Bijlagen bij Bomenplan Aalsmeer.docx
Tekst van het document
Bijlagen bij Bomenplan Aalsmeer
1
Colofon Titel
Bijlagen bij Bomenplan Aalsmeer
Opdrachtgever Gemeente Aalsmeer Raadhuisplein 1 1431 EH Aalsmeer Website www.aalsmeer.nl Telefoon 0297 - 387575 E-mail info@aalsmeer.nl Opdrachtnemer Tree-o-logic Westenengerdijk 11 6732 GP Harskamp Website www.treeologic.nl Telefoon 0318 - 479166 E-mail info@treeologic.nl Verantwoording Projectteam Bomenplan gemeente Aalsmeer Frank van de Neut Gauke Adamse John Scheffers Jan van Tongeren Paul Nagtegaal Adviesbureau Tree-o-logic Wessel Wassink Henk van Eldik Versie
5.0
Datum
7 oktober 2021
2
Inhoudsopgave Bijlage A Bijlage B Bijlage C Bijlage D Bijlage E Bijlage F Bijlage G Bijlage H Bijlage I Bijlage J Bijlage K
Beleidskaders – waar we ons aan houden Formulier ‘ interne kapprocedure gemeentelijke bomen’ Stroomschema meldingen overlast Monumentale bomen en gedenkbomen Criteria boombeoordeling Grens bebouwde kom Aalsmeerse hoofdboomstructuur Wijzigingen LIOR Kaarten uit ‘ Groen en Blauw voor jou’ Samenvatting belangrijke boomziektes APV-wijzigingen
4 8 9 10 11 12 13 14 15 19 25
3
Bijlage A. Beleidskaders - Waar we ons aan houden Beleid voor de openbare ruimte staat nooit op zichzelf. Zowel op (inter)nationaal en regionaal niveau als binnen de gemeente zijn er wetten en beleidsstukken die invloed hebben op de bomen. Het Bomenplan moet passen binnen deze wettelijke en beleidsmatige kaders. Anderzijds bieden deze plannen aanknopingspunten en doelen waar het Bomenplan aan kan bijdragen. In dit hoofdstuk zijn alle relevante kaders opgesomd waar in het Bomenplan specifiek regels of ambities over worden opgenomen. 1.1. Wettelijke kaders 1.1.1
Wet natuurbescherming
De Wet natuurbescherming is van toepassing op bomen buiten de bebouwde kom (zie paragraaf 5.6). Binnen de grens van de bebouwde kom stelt de gemeente haar eigen regels vast. De provincies zijn primair verantwoordelijk voor naleving en uitvoering van de Wet natuurbescherming. De provincie behandelt aanvragen voor vergunningen en ontheffingen. De gemeente heeft in het beheer aandacht voor beschermde soorten en leefgebieden (zie paragraaf 5.1). 1.1.2
Burgerlijk wetboek
De onrechtmatige daad – een belangrijk artikel met betrekking tot het bomenbeleid gaat over de ‘onrechtmatige daad’ (art. 6:126). Een boomeigenaar moet zich verantwoordelijk gedragen en is wettelijk aansprakelijk als hij niet goed voor zijn boom zorgt. De term ‘zorgplicht’ staat niet in het Burgerlijk wetboek, maar is een term uit de rechtspraak. Een eigenaar kan aansprakelijkheidstelling voorkomen door haar bomen regelmatig te (laten) controleren en onderhouden. Daarmee laat de gemeente zien dat ze zich inzet om schades en letsel te voorkomen. De gemeente laat haar bomen regelmatig controleren via een boomveiligheidscontrole. De geadviseerde veiligheidsmaatregelen worden afgewogen en uitgevoerd (zie paragraaf 5.1). Verboden zone – een ander belangrijk artikel is de zgn. ‘verboden zone’ (art. 5:42). De hoofdregel luidt dat er geen bomen binnen twee meter van de erfgrens tussen twee percelen mogen staan. Gemeentes mogen de afstand tot de erfgrens verkleinen. Gemeente Aalsmeer verkleint de ‘verboden zone’ tot 0,5 meter (zie paragraaf 6.2). Zo kunnen meer bomen worden aangeplant op gemeentegrond. Van deze mogelijkheid wordt alleen gebruik gemaakt als dit de enige mogelijkheid is tot het planten van bomen. Burenrecht – in het Burgerlijk Wetboek wordt ook het burenrecht beschreven (art. 5:44).
Op grond van dit artikel kan een eigenaar vragen om overhangende takken of doorschietende wortels te verwijderen of mag deze zelf verwijderen. De gemeente is verplicht om hieraan mee te werken, tenzij het ten koste gaat van de kwaliteit van de boom (zie paragraaf 5.5). Hinder en overlast – in artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek is opgenomen dat een eigenaar geen onrechtmatige hinder mag toebrengen aan de buren. Daarbij wordt gesproken over licht, lucht of het verspreiden van rumoer en stank. Hinder is echter een subjectief criterium, niet iedere vorm van hinder is immers onrechtmatig. In het verleden zijn diverse rechterlijke uitspraken geweest over deze hinder. Belangrijke factoren zijn de aard, duur en de ernst van de overlast. Gemeente Aalsmeer stelt een richtlijn op voor de omgang met meldingen van overlast (zie paragraaf 5.5).
4
1.1.3
Omgevingswet
De Omgevingswet heeft als doel alle wetten en regels over de openbare ruimte samen te voegen in één overkoepelende wet. De Omgevingswet treedt op 1 januari 2022 in werking1. De wet gaat over de fysieke leefomgeving. Daarbij kan worden gedacht aan water, lucht, bodem, wegen, gebouwen, maar ook het stedelijk groen. Bewoners en ondernemers krijgen meer ruimte om initiatieven te starten. De gemeente kijkt mee en adviseert wat wel en niet kan. Strategische beleidsregels met een pragmatische uitwerking zijn essentieel in deze processen. Op landelijk niveau is een nationale Omgevingsvisie opgesteld. Op provinciaal niveau is de Omgevingsvisie NH2050 opgesteld. Daarin staat hoe de leefomgeving van Noord-Holland wordt ingericht met een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. De gemeente is bezig met het opstellen van haar eigen omgevingsvisie. Daarin is weergegeven hoe de gemeente nu en in de toekomst omgaat met ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving en hoe deze wordt ingericht. In het Omgevingsplan worden alle bestemmingsplannen gebundeld voor de hele gemeente. Daarin zijn alle regels opgenomen die gelden voor het grondgebied van Aalsmeer. Het doel is dat er minder regels komen en dat deze gemakkelijker te raadplegen zijn. Gemeente Aalsmeer is bezig met een plan waarin de eigenheid van ieder gebied tot zijn recht komt.
De omgevingsvisie vormt de basis voor de integrale blik van gemeente Aalsmeer op de fysieke leefomgeving. Dit biedt kansen voor bomen om gelijkwaardig mee te doen. Het Bomenplan is één van de uitgewerkte omgevingsplannen als onderdeel van de omgevingsvisie. 1.2
Beleidskaders
In Aalsmeer zijn verschillende beleidskaders vastgesteld die het bomenbeleid in meer- of mindere mate beïnvloeden. Het Bomenplan moet overeenkomen met deze beleidskaders. Dat kan ook betekenen dat de andere beleidsplannen worden aangepast. 1.2.1
Collegeprogramma “vol vertrouwen vooruit”
Het collegeprogramma van 2018-2022 bevat verschillende aanknopingspunten, opgaven en ambities die raken aan het Bomenplan. Het college wil investeren in een aantrekkelijke leefomgeving, met een belangrijke plek voor groen. De buitenruimte moet op orde worden gebracht en gehouden. Daarnaast heeft de gemeente opgaven als het gaat om het veranderende klimaat: wateroverlast, hittestress en droge periodes. Bomen kunnen daar een belangrijke rol in vervullen. 1.2.2
Groen en blauw voor jou
Dit plan vormt de uitwerking van de Gebiedsvisie Aalsmeer 2020. In die Gebiedsvisie werd aangegeven dat er weinig samenhang zit in het groen en water en zijn opgaven geformuleerd op het gebied van onder andere het groen. “Groen en blauw voor jou” is de groenvisie voor de periode 2014 t/m 2024. In de visie is de koers voor beleid, inrichting en beheer van groen vastgelegd. In het plan zijn diverse kaarten opgenomen (opgenomen als bijlage G), waarvan de volgende het Bomenplan raken: kaart landschappelijk/cultuurhistorische betekenis: op deze kaart zijn elementen opgenomen met een landschappelijke of cultuurhistorische betekenis. Op deze kaart zijn ook groene monumenten en beschermde landschapsgezichten opgenomen. Bomen kunnen onderdeel zijn van deze beschermde elementen; kaart hoofdgroenstructuur: op deze kaart zijn de belangrijke groene structuren opgenomen. De belangrijkste structuren zijn het bovenwijks groen. Dit zijn structuren met een beeldbepalende functie voor Aalsmeer of zelfs daar buiten. Andere belangrijke structuren zijn het wijkgroen. Deze structuren zijn belangrijk voor het groene karakter van de woonwijken. Deze bomen zijn onderdeel van deze structuren en dus extra belangrijk;
1 Dit is momenteel de invoeringsdatum. Het moment van invoering lijkt echter opnieuw
te worden uitgesteld. Het voorstel is 1 juli 2022. 5
kaart laanbomenstructuur: op deze kaart zijn de belangrijkste boomstructuren aangegeven. Deze zijn onderverdeeld in groenzone langs hoofdontsluitingsweg (de N201), laanbeplanting langs historische wegen en bomen langs wijkontsluitingswegen; kaart ecologische structuren: op deze kaart zijn de ecologische structuren aangegeven. Met betrekking tot de bomen zijn voornamelijk de parken belangrijk.
1.2.3
Agenda en actieplan klimaatadaptatie Aalsmeer 2021-2026
De Verenigde Naties hebben 17 doelen opgesteld (de Sustainable Development Goals) voor de periode 2015 t/m 2030. Eén van deze doelen betreft de aanpak van klimaatverandering. Daarnaast is in 2016 het VN-klimaatakkoord van Parijs vastgesteld. Nederland heeft dit op nationaal niveau geïmplementeerd in het Klimaatakkoord. Op gemeentelijk niveau worden deze plannen concreet uitgewerkt. In het geval van Aalsmeer betreft dit het klimaatadaptatieplan van 2020. Het plan beschrijft de acties die de gemeente onderneemt om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Het klimaat verandert en dit heeft ook effecten op de bomen: droogte- en hitteschade aan groen, wateroverlast en het ‘verdrinken’ van bomen. Anderzijds hebben bomen een belangrijke rol in klimaatadaptatie: het tegengaan van hittestress en wateroverlast en de positieve invloed op de biodiversiteit. In het Bomenplan is aandacht gegeven aan onderstaande ambities uit het klimaatadaptatieplan: regen moet zoveel mogelijk worden opgevangen waar het valt en indien mogelijk worden hergebruikt in het groen; aanplant van bomen en groen is nodig om hittestress te verminderen. Bij nieuwbouw en herinrichting van openbare ruimte moeten koele verblijfsplekken worden ingericht. Deze plekken worden met minimaal 50% groen en 30% schaduw ingericht.
Bewoners, bedrijven en instellingen zijn ook zelf verantwoordelijk voor het tegengaan van hittestress, onder andere door het toevoegen van groen. 1.2.4
Beeldkwaliteitsplan Beheer en Onderhoud gemeente Aalsmeer
In het Beeldkwaliteitsplan Beheer en Onderhoud zijn de kwaliteitsniveaus voor de beeldkwaliteit van de openbare ruimte vastgesteld; ook voor bomen. Binnen het Beeldkwaliteitsplan Beheer en Onderhoud worden de bomen uitsluitend beoordeeld op visuele beheeraspecten. Bijvoorbeeld beschadiging van bomen, boompalen, het snoeibeeld van vormbomen en de beoogde opkroonhoogte. Waar de verhardingen niet aan het vastgestelde kwaliteitsniveau voor beeldkwaliteit voldoen, kan dit voor een deel met wortelopdruk door bomen te maken hebben. Binnen het Bomenplan worden echter ook technische, oorzakelijke en ondergrondse aspecten van bomen meegenomen. Voor het beheer en onderhoud van bomen is het Bomenplan leidend ten opzichte van het Beeldkwaliteitsplan Beheer en Onderhoud. 1.2.5
Nota wegen 2019-2022
De Nota wegen geeft het beleidskader voor de instandhouding van de wegen in Aalsmeer. De gemeente is als wegbeheerder verantwoordelijk voor het onderhoud van bijvoorbeeld rijbanen, fietspaden en parkeerplaatsen. Goede afstemming tussen de beleidsterreinen wegen en bomen moet leiden tot meer ruimte voor bomen en betere groeiplaatsen. Uiteindelijk leidt dit tot betere bomen en minder opdruk van verhardingen. 1.2.6
APV/bomenverordening
De belangrijkste artikelen uit de APV en bomenverordening hebben betrekking op het vergunningenbeleid. Het college heeft in 2012, met instemming van de gemeenteraad, het beleid met betrekking tot de kapvergunningen gewijzigd naar een kapvergunning voor bomen op een vastgestelde bomenlijst. Het aantal vergunningplichtige bomen nam daardoor af. Dit besluit is destijds genomen in het kader van deregulering. Het zorgt voor minder administratieve lasten voor de bewoners en de gemeente zelf. Daarnaast bleek uit de praktijk dat de vergunning meestal werd verleend. Bewoners vragen veelal pas een vergunning aan als daar goede redenen voor zijn, zoals een dode of 6
gevaarlijke boom. De waardevolle bomenlijst uit 2013 is slechts gebaseerd op het criterium leeftijd. Alle bomen ouder dan 40 jaar zijn opgenomen op de lijst. In de praktijk werkt dit onvoldoende om de echte waarde van de boom uit te drukken. Naast leeftijd zijn ook ecologische, milieu en klimatologische kenmerken van belang; evenals soortendiversiteit, ruimtelijke structuur en eventueel het historische of culturele verhaal van de boom. In dit Bomenplan (zie paragraaf 5.6) zijn nieuwe criteria geformuleerd op basis waarvan de waardevolle bomenlijst is opgesteld. 1.2.7
Beleid waterschap
Waterschap Rijnland heeft eigen beleidsregels opgesteld over het planten van bomen. Het betreft dan voornamelijk het planten van bomen op waterkeringen. Deze beplanting moet aan eisen voldoen en anders is een vergunning noodzakelijk. Met betrekking tot het planten en aanleggen van structuren (zie hoofdstuk 6) is rekening gehouden met deze richtlijnen. 1.3
Normen en regelingen
De Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (hierna: LIOR) is door de gemeenteraad vastgesteld. Deze leidraad is leidend voor de (technische) inrichting en voorzieningen in de openbare ruimte. Op basis van de nieuwe beleidslijnen uit het Bomenplan moet de LIOR op een aantal punten worden aangepast. Na vaststelling van het Bomenplan, wordt dit verwerkt bij de eerstvolgende update van de LIOR.
7
Bijlage B. Formulier ‘interne kapprocedure gemeentelijke bomen’ Onderstaand formulier wordt gebruikt voor een verzoek tot kap van gemeentelijke bomen bij een project. Het formulier bestaat uit drie delen: 1. Het verzoek tot kap 2. De beoordeling van de kap 3. Een toelichting voor de indiener
8
Bijlage C.
Stroomschema meldingen overlast
9
Bijlage D.
Monumentale bomen en Gedenkbomen
De monumentale bomen uit het Landelijk Register Monumentale Bomen (bomenstichting) en gedenkbomen worden als afzonderlijke categorie opgenomen op de nieuwe Waardevolle Bomenlijst van Aalsmeer. In de categorie ‘Monumentale boom (bomenstichting)’ vallen 10 bomen. Eigendom Kern Straat/locatie Plantwijze Boomsoort Plantjaar Nummer Particulier Aalsmeer Stommeerweg 45 Solitair Fagus sylvatica ‘Purpurea’ 1840-1850 1690308 Gemeente Aalsmeer Boomkwekerskerkhof Bomenrij Fagus sylvatica ‘Pendula’ 1870-1880 1686126 Gemeente Aalsmeer Boomkwekerskerkhof Bomenrij Ulmus glabra ‘Exoniensis’ 1870-1880 1690325 Gemeente Aalsmeer Boomkwekerskerkhof Solitair (2) Platanus orientalis 1900-1910 1686127 Gemeente Aalsmeer Boomkwekerskerkhof Solitair Acer saccharinum ‘Laciniatum Wieri’ 1870-1880 1690324 Kerk Aalsmeer Kanaalstraat 11 Boomgroep (4) Fagus sylvatica ‘Purpurea’ 1880-1890 1686132 Kern
Straat/locatie
Plantwijze
Boomsoort
Gelegenheid
Plantjaar
In de categorie ‘Gemeentelijke Gedenkboom’ valt een onbekend aantal bomen.
10
Bijlage E.
Criteria bomenlijst
In de tabel zijn de criteria voor de Waardevolle Bomenlijst uitgewerkt. Ten eerste dient de boom te voldoen aan de twee drempelcriteria. Vervolgens wordt gekeken of de boom voldoet aan de voorwaarde(n) bij minimaal één van onderstaande criteria. In dat geval wordt de boom als bijzonder waardevol beschouwd en wordt deze opgenomen op de lijst.
1. 2.
Criterium Bijzondere leeftijd Bijzondere afmetingen
3.
Karakteristieke verschijningsvorm
4.
Bijzondere ecologische waarde
5.
Bijzondere cultuurhistorische waarde
6.
Bijzondere dendrologische waarde
Voorwaarde(n) de boom is meer dan 80 jaar oud de boom is > 1 meter dik, of; de boom is > 24 meter hoog, of; de kroon is > 25 meter breed. de verschijningsvorm is typerend voor de omgeving of juist zeer opvallend en karakteristiek: oude treurvormen van bomen met een lange levensduur, zoals een treurbeuk; grote vrij uitgroeiende bomen op een locatie waar de ruimte voor de boom onbeperkt is; oude veterane knotbomen. Veterane bomen vertonen duidelijke verouderingskenmerken zoals een holle stam en een gereduceerde kroon. de boom is een belangrijk onderdeel van een gemeentelijk park (zie bijlage E). de boom is belangrijk onderdeel van een groen monument uit de groenvisie (zie bijlage E); De boom staat op een historisch belangrijke plaats, zoals een markeringsboom of kruis-/kapelboom. De boomsoort of variëteit is zeldzaam in Nederland en komt maar één of twee keer voor in Aalsmeer
Voor de criteria is beknopt beschreven waarom een bepaalde voorwaarde is gekozen: 1.
2.
3.
4. 5.
6.
Bomen van 80 jaar hebben meerdere reconstructies overleefd en zijn zodoende een markante verschijning voor alle bewoners. De leeftijd van 80 jaar is daarnaast de minimale leeftijd die een boom moet hebben om te worden opgenomen in het Landelijk Register van Monumentale Bomen van de Bomenstichting. Deze bomen zijn bekend in de wijk en de gemeente. De begrenzing voor de diameter is gekozen omdat dit een heldere en herkenbare grens is. De begrenzing voor de hoogte is gekozen, aangezien dit bij de gemeentelijke bomen als maximale hoogteklasse is gebruikt. Bij de begrenzing voor de kroondiameter is gekozen voor een uitzonderlijk brede kroon. Dergelijke bomen zijn goed herkenbaar en deze grens is helder en duidelijk. Deze bomen zijn bekend in de woonwijk en in de gemeente. Hier is gekozen voor boomvormen en boomsoorten met een opvallend karakter en een opvallende verschijningsvorm. De genoemde voorbeelden zijn niet uitputtend. Hier kunnen andere vormen aan worden toegevoegd. Deze bomen hebben een belangrijke ecologische functie in een gemeentelijk park. Het betreft bijvoorbeeld de parkvogels, maar ook de sperwer en nachtegaal. Deze bomen vertegenwoordigen de cultuurhistorie van Aalsmeer, ‘bomen met een verhaal’. Dit gaat om de bijzondere bomen in één van de groene monumenten (oude begraafplaatsen en het Seringenpark) uit de Groenvisie.
Daarnaast gaat het om individueel herkenbare bomen. Deze bomen zijn bijzonder in Nederland en komen daarnaast ook maar zeer zelden voor in Aalsmeer. Deze bijzondere soorten zijn een bezienswaardigheid vanwege bijzondere bloemen (zoals de zakdoekjesboom) of een bijzondere boomvorm.
11
Bijlage F.
Grens bebouwde kom
12
Bijlage G.
Aalsmeerse hoofdboomstructuur
13
Bijlage H. Inrichting Minimumgrens Doel bomen 1e grootte Doel bomen 2e grootte Doel bomen 3e grootte -
Wijzigingen LIOR
Doorwortelbare ruimte n.v.t. 30-40 m3
Afstand tot rijbaan 1,5 m 2,5 m
Afstand nutsleiding 1,0 m 2,5 m
Afstand Transportleiding 2,0 m 2,5 m
15-20 m3
2,0 m
2,0 m
2,0 m
7-10 m3
1,5 m
1,5 m
1,5 m
Obstakelvrij bovengronds Minimaal de te bereiken kroondiameter
Afstand lichtmast 4,0 m Minimaal de te bereiken kroondiameter
Nieuwe ondergrondse containers moeten minimaal 4,0 meter buiten de verwachte kroonprojectie worden geplaatst. Bij nieuwe bomen moet de afstand tussen de verwachte kroonprojectie en ondergrondse containers minimaal 4,0 meter zijn.
14
Bijlage I.
Kaarten uit ‘Groen en blauw voor jou’
Kaart 1: Status van het groen
15
Kaart 2: Landschappelijk/Cultuurhistorische betekenis
16
Kaart 4: Laanbomenstructuur
17
Kaart 5: Ecologische structuur
18
Bijlage J. Samenvatting belangrijke boomziektes Bomen kunnen onder bepaalde omstandigheden vatbaar zijn voor ziekten en/of aantastingen. Boomziekten zijn meestal soortgebonden, oftewel een specifieke ziekte komt meestal voor bij een specifieke boomsoort. Ook in Den Haag zijn boomziekten aanwezig, waarvoor een speciale aanpak geldt. Deze Richtlijn Ziekten en Aantastingen bevat geen omschrijving van alle boomziekten, maar gaat specifiek in op de ziekten en aantastingen waarvoor een specifieke (Haagse) aanpak geldt. Voor de overige ziekten geldt dus geen specifieke aanpak. Iepenziekte Kastanjebloedingsziekte Essentaksterfte Roetschorsziekte Eikenprocessierups Van elke ziekte of aantasting is een omschrijving gegeven van het ziektebeeld, de gevaren, besmettelijkheid, gevolgen enzovoorts.
1. Iepenziekte Verloop – de zeer besmettelijke Iepenziekte is een verwelkingsziekte en wordt veroorzaakt door een schimmel, genaamd: Ophiostoma ulmi. De ziekte is dodelijk voor iepen en soms ook voor de Zelkova en verloopt als volgt: de sporen van de schimmel worden naar een boom overgebracht door de iepenspintkever; de kevers vreten aan gezonde twijgen en brengen de sporen van de schimmel in de ontstane wond; de schimmel verspreidt zich via de houtvaten door de boom; de boom verweert zich door de besmette houtvaten af te grendelen. Daardoor komt echter het watertransport stil te liggen; de aangetaste twijgen en takken verwelken en op deze wijze wordt de boom helemaal aangetast. Naast verspreiding via de lucht (iepenspintkever) kan de ziekte zich ook verspreiden door wortelcontact met een andere boom. In dat geval gaat het verwelkingsproces sneller en zal de boom in korte tijd afsterven. Gevolgen – de iepenziekte heeft (vrijwel) altijd tot gevolg dat de besmette boom afsterft en moet worden verwijderd. Foto’s – links de vraatgangen van de iepenspintkever. Rechts afgestorven bomen vanwege de
iepenziekte.
2. Kastanjebloedingsziekte 20
Verloop - Kastanjebloedingsziekte wordt veroorzaakt door een bacterie: Pseudomonas syringae pv aesculi. De bacterie nestelt zich in de cellen die voor het voedingstransport zorgen. De ziekte is vaak dodelijk voor paardenkastanjes en verloopt als volgt: de cellen raken verstopt waardoor de sapstroom in de bast vermindert; op de bast van een aangetaste boom ontstaan bruine vochtige bloedplekken waarbij een stroperige vloeistof verschijnt (zie afbeelding). De bruine vlekken verspreiden zich snel over de stam; de bast onder de bloedingsplekken gaat uiteindelijk rotten en sterft af. Gevolg – een paardenkastanje kan bij een lichte aantasting nog relatief lang blijven staan. Vaak neemt na verloop van tijd de conditie terug en wordt de aantasting sterker. Bij een zware aantasting loopt de conditie verder terug en ontstaat verhoogd breukgevaar in aangetaste takken of de stam. Verzwakte exemplaren worden vaak aangetast door parasitaire schimmels zoals honingzwam, fluweelpootje of oesterzwam. In dat geval is de boom vaak onveilig en moet deze worden gekapt. Foto’s – links de karakteristieke (verdroogde) bloedingsplekken. In het midden een matige aantasting. Rechts een vergevorderde aantasting met secundaire aantasters.
21
3. Essentaksterfte Verloop - essentaksterfte wordt veroorzaakt door een schimmel, genaamd: Hymenoscyphus fraxineus. De ziekte is bij een ernstige aantasting dodelijk voor essen, en verloopt als volgt: de schimmel infecteert de boom via het blad; dit heeft tot gevolg dat het blad verkleurt en vervolgens afsterft. indien de aantasting doorzet groeit de schimmel verder in de twijgen. dit zorgt voor verstoring van de sapstroom zodat de twijgen afsterven met een kenmerkende verkleuring tot gevolg; uiteindelijk kan de hele boom daardoor afsterven. Gevolg – de essentaksterfte heeft veelal tot gevolg dat steeds meer takken afsterven waardoor uiteindelijk de boom afsterft. Bomen met een goede conditie kunnen een aantasting echter jarenlang overleven en zelfs herstellen. De vatbaarheid en overlevingskansen zijn sterk verschillend per soort en cultivar. Foto’s – links een recente aantasting met kenmerkende verkleuring van de twijg. In het midden een aangetaste twijg. Rechts een ernstig aangetaste es.
22
4. Roetschorsziekte Verloop - roetschorsziekte wordt veroorzaakt door een schimmel, genaamd: Cryptostroma corticale. De ziekte is dodelijk voor esdoorns, maar komt ook sporadisch voor bij berken en lindes. De ziekte verloopt als volgt: de schimmel infecteert de boom via wonden of de takeinden bij verzwakte bomen; de schimmel dringt binnen in de houtvaten en het cambium en kan daar lange tijd latent (verborgen) aanwezig zijn; een aangetaste esdoorn verzwakt en het blad verwelkt; de boom zal uiteindelijk afsterven. Onder de bast zijn bruinzwarte sporen zichtbaar. Gevolg – de ziekte was tot op enkele jaren geleden zeldzaam in Nederland. Na een aantal droge zomers neemt het aantal positieve gevallen echter snel toe. De schimmel is niet alleen schadelijk voor bomen, maar ook voor de mens. Langdurige blootstelling aan de schimmel kan zorgen voor ernstige gezondheidsklachten. Het gaat om een ontsteking in en rond de longblaasjes door een allergische reactie (Pneumonitis). Daardoor kunnen symptomen als benauwdheid, hoesten en koorts optreden. In verband met de risico’s voor de volksgezondheid heeft Stigas een protocol 2opgesteld voor veilig werken bij een aantasting. Een aangetaste boom moet zo snel mogelijk worden gekapt en gecontroleerd worden afgevoerd. Foto’s – links een aantasting waarbij het cambium ‘opbolt’. In het midden de duidelijke zwartgekleurde sporen.
Rechts een ernstig aangetaste es.
5. Eikenprocessierups Verloop – de eikenprocessierups (Thaumethopea processionea) is de rups van een nachtvlinder. In de periode mei t/m juli zijn deze behaarde rupsen op veel eiken in Nederland te vinden. De rupsen gaan ’s nachts (in processie) op zoek naar voedsel, de eikenbladeren. De ontwikkeling verloopt als volgt: een vrouwtjesvlinder zet rond augustus zo’n 250-300 eitjes af. De eitjes overwinteren en komen in april uit; 2 https://www.stigas.nl/agroarbo/sites/stigas.nl.agroarbo/files/2016/09/Bijlage-Gevaren-
van-de-roetschorsschimmel-versie-mei-2020.pdf 23
-
-
-
de rupsen komen uit het ei als er voldoende voedsel aanwezig is. De rupsen eten het eikenblad en vervellen. De ontwikkeling vindt plaats in zes larvale stadia (L1 t/m L6). In het 4e stadium ontstaan grote hoeveelheden brandharen. De brandharen worden afgeschoten bij gevaar, maar blijven ook achter in de nesten. De rupsen kunnen ook nesten in de grond vormen, bijvoorbeeld vanwege de beschutting of bij ‘overbevolking’. De rupsen verpoppen dan in de grond en kunnen daar meerdere jaren achterblijven. De nachtvlinders komen rond juli uit en vliegen tot september en zetten dan hun eitjes af.
Gevolg – de rupsen zijn vooral aanwezig op plaatsen met weinig natuurlijke vijanden, langs straten en lanen. Bij een zware aantasting kan een hele boom worden kaalgevreten. De afgeschoten brandharen kunnen op de huid, ogen of in de luchtwegen belanden. Dit kan ernstige jeuk of zelfs ontstekingen veroorzaken. De brandharen van de rups vormen zodoende een gevaar voor de volksgezondheid. De gevolgen voor eiken zijn gering. Foto’s – linksboven een close-up van de rupsen. Rechtsboven een nest met rupsen ‘in processie’ op zoek naar voedsel. Linksonder een nest met rupsen en rechtsonder de nachtvlinder.
24
Bijlage K.
APV-wijzigingen
Na vaststelling van het nieuwe Bomenplan moet de Algemene Plaatselijke Verordening worden aangepast. Onderstaande zaken worden meegenomen bij de eerstvolgende wijziging. Artikel Wijziging 4.11:1 Kapverbod De waardevolle bomenlijst en de link naar de interactieve kaart worden aangepast 4:12a Afstand tot de erfgrens Dit artikel wordt opnieuw toegevoegd. De gemeente kiest voor eventuele vermindering van de afstand tot de erfgrens tot minimaal 0,5 meter, uitsluitend voor gemeentelijke bomen n.v.t. (toevoeging) De nieuwe criteria voor de totstandkoming van de waardevolle bomenlijst worden toegevoegd als nieuw lid aan artikel 4:11 n.v.t. (toevoeging) De grens i.v.m. de Wet Natuurbescherming (bebouwde kom boswet) wordt vastgesteld volgens de begrenzing van de bebouwde kom verkeer.
25