CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Gedragscode wethouders gemeente Aalsmeer.

2a.Commissie Maatschappij en Bestuur Beeldvormend 25 april 2024, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Gedragscode integriteit burgemeester en gedragscode integriteit wethouders9.482 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gedragscode wethouders gemeente Aalsmeer

Inhoudsopgave Inleiding Doel gedragscode Leeswijzer

3 4 4

1. Regels binnen de gedragscode 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Regels rond (de schijn van) belangenverstrengeling Regels rond (de schijn van) corruptie Regels rond gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen Regels rond informatie Regels rond de onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens vergaderingen Regels rond de vaststelling en handhaving van de code

5 7 9 10 11 12

2. Toelichtingen en praktijkvoorbeelden 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Toelichting en praktijkvoorbeelden regels rond (de schijn van) belangenverstrengeling Toelichting en praktijkvoorbeelden regels rond (de schijn van) corruptie Toelichting en praktijkvoorbeelden regels rond gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen Toelichting en praktijkvoorbeelden regels rond informatie Toelichting en praktijkvoorbeelden regels rond de onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens vergaderingen Toelichting en praktijkvoorbeelden regels rond de vaststelling en de handhaving van de code

13 19 23 24 27 29

3. Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.

Bijlage 1: Verwijzingen naar de wet per artikel uit de gedragscode Bijlage 2: uitgesloten combinaties van onverenigbare functies Bijlage 3: Specifiek verboden overeenkomsten / handelingen Bijlage 4: Enkele formele sancties Bijlage 5: Relevante regelgeving binnen gemeente Aalsmeer

31 33 34 35 36

2

Inleiding Om een gemeente te kunnen besturen, moeten de lokale volksvertegenwoordigers vertrouwen en gezag hebben. Ze dienen altijd het algemeen belang (wat het beste is voor alle inwoners samen) vooropstellen en hun werk – het openbaar bestuur – zo goed mogelijk doen. De integriteit van politieke ambtsdragers en van het openbaar bestuur als geheel is daarbij een belangrijke voorwaarde. Hiervoor is het belangrijk dat ze integer (eerlijk, oprecht en betrouwbaar) zijn. Integriteit van politieke ambtsdragers houdt daarbij in dat de verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover verantwoording af te leggen. De gedragscode speelt hierin een onmiskenbaar belangrijke rol. Vanwege het belang dat het college van B&W Aalsmeer hecht aan de integriteit van haar leden, is naar aanleiding de raadsvergadering van 18 juli 2023 waarin besloten is, om onder leiding van de burgemeester een stuurgroep integriteit in te stellen, ook het college van B&W aan de slag gegaan om haar gedragscode integriteit voor zowel de wethouders als voor de burgemeester op te stellen in lijn met de gedragscode zoals die geldt voor de raadsleden van Aalsmeer. Belangrijk om te vermelden, is dat deze gedragscode op 4 punten een verrijking is ten aanzien van de wet.

Zo verplicht deze code wethouders ertoe niet alleen belangenverstrengeling en corruptie te voorkomen, maar ook de schijn daarvan tegen te gaan waar dat kan. Daarnaast draagt de code wethouders ertoe op hun financiële belangen op te geven, wordt er een nee tenzij-beleid gehanteerd ten aanzien van het aannemen van geschenken, en wordt binnen de code het belang van onderlinge omgangsvormen onderstreept. Wethouders kunnen op deze manier beter beschermd worden tegen mogelijke misstappen, waarbij de integriteit in het geding komt. Tot besluit nog een inleidende opmerking over de macht die aan de politiek wordt toevertrouwd. De politiek is verplicht om de macht die zij heeft in te zetten ter bescherming van individuele rechten en ter bevordering van algemene belangen. De basis van de democratie is dat de overheid bij het inzetten van haar macht geen onderscheid maakt, alle burgers gelijk, als gelijkwaardig behandelt en geen enkele groep of gemeenschap achterstelt. Artikel 1 van de Grondwet vraagt dit van iedere volksvertegenwoordiger.

3

Doel gedragscode Deze gedragscode heeft als doel de politieke ambtsdragers weerbaarder te maken in de huidige politieke context. Dit doet de code in eerste instantie door in heldere taal duidelijkheid te geven over wat de wet van hen verlangt, zodat raadsleden, wethouders en burgemeester beschermd zijn tegen onnodige misstappen en ongelukjes. De code biedt daarmee ook de basis voor het onderlinge gesprek over integriteit. Integriteit krijgt uiteindelijk pas betekenis in het handelen en de beschouwing daarvan. De gedragscode biedt bovendien een basis om op zorgvuldige wijze op te kunnen treden tegen (mogelijke) schendingen. Het stelt namelijk de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Een schending van de gedragscode is daarmee een schending van de zuiverheid van de politieke en bestuurlijke besluitvorming. Kortom, de voorliggende gedragscode heeft een aantal kenmerken: • Biedt individuen handvaten en kaders ter bewaking van de morele juistheid van

handelingen en beslissingen; • legt de basis voor een zinvol gesprek over het handelen conform wet- en regelgeving; • stelt de norm; • definieert specifieke handelingen als schendingen; • maakt zorgvuldig optreden tegen schendingen mogelijk.

Afspraken over hoe te handelen in geval van een vermoeden van een schending van de regels uit deze gedragscode, is apart vastgelegd in een protocol procesafspraken over de handhaving van de integriteit in de politiek.

Leeswijzer Zoals in de inleiding beschreven, is deze gedragscode op een aantal punten een verrijking van de wet. De reden dat er is gekozen voor deze verrijking, komt doordat de praktijk laat zien dat dit wenselijker is. Zodoende zijn er accenten gelegd op verschillende thema’s. Welke thema’s dit zijn, is te lezen in de volgende opsomming:

-

deze code verplicht wethouders ertoe niet alleen belangenverstrengeling en corruptie te voorkomen, maar ook de schijn daarvan tegen te gaan waar dat kan;

-

deze code draagt wethouders ertoe op hun mogelijke financiële belangen van op te geven van ondernemingen waar de gemeente zaken mee doet ;

-

deze code hanteert een ‘nee, tenzij’-beleid ten aanzien van het aannemen van geschenken;

-

deze code onderstreept het belang van onderlinge omgangsvormen, mede met het oog op de kwaliteit van en het vertrouwen in het lokaal bestuur. 4

In de bijlagen vindt u specifieke verwijzingen naar relevante wetgeving en wetsartikelen. De voorliggende gedragscode is bestemd voor wethouders.

1. Regels rond (de schijn van) belangenverstrengeling Voor een toelichting met achtergrondinformatie over regels rond (de schijn van) belangenverstrengeling, klikt u hier. Voor praktijkvoorbeelden over situaties rondom (de schijn van) belangenverstrengeling, klikt u hier. Artikel 1 Wethouders gebruiken hun invloed en stem niet om een persoonlijk belang of het belang van een ander of van een organisatie waarbij een raadslid een persoonlijke betrokkenheid heeft veilig te stellen. Artikel 1.1 Wethouders dienen actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan daar waar dit mogelijk is. Artikel 1.2 Wethouders onthouden zich van deelname aan de beraadslaging en stemming als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling kan optreden. Het kan dan gaan om de volgende situaties: • het betreft een kwestie waarbij de wethouder zelf een persoonlijk belang heeft; • het betreft een kwestie waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie

waarbij de wethouder een substantiële betrokkenheid heeft. Wethouders houden zich in dergelijke gevallen ook anderszins afzijdig van beïnvloeding gedurende het gehele besluitvormingsproces. Bij vragen of - en in hoeverre - er sprake is van een substantiële betrokkenheid of persoonlijk belang, kan hierover contact worden opgenomen met de burgemeester en de gemeentesecretaris.

Artikel 1.3 Wethouders mogen bepaalde in de Gemeentewet opgesomde functies niet uitoefenen (bijlage 2). Artikel 1.4 Wethouders mogen bepaalde handelingen niet aangaan. Deze overeenkomsten en handelingen vindt u terug in bijlage 3.

Artikel 1.5 Wethouders maken openbaar welke betaalde en onbetaalde nevenfuncties zij vervullen. Dit doen zij direct na het aanvaarden dan wel de benoeming van een nieuwe nevenfunctie. De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerde lijst met functies van alle

5

wethouders en maakt de lijst op elektronische wijze en op een fysieke locatie openbaar. Tevens wordt vermeld of de werkzaamheden al dan niet bezoldigd zijn. De gemeentesecretaris houdt de lijst doorlopend bij. Artikel 1.6 Wethouders doen opgaaf van hun substantiële financiële belangen – bijvoorbeeld in de vorm van aandelen, opties en derivaten – in ondernemingen waarmee de gemeente zakendoet of waarin de gemeente een belang heeft. Ook een tussentijds ontstaan substantieel financieel belang dient direct opgegeven te worden.

Artikel 1.7 Oud-wethouders worden gedurende een jaar na het eind van de zittingstermijn uitgesloten van het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden bij de gemeente, met uitzondering van het raadslidmaatschap.

6

2. Regels rond (de schijn van) corruptie Voor een toelichting met achtergrondinformatie over regels rond (de schijn) van corruptie, klikt u hier. Voor praktijkvoorbeelden over situaties rondom (de schijn van) corruptie, klikt u hier. Artikel 2 Wethouders laten hun invloed en stem niet kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die aan hen zijn gegeven of in het vooruitzicht zijn gesteld. Artikel 2.1. Voorkomen schijn Wethouders dienen actief en uit zichzelf de schijn van corruptie tegen te gaan. Artikel 2.2 Aannemen van geschenken Wethouders nemen geen geschenken aan die hen uit hoofde van of vanwege hun functie worden aangeboden, tenzij wordt voldaan aan één van de volgende drie voorwaarden: a) Het weigeren, teruggeven of terugsturen indruist tegen de gangbare fatsoensnormen, de gever ernstig zou kwetsen of deze bijzonder in verlegenheid zou brengen; b) Het weigeren, teruggeven of terugsturen om praktische redenen onwerkbaar is; c) Het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of fles wijn) waarbij de schijn van beïnvloeding minimaal is.

Als geschenken om één van de redenen zoals genoemd onder sub a of sub b niet zijn geweigerd, teruggegeven of teruggestuurd, of om andere redenen toch in het bezit zijn van een raadslid, wordt dit gemeld aan de gemeentesecretaris. De geschenken worden dan alsnog teruggestuurd of ze worden eigendom van de gemeente. De gemeentesecretaris zorgt voor de registratie van giften en hun gemeentelijke bestemming. Artikel 2.3 Aanbieden geschenken De gemeente biedt geen geschenken aan, tenzij er goede redenen zijn om hiervan af te wijken. Afwijkingen worden besproken met de Burgemeester en, met redenen omkleed, vastgelegd door de gemeentesecretaris Indien een bestuurder uit eigener beweging een geschenk wil aanbieden komen de kosten daarvan ten laste van de vaste onkostenvergoeding (voor de leden van het college). Artikel 2.4 Accepteren van faciliteiten en diensten Wethouders accepteren geen faciliteiten en diensten van anderen die uit hoofde van of vanwege de functie worden aangeboden, tenzij: a) Het weigeren ervan het bestuurlijk werk onmogelijk of onwerkbaar zou maken en b) Tegelijkertijd de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is. Bij twijfel over bovenstaande, kan er contact op worden genomen met de burgemeester en de

7

gemeentesecretaris.

Artikel 2.5 Privégebruik faciliteiten Wethouders gebruiken faciliteiten of diensten van anderen die uit hoofde of vanwege de rwethoudersfunctie worden aangeboden, niet voor privédoeleinden.

Artikel 2.6 Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners en recepties Wethouders accepteren uitnodigingen voor werkbezoeken, netwerkbijeenkomsten, lunches, diners en recepties die niet door de gemeente zijn georganiseerd en/of betaald alleen als: a) Dat behoort tot de uitoefening van het werk door B&W en b) De aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel (protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van de gemeenten, uitnodiging met beschreven doel omtrent de wenselijkheid van de aanwezigheid) en c) Tegelijkertijd de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is. Bij twijfel over bovenstaande, kan er contact worden opgenomen met de burgemeester en de gemeentesecretaris.

Artikel 2.7 Accepteren van reizen en verblijven Wethouders accepteren werkbezoeken waarbij reis- en verblijfkosten door anderen worden betaald nooit. Een uitzondering geldt voor uitnodigingen door organisaties waar de gemeente deel van uitmaakt of waarin de gemeente samenwerkt, zoals de VNG, en regionale samenwerkingen. Een uitnodiging voor een dergelijk werkbezoek wordt altijd eerst besproken in het college van B&W, en mag worden geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente. Van een dergelijk werkbezoek wordt verslag gedaan in het college van B&W.

8

3. Regels rond gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen Voor een toelichting met achtergrondinformatie met betrekking tot regels rond gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen, klikt u hier. Voor praktijkvoorbeelden over situaties rondom het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen, klikt u hier. Artikel 3 Wethouders houden zich aan het vastgestelde beleid voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen. Artikel 3.1 Gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen Wethouders houden zich aan de verordeningen met betrekking tot onkostenvergoedingen en declaraties. Tevens zijn bij interne gemeentelijke faciliteiten, zoals printers en vergaderruimtes, gebruik voor privé- of partijdoeleinden niet toegestaan. Artikel 3.2 Gemeentelijke ICT-apparatuur Wethouders krijgen voor hun werk de beschikking over ICT-apparatuur van de gemeente. Gepast gebruik hiervan voor privé- of partijdoeleinden is toegestaan. Hierbij dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit de bruikleenovereenkomst.

9

4. Regels rond informatie Voor een toelichting met achtergrondinformatie over tot regels rond informatie, klikt u hier. Voor praktijkvoorbeelden over situaties rondom informatie, klikt u hier. Artikel 4 Wethouders gaan zorgvuldig om met de informatie die zij in het kader van de uitvoering van hun taak ter beschikking krijgen. Artikel 4.1 De raad ziet erop toe dat het college van burgemeester en wethouders, en haar afzonderlijke leden, de raad goed informeert. Het college en de burgemeester verstrekken alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. De raad, het college, de burgemeester en (raads)commissies kunnen geheimhouding opleggen overeenkomstig de wet.

Artikel 4.2 Wethouders die (mondeling) de beschikking krijgen over informatie waarvan zij het geheime karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, zijn verplicht tot geheimhouding van die informatie, behalve als de wet hen tot mededeling verplicht. Geheimhouding van informatie geldt in ieder geval voor (mondelinge) informatie die wehouders verkrijgen tijdens een besloten vergadering. Artikel 4.3 Een wethouder die in strijd handelt met de geheimhoudingsplicht kan bij besluit van het college van B&W ten hoogste drie maanden worden uitgesloten van het ontvangen van informatie waarop een verplichting tot geheimhouding rust. Artikel 4.4 Wethouders gaan zorgvuldig om met mondelinge en schriftelijke informatie die zij van anderen ontvangen. Artikel 4.5 Wethouders maken niet ten eigen bate of ten bate van een ander gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie. Artikel 4.6 Wethouders zijn open en transparant over de eigen beslissingen en de beweegredenen daarvoor.

10

5. Regels rond de onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens vergaderingen Voor een toelichting met achtergrondinformatie over regels rond de omgang met elkaar, klikt u hier. Voor praktijkvoorbeelden over situaties rond de omgang met elkaar, klikt u hier. Artikel 5 Wethouders gaan respectvol met elkaar en met ambtenaren om en zijn open en eerlijk. Passend bij het ambt. Artikel 5.1 Wethouders houden zich tijdens vergaderingen en bijeenkomsten aan het reglement van orde. Aanwijzingen van de voorzitter volgen zij op. Artikel 5.2 Wethouders onthouden zich in het openbaar van negatieve uitlatingen over gemeenteambtenaren. Dus ook in vergaderingen en bijeenkomsten zoals genoemd in het reglement van orde. Ook in de media en op sociale media vallen zij elkaar niet persoonlijk aan.

Artikel 5.3 Tijdens de behandeling van agendapunten wordt niet gecommuniceerd door de deelnemers aan de vergadering via sociale media over het onderwerp dat op dat moment wordt behandeld. Artikel 5.4 Wethouders bejegenen elkaar, de (loco-)gemeentesecretaris, andere ambtenaren en betrokkenen op correcte wijze in woord, gebaar en geschrift. Wethouders vallen elkaar niet persoonlijk aan. Artikel 5.5 Wethouders twijfelen niet in het openbaar – in het college, in de raad, de media of op de sociale media – aan elkaars integriteit of aan de integriteit van een bestuurder. Zij erkennen en bevestigen elkaar proactief in hun ambt als volksvertegenwoordiger dan wel bestuurder die in hun handelen het algemeen belang nastreven en de rechten van individuen beschermen. Artikel 5.6 Bij onenigheid in de onderlinge omgang of de gang van zaken tijdens vergaderingen gaan wethouders, onder begeleiding van de burgemeester en gemeentesecretaris, onderling het gesprek aan met elkaar.

11

6. Regels rond de vaststelling en de handhaving van de gedragscode Voor een toelichting met achtergrondinformatie over regels rond de vaststelling en handhaving van de gedragscode, klikt u hier. Voor praktijkvoorbeelden over regels rond de vaststelling en handhaving van de gedragscode, klikt u hier. Artikel 6 Wethouders dienen in overeenstemming te handelen met de wet, de code en de overige interne regelgeving (verordeningen en procesafspraken) die op hen van toepassing is. De raad stelt de gedragscode vast voor elk van de bestuursorganen – de raad, het college en de burgemeester – en ziet toe op de naleving ervan. Artikel 6.1 Het naleven van de gedragscode is een individuele verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. De raad ziet erop toe dat de gedragscodes van raad, burgemeester en wethouders worden nageleefd. Artikel 6.2 Het college van B&W ziet er in het bijzonder op toe dat de wethouders en de burgemeester, collectief en individueel, de eigen gedragscode van het college naleven. De gemeentesecretaris ondersteunt het college hierbij. Artikel 6.3 Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert het college van B&W de gedragscode van de wethouders op actualiteit, functioneren en de mate waarin de regels naar behoren worden nageleefd. Hierbij worden onder andere het aantal incidenten en de strekking en afdoening daarvan op hoofdlijnen geëvalueerd.

Artikel 6.4 Indien een wethouder twijfelt aan een eigen handeling of die van een andere politieke ambtsdrager volgt het raadslid de processtappen zoals vastgelegd in een daartoe vastgesteld protocol

12

Toelichting regels rond (de schijn van) belangenverstrengeling Artikel 1 Belangenverstrengeling De wetgever heeft raadsleden op vier manieren bescherming geboden tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan: 1. In de Algemene Wet Bestuursrecht geeft de wetgever ten eerste aan dat de gemeenteraad als bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid moet vervullen. De wetgever geeft de gemeenteraad de verantwoordelijkheid ervoor te waken dat persoonlijke belangen van raadsleden de besluitvorming niet beïnvloeden. Het gaat bij een persoonlijk belang niet alleen om – zoals vaak gedacht – ‘persoonlijk gewin’ of ‘persoonlijk voordeel’ (ook nietfinancieel) of ‘persoonlijke financiële inkomsten’. Het kan ook gaan om iets als een belang van een familielid of vriend(in). Raadsleden moeten zelf beoordelen of er sprake is van een persoonlijk belang. 2. De wetgever verbiedt individuele raadsleden vervolgens zowel om te stemmen als om mee te doen aan beraadslagingen indien er sprake is van een aangelegenheid waarbij een raadslid een persoonlijk belang heeft. De wetgever probeert daarmee uit te sluiten dat een raadslid meestemt als sprake is van belangenverstrengeling. De wettelijke verplichting geldt expliciet gedurende het gehele proces van besluitvorming en dus niet alleen tijdens de stemming. 3.

In een aantal gevallen vindt de wetgever dat de bescherming door het bovenstaande niet ver genoeg gaat. In die gevallen verbiedt de wetgever raadsleden expliciet bepaalde welomschreven functies te bekleden (onverenigbare betrekkingen), rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren. 4. De wetgever eist van raadsleden dat zij alle functies, terstond, openbaar maken die zij vervullen naast het raadslidmaatschap. De beslissing om een nevenfunctie te aanvaarden of aan te houden is primair de verantwoordelijkheid van de politieke ambtsdrager zelf, maar hij moet er wel open over zijn en zich erover verantwoorden. Op die manier wordt het voor andere raadsleden, bestuurders, fractievoorzitters, partijbestuurders, de griffier en de gemeentesecretaris mogelijk een raadslid te waarschuwen voor kwesties waarin (de schijn van) belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de burger kunnen zo hun controlerende taak uitoefenen. Daarom is in deze gedragscode ook verordonneerd dat raadsleden tevens al hun substantiële financiële belangen bekendmaken bij ondernemingen die zakendoen met de gemeente. Politieke ambtsdragers struikelen soms in gevallen waarin er ‘slechts’ sprake is van de schijn van belangenverstrengeling.

Bij de ‘schijn’ is er in strikte zin geen sprake van het behartigen van een persoonlijk belang, maar gedraagt een ambtsdrager zich op dusdanige wijze dat deze de schijn oproept (in de jurisprudentie is er dan sprake van ‘bijkomende omstandigheden’). Dit kan in de context van de gemeenteraad bijvoorbeeld het geval zijn door het inbrengen door een raadslid van amendementen op een dossier dat dichtbij komt voor dit raadslid. Het is in het belang en ter bescherming van politieke ambtsdragers zelf dat dit voorschrift zo expliciet in de gedragscode is opgenomen. De raad heeft geen instrumenten om een individueel raadslid vooraf van beraadslaging of stemming uit te sluiten, maar wanneer er sprake is van een vermoeden van een persoonlijk belang kan de raad met in achtneming van hoofdstuk 6 van deze code (Regels rond de vaststelling en de handhaving van de gedragscode) stappen ondernemen en eventueel achteraf onderzoek laten 13

doen of sprake is geweest van een schending van de wet en/of code. Dit kan in het uiterste geval leiden tot vernietiging van het besluit. Artikel 1.7 Toelichting op artikel draaideurconstructie Deze regel is geschreven met het oog op oud-bestuurders die gaan ondernemen en die dus opdrachten vervullen op contractbasis. Burgemeesters en wethouders bouwen gedurende hun bestuursperiode veel kennis op over de gemeentelijke organisatie en ontwikkelingen die de gemeente aangaan. Als zij na hun bestuursperiode gaan ondernemen en contracten willen aangaan met de gemeente Arnhem, kan er dankzij hun informatievoorsprong oneerlijke concurrentie optreden ten aanzien van andere ondernemers. Voormalig bestuurders profiteren van hun politieke functie. Dit is nadrukkelijk niet de bedoeling. Minstens ontstaat de schijn dat zij hun bestuurswerk hebben gebruikt om (na hun bestuursperiode) opdrachten te verkrijgen van de gemeente Arnhem. Deze regel is ook van toepassing op verbonden partijen waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Denk hierbij aan zowel (semi)publiekrechtelijke (zoals gemeenschappelijke regelingen) als privaatrechtelijke organisaties.

Nevenwerkzaamheden Wethouder zijn verplicht al hun nevenwerkzaamheden op te geven. De gemeentesecretaris houdt dit actief bij en draagt zorg voor publicatie. Netwerkbewustzijn Netwerkcorruptie is een (vaker voorkomend en soms wat verborgen gebleven) vorm van belangenverstrengeling. Het gaat dan om een netwerk van meerdere personen waarbinnen sprake is van onderlinge wederkerigheid, waardoor leden uit het netwerk elkaar bevoordelen en andere partijen (on)bedoeld uitsluiten. Leden van het netwerk gunnen elkaar dus niet zo zeer een-op-een, maar eerder in een kring verschillen de voordelen, gunsten of bijvoorbeeld functies. De bestrijding ervan steunt op dezelfde artikelen als die bij algemene belangenverstrengeling horen. Raadleden moeten zich bewust zijn van hun netwerken en de risico’s van sympathieën en loyaliteiten binnen hun netwerken, omdat die tot ‘blinde vlekken’ in het handelen van raadsleden kunnen leiden.

14

Praktijkvoorbeelden (schijn van) belangenverstrengeling Voorbeeld 1 De wethouder Wonen is voorzitter van de vereniging van huiseigenaren van het appartement waar de wethouder zelf woont. Mag de wethouder het wethouderschap combineren met dit voorzitterschap? Antwoord: Artikel 36B van de Gemeentewet verbiedt de combinatie van deze functies niet. Artikel 1.4 van de gedragscode wordt dus niet overtreden door het combineren van deze functies. De nevenfunctie moet wel worden gemeld (zie artikel 1.6) en de gemeentesecretaris moet zorgdragen voor bekendmakingen (zie artikel 1.7) Let op: een wethouder moet alle nevenfuncties melden. Variant 1 Samen met zijn staf bereidt de wethouder een bestemmingswijziging voor die een gebied betreft waar het appartement ligt waar de wethouder woont. a. Mag de wethouder bij die besprekingen betrokken zijn? Antwoord: Ja. In de voorgestelde bestemmingswijziging worden beslissingen voorgelegd die het gehele gebied betreffen en niet specifiek het appartement. Er treedt geen verstrengeling van belangen op als deze wethouder mee doet aan de bespreking in de staf. b. Mag de wethouder deelnemen aan de besluitvorming in het college? Antwoord: Ja, dat mag. Er vindt geen verstrengeling van de belangen plaats dus kan de wethouder deelnemen aan de besluitvorming in het college. c. Mag de wethouder het stuk zelf inbrengen in de raad? Antwoord: Ja, dat mag.

Er vindt geen verstrengeling van de belangen plaats dus kan de wethouder het stuk zelf inbrengen in de raad. Variant 2 De raad doet voorstellen om precies in het gedeelte waar het appartement van de wethouder ligt, huizen te slopen. Het appartement zal in dat geval ook gesloopt worden. Mag de wethouder dit dossier verder behandelen? Antwoord: Nee, dat mag niet. De aanpassingen betreffen het huis van de wethouder, waarmee er een direct belang ontstaat bij het behandelen van deze bestemmingswijziging. Als de wethouder het dossier blijft behandelen, is dat in overtreding met artikel 1.3 van de code. Let op: als het een politiek gevoelig dossier betreft, is het ook een optie voor deze wethouder om te beslissen al in een eerder stadium niet betrokken te willen zijn bij het dossier, om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen.

15

Toelichting regels rond (de schijn van) corruptie Artikel 2 (schijn van) corruptie Ging het bij belangenverstrengeling nog om het onterecht laten meewegen van een persoonlijk belang bij de besluitvorming, bij corruptie gaat het om een vorm van omkoping van een wethouder. Belangenverstrengeling is niet in het wetboek van strafrecht opgenomen, corruptie is dat wel. In de onderliggende artikelen zijn regels opgenomen om een wethouder te helpen om de (schijn van) corruptie te voorkomen.

We willen daarom ook de schijn van corruptie tegengaan. Dat betekent dat je terughoudend bent in het aannemen van geschenken en uitnodigingen, ook al weet je vaak dat ze niet bedoeld zijn om je om te kopen. Die terughoudendheid verwachten we ook in de omgang met (zakelijke) partijen die jij kent. Aannemen van geschenken Geschenken zijn een sluiproute naar corruptie. Ze kunnen worden gebruikt om de besluitvorming te beïnvloeden. Ze kunnen corrumperen of de aanloop daartoe vormen. Ze kunnen daarnaast ook de schijn opwekken. De regels voor het aannemen van geschenken zijn daarom geformuleerd als ‘nee, tenzij’: wethouders nemen geen geschenken aan, tenzij er goede redenen zijn – bijvoorbeeld omdat basale fatsoensnormen anders geschonden worden – om hiervan af te wijken. De afwijkingen dienen vervolgens bekend gemaakt te worden bij de burgemeester en gemeentesecretaris, die bepalen welke vervolgstappen nodig zijn. Het komt ook voor dat een bestuurder een geschenk aan derden aanbiedt of dat de gemeenteraad, vertegenwoordigd door één van de raadsleden of fractievolgers, in naam van de gemeente dat doet. Ook hier kan de schijn van oneigenlijke beïnvloeding dan wel misbruik van middelen optreden. Accepteren van faciliteiten en diensten Het accepteren van faciliteiten of diensten van anderen kan leiden tot het gevoel iets terug te moeten doen, tot wederkerigheid.

Dat kan de zuiverheid van het besluitvormingsproces aantasten. Ook met het aannemen van faciliteiten en diensten kan een wethouder gecorrumpeerd raken. Het kan daarnaast ook de schijn van corruptie opwekken. Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners en recepties Werkbezoeken zijn bedoeld om wethouders in de gelegenheid te stellen zich inhoudelijk te informeren en noodzakelijke contacten te leggen en onderhouden binnen en buiten de gemeente. De verplichting om actief het ontstaan van de schijn van corruptie tegen te gaan, betekent dat lunchen, dineren of naar recepties gaan op kosten van anderen waar mogelijk moet worden vermeden, tenzij de redenen van artikel 2.8 van de gedragscode van toepassing zijn. Accepteren van reizen en verblijven Reizen en overnachten op kosten van derden kan de schijn van belangenverstrengeling wekken en is niet toegestaan. Reizen en overnachten wordt daarom altijd betaald uit het gemeentebudget en gebeurt nooit op kosten van derden, met uitzondering van de organisaties waar de gemeente deel van uitmaakt.

16

Praktijkvoorbeelden (schijn van) corruptie Voorbeeld 1 Wethouders krijgen van een theater uit de gemeente een gratis jaarkaart voor alle voorstellingen aangeboden. Mag deze kaart worden geaccepteerd? Antwoord Nee, het aannemen van de kaart, is een overtreding van artikel 2.2 van de gedragscode. Een dergelijke kaart is een gericht geschenk voor de politieke ambtsdragers van de gemeente. Variant 1 Alleen de wethouder die Kunst en Cultuur in zijn|haar portefeuille hebben, krijgt de kaart aangeboden. Het is voor de wethouder goed om te weten hoe het reilt en zeilt bij het theater. Mag deze kaart worden geaccepteerd? Antwoord Nee, het aannemen van de kaart is ook nu een overtreding van artikel 2.2 van de gedragscode. Het is ‘om te weten hoe het reilt en zeilt’ bij het theater voor deze wethouder niet noodzakelijk een kaart te hebben en het accepteren van een dergelijke gift roept mogelijk wel de schijn van corruptie op. De wethouder en het college van B&W kan zich op een andere manier op de hoogte stellen omtrent het theater of de theaterbranche, zoals het afleggen van een werkbezoek met een duidelijk werkprogramma. De kaarten dienen dus terug te worden gestuurd conform artikel 2.3 van de gedragscode.

Voorbeeld 2 De gemeente subsidieert een jaarlijks wielerevenement vanwege haar doelstelling om een sportieve gemeente te zijn en zoveel mogelijk burgers in beweging te krijgen en in aanraking te laten komen met deze populaire sport. Het college vraagt aan de organisatie dertig vrijkaarten voor college- en raadsleden. Zij kunnen dan als ambassadeur van de gemeente aanwezig zijn. Mag dit? Antwoord Nee, dit zou het college niet moeten doen. In feite wordt er een geschenk gevraagd. Voor de organisatie is het moeilijk om nee te zeggen. Een dergelijk verzoek kan worden beschouwd als een oneigenlijke subsidie-eis.

17

Verder is het doel van de subsidie niet het zichtbaar maken van de gemeente. Dit laatste zou in relatie tot dit evenement ook bereikt kunnen worden door de burgemeester of een wethouder bij de opening een rol te laten vervullen. Een andere mogelijkheid is dat de gemeente voor raads- en collegeleden – los van de subsidieverstrekking – een aantal kaartjes aanschaft. Variant 1 De organisatie van het wielerevenement biedt de gemeente dertig vrijkaartjes aan voor college- en raadsleden plus partners. Men geeft daarbij aan dat men graag achtergrondinformatie wil geven over de organisatie van het evenement. Daarnaast zal er een rondleiding zijn inclusief uitleg over de veiligheidsaspecten, wegafzettingen, beperking van de geluidsoverlast en de samenwerking met de hulpdiensten. Na afloop van dit informatieve deel mogen de genodigden onder het genot van een hapje en drankje het evenement bijwonen. Mogen de raadsleden ieder een kaartje – eventueel via het college – aannemen? Antwoord Ja, dat mag. De uitnodiging heeft een duidelijk functioneel karakter; om zich goed te informeren over het evenement kan het noodzakelijk zijn om één en ander in de praktijk te zien. Dat de genodigden een versnapering aangeboden krijgen valt binnen de grenzen van het redelijke. Voor partners geldt dit alles niet. Als zij het evenement willen bijwonen, moeten zij zelf een kaartje kopen.

Let op: Het is van belang om te bekijken of het accepteren van giften in professionele zin daadwerkelijk noodzakelijk is en of er geen andere manieren zijn om dit doel te bereiken, zonder dat daarbij de schijn van corruptie ontstaat.

Voorbeeld 3 Een nieuwe wijk wordt na toespraken van de wethouder Bouwen en Wonen en de directeur van het projectontwikkelingsbureau op ludieke wijze geopend. Alle kersverse bewoners zijn uitgenodigd om dit feestelijke moment bij te wonen en aansluitend te genieten van een hapje en een drankje in een door de projectontwikkelaar speciaal daarvoor neergezette tent. Die heeft ook het college van B&W en de gemeenteraad een uitnodiging gestuurd. Mogen collegeleden deze uitnodiging accepteren? Antwoord Ja, dat mag. De wethouder Bouwen en Wonen bekleedt een expliciete rol bij de opening. Ook andere collegeleden mogen de uitnodiging accepteren, aangezien met de oplevering van de woningen een bredere doelstelling wordt gediend: met hun aanwezigheid onderstrepen de collegeleden tegenover de nieuwe bewoners en andere belangstellenden dat de gemeente zich heeft ingespannen om de nieuwe wijk mogelijk te maken.

18

Voorbeeld 4 Een wethouder heeft een lezing gegeven op een bewonersbijeenkomst. Na afloop wordt een bos bloemen aangeboden. Mag de wethouder deze aannemen? Antwoord Ja, de bos bloemen kan gezien worden als een geschenk dat uit hartelijkheid wordt gegeven waarvan het niet accepteren de gever op dat moment ernstig in verlegenheid zou brengen. Het is bovendien niet het type geschenk dat de schijn van corruptie opwekt. Let op: Situaties als die in voorbeeld 4 komen regelmatig voor. Politieke ambtsdragers staan veel op podia en krijgen vaak als dank bloemen, fotoboeken, boekenbonnen, flessen wijn, pennen, t-shirts en petjes met opdrukken, koffiemokken en andere typen kleine geschenken. In veel van dergelijke situaties is het weigeren (hoewel eigenlijk de bedoeling) praktisch onmogelijk zonder de gever in verlegenheid te brengen.

Voorbeeld 5 Het college krijgt van een bedrijf met veel korting een videoconferencing-systeem aangeboden. Met dit systeem kunnen collegeleden vanaf een andere locatie toch deelnemen aan een overleg. Zo laat het bedrijf zien goede besluitvorming zeer van belang te vinden en te willen ondersteunen. Mag deze faciliteit worden aangenomen? Antwoord Nee, het aannemen van het systeem, is een overtreding van artikel 2.6 van de gedragscode. Artikel 2.6 aanhef en onder a is niet van toepassing; er is budget om het college te faciliteren. Mocht het noodzakelijk zijn om een dergelijk systeem aan te schaffen dan kan dat vanuit gemeentelijke middelen worden betaald.

Voorbeeld 6 Het college van B&W nodigt zijn relaties uit voor het bijwonen van een optreden van bekende artiesten tijdens het Stadsfestival. Daartoe zal het college zijn gasten ontvangen in een apart vak van de gemeente vlak bij het podium. Is dit een overtreding van artikel 2.1 van de gedragscode? Antwoord Nee, dit is geen overtreding van de gedragscode. Het is voor de burgers van Arnhem noodzakelijk dat het college van B&W zijn netwerk onderhoudt. Het college zal in het kader hiervan op gezette tijden zelf initiatieven ontplooien. Het organiseren van bijeenkomsten ter representatie van de stad is geen handeling die de (schijn van) corruptie oproept, in tegenstelling tot het accepteren van een uitnodiging. Wel dient zeker gesteld te worden dat de kosten (moreel) te verantwoorden zijn en dat tijdens het netwerken zelf geen valse verwachtingen worden gewerkt of onrechtmatige beloften worden gedaan.

19

Toelichting regels gebruik gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen Artikel 3 Gemeentelijke faciliteiten, financiële middelen en ICT-apparatuur Wethouders krijgen voor hun werk de beschikking over een aantal faciliteiten en over financiële middelen van de gemeente. Het gebruik hiervan voor privé- of partijdoeleinden is niet toegestaan. Met betrekking tot ICT-apparatuur is gepast gebruik hiervan voor privé- of partijdoeleinden toegestaan, met daarbij inachtneming van de voorwaarden uit de bruikleenovereenkomst.

Praktijkvoorbeelden gebruik gemeentelijk faciliteiten en financiële middelen Voorbeeld 1 Het is campagnetijd. Een wethouder staat op het punt om met fractiegenoten de markt op te gaan om in gesprek te gaan met potentiële kiezers. Op een kopieermachine in het gemeentehuis vermenigvuldigt het raadslid duizend flyers en tweehonderd exemplaren van het verkiezingsprogramma om uit te delen. Mag dit? Antwoord Nee. Dit is een overtreding van artikel 3.1 van de gedragscode. In dit geval beschermt deze regelgeving het ‘eerlijke speelveld’ voor alle partijen en kandidaten die meedingen naar een zetel in de raad. Als zittende partijen hun campagnemateriaal gratis verkrijgen, hebben zij een voorsprong ten opzichte van nieuwkomers. Voorbeeld 2 De wethouder Economische Zaken heeft een nevenfunctie als lid van een universitaire adviesraad voor technologieontwikkeling. De vergaderingen van deze adviesraad vinden plaats ver buiten de gemeente. Mag de wethouder een dienstauto gebruiken om naar de vergadering van zijn nevenactiviteiten te gaan? Antwoord Nee, een dienstauto staat de wethouder ter beschikking voor zijn of haar werkzaamheden als wethouder. Het inzetten van de auto met chauffeur voor nevenwerkzaamheden is in strijd met artikel 3.1 van de code. Ook eventueel gemaakte taxikosten ten behoeve van deze nevenactiviteit mag de wethouder niet declareren.

De wethouder kan dus het beste gebruik maken van de eigen auto of het openbaar vervoer om naar de vergadering van de adviesraad voor technologieontwikkeling te gaan. De redenatie dat de wethouder is gevraagd voor de adviesraad vanwege het wethouderschap EZ (wat een relatie oplevert met de functie van wethouder) en dat de wethouder daarom gebruik kan maken is niet houdbaar. Het lidmaatschap van de adviesraad is gekoppeld aan de persoon, niet aan de functie van wethouder EZ van de gemeente. Als deze persoon geen wethouder meer is, vervalt niet automatisch zijn lidmaatschap van de adviesraad. Het betreft hier dus een echte nevenfunctie, waar de gemeentemiddelen niet voor ingezet kunnen worden. Overigens betekent dit ook dat de wethouder een eventuele financiële vergoeding mag accepteren en houden. 20

Toelichting regels rond informatie Artikel 4 Regels rond informatie Het handelen van de overheid, wetten, verordeningen en beleid hebben grote invloed op het leven van burgers. Daaruit volgt dat de burger er recht op heeft over het overheidshandelen goed geïnformeerd te worden. De burger heeft er ook recht op de onderliggende redeneringen en afwegingen te kennen en te weten wie welke positie heeft ingenomen. Op basis van deze informatie kan de burger bepalen op wie hij bij de volgende verkiezingen zijn stem uitbrengt. Dit alles bij elkaar opgeteld schept een verplichting voor het ambtenarenapparaat, het college en de raad om de burger nauwkeurig en op tijd op de hoogte te brengen van wat er wordt besproken, besloten en uitgevoerd. Geheimhouding Dit neemt niet weg dat het ook voorkomt dat informatie rond overheidshandelen niet bekend en verspreid mag worden. Het gaat dan altijd om gevallen waarin het openbaar maken zou leiden tot het schenden van rechten van burgers, tot het onterecht toebrengen van schade aan burgers en/of tot het onterecht toebrengen van schade aan collectieve belangen. Het college dient terughoudend om te gaan met het geheim verklaren van stukken en deze steeds zorgvuldig te beredeneren. En de raad moet hierop toezien.

Het formele etiket ‘geheim’ heeft een expliciete betekenis – ook in strafrechtelijke zin – en dient niet te worden vervangen door ‘vertrouwelijk’. De wetgever heeft de geheimhoudingsprocedure vanaf 1 april 2023 verder aangescherpt. Door die wijziging is de procedure van opleggen en opheffen van geheimhouding gewijzigd, en is ook mondelinge informatie in besloten raadsvergaderingen voortaan van rechtswege geheim. Informatierecht De raad heeft het recht op informatie. Het college verstrekt de raad alle inlichtingen die de raad nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Daarnaast geeft het college de raad mondeling of schriftelijk alle door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. Als grens aan het verstrekken van inlichtingen aan de raad geldt dat het moet gaan om informatie die noodzakelijk is voor het uitoefenen van zijn taak. Er kan discussie ontstaan over de vraag wanneer het punt bereikt is dat ‘de noodzakelijke informatie’ verstrekt is, mede doordat raadsleden het gevoel kunnen hebben dat wethouders zich niet voldoende kwijten van hun informatieplicht door bijvoorbeeld ontwijkend te antwoorden. De politieke ambtsdragers moeten hier samen uitkomen.

Van leden van het college mag worden verwacht dat gevraagde informatie helder en volledig wordt aangeleverd en van raadsleden mag worden verwacht dat zij hun vragen oprecht stellen met het doel de eigen taken goed uit te voeren.

21

Praktijkvoorbeelden informatie Voorbeeld 1 Het college en de raad hebben het voornemen om de bestemming van een gebied te wijzigen zodat het mogelijk wordt om in dat gebied huizen te bouwen. Verschillende commerciële partijen en andere belanghebbenden hebben hier een stevige lobby voor gevoerd en zijn verheugd dat de raad het serieus in overweging neemt. Het college heeft besloten het dossier geheim te verklaren. Er wordt in de pers echter regelmatig over het dossier geschreven. Vaak zit men er maar weinig naast, wat er op duidt dat er wellicht door één of meerdere wethouders en|of raadsleden gepraat wordt met journalisten. Een wethouder is van mening dat het geheim behandelen van deze kwestie niet langer opportuun is. ‘Alles ligt toch al op straat’. Mag een wethouder ingaan op het verzoek van een journalist om over het dossier te spreken? Antwoord Nee, het spreken met anderen over deze kwestie is een overtreding van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht (lekken van geheime informatie) en van artikel 4.2 van de gedragscode. Alleen het bestuursorgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd (in dit geval het college), kan het geheime karakter van de stukken opheffen. Zolang dat niet is gebeurd, ook al is de meeste informatie in de krant verschenen, is het spreken over de kwestie een schending van de geheimhoudingsplicht, wat zelfs strafbaar kan zijn.

Voorbeeld 2 Een wethouder stuurt het volgende twitterbericht (nu X): ‘@toneelgroepdeblauwemaandag Ik zit hier in een besloten vergadering over de toekenning subsidies. Het is spannend. #bezuinigenaltijdmoeilijk…’ Mag een wethouder dit doen? Antwoord Nee dit mag de wethouder niet doen. Op hetgeen besproken wordt in de besloten vergadering rust geheimhouding. Een twitterbericht (nu X) als dit is dus een overtreding van artikel 4.2 van de gedragscode. Voorbeeld 3 Het is nog niet bekend gemaakt wanneer de inschrijving voor de nieuwe huizen in een net ontwikkeld gebied van start zal gaan. Een wethouder schat in dat met een beetje goede wil van politiek en ambtenarij de inschrijving waarschijnlijk midden in de zomer zal plaatsvinden. De zus van de wethouder wil graag wonen in dat gebied. Mag de wethouder haar waarschuwen niet in die periode op zomervakantie te gaan, zodat zij als eerste kan inschrijven?

22

Antwoord Nee, het waarschuwen van de zus is een overtreding van artikel 4.5 van de gedragscode. De inschatting over de inschrijving kan alleen worden gemaakt door een persoon met veel voorkennis. Deze wethouder beschikt over informatie die andere burgers niet hebben. Deze informatievoorsprong gebruiken in het voordeel van een familielid is een overtreding van artikel 4.4 van de gedragscode en mogelijk een verstrengeling van belangen. Voorbeeld 4 Een raadslid stelt in de raad keer op keer vragen over het opheffen van parkeerplaatsen in de gemeente. Hiertoe vraagt het raadslid meermaals onderliggende stukken, iedere keer van andere aard. De stukken zijn verstuurd en de andere raadsleden menen dat zij voldoende geïnformeerd zijn.De stukken zijn verstuurd en de andere raadsleden menen dat zij voldoende geïnformeerd zijn. Maar daar neemt dit raadslid geen genoegen mee en geeft de wethouder geërgerd mee zich er makkelijk van af te maken, waarna het raadslid opnieuw aanvullende verzoeken doet voor het verkrijgen van achterliggende informatie omtrent de opheffing van de parkeerplaatsen. Is dit raadslid in overtreding met artikel 4? Antwoord Het uitgangspunt is dat raadsleden informatie mogen vragen en dat het college deze dient te verstrekken. Daar zit een grens aan. De wet stelt als grens dat het gaat om inlichtingen die de raad voor zijn taak nodig heeft.

Er geldt zogezegd een moreel appel op raadsleden om alleen vanuit de oprecht gevoelde behoefte verder te worden geïnformeerd vragen te blijven stellen. Daarbij komt dat de ambtelijke organisatie beperkt capaciteit heeft en dat van raadsleden niet wordt verwacht dat zij het werk van ambtenaren en college opnieuw doen.

23

Toelichting regels rond de omgang met elkaar Artikel 5 Onderlinge omgangsvormen Elk raadslid, elke bestuurder en elke ambtenaar is een medemens en medeburger. Op basis daarvan verdient ieder raadslid, iedere bestuurder en iedere ambtenaar een correcte bejegening. Maar eenieder vervult ook een cruciaal ambt binnen onze democratische rechtstaat, dat zelf ook respect afdwingt. Gezamenlijk staan raadslid, bestuurder en ambtenaar in voor het goed bestuur in de eigen gemeente. Een respectvolle omgang met elkaar en met de waarheid maakt het daarnaast beter mogelijk met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen op basis van feiten en (eerlijke) overwegingen. Dat is essentieel voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien is de manier waarop het college en de raad onderling en met elkaar omgaan van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek.

Praktijkvoorbeelden rond de omgang met elkaar Voorbeeld 1 Op de Nieuwjaarsborrel zijn twee raadsleden in gesprek. Het gesprek verandert gaandeweg in een discussie. Die loopt, naarmate de avond vordert en de wijn vloeit, uit de hand. Op een bepaald moment horen de andere aanwezigen het ene raadslid tegen het andere schreeuwen: ‘Die commissie loopt totaal niet en dat is jouw schuld! Je bent de slechtste voorzitter die onze raad ooit gekend heeft, dat vindt iedereen. Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat je niet herkozen wordt!’ Is dit aanvaardbaar gedrag?

Antwoord Nee, dit gedrag is niet aanvaardbaar en een overtreding van artikel 5.3 van de gedragscode. Een collega-raadslid op deze manier in het openbaar tot de orde roepen is niet correct. Het feit dat ook anderen horen wat het raadslid zegt, is hierbij mede van belang. Voorbeeld 2 Op een bewonersavond legt een directeur uit wat de plannen zijn ten aanzien van het herinrichten van een winkelstraat. De veranderingen zijn fors, de straat zal een half jaar openliggen, en de winkeliers zijn boos. ‘Wat u zegt klopt helemaal niet. U zegt ons dat het een half jaar zal duren, maar wij hebben van ambtenaren gehoord dat dit wel een zéér optimistische inschatting is en dat de straat wel eens veel langer open kan blijven liggen. Dat kost ons onze klanten. We pikken het niet!’ In de zaal zitten ook twee raadsleden. Tijdens de eerstvolgende raadsvergadering neemt één van hen het woord en zegt verontwaardigd dat de directeur gewoon zat te liegen tegen bewoners. Dat we dit soort ambtenaren toch zeker niet willen in de gemeente en of de wethouder P&O met spoed een beoordelingsgesprekje met deze man wil voeren. Is dit aanvaardbaar gedrag? Antwoord 24

Nee, dit is geen aanvaardbaar gedrag. Het is niet de bedoeling dat in het openbaar ambtenaren persoonlijk worden aangevallen. Dit gedrag is dus in overtreding met artikel 5.2 van de gedragscode. In beslotenheid moet een raadslid dat sterke twijfels heeft ten aanzien van individuele ambtenaren dit natuurlijk kunnen bespreken. Daartoe kan het raadslid zich het beste wenden tot de griffier of de wethouder. In de raad kan het raadslid overigens wel melden dat zorgen zijn geuit bij de wethouder over het functioneren van sommige betrokken ambtenaren. Voorbeeld 3 In het café wordt een raadslid aangesproken door een burger. Deze geeft aan dat hij alle vertrouwen in de politiek heeft verloren. Nou ja, zo stelt hij: niet in de partij van het raadslid maar wel in de anderen. Vooral de wethouder Sociaal Domein is een groot crimineel die alleen de eigen zakken probeert te vullen. De burger weet uit goed geïnformeerde bronnen dat de wethouder het op een 1-2tje heeft gegooid met een aantal gesubsidieerde instellingen! Het raadslid hoort het aan. Bij thuiskomst deelt het raadslid het volgende bericht via verschillende sociale media: ‘Wethouder Sociaal Domein houdt er zijn eigen netwerkjes op na zo meldt mij een betrouwbare bron. Subsidies ter (zelf)verrijking?’ Is dit aanvaardbaar gedrag? Antwoord Nee, dit is geen aanvaardbaar gedrag.

Artikel 5.4 vraagt van raadsleden dat zij niet alleen zelf de integriteit van een wethouder niet in twijfel trekken maar ook dat zij de integriteit van de wethouder verdedigen in het openbaar. Deze manier van handelen schaadt niet alleen de persoon van de wethouder maar ook het vertrouwen in de lokale politiek. Mocht het raadslid werkelijk twijfelen aan de integriteit van de wethouder dan bewandelt het raadslid de afgesproken route om een melding te doen van zijn vermoeden.

25

Voorbeeld 4 Tijdens een verhit debat komt het tot een botsing tussen een raadslid van een oppositiepartij en een wethouder. Het raadslid voelt zich niet serieus genomen door de wethouder en de raadsleden van andere fracties. Hij maakt een wegwerpgebaar naar de wethouder en de voorzitter van de raad en roept dat hij niet meer meedoet aan ‘dit poppenspel.’ Pardoes loopt het raadslid de raadszaal uit. Is het ok voor het raadslid om de raadszaal uit te lopen? Antwoord Nee, hoewel raadsleden zich niet gehoord kunnen voelen en soms zelfs gedenigreerd, volgt uit het ambt dat het raadslid het openbare debat gevoerd tijdens de raads-, of commissievergadering in principe niet verlaat. Dit geldt in ieder geval wanneer er over wordt gegaan tot stemming en het raadslid de plicht heeft te stemmen.

Toelichting regels rond rondvaststelling en handhaving van de gedragscode omgang met elkaar Artikel 6 Vaststelling en handhaving van de gedragscode Ten minste eenmaal per bestuursperiode wordt de tekst van de drie gedragscodes – voor raad, wethouders en burgemeester – tegen het licht te houden: voldoen de formuleringen nog? Over welke onderwerpen worden de meeste vragen gesteld? Zijn de praktijkvoorbeelden voldoende herkenbaar? Is er behoefte aan een themabijeenkomst of andere vormen van gesprek? Op die manier blijft de gedragscode een levend document. Belangrijk is dat erop wordt toegezien dat de drie gedragscodes daadwerkelijk worden nageleefd. Ze leggen immers de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Een schending van de gedragscode is een schending van de integriteit van de politiek. Het toezien op de naleving van de drie gedragscodes is niet alleen een verantwoordelijkheid van de raad, maar een gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. Bijzondere rollen zijn weggelegd voor onder meer de burgemeester als voorzitter van college en raad, de fractievoorzitters, de vicevoorzitter, de raadsgriffier, de gemeentesecretaris en de partij- c.q. afdelingsbesturen.

Artikel Procesafspraken Integriteit We maken afspraken over de processtappen die de wethouders volgen in geval van een vermoeden van een integriteitsschending door een politieke ambtsdrager. Deze zijn vastgelegd in een protocol. In de handhaving van de integriteit zijn verschillende fasen te onderscheiden: • het bespreken van lastige integriteitkwesties; • het signaleren van vermoedens van schendingen van de gedragscode; • het eventueel onderzoeken van vermoedens van schendingen van de gedragscode; • het eventueel sanctioneren van schendingen van de gedragscode. Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • onpartijdigheid;

26

• • •

terughoudend met publiciteit; zorgvuldigheid richting de vermeende schender, en; beschermend richting het slachtoffer te zijn.

Praktijkvoorbeelden vaststelling en handhaving gedragscode Voorbeeld Tijdens een privé-etentje verneemt een wethouder van de grootste coalitiepartij dat een lid van de oppositie nauwe banden heeft met een lokale ondernemer. Niet toevallig, zo lijkt het, dat precies dit raadslid een amendement indiende op een voorstel tot een verkeersaanpassing in het centrum waarmee deze ondernemer bevoordeeld zou worden. Bij de eerstvolgende collegevergadering legt het raadslid de kwestie voor. Is dit verstandig? Antwoord Nee. De keuze van de wethouder om het vermoeden in de collegevergadering in te brengen gaat in tegen het tweede principe: terughoudendheid met publiciteit. Het belang van zorgvuldige procesafspraken ligt mede daarin dat vermeende schenders niet in de publiciteit komen vooraleer vastgesteld is dat er ook werkelijk een schending plaats heeft gevonden. Er is niets gewonnen bij het delen van het vermoeden in de fractie terwijl er tegelijkertijd een veel hoger risico ontstaat dat het vermoeden in de publiciteit komt.

27

Bijlage 1: Verwijzingen naar de wet per gedragscode-artikel Over zuiverheid van besluitvorming Inleiding •

Algemene wet bestuursrecht artikel 2:4

Over belangenverstrengeling Artikel 1.1 (toezicht op onafhankelijke besluitvorming) •

Algemene wet bestuursrecht artikel 2:4

Artikel 1.2 (onthouden van beraadslaging en stemming) •

Gemeentewet artikel 28

Artikel 1.4 (verboden combinaties van functies) •

Gemeentewet artikel 13, zie ook bijlage 2

Artikel 1.5 / 1.6 (verboden overeenkomsten/handelingen) •

Gemeentewet artikel 15, zie ook bijlage 3 Artikel 1.7 (over andere functies)

•

Gemeentewet artikel 12, Artikel 1.9 (over financiële belangen)

•

Basisnorm 14, Modelaanpak basisnormen integriteit openbaar bestuur en politie

Over corruptie Artikel 2 (tekst van de eed) •

Gemeentewet artikel 14

28

Over gebruik van gemeentelijke faciliteiten en middelen Artikel 3, 3.1 en 3.2 • • •

Gemeentewet artikel 95-99 Verordening Rechtspositie raadsleden en fractieassistenten Aalsmeer 2019 Wijzigingsverordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2018

Over informatie Artikel 4 (informatieverstrekking door bestuur) • • •

Gemeentewet artikel 169 Gemeentewet artikel 180 Wet openbaarheid van bestuur artikel 10 artikel 4.2 (geheimhouding)

• • •

Algemene wet bestuursrecht artikel 2:5 Gemeentewet artikel 23, 87 t/m 89 Wetboek van Strafrecht artikel 272

Over omgang met elkaar •

Artikel 5.2 (gedrag tijdens de raadsvergadering)

Over de vaststelling en handhaving van de gedragscode Artikel 6 (vaststellen voor een gedragscode voor de raad, de wethouders en de burgemeester) • • •

Raad: Gemeentewet artikel 15, lid 3 Wethouders: Gemeentewet artikel 41c, lid 2 Burgemeester: Gemeentewet artikel 69,

lid 2 Artikel 6.1-6.3 (naleving van de code) • • • • • •

Algemene wet bestuursrecht artikel 2:4 Over de rol van de burgemeester: Gemeentewet artikel 170, lid 2 Kieswet artikel X1, zie bijlage 4 Kieswet artikel X8, zie bijlage 4 Gemeentewet artikel 46, 47 en 49 Gemeentewet artikel 61b en 62 Schending van de gedragscode kan een strafbaar feit opleveren (bijvoorbeeld het schenden van de geheimhoudingsplicht Wetboek van Strafrecht artikel 272). Als de schending een misdrijf is, geldt een aangifteplicht (Wetboek van Strafrecht artikel 162).

29

Bijlage 2: Specifiek uitgesloten combinaties van functies •

•

•

Een wethouder is niet tevens: o a. minister; o b. staatssecretaris; o c. lid van de Raad van State; o d. lid van de Algemene Rekenkamer; o e. Nationale ombudsman; o f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman; o g. commissaris van de Koning; o h. gedeputeerde; o i. secretaris van de provincie; o j. griffier van de provincie; o k. burgemeester; o m. lid van de rekenkamer; o n. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid; o o. ambtenaar of ambtenaar van politie, in dienst van die gemeente of uit anderen hoofde aan het gemeentebestuur ondergeschikt of werkzaam ten behoeve van die gemeente. o 2 In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder l, kan een lid van de raad tevens wethouder zijn van de gemeente waar hij lid van de raad is gedurende het tijdvak dat: o a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de raad en eindigt op het tijdstip waarop de wethouders ingevolge artikel 42, eerste lid, aftreden, of o b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de raad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd.

Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de raad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot wethouder aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing. 3 In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder o, kan een lid van de raad tevens zijn: o a. ambtenaar van de burgerlijke stand; o b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht.

30

Bijlage 3: Specifiek verboden overeenkomsten / handelingen Raadsleden (Gemeentewet, artikel 15) 1. Een lid van de raad mag niet: a. als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur; b. als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur; c. als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van: 1e. overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d; 2e. overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de gemeente; d. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende: 1e. het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente; 2e. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente; 3e. het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de gemeente; 4e. het verhuren van roerende zaken aan de gemeente; 5e. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente; 6e. het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; 7e. het onderhands huren of pachten van de gemeente. 2. Van het eerste lid, aanhef en onder d, kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen.

31

Bijlage 4: Enkele formele sancties Kieswet, artikel X1 1. Zodra onherroepelijk is komen vast te staan dat een lid van een vertegenwoordigend orgaan een van de vereisten voor het lidmaatschap niet bezit of dat hij een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult, houdt hij op lid te zijn. 2. De voorzitter van het vertegenwoordigend orgaan geeft hiervan onverwijld kennis aan de voorzitter van het centraal stembureau. 3. Een overeenkomstige kennisgeving vindt plaats, indien door het overlijden van een lid een plaats in het vertegenwoordigend orgaan is opengevallen.

Kieswet, artikel X8 1. Het lid van de gemeenteraad dat in strijd met artikel 15, eerste lid, van de Gemeentewet handelt, kan in zijn betrekking worden geschorst door de voorzitter van de gemeenteraad. De voorzitter onderwerpt de zaak aan het oordeel van de raad in zijn eerstvolgende vergadering. 2. De raad kan, na de geschorste in de gelegenheid te hebben gesteld zich mondeling te verdedigen, hem van zijn lidmaatschap vervallen verklaren. Indien hij daartoe geen aanleiding vindt, heft hij de schorsing op. 3. De raad kan ook ambtshalve het lid dat in strijd met artikel 15, eerste lid, van de Gemeentewet handelt, na hem in de gelegenheid te hebben gesteld zich mondeling te verdedigen, van zijn lidmaatschap vervallen verklaren. 4. Van de beslissing van de raad, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt terstond aan de belanghebbende mededeling gedaan. 5. De werking van een besluit, inhoudende de vervallenverklaring, wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. Ingeval de vervallenverklaring ambtshalve heeft plaatsgevonden, is het lid van de raad gedurende deze periode in zijn betrekking geschorst. 6. Indien een lid van de raad op grond van dit artikel onherroepelijk van zijn lidmaatschap vervallen is verklaard, doet de burgemeester daarvan mededeling aan de voorzitter van het centraal stembureau.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=a968f3bb-a3e8-46f7-b0a2-c9a74b54c47f