BOPA Motivering
Tekst van het document
BOPA MOTIVERING
Zaaknummer: Z2024-00002622
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Er is op 9 juli 2024 een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het adres Brazilielaan nabij nr. 6A, AMR03 B 10722, 1432 DG Aalsmeer. De aanvraag gaat over het plaatsen van een antenne opstelpunt ten behoeve van mobiele telecommunicatie voor het netwerk van Vodafone in de vorm van een vakwerkmast. De volgende activiteiten zijn aangevraagd: • Bouwactiviteit (omgevingsplan) • Afwijken van regels in het Omgevingsplan • Technische bouwactiviteit Het bouwen van een zendmast van 39,9 meter hoog is in strijd met de regels van het omgevingsplan. Om de omgevingsvergunning te verlenen moet er sprake te zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In deze motivering staat waarom hieraan wordt voldaan. Daarom verlenen wij de omgevingsvergunning.
1.2 Locatie De locatie bevindt zich aan Brazilielaan nabij nr. 6A, AMR03 B 10722, 1432 DG Aalsmeer. De locatie is te zien op onderstaande afbeeldingen.
1.3 Toetsing aan het omgevingsplan Voor de locatie geldt het bestemmingsplan ‘Green Park Aalsmeer Middenweg en deelgebieden 3, 5 en 7’, dat onderdeel uitmaakt van het tijdelijke deel van het ‘Omgevingsplan gemeente Aalsmeer’. De volgende bestemmingen zijn van toepassing: • ‘Groen - 2’ (artikel 9); De aanvraag is in strijd met: • Artikel 9.2.3, onder c, omdat voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, een maximum bouwhoogte van 6 meter geldt. De bouwhoogte van de aangevraagde zendmast is 39,9 meter. 1.4 Procedure Voor deze aanvraag geldt de reguliere voorbereidingsprocedure (artikel 16.62 van de Omgevingswet).
2. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties 2.1 Visie, beleid en regels op de locatie Voor de voorgestelde afwijking zijn geen specifieke beoordelingsregels opgesteld. Op grond van paragraaf 3.3 hebben wij daarom afzonderlijk beoordeeld of medewerking kan worden verleend aan het gevraagde in afwijking van het omgevingsplan en er geen strijd met de algemene afwegingscriteria van paragraaf 3.2 ontstaat. 2.2 Ruimtelijke en stedenbouwkundige afweging De omgeving van de locatie is aan te merken als een bedrijventerrein. Stedenbouwkundig is de overschrijding van de bouwhoogte op deze locatie aanvaardbaar. De benodigde verklaring van geen bezwaar van de IL&T, vanwege een overschrijding van de maximale bouwhoogte, op grond van het LIB is verleend. Daarmee zijn geen ruimtelijke bezwaren tegen de gevraagde zendmast. Met de zendmast zijn bovendien grote maatschappelijke belangen gemoeid, onder andere op het terrein van veiligheid. 2.3 Andere omgevingsaspecten Er zijn geen andere omgevingsaspecten die om een nadere afweging vragen. Nader onderzoek is niet nodig.
Door de aard, omvang en ligging van het bouwplan verwachten wij geen negatieve gevolgen voor de bezonning, privacy en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen.
3. Financiële haalbaarheid De kosten (leges) voor de aanvraag komen voor rekening van de aanvrager. Vanwege de beperkte invloed op de omgeving, verwachten wij geen schade die voor vergoeding in aanmerking komt (nadeelcompensatie als bedoeld in afdeling 15.1 van de Omgevingswet).
4. Participatie Er heeft participatie plaatsgevonden. Op 29 maart 2024 is een brief met informatie en de mogelijkheid tot het indienen van een reactie of zienswijze door de ontvangers verzonden door Vodafone aan 377 adressen in de omgeving van de mastlocatie. Het betrof adressen aan de Prinsessenpad, Poldermeesterplein, Middenweg, Machineweg, Hornweg, hendrikstraat, Gemaalstraat, Ecuadoraan, Duikerstraat, Braziliaan en Beatrixstraat. Hierop zijn 6 reactie ingekomen. Vodafone heeft alle indieners van een inhoudelijke reactie voorzien op 8 juli 2024 en aangegeven dat Vodafone op korte termijn een vergunningaanvraag zal indienen bij de gemeente. De aanvraag zal worden gepubliceerd door de gemeente. Na besluitvorming is er de mogelijkheid op bezwaar. De informatiebrief en de reacties daarop zijn opgenomen in bijlage 3 (ruimtelijke onderbouwing) van de omgevingsvergunning.
5. Conclusie De aanvraag past binnen het beleid en de regels die op de locatie gelden en er zijn geen andere omgevingsaspecten die het plan tegenhouden. Het plan heeft daarom geen negatieve gevolgen voor de fysieke leefomgeving. De omgevingsvergunning kan worden verleend omdat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.