaanderijen, luifels en reclame-uitingen boven een verkeersbestemming is mogelijk indien er een vrije hoogte aanwezig is van 4,20 m boven de rijweg, met inbegrip van een strook van 0,50 m breedte ter weerszijden van die rijweg en een minimale vrije hoogte van 2,20 m boven een ander deel van de weg; c. ten behoeve van plaatselijke verhogingen op gebouwen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, trappenhuizen en lichtkappen, alsmede technische voorzieningen, mits: 1. de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 25% van de oppervlakte van het dak(vlak) bedraagt; 2. de hoogte niet meer dan 5 meter van de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw. 14.3
Algemene regels voor ondergronds bouwen
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken geldende volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken mogen gesitueerd worden binnen het bouwvlak tot een maximaal bebouwingspercentage van 100% tenzij anders is aangeduid met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage of anders is bepaald in de regels'; b. de diepte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan één bouwlaag met een diepte (vrije hoogte) van 3 meter; c. bij het berekenen van geldende bebouwingspercentages of van het maximaal te bebouwen oppervlak wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen; d. het realiseren van ondergrondse bouwwerken mag geen nadelige effecten hebben op de bodem- en waterhuishouding. Hiertoe dient de aanvrager (vooraf) een watervergunning aan te vragen bij de Waterbeheerder; e. de aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht dient een inventariserend veldonderzoek (IVO) te overleggen, waarin de archeologische waarde van het terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, indien de aanvraag betrekking heeft op het realiseren van bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van meer dan 1,00 meter;
43
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West f.
het bepaalde onder e. is niet van toepassing indien: 1. uit aanvullend bureauonderzoek blijkt dat er ter plaatse een lage archeologische verwachting geldt; 2. er in dit onderzoek wordt geconcludeerd dat geen nader archeologisch onderzoek nodig is; 3. het betreffende bureauonderzoek verricht of akkoord bevonden is door een archeologisch deskundige van de gemeente Aalsmeer of een daarvoor in de plaats gestelde deskundige; g. aan de omgevingsvergunning als bedoeld onder e kunnen in het belang van de archeologische waarden de volgende bepalingen worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het college van Burgemeester en Wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 14.4
Algemene regels voor afstanden
14.4.1 Afstand voor watergangen Onverminderd het bepaalde in de bestemmingsregels dient de afstand tussen gebouwen en andere bouwwerken enerzijds en de boveninsteek van een watergang ten minste 4 meter te bedragen, tenzij in de regels anders is bepaald.
14.4.2 Afwijken van afstandregels Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 14.4.1, teneinde de voorgeschreven afstandmaat tot de watergang te verkleinen indien dit noodzakelijk is, mits vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de waterbeheerder.
44
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
Artikel 15 15.1
Algemene gebruiksregels
Verbod op gebruik van gronden
15.1.1 Strijdig gebruik van gronden Onder strijdig gebruik, als bedoeld in artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening in samenhang met artikel 2.1. lid 1. onder c. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt tenminste verstaan het gebruik van de gronden: a. als inrichtingen en bedrijven die worden begrepen in bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht (Bor); b. als inrichtingen en bedrijven als bedoeld in artikel 2 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); c. als opslagplaats voor bagger- en grondspectie; d. als opslagplaats voor materialen, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe (bouw)materialen, afval, puin, grind, vloeibare afvalstoffen of brandstoffen; e. als opslagplaats van gebruiksklare of onklare voer- en/of vaartuigen en/of onderdelen daarvan; f. als opslagplaats voor bedrijfsgerelateerde goederen en/of materialen vóór de voorgevelrooilijn; g. ten behoeve van het gebruik van gronden en bebouwing voor het bedrijfsmatig aanbieden van parkeergelegenheid voor reizigers die reizen vanaf de luchthaven Schiphol; h. als uitstalling-, opslag-, stand- of ligplaats voor kampeer- en verblijfsmiddelen; i. voor het storten, lozen of verwerken van vloeibare of vaste afvalstoffen; j.
voor opslag ten behoeve van privé-doeleinden, anders dan op gronden met de bestemmingen 'Wonen' en 'Wonen - Lintbebouwing'. 15.1.2 Uitzonderingen Dit verbod geldt niet voor: a. vormen van gebruik als bedoeld in lid 15.1.1, die verenigbaar zijn met het doel waarvoor de grond ingevolge de bestemming, de doeleindenomschrijving en/of de overige planregels mag worden gebruikt; b. het opslaan van bouwmaterialen, puin en bagger- en grondspecie in verband met normaal onderhoud, dan wel ter verwezenlijking van de bestemming; c. het gebruik van niet-bebouwde grond voor kortstondige, incidentele evenementen, festiviteiten en manifestaties, indien en voor zover daarvoor ingevolge een gemeentelijke verordening vergunning of ontheffing is vereist, en deze is verleend; d. het aanleggen of het laten aanleggen van kabels en leidingen ten behoeve van de drinkwatervoorziening, de riolering, de waterhuishouding, de energievoorziening en/of de datacommunicatie, met uitzondering van: 1. aardgastransportleidingen met een diameter van meer dan 4" en/of een druk van meer dan 40 bar; e. transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de K1-, K2- en K3-categorie met een diameter van minder dan 4"; f. hoogspanningsleidingen; g. buisleidingen voor het transport van water, afvalwater of stoom met een doorsnede van 1 meter of minder en/of een lengte van 10 kilometer of minder. 15.2
Verbod op gebruik van bouwwerken
Onder strijdig gebruik, als bedoeld in artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening in samenhang met artikel 2.1. lid 1. onder c. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt tenminste het gebruik van bouwwerken verstaan voor/als automatenhallen, seksinrichtingen, raam- respectievelijk, straatprostitutie en prostitutiebedrijven.
45
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
15.3
Water
Binnen het plan dient voldoende open water aanwezig te zijn of te worden gerealiseerd conform de raamovereenkomst zoals opgenomen in bijlage 2.
46
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
Artikel 16 16.1
Algemene aanduidingsregels
Gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie 50 dB (A)'
a. Op de gronden met de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie 50 dB (A)' geldt dat nieuwe geluidsgevoelige objecten niet mogen worden gerealiseerd vanwege een hoge geluidsbelasting ten gevolge van industrielawaai afkomstig van het industriegebied Schiphol-Oost. b. Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan geluidbelasting op de gevel, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in sub a, en worden toegestaan dat nieuwe geluidsgevoelige objecten worden gebouwd dan wel functies worden toegestaan, mits de geluidsbelasting vanwege het industrielawaai op de gevels van deze geluidsgevoelige gebouwen en/of functies niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een door burgemeester en wethouders verleende hogere grenswaarde. 16.2
Gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerszone - beperking aantrekken vogels'
a. Op de gronden die zijn aangewezen als gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - beperking aantrekken vogels' is een grondgebruik of een bestemming binnen de volgende categorieën niet toegestaan: 1. industrie in de voedingssector met extramurale opslag of overslag; 2. viskwekerijen met extramurale bassins; 3. opslag of verwerking van afvalstoffen met extramurale opslag of verwerking; 4. natuurreservaten en vogelreservaten; 5. moerasgebieden en oppervlaktewateren groter dan 3 hectare. b. In afwijking van sub a is dit grondgebruik of deze bestemming toegestaan voor zover dit gebruik of deze bestemming rechtmatig is op de datum van inwerkingtreding van dit plan. c. In afwijking van sub a is dit grondgebruik of deze bestemming eveneens toegestaan voor zover dit in overeenstemming is met een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart; d. Indien strijd ontstaat tussen het bepaalde in dit artikel en de regels in de bestemming die ter plaatse gelden, prevaleert de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - beperking aantrekken vogels'. 16.3
Gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - beperking bebouwing'
a. Op de gronden die als gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - beperking bebouwing 3' op de verbeelding bij dit plan zijn aangewezen, zijn met het oog op externe veiligheid de volgende regels van toepassing: 1. Er zijn geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten toegestaan, behoudens bestaand gebruik; 2. In afwijking van sub a onder 1 zijn nieuwe beperkt kwetsbare objecten met een kantoor- of bedrijfsfunctie toegestaan, mits het aantal werknemers dat er verblijft niet meer dan 22 per hectare bedraagt; 3. In afwijking van sub a onder 1 is eveneens herstructurering van een gebied met objecten met een kantoor- of bedrijfsfunctie toegestaan, indien dit niet leidt tot een toename van het aantal werknemers per hectare binnen dit gebied. . b. Op de gronden die als gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - beperking bebouwing 4' op de verbeelding bij dit plan zijn aangewezen, zijn met het oog op geluidsbelasting geen geluidsgevoelige gebouwen toegestaan, behoudens: 1. bestaand gebruik van een geluidsgevoelig gebouw; 2. een geluidgevoelig gebouw ter vervanging van een bestaand geluidgevoelig gebouw, mits van gelijke aard en gelijke schaal en onder de voorwaarde dat het te vervangen gebouw wordt verwijderd of dat de functie en bestemming van het te vervangen gebouw wordt omgezet naar niet-geluidgevoelig. c.
Van bestaand gebruik als bedoeld in dit lid is sprake indien op 1 januari 2018 op de desbetreffende plaats een gebouw of object rechtmatig aanwezig is of een omgevingsvergunning is verleend voor
47
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West het bouwen van een gebouw of object op de desbetreffende plaats, mits binnen zes maanden na die datum een begin met de werkzaamheden is gemaakt; d. Van bestaand gebruik als bedoeld in dit lid is eveneens sprake bij herbouw van een gebouw of object dat op grond van het op de in sub c bedoelde datum geldende bestemmingsplan rechtmatig aanwezig is of is geweest maximaal 10 jaar voorafgaand aan de datum waarop een omgevingsvergunning is aangevraagd voor de herbouw van een gebouw of object op dezelfde plaats, met gelijke schaal en aard; e. In afwijking van sub a en b zijn de daarin bedoelde objecten en gebouwen eveneens toegestaan voor zover dit in overeenstemming is met een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart; f. Indien strijd ontstaat tussen het bepaalde in dit artikel en de regels in de bestemming die ter plaatse gelden, prevaleert de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - beperking bebouwing 3' dan wel de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - beperking bebouwing 4'. 16.4
Gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - hoogtebeperkingen'
a. Op de gronden die als gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - hoogtebeperkingen' op de verbeelding bij dit plan zijn aangewezen, zijn geen objecten toegestaan die hoger zijn dan de op de 'Overzichtskaart Hoogtebeperkingen' als opgenomen in de bijlage van het LIB aangegeven maximale waarden ten opzichte van N.A.P. b. In afwijking van sub a is een object dat hoger is dan de desbetreffende maximale waarde toegestaan indien: 1. het object opgericht of geplaatst is overeenkomstig een bouwvergunning dan wel omgevingsvergunning of voor het object een dergelijke vergunning is verleend en 2. het herbouw, verbouw of vervangende nieuwbouw betreft van objecten als bedoeld onder 1, mits de hoogte en het totale volume van het oorspronkelijke object niet worden overschreden. c. In afwijking van sub a is een object dat hoger is dan de desbetreffende maximale waarde eveneens toegestaan voor zover dit in overeenstemming is met een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart. d. Op de in sub a bedoelde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, voor zover deze werken of werkzaamheden reiken tot een hoogte boven de in dat lid bedoelde maximale waarden. e.
Indien strijd ontstaat tussen het bepaalde in dit artikel en de regels in de bestemming die ter plaatse gelden, prevaleert de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - hoogtebeperkingen'.
48
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
Artikel 17 17.1
Algemene afwijkingsregels
Afwijkingsbevoegdheid voor afmetingen en maten
Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het bestemmingsplan voor afwijkingen van voorgeschreven afmetingen en maten, waaronder percentages, met ten hoogste 15%, voor zover zulks van belang is voor een technisch of esthetisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein.
17.2
Afwijkingsbevoegdheid voor kleine bouwwerken
Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het bestemmingsplan voor: a. het bouwen van kleine niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor nutsvoorzieningen, zoals bewaarplaatsen voor huisvuilcontainers, gasdrukregelstations, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, wachthuisjes en transformatorhuisjes, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 5,5 meter en de oppervlakte niet meer dan 110 m² bedragen; b. het bouwen van geluidwerende voorzieningen, vrijstaande muren, riooloverstortkelders, boven- en ondergrondse containerruimten, zonnecollectoren, en informatie- en reclameborden; c. het plaatsen van bouwwerken die geen gebouwen zijn ten behoeve van zend-, ontvangsten of sirenemasten op elk gebouw, met in achtneming van de hoogtebeperkingen die gelden ingevolge het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol; d. overschrijdingen van bestemmings-, bouw- en aanduidingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch of esthetisch betere realisering van bestemmingen of van bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein, met dien verstande dat de overschrijdingen niet meer mogen bedragen dan 3 meter; e.
overschrijding van de maximale bouwhoogte, anders dan bedoeld onder d., voor lift- en trappenhuizen, glazenwasserinstallaties, (centrale) verwarmingsinstallaties, ventilatie-inrichtingen, schoorstenen, (schotel)antennes, antenne-installaties en vergelijkbare bouwwerken voor de opwekking van duurzame energie zoals zonnepanelen, met ten hoogste 3 meter; f. overschrijding van de bebouwingsgrenzen en/of bestemmingsgrenzen, anders dan bedoeld onder d., voor bordessen, dakoverstekken, overstekende verdiepingen, luifels, gevelversieringen, buitentrappen en lift- en trappenhuizen en andere ondergeschikte delen van gebouwen, met ten hoogste 3 meter; g. het bepaalde onder a. tot en met f. van dit artikel is slechts van toepassing indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de gebruiksmogelijkheden, zoals bepaald in dit bestemmingsplan, van aangrenzende gronden en bouwwerken.
49
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
Artikel 18
Algemene wijzigingsregels
Het bevoegd gezag kan, met toepassing van het in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bepaalde, de bestemmingsvlakken van de bestemmingen 'Bedrijf - 2', 'Bedrijf - 3', 'Groen', 'Verkeer', 'Water' en 'Wonen - Lintbebouwing' alsmede de bijbehorende bouwvlakken en aanduidingsvlakken verplaatsen, met dien verstande dat: a. verplaatsing van een bestemmingsgrens, bouwgrens en/of maatvoeringsgrens tot maximaal 2 meter is toegestaan ten opzichte van de betreffende grenzen in het vastgestelde bestemmingsplan; b. toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid alleen is toegestaan indien dit van belang is voor de inrichting van openbaar gebied.
50
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
Artikel 19
Algemene procedureregels
Bij toepassing van de nadere eisen regeling, die onderdeel uitmaakt van dit plan, worden de navolgende procedureregels in acht genomen: a. het ontwerpbesluit tot het stellen van nadere eisen ligt met bijbehorende stukken gedurende 2 weken ter inzage; b. burgemeester en wethouders maken de onder a. bedoelde terinzagelegging tevoren in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen, die in de gemeente worden verspreid, alsmede op de gebruikelijke wijze bekend; c. de bekendmaking houdt mededeling in van de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen; d. gedurende de onder a. genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij het voorgenomen besluit bij burgemeester en wethouders schriftelijke zienswijzen indienen over het ontwerpbesluit.
51
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
Hoofdstuk 4 Artikel 20 20.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van het bepaalde onder a. voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a. met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 20.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a. van dit artikel is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
52
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
Artikel 21 21.1
Slotregel
Vervangen bestemmingsplan
Dit bestemmingsplan vervangt gedeeltelijk de volgende beheersverordening op de dag dat het bestemmingsplan van kracht wordt als bedoeld in artikel 3.8, lid 5, van de Wet ruimtelijke ordening: de beheersverordening 'Green Park Aalsmeer 2017', zoals vastgesteld door de raad van de gemeente Aalsmeer op 7 december 2017. 21.2
Citeertitel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West.
53