DEF Fort Kudelstaart 7 nov 2023 Hylkema erfgoed
Tekst van het document
HylkemaErfgoed Advies en Ontwerp
Fort bij Kudelstaart Beoordeling van het plan van Zeilfort Kudelstaart BV aan de kernkwaliteiten van het Werelderfgoed De Stelling van Amsterdam (onderdeel van de Hollandse Waterlinies) 07 | 11 | 2023
Inhoud
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Gegevens Fort Kudelstaart 2 Samenvatting 3 Achtergrond en vraag 4 De kernkwaliteiten van het Werelderfgoed De Stelling van Amsterdam 6 Is er sprake van aantasting? 9 Huidige situatie 10 Het plan van Zeilfort Kudelstaart 11 Reflectie op de Heritage Impact Assesment 12 Tast het plan Zeilfort Kudelstaart de kernkwaliteit militair systeem aan? 20 Bronnen/verantwoording
23
Bijlage 1 SOUV De Stelling van Amsterdam
24
Bijlage 2: foto’s bestaande toestand Fort Kudelstaart
25
1
1. Gegevens Fort Kudelstaart
Naam: Vrouwentroost/Fort bij Kudelstaart Adres: Kudelstaartseweg 96 1433 GL KUDELSTAART Gemeente: Aalsmeer Kadastrale gemeente: Aalsmeer Kadastrale sectie/nr.: D/2287 Monument: Rijksmonument met nummer 6843 Functie: Vm. verdedigingswerk Bouwperiode: 1906 Omschrijving:
Fort met grachten en aardwerken
2
2. Samenvatting De gemeente Aalsmeer heeft Hylkema Erfgoed advies gevraagd over het plan voor herontwikkeling van het Fort Kudelstaart, onderdeel van De Stelling van Amsterdam. Het plan voor Zeilfort Kudelstaart omvat een gemengd programma met haven- en watersportfaciliteiten, verblijfsaccommodatie, een educatief/museaal centrum en culturele, recreatieve en horecavoorzieningen. De vraag van de gemeente is met name gericht op een beoordeling van de effecten van het plan op de kernkwaliteiten van het Werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, onderdeel van De Hollandse Waterlinies. Naar ons oordeel kan niet gesproken worden van aantasting van de kernkwaliteiten, zoals geformuleerd door UNESCO, het Rijk en de Provincie Noord-Holland. De herontwikkeling heeft vrijwel uitsluitend betrekking op het forteiland zelf, er is geen consequentie op het schaalniveau van het stelsel van verdediging en het systeem van watermanagement die zo bepalend zijn voor de bijzondere cultuurhistorische en ruimtelijke betekenis van De Stelling van Amsterdam. Realisatie van het plan versterkt juist het militaire karakter van het forteiland. De vormgeving en inrichting van de buitenruimte van het thans sleetse en gemankeerde forteiland zullen de oorspronkelijke situatie veel dichter benaderen.
Door de grotere toegankelijkheid en de museale/educatieve presentatie zal de bijzondere geschiedenis van het fort en de Stelling als geheel veel beter uitgedragen en beleefd kunnen worden. Door een attractief programma is een positieve exploitatie mogelijk, wat een basis vormt voor een duurzame instandhouding van het fort. Beschermen, benutten en uitdragen van het Werelderfgoed (de drie doelstellingen waarvoor de Provincie Noord-Holland verantwoordelijkheid draagt) worden sterk bevorderd door realisatie van het plan. Om het plan mogelijk te maken zullen wel eerst de nodige werkzaamheden moeten plaatsvinden in de zin van restauratie, reconstructie, herinrichting van gebouwen en buitenterrein. Ten behoeve van de bereikbaarheid en tegelijk om te voorkomen dat het forteiland en de directe omgeving vol komen te staan met geparkeerde auto’s wordt een ondergrondse parkeergarage aangelegd. Het is de enige mogelijke oplossing om het parkeren zo te faciliteren dat dit geen visuele inbreuk betekent voor het fort en de omgeving. Hiervoor moet eerst grond afgegraven worden, na de bouw worden de wallichamen hersteld, komt er een gronddek terug en wordt de buitenruimte ingericht, waarbij de oorspronkelijke situatie uitgangspunt is.
De Raad van State heeft in haar uitspraak van 28 december 2022 (zie volgende paragraaf) opgenomen dat “door de (gemeente)raad afdoende is gemotiveerd dat het plan voldoende ruimte biedt om in het benodigde aantal parkeerplaatsen te kunnen voorzien” en dat “de Afdeling (Bestuursrecht) er voorshands van uitgaat dat de waarborging van de kernkwaliteiten er niet aan in de weg staat dat de parkeergarage op enigerlei wijze kan worden gerealiseerd. Wij beoordelen de realisatie van de ondergrondse parkeervoorziening niet als een aantasting van de kernkwaliteit van het militaire systeem. Het is een tijdelijke interventie die nodig is om een situatie te bereiken die beduidend hoogwaardiger is dan de huidige situatie, waarin de kernkwaliteit sterk aangetast is: de wallichamen zijn deels afgegraven en verzakt, de buitenruimte is verhard op een zeer ongewenst manier, de bomen en gewassen zijn niet passend; het eiland is nauwelijks meer te ervaren als onderdeel van het militaire systeem. Na realisatie van het Zeilfort wordt de oorspronkelijke situatie dicht benaderd, voor een meer authentieke beleving van het fort is dat alleen maar positief. De gecombineerde toe- en uitrit van de garage is zo geïntegreerd in de structuur van het forteiland dat deze niet of nauwelijks waarneembaar zal zijn en dus geen negatief effect zal hebben op de beleving.
Met de tijdelijke interventies die nodig zijn gaan geen bouwhistorische of archeologische waarden verloren. De kernkwaliteit zit hem ook niet daarin, die zit in de compleetheid, gaafheid en authentieke beleving van het forteiland als onderdeel van het grotere militaire stelsel waarvan het deel uitmaakt. En dat wordt allemaal juist sterk bevorderd. De permanente aanpassingen ten behoeve van het nieuwe programma, met name openingen in de wallichamen aan de keelzijde zijn vanuit de omgeving van het forteiland niet of nauwelijks te zien en bovendien zo ontworpen dat zij de contouren en het gesloten defensieve karakter van de wallichamen niet schaden. Samengevat zijn wij van mening dat de, weliswaar deels vergaande, ingrepen nodig zijn om het plan voor het Zeilfort Kudelstaart te realiseren, maar dat deze van tijdelijke aard zijn en onvermijdelijk om tot een duurzame passende benutting, beleving en instandhouding te komen van het forteiland als onderdeel van De Stelling van Amsterdam. De kernkwaliteit van het militaire systeem wordt hierdoor niet aangetast, realisatie van het plan 3 versterkt juist de kernkwaliteiten, zowel fysiek als qua beleving.
3. Achtergrond en vraag Fort Kudelstaart, onderdeel van De Stelling van Amsterdam, is in 2015 in eigendom gekomen van de gemeente Aalsmeer. Het fort, aangelegd en gebouwd in de periode 1890-1906 had de militaire status als vestingwerk verloren in 1959, waarna het, vanaf 1963, decennialang gebruikt is als vakantie- en vrijetijdslocatie voor personeel van het Ministerie van Defensie. Na de verkoop door Defensie aan de gemeente is gewerkt aan een visie op het toekomstige gebruik van het fort, waarbij versterking van de functie als jachthaven/ watersportcentrum uitgangspunt was. Om een passende nieuwe beheerder te vinden schreef de gemeente een tender uit, die er in 2017 in resulteerde dat Zeilfort Kudelstaart B.V. werd geselecteerd. De keuze was gebaseerd op het ambitieuze plan om Fort Kudelstaart te revitaliseren tot een attractief ‘watersportfort’ waarbij respect voor de bijzondere status van de Stelling van Amsterdam als Werelderfgoed een belangrijk uitgangspunt was. De Stelling was in 1996 door UNESCO op de Lijst van Werelderfgoederen geplaatst. Sinds 2017 heeft Zeilfort Kudelstaart B.V. gewerkt aan een Masterplan. In dat verband zijn cultuurhistorische waardenstellingen verricht, naast vele andere onderzoeken (o.a. in het kader van explosieven, archeologie, flora en fauna, zeldzame dieren (o.a.
vleermuizen, ringslang, en rivierdonderpad), bomen, stikstof, bodem, geluid, verkeer en parkeren, bouwkundige toestand, marktpotentie e.a.). In mei 2020 is een eerste Voorlopig Ontwerp afgerond dat zag op een gemengd programma met havenfaciliteiten, hotelkamers, culturele en recreatieve voorzieningen (o.a. expositieruimten, spa en wellness), horecafaciliteiten (restaurant, café, terras), zalenaccommodatie en beperkte detailhandel. Dit eerste VO was de basis voor de eerste herziening van het bestemmingsplan, die op 3 december 2020 werd vastgesteld. Over het VO was advies gevraagd aan de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK), de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de Provincie Noord-Holland, waaruit geen bezwaren op stedenbouwkundig/planologisch niveau naar voren kwamen. Deze adviesorganen spraken zich positief uit over het herontwikkelingsplan, met nog enige suggesties voor optimalisatie. Ook was een positief advies ontvangen van het Erfgoed Expert Team. Tegen dit bestemmingsplan werd beroep aangetekend door de Stichting Werkgroep Fort Kudelstaart e.a. Hangende het beroep werd een aantal geconstateerde onduidelijkheden hersteld en is het Voorlopig Ontwerp aangepast, mede naar aanleiding van suggesties van de RCE, de provincie en de CRK. In een volgende versie van het Voorlopig Ontwerp werd het plan op onderdelen, met name t.a.v.
de ondergrondse parkeergarage, verder geoptimaliseerd. In dit stadium is ook de uitvoerbaarheid van het plan t.a.v. de bestaande cultuurhistorische waarden nog nader onderzocht. Het bestemmingsplan is gewijzigd vastgesteld op 2 december 2021. Hiertegen zijn door bezwaarmakers gronden ingediend, de gemeente heeft daarop gereageerd met een nader verweer. Bezwaarmakers hebben zich gericht tot de Raad van State, die partijen gehoord heeft in een zitting op 18 juli 2022. De Afdeling Bestuursrechtspraak deed uitspraak op 28 december. Deze uitspraak behelst een vernietiging van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan (3 december 2020) en het gewijzigde bestemmingsplan (2 december 2021). De Afdeling is van oordeel dat “in de planregels onvoldoende verzekerd is dat de kernkwaliteiten van Werelderfgoed De Stelling van Amsterdam worden behouden of versterkt”, zoals is bepaald in de artikelen 21 en 22 van de PRV (Provinciale Ruimtelijke Verordening, de voorloper van de Omgevingsverordening NH2020). Ook verwijst de Afdeling naar een op verzoek van de Provincie Noord-Holland, in samenspraak met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed door Arcadis uitgevoerde HIA (Heritage Impact Assessment Ondernemingsplan Fort Kudelstaart, 19 maart 2021).
De HIA is een methodiek om de effecten van een voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling op de Universele Uitzonderlijke Waarden van Werelderfgoed te beoordelen. Deze methodiek is in 2011 ontwikkeld door ICOMOS (The International Council on Monuments and Sites, het adviesorgaan van UNESCO), als een specifiek op Werelderfgoederen afgestemde cultuurhistorische effectrapportage.
4
De Afdeling verwijst naar de beoordeling van Arcadis in de HIA dat “door de met het plan (van Zeilfort Kudelstaart) voorziene ontwikkelingen in ieder geval het militair-landschappelijke geheel, dat onderdeel is van de kernkwaliteiten van De Stelling van Amsterdam, wordt aangetast. In de HIA wordt gesteld dat sprake is van een geringe aantasting van het fort als gevolg van de bouw van de ondergrondse parkeergarage”. Op basis daarvan constateert de Afdeling een strijdigheid met de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). Deze strijdigheid zou er even goed zijn met de opvolger van de PRV, de thans vigerende Provinciale Omgevingsverordening NH2020. In het geval besloten wordt om een nieuw bestemmingsplan in procedure te brengen zal uiteraard aan de thans vigerende PRV getoetst worden. Nu het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan is vernietigd, kan de realisatie van het plan niet worden gecontinueerd. Dit wordt door de gemeente, en ook door de provincie en de RCE, ernstig betreurd, gezien de grote investeringen die reeds gedaan zijn en de substantiële cultuurhistorische, ruimtelijke toeristischrecreatieve en economische belangen die in het geding zijn. Zonder nieuwe bestemming blijft een voldoende investering in restauratie en belevingskwaliteit uit en komt de instandhouding van het Fort in gevaar.
De bouwtechnische toestand van het Fort en de laagwaardige kwaliteit van de inrichting en staat van de buitenruimte verdragen dit niet. De gemeente Aalsmeer heeft daarom aan Hylkema Erfgoed gevraagd om een onafhankelijk oordeel te vellen over de vraag óf er wel voldoende aanleiding is om te spreken van aantasting van de betreffende kernkwaliteit van het Werelderfgoed als het plan Zeilfort Kudelstaart gerealiseerd wordt.
5
4. De kernkwaliteiten van het Werelderfgoed De Stelling van Amsterdam Bij de geconstateerde strijdigheid verwijst de Afdeling naar artikelen 21 en 22 in Titel 2 van de PRV, die ziet op ‘UNESCO-erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde’. Artikel 22 is vergelijkbaar met artikel 6.49 van de Omgevingsverordening NH2020. In artikel 21 wordt verwezen naar de kernkwaliteiten zoals omschreven in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland. In artikel 22 wordt aangegeven in welke ontwikkelingen een bestemmingsplan mag voorzien. Artikel 21 Kernkwaliteiten uitzonderlijke Universele Waarden UNESCO-erfgoederen Voor de gronden gelegen binnen de in artikel 20 genoemde erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden dienen in het bestemmingsplan regels te worden opgenomen ten behoeve van het behoud of versterking van de kernkwaliteiten van de erfgoederen van de uitzonderlijke universele waarde, zoals omschreven in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. Artikel 22 Ontwikkelingen binnen UNESCO-erfgoederen 1.
Een bestemmingsplan mag uitsluitend voorzien in nieuwe functies en uitbreiding van de bebouwing van bestaande functies binnen de gebieden als bedoeld in artikel 20 voor zover deze de kernkwaliteiten van de erfgoederen met uitzonderlijke universele waarde behouden of versterken, als bedoeld in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie zoals genoemd in artikel 15 en in bijlage 1 bij deze verordening. 2. In aanvulling op het gestelde in het eerste lid bevat het bestemmingsplan geen bestemmingen en regels die voorzien in: a. een grootschalige stads- of dorpsontwikkelingslocatie of glastuinbouwlocatie dan wel een grootschalig bedrijventerrein of infrastructuurproject; b. een project dat, of een activiteit die de uitgewerkte Uitzonderlijke Universele waarden van het Unesco-erfgoed van uitzonderlijke universele waarden “De Beemster”, “De Stelling van Amsterdam” of de “Nieuwe Hollandse Waterlinie”, aantast of doet verdwijnen. 3. Artikel 5a, artikel 5c en artikel 15 zijn van overeenkomstige toepassing. 4. In afwijking van het tweede lid, onderdeel a, kan een bestemmingsplan hierin wel voorzien indien: a. er sprake is van een groot openbaar belang; b. er voldoende maatregelen worden getroffen om de nadelige effecten van de ontwikkeling op het behoud of de versterking van de uitgewerkte kernkwaliteiten te mitigeren of te compenseren; c.
het bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 5a of artikel 5c; d. het bestemmingsplan in overeenstemming is met de kwaliteitseisen zoals opgenomen in artikel 15 van deze verordening en; e. er geen reële andere mogelijkheden zijn. 5. Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen ten aanzien van de wijze waarop compensatie als bedoeld in het vierde lid plaatsheeft.
(Inter)nationaal niveau: Statement of Outstanding Universal Value UNESCO In een zogenoemde Statement of Outstanding Universal Value (SOUV, een Verklaring van Uitzonderlijke Universele Waarde) wordt omschreven waarom UNESCO aan het object of gebied een zo hoge waarde toekent dat het de status van Werelderfgoed verdient en waarom in voldoende mate aan de criteria van Integriteit en Authenticiteit tegemoet wordt gekomen. Aan deze criteria moet ook in de toekomst voldaan worden om de plaats op de Werelderfgoedlijst te borgen. In Bijlage 1 is een samenvatting opgenomen van de SOUV van De Stelling van Amsterdam. Op rijksniveau zijn de regels omtrent de omgang met Werelderfgoederen vastgelegd in de Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening), in artikel 2.13. Dit is dus ook aan de orde voor De Stelling van Amsterdam (thans onderdeel van het Werelderfgoed Hollandse Waterlinies). De provincie Noord-Holland, aan wie, in de hoedanigheid van Siteholder (samen met de provincie Utrecht) de verantwoordelijkheid voor De Stelling van Amsterdam is overgedragen, heeft deze regels vertaald naar het provinciale beleid en wel in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV, juni 2019) en de vervanger daarvan: de Omgevingsverordening NH2020 (zie hierna).
In de SOUV worden drie Kernkwaliteiten onderscheiden: de hoofdverdedigingslijn (liniedijk), het watermanagementsysteem (het systeem van inundatievelden en inundatiemiddelen) en het systeem van militaire elementen (forten en andere objecten). Deze drie kernkwaliteiten (subsystemen) vormen met elkaar één samenhangend systeem.
6
De begrippen integriteit en authenticiteit zijn in het verband van het Werelderfgoed als volgt gedefinieerd: Integriteit De integriteit van een Werelderfgoed duidt de mate van compleetheid en gaafheid van het Werelderfgoed en geeft aan of de OUV nog aanwezig is en niet is aangetast of bedreigd wordt. De integriteit van het Werelderfgoed wordt beoordeeld aan de hand van: -
Compleetheid: zijn alle waarden en objecten nog aanwezig? Bevat het Werelderfgoed alle elementen die noodzakelijk zijn voor de weergave van de Uitzonderlijke Universele Waarde? En heeft het Werelderfgoed een voldoende omvang om de volledige werking te laten zien. Vertaald naar De Stelling van Amsterdam gaat het om de compleetheid van het systeem, de combinatie van liniedijk, keten van inundatievelden en militaire elementen.
-
Gaafheid: zijn waarden en objecten nog intact? In hoeverre hebben er negatieve effecten van bijvoorbeeld ontwikkelingen en/of verwaarlozing plaatsgevonden? Ontbreken er bijvoorbeeld (essentiële) onderdelen van objecten?
Authenticiteit Het begrip authenticiteit omvat de waarheidsgetrouwe en geloofwaardige verbeelding van de historische en culturele betekenis van het Werelderfgoed. In de uitgevoerde HIA wordt de authenticiteit van het Werelderfgoed beoordeeld aan de hand van de vijf criteria hieronder, waarbij gekeken wordt in hoeverre deze criteria waarheidsgetrouw zijn en de oorspronkelijke situatie verbeelden. -
Vorm en ontwerp: feitelijke vorm en ontwerp van objecten en elementen. Objecten en elementen hebben nog hun oorspronkelijke vorm en ontwerp.
-
Materiaal en substantie: gebruik van materiaal en substantie bij reparaties en/of renovaties van de elementen. Bij reparaties en/of renovaties is gebruik gemaakt van originele materialen.
-
Gebruik en functie: oude functie versus nieuwe functie. Hergebruik van gebouwen sluit aan en is ondergeschikt aan de originele architectuur. De OUV is nog steeds te begrijpen ondanks de nieuwe bestemming. Elementen kunnen nog (indien gewenst) hun oorspronkelijke functie uitvoeren. Indien gewenst kan het systeem nog grotendeels functioneren.
-
Locatie en positionering: verbanden en relaties tussen de structuren en elementen. Structuren en elementen liggen nog op hun oorspronkelijke locatie. Het systeem en/of de context kan nog steeds goed begrepen worden, doordat structuren en elementen nog een zichtbare, fysieke en werkende relatie hebben met het landschap en elkaar.
-
Beleving: het erfgoed is nog beleefbaar en uitlegbaar, nu en in de toekomst. Het systeem en de wijze waarop het heeft gefunctioneerd is nog herkenbaar en begrijpelijk. Het karakter en de sfeer van de omgeving ondersteunt de beleving van het erfgoed.
In de HIA die is uitgevoerd door Arcadis is uitgegaan van de drie kernkwaliteiten zoals omschreven in de SOUV. Het plan van Zeilfort Kudelstaart (N.B.: dit betrof het Masterplan 2020) is getoetst op basis van mogelijke effecten op de integriteit en authenticiteit van het Werelderfgoed op elk van de drie kwaliteiten. Hoewel de kernkwaliteiten in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie van de provincie een vertaling zijn van de kernkwaliteiten in de Barro, dient formeel de toetsing van een ontwikkeling aan de kernkwaliteiten in de provinciale verordening (dus de Leidraad) plaats te vinden. Provinciaal niveau: Kernkwaliteiten De Stelling van Amsterdam in de Provinciale Ruimtelijke Verordening Als gezegd heeft de provincie Noord-Holland de regels van art. 2.13 van de Barro vertaald naar het provinciale beleid en wel in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV, juni 2019) en de vervanger daarvan: de Provinciale Omgevingsverordening NH2020 . In artikel 21/22 worden de kernkwaliteiten van het Werelderfgoed De Stelling van Amsterdam benoemd, deze zijn opgenomen in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (2018). Ze zijn gelijkluidend aan de beschrijving in Bijlage 8 van de Barro.
7
1.
Het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, laatnegentiende-eeuwse en vroegtwintigsteeeuwse hydrologische en militair-landschappelijke geheel, bestaande uit: - Een doorgaand stelsel van liniedijken in een grote ring om Amsterdam; - Sluizen en voor- en achterkanalen; - De forten, liggend op regelmatige afstand, voornamelijk langs dijken; - Inundatiegebieden; - Voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied); - De landschappelijke inpassing en slechte zichtbaarheid van de voormalige militaire objecten;
2.
Relatief grote openheid;
3.
Groene en relatief stille ring rond Amsterdam.
8
5. Is er sprake van aantasting? De gemeente Aalsmeer en initiatiefnemer Zeilfort BV betreuren het dat de Raad van State een dusdanig gewicht hecht aan een in de HIA als beperkt aangeduide aantasting, mede gezien de positieve adviezen van de Provincie Noord-Holland en de adviesorganen. Daarbij speelt dat de Raad van State heeft geoordeeld op basis van het Masterplan van 2020, en er daarna de nodige aanpassingen zijn doorgevoerd. Het Masterplan van 2023 verschilt aanzienlijk van het plan van 2020. De adviesorganen (ook de provincie) zijn van mening dat het plan aanzienlijke verbeteringen brengt voor het uitdragen van de Universele Uitzonderlijke Waarden. Door de actieve benutting van het fort zal de instandhouding beter geborgd zijn. Vanuit de verantwoordelijkheid van de provincie Noord-Holland als Siteholder voor het Werelderfgoed Hollandse Waterlinies (onderdeel De Stelling van Amsterdam) voor het beschermen, benutten en uitdragen kan het plan als een positieve ontwikkeling worden aangemerkt. In de HIA wordt de conclusie getrokken dat “de ontwikkelingen een gering effect hebben op het Werelderfgoed en daarmee een beperkt risico betekenen voor het behoud van de Outstanding Universal Values”.
Geconstateerd wordt dat twee van de kernkwaliteiten (hoofdverdedigingslijn en watermanagementsysteem) ongewijzigd blijven, maar dat er wel sprake is van geringe aantasting van de derde kernkwaliteit (militair systeem). Tegelijk wordt aangegeven “dat er op punten verbeteringen plaatsvinden, zoals de bereikbaarheid en de beleving van het fort.” Ook in de HIA wordt overall een positieve beoordeling gegeven waar het gaat om de effecten van het voorgenomen plan op de OUV/kernkwaliteiten. Echter: de Provinciale Ruimtelijke Verordening (en de opvolger, de Omgevingsverordening NH2020) biedt geen ruimte voor een afweging op basis van een overall oordeel: een (zelfs geringe) aantasting op één aspect lijkt al in de weg te staan dat een ontwikkeling van een nieuwe activiteit, hoe welkom en positief deze ook is voor de instandhouding en beleving, doorgang kan vinden. De vraag die aan Hylkema Erfgoed gesteld is concentreert zich op die zaken waarvan in de HIA en op basis daarvan door de Raad van State is geoordeeld dat sprake is van aantasting. Hylkema Erfgoed heeft eerder, in 2021, reeds een waardenstelling uitgevoerd van het forteiland en het toen voorliggende plan beoordeeld op de mogelijke effecten op de monumentwaarden.
Er werden geen ontoelaatbare negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden (noch op het niveau van het forteiland zelf, noch op het militaire systeem waarvan het deel uitmaakt). Deze beoordeling ging uit van de landelijke Richtlijnen voor Bouwhistorisch Onderzoek (2009) en de Richtlijnen voor Tuinhistorisch Onderzoek (2012). Er zijn wel aanbevelingen gedaan voor optimalisatie, die zijn ook gedaan door o.a. de RCE, de CRK en de provincie, dit heeft nog geleid tot de nodige aanpassingen in het Masterplan. Dit is mede aanleiding om opnieuw advies in te winnen over het plan. Het Masterplan van juni 2023 laat positieve wijzigingen zien ten opzichte van het plan waarop de uitspraak van de Raad van State gebaseerd was. Zo zijn de in- en uitrit van de parkeergarage gecombineerd, is de inpassing verbeterd en de zichtbaarheid verminderd. Dat geldt ook voor de ventilatieroosters. Van de aanwezigheid van de ondergrondse garage zal nauwelijks iets waar te nemen zijn. De opening in het wallichaam ter plaatse van het restaurant zal kleiner en gesegmenteerd worden zodat de wal aan deze zijde een dichter karakter heeft (openingen in de wal). Er wordt afgezien van de eerder beoogde starttoren waardoor de openheid over de contrescarpe heen naar de Westeinderplassen overeind blijft en het militaire karakter niet aangetast wordt.
Hierna gaan we verder in op de vraag of de ontwikkeling van Zeilfort Kudelstaart een aantasting betekent van de kernkwaliteiten. We kijken eerst naar de situatie waarin het forteiland op dit moment verkeert. Dat is immers mede bepalend voor de beoordeling of een ontwikkeling de authenticiteit en integriteit van kernkwaliteiten aantast. Aansluitend gaan we kort in op de essentie van het plan Zeilfort Kudelstaart en de interventies die dit veronderstelt. Vanuit een blik op de oorspronkelijke situatie, de huidige situatie en de toekomstige situatie reflecteren we op de constatering in de HIA dat sprake is van aantasting. Daarna geven we, alles overziende, antwoord op de vraag of naar ons oordeel het voorgenomen plan een aantasting betekent van de kernkwaliteiten.
9
6. Huidige situatie Om te kunnen oordelen over de consequenties van de herontwikkeling is het in onze optiek relevant om de uitgangssituatie te bezien. Deze staat namelijk nogal ver af van de oorspronkelijke situatie. Het gebruik door Defensie als recreatie- en vakantiebestemming voor personeelsleden heeft het forteiland geen goed gedaan. Een korte beschrijving van de huidige situatie. Voor een goed begrip van de opbouw van het forteiland is hiernaast een overzichtskaartje opgenomen van een forteiland van het zgn. Model A, waarvan Kudelstaart een voorbeeld is. (bron: www.stelling-amsterdam.nl) Vanaf de Kudelstaartseweg loopt de toegangsweg naar de keelzijde van het fort. De Kudelstaartseweg loopt in een rechte lijn van noordnoordoost naar zuidzuidwest, en maakt een bocht om het fort heen en volgt daarbij de contouren van het fort met de fortgracht. Rondom het fort ligt de gracht die in verbinding staat met de Westeinderplassen. De entree tot het forteiland loopt via een aarden dam richting de keelzijde van het fort, haaks op de opgaande gevel van het hoofdgebouw. De ruimte voor het hoofdgebouw is voorzien van betonklinkers, evenals de toegangsdam tot het eiland. Deze dam is voorzien van een flankerende enkele bomenrij. De rondgang op het eiland loopt linksom het hoofdgebouw richting de zuidoostelijke helft van het eiland.
Het eiland is voorzien van een rondloop, deels, aan de noordwestzijde, eveneens voorzien van een vaste steiger. Deze rondloop is aan de zuidoostzijde bestraat met standaard stoeptegels van 30 x 30 centimeter. Halverwege gaat deze rondloop over een afgevlakt graspad en kent diverse doorsteken richting het westelijke terreplein. De twee terrepleinen zijn in de huidige vorm vergroot ten opzichte van de oorspronkelijke situatie. De taluds (wallichamen) tegen het hoofdgebouw refereren niet meer aan de historische situatie, dat geldt ook voor de taluds van het voorgebouw en de frontwal. Er zijn op veel plaatsen taluds afgevlakt ten behoeve van de recreatieve functie die het fort heeft gehad De bestrating van de terrepleinen en de rondgang rondom het voorgebouw betreft een combinatie van betonklinkers, gebakken klinkers en stelconplaten. De contour van het forteiland is in huidige opzet nader aangezet door middel van een nieuwe beschoeiing en, deels, een vaste aanlegsteiger. In de huidige situatie vindt het parkeren plaats op maaiveldniveau. Dit is een visueel zeer ongewenste situatie. In Bijlage 2 zijn de nodige foto’s opgenomen van de bestaande toestand in 2021, met zicht op het eiland en op de wijzigingen op het forteiland zelf. Dit is ongeveer nog de huidige situatie.
De afbeeldingen laten zien hoe zeer in het verleden ingeleverd is op de compleetheid en gaafheid van het forteiland. Er is het nodige verdwenen, de wallichamen zijn deels reeds afgegraven en verzakt, de buitenruimte is opnieuw ingericht en bestraat op een niet passende wijze. Er kan dus op dit moment niet gesproken worden van een complete en gave situatie als die vergeleken wordt met de oorspronkelijke situatie. Parkeren huidge situatie 10
7. Het plan van Zeilfort Kudelstaart Het plan voor Zeilfort Kudelstaart gaat uit van een gemengd programma waarin watersportfaciliteiten, een educatief en recreatief programma, horeca en verblijfsaccommodatie de belangrijkste elementen zijn. Toegankelijkheid van het forteiland voor bezoekers is essentieel voor de exploitatie, die een solide basis moet vormen voor instandhouding op de langere termijn. Op het forteiland zelf is slechts beperkt ruimte voor parkeren, voor de beleving van het fort zou dit ook juist tot een minimum beperkt moeten worden. In de directe nabijheid van het fort is ook geen ruimte voor een substantieel aantal parkeerplaatsen en openbaar vervoer is niet zo gunstig te organiseren dat dit een reëel alternatief voor de auto kan zijn. De gemeente Aalsmeer heeft in de tenderprocedure daarom de voorwaarde opgenomen dat het parkeren op eigen terrein moet worden gefaciliteerd. Het programma van Zeilfort is nodig om te komen tot een economisch haalbare exploitatie, en dat is nodig voor een duurzame instandhouding, echter het vraagt (op basis van de normen) wel om een fors aantal parkeerplekken. Om te voorkomen dat het hele eiland vol staat met auto’s voorziet het plan in een ondergrondse parkeergarage. Om deze te realiseren zal eerst afgegraven moeten worden (overigens niet onder de gebouwen).
Na de bouw van de garage zal weer een gronddek worden aangebracht en wel volgens de oorspronkelijke contouren van de grondlichamen. In het verleden zijn de wallen aan de frontzijde voor een aanzienlijk deel verwijderd en verzakt, na de aanleg van de garage wordt dit volledig hersteld en zullen de grondlichamen zich weer tonen op een wijze die dicht aansluit bij de oorspronkelijke situatie na de bouw in 1905. In de herstelde wallichamen komen openingen ten behoeve van hotelkamers, deze zijn zo ontworpen dat ze de robuustheid van de wallichamen niet aantasten. Er komt een gecombineerde in- en uitrit aan de zuidoostzijde van het forteiland, die nauwelijks zichtbaar zal zijn. Op enkele plekken komen openingen in de wallichamen, waarmee de toegang naar de te herstellen buitenruimte mogelijk wordt gemaakt. De buitenruimte wordt geheel opnieuw ingericht, waarbij de oorspronkelijke situatie grotendeels hersteld wordt, met passende (half)verharding. Niet bij het militaire fort passende latere begroeiing wordt verwijderd, rondom het eiland komen knotwilgen en een wilgenhaag terug. Militaire elementen als de flankkazerne, observatiekoepel, hefkoepelgeschut en kanon worden in ere hersteld.
WESTEINDERPLASSEN
pe
rc
NATUURVRIENDELIJKE OEVER
ee
lgr
en
s
ZEILFORT KUDELSTAART
RINGDIJK (NATUURGEBIED)
frontzijde
UITBREIDING VASTE LIGPLAATSEN knotwilgen
AANLEGKADE PASSANTEN
kruidenrijk gras
hap
ndsc
t la
or he
en do
tlijn
zich
HOTEL GROEPSACCOMODATIE PARKEERGARAGE IN GRONDWAL
halfverharding flankkazemat
TRAILERPAD
TERRAS 1 frontgebouw
INRIT/ UITRIT PARKEERGARAGE
observatiekoepel
hefkoepelgeschut
poternegebouw UITZICHTSPLATFORM
HOTEL
RESTAURANT/ VERGADERRUIMTEN
KANON
dakraam
hoofdgebouw ZONNEPANELEN
IT
TREKSCHU
LICHTSTRAAT
TRAILERHELLING
VOORPLEIN
SPA BOOTKRAAN
gebakken klinkers
fietsenstalling
CAFÉ / TERRAS 2
wilgenhaag keelzijde
PASSANTEN
VASTE LIGPLAATSEN WEDSTRIJDZEILHAVEN
inlaat
LIGPLAATSEN VERHUUR
JOLLENSTEIGERS
fruitbomen
PLATFORM KUDELSTAARTSEWEG
laden en lossen
PLATFORM sluis
Voorlopig Ontwerp Zeilfort Kudelstaart juni 2023
Wilgenweg 20c 1031 HV Amsterdam The Netherlands
0
10m
Masterplan Herbestemming Fort bij Kudelstaart, juni 2023
+31 20 221 61 77 office@sergeschoemaker.com www.sergeschoemaker.com
11
8. Reflectie op de Heritage Impact Assesment Arcadis heeft de effecten van het ontwikkelingsplan van november 2020 op de kernkwaliteiten beoordeeld door middel van een HIA (Heritage Impact Assessment Ondernemingsplan Fort Kudelstaart, 19 maart 2021). Elk van de kernkwaliteiten Hoofdverdedigingslijn, Militairsysteem en Watersysteem (kernkwaliteiten o.b.v. OUV) is beoordeeld op de criteria Integriteit (subcriteria Compleetheid en Gaafheid) en Authenticiteit (subcriteria Vorm en ontwerp, Materiaal en substantie, Gebruik en functie, Locatie en positionering, Beleving). De beoordeling is verricht op basis van het Masterplan Zeilfort Kudelstaart, november 2020. In de samenvatting wordt aangegeven dat “op basis van de effectbeoordeling wordt ingeschat dat de ontwikkelingen een gering effect hebben op het Werelderfgoed en daarmee een beperkt risico betekenen voor het behoud van de Outstanding Universal Value (OUV).” En dat “twee van de drie kernkwaliteiten ongewijzigd blijven. Op één van de kernkwaliteiten, te weten het militaire systeem, vindt aantasting plaats.” De aantasting van het fort wordt met name veroorzaakt door de bouw van de ondergrondse parkeergarage, aldus de HIA. Op pagina 42 en 43 van de HIA is een tabel opgenomen waarin de veranderingen ten opzichte van de kernkwaliteiten in een tabel opgenomen zijn met een duiding van het effect daarvan.
Hierin wordt aangegeven dat op de kernkwaliteiten Hoofdverdedigingslijn en Watersysteem in het geheel geen veranderingen plaatsvinden en dat op de kernkwaliteit Militair systeem minimale tot kleine veranderingen plaatsvinden met een neutraal, gering of matig effect. Het vergraven van de wallichamen wordt aangemerkt als aantasting van de gaafheid, de beoogde starttoren als negatief voor de leesbaarheid, tevens wordt op het aspect ‘beleving’ aangegeven dat de beleving van de oorspronkelijke situatie aangetast wordt. Integriteit en authenticiteit De vraag is nu of er daadwerkelijk van aantasting van de kernkwaliteit ‘militair systeem’ gesproken kan worden. Allereerst is het de vraag of de genoemde aanpassingen op het forteiland zelf wel zien op de kernkwaliteit van het ‘militair systeem’. Bij die kwaliteit gaat het immers meer om het militaire stelsel en de positie van de forten en andere elementen daarbinnen. Deze onderdelen van het systeem moeten ruimtelijk herkenbaar en beleefbaar blijven als onlosmakelijke onderdelen van het stelsel. Op het niveau van de bebouwing zelf kan alleen sprake zijn van aantasting van de kwaliteit van het militaire systeem als de landschappelijke/ruimtelijke positie en/of de herkenbaarheid op het niveau van het systeem (de ‘externe’ kwaliteit) in het geding is.
Interventies op het ‘interne’ niveau van het forteiland zelf moeten beoordeeld worden vanuit de monumentwaarden zoals die vastgelegd zijn in het rijksmonumentenregister. Of interventies acceptabel zijn wordt beoordeeld door de RCE en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Deze aantasting zou veroorzaakt worden door het vergraven van de wallichamen en “enkele minimale veranderingen met beperkte betekenis voor de kernkwaliteiten”. Verder lijkt het erop dat in de beoordeling op deze criteria in de HIA niet zozeer is uitgegaan van de huidige, al sterk gemankeerde situatie maar van de oorspronkelijke situatie. Wij bezien dit nadrukkelijk mede vanuit de huidige situatie, waar al sprake is van vergaande negatieve ontwikkelingen uit het verleden. Integriteit Wat betreft de integriteit is naar ons oordeel juist in de huidige situatie op beide criteria (compleetheid en gaafheid) sprake van vergaande eerdere aantastingen. De afbeeldingen in het vervolg laten de ontwikkeling in de tijd zien alsmede de huidige situatie.
12
Situatietekening nieuwe toestand uit 1905. Te zien is dat de gehele gracht voorzien was van een dijk, terwijl tegenwoordig de gracht in verbinding staat met de aangrenzende plas. Bron: archief www. stelling-amsterdam.
Luchtfoto uit 1907 tijdens of vlak na de aanleg van het fort, de twee geschutsplaatsen bij de hefkoepels op de uiterste punten van het eiland zijn ook al aangelegd Bron: Nederlands Instituut voor Militaire Historie
13
Luchtfoto uit 1920-1930 nader ingezoomd op het fort. De foto laat goed zien dat bestrating is aangelegd tot aan de buitenzijden van de opgaande gevel van het hoofdgebouw, de rest van het eiland is voorzien van gras. Alhoewel de hoofdvorm van het fort symmetrisch is, is de aanleg van wallen en geschuts-emplacementen dat niet. Bron: Nederlands Instituut voor Militaire Historie
Luchtfoto van het Fort bij Kudelstaart omstreeks 1980 Bron: Noord-Hollands Archief
14
Luchtfoto van Fort Kudelstaart in 2020 (dat is ongeveer de huidige situatie), gezien richting de Westeinderplassen in zuidwestelijke richting (Masterplan Zeilfort Kudelstaart)
Luchtfoto van Fort Kudelstaart in 2020 (dat is ongeveer de huidige situatie), gezien in noordoostelijke richting (Masterplan Zeilfort Kudelstaart)
15
Luchtfoto uit de beginperiode van het fort. Te zien is dat het fort conform bouwtekening is uitgevoerd. Opvallend is de asymmetrische inrichting van de terrepleinen.
Recente luchtofoto bestaande toestand. Hier zijn de wijzigingen te zien in de profilering van de taluds en de inrichting van de ruimtes tussen de bouwkundige onderdelen van het fortcomplex. 16
Boven: Uitsnede historische luchtfoto omstreeks 1925. Onder: luchtfoto 2021. In de huidige situatie zijn de taluds en tussenruimtes flink gewijzigd ten opzichte van de historische situatie . Bron: nimh/masterplan 2021
17
De afbeeldingen (zie ook de foto’s in Bijlage 2) laten zien dat op dit moment bepaald niet gesproken kan worden van een complete en gave situatie als die vergeleken wordt met de oorspronkelijke situatie. Wat betreft het criterium Compleetheid zien wij dat realisatie van het plan juist weer elementen terugbrengt die verloren zijn gegaan (o.a. het kanon). Het belangrijkste is dat de wallichamen vrijwel de oorspronkelijke contouren terugkrijgen. Ten aanzien van het criterium Gaafheid zien we dat realisatie van het plan de oorspronkelijke militaire gedaante van het forteiland in grote mate herstelt, dat geldt voor de wallichamen maar zeker ook voor de buitenruimte: de contouren van de terrepleinen, de oorspronkelijke inrichting en verhardingsmaterialen, de beschoeiing en de begroeiing die teruggrijpen op het oorspronkelijke ontwerp. Hierdoor worden de aanvals- en verdedigingslijnen ook weer hersteld. Als we de huidige gemankeerde situatie leggen naast de beoogde nieuwe situatie zien we een veel gaver beeld van het forteiland als militair element in het systeem van De Stelling. Authenticiteit Door alle hiervoor reeds aangegeven wijzigingen zijn de Vorm en het Ontwerp van het forteiland niet meer zoals ze in de oorspronkelijke situatie waren. Met name in de inrichting en de begroeiing zijn de nu waar te nemen materialen, bomen en beschoeiing niet meer oorspronkelijk.
Het Gebruik en de Functie van het forteiland zijn niet oorspronkelijk, maar dat is al lange tijd niet meer zo. Dat geldt overigens ook voor de Fortwachterswoning en de Artillerieloods die zich aan de Kudelstaartseweg bevinden, tegenover het forteiland, iets ten zuidoosten van de toegang naar het eiland. De Fortwachterswoning is volledig herbouwd en is nu een particulier woonhuis. De loods is aan de buitenzijde wel grotendeels authentiek maar thans in gebruik als kantoor en atelier. De Beleving van het forteiland als onderdeel van een militair systeem heeft ernstig te lijden gehad onder de wijzigingen op het eiland. Op de aspecten vorm, ontwerp, materialen en beleving zien we alleen maar grote verbeteringen ontstaan: de grond, de verharding, de materialen, de boom- en plantsoorten waarvoor gekozen wordt; ze zijn juist allemaal conform de keuzes van destijds. En juist om de authenticiteit te waarborgen wordt een extra verdiepte parkeergarage aangelegd, daarvoor worden kosten noch moeite gespaard. Wij kunnen ons vanuit deze overwegingen niet vinden in het oordeel dat de ontwikkeling een aantasting betekent van de kernkwaliteit ‘Systeem van militaire elementen’ zoals bedoeld in de SOUV. Naar onze mening is juist sprake van herstel van het militaire karakter en beeld. We sluiten ons aan bij de constatering dat de andere twee kernkwaliteiten niet beïnvloed worden door het plan.
Behoud door ontwikkeling In de HIA is het aspect gaafheid zeer eng gehanteerd, waarbij naar onze mening, te weinig uitgegaan is van de huidige situatie en de aantastingen van vorm en ontwerp in het verleden. Een dergelijke enge interpretatie van gaafheid (een ingreep in de bestaande materie is een aantasting) zou eigenlijk betekenen dat, gelet op de POV, in de provincie Noord-Holland geen enkele ontwikkeling mogelijk zijn waarbij sprake is van interventies. Dat verhoudt zich geenszins tot het credo ‘behoud tot ontwikkeling’ dat ook bij de extreem hoge erfgoedwaarden die bij Werelderfgoed aan de orde zijn, gehanteerd moet kunnen worden. Er moet ruimte zijn voor ontwikkeling, maar dat wel op een behoedzame en zorgvuldige manier, dat vraagt om expertise, om onderbouwde afwegingen. In dit geval is daar wat ons betreft zeker sprake van. Het is goed om erbij stil te staan dat heel wat gerealiseerde en gewaardeerde herbestemmingsprojecten niet meer mogelijk zouden zijn als de plannen beoordeeld zouden zijn zoals dat in de HIA Fort Kudelstaart is gebeurd. Bij een aantal daarvan is eveneens sprake van (tijdelijk of permanent) afgegraven wallichamen. De casus Fort Kudelstraart wijst op een problematiek die breder speelt.
Ook bij andere actuele ontwikkelingen binnen het Werelderfgoed Hollandse Waterlinies komt de vraag naar voren of de leidraad van ICOMOS, die gebruikt wordt bij het opstellen van HIA’s zich wel voldoende verhoudt tot de Nederlandse context, waarin de visie op de omgang met cultureel erfgoed samen te vatten is als ‘behoud door ontwikkeling’. Met andere woorden: hoe kijken we naar (de effecten op) de kernkwaliteiten door de bril van het Nederlandse erfgoedbeleid en de visie op de omgang met zeer waardevol erfgoed zoals we die op basis daarvan hanteren? In de beoordelingsmethodiek wordt een interventie in de bestaande materie al snel als een aantasting beschouwd, het is de vraag of de kernkwaliteit, die vaak ziet op een ander schaalniveau (oorspronkelijke functie, vorm en ontwerp, object als onderdeel van een ensemble of structuur, landschappelijke inbedding e.a.) hierdoor 18
wel beïnvloed wordt. Interventies kunnen ertoe leiden dat de kernkwaliteiten op dat schaalniveau juist versterkt, hersteld en beter beleefbaar worden. Noodzakelijke interventies hoeven dan niet per se als aantasting van de kernkwaliteit te worden beoordeeld. Er is natuurlijk wel sprake van aantasting wanneer ingegrepen wordt in bouwhistorisch, archeologische, aardkundige of andere cultuurhistorische bijzondere waarden. Het is belangrijk om de methode van ICOMOS (Guidance on Heritage Impact Assessments for Cultural World Heritage Properties, ICOMOS, januari 2011) op een manier te interpreteren die passend is bij de Nederlandse situatie en praktijk, waarin ‘behoud door ontwikkeling’ en belangrijk uitgangspunt is. De Guidance van ICOMOS bevat daartoe ook een uitnodiging in artikel 2-1-3, waar staat: “There are many ways of assessing impact on heritage assets, some formalised in law, some very technical and sophisticated, others less so. This guidance sets down some principles and options. But whatever route is chosen, the assessment must be “fit-for-purpose” – suitable for the World Heritage property and for the changes proposed, and suitable to the local environment.
It must provide the evidence on which decisions can be made in a clear, transparent and practicable way.” Reflectie op Technical Review ICOMOS In juli 2022 heeft ICOMOS een ‘technical review’ opgesteld waarin zij een kritische reflectie geeft op de HIA voor het Zeilfort Kudelstaart. ICOMOS is van mening dat de beoordeling beduidend negatiever zou moeten zijn. Ze is van mening dat de HIA zich te veel beperkt tot het Fort Kudelstaart op zichzelf en te weinig op het fort als onderdeel van het Werelderfgoed als geheel. ICOMOS is verder van mening dat de ingrepen dusdanig ambitieus en vergaand zijn dat het plan de authenticiteit van het Forteiland lijkt te bedreigen. Wat betreft het eerste aspect is moeilijk te vatten waarop ICOMOS baseert dat de ontwikkeling van het Zeilfort de collectieve waarden en betekenis van de Stelling van Amsterdam/Hollandse waterlinies negatief zou beïnvloeden. Zoals hiervoor betoogd zal het plan naar ons oordeel de beleving van Fort Kudelstaart als onderdeel van het militaire landschap en het militaire systeem juist versterken, niet alleen in de ruimtelijke beleving maar ook omdat het verhaal van het Fort, als onderdeel van de Stelling, verteld en beleefbaar gemaakt wordt. Dat de militaire functie er niet meer is, dat is een onomkeerbaar iets (gelukkig).
Belangrijk is dat een nieuwe bestemming het karakter van het Fort als onderdeel van een militair stelsel niet wegpoetst. In het masterplan voor het Zeilfort is naar onze mening juist het dna van het Fort als uitgangspunt genomen. Het niet aanwezig laten zijn van auto’s op het Fort draagt onzes inziens aanzienlijk bij aan het behoud van het beeld van het militaire forteiland. Dat geldt ook voor het verwijderen van niet passende begroeiing en verharding op het eiland. Ten aanzien van de beoordeling van de ingrepen op het Forteiland zelf houdt de review van ICOMOS naar onze maning te weinig rekening met de huidige toestand van het aanzienlijk gemankeerde forteiland. De indruk wordt gewekt dat op dit moment nog sprake is van een vergaand intacte situatie en dat is bepaald niet het geval. Het lijkt erop dat ICOMOS zich geen beeld heeft gevormd van de situatie ter plekke. Ook is duidelijk dat geoordeeld is op basis van een onvoldoende beeld van het masterplan, dat inmiddels natuurlijk ook aanzienlijk verbeterd is. Dat is op zich begrijpelijk, omdat de HIA waarover geoordeeld wordt, ook uitging van het masterplan van 2020. ICOMOS heeft het bijvoorbeeld op kritische toon over de essentie van zichtlijnen vanuit en naar het fort, terwijl dit in het Masterplan juist een belangrijk vertrekpunt is.
Mogelijk houdt dit verband met de beoogde starttoren, die inmiddels geen onderdeel meer is van het plan. Vreemd is ook de opmerking dat het beplantingsontwerp a-historisch zou zijn, terwijl uitgangspunt juist is om het Fort te ontdoen van niet bij het oorspronkelijke militaire karakter passende begroeiing te ontdoen en weer een historisch passende terreininrichting en begroeiing terug te brengen. Waar het gaat om interventies in de bebouwing en de buitenruimte zijn er deskundige adviesorganen die met specialistische en hoogwaardige kennis en expertise kunnen oordelen over de vraag of deze zich voldoende verhouden tot de monumentwaarden van het als rijksmonument beschermde geheel. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseren de gemeente hierover. Zij zijn zich bij uitstek bewust van de kwaliteiten van het Fort Kudelstaart op zich en in de context van de Stelling van Amsterdam als geheel. Bovendien is het de vraag of de kernkwaliteiten zoals geformuleerd in de OUV wel zien op dit niveau van ‘interne’ waarden en interventies, wij denken van niet. Die kernkwaliteiten hebben betrekking op de samenhangende waarden van de Stelling van Amsterdam: het militaire systeem, het militaire landschap, het watermanagementsysteem dat functioneel gerelateerd is aan het militaire stelsel.
Op dat ‘externe’ niveau verandert er ruimtelijk nauwelijks iets en wat betreft de beleving wordt de situatie juist versterkt. De review van ICOMOS geeft ons geen aanleiding om ons oordeel over de vraag of het plan voor het Zeilfort een aantasting zou zijn van de kernkwaliteiten aan te passen. 19
9. Tast het plan Zeilfort Kudelstaart de kernkwaliteit militair systeem aan? In deze paragraaf laten we een en ander nog eens de revue passeren en geven we ons eigen oordeel, los van de HIA. Eerdere ontwikkelingen op het eiland van Fort Kudelstaart hebben geleid tot de nodige aantastingen van de kernkwaliteit ‘militair systeem’, op de aspecten integriteit en authenticiteit (ervan uitgaande dat deze kwaliteit ook ziet op individuele forten (en niet alleen op het systeem van forten, wat op zich nog best voor discussie vatbaar is). Door alle betrokken partijen (en ook in de HIA) wordt erkend dat realisatie van het plan aanzienlijke positieve effecten zal hebben op de beleving van het forteiland Kudelstaart als onderdeel van het militaire systeem van De Stelling van Amsterdam, waarvan het onderdeel uitmaakt: bij de vormgeving en inrichting van het forteiland wordt teruggegrepen op de oorspronkelijke situatie: de contouren van de wallichamen worden hersteld, de buitenruimtes worden weer vergaand ingericht zoals dat oorspronkelijk het geval was, niet passende verharding en begroeiing verdwijnen, de beschoeiing wordt hersteld: het gaat straks weer daadwerkelijk als militair fort beleefd worden, nu ervaart men het vooral als een groen eiland, waarvan de bijzondere geschiedenis en de relatie met de Stelling van Amsterdam niet meer evident zijn.
WESTEINDERPLASSEN
pe
rc
ee
lgre
ns
NATUURVRIENDELIJKE OEVER
ZEILFORT KUDELSTAART
RINGDIJK (NATUURGEBIED)
frontzijde
UITBREIDING VASTE LIGPLAATSEN knotwilgen
AANLEGKADE PASSANTEN
kruidenrijk gras hap
dsc
r het
lan
en doo
tlijn
zich
HOTEL GROEPSACCOMODATIE PARKEERGARAGE IN GRONDWAL
halfverharding flankkazemat
TRAILERPAD
TERRAS 1 frontgebouw
INRIT/ UITRIT PARKEERGARAGE
observatiekoepel
hefkoepelgeschut
poternegebouw UITZICHTSPLATFORM
HOTEL
RESTAURANT/ VERGADERRUIMTEN
KANON
dakraam
hoofdgebouw ZONNEPANELEN
TREKSCHUIT
LICHTSTRAAT
TRAILERHELLING
VOORPLEIN
SPA BOOTKRAAN
gebakken klinkers
fietsenstalling
CAFÉ / TERRAS 2
wilgenhaag keelzijde
PASSANTEN
VASTE LIGPLAATSEN WEDSTRIJDZEILHAVEN
inlaat
LIGPLAATSEN VERHUUR
JOLLENSTEIGERS
fruitbomen
PLATFORM KUDELSTAARTSEWEG
laden en lossen
PLATFORM sluis
Wilgenweg 20c 1031 HV Amsterdam The Netherlands
0
10m
Masterplan Herbestemming Fort bij Kudelstaart, juni 2023
+31 20 221 61 77 office@sergeschoemaker.com www.sergeschoemaker.com
Na de realisatie wordt het fort geëxploiteerd op zo’n manier dat veel bezoekers er kennis van kunnen nemen, door er te verblijven, aan te meren, rond te wandelen én door de museale presentatie te bekijken, waar de historische context van het forteiland, de Stelling van Amsterdam en het Werelderfgoed Hollandse Waterlinies verteld en getoond wordt. Dit alles herstelt en bevordert juist de integriteit en authenticiteit en zeker ook de beleving. Het Fort wordt teruggezet in de oorspronkelijke kracht en er wordt een duurzame basis gelegd voor gebruik en instandhouding. 20
Linksboven het oorspronkelijke ontwerp van 1905. Linksonder de huidige situatie waar de eerste aantastingen goed zichtbaar zijn, o.a. de ontgraven en verzakte delen van de wallichamen (rood omcirkeld), rechtsboven nog eens de huidige situatie uitgetekend. Rechtsonder het ontwerp voor het Zeilfort, te zien is dat dit leidt tot vergaand herstel naar de oorspronkelijke situatie. Om het beoogde resultaat te bereiken kunnen (tijdelijke) interventies niet achterwege blijven. We zijn ons er als erfgoedprofessionals meer en meer van bewust: in de Nederlandse situatie is behoud onmogelijk zonder ontwikkeling. Interventies zijn dus nodig om de technische conditie op te krikken, verloren gegane kwaliteiten terug te brengen, om het Fort veilig en toegankelijk te maken, om de belevingswaarde te vergroten en om aan functionele eisen tegemoet te komen. Dit vraagt om enkele meer bescheiden interventies maar ook om een forse ingreep, namelijk het realiseren van parkeercapaciteit. Om te voorkomen dat het eiland vol blik komt te staan (wat de authentieke beleving wel zeer zou schaden) wordt er een ondergrondse parkeergarage aangelegd. Daarvoor moet eerst ontgraven worden, dat is echter een tijdelijke situatie, de wallichamen worden teruggebracht en zelfs gereconstrueerd waar ze eerder verdwenen en verzakt zijn.
De garage zelf is permanent: het bestaan van de ondergrondse volume heeft echter geen invloed op de beleving van het fort als militair object en onderdeel van een militair systeem. Dat zou met veel auto’s op maaiveld wel het geval zijn. Het is een noodzakelijke interventie (alternatieven zijn onderzocht maar niet gevonden), maar is het een aantasting van de kernkwaliteit? Naar onze mening niet. De positie van het fort binnen het systeem en het landschap van De Stelling van Amsterdam verandert niet. Er is ook geen aantasting van de beleving van het fort als militair erfgoedobject/terrein, die beleving wordt alleen maar versterkt. Het afgraven en later (deels) terugbrengen van grond zien wij niet als aantasting van de kernkwaliteit van het militaire systeem, maar als een tijdelijke interventie waarbij geen bijzondere waarden verloren gaan. De aanwezige duingrond kwam van elders en heeft geen historische relatie met de plek. De materie in kwestie (de grond) heeft geen bijzondere bouwhistorische of archeologische waarde die bepalend is voor het monument. De nulsituatie is bepaald niet gaaf, de nieuwe situatie zal een veel gaver beeld geven van waar het bij een militair systeem in wezen om gaat: het militaire aanzien en de vorm die daarbij hoort (in dit geval een Model-A-fort). De gaafheid wordt o.i.
bepaald door de gaafheid van de constructie en het beeld, en die worden oorspronkelijker dan ze in de huidige situatie zijn. Van al het blik dat toegang moet krijgen tot het fort ga je straks zo goed als niets zien: hoe positief is dat voor een authentieke beleving van het militaire, besloten karakter van het forteiland? Er kan derhalve naar onze mening niet van aantasting van de kernkwaliteit militair systeem gesproken worden. Als we een en ander bezien vanuit de kernkwaliteiten zoals ze zijn beschreven in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie van de provincie, dan gaat het om de vraag of de beoogde ontwikkeling (citaat):
“ - Het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, laatnegentiende-eeuwse en vroegtwintigste eeuwse hydrologische en militair-landschappelijke geheel schaadt, bestaande uit: - Een doorgaand stelsel van liniedijken in een grote ring om Amsterdam; - Sluizen en voor- en achterkanalen; - De forten, liggend op regelmatige afstand, voornamelijk langs dijken; - Inundatiegebieden; - Voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied); - De landschappelijke inpassing en slechte zichtbaarheid van de voormalige militaire objecten; - De relatief grote openheid schaadt; - De groene en relatief stille ring rond Amsterdam aantast.” De eerste kernkwaliteit ziet nadrukkelijk op het ‘geheel’, op het stelsel van dijken, watergangen, forten, inundatiegebieden, schootsvelden, en op de landschappelijke inpassing van de militaire objecten en hun slechte zichtbaarheid. De ontwikkeling van het Zeilfort heeft geen invloed op dit stelsel, het heeft alleen betrekking op het forteiland zelf. De bouw van een start-/uitkijktoren voor vaarwedstrijden kan strijdig zijn met het verborgen karakter van de forten van De Stelling van Amsterdam, omdat een start-/uitkijktoren juist de aanwezigheid van het fort markeert. Nu besloten is af te zien van de eerder beoogde starttoren, zien wij geen aantasting op deze kernkwaliteit. 21
De openheid rond het Fort Kudelstaart wordt niet aangetast, er komt geen bebouwing die de openheid vermindert. Hoewel de exploitatie mikt op een aantrekkelijk programma dat veel bezoekers trekt, zal dit, gezien de aard van de activiteiten, geen negatieve invloed hebben op het groene karakter en het geluidsvolume binnen de uitgestrekte ring rondom Amsterdam. Als we dus sec kijken naar de kernkwaliteiten waar de provinciale verordening op ziet, dan zien wij geen aantasting daarvan. Samengevat: wij kunnen de constatering in de HIA dat sprake is van aantasting van de kernkwaliteiten zoals benoemd in de SOUV niet onderschrijven. Ook als we het plan toetsen aan de kernkwaliteiten zoals beschreven in de provinciale Leidraad Landschap en Cultuurhistorie zien wij geen aanleiding om aantasting te vrezen. In het geval van het plan voor Zeilfort Kudelstaart is naar onze mening sprake van een goed onderbouwd en doordacht ontwerp waar de fysieke cultuurhistorische waarden en de historische belevingskwaliteit juist leidend zijn geweest. Er zijn interventies nodig om dit mogelijk te maken (‘behoud dor ontwikkeling’), maar ze zijn van tijdelijke aard. De beoogde ontwikkeling leidt, gezien de huidige staat van ongewijzigde veranderingen en verval niet tot nieuwe aantastingen, het maakt juist eerdere aantastingen ongedaan.
De kans voorbij laten gaan die het plan hiertoe biedt, dát zou juist een verdere aantasting van de kernkwaliteit betekenen.
22
Bronnen en verantwoording
-
Uitspraak Raad van State, Afdeling Bestuursrecht, inzake bestemmingsplan Fort Kudelstaart, 28 december 2022 (kenmerk ECLI:NL:RVS:2022:3970)
-
Arcadis (2021). Heritage Impact Assessment Ondernemingsplan Fort Kudelstaart, in opdracht van Provincie Noord-Holland
-
Koepelnotitie Masterplan Zeilfort Kudelstaart, Serge Schoenmaker/Martijn de Liefde, juni 2023
-
Bestemmingsplan Fort Kudelstaart, vastgesteld 3 december 2020, gemeente Aalsmeer
-
Gewijzigd Bestemmingsplan Fort Kudelstaart, vastgesteld 2 december 2021, gemeente Aalsmeer
-
SOUV De Stelling van Amsterdam, UNESCO
-
Guidance on Heritage Impact Assessments for Cultural World Heritage Properties, ICOMOS, januari 2011
-
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), Titel 2.13 (1 oktober 2012) met Bijlage 8 (Kernkwaliteiten van de erfgoe-deren van uitzonderlijke universele waarde)
-
Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), 7 juni 2019
-
Provinciale Omgevingsverordening (POV) NH2020, 17 november 2020
-
Inspraakbrief RCE raadsvergadering 16 november 2021
-
Verslagen na locatiebezoeken Commissie Ruimtelijke Kwaliteit op 29 mei 2020 en 3 juni 2022
-
Verslag Kruimel Expertsessie Zeilfort Kudelstaart, Erfgoed Expert Team, 6 april 2023
-
Preadvies RCE in het kader van de omgevingsvergunningprocedure Zeilfort Kudelstaart, Ref. 1293073
-
Reactie Provincie Noord-Holland op het Voorlopig Ontwerp Masterplan Zeilfort Kudelstaart, 30 juni 2022 (kenmerk 1856856/1856858)
-
Provincie Noord-Holland, https://www.stellingvanamsterdam.nl
23
Bijlagen Bijlage 1 SOUV DE Stelling van Amsterdam Samenvatting SOUV Stelling van Amsterdam The Stelling van Amsterdam (Defence Line of Amsterdam) is a complete ring of fortifications extending more than 135 km around the city of Amsterdam. Built between 1883 and 1920, the ring consists of an ingenious network of 45 forts, acting in concert with an intricate system of dikes, sluices, canals and inundation polders, and is a major example of a fortification based on the principle of temporary flooding of the land. Since the 16th century, the people in the Netherlands have used their special knowledge of hydraulic engineering for defence purposes. The area around the fortifications is divided into polders, each at a different level and surrounded by dikes. Each polder has its own flooding facilities. The depth of flooding was a critical factor in the Stelling’s success; the water had to be too deep to wade and too shallow for boats to sail over. Water levels were maintained by means of inlet sluices and barrage sluices. Forts were built at strategic locations where roads or railroads cut through the defence line (accesses). They were carefully situated at intervals of no more than 3500 m, the spacing being determined by the range of the artillery in theforts. The earlier ones were built of brick, the later of massed concrete.
The land forts have an important place in the development of military engineering worldwide. They mark the shift from the conspicuous brick/stone casemated forts of the Montalembert tradition, in favour of the steel and concrete structures that were to be brought to their highest level of sophistication in the Maginot and Atlantic Wall fortifications. The combination of fixed positions with the deployment of mobile artillery to the intervals between the forts was also advanced in its application. Criterion (ii): The Stelling van Amsterdam is an exceptional example of an extensive integrated European defence system of the modern period which has sur-vived intact and well conserved since it was created in the late 19th century. It is part of a continuum of defensive measures that both anticipated its construc-tion and were later to influence some portions of it immediately before and after World War II. Criterion (iv): The forts of the Stelling are outstanding examples of an extensive integrated defence system of the modern period which has survived intact and well conserved since it was created in the later 19th century. It illustrates the transition from brick construction in the 19th century to the use of reinforced con-crete in the 20th century.