bijlage 9 actualisatie en aanvullend bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
ACTUALISATIE EN NADER BODEMONDERZOEK FORT KUDELSTAART
• •
Kenmerk: Versie: Datum:
20210581/Rap01 1 26 mei 2021
Auteur: Kwaliteitscontrole:
Ing. G.T. Breugem Drs. G.J.A.L. van Bergeijk
Opdrachtgever:
Gemeente Aalsmeer Afdeling Projecten en Advies Buitenruimte / Team Vastgoed Postbus 253 1430 AG Aalsmeer
Contactpersoon:
De heer E. Weerdesteijn
Dit rapport is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud van de rapportage is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven.
©ATKB voor natuur en leefomgeving. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Foto's: ATKB
INHOUD Inleiding..................................................................................................................................... 1 Achtergrondgegevens ................................................................................................................ 2 Algemeen Onbekende oliespot nabij ingang Fort Voormalige opslaglocatie materieel en olieproducten Voormalige loods Morsingen Werkplaats huurder fort Diverse opslagputten
2 2 3 4 4 4 5
Uitvoering.................................................................................................................................. 7 3.1.1 3.1.2
3.3.1 3.3.2 3.4.1 3.4.2 3.4.3
Onderzoeksopzet bodemonderzoek Nader bodemonderzoek Actualisatie bodemonderzoek Onderzoeksopzet bemonstering afvalwater / sediment Veldwerk Uitvoering Resultaten Analyseprogramma Grond Grondwater Afvalwater en sediment Analyseresultaten
7 7 8 9 10 10 11 12 12 13 14 14
Toetsing en interpretatie.......................................................................................................... 15
4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4
Toetsingskader Toetsingsresultaat Grond Grondwater Afvalwater Sediment
15 16 16 17 17 18
Interpreatie ............................................................................................................................. 19 Deellocatie B - voormalige opslagplaats Deellocatie D – voormalige loods Deellocatie F – buitenruimte werkplaats huurder Deellocatie G – onbekende oliespot Deellocatie H – mogelijke morsingen Afvalwater Sediment
19 20 20 21 21 22 22
Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................... 23 Conclusies Aanbevelingen
23 24
Betrouwbaarheid onderzoek .................................................................................................... 26
TABELLEN Tabel 1 Onderzoeksopzet nader bodemonderzoek ..................................................................................... 7 Tabel 2 Onderzoeksopzet indicatief bodemonderzoek ............................................................................... 8 Tabel 3 Onderzoeksopzet afvalwater en bezinkselonderzoek ..................................................................... 9 Tabel 4 Overzicht uitgevoerde boringen per deellocatie ........................................................................... 10 Tabel 5 Afwijkingen aan bodemlagen ........................................................................................................ 12 Tabel 6 Kenmerken peilbuizen en grondwater .......................................................................................... 12 Tabel 7 Analyseprogramma grond ............................................................................................................. 12 Tabel 8 Analyseprogramma grondwater.................................................................................................... 13 Tabel 9 Analyseprogramma afvalwater en sediment ................................................................................. 14 Tabel 10 Toetsingskader ..............................................................................................................................
15 Tabel 11 Toetsingsresultaat grond (genormeerd) ....................................................................................... 16 Tabel 12 Toetsingsresultaat grond (niet-genormeerd) ................................................................................ 17 Tabel 13 Toetsingsresultaat grondwater ..................................................................................................... 17 Tabel 14 Toetsingsresultaat genormeerde parameters afvalwater als zijnde grondwater .......................... 17 Tabel 15 Toetsingsresultaat afvalwater (niet-genormeerd)......................................................................... 18 Tabel 16 Toetsingsresultaat sediment als zijnde grond (genormeerd) ........................................................ 18 Tabel 17 Toetsingsresultaat sediment als zijnde grond (PFAS) .................................................................... 18 FIGUREN Figuur 1 Figuur 2 Figuur 3 Figuur 4 Figuur 5 Figuur 6 Figuur 7 Figuur 8 Figuur 9 Figuur 10 Figuur 11
Geografische ligging onderzoekslocatie .......................................................................................... 2 Luchtfoto medio 2019 ..................................................................................................................... 2 Tekening voorgaand bodemonderzoek (Heidemij, 1992) ............................................................... 3 Zintuiglijke beoordeling opgeboorde grond (Heidemij, 1992) ........................................................ 3 Voormalige opslag materieel en olieproducten .............................................................................. 3 Boringen voorgaand bodemonderzoek (ATKB, 2020) ..................................................................... 3 Locatie gesloopte loods................................................................................................................... 4 Boringen voorgaand bodemonderzoek (ATKB, 2020) ..................................................................... 4 Witte aanleg verharding ter hoogte van werkplaats huurder ......................................................... 5 Locatie werkplaats huurder............................................................................................................. 5 Aanwezige opslagruimtes/putten Fort Kudelstaart ......................................................................... 6
BIJLAGEN Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. Bijlage 4. Bijlage 5. Bijlage 6. Bijlage 7. Bijlage 8. Bijlage 9.
Kadastrale gegevens Overzicht en detailtekeningen Locatiefoto’s Boorbeschrijvingen Analysecertificaten Toetsingstabellen grond Toetsingstabel grondwater Toetsingstabel afvalwater Toetsingstabel sediment
INLEIDING In opdracht van de gemeente Aalsmeer is door ATKB B.V. (verder: ATKB) een actualiserend en nader bodemonderzoek uitgevoerd op het eiland van het Fort Kudelstaart aan de Kudelstaartseweg 96 te Kudelstaart (gemeente Aalsmeer). Daarnaast is een onderzoek uitgevoerd naar de vloeistoffen en/of sediment in de waterbuffer en diverse opslagputten op het terrein. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van het fort en de resultaten uit voorgaand bodemonderzoek. Verder zijn er aanwijzingen dat er mogelijk bodemverontreiniging in de grond is ontstaan als gevolg van recente morsing(en) met mogelijke olieproducten door de huidige huurder van het fort. Daarnaast is het voornemen om de bestaande waterbuffer in de kelder van het fort en andere opslagputten te reinigen. Doel van het actualiserend bodemonderzoek is tweeledig: • Actualisatie van de - in 1991 - aangetoonde olieverontreiniging in de grond vanaf maaiveld tot (ten minste) 1,25 m-mv; • Verificatie recente morsingen van mogelijke olieproducten op de klinkers.
Doel van het nader bodemonderzoek is tweeledig: • Bepalen van de omvang en leeftijd (<20 of >20 jaar) van de - in 2020 - aangetoonde sterke olieverontreiniging in de ondergrond ter plaatse van de (voormalige) opslagplaats voor materieel en olieproducten van de huurder; • Bepalen van de omvang van de - in 2020 - aangetoonde sterke metalen- en PAK-verontreiniging in de grond vanaf maaiveld tot 1,5 m-mv. Het doel van het afvalwater- en/of sedimentonderzoek is het bepalen van de potentiële verwerkingsmogelijkheden van de vrijkomende vloeistof en het sediment, na reiniging van de waterbuffer en andere opslagputten. De opzet van het actualiserend bodemonderzoek is maatwerk. Het nader bodemonderzoek is gebaseerd op het onderzoeksprotocol NTA 57551. In de volgende hoofdstukken is een uitwerking van de locatie- en achtergrondgegevens, de opzet en uitvoering van het onderzoek en de behaalde resultaten opgenomen. Op basis van de interpretatie van alle gegevens en toetsing aan de doelstelling(en) van het onderzoek zijn conclusies getrokken.
1 NTA 5755 (NNI, 2010)
Actualisatie en nader bodemonderzoek Fort Kudelstaart | Versie 1 | 20210581/Rap01 | 26 mei 2021
1 van 26
ACHTERGRONDGEGEVENS ALGEMEEN De locatie betreft het Fort Kudelstaart aan de Kudelstaartseweg 96 te Kudelstaart (gemeente Aalsmeer) en betreft een eiland welke via een dam is verbonden met het vasteland. Rondom het eiland zijn aanlegplaatsen voor boten van een jachthaven aanwezig. Het eiland en de jachthaven is omsloten door een ringdijk met een opening voor de aansluiting op de Westeinderplassen. De geografische ligging van de locatie is gevisualiseerd in figuur 1. Een recente luchtfoto is gevisualiseerd in figuur 2.
Figuur 1
Geografische ligging onderzoekslocatie
Figuur 2
Luchtfoto medio 2019
ONBEKENDE OLIESPOT NABIJ INGANG FORT In 1991 is door Heidemij bodemonderzoek uitgevoerd. Het rapport2 was niet (meer) beschikbaar bij gemeente, omgevingsdienst en Rijksvastgoedbedrijf. In januari 2021 is het rapport bij toeval aangetroffen in de administratie van de oude havenmeester en aan ATKB ter beschikking gesteld. In het rapport is vermeld dat nabij de ingang, tegen het fort aan, een opslagplaats aanwezig was voor afgewerkte olie (figuur 3). De klinkers waren toentertijd zwart gekleurd. Ter plaatse is één boring (A01) geplaatst tot 1,25 m-mv en afgewerkt met een peilbuis (filter: 0,5-1,5 m-mv). In de opgeboorde grond tussen 0,2 en 0,8 m-mv is een sterke olie/waterreactie en een zwakke oliegeur waargenomen. Vanaf 0,8 tot de maximale boordiepte van 1,25 m-mv is een zeer sterke olie/waterreactie en een matige oliegeur in de opgeboorde grond waargenomen (figuur 4). Er is in 1991 een overschrijding van de B-waarde voor minerale olie aangetoond. Op basis van lutum- en organische stofgehalte van 2% is met de huidige normen sprake van een sterke olieverontreiniging in de ondergrond. Het grondwater is niet verontreinigd met olie en aromaten. In het rapport is de aangetroffen olieverontreiniging in de grond aangemerkt als transmissie-olie.
2 Milieukundig bodemonderzoek fort Kudelstaart; Heidemij Adviesbureau B.V.; kenmerk: 633-12482; d.d. januari 1992
Actualisatie en nader bodemonderzoek Fort Kudelstaart | Versie 1 | 20210581/Rap01 | 26 mei 2021
2 van 26
Figuur 3
Tekening voorgaand bodemonderzoek (Heidemij, 1992)
Figuur 4
Zintuiglijke beoordeling opgeboorde grond (Heidemij, 1992)
De tekening uit het rapport is te onduidelijk om de exacte locatie van de olieverontreiniging te herleiden (schaal is circa 1:1.000 en het boorpunt heeft op basis van de schaal 1:1000 een diameter van 7,5 m). Voor zover bekend is er geen bodemsanering uitgevoerd. Indien de peilbuis nog aanwezig is, vormt dit een uitgangspunt (marker) voor nader onderzoek. Daarnaast is mogelijk een actualisatie van de grondwaterkwaliteit in het hart van de verontreinigingscontour (grond) noodzakelijk.
VOORMALIGE OPSLAGLOCATIE MATERIEEL EN OLIEPRODUCTEN Tijdens recent uitgevoerd bodemonderzoek3 is ter plaatse van boring 1-B4 een sterke olieverontreiniging in de ondergrond aangetoond, aanwezig tussen 0,7 en 1,2 m-mv (figuur 6), welke verticaal aan weerszijden is begrensd. De herkomst van de olieverontreiniging in de grond was niet eenduidig te bepalen.
Figuur 5
Voormalige opslag materieel en olieproducten
Figuur 6
Boringen voorgaand bodemonderzoek (ATKB, 2020)
3 Actualiserend en aanvullend bodemonderzoek Fort Kudelstaart; ATKB B.V.; kenmerk: 20200914/Rap01; d.d. 13 oktober 2020
Actualisatie en nader bodemonderzoek Fort Kudelstaart | Versie 1 | 20210581/Rap01 | 26 mei 2021
3 van 26
Een ouderdomsbepaling kan inzicht geven of deze olieverontreiniging jonger of ouder is dan 20 jaar. Deze leeftijd kan inzicht geven of de olieverontreiniging in de grond mogelijk door de huurder is veroorzaakt. Daarnaast dient de omvang van de olieverontreiniging in de grond te worden vastgesteld en of er al dan niet sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de grond en/of verontreiniging in het kader van de zorgplicht. Het grondwater uit de bestaande peilbuis (601; circa 1,7 m afstand van boring 1-B4) is niet verontreinigd met olie. Er is vooralsnog geen sprake van een mobiele verontreiniging in de grond.
VOORMALIGE LOODS Tijdens recent uitgevoerd bodemonderzoek3 is ter plaatse van de gesloopte loods (gelegen tegen het fort) een sterke PAK- en metalenverontreiniging in de grond, vanaf maaiveld tot 1,5 m-mv, aangetroffen (figuur 8), welke verticaal aan de onderzijde is begrensd. Tot aan de sloop rond 2016 is deze loods in gebruik geweest door huurder Marine Service Var den Ploeg & Zoon. De herkomst is niet eenduidig te relateren aan deze huurder. Tijdens de boorwerkzaamheden is een afwijkende bodemopbouw aangetoond, waardoor de boring dieper (2,0 m-mv) is doorgezet dan voorzien (0,5 m-mv). Het is noodzakelijk de omvang van deze sterke verontreiniging in de grond te bepalen om na te gaan of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de grond of verontreiniging in het kader van de zorgplicht.
Figuur 7
Locatie gesloopte loods
Figuur 8
Boringen voorgaand bodemonderzoek (ATKB, 2020)
MORSINGEN Ter hoogte van de werkplaats van de huurder zijn tijdens het locatiebezoek van ATKB op 9 april 2021, langs het water, absorptiekorrels op en tussen de klinkers aangetroffen. Deze absorptiekorrels zijn volgens de havenmeester gestrooid nadat een morsing heeft plaatsgevonden. Bodemonderzoek moet uitwijzen of er door de morsing bodemverontreiniging is ontstaan.
WERKPLAATS HUURDER FORT Momenteel heeft de huurder Marine Service Var den Ploeg & Zoon zijn werkplaats in één van de voormalige soldatenverblijven van het fort. Tijdens een bezoek van ATKB op 9 april 2021 op het eiland was ter hoogte van de toegang tot de werkplaats een witte aanslag op de klinkerverharding zichtbaar. Gezien het patroon van de aanslag lijkt deze aanslag te zijn ontstaan door een vloeistof die uit de werkplaats is gespoeld (bijvoorbeeld een schoonmaakmiddel of kalkoplossing). Er is geen informatie beschikbaar over het gebruikte middel. Daarmee is niet bekend of de oplossing heeft geleid tot aantoonbare bodemverontreiniging.
Actualisatie en nader bodemonderzoek Fort Kudelstaart | Versie 1 | 20210581/Rap01 | 26 mei 2021
4 van 26
Figuur 9
Witte aanleg verharding ter hoogte van werkplaats huurder
Figuur 10 Locatie werkplaats huurder
DIVERSE OPSLAGPUTTEN Waterbuffer In de huidige werkplaats van de huurder is een luik naar de waterbuffer aanwezig. Deze is gelegen in de kelder van het fort. De ligging van dit luik is gevisualiseerd in figuur 11. Deze waterbuffer was onderdeel van een regenwateropvangsysteem om in tijden van nood en belegering binnen het fort over schoon drinkwater te kunnen beschikken. Deze waterbuffer is volgens de opdrachtgever (in het verleden) door de huurder als opslagruimte gebruikt voor emballages van onder meer olieproducten. Op de vloer van de kelder is een dun laagje water aanwezig. Onbekend is of dit condens betreft, al dan niet vermengd met gelekt product uit een of meerdere opgeslagen emballages. In het kader van de reiniging van de waterbuffer en afvoer van de vloeistof naar een erkende verwerker dient de kwaliteit van het dun laagje water bekend te zijn. Olie/waterafscheider en bezinkput afspuitplaats Ter plaatse van de afspuitplaats is sprake van een aaneengeschakelde olie/waterafscheider en een bezinkput. De afspuitplaats is niet meer in gebruik. In beide putten is nog bezinksel en/of vloeistof aanwezig. Beide putten zijn gevisualiseerd in figuur 11. In het kader van de afvoer van de inhoud uit beide putten dient de milieuhygiënische kwaliteit te worden bepaald.
Beerput riolering Ter plaatse van de gesloopte loods en aan de andere zijde van de corridor is sprake van twee betonnen deksels van de beerput(ten) van het fort. De beerput(ten) zijn naar verwachting niet meer in gebruik. De betonnen deksel ter plaatse van de gesloopte loods is onder een dun laagje houtsnippers aanwezig. De betonnen deksel aan de andere zijde van de corridor is aanwezig in de klinkerverharding. In de laatstgenoemde put is nog sprake van sediment. Of inhoud in de put ter plaatse van de gesloopte loods aanwezig is, is niet bekend. In het kader van de afvoer van de inhoud uit de beerput(ten) dient de milieuhygiënische kwaliteit te worden bepaald.
Actualisatie en nader bodemonderzoek Fort Kudelstaart | Versie 1 | 20210581/Rap01 | 26 mei 2021
5 van 26
Figuur 11 Aanwezige opslagruimtes/putten Fort Kudelstaart
Actualisatie en nader bodemonderzoek Fort Kudelstaart | Versie 1 | 20210581/Rap01 | 26 mei 2021
6 van 26
UITVOERING ONDERZOEKSOPZET BODEMONDERZOEK 3.1.1 NADER BODEMONDERZOEK De uit te voeren werkzaamheden zijn opgenomen in tabel 1. Tabel 1 Deellocatie
Onderzoeksopzet nader bodemonderzoek Toelichting
Boringen (BRL SIKB 2000) Horizontale afperking
Analyses (AS SIKB 3000)
Ouderdomsbepaling
Grond
Grondwater -
B
Opslagplaats
3x tot 2,0 m-mv
1x tot 2,0 m-mv
4x olie-gr (horizontaal) 1x olie-gr (ouderdomsbepaling)
D
Voormalige opslag loods
4x 2,0 m-mv
-
4x PAK-gr, Cu, Pb, Zn
Olie-gr: PAK-gr: Cu: Pb: Zn:
AS3000 voorbehandeling, droge stof, organische stof, minerale olie (C10-C40) AS3000 voorbehandeling, droge stof, organische stof, lutum, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK[10VROM]) Koper Lood Zink
Toelichting opslagplaats materieel en materialen Gezien de verwachte geringe omvang van verontreiniging worden de boringen voor de horizontale afperking in beginsel in een raster op circa 2,0 m afstand van boring 1-B4 tot een maximale boordiepte van 2,0 m-mv uitgevoerd. Indien sprake is van een olie/waterreactie in de opgeboorde grond, worden aanvullende boringen tot ten minste 0,5 meter onder de zintuiglijk verontreinigde bodemlaag geplaatst op circa 4 meter afstand van boring 1-B4. Voor de bepaling van de ouderdom wordt naast boring 1-B4 een boring geplaatst tot 2,0 m-mv. Het grondmonster tussen 0,7 en 1,2 m-mv wordt geanalyseerd op minerale olie, waarna door het laboratorium met behulp van de gaschromatogram en fractieverdeling de ouderdom wordt bepaald (<20 of >20 jaar). Dit geeft een indicatie van de herkomst van de olieverontreiniging in de grond. Toelichting voormalige opslagloods Voor de omvangsbepaling van verontreiniging wordt uitsluitend uitpandig bodemonderzoek uitgevoerd. Vanwege onbekende herkomst en afwezigheid van bijmengingen in de grond worden richting het zuidoosten twee boringen geplaatst op achtereenvolgens 2,5 en 5,0 m afstand van boring 1-D3. Richting het noordwesten worden aan de andere zijde van de corridor eveneens twee boringen geplaatst met vergelijkbare onderlinge afstand.
De hoogste gehaltes (verontreiniging) ter plaatse van boring 1-D3 zijn vastgesteld in de bovengrond. Daarom wordt de bovengrond als verdachte bodemlaag aangemerkt.
Actualisatie en nader bodemonderzoek Fort Kudelstaart | Versie 1 | 20210581/Rap01 | 26 mei 2021
7 van 26
3.1.2 ACTUALISATIE BODEMONDERZOEK De uit te voeren werkzaamheden voor het (actualiserend) bodemonderzoek zijn opgenomen in tabel 2. Tabel 2
Onderzoeksopzet indicatief bodemonderzoek Boringen (BRL SIKB 2000)
Deellocatie
Toelichting
Proefboringen
F
Werkplaats
-
G
Onbekende oliespot
12x 1,5 m-mv
H TerraTest-gr: Olie-gr: TP-gr: TP-gw
Morsingen
-
Analyses (AS SIKB 3000)
Verificatie
Peilbuis
Grond
Grondwater
1x 0,5 m-mv
-
1x TerraTest-gr
-
-
1x 1,5 m-mv
5x olie-gr
1 TP-gw
2x 0,5 m-mv
-
2x TP-gr
-
Kwantitatieve screening op ruim 200 verbindingen + organische stof + lutum AS3000 voorbehandeling, droge stof, organische stof, minerale olie (C10-C40) AS3000 voorbehandeling, droge stof, organische stof, minerale olie (C10-C40), vluchtige olie (C6-C10) en aromaten (BTEXN) AS3000 voorbehandeling, minerale olie (C10-C40), vluchtige olie (C6-C10) en aromaten (BTEXN)
Toelichting onbekende oliespot Of er proefboringen noodzakelijk zijn, hangt samen met de aan- of afwezigheid van peilbuis A01 van Heidemij, geplaatst in december 1991. Gezien de aanleg van de vloeistofdichte vloer ter hoogte van de kraan wordt er rekening mee gehouden dat deze peilbuis niet meer aanwezig is. Er worden in een raai tegen de gevel van het fort boringen over een afstand van 10 meter geplaatst, waarbij de boringen met een onderlinge afstand van 1,0 m tot een maximale boordiepte van 1,5 m-mv worden uitgevoerd. Bij het zintuiglijk aantreffen van olie in de opgeboorde grond, wordt aansluitend een omvangsbepaling uitgevoerd. Hierbij wordt de oppervlakte van de olieverontreiniging in de grond op basis van een zintuiglijke beoordeling in beeld gebracht. Dit door middel van horizontale visuele uitkartering. In de vermoedelijke kern van de olieverontreiniging in de grond wordt een aanvullende boring geplaatst ter verticale afperking, waarbij de boring wordt doorgezet tot ten minste 0,5 meter in de zintuiglijk schone ondergrond. De boring wordt afgewerkt met een peilbuis voor een watermonstername. Toelichting morsingen olieproduct Op aanwijzing door de heer M. (Martijn) de Liefde van Zeilfort Kudelstaart B.V. worden de locaties van de morsingen bepaald. Vooralsnog wordt rekening gehouden met twee locaties.
Het aantal locaties kan uitgebreid worden indien blijkt dat er meerdere morsingen hebben plaatsgevonden waarbij potentieel bodemverontreiniging in de (boven)grond is ontstaan. Er worden ongeroerde grondmonsters gestoken van de bovengrond aangrenzend onder de klinkerverharding.
Actualisatie en nader bodemonderzoek Fort Kudelstaart | Versie 1 | 20210581/Rap01 | 26 mei 2021
8 van 26
ONDERZOEKSOPZET BEMONSTERING AFVALWATER / SEDIMENT De uit te voeren werkzaamheden voor het afvalwater- en bezinkselonderzoek zijn opgenomen in tabel 3. Tabel 3
Onderzoeksopzet afvalwater en bezinkselonderzoek
Omschrijving
Bemonsteringsmethode
Afvalwater (matrix)
Analyses Grondwater (matrix)
Waterbodem (matrix)
1x PFAS
-
1x PFAS
-
Putten afspuitplaats Olie/waterafscheider
NEN6600-1
Bezinkput
NEN6600-1
1x Pakket B + arseen en chroom 1x Pakket B + arseen en chroom
Waterbuffer in de kelder van het Fort Toegangsluik in werkplaats
Maatwerk
1x Pakket B + arseen en chroom
1x PFAS
-
Maatwerk
-
-
1x Pakket A + PFAS
Beerput riolering Fort Toegang deksel in klinkers Pakket A: Pakket B: PFAS:
AS3000 voorbehandeling waterbodem, 9 zware metalen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK[10VROM]), polychloorbifenylen (PCB’s), minerale olie, organische stof, lutum 9 zware metalen, aromaten (BTEXN), vluchtige chloorhoudende oplosmiddelen (VOCl), minerale olie PFAS (30), ontleend aan advieslijst te meten PFAS van 12 juli 2019
Toelichting Voor de bemonstering van het afvalwater wordt, voor zover mogelijk, aangesloten op de NEN6600-14. Voor de bemonstering van het bezinksel is geen onderzoeksprotocol van toepassing en daarom wordt dit op basis van eigen inzicht uitgevoerd. Voor het analysepakket voor het afvalwater wordt aangesloten op het voorgeschreven stoffenpakket uit §3.48 van de NEN5740:2009, aangevuld met arseen en chroom. Om voor PFAS te kunnen aansluiten op het stoffenpakket uit de advieslijst van 12 juli 2019, wordt het bemonsterde afvalwater als zijnde grondwater geanalyseerd op PFAS. Voor het analysepakket voor het sediment wordt aangesloten op het voorgeschreven stoffenpakket A uit tabel 2 uit §4.8 van de NEN5720:2017. Dit pakket wordt aangevuld met PFAS, waarbij is aangesloten op het stoffenpakket uit de advieslijst van 12 juli 2019.
4 NEN 6600-1 (NNI, mei 2019)
Actualisatie en nader bodemonderzoek Fort Kudelstaart | Versie 1 | 20210581/Rap01 | 26 mei 2021
9 van 26
VELDWERK 3.3.1 UITVOERING De werkzaamheden zijn gefaseerd uitgevoerd. Monstername afvalwater en sediment De werkzaamheden zijn uitgevoerd op 31 maart 2021 en is gecombineerd met de reiniging van de waterbuffer door een schoonmaakbedrijf. Voorafgaande aan deze reiniging is het dunne laagje water (circa 1 cm) op de betonvloer van de waterbuffer bemonsterd. Op dit water was een oliefilm waargenomen Daarnaast was in de waterbuffer een groot scala aan emballages, koelkasten en andere rommel aanwezig. Deze zaken zijn verplaatst naar de buitenruimte van het fort en zijn later afgevoerd naar een daartoe erkende verwerker. Foto’s van de situatie in de waterbuffer zijn opgenomen in bijlage 3. In de bezinkput en de olie/waterafscheider van de afspuitplaats was een vloeistof met niet-noemenswaardige hoeveelheid bezinksel aanwezig. Op de vloeistof is een oliefilm waargenomen. De vloeistof uit beide putten is als zijnde afvalwater bemonsterd. Ter plaatse van het ingelegde toegangsdeksel in de klinkerverharding naar de beerput was uitsluitend sediment aanwezig. Het sediment is als zijnde waterbodem bemonsterd. Foto’s van de opslagputten zijn opgenomen in bijlage 3. Bodemonderzoek De boorwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 3, 4 en 11 mei 2021. De positionering van de boringen is weergegeven op de overzichtstekening (T01) en detailtekeningen (D01 t/m D03) in bijlage 3.
De boorbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 4. Het aantal uitgevoerde boringen is weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 4
Overzicht uitgevoerde boringen per deellocatie
DeelOmschrijving locatie
Boring tot Boring tot Boring tot Boring tot Boring tot Boring tot Peilbuis (filter snijdend 0,5 m-bz klinker 1,5 m-bz klinker 1,5 m-bz klinker 2,0 m-bz klinker 2,5 m-bz klinker 3,0 m-bz klinker op grondwaterstand)
B
Opslagplaats
-
-
-
2-B2, 2-B4
-
2-B1, 2-B3
-
D
Voormalige loods
-
-
-
2-D1, 2-D2
-
2-D3, 2-D4
-
F
Werkplaats
1-F1
-
-
-
-
-
-
1-G12, 2-G01, 2-G02
1-G03
-
1-G05
-
-
-
-
G
Onbekende oliespot
-
1-G09
1-G01, 1-G04, 1-G07, 1-G08, 1-G10, 1-G11, 1-G13
H
Morsingen
1-H01, 1-H02
-
-
Daar waar zintuiglijk olie in de grond was aangetoond, is de boring dieper doorgezet. Dit heeft met name voor deellocaties B en G geresulteerd dat de boringen met wisselende boordieptes zijn uitgevoerd. Toelichting deellocatie B Boring 2-B1 is geplaatst naast de oude boring 1-B4 uit voorgaand bodemonderzoek. Tussen 0,7 en 2,0 m-mv is zintuiglijk olie aangetoond, waarbij de bodemlaag tussen 0,7 en 1,0 m-bovenzijde klinker op basis van de olie/watertest zintuiglijk het meest verontreinigd was. Deze bodemlaag is daarom bemonsterd voor de ouderdomsbepaling van de aanwezige olieverontreinigingen in de grond. Vanaf 2,0 m-bovenzijde klinker was op basis van de olie/watertest twijfel of de film oliegerelateerd was. De boring is daarom doorgezet tot 0,5 m onder de zintuiglijk verontreinigde bodemlaag. De boringen 2-B2 t/m 2-B4 zijn geplaatst ter horizontale afperking. Ter hoogte van de verdachte bodemlaag is zintuiglijk geen olie vastgesteld. Ter plaatse van 2-B3 bleek vanaf 1,8 tot 2,0 m-mv op basis van een
Actualisatie en nader bodemonderzoek Fort Kudelstaart | Versie 1 | 20210581/Rap01 | 26 mei 2021
10 van 26
olie/watertest mogelijk wel olie aanwezig. De boring is daarom dieper doorgezet tot ten minste 0,5 m onder de zintuiglijk verontreinigde bodemlaag. Toelichting deellocatie G Aan de hand van de tekening met de uitgevoerde boringen uit het rapport van Heidemij van januari 1992 is de locatie van peilbuis A01 ongeveer bepaald. De peilbuis was niet meer aanwezig. Daarom is gestart met boring 1G01, waarna boring 1-G03 parallel aan de gevel richting het noordwesten is uitgevoerd. Vanwege het zintuiglijk aantreffen van olie ter plaatse van boring 1-G03 heeft de focus van het bodemonderzoek zich met name gericht op ten noordwesten van boring 1-G01. Ter verificatie zijn nog enkele boringen langs de gevel ten zuidoosten van boring 1-G01 uitgevoerd, waarbij zintuiglijk geen olie is aangetroffen. Tijdens de boorwerkzaamheden bleek dat de (vermoedelijke) aanwezigheid van ijzer in de bodem ook resulteerde in een film op het water. Een visueel onderscheid tussen een film als gevolg van ijzer en olie was mogelijk. De beoordeling van de film op het water is vastgelegd in de boorbeschrijvingen in bijlage 4. In het algemeen ligt het zwaartepunt van de zintuiglijk vastgestelde olie in de eerste meter van de bodem. Ter plaatse van peilbuis G-01 was op basis van de olie/watertesten aanleiding te verwachten dat ook dieper olie in de grond aanwezig is.
Om die reden is de boring doorgezet tot 4,0 m-bovenzijde klinker. De peilbuis is op 3 mei 2021 afgewerkt met het filtertraject conform NEN57405 (1,4-2,4 m-bovenzijde klinker). Analytisch bleek de grond vanaf 1,5 m-bovenzijde klinker niet verontreinigd. Daarmee zou het filter onder het verontreinigd bodemtraject aanwezig zijn. Om de betrouwbaarheid van het grondwateronderzoek te vergroten, is op 4 mei 2021 het filter van de peilbuis aangepast, zodanig dat deze ter hoogte van het verontreinigd bodemtraject was (0,5-1,5 m-mv). Het filter is daarmee snijdend geplaatst op de grondwaterstand (0,9 m-mv). Hoewel het resultaat formeel indicatief is, geeft deze filterstelling een meer representatief beeld van een mogelijke olieverontreiniging in het grondwater. Analytisch bleek de olieverontreiniging in de grond zich te beperken ter hoogte van de boringen 1-G03 en peilbuis 1-G05 en is verticaal begrensd tussen 0,5 en 1,0 m-mv. Voor de horizontale afperking richting het water zijn op 11 mei 2021 twee boringen (2-G01 en 2-G02) bijgeplaatst in aangrenzende stelconplatenbaan en de betonnen afspuitplaats. Toelichting deellocatie H Boring 1-H01 is geplaatst daar waar de absorptiekorrels tussen de voegen van de klinkers aanwezig waren. Volgens de havenmeester werd voor het transport van de uitgenomen motoren van de boten naar de werkplaats van de huurder steeds dezelfde route gereden.
Boring 1-H02 is daarom geplaatst op een strategische plaats binnen deze rijroute, daar waar bij een eventuele lekkage de grootste kans is op mogelijke bodemverontreiniging in de grond. 3.3.2 RESULTATEN De bodemopbouw vanaf onderzijde verharding tot de maximale boordiepte van 4,0 m-onderzijde verharding bestaat uit zand. In de onderstaande tabel zijn de geconstateerde zintuiglijke afwijkingen aan bodemlagen en kenmerken van peilbuizen en grondwatermetingen beschreven.
5
NEN 5740:2009 (NNI, januari 2009) en bijbehorend wijzigingsdocument NEN 5740/A1: 2016 (NNI, februari 2016)
Actualisatie en nader bodemonderzoek Fort Kudelstaart | Versie 1 | 20210581/Rap01 | 26 mei 2021
11 van 26
Tabel 5
Afwijkingen aan bodemlagen Diepte boring (mbz klinker)
Boring
Traject (m-bz klinker)
Grondsoort
Waarneming
Deellocatie B: voormalige opslag materieel en olieproducten
1-B1
3,00
1-B3
3,00
0,08 - 0,70
Zand
Zwakke olie-water reactie (combinatie ijzer/olie)
0,70 - 1,00
Zand
Matige olie-water reactie
1,00 - 2,00
Zand
Zwakke olie-water reactie
2,00 - 2,50
Zand
Zwakke olie-water reactie (combinatie ijzer/olie)
1,80 - 2,00
Zand
Zwakke olie-water reactie
0,80 - 0,90
Zand
Matige olie-water reactie
0,08 - 0,70
Zand
Zwakke olie-water reactie
0,70 - 1,00
Zand
Matige olie-water reactie
1,00 - 1,50
Zand
Zwakke olie-water reactie
1,50 - 3,00
Zand
Matige olie-water reactie
3,00 - 3,50
Zand
Zwakke olie-water reactie
Deellocatie G: onbekende oliespot 1-G03
2,50
1-G05
4,00
1-G07
1,50
0,08 - 1,00
Zand
Zwakke olie-water reactie
1-G09
1,00
0,08 - 1,00
Zand
Zwakke olie-water reactie (combinatie ijzer/olie)
1-G10
1,50
0,50 - 1,00
Zand
Zwakke olie-water reactie (combinatie ijzer/olie)
1-G11
1,50
0,08 - 1,50
Zand
Zwakke olie-water reactie
Tabel 6
Kenmerken peilbuizen en grondwater
Peilbuis
Filtertraject (m-mv)
Stijghoogte (m-mv)
Zuurgraad (-)
EGV (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
0,97
5,5
450
9,7
Deellocatie G: onbekende oliespot 1-G05
0,50 - 1,50
Tijdens de monstername is op het grondwater geen oliefilm of drijflaag aangetoond. De gemeten waarden zijn vergelijkbaar met eerdere metingen tijdens voorgaand bodemonderzoek.
ANALYSEPROGRAMMA De grond- en/of grondwatermonsters zijn ter analyse aangeboden aan een RvA-geaccrediteerd laboratorium. De analyses zijn (voor zover van toepassing) uitgevoerd onder AS3000-erkenning. Het analyseprogramma is per onderdeel in deze paragraaf uitgewerkt. 3.4.1 GROND Het laboratoriumonderzoek naar de kwaliteit van de grond is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 7
Analyseprogramma grond
MonsterTraject Deelmonsters Grondsoort Zintuiglijke beoordeling Analysepakket Motivatie code (m-mv) (m-mv) Deellocatie B: omvangs- en ouderdomsbepaling olieverontreiniging in grond - voormalige opslagplaats materieel en olieproducten Olie-gr B-M01 0,70 - 1,00 2-B1 (0,70 - 1,00) Zand Matige olie-water reactie (ouderdomsb epaling) B-M02
0,08 - 0,58
2-B1 (0,08 - 0,58)
Zand
Zwakke olie-water reactie
Olie-gr
Verificatie zintuiglijke beoordeling
B-M03 B-M04 B-M05 B-M06
0,50 - 1,00 0,80 - 1,30 1,80 - 2,00 0,50 - 1,00
2-B2 (0,50 - 1,00) 2-B3 (0,80 - 1,30) 2-B3 (1,80 - 2,00) 2-B4 (0,50 - 1,00)
Zand Zand Zand Zand
Zintuiglijk schoon Zintuiglijk schoon Zwakke olie-water reactie Zintuiglijk schoon
Olie-gr Olie-gr Olie-gr Olie-gr
Horizontale afperking Horizontale afperking Verificatie zintuiglijke beoordeling Horizontale afperking
Actualisatie en nader bodemonderzoek Fort Kudelstaart | Versie 1 | 20210581/Rap01 | 26 mei 2021
12 van 26
MonsterTraject Deelmonsters Grondsoort Zintuiglijke beoordeling code (m-mv) (m-mv) Deellocatie D: omvangsbepaling metalen en PAK in grond – locatie voormalige loods D-M01
0,13 - 0,63
2-D1 (0,13 - 0,63)
Zand
Zintuiglijk schoon
D-M02
0,08 - 0,50
2-D4 (0,08 - 0,50)
Zand
Zintuiglijk schoon
Deellocatie F: buitenruimte ter hoogte van werkplaats huurder F-M01 0,08 - 0,28 1-F1 (0,08 - 0,28) Zand Deellocatie G: onbekende oliespot nabij ingang Fort
Analysepakket Motivatie Cu, Pb, Zn, PAK-gr Cu, Pb, Zn, PAK-gr
Zintuiglijk schoon
Horizontale afperking zuidoostzijde (zijde loods) Horizontale afperking noordwestzijde (andere zijde corridor)
TerraTest-gr Verificatie bovengrond onder klinker
G-M01
0,08 - 0,58
1-G05 (0,08 - 0,58)
Zand
Zwakke olie-water reactie
Olie-gr
G-M02 G-M03 G-M04 G-M05 G-M06
0,70 - 1,00 1,50 - 2,00 3,00 - 3,50 3,50 - 4,00 0,80 - 0,90
1-G05 (0,70 - 1,00) 1-G05 (1,50 - 2,00) 1-G05 (3,00 - 3,50) 1-G05 (3,50 - 4,00) 1-G03 (0,80 - 0,90)
Zand Zand Zand Zand Zand
Matige olie-water reactie Matige olie-water reactie Zwakke olie-water reactie Zintuiglijk schoon Matige olie-water reactie
Olie-gr Olie-gr Olie-gr Olie-gr Olie-gr
G-M07
0,58 - 1,00
1-G07 (0,58 - 1,00)
Zand
Zwakke olie-water reactie
Olie-gr
G-M08 0,70 - 1,00 1-G11 (0,70 - 1,00) Zand G-M09 1,00 - 1,50 1-G05 (1,00 - 1,50) Zand G-M10 0,50 - 1,00 1-G01 (0,50 - 1,00) Zand G-M11 0,64 - 1,00 2-G01 (0,64 - 1,00) Zand Deellocatie H: mogelijke morsingen olieproducten H-M01 0,08 - 0,28 1-H01 (0,08 - 0,28) Zand H-M02 0,08 - 0,28 1-H02 (0,08 - 0,28) Zand
Zwakke olie-water reactie Zwakke olie-water reactie Zintuiglijk schoon Zintuiglijk schoon
Olie-gr Olie-gr Olie-gr Olie-gr
Verificatie zintuiglijke beoordeling / verticale afperking bovenzijde Verificatie zintuiglijke beoordeling Verificatie zintuiglijke beoordeling Verificatie zintuiglijke beoordeling Mogelijke verticale afperking Verificatie zintuiglijke beoordeling Verificatie zintuiglijke beoordeling / horizontale afperking noordwestzijde Verificatie zintuiglijke beoordeling Verticale afperking onderzijde Horizontale afperking zuidoostzijde Horizontale afperking noordzijde
Zintuiglijk schoon Zintuiglijk schoon
TP-gr TP-gr
Verificatie bovengrond onder klinker Verificatie bovengrond onder klinker
TerraTest-gr: TP-gr: Olie-gr: Ouderdomsbepaling: PAK-gr: Cu: Pb: Zn:
Kwantitatieve screening op ruim 200 verbindingen + organische stof + lutum AS3000 voorbehandeling, droge stof, organische stof, minerale olie (C10-C40), vluchtige olie (C6-C10) en aromaten (BTEXN) AS3000 voorbehandeling, droge stof, organische stof, minerale olie (C10-C40) Ouderdomsbepaling olie (jonger of ouder dan 20 jaar) AS3000 voorbehandeling, droge stof, organische stof, lutum, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK[10VROM]) Koper Lood Zink
3.4.2 GRONDWATER Het laboratoriumonderzoek naar de kwaliteit van het grondwater is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 8
Analyseprogramma grondwater
Filtertraject (m-mv) Deellocatie G: onbekende oliespot nabij ingang Fort 1-G05-1-1 1-G05 0,50 - 1,50 Monstercode
TP-gw:
Peilbuis
Stijghoogte (m-mv)
Analysepakket
0,97
TP-gw
Motivatie Actualisatie grondwater
AS3000 voorbehandeling, minerale olie (C10-C40), vluchtige olie (C6-C10) en aromaten (BTEXN)
Actualisatie en nader bodemonderzoek Fort Kudelstaart | Versie 1 | 20210581/Rap01 | 26 mei 2021
13 van 26
3.4.3 AFVALWATER EN SEDIMENT Het laboratoriumonderzoek naar de kwaliteit van het afvalwater uit de waterbuffer en de opslagputten en het sediment uit de beerput is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 9
Analyseprogramma afvalwater en sediment
Monstercode
Matrix
Zintuiglijke beoordeling
Analysepakket
Motivatie
Putten afspuitplaats Afvalwater Grondwater Afvalwater Olie water put rond-1-1 Grondwater Waterbuffer in de kelder van het Fort Afvalwater Watrbuffer-1-1 Grondwater Beerput riolering Fort M01 - Putbemonstering Waterbodem sediment Oliewaterafscheider-1-1
Variant A: Pakket B: PFAS:
Oliefilm op de vloeistof Oliefilm op de vloeistof
1x Pakket B 1x PFAS 1x Pakket B 1x PFAS
Oliefilm op de vloeistof
1x Pakket B 1x PFAS
Zintuiglijk schoon
1x Variant A + PFAS
Verificatie vloeistof in olie/waterafscheider Verificatie vloeistof in bezinkput
Verificatie vloeistof betonvloer kelder
Verificatie sediment beerput
AS3000 voorbehandeling waterbodem, 9 zware metalen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK[10VROM]), polychloorbifenylen (PCB’s), minerale olie, organische stof, lutum 9 zware metalen, aromaten (BTEXN), vluchtige chloorhoudende oplosmiddelen (VOCl), minerale olie (zijnde afvalwater) PFAS (30), ontleend aan advieslijst te meten PFAS van 12 juli 2019 (zijnde grondwater)
ANALYSERESULTATEN De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 5. In hoofdstuk 5 worden de resultaten geïnterpreteerd.
Actualisatie en nader bodemonderzoek Fort Kudelstaart | Versie 1 | 20210581/Rap01 | 26 mei 2021
14 van 26
TOETSING EN INTERPRETATIE TOETSINGSKADER De analyseresultaten zijn getoetst aan de normwaarden uit de Circulaire bodemsanering (streef- en interventiewaarden) en de Regeling bodemkwaliteit (achtergrondwaarden). Voor de toetsing is gebruikgemaakt van de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). BoToVa is een instrument dat het toetsen aan bodemnormen uniformeert. Scope is de toetsing aan normen voor land- en waterbodem, grond en baggerspecie, grondwater en bouwstoffen uit het Besluit bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Voor grond is de toetsing aan de achtergrond- (AW) en interventiewaarden (I) uitgevoerd door de vastgestelde gehalten om te rekenen naar standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum) en deze vervolgens te toetsen aan de normwaarden voor standaardbodem. Voor de berekening van de locatiespecifieke gehalten (bij standaardbodem) is gebruikgemaakt van de door het laboratorium vastgestelde percentages aan lutum en organische stof. Voor grondwaterconcentraties vindt geen correctie plaats en wordt direct getoetst aan de streef- (S) en interventiewaarden (I). Naast toetsing aan de normwaarden wordt de ‘bodemindex’ per parameter berekend. Deze index geeft de mate van overschrijding van de referentiewaarden weer en wordt als volgt berekend: Bodemindex = (BoToVagecorrigeerd resultaat – AW of S) / (I – AW of S).
De index geeft inzicht in de mate van overschrijding van de normwaarden. De beschrijving van een verontreiniging in relatie tot het vastgestelde gehalte (grond) of de vastgestelde concentratie (grondwater) en de hiervoor berekende bodemindex (BoToVa) is in onderstaande tabel uiteengezet. Tabel 10
Toetsingskader
Vastgestelde waarde in relatie tot normwaarden
Bodemindex
Beschrijving van verontreiniging
≤S
≤0
Geen
> AW en ≤ I
> S en ≤ I
> 0 en ≤ 0,5
Licht
> AW en ≤ I
> S en ≤ I
> 0,5 en ≤ 1
Matig
>I
>I
>1
Sterk
Grond
Grondwater
≤ AW
Hierbij wordt opgemerkt dat matige verontreiniging (bodemindex: > 0,5 en ≤ 1) geen wettelijke grondslag heeft, maar overschrijding van deze waarde wel aanleiding vormt voor de afweging of nader onderzoek noodzakelijk is. Uitvoering van nader onderzoek is onder andere afhankelijk van de locatiespecifieke omstandigheden (aard, mate en verdeling van verontreiniging), de bekende achtergrondkwaliteit (bodemkwaliteitskaart) en onderzoeksdoelstelling en specifieke eisen vanuit de bevoegde instantie (in het kader van de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit).
Actualisatie en nader bodemonderzoek Fort Kudelstaart | Versie 1 | 20210581/Rap01 | 26 mei 2021
15 van 26
TOETSINGSRESULTAAT 4.2.1 GROND In onderstaande tabel zijn de relevante toetsingsresultaten voor grond weergegeven. Voor een volledig overzicht van de resultaten van alle geanalyseerde parameters wordt verwezen naar het toetsingsoverzicht in bijlage 6. Tabel 11 Monstercode
Toetsingsresultaat grond (genormeerd) Traject (m-mv)
Deelmonsters (m-mv)
Bodemtype
Motivatie
Toetsingsresultaat >AW (+index)
>I(+index)
Deellocatie B: omvangs- en ouderdomsbepaling olieverontreiniging in grond - voormalige opslagplaats materieel en olieproducten B-M01
0,70 - 1,00
2-B1 (0,70 - 1,00)
Zand
-
Olie (0,15)
-
B-M02
0,08 - 0,58
2-B1 (0,08 - 0,58)
Zand
B-M03
0,50 - 1,00
2-B2 (0,50 - 1,00)
Zand
Verificatie zintuiglijke beoordeling
-
-
Horizontale afperking
-
-
B-M04
0,80 - 1,30
2-B3 (0,80 - 1,30)
Zand
Horizontale afperking
-
-
B-M05
1,80 - 2,00
B-M06
0,50 - 1,00
2-B3 (1,80 - 2,00)
Zand
Verificatie zintuiglijke beoordeling
Olie (0,09)
-
2-B4 (0,50 - 1,00)
Zand
Horizontale afperking
-
-
-
-
Pb (0,14)
-
Cd (0,01), Cu (0,24), PAK (0,05) (zie ook tabel 12)
-
Deellocatie D: omvangsbepaling metalen en PAK in grond – locatie voormalige loods Horizontale afperking zuidoostzijde D-M01 0,13 - 0,63 2-D1 (0,13 - 0,63) Zand (zijde loods) Horizontale afperking noordwestzijde D-M02 0,08 - 0,50 2-D4 (0,08 - 0,50) Zand (andere zijde corridor) Deellocatie F: buitenruimte ter hoogte van werkplaats huurder F-M01
0,08 - 0,28
1-F1 (0,08 - 0,28)
Zand
Zintuiglijk schoon
Deellocatie G: onbekende oliespot nabij ingang Fort G-M01
0,08 - 0,58 1-G05 (0,08 - 0,58)
Zand
Verificatie zintuiglijke beoordeling / verticale afperking bovenzijde
Olie (0,02)
-
G-M02
0,70 - 1,00 1-G05 (0,70 - 1,00)
Zand
Verificatie zintuiglijke beoordeling
-
Olie (3,6)
G-M03
1,50 - 2,00 1-G05 (1,50 - 2,00)
Zand
Verificatie zintuiglijke beoordeling
-
-
G-M04
3,00 - 3,50 1-G05 (3,00 - 3,50)
Zand
Verificatie zintuiglijke beoordeling
-
-
G-M05
3,50 - 4,00 1-G05 (3,50 - 4,00)
Zand
Mogelijke verticale afperking
-
-
G-M06
0,80 - 0,90 1-G03 (0,80 - 0,90)
Zand
Verificatie zintuiglijke beoordeling
-
Olie (3,18)
-
-
G-M07
0,58 - 1,00 1-G07 (0,58 - 1,00)
Zand
Verificatie zintuiglijke beoordeling / horizontale afperking noordwestzijde
G-M08
0,70 - 1,00 1-G11 (0,70 - 1,00)
Zand
Verificatie zintuiglijke beoordeling
-
-
G-M09
1,00 - 1,50 1-G05 (1,00 - 1,50)
Zand
Verticale afperking onderzijde
-
-
G-M10
0,50 - 1,00 1-G01 (0,50 - 1,00)
Zand
Horizontale afperking zuidoostzijde
-
-
G-M11
0,64 - 1,00 2-G01 (0,64 - 1,00)
Zand
Horizontale afperking noordzijde
-
-
Deellocatie H: mogelijke morsingen olieproducten H-M01
0,08 - 0,28 1-H01 (0,08 - 0,28)
Zand
Verificatie bovengrond onder klinker
-
-
H-M02
0,08 - 0,28 1-H02 (0,08 - 0,28)
Zand
Verificatie bovengrond onder klinker
-
-
Actualisatie en nader bodemonderzoek Fort Kudelstaart | Versie 1 | 20210581/Rap01 | 26 mei 2021
16 van 26
De TerraTest is samengesteld met genormeerde en deels niet-genormeerde parameters. In de onderstaande tabel zijn de niet-genormeerde parameters weergegeven, waarbij de gemeten gehaltes gelijk of hoger zijn dan de rapportagegrenzen. Tabel 12
Toetsingsresultaat grond (niet-genormeerd)
MonsterTraject Deelmonsters Bodemcode (m-mv) (m-mv) type Deellocatie F: buitenruimte ter hoogte van werkplaats huurder
F-M01
0,08 - 0,28
1-F1 (0,08 - 0,28)
Zand
Motivatie
Parameter (mg/kg ds) Gemeten gehalte Rapportagegrens
Bifenyl (0,04) Bifenyl (0,005) 4,4’-DDE (0,01) 4,4’-DDE (0,001) Zintuiglijk schoon 4,4’-DDT (0,035) 4,4’-DDT (0,002) 4.4’-DDD / 2,4’-DDT (0,002) 4.4’-DDD / 2,4’-DDT (0,001) Dibenzofuran (0,1) Dibenzofuran (0,01)
4.2.2 GRONDWATER In onderstaande tabel zijn de relevante toetsingsresultaten voor grondwater weergegeven. Voor een volledig overzicht van alle geanalyseerde parameters wordt verwezen naar bijlage 7. Tabel 13
Toetsingsresultaat grondwater
Monstercode
Peilbuis
Filtertraject (m-mv)
Stijghoogte (m-mv)
Motivatie
0,97
Actualisatie grondwater
Toetsingsresultaat >S (+index)
>I (+index)
Olie (0,2)
-
Deellocatie G: onbekende oliespot nabij ingang Fort 1-G05-1-1
1-G05
0,50 - 1,50
4.2.3 AFVALWATER In onderstaande tabel zijn de toetsingsresultaten van de genormeerde parameters voor het afvalwater als zijnde grondwater weergegeven. Voor een volledig overzicht van alle geanalyseerde parameters wordt verwezen naar bijlage 8. Tabel 14
Toetsingsresultaat genormeerde parameters afvalwater als zijnde grondwater
Code
Matrix
Analyse
Motivatie
Putten afspuitplaats OliewaterVariant B Afvalwater afscheider-1-1 (NEN5740) Olie water put Variant B Afvalwater rond-1-1 (NEN5740) Waterbuffer in de kelder van het Fort
Verificatie vloeistof in olie/waterafscheider Verificatie vloeistof in bezinkput
Variant B (NEN5740)
Verificatie vloeistof betonvloer kelder
Waterbuffer-1-1
Afvalwater
Toetsingsresultaat >S (+index)
>I (+index)
Cu (0,08)
Olie (19,91)
Zn (0,03) Pb (0,7)
Olie (963,55) Cu (1,75)
Co (0,29) Mo (0,23)
Ba (2,35), Cd (12,25) Cu (166,42), Hg (15), Ni (4,42), Pb (166,42), Zn (13,52)
Actualisatie en nader bodemonderzoek Fort Kudelstaart | Versie 1 | 20210581/Rap01 | 26 mei 2021
17 van 26
Voor PFAS in grondwater is geen normering beschikbaar. In de onderstaande tabel zijn de niet-genormeerde parameters weergegeven, waarbij de gemeten concentraties gelijk of hoger zijn dan de rapportagegrenzen. Tabel 15
Toetsingsresultaat afvalwater (niet-genormeerd)
Code
Matrix
Putten afspuitplaats OliewaterAfvalwater afscheider-1-1 Olie water put Afvalwater rond-1-1 Waterbuffer in de kelder van het Fort
Waterbuffer-1-1
Afvalwater
Analyse
PFAS PFAS
Variant B (NEN5740)
Parameter (µg/l) Gemeten concentratie Rapportagegrens
Motivatie Verificatie vloeistof in olie/waterafscheider Verificatie vloeistof In bezinkput
Verificatie vloeistof betonvloer kelder
PFBA (0,11)
PFBA (0,02)
PFPeA (0,15)
PFPeA (0,02)
PFBA (2), PFHxA (2), PFHpa (0,61), PFTeDA (0,03), PFBS (0,19), PFPeS (0,11), PFHxS (0,41), PFHpS (0,08), 8:2 diPAP (0,3), PFOS vertakt (0,64), PFOS lineair (0,72), PFOA vertakt (0,29), PFOA lineair (1,6)
PFBA (0,02), PFHxA (0,02), PFHpa (0,02), PFHxS (0,02), PFTeDA (0,02), PFBS (0,02), PFPeS (0,02), PFHpS (0,02), 8:2 diPAP (0,1), PFOS vertakt (0,02), PFOS lineair (0,02), PFOA vertakt (0,02), PFOA lineair (0,02)
4.2.4 SEDIMENT In onderstaande tabel zijn de toetsingsresultaten van de genormeerde parameters voor het sediment als zijnde grond weergegeven. Voor een volledig overzicht van alle geanalyseerde parameters wordt verwezen naar bijlage 9. Tabel 16
Toetsingsresultaat sediment als zijnde grond (genormeerd)
Code
Matrix
Analyse
Motivatie
Waterbodem
Variant A
Verificatie sediment beerput
Toetsingsresultaat >AW (+index)
>I(+index)
Cu (0,46), Cd (0,05) Hg (-), PAK (0,03), Olie (0,21)
Zn (1,89), Pb (3,32)
Beerput riolering Fort M01
De analyseresultaten voor PFAS zijn getoetst aan de tijdelijke landelijke achtergrondwaarden en toepassingsnormen (maximale waarden per functieklasse) uit het Tijdelijk Handelingskader PFAS6. Een overzicht van het resultaat is opgenomen in de onderstaande tabel. Tabel 17
Toetsingsresultaat sediment als zijnde grond (PFAS)
Code
Matrix
Analyse
Motivatie
Waterbodem
Variant A
Verificatie sediment beerput
Toetsingsresultaat Voldoet aan Maatgevende toepassingsklasse parameter(s)
Beerput riolering Fort M02
6
Landbouw/Natuur
-
Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (Geactualiseerde versie 2 juli 2020)
Actualisatie en nader bodemonderzoek Fort Kudelstaart | Versie 1 | 20210581/Rap01 | 26 mei 2021
18 van 26
INTERPREATIE DEELLOCATIE B - VOORMALIGE OPSLAGPLAATS Omvangsbepaling Ter plaatse van de boringen ter horizontale afperking is de grond ter hoogte van de verdachte bodemlaag (0,71,2 m-mv) niet verontreinigd. Tijdens voorgaand onderzoek was de sterk verontreinigde bodemlaag reeds verticaal afgeperkt, waarmee de omvang van de olieverontreiniging in de grond in voldoende mate is vastgesteld. Over een oppervlak van hooguit 5 m² is de grond vanaf 0,7 tot 1,2 m-mv sterk verontreinigd. De hoeveelheid sterk verontreinigde grond bedraagt daarmee hooguit 2,5 m³. Ouderdom olieverontreiniging in de grond Om te bepalen wat de ouderdom van de olieverontreiniging in de grond is, is naast de oude boring 1-B4 een nieuwe boring (2-B1) geplaatst. Evenals tijdens voorgaand bodemonderzoek is de bodemlaag tussen 0,7 en 1,0 m-mv zintuiglijk verontreinigd (matige olie/waterreactie). Analytisch blijkt echter deze bodemlaag ten hoogste licht verontreinigd te zijn. Het gehalte aan olie in de grond was volgens het laboratorium te laag om een ouderdomsbepaling uit te voeren. Het zwaartepunt van de aangetoonde olieverontreiniging bevindt zich op basis van de oliefractieverdeling overwegend tussen C10 en C21. Het patroon van de gaschromatogram toon gelijkenissen met patronen die vastgesteld worden bij huisbrandolie, gasolie of diesel(olie).
Doordat de lineaire alkanen ook deels afgebroken zijn, betreft het vermoedelijk een oudere verontreiniging. Uit een rapport van voorgaand uitgevoerd bodemonderzoek7 blijkt dat tijdens een locatie-inspectie in september 2010 opslag van olieproducten in een lekbak in 2010 plaatsvond. In het rapport van Heidemij blijkt dat in december 1991 op en nabij deze deellocatie opslag plaatsvond van koelvloeistof en afgewerkte olie in een opvangbak. Vermeld is dat deze opvangbak van recente datum is. De opslag van koelvloeistof en afgewerkte olie gaat daarom al verder terug. Doordat de locatie al sinds 1964 in gebruik is als jachthaven, is het aannemelijk dat afgewerkte olie van boten centraal worden opgeslagen. Deze opslag vond volgens het rapport van Heidemij eerst plaats op deellocatie G en is later verplaatst naar deze deellocatie. Hoewel onbekend is wanneer deze verhuizing heeft plaatsgevonden, kan zonder meer worden vastgesteld dat de olieverontreiniging in de grond meer dan 30 jaar geleden is ontstaan en is het meer aannemelijk dat er sprake is van een historische verontreiniging (ontstaan <1987). Overige zintuiglijk met olie verontreinigde bodemlagen De zintuiglijk met olie verontreinigde bovengrond ter plaatse van boring 2-B1 is analytisch niet verontreinigd. Dit sluit aan op de resultaten van voorgaand bodemonderzoek.
Ter plaatse van boring 2-B3 is de zintuiglijk met olie verontreinigde ondergrond vanaf 1,8 tot 2,0 m-bovenzijde verharding ten hoogste licht verontreinigd. Er is daarom geen aanleiding om aanvullend bodemonderzoek uit te voeren.
7
Verkennend (water)bodemonderzoek fort Kudelstaart – Kudelstaartseweg 96 te Kudelstaart; Acorius Advies B.V.; kenmerk: 0944003/kk; versie 2; d.d. 29 januari 2010
Actualisatie en nader bodemonderzoek Fort Kudelstaart | Versie 1 | 20210581/Rap01 | 26 mei 2021
19 van 26
DEELLOCATIE D – VOORMALIGE LOODS Omvangsbepaling Ter plaatse van de boringen (voor horizontale afperking) is de bovengrond ter hoogte van de verdachte bodemlaag (0-1,5 m-mv) ten hoogste licht verontreinigd. Hierbij wordt expliciet opgemerkt dat het bodemonderzoek uitsluitend aan weerszijde van de corridor heeft plaatsgevonden. Inpandig onderzoek is omwille van de monumentenstatus van het fort niet wenselijk. Tijdens voorgaand onderzoek was de sterk verontreinigde bodemlaag reeds verticaal afgeperkt, waarmee de omvang van de verontreinigingen in de grond in voldoende mate is vastgesteld. Over een oppervlak van circa 5 m² is de grond vanaf maaiveld tot maximaal 1,5 m-mv sterk verontreinigd. De hoeveelheid sterk verontreinigde grond bedraagt daarmee hooguit 7,5 m³. Tijdens voorgaand bodemonderzoek8 bleek dat ter plaatse van boring 1-D3 de opgeboorde grond een afwijkende textuur bevatte en is daarom dieper doorgezet. Deze afwijkende bodemlagen zijn tijdens het onderhavige bodemonderzoek niet aangetoond. Indien sprake is van een relatie tussen deze afwijkende bodemlaag en de sterke verontreinigingen, onderbouwt dit de beperkte omvang van de sterk verontreinigde grond. Ouderdom Gezien de ligging van de beerput ongeveer naast boring 1-D3 zou morsing bij het legen van de beerput niet ondenkbaar zijn.
Doordat de sterke verontreinigingen in de grond tot 1,5 m-mv zijn vastgesteld, is dit zonder meer niet te relateren aan een oppervlakkige morsing. Met dezelfde redenatie is een relatie met de activiteiten van de huurder eveneens niet aannemelijk. Het is meer aannemelijk dat de verontreinigingen in de grond zijn ontstaan tijdens de aanleg van de beerput en/of het fort. Daarmee is er zonder meer sprake van een historische verontreiniging. Het criterium van 25 m³ sterk verontreinigde grond is niet overschreden. Er is daarom geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de grond.
DEELLOCATIE F – BUITENRUIMTE WERKPLAATS HUURDER Ter hoogte van de toegangsdeur naar de werkplaats is de grond vanaf onderzijde klinker ten hoogste licht verontreinigd met cadmium, koper en PAK. Dit verontreinigingsbeeld is vergelijkbaar met andere terreindelen en daarom zonder meer niet te relateren aan de witte aanslag op de klinkers. Bestrijdingsmiddelen Verder zijn in de grond verhoogde gehaltes aan OCB aangetoond. Het betreffen geringe overschrijdingen van de rapportagegrenzen. OCB is tijdens voorgaand bodemonderzoek ook elders op het terrein aangetoond en is eveneens niet te relateren aan de witte aanslag.
8
Actualiserend en aanvullend bodemonderzoek Fort Kudelstaart; ATKB B.V.; kenmerk: 20200914/Rap01; concept; d.d. 13 oktober 2020
Actualisatie en nader bodemonderzoek Fort Kudelstaart | Versie 1 | 20210581/Rap01 | 26 mei 2021
20 van 26
Bifenyl Bifenyl is in de grond (0,04 µg/kg ds) aangetoond. Deze stof is onderdeel van koelvloeistof. Het betreft echter een zeer geringe overschrijding van de rapportagegrens (0,005 µg/kg ds). Doordat nabij de werkplaats ook in het verleden koelvloeistof opgeslagen is geweest (toegelicht in § 5.1), is een eenduidige relatie met de activiteiten van de huurder in de werkplaats en de witte aanslag op de klinkerverharding niet aanwezig. Dibenzofuran In de grond is voor dibenzofuran een geringe overschrijding (0,1 µg/kg ds) van de rapportagegrens (0,01 µg/kg) vastgesteld. Bekend is deze parameter vaak voorkomt daar waar met teer is gewerkt. Ook hier gaat het om een zeer geringe overschrijding van de rapportagegrens en enige samenhang ontbreekt met andere parameters (zoals olie en PAK) om deze relatie daadwerkelijk aan gebruik van teer te koppelen. Er is zonder meer geen aantoonbare relatie aan de activiteiten van de huurder en de witte aanleg op de klinkerverharding.
DEELLOCATIE G – ONBEKENDE OLIESPOT Omvangsbepaling Ter plaatse van de boringen 1-G03 en 1-G05 is de ondergrond tussen 0,5 tot 1,0 m-mv sterk verontreinigd met olie. De hoogste gehaltes aan olie zijn vastgesteld ter plaatse van peilbuis 1-G05. Ter plaatse is de bovengrond tot 0,5 m-mv (G-M01) en de ondergrond vanaf 1,0 m-mv (G-M09) ten hoogste licht verontreinigd, waarmee de olieverontreiniging in de vermoedelijke verontreinigingskern verticaal in voldoende mate is afgeperkt. Ter plaatse van de omliggende boringen 1-G01 (G-M10), 1-G07 (G-M07) en 2-G01 (G-M11) is de ondergrond tussen 0,5 en 1,0 m-mv niet verontreinigd. Over een oppervlak van circa 5 m² is de grond vanaf 0,5 tot 1,0 m-mv sterk verontreinigd. De hoeveelheid sterk verontreinigde grond bedraagt daarmee hooguit 2,5 m³. Om te bepalen of er sprake is van een mobiele verontreiniging in de grond, is boring 1-G05 afgewerkt met een peilbuis met het filter ter hoogte de sterk verontreinigde bodemlaag. Het grondwater is ten hoogste licht verontreinigd met olie, waarmee sprake is van een immobiele olieverontreiniging in de grond. Herkomst Op basis van de oliefractieverdeling en het patroon uit de gaschromatogram lijkt er geen sprake te zijn van afgewerkte olie, maar zijn er gelijkenissen met de aangetroffen olie ter plaatse van deellocatie B.
Ouderdom De olieverontreiniging in de grond is aangetoond daar waar volgens het rapport van Heidemij opslag van afgewerkte olie heeft plaatsgevonden (toegelicht § 5.1). Deze opslag was in december 1991 al verplaatst naar deellocatie B. Doordat de locatie al sinds 1964 in gebruik is als jachthaven, is het aannemelijk dat er sprake is van een historische verontreiniging. Het criterium van 25 m³ sterk verontreinigde grond is niet overschreden. Er is daarom geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de grond.
DEELLOCATIE H – MOGELIJKE MORSINGEN Er zijn op aanwijzing van de havenmeester op twee locaties boringen uitgevoerd daar waar mogelijk sprake is van bodemverontreiniging als gevolg van mogelijke morsing van olieproduct. Op beide locaties is de bovengrond onder de klinkers niet verontreinigd. De mogelijke morsingen hebben niet geleid tot aantoonbare bodemverontreiniging in de grond.
Actualisatie en nader bodemonderzoek Fort Kudelstaart | Versie 1 | 20210581/Rap01 | 26 mei 2021
21 van 26
AFVALWATER Waterbuffer Op basis van de gemeten concentraties in de waterbuffer zijn metalen (zeer sterk) verhoogd. Herkomst van de verhoogde waarden is niet bekend. Hoewel ogenschijnlijk een relatie met de (inmiddels) verwijderde opslag aannemelijk is, kan dit niet worden afgeleid uit de analyseresultaten. Er zijn voor diverse PFAS verhoogde concentraties ten opzichte van de rapportagegrenzen vastgesteld. De herkomst is niet bekend. Er is geen analyseresultaat voor olie vastgesteld. Tijdens of na de voorbehandeling is vastgesteld dat het behandelde afvalwater niet geschikt zou zijn om uiteindelijk een concentratie te kunnen vaststellen (gaf teveel storingen). Hergebruik van het behandelde afvalwater is niet mogelijk en er was geen materiaal meer beschikbaar voor een nieuwe voorbehandeling. Doordat de vloeistof reeds was afgevoerd naar een erkende verwerker, was een herbemonstering voor nieuw materiaal niet meer mogelijk. De waterbuffer bestaat uit een betonnen bak in de kelder van het pand en is nog geheel intact. Deze betonnen bak ligt halfverdiept onder de grondwaterspiegel. Emissie van vloeistof uit deze betonnen bak naar de onderliggende bodem is niet aannemelijk zonder wateroverlast door instromend grondwater. Er is daarom geen aanleiding te veronderstellen dat er bodemverontreiniging is ontstaan.
Putten afspuitplaats De verhoogde concentraties aan olie in de vloeistof uit de bezinkput en de olie/waterafscheider zijn te relateren aan het gebruik van de afspuitplaats. Gezien de gemeten concentraties aan olie lijkt dit niet te zijn veroorzaakt door het afspuiten van algen van boten. Wat wel de herkomst is (of een bijdrage aan de concentraties heeft geleverd), is niet bekend. In beide putten is PFAS in de vloeistof vastgesteld. Dit is echter een zeer geringe overschrijding van de rapportagegrenzen en kan daarom als verwaarloosbaar worden aangemerkt. Voorgaand bodemonderzoek9 heeft reeds aangetoond dat de putten niet hebben geleid tot bodemverontreiniging in de grond. De afspuitplaats is inmiddels buiten gebruik gesteld. De putten zijn inmiddels leeggezogen, gereinigd en droog opgeleverd. De vloeistof uit beide putten is afgevoerd naar een daartoe erkende verwerker. Het voornemen bestaat om beide putten binnenkort af te koppelen en onklaar te maken.
SEDIMENT In het sediment uit de beerput van de riolering zijn sterke verontreinigingen met zink en lood aangetoond. PFAS is niet noemenswaardig in het sediment aangetoond. De herkomst van de sterke metalenverontreiniging in de beerput is niet bekend. Het is aannemelijk dat in de beerput ter plaatse van de voormalige loods (deellocatie D) eveneens een inhoud aanwezig is met vergelijkbare verontreinigingen. Het voornemen bestaat om deze putten binnenkort leeg te zuigen, te reinigen en droog op te leveren.
9 Actualiserend en aanvullend bodemonderzoek Fort Kudelstaart; ATKB B.V.; kenmerk: 20200914/Rap01; d.d. 13 oktober 2020
Actualisatie en nader bodemonderzoek Fort Kudelstaart | Versie 1 | 20210581/Rap01 | 26 mei 2021
22 van 26
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN CONCLUSIES Deellocatie B: voormalige opslagplaats materiaal en olieproducten • In voorgaand bodemonderzoek in 2020 is in de ondergrond een sterke olieverontreiniging vastgesteld, welke verticaal is afgeperkt tussen 0,7 en 1,2 m-mv. Een omvangsbepaling is niet uitgevoerd. • De omvang van de sterke olieverontreiniging in de grond is nu in voldoende mate vastgesteld. Over een oppervlak van circa 5 m² is de grond vanaf 0,7 tot 1,2 m-mv sterk verontreinigd met olie. De hoeveelheid sterk verontreinigde grond bedraagt circa 2,5 m³. Voorgaand bodemonderzoek heeft reeds aangetoond dat er sprake is van een immobiele verontreiniging. • De aangetoonde olie is gekarakteriseerd als huisbrandolie, gasolie of diesel(olie). De herkomst is te relateren aan de opslag van olieproducten. • Het is niet bekend wanneer de olieverontreiniging in de grond is ontstaan. Op basis van de beschikbare gegevens is het aannemelijk dat sprake is van een historische verontreiniging in de grond. Er is daarom geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de grond. Deellocatie D: voormalige loods • In voorgaand bodemonderzoek in 2020 zijn in de grond sterke verontreinigingen met metalen en PAK in de grond, vanaf maaiveld, aangetoond. Toentertijd is deze verticaal aan de onderzijde afgeperkt op 1,5 m-mv. Een omvangsbepaling is niet uitgevoerd.