Bijlage 9 Verkennend bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
APS - Milieu B.V.
Tappersweg 12E 2031 ET Haarlem Tel.: (023) 538 51 91 info@apsmilieu.nl www.apsmilieu.nl
Verkennend (water)bodemonderzoek R21-B900 concept Oosteindedriehoek Aalsmeer ‘gedeelte plangebied’
Opdrachtgever: Rotij Grondvast BV Postbus 252 7460 AG Rijssen januari 2022 NL52 RABO 0175 8032 77 NL44 INGB 0002 0722 15 KvK Haarlem: 34123303 BTW nr: 815463844B01
APS - Milieu B.V.
Inhoudsopgave 1 Inleiding .............................................................................................................................. 5 2 Vooronderzoek en onderzoeksstrategieën .......................................................................... 7 3 Uitvoering en toetsnormen ............................................................................................... 10 4 Onderzoeksresultaten, conclusies en aanbevelingen ........................................................ 12 5 Samenvatting van de aanbevelingen................................................................................. 15 6 Betrouwbaarheid ............................................................................................................... 16 Bijlage 1. Topografische kaart en kadastrale kaart.............................................................. 17 Bijlage 2. Toetsingskader Wbb en toetswaarden grond en grondwater .............................. 20 Bijlage 3. Toetsingswaarden waterbodem ........................................................................... 25 Bijlage 4. Toetsingskaders PFAS ........................................................................................ 30 Bijlage 5. Samenstellings- en emissiewaarden bouwstoffen ............................................... 35 Bijlage 6.
Asbestformulieren en legenda asbestberekeningen ........................................... 38 Bijlage 7. Tekeningen deellocaties ...................................................................................... 52 Bijlage 8. Onderzoeksresultaten per deellocatie.................................................................. 68 Bijlage 9. Toetstabellen grond en grondwater (Wbb) ....................................................... 154 Bijlage 10. Toetstabellen slib (Bbk) .................................................................................. 224 Bijlage 11. Referenties ...................................................................................................... 248 Bijlage 12. Boorprofielen alle deellocaties........................................................................ 250 Bijlage 13. Analysecertificaten ......................................................................................... 334
2
APS - Milieu B.V.
Samenvatting Soort onderzoek
Verkennend (water)bodemonderzoek incl. asbest
Aanleiding tot het onderzoek
Herontwikkeling
Projectcode
R21-B900
Opdrachtgever
Rotij Grondvast BV, Postbus 252. 7460 AG Rijssen
Locatiebenaming
Oosteindedriehoek Aalsmeer ‘gedeelte plangebied’
Coördinaten (midden locatie)
X: 115700 / Y: 477300
Oppervlakte
19,6 hectare
Te onderscheiden deellocaties Verdachte deellocaties incl. puntbronnen (A01 t/m A06) Dempingen (D01 t/m D04, D06, D07, D09, D14 en D15) Verharde terreindelen (V01 t/m V09). Overdachte terreindelen (B01) Sloten/watergangen (S01 t/m S11, S14 en S15) Aantal boringen 299 stuks waarvan 24 stuks afgewerkt met een peilbuis en 198 stuks tevens asbest-inspectiegat; 130 slib/waterbodemsteken Datum veldwerk 22 november t/m 17 december 2021 Aantal analyses
Onderzoeksresultaten
Grond (alle analyses inclusief lutum en organische stof): 38x standaardpakket+OCB, 47x standaardpakket, 4x zink, 8x koper, 19x PFAS Grond/puin: 44x asbest in grond/puin, 7x asbest in materiaal Grondwater: 10x standaardpakket+OCB, 14x standaardpakket+arseen Slib/waterbodem: 13x C2-pakket+PFAS Grond: Plaatselijk matig tot sterk verontreinigd met PAK, zink, lood. Verder maximaal licht verontreinigd. Grondwater: plaatselijk matig verontreinigd met arseen (natuurlijke oorsprong). Verder maximaal licht verontreinigd; Slib Middentocht: niet toepasbaar/verspreidbaar. Slib overige sloten wel toepasbaar/verspreidbaar. Asfalt: niet teerhoudend. Funderingsmateriaal: voldoet plaatselijk niet aan samenstelling/uitloging. Asbest in grond/puin: ter plaatse van enkele deellocaties gehalten asbest in grond/puin aangetroffen boven de norm voor nader onderzoek of interventiewaarde. Plaatselijk asbest op maaiveld aangetroffen.
3
APS - Milieu B.V.
Aanbevelingen
• • • •
Nader onderzoek naar matige tot sterke verontreinigingen met PAK, zink en lood (D09/V07). Verkennend of nader onderzoek naar asbest in grond/puin ter plaatse van A01 (2 RE, nader), A04 (10 RE, verkennend of nader), A05/V06/V07 (7 RE, nader). Eventueel aanwezig asbest op maaiveld (deellocaties A03 en gedeelte van B01) verwijderen door middel van handpicking. Verkennend (water)bodemonderzoek inclusief asbestonderzoek en onderzoek naar verhardingsmaterialen ter plaatse van de nog niet onderzochte terreindelen binnen het plangebied.
4
APS - Milieu B.V.
1 Inleiding In de periode november 2021 t/m januari 2022 heeft APS-Milieu in opdracht van Rotij Grondvast BV te Rijssen verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een gedeelte (19,6 hectare) van het plangebied ‘Oosteindedriehoek’ te Aalsmeer. Het onderzoek is uitgevoerd conform BRL SIKB 2000, protocol 2001 plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen, protocol 2002 het nemen van grondwatermonsters, protocol 2003 veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek en protocol 2018 locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem. APS-Milieu verklaart dat er geen andere relaties bestaan met de opdrachtgever van het bodemonderzoek anders dan die van opdrachtgever versus opdrachtnemer. Onderstaande verklaren de veld- en/of rapportagewerkzaamheden conform de geldende normen en onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd. Naam: Onderzoeksbureau: Certificaatnummer: Ondertekening:
Dhr. G. Baars APS-Milieu B.V. VB-028
Naam: Onderzoeksbureau: Certificaatnummer: Ondertekening:
Dhr. J.W. Munneke APS-Milieu B.V. VB-028
Naam: Onderzoeksbureau: Certificaatnummer: Ondertekening:
Dhr. S.E. Kroon APS-Milieu BV VB-028
Naam: Onderzoeksbureau: Certificaatnummer: Ondertekening:
Dhr. A. Haan APS Milieu B.V. VB-028
5
APS - Milieu B.V.
Naam: Onderzoeksbureau: Certificaatnummer: Ondertekening:
Rapportage 2000 Naam: Onderzoeksbureau: Ondertekening:
Dhr. D. Holtjer DH Veldwerk NC-SIK-20347
Mevr. W. Berrevoets APS-Milieu B.V.
Rapportage vrijgegeven door: Naam: Ing. J.J. de Vlieger Onderzoeksbureau: APS-Milieu B.V. Certificaatnummer: VB-028 Ondertekening:
6
APS - Milieu B.V.
2 Vooronderzoek en onderzoeksstrategieën Het plangebied ‘Oosteindedriehoek te Aalsmeer’ heeft een oppervlakte van circa 26,6 hectare. De ligging van het plangebied is aangegeven op de topografische kaart in bijlage 1a. In onderstaande tabel 2.1 zijn de kadastrale percelen binnen het plangebied opgenomen. Op de kadastrale kaart in bijlage 1b is het plangebied en de situering van de kadastrale percelen weergegeven. Tabel 2.1 - Kadastrale percelen plangebied met oppervlakten en opmerkingen Kadastraal nummer ‘Aalsmeer, Sectie B’ 3291 3690 3818 4194 4311 4336 4338 5220 5824 5825 5928 5929 6086 6159 6160 6458 6483 6484 6485 6486 6487 6488 6489 6490 6491 6492 6493 6494 6496 6528 6529 6652 7350 7352 7354 7409 7411 8458 Oppervlakte plangebied
Oppervlakte perceel (m2) 9590 9857 9523 2317 486 16183 5465 4210 70 4871 650 15613 195 3630 15625 2194 22917 240 1246 2323 3194 3273 3404 405 1525 4371 95 6716 12768 7530 12000 17240 17450 17590 17220 17535 9869 3870
Oppervlakte binnen plangebied (m2) 9590 7700 9523 2317 486 14183 5465 4210 70 4871 650 14639 195 1480 15625 2194 22917 240 1246 2323 3194 3273 3404 0 0 4371 95 6716 12768 7530 10000 14760 17450 17590 17220 17535 9869 800 26,6 hectare
Opmerkingen
Geen adres Geen adres, geen toestemming voor onderzoek Geen adres Geen adres, volledig waterbodem (middentocht) Geen adres Aalsmeerderweg 370-kwek t/m 374A Geen adres; geen toestemming voor onderzoek Geen adres; geen toestemming voor onderzoek Geen adres; geen toestemming voor onderzoek Geen adres; geen toestemming voor onderzoek Geen adres Geen adres Geen adres; geen toestemming voor onderzoek Aalsmeerderweg 362 t/m 364 Aalsmeerderweg 364-kwek Geen adres, volledig waterbodem (middentocht) Legmeerdijk 161-kwek Geen adres Geen adres; geen toestemming voor onderzoek Geen adres Geen adres, geen toestemming voor onderzoek Geen adres Geen adres Geen adres; geen toestemming voor onderzoek Legmeerdijk 147, geen toestemming voor onderzoek Legmeerdijk 147-kwek; geen toestemming voor onderzoek Geen adres; geen toestemming voor onderzoek Geen adres; geen toestemming voor onderzoek Geen adres; geen toestemming voor onderzoek Geen adres Aalsmeerderweg 358 Aalsmeerderweg 368-kwek, geen toestemming voor onderzoek Geen adres Geen adres Geen adres Geen adres Aalsmeerderweg 344 Geen adres, volledig waterbodem (Middentocht) Toestemming voor onderzoek: 19,6 hectare
Onderhavig verkennend onderzoek richt zich op de 19,6 hectare waarvoor momenteel toestemming voor onderzoek is. Op de kaart in bijlage 1b is aangegeven voor welke percelen geen toestemming voor onderzoek is.
7
APS - Milieu B.V.
Het vooronderzoek conform de NEN5725 is uitgevoerd in juli 2021: Oosteindedriehoek te Aalsmeer, vooronderzoek (water-)bodem, opdrachtgever: Rotij Grondvast BV, projectnummer RSD002, rapportnummer MIL21-113. De versie van deze rapportage die gedateerd is op 26 augustus 2021 is door de opdrachtgever aan ons ter beschikking gesteld. In een later stadium (na afronding van de veldwerkzaamheden van onderhavig verkennend onderzoek) is een nieuwe versie beschikbaar gekomen (22 december 2021). Door Kragten is aangegeven dat in de nieuwe versie de verdachte deellocaties zijn benoemd en opgenomen in een kaartje, een gronddepot specifiek benoemd is en dat bij PFAS 1 is opgenomen dat er aanwijzingen zijn voor verhoogde gehalten PFAS bij glastuinbouw. Het gronddepot is in onderhavig verkennend onderzoek aangetroffen en separaat (indicatief) onderzocht als onderdeel van deellocatie B01 (grootschalig onverdacht). Analyses op PFAS ter plaatse van de (voormalige) kassen zijn aanvullend uitgevoerd. De contouren van de verdachte deellocaties in onderhavig onderzoek komen vrijwel overeen met de contouren die door Kragten zijn aangegeven. Uit het historisch onderzoek blijkt dat het plangebied grotendeels in gebruik is (geweest) als tuinbouwgebied (kassen), akker of weiland. Tevens zijn watergangen, sloten, dempingen, verhardingen en diverse schuren/loodsen aanwezig (geweest).
Op basis van de verzamelde informatie zijn potentieel verdachte puntlocaties en verdachte en onverdachte deellocaties binnen het plangebied gedefinieerd. De voor onderhavig verkennend bodemonderzoek relevante informatie is per deellocatie opgenomen in bijlage 8. Voor detailinformatie wordt verwezen naar de rapportage van het historisch onderzoek. In navolgende tabel 2.2 staan de onderzochte deellocaties met bijhorende oppervlakte/lengte met bijhorende onderzoeksstrategie weergegeven. Bijlage 7a betreft een overzichtskaart met de situering van de deellocaties.
1
PFAS = Per- en PolyFluorAlkylStoffn
8
APS - Milieu B.V.
Tabel 2.2 - Deellocaties met oppervlakte/lengte en onderzoekstrategieën Deellocatie Oppervlakte/Lengte Verdachte deellocaties A01 5.720 m2 A02 4.000 m2 A03 4.535 m2 A04 23.000 m2 A05 17.000 m2 A06 8.500 m2 Onverdachte terreindelen B01
13,3 hectare
Onderzoekstrategieën
Bovengrond en grondwater: NEN5740-VED-HE-NLa Bovengrond: PFAS, indicatief Ondergrond: NEN5740-ONV-NLb Grond/puin: NEN5707/NEN5897-VED-HE Puntbronnen: gericht onderzoek grond/grondwater Grond en grondwater NEN5740-ONV-GR-NLc Bovengrond:PFAS, indicatief Grond: Alleen asbestonderzoek NEN5707 of indicatief bij aantreffen asbestverdacht materiaal op maaiveld of in de bodem.
Verhardingen* V01 2.100 m2 V02 750 m2 V03 390 m2 Asfalt: CROW publicatie 210 V04 500 m2 Funderings-/verhardingsmateriaal: samenstelling/uitloging (indicatief) en asbest V05 600 m2 (NEN5707/NEN5897 of indicatief) 2 V06 400 m Grond: NEN5740-VED-HE-NL 2 V07 320 m V08 500 m2 V09 500 m2 Dempingen* D01 90 m2 Grond: NEN5740-VED-HE-NL (onderzoek in combinatie met A02) D02 700 m2 Grond: verificatie-onderzoek D03 700 m2 Bovengrond: NEN5707-VED-HE 2 D04 700 m D06 700 m2 D07 640 m2 D09 400 m2 Grond: NEN5740-VED-HE-NL D14 250 m2 D15 200 m2 Watergangen S01 345 m1 S02 389 m1 S03 245 m1 S04 200 m1 S05 165 m1 S06 350 m1 Slib/waterbodem: NEN5720 – OLNd S07 500 m1 Slib/waterbodem: PFAS, indicatief 1 S08 175 m S09 280 m1 S10 135 m1 S11 150 m1 S14 30 m1 S15 160 m1 * Grondwateronderzoek in combinatie met verdachte deellocaties (A) en onverdachte terreindelen (B) a VED-HE-NL = Onderzoeksstrategie voor een verdachte diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming. b ONV-NL= Onderzoeksstrategie voor een onverdachte, niet lijnvormige locatie c ONV-GR-NL = Onderzoeksstrategie voor een grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie d OLN = Onderzoeksstrategie voor overig water, lintvormig, normale onderzoeksinspanning
9
APS - Milieu B.V.
3 Uitvoering en toetsnormen Het veldwerk bestond uit het uitvoeren van boringen, het graven van asbestinspectiegaten, het plaatsen van peilbuizen, het nemen van grond-, slib- en grondwatermonsters en monstername van de diverse verhardingsmaterialen. Van alle boringen is een boorbeschrijving gemaakt conform de NEN-5104 (bijlage 12). De situering van de boring is weergegeven op de locatietekeningen in bijlage 7. De monsternemingsplannen en monsternameformulieren asbest zijn opgenomen in bijlage 6. Het grondwater is minimaal een week na plaatsing van de filters bemonsterd. In het veld is de grondwaterstand ingemeten en zijn de geleidbaarheid, pH en de troebelheid van het grondwater bepaald. De monsters zijn gekoeld getransporteerd en opgeslagen. De in het veld genomen monsters zijn ter analyse aangeboden aan het door de RvA (Raad voor Accreditatie) geaccrediteerde laboratorium Al-West te Deventer. De analyseresultaten van grond, waterbodem (geen slib) en grondwater zijn getoetst aan de meest recente versie van de AW2000- en Interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering en de Regeling bodemkwaliteit, waarbij de gemeten waarden voor grond zijn omgerekend volgens het gehalte organisch stof en kleidelen (lutum).
Tevens zijn de analyseresultaten getoetst aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) om een indicatie te krijgen van de bodemfunctieklasse en de hergebruikmogelijkheden van de grond. Het toetsingskader Wbb (Wet bodembescherming) en de normen van het Bbk zijn opgenomen in bijlage 2. In bijlage 3 zijn de toetsnormen voor baggerspecie (slib) opgenomen voor de volgende hergebruikmogelijkheden: T1 – toepassen op of in landbodem T3 – toepassen op of in oppervlaktewater T5 – verspreiden op aangrenzend perceel T6 – verspreiden in zoet oppervlaktewater Opgemerkt wordt dat in onderhavige rapportage alleen T1 en T5 worden beschreven. De toetsingen T3 en T6 zijn wel uitgevoerd, maar worden niet beschreven in bijlage 8. De toetsingswaarden voor PFAS zijn opgenomen in bijlage 4. Dit betreffen de toetsingswaarden uit het landelijk Handelingskader (versie december 2021, toetsing hergebruik), uit de Beleidsregel Aalsmeer 2020 (toetsing hergebruik) en uit de beleidsregel PFAS Noord-Holland 2019 (toetsing Wbb).
10
APS - Milieu B.V.
De analyseresultaten van het asfalt zijn getoetst aan de normen uit de CROW, publicatie 210. Asfalt wordt als teerhoudend aangemerkt wanneer het een gehalte PAK boven de 75 mg/kg bevat. In bijlage 5 zijn de samenstellings- en emissiewaarden voor bouwstoffen uit de Regeling bodemkwaliteit opgenomen. De analyseresultaten van het funderingsmateriaal worden (indicatief) getoetst aan deze waarden.
11
APS - Milieu B.V.
4 Onderzoeksresultaten, conclusies en aanbevelingen De relevante historische informatie, de analyseprogramma’s, en overzichten van de getoetste analyseresultaten van de diverse matrices zijn per deellocatie opgenomen in bijlage 8. Tevens bevat bijlage 8 beschrijvingen van de onderzoeksresultaten per deellocatie. Locatietekeningen met boorpunten van de deellocaties zijn opgenomen in bijlage 7. In de bijlagen 9, 10, 12 en 13 zijn respectievelijk de toetstabellen grond en grondwater (Wbb), de toetstabellen slib (Bbk), de boorprofielen en de analysecertificaten van alle deellocaties opgenomen. In deze paragraaf worden de onderzoeksresultaten samengevat per matrix en/of stof(groep) en worden aanbevelingen gedaan voor nader onderzoek. Bestrijdingsmidden (OCB) in grond en grondwater Bestrijdingsmiddelen in grond en grondwater zijn onderzochte ter plaatse van de verdachte deellocaties ([voormalige] kassen inclusief puntbronnen) en ter plaatse van de dempingen. Uit het onderzoek blijkt dat OCB maximaal in licht verhoogde gehalten in de grond aanwezig zijn. In het grondwater is slechts ter plaatse van één deellocatie (A01) een lichte verontreiniging met bestrijdingsmiddelen (dieldrin) in het grondwater aangetroffen. Nader onderzoek naar de lichte verontreinigingen met bestrijdingsmiddelen in grond en grondwater is niet noodzakelijk.
Aandachtspunt is dat de grond wat betreft hergebruik plaatselijk indicatief wordt ingedeeld in de klasse ‘niet toepasbaar’. Wanneer deze ‘niet toepasbare grond’ ontgraven wordt, is eventueel aanvullend onderzoek gewenst om de hergebruikmogelijkheden nader te bepalen. Standaard parameters (PAK, PCB, zware metalen, minerale olie) in grond Ter plaatse van de noordelijke delen van deellocatie D09 (demping) en V07 (verharding), op de grens van de percelen B5928/B5929 en B4336, zijn matige tot sterke verontreinigingen met PAK, zink en lood in de bovengrond (traject 0-0,5 m-mv) aangetroffen. Deze verontreinigingen behoeven nader onderzoek naar de ernst en omvang van deze verontreinigingen. Omdat voor perceel B5928 (nog) geen toestemming is voor onderzoek, wordt aanbevolen dit onderzoek uit te voeren wanneer perceel B5928 ook onderzocht kan worden. Ter plaatse van de overige onderzochte locatiedelen (verdachte en onverdachte locaties, dempingen en verhardingen) zijn in de grond maximaal lichte verontreinigingen met de onderzochte parameters aangetroffen. Deze lichte verontreinigingen behoeven geen nader onderzoek.
12
APS - Milieu B.V.
Standaard parameters (zware metalen, VAK, VOCl, minerale olie) in grondwater Het grondwater ter plaatse van peilbuis B01-11 is matig verontreinigd met arseen. Deze verhoogde concentratie zal van nature in het grondwater aanwezig zijn en behoeft geen nader onderzoek. In het overige onderzochte grondwater (verdachte en onverdachte deellocaties) zijn maximaal lichte verontreinigingen in het grondwater aangetroffen. Deze lichte verontreinigingen behoeven geen nader onderzoek. PFAS in grond Op basis van PFAS wordt de onderzochte grond (deellocaties A01 t/m A05 en B01) als ‘niet verontreinigd’ of ‘verontreinigd, maar bodemsanering is niet noodzakelijk’ aangemerkt. Wat betreft hergebruik is de grond toepasbaar (Beleid Aalsmeer, Toepasbaar of Vrij toepasbaar en Handelingskader, toepasbaar landbouw/natuur, wonen en/of industrie). Nader onderzoek naar PFAS in grond is derhalve niet noodzakelijk. C2-pakket en PFAS in slib/waterbodem Ter plaatse van de sloten S03 en S04 is geen slib aangetroffen; de vaste waterbodem bevat enkele lichte verontreinigingen en is niet verontreinigd met PFAS. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Het slib ter plaatse de Middentocht (deellocatie S07) wordt wat betreft PFAS aangemerkt als ‘niet toepasbaar op landbodem’ (Handelingskader) en ‘niet verspreidbaar op aangrenzend perceel’ (Beleid Aalsmeer en Handelingskader).
Wat betreft het C2-pakket is het slib uit de ‘Middentocht’ wel toepasbaar (klasse industrie) of verspreidbaar. Het slib uit de overige onderzochte sloten wordt voor ‘toepassen op landbodem’ op basis het C2-pakket ingedeeld in de klasse ‘altijd toepasbaar’ of ‘industrie’, en op basis van PFAS in de klasse ‘vrij toepasbaar’ (Beleid Aalsmeer) of ‘landbouw/natuur, wonen en/of industrie’ (Handelingskader). Het ‘verspreiden op aangrenzend perceel’ is toegestaan (C2 en PFAS, Beleid Aalsmeer en Handelinkgskader). Asbest in grond/puin Ter plaatse van de volgende deellocaties is asbest aangetroffen in grond en/of puin: Deellocatie A01 – In de grond van het noordelijk deel (2.000 m2 = 2 RE 2) is een gehalte van 93 mg/kg ds asbest aangetoond; deze verontreiniging behoeft nader onderzoek. Ter plaatse van de overige locatiedelen van A01 is geen asbest in grond aangetoond en is nader onderzoek niet noodzakelijk. Deellocatie A03 – Op het maaiveld (noordelijk deel perceel B7409) zijn stukjes asbesthoudend materiaal aangetroffen. In de grond is geen asbest aangetoond. Nader onderzoek ter plaatse van deellocatie A03 is niet noodzakelijk. Wel wordt aanbevolen eventueel nog aanwezig asbest op maaiveld via handpicking te verwijderen. Deellocatie A04 – In verband met de betonverharding is het asbestonderzoek plaatselijk indicatief uitgevoerd.
Uit het indicatief onderzoek blijkt dat plaatselijk een gehalte van 46 mg/kg ds asbest wordt aangetroffen. Verkennend of nader onderzoek naar asbest in grond is noodzakelijk ná het verwijderen van de betonverharding (10.000 m2 = 10 RE).
2
RE = Ruimtelijk Eenheid (t.b.v. onderzoek)
13
APS - Milieu B.V.
Deellocatie A05 incl. V06 en V07 – Ter plaatse van A05 zijn plaatselijk gehalten asbest in grond (138-736 mg/kg ds) boven de interventiewaarde aangetoond. Ter plaatse van deellocatie V06 is in de grond een gehalte asbest (56 mg/kg ds) boven de norm voor nader onderzoek aangetroffen en ter plaatse van het verharde deel V07 zijn gehalten asbest in puin (1088-2816 mg/kg ds) ruim boven de interventiewaarde aangetroffen. Deze verontreinigingen behoeven nader onderzoek (7.000 m2 = 7 RE). Deellocatie B01 - Op het maaiveld van het noordwestelijk deel zijn stukjes asbest aangetroffen. In de grond is plaatse asbest aangetoond, maar de aangetroffen gehalten liggen onder de norm voor nader onderzoek. Nader onderzoek ter plaatse van deellocatie B01 is niet noodzakelijk. Wel wordt aanbevolen eventueel nog aanwezig asbest op maaiveld via handpicking te verwijderen. Deellocatie V02 – In het puin is 45 mg/kg ds asbest aangetoond. Dit gehalte ligt onder de norm voor nader onderzoek. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Ter plaatse van de overige deellocaties waar onderzoek naar asbest in grond/puin is uitgevoerd, is geen asbest aangetroffen. PAK in asfalt Het onderzochte asfalt (deellocaties V01, V04, V05, V08) blijkt niet teerhoudend.
Samenstelling en uitloging funderingsmaterialen Het funderingsmateriaal ter plaatse van locatie V04 (perceel B6529) voldoet, op basis van antimoon, niet aan de samenstellings-/emissiewaarden. Het overige onderzochte funderingsmateriaal voldoet wel aan de samenstellings- en emissiewaarden (indicatief onderzoek). Opgemerkt wordt dat niet alle verhardingsmaterialen indicatief onderzocht zijn. Ter plaatse van de deellocaties A02/D01, V02 en V03 is het verhardingsmateriaal (puin, repac) niet onderzocht.
14
APS - Milieu B.V.
5 Samenvatting van de aanbevelingen Op basis van de onderzoeksresultaten van onderhavig onderzoek wordt aanbevolen de volgende aanvullende werkzaamheden uit te voeren: • Nader onderzoek naar de ernst en omvang van de matige tot sterke verontreinigingen met PAK, zink en lood in de bovengrond (traject 0-0,5 m-mv) ter plaatse van het noordelijk deel van D09/V07. Aanbevolen wordt dit onderzoek uit te voeren wanneer perceel B5928 ook onderzocht kan worden. • Uitvoeren nader onderzoek naar asbest in grond ter plaatse van het noordelijk deel van A01 (2 RE). • Uitvoeren verkennend of nader onderzoek naar asbest in grond na verwijdering van de betonverharding van deellocatie A04 (10 RE). • Uitvoeren nader onderzoek naar asbest in grond/puin ter plaatse van A05/V06/V07 (7 RE). • Eventueel aanwezig asbest op maaiveld (deellocaties A03 en gedeelte van B01) verwijderen door middel van handpicking. • Verkennend (water)bodemonderzoek inclusief asbestonderzoek en onderzoek naar verhardingsmaterialen ter plaatse de kassen op deellocatie A06 en ter plaatse van de overige nog niet onderzochte terreindelen binnen het plangebied. Aandachtspunt is dat de grond wat betreft hergebruik op basis van bestrijdingsmiddelen plaatselijk indicatief wordt ingedeeld in de klasse ‘niet toepasbaar’.
Wanneer deze ‘niet toepasbare grond’ ontgraven wordt, is eventueel aanvullend onderzoek gewenst om de hergebruikmogelijkheden nader te bepalen.
15
APS - Milieu B.V.
6 Betrouwbaarheid Bodemonderzoeken worden door APS-Milieu op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de daartoe bestaande normen (protocollen) en gangbare inzichten. Indien in opdracht van de klant, en eventueel in overleg met het bevoegde gezag, is afgeweken van de gangbare normen en/of protocollen van onderzoek, dan wordt dit in de rapportage uitdrukkelijk vermeld. APS-Milieu aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de gevolgen die deze afwijkingen kunnen hebben voor de kwaliteit en betrouwbaarheid van het onderzoek. Alle door de veldwerker uitgevoerde metingen (locatietekening, grondwaterstanden, laagdikte, enz.) zijn alleen van toepassing op het bodemonderzoek en kunnen niet dienen als basis voor exacte maatvoering van een bouwproject en/of andere doeleinden. Maar ook indien conform de protocollen wordt gewerkt blijven er enige beperkingen van kracht, met betrekking tot de betrouwbaarheid van de resultaten van dit onderzoek. a. Kwaliteit van het vooronderzoek Een bodemonderzoek wordt uitgevoerd op basis van een vooronderzoek. Een dergelijk vooronderzoek bestaat uit het verzamelen van (historische) gegevens over de locatie, een inspectie van de locatie en verzamelen van gegevens over bodemopbouw en hydrologie. Indien belangrijke feiten over de locatie niet worden achterhaald, bestaat de kans dat de hypothese en de strategie van het onderzoek niet voldoen.
Het onderzoek geeft dan onvoldoende informatie en is dus minder bruikbaar of betrouwbaar. APS-Milieu acht zich niet aansprakelijk voor de gevolgen van onvolledig of onjuist opgegeven informatie in het kader van het vooronderzoek. b. Restrisico De monsterdichtheid welke de protocollen voorschrijven heeft tot gevolg dat kleine verontreinigingskernen kunnen worden gemist. Dit beperkte restrisico wordt aanvaardbaar geacht, omdat de kosten van bodemonderzoek anders te hoog zouden oplopen. APS-Milieu acht zich niet aansprakelijk voor dergelijke normale restrisico’s. c. Veroudering De onderzoeksresultaten vormen slechts een momentopname. De resultaten en conclusies kunnen verouderen door drie oorzaken: • Er wordt nieuwe verontreiniging toegevoegd aan de locatie. • Bestaande verontreiniging is mobiel en verspreidt zich verder. • De normstelling door de overheid verandert. APS-Milieu acht zich niet aansprakelijk voor de gevolgen van veroudering van de rapportage. 16
APS - Milieu B.V.
Bijlage 1. Topografische kaart en kadastrale kaart 1A. Topografische kaart met ligging onderzoekslocatie 1B. Kadastrale kaart met ligging onderzoekslocatie
17
Bijlage 1A - Regionale ligging R21-B900
=
ligging onderzoekslocatie Oosteindedriehoek Aalsmeer
APS - Milieu B.V.
Bijlage 2. Toetsingskader Wbb en toetswaarden grond en grondwater
20
APS - Milieu B.V.
Toetsingskader bodemverontreiniging (Wet bodembescherming – Wbb) De kwaliteit van de bodem wordt getoetst aan streef/AW2000- en interventiewaarden. De toetsing betreft enerzijds de grond (landbodem) of het sediment (waterbodem), en anderzijds het grondwater. Voor grond/sediment moeten deze waarden worden gerelateerd aan de zogenaamde standaardbodem. Dit is een bodem met 10% organisch stof (humus) en 25% kleideel (lutum). Deze bodemcomponenten hebben namelijk de eigenschap verontreinigingen vast te leggen, en hun verspreiding te verhinderen. De gemeten concentraties aan verontreiniging moeten dan ook altijd teruggerekend worden naar standaardbodem aan de hand van de aan deze bodem bepaalde gehalten lutum en humus. Hiervoor zijn standaardformules in gebruik. Voor grondwater geldt een dergelijke omrekening niet. De Streefwaarden/AW2000 worden afgeleid en vastgesteld binnen het INS-proces. De Interventiewaarden zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering (VROM 2013). Streefwaarde/AW2000 (S/AW2000-waarde) De streefwaarde/AW2000 wordt voor Organische stoffen gesteld op een honderdste deel van de MTR (maximaal toelaatbaar risico) van de betreffende stof. Voor metalen wordt de streefwaarde/AW2000 bepaald door de Natuurlijke achtergrondconcentratie op te tellen bij een honderdste deel van de MTR voor het betreffende metaal.
In de praktijk treden in door menselijk handelen beïnvloede bodemlagen overschrijdingen op tengevolge van langdurige diffuse belasting. In die gevallen is sprake van lokaal verhoogde “achtergrondwaarden”. Door veel gemeenten worden deze momenteel geïnventariseerd en wettelijk vastgelegd. Voor het saneringscriterium van oude verontreinigingen (voor 1987) zijn de achtergrondwaarden de ondergrens voor de saneringsdoelstelling. Ook voor grondverzet is de achtergrondwaarde en niet de streefwaarde doorslaggevend. Een verontreiniging boven de streefwaarden wordt “licht” genoemd. Tussenwaarde (T-waarde=(I+S)/2) De tussenwaarde, dat is de helft van de som van streef/AW2000- en interventiewaarde, speelt een rol in een aantal toetsingen. Indien bij een verkennend onderzoek een concentratie boven de tussenwaarde wordt gemeten, is er doorgaans aanleiding voor het uitvoeren van een nader onderzoek. Verkennend onderzoek dient slechts om de aan- of afwezigheid van verontreiniging aan te tonen. Bij verontreiniging boven de tussenwaarde wordt de kans reëel geacht dat bij nader onderzoek concentraties boven de interventiewaarde worden vastgesteld. Verder speelt de tussenwaarde een rol bij de risicoanalyses van een urgentiebepaling. Een verontreiniging boven de tussenwaarde wordt “matig” genoemd.
21
APS - Milieu B.V.
Interventiewaarde (I-waarde) De interventiewaarde is een concentratie waarbij er potentiële risico’s kunnen optreden voor de volksgezondheid of de ecologie. Het gaat hier dus om een risico grenswaarde. Een verontreiniging boven de interventiewaarde wordt “sterk” genoemd. Bij meer dan 10 x de interventiewaarde spreekt men vaak van een “zeer sterke verontreiniging”. Indien meer dan 25 m3 grond, of meer dan 100 m3 bodemvolume met grondwater, ernstig is verontreinigd, spreekt men bij oude verontreinigingen (bedoeld wordt meestal van vóór 1987) van een “ernstig geval van bodemverontreiniging”. Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging Voor een aantal stoffen zijn geen interventiewaarden vastgesteld, maar “indicatieve niveaus van ernstige verontreiniging”. Dit is het geval als er nog geen betrouwbare meetvoorschriften voorhanden zijn, of als de risicobeoordeling van de stof nog onvoldoende is getoetst. Ernst en urgentie van gevallen van bodemverontreiniging Met het in werking treden van de Wet Bodembescherming (Wbb) in 1987 is een onderscheid gemaakt tussen “bestaande gevallen van bodem verontreiniging” en “nieuwe gevallen van bodemverontreiniging”. Voor nieuwe gevallen kent de wet een duidelijke regeling: deze moeten worden opgeruimd (zorgplicht). Dit betekent dat de oude situatie moet worden hersteld, voor zover dat redelijkerwijze technisch mogelijk is (ALARA-principe).
Soms is de oude situatie vastgelegd middels een “nulsituatieonderzoek”. Voor oude (“bestaande”) gevallen is een speciale regeling ontworpen, de “saneringsregeling Wbb”. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen “ernstige” en “niet-ernstige” gevallen van verontreiniging. Er is sprake van een ernstig geval als er meer dan 25 m3 bodem boven de interventiewaarde is verontreinigd, of indien het grondwater van 100 m3 bodemvolume boven de interventiewaarde is verontreinigd. Pas als er sprake is van een ernstig geval, moet er op enig tijdstip gesaneerd worden. Vervolgens wordt de urgentie van het geval beoordeeld. Dit gebeurt middels een risicoanalyse voor mens, natuur en verspreiding. Indien een geval urgent is, wordt een saneringstijdstip opgelegd. Saneringsdoelstelling Nieuwe gevallen van verontreiniging moeten op grond van de wet teruggesaneerd worden naar de oude situatie. Soms is deze vastgelegd in een zogenaamd “nulsituatie onderzoek”. In andere gevallen wordt verondersteld dat de lokale achtergrond de oorspronkelijke situatie was. Oude gevallen van verontreiniging moesten tot voor kort teruggesaneerd worden naar multifunctionele (schone) bodem, tenzij de kosten hiervan veel te hoog dreigden op te lopen. In dat geval kon de verontreiniging ook “ingepakt” worden (IBC: Isoleren, beheersen en controleren).
In het kader van de zogenaamde BEVER-operatie verschuift het beleid naar “functioneel saneren”: de bodem moet worden teruggesaneerd zodat ze geschikt is voor de voorgenomen gebruiksfunctie. Hierbij moet wel worden aangetekend dat als de functie later wijzigt, aanvullende sanering noodzakelijk kan worden. De minimale terugsaneerwaarden bij functionele saneringen worden vastgesteld op basis van risicoanalyses.
22
APS - Milieu B.V.
Normwaarden grond conform de Wet Bodembescherming AW
WO
IND
I
BESTRIJDINGSMIDDELEN Hexachloorbenzeen (HCB) Hexachloorbutadieen alfa-HCH beta-HCH gamma-HCH Heptachloor Heptachloorepoxide Aldrin DDE (som) DDD (som) DDT (som) alfa-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,0085 0,003 0,001 0,002 0,003 0,0007 0,002
0,027
1,4
2
0,001 0,002 0,04 0,0007 0,002
0,5 0,5 0,5 0,1 0,1
0,1 0,02 0,2 0,0009 0,002 0,015 0,4
0,13 0,84 0,2 0,0009 0,002 0,04
1,3 34 1 0,1 0,1 0,14
17 1,6 1,2 4 4 0,32 2,3 34 1,7 4 4 4
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)
mg/kg ds
0,02
0,04
0,5
1
METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Kwik Lood
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
15 35 40 140 1,5 0,6 0,15 50
35 39 54 200 88 1,2 0,83 210
190 100 190 720 190 4,3 4,8 530
190 100 190 720 190 13 36 530
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40
mg/kg ds
190
190
500
5000
PAK PAK 10 VROM
mg/kg ds
40
40
AW = Achtergrondwaarde W = Wonen IND = Industrie I = Interventiewaarde
23
1,5
6,8
APS - Milieu B.V.
Normwaarden grondwater conform de Wet Bodembescherming S
AROMATISCHE VERBINDINGEN Benzeen Ethylbenzeen Tolueen Xylenen (som) Styreen (Vinylbenzeen) Som 16 Aromatische oplosmiddelen
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
0,2 4 7 0,2 6
BESTRIJDINGSMIDDELEN alfa-HCH beta-HCH gamma-HCH Heptachloor Heptachloorepoxide Aldrin Dieldrin Endrin alfa-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) DDT/DDE/DDD (som) HCHs (som, STI-tabel) Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin)
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
0,033 0,008 0,009 5E-06 5E-06 9E-06 0,0001 4E-05 0,0002 2E-05 4E-06 0,05
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN Dichloorpropaan µg/l cis + trans-1,2-Dichlooretheen µg/l 1,1-Dichlooretheen µg/l Dichloormethaan µg/l Trichloormethaan (Chloroform) µg/l Tribroommethaan (bromoform) µg/l Tetrachloormethaan (Tetra) µg/l 1,1-Dichloorethaan µg/l 1,2-Dichloorethaan µg/l 1,1,1-Trichloorethaan µg/l 1,1,2-Trichloorethaan µg/l Trichlooretheen (Tri) µg/l Tetrachlooretheen (Per) µg/l Vinylchloride µg/l
0,01 7 7 0,01 0,01 24 0,01 0,01
METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood
20 15 15 65 5 0,4 50 0,05 15
S Diep
150
I 30 150 1000 70 300
0,3 3
5 0,2 0,01 1 0,1
0,8 0,01 0,01 0,01 6
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
Indicatief
80 20 10 1000 400 630 10 900 400 300 130 500 40 5 0,7 2,1 1,3 24 3,6 0,06 200 0,01 1,7
100 75 75 800 300 6 625 0,3 75
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40 µg/l
50
600
PAK Naftaleen
0,01
70
µg/l
S = Streefwaarde I = Interventiewaarde
24
APS - Milieu B.V.
Bijlage 3. Toetsingswaarden waterbodem
25
APS - Milieu B.V.
Tabel - Normwaarden (mg/kg) conform Regeling Besluit Bodemkwaliteit T1, toepassen op of in landbodem AW
BESTRIJDINGSMIDDELEN Hexachloorbutadieen alfa-HCH beta-HCH gamma-HCH Heptachloor Heptachloorepoxide Aldrin DDE (som) DDD (som) DDT (som) alfa-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,003 0,001 0,002 0,003 0,0007 0,002
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) Pentachloorbenzeen (QCB) Hexachloorbenzeen (HCB) Pentachloorfenol (PCP)
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
METALEN Chroom Kobalt Nikkel Koper Zink Arseen Molybdeen Cadmium Kwik Lood
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
55 15 35 40 140 20 1,5 0,6 0,15 50
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40
mg/kg ds
190
PAK PAK 10 VROM
mg/kg ds
IND
I
0,001 0,002 0,04 0,0007 0,002
0,5 0,5 0,5 0,1 0,1
0,1 0,02 0,2 0,0009 0,002 0,015 0,4
0,13 0,84 0,2 0,0009 0,002 0,04
1,3 34 1 0,1 0,1 0,14
17 1,6 1,2 4 4 0,32 2,3 34 1,7 4 4 4
0,02 0,0025 0,0085 0,003
0,04 0,0025 0,027 1,4
0,5 5 1,4 5
1 6,7 2 12
62 35 39 54 200 27 88 1,2 0,83 210
180 190 100 190 720 76 190 4,3 4,8 530
180 190 100 190 720 76 190 13 36 530
190
500
5000
40
40
1,5
26
WO
6,8
APS - Milieu B.V.
Tabel - Normwaarden (mg/kg) conform Regeling Besluit Bodemkwaliteit T3, toepassen op of in oppervlaktewater ETW
AW
A
BESTRIJDINGSMIDDELEN Hexachloorbutadieen alfa-HCH beta-HCH gamma-HCH Isodrin Telodrin Heptachloor Heptachloorepoxide Aldrin Dieldrin Endrin alfa-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) DDT/DDE/DDD (som) HCHs (som, STI-tabel) Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) Som 23 Organochloorhoud. bestrijdingsm
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,003 0,001 0,002 0,003 0,001 0,0005 0,0007 0,002 0,0008 0,008 0,0035 0,0009 0,002 0,3 0,01 0,015 0,4
0,0075 0,0012 0,0065 0,003
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) Chloorbenzenen (som) Chloorfenolen (som ) Pentachloorbenzeen (QCB) Hexachloorbenzeen (HCB) Pentachloorfenol (PCP) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,02 2 0,2 0,0025 0,0085 0,003 0,0015 0,002 0,0015 0,0045 0,004 0,0035 0,0025
0,139
METALEN Chroom Kobalt Nikkel Koper Zink Arseen Molybdeen Cadmium Kwik Lood
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40
mg/kg ds
PAK PAK 10 VROM
mg/kg ds
180 130 100 113 430 42 105 4,3 4,8 308
0,3 0,01 0,015
0,007 0,044 0,016 0,014 0,015 0,023 0,016 0,027 0,033 0,018
4 4
4 4 4 2 4
1 30 10 5
55 15 35 40 140 20 1,5 0,6 0,15 50
120 25 50 96 563 29 5 4 1,2 138
380 240 210 190 2000 85 200 14 10 580
190
1250
5000
9
40
1,5
27
0,004 0,004 0,0013 0,008 0,0035 0,0021
B
APS - Milieu B.V.
Tabel - Normwaarden (mg/kg) conform Regeling Besluit Bodemkwaliteit T5, verspreiden op aangrenzend perceel AW
BESTRIJDINGSMIDDELEN Hexachloorbutadieen alfa-HCH beta-HCH gamma-HCH Heptachloor Heptachloorepoxide Aldrin DDE (som) DDD (som) DDT (som) alfa-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,003 0,001 0,002 0,003 0,0007 0,002
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) Pentachloorbenzeen (QCB) Hexachloorbenzeen (HCB) Pentachloorfenol (PCP)
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,02 0,0025 0,0085 0,003
METALEN Chroom Kobalt Nikkel Koper Zink Arseen Molybdeen Cadmium Kwik Lood
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
55 15 35 40 140 20 1,5 0,6 0,15 50
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40
mg/kg ds
190
PAK PAK 10 VROM
mg/kg ds
MW per
17 1,6 1,2 4 4 0,32 2,3 34 1,7 4 4 4
0,1 0,02 0,2 0,0009 0,002 0,015 0,4
1,5
28
I
1 6,7 2 12
7,5
3000
180 190 100 190 720 76 190 13 36 530 5000 40
APS - Milieu B.V.
Tabel - Normwaarden (mg/kg) conform Regeling Besluit Bodemkwaliteit T6, verspreiden in zoet oppervlaktewater AW
MW zoet
IW
BESTRIJDINGSMIDDELEN Hexachloorbutadieen alfa-HCH beta-HCH gamma-HCH Isodrin Telodrin Heptachloor Heptachloorepoxide Aldrin Dieldrin Endrin alfa-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) DDT/DDE/DDD (som) HCHs (som, STI-tabel) Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) Som 23 Organochloorhoud. bestrijdingsm
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,003 0,001 0,002 0,003 0,001 0,0005 0,0007 0,002 0,0008 0,008 0,0035 0,0009 0,002 0,3 0,01 0,015 0,4
0,0075 0,0012 0,0065 0,003
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) Chloorbenzenen (som) Chloorfenolen (som ) Pentachloorbenzeen (QCB) Hexachloorbenzeen (HCB) Pentachloorfenol (PCP) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,02 2 0,2 0,0025 0,0085 0,003 0,0015 0,002 0,0015 0,0045 0,004 0,0035 0,0025
0,139
METALEN Chroom Kobalt Nikkel Koper Zink Arseen Molybdeen Cadmium Kwik Lood
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
55 15 35 40 140 20 1,5 0,6 0,15 50
120 25 50 96 563 29 5 4 1,2 138
380 240 210 190 2000 85 200 14 10 580
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40
mg/kg ds
190
1250
5000
PAK PAK 10 VROM
mg/kg ds
9
40
1,5
29
0,004 0,004 0,0013 0,008 0,0035 0,0021 0,3 0,01 0,015
0,007 0,044 0,016 0,014 0,015 0,023 0,016 0,027 0,033 0,018
4 4
4 4 4 2 4
1 30 10 5
APS - Milieu B.V.
Bijlage 4. Toetsingskaders PFAS
30
APS - Milieu B.V.
Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, versie december 2021 Toepassingswaarden PFAS
(voor detailinformatie en toelichting wordt verwezen naar het Handelingskader) Categorie
Toepassingssituatie
Toepassingswaarde (μg/kg d.s.) (2) (3) (4) (5) (7)
Op de landbodem 4.1
Grond en baggerspecie toepassen Bodemkwaliteitsklasse wonen of industrie
Bodemfunctieklasse wonen of industrie
PFOS = 3 PFOA = 7
landbouw/natuur
Landbouw/natuur, wonen of industrie
4.2
4.3
wonen of industrie
Overige PFAS = 3 PFOS = 1,4
landbouw/natuur
PFOA = 1,9 Overige PFAS = 1,4 PFOS = 1,4
Baggerspecie verspreiden, als bedoeld in artikel 35, onder f, Bbk (verspreiden van baggerspecie op aangrenzend perceel of weilanddepot) Grond en baggerspecie grootschalig toepassen
PFOA = 1,9 Overige PFAS = 1,4 PFOS = 3 PFOA = 7 Overige PFAS = 3 PFOS = 3 PFOA = 7
4.4
Overige PFAS = 3 Gebiedskwaliteit, indien niet bekend 0,1
Grond en baggerspecie toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden 4.5, Grond en baggerspecie toepassen onder grondwaterniveau, met inbegrip vervallen van grootschalige toepassing. In een oppervlaktewaterlichaam(9)
Vervalt, zie categorie 4.1, 4.2 en 4.3
4.6, vervallen
Grond toepassen
Vervalt, zie categorie 4.8.2, 4.9.1 en 4.9.2
4.7
Baggerspecie verspreiden in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam of aansluitende Toepasbaar, wel meten en (sedimentdelende)(10) stroomafwaarts gelegen oppervlaktewaterlichamen (als toetsen op uitschieters(8). bedoeld in artikel 35, onder g, Bbk Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam in ophogingen in Toepasbaar, wel meten en toetsen op waterbouwkundige constructies, uitgezonderd de diepe plas, als bedoeld in uitschieters(8). artikel 35, onder d, Bbk Het in een ander oppervlaktewaterlichaam uitgezonderd een diepe plas(1): Rijkswater: PFOS = 3,7 PFOA = 0,8 • verspreiden van baggerspecie (bij niet-sedimentdelende oppervlaktewaterlichamen) als bedoeld in artikel 35, onder g, Bbk en Overige PFAS = 0,8 • het toepassen van baggerspecie en grond in ophogingen in waterbouwkundige Anders: PFOS = 1,1 constructies als bedoeld in artikel 35, onder d, Bbk. PFOA = 0,8 Overige PFAS = 0,8 Baggerspecie en grond toepassen in niet-vrijliggende diepe plassen die in PFOS = 3,7 open verbinding staan met een rijkswater (1) (6) PFOA = 0,8 Overige PFAS = 0,8 Baggerspecie en grond toepassen in andere diepe plassen dan bedoeld PFOS = 1,1 onder 4.9.1(5)(6) PFOA = 0,8 Overige PFAS = 0,8
4.8.1
4.8.2
4.9.1
4.9.2
31
APS - Milieu B.V.
Voetnoten bij tabel: (1) Onder ‘diepe plas’ wordt verstaan: Een met water gevulde verdieping / put in de (water)bodem die ontstaan is als gevolg van zand-, grind-, of kleiwinning of dijkdoorbraak (zoals wielen en kolken). Onder ‘vrijliggende diepe plas’ wordt verstaan: diepe plas, die niet is gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk en die bovendien boven de spronglaag nauwelijks wordt gevoed door oppervlaktewater van elders (de verblijftijd van het water is voor 90% van het jaar langer dan een maand). Als de diepe plas is gelegen in een groter oppervlaktewaterlichaam wordt de rest van het oppervlaktewaterlichaam beschouwd als oppervlaktewater van elders. Onder ‘niet-vrijliggende diepe plas’ wordt verstaan: diepe plas, gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, of diepe plas die niet aan de definitie van vrijliggende plas voldoet. Deze definities zijn afkomstig uit de 'Handreiking voor het herinrichten van diepe plassen'. (2) Op de waarden uit deze tabel hoeft geen bodemtypecorrectie te worden toegepast als het gehalte van organische stof minder dan 10% bedraagt. Als het gehalte organisch stof ligt tussen 10-30% dient wel een bodemtypecorrectie uitgevoerd te worden. Als het gehalte organisch stof boven de 30% is aangetoond dient het gehalte organisch stof van 30% gebruikt te worden bij de bodemtypecorrectie.
(3) Tenzij een lokale maximale waarde is vastgesteld (zie paragraaf 5). (4) PFOS en PFOA worden getoetst aan de hand van de sommatie van de concentraties lineair en vertakt. Overige PFAS worden getoetst per stof (dus niet gesommeerd). (5) Voor plassen waar nog geen verondieping heeft plaatsgevonden, kan niet van de toepassingswaarde in de tabel worden uitgegaan. In deze gevallen zal de waterbeheerder als bevoegd gezag in overleg met gemeente en provincie een uitvoerige afweging moeten maken of deze verondieping gewenst is en welke voorwaarden hieraan moeten worden gesteld. Hierbij moet op basis van de zorgplichten zelf worden bepaald welke kwaliteit grond en baggerspecie verantwoord kan worden toegepast. (6) Alleen indien in de nabijheid van de diepe plas geen kwetsbaar object is gelegen. Hiervoor is een toetsingskader opgenomen in de Handreiking voor de herinrichting van diepe plassen. (7) Indien meetgehalten onder de bepalingsgrens liggen, mag de beoordelaar naar analogie van bijlage G, onderdeel IV van de Rbk (Regeling bodemkwaliteit), ervan uitgaan dat de kwaliteit van de grond, grondwater, baggerspecie, bodem, bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam voldoet aan de toepassingswaarden. (8) Metingen om uitschieters te identificeren zijn bedoeld om te bepalen of er in partijen mogelijk sprake kan zijn van puntbronvervuilingen.
Als vuistregel kan hiervoor de P95-waarde van een bepaalde PFAS worden gehanteerd. Bagger uit rijkswateren: In 2007 is voor een aantal metalen het onderscheid tussen matig verontreinigde locaties en hot spots gemaakt op basis van bagger uit het rivierengebied (Maas en Rijn). Per stof zijn uit deze gegevens P95-waarden afgeleid. Destijds zijn geen PFAS gemeten, maar aangevuld met recente projecten van RWS is hieruit een P95-percentiel af te leiden: PFOS = 8,2 μg/kg d.s., PFOA = 0,8 μg/kg d.s., EtFOSAA = 5,5 μg/kg d.s., MeFOSAA = 1,0 μg/kg d.s.. Op basis hiervan kan voor overige PFAS de laagste van de genoemde waarden, 0,8 μg/kg d.s., worden aangehouden. Bagger uit regionale wateren: In 2019 is in het kader van het herverontreinigingsniveau (HVN) een inventarisatie uitgevoerd van de gehalten PFAS in bagger uit regionale watergangen. Hiervoor zijn PFAS-gehalten verzameld en verwerkt in een database. Uitsluitend voor de stoffen die voldoende vaak zijn gemeten, zijn uit deze gegevens P95-waarden afgeleid: PFOS = 2,2 μg/kg d.s., PFOA = 0,9 μg/kg d.s., EtFOSAA = 1,8 μg/kg d.s. Voor overige PFAS kan de waarde 0,8 μg/kg d.s., worden aangehouden. Hogere dan voornoemde waarden in respectievelijk bagger uit rijkswateren en regionale wateren kunnen een aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van een puntbronvervuiling in de partij.
Wat vervolgens de mogelijkheden zijn voor de betreffende partij, hangt onder meer af van de aantallen gemeten uitschieters, de hoogte van de gemeten waarden en de lokale situatie. Dit is aan het bevoegd gezag om te beoordelen. (9) Hier wordt met ‘oppervlaktewaterlichaam’ bedoeld: samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende bodem en oevers (met uitzondering van uitdrukkelijk krachtens de Waterwet aangewezen drogere oevergebieden), alsmede flora en fauna. (10) Oppervlaktewaterlichamen zijn ‘sedimentdelend’ als sediment vrij uitgewisseld kan worden tussen de oppervlaktewaterlichamen door stroming, wind of getij.
32
APS - Milieu B.V.
Beleidsregel PFAS Noord-Holland 2019 21 november 2019
Beoordelingskader en sanering historische bodemverontreiniging met PFOS en/of PFOA Toetsing PFAS – Wbb (grond) De waarden uit de ‘Beleidsregel PFAS Noord-Holland 2019’ betreffen: PFOA: • ≤1,7 μg/kg ds: niet verontreinigd; • >1,7 μg/kg ds en ≤1.100 μg/kg ds: verontreinigd, maar bodemsanering is niet noodzakelijk; • >1.100 μg/kg ds: ernstig verontreinigd (spoedige sanering noodzakelijk). PFOS en overige individuele PFAS: • ≤1,5 μg/kg ds: niet verontreinigd; • >1,5 μg/kg ds en ≤110 μg/kg ds: verontreinigd, maar bodemsanering is niet noodzakelijk; • >110 μg/kg ds: ernstig verontreinigd (spoedige sanering noodzakelijk). Toetsing PFAS – Wbb (grondwater) De waarden uit de ‘Beleidsregel PFAS Noord-Holland 2019’ betreffen: PFOA: • <0,01 μg/l: niet verontreinigd; • ≥0,01 μg/l en ≤0,39 μg/l: verontreinigd, maar bodemsanering is niet noodzakelijk; • >0,39 μg/l: ernstig verontreinigd (spoedige sanering noodzakelijk). PFOS en overige individuele PFAS: • ≤0,01 μg/l: niet verontreinigd; • ≥0,01 μg/l en ≤4,7 μg/l: verontreinigd, maar bodemsanering is niet noodzakelijk; • >4,7 μg/l: ernstig verontreinigd (spoedige sanering noodzakelijk).
33
APS - Milieu B.V.
Beleidsregel PFAS Aalsmeer 2020 Publicatiedatum 15 juli 2020
Toetsing PFAS - Bbk In de Beleidsregel PFAS Aalsmeer 2020 worden wat betreft toepassing van grond / baggerspecie de volgende klassen gehanteerd: ‘Klasse Niet ingedeeld – PFOS/PFOA – Vrij toepasbaar’ PFOA ≤1,7 μg/kg ds PFOS en overige individuele PFAS ≤1,5 μg/kg ds ‘Klasse Niet ingedeeld – PFOS/PFOA – Toepasbaar’ PFOA >1,7 μg/kg ds maar ≤7 μg/kg ds PFOS en overige individuele PFAS >1,5 μg/kg ds maar ≤3 μg/kg ds ‘Klasse PFOS/PFOA-Wonen’ PFOA >7 μg/kg ds maar ≤89 μg/kg ds PFOS en overige individuele PFAS >3 μg/kg ds maar ≤5 μg/kg ds ‘Klasse PFOS/PFOA-Industrie’ PFOA >89 μg/kg ds maar ≤170 μg/kg ds PFOS en overige individuele PFAS >5 μg/kg ds maar ≤50 μg/kg ds Aanvullend op de individuele beoordeling wordt de som van de individuele PFASverontreinigingen (anders dan PFOA en PFOS) beoordeeld aan vier maal de waarden voor PFOS.
34
APS - Milieu B.V.
Bijlage 5. Samenstellings- en emissiewaarden bouwstoffen
35
APS - Milieu B.V.
Regeling bodemkwaliteit
(Staatscourant 20 december 2007, nr. 247, pag. 67)
36
APS - Milieu B.V.
37
APS - Milieu B.V.
Bijlage 6. Asbestformulieren en legenda asbestberekeningen
38
Projectgegevens projectnummer projectnaam locatie opdrachtgever doel onderzoek uitvoeringsdatum uitvoerende organisatie en projectleider uitvoerende veldwerker(s) locatiegegevens Deellocaties en oppervlakten
hypothese verwachte concentratie asbest opmerking: Veldwerk visuele inspectie asbestgaten Boringen opmerking: instructies monsterneming grond monsterneming plaatmateriaal verpakking grondmonster verpakking monster plaatmateriaal codering monster codering monster plaatmateriaal
Formulier 5b2
Monsternemingplan asbestonderzoek
R21-B900_A01 t/m A06, verdachte deellocaties A01 t/m A06 Oosteindedriehoek Aalsmeer Aalsmeerderweg / Legmeerdijk Aalsmeer Rotij Grondvast BV Aantonen wel/niet asbest 26 november t/m 17 december 2021 APS-Milieu BV J. de Vlieger J. Munneke / A. Haan / G. Baars / S.E. Kroon A01 – 5.720 m2 A02 – 4.000 m2 A03 – 4.535 m2 A04 – 23.000 m2 A05 – 17.000 m2 A06 – 8.500 m2 Verdacht ivm (voormalige) kassen < 100 mg/kg d.s.
rasterafstand 1 meter
aantal: 15 (A01), 11 (A02), 14 (A03), 30 (A04), 22 (A05), 17 (A06) omvang: 0,3 m x 0,3 m x 0,5 m (lxbxd) bemonsteren: ja
In combinatie met NEN5740
per gat 3 tot 5 kg monstermateriaal met een maximale korrelgrootte van 20 mm, in totaal dient 10 kg (droog)monstermateriaal per monster verzameld te worden wegen gevonden plaatmateriaal per soort en per sleuf, eventueel een kleine hoeveelheid plaatmateriaal meenemen ter analyse in 10 liter emmer voorzien van een blauwe deksel en een duidelijk zichtbare waarschuwing ‘voorzichtig bevat asbest’ dubbel verpakt in plastic zakken voorzien van duidelijk zichtbare waarschuwing ‘voorzichtig bevat asbest’ A01-VMM01 enz. (nr. deellocatie – nr. veldmengmonster) A01-AVM01 enz.
Revisiedatum 12-10-2017
aanleveren monsters aan laboratorium
monsters zoals bovenstaand verpakt en gecodeerd voorzien van analyse opdrachtformulier voor de koelkast plaatsen waar deze door de koerier worden opgehaald omstreeks 16:00 uur AL-west asbest in grond/puin NEN5898 materiaalanalyse conform NEN5898
tijdstip koerier Laboratorium soort analyse grond soort analyse plaatmateriaal benodigde materialen en veiligheidsmiddelen
Materialen plastic zeil, schop, hark, zeven met een diameter van 31,5 mm en 20 mm, grondboor minimaal 12 cm, monsterschep van minimaal 10 cm lang en 5 cm breed, meetlint, meetwiel, piketpaaltjes, afsluitbare emmers met waarschuwing, hersluitbare plastic zakken met waarschuwing, werkwater van drinkwaterkwaliteit, weegschaal, markeerlint, plakband, plattegrond van de locatie Veiligheid overall, veiligheidslaarzen, handschoenen, CROW-400, verbandtrommel, oogspoeldouche, brandblusser, vochtpercentage minimaal 10 % indien verwachte concentratie >100 mg/kg d.s.: ook decontaminatie-unit en eventueel p3 overdrukmasker, volgelaatsmasker
Kwaliteitscontrole projectleider
naam J. de Vlieger
datum 26-11-2021
monsternemer
J. Munneke
26-11-2021
monsternemer
A. Haan
26-11-2021
monsternemer
G. Baars
26-11-2021
monsternemer
S. Kroon
26-11-2021
handtekening
Revisiedatum 12-10-2017
Projectgegevens projectnummer projectnaam locatie opdrachtgever doel onderzoek uitvoeringsdatum uitvoerende organisatie projectleider uitvoerende veldwerker(s) Locatiegegevens
Formulier 5b Veldwerk asbestonderzoek R21-B900_A01 t/m A06, verdachte deellocaties A01 t/m A06 Oosteindedriehoek Aalsmeer Aalsmeerderweg / Legmeerdijk Aalsmeer Rotij Grondvast BV Aantonen wel/niet asbest 26 november t/m 17 december 2021 APS-Milieu BV J. de Vlieger J. Munneke / A. Haan / G. Baars / S.E. Kroon
locatie ingedeeld in Ja deelgebieden zo ja, ingedeeld o.b.v. welke Ligging en vooronderzoek criteria? omstandigheden visuele inspectie rasterafstand 1m Neerslag Neerslag > 10 mm / dag tijdstip Divers licht bewolkt zicht > 50 meter zichtbaarheid maaiveld A01, A02, A03 onverhard A04, A05, A06 kassen, deels verhard vegetatie verwijderd Nee inspectie-efficiëntie (%) A01 t/m A03 - 90-100% A04 t/m A06 - <50% of niet inspecteerbaar aangetroffen materiaal op A01 – geen asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen maaiveld A02 – geen asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen A03 – 7 stukjes asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen (ca. 300 gram) A04 – geen asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen A05 – geen asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen A06 – geen asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen vochtmetingen (%) Resultaten visuele inspectie inspectiegaten Locatie A01 Geen asbestverdacht materiaal in opgegraven/opgeboorde grond aangetroffen. Locatie A02 Geen asbestverdacht materiaal in opgegraven/opgeboorde grond aangetroffen. Locatie A03 Geen asbestverdacht materiaal in opgegraven/opgeboorde grond aangetroffen. Locatie A04 Geen asbestverdacht materiaal in opgegraven/opgeboorde grond aangetroffen. Locatie A05 Inspectiegat A05-01 – 5 stukjes asbestverdacht materiaal, ca.
60 gram Inspectiegat A05-26 – 14 stukjes asbestverdacht materiaal, ca. 350 gram Overige inspectiegaten: Geen asbestverdacht materiaal in opgegraven/opgeboorde grond aangetroffen. Locatie A06 Geen asbestverdacht materiaal in opgegraven/opgeboorde grond aangetroffen. Revisiedatum 19-10-2018
Resultaten overige veldwerkzaamheden Gaten en boringen Zie tabellen in bijlage 8 Mengmonstersamenstelling Zie tabellen in bijlage 8 en analysecertificaten in bijlage 13 aanleveren aan gewicht monsteremmers
Al-west Zie analysecertificaten in bijlage 13
gewicht fractie > 20 mm soort analyse
Asbest in grond/puin en/of verzamelmateriaal conform NEN5898 afwijking van VKB protocol 2018 Plaatselijk indicatief onderzoek uitgevoerd in verband met of van NEN 5707 verhardingen foto’s bijzonderheden sleuven, gaten, en boringen op tekening aangeven Kwaliteitscontrole: de veldwerker verklaart het werk onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd. naam datum handtekening projectleider J. de Vlieger 13-12-2021 monsternemer
J. Munneke
13-12-2021
monsternemer
A. Haan
13-12-2021
monsternemer
G. Baars
13-12-2021
monsternemer
S. Kroon
13-12-2021
Revisiedatum 19-10-2018
Projectgegevens projectnummer projectnaam locatie opdrachtgever doel onderzoek uitvoeringsdatum uitvoerende organisatie en projectleider uitvoerende veldwerker(s) locatiegegevens Deellocaties en oppervlakten hypothese verwachte concentratie asbest opmerking: Veldwerk visuele inspectie asbestgaten
Boringen opmerking: instructies monsterneming grond monsterneming plaatmateriaal verpakking grondmonster verpakking monster plaatmateriaal codering monster codering monster plaatmateriaal
Formulier 5b2
Monsternemingplan asbestonderzoek
R21-B900_D01 t/m D15 deellocaties Dempingen Oosteindedriehoek Aalsmeer Aalsmeerderweg / Legmeerdijk Aalsmeer Rotij Grondvast BV Aantonen wel/niet asbest 26 november t/m 17 december 2021 APS-Milieu BV J. de Vlieger J. Munneke / A. Haan / G. Baars / S.E. Kroon D01 (90 m2), D02 (700 m2), D03 (700 m2), D04 (700 m2), D06 (700 m2), D07 (640 m2), D09 (400 m2), D14 (250 m2), D15 (200 m2) Verdacht ivm demping (dempingsmateriaal onbekend) < 100 mg/kg d.s.
rasterafstand 1 meter
aantal: 3 (D01), 5 (D02), 5 (D03), 5 (D04), 5 (D06), 5 (D07), 3 (D09), 3 (D14), 3 (D15) omvang: 0,3 m x 0,3 m x 0,5 m (lxbxd) bemonsteren: ja (alleen bij aantreffen bijmengingen).
In combinatie met NEN5740
per gat 3 tot 5 kg monstermateriaal met een maximale korrelgrootte van 20 mm, in totaal dient 10 kg (droog)monstermateriaal per monster verzameld te worden wegen gevonden plaatmateriaal per soort en per sleuf, eventueel een kleine hoeveelheid plaatmateriaal meenemen ter analyse in 10 liter emmer voorzien van een blauwe deksel en een duidelijk zichtbare waarschuwing ‘voorzichtig bevat asbest’ dubbel verpakt in plastic zakken voorzien van duidelijk zichtbare waarschuwing ‘voorzichtig bevat asbest’ D01-VMM01 enz. (nr. deellocatie – nr. veldmengmonster) D01-AVM01 enz.
Revisiedatum 12-10-2017
aanleveren monsters aan laboratorium
monsters zoals bovenstaand verpakt en gecodeerd voorzien van analyse opdrachtformulier voor de koelkast plaatsen waar deze door de koerier worden opgehaald omstreeks 16:00 uur AL-west asbest in grond/puin NEN5898 materiaalanalyse conform NEN5898
tijdstip koerier Laboratorium soort analyse grond soort analyse plaatmateriaal benodigde materialen en veiligheidsmiddelen
Materialen plastic zeil, schop, hark, zeven met een diameter van 31,5 mm en 20 mm, grondboor minimaal 12 cm, monsterschep van minimaal 10 cm lang en 5 cm breed, meetlint, meetwiel, piketpaaltjes, afsluitbare emmers met waarschuwing, hersluitbare plastic zakken met waarschuwing, werkwater van drinkwaterkwaliteit, weegschaal, markeerlint, plakband, plattegrond van de locatie Veiligheid overall, veiligheidslaarzen, handschoenen, CROW-400, verbandtrommel, oogspoeldouche, brandblusser, vochtpercentage minimaal 10 % indien verwachte concentratie >100 mg/kg d.s.: ook decontaminatie-unit en eventueel p3 overdrukmasker, volgelaatsmasker
Kwaliteitscontrole projectleider
naam J. de Vlieger
datum 26-11-2021