Bijlage 8 Printversie toelichting BP Oosteinderweg 2020.Pdf.pdf
Tekst van het document
TOELICHTING
vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020
pagina
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer HOOFDSTUK 2 VISIE PLANGEBIED 2.1 Uitgangspunten 2.2 Functionele en ruimtelijke uitwerking 2.3 Bouwontwikkelingen 2.4 Motivatie gemaakte keuzes HOOFDSTUK 3 PLANOPZET 3.1 Algemeen 3.2 De planregels en bestemmingen HOOFDSTUK 4 UITVOERBAARHEID 4.1 Actuele regionale behoefte 4.2 Economische uitvoerbaarheid 4.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 4.4 Handhaving HOOFDSTUK 5 BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED 5.1 Ruimtelijke karakteristiek 5.2 Functioneel gebruik HOOFDSTUK 6 BELEIDSKADER 6.1 INLEIDING 6.2 Rijksbeleid 6.3 Provinciaal en regionaal beleid 6.4 Gemeentelijk beleid HOOFDSTUK 7 OMGEVINGSKWALITEIT 7.1 M.e.r.-beoordeling 7.2 Bodem 7.3 Water 7.4 Archeologie 7.5 Geluid 7.6 Luchtkwaliteit 7.7 Externe veiligheid 7.8 Natuur 7.9 Duurzaam bouwen en energie
vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020
3 3 3 4 5 6 6 7 10 12 14 14 14 19 19 19 19 21 23 23 31 36 36 36 38 43 61 61 61 63 69 74 75 77 78 81
pagina
HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doelstelling Het bestemmingsplan is het belangrijkste publiekrechtelijk instrument om doelstellingen te realiseren. In de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) behoudt het bestemmingsplan de belangrijke rol in het ruimtelijk planstelsel. Het bestemmingsplan is en blijft een belangrijk – zo niet het belangrijkste –normstellende instrumentarium voor het ruimtelijk beleid. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet zal het bestemmingsplan, mits digitaal en als ontwerp ter inzage gelegd, van rechtswege de status van omgevingsplan krijgen. De gemeente Aalsmeer is bezig met de actualisering van de bestemmingsplannen voor haar grondgebied. Het bestemmingsplan 'Oosteinderweg 2020' vormt een onderdeel van deze actualiseringsslag. Het voorgaande bestemmingsplan Oosteinderweg e.o. 2005' is op 21 september 2006 vastgesteld. Inmiddels hebben er in het plangebied diverse ontwikkelingen plaatsgevonden. Bovendien voldoet het huidige plan deels niet meer aan de huidige inzichten en ruimtelijke opvattingen. Beleidsmatig bestaat de wens om de kenmerkende kwaliteiten, een combinatie van natuur, landschap en recreatie, te versterken.
In beginsel zal, mede gezien de beperkingen van het plangebied, zeer terughoudend om worden gegaan met nieuwe ontwikkelingen zoals woningbouw, nieuwvestiging of uitbreidingen van bedrijven en detailhandelsvestigingen die hiervoor een bedreiging vormen. Overig vastgesteld beleid wordt doorvertaald en ontwikkelingen waarvoor planvorming en besluitvorming zijn afgerond, worden meegenomen. Tevens worden de verruimde mogelijkheden voor vergunningsvrij bouwen betrokken bij het bestemmingsplan nu daar een onderlinge wisselwerking bestaat tussen hetgeen vergunningsvrij en via het bestemmingsplan wordt toegestaan. Recent is een structuurvisie 'Bovenlanden Oosteinderweg' vastgesteld. Deze visie biedt een toetsingskader voor de toekomst. Voor het overige gaat het in dit bestemmingsplan om het conserveren en beheren van de bestaande situatie en eventueel consolideren van het bestaande juridisch-planologisch kader. Het gemeentelijk beleid is erop gericht toe te werken naar grotere uniformiteit en daardoor meer rechtsgelijkheid van de bestemmingsplannen.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied van de Oosteinderweg is gelegen in het noorden van de gemeente Aalsmeer en beslaat het Bovenland ten oosten van de dorpskern. Het plangebied is gelegen tussen de Oude Spoordijk in het westen, de Ringvaart van de Haarlemmermeer in het noorden, de Mr. Jac. Takkade in het oosten en de Hoge Dijk in het zuiden. De Hoge Dijk is de grens tussen het Bovenland en achtergelegen Oosteinderpoelpolder.
vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020
pagina
Afb. 1: Ligging plangebied
1.3 Geldende bestemmingsplannen Dit bestemmingsplan vervangt gedeeltelijk de volgende vier bestemmingsplannen: 1. het bestemmingsplan 'Oosteinderweg e.o. 2005'; zoals vastgesteld op 21 september 2006 en deels onherroepelijk geworden op 9 juli 2008. Dit bestemmingsplan komt met het in werking treden van dit bestemmingsplan (gedeeltelijk) te vervallen. Het resterende deel van dit bestemmingsplan (ten westen van de Oude Spoordijk) is reeds geactualiseerd in het bestemmingsplan 'Aalsmeer- Dorp 2016'. Deel uit makend van dit bestemmingsplan is het uitwerkingsplan 'Oosteinderweg e.o. 2005 Uitwerkingsplan Dorpshaven'; zoals vastgesteld door het college van Burgemeester en wethouders op 2 februari 2010 en onherroepelijk geworden op 7 september 2011. Dit uitwerkingsplan geldt voor een kleine strook water in het uiterste westen van het plangebied; 2. het bestemmingsplan '1e herziening N201-zone'; zoals vastgesteld op 27 januari 2005 en onherroepelijk geworden op 5 december 2007. De Waterwolftunnel onder het Bovenland ligt binnen het plangebied. Overige delen zullen worden geactualiseerd binnen het plangebied Green Park Aalsmeer; 3. het bestemmingsplan 'Woonarken'; zoals vastgesteld op 29 oktober 2015 en onherroepelijk geworden op 25 december 2015. Plandelen van dit bestemmingsplan liggen binnen het plangebied.
Overige delen liggen overwegend in het Uiterweggebied en worden in die actualisatie meegenomen; 4. het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied 1969'; zoals vastgesteld op 4 augustus 1970 en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten op 3 november 1970. Dit geldt voor het westelijk talud van de Mr. Jac. Takkade; 5. Paraplubestemmingsplan 'Parkeernormen'(analoog); zoals vastgesteld op 28 september 2017 en onherroepelijk geworden op 17 november 2017. Dit plan geldt voor het gehele plangebied.
vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020
pagina
Afb. 2: Ligging bestemmingsplannen
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk twee worden de uitgangspunten van het ruimtegebruik voor de komende tien jaar gegeven. Hoofdstuk drie bevat de juridische vertaling van de visie van het bestemmingsplan. In hoofdstuk vier komt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan bod. Om een indruk te krijgen wat met het bestemmingsplan wordt beoogd en hoe het juridisch vertaald wordt, is het lezen van deze hoofdstukken voldoende. Hoofdstuk vijf tot en met zeven geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de planopzet. In hoofdstuk vijf wordt een beschrijving van het plangebied gegeven. Hoofdstuk zes gaat verder in op de beleidskaders. In het laatste hoofdstuk komen de omgevingsaspecten aan bod.
vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020
pagina
HOOFDSTUK 2 VISIE PLANGEBIED 2.1 Uitgangspunten Het bestemmingsplan 'Oosteinderweg 2020' komt overeen met de Gebiedsvisie Aalsmeer met bijbehorende uitvoeringsparagraaf. In hoofdstuk zes wordt nader ingegaan op de relatie tussen het bestemmingsplan en de Gebiedsvisie. Tevens wordt het overige relevante beleid hier behandeld. Het bestemmingsplan is overwegend consoliderend. Het beleid is in eerste instantie dan ook gericht op het beschermen en instandhouden van de karakteristieke kwaliteiten van het gebied en tegengaan en reguleren van intensieve en verkeersaantrekkende functies. Het bestemmingsplan biedt geen directe titel voor nieuwe ontwikkelingen. Ontwikkelingen die in afgelopen planperiode mogelijk zijn gemaakt worden in deze actualisatie voorzien van planologisch kader op basis waarvan het beheer kan plaatsvinden. De gemeenteraad heeft voor het plangebied de structuurvisie 'Bovenlanden Oosteinderweg' vastgesteld. Deze visie geeft duidelijkheid over de gewenste toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden in het plangebied. Zodoende zal de visie als toetsingskader gebruikt worden voor komende initiatieven. Voordat de visie wordt opgesteld heeft de gemeenteraad op 13 december 2018 een Nota van Uitgangspunten vastgesteld. Ter voorbereiding hiervan hebben gesprekken en interviews plaats gevonden met verschillende stakeholders in het plangebied en met belangrijke overlegpartners.
Dit bestemmingsplan loopt voor wat betreft de geboden ontwikkelingsmogelijkheden nog niet vooruit op de structuurvisie. Er zijn immers nog geen concrete en aantoonbaar uitvoerbare inititiatieven ingediend. 2.1.1 Wijzigingen naar aanleiding van beleid Het bestemmingsplan vertaalt de restrictieve ruimtelijke uitgangspunten ten aanzien van de aanwezigheid van bedrijvigheid en detailhandel in de linten zoals aangegeven in de Gebiedsvisie Aalsmeer (zie verder paragraaf 6.4.1). De beleidsuitgangpunten uit de detailhandelstructuurvisie uit 2008 en de detailhandelsnota werken door in het bestemmingsplan (zie paragraaf 6.4.12). Wat dat betreft is dit het voorzetten van de 'algemene beschrijving op hoofdlijnen' zoals deze in het voorheen geldende bestemmingsplan 'Oosteinderweg e.o. 2005' is ingezet. Specifiek voor woonbebouwing in de linten heeft de gemeenteraad de beleidsnota "Ruimtelijke beoordeling bouwen in de Linten van Aalsmeer" vastgesteld. Deze beleidsnota geeft regels voor de gewenste bebouwingsmassa en verschijningsvorm van de woningen langs een aantal linten binnen de gemeente (zie verder paragraaf 6.4.15). Het bestemmingsplan is hiermee in overeenstemming gebracht. Daarnaast zijn binnen de woonbestemmingen de regels met betrekking tot dakkapellen, erkers en het vestigen van bed and breakfast uit de 'Beleidsregels planologische afwijkingen' verwerkt.
Dit laatste thema geldt ook voor de bestemming 'Recreatie Jachthaven'. Tevens is het bestemmingsplan in overeenstemming gebracht met de beleidsuitgangpunten en terminologie uit de Ligplaatsenverordening Aalsmeer 2018 (zie verder paragraaf 6.4.8. 2.1.2 Wijziging naar aanleiding van relevante wet- en regelgeving
vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020
pagina
Op 1 januari 2018 is het Luchthavenindelingbesluit gewijzigd in werking getreden. De regelwijziging ziet onder andere toe op een eigen bevoegdheid voor het lokaal bestuur om binnen bestaand stedelijk gebied woningen toe te voegen binnen zone 4 van het Luchthavenindelingbesluit. De regels in het bestemmingsplan zijn aangepast conform de nieuwe wetgeving, al leidt dit niet tot nieuwe directe bouwtitiels. Per 1 november 2014 zijn de regels met betrekking tot vergunningsvrij bouwen gewijzigd in het Besluit omgevingsrecht. De nieuwe regeling staat niet langer geïsoleerd van de bebouwingregeling in het bestemmingsplan en is van invloed op de wijze van bestemmen en het toebedelen van erfbebouwing. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (2010) heeft gevolgen voor het realiseren van kwetsbare objecten in de nabijheid van de westelijk gelegen hoge druk gasleiding. Hiertoe is in het plan een veiligheidszone aangewezen. Gemeente Aalsmeer heeft een nieuwe erfgoedverordening vastgesteld. Deze heeft gevolgen voor de aanwijzing van dubbelbestemmingen waarin archeologische en cultuurhistorische waarden worden geborgd en beschermd. Deze vloeit voort uit de Erfgoedwet (2015).
Tot slot is de meest recente Provinciale Ruimtelijke Verordening, zoals de Provincie Noord-Holland heeft vastgesteld op 3 september 2019 en op 17 september 2019 in werking is getreden, verwerkt in de regels van het bestemmingsplan.
2.2 Functionele en ruimtelijke uitwerking Voor het bepalen van de gewenste bestemmingslegging met gebruiks- en bouwmogelijkheden in het plangebied is van belang of de aanwezige functies met daarbij horende verschijningsvorm, zowel planologisch of fysiek aanwezig, kunnen worden doorbestemd of moeten worden wegbestemd. Uitgangspunt is dat legaal aanwezige functies en bebouwingen, indien deze passend blijken binnen de toekomstige visie van het gebied, zullen worden bestemd. Functies die minder passend zijn zullen conform staand beleid worden voorzien van een maatwerkregeling. Bij illegaal gebruik of bebouwing zal beoordeeld moeten worden of dit positief moet worden bestemd of moet worden gehandhaafd. Binnen het plangebied komen globaal de volgende functies voor die volgens een vaste systematiek worden bestemd: Wonen Wonen vindt overwegend plaats langs de linten (Oosteinderweg en Pontweg) of in enkele gevallen verspreid in het plangebied. De woningen in de linten hebben de bestemming 'Wonen - Lintbebouwing' met regels die aansluiten op het daarvoor opgestelde specifieke lintenbeleid. De overige woningen hebben de bestemming 'Wonen' met meer reguliere bouwregels, sommigen met een beperkte inhoud. Dit zijn vooral locaties in kwetsbare gebieden zoals tegen de Ringvaart of de Oosteinderpoel.
In beide bestemmingen dient het hoofdgebouw binnen het bouwvlak gerealiseerd te worden en kan daaromheen erfbebouwing worden gerealiseerd. De diepte van de woonbestemmingen varieert sterk van 20 tot ruim 120 meter. Daarnaast vindt wonen plaats binnen het hoofdgebouw van de bestemming 'Horeca' en 'Gemengd 2' en in enkele gevallen in ondersteunende vorm (dienst- of bedrijfswoningen) binnen bestemmingen 'Sport - Zwembad', 'Maatschappelijk' en 'Recreatie - Jachthaven'.
vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020
pagina
Binnen het plangebied vindt permanent wonen tevens in woonarken plaats. Deze bijzondere vorm van wonen is bestemd als 'Water - Permanent Wonen'. De regeling zoals deze bestond in het bestemmingsplan 'Woonarken' is materieel in stand gelaten. Alleen wordt de bijbehorende oever met bouwmogelijkheden nu aangeduid binnen de bestemming 'Tuin'. Deze aanduiding impliceert dat de overige tot 'Tuin' bestemde gronden in beginsel onbebouwd dienen te blijven. De bestemming 'Water - Permanent Wonen' en 'Tuin' zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Agrarisch gebruik Grote delen van het Bovenland, gelegen achter de lintbebouwing, hebben van oudsher een agrarisch gebruik in de vorm van bloementeelt. Het gebied staat bekend om haar trekheestercultuur wat onlosmakelijk deel uit maakt van het landschappelijk karakter van het plangebied. Dit agrarisch gebruik manifesteert zich als deels open teelt op langgerekte legakkers op eilanden en deels in kassen, dichter naar het lint. De agrarische gronden zijn bestemd als 'Agrarisch - Tuinbouw' met delen te bebouwen binnen de bouwvlakken en delen onbebouwd verder richting de Ringvaart. Daar waar enkel kassen mogen worden gebouwd is dat aangeduid. De trekheestercultuur op het Bovenland van de Oosteinderweg loopt terug waardoor verrommeling en strijdig gebruik achter de linten optreedt.
Ondanks dat de Greenport Aalsmeer het gebied heeft aangewezen als 'te transformeren glas' (zowel fysiek aanwezig als onbenutte bouwmogelijkheden) zal dit bestemmingsplan hiervoor nog geen mogelijkheden bieden. De vastgestelde structuurvisie heeft de mogelijke en gewenste transformatiemodellen uitgewerkt. Het uiteindelijke doel is wel dat de verstening in het gebied af dient te nemen. Dat wil zeggen dat de mogelijkheden voor de bouw van kassen en agrarische bedrijfsgebouwen op termijn worden beperkt. Het omzetten van agrarische kavels naar recreatie of natuur heeft de afgelopen periode vaker plaatsgevonden, hiervoor bood het voorgaande bestemmingsplan een afwijkingsmogelijkheid, en zal ook de komende planperiode een gewenste optie zijn. Een aantal legale afwijkende functies zoals laag dynamische opslag is binnen de bestemming aangeduid. Illegale afwijkende functies worden niet gelegaliseerd wegens strijd met het geldende ruimtelijke beleid. Recreatief gebruik In lijn met de Agenda voor Recreatie en Toerisme wordt in dit bestemmingsplan volop ruimte geboden voor verschillende vormen van recreatief gebruik en toeristische- en leisure functies. Recreatief gebruik komt voor in intensieve en extensieve vorm. Het extensief recreatief gebruik omvat veelal dagrecreatie gericht op natuur- en landschapsbeleving, niet zijnde verblijfsrecreatie.
Dergelijke particuliere of verhuurde recreatiekavels vallen binnen de bestemming 'Recreatie' met zeer beperkte bouwmogelijkheden. Een aantal percelen was in het geldende bestemmingsplan al als zodanig bestemd, deze zijn doorbestemd. Binnen de voorheen geldende agrarische bestemming is het gebruik als recreatiekavel onder voorwaarden toegestaan met uitzondering van een zone langs de Ringvaart waar natuurontwikkeling is voorzien. Indien het recreatief gebruik nu als zodanig aanwezig is en het gebruik dus passend is op grond van het voorheen geldende plan, zijn deze gronden bestemd als 'Recreatie' met beperkte bouwmogelijkheden of als zodanig voorzien van een functieaanduiding. Dat wil dus overigens niet zeggen dat alle aanwezige bebouwing voldoet aan deze bouwregels van 6 m2 bebouwing per 1000 m2 recreatiekavel. Binnen de bestemming 'Natuur' is tevens beperkt extensief recreatief medegebruik toegestaan. Binnen de bestemming 'Natuur' is ook een aantal recreatiewoningen aangeduid welke op basis van het voorheen geldende bestemmingsplan reeds waren toegestaan. Uitbreiden ervan is niet aan de orde, maar de rechten van deze specifieke gevallen zullen in beginsel worden gerespecteerd.
vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020
pagina
De intensieve vorm van recreatie is vervat in een bestemming 'Recreatie - Jachthaven'. Het gaat hier vooral om watergerelateerde recreatie. Deze bestemming maakt de bedrijfsmatige exploitatie van een jachthaven mogelijk. Hieronder vallen verschillende bedrijfsactiviteiten zoals verhuren van stallingsruimte of ligplaatsen voor pleziervaartuigen of woonarken voor verblijfsrecreatie, activiteiten gericht op watersport, lichte reparatiewerkzaamheden en ondersteunende functies zoals horeca of detailhandel. Steigers zijn toegestaan binnen de aanduiding 'jachthaven' binnen de bestemming 'Water'. Andere vormen van recreatief gebruik zijn toegestaan binnen 'Gemengd 1' (vooral leisure), 'Horeca' en 'Sport - Zwembad'. Binnen de bestemmingen 'Wonen (Lintbebouwing)' en 'Recreatief - Jachthaven' geeft het beleid ruimte voor het vestigen van Bed&Breakfast accommodaties. Onder strikte voorwaarden kan het college hiervoor van de gebruiksregels afwijken. Natuur en landschapswaarden Delen van het plangebied maken deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Door het plangebied lopen ook natuurverbindingen. Deze vinden haar grondslag in de PRV. Via een aantal grotere elementen zoals natuurgebied Oosteinderpoel, de Ringvaart van de Haarlemmermeer en het Molmpoeltje is een zone met stepping stones voorzien die tezamen de Groene As vormen.
Gronden in deze Groene As zijn over het algemeen in eigendom bij de Provincie, Landschap Noord-Holland of Stichting De Bovenlanden. Deze gronden hebben de bestemming 'Natuur' gekregen met een bijbehorend stelsel voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van werken. De ecologische verbindingszone die vanaf de Ringvaart naar de Hoge Dijk en over de Oude Spoordijk weer naar de Ringvaart loopt heeft een planregeling zoals de PRV dat voorschrijft. In enkele gevallen zijn oude seringenakkers de afgelopen planperiode verruigd nadat het agrarisch gebruik is beëindigd. In veel gevallen waren deze akkers in het voorgaande bestemmingsplan aangewezen voor natuurontwikkeling. De akkers kunnen de komende planperiode worden ontwikkeld naar natuureilanden en als zodanig worden beheerd. Dit gebruik is mogelijk binnen de bestemming 'Agrarisch - Tuinbouw'. Het geheel aan akkers en eilanden vormt een waardevol landschappelijk ensemble waarin een patroon van sloten, haaks op de Oosteinderweg als voormalige ontginningsas, als belangrijkste ruimtelijke drager wordt aangemerkt. Vanuit het waarborgen van dit patroon, maar ook zeker vanuit oogpunt van het zekerstellen van voldoende waterberging zijn deze sloten bestemd als 'Water'. Er wordt zeer terughoudend omgegaan met dempen van water en het realiseren van aanlegsteigers worden in beginsel uitgesloten.
Innemen van ligplaatsen voor woonarken is niet gewenst tenzij nader is bestemd. Het innemen van een aanleggen van een pleziervaartuig is voorbehouden aan locaties die grenzen aan specfieke bestemmingen (waaronder Wonen). Voor het innemen van een ligplaats voor een kajuitboot (een type pleziervaartuig dat voor overnachting kan worden aangewend) gelden weer andere voorwaarden waaronder een plaats- en tijdsbepaling. De systematiek uit de Algemene Plaatselijke Verordening in combinatie met de bestemmingsplanregels uit het voorgaande bestemmingsplan zijn over genomen in dit bestemmingsplan. Bedrijvigheid Verspreid over het plangebied liggen verschillende percelen die bedrijfsmatig gebruikt worden, anders dan de agrarische bedrijvigheid. Dergelijke percelen hebben de hoofdbestemming 'Bedrijf' gekregen. In het voorgaande bestemmingsplan waren verschillende bedrijfsactiviteiten uitgesplitst in 'Bedrijf, 'Scheepswerf I en II', 'Groothandel', 'Garagebedrijf', 'Detailhandel in volumineuze goederen' en 'Opslag'. Dit onderscheid komt nu tot uitdrukking in toevoegingen '- Scheepswerf 1' voor de lichte categorie werven of '- Scheepswerf 2' voor de zware categorie.
vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020
pagina
Toegestaan zijn bedrijfsactiviteiten tot en met categorie 3.1, met uitzondering van situaties waar een mix met woningen dit niet wenselijk acht (cat. 2) of waar dit in het voorgaande plan al aanwezig was en nog steeds als zodanig wordt gebruikt (cat. 4). Deze gevallen zijn nader aangeduid. Verschillende vormen van aanwezige detailhandel zijn ondergebracht onder de hoofdbestemming die daar in beginsel het meest doelmatig is. Dit is of 'Bedrijf' of 'Wonen - Lintbebouwing'. Het gaat om groothandel, perifere detailhandel of reguliere detailhandel dat expliciet is aangeduid als toegestaan gebruik. Hierbij wordt opgemerkt dat het gaat om het gebruik zoals dat op het moment van terinzagelegging aanwezig was. Het college kan de aanduiding (perifere-) detailhandel van de verbeelding verwijderen met een wijzigingsbevoegdheid als het gebruik gedurende langer dan een half jaar is beëindigd. Hiermee wordt het restrictieve beleid ten aanzien van detailhandelsvestigingen in de linten zoals dat wordt voorgezet in het detailhandelnota (zie 6.4.12) in het bestemmingsplan geïmplementeerd. Solitaire kantoorfuncties hebben de bestemming 'Kantoor' en maatschappelijke voorzieningen, binnen dit plangebied gaat het om twee kerken, de bestemming 'Maatschappelijk'.
2.3 Bouwontwikkelingen In deze paragraaf worden de ruimtelijke ontwikkelingen beschreven die de afgelopen planperiode in afwijking van het bestemmingsplan hebben plaatsgevonden en de ontwikkelingen die nu in voorbereiding zijn en waarvoor nog geen planologische procedure is doorlopen en afgerond. 2.3.1 Onherroepelijke ontwikkelingen Binnen het plangebied heeft een aantal bouwontwikkelingen plaatsgevonden in afwijking van het voorgaande bestemmingsplan. Veelal is dit gebeurd door middel van vrijstelling of afwijking van het bestemmingsplan. Sommige ontwikkelingen zijn al gerealiseerd, bij anderen moet de bouw nog gestart worden. Deze ontwikkelingen worden nu in dit plan voorzien van een actueel beheerskader. Het gaat onder andere om de volgende in het oog springende ontwikkelingen: <0000>
<0000> <0000> <0000> <0000> <0000>
Perry Sport, Oosteinderweg 247b; het distributiecentrum is verbouwd en uitgebreid met kantoor ter plaatse van een deel van het gebouw dat voorheen een bestemming 'Kinderspeeltuin' had. De oppervlakten kantoorruimte zijn vastgesteld en gemaximeerd; Scheepswerf De Vries, Oosteinderweg 35; de werf is uitgebreid met een nieuwe hal achter nrs. 37 en 37a en een parkeerplaats achter nrs. 39 t/m 43. Bouwhoogten zijn overeenkomstig de vergunning opgenomen; Jachthaven Ten Broek, Oosteinderweg 105a; het jachthaven is gesaneerd, verschillend strijdig gebruik is beëindigd en er is een bedrijfswoning op de jachthaven gerealiseerd. Deze is nader aangeduid binnen de bestemming; Blue Mansion Hotel, Oosteinderweg 248; hotel is gerealiseerd aan de zijde van de Oosteinderweg en de zijde van de Hoge Dijk; Bedrijfsunits, Oosteinderweg 106b; Sloop/nieuwbouw van 16 bedrijfsunits waarbij parkeerplaatsen achter het pand zijn voorzien; Garagebedrijf met bovenwoningen, Oosteinderweg 335-337; nieuwbouw van een garagebedrijf met appartementen op de verdieping gerealiseerd. Maximale milieucategorie ter plaatse is 2;
vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020
pagina
<0000>
<0000> <0000>
Oosteinderweg 287; verbouwing van voormalige kassen naar botenopslag (1000 m2), daghoreca incl. keuken en opslag ed. (720 m2), sportvoorziening (389 m2), Stichting De Werkschuit (139 m2), biljartvereniging (220 m2) en escaperoom (287 m2). In het voorheen geldende bestemmingsplan hebben de percelen een wijzigingsbevoegdheid naar scheepswerf. De functies kunnen een opmaat zijn naar de ontwikkeling van een concept van samenhangende recreatieve activiteiten; Oosteinderweg 291: het gebruik van een drietal loodsen voor niet-agrarisch gerelateerde opslag; Verschillende woningen; in het lint van de Oosteinderweg of de Pontweg zijn de afgelopen planperiode verschillende woningen vervangen of toegevoegd. Deze hebben een bestemming 'Wonen - Lintbebouwing' gekregen inclusief een te bebouwen erf rond de woning.
2.3.2 Toekomstige ontwikkelingen Het plangebied ligt geheel in de invloedssfeer van Schiphol. Het beperkt de ruimtelijke mogelijkheden en heeft een grote invloed op de leefbaarheid in het gebied. De groei van het luchtvaartverkeer komt voor en groot deel op de Aalsmeerderbaan terecht. Dat betekent dat zeker in het gebied rond de sloopzone (LIB 1 en LIB 2) de vraag gesteld moet worden welk ontwikkelingsperspectief deze gebieden nog hebben. Daarbij speelt het gegeven dat de Oosteinderweg als primaire ontsluiting niet berekend is op veel meer verkeersbewegingen en zeker niet is ingericht op meer vrachtverkeer. Tegen deze achtergrond worden de voorbereidingen getroffen voor het opstellen van een (structuur)visie voor de Oosteinderweg. De gemeenteraad heeft de structuurvisie 'Bovenlanden Oosteinderweg' vastgesteld op 3 december 2020. De visie brengt in beeld welke ontwikkelingen nog mogelijk en wenselijk zijn in dit zwaar belaste gebied. Ook is duidelijk geworden op welke plekken geen of nauwelijks (commerciële) ontwikkelingen wenselijk zijn en dus het beheer van gronden primair een publieke investering zal vergen. Het bestemmingsplan loopt niet vooruit op ontwikkelingen die zich nu of in de toekomst mogelijk aandienen. Een aantal ontwikkelingen is nog niet voldoende uitgewerkt of wacht op een beoordeling op ruimtelijke aanvaardbaarheid.
In het kader van voorzienbaarheid verdient het de aanbeveling hier in deze toelichting melding van te doen. Deze ruimtelijke procedures zijn vóór de vaststelling van dit bestemmingsplan niet afgerond en zullen niet in dit bestemmingsplan verwerkt worden. Een viertal ontwikkelingen die zich de afgelopen jaren hebben aangediend en mogelijk de komende jaren tot uitvoering kunnen worden gebracht zijn: Ontwikkelingsplan Stichting De Bovenlanden Doelstelling van De Bovenlanden is het bevorderen en in stand houden van een ecologische verbindingszone langs de Ringvaart. De waardevolle combinatie van landschap, cultuurhistorie en natuur dient levend gehouden te worden en tevens toegankelijk te worden voor bezoekers door de toevoeging van kleinschalige recreatieve bedrijvigheid. Het ontwikkelingsplan bestaat voor het plangebied uit een drietal blokken verspreid over het Bovenland. Rond de Sloopzone heeft De Bovenlanden een aantal akkers in eigendom. Daarbij moet nog 4,5 ha worden aangekocht ter afronding van de Groene As om uiteindelijk als natuur in te richten. Wel is hier een sanering nodig. Binnen dit blok kan een aantrekkelijke doorvaart voor de kleine watersport terug worden gebracht. Ten westen van de voormalige veiling Bloemenlust zijn de gronden in grotendeels in eigendom van de stichting. Nog 0,5 hectare moet worden aangekocht voor de inrichting als natuur.
Bij de Molenpoel liggen 11 akkers waarvan er vier in eigendom zijn van de stichting.
vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020
pagina
Aankoop van de overige zeven (3 ha.) kan op korte termijn worden gerealiseerd. Na aankoop en herinrichting kunnen de akkers direct worden doorverhuurd aan de trekheesterkwekers ter plaatse voor een duurzame instandhouding van de cultuur. Oosteinderweg 287 Voor de voormalige kwekerij aan de Oosteinderweg 287 is in 2013 een quickscan vastgesteld voor de herontwikkeling van de percelen. De quickscan richt zich op een stapsgewijze ontwikkeling naar een recreatief steunpunt met een extensief karakter. Hier kan ruimte gezocht worden voor een beperkt aantal recreatieverblijven/arken en horeca in een groene landelijke setting en behoud van een ensemble van kassen, ketelhuis en schoorsteen. Op basis van deze quickscan zijn een viertal ontheffingen verleend te weten: <0000> Gebruikswijziging van de achterste deel van de kas (51 meter) en hierbij horende terreinen ten behoeve van botenopslag; <0000> Gebruikswijziging van het ketelhuis ten behoeve van een sportvoorziening; <0000> Tijdelijke gebruikswijziging van het voorste deel van de kas ten behoeve van daghoreca ZAAI Kweek en Eet (catering en horeca); <0000> Gebruikswijziging van het middelste deel van de kas ten behoeve van een Stichting de Werkschuit, een biljartvereniging, escaperoom en sportvoorziening. Op de percelen aan weerszijde is nog ruimte beschikbaar voor andere functies.
De in ontwikkeling zijnde visie voor de Oosteinderweg kan duidelijkheid geven welke functies passend worden geacht op een recreatief steunpunt. Tot die tijd zal de initiatiefnemer het concept en de plannen verder uitwerken. Oosteinderweg 49 Gemeente bereidt de besluitvorming voor met betrekking tot de aanwezige uitbreiding van de parkeerplaatsen bij Scheepswerf De Vries achter Oosteinderweg 49. Initiatiefnemer heeft hiervoor een aanvraag omgevingsvergunning ingediend. De parkeerplaatsen zijn ten behoeve van het bedrijf met milieucategorie 5.1 dat is begrensd als een gezoneerd industrie- of bedrijventerrein. Oosteinderweg 32 Gemeente bereidt de besluitvorming voor met betrekking tot de uitbreiding van de verf- en lakfabriek op Oosteinderweg 32. Het geldende bestemmingsplan geeft hier nog uitbreidingsruimte welke in dit bestemmingsplan wordt gerespecteerd. Initiatiefnemer heeft hiervoor een aanvraag omgevingsvergunning ingediend die voorziet in een uitbereiding iets buiten het bouwvlak en waarbij de woning op het perceel wordt gesloopt. Gemeente heeft zich in een eerder stadium postitie uitgelaten over het vooroverleg mede omdat het totale plan bijdraagt aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van de voortuinzone en de omlooptijd van opgeslagen stoffen vergroot waardoor er minder vervoersbewegingen nodig zijn.
In het kader van deze aanvraag is ook een revisievergunning Wet milieubeheer benodigd. Daarnaast is het bedrijf een BEVI-inrichting (zie paragraaf 7.7.).
2.4 Motivatie gemaakte keuzes De functionele uitwerking is in overwegende mate gebaseerd op de voorgaande planregeling uit het bestemmingsplan 'Oosteinderweg e.o. 2005' en 'Woonarken'. Er is geen aanleiding en noodzaak om stedelijke functies ruimer te bestemmen of nieuwe stedelijke functies toe te voegen. De bestemmingsplanregelingen komen materieel grotendeels overeen met de voorgaande regelingen. Soms verschilt de systematiek iets ten gunste van de leesbaarheid of veranderingen in de landelijke of gemeentelijke standaard van de afgelopen jaren. In een enkel geval verschillen regels omdat in het voorgaande plan de vertaling van het beleid naar regels niet op een juiste wijze heeft
vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020
pagina
plaatsgevonden. Hier liggen over het algemeen geen expliciete beleidswijzigingen aan ten grondslag. In dit bestemmingsplan is een aantal principiële keuzes gemaakt die afwijken van de voorgaande planregeling. Deze komen tot uitdrukking op de planverbeelding, de planregels of een combinatie tussen beiden. De volgende motiveringen liggen hieraan ten grondslag: <0000> <0000>
<0000>
<0000>
<0000>
<0000>
Het lintenbeleid, zoals dat in 2011 is vastgesteld, is vertaald in de bestemming 'Wonen - Lintbebouwing'. Voor overige woningen die niet binnen de reikwijdte van dit beleid vallen wordt de bestemming 'Wonen' aangehouden; Binnen 'Recreatie - Jachthaven' is het bedrijfsmatig verhuur van recreatiekavels toegestaan. Deze bedrijfsactiviteit paste in het voorheen geldende plan niet binnen de bestemming 'Jachthaven'. Op Jachthaven Ten Broek is hiervoor in de lopende planperiode van het bestemmingsplan afgeweken. Een dergelijke aanvulling op de bedrijfsactiviteiten is geen belasting voor de omgeving, mits zorgvuldig ingepast en geeft geen extra significante hinder. Daarnaast zijn binnen de jachthavens woonarken voor verblijfsrecreatie toegestaan. Deze mogelijkheid was in het geldende bestemmingsplan door de Provincie van goedkeuring onthouden; Eveneens van goedkeuring onthouden was de bestemming 'Stille opslag'. Reden hiervoor was het ontbreken van een beperking voor het opslaan van gevaarlijke stoffen. De bestemmingsplanregeling is echter nooit gerepareerd terwijl er geen aanleiding was dit niet te doen.
De gevallen die hierdoor dus niet zijn bestemd zijn in dit bestemmingsplan alsnog voorzien van een fucntieaanduiding 'opslag' met daarbij het verbod op de opslag van brand- en exposiefgevaarlijke stoffen zoals vuurwerk, gasflessen en verf; Gebiedsvreemde functies, het gaat hier om vormen of afgeleiden van detailhandel, waaronder groothandelsbedrijven. Deze worden, voorzover legaal aanwezig, voorzien van een maatbestemming. Enkel het gebruik zoals dat aanwezig was op het moment van het ter inzage leggen van het ontwerpplan is toegestaan. Het college heeft de bevoegdheid hebt gebruik te wijzigen zodra het langer dan een half jaar beëindigd is. Aan uitbreidingen van perifere detailhandel wordt in beginsel geen medewerking verleend. Dit in lijn met het geldende detailhandelbeleid; Bestemmingen die een parkeerbehoefte genereren zijn voorzien van een regeling om voldoende parkeerplaatsen af te dwingen. Deze verplichting is nu al van kracht op grond van het Paraplubestemmingsplan Parkeernormen. Met een voorwaardelijke verplichting wordt afgifte van een omgevingsvergunning afhankelijk gesteld van de beschikbaarheid van voldoende parkeerplaatsen conform de op dat moment geldende Nota Parkeernormen Aalsmeer. De wetgever verplicht dit een plaats te geven in bestemmingsplannen nu deze regeling in de bouwverordening is komen te vervallen.
Binnen een aantal bestemmingen liggen nog onbenutte bouwrechten. In de gevallen waar deze ruimte naar verwachting meer dan 500 m2 bedraagt voorziet deze bestemming in een voorwaardelijke verplichting die de aanvrager van een vergunning verplicht de toe te voegen bebouwing te compenseren van extra oppervlaktewater. Deze verplichting is conform de normen van het waterschap en volgen uit de Keur.
vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020
pagina
HOOFDSTUK 3 PLANOPZET 3.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plangebied juridisch is vertaald. In het voorgaande hoofdstuk is beschreven welke ontwikkelingen in het plangebied plaatsvinden. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke juridisch-planologische instrumenten daarbij worden ingezet. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) die per 1 juli 2008 in werking is getreden verplicht gemeenten tot het opstellen van een bestemmingsplan voor het gehele grondgebied. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. Deze onderdelen zijn bindend voor de burger. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen.
De toelichting is niet juridisch bindend, maar wordt als handvat en beleidskader/interpretatiekader voor het bestemmingsplan gebruikt.
3.2 De planregels en bestemmingen De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: <0000> Hoofdstuk 1: inleidende regels; met daarin definities en de wijze van meten en berekenen en de reikwijdte van dit bestemmingsplan. <0000> Hoofdstuk 2: bestemmingsregels; die het hart van ieder bestemmingsplan vormen. Ze zijn opgebouwd uit een bestemmingsomschrijving, waarin een omschrijving wordt gegeven van de aan de grond toegekende functies. Per bestemming worden bouwregels gegeven, waarin voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bouwbepalingen worden geregeld. <0000> Hoofdstuk 3: algemene regels; deze hebben betrekking op in beginsel alle voorafgaande regels. Hierbij gaat het onder meer om de anti-dubbeltelbepaling, algemene gebruiksregels, algemene bouwregels algemene afwijkingsbevoegdheid. <0000> Hoofdstuk 4: overgang- en slotregels. De regels in hoofdstuk 1 en de algemene regels in hoofdstuk 3 gelden voor het bestemmingsplan als geheel. Zij werken door in de diverse bestemmingen. Artikelsgewijze beschrijving regels en bestemmingen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Begrippen (artikel 1) hierin worden de begrippen gedefinieerd die in de planregels worden gebruikt.
Wijze van meten (artikel 2) hierin wordt aangegeven hoe de diverse maten worden gemeten en de inhoud en oppervlakte van bouwwerken worden berekend om zo een eenduidige toepassing van de bebouwingregeling te bewerkstelligen.
vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020
pagina
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Binnen bestemmingen die een parkeervraag genereren is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Hiervoor wordt de afgifte van een omgevingsvergunning voor bouwen afhankelijk gesteld van de aanwezigheid van voldoende parkeerplaatsen. Het benodigd aantal parkeerplaatsen is te herleiden uit de Nota Parkeernormen Aalsmeer. De voorwaardelijke verplichting verwijst naar de op moment van indiening geldende nota. Binnen een aantal bestemmingen is een stelsel van nadere eisen, zoals bedoeld in artikel 3.6 lid 1 sub d. Wro, opgenomen. In die gevallen kan Burgemeester en Wethouders ten aanzien van in het plan omschreven onderwerpen of onderdelen nadere eisen aan de te verlenen omgevingsvergunning verbinden. Deze eisen zijn gericht op de landschappelijke inpassing van bouwwerken en komen terug in bestemmingen die binnen of grenzen aan het landschappelijk waardevol ensemble van water, akkers en natuur. Agrarisch - Tuinbouw (artikel 3) Deze bestemming geldt voor de in het plangebied aanwezige agrarische, in hoofdzaak grondgebonden bedrijvigheid. Binnen de bestemming wordt tevens ruimte geboden voor natuurontwikkeling. Niet agrarische opslag is als laagdynamische opslag aangeduid. Binnen de aanduiding 'tuincentrum' is een klein tuincentrum toegestaan. Bedrijfsbebouwing dient binnen de bouwvlakken te worden opgericht.
Buiten de bouwvlakken zijn enkel kassen toegestaan, voor zover deze op de verbeelding zijn aangeduid als 'kas'. Bedrijf, - Nutsvoorzieningen - Scheepswerf 1 - Scheepswerf 2 (artikel 4, 5, 6 en 7) Deze bestemming geldt voor de in het plangebied zelfstandig voorkomende vormen van bedrijvigheid. Voorts kunnen op deze gronden bedrijven worden gerealiseerd/gevestigd, welke in de van toepassing verklaarde categorieën van de bij de voorschriften behorende bedrijvenlijst staan aangegeven. Deze lijst is zodanig ingericht, dat naarmate de te verwachten hinderlijkheid van een inrichting groter is deze inrichting in een hogere categorie is geplaatst. Bedrijven met een hogere categorie dan 3, of een grotere verkeersaantrekkende werking zoals perifere detailhandel of groothandelbedrijven zijn specifiek aangeduid. Hiervoor geldt een maatwerkregeling. Bouwen dient plaats te vinden binnen de bouwvlakken, waarbij bouwhoogten en bebouwingspercentages staan aangegeven. Gemengd 1 en 2 (artikel 8 en 9) Deze gronden zijn bestemd voor een combinatie van twee of meer gelijkwaardige functies, respectievelijk sport, cultuur/ontspanning en evenementencentrum (1) en detailhandel, dienstverlening en wonen (2). Bouwen geschiedt binnen de bouwvlakken, conform de aangegeven bouwhoogten en bebouwingspercentages.
Uitwisselen tussen verschillende functie is mogelijk zolang hiervoor voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Groen (artikel 10) Het groen binnen het plangebied is als zodanig bestemd. Het groen is mede bestemd voor bermen en beplanting, paden, speelvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede voor verhardingen, parkeervoorzieningen, geluidwerende voorzieningen en straatmeubilair. Specifiek is de scoutingvereniging aan het einde van de Oude Spoordijk aangeduid. Hierbinnen mag beperkt worden gebouwd. Horeca (artikel 11) De horecavestigingen zijn opgenomen in deze bestemming. De horecabedrijven zijn onderverdeeld in drie verschillende categorieën, namelijk categorie 1: lunchrooms,
vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020
pagina
koffie-/theehuizen, categorie 2: restaurants, cafetaria, snackbars en catagorie 5: hotel. Uitwisseling tussen horecabedrijven mag slechts plaatsvinden naar een lagere categorie. Daarnaast zijn zaalaccommodaties toegestaan. Bouwen geschiedt binnen de bouwvlakken, conform de aangegeven bouwhoogten en bebouwingspercentages. Kantoor (artikel 12) Onder deze bestemming is een zelfstandige kantoorpand (accountantkantoor) opgenomen. Bouwen geschiedt binnen de bouwvlakken, conform de aangegeven bouwhoogten en bebouwingspercentages. Maatschappelijk, - Dierenopvang (artikel 13 en 14) De maatschappelijke voorzieningen, in dit geval twee religieuze voorzieningen, zijn als zodanig bestemd. In deze bestemming is onder meer een dienstwoning en begraafplaats opgenomen. Een dierenopvanglocatie heeft een specifieke bestemming gekregen. Bouwen geschiedt binnen de bouwvlakken, conform de aangegeven bouwhoogten en bebouwingspercentages. Natuur (artikel 15) Deze bestemming omvat het grootste deel van de door de Provincie ecologische verbindingszone door het Bovenland, waaronder natuurgebied Oosteinderpoel als Ecologische Hoofdstructuur. Gronden zijn overwegend in eigendom Stichting De Bovenlanden, de Provincie Noord-Holland en Landschap Noord-Holland. Deze gronden hebben een functie voor landschaps- en natuurontwikkeling.
De extensieve dagrecreatieve functie in het noordwesten van het gebied is specifiek aangeduid. Verspreid binnen de bestemming ligt een aantal specifiek aangeduide recreatiewoningen met beperkte bouwmogelijkheden. Recreatie, - Jachthaven (artikel 16 en 17) Recreatiekavels en jachthavens zijn opgenomen in deze bestemming. Binnen jachthavens zijn verschillende aan de bedrijfsvoering gerelateerde functies toegestaan, waaronder verhuur van recreatiekavels en ligplaatsen van woonarken voor verblijfsrecreatie en pleziervaartuigen. Een bedrijfswoning is specifiek aangeduid. Bouwen geschiedt binnen de bouwvlakken, conform de aangegeven bouwhoogten en bebouwingspercentages. Op recreatiekavel mag zeer beperkt gebouwd worden en is afhankelijk gesteld van de grootte van het kavel. Sport - Zwembad (artikel 18) Onder deze bestemming is het Oosterbad opgenomen. Ter plaatse is een dienstwoning toegestaan. Bouwen geschiedt binnen de bouwvlakken, conform de aangegeven bouwhoogten en bebouwingspercentages. Tuin (artikel 19) Onder deze bestemming zijn tuinen bij woonarken opgenomen. De bestemming dient in samenhang gezien te worden met 'Water - Permanent Wonen' en 'Water Verblijfsrecreatie'. Feitelijk zijn het de oevers ten behoeve van het oevergebruik bij de woonarken.
Tuinen dienen onbebouwd te blijven met uitzondering van daarvoor als 'specifieke vorm van tuin - bijgebouwen woonarken' en 'specifieke vorm van tuin bijgebouwen 1 woonarken' (voor locaties in landelijk gebied) aangeduide gronden. Afhankelijk van de ligging en het soort woonark waaraan het grenst is een bepaalde oppervlakte aan bijgebouwen toegestaan. Verkeer, - Verblijfsgebied (artikel 20 en 21) Onder de verkeersbestemming zijn gebracht de verkeerswegen ten dienste van gemotoriseerd verkeer, fiets- en voetpaden, alsmede geluidwerende voorzieningen. De specificatie Verblijfsgebied is voorbehouden aan gronden die gebruikt worden en ingericht zijn ten dienste van langzaamverkeer en/of eigenweg.
vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020
pagina
Water, - Permanent Wonen - Verblijfsrecreatie (artikel 22, 23 en 24) Onder deze bestemming zijn de doorgaande en bevaarbare watergangen opgenomen. De ligplaatsen voor de woonarken hebben een specifieke bestemming, ofwel voor permanente bewoning, ofwel voor verblijfsrecreatie. De maximale maten van de woonark zijn in de regels opgenomen en zijn afhankelijk van het soort woonark (voor permanente bewoning of verblijfsrecreatie) en ligging (wel of niet in landelijk gebied). In veel gevallen zijn afwijkende maten toegestaan overeenkomstig het bij de regels behorende overzicht (bestaande aanwezige woonark) waarbij men bij vervanging van de woonark terug valt op de gewenste maten. Wonen, - Lintbebouwing (artikel 25 en 26) Binnen deze bestemming zijn de bestaande woningen toegestaan. Woningen langs linten zijn gespecificeerd en de regels zijn conform het lintenbeleid. Woningen dienen binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd in overeenstemming met de aangeduide maximale goot- en bouwhoogte. Bij woningen zijn onder voorwaarden aan-huis-gebonden-activiteiten toegestaan en worden regels gegeven voor erfbebouwing. Ondergeschikte functies zoals detailhandel, opslag en praktijkruimte zijn aangeduid en van een maatwerkregeling voorzien. Binnen de lintbebouwing (art. 26) is het toevoegen van woningen binnen de bouwvlakken middels een wijzigingsbevoegdheid onder voorwaarden toegestaan.
Dubbelbestemmingen (artikel 27 t/m 31) Als dubbelbestemming zijn opgenomen Leiding - Gas, Leiding - Water, Waarde Archeologie 1, 2 en 3, Waarde - Cultuurhistorie Gemeente en Waterstaat Waterkering. De primaire bestemming mag de belangen welke worden behartigd binnen de dubbelbestemming niet onevenredig schaden. Hiervoor is in de planregels een regeling opgenomen. Hoofdstuk 3 Algemene regels Anti-dubbeltelregel (artikel 32) Deze bepaling dient om te voorkomen dat bijvoorbeeld een grondoppervlak dat in een bepaald geval al eens als berekeningsgrondslag voor de toelaatbare oppervlakte aan bebouwing heeft gediend, later nog eens als berekeningsgrondslag voor een ander bouwwerk wordt gebruikt, maar dat dan tot gevolg heeft dat in het eerste geval een situatie ontstaat die afwijkt van het plan. Algemene bouwregels (artikel 33) In dit artikel (toegelaten overschrijdingen) wordt aangegeven in welke gevallen de in dit plan aangegeven bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en/of hoogtematen overschreden mogen worden. Dit betreffen bijvoorbeeld liftkokers, schoorstenen en balkons. Geluidszone - Industrie 50dB (artikel 34) Binnen deze gebiedsaanduiding liggen de gronden binnen de invloed van een gezoneerd industrie- of bedrijventerrein (Scheepswerf De Vries en Industrieterrein Schiphol) liggen.
Hierbinnen zijn geen geluidsgevoelige gebouwen toegestaan tenzij de geluidsbelasting voldoen aan een geldende of verkregen hogere grenswaarde. Luchtvaartverkeerszone-LIB (artikel 35 t/m 38) Hier wordt aangegeven waar de gronden binnen de gebiedsaanduidingen en vrijwaringszones (Luchtvaartverkeerzones LIB) voor bedoeld zijn. Afhankelijk van welk artikel uit het Luchthavenindelingbesluit van toepassing is gelden beperkingen voor bouwen en gebruik.
vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020
pagina
Veiligheidszone - Leiding (artikel 39) Binnen deze gebiedsaanduiding liggen de gronden binnen de invloed van een hoge druk gasleiding liggen. Hierbinnen zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten toegestaan tenzij de grenswaarden voor het groepsrisico en risicoafstanden worden afgewogen. Vrijwaringszone - Molenbiotoop (artikel 40) Hier wordt het gebied aangeduid waarbinnen, ter bescherming van een vrije windvang van de molen en de waarde als landschappelijk element, beperkingen gelden voor de bouwhoogte en oprichten van hoogopgaande beplanting. Tevens wordt aangegeven onder welke voorwaarde van dit verbod kan worden afgeweken. Algemene afwijkingsregels (artikel 41) In dit artikel wordt bepaald in het kader van welke algemene afwijkingen in het plangebied gebruik gemaakt kan worden. Overige regels (artikel 42) In dit artikel staat aangegeven in welke volgorde de verschillende dubbelbestemmingen gelden. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht (artikel 43) Samengevat wordt hierin gewaarborgd dat bouwwerken en gebruiksvormen die bij de totstandkoming van het plan reeds bestaan, maar nu in strijd raken met het plan, mogen blijven bestaan. Daarbij wordt het hierin mogelijk gemaakt om op te treden tegen eerder ontstaan illegaal gebruik. Slotregel (artikel 44) Voor de duidelijkheid, o.a.
bij benoeming en verwijzing, is hierin een eenduidige naam voor het gehele plan inclusief de toelichting aangegeven.
vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020
pagina
HOOFDSTUK 4 UITVOERBAARHEID 4.1 Actuele regionale behoefte In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking 2.0' die per 1 juli 2017 in werking is getreden. De 'stappen van de ladder' worden is artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 1. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling 2. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, geeft de toelichting een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Binnen het bestemmingsplan wordt geen ontwikkeling mogelijk gemaakt die van dien aard is dat deze als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden aangemerkt. De actuele regionale behoefte van dit bestemmingsplan hoeft dus niet te worden aangetoond.
4.2 Economische uitvoerbaarheid 4.2.1 Financieel-economische haalbaarheid Onderhavig bestemmingsplan heeft voornamelijk een conserverend karakter. Uit onderzoek naar de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is derhalve gebleken dat er enkel kosten optreden die verband houden met het opstellen van het bestemmingsplan. Hiervoor staan dekkende fondsen uit de algemene middelen van de gemeente ter beschikking. Uit het onderzoek is daarnaast gebleken dat er geen onvoorziene hoge kosten zijn te verwachten en de gemeente bovendien geen hoge financiële risico's draagt. Het bestemmingsplan is derhalve economisch uitvoerbaar. 4.2.2 Verhaal van kosten Om gemaakte kosten te verhalen dient de gemeenteraad ingevolge artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan dient vast te stellen voor de gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. (Zie artikel 6.2.1. Bro) Voorliggende bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen, maar betreft een conserverend bestemmingsplan. Op basis van dit bestemmingsplan worden geen nieuwe bouwplannen ontwikkeld als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Het vaststellen van een exploitatieplan is daarom niet noodzakelijk.
4.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 4.3.1 Inspraak Het voorontwerp is gedurende zes weken ter inzage gelegd van vrijdag 3 november 2017 tot en met donderdag 14 december 2017. Hiervan is vooraf digitaal kennisgegeven in de Staatscourant en het Gemeenteblad en in de Nieuwe Meerbode op 2 november 2017.
vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020
pagina
Er is een informatieavond gehouden op 27 november 2017, waarbij eenieder kon worden ingelicht over de doelstellingen van het voorontwerp bestemmingsplan en waarbij gelegenheid is gegeven om vragen te stellen en reacties naar voren te brengen. In bijlage 1 van de plantoelichting zijn de inspraakreacties zakelijk weergegeven en is het commentaar daarop van het college van burgemeester en wethouders neergelegd. 4.3.2 Bro-partners In het kader van het wettelijk vooroverleg op grond van het Besluit op de ruimtelijke ordening is het voorontwerp toegezonden aan de hieronder genoemde provinciale en rijksdiensten en andere instanties op 2 november 2017. De toezending is gedaan met het verzoek om binnen zes weken te reageren en met de mededeling, dat indien niet binnen die termijn zal zijn gereageerd, wordt aangenomen, dat het voorontwerp bestemmingsplan geen aanleiding heeft gegeven tot het maken van opmerkingen. 1. Gedeputeerde Staten van Noord-Holland 2. Hoogheemraadschap van Rijnland 3. Ministerie van EL&I 4. Steunpunt Monumenten en Archeologie (MOOI Noord-Holland) 5. Kamer van Koophandel voor Amsterdam e.o 6. Gasunie 7. Liander 8. PWN Noord-Holland 9.
Luchthaven Schiphol Group 10.Gemeente Haarlemmermeer 11.Stichting De Bovenlanden 12.Landschap Noord-Holland 13.Ondernemend Aalsmeer 14.Land- en tuinbouworganisatie Noord 15.Vrijwillige Adviescommissie 16.Brandweer Amstelland 17.Wijkraad De Dorper 18.Wijkraad Aalsmeer Oost De instanties welke staan vermeld onder de 3 t/m 6 en 9 t/m 18 hebben niet gereageerd, zodat mag worden aangenomen, dat het voorontwerp geen aanleiding heeft gegeven tot het maken van opmerkingen. De instanties welke staan vermeld onder de 1, 2, 7 en 8 hebben inhoudelijk schriftelijk gereageerd op het voorontwerp bestemmingsplan. In bijlage 1 volgt een samenvatting van de reacties en het commentaar daarop van het college van burgemeester en wethouders.
4.3.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan is gedurende zes weken ter inzage gelegd van 15 november tot en met 27 december 2019. Gedurende de termijn van ter inzage legging heeft een ieder de gelegenheid gekregen om schriftelijk zienswijzen kenbaar te maken. Gedurende deze periode zijn er 31 zienswijzen ingediend. Twee zienswijzen zijn ontvangen na deze termijn. De
vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020
pagina
zienswijzen zijn beantwoord in de Nota van beantwoording zienswijzen welke onderdeel uitmaakt van het vaststellingsbesluit.
4.4 Handhaving 4.4.1 Uitvoerings- en handhavingsbeleid Handhaving op het gebied van ruimtelijke ordening spitst zich toe op het gebruik van de gronden en opstallen, de maatvoering van bouwwerken en het uitvoeren van werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Handhaving kan kortweg worden omschreven als: elke handeling die er op is gericht de naleving van rechtsregels te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Handhaving is geen doel op zich maar draagt bij aan de realisatie van de ruimtelijke doelstellingen die met het bestemmingsplan worden beoogd en de bescherming van de verschillende belangen die worden gewaarborgd. Een bestemmingsplan bevat daarom een handhavingsparagraaf. Hierin wordt een toelichting gegeven op de wijze waarop de gemeente het juridische normenkader van het bestemmingsplan handhaaft, dat door middel van de planregels in samenhang met de planverbeelding in het leven is geroepen. Het niet naleven van een bestemmingsplan komt neer op het ondergraven van één van de meest waardevolle en invloedrijkste instrumenten van de gemeentelijke overheid. Daarnaast is het een inbreuk op en aantasting van de belangrijkste waarborgen die de burger en bedrijven op gemeentelijk niveau hebben.
De maatschappij mag immers verwachten en eisen van de gemeentelijke overheid dat zij de regelgeving die zij in het bestemmingsplan heeft opgenomen ook zal handhaven. Het niet naleven en handhaven van het bestemmingsplan tast de geloofwaardigheid van de gemeente in het algemeen aan. Om deze redenen is het noodzakelijk het bestemmingsplannen te handhaven en te blijven handhaven. De gemeente is verplicht om uitvoerings- (vergunningverlening) en handhavingsbeleid vast te stellen in een of meer documenten, waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen wij onszelf stellen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten we daarvoor zullen uitvoeren. Deze verplichting is nu al opgenomen in het Besluit omgevingsrecht en komt ook in de Omgevingswet terug. De gemeente heeft aan deze verplichting invulling gegeven in het actuele VTH beleidsplan, waarin zowel het uitvoerings- als het handhavingsbeleid is opgenomen. Deze nota beschrijft de visie, doelstellingen, prioriteiten, uitgangspunten en strategieën op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het is gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen met betrekking tot de naleving van de geldende wetgeving, waaronder dit bestemmingsplan.
Een andere belangrijk uitgangspunt zijn de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften, de beleidskaders en een analyse van inzichten, technieken en werkwijzen die gebruikt kunnen worden voor de uitvoering. Het gehele uitvoerings- en handhavingsbeleid geeft ten minste inzicht in: <0000> De prioriteiten bij de uitvoering van voorgenomen activiteiten. <0000> De methodiek die de gemeente gebruikt om te bepalen of gestelde doelen worden bereikt. <0000> De objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen voor en beslissingen over een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen. <0000> De werkwijze bij vergunningverlening en het afhandelen van meldingen.
vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020
pagina
<0000> <0000> <0000>
<0000>
De afspraken die door de gemeente met de Omgevingsdienst en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt. De wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde wordt uitgeoefend om de gestelde doelen te bereiken. De wijze waarop bestuurlijke sancties en de termijnen die bij het geven en uitvoeren daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen. De wijze waarop de gemeente handelt na overtredingen die zijn begaan door of in naam van de eigen gemeente of van andere organen behorende tot de overheid.
In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s worden deze prioriteiten vertaald in daadwerkelijke activiteiten. Jaarlijks evalueren we de uitgevoerde inspanningen en toetsen we de bijdrage aan de beleidsdoelstellingen. Doen we nog de juiste dingen op de juiste wijze of signaleren we ontwikkelingen die een aanpassing van het (ruimtelijke) beleid vragen? Het uitvoeringsprogramma, jaarverslag en de evaluatie worden toegestuurd aan de gemeenteraad. 4.4.2 Handhavingsopgave Uit de planregeling volgt een directe opgave voor handhaving. Er zijn immers strijdige en illegale functies geconstateerd die ingevolge het bestemmingsplan dienen te worden beëindigd. Een aantal van deze gevallen zijn al bekend. Deze zijn naar voren gekomen tijdens het toezicht op verleende omgevingsvergunningen of wij zijn door burgers en bedrijven met klachten en meldingen of verzoeken om handhaving gewezen op overtredingen. Ook vanuit lopende projecten, opgenomen in de jaarlijks opgestelde uitvoeringsprogramma’s, volgt een opgave voor handhaving. Van de bekende strijdige functies is beoordeeld of deze in het bestemmingsplan een positieve bestemming moeten krijgen. Indien dat het geval is dan is daarvoor een passende bestemming opgenomen. Indien dat noodzakelijk is dan krijgt de overtreder de mogelijkheid om alsnog een omgevingsvergunning aan te vragen om de overtreding te legaliseren.
Indien een strijdige functie geen positieve bestemming heeft gehad dan volgt uit de vaststelling van dit bestemmingsplan direct een handhavingsopgave. Uit dit bestemmingsplan vloeit een handhavingsopgave voort. Deze opgave kan niet binnen de daarvoor beschikbare handhavingscapaciteit worden opgepakt. Dat betekent de gebiedsgerichte handhaving plaats zal moeten krijgen in een van de komende uitvoeringsprogramma's en daar eventueel extra budget voor vrijgemaakt moet worden.
vastgesteld toelichting Oosteinderweg 2020
pagina
HOOFDSTUK 5 BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED 5.1 Ruimtelijke karakteristiek 5.1.1 Het plangebied in groter verband Het plangebied Oosteinderweg is gelegen in het noorden van de gemeente Aalsmeer. Het beslaat het oostelijk deel van de bovenlanden langs de Ringvaart van de Haarlemmermeer en zijn feitelijk de oude oeverlanden van het Haarlemmermeer. In het noorden wordt het gebied begrenst door de Ringvaart en de gemeente Haarlemmermeer. De bebouwing langs de Schipholdijk manifesteert zich als oorspronkelijke lintbebouwng aan een dijk. Aan de polderzijde is het karakter het tegenovergestelde; bedrijventerrein Schiphol-Rijk, de kop van de start- en landingszone van de Aalsmeerderbaan en industrieterrein waar o.a. het proefdraaien van vliegtuigen plaatsvindt. Het plangebied wordt vanaf de noordzijde aanzienlijk gehinderd wat gevolgen heeft voor onder andere geluidsgevoelige bestemmingen in het plangebied. Aan het zuiden grenst het plangebied aan de Hoge Dijk met daarachter in de droogmakerij het bedrijventerrein Green Park Aalsmeer (tot de kruising met de Machineweg) en richting het oosten versnipperde bedrijvigheid en oude teeltgronden. De ruimtelijke en functionele samenhang met het noorden en zuiden is zeer beperkt. Het plangebied heeft meer hinder en beperkingen van deze gebieden dan synergie.